CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen anoniem

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan “Woningbouw Kapelledries fase 3”12.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1. Standpunt Het ontwerpbestemmingsplan laat ter hoogte van het perceel van indiener de bouw van woningen in maximaal twee bouwlagen toe. Beoogd is de bouw van patiowoningen met een optie om aan de straatzijde (nieuwe ontsluitingsweg) een aanvullende dakopbouw te plaatsen. Op basis van de omgevingsdialoog en in het kader van de inspraak is de ontwikkelaar van deze woningen verzocht om zoveel als mogelijk rekening te houden met de privacy van omwonenden. Deze heeft aangegeven dat plaatsing van ramen in de achtergevel van de opbouw niet vermeden kunnen worden. Dat heeft te maken met de indeelbaarheid en bruikbaarheid van de ruimte op de verdieping. Daarnaast heeft hij schematisch weergegeven in hoeverre sprake is van inkijk in de achtertuinen van de achterliggende woningen:

Daarnaast heeft hij aangegeven dat hij in principe bereid is de dakrand van de uitbouw op te hogen tot 3,5 meter, waardoor direct zicht in de achtertuin verder wordt beperkt. Zoals indiener in de eerder ingediende inspraakreactie aangaf, wordt de optie voor de opbouw niet in de vorm van een kap opgenomen. Dit is door genoemde ambtenaar in het kader van de omgevingsdialoog met indiener ook zo besproken. De concept-ontwerpen voor deze woningen werden aan indiener in dat kader toegestuurd. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan privacy, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Met meer directe buren is het onoverkomelijk dat dit ook meer geluid tot gevolg heeft. We gaan echter uit van normale levendigheid die voorkomt uit een woonbestemming en die in een woonwijk past. De plaatsing van ramen wordt tenslotte niet vastgelegd in het bestemmingsplan. Het voeren van een gesprek hierover met de ontwikkelaar/bouwer is altijd mogelijk. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 24

2. Zienswijze Indiener pleit ervoor om de toe te laten woningen op het perceel Weebosch 45 tot één laag, zonder kap toe te laten vanwege aantasting van de privacy en mogelijk vermindering van de bezonning. Daarbij geeft indiener, weliswaar geen direct aanwonende, te kennen niet door de initiatiefnemer betrokken te zijn in de omgevingsdialoog.

2. Standpunt Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan privacy, op het standpunt dat een woning in een laag met kap ruimtelijk inpasbaar is. De direct omwonenden die in de omgevingsdialoog voor dit plandeel zijn betrokken hebben eveneens zorgen geuit over de aantasting van privacy. Hoewel wij het jammer vinden dat indiener niet direct is betrokken in de omgevingsdialoog, is het privacy-aspect daarin ingebracht. Gezien de ligging van de woning van indiener ten zuidoosten van de toe te laten woningen op perceel Weebosch 45, is geen onevenredige vermindering van bezonning te verwachten. Uit de uitgevoerde bezonningsstudie blijkt dat de nieuwe bebouwing op bezonning van de woning van indiener geen effect heeft. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

3. Zienswijze Indiener eist en verwacht dat er een goede scheiding gefaciliteerd wordt tussen het huidige private achterpad zodat toekomstige bewoners hiervan geen gebruik kunnen maken. Daarnaast moet schade, ontstaan door bouwactiviteiten, worden hersteld.

3. Standpunt. Met dit nieuwe bestemmingsplan wijzigen eigendomssituaties buiten dit plan niet. Dit wil zeggen dat de bestaande eigendommen en afspraken over het gebruik daarvan niet wijzigingen. Bewoners van de nieuwe woningen, maar ook de bouwer van deze woningen, kunnen op geen enkele wijze inbreuk op deze afspraken maken. Het is niet mogelijk om met een bestemmingsplan verplichtingen over ‘goede afscheidingen’ vast te leggen. Een bestemmingsplan kan dit alleen mogelijk maken. De bouwer van de patiowoningen is verzocht met u contact op te nemen om mogelijk afspraken te maken. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

4. Zienswijze Indiener is van mening dat de nieuwe ontsluitingsweg erg kort op de bestaande ontsluitingsweg ligt. Daarnaast verwacht indiener dat door de bochtige weg bewoners de tweede ontsluiting minder zal worden gebruikt. Dat zou leiden tot toename van een verkeersdrukte in straat van indiener met mogelijke effecten op de verkeersveiligheid.

4. Standpunt De afstand van de bestaande en de nieuwe ontsluitingsweg bedraagt circa 65 meter. Bij gelijkwaardige kruisingen in een 30-km zone is dit geen ongebruikelijke afstand en wordt algemeen als veilig beschouwd. Daarnaast wordt de bestaande straat Weebosch opnieuw ingericht (rekening houdend met het 30-km-regime) en worden beide aansluitingen conform de richtlijnen uitgevoerd. Een toename van verkeer in de straat van indiener zal naar verwachting zeker plaatsvinden: het aantal inwoners van de wijk neemt immers toe die inderdaad niet allemaal alleen gebruik zullen maken van de nieuwe ontsluitingsweg. De 25

verwachting is dat de toename van verkeer een omvang heeft van ca. 460 motorvoertuigen per etmaal op de Weebosch (bijlage 6 bij de toelichting op het bestemmingsplan). De straten in de wijk Kapelledries zijn in de Gemeentelijke Visie mobiliteit 2023-2026 aangeduid als ‘erftoegangsweg type 2’, de laagste categorie. Voor dit soort wegen binnen de bebouwde kom wordt een verkeersintensiteit per etmaal tot 4.000 acceptabel geacht. Het aantal bestaande woningen in de wijk is vergelijkbaar met de uitbreiding en zal eveneens circa 460 motorvoertuigbewegingen genereren. Samen is dit nog ruim onder het maximum toelaatbaar geachte aantal verkeerbewegingen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 5. Zienswijze Indiener wijst op een passage in het uitgevoerde akoestisch rapport, waarin is vermeld dat de nieuwe ontsluitingsweg is gepland op perceel Weebosch 41 maar dat de ligging op dat perceel nog niet bekend is. Indiener wil graag weten welke andere opties er gesuggereerd worden voor ligging of dit perceel en vraagt of er meerdere opties zijn onderzocht op andere percelen en wat hiervan de resultaten zijn.

5. Standpunt Ten tijde van opstelling van het akoestisch rapport was het definitieve civieltechnisch ontwerp voor de openbare ruimte in het plan nog niet beschikbaar. Daarmee stond ook de exacte ligging van de rijbaan nog niet vast. De ‘opties’ hebben dus vooral betrekking op deze exacte ligging, waarbij het stedenbouwkundig plan het kader vormt. De locatie van de tweede ontsluiting, als opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, is beschikbaar in het kader van de ontwikkeling van de wijk en leidt tot een goede en veilige ontsluitingsstructuur. Andere locaties waren niet direct beschikbaar en met het beschikbaar komen van deze locatie ook niet noodzakelijk. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

6. Zienswijze Indiener maakt zich zorgen over de waardeontwikkeling van de woning en zal als de voorgetelde hoogbouw wordt uitgevoerd een beroep doen op een planschadevergoeding.

6. Standpunt Indiener kan na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een beroep doen op een tegemoetkoming in de vast te stellen schade.

7. Zienswijze Indiener is teleurgesteld in de mate van transparantie en participatie. Herhaalde malen is ingebracht dat een dakopbouw met ramen hinderlijk zijn. Toezeggingen hierin worden niet nagekomen. Indiener roept op om het bestemmingsplan te heroverwegen en aan te passen.

7. Standpunt In vorige standpunten op de zienswijzen van indiener is op deze aspecten ingegaan, waarnaar wij kortheidshalve verwijzen.

Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 7 1 Zienswijze Indiener is van mening dat te veel woningen direct grenzen aan de achtertuin van indiener. Daarenboven pleit indiener voor het realiseren

1. Standpunt We begrijpen de zorg en het pleidooi van indiener over/voor het aantal woningen tegen de achtertuin. We zijn echter ook van mening dat onze keuze voor centralisatie van 26

van ruimere overgangszone tussen de bestaande en de nieuwe huizen.

groenvoorzieningen en gemeenschappelijke waterbergende voorziening in het ‘hart’ van de nieuwe wijk ruimtelijk de beste oplossing is. Dat heeft als consequentie dat het woningbouwprogramma naar de rand van het plangebied verschuift en dit heeft (mede op basis van verkavelingsmogelijkheden en de daarbij horende woningbouwsegmenten) geleidt de nu voorliggende verdeling van woningbouwaantallen binnen het plangebied. Tenslotte beogen we bij uitbreidingsplannen om een vorm van aansluiting te zoeken bij de nieuwe grens tussen ‘bebouwde komt’ en het ‘buitengebied’. In de praktijk resulteert dit dan over het algemeen in wat hogere dichtheden tegen de bebouwde kom en wat lagere dichtheden aan de buitenranden. Wij stellen ons daarnaast op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

2. Zienswijze Indiener wijst op een bestaand hoogteverschil van ruim 40 centimeter tussen de te bebouwen locatie en het perceel van indiener. Het verbaast indiener dat er nog geen keuze is gemaakt hoe dit hoogteverschil wordt opgelost. Het hoogteverschil zou kunnen betekenen dat een effectieve hoogte van 1,5 meter resteert en ontstaat vrij uitzicht over de achtertuin van indiener.

2.Standpunt In het plangebied is ter hoogte van de achtertuinen van de woningen De Hoef 15 tot en met 25 (oneven) sprake van een hoogteverschil tussen het aangelegde woonpeil en het bestaande maaiveld (plangebied). Op basis van inmeting bedraagt het betreffende hoogteverschil 0,3 tot 0,4 meter:

Dit hoogteverschil zal over de afstand tussen achtertuin van indiener en de achterste perceelsgrens van de woningen De Hoef 15 tot en met 25 (oneven) worden opgelost. Dat betekent concreet dat bij het bouwrijp maken van het gebied het peil van de achtertuinen van de nieuwe woningen zal aansluiten op het peil van de achtertuin van indiener. Deze afstand om dit hoogteverschil te kunnen overbruggen bedraagt circa 53 meter en is daarvoor voldoende.

27

Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 3. Zienswijze Indiener ziet zich genoodzaakt te moeten investeren een nieuwe gesloten erfafscheiding te plaatsen die voldoende privacy biedt en geluidsoverlast zoveel als mogelijk tegen gaat. Deze noodzaak ontstaat omdat in de huidige opzet achtertuin van indiener aan twee zijden aan brandgangen komt te liggen. Laagbouwwoningen met een tuin grenzend aan de erfgrens van indiener zonder brandgangen hebben de voorkeur van indiener.

3. Standpunt Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan privacy, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Ook de toe te laten goot- en bouwhoogten (3,5 meter respectievelijk 8,5 meter voor de woningen ten zuidwesten van achtertuin van indiener, 6 meter respectievelijk 11 meter voor de woningen ten zuidoosten van achtertuin van indiener) zijn regulier acceptabele hoogten in een woonwijk. Dit sluit ook prima aan op de toegelaten goot- en bouwhoogte voor de woning van indiener, 6 meter respectieve 11 meter. Het plaatsen van erfafscheidingen gebeurt in principe door de eigenaren zelf en deze kunnen over het algemeen tot een hoogte van 2 meter in achtererfgebieden vergunningsvrij worden gerealiseerd. De gemeente zal de bouwers van de nieuwe woningen om over te plaatsen erfafscheidingen met indiener in overleg te gaan. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 8 Indiener verwijst naar eerdere plannen van een jaar geleden waarin sprake was van een opzet met een tweede wijkontsluiting via Weebosch 21 met minder woningen. De originele presentatie van 30-11-2022 is op de site van de gemeente niet meer te zien en is inmiddels aangepast naar het nieuwe plan.

Het plan zoals dat werd gepresenteerd op 30 november 2022 is nog steeds beschikbaar op de website: https://cuatro.sim-cdn.nl/bergeijk/uploads/202211-30-presentatie-informatieavond-kapelledries3.pdf Het toen gepresenteerde plan kende al een ontsluiting via Weebosch 41.

1. Zienswijze. Het ontwerpbestemmingsplan opgenomen plan wijkt af van het plan wat eerder kenbaar is gemaakt: de wijkontsluiting is volledig aangepast en omwonenden, waaronder indiener, en Stichting de Weebosch zijn hier niet over geïnformeerd. Indiener heeft in 2023 een stuk achtertuin bijgekocht en had dit nooit gedaan als hij op de hoogte was geweest van de plannen. Door het nieuwe plan gaat de privacy geheel verloren. Indiener zal koker. De ontsluiting van de gehele buurt komt nu ter hoogte van Weebosch 41 wat veel overlast zal geven. Indiener voelt zich beperkt in de inrichting van de tuin en ziet zich genoodzaakt te investeren in een omheining. Indiener vindt de communicatie vanuit de gemeente Bergeijk gebrekkig.

1. Standpunt. Het op 2 oktober 2023 gepresenteerde plan is, met uitzondering van een invulling van het perceel Weebosch 45, nagenoeg hetzelfde plan als werd gepresenteerd op 30 november 2022 en de locatie van de tweede wijkontsluiting is niet gewijzigd. Ook de beoogde tweede ontsluiting was op 30 november 2022 al op de locatie Weebosch 41 voorzien. Stichting de Weebosch was op 30 november 2022 ook vertegenwoordigd op deze informatieavond. Tuin van indiener zal met het plan niet gaan grenzen aan openbare ruimte, maar grenzen aan een woonperceel zoals in de bestaande situatie. Wel wordt het mogelijk gemaakt een extra woning te bouwen op het aangelegen woonperceel. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan privacy, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar 28

grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Met meer directe buren is het onoverkomelijk dat dit meer geluid tot gevolg heeft. We gaan echter uit van normale levendigheid die voorkomt uit een woonbestemming en die in een woonwijk past. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 2. Zienswijze Indiener is van mening dat het belang van de eigenaar van Weebosch 45, die vanwege de nieuwe doorgang een aantal bouwkavels mag bouwen, boven het belang van omwonenden wordt gesteld. Indiener wil graag in gesprek over de sinds vorig jaar aangebrachte wijzigingen in het plan.

2. Standpunt Met indiener is een gesprek gevoerd op 26 oktober 2023, waarin indiener de gelijkluidende inspraakreactie heeft toegelicht. Het realiseren van een tweede wijkontsluiting is noodzakelijk om de bereikbaarheid van de wijk te waarborgen. De locatie van deze ontsluiting is gelegen op het perceel Weebosch 41 en dit leidt tot een goede en veilige ontsluitingsstructuur. Meewerken aan de twee woningen in het bestemmingsplan op het perceel Weebosch 45 leidt tot (ruimtelijk bezien) betere situatie, doordat ook deze zijde van de nieuwe straat woningen op de straat worden georiënteerd. Een nieuw gesprek zal op basis van de ingebrachte zienswijze, die in grote lijnen dezelfde argumenten bevat als de eerder ingebrachte inspraakreactie, niet leiden tot de door indiener gewenste wezenlijke aanpassing van het plan. De gemeente kan wel een gesprek met de ontwikkelende/bouwende partij van de geplande woningen op het perceel Weebosch 45 en indiener initiëren. In dit gesprek kunnen tussen indiener en de ontwikkelende/bouwende partij mogelijk afspraken worden gemaakt over te treffen maatregelen om de door indiener gevreesde knelpunten te verzachten. Wij hebben bij het innemen van een standpunt op de zienswijzen alle belangen integraal gewogen. Daarbij is het zeker zo dat sommige belangen door ons zwaarwegender worden geacht.

Een individueel financieel belang wat indiener aanneemt, is daarbij zeker niet bepalend. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

3. Zienswijze Indiener constateert dat sedert de aankoop van zijn woonperceel circa 19 jaar geleden sprake is van een groot verlies aan biodiversiteit in zijn woonomgeving. Met de bouw van fase 2 van Kapelledries en door het verlenen van vergunning aan diverse particuliere projecten is de biodiversiteit om zeep geholpen, terwijl er diverse rode-lijst-soorten zijn aangetroffen (waarbij indiener zich afvraagt of er überhaupt

3. Standpunt In de vorm van twee quickscans (bijlagen 4 en 5 bij de toelichting op het bestemmingsplan) is onderzocht of en in hoeverre sprake is een negatief effect op beschermde soorten in het plangebied. Geconcludeerd is dat hiervan geen sprake is. Dat neemt niet weg dat met de ontwikkeling van de wijk Kapelledries indiener verandering en 29

onderzoek naar rode-lijst-soorten is gedaan). Met de verdere doorontwikkeling van de wijk met een derde fase zullen opnieuw bomen worden verwijderd met weer een verlies aan biodiversiteit.

‘verstening’ van zijn directe woonomgeving kan/zal ervaren. Deels hangt dit samen met de in de structuurvisies vastgelegde verdere uitbreiding van de wijk, deels hoe (bestaande en nieuwe) inwoners omgaan met de inrichting van tuinen. In het plangebied komen geen bomen en beplantingen voor die op basis van gemeentelijk beleid zijn beschermd. Naar aanleiding van de inspraakreactie is onderzocht of een boomgroep op het terrein van Weebosch 41 inpasbaar is in de plannen. Na inmeting blijkt dit niet mogelijk.

Figuur 2 Locatie boomgroep op geplande inrit

Daarnaast is beoordeeld of verplaatsing van (delen van) deze boomgroep binnen het plangebied haalbaar danwel effectief is. De boomgroep is in een redelijke conditie. Het betreffen met name Groene beuken (Fagus sylvatica 8 stuks) en een Grove den (Pinus sylvestris). Dit betreffen soorten, die in het algemeen minder makkelijk verplantbaar zijn. De maatvoering varieert tussen de 10 en de 20 cm en komt derhalve op een gezamenlijk maat van meer dan 80 centimeter. Afgezien van deze zeer zware maat, brengt een verplanting van een dergelijke boomgroep relatief hoge kosten met zich mee. Het risico op een nietsuccesvolle verplaatsing is te hoog om hier nader onderzoek naar te doen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener 9 Indiener is van mening dat de te bouwen woningen de kwaliteit van wonen van de

30

aangrenzende percelen op [Straat] aantast en geeft de volgende argumenten: 1. Zienswijze De privacy en rust van indiener wordt met de bouw van nieuwe woningen tegen de achtertuin aangetast. Omgevingsgeluiden, onder andere door de nieuwe ontsluitingsweg, zullen toenemen. De dakopbouw bij de geplande woningen direct achter perceel van indiener zal inkijk geven in de woning van indiener is voor indiener onaanvaardbaar. Het toelaten van een dakopbouw is in strijd met informatie die door ambtenaar [Naam] gegeven is tijdens de informatieavond, waarbij indiener stelt dat de opbouw middels kap mogelijk gemaakt zou worden zodat geen directe inkijk in huis en tuin van indiener mogelijk zou zijn. Verder stelt indiener dat toegezegd is dat bouwer (zoveel als mogelijk) rekening houdt met de privacy van omwonenden. Indiener geeft aan graag over de plaatsing van ramen in gesprek te gaan. Een maximale bouwhoogte van 3,5 meter zou op deze locatie beter passen.

1. Standpunt Het ontwerpbestemmingsplan laat ter hoogte van het perceel van indiener de bouw van woningen in maximaal twee bouwlagen toe. Beoogd is de bouw van patiowoningen met een optie om aan de straatzijde (nieuwe ontsluitingsweg) een aanvullende dakopbouw te plaatsen. Op basis van de omgevingsdialoog en in het kader van de inspraak is de ontwikkelaar van deze woningen verzocht om zoveel als mogelijk rekening te houden met de privacy van omwonenden. Deze heeft aangegeven dat plaatsing van ramen in de achtergevel van de opbouw niet vermeden kunnen worden. Dat heeft te maken met de indeelbaarheid en bruikbaarheid van de ruimte op de verdieping. Daarnaast heeft hij schematisch weergegeven in hoeverre sprake is van inkijk in de achtertuinen van de achterliggende woningen:

Daarnaast heeft hij aangegeven dat hij in principe bereid is de dakrand van de uitbouw op te hogen tot 3,5 meter, waardoor direct zicht in de achtertuin verder wordt beperkt. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan privacy, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Met meer directe buren is het onoverkomelijk dat dit ook meer geluid tot gevolg heeft. We gaan echter uit van normale levendigheid die voorkomt uit een woonbestemming en die in een woonwijk past. De plaatsing van ramen wordt tenslotte niet vastgelegd in het bestemmingsplan. Het voeren van een gesprek hierover met de ontwikkelaar/bouwer is altijd mogelijk. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 2. Zienswijze Indiener pleit ervoor om de toe te laten woningen op het perceel Weebosch 45 tot één laag, zonder kap toe te laten vanwege aantasting van de privacy en mogelijk vermindering van de bezonning.

2. Standpunt Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan privacy, op het standpunt dat een woning in een laag met kap ruimtelijk inpasbaar is. Gezien de ligging van de woning van indiener ten zuidoosten van de toe te laten woningen op perceel Weebosch 45, is geen onevenredige vermindering van bezonning te verwachten. Uit de uitgevoerde bezonningsstudie blijkt dat de 31

nieuwe bebouwing op bezonning van de woning van indiener geen effect heeft. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 3. Zienswijze Indiener eist en verwacht dat er een goede scheiding gefaciliteerd wordt tussen het huidige private achterpad zodat toekomstige bewoners hiervan geen gebruik kunnen maken. Daarnaast moet schade, ontstaan door bouwactiviteiten, worden hersteld.

3. Standpunt. Met dit nieuwe bestemmingsplan wijzigen eigendomssituaties buiten dit plan niet. Dit wil zeggen dat de bestaande eigendommen en afspraken over het gebruik daarvan niet wijzigingen. Bewoners van de nieuwe woningen, maar ook de bouwer van deze woningen, kunnen op geen enkele wijze inbreuk op deze afspraken maken. Het is niet mogelijk om met een bestemmingsplan verplichtingen over ‘goede afscheidingen’ vast te leggen. Een bestemmingsplan kan dit alleen mogelijk maken. De bouwer van de patiowoningen is verzocht met u contact op te nemen om mogelijk afspraken te maken. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

4. Zienswijze Indiener is van mening dat de nieuwe ontsluitingsweg erg kort op de bestaande ontsluitingsweg ligt. Daarnaast verwacht indiener dat door de bochtige weg bewoners de tweede ontsluiting minder zal worden gebruikt. Dat zou leiden tot toename van een verkeersdrukte in straat van indiener met mogelijke effecten op de verkeersveiligheid.

4. Standpunt De afstand van de bestaande en de nieuwe ontsluitingsweg bedraagt circa 65 meter. Bij gelijkwaardige kruisingen in een 30-km zone is dit geen ongebruikelijke afstand en wordt algemeen als veilig beschouwd. Daarnaast wordt de bestaande straat Weebosch opnieuw ingericht (rekening houdend met het 30-km-regime) en worden beide aansluitingen conform de richtlijnen uitgevoerd. Een toename van verkeer in de straat van indiener zal naar verwachting zeker plaatsvinden: het aantal inwoners van de wijk neemt immers toe die inderdaad niet allemaal alleen gebruik zullen maken van de nieuwe ontsluitingsweg. De verwachting is dat de toename van verkeer een omvang heeft van ca. 460 motorvoertuigen per etmaal op de Weebosch (bijlage 6 bij de toelichting op het bestemmingsplan). De straten in de wijk Kapelledries zijn in de Gemeentelijke Visie mobiliteit 2023-2026 aangeduid als ‘erftoegangsweg type 2’, de laagste categorie. Voor dit soort wegen binnen de bebouwde kom wordt een verkeersintensiteit per etmaal tot 4.000 acceptabel geacht. Het aantal bestaande woningen in de wijk is vergelijkbaar met de uitbreiding en zal eveneens circa 460 motorvoertuigbewegingen genereren. Samen is dit nog ruim onder het maximum toelaatbaar geachte aantal verkeerbewegingen.

32

Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 5. Zienswijze Indiener wijst op een passage in het uitgevoerde akoestisch rapport, waarin is vermeld dat de nieuwe ontsluitingsweg is gepland op perceel Weebosch 41 maar dat de ligging op dat perceel nog niet bekend is. Indiener wil graag weten welke andere opties er gesuggereerd worden voor ligging of dit perceel en vraagt of er meerdere opties zijn onderzocht op andere percelen en wat hiervan de resultaten zijn.

5. Standpunt Ten tijde van opstelling van het akoestisch rapport was het definitieve civieltechnisch ontwerp voor de openbare ruimte in het plan nog niet beschikbaar. Daarmee stond ook de exacte ligging van de rijbaan nog niet vast. De ‘opties’ hebben dus vooral betrekking op deze exacte ligging, waarbij het stedenbouwkundig plan het kader vormt. De locatie van de tweede ontsluiting, als opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, is beschikbaar in het kader van de ontwikkeling van de wijk en leidt tot een goede en veilige ontsluitingsstructuur. Andere locaties waren niet direct beschikbaar en met het beschikbaar komen van deze locatie ook niet noodzakelijk. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

6. Zienswijze. Indiener maakt zich zorgen over de waardeontwikkeling van de woning en zal als de voorgetelde hoogbouw wordt uitgevoerd een beroep doen op een planschadevergoeding.

6. Standpunt. Indiener kan na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een beroep doen op een tegemoetkoming in de vast te stellen schade.

7. Zienswijze. Indiener is teleurgesteld in de mate van transparantie en participatie. Herhaalde malen is ingebracht dat een dakopbouw met ramen hinderlijk zijn. Toezeggingen hierin worden niet nagekomen. Indiener roept op om het bestemmingsplan te heroverwegen en aan te passen.

7. Standpunt. In vorige standpunten op de zienswijzen van indiener is op deze aspecten ingegaan, waarnaar wij kortheidshalve verwijzen.

8. Zienswijze Indiener geeft aan als omwonenden niet geïnformeerd te zijn over de te bouwen woningen op het perceel Weebosch 45 in het kader van de omgevingsdialoog. Afgezien van de verplichting is dat naar de mening van indiener tenminste fatsoenlijk.

8. Standpunt De direct omwonenden die in de omgevingsdialoog voor dit plandeel zijn betrokken hebben eveneens zorgen geuit over de aantasting van privacy. Hoewel wij het jammer vinden dat indiener niet direct is betrokken in de omgevingsdialoog, is het privacy-aspect daarin ingebracht.

Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

3. Wijzigingen. Er is aanleiding om in de toelichting op het bestemmingsplan wijzigingen aan te brengen en toevoegingen te doen: 1. In paragraaf 5.7, pagina 41, van de toelichting op het bestemmingsplan wordt het juiste adres van de daarin vermelde pluimveehouderij opgenomen (Weebosch 139). 2. Naar aanleiding van ontvangen zienswijzen is een bezonningsstudie uitgevoerd (bijlage bij deze nota). Deze wordt als bijlage bij de toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. In een nieuwe 33

paragraaf van de toelichting zal het resultaat van deze studie en de daaruit te trekken conclusies worden opgenomen.

34

Bijlage Bezonningsstudie “Woningbouw Kapelledries fase 3”

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=770e6985-6dc3-485c-9c2e-3faee36080e5