CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting 02-0459041-01C

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Fietspad Luyksgestel - Weebosch14.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3.3 Beleid gemeente Bergeijk Het beleid van de gemeente Bergeijk sluit aan op het landelijke en provinciale beleid en op het beleid van Waterschap De Dommel. Het belangrijkste uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen geen belemmering mogen vormen voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in het deelstroomgebied. Daarnaast is het van belang dat bij inpassing wordt voorkomen dat afwenteling op andere delen van het deelstroomgebied plaatsvindt. Nieuwe rioolstelsels van enige omvang dienen als (verbeterd) gescheiden stelsel te worden uitgevoerd. Verder dient bij nieuwe ontwikkelingen hemelwater, afkomstig van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, te worden geïnfiltreerd. Hiervoor is een afkoppelkansenkaart bij de gemeente aanwezig.

4.3.4 Toetsing Locatiestudie In de huidige situatie zijn de gronden waarop het fietspad wordt gerealiseerd onverhard en in gebruik als bos, agrarische grond of privé perceel (inrit of tuin). De rijbaan van de Hoge Rijt watert af op de groene bermen aan weerszijden van de weg. Het water dat in de berm terecht komt infiltreert ter plaatse in de bodem. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) bevindt zich relatief diep onder het maaiveld. Blijkens de bodematlas van de kaartbank Brabant varieert de GHG in het plangebied. De hoogst gemeten GHG ligt op 60-80 cm onder maaiveld of dieper onder maaiveld. Blijkens de bodemtypenkaart in de kaartbank van de provincie Noord-Brabant bestaat de bodem in de Hoge Rijt met name uit fijn matig zand. Het gebied is wat dit betreft geschikt om te infiltreren. Nieuwe waterhuishoudkundige situatie Binnen het plangebied wordt aan weerszijden van de weg over een lengte van circa 1 kilometer een enkelzijdig fietspad aangelegd. Aan beide zijden van de weg heeft het fietspad een breedte van 3 meter. De toename van verharding bedraagt daarmee 6.000 m2. De benodigde compensatie kan worden berekend door de toename van het verhard oppervlak te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 meter) en met een gevoeligheidsfactor voor het betreffende gebied.

De gronden hebben een gevoeligheidsfactor van 1. De compensatieopgave per strekkende meter fietspad kan als volgt worden berekend:  Fietspad ten oosten van de Hoge Rijt 3 x 1 x 0,06 = 0,18 m3 per m1  Fietspad ten westen van de Hoge Rijt 3 x 1 x 0,06 = 0,18 m3 per m1

CroonenBuro5

23

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Voor de afwatering van het nieuwe fietspad is, overeenkomstig het beleid van waterschap en gemeente, gekozen voor infiltratie en berging ter plaatse. Tussen het fietspad en de weg wordt een zaksloot gegraven. Het water afkomstig van het fietspad loopt af naar deze zaksloten en kan van daaruit infiltreren in de bodem. Door de aanleg van de fietspaden treden geen wezenlijke veranderingen op in de waterhuishoudkundige situatie. Gelet op de bodemopbouw (matig fijn zand) en de relatief diepe ligging van het grondwater (GHG tussen 60 en 160 cm-mv) zijn de gronden geschikt voor infiltratie. De Hoge Rijt heeft een rijbaanbreedte van 6 meter en watert af aan twee zijden af. Dat betekent dat per strekkende meter weg 3 m2 verharding afwatert op de zaksloten aan zowel de oostzijde als westzijde van de weg. Vanaf het fietspad watert per strekkende meter 3 m2 af op deze sloten. Uitgaande van een maatgevende bui van 60 mm bedraagt de totale afwatering richting deze sloten na aanleg van het fietspad ((3 + 3) x 0,06) = 0,36 m3 regenwater per strekkende meter aan weerszijde van de weg. Een kleine zaksloot met een insteekbreedte van 1,5 meter, een bodembreedte van 0,5 meter en een diepte van 0,5 meter heeft een bergingscapaciteit van 0,50 m3 en heeft dus al voldoende omvang om al het hemelwater tijdens een maatgevende bui te bergen.

Daarbij is nog geen rekening gehouden met infiltratie van regenwater tijdens de bui (vanuit de zaksloot en/of het omringende maaiveld). Gelet op de goede werking van het huidige watersysteem, de bodemsamenstelling en de relatief diepe grondwaterstand kan het water afkomstig van rijbaan en fietspad prima ter plaatse worden geborgen en geïnfiltreerd via deze zaksloten. De nadere uitwerking en dimensionering van de zaksloten zal met het waterschap worden afgestemd.

4.4

Natuur

4.4.1 Algemeen De wet- en regelgeving op het gebied van natuur kent twee sporen: een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. In de Wet natuurbescherming is zowel de bescherming van soorten als de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Daarnaast zijn gronden die deel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (in Noord-Brabant bekend onder de naam Natuur Netwerk Brabant) planologisch beschermd via het provinciaal beleid. In paragraaf 3.2.3 van deze toelichting is reeds ingegaan op de ligging van delen van het plangebied in het NNB en de herbegrenzing en compensatie die hiermee samenhangen. Hierna wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan in het licht van de Wet natuurbescherming.

4.4.2 Toetsing In het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd om de uitvoerbaarheid van het initiatief in relatie tot de natuurwetgeving te beoordelen. De onderzoeksrapportage is als bijlage opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de gebiedsbescherming op de conclusies uit het rapport. Natura-2000 gebieden Het fietspad tussen Luyksgestel en Weebosch ligt op geruime afstand van Natura-2000 gebieden. Het meest dichtbijgelegen Natura-2000 gebied betreft ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ (ca 3,5 km). Het verwijderen van de huidige vegetatie, de aanleg en het gebruik van het fietspad zal enige stikstofuitstoot met zich meebrengen. Er komt namelijk stikstof vrij bij bijvoorbeeld verbrandingsmotoren in gemotoriseerd verkeer. Vanwege de aard van de activiteiten en afstand tot het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied worden geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden verwacht.

CroonenBuro5

24

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Natuurnetwerk Brabant In het plangebied is Natuurnetwerk Brabant (NNB) aanwezig. Op de beheertypekaart van de provincie is binnen het plangebied ‘Droog bos met productie’ en ‘kalk- en zandlandschappen’ aanwezig. De aanleg van het fietspad leidt op een aantal plaatsen tot vernietiging van het NNB. In paragraaf 3.2.3 is beschreven hoe hiermee om wordt gegaan. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieen voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoudt. Dit houdt in at deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Levendbarende hagedis Mogelijk is sprake van leefgebied van de levendbarende hagedis, waarvan op figuur 3.1 in de quickscan flora en fauna mogelijk een verjongingsgat is weergegeven. De aanleg van een fietspad op deze locatie leidt mogelijk tot sterfte van levendbarende hagedissen en tot het vernietigen van holen en leefgebied. De levendbarende hagedis is onder de Wnb beschermd.

Het is een algemeen voorkomende soort (zogenaamde A-soort), waarvoor in Noord-Brabant géén vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Voordat er ter hoogte van dit verjoningsgat wordt gewerkt, moet worden onderzocht of daar levendbarende hagedissen voorkomen. Volgens BIJ12 (2017) is afwezigheid van de soort voldoende aannemelijk gemaakt als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van levendbarende hagedissen na:  Drie inventarisatierondes in de maanden april en mei. Dit levert een betrouwbaarheid op van meer dan 95% over de aan- of afwezigheid van de soort. Als in de periode juni – september wordt geïnventariseerd dan zullen meer dan drie rondes plaats moeten vinden,  gehouden tijdens goede inventarisatieomstandigheden: zonnige, half bewolkte dagen met een temperatuur tussen de 12 en 20 graden Celsius en een windkracht minder dan 5 Beaufort. Het gebruik van herpetoplaatjes is niet nodig om de trefkans te vergroten. Indien blijkt dat de soort in het verjongingsgat voorkomt, dan is er een ontheffing nodig op de Wnb om het fietspad te mogen aanleggen. Vogels Vernietiging en verstoring van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.

Vleermuizen Door de eventuele kap van bomen zijn er geen aantastingen van een eventuele vaste vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen te verwachten. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Daarnaast is het voor vleermuizen aan te bevelen inlandse loofboomsoorten waar mogelijk te behouden en aan te planten (zij vormen een geschikte voedselbron voor insecten, die op hun beurt weer als voedsel voor vleermuizen kunnen dienen).

CroonenBuro5

25

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Aanvullend onderzoek levendbarende hagedis In aanvulling op de uitgevoerde quickscan is aanvullend onderzoek uitgevoerd nabij het verjongingsgat op de aanwezigheid van levendbarende hagedissen. De onderzoeksrapportage is als bijlage opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de gebiedsbescherming op de conclusies uit het rapport. Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat er geen levendbarende hagedissen aanwezig zijn in het plangebied. Het plangebied heeft dus geen functie als leefgebied voor levendbarende hagedissen. Bij de aanleg van de fietspaden hoeft er geen rekening te worden gehouden met levendbarende hagedissen.

4.4.3 Conclusies en aanbevelingen  Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën: Mogelijk komen in het plangebied grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Voor de algemeen voorkomende soorten waar het hier over gaat (zogenaamde A-soorten) geldt altijd de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.  Vogels: Vernietiging en verstoring van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.  Vleermuizen: Door de evneutle kap van bomen zijn er geen aantastingen van een eventuele vaste vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen te verwachten. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017).

Daarnaast is het voor vleermuizen aan te bevelen inlandse loofboomsoorten waar mogelijk te behouden en aan te planten (zij vormen een geschikte voedselbron voor insecten, die op hun beurt weer als voedsel voor vleermuizen kunnen dienen).

4.5

Geluid

4.5.1 Algemeen Geluidhinder kan ontstaan vanwege verschillende activiteiten, waaronder wegverkeer, railverkeer en bedrijfsactiviteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen voor de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten (zoals woningen) en de minimale geluidwering die moet worden toegepast. De Wet geluidhinder bepaalt dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een bestemmingsplan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen de geluidzone van een bestaande geluidbron (een weg, een spoorlijn of een geluidgezoneerd bedrijventerrein) of als het plan een nieuwe geluidsbron vallend onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder mogelijk maakt.

4.5.2 Toetsing Dit bestemmingsplan ziet niet op de aanleg van nieuwe wegen, maar maakt slechts de aanleg van een vrijliggend aan weerszijden van de weg mogelijk. Een fietspad valt niet onder de reikwijdte van de Wet geluidhinder. Aangezien de aanleg van het fietspad niet gepaard gaat met een verplaatsing of reconstructie van de bestaande weg, is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.

CroonenBuro5

26

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

4.6

Gemeente Bergeijk

Luchtkwaliteit

4.6.1 Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Niet in betekenende mate Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate’. Als regel geldt dat projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdragen (3% van 40 μg/m3 ofwel 1,2 μg/m3) als ‘niet in betekenende mate’ kunnen worden aange‐ merkt.

Voor deze projecten kan een toetsing aan de grenswaarden dus achterwege blijven. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Besluit gevoelige bestemmingen In aanvulling op de Wet milieubeheer en het ‘Besluit niet in betekenende mate’ geldt het Besluit gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen richt zich op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof en stikstofdioxide: met name kinderen en ouderen. Indien een ‘gevoelige bestemming’ (zoals een school, kinderdagverblijf of verzorgingstehuis) wordt gerealiseerd binnen de onderzoekszone van een rijksweg (300 meter vanaf de rand van de weg) of een provinciale weg (50 meter vanaf de rand van de weg) is altijd – ook als het initiatief ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt – een toetsing aan de grenswaarden nodig. Als blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van grenswaarden, mogen de ‘gevoelige objecten’ worden gerealiseerd binnen de onderzoekszone.

4.6.2 Toetsing Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van een fietspad aan weerszijden van een bestaande weg mogelijk. Als gevolg van de ontwikkeling vindt geen toename van fijnstof- of stikstofdioxide uitstoot plaats. Derhalve is geen sprake van een verhoging van deze stoffen. Daarmee wordt voldaan aan artikel 5.16, lid b van de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteitseisen leveren geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

CroonenBuro5

27

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

4.7 4.7.1

Gemeente Bergeijk

Bedrijfshinder (Bedrijven & milieuzonering) Algemeen Bedrijven kunnen hinder veroorzaken voor hun omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van geluidhinder, geurhinder of stofhinder. Als in een bestemmingsplan nieuwe bedrijfsactiviteiten worden toegestaan of als een nieuw gevoelig object wordt toegelaten in de omgeving van bestaande bedrijven moet worden getoetst of er sprake is van belemmeringen.

4.7.2

Toetsing Een fietspad (en het langzaam verkeer dat hiervan gebruikmaakt) is niet gevoelig voor de milieuhinder van bedrijven. (Agrarische) bedrijven in de omgeving worden dan ook niet beperkt als gevolg van de ontwikkeling. Tevens is een fietspad geen milieubelastende functie, waardoor geen sprake is van hinder voor de directe omgeving.

4.8 4.8.1

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij die activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij geldt dat de omvang van het risico bepaald wordt door de afstand, waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR-risicocontouren. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.

Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de orientatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid

CroonenBuro5

28

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

4.8.2

Toetsing Een fietspad is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object als bedoeld in de externe veiligheidswetgeving. Verkeersdeelnemers (in de auto, op de fiets, te voet of anderszins) worden niet betrokken bij de toetsing van externe veiligheid of in de berekeningen van het groepsrisico. Omdat een fietspad in het kader van externe veiligheid geen bescherming behoeft, is verdere toetsing niet noodzakelijk.

4.9 4.9.1

Archeologie en cultuurhistorie Algemeen Het grondgebied van Bergeijk kent een rijke historie, waardoor veel cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Naast een rijk archeologisch bodemarchief zijn onder andere de historische lintstructuren, de opbouw van het landschap en de aanwezigheid van monumentale en beeldbepalende gebouwen van cultuurhistorische betekenis. Gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed. Om inzicht te krijgen in de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden is door de Kempengemeenten en A2-gemeenten een gezamenlijk erfgoedplan opgesteld. Het erfgoedplan bevat een uitgebreide inventarisatie van de archeologische en cultuurhistorische (verwachtings)waarden binnen het grondgebied van de betrokken gemeenten en een aanzet voor een integraal cultuurhistorisch beleid. De Erfgoedverordening gemeente Bergeijk 2012 is op 19 april 2012 vastgesteld. Erfgoedkaart De erfgoedkaart behorende bij het erfgoedplan bestaat uit drie delen: een inventarisatiekaart (die op zijn beurt is onderverdeeld in kaarten betreffende het archeologisch, historisch en fysisch landschap en een verstoringenkaart), verwachtingen- en waardenkaarten voor archeologie en cultuurhistorie en beleidskaarten voor archeologie en cultuurhistorie.

Op de beleidskaarten zijn de inventarisatie en waardering van archeologische en cultuurhistorische elementen samengebracht en geconcretiseerd. De beleidskaarten vormen de basis voor het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuurhistorie en kunnen worden vertaald in bestemmingsplannen. Archeologische beleidskaart Op de archeologische beleidskaart, die deel uitmaakt van de erfgoedverordening, zijn de archeologische (verwachtings)waarden voor het hele gemeentelijk grondgebied in beeld gebracht. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart opgesteld. Binnen het grondgebied van de gemeente Bergeijk is een aantal terreinen met een monumentale status aanwezig en bevinden zich diverse gebieden van archeologische waarde. Daarnaast kunnen vier archeologische verwachtingszones worden onderscheiden. Ook kunnen gebieden worden aangemerkt waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Op de beleidskaart wordt onderscheid gemaakt in 7 categorieën:  categorie 1: archeologisch monument;  categorie 2: gebied van archeologische waarde;  categorie 3: gebied met hoge verwachting (historische kernen en linten);  categorie 4: gebied met hoge verwachting;  categorie 5: gebied met middelhoge verwachting;  categorie 6: gebied met lage verwachting;  categorie 7: gebied zonder archeologische verwachting.

CroonenBuro5

29

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Voor elke categorie zijn ondergrenzen vastgesteld. Voor bodemingrepen die groter zijn dan een bepaalde oppervlakte (variërend van 100 tot 25.000 m2) en dieper reiken dan een bepaalde diepte onder maaiveld (0,30, 0,40 of 0,50 meter) is archeologisch onderzoek verplicht. Binnen het plangebied komt categorie 4 (gebied met hoge verwachting), 6 (gebied met lage verwachting) en categorie 3 (historische kern) voor.

4.9.2 Toetsing archeologie Omdat in het plangebied op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid verschillende archeologische verwachtingswaarden voorkomen, is archeologisch bureauonderzoek verricht. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De gemeente Bergeijk is voornemens om langs reeds bestaande doorgaande wegen vrij liggende fietspaden aan te leggen. Bij de aanleg zal de bodemopbouw worden verstoord tot ten minste een diepte van 0,5 m –mv. Het plangebied is onderzoeksplichtig conform het vastgestelde archeologiebeleid van de gemeente Bergeijk. Het onderzoek heeft op dit moment bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek (protocol 4002) waarbij ten tijde van het opstellen van de rapportage de exacte omvang en diepte van de uit te voeren grondroeringen (nog) niet bekend is. Wel is in algemene zin bekend dat de breedte van de fietspaden tussen 3,5 tot 4,0 m zal bedragen en dat de verstoringen minimaal 0,5 m –mv diep gaan. Voor het plangebied gelden, afhankelijk van de precieze bodemopbouw, diverse archeologische verwachtingswaarden, gebonden aan specifieke locaties. Het feit dat het merendeel van het plangebied zich bevindt op kamduinen, leidt tot de verwachting dat het op die plaatsen een gunstige verblijfsplaats is geweest tijdens de Vroege Prehistorie.

Dit wordt bevestigd door de vondsten in de omgeving van vindplaatsen uit de periodes Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum. In het noordelijke deel van het plangebied geldt tevens een verwachting voor het aantreffen van sporen en resten uit de Nieuwe Tijd. Mogelijk doorsnijdt het plangebied een huisplaats uit de negentiende eeuw. Het is op basis van het historisch kaartmateriaal niet met zekerheid te bepalen of dit daadwerkelijk het geval is. Een veldtoets kan dit uitwijzen. Vervolgonderzoek Omdat er ter plaatse van de kamduinen een kans is op het aantreffen van archeologische resten uit de vroege prehistorie, wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden in een later stadium bij dit bestemmingsplan gevoegd. Bescherming via dubbelbestemming Op dit moment is niet duidelijk hoe het fietspad exact wordt aangelegd en hoe diep de bodemverstoring zal zijn. Dit is mede afhankelijk van de gekozen funderingswijze. Daarom zijn in dit bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. De dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart en zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Ter bescherming van de archeologische waarden is in de dubbelbestemmingen een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen.

De dubbelbestemmingen maken het mogelijk om als blijkt dat de ondergrens voor grondroerende werkzaamheden op (delen van) het traject wordt overschreden - archeologische begeleiding als voorwaarde aan de omgevingsvergunning te verbinden.

CroonenBuro5

30

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

4.9.3 Toetsing cultuurhistorie Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is in en direct rondom het plangebied géén sprake van cultuurhistorisch waardevol gebied, cultuurhistorische landschappen, archeologische landschappen en/of complex van cultuurhistorisch belang. Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart (zie figuur 4) is te zien dat de Hoge Rijt een lijn met redelijke hoge waarde is (gele lijn). Daarnaast is het gebied direct ten oosten van de Hoge Rijt een cultuurhistorisch ensemble (omsloten met roze rand).

Figuur 5: Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente (bron: odzob). Geel = lijn van redelijk hoge waarde. Roze omlijnde gebieden zijn cultuurhistorische ensembles. De aanleg van het fietspad aan weerszijden van de bestaande weg leidt niet tot een aantasting van cultuurhistorische waarden. De (historische) tracés van de wegen worden niet aangetast en er is geen sprake van een aantasting van het cultuurhistorische ensembles waar het fietspad langs wordt aangelegd. Er zijn uit oogpunt van cultuurhistorie daarom geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

CroonenBuro5

31

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

4.10

Gemeente Bergeijk

Kabels en leidingen

4.10.1 Algemeen In de ondergrond ligt een groot aantal kabels en leidingen. Een deel van deze leidingen is planologisch relevant, gelet op de externe veiligheidsrisico’s (bijvoorbeeld bij gasleidingen en brandstofleidingen, gereguleerd via het Besluit externe veiligheid buisleidingen) of het belang van de leidingen voor de aan- en afvoer van water of rioolwater (grotere waterleidingen en rioolpersleidingen). Ook hoogspanningslijnen vergen planologische bescherming.

4.10.2 Toetsing In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

CroonenBuro5

32

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

CroonenBuro5

33

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

5

Het bestemmingsplan

5.1

Plansystematiek Dit bestemmingsplan heeft tot doel om de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk te maken langs de Hoge Rijt, in het buitengebied van Bergeijk. Voor de systematiek en inhoud van het bestemmingsplan is aangesloten bij het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, inclusief de partiële herzieningen van 2014 en 2017. Dit betekent dat het fietspad, met inbegrip van de groene berm tussen fietspad en rijstrook, is bestemd als ‘Verkeer’. Relevante dubbelbestemmingen (zoals de dubbelbestemmingen voor archeologie) zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. De percelen waarop natuurcompensatie plaatsvindt zijn bestemd als ‘Bos’. Ook voor deze percelen zijn de relevante dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het geldende bestemmingsplan overgenomen.

5.2

Opzet van de regels Overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de regels van dit bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de bestemmingen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de in het plangebied voorkomende bestemmingen. Per bestemming is het toegestane gebruik van de gronden geregeld in de bestemmingsomschrijving en, indien nodig, in de specifieke gebruiksregels. Daarnaast zijn per bestemming bouwregels gegeven voor de bebouwing die mag worden opgericht.

Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels:  Een anti-dubbeltelregel: hierin is bepaald dat grond die is meegerekend bij het toestaan van een bouwplan, niet nogmaals kan worden meegerekend bij de beoordeling van een volgend bouwplan.  Algemene bouwregels: hierin is een regel opgenomen die bepaalt dat, indien de maatvoering van bestaande, legaal opgerichte, bouwwerken afwijkt van wat in het bestemmingsplan is toegestaan, de afwijkende maatvoering mag worden gehandhaafd.  Algemene gebruiksregels: hierin is aangegeven welk gebruik in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt.  Algemene aanduidingsregels: hierin zijn regels opgenomen voor de gebiedsaanduidingen die samenhangen met de herbegrenzing van de werkingsgebieden voor het Natuur Netwerk Brabant en het landelijk gebied in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.  Algemene afwijkingsregels: in de algemene afwijkingsregels is bepaald in welke gevallen het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken kan verlenen.

CroonenBuro5

34

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

 Overige regels: in de overige regels is geregeld dat waar in de planregels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, geduid wordt op de regelingen zoals die luiden op het tijdstip van het terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast is in de overige regels een parkeerregeling opgenomen. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel, waarin is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

De bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Bos De bestemming ‘Bos’ is opgenomen op het perceel waar de natuurcompensatie plaatsvindt. De gronden met de bestemming ‘Bos’ zijn bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos en bosgroeiplaatsen en voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke waarden, ecologische en natuurwaarden. Binnen de bestemming zijn daarnaast (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en extensief recreatief medegebruik. Binnen de bestemming ‘Bos’ mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor extensief recreatief medegebruik (zoals picknickplekken, banken en afvalbakken) worden gebouwd. Ter bescherming van de waarden van de gronden is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen, dat tot doel heeft om de (toekomstige) natuur- en landschapswaarden te beschermen. De gronden met de bestemming ‘Bos’ zijn op dit moment in agrarisch gebruik en hebben nog geen bijzondere natuur- of landschappelijke waarden. De gronden worden als compensatie voor de NNB-aantasting ingericht als natuur. De werkzaamheden die samenhangen met de eerste aanleg van natuur zijn uitgezonderd van de vergunningplicht, mits die werkzaamheden in overeenstemming zijn met het compensatieplan, dat als bijlage bij de regels is opgenomen.

Verkeer Het fietspad is, inclusief de groene berm en de bestaande rijbaan, bestemd als ‘Verkeer’. De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder (on) verharde wegen, bermen en paden. Daarnaast zijn groenvoorzieningen (waaronder wegbeplanting), water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ mogen geen gebouwen worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 meter. Daarnaast zijn vergunningvrije bouwwerken toegestaan, waaronder bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van verkeersregeling en verlichting. Omdat dergelijke bouwwerken vergunningvrij zijn, hoeft er in het bestemmingsplan geen regeling voor te worden opgenomen. In de bestemming ‘Verkeer’ wordt bij het ontwerpbestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting bepaalt dat het gebruik van het fietspad binnen de verkeersbestemming uitsluitend is toegestaan indien de compensatiegronden 3 jaar na het onherroepelijk worden zijn ingericht als natuur. Waarde – Archeologie (dubbelbestemmingen) Overeenkomstig het gemeentelijk erfgoedplan zijn verschillende dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden. Dit bestemmingsplan kent

CroonenBuro5

35

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

drie dubbelbestemmingen: ‘Waarde - Archeologie 3’, ‘Waarde - Archeologie 4.1’, en ‘Waarde Archeologie 6’. De systematiek van elke dubbelbestemming is hetzelfde, alleen de ondergrenzen zijn verschillend. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig het erfgoedplan, per dubbelbestemming.

CroonenBuro5

36

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

CroonenBuro5

37

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

6

Haalbaarheid

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

Gemeente Bergeijk

6.1.1 Kostenverhaal Als in een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk als het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door het sluiten van een anterieure overeenkomst met grondeigenaren of ontwikkelende partijen. Het aanleggen van een fietspad is geen bouwplan zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Het opstellen van een exploitatieplan of het sluiten van anterieure overeenkomsten is daarom niet aan de orde.

6.1.2 Financiële haalbaarheid Het fietspad wordt aangelegd in opdracht van de gemeente Bergeijk. In de gemeentelijke begroting is rekening gehouden met de aanleg van het fietspad. Het bestemmingsplan is financieel uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Vooroverleg en inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan is overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gestuurd naar de betrokken instanties. Het voorontwerpbestemmingsplan is daarnaast overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid is geboden tot het indienen van inspraakreacties. Er zijn vooroverlegreacties ontvangen van de provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel en de Gasunie. Waterschap de Dommel en de Gasunie hebben aangegeven geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. De provincie Noord-Brabant geeft aan dat alle inhoudelijke onderdelen als het om aantasting, fysieke compensatie en herbegrenzing van het NNB gaat mist. Er heeft daarom geen beoordeling plaatsgevonden aan de provinciale belangen. In onderhavig ontwerpbestemmingsplan is het onderwerp m.b.t. aantasting, fysieke compensatie en herbegrenzing van het NNB aangevuld en uitgewerkt. Daarnaast is een separate memo opgesteld die ingaat op de natuurcompensatie.

6.2.2 Verdere procedure Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt vervolgens de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van die procedure wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden tot het indienen van een zienswijze. Na afloop van de periode van terinzagelegging worden de zienswijzen beoordeeld en wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

CroonenBuro5

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=93dd8245-3973-43e2-a474-7baa9b596093