CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1, Riethoven.pdf

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Bisschop Rythoviusdreef 111.927 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bisschop Rijthoviusdreef 1, Riethoven

bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1, Riethoven

Inhoudsopgave

Toelichting bestemmingsplan

2 oven" (ontwerp)

3

bestemmingsplan "Bisschop Rijthoviusdreef 1, Rieth

bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1, Riethoven

Toelichting bestemmingsplan

bestemmingsplan "Bisschop Rijthoviusdreef 1, Riethoven" (ontwerp) 3

Toelichting bestemmingsplan

Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

Van Dun Advies BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten Postel 8 5711 ET Someren KvK 180 61 619 T. F.

013 519 94 58 013 519 97 27

E. I.

info@vandunadvies.nl www.vandunadvies.nl

Projectlocatie:

Bisschop Rijthoviusdreef 1 5561 TD te Riethoven

Gemeente:

Bergeijk

Projectnummer:

96519.038

Datum:

29-01-2019 25-03-2020 (aangepast) 15-07-2020 (ontwerp) 23-11-2020 (vastgesteld)

Opgesteld door:

Teun van Welij

Status:

Vastgesteld

IMRO-code:

NL.IMRO.1724.BPUryt0069.VA01

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

1

Inhoudsopgave 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................... 3 1.2 Vigerend planologisch regime .......................................................................................... 4 1.3 Procedure ..................................................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5 2. PROJECTBESCHRIJVING ............................................................................................... 6 2.1 Bestaande situatie.......................................................................................................... 6 2.2 Beoogde situatie ............................................................................................................ 8 3. BELEIDSKADER.............................................................................................................. 9 3.1 Rijksbeleid .................................................................................................................... 9 3.2 Provinciaal beleid ...........................................................................................................

9 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant ................................................................................. 9 3.2.2 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014............................................................ 9 3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ......................................................... 10 3.3 Gemeentelijk beleid...................................................................................................... 14 3.3.1 Structuurvisie Bergeijk Leven en Beleven. ................................................................ 14 3.3.2 Bestemmingsplan .................................................................................................. 14 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN.............................................. 16 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling .................................................... 16 4.2 Waterhuishouding ........................................................................................................ 16 4.2.1 Waterrelevant beleid ............................................................................................. 17 4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie ................................................................

19 4.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie .................................................................. 19 4.3 Natuur ........................................................................................................................ 19 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................................ 19 4.3.2 Wet natuurbescherming ......................................................................................... 21 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ...................................................................... 22 4.4.1 Cultuurhistorie en aardkunde .................................................................................. 22 4.4.2 Archeologie .......................................................................................................... 23 4.5 Geur ........................................................................................................................... 23 4.6 Ammoniak................................................................................................................... 24 4.7 Geluid......................................................................................................................... 24 4.8 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................

24 4.9 Landschappelijke inpassing ........................................................................................... 24 4.10 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 25 4.11 Spuitzone.................................................................................................................... 25 4.12 Externe veiligheid ........................................................................................................ 25 4.12.1 Regelgeving ......................................................................................................... 25 4.12.2 Toetsing aan beleid ............................................................................................... 27 4.13 Technische infrastructuur.............................................................................................. 27 5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .............................................................................. 28 5.1 Juridische achtergrond ................................................................................................. 28 5.2 Toelichting verbeelding.................................................................................................

28 5.3 Toelichting regels......................................................................................................... 29 6. UITVOERBAARHEID..................................................................................................... 30 6.1 Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................ 30 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................. 30 6.2.1 Vooroverleg en omgevingsdialoog ........................................................................... 30 6.2.2 Omgevingsdialoog ................................................................................................. 30 6.2.3 Zienswijzen .......................................................................................................... 30 6.2.4 Beroep ................................................................................................................. 31 7. BIJLAGEN..................................................................................................................... 32

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

2

INLEIDING In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het vigerend planologisch regime en de procedure aan bod. 1.1 Aanleiding en doel De initiatiefnemer exploiteert op dit moment een pluimveehouderij aan de Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven. Het betreft een pluimveehouderij waar conform de verleende vergunning (d.d. 12-102018) 209.960 vleeskuikens gehuisvest worden (intensieve veehouderij). Tevens bevinden zich op het bedrijf 10 paarden, 4 stuks jongvee en 26 stuks overig rundvee. Door de verlening van de vergunning (d.d. 12-10-2018) voldoet het bedrijf aan alle wettelijke bepalingen omtrent milieu en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De vleeskuikens worden op het bedrijf gehouden in de vorm van het all-in – all-out concept. Dat wil zeggen dat per cyclus de stal geheel leeg komt te staan. Na een ronde vleeskuikens wordt de stal geheel gereinigd. Voordat de nieuwe kuikens in de stal komen, wordt de stal gereinigd en voorzien van een nieuwe strooisellaag. Het strooisel wordt op dit moment aangevoerd in pakken, dat met een vrachtwagen op pallets wordt aangevoerd en direct in de schone stal wordt verspreid. Voornemens is om achter op het perceel, naast de bestaande stal 7 een loods van circa 500 m2 te bouwen t.b.v. de opslag van strooisel.

Hierdoor kan in de loods het strooisel ‘los’ gestort worden, zodat het vervolgens met shovel en/of verreiker naar de stallen gebracht kan worden. Dit levert kostenbesparing op, is arbeidsefficiënter en zal tevens leiden tot minder afval. De loods zal niet worden ingericht als dierenverblijf of als zodanig worden gebruikt. Het huidige bouwvlak bevat onvoldoende ruimte om een loods te bouwen aangezien het bouwvlak vol gebouwd is. Om de gewenste loods te kunnen bouwen is bouwvlak vergroting noodzakelijk. Het huidige bouwvlak zal hierdoor worden vergroot van 1,43 hectare naar 1,50 hectare. De bereikbaarheid van de loods vindt aan de achterzijde van het bedrijf plaats. De benodigde erfverharding zal binnen het bouwvlak worden gesitueerd. In het gedeelte van het bouwvlak, daar waar de vergroting van het bouwvlak plaats gaat vinden, worden geen nieuwe dierenverblijven opgericht. Dit zal juridisch en planologisch geborgd worden in het bestemmingsplan. De bestaande emissies en parameters van het bedrijf zullen, conform de laatst verleende vergunning (12-10-2018), hierdoor niet wijzigen. In afbeelding 1 is zowel de huidige als beoogde situatie weergegeven.

Afbeelding 1: Bestaande en beoogde bouwvlak

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

3

Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken zal een herziening van het bestemmingsplan plaatsvinden. Onderhavige toelichting beschrijft dat vergroting van het bouwvlak t.b.v. de bouw van een loods planologisch aanvaardbaar is. 1.2 Vigerend planologisch regime Voor de locatie Bisschop Rijthoviusdreef 1 is het bestemmingsplan ‘2 e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ van de gemeente Bergeijk leidend, zie afbeelding 2.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ Binnen het bestemmingsplan heeft onderhavige locatie de volgende bestemmingen en aanduidingen: - Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’; - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4.2’; - Bouwvlak ‘Bouwvlak’; - Functieaanduiding ‘Paardenhouderij’; - Functieaanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – Veehouderij’; - Gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied vervallen’. De gewenste ontwikkeling past niet rechtstreeks binnen het vigerend ruimtelijk beleid. In artikel 5.7.2 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het bouwvlak te vergroten tot maximaal 1,5 hectare. Echter, borgt het wijzigingsplan niet dat ter plaatse van het vergroten bouwvlak geen dierenverblijven opgericht mogen worden waardoor complexe berekeningen omtrent ammoniak, geur en fijnstof noodzakelijk zijn. Aangezien de ontwikkeling enkel de bouw van een loods betreft, veranderen de emissies van ammoniak, geur en fijnstof niet. In samenspraak met de gemeente Bergeijk is besloten om middels een partiële herziening de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In het bestemmingsplan zal geborgd worden dat ter plaatse van de vergroting geen nieuwe dierenverblijven opgericht mogen worden.

1.3 Procedure Voor het gewenste initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken. Gedurende de inzagetermijn ligt het ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting, inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

4

Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4 Leeswijzer In voorliggende toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het vigerend planologische regime en de te doorlopen procedure is beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de bestaande en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 van voorliggende toelichting wordt het van toepassing zijnde beleid uiteengezet, welke het provinciaal en gemeentelijk beleid betreft.

Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische planbeschrijving is vervat in hoofdstuk 5 van voorliggende toelichting waarin een beschrijving van de juridische achtergrond van onderhavig bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in het daaropvolgende hoofdstuk.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

5

2. Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Het bedrijf is gelegen aan de Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven in het buitengebied van de gemeente Bergeijk. De kadastrale aanduiding is: Gemeente Riethoven, sectie D, nummers: 1087, 1089, 1090. In de onderstaande afbeelding is de locatie van het bedrijf weergegeven.

Afbeelding 3: ligging van de inrichting Zoals in afbeelding 1 is te zien ligt het vleeskuikenbedrijf midden tussen het buurtschap Walik en het dorp Riethoven. Het gebied kenmerkt zich door de agrarische gronden afgewisseld door dorpen/buurtschappen welke omringd worden door bossen. De locatie is gelegen op 600 meter afstand van de bebouwde kom van Riethoven.

Afbeelding 4: Situering van de inrichting In afbeelding 4 is te zien dat het bedrijf beschikt over 5 pluimveestallen. Voor de twee meest westelijk gelegen stallen is op 12-10-2018 een vergunning afgegeven om deze te slopen en ter plaatsen één modernere en innovatieve stal te plaatsen. De bouw van deze stal is inmiddels afgerond.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

6

Het bedrijf beschikt over een bouwvlak van circa 1,43 hectare. Binnen het bouwvlak bevinden zich, conform de laatst verleende vergunning vier pluimveestallen waarin in totaal 209.960 vleeskuikens gehuisvest worden. Deze vier pluimveestallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 9.440 m2. Dit is inclusief de technische ruimtes en voerhokken welke conform de definitie ‘Dierenverblijf’ van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, onderdeel uitmaken van een dierenverblijf. In de onderstaande afbeelding zijn de oppervlaktes per stal inclusief technische ruimtes en voerhokken weergegeven. Deze afbeelding is tevens bijgevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting. Tot slot bevindt zich binnen het plangebied een bedrijfswoning waar de eigenaar samen met het gezin woont.

Afbeelding 5: Bestaande oppervlakten dierenverblijven, oranje oppervlakte dierverblijf, groen oppervlakte technische ruimten/voerhokken.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

7

2.2 Beoogde situatie In de beoogde situatie is men voornemens om een nieuwe loods te bouwen ten behoeve van de opslag van strooisel. Gezien de exploitatievorm op het bedrijf dient een ruime voorziening te zijn voor de opslag van strooisel. Om dit mogelijk te maken dient het bouwvlak vergroot te worden. Zoals in de inleiding is aangegeven wordt het strooisel op dit moment aangevoerd in pakken dat met een vrachtwagen op pallets wordt aangevoerd. Nadat de stal is schoongemaakt wordt het strooisel in de stallen verspreid. De huidige manier is arbeidstechnisch zwaar, brengt hoge kosten met zich mee en levert veel afval op in de vorm van plastic. Om deze reden is men voornemens om het bouwvlak te vergroten tot maximaal 1,5 hectare. Hierdoor kan een loods van circa 500 m2 gebouwd worden. Deze omvang beschikt over genoeg capaciteit om voldoende strooisel op te slaan. Het strooisel zal hierbij los worden gestort. Ten opzichte van de huidige situatie leidt dit tot kostenbesparing, is het arbeid efficiënter en zal het leiden tot minder afval in de vorm van plastic. Voornemens is om de loods ten oosten van stal 7 te bouwen. De loods zal zich aan de achterkant van het bedrijf bevinden, daar waar ook de deuren van de stallen bevinden en erfverharding aanwezig is. In de onderstaande afbeelding is het beoogde bouwvlak weergegeven.

Afbeelding 6: Beoogd bouwvlak

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

8

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavige ontwikkeling relevante ruimtelijke rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid uiteengezet. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling in dit hoofdstuk tevens aan dit beleid getoetst. 3.1 Rijksbeleid Gezien onderhavig initiatief dermate kleinschalig van aard is heeft deze geen invloed op het rijksbeleid en wordt derhalve in dit hoofdstuk niet beschreven. 3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Omgevingsvisie NoordBrabant, Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 en de Interim omgevingsverordening NoordBrabant.

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

3.2.2

Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014

De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

9

Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie afbeelding 7, is onderhavig plangebied gelegen in het gemengd landelijk gebied. In het gemengde landelijke gebied vindt een vermenging van functies plaats. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Daar de locatie gelegen is in het gemengde landelijk gebied, hanteert de provincie het multifunctionele gebruik als uitgangspunt. Onderhavig initiatief betreft een veehouderij en is onderdeel van een multifunctioneel gebied.

Het gebied is multifunctioneel doordat naast onderhavige veehouderij ook toerisme, kleinschalige stedelijke functies, waterfuncties, natuur en recreatie plaatsvinden. Onderhavig initiatief past derhalve binnen de uitgangspunten van de Sv 2014.

Afbeelding 7: Uitsnede structurenkaart ‘Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014’ 3.2.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en is op 5 november 2019 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

10

overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘stalderingsgebied’ en ‘sanerings- en verplaatsingslocatie’ zie afbeelding 8. De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen - 3.51 aanvullende regels stalderen - 3.67 sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Hierbij geldt dat voor de artikelen 3.51 (aanvullende regels stalderen) en 3.67 (sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf) niet getoetst hoeft te worden aangezien de ontwikkeling niet voorziet in de oprichting van een nieuw dierenverblijf dan wel leidt tot de beëindiging van een veehouderij.

Afbeelding 8: Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.

Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken dient het bouwvlak vergroot te worden. In de huidige situatie is het bouwvlak volledig bebouwd, waardoor de loods niet binnen het bouwvlak past. Door nabij stal 7 een stuk bouwvlak te plaatsen wordt ruimte gecreëerd voor de bouw van de loods. Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

11

Wanneer in de loods in de beoogde situatie gerealiseerd is, zal het bouwvlak volledig bebouwd zijn. Gezien het feit dat na vergroting van het bouwvlak de totale oppervlakte van 1,5 hectare volledig in gebruik is, is sprake van zorgvuldig ruimte gebruik. Alle aanwezige gebouwen zijn zo compact mogelijk tegen elkaar aan gebouwd.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8)

Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de uitbreiding van het bedrijf te combineren met een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast is er sprake van een afname van de emissies waardoor ook het leefmilieu in de omgeving wordt verbeterd.

Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)

Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Bergeijk is het afsprakenkader van de regio De Kempen van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 3 ontwikkeling. Dit betekent dat met enkel een goede landschappelijke inpassing voldoende kwaliteitsverbetering van het landschap is zodat wordt voldaan aan dit artikel. Voor deze ontwikkeling dient een financiële berekening te worden gemaakt om de waardevermeerdering van de gronden te bepalen. 20% van deze waardevermeerdering dient te worden geïnvesteerd in het landschap. In de bijlage 2 is een berekening kwaliteitsverbetering toegevoegd. Hieruit blijkt dat er een waarde vermeerdering van €14.280,- plaatsvindt.

Dit betekend dat €2.856,- geïnvesteerd moet worden om de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Voor onderhavige locatie is een inpassingsplan opgesteld waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de kwaliteitsverbetering. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels de opname van een bepaling in de regels van het bestemmingsplan. Middels de

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

12

bijgevoegde berekening is bovendien aangetoond dat de kwaliteitsverbetering bovendien ruimschoots financieel is verzekerd. Veehouderij in Landelijk gebied (artikel 3.49) Een bestemmingsplan binnen het werkingsgebied landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij, als wordt voldaan aan de voorwaarden die zij opgenomen in artikel 3.49:

1. is geborgd dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan;

Vergroting van het bouwvlak gaat niet gepaard met een toename van de oppervlakte aan dierenverblijven en het aantal dieren. Om te beoordelen of sprake is van een zorgvuldige veehouderij, is getoetst aan de BZV, waarbij is uitgegaan van de laatst verleende vergunning (d.d. 12-10-2018). Toetsing aan de BZV is te vinden in bijlage 7 van de toelichting. Uit toetsing is gebleken dat het een zorgvuldige veehouderij betreft. Aangezien ten opzichte van vergunde situatie geen wijzigingen hebben plaatsgevonden die een negatieve invloed kunnen hebben op de BZV-score, zoals toename dieren, gewijzigde emissiefactoren etc., is nog steeds sprake van het principe zorgvuldige veehouderij. Derhalve wordt voldaan aan artikel 3.49 onder 1 van de Iov.

2. Het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt;

In de beoogde situatie zal het bouwvlak maximaal 1,5 hectare bedragen.

3. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving;

De ontwikkeling zal niet leiden tot een verslechtering van de leefomgeving aangezien de bouw van de loods niet leidt tot een toename van emissies die de leefomgeving kunnen doen verslechteren. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de aspecten die effect hebben op de omgeving.

4. Is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde komt niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er –indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; Voor de beoogde situatie is een achtergrond geurberekening gemaakt. Uit toetsing blijkt dat de cumulatieve geurbelasting buiten de bebouwde kom niet hoger is dan 8,276 OUe. Dit komt overeen met een percentage geurgehinderden van 11%. Binnen de bebouwde kom bedraagt de maximale cumulatieve geurbelasting 2,335 OUe. Dit komt overeen met een percentage geurgehinderden van 4%. Derhalve wordt voldaan aan de eis. Zowel de invoergegevens als het resultaat is in bijlage 8 weergegeven.

5. Is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3;

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename of verandering in het aantal dieren of pluimveestallen. De bouw van de loods leidt niet tot veranderingen in de fijnstofbelasting conform de verleende vergunning (d.d. 12-10-2018).

6. De landschappelijke inpassing tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat;

Rondom het bedrijf zijn meerdere bosjes te vinden die het bedrijf voldoende afschermen en landschappelijk inpassen. Hiermee wordt het bedrijf voor meer dan 1.500 m2 (10% omvang van het bouwperceel) landschappelijk ingepast. In het kader van de kwaliteitsverbetering zal de nieuw te bouwen loods landschappelijk worden ingepast zodat deze zo veel mogelijk uit het zicht wordt onttrokken.

7. de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording bevat dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

13

Initiatiefnemer heeft in het verleden, op 24 april 2018, een presentatie gehouden over de bouw van een nieuwe innovatieve vleeskuikenstal welke inmiddels is gerealiseerd. Destijds is al een eerste aanzet gegeven waarin de toekomstige situatie met beoogde loods is besproken. Op 29 september 2019 heeft de initiatiefnemer de naaste buren uitgenodigd op het bedrijf om de voorgenomen plannen te bespreken. Hierbij waren de volgende adressen uitgenodigd; - Bisschop Rijthoviusdreef 1a; - Bisschop Rijthoviusdreef 2; - Bisschop Rijthoviusdreef 3; - Bisschop Rijthoviusdreef 4; - Akkerweg 1. De bewoners van Bisschop Rijthoviusdreef konden tijdens het gesprek niet aanwezig zijn. Met de overige bewoners is de beoogde ontwikkeling besproken. Aangegeven is dat de loods wordt gebouwd t.b.v. het agrarisch bedrijf en om de arbeidsintensiteit te verminderen. De naaste buren hebben positief gereageerd op de ontwikkeling en hebben na het gesprek een rondleiding gekregen in de in aanbouw zijnde stal. Aangezien de bewoners aan de Bisschop Rijthoviusdreef 4 niet aanwezig konden zijn, is initiatiefnemer nadien nog bij deze bewoners langs geweest om de gewenste ontwikkeling door te nemen. De bewoners hebben dit als zeer prettig ervaren en hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de gewenste ontwikkeling.

Bovenstaand is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een bestemmingplan en wordt een zorgvuldige veehouderij verzekerd door opname van voorwaarden in de regels bij dit bestemmingsplan. 3.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is vervat in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

3.3.1

Structuurvisie Bergeijk Leven en Beleven.

Op 22 juni 2010 is door de gemeenteraad van Bergeijk de structuurvisie ‘Leven en Beleven’ vastgesteld. De gemeente karakteriseert zich als een groene plattelandsgemeente binnen de oostelijke Kempen. De gemeente heeft een landelijk karakter waarin onder andere landbouw, natuur en bosgebieden en recreatie de boventoon bieden. Voor in de toekomst geldt dat de gemeente deze kenmerken wil behouden en daar waar mogelijk is versterken. Per sector zijn verschillende doelstellingen en visiepunten genoemd, waaronder voor de landbouw. Concreet voor de veehouderij geldt dat de gemeente zich wil inzetten om bedrijven met groeipotentie de ruimte te geven. Onderhavige veehouderij is zo’n bedrijf met potentie om te groeien. De potentie zit hem in het efficiënter maken van de bedrijfsvoering. Door het bouwvlak te vergroten tot maximaal 1,5 hecatere wordt ruimte gecreëerd voor de bouw van een loods ten behoeve van de opslag van strooisel. Hiermee krijgt het bedrijf de kans om zich verder te ontwikkelen, wat past binnen het gemeentelijk beleid.

3.3.2

Bestemmingsplan

Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ vigerend. Hier zijn de volgende aanduidingen opgenomen: -

Enkelbestemming Dubbelbestemming Bouwvlak Functieaanduiding Functieaanduiding Gebiedsaanduiding

‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’; ‘Waarde – Archeologie 4.2’; ‘Bouwvlak’; ‘Paardenhouderij’; ‘Specifieke vorm van agrarisch – Veehouderij’; ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied vervallen’.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

14

Afbeelding 9: Uitsnede bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ De gewenste ontwikkeling past niet rechtstreeks binnen het vigerend ruimtelijk beleid. In artikel 5.7.2 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het bouwvlak te vergroten tot maximaal 1,5 hectare. Echter, borgt het wijzigingsplan niet dat ter plaatse van het vergroten bouwvlak geen dierenverblijven opgericht mogen worden waardoor complexen berekeningen omtrent ammoniak, geur en fijnstof noodzakelijk zijn. Aangezien de ontwikkeling enkel de bouw van een loods betreft, veranderen de emissies van ammoniak, geur en fijnstof niet. In samenspraak met de gemeente Bergeijk is besloten om middels een partiële herziening de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In het bestemmingsplan zal geborgd worden dat ter plaatse van de vergroting geen nieuwe dierenverblijven opgericht mogen worden.

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

15

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van vee zijn de grenswaarden opgenomen in categorie C14 en D14.

Onderhavig bedrijf is gespecialiseerd in het houden van vleeskuikens welke zijn opgenomen in categorie C14 en D14. Echter, onderhavig initiatief heeft geen betrekking op het uitbreiden in het aantal dieren. De ontwikkeling betreft het vergroten van het bouwvlak t.b.v. de bouw van een loods waar geen dierenverblijven worden opgericht. Wat betreft het eerste criteria geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Deze zaken zijn uitgebreid onderzocht in het kader van onderhavige toelichting, tezamen met alle andere milieuhygiënische en planologische aspecten. Hieruit zijn geen bezwaren gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een m.e.r.

Ten aanzien van het tweede criteria inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Zoals in 4.3.2 uitgebreid uiteengezet wordt zal de ontwikkeling geen mogelijk negatief effect veroorzaken op de Natura 2000-gebieden. Er is dus geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Wel heeft er een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst en akkoord bevonden. De bijlage van het m.e.r.-besluit is als bijlage toegevoegd. Het bevoegd gezag kan gelijktijdig met het besluit op dit bestemmingsplan een besluit nemen op de vormvrije Mer-beoordeling. 4.2 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden.

De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

16

▪

4.2.1

Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

De belangrijkste aspecten zijn: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Op de kaart behorende bij deze instructieregels is het plangebied niet gelegen binnen een aanduiding, zie afbeelding 10.

Afbeelding 10: Uitsnede Waterwinning voor menselijke consumptie Iov Noord-Brabant De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

17

waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: • voldoende water voor mens, plan en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.

Afbeelding 11: Uitsnede kaart PMWP. Zoals weergegeven is in afbeelding 11 heeft het plangebied in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’ toegekend gekregen. Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding ‘gemengd landelijk gebied’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft onderhavige locatie geen aanduiding gekregen. Gezien vanuit het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen het plangebied. Gezien hetgeen hierboven beschreven dat er geen aanduiding opgenomen is op de kaarten 2 en 3 en dat op kaart 1 geen specifiek beschermingsbeleid geldt, past onderhavig initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021.

Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s. • Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); • Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

18

• • •

Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik.

Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In het Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid.

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

4.2.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelssloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelssloten. Zoals aangegeven is waterschap de Dommelde beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het plangebied. Middels de Keur van Waterschap de Dommel, welke in werking is getreden op 1 maart 2015, is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden.

Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap de Dommel schrijft voor dat voor een toename van minder dan 2.000 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn wel van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. De planlocatie is niet gelegen in een keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied. In de beoogde situatie is er een toename van circa 500 m2 verhard oppervlak. Omdat er een toename verharding is van minder dan 2.000 m² is het treffen van compenserende maatregelen niet noodzakelijk. De beoogde waterhuishouding zal ten opzichte van de bestaande waterhuishoudkundige situatie niet wijzigen. In de loods worden geen activiteiten uitgevoerd wat kan zorgen voor afvalwater. Hemelwater afkomstig van de daken van de stallen en loods inclusief erfverharding zal worden geloosd op de omliggende perceelsgronden. 4.3 Natuur Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.3.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

19

De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.

Natuur Netwerk Brabant (NNB)

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Verordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening (Iov) Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform paragraaf 3.2.3 van de Iov is binnen het plangebied geen NNB aanwezig, zie afbeelding 12. De beoogde ontwikkelingen hebben derhalve geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.

Afbeelding 12: Uitsnede kaart ‘Natuur Netwerk Brabant’, Iov Noord-Brabant

Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

20

4.3.2

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van regels. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming

Gebiedsbescherming

De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk gelegen bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is reeds beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning i.h.k.v. Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux welke is gelegen op een afstand van circa 1,6 kilometer. De uitbreiding kan mogelijk negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden.

Er zijn verschillende factoren welken kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Met name de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht zijn van toepassing bij de ontwikkeling van veehouderijen. Daarnaast kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten. De ontwikkeling betreft vergroting van het bouwvlak t.b.v. de bouw van een loods. Gezien het feit dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op 1,6 kilometer afstand is gelegen heeft de ontwikkeling geen verstorende invloed zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, optische verstoring en overige negatieve invloeden. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot een toename in het aantal dieren, waardoor verzuring ter plaatse van de gebieden niet zal toenemen. Ook in de toekomst zal ter plaatse van de loods geen nieuw dierenverblijf worden opgericht. Hierdoor leidt de beoogde ontwikkeling niet door een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden.

Bescherming van soorten

De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Toelichting bestemmingsplan Bisschop Rijthoviusdreef 1 te Riethoven

21

In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Bisschop Rijthoviusdreef dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de nieuw te realiseren loods, beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=9d212214-77d1-4d4e-a060-db6ef2fd46c3