CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels Burg. Lindersweg 9 vastgesteld

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan “Burgemeester Lindersweg 9 te Bergeijk”12.797 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vastgesteld

25

i.

j.

‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. Indien de wijziging plaatsvindt op een locatie welke gelegen is binnen de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’, dient een positieve bijdrage geleverd te worden aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken door ten minste 5% van de oppervlakte van het bouwvlak aan te wenden voor landschappelijke inpassing rondom de locatie dan wel elders in het plangebied van dit bestemmingsplan. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.

3.6.3 Wijziging ten behoeve van niet-agrarische functies Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vestiging van niet-agrarische functies, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak voor de nietagrarische functie mag niet meer bedragen dan 5.000 m². In afwijking hiervan mag de oppervlakte van het bestemmingsvlak voor een agrarisch-technisch hulpbedrijf, een agrarischverwant bedrijf, een dagrecreatieve voorziening of een maatschappelijke voorziening niet meer bedragen dan 15.000 m2. c. De wijziging naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’. d. Voor de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten dienste van de niet-agrarische functie gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 400 m2; 2. indien voorafgaand aan de wijziging minder dan 400 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig is binnen het bouwvlak, mag deze oppervlakte aan bedrijfsgebouwen niet worden vermeerderd; 3.

indien voorafgaand aan de wijziging meer dan 400 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig is binnen het bouwvlak, mag de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen zoals bedoeld onder 1 worden vermeerderd met 20% van de oppervlakte van de agrarische bedrijfsgebouwen boven de 400 m2; 4. indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde onder 3, mag de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen tevens niet meer bedragen dan de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen die op grond van het bepaalde onder d en e mag worden gebruikt voor de niet-agrarische functie(s) die op het perceel worden toegestaan. e. De volgende niet-agrarische functies zijn toegestaan: a. statische (binnen)opslag, waarvoor maximaal 1.000 m2 van de bebouwing mag worden gebruikt; b. recreatie, waarvoor maximaal 400 m2 van de bebouwing mag worden gebruikt; c. een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf, waarvoor maximaal 400 m2 van de bebouwing mag worden gebruikt; d. zorgboerderijen, kinderboerderijen, educatieve voorzieningen en sociale voorzieningen, waarvoor maximaal 400 m2 van de bebouwing mag worden gebruikt, met dien verstande dat binnen deze oppervlakte een oppervlakte van maximaal 100 m² mag worden gebruikt ten behoeve van ondergeschikte horeca en/of productiegebonden detailhandel.

Vastgesteld

26

f.

Een combinatie van statische (binnen)opslag met maximaal één van de niet-agrarische functies zoals genoemd onder d, onder 2, 3 en 4 is toegestaan. Een combinatie van twee of meer functies zoals genoemd onder d, onder 2, 3 en 4 is niet toegestaan. g. Overtollige bebouwing moet worden gesloopt, zodat de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen wordt teruggebracht tot hetgeen op grond van het bepaalde onder c is toegelaten. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ is niet toegestaan. h. Detailhandel en een zelfstandige kantoorvoorziening met baliefunctie zijn niet toegestaan, uitgezonderd productiegebonden detailhandel ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder d, onder 4. i. Buitenopslag en opslag in kassen zijn niet toegestaan. j. De niet-agrarische functie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. k. De niet-agrarische functie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. l.

De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. m. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. n. De wijziging dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. 3.6.4 Wijzigen naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd. c.

Het bouwvlak wordt verwijderd en het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bestaat uit de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende bijgebouwen, tuinen, erven en verhardingen. d. De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat: 1. per 500 m² sloop van bedrijfsgebouwen de inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot met 50 m³ tot maximaal 900 m³ of 20% van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 200 m²; 2. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven. e. De woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. f. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. g. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. h.

Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient een verantwoording ten aanzien van externe veiligheid plaats te vinden voor wat betreft het groepsrisico.

Vastgesteld

27

Artikel 4 Waarde – Archeologie 6 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden. 4.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 25.000 m² en een diepte van meer dan 0,4 m onder maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het bepaalde onder a is geen rapportage vereist in geval van herbouw op dezelfde locatie. c. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3.

De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d. Indien uit het rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de onder b genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. e. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. f. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wint zij schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie 6' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, over een oppervlakte van 25.000 m² of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden (waaronder begrepen het aanleggen van drainage) dieper dan 0,4 m onder maaiveld of - voor zover plaatsvindend binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, 'Agrarisch Paardenhouderij', 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ of 'Agrarisch met waarden Natuur- en landschapswaarden' - dieper dan 0,5 m onder maaiveld;

Vastgesteld

28

b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c. het egaliseren van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,4 m onder maaiveld. 4.3.2 Uitzonderingen Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, mits voor die werken en werkzaamheden in het voorheen geldende bestemmingsplan geen vergunningplicht was opgenomen, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek of het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een ter zake deskundige; d. op de bestaande fundering of binnen een afstand van niet meer dan 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk worden uitgevoerd; e.

plaatsvinden binnen een bouwvlak in de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden 2'. 4.3.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. b.

Indien uit het rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de onder a genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. d. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1 wint deze schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

Vastgesteld

29

4.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1. naar ligging wordt verschoven; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3. wordt verwijderd; 4. van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; 5. voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Vastgesteld

30

3. ALGEMENE REGELS

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Vastgesteld

31

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Maatvoering In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige aanduiding van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze planregels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 6.2 Bebouwingspercentage In die gevallen dat een bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze planregels zijn voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 6.3 Ondergronds bouwen a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b.

De verticale diepte bij ondergronds bouwen mag niet meer bedragen dan 3,5 m. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast. 6.4 Afwijken regels ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.3 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw, bijgebouw, sleufsilo’s of mestbasins, mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast. 6.5 Zwembaden bij (bedrijfs-)woningen Voor het bouwen van een zwembad bij een bedrijfs- of burgerwoning gelden de volgende regels: a. Per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd. b. Het zwembad dient te worden gebouwd op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevellijn en op een afstand van ten minste 1 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrens. c. Het zwembad mag overdekt zijn, waarbij de bouwhoogte van de overkapping niet meer mag bedragen dan 1 m. d. De oppervlakte van het zwembad mag niet meer bedragen dan 50 m². e. Het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. f. Het bouwwerk mag geen onevenredige milieuhinder veroorzaken. g.

Er mag geen sprake zijn van een in stedenbouwkundig en landschappelijk opzicht onaanvaardbare situatie.

Vastgesteld

32

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik en laten gebruiken van bijgebouwen bij een (bedrijfs)woning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; c. het gebruik en laten gebruiken van objecten voor recreatief nachtverblijf voor permanente bewoning en voor de huisvesting van arbeidsmigranten; d. het (proef)boren naar (schalie)gas; 7.2 Meergeneratie wonen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 35.1 sub b voor het kunnen gebruiken van een deel van de (bedrijfs)woning of bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning of een tijdelijke woonunit voor een tweede huishouden, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van het wonen van meerdere generaties bij elkaar, waarbij geldt dat sprake is van: 1. uitsluitend een familierelatie in de 1e lijn; 2. een leeftijd van een van de bewoners van 60 jaar of ouder; b. de voorzieing voor het tweede huishouden past binnen de bouwregels van dit bestemmingsplan dan wel de vergunningvrije bouwregels; c. er maximaal 80 m2 door het tweede huishouden in gebruik wordt genomen in de vorm van: 1. inwoning in de bestaande woning; 2.

bewoning van een bestaand bijgebouw of bedrijfsgebouw; 3. een tijdelijke woonunit van maximaal 80 m² binnen het bouwvlak van het agrarisch bedrijf danwel het bestemmingsvlak van een andere functie, de woonunit is toegestaan op een maximale afstand van 25 meter tot de (bedrijfs)woning; d. indien het tweede huishouden in een andere voorziening verblijft dan de (bedrijfs)woning, dan gelden de volgende aanvullende voorwaarden: 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen; waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; 2. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; 3. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; 4. indien gebruik wordt gemaakt van een tijdelijke woonunit is juridisch en financieel geborgd dat de voorzieningen na afloop van het gebruik worden verwijderd. e. er blijft planologisch-juridisch sprake van één woning, er mag geen kadastrale splitsing plaatsvinden; f.

zodra één van de generaties niet meer verblijft op het perceel dient de (bouwkundige) voorziening voor het 2e huishouden te worden verwijderd; g. aan het gebruik in relatie tot het meergeneratiewonen kan: 1. nooit het recht worden ontleend voor een planologisch-juridisch gebruik als twee (zelfstandige) (bedrijfs)woningen; 2. nooit het recht worden ontleend op woningsplitsing; h. wanneer in de toekomst mantelzorg noodzakelijk is, dan wordt de voorziening die bestemd is voor het tweede huishouden gebruikt ten behoeve van deze mantelzorgbehoefte.

Vastgesteld

33

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze omgevingsvergunning is niet van toepassing op woningen, bedrijfswoningen en recreatiewoningen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen; 2. de (bouw)hoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen. d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m. e.

de bestemmingsregels voor het toestaan van het bouwen van een bouwwerk ten behoeve van de bouw van carnavalswagens binnen een bouwvlak van een agrarisch bedrijf in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 2’', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Per bouw- of bestemmingsvlak is maximaal 1 voorziening toegestaan. 2. Het gebruik ten behoeve van de bouw van carnavalswagens bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar. 3. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 250 m². 4. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 5. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. 6. De dakhelling mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º. 7. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 8. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. f. de bestemmingsregels voor het toestaan van het gebruik van bestaande bedrijfsgebouwen ten behoeve van de bouw van carnavalswagens binnen een bouwvlak van een agrarisch bedrijf in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 2’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Per bouw- of bestemmingsvlak is maximaal 1 voorziening toegestaan. 2. Het gebruik ten behoeve van de bouw van carnavalswagens bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar. 3. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 250 m². 4.

Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. g. de bestemmingsregels voor het toestaan van het bouwen van een bouwwerk ten behoeve van een schuilgelegenheid voor wildbeheer in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 2’, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. In het hele plangebied zijn maximaal 25 schuilhutten wildbeheer toegestaan. 2. De oppervlakte op het maaiveld mag niet meer bedragen dan 15 m², waarbij het overdekte en met minimaal 1 wand omsloten deel van het vloeroppervlak op hoogte maximaal 5 m² mag bedragen. 3. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 4. De schuilhut wildbeheer wordt landschappelijk goed ingepast.

Vastgesteld

34

5. Uit advies van de Wildbeheereenheid moet blijken dat de schuilgelegenheid noodzakelijk is gelet op de bestemming en de feitelijke functie van de gronden. h. de onder a tot en met g genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie, en; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 8.2 Tennisbanen bij (bedrijfs-)woningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bestemmingsregels voor het bouwen van een tennisbaan bij een bedrijfs- of burgerwoning waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden: a. Per perceel mag maximaal 1 tennisbaan worden gebouwd. b. De tennisbaan dient te worden gesitueerd op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevellijn en op een afstand van ten minste 1 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrens. c. De tennisbaan mag niet overdekt zijn. d. Bij de tennisbaan mag een omheining worden gebouwd met een hoogte van maximaal 5 m, mits het gedeelte boven 2 m over de gehele oppervlakte transparant is. e. De tennisbaan mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut.

8.3 Andere landschappelijke inpassing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouw- en gebruiksregels en kan toestaan dat in afwijking van artikel 3.4.6 wordt voorzien in een andere landschappelijke inpassing dan is opgenomen in bijlage 6 van deze planregels, mits sprake is van een andere landschappelijke inpassing die kwantitatief en kwalitatief minimaal gelijkwaardig is aan de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 6 van deze planregels.

Vastgesteld

35

Artikel 9 Overige regels 9.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. 9.2 Parkeren, laden en lossen Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. Hiervoor gelden de volgende regels: a. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. c. Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. d. Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid en/of de ruimte voor laden en lossen dient te worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Bergeijk, zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. e.

De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder c dienen in stand te worden gehouden.

Vastgesteld

36

4. OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Vastgesteld

37

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Burgemeester Lindersweg 9 te Bergeijk’. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ………………. De voorzitter,

De griffier,

..........

..........

Vastgesteld

38

BIJLAGEN

Vastgesteld

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=56518613-cde6-40bf-b4b2-6d805cb6beb4