CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting 02-0459041-01C

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Fietspad Luyksgestel - Weebosch14.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel - Weebosch Gemeente Bergeijk

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel - Weebosch Gemeente Bergeijk

Toelichting Regels Verbeelding Schaal 1:2000 Datum: 26 februari 2021 Projectgegevens: TOE02-0459041-01A REG02-0459041-01A TEK02-0459041-01A Identificatienummer: NL.IMRO.1724.BPUflw0085-ONTW

Datum vrijgave

Opsteller(s)

Projectleider

26-02-2021

MR, RD

EB

Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout T: +31 (0)162 48 75 00 www.croonenburo5.com

Vrijgave

Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht T: +31 (0)43 325 32 23 info@croonenburo5.com

Inhoud 1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Het plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 4 4 4

2

Planbeschrijving

5

2.1 2.2 2.3 2.4

Gebiedsbeschrijving Projectbeschrijving Ruimtelijke inpasbaarheid van het fietspad Vertaling in het bestemmingsplan

5 5 6 6

3

Beleidskader

7

3.1 3.2 3.3

Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

7 8 18

4

Omgevingsaspecten

20

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

M.e.r. beoordeling Bodem Water Natuur Geluid Luchtkwaliteit Bedrijfshinder (Bedrijven & milieuzonering) Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen

20 20 22 24 26 27 28 28 29 32

5

Het bestemmingsplan

34

5.1 5.2 5.3

Plansystematiek Opzet van de regels De bestemmingen

34 34 35

6

Haalbaarheid

38

6.1 6.2

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

38 38

CroonenBuro5

1

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Gemeente Bergeijk

Quickscan natuurwetgeving, Faunaconsult, 17 juni 2020 Archeologisch bureauonderzoek, Antea Group, 19 februari 2021 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek, Antea Group, 28 september 2020 Aanvullend onderzoek levend barende hagedis, Faunaconsult, 17 augustus 2020 Inrichtingstekening ligging fietspad Luyksgestel – Weebosch Natuurcompensatie, Antea Group, 7 januari 2021

CroonenBuro5

2

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Gemeente Bergeijk

Een fietspad tussen Luyksgestel en Weebosch is een lang gekoesterde wens van zowel de gemeenteraad als de dorpsraden van Luyksgestel en Weebosch. De fietsverbinding Luyksgestel - Weebosch maakt samen met vijf andere fietsverbindingen onderdeel uit van de fietsambitie van de gemeente Bergeijk. Op 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met de ‘Fietsambitie 2019 – 2022’. Met de vaststelling van de fietsambitie is ook ingestemd met de voorkeurstracés van de zes fietsverbindingen en met de prioritering hiervan. De fietsverbinding Luyksgestel - Weebosch heeft samen met zes andere fietsverbindingen de hoogste prioriteit gekregen. Dit bestemmingsplan maakt het aanleggen van een enkelzijdig fietspad aan weerszijden van de Hoge Rijt mogelijk. De aanleg is, door de ligging buiten de huidige verkeersbestemming, niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Herziening van het bestemmingsplan is nodig om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken. In dit bestemmingsplan wordt voor het fietspad een verkeersbestemming opgenomen.

1.2

Het plangebied Het plangebied omvat een strook grond in het buitengebied van de gemeente Bergeijk met een lengte van circa 1 kilometer. De bebouwde kom borden van Luyksgestel en Weebosch vormen grofweg de noord- en zuidgrens van het plangebied, ofwel de uiteinden van de strook. Aan de oosten westzijde wordt de grens gevormd door de buitenste begrenzing van het nieuwe fietspad. Omdat een deel van het fietspad wordt aangelegd binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is natuurcompensatie nodig. De wijze van natuurcompensatie wordt in het ontwerpbestemmingsplan bijgevoegd. De compensatiegronden gaan hierbij ook deel uitmaken van het plangebied.

Ligging plangebied (Google Maps), de rode cirkels geven de uiteinden van het tracé aan. Hiertussen is het tracé gelegen.

CroonenBuro5

3

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

1.3

Gemeente Bergeijk

Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, dat op 7 juli 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is partieel herzien door vaststelling van de bestemmingsplannen ‘Herziening Buitengebied Bergeijk 2014’ (vastgesteld op 1 juli 2014) en ‘2e Herziening Buitengebied 2017’ (vastgesteld op 1 juni 2017). Het merendeel van het plangebied is bestemd als ‘Verkeer’ (bestaande weg) of ‘Bos’ (gronden direct naast de verkeersbestemming). Daarnaast zijn de agrarische gronden aan de noordwestkant van het plangebied bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden 1’. Ter plaatse gelden 3 archeologische dubbelbestemmingen: ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 4.1’ en ‘Waarde – Archeologie 6’. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – ecologische zone’ en ‘overige zone - groenblauwe mantel’. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om het fietspad planologisch-juridisch mogelijk te maken.

1.4

Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen:  een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven;  regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen zijn opgenomen;  een toelichting, waarin het initiatief is beschreven, de gemaakte keuzes zijn gemotiveerd en het plan is getoetst aan het geldende beleid en de relevante milieuaspecten. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een beschrijving van de keuzes die zijn gemaakt om tot een bestemmingsregeling te komen.

1.5

Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In dat hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding, op de bestaande situatie in het plangebied en op de aanleg van het fietspad. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief getoetst aan het relevante beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofstuk 4 beschrijft de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten en hoofdstuk 5 bevat de juridische toelichting. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.

CroonenBuro5

4

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

2

Planbeschrijving

2.1

Gebiedsbeschrijving

Gemeente Bergeijk

Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van een enkelzijdig vrijliggend fietspad aan weerszijden van de Hoge Rijt mogelijk. Deze weg ligt in het buitengebied van Bergeijk tussen de kernen Luyksgestel en Weebosch. Gezien vanaf het einde van de bebouwde kom van Luyksgestel is bos aanwezig aan weerszijden van de weg. Vlak voor het inrijden van de bebouwde kom van Weebosch ligt ten westen van de weg een (open) agrarisch perceel. Weebosch/Hoge Rijt is een 80 km/u weg en ook als zodanig ingericht. Op dit moment zijn er langs de weg geen fietspaden aanwezig. Tevens is er geen sprake van een fietssuggestiestrook op de rijbaan.

2.2

Projectbeschrijving Met de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Hoge Rijt wordt voorzien in de realisering van een missende schakel voor utilitair en recreatief fietsverkeer in het buitengebied van Bergeijk. Door de aanleg van het fietspad ontstaat een verkeersveilige en comfortabele fietsroute van Luyksgestel naar Weebosch. Het fietspad is uitgewerkt in een concrete inrichtingstekening, waarop de ligging van het fietspad en de aansluiting op de bestaande wegen/fietspaden is vormgegeven. De inrichtingstekening is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Er wordt aan weerszijden van Weebosch/Hoge Rijt een fietspad aangelegd. Deze variant (enkelzijdig fietspad aan weerszijden van de weg) is gekozen in overleg met de dorps- en kernraden, waarbij rekening is gehouden met aspecten als comfort en veiligheid en ruimtelijke inpasbaarheid. De breedte van het fietspad bedraagt aan beide kanten van de weg 3 meter. Het fietspad wordt van de rijbaan gescheiden door een groene berm van 2,5 meter breed. In deze berm is ruimte voor bijvoorbeeld een zaksloot. Daar waar sprake is van in- en uitritten wordt deze groene tussenberm onderbroken. Ter hoogte van de zijstraten/zandpaden en in- en uitritten zullen verkeersmaatregelen worden genomen om het fietsverkeer voorrang te laten hebben. Vanaf het inrijden van de bebouwde kommen van zowel Luyksgestel als Weebosch versmalt het tracé.

Hier stopt het vrijliggende fietspad en dient het fietsverkeer weer gebruik te maken van de bestaande rijbaan. Om de overgang goed te laten verlopen wordt belijning aangebracht op de weg.

CroonenBuro5

5

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Figuur 2: inrichtingstekening fietspad Luyksgestel - Weebosch (maart 2020)

2.3

Ruimtelijke inpasbaarheid van het fietspad Het nieuwe vrijliggende fietspad doorkruist – net als de weg waarlangs het wordt aangelegd – voornamelijk bosgebieden en een enkel agrarisch perceel. Daarnaast wordt ook de woonwagenlocatie aan de Hoolstraat gepasseerd. Het fietspad wordt aan beide zijden van de rijbaan evenwijdig aan de rijbaan gelegd, waardoor het extra ruimtebeslag beperkt blijft en het fietspad goed ruimtelijk inpasbaar is. Tussen het fietspad en de bestaande rijbaan komen bermen te liggen, welke ingezet kunnen worden ten behoeve van berging/infiltratie van hemelwater. Ten opzichte van de huidige situatie is sprake van een verbetering in de waterhuishouding. Het regenwater loopt in de toekomstige situatie via de verharding richting de zaksloot tussen de weg en het fietspad, waarna het verder kan infiltreren in de ondergrond. Voorheen was geen infiltratievoorziening aanwezig. Doordat het fietspad in bebost gebied wordt aangelegd is het rooien van bomen onvermijdelijk. Gelet op het belang van een verkeersveilige fietsverbinding is dit noodzakelijk. Het verlies aan natuur wordt gecompenseerd door op een andere locatie in het buitengebied. Op dit compensatieperceel wordt nieuwe natuur gerealiseerd. In paragraaf 3.2.2. is hier nader op ingegaan.

2.4

Vertaling in het bestemmingsplan Het doel van dit bestemmingsplan is de aanleg van het fietspad tussen Luyksgestel en Weebosch mogelijk te maken. De bestaande verkeersbestemming, zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ biedt geen mogelijkheden om het fietspad te realiseren. Aan weerzijde van de Hoge Rijt worden de fietspaden bestemd als ‘Verkeer’. Het gehele wegprofiel is in dit bestemmingsplan opgenomen, zo ook de bestaande weg. Om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken is het fietspad op deze plekken bestemd als ‘Verkeer’. In de planregels is bepaald dat deze gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf in de vorm van een fietspad. De groene berm die tussen het fietspad en de bestaande weg aanwezig is, is meegenomen in de verkeersbestemming, zodat nog enige flexibiliteit bestaat bij de verdere uitwerking en aanleg van het fietspad.

CroonenBuro5

6

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

Gemeente Bergeijk

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk losgelaten. Er is enkel nog sprake van een ladder voor duurzame verstedelijking, die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening.

Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. De SVIR is een structuurvisie op nationaal niveau en doet geen concrete uitspraken die van belang zijn voor dit bestemmingsplan. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die worden ingezet om de belangen te beschermen of te ontwikkelen. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

3.1.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende regeling (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd en bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Voor het plangebied gelden op grond van het Barro en de Rarro geen bijzondere regelingen waar rekening mee moet worden gehouden.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Doel van de ladder is het stimuleren van zuinig ruimtegebruik, door te komen tot een optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied en het voorkomen van leegstand. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Per 1 juli 2017 luidt de ladder, zoals opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening, als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

CroonenBuro5

7

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Een stedelijke ontwikkeling is volgens artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De aanleg van een fietspad valt niet onder dit begrip en is dus geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op dit bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet en beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De provincie streeft in de omgevingsvisie naar het creëren van meerwaarde. Het handelen van de provincie is daarom gericht op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie. Daarbij vindt de provincie het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken:  Een ‘diepe’ manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek.  Een ‘ronde’ manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit.

 Een ‘brede’ manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie zijn één basisopgave en vier hoofdopgaven benoemd. De basisopgave is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven zijn:  werken aan de Brabantse energietransitie;  werken aan een klimaatproof Brabant;  werken aan Brabant als slimme netwerkstad;  werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Svro en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De provincie is bezig met het afstemmen van het sectorale beleid op de omgevingsvisie. Dit betekent dat aan de hand van de drie manieren van kijken wordt beoordeeld welke waarden moeten worden beschermd en hoe beleid kan worden vormgegeven. Het (sectorale) beleid wordt verder uitgewerkt in programma’s en in de provinciale omgevingsverordening.

CroonenBuro5

8

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening vervangt de Verordening ruimte Noord-Brabant, de Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening water, de Verordening ontgrondingen en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven.

Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel.

Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. De gronden waarop de aanleg van het fietspad is voorzien zijn grotendeels gelegen in het NNB. Uitsluitend het noordwestelijk deel ligt in het landelijk gebied, binnen het werkingsgebied groenblauwe mantel. Ook de percelen waarop natuurcompensatie plaatsvindt zijn onderdeel van het NNB. Deze percelen zijn op dit moment in agrarisch gebruik en het NNB is hier nog niet gerealiseerd. Over (delen van) de compensatiepercelen liggen de werkingsgebieden van verschillende regels, waaronder die voor behoud en herstel van watersystemen en voor attentiezone waterhuishouding. In het geldende bestemmingsplan zijn hier beschermende regelingen aan gekoppeld. De relevante dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan.

CroonenBuro5

9

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Aanleg fietspad in landelijk gebied De Interim omgevingsverordening bevat geen specifieke regels voor de aanleg van fietspaden in het landelijk gebied. Wel zijn regels opgenomen die gelden in het geval van de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg (artikel 3.46). Hoewel de ruimtelijke impact van de aanleg van een vrijliggend fietspad aan weerszijden van een bestaande weg beperkt is, is hiermee wel sprake van de ‘wijziging van een weg’. Daarom wordt hierna getoetst aan de voorwaarden van artikel 3.46. Artikel 3.46 verkeersdoeleinden Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Lid 2 Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing: a. waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden; Er is op dit moment geen sprake van een comfortabele en verkeersveilige verbinding voor fietsers (zowel utilitair als recreatief) tussen Luyksgestel en Weebosch. Fietsers maken op grote delen van de huidige route gebruik van de rijbaan, wat – mede gelet op de beperkte breedte van de wegen – tot verkeersonveilige situaties leidt.

Aanleg van (vrijliggende) fietspaden is gewenst om zodoende het fietsverkeer tussen de dorpen in de gemeente Bergeijk en de omliggende kernen (Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Valkenswaard) te faciliteren en te stimuleren. Aanleg van een fietspad langs de Hoge Rijt tussen Luyksgestel en Weebosch is hiervan onderdeel. b. van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; Er heeft nader onderzoek naar de tracémogelijkheden plaatsgevonden. Het voorkeurstracé is gekozen uit meerdere onderzochte alternatieven en scoorde ten opzichte van de andere alternatieven het hoogst. Bij de andere alternatieven valt te denken aan fietsverbindingen via de Zwarte Bergendreef en Rijerscheweg richting Weebosch. In overleg met dorps- en kernraden en de gemeenteraad is er voor gekozen om het traject Hoge Rijt van komgrens Luyksgestel tot komgrens Weebosch als voorkeurstracé te kiezen. Deze keuze is mede gemaakt op basis van ruimtelijke inpassing, verkeersveiligheid, reistijd, sociale veiligheid en comfort. c. van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken; Verwezen wordt naar paragraaf 2.3 en 2.4 van deze toelichting.

Het fietspad wordt op zo’n manier aangelegd dat bestaande waardevolle elementen zoveel mogelijk behouden kunnen blijven en wordt parallel aan de bestaande weg gerealiseerd. Hierdoor blijft het ruimtebeslag beperkt en worden nieuwe doorsnijdingen van het landschap voorkomen. Hoewel het totale wegprofiel (rijbanen, berm en fietspad) breder wordt dan in de huidige situatie, is de ruimtelijke impact van het fietspad op het bosgebied zeer beperkt. Aanvullende maatregelen voor inpassing zijn daarom niet noodzakelijk. d. van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening. Er is geen sprake van een aan de weg gerelateerde voorziening, maar van de aanleg van een bij de weg behorend fietspad.

CroonenBuro5

10

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Lid 3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de bouw of aanleg van een parkeervoorziening. Er is geen sprake van de aanleg van een parkeervoorziening. Lid 4 In geval van samenloop met een ander werkingsgebied geldt dat het bestemmingsplan rekening houdt met de opgenomen regels. Het fietspad ligt binnen het werkingsgebied gemengd landelijk gebied, waarbinnen geen extra voorwaarden worden gesteld aan de aanleg van fietspaden. Het fietspad valt niet samen met andere werkingsgebieden waarmee rekening moet worden gehouden. Aanleg fietspad in het Natuurnetwerk Brabant Het fietspad dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt, ligt voor een groot deel (circa over een lengte van 850 meter) binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan in het NNB strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Zolang het NNB niet is gerealiseerd, zijn de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteiten toegestaan. Als ecologische waarden en kenmerken van het NNB gelden de natuurbeheertypen die zijn vastgelegd in het natuurbeheerplan. Kern van het natuurbeheerplan wordt gevormd door twee kaarten: de beheertypenkaart en de ambitiekaart. De beheertypenkaart brengt in beeld wat de actuele situatie is.

De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan. Het merendeel van het NNB dat binnen het plangebied ligt, is in het Natuurbeheerplan, op de beheertypekaart, aangemerkt als beheertype N16.03 Droog bos met productie. Een deel van het NNB binnen het plangebied is in het Natuurbeheerplan op de beheertypekaart aangemerkt als N01.04 Zand- en kalklandschap (linker figuur 3). Op de ambitiekaart is het beeld ietwat gewijzigd: grofweg is daar het NNB dat ten oosten van de rijbaan ligt aangewezen als N16.03 Droog bos met productie. Het NNB dat ten westen van de rijbaan ligt is op de ambitiekaart aangewezen als N01.04 Zand- en kalklandschap (zie rechter figuur 3).

Figuur 3: de linker figuur geeft de beheertypekaart weer van het Natuurbeheerplan, de rechterfiguur geeft de ambitiekaart weer. (tussen de rode cirkels ligt het tracé van het fietspad) Op grond van artikel 3.18 van de Interim omgevingsverordening zijn binnen het NNB slechts zeer beperkt nieuwe ontwikkelingen toegestaan, in de vorm van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik. De aanleg van het fietspad

CroonenBuro5

11

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

gaat gepaard met aantasting van het NNB, doordat in een smalle strook langs de weg bomen moeten worden gekapt en er dus sprake is van oppervlakteverlies van het NNB. Op grond van artikel 3.17 van de Interim omgevingsverordening is een ontwikkeling in zo’n geval alleen mogelijk als herbegrenzing van het NNB plaatsvindt. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid voor kleinschalige herbegrenzing, zoals opgenomen in artikel 3.21 van de Interim omgevingsverordening. Hierna wordt getoetst aan de voorwaarden die hiervoor gelden. Artikel 3.21 kleinschalige herbegrenzing Lid 1 Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; Hoewel sprake is van twee stroken grond met beide een lengte van circa 850 meter om het fietspad aan te leggen in het NNB, is de breedte beperkt (gemiddeld ca. 4,5 meter). Het oppervlakteverlies bedraagt 7.629 m2, wat gelet op de omvang van de bospercelen aan weerszijden van de Hoge Rijt een beperkte aantasting is. b. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; De aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB blijft beperkt tot twee smalle stroken direct langs bestaande wegen.

In deze stroken wordt een fietspad aan weerszijden van de weg aangelegd, waardoor sprake is van oppervlakteverlies van het NNB. In relatie tot de omvang van de bosgebieden is het oppervlakteverlies zeer beperkt. De bosgebieden en de ecologische waarden worden niet of nauwelijks aangetast door de aanleg van het fietspad. Uit de onderzoeken flora en fauna (zie paragraaf 4.4) is gebleken dat er geen streng beschermde dier- of plantensoorten voorkomen in het plangebied. Aangezien het fietspad langs een bestaande weg worden aangelegd, is bovendien geen sprake van nieuwe doorsnijdingen van de bosgebieden. Er is dan ook geen sprake van een wezenlijke aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB in het gebied. c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; Het oppervlakteverlies aan NNB wordt gecompenseerd overeenkomstig de regels van artikel 3.22 van de Interim omgevingsverordening, waarbij een oppervlaktetoeslag van 2/3 wordt toegepast. De compensatie vindt plaats op één perceel van 1,3 hectare tussen de bosgebieden stevensbergen en Venakkerbosch, binnen nog niet gerealiseerde NNB. Daarmee is sprake van een kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB als geheel. In figuur 4 is de globale ligging van het perceel weergegeven.

CroonenBuro5

12

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Figuur 4:Globale weergave ligging compensatieperceel d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; Er heeft nader onderzoek naar de tracémogelijkheden plaatsgevonden. Het voorkeurstracé is gekozen uit meerdere onderzochte alternatieven en scoorde ten opzichte van de andere alternatieven het hoogst. Bij de andere alternatieven valt te denken aan fietsverbindingen via de Zwarte Bergendreef en Rijerscheweg richting Weebosch. In overleg met dorps- en kernraden en de gemeenteraad is er voor gekozen om het traject Hoge Rijt van komgrens Luyksgestel tot komgrens Weebosch als voorkeurstracé te kiezen. Deze keuze is mede gemaakt op basis van ruimtelijke inpassing, verkeersveiligheid, reistijd, sociale veiligheid en comfort. e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; Verwezen wordt naar paragraaf 2.4 en 2.5 van deze toelichting. Het fietspad wordt op zo’n manier aangelegd dat bestaande waardevolle elementen zoveel mogelijk behouden kunnen blijven en wordt parallel aan de bestaande weg aangelegd. Hierdoor blijft het ruimtebeslag zo beperkt mogelijk. Hoewel het totale wegprofiel (rijbanen, berm en fietspad) breder wordt dan in de huidige situatie, is de ruimtelijke impact van het fietspad beperkt. Aanvullende maatregelen voor inpassing van het fietspad zijn daarom niet noodzakelijk.

In verhouding tot het de omvang van de bosgebieden aan weerszijden van de weg en het fietspad, is het oppervlakteverlies als gevolg van realisatie van het fietspad beperkt. Het overgrote deel van het bosgebied blijft behouden. Aangezien het overgrote deel van het bosgebied behouden blijft, is een goede landschappelijke inpassing van het fietspad hier verzekerd. f. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22 Compensatie; Het verlies aan NNB wordt fysiek gecompenseerd overeenkomstig artikel 3.22 en 3.23 van de Interim omgevingsverordening. In de volgende paragraaf wordt hier aandacht aan besteed. g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Verwezen wordt naar het gestelde onder e. Het treffen van aanvullende maatregelen (en de monitoring daarvan) is in dit geval niet noodzakelijk.

CroonenBuro5

13

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Compensatie Natuur Netwerk Brabant Artikel 3.22 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat compensatie van het verlies aan NNB naar keuze plaats kan vinden door fysieke of financiële compensatie. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. In dit geval is sprake van de vernietiging van NNB met het beheertype N16.03 Droog bos met productie en een klein deel N01.04 Zand- en kalklandschap. Hiervoor kan worden uitgegaan van een ontwikkeltijd tussen de 25 en 100 jaar, wat leidt tot een toeslag van 2/3 in oppervlak. In dit bestemmingsplan wordt binnen het NNB 7.629 m2 bestemd als ‘Verkeer’. Rekening houdend met een toeslag van 2/3 bedraagt de compensatie-opgave voor het verlies aan NNB 12.740 m2. Locatie voor compensatie Op grond van artikel 3.23 van de Interim omgevingsverordening dient fysieke compensatie plaats te vinden in niet gerealiseerde delen van het NNB of in niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Ten behoeve van de compensatie voor het verlies van NNB wordt één deel van een perceel in het iet gerealiseerde NNB ingericht als natuur. Het betreft 1,3 hectare van het 3 hectare grootte perceel F1475. Het perceel kent in de huidige situatie een agrarische gebruik en is nog niet ingericht als NNB.

Het totale compensatieperceel heeft een totale omvang van 1,3 hectare. Hiermee is sprake van meer dan voldoende compensatie voor het verlies aan NNB langs de Weebosch/ Hoge Rijt.

Figuur 5: Aanduiding NNB-gebieden die nog niet ingericht zijn en door de gemeente zijn aangewezen als mogelijke invulling voor de compensatie-opgave (roze gebieden). Het bruine vlak geeft een mogelijke invulling van de compensatie weer, dit vlak bedraagt circa 1,3 ha. Bron ondergrond: PDOK via QGIS, 2020.

CroonenBuro5

14

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Inrichting voor natuur Door Antea Group is op 7 januari 2021 een memo opgesteld t.b.v. de natuurcompensatie. Memo natuurcompensatie is bijgevoegd als bijlage bij dit bestemmingsplan. Hierna wordt ingegaan op de inhoud van de memo. De totale compensatieopgave bedraagt circa 1,3 hectare. Deze opgave kan worden ingevuld als fysieke compensatie of als financiële compensatie. De voorkeur gaat uit naar fysieke compensatie. De fysieke compensatie is gericht op de ontwikkeling van natuurwaarden die vergelijkbaar zijn met de waarden op de locatie van de ingreep. De compensatielocatie betreft het perceel LGT00 F 1475 te Luyksgestel (gemeente Bergeijk). De uitwerking van de compensatieopgave vindt plaats in het voorgenoemde perceel. Het perceel zal vanaf de noordzijde ingericht worden als bos. Het perceel ligt in een overwegend bosachtige omgeving. Ten noorden van de potentiële compensatiegrond is een berkenbos aangeplant. Meer noordelijk bevindt zich bos met voornamelijk grove den, zomereik en berk. Dit bos is veelal in ‘blokken’ aangeplant, waarbij steeds één van deze genoemde soorten het blok domineert. Gezien de ligging, zou bij inrichting als nieuw bos de samenhang met de omliggende bosgebieden worden versterkt. Wanneer het perceel vanaf de noordzijde wordt ingericht, sluit dit vanuit ecologisch opzicht het best aan bij de reeds aanwezige landschapsstructuren (het bosgebied).

Figuur 6. Impressie perceel LGT00 F 1475 (noordzijde perceel). De foto is genomen vanaf de noordoostelijke hoek van het perceel. Datum: 25 november 2020.

CroonenBuro5

15

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Voorbereiding compensatieperceel Het huidige gebruik van het perceel dient te worden beëindigd, waarna het wordt voorbereid op de aanplant van bosplantsoen. Voor bosaanplant wordt aanbevolen de plantstroken of -plekken te ploegen of te frezen, zodat het plantsoen in het eerste jaar na aanplant geen ernstige concurrentie ondervindt van bijvoorbeeld een dichte grasmat. Inrichting en beheer Conform de Interim Omgevingsverordening dient de alternatieve locatie overwegend dezelfde functie te vervullen (zoals bedoeld in artikel 3.23 lid 4). Daarom wordt het compensatiegebied ingericht als ‘bos’. De inrichting wordt afgestemd op de boomsoorten die behoren bij de beheertypen ‘N16.03 Droog bos met productie’ en ‘N01.04 Zand- en kalklandschap’. Inrichting – bosaanleg De bosaanplant dient plaats te vinden met 3-jarig plantsoen van een autochtone herkomst. Het sortiment van de bosaanplant wordt (conform de soortensamenstelling van dennen-, eikenen beukenbos) samengesteld uit de volgende boomsoorten:  Eiken;  Dennen;  Beuken;  Berken;  Lijsterbes;  Ratelpopulier  Vuilboom. Variatie in het bos door de aanwezigheid van bijvoorbeeld open plekken, dode bomen en een goed ontwikkelde bosrand is van belang voor diverse faunagroepen zoals broedvogels, dagvlinders en zoogdieren. Daarnaast is voor een zand- en kalklandschap o.a.

de aanwezigheid van natuurlijke successie, de variatie aan levensgemeenschappen en de turnover kenmerkend in deze levensgemeenschappen. Beheer Het beheer van het bos na aanplant bestaat uit de volgende ingrepen:  0 – 2 jaar na aanplant: check op eventuele overwoekering van de aanplant door opslag van grassen en kruiden. Bij overwoekering: uitmaaien van de stroken tussen de plantrijen;  1-5 jaar: check op opslag van berken die kan leiden tot verdrukking van de aangeplante boomsoorten. Bij te massale opslag: terugzetten met bosmaaier van de concurrerende berkenopslag;  Na 10 jaar: terugzetten van de aanplant in de bosrandzone;  Na 15 jaar: terugzetten van zuidelijke buitenste beplanting in de randzone. Eigendom en beheerorganisatie De compensatielocatie is momenteel eigendom van de gemeente Bergeijk. Met het oog op duurzame instandhouding als natuurperceel dient het eigendom en beheer te worden ondergebracht bij een terreinbeherende organisatie. Gezien de locatie lijkt aansluiting op de eigendomssituatie van de naastgelegen bospercelen voor de hand te liggen.

CroonenBuro5

16

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Procedure grenswijziging Artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening omschrijft de procedure die moet worden gevolgd om de grenzen van werkingsgebieden te wijzigen. Het voornemen om een verzoek te doen voor de wijziging van de begrenzing van het NNB maakt onderdeel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan. Een verzoek om aanpassing van de begrenzing wordt na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ingediend bij Gedeputeerde Staten en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Gedeputeerde Staten beslissen vervolgens binnen vier weken na ontvangst van het verzoek over de grenswijziging. Het bestemmingsplan wordt pas vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing. Indien Gedeputeerde Staten beslissen overeenkomstig het verzoek van het college van burgemeester en wethouders, wordt de kaart van de Interim omgevingsverordening aangepast. Om de Interim omgevingsverordening exact in overeenstemming te kunnen brengen met de verzochte nieuwe begrenzing, moeten in het ontwerpbestemmingsplan gebiedsaanduidingen worden opgenomen die kunnen worden overgenomen op de kaart van de Interim omgevingsverordening.

De aanduidingen hebben in het bestemmingsplan geen juridische betekenis, maar dienen uitsluitend voor de aanpassing van de verordening. Omdat de aanduidingen overbodig zijn nadat Gedeputeerde Staten een besluit hebben genomen omtrent de grenswijziging, kunnen ze bij de vaststelling van het bestemmingsplan vervallen. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen:  overige zone – in Interim omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant;  overige zone – in Interim omgevingsverordening ruimte toe te voegen Landelijk gebied;  overige zone – vanwege natuurcompensatie te realiseren natuur.

3.2.3 Bescherming van houtopstanden Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming heeft de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet vervangen. De provincie Noord-Brabant, die bevoegd gezag is voor veel onderdelen van de Wet natuurbescherming, heeft in de Interim omgevingsverordening regels opgenomen voor natuurbescherming. De Interim omgevingsverordening bevat regels voor soortbescherming, voor de bescherming van Natura 2000-gebieden en voor de bescherming van bossen of andere houtopstanden. De gevolgen van dit bestemmingsplan voor beschermde soorten en Natura 2000-gebieden zijn onderzocht door middel van flora- en faunaonderzoek (zie paragraaf 4.4). Hierna wordt ingegaan op de bescherming van bossen en andere houtopstanden. Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming bevat regels voor houtopstanden, hout en houtproducten. Artikel 4.2 bepaalt dat het niet is toegestaan om houtopstanden buiten de bebouwde kom groter dan 10 are (1.000 m2) of bestaande uit rijbeplanting van minimaal 20 bomen te vellen zonder voorafgaande melding bij Gedeputeerde Staten. Indien houtopstanden worden geveld, moeten de gronden binnen drie jaar na het vellen worden herbeplant of dient (na ontheffing van Gedeputeerde Staten) op een andere locatie herbeplanting plaats te vinden.

Het doel hiervan is het areaal bos en houtopstanden te beschermen Provinciale Staten kunnen bij verordening geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de herplantplicht. In de Interim omgevingsverordening zijn in paragraaf 2.6.3 regels opgenomen voor de bescherming van houtopstanden. In artikel 2.6.2 van de verordening is bepaald dat het verbod om houtopstanden te vellen en de herplantplicht niet gelden voor ‘houtopstanden in verband met het realiseren van een werk overeenkomstig een onherroepelijk bestemmingsplan of provinciaal inpassingsplan waarvoor reeds een planologische compensatie is vereist’. Het doel van deze regeling is dubbele compensatie te voorkomen, doordat zowel voor het verlies van NNB als voor het verlies

CroonenBuro5

17

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

van bosareaal moet worden gecompenseerd. In dit geval wordt ten behoeve van de herbegrenzing van het NNB al voorzien in planologische compensatie (zie paragraaf 3.2.3). Op grond van de Interim omgevingsverordening is (extra) compensatie voor het verlies aan bosareaal daarom niet aan de orde.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Bergeijk Op 3 juni 2010 is de Structuurvisie Bergeijk ‘Leven en beleven tussen bossen, beken en boerenland’ vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie is een actualisatie van de StructuurvisiePlus uit 2004. In de structuurvisie is het lokale, regionale en nationale beleid vertaald en zijn plannen uit de tussenliggende periode opgenomen. Daarnaast is de structuurvisie geconcretiseerd in de vorm van een projectenplan. De Structuurvisie bestaat uit twee delen. Deel A betreft het Ruimtelijk Casco, waarin de toekomstvisie voor de gemeente Bergeijk is opgenomen. Deze visie formuleert het ontwikkelingskader voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete plannen en projecten. In het projectenplan (deel B) is het ruimtelijk programma voor de korte en middellange termijn benoemd. Daarnaast is aangegeven welke concrete projecten en plannen op korte termijn richting uitvoering worden gebracht en op welke wijze dat zal gebeuren. Het projectenplan wordt periodiek geactualiseerd. Ruimtelijk Casco Het Ruimtelijk Casco bestaat uit een kaartbeeld en een toelichting, waarbij de toelichting kan worden beschouwd als een uitgeschreven legenda. Op basis van een integrale analyse die is gebaseerd op de lagenbenadering zijn in het Ruimtelijk Casco ruimtelijke keuzes gemaakt voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Bergeijk.

De strategie voor de infrastructuur is erop gericht de bestaande infrastructuur te handhaven en te optimaliseren en alleen indien strikt noodzakelijk nieuwe infrastructuur toe te voegen. Het in stand houden en in beperkte mate uitbreiden van de hoofdverbindingen is van essentieel belang voor de bereikbaarheid van de kernen. Op lokaal niveau wil de gemeente komen tot de oplossing van enkele knelpunten in de verkeersafwikkeling. Het weren van sluipverkeer, het verbeteren van de bereikbaarheid van het westelijk deel van Bergeijk en het vergroten van de verkeersveiligheid zijn daarbij de belangrijkste doelstellingen. Fietsverkeer en openbaar vervoer spelen een belangrijke rol bij het bieden van een betrouwbare reistijd van deur tot deur. De gemeente Bergeijk kent een grote prioriteit toe aan fietsverkeer en het beter toegankelijk maken van bushaltes en aanpassing/uitbreiding van het openbaar vervoer. De kwaliteit, het comfort en de veiligheid van de fietsroutes zijn belangrijk, zeker omdat routegebonden vormen van recreatie (naast fietsen ook wandelen en paardrijden) van belang zijn voor de recreatieve en toeristische betekenis van de gemeente. Projectenplan Het projectenplan bevat een programmatische keuze voor diverse thema’s.

Daarnaast is aangegeven waar het programma wordt gerealiseerd en hoe het uitvoeringstraject (koppeling tussen grondbeleid en ruimtelijke ontwikkeling en inzet van Wro-instrumenten) eruit ziet. Tenslotte is een projectenoverzicht opgenomen met projecten en maatregelen die de gemeente ter uitvoering van het structuurvisiebeleid wil oppakken. In het projectenplan is een aantal maatregelen voor het fietsverkeer opgenomen, waaronder de aanleg van een aanliggend of vrijliggend fietspad langs de weg tussen Luyksgestel en Weebosch.

CroonenBuro5

18

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Relevantie voor het bestemmingsplan In de structuurvisie is de verbetering van de (fiets)infrastructuur in het buitengebied als doelstelling opgenomen. In het projectenplan is de aanleg van een fietspad tussen Luyksgestel en Weebosch expliciet benoemd. Door realisering van het fietspad wordt uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de structuurvisie.

3.3.2 Dorpenontwikkelingsplan Op 23 oktober 2006 is het Dorpenontwikkelingsplan ‘Bergeijk, kernen in ontwikkeling’ vastgesteld. In 2009 is het DOP omgevormd naar een iDOP (integraal Dorpenontwikkelingsplan) door per kern een sociale paragraaf op te stellen met daarin de gewenste sociaal-culturele ontwikkeling. Deze sociale paragraaf vormt per kern tevens een beknopte actualisatie van het DOP. Zowel het DOP als de iDOP’s zijn opgesteld in nauwe samenwerking met bewoners van de kernen in de gemeente Bergeijk. In het iDOP zijn de gemeentelijke ambities op het gebied van wonen en leefbaarheid binnen de kernen verwoord. Het hoofdthema is de leefbaarheidsbevordering in de gemeente Bergeijk, uitgesplitst in een visie op wonen en een visie op leefbaarheid. De belangrijkste doelstellingen zijn:  het zoveel mogelijk voorzien in de eigen woningbehoefte van de inwoners van Bergeijk;  het bevorderen van de sociale cohesie en zelfredzaamheid van de burger;  Het verbeteren van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Relevantie voor het bestemmingsplan Eén van de doelstellingen uit het DOP en de iDOP’s is het verbeteren van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid. De realisering van een vrijliggend fietspad tussen de kernen Luyksgestel en Weebosch draagt hieraan bij en past dus binnen het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in het DOP en de iDOP’s.

3.3.3 Gemeentelijke Visie Mobiliteit De Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022 is op 22 november 2018 vastgesteld door de gemeenteraad en is de opvolger van de Gemeentelijk Visie Mobiliteit 2015-2018. In de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019–2022 is hoog ingezet op het thema fiets. Naast de voorgenomen realisatie van de fietspaden uit de Gebiedsimpuls van de N69 is ingestemd met de Fietsambitie. Hiermee wordt de komende jaren ingezet op het realiseren van verschillende fietspaden/fietsverbindingen in de gemeente Bergeijk. Met de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022 wordt gestreefd naar het verbreden van de huidige fietsverbindingen, het verbeteren van het fietscomfort en het realiseren van nieuwe fietsverbindingen. Relevantie voor het bestemmingsplan Aanleg van een vrijliggend fietspad tussen Luyksgestel en Weebosch past naadloos in het beleid zoals opgenomen in de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022. Door aanleg van het fietspad is sprake van een verbetering van de verkeersveiligheid, het fietscomfort en de bereikbaarheid en wordt fietsverkeer gestimuleerd.

CroonenBuro5

19

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

4

Omgevingsaspecten

4.1

M.e.r. beoordeling

4.1.1

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht: ‐ in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan een m.e.r. verplicht is; ‐ in onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling).

De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.beoordeling. Voor deze toets wordt veelal de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.

4.1.2

Toetsing De aanleg van een fietspad komt niet voor op de C- of D-lijst van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De lijsten kennen wel een categorie voor de uitbreiding van wegen (categorie C1.3 en categorie D1.2), maar die categorie ziet uitsluitend op de wijziging of uitbreiding van wegen bestaande uit vier of meer rijstroken, of op de verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken. De aanleg van een fietspad valt dus niet onder een categorie die is opgenomen in de C- of D-lijst, zodat het opstellen van een m.e.r. of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.

4.2 4.2.1

Bodem Algemeen Voor iedere functie- of bestemmingswijziging, al dan niet naar een gevoelige functie, dient onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit. De miliehygiënische kwaliteit van de bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. De gemeente Bergeijk heeft in juli 2014 een bodemkwaliteitskaart (inclusief onderbouwing/toelichting) en een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld. De bodemkwaliteitskaart wordt onder meer gehanteerd als bewijsmiddel bij ruimtelijke ontwikkelingen (bestemmingsplanherzieningen en omgevingsvergunningen). Hierbij geldt dat de locatie waar een ruimtelijke ontwikkeling is gepland, niet verdacht mag zijn en/of niet negatief mag zijn beïnvloed door een puntbron. Dit moet worden vastgesteld door minimaal het uitvoeren van een (historisch) vooronderzoek.

CroonenBuro5

20

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

4.2.2

Gemeente Bergeijk

Toetsing In het plangebied is een verkennend bodemonderzoek, inclusief enkele aanvullende boringen, verricht om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. De onderzoeksrapportage is als bijlage opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de conclusies uit het rapport. Op basis van het vooronderzoek blijkt dat de weg aanliggend aan de onderzoekslocatie deels wordt getypeerd als zinkassenweg. Op en rondom de onderzoekslocatie zijn daarnaast enkele verdachte bedrijfsactiviteiten aanwezig geweest. Zover bekend hebben deze activiteiten niet geleid tot bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandige bovengrond (tot 0,50 m -mv.) op meerdere locaties sterk verhoogde gehalten aan PAK zijn gemeten. In een enkele boring is een sterk verhoogd gehalte aan zink gemeten in de bovengrond. De overige onderzochte stoffen zijn niet tot slechts licht verhoogd gemeten. Ter plaatse van de sterke zink verontreiniging is aanvullend onderzoek verricht. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de omringende boringen hooguit licht verhoogde gehalten aan zink zijn gemeten. Vermoedelijk betreft het hier een zogenaamde “spot”. Op basis van de huidige gegevens is berekend dat een totaal bodemvolume van ca. 5 m3 grond sterk verontreinigd is met zink. Er is derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging ( > 25m3 sterk verontreinigde grond). Gezien de werkdiepte zich beperkt tot 0,5 m -mv. is de ondergrond niet uitvoerig onderzocht. Uit de aanvullende onderzoeksresultaten van de ondergrond blijkt dat ook in de bodemlaag 0,501,00 m -mv. licht tot matig verhoogde gehalten aan PAK voorkomen. Ter plaatse van het sterk verhoogde gehalte aan zink in de bovengrond is in de ondergrond slechts een licht verhoogd gehalte gemeten. In het opgeboorde materiaal is in een tweetal boringen sporadisch puin of beton aangetroffen.

Conform de NEN 5725 (bijlage A) blijft de aanname ‘onverdacht’ zoals gesteld in het vooronderzoek van kracht omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodem belastende activiteiten en geen asbesthoudend materiaal aanwezig is.

Grond (civieltechnisch) De zandige boven- en ondergrond voldoet indicatief aan de eisen voor zand in aanvulling of ophoging. De zandige boven- en ondergrond voldoet indicatief niet aan de eisen voor zand in zandbed. De zandige boven- en ondergrond voldoet indicatief niet aan de eisen voor draineerzand.

Conclusies en aanbevelingen De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' wordt aanvaard, vanwege de aangetroffen licht tot sterk verhoogde gehalten aan PAK en zink in de boven- en ondergrond. De matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK in de bovengrond vertonen een sterk heterogeen verspreidingsbeeld. In het verleden werd vaak teer (PAK) gebruikt in asfalt. Een mogelijk bron van het aantreffen van PAK verontreiniging kan het toegepaste teer in het asfalt zijn. Op basis van de bekende gegevens staat niet vast of de weg teerhoudend asfalt bevat. Het sterk verhoogde gehalte aan zink is vermoedelijk het resultaat van de toegepaste zinkassen als wegfundatie. Gezien het sterk heterogene karakter van de aanwezige PAK verontreiniging wordt het niet zinvol geacht deze verontreiniging tot in detail nader te onderzoeken. Het is aannemelijk dat de PAK

CroonenBuro5

21

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

verontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft (> 25 m3 sterk verontreinigde grond). De sterk met PAK verontreinigde grond dan ook als een enkel geval van ernstige bodemverontreiniging worden beschouwd. Het wordt aanbevolen om in overleg met het bevoegd gezag een saneringsplan of BUS-melding op te stellen ter voorbereiding op de toekomstige werkzaamheden. Ter plaatse van de sterke zink verontreiniging wordt, indien noodzakelijk, aanbevolen de spot verontreiniging te ontgraven in combinatie met de PAK verontreiniging. De uitgekomen sterk verontreinigde grond dient te worden afgevoerd naar een gecertificeerd verwerker.

4.3

Water

4.3.1 Algemeen Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om een waterparagraaf op te stellen, waarin de resultaten van de watertoets worden opgenomen. In de waterparagraaf wordt verwoord hoe er in het plan rekening is gehouden met het aspect water, in relatie tot het waterbeleid en de waterhuishouding.

4.3.2 Beleid en regelgeving Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Het beleid van het waterschap is gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water, gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van schoon en verontreinigd water. Het beleid is opgenomen in het Water-beheerplan 2016-2021 ‘Waardevol Water’. Het waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van het waterschap binnen de planperiode. Omdat de wateropgaven feitelijk niet veranderd zijn, zijn de thema’s in het waterbeheerplan hetzelfde als de thema’s in het waterbeheerplan 2010-2015. De vijf waterthema’s zijn:  Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied, onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen.  Voldoende water: voor zowel de natuur als de landbouw is het van belang dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarom reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater.  Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren.  Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen.  Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik.

Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitvoeren van een watertoets verplicht. Het Waterschap heeft de Handreiking Watertoets 2015 opgesteld, waarin is aangegeven welke onderdelen deel kunnen uitmaken van de waterparagraaf. Voor de verwerking van hemelwater hanteert het waterschap een voorkeursvolgorde: hergebruik - vasthouden/infiltreren - bergen en afvoeren - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar de riolering. De regels omtrent de waterhuishuishouding zijn opgenomen in de Keur 2015. Samen met de legger vormt de Keur het juridisch instrumentarium van het Waterschap. In de Keur zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot compensatiemaatregelen in het geval van een toename van het verhard oppervlak. Daarnaast zijn in de Keur gebods- en verbodsregelingen opgenomen die betrekking hebben op handelingen in en rond watergangen en waterkeringen die zijn opgenomen op de legger.

CroonenBuro5

22

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Luyksgestel – Weebosch

Gemeente Bergeijk

Regels voor toename verhard oppervlak In het geval van een toename van het verhard oppervlak dient te worden voldaan aan de regels die het waterschap hieraan stelt. Op grond van artikel 3.6 van de Keur van het waterschap is het verboden om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppeling van bestaand verhard oppervlak tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. In de ‘Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015’ is in artikel 15 een vrijstelling van dit verbod opgenomen: er is geen vergunning nodig als de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 bedraagt, als minder dan 10.000 m2 bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld of als de toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 en 10.000 m2 bedraagt en compenserende maatregelen zijn getroffen in de vorm van een bergings-/infiltratievoorziening. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2 is een vergunning benodigd en geldt de ‘Beleidsregel afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’ (artikel 13 van de ‘Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater Keur waterschap De Dommel 2015’).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=93dd8245-3973-43e2-a474-7baa9b596093