TOE02-0254322-01D.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat Gemeente Bergeijk
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Toelichting Regels Verbeelding
Datum: 22 januari 2020
Projectgegevens: TOE02-0254322-01D REG02-0254322-01B TEK02-0254322-01B Identificatienummer: NL.IMRO.1724.BPUfwr0064-ONTW
Datum vrijgave
Opsteller(s)
Projectleider
Vrijgave
22-01-2020
MB, AV
CS
MB
Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout T: +31 (0)162 48 75 00 www.croonenburo5.com
Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht T: +31 (0)43 325 32 23 info@croonenburo5.com
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Het plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
1 1 1 2 2
2
Planbeschrijving
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Nieuwe verbinding Grenscorridor N69 en Gebiedsimpuls Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 Gebiedsbeschrijving Projectbeschrijving Ruimtelijke inpasbaarheid van het fietspad Vertaling in het bestemmingsplan
3 3 5 5 6 6
3
Beleidskader
9
3.1 3.2 3.3
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9 10 19
4
Milieuhygiënische en planologische aspecten
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
M.e.r.-beoordeling Bodem Water Natuur Geluid Luchtkwaliteit Bedrijfshinder Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen
23 23 24 26 29 29 30 30 31 33
5
Het bestemmingsplan
35
5.1 5.2 5.3
Plansystematiek Opzet van de regels De bestemmingen
35 35 36
6
Uitvoerbaarheid
39
6.1 6.2
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
39 39
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:
Verkennend bodemonderzoek fietspaden Bergeijk e.o., Antea Group, 3 juni 2019 Quickscan natuurwetgeving voor de aanleg van een fietspad in Bergeijk, Faunaconsult, 17 mei 2019 Bureauonderzoek fietspaden Bergeijk, Antea Group Archeologie, 25 februari 2019 Advies Archeologische Monumentenzorg 2018 – 172, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 29 oktober 2018 Nota inspraak en vooroverleg
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Gemeente Bergeijk
Aan de westzijde van Valkenswaard wordt een nieuwe verbindingsweg aangelegd tussen Valkenswaard-Zuid en de A67 bij Veldhoven. Vanwege de aanleg van deze weg worden in de regio Grenscorridor N69 maatregelen uitgevoerd om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Eén van deze maatregelen is de aanleg van een fietsverbinding tussen Westerhoven, Riethoven en de Volmolen. In het Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 is een voorstel opgenomen dat bestaat uit de aanleg van: een fietspad langs de Heuvel en Dorpsstraat, tussen de N397 en Riethoven; een fietspad langs de Schoolstraat, tussen Riethoven en de Kapelstraat; een fietspad langs de Broekhovenseweg, tussen de Wilgerijs en de Volmolen. Het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel - Dorpsstraat’ maakt de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat mogelijk. In het voorontwerpbestemmingsplan (toen nog met de naam ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’) waren ook de fietspaden langs de Schoolstraat en de Broekhovenseweg opgenomen. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties is besloten om eerst een variantenstudie te verrichten naar de aanleg van een fietsverbinding tussen Riethoven en de Volmolen. De fietspaden langs de Schoolstraat en de Broekhovenseweg maken daarom geen deel meer uit van het plangebied van dit bestemmingsplan.
Dit bestemmingsplan ziet op de aanleg van een vrijliggend fietspad aan de oostzijde van de Heuvel/Dorpsstraat. Het fietspad past hier niet binnen de verkeersbestemming van het geldende bestemmingsplan, maar ligt grotendeels in een agrarische bestemming. Herziening van het bestemmingsplan is daarom nodig om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken. In dit bestemmingsplan wordt voor het fietspad een verkeersbestemming opgenomen.
1.2
Het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Bergeijk en omvat een strook gronden aan de oostzijde van de Heuvel/Dorpsstraat, tussen Riethoven in het noorden en de N397 in het zuiden. De grens van het plangebied wordt aan de westzijde gevormd door de grens van de bestemming ‘Verkeer’ uit het geldende bestemmingsplan en aan de oostzijde door de buitenste begrenzing van het nieuwe fietspad. Omdat een deel van het fietspad wordt aangelegd binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is natuurcompensatie nodig. De compensatie vindt plaats op drie percelen in de nabijheid van de Beekloop, kadastraal bekend als D663 (gedeeltelijk), D713 en D714. Deze percelen zijn opgenomen in het plangebied en bestemd als ‘Natuur’.
1.3
Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, dat op 7 juli 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is partieel herzien door vaststelling van de bestemmingsplannen ‘Herziening Buitengebied Bergeijk 2014’ (vastgesteld op 1 juli 2014) en ‘2e herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ (vastgesteld op 1 juni 2017). De gronden aan de oostzijde van de Heuvel/Dorpsstraat hebben grotendeels de bestemming ‘Agrarisch’ en zijn voor een klein deel bestemd als ‘Bos’. Beide bestemmingen maken (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen mogelijk, mits die ten dienste van de bestemming staan. Het fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat staat niet ten dienste van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Bos’, maar is een doorgaand fietspad tussen de N397 en Riethoven, dat langs de bestaande rijbaan van de Heuvel/Dorpsstraat ligt. Dit bestemmingsplan is opgesteld om het fietspad juridisch-planologisch goed te regelen door het te bestemmen als ‘Verkeer’.
CroonenBuro5
1
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
De compensatiepercelen nabij de Beekloop zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ deels bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 2’ en deels als ‘Natuur’. De compensatiepercelen kennen een agrarisch gebruik en de natuurbestemming is ter plaatse niet gerealiseerd.
1.4
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven; regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen zijn opgenomen; een toelichting, waarin het initiatief is beschreven, de gemaakte keuzes zijn gemotiveerd en het plan is getoetst aan het geldende beleid en de relevante milieuaspecten. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een beschrijving van de keuzes die zijn gemaakt om tot een bestemmingsregeling te komen.
1.5
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In dat hoofdstuk wordt ingegaan op de relatie met de gebiedsimpuls Grenscorridor N69, op de bestaande situatie in het plangebied en op de aanleg van het fietspad. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief getoetst aan het relevante beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofstuk 4 beschrijft de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten en hoofdstuk 5 bevat de juridische toelichting. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.
CroonenBuro5
2
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
2
Planbeschrijving
2.1
Nieuwe verbinding Grenscorridor N69 en Gebiedsimpuls De huidige N69 tussen Valkenswaard Zuid en de A2/N2 ten noorden van Aalst is in de afgelopen decennia overbelast geraakt, wat heeft geleid tot leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblemen in de regio Grenscorridor N69. Om deze problematiek op te lossen wordt een nieuwe wegverbinding aangelegd, die langs de westzijde van Valkenswaard loopt (oostelijk van Westerhoven en Riethoven) en ter hoogte van Veldhoven-West aansluit op de A67. Het provinciale inpassingsplan ‘Nieuwe verbinding Grenscorridor N69’, dat aanleg van de nieuwe weg mogelijk maakt, is door een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 juni 2018 onherroepelijk geworden. Inmiddels is gestart met voorbereidingen voor de realisatie van de nieuwe weg. Maatregelen in regio Grenscorridor N69 Onderdeel van de aanleg van de nieuwe verbindingsweg is een pakket aan maatregelen in de regio Grenscorridor N69, bestaande uit: Nulplusmaatregelen: verkeerskundige maatregelen die tot doel hebben om de doorstroming op lokale wegen te verbeteren en met sluipverkeerwerende maatregelen te bevorderen dat de juiste verkeersstroom sneller op de juiste route komt. Dit pakket bevat tevens maatregelen ter bevordering van het gebruik van de fiets en van (hoogwaardig) openbaar vervoer.
Gebiedsimpuls: maatregelen die tot doel hebben een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren in de regio. De gebiedsimpuls richt zich niet op verkeerskundige maatregelen, maar op maatregelen op het gebied van landbouw, natuur, landschap, water en recreatie. In de gemeente Bergeijk zijn de nulplusmaatregelen beperkt tot maatregelen om sluipverkeer te weren en verkeer de juiste routes te laten volgen. De aanleg van een fietsverbinding tussen Westerhoven, Riethoven en de Volmolen vloeit voort uit de gebiedsimpuls. Gelijktijdig met de aanleg van de fietsverbinding worden nulplusmaatregelen uitgevoerd die grenzen aan het fietspad. De nulplusmaatregelen en de maatregelen die onderdeel zijn van de gebiedsimpuls zijn aanvullend op de mitigerende en compenserende maatregelen die noodzakelijk zijn in verband met de aanleg van de nieuwe verbinding. Omdat de maatregelen geen voorwaarde zijn voor het realiseren van de nieuwe verbindingsweg, maken ze geen deel uit van het provinciaal inpassingsplan ‘Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69’, maar zijn ze buiten het plangebied van dat plan gehouden. Het is aan de afzonderlijke gemeenten om de nulplusmaatregelen en de maatregelen die voortvloeien uit de gebiedsimpuls – voor zover noodzakelijk – juridisch-planologisch mogelijk te maken. Gebiedsimpuls In de gebiedsimpuls gaat het om méér dan alleen verkeer.
De bedoeling is dat aan de hele regio Grenscorridor N69 een ruimtelijke kwaliteitsimpuls wordt gegeven. Hiertoe is een integraal gebiedsplan opgesteld, waarin naast gebiedsimpuls- en landbouwkundige maatregelen ook de realisatie van Natuur Netwerk Brabant en de wateropgaven van Waterschap De Dommel zijn opgenomen. Daarnaast hebben de partners in de regio een aantal innovatieve projecten benoemd en beschreven. Onderdeel van de gebiedsimpuls is de verbetering van de recreatieve routes (het wandel- en fietspadennetwerk) in de regio.
2.2
Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 Het Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 (november 2014) is een plan op planstudieniveau waarin een integraal pakket aan kwaliteitsverbeterende maatregelen in de regio Grenscorridor N69 is opgenomen. Vanaf 2012 zijn voorstellen gedaan en uitgewerkt om in de hele regio maatregelen te treffen.
CroonenBuro5
3
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Op basis van een analyse van de kwaliteiten en kansen van het gebied is een ambitiekaart opgesteld. De cultuurhistorische landschapseenheden (beekdalen, essen, jonge heideontginningen en heide-/boscomplexen) vormen de fysieke basis van de kaart. Vanuit de kenmerken van deze gebieden is aangegeven wat de samenhangende mogelijkheden en kansen zijn voor landbouw, water, natuur, recreatie en landschap. Op een ontwerpkaart is vervolgens een integraal ruimtelijk toekomstbeeld van de deelgebieden weergegeven bij realisatie van de gebiedsimpuls. Op deze kaart zijn onder meer de bestaande en nieuwe landschapselementen, de bestaande en nieuwe natuur en de netwerken aan (recreatieve) fiets- en wandelroutes weergegeven. De routes zijn uitgewerkt in een netwerkkaart. Netwerkkaart De netwerkkaart geeft een overzicht van de (recreatieve) routes in het gebied, waarbij een onderscheid is gemaakt in bestaande routes en nieuwe/aangepaste routes, als onderdeel van de voorstellen in de ontwerpkaart. Het gaat om wandelroutes, fietsroutes, ATB-routes en ruiterroutes. De nieuw aangeduide routes omvatten bestaande paden/wegen die op onderdelen worden aangepast (bijvoorbeeld qua verharding) of aangevuld (missing links). In de netwerkkaart zijn ook twee nieuwe utilitaire fietsroutes opgenomen: de route Stevertsebaan tussen Steensel en Broekhoven en de route Westerhoven-Riethoven-Volmolen.
Uitvoeringspakket fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen Aanleg van de fietsroute Westerhoven-Riethoven-Volmolen is als één van de uitvoeringspakketten (uitvoeringspakket H) opgenomen in het integraal gebiedsplan. In de bijlage bij het integraal gebiedsplan is inzichtelijk gemaakt waar ingrepen nodig zijn om een volwaardige fietsroute te realiseren. Onderdeel van de route zijn de aanleg van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat (tussen Riethoven en Westerhoven), langs de Schoolstraat (tussen Riethoven en de Kapelstraat) en langs de Broekhovenseweg (tussen de Wilgerijs en de Volmolen).
Aanleg utilitair fietspad Westerhoven-Riethoven-Volmolen (bron: Uitvoeringspakket H uit het integraal gebiedsplan Grenscorridor N69)
Dit bestemmingsplan ziet op een deel van de fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen, namelijk op de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat. Voor de aanleg van de overige delen van de fietsverbinding wordt een nadere studie gedaan waarbij varianten worden onderzocht.
CroonenBuro5
4
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
2.3
Gemeente Bergeijk
Gebiedsbeschrijving Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk langs de Heuvel/Dorpsstraat. Deze weg ligt in het buitengebied van Bergeijk en loopt door het afwisselende Kempische landschap. De Heuvel/Dorpsstraat loopt vanaf de rotonde met de N397 eerst door een open agrarisch gebied, met aan weerszijden van de weg een onregelmatige beplanting van berkenbomen en enkele bebouwde kavels. Verder noordelijk leidt de weg tussen twee bospercelen door, waarna de weg de bebouwde kom van Riethoven (30 km/h-zone) bereikt. De Heuvel/Dorpsstraat is een 60 km/h-weg, die aan weerszijden is voorzien van fietssuggestiestroken. Rond de rotonde met de N397 liggen vrijliggende fietspaden, die aansluiten op de vrijliggende fietspaden langs het zuidelijk deel van de Heuvel, richting Westerhoven.
2.4
Projectbeschrijving Met de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat wordt voorzien in de realisering van een missende schakel voor utilitair en recreatief fietsverkeer in het buitengebied van Bergeijk. Door de aanleg van het fietspad ontstaat een verkeersveilige en comfortabele fietsroute van Westerhoven naar Riethoven. De fietsroute van Westerhoven naar Riethoven ziet er in de toekomstige situatie als volgt uit: vrijliggende fietspaden langs de Heuvel, van Westerhoven tot de rotonde N397 (bestaand); vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat, van de rotonde N397 tot de bebouwde kom van Riethoven (nieuw, opgenomen in dit bestemmingsplan); fietssuggestiestroken in de Dorpsstraat en Schoolstraat in de bebouwde kom van Riethoven, deels gemarkeerd met witte belijning, deels in de vorm van afwijkende bestrating (bestaand).
Overzicht fietsroute Westerhoven-Riethoven: - in blauw de bestaande delen van de route (doorgetrokken lijn: vrijliggend fietspad, onderbroken lijn: fietsstroken op de rijbaan) - in rood het nieuwe deel van de route (opgenomen in dit bestemmingsplan)
CroonenBuro5
5
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Het vrijliggende fietspad is uitgewerkt in concrete inrichtingstekeningen, waarop de ligging van het fietspad en de aansluiting op de bestaande wegen/fietspaden zijn vormgegeven. Voor de ligging van het fietspad is rekening gehouden met de bestaande karakteristieken van de omgeving en met de huidige infrastructuur, zodat het fietspad op een logische manier wordt ingepast. Er wordt een twee-richtingenfietspad met een breedte van 3,5 meter aangelegd aan de oostzijde van de rijbaan. Het fietspad wordt van de rijbaan gescheiden door een groene berm die in breedte varieert van circa 3 tot circa 5 meter. In deze berm is ruimte voor het behoud van de bestaande bomen en de bestaande bermsloten. Door te kiezen voor een twee-richtingenfietspad blijven de ingrepen beperkt tot één zijde van de weg. Het fietspad wordt op deze manier bovendien grotendeels gerealiseerd op gronden die reeds in eigendom van de gemeente zijn, waardoor de noodzaak tot verwerving van particuliere gronden tot een minimum wordt beperkt. Door het fietspad aan de oostzijde van de weg te projecteren blijft het grootste bosgebied op dit tracé - dat zich aan de westzijde van de weg bevindt - gespaard. Het vrijliggende fietspad sluit nabij de rotonde van de N397 aan op de bestaande vrijliggende fietspaden rond de rotonde.
Het fietspad ligt vanaf daar parallel aan de rijbaan en wordt daarvan gescheiden door een groene berm. Ter hoogte van de aansluiting van de Heuvel/Dorpsstraat op de onverharde Droevendaal (westzijde van de weg) buigt het fietspad uit, zodat de waardevolle bomen op de agrarische percelen aan de oostzijde van de weg behouden kunnen blijven. Ter hoogte van Dorpsstraat 22, op de grens met de bebouwde kom, wordt een plateau aangelegd waar het vrijliggende fietspad aansluit op de fietssuggestiestroken in de bebouwde kom van Riethoven.
2.5
Ruimtelijke inpasbaarheid van het fietspad Het nieuwe vrijliggende fietspad doorkruist – net als de weg waarlangs het wordt aangelegd – een afwisseling van (open) agrarische gronden, bosgebieden en bebouwde percelen. Bij de aanleg van het fietspad is rekening gehouden met de kwaliteiten van de omgeving, zodat waardevolle elementen (bijvoorbeeld de waardevolle bomen ter hoogte van de aansluiting met de Droevendaal) behouden kunnen blijven. Het fietspad wordt parallel aan de bestaande rijbaan gelegd, waardoor het extra ruimtebeslag beperkt blijft en het fietspad ruimtelijk goed inpasbaar is. Door het behoud van de bestaande bermsloten in de groene berm tussen het fietspad en de rijbaan verandert de waterhuishoudkundige situatie niet wezenlijk. Hoewel de bestaande (solitaire) bomen langs de rijbaan grotendeels behouden kunnen blijven, is het rooien van een beperkt aantal bomen in het bosgebied aan de oostzijde van de Dorpsstraat onontkoombaar. Gelet op het belang van een verkeersveilige fietsverbinding is deze beperkte aantasting van het landschap verantwoord. Bovendien wordt het verlies aan natuur gecompenseerd door op andere locaties in het buitengebied, nabij de Beekloop, nieuwe natuur te realiseren (zie ook paragraaf 3.2.3).
2.6
Vertaling in het bestemmingsplan Het doel van dit bestemmingsplan is de aanleg van het fietspad aan de oostzijde van de Heuvel/Dorpsstraat mogelijk te maken. Omdat de bestemming ‘Verkeer’ van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ de aanleg van fietspaden al mogelijk maakt, hoeft de bestemming van gronden die in dat bestemmingsplan al een verkeersbestemming hebben, niet te worden herzien. Dit bestemmingsplan ziet daarom uitsluitend op gronden die in het geldende bestemmingsplan nog geen verkeersbestemming hebben. Om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken, is het fietspad opgenomen in het plangebied en bestemd als ‘Verkeer’. In de planregels is bepaald dat deze gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf in de vorm van een fietspad. De groene berm tussen het fietspad en de rijbaan is meegenomen in de verkeersbestemming, zodat nog enige flexibiliteit bestaat bij de verdere uitwerking en aanleg van het fietspad.
CroonenBuro5
6
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Op drie percelen in de omgeving van de Beekloop vindt natuurcompensatie plaats. Deze percelen zijn opgenomen in het plangebied en bestemd als ‘Natuur’. De dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen op deze percelen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bergeijk 2011’ (inclusief de herzieningen uit 2014 en 2017). Het gebruik van het fietspad is in de planregels via een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de aanleg en instandhouding van natuur op deze percelen.
CroonenBuro5
7
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
CroonenBuro5
8
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk losgelaten. Er is enkel nog sprake van een ladder voor duurzame verstedelijking, die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening.
Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. De SVIR is een structuurvisie op nationaal niveau en doet geen concrete uitspraken die van belang zijn voor dit bestemmingsplan. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die worden ingezet om de belangen te beschermen of te ontwikkelen. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
3.1.2
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende regeling (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd en bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Voor het plangebied gelden op grond van het Barro en de Rarro geen bijzondere regelingen waar rekening mee moet worden gehouden.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Doel van de ladder is het stimuleren van zuinig ruimtegebruik, door te komen tot een optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied en het voorkomen van leegstand. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Per 1 juli 2017 luidt de ladder, zoals opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening, als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
CroonenBuro5
9
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Een stedelijke ontwikkeling is volgens artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De aanleg van een fietspad valt niet onder dit begrip en is dus geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op dit bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Structuurvisie ruimtelijke ordening In 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) vastgesteld. De Svro is in 2014 partieel herzien, waarbij onder andere het gewijzigde beleid op het gebied van natuur (realisering van het Natuur Netwerk Brabant) en veehouderij (transitie naar een zorgvuldige veehouderij) zijn verwerkt. De Svro bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin de kaderstellende elementen uit de Svro zijn vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Algemeen De Svro gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.
Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Binnen de stedelijke structuur worden twee ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: Stedelijk concentratiegebied (stedelijke regio’s): in het stedelijk concentratiegebied, inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen. Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Overig stedelijk gebied (landelijke regio’s): het overig stedelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn in dit gebied gericht op de eigen behoefte. De gemeente Bergeijk ligt volgens de Svro niet in het stedelijk concentratiegebied, maar maakt deel uit van een landelijke regio.
Infrastructuur De Svro benoemt en beschrijft de ambities voor vier ruimtelijke structuren: de infrastructuur, het landelijk gebied, de groenblauwe mantel en de stedelijke structuur. Op het gebied van infrastructuur zijn de belangrijkste ambities het bevorderen van de (inter)nationale bereikbaarheid en het beter verknopen van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is bij de aanleg van nieuwe infrastructuur een goede inpassing in het landschap van belang. Investeringen in bereikbaarheid worden daarom gekoppeld aan verbeteringen in het omliggende (landelijke) gebied.
CroonenBuro5
10
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Provinciale gebiedsontwikkeling Grenscorridor N69 In de Svro heeft de provincie negen provinciale gebiedsontwikkelingen benoemd waarvoor de provincie de rol van gebiedsregisseur en (mede-)ontwikkelaar op zich neemt en haar ontwikkelingsgerichte instrumenten inzet. Eén van deze gebiedsontwikkelingen is de Grenscorridor N69, waarvoor inmiddels een onherroepelijk provinciaal inpassingsplan geldt. In samenhang met de aanleg van de nieuwe verbinding tussen Valkenswaard-Zuid en de A67 worden in de regio Grenscorridor N69 diverse kwaliteitsverbeterende maatregelen uitgevoerd, waaronder de aanleg van de fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen. In paragraaf 2.1 en 2.2 is hier aandacht aan besteed.
3.2.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet (die naar verwachting in 2021 in werking treedt) en beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De provincie streeft in de omgevingsvisie naar het creëren van meerwaarde. Het handelen van de provincie is daarom gericht op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie. Daarbij vindt de provincie het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken: Een ‘diepe’ manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. Een ‘ronde’ manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit.
Een ‘brede’ manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie zijn één basisopgave en vier hoofdopgaven benoemd. De basisopgave is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven zijn: werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan Brabant als slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Svro en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De provincie is bezig met het afstemmen van het sectorale beleid op de omgevingsvisie. Dit betekent dat aan de hand van de drie manieren van kijken wordt beoordeeld welke waarden moeten worden beschermd en hoe beleid kan worden vormgegeven. Het (sectorale) beleid wordt verder uitgewerkt in programma’s en in de provinciale omgevingsverordening. De aanleg van de fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen past binnen de Brabantse Omgevingsvisie.
Het project is onderdeel van de gebiedsontwikkeling Grenscorridor N69, één van de negen gebiedsontwikkelingen uit de Svro. Aanleg van de fietsverbinding past binnen de ambities en opgaven zoals door de provincie benoemd in de Brabantse Omgevingsvisie. De combinatie van de aanleg van een nieuwe weg met kwaliteitsverbeterende maatregelen in de hele regio Grenscorridor N69 is een voorbeeld van het creëren van meerwaarde bij een ontwikkeling.
CroonenBuro5
11
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
3.2.3
Gemeente Bergeijk
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening vervangt de Verordening ruimte Noord-Brabant, de Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening water, de Verordening ontgrondingen en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven.
Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
Natuur Netwerk Brabant Landelijk gebied (met werkingsgebied gemengd landelijk gebied) Stedelijk gebied
Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
CroonenBuro5
12
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. De gronden waarop aanleg van het fietspad is voorzien liggen grotendeels in het landelijk gebied, binnen het werkingsgebied gemengd landelijk gebied. Het bosgebied aan weerszijden van de Dorpsstraat maakt deel uit van het NNB. Ook de percelen waarop natuurcompensatie plaatsvindt zijn onderdeel van het NNB. Deze percelen zijn op dit moment in agrarisch gebruik en het NNB is hier nog niet gerealiseerd. Over (delen van) de compensatiepercelen liggen de werkingsgebieden van verschillende regels, waaronder die voor behoud en herstel van watersystemen en voor attentiezone waterhuishouding.
In het geldende bestemmingsplan zijn hier beschermende regelingen aan gekoppeld. De relevante dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Aanleg fietspad in het landelijk gebied De Interim omgevingsverordening bevat geen specifieke regels voor de aanleg van fietspaden in het landelijk gebied. Wel zijn regels opgenomen die gelden in het geval van de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg (artikel 3.46). Hoewel de ruimtelijke impact van de aanleg van een vrijliggend fietspad langs een bestaande weg zeer beperkt is, is hiermee wel sprake van de ‘wijziging van een weg’. Daarom wordt hierna getoetst aan de voorwaarden van artikel 3.46. Artikel 3.46 verkeersdoeleinden Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Lid 2 Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing: a. waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden; De aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat vloeit voort uit de Gebiedsimpuls Grenscorridor N69. De Gebiedsimpuls voorziet in maatregelen in de hele regio Grenscorridor N69 met als doel een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het totale gebied.
Er is op dit moment geen sprake van een comfortabele en verkeersveilige verbinding voor fietsers (zowel utilitair als recreatief) tussen Westerhoven, Riethoven en de Volmolen. Fietser maken op grote delen van de huidige route gebruik van de rijbaan, wat – mede gelet op de beperkte breedte van de wegen – tot verkeersonveilige situaties leidt. Aanleg van (vrijliggende) fietspaden is gewenst om zodoende het fietsverkeer tussen de dorpen in de gemeente Bergeijk en de omliggende kernen (Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Valkenswaard) te faciliteren en te stimuleren. Aanleg van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat tussen Westerhoven en Riethoeven is hiervan onderdeel.
CroonenBuro5
13
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
b. van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; De gekozen route is de directe route van Westerhoven naar Riethoven, die nu ook al wordt gebruikt voor (utilitair en recreatief) fietsverkeer. De gekozen ligging van het fietspad aan de oostzijde van de rijbaan is uit ruimtelijk oogpunt het meest logisch en leidt tot de minste aantasting van NNB. c. van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken; Verwezen wordt naar paragraaf 2.4 en 2.5 van deze toelichting. Het fietspad wordt op zo’n manier aangelegd dat bestaande waardevolle elementen zoveel mogelijk behouden kunnen blijven en wordt parallel aan de bestaande weg gerealiseerd. Hierdoor blijft het ruimtebeslag beperkt en worden nieuwe doorsnijdingen van het landschap voorkomen. Hoewel het totale wegprofiel (rijbanen, berm en fietspad) breder wordt dan in de huidige situatie, is de ruimtelijke impact van het fietspad zeer beperkt. Aanvullende maatregelen voor inpassing zijn daarom niet noodzakelijk. d. van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening. Er is geen sprake van een aan de weg gerelateerde voorziening, maar van de aanleg van een bij de weg behorend fietspad.
Lid 3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de bouw of aanleg van een parkeervoorziening. Er is geen sprake van de aanleg van een parkeervoorziening. Lid 4 In geval van samenloop met een ander werkingsgebied geldt dat het bestemmingsplan rekening houdt met de opgenomen regels. Het fietspad ligt binnen het werkingsgebied gemengd landelijk gebied, waarbinnen geen extra voorwaarden worden gesteld aan de aanleg van fietspaden. Het fietspad valt niet samen met andere werkingsgebieden waarmee rekening moet worden gehouden. Aanleg fietspad in het Natuur Netwerk Brabant Het fietspad dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt, ligt voor een klein deel (circa 55 meter) binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan in het NNB strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Zolang het NNB niet is gerealiseerd, zijn de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteiten toegestaan. Als ecologische waarden en kenmerken van het NNB gelden de natuurbeheertypen die zijn vastgelegd in het natuurbeheerplan. Het NNB binnen het plangebied is in het Natuurbeheerplan, zowel op de beheertypekaart als op de ambitiekaart, aangemerkt als beheertype N16.03 Droog bos met productie.
Op grond van artikel 3.18 van de Interim omgevingsverordening zijn binnen het NNB slechts zeer beperkt nieuwe ontwikkelingen toegestaan, in de vorm van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik. De aanleg van het fietspad gaat gepaard met aantasting van het NNB, doordat in een smalle strook langs de weg bomen moeten worden gekapt en er dus sprake is van oppervlakteverlies van het NNB.
CroonenBuro5
14
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Op grond van artikel 3.17 van de Interim omgevingsverordening is een ontwikkeling in zo’n geval alleen mogelijk als herbegrenzing van het NNB plaatsvindt. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid voor kleinschalige herbegrenzing, zoals opgenomen in artikel 3.21 van de Interim omgevingsverordening. Hierna wordt getoetst aan de voorwaarden die hiervoor gelden. Artikel 3.21 kleinschalige herbegrenzing Lid 1 Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; De aantasting van het areaal NNB blijft beperkt tot een strook grond met een lengte van circa 55 meter en een breedte die varieert tussen de 3 en 6 meter. Het oppervlakteverlies bedraagt 252 m2, wat gelet op de omvang van de bospercelen aan weerszijden van de Dorpsstraat een geringe aantasting is. b. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; De aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB blijft beperkt tot een smalle strook gronden direct langs de bestaande weg. In deze strook wordt een fietspad aangelegd, waardoor sprake is van oppervlakteverlies van het NNB. In relatie tot de omvang van de bosgebieden is het oppervlakteverlies zeer beperkt.
De bosgebieden en de ecologische waarden daarvan worden niet of nauwelijks aangetast door de aanleg van het fietspad. Uit een quickscan flora en fauna (zie paragraaf 4.4) is gebleken dat er geen streng beschermde dier- of plantensoorten voorkomen in het plangebied. Aangezien het fietspad langs een bestaande weg worden aangelegd, is bovendien geen sprake van nieuwe doorsnijdingen van de bosgebieden. Er is dan ook geen sprake van een wezenlijke aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB in het gebied. c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; Het oppervlakteverlies aan NNB wordt gecompenseerd overeenkomstig de regels van artikel 3.2.2 van de Interim omgevingsverordening, waarbij een oppervlaktetoeslag van 2/3 wordt toegepast. De compensatie vindt plaats op drie percelen in de nabijheid van de Beekloop, binnen het nog niet gerealiseerde NNB. Daarmee is sprake van een kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB als geheel. d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; Om een comfortabele en verkeersveilige fietsroute te realiseren heeft de aanleg van een vrijliggend fietspad de voorkeur.
Alternatieven die aantasting van het NNB voorkomen (bijvoorbeeld door aanpassing van de rijbaan) leiden niet tot een gelijkwaardige situatie uit oogpunt van verkeersveiligheid. Bij de inpassing van het fietspad is gekozen voor de ligging die uit ruimtelijk oogpunt het meest logisch is. Daarbij is – waar mogelijk – aantasting van het NNB zoveel mogelijk beperkt. Als het fietspad aan de westzijde van de rijbaan zou zijn geprojecteerd, zou het verlies aan areaal NNB aanzienlijk groter zijn geweest (de doorsnijding van het NNB zou dan circa 350 meter zijn in plaats van circa 55 meter).
CroonenBuro5
15
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; Verwezen wordt naar paragraaf 2.4 en 2.5 van deze toelichting. Het fietspad wordt op zo’n manier aangelegd dat bestaande waardevolle elementen zoveel mogelijk behouden kunnen blijven en wordt parallel aan de bestaande weg aangelegd. Hierdoor blijft het ruimtebeslag zo beperkt mogelijk. Hoewel het totale wegprofiel (rijbanen, berm en fietspad) breder wordt dan in de huidige situatie, is de ruimtelijke impact van het fietspad zeer beperkt. Aanvullende maatregelen voor inpassing van het fietspad zijn daarom niet noodzakelijk. Dit geldt zeker op de gronden waar het fietspad bestaand bosgebied doorsnijdt: aangezien het overgrote deel van het bosgebied behouden blijft, is een goede landschappelijke inpassing van het fietspad hier verzekerd. f. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22 Compensatie; Het verlies aan NNB wordt fysiek gecompenseerd overeenkomstig artikel 3.22 en 3.23 van de Interim omgevingsverordening. In de volgende paragraaf wordt hier aandacht aan besteed. g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Verwezen wordt naar het gestelde onder e. Het treffen van aanvullende maatregelen (en de monitoring daarvan) is in dit geval niet noodzakelijk.
Compensatie Natuur Netwerk Brabant Artikel 3.22 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat compensatie van het verlies aan NNB naar keuze plaats kan vinden door fysieke of financiële compensatie. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. In dit geval is sprake van de vernieting van NNB met het beheertype N16.03 Droog bos met productie. Hiervoor kan worden uitgegaan van een ontwikkeltijd tussen de 25 en 100 jaar, wat leidt tot een toeslag van 2/3 in oppervlak. In dit bestemmingsplan wordt binnen het NNB 252 m2 bestemd als ‘Verkeer’. Rekening houdend met een toeslag van 2/3 bedraagt de compensatie-opgave voor het verlies aan NNB 421 m2. Locatie voor compensatie Op grond van artikel 3.23 van de Interim omgevingsverordening dient fysieke compensatie plaats te vinden in niet gerealiseerde delen van het NNB of in niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Ten behoeve van de compensatie voor het verlies van NNB worden drie percelen in het nietgerealiseerde NNB ingericht als natuur. Het betreft de percelen D713 en D714 en een deel van het perceel D663, gelegen in de omgeving van de Beekloop.
In het kader van het Projectplan herinrichting Beekloop heeft de afgelopen jaren beekherstel plaatsgevonden en zijn diverse percelen aan weerszijden van de beek heringericht voor natuur. De percelen D713, D714 en D663 kennen een agrarisch gebruik en zijn nog niet ingericht als NNB. De compensatie-percelen hebben een totale omvang van circa 1,3 hectare. Hiermee is sprake van een zeer forse overcompensatie voor het verlies aan NNB langs de Heuvel/Dorpsstraat. Dit hangt ermee samen dat de compensatie ook wordt uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van fietspaden op het traject tussen Riethoeven en de Volmolen. In het voorontwerpbestemmingsplan ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’ was ook de aanleg van fietspaden langs de Schoolstraat en de Broekhovenseweg opgenomen, wat een totaal verlies aan NNB van circa 5.000 m2 tot gevolg had, voor het overgrote deel ten gevolge van het verlies aan bosgebied langs de Broekhovenseweg.
CroonenBuro5
16
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Naar aanleiding van de inspraakreacties is besloten om eerst nader onderzoek te verrichten naar de aanleg van fietspaden tussen Riethoven en de Volmolen. De fietspaden langs de Schoolstraat en de Broekhovenseweg maken daarom geen deel meer uit van dit bestemmingsplan. Als de aanleg van deze fietspaden te zijner tijd alsnog mogelijk wordt gemaakt, dan ligt het in de lijn der verwachting dat ook hiervoor NNB-compensatie nodig is. Om dubbele werkzaamheden te voorkomen en de compensatie efficiënt te kunnen uitvoeren, is ervoor gekozen om de drie compensatiepercelen al in dit bestemmingsplan te bestemmen als ‘Natuur’ en ze ook in één keer als natuur in te richten. De overmaat aan compensatie (ruim 12.500 m2) wordt, indien nodig, te zijner tijd ingezet als compensatie voor de aanleg van fietspaden tussen Riethoven en de Volmolen.
D714
D663 D713
Luchtfoto percelen natuurcompensatie (links D713 en D714, rechts D663 (gedeeltelijk))
Inrichting voor natuur In het Projectplan herinrichting Beekloop is beschreven hoe de percelen langs de beek kunnen worden ingericht. De inrichtingsvisie beschrijft dat de Beekloop wordt ingericht als een meanderende beek op het historische tracé. De omgeving wordt ingericht als een mix van de aanwezige potenties in de natte natuurparel en de cultuurhistorische waarden erbuiten. De natuurdoeltypenkaart (nu ambitiekaart natuurbeheertypen) beschrijft een meer open landschap met bloemrijk en vochtig grasland en langs de beek een moeraszone. Daarnaast zijn er vanuit ecologie (doelsoorten) eisen, zoals: de inrichting dient zo goed mogelijk in te spelen op de aanwezige of potentiële soorten van beken en beekdalen, in aansluiting op de Keersop; meer specifiek: de inrichting dient bij te dragen aan het leefgebied voor de waterspitsmuis, bosbeekjuffer en beekvogels; de bever heeft het stroomgebied van de Dommel bijna bereikt; ook hierop kan al worden ingespeeld met inrichting van het gebied; beekbegeleidende begroeiingen samen met beekdalbosjes kunnen in samenhang met bosgebieden in de omgeving leiden tot een grotere betekenis voor bos- en struweelvogels, vleermuizen, enzovoorts. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt stroomt de beek afwisselend door bos en nat terrein. Richting de flanken ligt heide en een meer open landschap.
Er is gekozen voor een variant met beekbegeleidend bos direct aanliggend aan de beek, en haaks op de beek coulissen die worden afgewisseld met hooiland. Deze variant past in het historische beeld met vloeiweiden.
CroonenBuro5
17
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Daarnaast draagt deze inrichting bij aan de doelsoorten en de biodiversiteit en aan een aantrekkelijke omgeving voor recreatie, door de variatie in inrichting. In overleg met Natuurmonumenten wordt de inrichting aangevuld met de realisatie van poelen en oeververflauwingen langs de Beekloop en bestaande sloten. Dit biedt kansen voor amfibieën en voor planten die voedselarme en vochtige omstandigheden nodig hebben, zoals de reeds in het gebied voorkomende bosbies. Daarnaast worden ter plaatse van de percelen van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer enkele sloten gedempt om de grondwaterstand verder omhoog te brengen. Uitgangspunt is dat dit geen negatief effect heeft op de aanliggende landbouwpercelen en bebouwing. De compensatie-percelen worden ingericht overeenkomstig de uitgangspunten van het projectplan. Om de compensatie te borgen, zijn alle drie de percelen opgenomen in het plangebied van dit bestemmingsplan en bestemd als ‘Natuur’. De Interim omgevingsverordening schrijft voor dat de NNB-compensatie binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet zijn afgerond.
In de regels van de bestemming ‘Verkeer’ is daarom een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die bepaalt dat gebruik van het fietspad slechts is toegestaan indien de percelen met de bestemming ‘Natuur’ uiterlijk drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn ingericht als natuur overeenkomstig de uitgangspunten van het Projectplan herinrichting Beekloop en deze inrichting vervolgens in stand wordt gehouden. Het projectplan is als bijlage aan de planregels toegevoegd. Procedure grenswijziging Artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening omschrijft de procedure die moet worden gevolgd om de grenzen van werkingsgebieden te wijzigen. Het voornemen om een verzoek te doen voor de wijziging van de begrenzing van het NNB maakt onderdeel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan. Een verzoek om aanpassing van de begrenzing wordt na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ingediend bij Gedeputeerde Staten en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Gedeputeerde Staten beslissen vervolgens binnen vier weken na ontvangst van het verzoek over de grenswijziging.
Het bestemmingsplan wordt pas vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing. Indien Gedeputeerde Staten beslissen overeenkomstig het verzoek van het college van burgemeester en wethouders, wordt de kaart van de Interim omgevingsverordening aangepast. Om de Interim omgevingsverordening exact in overeenstemming te kunnen brengen met de verzochte nieuwe begrenzing, moeten in het ontwerpbestemmingsplan gebiedsaanduidingen worden opgenomen die kunnen worden overgenomen op de kaart van de Interim omgevingsverordening. De aanduidingen hebben in het bestemmingsplan geen juridische betekenis, maar dienen uitsluitend voor de aanpassing van de verordening. Omdat de aanduidingen overbodig zijn nadat Gedeputeerde Staten een besluit hebben genomen omtrent de grenswijziging, kunnen ze bij de vaststelling van het bestemmingsplan vervallen. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen: overige zone – in Interim omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant; overige zone – in Interim omgevingsverordening ruimte toe te voegen Landelijk gebied; overige zone – vanwege natuurcompensatie te realiseren natuur.
3.2.4
Bescherming van houtopstanden Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming heeft de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet vervangen. De provincie Noord-Brabant, die bevoegd gezag is voor veel onderdelen van de Wet natuurbescherming, heeft in de Interim omgevingsverordening regels opgenomen voor natuurbescherming. De Interim omgevingsverordening bevat regels voor soortbescherming, voor de bescherming van Natura 2000-gebieden en voor de bescherming van bossen of andere houtopstanden.
CroonenBuro5
18
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
De gevolgen van dit bestemmingsplan voor beschermde soorten en Natura 2000-gebieden zijn onderzocht door middel van flora- en faunaonderzoek (zie paragraaf 4.4). Hierna wordt ingegaan op de bescherming van bossen en andere houtopstanden. Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming bevat regels voor houtopstanden, hout en houtproducten. Artikel 4.2 bepaalt dat het niet is toegestaan om houtopstanden buiten de bebouwde kom groter dan 10 are (1.000 m2) of bestaande uit rijbeplanting van minimaal 20 bomen te vellen zonder voorafgaande melding bij Gedeputeerde Staten. Indien houtopstanden worden geveld, moeten de gronden binnen drie jaar na het vellen worden herbeplant of dient (na ontheffing van Gedeputeerde Staten) op een andere locatie herbeplanting plaats te vinden. Het doel hiervan is het areaal bos en houtopstanden te beschermen. Provinciale Staten kunnen bij verordening geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de herplantplicht. In de Interim omgevingsverordening zijn in paragraaf 2.6.3 regels opgenomen voor de bescherming van houtopstanden. In artikel 2.6.2 van de verordening is bepaald dat het verbod om houtopstanden te vellen en de herplantplicht niet gelden voor ‘houtopstanden in verband met het realiseren van een werk overeenkomstig een onherroepelijk bestemmingsplan of provinciaal inpassingsplan waarvoor reeds een planologische compensatie is vereist’.
Het doel van deze regeling is dubbele compensatie te voorkomen, doordat zowel voor het verlies van NNB als voor het verlies van bosareaal moet worden gecompenseerd. In dit geval wordt ten behoeve van de herbegrenzing van het NNB al voorzien in planologische compensatie (zie paragraaf 3.2.3). Op grond van de Interim omgevingsverordening is (extra) compensatie voor het verlies aan bosareaal daarom niet aan de orde.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Bergeijk Op 3 juni 2010 is de Structuurvisie Bergeijk ‘Leven en beleven tussen bossen, beken en boerenland’ vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie is een actualisatie van de StructuurvisiePlus uit 2004. In de structuurvisie is het lokale, regionale en nationale beleid vertaald en zijn plannen uit de tussenliggende periode opgenomen. Daarnaast is de structuurvisie geconcretiseerd in de vorm van een projectenplan. De Structuurvisie bestaat uit twee delen. Deel A betreft het Ruimtelijk Casco, waarin de toekomstvisie voor de gemeente Bergeijk is opgenomen. Deze visie formuleert het ontwikkelingskader voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete plannen en projecten. In het projectenplan (deel B) is het ruimtelijk programma voor de korte en middellange termijn benoemd. Daarnaast is aangegeven welke concrete projecten en plannen op korte termijn richting uitvoering worden gebracht en op welke wijze dat zal gebeuren. Het projectenplan wordt periodiek geactualiseerd. Ruimtelijk Casco Het Ruimtelijk Casco bestaat uit een kaartbeeld en een toelichting, waarbij de toelichting kan worden beschouwd als een uitgeschreven legenda. Op basis van een integrale analyse die is gebaseerd op de lagenbenadering zijn in het Ruimtelijk Casco ruimtelijke keuzes gemaakt voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Bergeijk.
De strategie voor de infrastructuur is erop gericht de bestaande infrastructuur te handhaven en te optimaliseren en alleen indien strikt noodzakelijk nieuwe infrastructuur toe te voegen. Het in stand houden en in beperkte mate uitbreiden van de hoofdverbindingen is van essentieel belang voor de bereikbaarheid van de kernen. Op lokaal niveau wil de gemeente komen tot de oplossing van enkele knelpunten in de verkeersafwikkeling. Het weren van sluipverkeer, het verbeteren van de bereikbaarheid van het westelijk deel van Bergeijk en het vergroten van de verkeersveiligheid zijn daarbij de belangrijkste doelstellingen. Fietsverkeer en openbaar vervoer spelen een belangrijke rol bij het bieden van een betrouwbare reistijd van deur tot deur.
CroonenBuro5
19
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
De gemeente Bergeijk kent een grote prioriteit toe aan fietsverkeer en het beter toegankelijk maken van bushaltes en aanpassing/uitbreiding van het openbaar vervoer. De kwaliteit, het comfort en de veiligheid van de fietsroutes zijn belangrijk, zeker omdat routegebonden vormen van recreatie (naast fietsen ook wandelen en paardrijden) van belang zijn voor de recreatieve en toeristische betekenis van de gemeente. Projectenplan Het projectenplan bevat een programmatische keuze voor diverse thema’s. Daarnaast is aangegeven waar het programma wordt gerealiseerd en hoe het uitvoeringstraject (koppeling tussen grondbeleid en ruimtelijke ontwikkeling en inzet van Wro-instrumenten) eruit ziet. Tenslotte is een projectenoverzicht opgenomen met projecten en maatregelen die de gemeente ter uitvoering van het structuurvisiebeleid wil oppakken. In het projectenplan is een aantal maatregelen voor het fietsverkeer opgenomen, waaronder de aanleg van een aanliggend of vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat. Relevantie voor het bestemmingsplan In de structuurvisie is de verbetering van de (fiets)infrastructuur in het buitengebied als doelstelling opgenomen. In het projectenplan is de aanleg van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat expliciet benoemd. Door realisering van het fietspad wordt uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de structuurvisie.
3.3.2
Dorpenontwikkelingsplan Op 23 oktober 2006 is het Dorpenontwikkelingsplan ‘Bergeijk, kernen in ontwikkeling’ vastgesteld. In 2009 is het DOP omgevormd naar een iDOP (integraal Dorpenontwikkelingsplan) door per kern een sociale paragraaf op te stellen met daarin de gewenste sociaal-culturele ontwikkeling. Deze sociale paragraaf vormt per kern tevens een beknopte actualisatie van het DOP. Zowel het DOP als de iDOP’s zijn opgesteld in nauwe samenwerking met bewoners van de kernen in de gemeente Bergeijk. In het iDOP zijn de gemeentelijke ambities op het gebied van wonen en leefbaarheid binnen de kernen verwoord. Het hoofdthema is de leefbaarheidsbevordering in de gemeente Bergeijk, uitgesplitst in een visie op wonen en een visie op leefbaarheid. De belangrijkste doelstellingen zijn: het zoveel mogelijk voorzien in de eigen woningbehoefte van de inwoners van Bergeijk; het bevorderen van de sociale cohesie en zelfredzaamheid van de burger; Het verbeteren van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Relevantie voor het bestemmingsplan Eén van de doelstellingen uit het DOP en de iDOP’s is het verbeteren van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid. De realisering van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat draagt hieraan bij en past dus binnen het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in het DOP en de iDOP’s.