Regels Burg. Lindersweg 9 vastgesteld
Tekst van het document
PLANREGELS
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................. 1 1. INLEIDENDE REGELS ....................................................................................................................... 2 Artikel 1 Begrippen ............................................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................. 18 2. BESTEMMINGSREGELS ................................................................................................................. 20 Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 2 ............................................................. 20 Artikel 4 Waarde – Archeologie 6 ...................................................................................................... 28 3. ALGEMENE REGELS ...................................................................................................................... 31 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ...............................................................................................................
31 Artikel 6 Algemene bouwregels ......................................................................................................... 32 Artikel 7 Algemene gebruiksregels .................................................................................................... 33 Artikel 8 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................. 34 Artikel 9 Overige regels ...................................................................................................................... 36 4. OVERGANGS- EN SLOTREGELS .................................................................................................. 37 Artikel 10 Overgangsrecht ................................................................................................................. 37 Artikel 11 Slotregel ............................................................................................................................. 38
BIJLAGEN Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Richtlijnen huisvesting arbeidsmigranten Bergeijk 2019 Bijlage 3: Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 Bijlage 4: Lijst van toelaatbare aan huis verbonden activiteiten Bijlage 5: Definitief besluit positieve weigering Bijlage 6: Landschappelijk inpassingsplan
Vastgesteld
1
1. INLEIDENDE REGELS
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: plan: het bestemmingsplan ‘Burgemeester Lindersweg 9 te Bergeijk’ van de gemeente Bergeijk. bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1724.BPUbug0103VAST met de bijbehorende regels en bijlagen. SAAB: Stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen. aanbouw: een als afzonderlijke ruimte aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. aan-huis-verbonden bedrijf: een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op de lokale markt, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend. aan-huis-verbonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.
aardkundige waarden en kenmerken: waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen danwel anderszins vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem, van algemeen belang zijn vanuit aardkundig oogpunt. afhankelijke woonruimte: een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze (bedrijfs)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
Vastgesteld
2
agrarisch bedrijf: een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van telen van gewassen of het houden van dieren, waarbij onderscheid wordt gemaakt in: a. een grondgebonden teeltbedrijf; b. een glastuinbouwbedrijf; c. een veehouderij; d. een overig agrarisch bedrijf; a grondgebonden teeltbedrijf een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. b glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt. c veehouderij een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren, waarbij nader onderscheid wordt gemaakt in: 1. geiten - en schapenhouderij; 2. melkrundvee; 3. pelsdierhouderij; 4. pluimvee; 5. varkens; 6. vleesrundvee; d overig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, gebruiksgerichte paardenhouderij of veehouderij, dat is gericht op het fokken van paarden, het telen van vissen, wormen, insecten en/of gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen, niet zijnde kassen, plaatsvindt, zoals witlof of champignons.
grondgebonden veehouderij veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Of hiervan sprake is wordt getoetst op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de (interim) Omgevingsverodening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. agrarisch-technisch hulpbedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking. agrarisch verwant bedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;
Vastgesteld
3
Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven. archeologische waarden: waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. archeologische verwachting: de verwachting die aan een gebied is toegekend in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relichten. archeologische verwachtingswaarden: verwachte aanwezige waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroeger menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. attentiegebied ehs: gebied gelegen rondom en binnen de ecologische hoofdstructuur waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bed & breakfast: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt, waarbij in de kamers of het gastenverblijf waar logies wordt geboden geen kookinrichting aanwezig is. bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. bedrijfsbebouwing: het bebouwd oppervlak van de ruimte op een terrein dat wordt gebruikt voor de uitoefening van een bedrijf, een dienstverlenend bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief (binnen)opslag, rust- en rookruimten, administratieruimten en dergelijke, uitgezonderd de bedrijfswoning met bijbehorende aanen uitbouwen en bijgebouwen. bedrijfsmatig: in uitoefening van een bedrijf. bedrijfsmatig houden van dieren: het houden van dieren in een agrarisch bedrijf, niet zijnde het hobbymatig houden van dieren; als hobbymatig houden van dieren wordt in ieder geval aangemerkt:
Vastgesteld
4
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
het houden van minder dan 5 paarden; het houden van minder dan 10 schapen; het houden van minder dan 10 geiten; het houden van minder dan 25 stuks pluimvee; het houden van minder dan 25 konijnen.
bedrijfswoning: een woning, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming, noodzakelijk is. beperkt kwetsbare objecten: a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. dienst- en bedrijfswoningen van derden; c. kantoorgebouwen; d. hotels en restaurants; e. winkels; f. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; g. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden; h. bedrijfsgebouwen; i. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en j. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; bestaand(e situatie): a.
ten aanzien van bebouwing: bouwwerken, zoals aanwezig en toegestaan (legaal gerealiseerd) op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wet gegeven voorschriften; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip dat het plan in werking is getreden. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming. bijbehorende voorzieningen: voorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering op gronden (onder andere weg- en waterbouwkundige voorzieningen) en/of bouwvlakken (onder andere opslag en energievoorziening).
Vastgesteld
5
bijgebouw: een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. bodemingrepen: werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. bouwgrens: de grens van een bouwvlak. bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. bouwmassa: een complex van aaneen gebouwde bouwwerken. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
cultuurhistorische waarden en kenmerken: waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historischgeografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. dagrecreatie: recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang. dagrecreatieve voorziening: voorziening ten behoeve van dagrecreatie.
Vastgesteld
6
dak: een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. dierenverblijf: een gebouw of overkapping voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen. ecologische hoofdstructuur/ Natuurnetwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. ecologische verbindingszone (evz): in dit plan aangeduid langgerekt gebied waarbinnen verbindende landschapselementen zijn of worden gerealiseerd. ecologische waarden en kenmerken: aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde.
eenheden: verblijfsruimte bedoeld voor recreatief nachtverblijf zoals logies en ontbijt of gastenkamers. erfbeplanting: afschermende (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend aan een ander bedrijf of een woning. erfbeplantingsplan: plan, waarin wordt aangegeven hoe de erfbeplanting ingericht en beheerd zal gaan worden. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. erker: hoekige of ronde uitbouw aan een gevel. extensieve (openlucht)recreatie: vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch en/of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen substantieel beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes.
Vastgesteld
7
extensief recreatief medegebruik: een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden zoals wandelen, fietsen en dergelijke. functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. gemeenschappelijke voorzieningen: voorzieningen ten dienste van en ondergeschikt aan de verblijfsrecreatie, zoals ruimtes voor vermaak (slechtweervoorziening) en sanitaire voorzieningen. groenblauwe mantel: gebieden die grenzen aan de ecologische hoofdstructuur/ Natuurnetwerk Brabant, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen, en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. groepsrisico: cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. groom: iemand die zich bezig houdt met de dagelijkse verzorging en het toezicht van de paarden.
herbouw: reconstructie, wederopbouw, opnieuw bouwen. hergebruik: gebruik van een bestaande agrarische bouwlocatie (bouwvlak) ofwel een bestaande niet-agrarische bouwlocatie (niet-agrarisch bedrijf of wonen) voor de nieuwvestiging of verplaatsing van een bedrijf. hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt. hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken. hokdierhouderij: veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. horeca:
Vastgesteld
8
bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie bedrijfsmatig bieden van vermaaks- of wellnessfaciliteiten of bedrijfsmatig bieden van congres- of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar. huishouden: één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. hydrologische waarde: gronden met een bijzondere betekenis voor het watersysteem van het plansysteem in verband met beekherstel, verdrogingsbestrijding, waterberging en/of waterkering. kampeerboerderij: (voormalig) agrarisch bedrijf, waarvan de gebouwen en/of gronden geheel of gedeeltelijk zijn ingericht om daarin respectievelijk daarop gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf. kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo een omgevingsvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. karakteristiek: herkenbaar, markant, wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van belang. kas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 m. kelder: een geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. kleinschalig kamperen: kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking van kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal van (25) kampeermiddelen. kleinschalig logeren: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt tot een in de regels aangegeven maximum aantal eenheden, zoals logeren bij de boer, plattelandskamers, bed&breakfast en dergelijke. kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen:
Vastgesteld
9
kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt tot een in de regels aangegeven maximum aantal eenheden, zoals logeren bij de boer, plattelandskamers, bed&breakfast en dergelijke.
kwetsbare objecten: a. woningen, niet zijnde woningen als bedoeld onder ‘beperkte kwetsbare objecten’; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. landschapselementen: ter plaatse gebonden ecologische en/of landschappelijk waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen, moerasjes en dergelijke. landschappelijke waarden en kenmerken: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.
maatschappelijke voorziening: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele ondergeschikte horeca en/of detailhandel.
en
levensbeschouwelijke
voorziening,
met
manege: een bedrijf dat op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid aan eenieder geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden. mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. mestbewerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. monument: a. onroerende zaak, die van algemeen belang is op basis van de volgende criteria:
Vastgesteld
10
1. architectuurhistorische waarde; en/of 2. landschappelijke en/of historisch ruimtelijke waarde; en/of 3. cultuurhistorische waarde; en/of 4. zeldzaamheidswaarde. b. gebied of terrein met behoudenswaardige informatie van cultuurhistorische, archeologische of landschappelijke aard. natuurwaarden/natuurwetenschappelijke waarden: waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkendheid voor het gebied. natuurontwikkelingsgebied: landbouwgronden, die bijzonder geschikt zijn voor het ontwikkelen van nieuwe natuur waardoor ruimtelijke ingrepen die natuurontwikkeling kunnen frustreren moeten worden voorkomen. nevenfunctie: activiteit uitgeoefend in aanvulling op de hoofdfunctie zoals recreatieve functies, agrarisch verwante functies, agrarisch technische functies en statische binnenopslag. nieuwe bedrijfswoning: een niet reeds bestaande bedrijfswoning.
niet-agrarische functies: ▪ (statische) opslag; ▪ recreatie; ▪ een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; ▪ zorgboerderijen, kinderboerderijen, educatieve en sociale voorzieningen, met ondergeschikte horeca; nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf: vestiging op een locatie die volgens het geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een (bouwvlak op een) bestaand bouwperceel of de (af)splitsing van een (bouwvlak op een) bestaand bouwperceel object voor recreatief nachtverblijf: een gebouw of ander object waarin op grond van de regels van dit bestemmingsplan recreatief nachtverblijf is toegestaan, waaronder begrepen bed & breakfasts, gastenkamers, plattelandskamers, kampeerboerderijen, groepsaccommodaties, recreatiewoningen, trekkershutten en kampeermiddelen. omgevingsvergunning: een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. omgevingsvergunning voor het afwijken: omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo.
Vastgesteld
11
omgevingsvergunning voor het bouwen: omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo. omschakeling van of naar een agrarisch bedrijf: geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm; ondergeschikte horeca: een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren, zoals een kantine in een verenigingsgebouw of sportvoorziening. ondergeschikte nevenfunctie: een activiteit met een zodanige beperkte omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft. onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent. paardenbak: een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden.
paardenhouderij (gebruiksgericht): het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met mogelijk als ondergeschikte nevenfunctie het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's. Deze paardenhouderijen zijn te beschouwen als agrarisch verwante bedrijven. paardenhouderij (productiegericht)/paardenfokkerij: paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan/ met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden. Deze paardenhouderijen zijn te beschouwen als (overige) agrarische bedrijven. perceelsindeling: de omvang, vorm en situering van percelen. perceelsgrens: de scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruiker worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. permanente bewoning: het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkingsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen; of indien
Vastgesteld
12
betrokkene op meer dan één adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten met dien verstande dat van permanente of tijdelijke bewoning voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse door betrokkene meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt. plaatsgebonden risico: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. plattelandskamers: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt tot een in de regels aangegeven maximum aantal eenheden, zoals logeren bij de boer en plattelandskamers. preventieve zorgbehoefte: het voorsorteren op de behoefte aan mantelzorg voor mensen vanaf 60 jaar.
productiegebonden detailhandel: qua oppervlakte beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van (streek)eigen goederen/producten vanuit een bedrijf dat die goederen/producten vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. raamprostitutie: een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. recreatieve voorziening: voorzieningen bedoeld voor recreatief gebruik. recreatiewoning: woning of enig ander bouwwerk, ten behoeve van tijdelijk recreatief verblijf. recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan. reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één halve volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen. regionaal waterbergingsgebied: gebied dat noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan. risicovolle inrichting:
Vastgesteld
13
a. een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. een Amvb-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 Wet milieubeheer regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen; c. bedrijven waarvan de aantoonbare plaatsgebonden risicocontour is gelegen buiten de inrichtingsgrens. ruimtelijke eenheid: complex van bij elkaar behorende bouwwerken. ruimtelijke kwaliteit: kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. schuilhut: een gebouw, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het extensief (agrarisch) hoofdgebruik. Het gaat hier onder meer om dierenverblijven, schuilgelegenheden, melkschuren, etc. seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. sociale en educatieve voorzieningen: kleinschalige voorzieningen al dan niet gekoppeld aan een agrarisch bedrijf welke is gericht op het (in groepsverband) informeren over landbouw, landschap, natuur en recreatie. sportvoorziening: faciliteit, bijvoorbeeld een sportveld, sporthal of soortgelijke accommodatie, waar lichamelijke activiteiten kunnen worden beoefend. stalderingsgebied: gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij; bij de toepassing van de regels van dit bestemmingsplan wordt de begrenzing van het stalderingsgebied bepaald door de begrenzing van het stalderingsgebied in de provinciale (interim) Omgevingsverordening of diens rechtsopvolger zoals geldend op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. straatprostitutie: het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze ingaan op het aanbod van prostitutie, uitnodigen dan wel aanlokken.
statische (binnen)opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven en geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans,
Vastgesteld
14
campers en dergelijke. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en mag niet plaatsvinden voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf. teeltondersteunende voorzieningen: ondersteunende voorziening die een onderdeel is van de vollegrondse bedrijfsvoering van een tuinbouwbedrijf of boomkwekerij. teeltondersteunende kas: een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. teeltondersteunende voorzieningen, permanent: teeltondersteunende voorziening die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas. teeltondersteunende voorzieningen, tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, voor aaneengesloten periode van maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten. teeltondersteunende voorzieningen, overig: een permanente (teelt)ondersteunende voorziening c.q.
een bouwwerk in de vorm van een hek met afrastering, met een hoogte van niet meer dan 3 m, op boomteelt percelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden (boomteelthek en regenkappen). uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. verblijfsrecreatie: het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofdverblijf, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. Hieronder worden onder andere verstaan een camping, groepsaccommodatie, etc. verbrede landbouw: activiteiten bij een agrarisch bedrijf die voortvloeien uit de agrarische bedrijfsvoering en die ten dienste staan van het agrarische bedrijf zoals agrotoerisme, agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter plaatse geproduceerde producten, productiegebonden/ondergeschikte detailhandel en zorgboerderijen. verharding: gesloten verharding van gronden, bijvoorbeeld bestaande uit asfalt, beton, tegels of klinkers, alsmede halfverharding van gronden, bijvoorbeeld in de vorm van grind, gebroken puin of gebroken steen. voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel (i.c.
de meest gezichtsbepalende gevel) van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen.
Vastgesteld
15
volwaardig agrarisch bedrijf: bedrijf met de omvang van ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen. volwaardig(heid van een) bedrijf: een bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen zowel bedrijfseconomisch als milieuhygiënisch. vormverandering van een bouwvlak: wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte. waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop. waterwingebied: gebied waar waterwinning plaatsvindt ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening door onttrekking van grondwater. werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde. windmolen: bouwwerk bedoeld voor het opwekken van elektriciteit door middel van wind(energie). wonen: het bewonen van een woning door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. woning: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
woonboerderij: een gebouw met cultuurhistorische waarden en kenmerken dat bestaat uit één (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in hetzelfde gebouw opgenomen (voormalige) bedrijfsruimten, waarbij woon- en stalgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn (bijvoorbeeld langgevelboerderij of kortgevelboerderij), danwel na herstel wederom de ruimtelijke kenmerken hiervan heeft. wooneenheid: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, dat zich bevindt in een bouwmassa met meerdere wooneenheden. zoekgebied voor ecologische verbindingszone (evz): gebied waarbinnen een ecologische verbindingszone is of wordt gerealiseerd. zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen: gebied naast een waterloop waar maatregelen op het gebied van morfologie en inrichting nodig zijn om de doelstellingen uit het Provinciaal Waterplan 2010-2015 op het gebied van de ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren te behalen.
Vastgesteld
16
zorgboerderij: de opvang van mensen met een zorgvraag hetzij als niet-agrarische neventak, hetzij als vervolgfunctie op een agrarisch bouwperceel, waarbij het meewerken in het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden van dieren een wezenlijk onderdeel is van resocialisatie of therapie. Huisvesting mag enkel plaatsvinden in een afhankelijke woonruimte, niet bedoeld voor de permanente huisvesting van een huishouden. zorgvoorziening: een voorziening ten behoeve van de welzijnszorg, in casu de verzorging/verpleging van mensen op het fysieke, psychische en/of sociale vlak in het kader van de verbetering van hun welzijn, met uitzondering van mantelzorg. Onder zorgvoorzieningen worden zorgboerderijen, kinderboerderijen en educatieve voorzieningen verstaan. zorgvuldige veehouderij veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
Vastgesteld
17
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Algemeen afstand tot de weg: de afstand van bebouwing en de as van de weg afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren; bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de hoogte van een windmolen: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. peil: aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
Vastgesteld
18
2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
Vastgesteld
19
2. BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 2 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. grondgebonden teeltbedrijven, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding: 1. 'paardenhouderij' productiegerichte paardenhouderijen zijn toegestaan; waarbij niet meer dan één agrarisch bedrijf aanwezig mag zijn per bouwvlak; c. d. e. f.
wonen in één bedrijfswoning; aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; extensief recreatief medegebruik; huisvesten van grooms en stagiaires ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, enkel voor zover toegestaan op basis van artikel 3.4.7
met daarbij behorende: g. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting; i. water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; alsmede voor: j. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1. het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’; 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. Per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één agrarisch bedrijf toegestaan, indien tussen bouwvlakken de aanduiding ‘relatie’ is aangegeven worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak. b. Gebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. c. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat: 1. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder mag bedragen dan 18 m; 2. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen, gelden de volgende voorwaarden: a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. b.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. 3.2.3 Bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende voorwaarden:
Vastgesteld
20
a. Het bouwen van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan, tenzij het vervangende nieuwbouw betreft. b. De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. c. De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m² per bedrijfswoning. d. De goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 5,5 m. e. De bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m. f. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. g. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. h. Vrijstaande bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. i. De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 20 m. 3.2.4 Paardenbakken Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende voorwaarden: a. Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij paardenbakken mag niet meer bedragen dan 2 m. c. De oppervlakte per paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m². d. Het bouwen van lichtmasten is niet toegestaan. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van torensilo’s mag niet meer bedragen dan 15 m. c. De bouwhoogte van mestsilo’s mag niet meer bedragen dan 8 m. d. De bouwhoogte van sleufsilo’s mag niet meer bedragen dan 2,5 m. e. De bouwhoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m. f. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde paardenbakken, mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m waarbij geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 10 m² per perceel, met dien verstande dat de oppervlakte van dat perceel minimaal een hectare dient te bedragen. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
lid 3.2.1 onder c sub 1 voor het bouwen van gebouwen op een afstand minder dan 18 m tot de as van de weg mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; b. lid 3.2.1 onder c sub 2 voor het bouwen binnen 5 m van of in de zijdelingse en/of achterste perceelgrens mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
Vastgesteld
21
c.
d. e.
f. g. h.
i.
j.
k.
l.
lid 3.2.2 onder a en b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goothoogte tot maximaal 10 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 15 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering, en mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; lid 3.2.3 onder c voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen naar maximaal 150 m² per woning of wooneenheid indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; lid 3.2.3 onder i voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; lid 3.2.4 sub d voor het bouwen van lichtmasten met een bouwhoogte tot 8 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; lid 3.2.5 onder b voor het bouwen van torensilo’s met een hogere bouwhoogte tot maximaal 20 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; lid 3.2.5 onder f voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 6 m mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; lid 3.2.5 onder f voor het bouwen van kleine windmolens ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, waarbij dient te worden voldaan
aan de volgende voorwaarden: 1. De tiphoogte mag niet meer bedragen dan 25m; 2. De kleine windmolens mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 3. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. lid 3.2.6 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 2. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2,5 ha. 3. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. lid 3.2.6 voor het bouwen van overige teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 2. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2,5 ha. 3. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast Lid 3.2.6 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheiding met een hoogte tot maximaal 2 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast.
3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven, zoals opgenomen in de bijlage 4 ‘lijst van toelaatbare aan huis verbonden activiteiten’, toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de bedrijfswoning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning tot een maximum van: 1. 45 m2 indien het bouwperceel niet groter is dan 750 m²; 2. 60 m2 indien het bouwperceel groter is dan 750 m², maar niet groter is dan 1.250 m2; 3. 75 m2 indien het bouwperceel groter is dan 1.250 m², maar niet groter is dan 1.750 m2; 4. 90 m2 indien het bouwperceel groter is dan 1.750 m², maar niet groter is dan 2.250 m2; 5. 105 m2 indien het bouwperceel groter is dan 2.250 m²; b. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s);
Vastgesteld
22
c.
Het gebruik is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming en het betreft geen publieksgerichte voorzieningen; d. Het onttrekken van (een deel van) het bij de desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming is slechts toegestaan, indien op het bij het hoofdgebouw behorende erf ten minste één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd; e. Detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit; f. Opslag buiten de gebouwen ten behoeve van de activiteiten is niet toegestaan. 3.4.2 Tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen Onder strijdig wordt in ieder geval verstaan: a. Het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover zij geen bouwwerken zijn; b. Het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak voor overige teeltondersteunende voorzieningen voor zover zij geen bouwwerken zijn. 3.4.3 Veehouderij a. Het binnen gebouwen houden van dieren, al dan niet in hokken, niet op de grond, onverlet voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden, is niet toegestaan. b.
Het in gebruik nemen van gebouwen die niet in gebruik zijn voor de uitoefening van een veehouderij, voor de uitoefening van een veehouderij, is niet toegestaan. c. Mestbewerking is uitsluitend toegestaan van mest afkomstig van de op dezelfde locatie gevestigde veehouderij. d. Indien gebruik wordt gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in lid 3.6.1 is het bepaalde in lid 3.4.5 onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking of wijziging. 3.4.4 Verharding Verhardingen zijn uitsluitend toegestaan: a. Binnen het bouwvlak; b. Als perceelsontsluiting, gelegen tussen de voorzijde van het bouwvlak en de openbare weg; c. Als voeder- of watervoorziening of teeltondersteunende voorziening, mits vergund. 3.4.5 Stikstofregel Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan. Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van het agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: a. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: 1. Het definitieve besluit d.d. 10 juli 2023 op de aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming zoals opgenomen in bijlage 5.
3.4.6 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing en situering nieuwe bebouwing a. Binnen twee plantseizoenen na het onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan dient de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 6 bij deze planregels, gerealiseerd te zijn. b. Bedrijfsbebouwing mag slechts in gebruik worden genomen indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 6 van deze regels is gerealiseerd. c. Deze landschappelijke inpassing dient na realisatie duurzaam te worden beheerd en in stand te worden gehouden.
Vastgesteld
23
3.4.7 Huisvesting van grooms en stagiaires Huisvesting van grooms en stagiaires is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het verblijf gerealiseerd wordt in een bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan; b. het verblijf niet aan te merken is als een of meerdere zelfstandige wooneenheden; c. de huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; d. de huisvesting betreft uitsluitend (tijdelijke) grooms en stagiaires die binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; e. de huisvesting dient ten minste te voldoen aan de Richtlijnen huisvesting arbeidsmigranten Bergeijk 2019 (bijlage 2) of diens rechtsopvolger. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.4.2 onder a voor het gebruik van de gronden voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak voor zover deze geen bouwwerken zijn, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2,5 ha. b. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
3.5.2 Overige teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.4.2 onder b voor het gebruik van de gronden voor overige teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak voor zover deze geen bouwwerken zijn, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2,5 ha. b. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.5.3 Verbrede landbouw bij agrarische bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toestaan van verbrede landbouwactiviteiten binnen het bouwvlak bij agrarische bedrijven, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De agrarische functie op het bouwvlak als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar blijft. b. Het agrarisch bouwvlak mag ten behoeve van de verbrede landbouwactiviteit niet worden uitgebreid. c. De volgende vormen van verbrede landbouw bij het agrarisch bedrijf zijn toegestaan per bouwvlak: 1. Productiegebonden detailhandel tot een oppervlakte van 100 m². 2. Zorgboerderijen, kinderboerderijen, kinderdagverblijven, sociale en educatieve voorzieningen tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 400 m². 3.
Recreatieve voorzieningen zoals kleinschalige dagrecreatie, groepsaccommodaties en kampeerboerderijen tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m². 4. Kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen, in bestaande bebouwing, waarbij de totale oppervlakte aan logeereenheden niet meer mag bedragen dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en de bijbehorende bijgebouwen. 5. Kleinschalig kamperen, waarbij de totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen uitsluitend op of aansluitend aan het bouwvlak, alsmede maximaal 75 m² aan algemene voorzieningen binnen het bouwvlak. d. Ondergeschikte horeca is toegestaan bij de vormen van verbrede landbouw zoals genoemd in sub c onder 2 en 3 waarbij de oppervlakte, aanvullend op de genoemde oppervlakten onder 2 en 3, niet meer mag bedragen dan 100 m².
Vastgesteld
24
e. Buitenopslag ten behoeve van de verbrede landbouwactiviteit is niet toegestaan. f. De verbrede landbouwactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. g. De verbrede landbouwactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. h. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. i. Indien sprake is van kleinschalig kamperen dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan. j. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.6 Wijzigingsbevoegdheden 3.6.1 Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden: a. De totale oppervlakte van het bouwvlak niet mag worden vergroot. b. De bestaande landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. c.
De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. d. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 3.6.2 Permanente teeltondersteunende voorzieningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak en door middel van het toekennen van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – permanente teeltondersteunende voorziening’ uitsluitend ten behoeve van de bouw van permanente teeltondersteunende voorzieningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
Het is niet mogelijk binnen het bestaande bouwvlak permanente teeltondersteunende voorzieningen te realiseren. b. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. c. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 3 ha, waarbij een oppervlakte van ten minste 1,5 ha uitsluitend gebruikt mag worden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. e. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling van een reëel bedrijf. f. Vooraf dient advies ingewonnen te worden bij de SAAB. g. De wijziging dient hydrologisch neutraal zijn. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. h. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast en de verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding