CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE02-0254322-01D.pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: RV vaststelling bestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat16.903 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.3.3

Gemeentelijke Visie Mobiliteit De Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2015-2018 is op 24 september 2015 vastgesteld door de gemeenteraad en is de opvolger van het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan 2009-2015. In de raadsvergadering van 22 november 2018 heeft de gemeenteraad ingestemd met de actualisatie van de Gemeentelijke Visie Mobiliteit, waarmee de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019–2022 is vastgesteld. In de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019–2022 is hoog ingezet op het thema fiets. Naast de voorgenomen realisatie van de fietspaden uit de Gebiedsimpuls van de N69 is ingestemd met de Fietsambitie. Hiermee wordt de komende jaren ingezet op het realiseren van verschillende fietspaden/fietsverbindingen in de gemeente Bergeijk. Met de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022 wordt gestreefd naar het verbreden van de huidige fietsverbindingen, het verbeteren van het fietscomfort en het realiseren van nieuwe fietsverbindingen.

CroonenBuro5

20

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Relevantie voor het bestemmingsplan Aanleg van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat past naadloos in het beleid zoals opgenomen in de Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022. Door aanleg van het fietspad is sprake van een verbetering van de verkeersveiligheid, het fietscomfort en de bereikbaarheid en wordt fietsverkeer gestimuleerd.

CroonenBuro5

21

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

CroonenBuro5

22

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

4

Milieuhygiënische en planologische aspecten

4.1

M.e.r.-beoordeling

4.1.1

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht:  in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan een m.e.r. verplicht is;  in onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling).

De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.beoordeling. Voor deze toets wordt veelal de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.

4.1.2

Toetsing De aanleg van een fietspad komt niet voor op de C- of D-lijst van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De lijsten kennen wel een categorie voor de uitbreiding van wegen (categorie C1.3 en categorie D1.2), maar die categorie ziet uitsluitend op de wijziging of uitbreiding van wegen bestaande uit vier of meer rijstroken, of op de verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken. De aanleg van een fietspad valt dus niet onder een categorie die is opgenomen in de C- of D-lijst, zodat het opstellen van een m.e.r. of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen Voor iedere functie- of bestemmingswijziging, al dan niet naar een gevoelige functie, dient onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit. De miliehygiënische kwaliteit van de bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. De gemeente Bergeijk heeft in juli 2014 een bodemkwaliteitskaart (inclusief onderbouwing/toelichting) en een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld. De bodemkwaliteitskaart wordt onder meer gehanteerd als bewijsmiddel bij ruimtelijke ontwikkelingen (bestemmingsplanherzieningen en omgevingsvergunningen). Hierbij geldt dat de locatie waar een ruimtelijke ontwikkeling is gepland, niet verdacht mag zijn en/of niet negatief mag zijn beïnvloed door een puntbron. Dit moet worden vastgesteld door minimaal het uitvoeren van een (historisch) vooronderzoek.

4.2.2

Toetsing In het plangebied is een verkennend bodemonderzoek verricht om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen.1 De onderzoeksrapportage is als bijlage opgenomen. 1

Verkennend bodemonderzoek Fietspaden Bergeijk e.o., Antea Group, 3 juni 2019

CroonenBuro5

23

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Het onderzoek is verricht voor gronden langs de Heuvel/Dorpsstraat (traject A in het onderzoek), voor gronden langs de Schoolstraat (traject B) en voor gronden langs de Broekhovenseweg (traject C en D). Tijdens het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten in het onderzoeksgebied. Ook wordt niet verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit negatief hebben beïnvloed. Op basis van het vooronderzoek is daarom uitgegaan van een onverdachte lijnvormige locatie. Omdat de trajecten B, C en D geen deel uitmaken van dit bestemmingsplan wordt hierna specifiek ingegaan op de resultaten voor traject A. Op traject A zijn 24 boringen geplaatst. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot de maximaal geboorde diepte van 1 m-mv hoofdzakelijk uit zand bestaat. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn er geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Analytisch zijn er maximaal licht verhoogde gehalten aan cadmium, zink en PAK aangetoond. De verhoogde gehalten aan cadmium en zink kunnen gerelateerd worden aan de veelvoorkomende verhogingen met zware metalen in de regio als gevolg van zinkassenwegen.

De verhogingen met PAK zijn vermoedelijk veroorzaakt door de situering van de boorpunten relatief dicht op de weg. Geen van de verhogingen is matig of sterk verhoogd. Er is daarom geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat er geen milieuhygiënische belemmering is voor de aanleg en het gebruik van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat.

4.3

Water

4.3.1

Algemeen Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om een waterparagraaf op te stellen, waarin de resultaten van de watertoets worden opgenomen. In de waterparagraaf wordt verwoord hoe er in het plan rekening is gehouden met het aspect water, in relatie tot het waterbeleid en de waterhuishouding.

4.3.2

Beleid en regelgeving Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Het beleid van het waterschap is gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water, gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van schoon en verontreinigd water. Het beleid is opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Waardevol Water’. Het waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van het waterschap binnen de planperiode. Omdat de wateropgaven feitelijk niet veranderd zijn, zijn de thema’s in het waterbeheerplan hetzelfde als de thema’s in het waterbeheerplan 2010-2015. De vijf waterthema’s zijn:  Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied, onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen.  Voldoende water: voor zowel de natuur als de landbouw is het van belang dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarom reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater.  Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren.  Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen.  Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitvoeren van een watertoets verplicht.

Het Waterschap heeft de Handreiking Watertoets 2015 opgesteld, waarin is aangegeven welke onderdelen deel kunnen uitmaken van de waterparagraaf.

CroonenBuro5

24

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Voor de verwerking van hemelwater hanteert het waterschap een voorkeursvolgorde: hergebruik - vasthouden/infiltreren - bergen en afvoeren - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar de riolering. De regels omtrent de waterhuishuishouding zijn opgenomen in de Keur 2015. Samen met de legger vormt de Keur het juridisch instrumentarium van het Waterschap. In de Keur zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot compensatiemaatregelen in het geval van een toename van het verhard oppervlak. Daarnaast zijn in de Keur gebods- en verbodsregelingen opgenomen die betrekking hebben op handelingen in en rond watergangen en waterkeringen die zijn opgenomen op de legger. Regels voor toename van verhard oppervlak In het geval van een toename van het verhard oppervlak dient te worden voldaan aan de regels die het waterschap hieraan stelt. Op grond van artikel 3.6 van de Keur van het waterschap is het verboden om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppeling van bestaand verhard oppervlak tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen.

In de ‘Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015’ is in artikel 15 een vrijstelling van dit verbod opgenomen: er is geen vergunning nodig als de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 bedraagt, als minder dan 10.000 m2 bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld of als de toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 en 10.000 m 2 bedraagt en compenserende maatregelen zijn getroffen in de vorm van een bergings-/infiltratievoorziening. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2 is een vergunning benodigd en geldt de ‘Beleidsregel afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’ (artikel 13 van de ‘Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater Keur waterschap De Dommel 2015’).

4.3.3

Beleid gemeente Bergeijk Het beleid van de gemeente Bergeijk sluit aan op het landelijke en provinciale beleid en op het beleid van Waterschap De Dommel. Het belangrijkste uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen geen belemmering mogen vormen voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in het deelstroomgebied. Daarnaast is het van belang dat bij inpassing wordt voorkomen dat afwenteling op andere delen van het deelstroomgebied plaatsvindt. Nieuwe rioolstelsels van enige omvang dienen als (verbeterd) gescheiden stelsel te worden uitgevoerd. Verder dient bij nieuwe ontwikkelingen hemelwater, afkomstig van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, te worden geïnfiltreerd. Hiervoor is een afkoppelkansenkaart bij de gemeente aanwezig.

4.3.4

Toetsing Locatiestudie In de huidige situatie zijn de gronden waarop het fietspad wordt gerealiseerd onverhard en in gebruik als agrarische grond, bos of tuin. De rijbaan van de Heuvel/Dorpsstraat watert af op ondiepe zaksloten aan weerszijden van de weg. Deze sloten zijn niet permanent watervoerend en zijn niet opgenomen op de legger van Waterschap De Dommel. De sloten aan de oostzijde van de weg (waar het fietspad wordt gerealiseerd) staan niet in verbinding met watergangen die zijn opgenomen op de legger. Water dat in deze sloten terecht komt wordt dus niet via het oppervlaktewatersysteem afgevoerd, maar infiltreert ter plaatse in de bodem. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) bevindt zich relatief diep onder het maaiveld. Blijkens de Watertoetskaart van Waterschap De Dommel ligt de GHG langs het zuidelijk deel van de Heuvel/Dorpsstraat op 80-120 cm onder maaiveld en langs het noordelijk deel van deze straat rond de 60-80 centimeter onder maaiveld.

CroonenBuro5

25

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

De bodemopbouw in de Heuvel/Dorpsstraat bestaat blijkens de kaartbank van de provincie NoordBrabant uit een afwisseling van eerdgronden en zandgronden. Uit het bodemonderzoek (zie paragraaf 4.2.2) blijkt dat de grond tot in ieder geval 1 m-mv uit matig fijn zand bestaat. Het gebied is aangemerkt als infiltratiegebied. Nieuwe waterhuishoudkundige situatie Binnen het plangebied wordt circa 1 kilometer vrijliggend fietspad aangelegd met een breedte van 3,5 meter. De toename van verharding bedraagt daarmee circa 3.500 m2. De benodigde compensatie kan worden berekend door de toename van het verhard oppervlak te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 meter) en met een gevoeligheidsfactor voor het betreffende gebied. De gronden tussen de N397 en de bosgebieden aan de Heuvel/Dorpsstraat (tracélengte circa 750 meter) hebben een gevoeligheidsfactor 1/4, de overige gronden in het plangebied (tracélengte circa 250 meter) hebben een gevoeligheidsfactor 1.

De compensatieopgave per strekkende meter fietspad kan als volgt worden berekend:  zuidelijk deel Heuvel/Dorpsstraat: 3,5 x 1/4 x 0,06 = 0,0525 m3 per m1  noordelijk deel Heuvel/Dorpsstraat: 3,5 x 1 x 0,06 = 0,21 m3 per m1 Voor de afwatering van het nieuwe fietspad is, overeenkomstig het beleid van waterschap en gemeente, gekozen voor infiltratie en berging ter plaatse, met gebruikmaking van het watersysteem dat langs de bestaande weg ligt. Dit betekent dat geen nieuwe maatregelen worden getroffen, maar dat gebruik wordt gemaakt van de bestaande zaksloten langs de Heuvel/Dorpsstraat. Het water afkomstig van het fietspad loopt af naar deze zaksloten en kan van daaruit infiltreren in de bodem. Door de aanleg van de fietspaden treden geen wezenlijke veranderingen op in de waterhuishoudkundige situatie. Gelet op de bodemopbouw (matig fijn zand) en de relatief diepe ligging van het grondwater (GHG tussen 60 en 120 cm-mv) zijn de gronden geschikt voor infiltratie. De Heuvel/Dorpsstraat heeft een rijbaanbreedte van circa 6 meter en watert aan twee zijden af. Dat betekent dat per strekkende meter weg 3 m2 verharding afwatert op de zaksloten aan de oostzijde van de weg. Vanaf het fietspad watert per strekkende meter 3,5 m 2 af op deze sloten.

Uitgaande van een maatgevende bui van 60 mm bedraagt de totale afwatering richting deze sloten na aanleg van het fietspad ((3 + 3,5) x 0,06) = 0,39 m3 regenwater per strekkende meter. Een kleine zaksloot met een insteekbreedte van 1,5 meter, een bodembreedte van 0,5 meter en een diepte van 0,5 meter heeft een bergingscapaciteit van 0,50 m3 en heeft dus al voldoende omvang om al het hemelwater tijdens een maatgevende bui te bergen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met infiltratie van regenwater tijdens de bui (vanuit de zaksloot en/of het omringende maaiveld). Gelet op de goede werking van het huidige watersysteem, de bodemsamenstelling en de relatief diepe grondwaterstand kan het water afkomstig van rijbaan en fietspad prima ter plaatse worden geborgen en geïnfiltreerd via deze zaksloten. De nadere uitwerking en dimensionering van de zaksloten zal met het waterschap worden afgestemd.

4.4

Natuur

4.4.1

Algemeen De wet- en regelgeving op het gebied van natuur kent twee sporen: een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. In de Wet natuurbescherming is zowel de bescherming van soorten als de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Daarnaast zijn gronden die deel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (in Noord-Brabant bekend onder de naam Natuur Netwerk Brabant) planologisch beschermd via het provinciaal beleid. In paragraaf 3.2.3 van deze toelichting is reeds ingegaan op de ligging van delen van het plangebied in het NNB en de herbegrenzing en compensatie die hiermee samenhangen. Hierna wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan in het licht van de Wet natuurbescherming.

CroonenBuro5

26

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

4.4.2

Gemeente Bergeijk

Toetsing In het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd om de uitvoerbaarheid van het initiatief in relatie tot de natuurwetgeving te beoordelen.2 De onderzoeksrapportage is als bijlage opgenomen. Het onderzoek heeft zich niet alleen gericht op het fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat, maar ook op delen van de Schoolstraat en de Broekhovenseweg. Omdat dit bestemmingsplan uitsluitend betrekking heeft op het fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat, wordt hierna zoveel mogelijk specifiek op dat deel van het onderzoek ingegaan. Het onderzoeksgebied bestaat uit droge bermen op zandgrond, die in de meeste gevallen zijn begroeid met soorten als biggenkruid, braam, vlasbekje, bijvoet, zandraket, grote brandnetel, veldzuring, Jacobskruiskruid en vogelwikke. Daarnaast zijn er her en der locaties waar laanbomen (meestal ruwe berk) staan en zijn delen ingericht als akker of als voortuin. Het bosgebied aan de oostzijde van de Dorpsstraat bestaat uit een bosje zomereiken met wat opslag van Douglas, esdoorn en een ondergroei van zevenblad, paardenbloem en kamperfoelie. Natura 2000-gebieden Het fietspad aan de Heuvel/Dorpsstraat ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebieden.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateux’ ligt op ruim 1.100 meter ten zuiden van het plangebied (beekdal van de Keersop, zuidelijk van Westerhoven), ruim 2 kilometer ten oosten van het plangebied (beekdal van de Keersop, westelijk van Dommelen) en ruim 2,5 kilometer ten noorden van het plangebied (beekdal van de Run, noordelijk van Riethoven en Walik). Het Natura 2000-gebied Kempenland-West bevindt zich op ruim 9 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand. Het verwijderen van de huidige vegetatie, de aanleg en het gebruik van het fietspad zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Er komt namelijk stikstof vrij bij bijvoorbeeld verbrandingsmotoren in gemotoriseerd verkeer. Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateux’ liggen de provinciale weg N397 en de kernen Westerhoven en Riethoven. Tussen het plangebied en ‘Kempenland-West’ liggen de snelweg A67, de provinciale wegen N397 en N284 en de kernen Eersel, Duizel en Hapert. Vanwege de ligging van de wegen en de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied worden geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden verwacht. Natuur Netwerk Brabant Een deel van het plangebied ligt in Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Op de beheertypenkaart van de provincie is hier ‘Droog bos met productie’ aangeduid. De aanleg van het fietspad zal leiden tot vernietiging van een deel van het NNB. Om dit verlies te compenseren worden drie compensatiepercelen ingericht als natuur. In paragraaf 3.2.3 van deze toelichting is hier uitgebreid op ingegaan. Beschermde planten en dieren Vogels en zoogdieren In het onderzoeksgebied zijn enkele holle berken (laanbomen) aanwezig. Tijdens het veldbezoek werden deze allemaal met behulp van een boomcamera en lange ladder geïnspecteerd. In één boom bevond zich een nest met 5 jonge spreeuwen. De holten in de overige bomen bleken zeer ondiep of meestal niet omhoog te lopen vanaf de opening (dit is noodzakelijk voor vleermuisverblijven). Slechts één boom heeft een diepe holte die vanaf de opening omhoog loopt, deze holte kon niet volledig worden geïnspecteerd. Omdat het hier een enkele holle boom betreft, kan echter worden aangenomen dat deze geen functie heeft als vleermuizenverblijf (deze bevinden zich doorgaans in groepjes holle bomen, waarbij er gedurende het seizoen door de vleermuizen regelmatig wordt gewisseld van boom). Vleermuisverblijven zijn dus afwezig.

2

Quickscan natuurwetgeving voor de aanleg van een fietspad in Bergeijk, Faunaconsult, 17 mei 2019

CroonenBuro5

27

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Het ligt voor de hand dat de laanbomen en plaatsen waar de bestaande weg aan een bosrand grenst fungeren als vaste vliegroute of als foerageergebied van vleermuizen. Omdat er overal aan de overzijde van de weg of in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied opgaande beplanting aanwezig is, is er overal echter voldoende alternatieve geleiding en foerageergebied aanwezig. In die zin is er dus geen sprake van een aantasting van een vaste rust- en verblijfplaats, zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. Indien er buitenverlichting op de bosranden wordt gericht, kan dit wel een verstoring van vleermuizen opleveren. Behalve het spreeuwennest werden tijdens het veldbezoek geen vogelnesten aangetroffen, maar het is mogelijk dat kleine zangvogelnesten later in het broedseizoen aanwezig zijn. Roofvogelnesten, andere jaarrond beschermde vogelnesten of eekhoornnesten zijn echter nergens aangetroffen. Jaarrond beschermde vogelnesten zijn in het onderzoeksgebied afwezig. Als de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. Vanwege het gebrek aan voldoende dekking is het zo goed als uitgesloten dat er kleine marterachtigen in het plangebied aanwezig zijn.

Dassenburchten, dassenlatrines, dassenwissels en snuitputjes van dassen zijn in het plangebied afwezig. In het plangebied leven mogelijk wel enkele algemene zoogdieren zoals de veldmuis. Planten en overige soorten In het onderzoeksgebied zijn alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming zijn niet te verwachten in het onderzoeksgebied. Conclusies en aanbevelingen  Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën: In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming). De zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

 Vogels: Vernietiging en verstoring van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.  Vleermuizen: Bij laanbomen en op de plaatsen waar het fietspad in/naast het bos wordt aangelegd zijn geen aantastingen van een eventuele vaste vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen te verwachten. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst: van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting of amberkleurige UV-vrije led armaturen.

CroonenBuro5

28

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

4.5

Geluid

4.5.1

Algemeen

Gemeente Bergeijk

Geluidhinder kan ontstaan vanwege verschillende activiteiten, waaronder wegverkeer, railverkeer en bedrijfsactiviteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen voor de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten (zoals woningen) en de minimale geluidwering die moet worden toegepast. De Wet geluidhinder bepaalt dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een bestemmingsplan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen de geluidzone van een bestaande geluidbron (een weg, een spoorlijn of een geluidgezoneerd bedrijventerrein) of als het plan een nieuwe geluidsbron vallend onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder mogelijk maakt.

4.5.2

Toetsing Dit bestemmingsplan ziet niet op de aanleg van nieuwe wegen, maar maakt slechts de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk. Een fietspad valt niet onder de reikwijdte van de Wet geluidhinder. Omdat de aanleg van het fietspad niet gepaard gaat met verplaatsing of reconstructie van de bestaande weg, is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.

4.6

Luchtkwaliteit

4.6.1

Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Niet in betekenende mate Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate’. Als regel geldt dat projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor NO 2 en PM10 bijdragen (3% van 40 µg/m3 ofwel 1,2 µg/m3) als ‘niet in betekenende mate’ kunnen worden aangemerkt.

Voor deze projecten kan een toetsing aan de grenswaarden dus achterwege blijven. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Besluit gevoelige bestemmingen In aanvulling op de Wet milieubeheer en het ‘Besluit niet in betekenende mate’ geldt het Besluit gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen richt zich op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof en stikstofdioxide: met name kinderen en ouderen. Indien een ‘gevoelige bestemming’ (zoals een school, kinderdagverblijf of verzorgingstehuis) wordt gerealiseerd binnen de onderzoekszone van een rijksweg (300 meter vanaf de rand van de weg) of een provinciale weg (50 meter vanaf de rand van de weg) is altijd – ook als het initiatief ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt – een toetsing aan de grenswaarden nodig.

CroonenBuro5

29

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Als blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van grenswaarden, mogen de ‘gevoelige objecten’ worden gerealiseerd binnen de onderzoekszone.

4.6.2

Toetsing Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk langs een bestaande weg. De aanleg van het fietspad leidt niet tot een toename van fijnstof- of stikstofdioxide-uitstoot en dus niet tot een verhoging van een concentratie van deze stoffen. Daarmee wordt voldaan aan artikel 5.16, lid b van de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteitseisen leveren geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

4.7

Bedrijfshinder

4.7.1

Algemeen Bedrijven kunnen hinder veroorzaken voor hun omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van geluidhinder, geurhinder of stofhinder. Als in een bestemmingsplan nieuwe bedrijfsactiviteiten worden toegestaan of als een nieuw gevoelig object wordt toegelaten in de omgeving van bestaande bedrijven moet worden getoetst of er sprake is van belemmeringen.

4.7.2

Toetsing Een fietspad (en het langzaam verkeer dat van het fietspad gebruik maakt) is niet gevoelig voor de milieuhinder van bedrijven. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij die activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij geldt dat de omvang van het risico bepaald wordt door de afstand, waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR-risicocontouren. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.

Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.

CroonenBuro5

30

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

4.8.2

Toetsing Een fietspad is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object als bedoeld in de externe veiligheidswetgeving. Verkeersdeelnemers (in de auto, op de fiets, te voet of anderszins) worden niet betrokken bij de toetsing van externe veiligheid of in de berekeningen van het groepsrisico. Omdat een fietspad in het kader van externe veiligheid geen bescherming behoeft, is verdere toetsing niet noodzakelijk.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Algemeen Het grondgebied van Bergeijk kent een rijke historie, waardoor veel cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Naast een rijk archeologisch bodemarchief zijn onder andere de historische lintstructuren, de opbouw van het landschap en de aanwezigheid van monumentale en beeldbepalende gebouwen van cultuurhistorische betekenis. Gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed. Om inzicht te krijgen in de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden is door de Kempengemeenten en A2-gemeenten een gezamenlijk erfgoedplan opgesteld. Het erfgoedplan bevat een uitgebreide inventarisatie van de archeologische en cultuurhistorische (verwachtings)waarden binnen het grondgebied van de betrokken gemeenten en een aanzet voor een integraal cultuurhistorisch beleid. De Erfgoedverordening gemeente Bergeijk 2012 is op 19 april 2012 vastgesteld. Erfgoedkaart De erfgoedkaart behorende bij het erfgoedplan bestaat uit drie delen: een inventarisatiekaart (die op zijn beurt is onderverdeeld in kaarten betreffende het archeologisch, historisch en fysisch landschap en een verstoringenkaart), verwachtingen- en waardenkaarten voor archeologie en cultuurhistorie en beleidskaarten voor archeologie en cultuurhistorie.

Op de beleidskaarten zijn de inventarisatie en waardering van archeologische en cultuurhistorische elementen samengebracht en geconcretiseerd. De beleidskaarten vormen de basis voor het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuurhistorie en kunnen worden vertaald in bestemmingsplannen. Archeologische beleidskaart Op de archeologische beleidskaart, die deel uitmaakt van de erfgoedverordening, zijn de archeologische (verwachtings)waarden voor het hele gemeentelijk grondgebied in beeld gebracht. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart opgesteld. Binnen het grondgebied van de gemeente Bergeijk is een aantal terreinen met een monumentale status aanwezig en bevinden zich diverse gebieden van archeologische waarde. Daarnaast kunnen vier archeologische verwachtingszones worden onderscheiden. Ook kunnen gebieden worden aangemerkt waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Op de beleidskaart wordt onderscheid gemaakt in 7 categorieën:  categorie 1: archeologisch monument;  categorie 2: gebied van archeologische waarde;  categorie 3: gebied met hoge verwachting (historische kernen en linten);

CroonenBuro5

31

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

   

Gemeente Bergeijk

categorie 4: gebied met hoge verwachting; categorie 5: gebied met middelhoge verwachting; categorie 6: gebied met lage verwachting; categorie 7: gebied zonder archeologische verwachting.

Voor elke categorie zijn ondergrenzen vastgesteld. Voor bodemingrepen die groter zijn dan een bepaalde oppervlakte (variërend van 100 tot 25.000 m2) en dieper reiken dan een bepaalde diepte onder maaiveld (0,30, 0,40 of 0,50 meter) is archeologisch onderzoek verplicht. Binnen het plangebied komt categorie 4 (gebied met hoge verwachting) voor.

4.9.2

Toetsing archeologie Archeologisch bureauonderzoek en selectieadvies Omdat in het plangebied op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid verschillende archeologische verwachtingswaarden voorkomen, is archeologisch bureauonderzoek verricht.3 De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Het onderzoek had niet slechts betrekking op de Heuvel/Dorpsstraat, maar ook op gronden langs de Schoolstraat en de Broekhovenseweg. Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een brede archeologische verwachting geldt, gebaseerd op onderzoeken uit de omgeving en de bekende informatie over de geomorfologie en hoogteligging. Het feit dat het merendeel van het onderzoeksgebied zich bevindt op hooggelegen dekzandwelvingen leidt tot de verwachting dat het een gunstige verblijfsplaats is geweest in het verleden. Dit wordt bevestigd door vondsten in de omgeving uit de periodes laatpaleolithicum tot en met late middeleeuwen/nieuwe tijd. Er kunnen op voorhand geen perioden worden uitgesloten. Er kunnen in het onderzoeksgebied archeologische resten worden aangetroffen uit de steentijd tot en met de middeleeuwen/nieuwe tijd, afhankelijk van de precieze bodemopbouw. De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodemopbouw in het onderzoeksgebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden.

Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Daarom wordt geadviseerd om in het onderzoeksgebied een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en de aanwezigheid van archeologisch relevante lagen dan wel niveaus te bepalen. Op die manier kan een onderbouwd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Dit betreft een selectieadvies. Toetsing archeologisch onderzoek en selectiebesluit De rapportage van het bureauonderzoek is voor advies voorgelegd aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). De ODZOB heeft op 29 oktober 2018 advies uitgebracht, dat als bijlage bij deze toelichting is opgenomen.4 Omdat met het bureauonderzoek de archeologische verwachtingswaarde nog niet in voldoende mate is aangetoond adviseert de ODZOB – net als het bureauonderzoek – archeologisch vervolgonderzoek. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor grootschalige en diepe verstoringen en voor de aanleg van het fietspad vermoedelijk gegraven zal worden tot in het archeologische niveau, zal een verkennend booronderzoek vermoedelijk geen nieuwe gegevens opleveren met betrekking tot de archeologische verwachtingswaarden in het plangebied.

Daarom wordt geadviseerd om in die delen van het plangebied waar bodemingrepen dieper dan 30 cm gepland zijn, de werkzaamheden archeologisch te begeleiden. Het doel van dit onderzoek is om grip te krijgen op mogelijk aanwezige archeologische waarden.

3 4

Bureauonderzoek fietspaden Bergeijk, Antea Group Archeologie, 25 februari 2019 Advies Archeologische Monumentenzorg 2018 – 172, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 29 oktober 2018

CroonenBuro5

32

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Het proefsleuvenonderzoek (variant archeologische begeleiding) dient plaats te vinden aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf gecertificeerd voor het uitvoeren van archeologische opgravingen. Het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd door middel van het volgen van de graafmachine. Er dient op aanwijzing van de archeoloog in de sleuven een leesbaar vlak en vooral ook bodemprofielen te worden aangelegd met als doel eventuele archeologische resten te identificeren, te inventariseren en te documenteren, waarbij voldoende tijd wordt geboden voor het uitvoeren van het archeologisch onderzoek. Omdat het onderzoeksgebied redelijk omvangrijk is, is geadviseerd om in het op te stellen Programma van Eisen gemotiveerde keuzes te maken over delen van het traject die intensief en extensief begeleid worden. Bescherming via dubbelbestemming Op dit moment is niet duidelijk hoe het fietspad exact wordt aangelegd en hoe diep de bodemverstoring zal zijn. Dit is mede afhankelijk van de gekozen funderingswijze. Daarom zijn in dit bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. De dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart en zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan.

Ter bescherming van de archeologische waarden is in de dubbelbestemmingen een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. De dubbelbestemmingen maken het mogelijk om - als blijkt dat de ondergrens voor grondroerende werkzaamheden op (delen van) het traject wordt overschreden - archeologische begeleiding als voorwaarde aan de omgevingsvergunning te verbinden.

4.9.3

Toetsing cultuurhistorie Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is de Heuvel/Dorpsstraat aangeduid als historisch geografische lijn van redelijk hoge waarde. Het tracé van deze weg is op topografische kaarten van rond 1900 al duidelijk herkenbaar. Behoudens enkele nieuwe doorsnijdingen, bijvoorbeeld door aanleg van de N397, ligt de wegen nog op min of meer dezelfde locatie als aan het eind van de 19e eeuw. Verder zijn op de cultuurhistorische waardenkaart geen waardevolle elementen aangeduid in het plangebied. De gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart geeft een vergelijkbaar beeld. De Heuvel/Dorpsstraat is op deze kaart aangemerkt als lijn van redelijk hoge waarde, die een aantal cultuurhistorische ensembles doorkruist: de Enderakkers en de gronden rond de buurtschappen Eind en Heiereind ten zuiden van Riethoven. De aanleg van een vrijliggend fietspad parallel aan de bestaande weg leidt niet tot een aantasting van cultuurhistorische waarden. Het (historische) tracé van de weg wordt niet aangetast en er is geen sprake van een aantasting van de grotere cultuurhistorische ensembles die worden doorkruist. Er zijn uit oogpunt van cultuurhistorie daarom geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.10

Kabels en leidingen

4.10.1 Algemeen In de ondergrond ligt een groot aantal kabels en leidingen. Een deel van deze leidingen is planologisch relevant, gelet op de externe veiligheidsrisico’s (bijvoorbeeld bij gasleidingen en brandstofleidingen, gereguleerd via het Besluit externe veiligheid buisleidingen) of het belang van de leidingen voor de aan- en afvoer van water of rioolwater (grotere waterleidingen en rioolpersleidingen). Ook hoogspanningslijnen vergen planologische bescherming.

CroonenBuro5

33

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

4.10.2 Toetsing Het fietspad kruist twee hogedruk aardgasleidingen, beide in beheer van de Gasunie. Deze leidingen zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ bestemd als ‘Leiding’. In dit bestemmingsplan is de dubbelbestemming overgenomen, zodat een veilige ligging van de leidingen is gewaarborgd. De leidingen zijn, inclusief de belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden van de leiding, bestemd als ‘Leiding - Gas’ en aangeduid als ‘hartlijn leiding - gas’. De leidingen hebben geen plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar. In het plangebied ligt daarnaast een rioolwatertransportleiding die in beheer is van Waterschap De Dommel. De leiding loopt vanaf Riethoven in zuidelijke richting naar de N397 en ligt dus in een groot deel van het plangebied. De leiding is, inclusief een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden van de leiding, bestemd als ‘Leiding – Riool’ en aangeduid als ‘hartlijn leiding – riool’. Voor zowel de gasleidingen als de rioolwatertransportleiding geldt dat voor de aanleg van het fietspad overleg nodig is met de leidingbeheerders. De dubbelbestemmingen bepalen daarom dat voor diverse werkzaamheden, waaronder de aanleg van (fiets)paden, een omgevingsvergunning benodigd is. Die vergunning kan uitsluitend worden verleend als het behoud van een veilige ligging van de leidingen gewaarborgd is en nadat overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder.

CroonenBuro5

34

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

5

Het bestemmingsplan

5.1

Plansystematiek Dit bestemmingsplan heeft tot doel om de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk te maken langs de Heuvel/Dorpsstraat, in het buitengebied van Bergeijk. Voor de systematiek en inhoud van het bestemmingsplan is aangesloten bij het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, inclusief de partiële herzieningen van 2014 en 2017. Dit betekent dat het fietspad, met inbegrip van de groene berm tussen fietspad en rijstrook, is bestemd als ‘Verkeer’. Relevante dubbelbestemmingen (zoals de dubbelbestemmingen ‘Leiding - Gas’ en de dubbelbestemmingen voor archeologie) zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. De percelen waarop natuurcompensatie plaatsvindt zijn bestemd als ‘Natuur’. Ook voor deze percelen zijn de relevante dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het geldende bestemmingsplan overgenomen.

5.2

Opzet van de regels Overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de regels van dit bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de bestemmingen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de in het plangebied voorkomende bestemmingen. Per bestemming is het toegestane gebruik van de gronden geregeld in de bestemmingsomschrijving en, indien nodig, in de specifieke gebruiksregels. Daarnaast zijn per bestemming bouwregels gegeven voor de bebouwing die mag worden opgericht.

Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels:  Een anti-dubbeltelregel: hierin is bepaald dat grond die is meegerekend bij het toestaan van een bouwplan, niet nogmaals kan worden meegerekend bij de beoordeling van een volgend bouwplan.  Algemene bouwregels: hierin is een regel opgenomen die bepaalt dat, indien de maatvoering van bestaande, legaal opgerichte, bouwwerken afwijkt van wat in het bestemmingsplan is toegestaan, de afwijkende maatvoering mag worden gehandhaafd.  Algemene gebruiksregels: hierin is aangegeven welk gebruik in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt.  Algemene aanduidingsregels: hierin zijn regels opgenomen voor de gebiedsaanduiding ‘overige zone – zoekgebied voor behoud en herstel van waterystemen’ en voor de gebiedsaanduidingen die samenhangen met de herbegrenzing van de werkingsgebieden voor het Natuur Netwerk Brabant en het landelijk gebied in de Interim omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant.  Algemene afwijkingsregels: in de algemene afwijkingsregels is bepaald in welke gevallen het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken kan verlenen.

CroonenBuro5

35

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

 Overige regels: in de overige regels is geregeld dat waar in de planregels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, geduid wordt op de regelingen zoals die luiden op het tijdstip van het terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast is in de overige regels een parkeerregeling opgenomen. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel, waarin is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

De bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Natuur De bestemming ‘Natuur’ is opgenomen voor de percelen waar natuurcompensatie plaatsvindt. De gronden met de bestemming ‘Natuur’ zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurwaarden en ecologische waarden van de gronden en voor behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden. Binnen de bestemming zijn daarnaast onverharde paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en extensief recreatief medegebruik toegestaan. Binnen de bestemming ‘Natuur’ mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor extensief recreatief medegebruik (zoals picknickplekken, banken en afvalbakken) worden gebouwd. Ter bescherming van de waarden van de gronden is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen, dat tot doel heeft om de (toekomstige) natuur- en landschapswaarden te beschermen. De gronden met de bestemming ‘Natuur’ zijn op dit moment in agrarisch gebruik en hebben nog geen bijzondere natuur- of landschappelijke waarden. De gronden worden als compensatie voor de NNB-aantasting ingericht als natuur overeenkomstig het Projectplan herinrichting Beekloop.

De werkzaamheden die samenhangen met de eerste aanleg van natuur zijn uitgezonderd van de vergunningplicht, mits die werkzaamheden in overeenstemming zijn met het projectplan, dat als bijlage bij de regels is opgenomen. Verkeer Het fietspad is, inclusief de groene berm, bestemd als ‘Verkeer’. De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf in de vorm van een fietspad. Daarnaast zijn groenvoorzieningen (waaronder wegbeplanting), water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ mogen geen gebouwen worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 meter. Daarnaast zijn vergunningvrije bouwwerken toegestaan, waaronder bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van verkeersregeling en verlichting. Omdat dergelijke bouwwerken vergunningvrij zijn, hoeft er in het bestemmingsplan geen regeling voor te worden opgenomen. In de bestemming ‘Verkeer’ is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting bepaalt dat het gebruik van het fietspad binnen de verkeersbestemming uitsluitend is toegestaan indien de gronden met de bestemming ‘Natuur’ binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn ingericht als natuur overeenkomstig het Projectplan herinrichting Beekloop.

Het projectplan is als bijlage bij de regels opgenomen. Leiding - Gas (dubbelbestemming) De voor ‘Leiding – Gas’ bestemde gronden zijn, naast de overige aan de gronden gegeven bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van gasleidingen.

CroonenBuro5

36

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de ondergrondse leidingen. Er kan een omgevingsvergunning verleend worden voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, mits advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Een veilige ligging van de leidingen is gewaarborgd doordat een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van diverse werken en werkzaamheden. Ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor deze werken en werkzaamheden heeft de leidingbeheerder een adviserende rol. Leiding - Riool (dubbelbestemming) De voor ‘Leiding - Riool’ bestemde gronden zijn, naast de overige aan de gronden gegeven bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een rioolwatertransportleiding. Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de ondergrondse leiding. Er kan een omgevingsvergunning verleend worden voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, mits advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Een veilige ligging van de leidingen is gewaarborgd doordat een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van diverse werken en werkzaamheden. Ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor deze werken en werkzaamheden heeft de leidingbeheerder een adviserende rol.

Waarde – Archeologie (dubbelbestemmingen) Overeenkomstig het gemeentelijk erfgoedplan zijn verschillende dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden. Dit bestemmingsplan kent vier dubbelbestemmingen: ‘Waarde - Archeologie 4.1’, ‘Waarde - Archeologie 4.2’, ‘Waarde - Archeologie 5.1’ en ‘Waarde - Archeologie 6’. De systematiek van elke dubbelbestemming is hetzelfde, alleen de ondergrenzen zijn verschillend. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig het erfgoedplan, per dubbelbestemming.

Waterstaat – Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant (dubbelbestemming) De gronden die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn aangeduid als attentiezone waterhuishouding zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant’. De gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de gronden. Ter bescherming van deze waarden is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen.

CroonenBuro5

37

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

CroonenBuro5

38

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

6.1.1

Kostenverhaal

Gemeente Bergeijk

Als in een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk als het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door het sluiten van een anterieure overeenkomst met grondeigenaren of ontwikkelende partijen. Het aanleggen van een fietspad is geen bouwplan zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Het opstellen van een exploitatieplan of het sluiten van anterieure overeenkomsten is daarom niet aan de orde.

6.1.2

Financiële haalbaarheid Het fietspad wordt aangelegd in opdracht van de gemeente Bergeijk. In de gemeentelijke begroting is rekening gehouden met de aanleg van het fietspad. Het bestemmingsplan is financieel uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’ heeft met ingang van 11 april 2019 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. In het voorontwerpbestemmingsplan was niet alleen de aanleg van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat mogelijk gemaakt, maar ook de aanleg van een fietspad langs de Schoolstraat (tussen Riethoven en de Kapelstraat) en langs de Broekhovenseweg (tussen de Wilgerijs en de Volmolen). De inspraakreacties hebben aanleiding gegeven om een alternatievenonderzoek te doen naar de aanleg van een fietsverbinding tussen Riethoven en de Volmolen. Daarom zijn de fietspaden langs de Schoolstraat en de Broekhovenseweg niet langer in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Omdat het merendeel van de inspraakreacties geen betrekking had op het fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat, is besloten om het ontwerpbestemmingsplan te beperken tot dit fietspad. Nadat de resultaten van het alternatievenonderzoek bekend zijn, zal voor de overige fietspaden - indien nodig - te zijner tijd een afzonderlijke planologische procedure worden doorlopen. Om duidelijk te maken dat de scope van het ontwerpbestemmingsplan anders is dan dat van het voorontwerpbestemmingsplan, is de naam van het bestemmingsplan gewijzigd in ‘Fietspad Heuvel - Dorpsstraat’.

De inspraakreacties die niet zijn gericht tegen het fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat zijn niet inhoudelijk behandeld in de nota inspraak en vooroverleg. Deze inspraakreacties worden betrokken bij het alternatievenonderzoek naar een fietsverbinding tussen Riethoven en de Volmolen. De inspraakreactie van de ZLTO, die deels wel betrekking heeft op het fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat, is samengevat en beantwoord in de nota inspraak en vooroverleg. De nota is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

6.2.2

Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’ is overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gestuurd naar de betrokken instanties.

CroonenBuro5

39

Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat

Gemeente Bergeijk

Er zijn vooroverlegreacties ontvangen van de provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, de Gasunie en de GGD Brabant-Zuidoost. De vooroverlegreacties zijn samengevat en beantwoord in de nota inspraak en vooroverleg, die als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. In de nota is per vooroverlegreactie aangegeven welke aanpassingen in het plan zijn gedaan naar aanleiding van de reactie.

6.2.3

Verdere procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel - Dorpsstraat’ doorloopt de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan wordt in het kader van die procedure gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden tot het indienen van een zienswijze. Na afloop van de periode van terinzagelegging worden de zienswijzen beoordeeld en wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

CroonenBuro5

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=8a3ffd87-1d7b-4409-a825-d3873b689f50