CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen anoniem

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan “Woningbouw Kapelledries fase 3”12.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen en ambtelijke wijzigingen Bestemmingsplan “Woningbouw Kapelledries fase 3”

1

Inhoud 1.

Inleiding ...........................................................................................................................................3

2.

Zienswijzen ......................................................................................................................................3 Indiener 1 .............................................................................................................................................3 Indiener 2 .............................................................................................................................................6 Indiener 3 ...........................................................................................................................................12 Indiener 4 ...........................................................................................................................................12 Indiener 5 ...........................................................................................................................................23 Indiener 6 ...........................................................................................................................................24 Indiener 7 ...........................................................................................................................................26 Indiener 8 ...........................................................................................................................................28 Indiener 9

...........................................................................................................................................30

3.

Wijzigingen. ...................................................................................................................................33

Bijlage Bezonningsstudie “Woningbouw Kapelledries fase 3”..............................................................35

Raadsbesluit: 18 april 2024 2

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Woningbouw Kapelledries fase 3” heeft met ingang van 7 december 2023 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende die termijn kon er door eenieder een zienswijze ten aanzien van dit ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad worden ingediend. In deze termijn zijn negen reacties met zienswijzen ontvangen. In hoofdstuk 2 wordt de zienswijzen voorzien van een reactie. De zienswijzen zijn hierbij samengevat, maar de integrale inhoud van de zienswijze is meegenomen bij de bepaling van het standpunt hierop.

2. Zienswijzen Indiener 1 De indiener herhaalt in de zienswijze de onderwerpen uit de eerder ingediende inspraakreactie. Daarbij reageert indiener per onderwerp op het door het college ingenomen standpunt hierop. Per onderwerp uit de zienswijze is in deze nota een samenvatting opgenomen van de herhaalde inspraakreactie, het standpunt van het college en de reactie van indienen op het standpunt van het college (punten 1 tot en met 4). Indiener heeft één nieuw onderwerp in de zienswijze opgevoerd (punt 5). De integrale zienswijze is uiteraard meegenomen bij de standpuntsbepaling. 1. Inspraakreactie: Indiener pleit voor het vergroten van de afstand tussen de bestaande woningen aan de Weebosch en de nieuw te bouwen woningen, zodat het ruimtelijk effect en gevoel van vrijheid voor bestaande bewoners wordt behouden. Daarbij wordt de suggestie gedaan om een groene bufferzone te realiseren direct achter de tuinen van de bestaande woningen aan de Weebosch, zodat de mogelijkheid voor ontsluiting van de bestaande achtertuinen kan worden gehandhaafd. Deze zone kan tevens dienen als alternatief voor de geplande bergingsvoorziening aan de rand van de nieuwe wijk. Standpunt college op de inspraakreactie: De afstand tussen de bestaande en nieuwe woningen wordt aangepast door de toegestane bouwdiepte van de nieuwe woningen te beperken van 14 naar 12 meter.

Er bestaat geen plicht om gebruik van gronden het plangebied als ontsluiting voor bestaande achtererven te handhaven. Ruimtelijke is het wel mogelijk in overleg in de realisatie een mogelijkheid in te passen. Er is gekozen voor centrale plaatsing van waterberging en groen in de nieuwe wijk. Nieuwe reactie indiener (zienswijze):

1. Standpunt: De ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie is reeds lang opgenomen in de gemeentelijke structuurvisies, waaronder de actuele Omgevingsvisie Bergeijk. Daarin is ook de gemeentelijke ambitie voor wat betreft het aantal te realiseren woningen in onze kernen (waaronder de Weebosch) opgenomen. De bouw van woningen is essentieel om de leefbaarheid in onze kernen te behouden. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan vrijheid, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Het belang van indiener weegt niet op tegen het algemeen belang dat verbonden is aan het voorzien in voldoende woningen in Bergeijk en specifiek op de Weebosch. Een gebruik om via de bestaande akker de tuinen van de woningen aan de Weebosch te ontsluiten betekent niet dat er een verplichting ligt om deze mogelijkheid te handhaven. Wij vinden geen geregistreerd recht van overpad ten laste van deze grond. Er is gekozen voor centralisatie van groenvoorzieningen en gemeenschappelijke waterbergende voorziening in het ‘hart’ van de nieuwe wijk. Dat zorgt voor een robuuste 3

Bij verplaatsing van de wadi (zuidrand plangebied) naar een locatie direct achter de bestaande achtertuinen aan de Weebosch, ontstaat vanzelf een mogelijkheid voor achterontsluiting. Indiener doelt op de bergingsvoorziening in onderstaande afbeelding (rood omrand):

bergingssysteem en biedt woonkwaliteit door de dubbelfunctie als groen- en speelvoorziening voor de hele wijk. De door indiener aangehaalde voorziening in het zuidoosten va het plangebied heeft primair een functie als landschappelijke inpassing van deze ontwikkeling. Secundair heeft deze tevens een waterbergende functie, maar dan vooral voor afvang van water dat van het zuidoostelijk en hogere gelegen landbouwperceel kan afstromen. Verplaatsing van deze bergingscapaciteit naar de locatie als indiener voorstelt is alleen daarom al niet mogelijk. Een uitgebreidere toelichting op het systeem van de hemelwaterberging is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

Vraag: het aankopen van grond voor een gezamenlijk achterpad gaat veel geld kosten. Daarnaast kan discussie ontstaan over het recht van dit pad. Gaan bewoners van de nieuwe huizen ook meetalen/gebruik maken van dit pad? 2. Inspraakreactie: Gevraagd is om in de zone direct achter het perceel van indiener enkel levensloopbestendige/seniorenwoningen in één bouwlaag zonderkap of opbouw toe te staan. Bouw- en goothoogte dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing. De goothoogte op de twee bestaande percelen Weebosch 29 en 27 bedraagt 3 meter. De toegelaten goothoogte in het nieuwe plan is te hoog ten opzicht van bestaande huizen in de lintbebouwing. Standpunt college op de inspraakreactie: De toegelaten bouwhoogten zijn ruimtelijke inpasbaar en sluiten aan bij de toegestane bouwhoogten voor woningen aan de Weebosch.

Antwoord: Een achterpad past in het ontwerpbestemmingsplan: het pad kan planologisch, maar moet niet worden gerealiseerd. Privaatrechtelijke afspraken worden door eigenaren onderling gemaakt en zijn niet van invloed op de inhoud van het bestemmingsplan. 2. Standpunt: Wij stellen ons op het standpunt dat de toegelaten bouwhoogten ruimtelijk inpasbaar zijn. De in het ontwerp van het bestemmingsplan opgenomen toegelaten bouwhoogten zijn gebruikelijk voor een woningtype dat bestaat uit twee lagen met een kap. De in het geldende bestemmingsplan toegelaten goothoogte voor de woningen aan de Weebosch bedraagt 4 of 6 meter. Deze laatste hoogte is bijvoorbeeld toegestaan op de percelen Weebosch 23, 25, 31 tot en met 39 en 45. De met het ontwerpbestemmingsplan toegelaten maximale goothoogte van 6 meter sluit hier prima op aan. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Indiener herhaalt de inspraakreactie als zienswijze. 3. Inspraakreactie: Voorgesteld is het veld met woningen te verplaatsen in het plangebied door dit veld te draaien. Standpunt college op de inspraakreactie: De toegelaten bouwhoogten in het voorontwerpbestemmingsplan zijn voor deze locatie ruimtelijke inpasbaar en sluiten aan bij de toegestane bouwhoogten voor woningen aan de Weebosch.

3. Standpunt: Wij stellen ons op het standpunt dat de toegelaten bouwhoogten ruimtelijk inpasbaar zijn. De in het ontwerp van het bestemmingsplan opgenomen toegelaten bouwhoogten zijn gebruikelijk voor een woningtype dat bestaat uit twee lagen met een kap. De in het geldende bestemmingsplan toegelaten goothoogte voor de woningen aan de Weebosch bedraagt 4 of 6 meter. De met het 4

Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Ter verduidelijking voegt indiener een afbeelding toe:

ontwerpbestemmingsplan toegelaten maximale goothoogte van 6 meter sluit hier prima op aan. Het voorstel van indiener leidt, nog ongeacht de oplosbaarheid van ruimtelijke knelpunten die met het voorstel ontstaan of de consequenties voor de economische uitvoerbaarheid van het plan, tot een ongewenste situatie waar bestaande achtertuinen direct grenzen aan de openbare ruimte. Bovendien vervalt met het voorstel flexibiliteit ten aanzien van een eventuele doorontwikkeling van de wijk in oostelijke richting, mocht in de toekomst blijken dat aanvullende woningbouw op de Weebosch noodzakelijk is. Op twee plekken in het plan is deze potentie aanwezig, met het voorstel zou één daarvan vervallen. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

4. Inspraakreactie: Gevraagd wordt de behoeften van nieuwe bewoners zorgvuldig worden afgewogen tegen belangen van de bestaande bewoners.

4. Standpunt: Alle ontvangen (individuele) zienswijzen zullen in de belangenafweging worden betrokken. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

Standpunt college op de inspraakreactie: De gemeenteraad zal bij besluitvorming belangen van individuele bewoners afwegen tegen het maatschappelijk belang dat met de ontwikkeling samenhangt. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Indiener stelt dat meerderde bewoners gelijkluidende reacties geven en dat geen sprake is van ‘individuele’ belangen. 5. Zienswijze Door de hoogte van nieuwe woningen en de korte afstand tot de huidige bebouwing zal er in de winterperiode minder/geen zon meer in onze woonkamers komen. Dat vermindert de gezondheid en het woongenot in de wintermaanden.

5. Standpunt. Er bestaan geen vaste normen voor bezonning. Wel heeft TNO richtlijnen geformuleerd waaraan kan worden gereflecteerd. Om hieraan te kunnen reflecteren is een bezonningsstudie opgesteld. Uit de studie blijkt dat aan de strenge TNO-norm (minimaal 3 uren per etmaal moet sprake zijn van bezonning op de woningen in de periode 21 januari tot en met 22 november) wordt voldaan. Uit de bezonningsstudie blijkt dat aan de strenge TNO-norm wordt voldaan.. De beperking van de directe bezonning van de achtertuin, zoals dat in de in de bezonningsstudies inzichtelijk is gemaakt, weegt niet op tegen het belang van het voorzien in

5

voldoende woningen voor de kern de Weebosch. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond. De uitgevoerde bezonningsstudie zal als bijlage aan de toelichting op het bestemmingsplan worden toegevoegd.

Indiener 2 De indiener herhaalt in de zienswijze de onderwerpen uit de eerder ingediende inspraakreactie. Daarbij reageert indiener per onderwerp op het door het college ingenomen standpunt hierop. Per onderwerp uit de zienswijze is in deze nota een samenvatting opgenomen van de herhaalde inspraakreactie, het standpunt van het college en de reactie van indienen op het standpunt van het college (punten 1 tot en met 6). Indiener heeft vier nieuwe onderwerpen in de zienswijze opgevoerd (punten 7 tot en met 10). De integrale zienswijze is uiteraard meegenomen bij de standpuntsbepaling. 1. Inspraakreactie: Indiener pleit voor het vergroten van de afstand tussen de bestaande woningen aan de Weebosch en de nieuw te bouwen woningen, zodat het ruimtelijk effect en gevoel van vrijheid voor bestaande bewoners wordt behouden. Daarbij wordt de suggestie gedaan om een groene bufferzone te realiseren direct achter de tuinen van de bestaande woningen aan de Weebosch, zodat de mogelijkheid voor ontsluiting van de bestaande achtertuinen kan worden gehandhaafd. Deze zone kan tevens dienen als alternatief voor de geplande bergingsvoorziening aan de rand van de nieuwe wijk. Standpunt college op de inspraakreactie: De afstand tussen de bestaande en nieuwe woningen wordt aangepast door de toegestane bouwdiepte van de nieuwe woningen te beperken van 14 naar 12 meter.

Er bestaat geen plicht om gebruik van gronden het plangebied als ontsluiting voor bestaande achtererven te handhaven. Ruimtelijke is het wel mogelijk in overleg in de realisatie een mogelijkheid in te passen. Er is gekozen voor centrale plaatsing van waterberging en groen in de nieuwe wijk. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Bij verplaatsing van de wadi (zuidrand plangebied) naar een locatie direct achter de bestaande achtertuinen aan de Weebosch, ontstaat vanzelf een mogelijkheid voor achterontsluiting. Indiener doelt op de

1. Standpunt: De ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie is reeds lang opgenomen in de gemeentelijke structuurvisies, waaronder de actuele Omgevingsvisie Bergeijk. Daarin is ook de gemeentelijke ambitie voor wat betreft het aantal te realiseren woningen in onze kernen (waaronder de Weebosch) opgenomen. De bouw van woningen is essentieel om de leefbaarheid in onze kernen te behouden. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan vrijheid, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Het belang van indiener weegt niet op tegen het algemeen belang dat verbonden is aan het voorzien in voldoende woningen in Bergeijk en specifiek op de Weebosch. Een gebruik om via de bestaande akker de tuinen van de woningen aan de Weebosch te ontsluiten betekent niet dat er een verplichting ligt om deze mogelijkheid te handhaven. Wij vinden geen geregistreerd recht van overpad ten laste van deze grond. Er is gekozen voor centralisatie van groenvoorzieningen en gemeenschappelijke waterbergende voorziening in het ‘hart’ van de nieuwe wijk. Dat zorgt voor een robuuste bergingssysteem en biedt woonkwaliteit door de dubbelfunctie als groen- en speelvoorziening voor de hele wijk. De door indiener aangehaalde voorziening in het zuidoosten va het plangebied 6

bergingsvoorziening in onderstaande afbeelding (rood omrand):

heeft primair een functie als landschappelijke inpassing van deze ontwikkeling. Secundair heeft deze tevens een waterbergende functie, maar dan vooral voor afvang van water dat van het zuidoostelijk en hogere gelegen landbouwperceel kan afstromen. Verplaatsing van deze bergingscapaciteit naar de locatie als indiener voorstelt is alleen daarom al niet mogelijk. Een uitgebreidere toelichting op het systeem van de hemelwaterberging is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

Vraag: het aankopen van grond voor een gezamenlijk achterpad gaat veel geld kosten. Daarnaast kan discussie ontstaan over het recht van dit pad. Gaan bewoners van de nieuwe huizen ook meetalen/gebruik maken van dit pad?

2. Inspraakreactie: Gevraagd is om in de zone direct achter het perceel van indiener enkel levensloopbestendige/seniorenwoningen in één bouwlaag zonderkap of opbouw toe te staan. Bouw- en goothoogte dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing. De goothoogte op de twee bestaande percelen Weebosch 29 en 27 bedraagt 3 meter. De toegelaten goothoogte in het nieuwe plan is te hoog ten opzicht van bestaande huizen in de lintbebouwing. Standpunt college op de inspraakreactie: De toegelaten bouwhoogten zijn ruimtelijke inpasbaar en sluiten aan bij de toegestane bouwhoogten voor woningen aan de Weebosch. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Indiener herhaalt de inspraakreactie als zienswijze. 3. Inspraakreactie: Voorgesteld is het veld met woningen te verplaatsen in het plangebied door dit veld te draaien. Standpunt college op de inspraakreactie: De toegelaten bouwhoogten in het voorontwerpbestemmingsplan zijn voor deze locatie ruimtelijke inpasbaar en sluiten aan bij de

Antwoord: Een achterpad past in het ontwerpbestemmingsplan: het pad kan planologisch, maar moet niet worden gerealiseerd. Privaatrechtelijke afspraken worden door eigenaren onderling gemaakt en zijn niet van invloed op de inhoud van het bestemmingsplan. 2. Standpunt: Wij stellen ons op het standpunt dat de toegelaten bouwhoogten ruimtelijk inpasbaar zijn. De in het ontwerp van het bestemmingsplan opgenomen toegelaten bouwhoogten zijn gebruikelijk voor een woningtype dat bestaat uit twee lagen met een kap. De in het geldende bestemmingsplan toegelaten goothoogte voor de woningen aan de Weebosch bedraagt 4 of 6 meter. De eerste hoogte geldt voor Weebosch 29 en 27. Deze laatste hoogte is bijvoorbeeld toegestaan op de percelen Weebosch 23, 25, 31 tot en met 39 en 45. De met het ontwerpbestemmingsplan toegelaten maximale goothoogte van 6 meter sluit hier prima op aan. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond. 3. Standpunt: Wij stellen ons op het standpunt dat de toegelaten bouwhoogten ruimtelijk inpasbaar zijn. De in het ontwerp van het bestemmingsplan opgenomen toegelaten bouwhoogten zijn gebruikelijk voor een woningtype dat bestaat uit twee lagen met een kap. De in het geldende bestemmingsplan toegelaten goothoogte voor de woningen aan de Weebosch 7

toegestane bouwhoogten voor woningen aan de Weebosch. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Ter verduidelijking voegt indiener een afbeelding toe:

bedraagt 4 of 6 meter. De met het ontwerpbestemmingsplan toegelaten maximale goothoogte van 6 meter sluit hier prima op aan. Het voorstel van indiener leidt, nog ongeacht de oplosbaarheid van ruimtelijke knelpunten die met het voorstel ontstaan of de consequenties voor de economische uitvoerbaarheid van het plan, tot een ongewenste situatie waar bestaande achtertuinen direct grenzen aan de openbare ruimte. Bovendien vervalt met het voorstel flexibiliteit ten aanzien van een eventuele doorontwikkeling van de wijk in oostelijke richting, mocht in de toekomst blijken dat aanvullende woningbouw op de Weebosch noodzakelijk is. Op twee plekken in het plan is deze potentie aanwezig, met het voorstel zou één daarvan vervallen. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

4. Inspraakreactie: Indiener wijst op een bestaand recht van overpad over het perceel Weebosch 21, welk recht mogelijk maakt voor een derde wijkontsluiting. Standpunt college op de inspraakreactie: Het gevestigde recht van overpad beperkt tot een specifiek doel, niet zijnde een openbaar toegankelijk pad. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Indiener herhaalt de inspraakreactie als zienswijze met de vermelding van het standpunt dat de nieuwe eigenaar/eigenaren van de met het recht van overpad ontsloten gronden van dit recht gebruik mag/mogen maken.

4. Standpunt: Het perceel waar het gemelde recht is gelegen maakt geen onderdeel uit van het plangebied. De erfdienstbaarheid is gevestigd ten behoeve van de bewerking van twee landbouwpercelen, waarvan één perceel deels in het plangebied is gelegen. Daaraan is de beperking gekoppeld dat de erfdienstbaarheid van weg op de minst bezwarende wijze gebruikt kan worden. Het realiseren van een openbare weg ten behoeve van de ontsluiting van een woonwijk kan hier niet onder worden geschaard. Een derde wijkontsluiting, ook in een beperkte vorm voor fietsers en voetgangers, is niet noodzakelijk voor een goede en veilige wijkontsluiting zoals onderbouwd in de toelichting op het bestemmingsplan. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

5. Inspraakreactie: Indiener doet de suggestie beperkingen op te leggen aan doorverkoop na realisering van starters-koopwoningen.

5. Standpunt Regels over verkoop van woningen worden niet in een bestemmingsplan opgenomen.

Standpunt college op de inspraakreactie: Regels over (door-)verkoop worden niet opgenomen in een bestemmingsplan. Wel hanteert de gemeente het instrument van

Ter informatie: Privaatrechtelijk wordt wel vastgelegd dat een koper van een gerealiseerde starterskoopwoning tenminste drie jaar zelf in de woning moet wonen op straffe van een boete.

8

verplichte zelfbewoning in privaatrechtelijke overeenkomsten. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Indiener herhaalt de inspraakreactie als zienswijze met de vermelding dat een zelfbewoningplicht het door indiener gedane suggestie niet dekt. 6. Inspraakreactie: Gevraagd wordt de behoeften van nieuwe bewoners zorgvuldig worden afgewogen tegen belangen van de bestaande bewoners.

Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

6. Standpunt: Alle ontvangen (individuele) zienswijzen zullen in de belangenafweging worden betrokken. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

Standpunt college op de inspraakreactie: De gemeenteraad zal bij besluitvorming belangen van individuele bewoners afwegen tegen het maatschappelijk belang dat met de ontwikkeling samenhangt. Nieuwe reactie indiener (zienswijze): Indiener stelt dat meerderde bewoners gelijkluidende reacties geven en dat geen sprake is van ‘individuele’ belangen. 7. Zienswijze: Indiener is van mening dat een bosgebied, als in onderstaande afbeelding is opgenomen, nooit voor woningbouw gebruikt mag worden. In het ontwerpplan is opgenomen dat hier verstedelijking afweegbaar is. Indiener vraag naar een standpunt hierin.

7. Standpunt: In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is in paragraaf 4.3.3. hoe het plan past in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze verordening is het door indiener aangeduide bos gelegen in een gebied waarvan verstedelijking voorstelbaar is. Het door indiener aangeduide bos maakt geen onderdeel uit van het plangebied en de functie/bestemming van dit bos wordt niet gewijzigd. Een ontwikkeling van dit bos voor een woonfunctie is nu niet aan de orde. Mocht in de toekomst sprake zijn van een ontwikkeling zal de gemeenteraad of het college op dat moment hierover een besluit nemen. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

8. Zienswijze Indiener vreest dat nieuwe bewoners geuroverlast gaan ervaren van een geitenhouderij en een pluimveebedrijf.

8. Standpunt In paragraaf 5.6 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is onderbouwd hoe de ontwikkeling van woningen in dit plan inpasbaar is voor wat betreft het aspect geurhinder en veehouderij. Zowel de geitenhouderij aan de Weebosch 2 als het pluimveebedrijf aan de Weebosserweg 139 (noot: indiener verwijst naar een pluimveehouderij aan de Weebosserweg 67, zoals ook is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan, paragraf 5.7. De bedoelde pluimveehouderij is echter gevestigd aan de Weebosserweg 139. Dit wordt aangepast in de 9

toelichting) zijn in deze beoordeling meegenomen. Aan de te stellen normen en afstanden wordt voldaan. Een risico dat nieuwe bewoners toch geuroverlast kunnen ervaren is individueel bepaald. Door te werken met normen is vastgelegd wat maatschappelijk acceptabel wordt geacht. In paragraaf 5.7 wordt ingegaan op gezondheidsaspecten die samenhangen met veehoudering. Hierin is uitgebreid gemotiveerd dat de bouw van woningen in het plangebied op grond van gezondheidsaspecten mogelijk is. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond. Wel wordt de toelichting aangepast door het correcte adres van de pluimveehouderij op te nemen. 9. Zienswijze Door de hoogte van nieuwe woningen en de korte afstand tot de huidige bebouwing zal er in de winterperiode minder/geen zon meer in onze woonkamers komen. Dat vermindert de gezondheid en het woongenot in de wintermaanden.

9. Standpunt. Er bestaan geen vaste normen voor bezonning. Wel heeft TNO richtlijnen geformuleerd waaraan kan worden gereflecteerd. Om hieraan te kunnen reflecteren is een bezonningsstudie opgesteld. Uit de studie blijkt dat aan de strenge TNO-norm (minimaal 3 uren per etmaal moet sprake zijn van bezonning op de woningen in de periode 21 januari tot en met 22 november) wordt voldaan. Uit de bezonningsstudie blijkt dat aan de strenge TNO-norm wordt voldaan.. De beperking van de directe bezonning van de achtertuin, zoals dat in de in de bezonningsstudies inzichtelijk is gemaakt, weegt niet op tegen het belang van het voorzien in voldoende woningen voor de kern de Weebosch. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond. De uitgevoerde bezonningsstudie zal als bijlage aan de toelichting op het bestemmingsplan worden toegevoegd.

10. Zienswijze Indiener is van mening dat een akoestisch onderzoek, uitgevoerd op 15 mei 2023, niet representatief is voor de werkelijk situatie. Dit omdat in de zaai en oogstmaanden sprake is van veel landbouwverkeer. Nieuwe bewoners zijn waarschijnlijk niet aan landbouwverkeer gewend.

10. Standpunt. Het genoemde onderzoek is vastgelegd in een rapport van 15 mei 2023. Het onderzoek is niet uitgevoerd op basis van verkeerstellingen die specifieke dag zijn uitgevoerd, maar op basis van algemene verkeergegevens van de gemeente. Hierin is verdisconteerd een verdeling tussen licht, middel en zwaar verkeer (waaronder landbouwverkeer). Dit is een betrouwbaar uitgangspunt voor de gemiddelde verkeersintensiteit ‘jaarrond’. Met het onderzoek is aangetoond dat aan de te stellen normen wordt voldaan. Het ervaren van 10

geluid als overlast is individueel bepaald. Door te werken met (in dit geval nationale) normen is vastgelegd wat maatschappelijk acceptabel wordt geacht. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

11

Indiener 3 1. Zienswijze Indiener is van mening dat de afstand tussen de nieuwe wijk en de bestaande lintbebouwing/achtertuinen onvoldoende is. Door deze afstand te vergroten wordt het mogelijk het ruimtelijk effect en het gevoel van vrijheid vanuit de woning van indiener enigszins te behouden. Indiener stelt voor om een bufferzone in te voegen tussen de bestaande woningen en de nieuw te bouwen woningen.

1. Standpunt De afstand tussen de bestaande woning van indiener aan het lint Weebosch en de nieuwe woningen bedraagt circa 35 meter. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan vrijheid, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Het inpassen van een bufferzone achten we ruimtelijk niet noodzakelijk. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

2. Zienswijze Indiener stelt voor om achter een te realiseren bufferzone alleen levensloopbestendige/seniorenwoningen in één bouwlaag zonder kap of opbouw toe te laten, zodat de toegelaten hoogte beter aansluit bij de bestaande bebouwing in het lint Weebosch. Elders in het nieuwe plan worden lagere maximale bouwhoogten toegestaan dan direct achter de woning van indiener. Een nieuwe verdeling over het plan zou een betere aansluiting mogelijk maken.

2.Standpunt Wij stellen ons op het standpunt dat de toegelaten bouwhoogten ruimtelijk inpasbaar zijn. De in het ontwerp van het bestemmingsplan opgenomen toegelaten bouwhoogten zijn gebruikelijk voor een woningtype dat bestaat uit twee lagen met een kap. De in het geldende bestemmingsplan toegelaten goothoogte voor de woning van indiener bedraagt 6 meter. De met het ontwerpbestemmingsplan toegelaten maximale goothoogte van 6 meter sluit hier prima op aan. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond.

Indiener 4 Inleiding: Indiener stelt in de inspraakreactie een handreiking te hebben gegeven in de vorm van de volgende uitgangspunten om tot een goede ontwikkeling te komen: - De ontwikkeling dient kleinschalig en in goede verhouding en cohesie met de bestaande panden en bewoners en met behoud van zoveel als mogelijk groen en dito-landelijke uitstraling; - De privacy van bewoners in de bestaande lintbebouwing moet worden gewaarborgd, bijvoorbeeld door het plaatsen van voldoende groen en een juiste positionering van de nieuwe woningen. Indiener mist een reactie van het college en ervaart dat goedbedoelde zienswijzen worden genegeerd. 1. Zienswijze Indiener stelt dat er geen deugdelijk omgevingsdialoog is gevoerd. De informatieavond op 30 november 2022 kan niet als omgevingsdialoog worden beschouwd. Als eerder een echte omgevingsdialoog was

Reactie: Het college is in de nota van inspraak ingegaan op alle aspecten die indiener in de inspraakperiode heeft aangedragen, waaronder de schaal van de ontwikkeling en de bebouwing en privacy en positionering van de nieuwe woningen.

1. Standpunt De informatieavond van 30 november 2022 is algemeen bekend gemaakt. Doel van deze informatieavond was om de inwoners van de Weebosch zowel te informeren over de inhoud van de plannen, als om in gesprek te gaan over 12

gevoerd waren er meer mogelijkheden geweest om met inspraak rekening te houden.

2. Zienwijze Algemeen: Indiener vreest aantasting van woongenot in de vorm van verkeersoverlast, verlies aan privacy, burenoverlast, geluidshinder, (straat)verlichting), (BBQ/kachel-)rookoverlast, overige prikkels. Het ervaren van mooie zonsopkomsten, akkerlandschap, de kleuren van elk seizoen en het zien van roofvogels maakt plaats voor uitzicht over daken, druktes, verlichting, geluiden en ander volk. Daarnaast ontstaat waardevermindering van de woning.

deze inhoud. Dit laatste is ook gebeurd, zoals is opgenomen in het verslag van de omgevingsdialoog. Wij zijn van mening dat de omgeving daarmee voldoende in de gelegenheid is gesteld om kennis te nemen van de plannen en hierop te reageren.. 2. Standpunt. Met begrip voor de door indiener gevreesde aantasting van het woongenot, stellen wij ons op het standpunt dat de wijze van ontwikkeling van de wijk Kapelledries 3 op zorgvuldige wijze is ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur en in het landschap. Zowel maat en schaal van de ontwikkeling houden rekening met de omgeving, onder andere om de inbreuk op het ervaren woongenot van omwonenden niet onevenredig aan te tasten. Woningbouw is maatschappelijk noodzakelijk en ruimtelijk is de gekozen locatie hiervoor het meest geschikt, in aansluiting op de bestaande uitbreidingswijk Kapelledries. In de toelichting is onderbouwd dat, ook met de ontwikkeling van Kapelledries 3, sprake is/blijft van een goed woon- en leefklimaat. Dat aspecten van dit woon- en leefklimaat die door indiener belangrijk worden gevonden wijzigen, doet daar niet aan af. Als sprake is van waardevermindering kan indiener na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan verzoeken om een bijdrage in de vast te stellen schade. Conclusie: Deze zienswijze is ongegrond.

3. Zienswijze Het aantal woningen is te groot en zal leiden tot een te snelle verandering van de bevolkingssamenstelling en sociale dynamiek. Als gekozen zou worden voor een kleinschaliger uitbreiding hoeft niet geïnvesteerd te worden in aanvullende infrastructuur en/of het herinrichten van de staat Weebosch en vervanging van het hoofdriool.

3. Standpunt Het aantal woningen dat met het plan wordt toegevoegd past in de woningbouwplanning van de gemeente Bergeijk. Het aantal inwoners van de kern de Weebosch vertoont een licht dalende trend, ondanks de in de afgelopen jaren gerealiseerde nieuwe woningen. De bevolking vergrijst, zoals ook elders in de gemeente. De samenstelling van de bevolking is alleen daarom al aan verandering onderhevig. Wijziging van de sociale dynamiek is niet alleen afhankelijk van het wel of niet toevoegen van woningen aan de woningvoorraad. Het is voor de kern de Weebosch van belang dat de leefbaarheid in stand blijft. Met een afname van het gemiddeld aantal bewoners van een woning en een noodzakelijke wijziging van de kwaliteit van woningen (doelgroepen) is het noodzakelijk om nieuwe woningen te realiseren: daarmee wordt gestimuleerd dat ouderen en jongeren op de Weebosch kunnen blijven 13

wonen. De kans dat een basisvoorziening, zoals een basisschool, voor deze kern gehandhaafd kan worden wordt daarmee vergroot. Dat is goed voor de sociale dynamiek. Tenslotte komt de herinrichting van de straat Weebosch en de vervanging van het hoofdriool overigens niet direct voort uit de realisatie van de derde fase van de wijk Kapelledries. Ook zonder deze uitbreiding is herinrichting en vervanging nodig. Conclusie: deze zienswijze is ongegrond. 4. Zienswijze. Indiener is van mening dat de maat en schaal van de kavels niet past bij de bestaande karakteristieke lintbebouwing.

4. Standpunt De ontwikkeling van Kapelledries 3 doet niet af aan de karakteristiek van het lint de Weebosch. Deze blijft aan het lint ongewijzigd. De planologische kaders voor de in het lint de realiseren vervangende woning Weebosch 41 zijn in het bestemmingsplan vastgelegd en sluiten aan op de bestaande karakteristiek. Het woningbouwprogramma Kapelledries 3 vraagt ook om kleinere kavels om sociale huurwoningen, starterskoopwoningen en seniorenwoningen te kunnen realiseren. Het overnemen van gemiddelde kaveloppervlaktes met overwegende vrijstaande woningen in het lint Weebosch is allen daarom al niet haalbaar. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

5. Zienswijze. De woningdichtheid van 31 woningen per hectare sluit niet aan op de bestaande woningdichtheid op de Weebosch van 5 woningen per hectare (gegevens CBS) en is ruimtelijk daarom niet passend.

5. Standpunt. De gemiddelde woningdichtheid op de Weebosch is op dit moment laag. Buiten de uitbreidingswijken Kapelledries en ’t Sant is vooral sprake van vrijstaande woningen op grote percelen. De dichtheid ligt ook hoger dan de bestaande wijk Kapelledries (ca. 21 woningen per hectare). De kwalitatieve woningbouwopgave waarbij voor 60% wordt ingezet op het bouwen voor doelgroepen (starters, sociale huur en senioren) vraagt inmiddels om hogere dichtheden om met name de doelgroepenwoningen starterskoop en sociale huur economische haalbaar te maken. Een dichtheid van 31 woningen per hectare past nog altijd binnen de karakteristiek van dorps wonen en achten wij passend voor de locatie. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

6. Zienswijze Indiener roept op tot behoud van het dorps karakter: kleinschalig, rekening houdend met de bestaande architectuur, historische waarden en

6. Standpunt. Zoals in ons standpunt op zienswijzen 3 tot en met 5, zijn wij van mening dat voor wat betreft de hoofdopzet de ontwikkeling passend is voor 14

karakteristieken van het gebied. Indiener refereert aan het besprokene in de raadscommissie grondgebiedzaken van 10 januari 2023, waarin hij stelt dat een lid van de commissie heeft opgeroepen tot een hoger ambitieniveau in ruimtelijke kwaliteit zodat wordt aangesloten op de lokale schaal en karakteristiek. Indiener roept de gemeenteraad op om het huidige ontwerp en beeldkwaliteit op dit vlak te heroverwegen, mede onder verwijzing naar een voorbeeldproject in Vessem. Indiener verzoekt de gemeenteraad een standpunt hierop in te nemen.

de Weebosch met in acht name van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave. De beeldkwaliteit en bestaande (architectonische) karakteristiek van het bebouwingslint de Weebosch is zeer divers. De karakteristiek wordt vooral bepaald door de stedenbouwkundige opzet: lintbebouwing met verspringende rooilijnen uit zeer diverse stijlperiodes. Waar de nieuwe ontwikkeling plaatsvindt in het lint (Weebosch 41) zijn in het bestemmingsplan kaders opgenomen voor wat betreft typologie, hoogten en ligging van het hoofdvolume. Deze sluiten naadloos aan bij de stedenbouwkundige karakteristiek van het lint. De beeldkwaliteit op deze locatie zal worden beoordeeld aan de hand van de welstandscriteria, die in de vastgestelde Welstandsnota gemeente Bergeijk zijn opgenomen. In deze nota is Weebosch 41 gelegen binnen de aanduiding ‘historische centrumgebieden/dorpsgebiedenaandachtgebieden’. Dit zijn de linten die vanuit de dorpskern naar het buitengebied en de nabijgelegen kernen lopen. In de dorpse bebouwingslinten vond de eerste dorpsuitbreiding plaats, doordat nieuwe bouwmassa’s in de linten toegevoegd werden. De traditionele (boerderijachtige) bebouwing heeft hier veelal plaatsgemaakt voor jongere bebouwing. Daarnaast zijn er ook traditionele gebouwen (boerderijachtige bebouwing) intact gebleven. De bebouwing bestaat uit een mix van staafvormige bouwmassa’s en kleinere bouw.

Binnen dit gebied moeten verbouwingen en uitbreidingen vanuit de bestaande karakteristieken worden ontwikkeld. Een afleesbare ontwikkelingsgeschiedenis van de bebouwing wordt in principe gestimuleerd. Het gebied is een aandachtsgebied en is welstand plichtig. Aanvragen om omgevingsvergunning zullen worden voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit om bouwplannen op beeldkwaliteit te toetsen. Daarbij wordt aandacht besteed aan toegepaste materialen, kleurgebruik en detailleringen. In het welstandbeleid zijn (bestaande) woonwijken ‘welstandsvrij’: er vindt geen toetsing van bouwplannen aan redelijke eisen van welstand plaats. De bestaande wijk Kapelledries valt onder dit welstandsregime.

15

Ook voor fase 3 is het niet noodzakelijk bijzondere welstands-/beeldkwaliteitseisen te stellen. Het in het bestemmingsplan vastgelegde stedenbouwkundig kader is zodanig stevig dat bijzondere beeldkwaliteitseisen niet nodig zijn. We achten het vaststellen van een beeldkwaliteitsplan, waarin randvoorwaarden voor de architectonische uitwerking zouden kunnen worden vastgelegd, in dit geval niet van toevoegde waarde. Gezien het ontbreken van een directe relatie met de (met name in de structuur) karakteristieke lintbebouwing heeft dit voor behoud van deze karakteristiek ook geen meerwaarde. Het plan waarnaar indiener verwijst in EerselVessem kent een totaal andere ligging ten opzichte van een bestaande stedenbouwkundige structuur:

Figuur 1 Plan Vessem (bron: gemeente Eersel)

De uitgangspunten voor deze ontwikkeling, waaronder behoud en herstel van bestaande hoge cultuurhistorische waarden zijn voor de gemeenteraad van Eersel aanleiding geweest hiervoor een beeldkwaliteitsplan op te stellen. Wij zien voor de ontwikkeling Kapelledries 3 geen aanleiding om een beeldkwaliteitsplan vast te stellen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 7. Zienswijze. Indiener is van mening dat de nieuwe bebouwing te dicht op de bestaande lintbebouwing met de daarbij horende achtertuinen is gesitueerd. Indiener pleit voor een overgangszone. De naar aanleiding van zijn eerdere inspraakreactie heeft het college een aanpassing gedaan in het ontwerpbestemmingsplan, door de afstand tussen de nieuwe woningen en de achtertuinen van de woningen aan de Weebosch met 2 meter

7. Standpunt. Wij stellen ons, met begrip voor het gevoelde verlies aan woongenot, op het standpunt dat woningbouwkavels die aan elkaar grenzen een normaal beeld is in Nederland en qua privacy acceptabel. Kortheidshalve verwijzen wij naar ons standpunt op zienswijze 2. Daarbij merken wij op dat de woning en het perceel van indiener reeds volledig omsloten is 16

te vergroten. Indiener is van mening dat deze aanpassing nagenoeg geen invloed heeft op de te verwachten overlast zoals ruimtelijk effect, geluidsoverlast, privacy etc. Met de in de inspraak ingebrachte voorstellen zou een betere wijze van invulling mogelijk zijn.

door bestaande woonpercelen, waardoor een overgangszone nooit op zijn perceel al kunnen aansluiten. De voorstellen die in de inspraak voor aanpassing zijn aangedragen komen terug in volgende zienswijzen van de indiener. Per voorstel is daar ons standpunt vermeld. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

8. Zienswijze Indiener doet voorstellen om een bufferzone tussen bestaande woningen/achtertuinen en de nieuwe ontwikkeling te realiseren. Deze bufferzone moet tevens een functie krijgen als ontsluiting van de achtertuinen van de bestaande woningen een de Weebosch die door de eigenaar reeds jaren wordt gedoogd. Voorstel 1: Verplaatsing van de beoogde wadi langs de vrije sectorkavels Veld C verplaatsen naar de achterzijde van de bestaande achtertuinen.

Voorstel 2: De gemeente/ontwikkelaar bekostigt de aanleg van een achterpad, al dan niet gecombineerd met een waterbergende functie.

8. Standpunt

Voorstel 1: Het aanleggen van een groene buffer tussen achtertuinen van woningen achten we niet noodzakelijk en wenselijk. Er is in de planvorming gekozen voor centralisatie van robuuste groene en waterbergende voorzieningen. De in de plannen opgenomen groenzone is de zuidelijke begrenzing van het plan heeft primair een functie als groene afscherming van het plangebied richting buitengebied. Zoals in de bijlage 7 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, is de waterbergende functie vooral bedoeld voor afvang van water van de zuidelijk gelegen akker. Verplaatsing is dus functioneel niet mogelijk.

Voorstel 2: De achtertuin van indiener grenst niet aan het plangebied. Het perceel van indiener is omsloten door de straat Weebosch en twee bestaande woonpercelen. Het is niet mogelijk om ten gunste van indiener een achterontsluiting via het plangebied te realiseren. Een gebruik om via de bestaande akker de tuinen van de woningen aan de Weebosch te 17

ontsluiten betekent niet dat er een verplichting ligt om deze mogelijkheid te handhaven. Een dergelijk recht is niet vastgelegd en kan niet via verjaring ontstaan. Zoals onder voorstel 1 is vermeld is een waterbergende functie niet van toepassing. Gekozen is voor een robuust en centraal gelegen waterbergingssysteem. Versnippering is ongewenst. Met indiener en de direct bij een achterontsluiting gebate belanghebbenden is gesproken over de optie om gronden van de gemeente te verwerven om in een ontsluitingsmogelijkheid te voorzien. Om deze ontsluiting te realiseren is aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan niet noodzakelijk. Vaststelling van het bestemmingsplan is niet afhankelijk van de uitkomsten van dit overleg. Voorstel 3: De grondeigenaar erkent dat door verjaring een recht van overpad is ontstaan en deze erfdienstbaarheid wordt notarieel vastgelegd.

Voorstel 3: Zie standpunt op voorstel 2.

Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 9. Zienswijze Indiener is van mening dat de toegelaten bouwhoogte direct achter de lintbebouwing met 11 meter te hoog is. Dit doet afbreuk aan het karakter en de uitstraling van de buurt. Met het huidige plan wordt niet aan de gemeentelijke uitgangspunten met betrekking tot het creëren van voldoende privacy en het behouden van een goed woon- en leefklimaat voldaan. Indiener doet het voorstel de geplande tweekappers te verplaatsen naar de locatie waar nu seniorenwoningen zijn gepland. Indiener verzoek de gemeenteraad voor wat betreft de ‘ruimtelijke inpasbaarheid’ niet enkel de juridische/planologische definitie te hanteren, maar ook naar het feit dat nagenoeg iedereen van de aanwonenden heeft aangegeven de geplande bebouwing te hoog te vinden.

9. Standpunt Wij stellen ons op het standpunt dat de toegelaten bouwhoogten ruimtelijk inpasbaar zijn. De in het ontwerp van het bestemmingsplan opgenomen toegelaten bouwhoogten zijn gebruikelijk voor een woningtype dat bestaat uit twee lagen met een kap. De in het geldende bestemmingsplan toegelaten goothoogte voor de woningen aan de Weebosch bedraagt 4 of 6 meter en een bouwhoogte van 9 en 11 meter. De met het ontwerpbestemmingsplan toegelaten maximale goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 11 meter sluit hier prima op aan. We hebben kennisgenomen van alle ontvangen zienswijzen en herkennen daarin dat bij de indieners vaak wordt opgemerkt dat de toegelaten bouwhoogte te hoog wordt gevonden. In de directe omgeving van het plan is op dit aspect beperkt draagvlak. We hebben daarmee rekening gehouden in de afweging om tot dit standpunt te komen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

10. Zienswijze. Indiener is van mening dat een woningtype in twee bouwlagen met kap niet passend is in aansluiting op de lintbebouwing. Indieners herhaalt het pleidooi om slechts woningen in één bouwlaag zonder kap te realiseren.

10. Standpunt. In het standpunt op zienswijze 9 is uitgebreid ingegaan op de toelaatbaarheid van bouwhoogten. Dat de genoemde aanpassing voor indiener nagenoeg geen invloed zal hebben op door 18

Het beperken van de bouwdiepte van de nieuwe woningen, zoals in het ontwerpbestemmingsplan is aangepast, heeft nagenoeg geen invloed op te verwachten overlast.

indiener ervaren overlast nemen we voor kennisgeving aan.

11. Zienswijze. Indiener is van mening dat de locatie van de nieuwe ontsluitingsweg onlogisch is en te dicht bij de andere wijkontsluiting is gelegen. Indiener pleit voor gebruik making van bestaande wegen/paden. Op de ondergrond in www.ruimtelijkeplannen is een bestaande weg ingetekend tussen Weebosch 21 en Weebosch 23. Indiener verzoekt de best mogelijke opties voor de ontsluitingsweg te onderzoeken.

11. Standpunt Er zijn geen bestaande (openbare) wegen en paden die als directe tweede ontsluiting gebruikt kunnen worden. De door indiener aangehaalde ondergrond in www.ruimtelijkeplannen.nl heeft geen juridische betekenis. Het genoemde ‘pad’ is in privé-eigendom. Het realiseren van een openbare weg ten behoeve van de ontsluiting van een woonwijk kan hier niet onder worden geschaard. Het perceel kent een recht van overpad is enkel bedoeld om gronden, die onder het plangebied zijn gelegen, te kunnen bereiken ten behoeve van een agrarische exploitatie. Dit beperkte recht betekent niet dat het om een openbaar toegankelijk pad gaat.

Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

De locatie van de tweede ontsluiting, als opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, is beschikbaar in het kader van de ontwikkeling van de wijk en leidt tot een goede en veilige ontsluitingsstructuur. We achten een onderzoek naar alternatieven niet zinvol. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 12. Zienswijze Indiener is van mening dat het bestaande pand Weebosch 41 behouden moet blijven vanwege historische waarde en het behoud van het pand als onderdeel van de cultuurhistorische identiteit. Behoud in de vorm van behoud van de oorspronkelijke locatie, maat en schaal en daarnaast zoveel als mogelijk de bestaande bouwmaterialen te hergebruiken. Indiener citeert uit de welstandsnota en de Interimverordening Ruimte en concludeert dat sloop van het pand hiermee in strijd is.

12. Standpunt. Het pand Weebosch 41 kent geen beschermde status als rijks- of gemeentelijk monument. Het pand is niet geregistreerd als anderszins cultuurhistorisch waardevol. Een aanvraag om het pand te slopen kan niet worden geweigerd. Toetsing aan de welstandsnota is aan de orde bij de beoordeling van het herbouwplan. Het herbouwplan zal zich moeten richten naar de regels in het ontwerpbestemmingsplan. Wij zien, gezien de hooguit beperkt aanwezige cultuurhistorische waarden van het pand, geen aanleiding om de mogelijkheden voor herbouw op deze locatie te beperken tot bestaande situering en bouwmassa. Het betreft immers geen historische boerderij als bedoeld in de welstandnota. De Interim Omgevingsverordening kent bepalingen over gebruik-/herbestemming van cultuurhistorische bebouwing buiten stedelijk gebied. Weebosch 41 is gelegen binnen stedelijk gebied en de door indiener aangehaalde passage is op dit perceel niet van toepassing. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 19

13. Verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) Indiener verzoekt op grond van artikel 4.1 Woo tot toezending van de anterieure overeenkomst, gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemers/grondeigenaren.

13. Standpunt De gemeenteraad neemt kennis van het verzoek. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor besluitvorming op het verzoek. Conclusie: Niet van toepassing.

14. Verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) Indiener verzoek op grond van artikel 4.1 Woo tot toezending van informatie over de wijze waarop overeenstemming is bereikt over koop en verkoop van gronden in het plangebied.

14. Standpunt De gemeenteraad neemt kennis van het verzoek. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor besluitvorming op het verzoek. Conclusie: Niet van toepassing.

Indiener verzoekt tot toezending van de stukken behorende bij het besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2023 inzake het indienen van wensen en bedenkingen ten aanzien van de voorgenomen aankoop van gronden door de gemeente. 15. Zienswijze. Indiener is van mening dat het volledige budget, voortkomend uit de toepassing van de beleidsregel Landschapsinvesteringsregeling De Kempen ingezet moet worden in de directe omgeving ofwel binnen maximaal 500 meter van het plangebied en/of binnen het kerkdorp de Weebosch. Indiener herhaalt het voorstel om met dit budget een bufferzone achter Weebosch 23 tot en met 29 te realiseren.

De door indiener gevraagde stukken behorende bij het besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2023, voor zover openbaar, zijn namens het college toegezonden. 15. Standpunt. Op grond van de door indiener genoemde beleidsregel wordt onderbesteding van het budget binnen het plangebied zelf gereserveerd en beschikbaar gehouden voor ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’. Afstandseisen waarbinnen kwaliteitsverbetering plaats vindt bestaan niet en zijn niet vastgelegd. Het resterende deel van de basisinspanning zal worden gestort in de gemeentelijke reserve Duurzame Ontwikkeling Buitengebied. Uit deze reserve worden onder andere jaarlijks projecten gefinancierd die gericht zijn op kwaliteitsverbetering van het buitengebied en/of de beleefbaarheid van het buitengebied (PLOP).’ In het gemeentelijk beleid is geen relatie gelegd tussen de plaats waar wordt geïnvesteerd en de betreffende ontwikkeling. Dit mede omdat bijdragen van verschillende ontwikkelingen samen ingezet kunnen worden voor projecten die op kwaliteitsverbetering zijn gericht. Ten aanzien van het voorstel van indiener met betrekking tot de bufferzone wordt verwezen naar het standpunt op zienswijze 8. Conclusie: Niet van toepassing.

16. Zienswijze. Indiener signaleert de volgende onvolkomenheden in het ontwerpbestemmingsplan.

16. Standpunt.

a.

Het perceel heeft een agrarische bestemming, bestemd voor akkerbouw of 20

a. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt het agrarisch perceel waarop de ontwikkeling plaatsvindt ten onrechte als grasland of weiland bestempeld. Het betreft echter agrarische bouwgrond. b. In de Ecologische Quickscans is ten onrechte uitgegaan van grasland en daarnaast is alleen onderzoek gedaan naar waarden op de percelen Weebosch 41 en 45. c. Het agrarisch perceel ligt al jaren braak wat mogelijk heeft geleid tot een interessante ontwikkeling van natuur. Daar is onvoldoende onderzoek naar gedaan. d. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar het potentieel van het bestaande gebied als habitat of voedselbron voor fauna en de invloed van bebouwing hierop. e. Indiener geeft de gemeenteraad in overweging het perceel als Natuur te bestemmen. f. In figuur 6 van de Toelichting is ten onrechte een groenstrook aan plangebied Kapelledries 3 toegevoegd. Bij indiener roept dit vragen op over de integriteit en is van mening dat dit een poging suggereert om omwonenden te misleiden. g. Onderzoeksbureau Ecolybrium neemt ten onrechte aan dat de dichtstbijzijnde Natura 2000 is gelegen op een afstand van meer dan 5 kilometer. In de toelichting en in voorgaande onderzoeken voor Kapelleries fase 2 is een afstand genoemd van 4 km. Het uitgevoerde onderzoek moet worden herzien/opnieuw worden uitgevoerd. h.

In de toelichting is opgenomen dat het plangebied is gelegen binnen een cirkel van 2 kilometer van een geitenhouderij en binnen een cirkel van 1 kilometer van een pluimveehouderij. Dit is onjuist, want het plangebied is gelegen op ca. 485 meter. i. Er is onvoldoende aandacht besteed aan gezondheidsrisico’s bij bouwen op een afstand van 485 meter van een geitenhouderij. Daarbij is met 61 woningen geen sprake van een kleine woonwijk, waar mogelijk meer dan 250 personen kunnen komen wonen, met bovendien senioren die tot de risicogroep behoren. j. In de toelichting is vermeld dat er bij omwonenden geen sprake is van ongerustheid over het aspect volksgezondheid gerelateerd aan de

grasland. Feitelijk ligt het terrein op dit moment braak, maar heeft het de uitstraling van ‘grasland’. De karakterisering in de toelichting is niet van wezenlijke invloed op de kwaliteit van de ruimtelijke onderbouwing. b. Aan de toelichting zijn twee ecologische quickscans als bijlage bijgevoegd. Bijlage 4, onderzoek Brabant Eco heeft betrekking op het hele plangebied. Naar aanleiding van de conclusies in dit rapport is nader onderzoek gedaan naar specifiek de opstallen van Weebosch 41 (bijlage 5, Ecolybrium). Daarmee is het hele plangebied onderzocht. c. en d. Het braakliggend agrarisch perceel is beoordeeld in huidige staat en over de waarde is een deskundigenadvies afgeven als opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting op het bestemmingsplan. e. Met de ontwikkeling wordt noodzakelijke woningbouw beoogd op een locatie waar dat in de Structuurvisie is aangegeven. Naast het gebrek aan natuurwaarden en een intentie om deze natuurwaarden in ontwikkeling te brengen, wordt het perceel niet als natuur bestemd. f. De aangeduide groenstrook maakte onderdeel uit van fase 2 van Kapelledries en is ook in het daaronder liggende bestemmingsplan meegenomen. Het is terecht dat indiener constateert dat dit deel van de groenstrook onderdeel uitmaakt van het plangebied. Indiener kan zien dat in de verbeelding van het bestemmingsplan deze strook ook niet is meegenomen.

We nemen kennis van de vraagtekens bij indiener over integriteit en de aangenomen suggestie over misleiding van omwonenden. g. In de onderbouwing van het bestemmingsplan Woningbouw Kapelledries fase 2 is in het rapport Ecologische quickscan vermeld dat het plangebied op ‘ruime afstand (circa 4 kilometer of meer)’ van Natura 2000-gebieden is gelegen. Daar werden vanwege deze afstand effecten uitgesloten. Er is geen meerwaarde om de uitgevoerde onderzoeken voor Kapelledries fase 3 opnieuw te doen of te heroverwegen: de indicatieve afstand sluit (ook bij een aangepaste vermelding van circa 4 kilometer of meer) effecten uit. h. De tekst in de toelichting is correct. Een afstand van ca. 485 meter is binnen een cirkel van 2 kilometer van de geitenhouderij. i. Wij beschouwen de ontwikkeling van 61 woningen als een kleinschalige ontwikkeling in het kader van de beoordeling aan gezondheidsaspecten en zoals bedoeld in het afwegingskader voor nieuwe functies 21

k.

geitenhouderij. Indiener vraagt dit te onderbouwen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van verkeersgegevens van 2019 en 2021. Deze gegevens zijn niet meer actueel, onder andere vanwege de afsluiting van Runderbochten.

j.

binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Daarbij merken wij op dat het gemiddelde huishouden in Bergeijk bestaat uit 2,3 personen, waarbij de landelijke trend is dat dit daalt. Dat zou leiden tot circa 140 bewoners. Bij ontwikkelingen rondom geitenhouderijen houden we rekening met de doelgroep. Voorzieningen gericht op grote groepen meer kwetsbare mensen, zoals bijvoorbeeld een verzorgingstehuis, een school of kinderopvang, hebben daarbij bijzondere aandacht en worden in principe niet gerealiseerd. ‘Senioren’ zijn niet per meer kwetsbaar. In de Monitor gezonde leefomgeving 2022 van de GGD (GGD Kompas) zijn gegevens opgenomen over onder andere bezorgdheid van inwoners over gezondheid in relatie tot veehouderijen. Op de Weebosch is geen melding gemaakt van bezorgdheid:

Voor de hele gemeente Bergeijk geeft 1015% van de mensen die in de buurt wonen van een veehouderij aan zich zorgen over de gezondheid te maken. k. De in het akoestisch rapport vermelde en opgenomen telgegevens van de gemeente dateren uit 2021. Deze telgegevens zijn in het rapport enkel gebruikt om het percentage licht-, middel- en zwaarverkeer te bepalen. Voor de berekeningen is uitgegaan van de aanmerkelijk hogere etmaalgegevens uit het provinciale verkeersmodel BBMA, versie 2022. Conclusie: de zienswijze is ongegrond. 17. Zienswijze Hoewel het toewijzen van de eventuele toekomstige woningen niet in het bestemmingsplan geregeld wordt, is indiener van mening dat het wel zaak is dat door de Gemeente voorafgaand aan een vaststelling van het bestemmingsplan een standpunt inneemt op de mogelijkheden van de Huisvestingswet. Draagvlak voor de ontwikkeling kan worden vergroot doorwoningen toe te wijzen aan mensen met een economische, maatschappelijke of sociale binding. Zonder standpunt zullen niet zozeer mensen met een

17. Standpunt De wijze waarop woningen worden toegewezen is geen onderdeel dat in een bestemmingsplan wordt geregeld. Gemeenten kunnen via de Huisvestingswet voorrang geven aan eigen inwoners voor het kopen of huren van een huis. Ook kunnen gemeenten voorrang geven aan bepaalde (cruciale) beroepsgroepen, zoals onderwijzers, verpleegkundigen en politieagenten. Verder wordt het mogelijk om regels over woonruimteverdeling uit te breiden naar sociale 22

binding de woningen gaan bezetten, maar mensen (van buiten de gemeente) met het meeste geld of een hogere urgentie. De belangen van niet-bewoners worden dan onbedoeld voorop gesteld.

nieuwbouwkoopwoningen. Wij hebben nog geen besluit genomen of en in hoeverre de gemeente Bergeijk van de mogelijkheden gebruik wil of kan maken. Op 1 februari 2024 heeft de gemeenteraad in een motie het college verzocht in hoeverre verdringing plaatsvindt van woningzoekende met een lokale of maatschappelijke binding op de woningmarkt. Mogelijk dat dit leidt tot een huisvestingsverordening waarin regulering op dit vlak kan worden opgenomen. Hiervan is op dit moment nog geen sprake. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

18.Zienswijze Indiener wenst een harmonieuze ontwikkeling die recht doet aan zowel nieuwe bewoners als de bestaande gemeenschap. Door indiener en andere gedane handreikingen ontvangen nauwelijks reactie. Indiener doet een beroep op de gemeenteraad om zich in te zetten voor belangen van (individuele) bewoners van onze gemeente.

18.Standpunt Onze besluitvorming baseren wij op een brede belangenafweging. Daarin zijn zowel belangen van bestaande bewoners als de nieuwe bewoners meegenomen. In het algemeen baseren wij onze besluitvorming op het algemeen maatschappelijk belang en beoordelen of de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De ontvangen handreikingen in de voorbereiding op dit bestemmingsplan zijn allen beoordeeld en er is gemotiveerd waarom handreikingen niet hebben geleid tot aanpassingen. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

Indiener verzoekt alle zienswijzen, reacties, suggesties en bezwaren serieus te nemen.

De gemeenteraad neemt alle ontvangen reacties mee in de besluitvorming over vaststelling van het bestemmingsplan.

Indiener 5 1. Zienswijze Indiener heeft bezwaar tegen de bouw van woningen op Weebosch 41. Indiener is van mening dat dit geen bouwplek is maar een adres. Indiener is in de gelegenheid gesteld de zienswijze mondeling nader toe te lichten. Hiervan heeft indiener geen gebruik gemaakt en heeft aangegeven de zienswijze schriftelijk te willen aanvullen. Indiener is in de gelegenheid gesteld binnen een opgegeven termijn schriftelijk aanvullend te reageren. Indiener heeft daarvan geen gebruik gemaakt..

1. Standpunt Met het bestemmingsplan wordt beoogd op het perceel Weebosch 41 woningen te bouwen. In de huidige situatie is één woning toegestaan, met een vaststelling van het bestemmingsplan wordt de bouw van meerdere woningen mogelijk gemaakt. Conclusie: de zienswijze is ongegrond.

23

Indiener 6 Indiener is van mening dat de te bouwen woningen de kwaliteit van wonen van de aangrenzende percelen op [Straat] aantast en geeft de volgende argumenten: 1. Zienswijze De privacy en rust van indiener wordt met de bouw van nieuwe woningen tegen de achtertuin aangetast. Omgevingsgeluiden, onder andere door de nieuwe ontsluitingsweg, zullen toenemen. De dakopbouw bij de geplande woningen direct achter perceel van indiener zal inkijk geven in de woning van indiener is voor indiener onaanvaardbaar. Het toelaten van een dakopbouw is in strijd met informatie die door ambtenaar [Naam] gegeven is tijdens de informatieavond, waarbij indiener stelt dat de opbouw middels kap mogelijk gemaakt zou worden zodat geen directe inkijk in huis en tuin van indiener mogelijk zou zijn. Verder stelt indiener dat toegezegd is dat bouwer (zoveel als mogelijk) rekening houdt met de privacy van omwonenden. Indiener geeft aan graag over de plaatsing van ramen in gesprek te gaan. Een maximale bouwhoogte van 3,5 meter zou op deze locatie beter passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=770e6985-6dc3-485c-9c2e-3faee36080e5