Nota van zienswijze regionale mobiliteitsvisie
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Op de Regionale Mobiliteitsvisie
Colofon
Nota van zienswijzen op de Regionale Mobiliteitsvisie
In opdracht van
POHO Mobiliteit
Auteur
Nelleke Knipscheer / Berry de Jong / Martin Guit
Projectnummer Datum
15 mei 2024
Status
Definitief
15 mei 2024
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Reacties op hoofdlijnen 4 2.1. Instemming met mobiliteitstransitie 4 2.2. Het is belangrijk om de brede welvaart stevig te positioneren naast het faciliteren van de groei. 4 2.3. Voor het goed functioneren van de regio en van het mobiliteitssysteem, is het noodzakelijk om over de grenzen van de regio te kijken. 5 2.4. Het openbaar vervoer heeft een belangrijke rol in de mobiliteitstransitie én voor de brede welvaart. De regio moet ambitieus zijn. 5 2.5. De auto in het algemeen, en het hoofdwegennet in het bijzonder, blijft belangrijk voor de mobiliteit in de regio. 6 2.6. We zijn benieuwd naar de uitwerking van de visie in het MMMP. 7 2.7. We missen in de visie aandacht voor een aantal onderwerpen. 8 2.8. Redactionele opmerkingen 9 Bijlage 1 Inspraakreacties 10
15 mei 2024
2
1.
Inleiding
Op 7 februari heeft het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit van de Metropoolregio Eindhoven de Regionale Mobiliteitsvisie vrijgegeven voor consultatie. Op 15 mei is de aangepaste versie opnieuw besproken in het poho en inhoudelijk akkoord bevonden. Van 20 regiogemeenten is er een reactie ontvangen, waarvan 19 een zienswijze hebben ingediend. Ook hebben we een reactie ontvangen van de provincie Noord-Brabant en Limburg. Daarnaast zijn (informele) reacties ontvangen van VNO/NCW, NS, ANWB, de Belgische provincies Vlaanderen en Limburg en de gemeenten Weert en Nederweert. In dit document is zijn de reacties samengevat en gegroepeerd weergegeven. Daarvoor was een zekere interpretatieslag van de auteurs nodig. Voor de individuele reacties zie de bijlage. We geven in dit document niet aan waar in de tekst van de visie wijzigingen zijn opgenomen. We hebben ervoor gekozen om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de consultatieversie vanwege de herkenbaarheid van het document. De structuur van het document hebben we, ondanks de opmerkingen hierover, intact gelaten. Ook zijn er zaken die op meerdere plaatsen in het oorspronkelijke document terugkomen samengevoegd of verwijderd. Daarnaast hebben we een schematische weergave van het document toegevoegd en een samenvatting.
15 mei 2024
3
2.
Reacties op hoofdlijnen
2.1. Instemming met mobiliteitstransitie In de meeste reacties worden nut en noodzaak van de mobiliteitstransitie actief onderschreven. Hoofdreactie HR1 Als reactie hierop stellen we dat we blij zijn met de breed gevoelde noodzaak voor en de brede instemming met de in de visie voorgestelde aanpak. Aandachtspunten die worden genoemd: ▪ Auto blijft belangrijk onderdeel van het mobiliteitssysteem en vooral het functioneren van het hoofdwegennet (‘robuuste randen’) is essentieel o voor de schaalsprong; o om de mobiliteitstransitie te laten slagen; o voor de leefbaarheid, verkeersveiligheid en ook wel de bereikbaarheid van vooral het landelijk gebied. ▪ Een transitie kost tijd en de mobiliteitsvraag blijft toenemen, houd daarmee rekening bij de fasering van de projecten.
2.2.
Het is belangrijk om de brede welvaart stevig te positioneren naast het faciliteren van de groei. In een aantal reacties wordt aangegeven dat Brede Welvaart sterker gepositioneerd mag worden en dat duidelijker moet blijken wat het uitgangspunt Brede Welvaart betekent voor mobiliteit. In een aantal reacties komt tot uiting dat men bang is dat Brede Welvaartsdoelstellingen te lijden zullen hebben van de groei. Hoofdreactie HR2 Eén van de redenen om de mobiliteitstransitie te faciliteren is het verkrijgen van een goede balans tussen groei en een aantrekkelijke leefomgeving, gezondheid, veiligheid en bereikbaarheid. We zullen dat in de visie sterker terug laten komen, onder meer door visualisatie van de opbouw van het document. Aandachtspunten die worden genoemd: ▪ Klimaatafspraken ▪ Bereikbaarheid kleine kernen / mobiliteit voor iedereen
15 mei 2024
4
2.3.
Voor het goed functioneren van de regio en van het mobiliteitssysteem, is het noodzakelijk om over de grenzen van de regio te kijken. In de visie wordt te weinig ingegaan op de omgeving van de Metropoolregio. Vanuit omliggende gebieden komen veel mensen naar de de regio om te werken of voor andere doelen. Ook kunnen de regio’s om ons heen kunnen helpen om de groei op te vangen. Daarnaast is het voor de regio belangrijk om (per spoor) verbonden te zijn met regio’s in Nederland, Duitsland en België (en verder). Ook genoemd: het belang van het netwerk / mobiliteitssysteem als scharnier voor de omliggende regio’s Hoofdreactie HR3 In de visie zijn nog geen netwerken opgenomen. Dat doen we wel in het MMMP. We kijken hoe we de verbinding van de regionale netwerken met netwerken van de ons omliggende regio’s het best kunnen maken. In het bijzonder kijken we dan naar bus, trein, fiets en het HWN. Het grensoverschrijdende verkeer zal als een onderzoeksopdracht opgenomen worden in het MMMP (Ontwikkelboek, een thematische onderzoekslijst voor de middellange termijn). .
Aandachtspunten die worden genoemd: ▪ OV-verbindingen met (HSL-)spoornet Duitsland en België ▪ Aansluiten fietsnet op snelfietsroute F74 Hasselt – Hamont-Achel ▪ Aansluiten fietsnet op snelfietsroute F71 Mol – Weert ▪ Rekening houden met stations op spoorweg Hamont-Achel – Weert ▪ Aansluiten op HOV Hasselt-Pelt (Spartacus III) ▪ Fietsverbinding Venlo-Horst-Deurne-Helmond ▪ Rol en bijdrage van Weert en provincie Limburg
2.4.
Het openbaar vervoer heeft een belangrijke rol in de mobiliteitstransitie én voor de brede welvaart. De regio moet ambitieus zijn. In enkele reacties wordt gesteld dat de visie te weinig ambitieus is als het gaat om OV. Aantrekkelijk OV wordt gezien als essentieel voor de mobiliteitstransitie. In de tekst menen mensen te lezen dat er een lage ambitie is voor openbaar vervoer. In één reactie wordt voorgesteld de regio als vervoersautoriteit te laten fungeren om zo meerdere instrumenten om het mobiliteitssysteem te laten functioneren in één hand te hebben. Hoofdreactie HR4 De regio is ambitieus als het gaat om gedeelde mobiliteit. We gaan echter uit van functionaliteit en niet van vorm. Het openbaar vervoer (bus en trein) is alleen geschikt bij een specifieke mobiliteitsvraag van de reiziger. Aanvullend op of in plaats van busvervoer
15 mei 2024
5
kan vaak op een andere manier beter aan de mobiliteitsvraag worden voldaan. Het verzamelbegrip hiervoor is gedeelde mobiliteit. De bereikbaarheid van het landelijk gebied is hierbij een belangrijk doel. In de tekst zullen we beter uitleggen wat we met gedeelde mobiliteit bedoelen. Hoofdreactie HR5 Het is op dit moment voor onze regio niet mogelijk om als vervoersautoriteit op te treden. Hiervoor zijn wetswijzigingen nodig. Voorlopig richten wij ons erop om samen met de provincie tot een concessie te komen die past bij onze regio. Hiervoor loopt een traject waarin de regio en de regiogemeenten een goede plaats hebben. We noteren de wens om te komen tot een andere rol in het Ontwikkelboek. Aandachtspunten die worden genoemd: ▪ Lightrail / tram specifiek noemen: nee, focus voor nu op realiseren en uitbouw HOV structuren; ▪ Durf groot te denken (meerwaarde van vervoerwijzen die we in de regio nog niet kennen), gedragsverandering vraagt grote wijziging in het aanbod. ▪ Verbinding Kempen – regio Tilburg ▪ Kwetsbaarheid OV-systeem bij inzet buurtbussen ▪ Frequentie op spoor kleine stations (hubfunctie) ▪ Tangentiële verbindingen overwegen in OV-netwerk ▪ OV van hubs en Eindhoven centrum naar Airport ▪ Lijnbussen naar nieuwe wijken (o.a. noordelijke wijken Best en Son en Breugel)
2.5.
De auto in het algemeen, en het hoofdwegennet in het bijzonder, blijft belangrijk voor de mobiliteit in de regio. Gebruik van het STOMP-principe doet sommigen vermoeden dat er daarmee geen aandacht meer is voor de autoinfrastructuur. Hoofdreactie HR6 In de visie is op diverse plaatsen opgenomen dat de auto een belangrijke modaliteit blijft in het mobiliteitssysteem. Voor het mobiliteitssysteem in de regio is het essentieel dat het hoofdwegennet (de ‘robuuste randen’) goed functioneert. Zonder dat ontstaat sluipverkeer, is de bereikbaarheid van de regio onvoldoende en zijn de hubs niet goed bereikbaar. In de visie benadrukken we dat sterker. De aanleg van nieuwe auto-infrastructuur komt conform het STOMP-principe pas op de agenda als de huidige infrastructuur niet functioneert en andere oplossingen niet voldoen.
15 mei 2024
6
Aandachtspunten die worden genoemd: ▪ Aanpak A67 en N279 is randvoorwaarde en kan niet vervangen worden door andere maatregelen; ▪ Ruit weer op agenda ▪ Verbreding A67 tot Asten ▪ Hoofdroutestrategie voor snelwegen (A2 en A58 & A67), waar nadrukkelijk ook het traject A2-zuid onderdeel van uitmaakt. Centraal: doorstroming, veiligheid, leefbaarheid, gezondheid en ruimtelijke inpassing. ▪ Aandacht voor onderliggend wegennet (noodzakelijk voor bereikbaarheid buiten stedelijk gebied).
2.6. We zijn benieuwd naar de uitwerking van de visie in het MMMP. Zoals een visie betaamt, gaat deze niet in op projecten. Bij diverse gemeenten is de behoefte om in ieder geval zaken te agenderen voor het MMMP. Ter controle nemen we in deze nota van reactie mee als overzicht. Hoofdreactie HR7 In de visie gaan we nog niet in op concrete projecten, die komen bij het MMMP aan bod. Om misverstanden te voorkomen hebben we daarom ook de kaart op blz 28 verwijderd. We volgen een ander proces om te komen tot een MMMP. Het door u voorgestelde project is via dat andere proces (waarschijnlijk) al op de radar gekomen, maar we nemen het voor de zekerheid in de nota van toelichting op. Ook meer algemene vragen nemen we en worden meegegeven aan de opstellers van het MMMP.
Het betreft de volgende inhoudelijke punten: ▪ spoorverbindingen naar Duits en Belgisch (HSL-)net ▪ OV-verbinding De Kempen (Reusel – Bladel) – regio Tilburg ▪ Snelfietsroute Weert-Eindhoven (met aftakking naar recreatieve gebieden) ▪ Fietsroute Heeze – Eindhoven zuid ▪ Centrale As Heeze ▪ Inprikker/randweg A58 Oirschot ▪ Inprikkers A58 Best ▪ Leefbaarheids- en verkeersveiligheidsproblemen parallelroutes A58 ▪ Beekse Brug ▪ N279 ▪ Aansluiting ‘Reusel’ op A67 ▪ Herbevestiging afspraken Zuidelijke Ontsluiting Helmond ▪ Opnemen afspraken Bereikbaarheidsakkoord ▪ (H)OV Asten-Someren-Eindhoven ▪ OV Asten-Helmond ▪ OV Asten-Deurne
15 mei 2024
7
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Fietsroute Asten-Helmond Fietsroute Asten-Deurne Doorstromingsmaatregelen A2-zuid (verbreding en ondergronds) Bus op de vluchtstrook Aanpak A67 en N279 is randvoorwaarde en kan niet vervangen worden door andere maatregelen; Ruit weer op agenda Verbreding A67 tot Asten Bij gebruik stations als hub voor (auto)verkeer van verder weg overleg met gemeenten over parkeerstrategie;
Meer algemene punten: ▪ Maak een knelpuntenkaart van huidige en toekomstige knelpunten. ▪ Maak duidelijk hoe het afwegen van projecten straks gaat. ▪ Bij prioriteren en faseren zorgen dat tijdelijke capaciteitsbeperking rol kan spelen. ▪ Inzet van gedragsverandering / beïnvloeden mobiliteitsvraag ▪ Aandacht geven aan participatie en beeldvorming om mobiliteitstransitie tot een succes te maken. ▪ Gestructureerd en objectief opstellen MMMP ▪ Samenwerking concretiseren o Wederkerigheid concreet maken o Belang bestuurlijke samenwerking benoemen o Overheden werken samen bij participatieproces met en communiceren naar omgeving ▪ Bij maatregelen rekening houden met toegankelijkheid (ook financieel en vaardigheden) ▪ Rekening houden met vergrijzing ▪ Mobiliteitsmogelijkheden per doelgroep bekijken ▪ Borgen gemaakte afspraken in MMMP
2.7. We missen in de visie aandacht voor een aantal onderwerpen. Er is een aantal punten benoemd dat volgens de indieners meer aandacht verdient: ▪ Verkeersveiligheid; ▪ Logistiek o Doorgaande logistieke stromen/ goederenvervoer - Ontwikkelboek o Overlast / leefbaarheid / veiligheid -> Ontwikkelboek o Wat is er nodig voor de ontwikkeling van de regio -> Ontwikkelboek ▪ Gedragsverandering o Keuze die de reiziger maakt / beïnvloeden mobiliteitsvraag
15 mei 2024
8
2.8. Redactionele opmerkingen Er zijn suggesties gedaan om de leesbaarheid van het document te verbeteren. Het betreft het verwijderen van teksten die op meerdere plaatsen terugkomen, het toelichten van begrippen, het toelichten van de kaart en het verbeteren van de structuur. Hoofdreactie HR8 Zaken die op meerdere plaatsen in het oorspronkelijke document terugkomen samengevoegd of verwijderd. Daarnaast hebben we een schematische weergave van het document toegevoegd en een samenvatting. Hoofdreactie HR9 We hebben het oorspronkelijke document doorgenomen en kritisch gekeken of het nodig is deze begrippen te handhaven. Waar mogelijk hebben we de begrippen geschrapt en anders impliciet of expliciet toegelicht. Hoofdreactie HR10 De kaart was alleen opgenomen om te illustreren dat we het MMMP vanaf de grond moeten opbouwen. We moeten concluderen dat het opnemen van een kaart verwarrend werkt en hebben deze verwijderd uit de visie.
15 mei 2024
9
Bijlage 1 Inspraakreacties Afkomstig van 1. VNO-NCW
1. VNO-NCW
1. VNO-NCW
1. VNO-NCW
15 mei 2024
Zienswijze Op hoofdlijnen ondersteunen wij uiteraard de nu voorliggende Mobiliteitsvisie. Het aantal verplaatsingen groeit zo snel, dat niet volstaan kan worden met opschaling van bestaande systemen gelet op klimaat en leefbaarheid. Meer aandacht voor duurzame mobiliteitsoplossingen is derhalve geboden. De visie geeft daarvoor een aanzet. In de eerste plaats is dat de nationale dimensie van de mobiliteit in Brainport. In Zuid-Nederlands verband vervult de Brainport-regio een scharnierfunctie, reden voor de drie zuidelijke provincies en de werkgeversorganisaties LWV (Limburg) en VNO-NCW Brabant Zeeland om een integrale mobiliteitsvisie voor Zuid-Nederland uit te werken. We missen deze nationale dimensie in het nu voorliggende stuk In de tweede plaats zouden we graag meer aandacht willen beschouwen aan de ‘perfect storm’ die ons in de ogen van de ANWB de komende jaren te wachten staat: de bevolking en mobiliteit nemen toe, terwijl er komend decennium minder wegcapaciteit beschikbaar (als gevolg van achterstand bij het onderhoud) zal zijn en het openbaar vervoer een grootschalige overstap van automobilisten niet kan opvangen. Dat geldt voor Nederland in zijn algemeenheid, maar ook en zeker voor Brabant waar een ‘waslijst’ aan geplande wegenprojecten on hold staat. Liefst 17 MIRT-projecten liggen stil vanwege de stikstofimpasse, waarvan een groot deel in Brabant.
Tegelijkertijd wordt er veel onderhoud gepleegd. De bereikbaarheid van Brainport komt dus verder onder druk te staan de komende jaren. Met andere woorden we kunnen wel plannen maken maar wanneer die toch niet uitgevoerd worden, dan heeft dat niet zoveel zin. Dat houdt in dat ook de uitvoering aandacht moet krijgen: plannen maken EN uitvoeren.
Voorstel aanpassing Geen
In de derde plaats is er de noodzaak van samenhangend beleid voor de gehele Brainport-regio. De afgelopen jaren wijzen uit dat het regionaal denken op het gebied van verkeer en vervoer nog te weinig aandacht krijgt. Lokale belangen zijn cruciaal voor een goede beleidsvoorbereiding, maar goede verkeersoplossingen verdragen zich niet met beleid dat ‘de kool en de geit’ spaart. We pleiten voor het expliciet benoemen van dit ‘dilemma’.
Bij vervolgstap: Noodzaak voor het gezamenlijk realiseren/financieren nadrukkelijk benoemen bij introductie multimodaal mobiliteitspakket.
10
Reactie HR1
HR3
MMMP: Bij prioriteren en faseren aangeven dat tijdelijke capaciteitsbeperking rol kan spelen.
Wij onderschrijven uw conclusie dat de groei van de mobiliteitsvraag in combinatie met een al-danniet tijdelijke vermindering van de wegcapaciteit tot bereikbaarheidsproblemen leidt. Dit is een van de redenen om de visie te maken. De visie is gericht op het minder afhankelijk zijn van de auto voor de mobiliteit en daarbij mikt de visie niet alleen op openbaar vervoer. Wij gaan voor een multimodaal pakket, waar de fiets en multimodaal reizen via de hubs een belangrijke plaats innemen. In het nieuwe mobiliteitssysteem heeft echter ook de auto een belangrijke rol en de infrastructuur die hiervoor nodig is moet er wel zijn en beter benut worden. In het MMMP gaan wij ook zeker aandacht schenken aan de benodigde kwaliteit en een optimale benutting van het regionaal weggennet. In de prioritering en fasering van maatregelen speelt de uitvoerbaarheid een belangrijke rol. We overwegen grote wegwerkzaamheden ook een rol te geven bij de prioritering en fasering. De regionale visie en het MMMP en de recent ontwikkelde bekostigingssystematiek werken vanuit de gedachte dat de regio een daily urban system is, met één mobiliteitssysteem, en dat het van belang is van heel de regio om problemen aan te pakken waar dit het meeste resultaat heeft.
We zullen dit bij de aanzet richting het MMMP sterker benadrukken.
2. Eindhoven (1)
2. Eindhoven (1)
15 mei 2024
De raad van de gemeente Eindhoven heeft op 12 maart 2024 het Masterplan Mobiliteit 2050 vastgesteld. De Consultatieversie Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 sluit op de meeste punten nauw aan bij het Masterplan, zeker wat betreft de ambities voor de mobiliteitstransitie in het stedelijk gebied. Het Masterplan is uiteraard beperkt tot het grondgebied en de opgaven waar de gemeente Eindhoven verantwoordelijkheid voor draagt. De regionale opgaven moeten dan ook landen in de Regionale Mobiliteitsvisie. Deze visie moet een ambitieniveau hebben dat aansluit bij een innovatieve regio zoals de Brainportregio Eindhoven wil gaan voor een OV dat een basis voorziening is voor iedereen in de MRE. Ongeacht waar je woont, hoe je lichamelijke gesteldheid is of hoe dik je portemonnee is. Iedereen moet gebruik kunnen maken, van snel en betrouwbaar OV, zodat we de mobiliteitstransitie een impuls kunnen geven. Dit vraagt mogelijk om flinke investeringen in ons OV-systeem van de regio, in samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven. Overduidelijk is dat dit een positief effect zal hebben op de brede welvaart in de regio. Openbaar vervoer is per definitie een ambitie die regionaal moet worden opgepakt. De opgaven zijn namelijk gemeentegrensoverschrijdend. De mobiliteitsvisie bevat enkele duidelijke keuzes voor de OV-hoofdstructuur binnen de Brainportregio.
Deze ambities kunnen enkel gerealiseerd worden wanneer deze vertaald worden in de volgende OV-concessie. Het lijkt dan ook logisch dat de volgende OV-concessie gebaseerd wordt op de keuzes die in de Regionale Mobiliteitsvisie gemaakt worden. We zouden dan ook willen vragen om te onderzoeken of de volgende OV-concessie op MRE-niveau uitgewerkt zou kunnen worden, waarbij de MRE de rol van de provincie in de concessieverlening overneemt. Zo krijgt de MRE de centrale rol bij de uitwerking van de Regionale Mobiliteitsvisie voor de verschillende vervoersmodi.
11
HR1
Onderzoek naar nut en noodzaak regionaal concessiebeheer overwegen in 2029.
HR5 / Wij streven naar een samenwerking met de provincie die gericht is op het realiseren van een concessie die past bij de visie. Wij zien het op korte en middellange termijn niet als realistisch dat de MRE de rol van concessieverlener overneemt van de provincie. De provincie is conform artikel 20 lid 2 van de WP 2000 aangewezen als concessieverlener voor het regionale OV in Brabant. Overdragen OV concessie vraagt besluit van eerste en tweede kamer (aanpassing van de WP2000 via een algemene maatregel van bestuur die aan de eerste en tweede kamer moet worden voorgelegd), met daarna een uitwerking. Dit proces heeft een doorlooptijd van enkele jaren. De provincie is nu al bezig met de voorbereidingen van de nieuwe concessie Zuidoost-Brabant die eind 2028 in moet gaan. Voorlopig focussen wij op samenwerking met de provincie voor de nieuwe concessie. De regio is hierbij goed aangesloten. Een onderzoek is nu niet opportuun. We plaatsen een onderzoek naar nut en noodzaak van regionale concessieverlening als mogelijkheid in het ontwikkelboek van het van het MRE voor over 5 jaar, tijdig voor de volgende concessie.
2. Eindhoven (1)
2. Eindhoven (1)
15 mei 2024
De mobiliteitsvisie stelt in ontwikkelingsprincipe 4 (blz. 20) terecht dat er in stedelijk gebied ingezet wordt op een mobiliteitstransitie waarbij verblijfskwaliteit, lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit voorop staan. In de tekst wordt bij OV tussen haakjes vermeld dat dit voor de lange afstand is. Dit is niet correct. HOV-verbindingen en stadslijnen zijn belangrijke schakels in de stedelijke mobiliteitsketen, ook voor korte afstanden. We willen dan ook bijkomende aandacht vragen voor de binnenstedelijke OV-verbindingen en meer bepaald de stadslijnen. Deze verbindingen zijn cruciaal voor de bereikbaarheid van de stad en de toegankelijkheid van het OV-netwerk, ook voor diegenen die geen gebruik kunnen maken van de fiets of deelmobiliteitsoplossingen. Op blz. 19 wordt gesteld dat ‘Slimme en innovatieve mobiliteit een verbindend element’ is binnen de Regionale Mobiliteitsstrategie. Binnen dit kader zouden we ook aandacht willen vragen naar alternatieve en innovatieve vormen van massatransport. We denken hierbij bijvoorbeeld aan een lightrail een modern tramsysteem binnen het OV-netwerk op die verbindingen waar het reizigerspotentieel dit verantwoordt. Een dergelijk onderzoek moet voortbouwen op de eerdere onderzoeken die gevoerd werden in het kader van de Brainportdeal.
12
1) Aanpassen tekst: OV is de stad is niet per se voor lange afstanden. 2) In de mobiliteitsprincipes bij Brede Welvaart duidelijke verwijzing naar 'Bereikbaarheid voor iedereen'.
De suggestie dat OV uitsluitend bedoeld is voor langere afstanden is ongewenst. We zullen dit aanpassen in de tekst. Voor de Regionale Mobiliteit zijn de binnenstedelijke OVverbindingen vooral belangrijk voor de last- en first mile. Voor andere mobiliteitsvragen is het de uitdaging de meest geschikte vorm van deelmobiliteit te vinden. We kijken waar regionaal initiatief nodig is hiervoor
Geen
De grootste uitdaging van onze regio ligt de komende jaren in de realisatiekracht om de afspraken uit beide brainportdeals oa tav HOV4 en de Brainportlijn waar te maken. We focussen hierop. Onderzoeken (in opdracht van gemeenteraad Eindhoven) geven steeds aan dat lightrail onvoldoende meerwaarde geeft, mede door de grote investering. Daarnaast is in het toekomstbeeld OV voor Zuid Nederland gekeken naar de uitwerking van het spoor en HOV in de regio. Dit gaf geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar lightrail/metro concepten mede omdat de exploitatie en investeringslasten hoog zijn tov de reizigersaantallen. Ook het integrale MIRT Onderzoek mobiliteit en verstedelijking brainport gaf geen aanleiding om lightrail/metro als maatregelen mee te nemen in de ontwikkelpaden tot 2040.
2. Eindhoven (1)
Wij vinden het belangrijk dat er niet alleen afspraken worden gemaakt voor de A2/N2 en de A58. Ook voor de noordoost (de bundelsroute van Ekkersrijt via de Kennedylaan naar Helmond) moet er, naast de huidige korte termijn oplossingen, een middellange termijn oplossing komen, in nauw overleg met de regio. Daarbij houden we oog voor de natuurwaarden en zetten daarom in op een nieuwe infrastucturele oplossingen op, rond of onder bestaande tracés. Daarnaast blijven wij gelijktijdig regionaal inzetten op een mobiliteitstransitie, werkgeversaanpak en het verbeteren van onze bestaande infrastructuur. Er is politiek onvoldoende draagvlak voor oude discussies als de ruit (groot of klein).
HR6
2. Eindhoven (1)
De Brainportregio is geen eiland. OV-verbindingen met de rest van Nederland en Europa zijn dan ook cruciaal. Op blz. 17 kunnen we lezen dat ‘de Brainport regio regio (sic) de verbinding met de rest van Nederland en Europa maakt vanuit de IC-knopen Eindhoven en Helmond’. We willen duidelijk aandacht vragen voor deze (regio)grensoverschrijdende verbindingen. Zowel voor de snelle IC-verbindingen met steden in Duitsland en België als voor de regionale en lokale verbindingen met steden en gemeenten vlak over de grens. Tevreden over inhoud en ambities. ln de basis zijn we als gemeente Bladel tevreden over de inhoud van de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 en sluiten we ons aan bij de ambities, want: De Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 (consultatieversie), staat niet op zichzelf , maar is nauw verbonden met eerdere mobiliteitsstrategieën in de regio, waaronder de Mobiliteitsstrategie De Kempen en lokaal mobiliteitsbeleid (Verkeersvisie Bladel). De Mobiliteitsstrategie De Kempen en de Verkeersvisie Bladel benadrukken de noodzaak om de mobiliteit te verbeteren door te streven naar een verschuiving naar duurzame vervoerswijzen, zoals fietsen en openbaar vervoer.
Deze benadering sluit aan bij de bredere doelstellingen van de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040, welke zich richten op het bevorderen van duurzame mobiliteit en het waarborgen van de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio op de lange termijn. 1. Verkeersveiligheid Duidelijker in de centrale Het onderdeel verkeersveiligheid is wat onderbelicht in de visie. De doelstelling (blz 11) mobiliteitstransitie moet bijdragen aan verkeersveilige en leefbare regio. De gemeente Bladel vraagt het MRE om dit onderdeel duidelijk te beschrijven binnen de acht leidende mobiliteitsprincipes.
HR3
3. Bladel (2)
3. Bladel (2)
15 mei 2024
13
HR1
We benadrukken dit in de tekst.
3. Bladel (2)
3. Bladel (2)
3. Bladel (2)
3. Bladel (2)
3. Bladel (2)
15 mei 2024
2. Grensoverschrijdend verkeer De MRE regio heeft veel grensverkeer in personen en vracht met een bestemming in de Brainport. De Brainport grenst direct aan België en heeft een directe relatie met Duitsland. De Regionale Mobiliteitsvisie geeft hier geen richting aan. De gemeente Bladel vraagt het MRE om dit onderdeel expliciet te benoemen als onderdeel van het mobiliteitssysteem 3. Logistiek Vrachtverkeer neemt een groot deel in van ons verkeersysteem. Dit betreft zowel lokaal en regionaal vrachtverkeer met herkomst en bestemming in de regio, als doorgaand vrachtverkeer op de internationale corridor A67 (België/Duitsland). Dit vraagt om een goede balans tussen leefbaarheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Hoe te komen tot deze balans is iets dat de gemeente Bladel op dit moment onderbelicht vindt in de Regionale Mobiliteitsvisie MRE, maar wel graag beschreven zien. De gemeente Bladel vraagt het MRE dan ook om dít toe te voegen. 4. Kempische Ontwikkelstrategie Op dit moment werkt de gemeente Bladel, samen met de andere Kempengemeenten, aan een we aan een brede Kempische Ontwikkelstrategie. De te maken keuzes in deze Kempische Ontwikkelstrategie hebben wellicht op een later moment invloed of effect op de maatregelen in het MMMP.
Om misverstanden te voorkomen, stelt de gemeente Bladel het MRE voor om in de regionale visie op te nemen hoe met dergelijke toekomstige (sub)regionale en of lokale visiedocumenten om te gaan. Het lijkt ons goed dat het MRE aangeeft in hoeverre de Regionale Mobiliteitsvisie kaderstelend is voor toekomstig beleid van lagere overheden. 5. Inzet op gedragsverandering Naast inzet op infrastructuur beschrijft de Regionale Mobiliteitsvisie dat ook gedragsverandering aandacht vraagt. Dit onderschrijft de gemeente Bladel, maar dit mag wat ons betreft, zwaarder aangezet worden.Inwoners en werknemers binnen de regio gaan niet zomaar anders reizen. Dit betreft een proces voor een langere termijn, waarop sterke regionale sturing en stimulering noodzakelijk is. Aanvullend zien we als Bladel ook dat gedragsverandering nodig is om minder doorgaand verkeer te bewerkstelligen binnen de kernen in het landelijke gebied van de Kempen. Dit vinden we voor de gemeente Bladel belangrijk met het oog op het verbeteren van de verkeersveiligheid en bereíkbaarheid.De gemeente Bladel vraagt het MRE om bovenstaande zienswijze te verwerken in de Regionale Mobiliteitsvisie ten aanzien van de inzet op gedragsverandering. 6.
Oog voor de OV-verbindingen met regio Tilburg De gemeente Bladel benadrukt de noodzaak van het verbeteren van de openbaar vervoer (OV) connectiviteit tussen Bladel/Reusel en de regio Tilburg. Gezien de economische en educatieve waarde van Tilburg, is het van essentieel belang dat deze verbindingen versterkt worden, zodat ondernemers, inwoners, en studenten efficiënt toegang krijgen tot belangrijke onderwijsinstellingen en
14
HR3
Toevoegen tekst op blz. 26
Dit is inderdaad een omissie.
geen
De strategie die we op basis van de visie ontwikkelen is adaptief. In het visiedocument nemen we op hoe we die adaptiviteit zien.
In visie 'gedragverandering' nadrukkelijker benoemen. Kansen verbeteren Brede Welvaart voor mobiliteitstransitie buiten stedelijk gebied benoemen.
De verandering van gedrag is inderdaad noodzakelijk. We zullen dat bij de mobiliteitsprincipes meer benadrukken. Mobiliteitstransitie is buiten het stedelijk gebied minder noodzakelijk, maar er is veel mee te winnen op het vlak van Brede Welvaart. We zullen dat nadrukkelijker opnemen in de visie. pag26/7
HR3
werkgelegenheidskansen. Dit aspect verdient expliciete vermelding binnen de mobiliteitsvisie, als onderdeel van het bredere mobiliteitssysteem.
3. Bladel (2)
3. Bladel (2)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
15 mei 2024
7. Meer aandacht voor landelijke gebieden Conform de gebiedsgerichte aanpak in de visie, vraagt de gemeente Bladel om verhoogde aandacht voor maatregelen die de bereikbaarheid en mobiliteit in landelijke delen van de gemeente verbeteren. Deze aandacht is cruciaal voor het bevorderen van leefbaarheid, economische ontwikkeling, en toegankelijkheid van diensten ín deze gebieden. 8. Participatie en co-creatie De gemeente Bladel bepleit een versterkte betrokkenheid van inwoners, bedrijven, en lokale organisaties bij de ontwikkeling en implementatie van mobiliteitsprojecten. Door de samenwerking als één overheid te intensiveren, kunnen breed gedragen en effectieve oplossingen worden gerealiseerd die aansluiten bij de lokale behoeften en kansen. Het is noodzakelijk dat de MRE dit principe expliciet opneemt in de mobiliteitsvisie. a) Hoewel een visie een lange termijn plan zou moeten zijn dat richting geeft en dus globaal is, is hier vaak het ‘hier en nu’ aan de orde. De visie moet aangeven wat de regio in de toekomst op het gebied van mobiliteit denkt nodig te hebben. Of dat wel of niet betaalbaar is, is nu nog van secundair belang. Mn bij de visie op het OV zien we nu te veel terughoudendheid.
b) Wij zien graag meer nadruk op de rol die de lokale werkgelegenheid / bedrijvigheid (oa door het beperken van woon-werk-verkeer) kan spelen bij de mobiliteitstransitie, naast bijvoorbeeld de grootschalige ontwikkelingen in de centrumgemeenten of de aanleg van hubs. De bereikbaarheid van die lokale of (deel)regionale werklocaties verdient aandacht.
Wij vragen nadrukkelijk aandacht voor het voorkomen van overlast door vrachtverkeer voor de inwoners van de gemeenten in de regio. Naast geluiden trillingshinder is het vervoer van gevaarlijke stoffen daarbij een punt van aandacht. Wij verzoeken u in de visie uitspraken te doen over het zo veel mogelijk vermijden van de bebouwde kommen bij dit soort transport, zowel over weg, water als spoor. c) De visie is nog te onduidelijk in zijn structuur en is niet coherent in de uitwerking van sommige onderwerpen. Als preciezer verwoord zou worden
15
HR2 / HR4
Draagvlak en afstemming zijn van groot belang voor een succesvolle transitie van ons mobiliteitssysteem. Daarvoor moeten we als één overheid werken, wat we in leiden mobiliteitsprincipe 6 hebben benoemd. Maatregelen zijn per definitie onderdeel van een integraal pakket, waarbij het succes afhangt van medewerking van verschillende partners. HR4
Nabijheid is inderdaad een goede manier om de mobiliteitsvraag te beperken en duurzame mobiliteit te stimuleren. Daarmee is de lokale bereikbaarheid van werklocaties niet automatisch een regionale verantwoordelijkheid. In de strategische uitwerking van de visie in het MMMP kijken we naar wat we als regionale netwerken zien en wat we zien als regionale inprikkers ter ontsluiting van grote woon- en werkgelegenheidslocaties. HR2
HR8
wat de koppelingen, ambities en principes zijn en hoe deze uit elkaar volgen, zorgt dat later voor betere overeenstemming en draagvlak in de regio. 4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
4. Heeze-Leende (3)
15 mei 2024
d) Wij verzoeken u om het samenstellen van het maatregelenpakket meer gestructureerd aan te pakken. Als een objectief systeem wordt gemaakt waaraan alle projecten getoetst worden, zorgt dat voor een betere focus naar het doel (slim, integraal, regionaal mobiliteitssysteem) op regionaal en lokaal niveau. e) M.b.t. het onderliggend wegennet moeten we alternatieven kunnen bieden om bij verstoring op het rijkswegennet een complete congestie en ernstige overlast door sluipverkeer te voorkomen. Een goed functionerend onderliggend wegennet kan ook bijdragen aan het voorkomen van congestie op overbelaste rijkswegen die om praktische of principiële redenen (nog) niet kunnen worden aangepakt. Daarbij moet worden voorkomen dat doorgaand verkeer tot overlast in de bebouwde kommen leidt. f) Specifiek voor de gemeente Heeze-Leende vragen wij aandacht voor: I. Zeer recent heeft de regio in het kader van project “Beethoven” een substantieel bedrag toegezegd gekregen voor de verbetering van de mobiliteit in de regio. Daarbij speelt de OV bereikbaarheid van Eindhoven en Veldhoven vanuit de omliggende kernen, zoals HeezeLeende een belangrijke rol. In dit kader vragen wij extra aandacht voor de kwetsbare positie van de (buurt)bus in onze gemeente.
Het openbaar vervoer in Heeze-Leende bestaat voornamelijk uit laagfrequente buurtbussen en de gemeente is daarmee bovendien sterk afhankelijk van vrijwilligers. Ook de lage trein-frequentie vanaf station Heeze – mn ’s avonds en in het weekend – beperkt de OV-bereikbaarheid, terwijl dit station voor omliggende dorpen prima als lokale hub zou kunnen dienen. II. Met project “Beethoven” is de noodzaak van een realisatie snelfietsroute tussen Weert en Eindhoven zo mogelijk nog urgenter geworden. Wij roepen u op samen met de Provincie Noord-Brabant te werken aan goede (snel)Fietsverbindingen via Heeze en Leende naar het stedelijke gebied. Een goede fietsverbinding tussen Weert en Eindhoven ontsluit de natuur rond onze gemeente, wat vanwege de recreatieve waarde leidt tot een verbetering van de brede welvaart voor iedereen in dit deel van de regio. III. Een upgrade van lokale wegen kan leiden tot een versterking van het onderliggend wegennet en de druk op hoofdwegen verminderen. Een verbinding als de Centrale As is een belangrijke schakel voor de afwikkeling van bijvoorbeeld de verkeersstromen tussen de regio Hasselt en Helmond. De gemeente pakt hierin haar verantwoordelijkheid, maar kan dit niet zonder (financiële) bijdragen van de regio en de Provincie.
Onder de wat oneerbiedige titel “bus op de vluchtstrook” wordt gewerkt aan een snelbus verbinding vanuit Weert via de A2 naar de High-tech campus en ASML. Met een voldoende frequentie zou deze verbinding wat ons betreft ook het HOV-label verdienen en niet alleen kunnen leiden tot een ontlasting van de A2, maar ook van de zwaar belaste OV-knoop op Eindhoven Centraal
16
HR7
HR7 / Met een systeem van U-routes is hierin voorzien. Hierbij sturen we als regio erop dat de U-routes niet door kernen heen gaan. We benoemen in het MMMP een regionaal wegennet en houden daarbij rekening met de U-routes irt rijkswegen. geen
Ook onafhankelijk van 'Beethoven' is er een goede ontsluiting nodig. Onder de noemer van gedeelde mobiliteit zoeken we naar slim maatwerk. Buurtbussen zullen daar een rol bij kunnen (blijven) spelen, maar we kijken ook naar andere oplossingen. Dit wordt verder uitgewerkt in dat traject met de provincie.
geen
HR7
geen
HR7
HR7
Geen
HR7
4. Heeze-Leende (3)
Hoewel wij ons in het algemeen kunnen vinden in het STOMP-principe, vinden we het belangrijk om op te merken dat in randgemeenten als Heeze-Leende de privé auto voor veel inwoners nog lang noodzakelijk blijft en tov het stedelijk gebied relatief veel ruimte in beslag blijft nemen en investeringen in wegen en parkeervoorzieningen vraagt.
5. Oirschot (4)
Ook wij zien de grote mobiliteitsopgaven waarvoor we ons als gemeente en regio geplaatst zien. De wijze waarop wij met deze opgaven willen omgaan is door ons vastgelegd in het "Mobiliteitsplan Oirschot 2023- 2040: Oirschot, met oog voor het verleden, klaar voor de toekomst”. Wij zien een grote mate van synergie tussen de ambities, strategielijnen en de leidende mobiliteitsprincipes van de nu voorliggende regionale visie en ons gemeentelijke mobiliteitsplan. De nu voorliggende visie biedt daarmee voldoende aanknopingspunten om samen te werken aan een bereikbare en leefbare regio en het versterken van onze verbondenheid met het regionale en stedelijk mobiliteitssysteem. Stedelijk versus landelijk gebied Tegelijkertijd zien wij echter dat de specifiek mobiliteitsvraagstukken in het landelijke gebied onderbelicht blijven in de regionale visie. Voor een succesvolle mobiliteitstransitie moet ook het landelijke goed ontsloten zijn met openbaar vervoer en nieuwe vormen van gedeelde mobiliteit. Daarbij moet de focus dan niet alleen liggen op de verbindingen van en naar het stedelijke gebied, maar juist ook op het aanbod tussen de landelijke kernen onderling. Dit zien wij graag expliciet opgenomen in de eindversie van de Regionale Mobiliteitsvisie.
Ook voor wat betreft de financiering, die vraagt om een evenwichtige verdeling van de middelen tussen het stedelijke en het landelijke gebied. VraagzijdeDe visie is erg gericht op de aanbodkant van het mobiliteitssysteem. Dit is te verklaren vanuit de rol van de overheden. Het wordt echter pas een succes wanneer ook wordt ingegrepen aan de vraagkant en het mobiliteitsgedrag. Denk dan aan bijvoorbeeld de werkgeversaanpak en het bij elkaar brengen van de specifieke mobiliteitsvraag en -aanbod. Deze samenhang zien wij eveneens graag nadrukkelijker benoemd worden in de visie.
5. Oirschot (4)
5. Oirschot (4)
15 mei 2024
17
Geen
HR6
HR1
HR4
Beïnvloeden mobiliteitsvraag nadrukkelijk opnemen in de visie.
Het beïnvloeden van de mobiliteitsvraag is zeker een onderwerp dat thuishoort in de visie. We kijken hoe we dit sterker kunnen benadrukken. pag 26/7
5. Oirschot (4)
5. Oirschot (4)
5. Oirschot (4)
15 mei 2024
Gebieds- en corridorgerichte aanpak geen Er wordt een gebieds- en corridorgerichte koppeling van mobiliteitsmaatregelen voorgesteld. Wij zijn van mening dat dit ook moet gelden voor de doelstellingen op de overige aspecten van Brede Welvaart in deze corridors en het functioneren van het hoofdwegennet (HWN) in relatie tot het onderliggende wegennet (OWN). Aan de noordwestkant van de regio betreft het dan onder andere om maatregelen op de sluiproutes door de dorpskernen parallel aan de A58 en de inprikkers naar de aansluitpunten Oirschot en Best op de A58 en A2.Als gevolg van de stikstofproblematiek is de daadwerkelijke verbreding van de A58 Tilburg - Eindhoven op de korte termijn nog niet te verwachten. Ook blijkt uit onderzoek dat deze verbreding geen oplossing biedt voor de knelpunten op de inprikkers naar het aansluitpunt Oirschot op de A58. Hiermee blijft de wens om een randweg te realiseren bij Oirschot actueel, ook bij verbreding van de A58. Wij zien de aspecten Brede Welvaart en het functioneren HWN - OWN graag toegevoegd worden aan de gebieds- en corridorgerichte benadering. Adaptief programmeren (A58) geen De Regionale Mobiliteitsvisie vormt de basis voor een adaptief programmeren van maatregelen en projecten.
Binnen de Bovens-samenwerking signaleren wij dat voor de A58 de afwegingen en plannen inmiddels dermate verouderd zijn, dat op basis van de huidige realiteit actualisatie gewenst is. Daarbij zouden vragen als "Is twee keer drie nog toereikend?" moeten worden beantwoord en de effecten worden betrokken richting A50, A2/N2 en rond de aansluitpunten. Soortgelijke vragen komen op ten aanzien van de te maken keuzes in relatie tot de effecten op de gezondheid, leefomgeving en inpassingsaspecten van de A58. Met het voortdurend spiegelen van maatregelen aan de actuele ontwikkelingen wordt zo'n visie de basis een werke- lijk adaptief pakket. Deze heroverweging moet onderdeel zijn van het MMMP. Wensbeeld noordrand Stedelijke gebied Eindhoven De mobiliteitsvisie leidt tot een adaptief Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket (MMMP). Binnen de subregio Bovens is een gezamenlijk "Wensbeeld mobiliteit noordkant stedelijke gebied Eindhoven" opgesteld, zie bijlage. Dit wensbeeld is een eerste input voor het MMMP. In de regionale visie staat op pagina 28 een kaartbeeld met een eerste inventarisatie van mogelijke maatregelen voor dit MMMP. Wij signaleren dat dit kaartbeeld onvolledig is voor wat betreft het wensbeeld mobiliteit noordkant SGE. Wij vragen daarom om dit kaartbeeld hierop aan te passen.
18
HR7
Op het moment dat de realisatie van maatregelen concreet wordt, volgens studies.
HR10 / Uw 'wensbeeld' wordt gebruikt bij de ontwikkeling van het MMMP.
6. Gemert-Bakel (5)
6. Gemert-Bakel (5)
1. De Regionale Mobiliteitsvisie geeft het gezamenlijke beeld weer van de mobiliteit in 2040. De bereikbaarheid van Gemert-Bakel staat echter momenteel al ernstig onder druk. Hierbij zijn voor Gemert-Bakel de N279, N615 (Beekse Brug) en de OV-bereikbaarheid de grootste uitdagingen. Ondanks dat de robuuste randen, bundelroutes en inprikkers in de Regionale Mobiliteitsvisie zijn opgenomen willen we de regio oproepen om zich ook op de korte termijn in te blijven spannen voor de bereikbaarheid van de gehele regio. De huidige knelpunten kunnen niet wachten op een lange termijn aanpak. De wederkerigheid die van Gemert-Bakel gevraagd wordt in de regio, vraagt ook een wederkerigheid van de regio voor het oplossen van de huidige bereikbaarheidsproblematieken. Kortom; willen we als regio voor nu en in toekomst bereikbaar zijn en blijven, dan staan we daar samen voor aan de lat. 2. Logistiek krijgt maar beperkte aandacht in de visie, terwijl dit een belangrijke positie heeft in de regio. De visie uitbreiden met het onderdeel logistiek waarin duidelijk wordt hoe de leidende principes van toepassing zijn op logistiek
HR7
In visie verwerken ambities m.b.t. vrachtverkeer en -vervoer.
Dit is inderdaad een omissie. We benoemen in de visie nadrukkelijk onze ambities m.b.t. vrachtverkeer.
3. In de visie ontbreekt een ambitie qua duurzaamheid. In de Handleiding Regionale Mobiliteitsprogramma’s van het Rijk staat expliciet vermeld dat in Regionale Mobiliteitsvisies een koppeling behoort te worden gemaakt met het Parijs Akkoord. Nu staat in de visie duurzaamheid alleen vermeld onder de term ‘brede welvaart’. 4. Er wordt gesproken over ambitie, doelstellingen, pijlers, strategie, uitgangspunt en leidende principes. Maar het is onduidelijk hoe deze zich tot elkaar en tot de visie verhouden. Een toelichting of vereenvoudiging is wensbaar om de Regionale Mobiliteitsvisie leesbaarder te maken. 5. Het gebruik van de terminologie corridor-gebiedsaanpak en 15 minuten stad wordt gebruik in het document, maar niet toegelicht of verweven gebruikt.
geen
We behandelen dit onder de noemer Brede Welvaart en benoemen 'Parijs' niet afzonderlijk
15 minutenstad begrip eruit / toelichten gebieds en corridoraanpak
Het begrip 15-miniutenstad voegt niets toe aan de visie en we verwijderen ze daarom. We ki
6. Gemert-Bakel (5)
6. In de visie ontbreekt hulp aan bedrijven (van 100+ werknemers) om hun normeringsdoelstellingen te halen (wat betreft persoonsgebonden individuele mobiliteit).
geen wijzigingen
6. Gemert-Bakel (5)
Pag 3: Tekst uit visie: -het tegen hoge kosten laten rijden van OV op trajecten en momenten met weinig reizigers steeds lastiger haalbaar. -> , Voorgestelde wijziging: het tegen hoge kosten laten rijden van OV op trajecten en momenten met weinig reizigers steeds lastiger haalbaar en inwoners laten staan omdat de bussen te vol is onwenselijk , Toelichting: Ook andere kant benoemen: Trajecten waar bussen door rijden en reizigers moeten laten staat vanwege de volle bussen. Dit vraagt om aanpassingen.
tekst gedeelde mobiliteit pag 17 aanscherpen
Vanaf 1 juli 2024 zijn alle organisaties met meer dan 100 medewerkers verplicht om de jaarlijkse zakelijke- en woon-werk mobiliteit te rapporteren. Wij zien niet wat de rol van de regio hierin is. De bedrijfsbenadering is onderdeel MMMP. tekst gedeelde mobiliteit pag 17 aanscherpen
6. Gemert-Bakel (5)
6. Gemert-Bakel (5)
6. Gemert-Bakel (5)
15 mei 2024
19
HR8 / HR 9
6. Gemert-Bakel (5)
Pagina 4: Tekst uit de visie: De visie bouwt voort op de ontwikkelingsstrategie zuidoostbrabant, het MIRT-onderzoek verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport … Voorgestelde wijziging: De visie bouwt voort op studies en strategieën die eerder al neer zijn gelegd zoals Regionale Mobiliteitsagenda, Bereikbaarheidsakkoord, Bereikbaarheidsagenda, woondeal, verstedelijkingsakkoord, MIRT 2020 afspraken en de Brainportdeal 2022. Voorgestelde wijziging: Toelichting Relatie met eerder vastgesteld beleid; Bereikbaarheidsakkoord en –agenda ontbreken. Pag 20: Tekst uit visie:… stad en land, en daarbij spelen de hubs (8) een belangrijke rol, …. Voorgestelde wijziging: stad en land, en daarbij spelen de hubs (8) en fietsen een belangrijke rol , Toelichting: Hiervoor is de fiets uitermate geschikt. Pag 26: Tekst uit visie: Opbouw (H)OV -netwerk, inclusief ontwikkeling van de knopen. Voorgestelde wijziging: Opbouw (H)OV -netwerk, inclusief ontwikkeling van de knopen. Ontwikkeling en opbouw vraag gestuurd en flexibel OV netwerk. Ontwikkelen hub strategie op meerdere schaalniveaus. Toelichting: Flexibel OV en hub strategie toevoegen Pag 26: Opgenomen in visie: Robuuste randen en bundelroutes. Voorgestelde wijziging: Robuuste randen, bundelroutes en inprikkers.
Tekstvoorstel overnemen.
We nemen het tekstvoorstel over.
geen
Rol van fiets is elders voldoende toegelicht
Cetraal stellen van de noodzaak van een integrale multimodale mobiliteitsaanpak.
We zoeken naar een manier om het belang van een multimodale aanpak sterker naar voren te brengen
geen
In het MMMP kijken we wat we zien als regionaal wegennet en zullen we verder toelichten wat we zien als onderdelen van het regionaal wegennet.
6. Gemert-Bakel (5)
Pag 28:In verbeelding ook de volledige robuuste randen, bundelroutes en inprikkers opnemen. Niet alleen onderdelen waar al afspraken over zijn gemaakt (A67) en N279 doortrekken tot Veghel.
Kaart verwijderen.
HR10
6. Gemert-Bakel (5)
Conform aangenomen amendement is de onderstaande passage met aanvullingen separaat opgenomen: • We er ons bewust van zijn dat vervoersoplossingen in rap tempo veranderen. Toch moeten we nu al beslissingen nemen om in de toekomst een goed mobiliteitssysteem te hebben. Daarbij kijken we steeds hoe we dit kunnen organiseren en sturen bij als er innovatieve ontwikkelingen zijn; • We “de Ruit om Eindhoven” terug brengen op de gesprektafels, zoals hij ooit is ingediend in de Provinciale staten; • De gemeentes buiten deze ring moeten snel en makkelijk via Hubs kunnen aansluiten op betaalbaar openbaar vervoer.
6. Gemert-Bakel (5)
6. Gemert-Bakel (5)
6. Gemert-Bakel (5)
15 mei 2024
20
De visie geeft voldoende aan dat adaptiviteit een uitgangspunt is. De 'ruit' komt niet terug op gesprekstafels. We werken in het MMMP met o.a. robuuste randen als vertrekpunt. De functie van de hubs is duidelijk. De toegankelijkheid van OV is onderwerp van Brede Welvaart en wordt iets verder toegelicht door 'gedeelde mobiliteit' toe te lichten in de visie.
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
15 mei 2024
Hoewel er een flinke slag is gemaakt voelt de visie nog steeds niet aan als een stuk van en voor de regio naar de toekomst. Het is meer een stuk ter onderbouwing van rijksmiddelen die nu in het BO-Mirt beschikbaar gesteld zouden moeten worden. Daarom mag er nog een slag gemaakt worden. Dit mag met name in de inleiding verbeterd worden. En een klein deel in het laatste hoofdstuk. Met een visie voor lange termijn moeten we ons nog niet laten leiden door mogelijk financiële beperkingen van dit moment nu. Met andere woorden: nu eerst aan de hand van vraagstuk en mogelijkheden bepalen wat we als richting (en vervolgens maatregelen) nodig hebben en dan pas bezien wat we wanneer kunnen realiseren met het beschikbare geld. Het verlagen van de milieueffecten en luchtverontreiniging in de regio concreter moet worden aangepakt. Het stellen van concrete meetbare doelen in bijvoorbeeld reductie van CO2, verbeteren van luchtkwaliteit of gezondheidswinst in het algemeen dragen bij aan een brede welvaart en klimaat neutralere regio. Vanwege de noodzaak van goede aansluitingen met buurlanden wordt in het Meerjarig Multimodale Mobiliteitspakket aandacht gevraagd voor o.a. - Een grenzeloos Openbaar Vervoer dat aansluit op relevante Openbaar Vervoer structuren in buurlanden - Snelfietspaden die aansluiten op (snel)fietspaden in buurlanden.
Redactieslag die document H8 / H9 meer een 'visie' maken, in beperkte mate.
pag. 3 - In de eerste zin wordt gesproken over groeipotentie. Het is geen potentie meer, maar gewoon een gevolg van de al te voorziene groei en gemaakte afspraken daarover (schaalsprong van de regio). pag. 3 - In de eerste alinea wordt wel erg de nadruk gelegd op de economische aanleiding voor de visie. We missen hier aandacht voor het feit dat het voor onze inwoners belangrijk is dat zij – in termen van leefkwaliteit – de mogelijkheid wordt geboden zich naar eigen behoefte te kunnen verplaatsen en verkeer de leefbaarheid niet aantast. Dat is een basiskwaliteit, die hier minstens aan de orde moet komen. Brede welvaart vormt later zelfs de basis voor de visie, dus nu al mee beginnen. pag. 3 - In alinea 4 staat de volgende zin: Maar ruimtelijk en financieel zijn grenzen in zicht. Dat maakt de aanleg van nieuwe infrastructuur lastig en ook het tegen hoge kosten laten rijden van OV op trajecten en momenten met weinig reizigers: Hiermee wordt al teveel voorgesorteerd op eventuele financiële beperkingen. Terwijl als we echt stappen willen zetten juist ingezet moet worden op het OV. Deze beperking lijkt door de provincie te zijn ingegeven, terwijl het om een visie van de regio gaat. Voorstel om deze zin weg te laten.
Tekst wijzigen: er is een enorme groei met nog steeds een forse potentie.
21
geen
In de vise nemen we geen concrete doelstellingen op.
Opnemen ambitie grensoverschrijdend OV.
HR3 / Grensoverschrijdend OV is een zaak voor de nieuwe concessie, maar de ambitie hiervoor nemen we op. Ook voor het fietsnetnetwerk nemen we nadrukkelijk de regio- en landsgrensoverschrijdende fietspaden op. De kwaliteit die hiervoor gewenst is, nemen we op in het RMMMP. Mee eens, enorme groei is al min-of-meer een gegeven.
geen
HR2
Geen
Hier is een realistische uitdaging beschreven en wordt niet voorgesorteerd op een oplossingsrichting.
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
7. Waalre (6)
Pag. 4 - De titel van de eerste paragraaf heeft geen betrekking op de tekst van de eerste alinea. Pag. 4- In de eerste alinea staat de volgende zin: Het mobiliteitssysteem is al aan het veranderen naar een systeem dat er meer op gericht is om ruimteefficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Deze mobiliteitstransitie gaat ook helpen om de groei te faciliteren: verwacht hier niet te veel van als we dit zelf niet aanjagen. Dit gaat niet vanzelf en is juist de essentie van de visie wat er moet gaan gebeuren. Met andere woorden, dit anders verwoorden. Pag. 7 - Wat is het belangrijkste doel? Het opvangen van de mobiliteitsgroei of de brede welvaart. Volgens ons de laatste en daarvoor moet de mobiliteitsgroei opgevangen worden. Dus de volgorde omdraaien en brede welvaart op 1.
Herschrijven tekst op p4 (daadkrachtig begin)
Tekst kan inderdaad sterker geschreven naar deze titel.
Tekstuele aanpassing pagina 4.
De benodigde actieve rol kan inderdaad sterker worden neergezet.
geen
Hele idee is dat doelen naast elkaar kunnen bestaan.
Pag. 21 - De inleiding mag hier weg. Uitleggen van het hoe is al aan het begin van het hoofdstuk uitgelegd. En het benoemen van de 8 principes is overbodig omdat deze daarnaast uitgebreid staan uitgelegd. Of het plaatje met de 8 principes weglaten. Is dubbelop. Pag. 21 - Als principe 7 komt STOMP pas naar voren. En dan wordt het ook benoemd als verdere invulling. Is dit de juiste benadering. Of is STOMP de basis? En dit principe ook uitschrijven en toelichten. Bijv. de M van Mobility as a Service.
dubbelop eruit pag 21
Mee eens, dit veranderen we.
Compleet toelichten STOMP
Relatie geven we grafisch aan.
Pag. 23 - Hier staat de volgende zin: Dit MMMP wordt in 2024 samen met de provincie Noord-Brabant uitgewerkt voor afspraken in het BO MIRT 2024. Volgens ons moet dit zijn dat dit onder andere wordt uitgewerkt tot afspraken in het BO Mirt maar ook tot afspraken met provincie en gemeenten onderling. Anders blijft het louter een document gericht op (haalbare projecten t.b.v.) het BO MIRT. Pag. 27 - Hier wordt gesproken over corridoraanpak en gebiedsaanpak. In de SOK Regionale Mobiliteit wordt gesproken over Routegebonden en Regiobrede projecten. Dit graag in overeenstemming brengen voor de eenduidigheid.
Herformuleren tekst p23
Dit bedoelen we inderdaad met de tekst, maar het kan anders gelezen worden.
geen
Het gaat hier niet om hetzelfde als in de SOK.
7. Waalre (6)
Pag. 28 - Kaart verwijderen. Dit roep te veel vraagtekens op of er wordt onbedoeld en onterecht een status aan ontleent.
8. Someren (7)
We vinden het belangrijk dat er aandacht is voor het behoud van een goede doorstroming op het hoofdwegennet in verband met de bereikbaarheid. Dat is voor ons een zorgpunt in de huidige versie van de Regionale Mobiliteitsvisie. Er wordt hier wel enige aandacht gegeven, maar dit is ons inziens niet toereikend en ook met een te lage prioriteit, waardoor het risico ontstaat dat
15 mei 2024
22
HR10
geen
HR6
infrastructure knelpunten (zoals A67, N612, N279, N270) niet adequaat zullen worden opgepakt.
8. Someren (7)
Een ander aandachtspunt is de ontwikkeling van mobiliteithubs. Dit vormt het achtste leidende mobiliteitsprincipe. De behoefte aan realisatie van een multimodaal overstappunt (hub), zonder dat er een daadwerkelijke vervoersbehoefte op een specifieke locatie bestaat, waarbij het overstappen naar een ander vervoersmiddel/vervoersdienst uitkomst biedt, wordt niet gevoeld. Er moet duidelijk nut en noodzaak worden aangetoond, voordat we gaan investeren in infrastructurele aanpassingen in verband met de realisatie van een hub.
geen
8. Someren (7)
Voor onze gemeente is het van belang dat naast Someren ook de inwoners van de andere kleine kernen, zoals Someren-Eind en Someren-Heide, gebruik kunnen maken van een lijndienst met reguliere bussen (in plaats van een buurtbus) naar relevante bestemmingen met een station in de omgeving, zoals Maarheeze, Weert, Helmond en Eindhoven. De Regionale Mobiliteitsvisie zou die ruimte voor een verdere ontwikkeling van het OV met bussen in kleine kernen op het platteland moeten bieden.
geen
9. Valkenswaard (8)
De Regionale Mobiliteitsvisie zou op hoofdlijnen en voor de langere termijn de ambities op het gebied van mobiliteit van de regio neer moeten zetten, doorredenerend op de algemene ambities die voor de regio zijn vastgesteld. Te vaak wordt er echter nog gedacht in termen van restricties, terwijl een visie, als kapstok voor onderliggende agenda’s, lobby’s, projecten en concrete veranderingen, nog geen overwegende restricties op het gebied van haalbaarheid en/of financiering zou moeten kennen. In de tekst van de consultatieversie van de visie wordt dit uitgangspunt niet overal even eenduidig toegepast. Concreet voorbeeld is dat aangegeven staat dat nieuw OV ‘lastig is te realiseren’, terwijl in de visie zou moeten staan dat we ‘serieus werk willen maken van de schaalsprong in het OV’. Dergelijke tegenstellingen als hierboven omschreven komt in de tekst van de visie vaker voor. Meermaals lijkt het document zich te richten op de in de bestaande situatie waargenomen obstakels en onmogelijkheden. Daardoor krijgt de visie iets risicomijdend en dat maakt het stuk bepaald niet sterker. Beter is om zich te concentreren op het wensbeeld – de stip – die op de lange termijn voor de regio goed wordt geacht, rekening houdend met de ambities die aan de visie ten grondslag
Toevoegen 'schaalsprong OV' en 'schaalsprong 'fiets'. Screenen op meer mogelijkheden om visie meer van een wensbeeld mee te geven.
15 mei 2024
23
De mobiliteitshubs vormen een essentieel onderdeel van de mobiliteitstransitie. In delen van de regio, met name in het stedelijk gebied en de economische toplocaties, is er minder ruimte voor de auto, terwijl de auto nu voor velen als het enige vervoermiddel wordt beschouwd om die locaties te bereiken. Een voor hen acceptabel alternatief voor het eerste deel van de reis is niet beschikbaar, waardoor een overstap van auto op fiets, OV of andere vormen van gedeelde mobiliteit nodig is om de locatie te bereiken. We onderzoeken nog waar de overstap het beste kan plaatsvinden. Nut en noodzaak komen daarbij aan de orde. HR4 / U wordt betrokken bij het ontwikkelen van een nieuwe concessie van het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer zal in de komende jaren verder veranderen. Niet alle kernen zullen daarbij niet automatisch worden ontsloten door een lijndienst met reguliere bussen, maar op manieren die het beste passen bij de mobiliteitsvraag van de reiziger. De visie is o.i. redelijk ambitieus. Het voorbeeld dat u aanhaalt is een beschrijving van de autonome ontwikkeling van het OV. Maar we kijken waar we de tekst meer van een wensbeeld mee kunnen geven.
liggen (meer inwoners, meer bedrijvigheid, brede welvaart en een hogere leef kwaliteit, energie- en klimaat robuust, goede bereikbaarheid). Als preciezer verwoord zou worden waar de stip op de horizon ligt, zorgt dat later voor betere overeenstemming in de regio alsook een duidelijker koers in de samenwerking met de hogere overheden.
9. Valkenswaard (8)
15 mei 2024
Verhaallijn Om de Regionale Mobiliteitsvisie voldoende kracht mee te geven als onderlegger voor de Regionale Mobiliteitsprojecten is het belangrijk dat het document is opgebouwd op basis van een heldere, hiërarchische structuur enerzijds en eenduidigheid anderzijds. Uit de visie wordt onvoldoende duidelijk hoe deze aansluiten bij ‘kapstokken’ die de basis vormen zoals het Provinciaal Mobiliteitskader, de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant etc., hoe regionale ambities worden vertaald naar hoofdlijnen van beleid en hoe deze ná vaststelling van de visie weer moeten worden vertaald in een aansluitend MMMP. Anderzijds ontbreekt het aan eenduidigheid. Het bevat nog diverse sprongen in de structuur, kent enkele dubbelingen (zie bijv. de terugkomende uitleg van de Daily Urban System), en ontbeert op een aantal punten heldere uitleg. Sommige essentiële onderdelen van de visie worden te impliciet verwoord, in sommige gevallen clichématig. Daar waar onderwerpen meerdere keren terugkomen worden ze soms anders uitgelegd. Als preciezer verwoord zou worden wat de koppelingen, ambities en principes zijn en hoe deze uit elkaar volgen, zorgt dat later voor betere overeenstemming en draagvlak in de regio. Hoe krachtiger zaken in de visie worden verwoord, des te minder misterverstanden en onduidelijkheden kunnen ontstaan in een later stadium.
Het ‘centrale’ deel van de visie – de 8 ontwikkelingsprincipes – beantwoordt niet aan deze wens. Ogenschijnlijk zijn het principes van ongelijke schaal en dimensie. Dit zal snel tot discussie leiden over welke van de principe prevaleert. Overigens sluit de strekking van de verschillende principes niet overal even goed op elkaar aan. Ook dit leidt bij de uitwerking ongetwijfeld tot discussie.
24
HR8 / HR9
9. Valkenswaard (8)
10. Provincie Limburg (B), Directie omgeving- Mobiliteit
10. Provincie Limburg (B), Directie omgeving- Mobiliteit
15 mei 2024
Overgang ambities naar maatregelenIn het laatste deel van het document Geen wordt aangegeven hoe de mobiliteitsprincipes vertaald worden naar een agenda bestaande uit projecten van regionaal belang: het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitsprogramma. Op het moment dat deze Regionale Mobiliteitsvisie voorligt is nog geen zicht op een concrete invulling van het MMMP. Wel geeft het document enkele spelregels om de mobiliteitsprincipes te vertalen naar projecten. De omschrijving is nog ‘vaag’ genoeg om projecten naar wens aan te leveren in het MMMP, maar diezelfde vaagheid gaat ons parten spelen bij het selecteren van de écht relevante projecten. Eenduidigheid is hier overigens ook ver te zoeken. Zo is eerder in het proces al geconstateerd dat niet elke Deelregio dezelfde principes of ‘filter’ hanteert bij de (voor)selectie van eigen projecten. In de gefilterde projecten zitten nog diverse projecten die vooral een lokaal karakter hebben en dus weinig te zoeken hebben in dit regionale programma. Het invullen van de ambitie om een slim, integraal systeem voor de regio neer te zetten wordt daardoor een stuk lastiger. Als een objectief systeem wordt gemaakt waaraan alle projecten getoetst worden, zorgt dat in concretere fases voor een betere focus naar het doel (slim, integraal, regionaal mobiliteitssysteem).