CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1, Riethoven.pdf

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Bisschop Rythoviusdreef 111.927 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten. Daarnaast zijn rondom de locatie voldoende bossgebieden welke meer geschikt zijn als verblijfplaats voor beschermde natuurwaarden. Derhalve zijn ter plaatse van de beoogde ontwikkeling geen beschermde natuurwaarden te verwachten. 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.4.1

Cultuurhistorie en aardkunde

Om cultuurhistorische waarden in Noord-Brabant te behouden heeft Gedeputeerde Staten van NoordBrabant een Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-kaart) vastgesteld, waarop de cultuurhistorische waarden van “bovenlokaal belang” zijn weergegeven. Op deze kaart zijn de indicatieve archeologische/cultuurhistorische verwachtingswaarde weergegeven. In gebieden met een hoge en middelhoge archeologische/cultuurhistorische verwachtingswaarde bestaat er een kans dat er archeologische waarden aanwezig zijn. In gebieden met een lage indicatieve archeologische/cultuurhistorische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische/cultuurhistorische waarden. Op de gronden waar de nieuwe loods wordt gebouwd, worden op dit moment ingezet als landbouwgrond. Deze gronden worden ieder jaar bewerkt voor de teelt van gewassen. De gronden zijn daardoor meerdere keren bewerkt. Hierdoor zijn geen cultuurhistorische, aardkundige of archeologische vondsten te verwachten. Op de CHW-kaart is het gebied aangemerkt als een gebied waarin geen archeologische of cultuurhistorische vondsten te verwachten zijn zoals te zien is in afbeelding 13.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

22

Afbeelding 13: Uitsnede CHW-Kaart, locatie weergegeven met zwarte cirkel 4.4.2

Archeologie

In het vigerende bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ zijn de gronden van de locatie bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4.2’. Ter plaatse van deze aanduiding is een archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de oppervlakte groter is dan 500 m2. In de beoogde situatie zal er een nieuwe loods gebouwd worden van circa 500 m 2. Deze loods zal gebouwd worden op gronden die in de huidige situatie worden ingezet voor de teelt van gewassen. De gronden ter plaatse van de beoogde loods zijn reeds en in het in gebruik als landbouwgrond. De gronden zijn hier ter plaatse ernstig verstoord door de toepassing van diverse landbouwwerkzaamheden zoals diepploegen en -woelen. De gronden zijn tevens geëgaliseerd, afgeschaafd en opgehoogd, waardoor bodemlagen verstoord zijn. Daarnaast vindt de bouw van de nieuwe loods plaats nabij bestaande stallen. Ten tijde van de bouw van deze bestaande stallen is de grond hier rondom verstoord door bouwrijp maken en afgravingen t.b.v. fundering. Gezien hetgeen hier beschreven wordt de kans op aanwezigheid van archeologische waarden zeer gering geacht. Tevens worden mogelijk aanwezige archeologische waarden in situ behouden doordat de gronden ter plaatse van de uitbreiding slechts tot funderingsdiepte worden afgegraven in de bovenste grondlaag.

In de bovenste grondlaag zijn het aantreffen van archeologische waarden nihil. Derhalve is een nader onderzoek niet noodzakelijk. 4.5 Geur Voor onderhavig initiatief geldt dat er geen wijziging in dieraantallen of stalsysteem zal worden aangebracht waardoor de geurbelasting richting de omgeving niet wijzigt. Tevens zal er geen nieuwe geurgevoelige locatie worden opgericht die hinder kan ondervinden van omliggende veehouderijen. In de loods worden ook geen producten opgeslagen die kunnen leiden tot geurhinder richting de omgeving. Doordat er geen wijzigingen in dieraantallen, stalsystemen, emissiepunten etc. wijzigt de geurbelasting ten opzichte van de vergunde situatie (d.d. 12-10-2018) niet. Een onderzoek naar de voorgrondgeurbelasting is derhalve niet noodzakelijk. In paragraaf 3.2.3. van de toelichting is getoetst aan artikel 3.49 lid 1 van de Interim Omgevingsverordening. Hierin is bepaald dat bij een uitbreiding van een veehouderij in landelijk gebied, de achtergrondgeurbelasting op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger mag zijn dan 12% en in het buitengebied niet hoger mag zijn dan 20%. In het kader hiervan is een achtergrondgeurberekening gemaakt. In paragraaf 3.2.3 is gebleken dat kan worden voldaan aan de achtergrondgeurbelasting.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

23

4.6 Ammoniak Ammoniak is een belangrijk milieuthema bij veehouderijen. Er is wet- en regelgeving voor het beoordelen van het aspect ammoniak. Onderhavig initiatief leidt niet tot een verandering van de huidige vergunde ammoniak emissie. De bouw van de loods zal niet leiden tot een verandering van de bestaande ammoniakemissie en zal daarom geen belemmering vormen voor omwonende. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 4.7 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. De geluidsproductie van een pluimveehouderij is in hoofdzaak afkomstig van transportbewegingen, het laden en lossen, ventilatie en overige motoren binnen de inrichting. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. In voorliggende situatie is geen sprake van een nieuwe geluidgevoelige bestemming, het betreft namelijk de bouw van een nieuwe loods.

In de inrichting vinden wel activiteiten plaats welke een geluidsuitstraling hebben naar de omgeving. De eventuele geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsvoering is laag en de activiteiten vinden veelal inpandig of nabij de stallen plaats. De realisatie en gebruik van de loods zal niet leiden tot extra geluidshinder richting de omgeving of de oprichting van een nieuwe geluidsgevoelige functie. De producten worden in de huidige situatie gelost vooraan het bedrijf, daar waar zich de meeste woningen bevinden. In de toekomst worden deze producten gelost in de loods welke zich achteraan het bedrijf bevindt. Hierdoor zal de algehele geluidhinder worden verminderd. 4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. In de agrarische sector is voornamelijk de emissie van fijnstof bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving.

Fijnstof, zowel PM10 en PM2,5 komt voornamelijk door emissie van huid-, mest-, voer- en strooiseldeeltjes uit de stallen. Dit gebeurt continu (24 uur per dag). De belangrijkste bron bij een veehouderij zijn de stallen. Het vrijkomen van fijnstof ten gevolge van overige activiteiten op het bedrijf zijn verwaarloosbaar ten opzichte van de emissie uit de stallen. Voor het bepalen van de concentraties fijnstof in de omgeving van veehouderijen, zijn gegevens nodig over de hoeveelheid fijnstof die dieren produceren. Deze hoeveelheid varieert per dier en is afhankelijk van het huisvestingssysteem zoals het type stal. De emissiefactoren voor fijnstof geven per huisvestingssysteem aan hoeveel fijnstof een bepaald dier per jaar produceert. De Animal Sciences Group (ASG) van de Universiteit Wageningen stelt de factoren op die door de overheid jaarlijks worden gepubliceerd. De realisatie van de loods zal niet leiden tot een verhoging van de fijnstofconcentratie van zowel PM10 als PM2,5. Derhalve is verdere toetsing niet noodzakelijk. 4.9 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het beoogde initiatief aan de Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven wordt afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap. De locatie is gelegen in een bosrijke omgeving waar veel groen voorkomt.

De omliggende bossen ontnemen grotendeels het zicht op het bedrijf.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

24

De locatie aan de Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven is gelegen nabij de dorpskernen Eersel en Riethoven. De omgeving van deze locatie kenmerkt zich door een kleinschalig heideontginningslandschap. dit landschapstype wordt bepaald door kleine bosjes, houtsingels, bomenrijen langs rechte wegen en een veelal blokvormig verkavelingspatroon. Tevens kenmerkt het gebeid zich door kleine bosjes welke zich rondom de locatie bevinden. In paragraaf 3.2.3 is uit de kwaliteitsberekening is gebleken dat voor de locatie een basisinspanning van €2.856,- benodigd is. De kwaliteitsverbetering wordt bewerkstelligd door het aanplanten van landschapsbomen en heesters. De heesters zullen bestaan uit vijf verschillende soorten. De inpassing zal worden aangeplant ten oosten van het plangebied. In de bijlage 4 is het landschappelijk inpassingsplan te vinden. 4.10 Bodemkwaliteit Binnen de bedrijfsvoering vinden enkele bodembedreigende activiteiten plaats. Deze activiteiten hebben betrekking op het onderhoud aan de werktuigen en de opslag van mest en voer ten behoeve van de pluimveehouderij. In de voorschriften van de verleende omgevingsvergunning milieu, zijn regels opgenomen voor de bescherming van de bodemkwaliteit. Middels het treffen van de beschreven technische maatregelen en voorzieningen is er sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging.

In de beoogde situatie zal geen nieuwe bodembedreigende activiteit worden opgericht. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. 4.11 Spuitzone In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke minimale afstand aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen als aanvaardbaar acht. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Voor onderhavig plangebied geldt dat binnen een afstand van 50 meter van de loods geen agrarische bedrijvigheden plaatsvinden waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

4.12 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.

4.12.1 Regelgeving

De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor de locatie Bisschop Rijthoviusdreef 1 kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

25

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

26

4.12.2 Toetsing aan beleid

Afbeelding 14: Uitsnede risicokaart Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteit, het bouwen van een nieuwe loods, op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. Het dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gelegen op 1 kilometer afstand. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling op het plangebied. Onderhavig initiatief heeft betrekking op de bouw van een loods. Er zal geen nieuwe kwetsbare objecten of gevoelige objecten gerealiseerd worden. De loods is enkel bedoeld voor het opslaan van strooisel en machines. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de [Rijks]weg. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het vigerende bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen.

De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. Uit de risicokaart blijkt wel dat de dichtstbijzijnde buisleiding gelegen is op 500 meter afstand van de beoogde ontwikkeling. Aangezien de ontwikkeling de bouw van een loods betreft, heeft de ontwikkeling hier geen invloed op. 4.13 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 14). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

27

5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: -

Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’; Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4.2’; Bouwvlak ‘Bouwvlak’; Functieaanduiding ‘Paardenhouderij’; Functieaanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – Veehouderij’; Gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied vervallen’. Bouwaanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding - dierenverblijven uitgesloten’ (ter plaatse van de nieuw te bouwen loods)

Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. Op de verbeelding zal, ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, het bouwvlak worden vergroot. Tevens wordt ter plaatse van de nieuw te bouwen loods een aanduiding opgenomen dat er geen dierenverblijven mogen worden opgericht ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding - dierenverblijven uitgesloten’. Hiermee wordt geborgd dat ter plaatse van de nieuwe loods geen nieuwe dierenverblijven opgericht worden.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

28

5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels.

uit

inleidende

regels,

De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen. In de regels zal worden geborgd dat ter plaatse van de loods geen nieuwe dierenverblijven opgericht mogen worden.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

29

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Bisschop Rijthoviusdreef betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog plaats gevonden.

6.2.1

Vooroverleg en omgevingsdialoog

6.2.2

Omgevingsdialoog

In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant. Naar aanleiding van dit overleg hebben zowel het waterschap De Dommel als de provincie Noord-Brabant een vooroverlegreactie gegeven op het plan. Naar aanleiding van deze vooroverlegreactie is de toelichting in paragraaf 3.2.3 en 4.2.3 aangepast. Tevens heeft een wijziging aan de verbeelding plaatsgevonden. Beide vooroverlegreacties zijn als bijlage toegevoegd. Initiatiefnemer heeft in het verleden, op 24 april 2018, een presentatie gehouden over de bouw van een nieuwe innovatieve vleeskuikenstal welke inmiddels is gerealiseerd. Destijds is al een eerste aanzet gegeven waarin de toekomstige situatie met beoogde loods is besproken. Op 29 september 2019 heeft de initiatiefnemer de naaste buren uitgenodigd op het bedrijf om de voorgenomen plannen te bespreken. Hierbij waren de volgende adressen uitgenodigd; - Bisschop Rijthoviusdreef 1a; - Bisschop Rijthoviusdreef 2; - Bisschop Rijthoviusdreef 3; - Bisschop Rijthoviusdreef 4; - Akkerweg 1. De bewoners van Bisschop Rijthoviusdreef konden tijdens het gesprek niet aanwezig zijn. Met de overige bewoners is de beoogde ontwikkeling besproken. Aangegeven is dat de loods wordt gebouwd t.b.v. het agrarisch bedrijf en om de arbeidsintensiteit te verminderen.

De naaste buren hebben positief gereageerd op de ontwikkeling en hebben na het gesprek een rondleiding gekregen in de in aanbouw zijnde stal. Aangezien de bewoners aan de Bisschop Rijthoviusdreef 4 niet aanwezig konden zijn, is initiatiefnemer nadien nog bij deze bewoners langs geweest om de gewenste ontwikkeling door te nemen. De bewoners hebben dit als zeer prettig ervaren en hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de gewenste ontwikkeling.

6.2.3

Zienswijzen

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vind plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 23 september 2020 voor een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend afkomstig van de provincie Noord-Brabant. De provincie Noord-Brabant heeft in een eerder stadium middels een inspraakreactie, gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan. Hierin is destijds aangegeven dat Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

30

er getoetst dient te worden aan artikel 3.49 van de IOV. Hierin is bepaald dat kan worden voorzien in de uitbreiding van een veehouderij mits wordt voldaan aan het principe zorgvuldige veehouderij. Hierbij dient onder andere getoetst te worden aan de BZV. Uit de zienswijze komt naar voren dat niet wordt voldaan aan de BZV-score. De bijgevoegde BZVscore komt uit op een totaalscore van 7,01 met de beoordeling ‘Afgewezen’, daar waar de score minimaal 7,25 dient te zijn met de beoordeling ‘Akkoord’. In de zienswijze komt tevens naar voren dat men verwacht dat per abuis de verkeerde bijlage is toegevoegd, aangezien 2 jaar eerder een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van een nieuwe stal waarbij tevens een BZV-toets is uitgevoerd. Tot slot wordt aangegeven om de conclusie, afkomstig van de achtergrond geurbelasting, niet alleen in paragraaf 3.2.3 ‘Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant’ van de toelichting te vermelden, maar ook in paragraaf 4.5 ‘Geur’. 6.2.3.1 Beantwoording zienswijzen Per abuis is een verkeerde versie van de BZV-score toegevoegd aan het plan. Ten tijde van de vergunningsaanvraag in oktober 2018, is in eerste instantie een BZV uitgevoerd. Later in de procedure is gebleken dat de bouw van de nieuwe stal niet heeft geleid tot een toename in oppervlakte dierenverblijf.

Doordat er geen toename plaatsvond in oppervlakte dierenverblijf, was toetsing aan de BZV niet noodzakelijk. Echter is deze toets destijds wel uitgevoerd maar nooit ingediend geweest. Per abuis is deze toetsing opgenomen geweest in het ontwerpbestemmingsplan. Hierdoor is er ten onrechte vanuit gegaan dat de uitgevoerde BZV onderdeel heeft uitgemaakt van de aanvraag omgevingsvergunning. De BZV-toets is opnieuw uitgevoerd en hieruit blijkt dat sprake is van een zorgvuldige veehouderij. Tevens heeft de ingediende zienswijze geleid tot een aanpassing van paragraaf 4.5 van deze toelichting. Hierin is aangegeven dat in het kader van artikel 3.49 lid 1 van de IOV is getoetst aan de achtergrondgeurbelasting. De conclusie van deze berekening is hierbij opgenomen in paragraaf 4.5 waarbij wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3 van deze toelichting.

6.2.4

Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

31

7. Bijlagen -

Bijlage 1: Situatietekening bestaande situatie; Bijlage 2: Situatietekening beoogde situatie; Bijlage 3: Berekening kwaliteitsverbetering; Bijlage 4: Dialoog; Bijlage 5: Landschappelijk inpassingsplan; Bijlage 6: Besluit Mer; Bijlage 7: BZV-score; Bijlage 8: Invoergegevens achtergrondgeurbelasting incl. resultaat. Bijlage 9: Vooroverleg reacties.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

32

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=9d212214-77d1-4d4e-a060-db6ef2fd46c3