Nota van zienswijze regionale mobiliteitsvisie
Tekst van het document
Op dat moment heeft de Regionale Mobiliteitsvisie zijn rol vervuld In opvolging van uw vraag naar een informeel advies, kan ik u vanuit de Geen. afdeling mobiliteit van de provincie Limburg aangeven (B) achter de leidende mobiliteitsprincipes die in het strategisch kader ter sturing worden aangegeven te staan. De keuzes voor actieve mobiliteit als basis en voor gedeelde mobiliteit in een knooppuntennetwerk ter aanvulling en versterking van het openbaar vervoer vertoont duidelijke overeenkomsten met de gemeenschappelijke doelen en ambities van waaruit het regionaal mobiliteitsplan van de Vervoerregio Limburg (B) is opgebouwd. Ook de visie dat efficiënt autogebruik een essentieel onderdeel is en blijft als onderdeel van multimodale mobiliteit is positief Vanuit het perspectief van aangrenzende regio, is het wenselijk dat in de ontwikkeling van de visie ook aandacht gaat naar de regiogrensoverschrijdende mobiliteit. Dit sluit ook aan bij de ‘corridor-aanpak’, bij de verdere ontwikkeling van maatregelen (p.26) Ik denk daarbij aan verbindingen tussen de verkeersknopen in de MRE en verkeersknopen in de omliggende regio’s, zoals Lommel, Pelt, Hamont-Achel of Weert. Dat levert niet alleen winst op voor de interregionale verbindingen.
Ook de optimale mobiliteitsontwikkeling in het kerngebied van de 21 gemeenten van de Brainportregio is gebaat bij een visie die ook oog heeft voor het versterken van de onderlinge samenhang en verbondenheid met de buurregio’s. Ik wil er hier voor pleiten om aan de 8 leidende mobiliteitsprincipes, die de basis zullen vormen van de Regionale Mobiliteitsvisie, een 9de principe toe te voegen, namelijk de regiogrensoverschrijdende mobiliteit. Vertrekken vanuit een ruimere
25
De ontwikkeling van een afweegkader, inclusief bepaling wat projecten tot regionale projecten maakt, is onderdeel van de ontwikkeling van het MMMP.
HR1
HR3
grensoverschrijdende schaal levert meer winstkansen op voor een robuust multimodaal mobiliteitssysteem.
10. Provincie Limburg (B), Directie omgeving- Mobiliteit
11. Provincie Noord-Brabant
11. Provincie Noord-Brabant
15 mei 2024
Enkele voorbeelden ter illustratie:-Bij de opbouw van het fietsnetwerk op meerdere schaalniveaus (p.26) , zijn er kansen om connecties te maken tussen de regionale verbindingen en snelfietsroutes binnen de MRE en het fietssnelwegennetwerk aan Vlaamse zijde. Bijvoorbeeld de fietssnelweg F74 van Hasselt tot Hamont-Achel biedt opportuniteiten voor een fietsaansluiting via Veldhoven, Valkenswaard tot Eindhoven. Momenteel investeert de provincie Limburg (B) trouwens in kruispuntaanpassingen om het comfort en de doorfietsmogelijkheid op deze fietssnelweg te verbeteren tussen HamontAchel en Houthalen-Helchteren. -De fietssnelweg F71 (Mol – Weert) heeft verschillende aantakkingsmogelijkheden met het fietsnetwerk in de Brainportregio vanaf Lommel (via aansluiting op de fietsboulevard) tot Weert.De ontwikkeling van de grensoverschrijdende spoorwegverbinding tussen Hamont-Achel en Weert valt op zichzelf buiten het gebied van de 21 gemeenten van de MRE. De activering van deze grensoverschrijdende treinverbinding zou desalniettemin een belangrijke versterking betekenen voor de woon-werkpendel tussen Noord-Limburg (B) en de MRE. -De ontwikkeling van de HOV-verbinding tussen Hasselt en Pelt (Spartacuslijn III) in het kader van het ruimer complex project Noord-Zuid Limburg biedt mogelijkheden voor het versterken van de interregionale (HOV-)verbindingen met MRE.
De visie is voor ons herkenbaar en helder opgezet. Wij merken wel op dat het concept nog niet volledig overeenkomt ons Beleidskader mobiliteit en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 (onderdeel mobiliteitstransitie voor stad en dorp). We zijn nu gezamenlijk gestart met de uitwerking in een Meerjarig Multimodaal Mobiliteitsprogramma (MMMP). Omdat dit een gezamenlijk traject is moet dit ook aansluiten bij het beleid van de provincie. Daarom benoemen we hiervoor een aantal aandachtspunten: · Samenwerking. De visie is de basis voor een adaptief maatregelenpakket. Dit pakket gaan we gezamenlijk maken in de vorm van het MMMP. Wij willen op basis van dit pakket jaarlijks afspraken maken tussen Rijk en regio (in BOL en BO-MIRT) en binnen de regio (tussen gemeenten en provincie) via de ontwikkeldagen. De visie lijkt nu los te staan van dit soort afspraken maar dit is juist belangrijk voor het vervolg.
26
geen
HR7
Geem
HR1
Visualiseren positie visie ten opzichte van MMMP.
Het MMMP is een uitwerking van de visie. We kijken hoe we dit duidelijker kunnen aangeven.
11. Provincie Noord-Brabant
Operationaliseren indicatoren. De doelen zijn helder omschreven en sluiten grotendeels aan bij provinciaal beleid. Vervolgens vragen wij ook aandacht voor het operationaliseren van deze doelen in indicatoren. Dit is belangrijk om straks gezamenlijk multimodale afwegingen te kunnen gaan maken op welke maatregelen het meest bijdragen aan deze doelen. Onderdeel gedeelde mobiliteit. Voor het onderdeel gedeelde mobiliteit dat terugkomt bij de strategie rondom de leidende mobiliteitsprincipes loopt al een traject om hier gezamenlijk invulling aan te geven. De provincie is de OV autoriteit op dit gebied en daarmee is dit bij uitstek een ambitie waar we gezamenlijk invulling aan moeten geven. Wij missen in het document nu de gezamenlijke aanpak van regio, gemeenten en provincie die al is ingezet met ook de vorming van een bestuurlijke kopgroep gedeelde mobiliteit. Multimodale en brede aanvliegroute. In het stuk strategie missen we een multimodale en brede aanvliegroute. Zo missen we in het stuk ‘de auto blijft onderdeel van het multimodaal mobiliteitsaanbod’ een koppeling met de mobiliteitstransitie. Het inzetten op auto is vooral van belang op de relaties waar mobiliteitstransitie onvoldoende helpt en er een restopgave blijft. Dit is de lijn die is opgenomen in het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040. Aspect aantrekkelijker maken van alternatieven.
In het kader van mobiliteitstransitie gaat het niet alleen om meer infrastructuur voor fiets en OV maar juist ook naar het aantrekkelijker maken van de alternatieven. Hierbij is ook een andere beprijzing belangrijk. Hierin missen we het instrument van regionaal parkeerbeleid wat bij uitstek juist door gemeenten ingezet kan worden. Ook het stimuleren van ander gedrag is belangrijk. Met een gedragsaanpak en een andere manier van beprijzen ondersteun je de investeringen in infrastructuur voor fiets en OV. Deze zijn daarom wat ons betreft aan elkaar gekoppeld.
Geen
11. Provincie Noord-Brabant
Multimodaal afwegen. De opbouw van het multimodaal maatregelpakket wordt nu in de uitwerking snel vertaald in unimodale oplossingen zoals inzet op meer HOV en/of fiets. Belangrijk is om maatregelen ook multimodaal tegen elkaar af te wegen. Dit is van belang om straks te komen tot een maatregelpakket dat maximaal bijdraagt aan de doelstellingen zoals brede welvaart.
11. Provincie Noord-Brabant
Als laatste vragen wij aandacht voor het gezamenlijk verder gaan uitwerken van het MMMP. Hiermee zitten we in een krappe tijdsplanning vanwege de afspraak om dit gereed te hebben voor BO-MIRT 2024 en dat vergt van de regio ook enige flexibiliteit. Eveneens willen wij meegeven dat we ons zorgen maken over de uitvoeringskracht in de regio en de trage vorming van het programmabureau MRE. Voor het vervolg is dit een belangrijke stap om ook daadkrachtig te komen tot programmering van maatregelen en uitvoering hiervan.
11. Provincie Noord-Brabant
11. Provincie Noord-Brabant
11. Provincie Noord-Brabant
11. Provincie Noord-Brabant
15 mei 2024
27
Wij omschrijven in de visie alleen kwalitatief de doelen.
HR4 / Wij zullen het onderdeel gedeelde mobiliteit concreter omschrijven.
Overwegen van nadere nuancering van de rol van de auto in de tekst op pagina 17 en 18.
Deze lijn hebben we beoogt in de visie weer te geven.
Concreet benoemen van het in te zetten instrumentarium. Bij onderdeel strategie een zo compleet en duidelijk mogelijk beeld schetsen van het instrumentarium (inclusief beprijzen, spitsmijden, etc.).
Een aanpak met de inzet van een mix van meerdere instrumenten is noodzakelijk, dat zijn we met u eens. Beprijzen is daar een onderdeel van en dat moet zeker benoemd worden.
In strategiedeel aandacht en bij vervolgstap duidelijk omschrijven dat gebiedsgericht multimodale pakketten worden ontwikkeld (inclusief afweging).
Afwegingen moeten inderdaad multimodaal plaatsvinden, en daarvoor hebben we ook regionale netwerken nodig.
Mee eens, hier ligt voor de regio een stevige uitdaging. We zijn blij met de medewerking van de provincie daarbij. We maken gestaag (maar minder snel dan we zouden willen) vorderingen met de vulling van het porogrammabureau en zetten op weg naar een volledige bezetting externe krachten in.
12. Vlaanderen Departement mobiliteit en openbare werken
12. Vlaanderen Departement mobiliteit en openbare werken
13. Eersel (9) 13. Eersel (9)
13. Eersel (9)
15 mei 2024
Allereerst wil ik benadrukken dat de leidende mobiliteitsprincipes nauw aansluiten bij de gemeenschappelijke doelen en ambities die ook worden nagestreefd in het regionaal mobiliteitsplan van de Vervoerregio Limburg. Het streven naar combimobiliteit als basis van een uitgebreid knooppuntennetwerk ter ondersteuning van het openbaar vervoer, is een positieve ontwikkeling die de mobiliteit in de grensregio zal versterken. Vanuit het perspectief van aangrenzende vervoerregio's, zoals Limburg en Kempen, is het echter van cruciaal belang dat de visie ook aandacht besteedt aan grensoverschrijdende mobiliteit. Door te focussen op verbindingen tussen de knooppunten over de grens, zoals tussen Valkenswaard en Noord Limburg (Pelt), ontstaat er een multimodaal mobiliteitssysteem dat de mobiliteitsontwikkeling in Eindhoven en de tewerkstellingspool Brainportregio 'Future Proof' maakt. Het is van belang dat er nauw wordt samengewerkt tussen Nederland en België om deze doelstellingen te verwezenlijken. Een geïntegreerde gebiedsaanpak, waarbij beide landen samenwerken aan infrastructuur en beleidsmaatregelen, zal de grensoverschrijdende mobiliteit aanzienlijk vergemakkelijken. We moeten er vooral voor zorgen dat in de mobiliteitsvisie van het MRE de grensoverschrijdende mobiliteitsnetwerken in rekening neemt.
Het streven naar een hoogwaardige openbaarvervoersverbinding vanaf 2030, die grote attractiepolen in de grenscorridor bedient, zal bijdragen aan een duurzame mobiliteitstransitie in de regio. Zo hebben we in ons regionaal mobiliteitsplan een HOV-verbinding voorzien tussen Eindhoven/Valkenswaard en knoop NoordLimburg (Pelt). Daarnaast zien we heel wat missing-links tot ons fietssnelwegennetwerk (F71 en F74). Tot slot wil ik wijzen op de toenemende woonopgave in Eindhoven als gevolg van de groei van bedrijven zoals ASML en Brainportregio. Deze ontwikkeling heeft niet alleen impact op Eindhoven, maar ook in de ruimere rand zoals de aangrenzende Belgische gemeenten Lommel, Pelt en Hamont Achel. 1. Geen zienswijze op de ‘Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 Geen Consultatieversie’ in te dienen; 2. Het College van B&W deelt het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur geen van de MRE mede dat de gemeenteraad van Eersel een zienswijze en of mening over de verdere uitwerking(en) van de zogenaamde schaalsprong geeft, nadat binnen het proces van de op 11 april 2023 vastgestelde bestuursopdracht Kempengemeente het voorkeursscenario door gemeenteraad van Eersel is gekozen; 3. Bij een eventuele stemming over de ‘Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040’, Geen.
voordat het bovengenoemde voorkeursscenario is gekozen, licht het college van B&W in het AB het standpunt van de raad toe en onthoudt zich van stemming met de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040.
28
HR1
HR7
Waarvan acte. Waarvan acte.
Waarvan acte.
14. Nederweert
14. Nederweert
14. Nederweert
14. Nederweert
14. Nederweert
14. Nederweert
15 mei 2024
In deze visie missen wij aandacht voor het grensoverschrijdende netwerk en het belang van grensoverschrijdend samenwerken over de provinciegrens heen. In de huidige versie van de mobiliteitsvisie constateren wij dat zowel de gemeente Nederweert, de gemeente Weert als de Provincie Limburg niet expliciet worden genoemd. De MRE regio grenst aan Limburg en is met name van belang voor de onderlinge bereikbaarheid van de corridor Eindhoven-Weert. Zie hiervoor ook de uitgevoerde gebiedsverkenning "Weert en omgeving". De dagelijkse files op de A2 richting Eindhoven zijn bij alle Limburgers welbekend, maar ook de spoorverbindingen, het OV netwerk, de Hub in Maarheeze, de (ontbrekende) doorfietsroute Weert-Eindhoven en de pilot werknemersbussen verdienen nadrukkelijke investeringen en oplossingen. Het belang van de mobiliteitstransitie binnen de visie dient prominenter naar voren te komen. Het versnellen van de transitie naar duurzame mobiliteitsoplossingen is een kerncomponent van de strategische doelstellingen in de visie en vraagt om koersvastheid en langjarig commitment. SmartwayZ.nl speelt een cruciale rol in het faciliteren van de regionale samenwerking tussen NoordBrabant, Limburg, en de Rijksoverheid, door het initiëren en ondersteunen van projecten gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid en het stimuleren van slimme mobiliteit.
Hun inzet is fundamenteel voor het realiseren van de opgenomen ambities in de mobiliteitsvisie. De rol van SmartwayZ.nl dient concreter terug te komen in voorliggende visie. Wij verwachten een aanpassing van de mobiliteitsvisie, waarin expliciet aandacht wordt besteed aan de rol en bijdrage van zowel gemeente Nederweert, gemeente Weert als de Provincie Limburg. Het is belangrijk dat deze positie en potentieel worden erkend en geïntegreerd in de toekomstplannen. De effecten van de ontwikkelingen binnen Brainport Eindhoven reiken ook tot in Limburg en daarom blijven wij graag aangehaakt bij de plannen die binnen Metropool Regio Eindhoven worden ontwikkeld. Met onze jarenlange betrokkenheid bij Deelregio Zuid-A2 geeft de gemeente Nederweert uiting aan de wens tot realisatie van grensoverschrijdende mobiliteitsoplossingen. Gelet op de geschetste verwevenheid in onze gezamenlijke regio verzoeken wij u om een gesprek tussen de wethouder Mobiliteit van de gemeente Nederweert, mr. drs. Jorik Franssen en de voorzitter Mobiliteit van MRE, wethouder Mathijs Kuijken. Onderwerp van gesprek zijn de voornoemde grensoverschrijdende mobiliteitsuitdagingen en de onderlinge samenwerking in de gezamenlijke regio Nederweert-Weert en MRE. Vanzelfsprekend zijn daarbij de vicevoorzitter, wethouder Marcel Lemmen, en wethouder Lizbeth Steinbach van de gemeente Weert van harte welkom.
29
HR3
Geen.
HR7
geen
De mobiliteitstransitie staat o.i. centraal in de visie.
Geen.
in het MMMP wordt de relatie met Smartwayz.NL beschreven en duidelijk gemaakt.
Bij samenwerking specifiek Uw verzoek is duidelijk. benoemen samenwerking met partners van buiten de regio
Geen.
Uw verzoek is genoteerd. Vanuit het MRE wordt het initiatief genomen voor grensoverschrijdende samenwerking.
15. Reusel de Mierden (10)
15. Reusel de Mierden (10)
15. Reusel de Mierden (10)
15. Reusel de Mierden (10)
15. Reusel de Mierden (10)
15. Reusel de Mierden (10)
15. Reusel de Mierden (10)
15 mei 2024
1. De gehele Brainportregio dient integraal als 1 mobiliteitssysteem in ogenschouw te worden genomen, waarbijook oog is voor de ons omliggende gebieden, zoals onze zuiderburen en aanpalende regio's. De gemeente ReuselDe Mierden vraagt om dit expliciet te benoemen als onderdeel van het mobiliteitssysteem 2. ln de consultatieversie van de mobiliteitsvisie wordt terecht geconstateerd dat er grenzen zullen zijn aan de financiële mogelijkheden om het huidige mobiliteitssysteem door te ontwikkelen en wij verwachten dan ook dat bij de invulling van 'het wat' daar ten principale rekening mee wordt gehouden. 3. Het in de visie verwoorde uitgangspunt dat de reizende centraal hoort te staan en dat diens verplaatsingen dienen te worden ondersteund door uitstekende (bestuurlijke) samenwerking binnen onze regio achten wij van zeer groot belang voor een succesvolle uitwerking van de visie. 4. De keuken dient open te blijven tijdens de verbouwing, wat in dit verband inhoudt dat een aantal concrete knelpunten die mogelijk gevaar opleveren voor de reizende niet kunnen worden uitgesteld tot de vaststelling van de nieuwe visie maar nu reeds dienen te worden aangepakt. Zo is en blijft de gemeente Reusel-De Mierden van mening dat een adequate aansluiting van de gemeente Reusel-De Mierden op de snelweg A67 dringend noodzakelijk en gewenst is. 5.
Er dient oog te zijn voor de OV verbindingen met de regio Tilburg maar bijvoorbeeld ook voor de OV verbindingen vanuit de regio Cranendonck richting Weert en Gemert-Bakel richting Meierijstad/Uden. De gemeente Reusel-De Mierden benadrukt de noodzaak van het verbeteren van het openbaar vervoer (OV-) connectiviteit van Bladel & Reusel met de regio Tilburg. Gezien de economische en educatieve waarde van Tilburg, is het van essentieel belang dat deze verbindingen versterkt worden, zodat ondernemers, inwoners, en studenten efficiënt toegang krijgen tot belangrijke onderwijsinstellingen en werkgelegenheidskansen. Dit aspect verdient expliciete vermelding binnen de mobiliteitsvisie, als onderdeel van het bredere mobiliteitssysteem; 6. Er is ook in de mobiliteitsvisie meer aandacht nodig voor Landelijke Gebieden. Conform de gebiedsgerichte aanpak in de visie, vraagt de gemeente Reusel-De Mierden om verhoogde aandacht voor maatregelen die de bereikbaarheid en mobiliteit in landelijke delen van het MRE-gebied verbeteren. Deze aandacht is cruciaal voor het bevorderen van leefbaarheid, economische ontwikkeling, en toegankelijkheid van diensten in deze gebieden 7. De gemeente Reusel-De Mierden bepleit een versterkte betrokkenheid van inwoners, bedrijven en lokale organisaties bij de ontwikkeling en implementatie van mobiliteitsprojecten.
Door de samenwerking als één overheid te intensiveren, kunnen breed gedragen en effectieve oplossingen worden gerealiseerd die aansluiten bij de lokale behoeften en kansen. Het is noodzakelijk dat de MRE dit principe expliciet opneemt in de mobiliteitsvisie;
30
Op pagina 26/27 benoemen samenwerking met regio's en gemeenten in omgeving
Wij erkennen het belang van de samenwerking.
Geen
In de visie laten we ons nog niet te zeer beperken door financiële mogelijkheden. In het MMMP en de fasering daarin des te meer.
Toevoegen: bestuurlijke samenwerking.
We geven het belang van de bestuurlijke samenwerking een plaats in de visie.
HR7
HR3 / HR7
HR2 / HR4
In visie samenwerking verder uitwerken. Communicatie daarbij opnemen.
Bij ontwikkeling en implementatie kunt u lokale partners betrekken. Prima voorstel om hierbij de krachten te bundelen.
15. Reusel de Mierden (10)
16. NS
16. NS 16. NS
8. Er wordt gewerkt aan een brede Kempische Ontwikkelstrategie. De te maken keuzes in deze Kempische Ontwikkelstrategie hebben wellicht op een later moment invloed of effect op de maatregelen in het meerjarig multimodaal mobiliteitspakket. De mobiliteitsvisie is het kader voor de uitvoering van vele projecten, waarbij diverse besluitvormingsprocedures lopen met o.a. samenwerkingsovereenkomsten over bekostigingssystematiek. Binnen alle procedures ontbreekt ons nu het overzicht. We hechten belang aan een transparante doorvertaling van de visie naar het Multimodaal Meerjarig Mobiliteitspakket (MMMP) met afspraken die jaarlijks en periodiek te herijken zijn. Voordat de mobiliteitsvisie als kader kan gaan gelden, dienen de 21 raden alle procedures doorlopen te hebben en vastgesteld te hebben. Omdat regionale projecten van invloed zijn op de jaarlijkse P&C-cycli, verzoekt het college om deze democratische zeggenschapsstructuur te hanteren en willen we die niet mandateren naar MRE of de colleges.
We willen in de raad expliciet kunnen beslissen over de besteding van de regionale middelen via het regionale MRE Mobiliteitsfonds -voor wat betreft de relevante projecten voor Reusel-De Mierden- op moment van projectdefinitie, bij scopewijzigingen, inhoudelijke doelstellingen en bij over- en onderschrijdingen." aandacht voor: • Kwalitatieve stationsomgevingen zoals goede/aantrekkelijke wandel en fietsroutes.
Geen.
Uw wens is duidelijk. In het MMMP maken we, aanviullend op de SOK, duidelijk hoe e.e.a. moet gaan werken.
Opnemen bij brede welvaart: kwalitatief hoogwaardige stationsomgevingen
Terecht punt, nemen we mee.
Aandacht voor stations (wat betekent de groei en de maatregelen voor de stations en de benodigde voorzieningen?) Corridor aanpak: Pak niet alleen de weg (auto en snel fiets pad) maar ook het spoor mee. Zorg voor een integrale aanpak. Voor modal-shift neem ook gedrag mee. Kijk naar de gehele reis, hoe vaak is de reiziger bereid om over te stappen? Keuzevrijheid? Ben ervan bewust dat als 1 gemeente met station aan een knop draait (bijvoorbeeld autoluw, geen parkeerplaatsen) dit iets betekent voor het volgend station (ketendiensten, in dit voorbeeld meer autoparkeerders) in de regio. Auto is zoals wordt beschreven voor aantal gebieden van belang als voortransport om een station te kunnen bereiken.
Geen.
Is van belang bij de uitwerking, mogelijk al in het MMMP. Wij zien het spoor als een belangrijke drager van het mobiliteitssysteem en nemen dat zeker mee als we met de corridors aan de slag gaan.
Geen.
16. NS
Zorg dat niet alles wordt volgebouwd rondom stations omdat we nog niet Geen. weten welke toekomstige mobiliteitsinnovaties er komen en welke ruimte deze nodig hebben. Flexibel blijven (adoptief?) is de uitdaging ook al is dat lastig.
Bij projecten uitwerken.
16. NS
Wat betreft OV (trein/HOV/bus ..) gebruik. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze beter ingezet worden. Nu nog steeds hyperspits terwijl op andere tijden voldoende ruimte / zitplaatsen zijn. Gezien de samenwerking met bedrijven (sommige met ploegen) en onderwijs in de regio, ligt daar een kans voor efficiënter systeem. Deze missen we in het stuk.
Mee eens, spreiding van de mobiliteitsvraag in tijd is essentieel onderdeel mobiliteitstransitie.
15 mei 2024
31
In visie aandacht voor vraagbeïnvloeding / sturing
16. NS
16. NS
16. NS
16. NS
16. NS
16. NS 16. NS
16. NS 17. Son en Breugel (11)
15 mei 2024
Met de auto zijn er nu veel meer banen en voorzieningen te bereiken dan met het openbaar vervoer. Het aantal banen op autosnelweglocaties is met 4% gestegen en het aantal banen op OV locaties is met 2% gedaald. De inwoners van de buitenwijken van de steden en het landelijk gebied raakt deze ontwikkeling het meest. Zorg ervoor dat alle economische toplocaties in de regio ook met alternatieven dan auto bereikbaar zijn met een gunstige VF waarde. De helft van de huishoudens met de laagste 40% inkomens is afhankelijk van OV en fiets, want zij hebben geen auto. Voor huishoudens met een auto is mobiliteit de grootste uitgave na woonlasten. Lagere inkomens hebben vaak slechtere reiskostenregelingen vanuit werk. Dit kan impact hebben op het welzijn van mensen, omdat ze werk en voorzieningen niet kunnen bereiken. Gratis of goedkoper maken van OV is niet de oplossing, een reisdoel hebben of weten hoe het OV werkt is net zo belangrijk. De Nederlandse bevolking vergrijst. Ondanks dat de 70+ er van 2040 vitaler blijft zal een grotere groep te maken krijgen met slechter horen, zien of lopen en moeite hebben met digitale ontwikkelingen. Het is van belang dat we deze groter wordende groep kunnen blijven bedienen. Daarom implementeert NS alle verplichtingen voor toegankelijkheid samen met de doelgroep, waar mogelijk op een manier dat alle reizigers profiteren.
Hoe zit dit met andere modaliteiten in de regio? Zachte maatregelen bij Modal-shift: neem gedrag mee. Zet in op momenten waar de reiziger nieuwe keuzes maakt zoals bij verhuizen, kinderen, pensioen, nieuwe baan. We nemen aan dat waar OV wordt genoemd ook de trein mee wordt bedoeld? Lijkt meer om regionaal (H)OV te gaan.
Geen.
Dat is precies één van onze ambities.
Geen.
Vanuit Brede Welvaart hebben we hiervoor aandacht
Geen.
HR7
Geen.
In de uitwerking van de gedragsaanpak nemen we dit mee.
geen
• Leidende principes punt 6 is dit voldoende? Kan je het met alleen overheden voor elkaar krijgen? Het pakket: we zijn benieuwd wat de nummertjes op de maatregelen kaart betekenen. Zijn er ook al ideeën over maatregelen voor korte termijn, maakbaar, wellicht wat “zachtere” maatregelen? Gaat er ook nog iets met de WMO gebeuren, hoe kijken jullie naar het thema Publiek Vervoer? Sociaal domein? De regio staat niet op zichzelf Het valt ons op dat de regionale mobiliteitsvisie gericht is op de regio als begrensd gebied, terwijlveel mobiliteitsopgaven groter zijn dan de regio zelf. ln de visie missen we aandacht hiervoor. om die reden pleiten wij ervoor om aandacht te hebben voor de verbindingen met omliggende regio,s en doorgaande verkeersstructuren.
Toevoegen andere partners bij principe 6 Kaart verwijderen.
Wij zien trein als verbinding naar stations/netten buiten de regio én deels ook als onderdeel van het HOV-netwerk. Het samenwerken als één betreft inderdaad ook mobiliteitsaanbieders. HR10
32
geen
Er ligt een kans voor het combineren van WMOmobiliteit en gedeelde mobiliteit. HR3
17. Son en Breugel (11)
17. Son en Breugel (11)
17. Son en Breugel (11)
17. Son en Breugel (11)
15 mei 2024
Brede Welvaart en Groei (bereikbaarheid en leefbaarheid) De mobiliteitsoplossingen dienen niet alleen gericht te zijn op inwoners, maar ook op forenzen en goederenvervoer van, naar en door onze regioDe visie lijkt nu eenzijdig gericht op de mobiliteitsopgave die gepaard gaat met de groei in de regio (schaalsprong). Wij pleiten ervoor om de visie óók te richten op het oplossen van de huidigemobiliteitsproblemen, zowelin de regio als in de kernen.ln het kader van leefbaarheid en bereikbaarheid dient in de visie meer aandacht te zijn voor het tegengaan van doorgaand en sluipverkeer door dorpskernen.Daarnaast dienen goede ontsluiting en aansluiting op het bovenliggend wegennet bij de realisatie van nieuwe woon- en/of werklocaties in de regio geborgd te worden. Het STOMP-principe . Wij onderschrijven dit principe, maar wij vinden het belangrijk dat er ook voldoende ruimte blijft voor de auto. De "P" in het STOMP-principe is voor kernen in de regio vaak een noodzakelijk goed. lnvesteringen in infrastructurele oplossingen voor wegverkeer blijven in onze ogen van groot belang. Duurzaamheid De ambities op gebied van duurzaamheid zijn in de visie gericht op de leefbaarheid in de regio. Wij vinden het van belang dat de mobiliteitsvisie ook expliciet moet bijdragen aan het Klimaatakkoord van Parijs.
Daarnaast lijkt de tekst op pagina 7, 3e alinea te suggereren dat voor gedeelde mobiliteit alleen ingezet wordt op de fiets. Dat is te beperkt, omdat deelmobiliteit verder reikt dan dat. Openbaar vervoer Het ov is een essentieel onderdeel in de mobiliteitstransitie. Het is dan ook noodzakelijk dat goed geïnvesteerd wordt in het gehele mobiliteitssysteem. Daarvoor moet in onze ogen de redenering worden gevolgd, dat eerst het gewenste ov-systeem in beeld wordt gebracht en daarna pas wordt bezien welke middelen dit vraagt. Op basis daarvan kan dan de haalbaarheid in beeld worden gebracht, waarbij ook de maatschappelijke meerwaarde een rol speelt. Niet dat eerst het financieel plafond wordt bepaald. ln het verlengde hiervan vinden wij het van belang dat eerst in het ov wordt geïnvesteerd om van daaruit reizigersgroei te realiseren. Ook dient verder te worden gekeken dan bestaand ov-aanbod. Het stimuleren van creatieve denkwijze, lef, innovatie en maatwerk kunnen een sleutel zijn voor nieuwe alternatieven' Aanvullend op een sluitend ov-netwerk zijn de voorzieningen in voor- en natransport van groot belang. Denk hierbij aan hubs, aansluitend fietsnetwerk en parkeervoorzieningen voor fiets en auto. Verder valt te denken aan collectieve vervoersvoorzieningen voor werknemers door grote ondernemingen.
33
geen
De visie is gericht op een mobiliteitssysteem in de toekomst. In het MMMP kijken we naar maatregelen. Maatregelen voor de korte en middellange termijn moeten in lijn zijn met de visie en te beschouwen zijn als 'quick win' en 'no regret'. Regionale matregelen die passen bij Brede Welvaart kunnen worden opgenomen in het MMMP.We kijken of we in het MMMP-proces een knelpuntenkaart maken.
Geen.
HR6
Tekstaanpassing blz 7.
De ambitie van het Klimaatakkoord is onderdeel van Brede Welvaart. Bij de genoemde tekst mist een deel.
Gedeelde mobiliteit een meer nadrukkelijke plaats geven in de visie / beter uitwerken. Check of visie recht doet aan de opmerkingen.
HR4
17. Son en Breugel (11)
17. Son en Breugel (11)
18. Helmond (12) Concept reactie
18. Helmond (12) Concept reactie
15 mei 2024
Goederenvervoer Het bereikbaar houden van de Brainport en een goed leefbaarheidsklimaat reikt verder dan het stedelijk gebied. Heb, in kader van duurzaamheid, veiligheid, bereikbaarheid en economische vitaliteit, oog voor de positie en afwikkeling van doorgaand goederenvervoer en de logistieke uitdagingen rond goederenvervoer. Uit oogpunt van veiligheid vragen we expliciet om ook een visie op het vervoer van gevaarlijke stoffen op te nemen. Vrachtverkeer is meer dan het gebruik van de weg; ook het parkeren, de bereikbaarheid en verkeersveiligheid bij bevoorrading dienen benoemd te worden. Ook pakketbezorgdiensten dienen hierbij te worden meegenomen. We missen in de visie aandacht voor goederenvervoer via water en spoor. Ook innovatieve oplossingen met betrekking tot het doorgaand goederenvervoer, bijvoorbeeld 'platooning', kunnen bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van de regio Mobiliteitsgedrag Het sturen op mobiliteitsgedrag mag in algemene zin meer aandacht krijgen. Gericht valt winst te behalen wanneer wordt geïnvesteerd in het sturen op gedrag bij nieuwe werknemers en/of bewoners en bij de realisatie van nieuwe woon- en werklocaties. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor wonen en werken geldt dat de ontsluitingsmogelijkheden voor OV en fiets alvooraf moeten worden georganiseerd.
Toevoegen logistiek.
Het ontbreken van goederenvervoer is inderdaad een ommissie. We voegen dit toe.
geen
Mee eens.
Spelregels en afweging De visie dient als solide basis te fungeren voor een toekomstbestendige en programmatische aanpak. Daarbij hoort de herbevestiging van bestaande afspraken, zeker als na de visievorming inventarisatie, prioritering en besluitvorming plaatsvindt over uiteenlopende studies en projecten. Het is dus essentieel om waar mogelijk/nodig afspraken over de Zuidelijke Ontsluiting Helmond, het Verstedelijkingsakkoord of het Bereikbaarheidsakkoord / de Bereikbaarheidsagenda te herbevestigen. (H)OV en hubs/knooppunten De ontwikkelingen in de regio (Schaalsprong, mobiliteitstransitie, etc.) noodzaken om niet alleen in te zetten op bestaande en in de plannen opgenomen (H)OV assen, maar ook om onderzoek te doen naar nieuwe (H)OV assen incl. flexibele vormen. Het toekomstbeeld OV verdient een actualisatie slag als gevolg van de groei van de stad en de ambities uit deze mobiliteitsvisie. Verder dient er toegewerkt te worden naar een hubsstrategie op meerdere niveaus om het daily urban system ook daadwerkelijk goed te laten functioneren.
geen
De positie van bestaande afspraken wordt uitgewerkt in het MMMP.
Geen
In het MMMP werken we de visie verder uit en worden er studieopgaven benoemd.
34
18. Helmond (12) Concept reactie
18. Helmond (12) Concept reactie
Robuuste randen Een randvoorwaarde voor het goed functioneren van het totale verkeerssysteem zijn de Robuuste Randen. Dit zijn de wegen N279-A67-A2A58-A50. Met name het uitblijven van maatregelen voor de A67 zorgt in het oostelijk deel van de regio voor veel (doorgaand) sluipverkeer. Dit is een onwenselijke ontwikkeling voor zowel de bereikbaarheid, verkeersveiligheid als leefbaarheid. Om die reden vraagt dit nadrukkelijke aandacht én actie bij betrokken stakeholders (waaronder provincie en rijk), en niet alleen tijdens de visievorming maar vooral ook in diverse planvormingsfasen. Overig Tot slot lijkt er in de tekst sprake te zijn van een dubbeling (zie bijlage), en wordt het spreiden van verkeer in tijd en thuiswerken niet als kans benoemd. Daar liggen nog meer kansen en mogelijkheden voor de regio. En waarom alleen starten met die onderzoeken of projecten die nu gezamenlijk met de provincie gedaan worden? Onderdeel van een multimodaal maatregelen pakket kunnen ook maatregelen of projecten zijn die de regio of een gemeente op pakt zonder de provincie.
19. Asten (13)
19. Asten (13)
15 mei 2024
Er wordt verwezen naar een inventarisatie, maar het is niet duidelijk welke inventarisatie er bedoeld wordt, en de inventarisatie maakt ook geen onderdeel uit van dit document. Daarom deze zinsnede verwijderen Deel 1-Mobiliteitsvisie Er worden veel termen door elkaar gebruikt; van Daily Urban System schiet het naar Brede Welvaart, vervolgens wordt er een koppeling gemaakt met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en gaat het ineens over 5 principes die daarvoor uitgewerkt zijn. De mobiliteitsvisie, schrijft men, wordt uitgewerkt op de principes en keuzes die in de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant geformuleerd zijn. Om vervolgens op de volgende pagina's weer dieper in te gaan op Brede Welvaart en Daily Urban System waarbij door middel van een hele hoop open deuren duidelijk gemaakt wordt dat mensen in het buitengebied vaker een auto pakken voor hun verplaatsingen dan mensen die in stedelijk gebied wonen. Wat ons betreft moet deel 1 veel compacter en in duidelijk leesbare taal worden geformuleerd. Deel 1-MobiliteitsvisieWe kunnen ons herkennen in de centrale ambitie en doelstellingen zoals geformuleerd op pagina 11 en 12 van de visie. Echter, we merken op dat commitment en wederkerigheid essentieel zijn voor het wel slagen van deze visie.
Terecht wordt gesteld dat er grote verschillen zijn in de regio en dat de mobiliteitsmogelijkheden in landelijk en stedelijk gebied verschillend zijn. Het landelijk gebied vraagt om andere maatregelen dan het stedelijk gebied. Een gedifferentieerde aanpak en maatwerk is dus hard nodig om de bereikbaarheid voor iedereen in de regio op orde te houden. Slimme
35
HR6, keuzes over eventueel opwaarderen van robuuste randen maken onderdeel uit van het proces MMMP.
HR8 / HR9, In het MMMP zal er een onderscheid gemaakt tussen de 21 gemeenten onderling en met de provincie en/of rijk. Dit betreft zowel het doen van onderzoek als het treffen van maatregelen en realiseren van projecten. Er wordt hierbij verwezen naar de inventarisatie die gedaan is voor het OV toekomstbeeld voor het Zuidoost Brabant.
HR8 / HR9
HR1
mobiliteitsoplossingen bieden in veel mindere mate oplossingen voor het landelijk gebied.
19. Asten (13)
19. Asten (13)
15 mei 2024
Deel 2 - Leidende mobiliteitsprincipes In deel 2 worden 8 leidende mobiliteitsprincipes gegeven, ook dit kan compacter. Er staan goede uitgangspunten in maar maak er nu eens een paar leidend en de andere volgend. Dat komt de leesbaarheid duidelijk ten goede. We hebben nagedacht over hoe het volgens ons duidelijker kan. Wij denken dat principe 7, het hanteren van het STOMP-principe voorop mag staan. Principe 4 en 5 hangen daar erg mee samen en deze kun je dus combineren met 7. Deel 2 - Leidende mobiliteitsprincipes Principe 5 moet wat ons betreft worden herschreven. Dit principe doet geen recht aan eerder gemaakte harde afspraken over investeringen in de robuuste randen zoals opgenomen in de Bereikbaarheidsagenda Zuidoost Brabant (o.a. aanpak en verbreding A67). Principe 5 beschrijft dat de auto een zeer belangrijke rol vervult bij verplaatsingen buiten het stedelijk gebied. Waar de auto nodig is, zetten we in op goed functionerende robuuste randen, bundelroutes en inprikkers. Daarnaast is een belangrijke opgave om met (snel)fietsroutes en gedeelde mobiliteit / Openbaar vervoer alternatieve bereikbaarheid voor de auto te bieden. Tot zover kunnen wij ons hierin vinden. Echter, in principe 5 wordt ook gesteld dat investeringen in autobereikbaarheid geen taboe zijn, maar moeten passen bij de rol van de auto in de toekomst waarbij slimmer inzetten van de auto noodzakelijk is.
De in de Bereikbaarheidsagenda Zuidoost Brabant oorspronkelijk doelstelling om te investeren in de robuuste randen zoals de A67 lijkt hiermee steeds verder uit beeld te raken, terwijl we eerder met elkaar hebben vastgesteld dat investeringen in de robuuste randen randvoorwaardelijk zijn voor het wel slagen van ons regionale mobiliteitsbeleid. De auto is en blijft een belangrijk vervoersmiddel, zo niet het belangrijkste vervoermiddel, zeker op (middel)lange afstand buiten het stedelijk gebied. Investeringen in het verbeteren van de autobereikbaarheid d.m.v. een aanpak van de robuuste randen A67 en N279 zijn voor ons randvoorwaardelijk en bittere noodzaak voor de bereikbaarheid van onze inwoners en ondernemers.
36
geen
HR8 / HR9
Overwegen tekstaanpassing principe 5
De tekst suggereert naar uw mening dat slimmer inzetten van de auto strijdig is met investeren in de infrastructuur. In het MMMP kijken we welke investeringen in autonetwerk nog nodig zijn irt robuuste randen. Maar we kijken ook welke mogelijkheden er nog meer zijn.
19. Asten (13)
Deel 2 - Leidende mobiliteitsprincipes Naast investeringen in de A67 en N279 zijn voor ons investeringen in het openbaar vervoer en fiets erg belangrijk, denk hierbij aan: o Versterking (H)OV Asten-Someren-Eindhoven o Versterking OV Asten-Helmond o Versterking OV Asten-Deurne o Versterking regionale fietsroutes naar Helmond en Deurne
HR7
19. Asten (13)
Investeringen als wederkeringheidAl jaren verzoeken wij de MRE, Provincie en Rijk om investeringen in mobiliteitsmaatregelen ook te laten landen in ons deel van de regio. Wederkerigheid is voor ons, zoals eerder in deze brief aangehaald, van essentieel belang om gezamenlijk te kunnen blijven optrekken. Echter, wij constateren dat grote investeringen in ons deel van de regio tot op heden uitblijven. Wij verzoeken het Poho Mobiliteit MRE de noodzakelijkheid van de verbreding van de A67 tot Asten te erkennen en als onderdeel van de robuuste randen op te nemen in het nader uit te werken MMMP later dit jaar. Hierbij verwijzen wij naar grote regionale gebiedsontwikkelingen met o.a. de zuidelijke ontsluiting van Helmond en de nieuwe mobiliteitsvisie Helmond waardoor de A67 en N279 een nog belangrijke functie zullen krijgen. Investeringen als wederkeringheid Tevens verzoeken wij het Poho Mobiliteit MRE om in aanloop naar het BOLeefomgeving aankomend voorjaar, hierover afspraken te maken met de Rijksoverheid en de Provincie. Zie ook de recente brief over het convenant ‘Investeringen in ondernemingsklimaat microchipsector’ d.d. 28 maart 2024 tussen Rijk en regio, waarin is opgenomen dat het MIRT-onderzoek uit 2020 wordt geactualiseerd.
Over deze actualisatie maken Rijksoverheid en regio, in aanloop naar het BO-Leefomgeving aankomend voorjaar, afspraken over de ambitie, contouren en de reikwijdte. Allereerst willen wij aangeven dat het goed is dat er op regionaal niveau een mobiliteitsvisie wordt gemaakt en dat de economische ontwikkelingen daar ook aanleiding toe geven, plus dat de mobiliteitsproblemen nu al groot zijn en dat we deze alleen in regionaal verband kunnen oplossen. Daarnaast vragen we aandacht voor de bereikbaarheid van gemeenten (en kleine kernen) buiten het stedelijk gebied, ook met het OV. Met het oog op de schaalsprong, en het daarmee toevoegen van extra woningen, is het van wezenlijk belang dat het systeem van robuuste randen goed functioneert om te voorkomen dat sluipverkeer de leefbaarheid in de kernen onder druk zet. Het gebrek aan noodzakelijke voortgang op de dossiers N279 en de N615 Beekse Brug is een belemmering voor onze peelregio om aan de schaalsprong deel te kunnen nemen en daarmee onderdeel te kunnen zijn van het beoogde ‘één Daily Urban System’. Deze urgentie dient door het MRE, met name bij de Provincie, duidelijk kenbaar gemaakt te worden in het Meerjarig Multimodaal Mobiliteits Pakket (MMMP).
HR7
19. Asten (13)
20. Laarbeek (14)
15 mei 2024
37
HR7
HR1 / HR7
20. Laarbeek (14)
Logistiek krijgt maar beperkte aandacht in de visie, terwijl dit een belangrijke positie heeft in de regio. De visie uitbreiden met het onderdeel logistiek waarin duidelijk wordt hoe de leidende principes van toepassing zijn op logistiek
20. Laarbeek (14)
In de visie ontbreekt een ambitie qua duurzaamheid. In de Handleiding Regionale Mobiliteitsprogramma’s van het Rijk staat expliciet vermeld dat in Regionale Mobiliteitsvisies een koppeling behoort te worden gemaakt met het Parijs Akkoord. Nu staat in de visie duurzaamheid alleen vermeld onder de term ‘brede welvaart’ Er wordt gesproken over ambitie, doelstellingen, pijlers, strategie, uitgangspunt en leidende principes. Maar het is onduidelijk hoe deze zich tot elkaar en tot de visie verhouden. Een toelichting of vereenvoudiging is wensbaar om de Regionale Mobiliteitsvisie leesbaarder te maken. Het gebruik van de terminologie corridor-gebiedsaanpak en 15 minuten stad wordt gebruik in het document, maar niet toegelicht of verweven gebruikt.
geen
Brede welvaart blijft het vertrekpunt
geen
HR8 / HR9
aanpassen tekst
15 minuten stad eruit, corridor- en gebiedsaanpak wordt toegelicht.
In de visie ontbreekt hulp aan bedrijven (van 100+ werknemers) om hun normeringsdoelstellingen te halen (wat betreft persoonsgebonden individuele mobiliteit).
geen wijzigingen
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
15 mei 2024
Het ontbreken van goederenvervoer is inderdaad een ommissie. We voegen dit toe.
Vanaf 1 juli 2024 zijn alle organisaties met meer dan 100 medewerkers verplicht om de jaarlijkse zakelijke- en woon-werk mobiliteit te rapporteren. Wij zien niet wat de rol van de regio hierin is. Wel nemen we de bedrijfsbenadering op in het MMMP. Rol werkgevers: aandacht voor thuiswerken en/of werktijden van werknemers Toevoegen onderdeel over De mogelijkheden voor het veranderen van de verschuiven om toename van verkeer een halt toe te roepen of te verminderen verandering van de mobiliteitsvraag is inderdaad onvoldoende mobiliteitsvraag. opgenomen in de visie. Dit gaat ook verder dan de rol van de werkgevers. We gaan dit toevoegen aan de visie. Concrete tekstwijzigingsvoorstellen geen Dit is inderdaad ook een probleem. Het is echter Pag 3: niet nodig om hier een volledige opsomming te Tekst uit visie: -het tegen hoge kosten laten rijden van OV op trajecten en geven. momenten met weinig reizigers steeds lastiger haalbaar. -> , Voorgestelde wijziging: het tegen hoge kosten laten rijden van OV op trajecten en momenten met weinig reizigers steeds lastiger haalbaar en inwoners laten staan omdat de bussen te vol is onwenselijk. Voor een goede bereikbaarheid van kleine kernen zal het onontkoombaar zijn dat lijnen onrendabel zijn. Toelichting: Ook andere kant benoemen: Trajecten waar bussen door rijden en reizigers moeten laten staat vanwege de volle bussen.
Dit vraagt om aanpassingen.
38
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
20. Laarbeek (14)
21. Geldrop-Mierlo (15)
15 mei 2024
Pagina 4: Tekst uit de visie: De visie bouwt voort op de ontwikkelingsstrategie zuidoostbrabant, het MIRT-onderzoek verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport … Voorgestelde wijziging: De visie bouwt voort op studies en strategieën die eerder al neer zijn gelegd zoals Regionale Mobiliteitsagenda, Bereikbaarheidsakkoord, Bereikbaarheidsagenda, woondeal, verstedelijkingsakkoord, MIRT 2020 afspraken en de Brainportdeal 2022. Voorgestelde wijziging: Toelichting Relatie met eerder vastgesteld beleid; Bereikbaarheidsakkoord en –agenda ontbreken. Wij vinden dat de uitgevoerde studies en strategieën gebruikt moeten worden om tot snellere oplossingen, keuzes en uitvoer te komen. Pag 5: Omdat grote Hubs niet aanwezig zijn in ons Oostelijke deel van de regio is dus een goede fietsverbinding naar Hubs vanuit ook kleine kernen noodzakelijk. Tekst uit visie:… stad en land, en daarbij spelen de hubs (8) een belangrijke rol, …. Voorgestelde wijziging: stad en land, en daarbij spelen de hubs (8) en fietsen een belangrijke rol , Toelichting: Hiervoor is de fiets uitermate geschikt. Pag 26: Tekst uit visie: Opbouw (H)OV -netwerk, inclusief ontwikkeling van de knopen. Voorgestelde wijziging: Opbouw (H)OV -netwerk, inclusief ontwikkeling van de knopen. Ontwikkeling en opbouw vraag gestuurd en flexibel OV netwerk. Ontwikkelen hub strategie op meerdere schaalniveaus.
Toelichting: Flexibel OV en hub strategie toevoegen Pag 26: Opgenomen in visie: Robuuste randen en bundelroutes. Voorgestelde wijziging: Robuuste randen, bundelroutes en inprikkers.
Tekst aanpassen in geest opmerking
In het MMMP nemen we deze mee
geen
In MMMP wordt dit uitgewerkt
Aanpassen tekst p26 (leidende mobiliteitsprincipes als basis)
Dank voor uw tekstsuggesties. We gebruiken ze bij herformulering van de tekst.
geen
Inprikkers zijn veel minder dan de 'robuuste randen' en de 'bundelroutes' een aanduiding van het systeem.
Pag 28: Verwijderen kaart. In verbeelding ook de volledige robuuste randen, bundelroutes en inprikkers opnemen.Niet alleen onderdelen waar al afspraken over zijn gemaakt (A67) en N279 doortrekken tot Veghel. De verbeelding graag aanpassen op compleetheid Het behouden en versterken van de economische positie, een goed huisvestingsklimaat, een goede leefbaarheid, een gezonde leefomgeving en dat alles met aandacht voor het klimaat maakt de uitdagingen voor de regio groot. Een goede bereikbaarheid van en binnen de regio is een daarbij een belangrijke voorwaarde om de uitdagingen succesvol aan te gaan. De gemeenteraad van Geldrop-Mierlo is daarom zeer positief ten aanzien van de voorgelegde Regionale Mobiliteitsvisie. Een visie die wat ons betreft snel en concreet wordt uitgewerkt
39
HR10
HR1
21. Geldrop-Mierlo (15)
21. Geldrop-Mierlo (15)
21. Geldrop-Mierlo (15)
21. Geldrop-Mierlo (15)
22. Veldhoven (16)
22.Veldhoven (16)
15 mei 2024
Om de bereikbaarheid van de Brainportregio blijvend te kunnen garanderen zijn robuuste randen noodzakelijk. Wij roepen u dan ook op om hier werk van te maken. Wij zijn dan ook blij met de toezeggingen vanuit Den Haag en ook met de steun die er weer is voor de aanpak van de A67. In de Regionale Mobiliteitsvisie ontbreekt namelijk de aandacht voor de invloed op de verkeersdrukte die wordt veroorzaakt door het vrachtverkeer op de A67. We zijn van mening dat de verbreding van de A67 in ieder geval door moet lopen tot aan de N279. Daarbij moet er voor gezorgd worden dat de robuuste randen één systeem gaan vormen en op elkaar worden aangesloten en doorgaand verkeer om de regio heen geleid wordt. Binnen de robuuste randen is een update van het OV nodig. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de huidige vormen van OV, maar moet er ook aandacht zijn voor alternatieven. Daarbij moet ingezet worden op hoogwaardig openbaar vervoer, zodat in de toekomst ombouw naar railsystemen niet op voorhand geblokkeerd wordt. We zijn er dan ook voorstander van om de inrichting van het traject Eindhoven-Geldrop-Mierlo-Helmond als HOV-as uit te voeren. Daarbij moet er ook aandacht zijn voor een decentraal systeem; niet alles hoeft bijv. via Eindhoven Centraalte gaan. Rechtstreekse verbindingen tussen bijv. Geldrop en ASML, HTC zijn wenselijk.
Om de hele regio bereikbaar te houden is het wenselijk dat het decentrale OV systeem op de robuuste randen bereikbaar is middels hubs op de diverse plaatsen. En daarnaast is er ook aandacht nodig voor het stimuleren van deelmobiliteit en voor de door ontwikkeling van de zogenaamde "meerijddiensten" en uitbreiding van het fietsnetwerk zoals die genoemd worden in de visie. En voor het openbaar vervoer moet uiteraard gelden dat dit voor iedereen betaalbaar is en blijft. De exploitatiebijdrage van de provincie aan het openbaar vervoer zal de komende jaren fors verhoogd moeten worden om de schaalsprong zoals opgenomen in de Regionale Mobiliteitsvisie te kunnen realiseren. Mogelijke verbeterpunten Wij geven u de volgende punten mee ter verbetering c.q, ter overweging bij het opstellen van de definitieve Regionale Mobiliteitsvisie 2040: 1. Wij hechten veel waarde aan (een vorm van) participatie. Raadpleeg het bedrijfsleven bij de totstandkoming van de Regionale Mobiliteitsvisie. Een volgende keer zien we overigens ook graag dat inwoners betrokken worden bij het opstellen van een dergelijke visie 2. In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (d.d. 13 juli 2023) staat op bladzijde 5: '6, Voor een aantal knelpunten blijft investeren in de weginfrastructuur nodig, zowel op het hoofdwegennet, het provinciale wegennet als het onderliggende wegennet.
Dit wordt in regíonale multimodale bereikbaarheidspakketten uitgewerkt, overigens zonder financiële afspraken.' Klopt het dat in de multimodale bereikbaarheids-/mobiliteitspakketten (MMMP) wel financiële
40
geen
HR7 / HR6
geen
In het MMMP-proces starten we met een omschrijving van het OV-netwerk. De ambitie van een HOV-as Eindhoven-Geldrop-Mierlo-Helmond brengen we daarbij in. We kijken ook naar tangentiële verbindingen.
Geen
HR1
geen
HR4
geen
Deze visie stellen we op vanuit het perspectief van de overheden, waarbij we zeker de belangen van het bedrijfsleven in acht nemen. Als het concreter wordt, bij het MMMP, zullen we meer contacten leggen richting bedrijfsleven. Wij zien de raden bij het opstellen van een visie als een geschikte vertegenwordiging Het MMMP is de basis voor het maken van financiële afspraken.
geen
afspraken worden gemaakt? Invulling geven aan financiële , afspraken bij deze pakketten lijkt ons namelijk wel nodig;
22. Veldhoven (16)
23. Bergeijk (17) 23. Bergeijk (17) 23. Bergeijk (17)
23. Bergeijk (17) 23. Bergeijk (17)
23. Bergeijk (17)
23. Bergeijk (17)
23. Bergeijk (17)
24. ANWB
15 mei 2024
3. Duurzaamheids- en milieudoelstellingen mogen explicieter in de visie opgenomen worden. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over kllimaatdoelstellingen op bladzijde 11, Maar er wordt niet aangegeven welke doelstellÍngen dit zijn. Als deze helder zijn, kan dit naar onze mening in de visie worden opgenomen. Dat geldt ook voor duurzaamheidsdoelen. Graag aan de leidende mobiliteitsprincipes toevoegen dat ook de nietstedelijke gebieden bereikbaar blijven / worden middels openbaar vervoer nadrukkelijker aandacht te besteden aan het openbaar vervoer voor de hele regio met innovatieve en toekomstbestendige oplossingen; het openbaar vervoer meer als een basisvoorziening te beschouwen en keuzes voor investeringen minder te laten leiden door rendabiliteit van bepaalde lijnen; nadrukkelijk in te spelen op de verwachte groei van de regio, de daarbij behorende inwoners en bedrijven in onze regio. En in die zienswijze aan te geven dat de gemeenteraad van Bergeijk vraagt om in de uitwerking van de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040, middels de MMP’s: a.
nadrukkelijker aandacht te hebben voor goed openbaar vervoer naar Eindhoven airport, zowel vanuit het centrum als vanuit hubs rondom Eindhoven; aandacht te hebben voor het principe dat niet al het openbaar vervoer via Eindhoven als knooppunt wordt geleid, maar ook om Eindhoven heen zodat het mogelijk is om met het OV te reizen zonder daarvoor in het centrum van Eindhoven te komen; nadrukkelijker aandacht te besteden aan de bereikbaarheid van de kleinere kernen (ook onderling) en buitengebieden met openbaar vervoer, middels een fijnmazig systeem; vol in te zetten op de mobiliteitstransitie. Dit betekent ook dat de middelen die klaarliggen gebruikt worden voor het beter benutten van het bestaande asfalt (bijvoorbeeld een spitsstrook). Als ANWB staan we positief tegenover het concept van een multimodaal mobiliteitspakket dat zich richt op het opbouwen van een geïntegreerd netwerk van verschillende vervoersmodaliteiten. Het benadrukken van leidende mobiliteitsprincipes, zoals het ontwikkelen van fiets- en OVnetwerken op verschillende schaalniveaus en het bevorderen van slimme mobiliteit met aandacht voor innovatie en digitalisering, is een stap in de goede richting.
41
geen
We nemen in de visie geen kwantitatieve doelstellingen op.
HR4 HR4 HR4
Geen
Volgens ons doen we dit juist in de visie.
Geen
HR7
Geen
In de uitwerking in het RMMMP nemen we tangentië;e verbindingen mee.
HR4
Het voorbeeld dat u gebruikt zien wij niet als schoolvoorbeeld van mobiliteitstransitie. Het kan wel nodig zijn als onderdeel van het Regionale Mobiliteitssysteem. HR1
24. ANWB
24. ANWB
24. ANWB
24. ANWB
24. ANWB
25. Cranendonck (18)
Cranendonck (18)
Cranendonck (18)
Cranendonck (18)
15 mei 2024
Het verleggen van de focus naar duurzame mobiliteit, met een uitdaging voor de prioritering van automobiliteit en een oproep tot efficiëntie en effectiviteit, weerspiegelt de noodzaak om onze mobiliteitsinfrastructuur aan te passen aan toekomstige uitdagingen, zoals leefbaarheid en milieu. De aanpak om bestaande investeringen als vertrekpunt te nemen voor verdere ontwikkelingen in mobiliteit, met inachtneming van lopende onderzoeken en overeenkomsten, getuigt van een doordachte benadering en samenwerking tussen verschillende belanghebbenden. Het benadrukken van corridors en gebiedsgerichte maatregelen als essentieel voor een coherente mobiliteitstransitie in de regio is een logische stap. Het erkennen van de diversiteit aan mobiliteitsbehoeften en het aanpassen van maatregelen per corridor en gebiedstype is cruciaal voor een effectieve implementatie. We hebben de volgende aandachtspunten: We missen nog de betrokkenheid van belanghebbenden zoals burgers, bedrijven of lokale gemeenschappen bij het opstellen van het mobiliteitspakket. Het is essentieel om deze belanghebbenden te betrekken om draagvlak te creëren en ervoor te zorgen dat de voorgestelde maatregelen aansluiten bij hun behoeften. Hoewel wordt gesproken over gezamenlijke financiering, wordt niet duidelijk gemaakt hoe deze financiering zal worden gerealiseerd en welke partijen hierbij betrokken zullen zijn.
Dit kan vragen oproepen over de haalbaarheid en duurzaamheid van de voorgestelde maatregelen. Hetzelfde geldt voor de prioritering van maatregelen. Als we het goed begrijpen wordt het uitwerken hiervan één van de taken van de op te zetten programma organisatie. 1. Hoewel een visie een lange termijn plan zou moeten zijn dat richting geeft en dus globaal is, is hier vaak het ‘hier en nu’ aan de orde. De visie moet aangeven wat de regio in de toekomst op het gebied van mobiliteit denkt nodig te hebben. Of dat wel of niet betaalbaar is, is nu nog van secundair belang. 2. De visie is nog te onduidelijk in zijn structuur en is niet coherent in de uitwerking van sommige onderwerpen. Als preciezer verwoord zou worden wat de koppelingen, ambities en principes zijn en hoe deze uit elkaar volgen, zorgt dat later voor betere overeenstemming en draagvlak in de regio. 3. Wij verzoeken u om het samenstellen van het maatregelenpakket meer gestructureerd aan te pakken. Als een objectief systeem wordt gemaakt waaraan alle projecten getoetst worden, zorgt dat voor een betere focus naar het doel (slim, integraal, regionaal mobiliteitssysteem). 4. Daaraan gerelateerd verzoeken wij u keuzes die vanuit het maatregelenpakket komen, adequaat te onderbouwen waarbij de gedachte van één mobiliteitssysteem voor de gehele regio centraal staat.
Voorts refereren wij aan de volgende passage in de notulen bij het AB-besluit over het vrijgeven van de regionale bekostigingsmethodiek (vastgesteld dd. 25 oktober 2023) van de AB-vergadering van 5 juli 2023: “Ook bij toekomstige mobiliteitsontwikkelingen binnen de MRE is het uitgangspunt dat de MRE één
42
HR1
Geen.
HR1
Geen.
HR1
Geen
Is vooral bij uitvoering van belang. Hierbij zeker ook rol gemeenten.
Geen.
Dit is een onderdeel van het MMMP.
Tekst op p3 onder autonome ontwikkelingen aanpassen.
Mee eens. Tekst op pagina 3 verwijst naar ontwikkelingen die we nu zien ontstaan. Dit wordt niet zo gelezen. Passen we aan HR8 / HR9
Uitdaging voor MMMP
Uitdaging voor MMMP
ecosysteem is, waarbij deze mobiliteitspakketten de gehele regio vertegenwoordigen en gezamenlijke financiering plaatsvindt op basis van de vastgestelde bekostigingsmethodiek en wederkerigheid.”
Cranendonck (18)
Cranendonck (18)
Cranendonck
Cranendonck
26. Deurne, Concept reactie
15 mei 2024
5. Wij merken op dat de huidige versie van de mobiliteitsvisie grotendeels in lijn is met de Regionale Ontwikkelstrategie. Echter we vragen u ontwikkelprincipe 5 van de Regionale Ontwikkelstrategie (HOV en fiets als mobiliteitsdrager voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend) als leidend te hanteren in relatie tot mobiliteitsprincipes 4, 5 en 7. Deze laatste zijn onzes inziens verdiepend aan ontwikkelprincipe 5 van de Regionale Ontwikkelstrategie. 6. In de visie moet duidelijker naar voren komen dat mobiliteit bereikbaar en (financieel) toegankelijk is voor iedereen. Mobiliteit kan nooit een ‘luxegoed’ worden of op afstand staan van gemeenschappen. 7. Cranendonck wil dat in de visie opgenomen wordt dat er gekomen wordt tot een uitwerking van een hoofdroutestrategie voor snelwegen (A2 en A58 & A67), waar nadrukkelijk ook het traject A2-zuid onderdeel van uitmaakt. Aspecten als doorstroming, veiligheid, leefbaarheid, gezondheid en ruimtelijke inpassing dienen in deze strategie centraal te staan. Wij zien dit als principe zoals genoemd en opgesomd op pagina 9, als centraal element zoals deze worden benoemd en opgesomd op pagina 26 en als onderdeel van de ‘Corridor en gebiedsgerichte koppeling van maatregelen’ ook op pagina 26 van de consultatieversie van de mobiliteitsvisie. 8.
Dat in het nog op te stellen maatregelenpakket (MMMP) er urgentie wordt gegeven om het verkeer op de A2-zuid te laten doorstromen ter bevordering van de bereikbaarheid van het centrum van de Brainportregio voor de inwoners en bedrijven ten zuiden van Brainport die dagelijks reizen naar dit centrum. Met de juiste maatregelen kan hierbij ook de leefbaarheid en gezondheid voor inwoners in Cranendonck, specifiek voor de inwoners in Maarheeze, positief worden beïnvloed. Mogelijkheden als verbreding en ondertunneling kunnen hierbij een oplossing zijn. Allereerst willen wij aangeven dat het goed is dat -mede gelet op de diverse ontwikkelingen op regionaal niveau- een breed gedragen mobiliteitsvisie wordt opgesteld. De uitdagingen op de dag van vandaag zijn vaak al (te) groot en daarom is het goed dat we deze in samenwerking en in regionaal verband aanpakken. Deze visie draagt daar goed aan bij en is daarom een uitstekende basis om daar samen aan te gaan werken.
43
HR8
HR 4
HR6 en HR7
HR7
HR1
26. Deurne, Concept reactie
De gemeente Deurne is “geen stad of dorp”, maar een plattelandsgemeente met één grotere kern en meerdere daaromheen liggende kleinere kernen in landelijk gebied. Dit vraagt expliciet om bijzondere aandacht voor een goede en gegarandeerde bereikbaarheid, zowel in de brede regio (Deurne, in verbinding met het stedelijk gebied) als in onderling verband binnen de eigen gemeentegrenzen.
26. Deurne, Concept reactie
Door maximaal, maar wel goed doordacht in te zetten op de mobiliteitstransitie (door middel van duurzame mobiliteit, zoals fiets,OV of deelmobiliteit) kan hierin veel worden bereikt. Ook in Deurne is en blijft hier veel aandacht voor.
HR1
26. Deurne, Concept reactie
Een goed functionerend wegennet op (boven-)lokaal en regionaal niveau blijft nu en ook zeker in de toekomst in de directe omgeving van Deurne van wezenlijk belang. In de voorliggende consultatievisie lijkt het wegennet in de gehele MRE-regio (en zeker in de buiten-/ landelijke gebieden) een onderschoven kindje en lijkt het erop dat de mobiliteitstransitie alle problemen voor het wegverkeer oplost. Onze zienswijze is daarop wat meer afwijkend en mag er wat ons betreft meer accent (blijven) liggen op een goed functionerend wegennetwerk in onze regio, nu en in de toekomst. De komend jaren wordt vooral stevig ingezet op de verdere ruimtelijke en economische ontwikkeling van Eindhoven en de direct aangrenzende omgeving. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een stevige uitbereiding van het aantal noodzakelijke woningen. Deze zijn veelal voorzien in het gebied ten oosten van Eindhoven (Eindhoven-Helmond-Deurne). Deze “nieuwe inwoners” van onze MRE-regio dienen te allen tijde goed bereikbaar te zijn en moeten in staat zijn zich op een goede laagdrempelige wijze, veilig en snelle manier te verplaatsen. Vandaar de suggestie om de specifieke vraag op het gebied van mobiliteit: “Waar wonen de werkers binnen de MRE, welke consequenties/gevolgen heeft dit en wat gaan we hieraan doen?” meer uit te stippelen in de visie.