Nota bodembeheer gemeente Bergeijk d.d. 30 sept 2021.pdf
Tekst van het document
Hiervan is sprake bij: Toepassen in een oppervlaktewaterlichaam na 1 januari 2008 Toepassen op of in de landbodem na 1 juli 2008
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
5
Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie Voor de tijdelijke opslag van grond en baggerspecie buiten inrichtingen gelden vanaf 1 juli 2008 de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Onder de tijdelijke opslag van grond en baggerspecie wordt volgens het Besluit verstaan: "De tijdelijke toepassing van grond/baggerspecie voorafgaand aan de definitieve nuttige toepassing." In artikel 35 van het Besluit bodemkwaliteit en in bijlage 1, hoofdstuk 3 van deze Nota is beschreven wat onder een nuttige toepassing wordt verstaan. De voorwaarden die het Besluit stelt aan de verschillende vormen van tijdelijke opslag op landbodem, zijn in tabel 5 opgenomen. Wanneer niet kan worden voldaan aan deze voorwaarden, dan is het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing en zal de opslag, wanneer deze langer dan 6 maanden duurt, binnen een inrichting moeten plaatsvinden. Tabel 5: Overzicht tijdelijke opslag grond/baggerspecie op landbodem Vorm van tijdelijke opslag
Voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit Maximale duur Kwaliteitseisen Meldingsplicht van de opslag Kortdurende opslag 6 maanden Ja Tijdelijke opslag op 3 jaar Kwaliteitsklasse partij Ja, met duur van de landbodem grond/baggerspecie moet opslag en voldoen aan de kwaliteitsklasse eindbestemming* van de ontvangende bodem Weilanddepot9: 3 jaar Alleen baggerspecie die voldoet Ja, met duur van de opslag baggerspecie aan de generieke norm voor het opslag en op aangrenzend verspreiden op aangrenzende eindbestemming* perceel percelen Opslag bij tijdelijke Looptijd van de Nee uitname werkzaamheden * Het melden van de eindbestemming moet binnen 6 maanden plaatsvinden. Men heeft dus 6 maanden de tijd om een bestemming te zoeken.
In tabel 5 is aangegeven of er een meldingsplicht geldt voor de vorm van tijdelijke opslag. De procedure voor het melden is uitgewerkt in bijlage 1 van deze Nota, hoofdstuk 7. Opgemerkt wordt dat, voorafgaand aan de tijdelijke opslag van grond of baggerspecie, naast een check op de milieuhygiënische eisen die vanuit het Besluit bodemkwaliteit worden gesteld, ook een toets op het bestemmingsplan dient plaats te vinden. Dit teneinde uit te kunnen sluiten dat de tijdelijke opslag overlast (te denken valt aan geluid, geur, stof, etc.) voor de omgeving oplevert. Weilanddepots Voor opslag van baggerspecie in weilanddepots geldt het toetsingskader voor het op de kant verspreiden van baggerspecie. Een Waterwet-vergunning, voor bijvoorbeeld het op 9 Vorm van tijdelijke opslag van baggerspecie op een perceel, grenzend aan de watergang van waaruit de
baggerspecie is vrijgekomen, met als doel de baggerspecie te ontwateren en te laten rijpen alvorens het materiaal op dezelfde locatie of elders toe te passen.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
oppervlaktewater lozen van proceswater dat vrijkomt bij de baggeropslag, is niet noodzakelijk als de tijdelijke opslag past binnen de voorschriften van het Besluit bodemkwaliteit. Voor wat betreft de lozing dient daarentegen wel, in het kader van de zorgplicht (artikel 7 Besluit bodemkwaliteit), te worden voorkomen dat er nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater optreden.
5.1
Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie onder de Omgevingswet In de situatie vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet stonden er regels voor het opslaan van grond en baggerspecie in zowel het Besluit bodemkwaliteit als het Activiteitenbesluit. Er was namelijk een onderscheid gemaakt tussen tijdelijke opslag buiten inrichtingen en opslag binnen inrichtingen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er maar één set van regels voor het opslaan van grond of baggerspecie en bestaat het onderscheid tussen tijdelijke opslag buiten inrichten en opslag binnen inrichtingen niet meer. Het gaat om grond en om baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit 2021. Onder de Omgevingswet is de opslag van grond of baggerspecie aangewezen als een milieubelastende activiteit (3.2.24 Bal). Met ‘opslaan’ wordt altijd een tijdelijke situatie bedoeld, in afwachting van een ander doel. Voor grond geldt een termijn van maximaal drie jaar en voor baggerspecie maximaal tien jaar opslag. Samenhangende handelingen (samenvoegen van partijen, zeven en mechanisch ontwateren) bij het opslaan van grond of bagger vallen onder dezelfde activiteit. Voor deze milieubelastende activiteit gelden algemene rijksregels. Afwijken hiervan mag alleen via maatwerk.
Bijvoorbeeld als de grond of baggerspecie in opslag ligt voor toepassing in een concreet werk, maar de uitvoering van dit werk door overmacht vertraagd is. Opslag bij tijdelijke uitname valt niet onder deze milieubelastende activiteit. Ook het opslaan van baggerspecie op de baggerlocatie (weilanddepot) valt niet onder de milieubelastende activiteit opslaan grond of baggerspecie, maar onder de milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie, zie ook bijlage 1 van deze Nota, hoofdstuk 3 betreffende het verspreiden van baggerspecie. Versoepeling bodemvoorschrift voor grond van kwaliteitsklasse wonen of industrie In de algemene rijksregels komen de bodemvoorschriften voor de opslag van grond met kwaliteitsklasse wonen of industrie te vervallen. Het doen van een eindonderzoek bodem is nog wel verplicht. Dit om te controleren of de opslag de onderliggende bodem niet nadelig beïnvloed heeft. Het eindonderzoek gebeurt volgens paragraaf 5.2.1 van BAL. Het bevoegd gezag kan aanvullende voorwaarden stellen aan de opslag van verontreinigde grond in grond in grondwaterbeschermingsgebieden, zoals bijvoorbeeld middels een instructieregel van de provincie.
De meldingseisen zijn versimpeld Onder de Omgevingswet is er één set aan meldingseisen in plaats van de verschillende eisen aan de melding gesteld vanuit het Besluit bodemkwaliteit en het activiteiten besluit van vóór de Omgevingswet. Dit maakt dat de meldingseisen onder de Omgevingswet zijn versimpeld.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
6
Bewijsmiddelen Om grondverzet binnen het beheergebied te vergemakkelijken, mag bij het binnen de gemeente Bergeijk opnieuw toepassen van vrijgekomen grond, de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt, mits de bodemkwaliteit op de locatie van herkomst (naar verwachting) niet afwijkt van de achtergrondwaarden in de betreffende bodemkwaliteitszone. Daarom moet, voorafgaande aan het grondverzet, worden nagegaan of sprake is van bijzondere omstandigheden en onverwachte situaties. Deze toetsing wordt uitgevoerd aan de hand van een compleet ingevuld formulier Toets herkomst (zie bijlage), dan wel een historisch onderzoek conform de NEN 5725. De voorwaarden in deze paragraaf gelden voor zowel de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Bergeijk (zoals opgenomen in deze beheernota) als voor de bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente.
6.1
Gebruik van de bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart kan niet als bewijsmiddel worden gebruikt als: A. De toe te passen partij grond afkomstig is van een verdachte locatie; B. Als sprake is van bijzondere omstandigheden of C. Als de grond zintuiglijk opvallende afwijkingen vertoont (onverwachte situaties). A: Verdachte locaties Onder 'verdachte locaties' worden verstaan: locaties waar (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden waarvan bekend is, of het vermoeden bestaat, dat de bodemkwaliteit op de betreffende locatie (mogelijk) afwijkt van die van de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn: Bekende en potentiële lokale gevallen van bodemverontreiniging (Wbb-locaties), niet behorende tot de diffuse bodemverontreiniging; Bodemsanering in uitvoering; Restverontreiniging na bodemsanering; De ondergrond ter plaatse van saneringslocaties; Lokaal aangebrachte leeflagen; Tanklocaties; Erven in het buitengebied; Slootdempingen; Lokaal aanwezige (historische) ophooglagen. Wanneer bodemonderzoek op een verdachte locatie heeft uitgewezen dat er geen sprake is van bodemverontreiniging, en daarnaast de milieuhygiënische kwaliteit vergelijkbaar is met het omliggende gebied, wordt deze locatie niet meer aangemerkt als verdacht.
B: Bijzondere omstandigheden Een bijzondere omstandigheid doet zich voor wanneer bekend is dat de bodemkwaliteit op de herkomstlocatie (mogelijk) afwijkt van de omgeving. Veelal zal het gaan om: Bekende en potentiële lokale gevallen van bodemverontreiniging, niet behorende tot de diffuse bodemverontreiniging; Bodemsanering in uitvoering; Restverontreiniging na bodemsanering;
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Lokaal aangebrachte leeflagen; Lokaal aanwezige (historische) ophooglagen; De ondergrond ter plaatse van saneringslocaties.
C: Onverwachte situaties Het kan voorkomen dat, ondanks dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden, tijdens de graafwerkzaamheden op de locatie van herkomst alsnog een (mogelijke) afwijking van de bodemkwaliteit wordt geconstateerd. Een onverwachte situatie doet zich voor indien: De grond een afwijkende kleur, geur of samenstelling heeft; De grond een bijmenging aan bodemvreemde materialen bevat (puin, gruis, kooltjes, etc.) op basis waarvan wordt verwacht dat de bodemkwaliteitskaart niet meer representatief is voor de milieuhygiënische kwaliteit, dan wel waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat deze het milieu negatief kan beïnvloeden; In de grond visueel asbest wordt aangetroffen. Een onverwachte situatie dient in alle gevallen te worden geregistreerd en gemeld bij de gemeente. Als sprake is van een (vermoedelijk) geval van ernstige bodemverontreiniging, dient hiervan melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag Wbb. Historische toets Teneinde uit te sluiten dat de locatie van herkomst als 'verdacht' ten aanzien van bodemverontreiniging moet worden bestempeld, dient voorafgaand aan grondverzet altijd een historische toets uitgevoerd te worden. Dit kan de vorm hebben van een vooronderzoek conform de NEN 5725, dan wel een compleet ingevulde Toets herkomst. Voor het toepassen van de toets herkomst wordt verwezen naar deel 2, hoofdstuk 12.
In de bijlage is een formulier voor de Toets herkomst opgenomen. Om gebruik te kunnen maken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel dient dit volledig ingevulde formulier bij de melding te worden gevoegd. Het formulier is alleen geldig indien dit door de bodemambtenaar van de gemeente van herkomst is ondertekend (lees: vrijgegeven). Volgt uit de historische toets dat sprake van een situatie als hierboven beschreven, dan kan de betreffende bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond (en/of de ontvangende bodem). In dat geval dient de milieuhygiënische kwaliteit op een andere wijze te worden aangetoond. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van één van de bewijsmiddelen zoals beschreven in dit hoofdstuk.
6.2
Overige erkende bewijsmiddelen Wanneer er geen gebruik mag worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel, dient de milieuhygiënische kwaliteit van een partij grond (of baggerspecie) en/of van de ontvangende bodem op een andere wijze te worden aangetoond: 1. Partijkeuring 2. Erkende kwaliteitsverklaring 3. Fabrikant-eigen-verklaring 4. (water)bodemonderzoek 5. Bodemkwaliteitskaart van andere gemeente In de navolgende paragrafen volgt per bewijsmiddel een korte toelichting.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
6.2.1
Partijkeuring Een partijkeuring betreft een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit en daarmee de toepassingsmogelijkheden van de partij grond of (gerijpte) baggerspecie. Eisen Aan een partijkeuring worden de volgende eisen gesteld (artikel 4.3.3 van de Regeling bodemkwaliteit): Een partij kan worden gekeurd in depot of in-situ; De partij grond (of baggerspecie) dient door een erkende monsternemer te worden bemonsterd conform SIKB BRL 1000: VKB-protocol 100110; De voorbewerking van de monsters alsmede het laboratoriumonderzoek moeten worden verricht conform het accreditatieprogramma AP04 door een hiervoor erkend laboratorium. Te onderzoeken parameters Is de herkomstlocatie van de grond of baggerspecie onverdacht, en is in het geval van baggerspecie deze afkomstig uit regionale watergangen, dan dienen de monsters van de partij te worden onderzocht op tenminste de parameters van het vigerend standaard analysepakket conform het SIKB. Ten tijde van het tot stand komen van deze beheernota bestond het standaardpakket uit: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); polycyclische aromatische koolwaterstoffen (som 10 PAK); polychloorbifenylen (som 7 PCB); minerale olie (GC).
Wanneer de grond of baggerspecie afkomstig is van een verdachte locatie dan dient de partij, naast de parameters van het standaard analysepakket, tevens op de desbetreffende kritische parameters te worden onderzocht.
6.2.2
Erkende kwaliteitsverklaring Een erkende kwaliteitsverklaring bestaat uit twee delen: Het eerste deel is het productcertificaat dat wordt afgegeven door een erkende certificerende instelling (zoals bijvoorbeeld KIWA, Intron of BMC). Op dit productcertificaat staan de (civieltechnische) eigenschappen van de grond of baggerspecie vermeld, alsmede de milieuhygiënische classificatie (klasse AW2000, klasse wonen of klasse industrie); Het tweede deel betreft de afgegeven erkenning. De eisen die aan een erkende kwaliteitsverklaring voor grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in artikel 4.3.6 van de Regeling bodemkwaliteit. Een overzicht van afgegeven erkende kwaliteitsverklaringen is te vinden op de website van Bodem+.
6.2.3
Fabrikant-eigen-verklaring
10 Beoordelingsrichtlijn, met bijbehorend protocol, voor de monsterneming van partijen grond en
baggerspecie (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer)
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Dit is een milieuhygiënische verklaring die door een producent zelf kan worden afgegeven. In tegenstelling tot een erkende kwaliteitsverklaring, vindt bij een fabrikant-eigen-verklaring geen periodieke externe controle door een certificerende instelling plaats en is er ook geen erkenning noodzakelijk. De verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische kwaliteit van het product ligt dus volledig bij de fabrikant. Echter, voordat een producent een fabrikant-eigen-verklaring mag afgeven, moet hij door middel van een streng toelatingsonderzoek aantonen dat zijn product aan de gestelde milieuhygiënische eisen voldoet. De eisen die aan een fabrikant-eigen-verklaring voor een partij grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in artikel 4.3.7 van de Regeling bodemkwaliteit. Een overzicht van afgegeven fabrikant-eigen-verklaringen is te vinden op de website van Bodem+.
6.2.4
(water)bodemonderzoek Landbodem of een partij grond Bodemonderzoeken die voldoen aan bepaalde onderzoeksstrategieën uit de NEN 574011 zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In de Regeling bodemkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen onderzoeksstrategieën die kunnen worden gebruikt voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van: A: de ontvangende bodem (artikel 4.3.4 lid 1 van de Regeling) en B: een partij toe te passen grond (artikel 4.3.4 lid 2 van de Regeling). A: Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende landbodem zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie; Onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie; Onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting; Onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem; Onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties; Onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof.
B: Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij toe te passen grond zijn alleen de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan: Onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem; Onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties; Onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof. Deze onderzoeksstrategieën gaan uit van een monstername-inspanning die in eenzelfde orde van grootte ligt als bij de hiervoor beschreven partijkeuring en erkende kwaliteitsverklaring. Waterbodem of een partij baggerspecie
11 Landbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van een partij toe te passen (of te verspreiden) baggerspecie en voor de kwaliteit van de waterbodem zijn de onderzoeksstrategieën uit de NEN 572012 toegestaan. Is voorafgaand aan het toepassen sprake van niet-procesgestuurde rijping of tijdelijke opslag van de baggerspecie, dan mogen de in-situ onderzoeksgegevens nog voor de betreffende partij baggerspecie als bewijsmiddel worden gebruikt. Gelet echter op het feit dat het rijpingsproces in veel gevallen een verbetering van de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie zal opleveren, verdient het aanbeveling om een partij baggerspecie na het rijpen opnieuw te onderzoeken (omdat de NEN 5720 geen onderzoeksstrategie kent voor depots, dient in dat geval de partij baggerspecie aan de hand van de SIKB BRL 1000 te worden gekeurd).
6.2.5
Erkenning Bodemkwaliteitskaart andere gemeente De huidige vigerende bodemkwaliteitskaarten van de Kempengemeenten, Veldhoven en van Valkenswaard worden geaccepteerd als bewijsmiddel, onder dezelfde voorwaarden als de bodemkwaliteitskaart van Bergeijk, zoals in dit hoofdstuk beschreven. De vastgestelde en geldige bodemkwaliteitskaarten van de volgende gemeenten/regio’s worden erkend als bewijsmiddel: Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Samenwerkende Kempengemeenten (Oirschot, Eersel, Bladel en Reusel-De Mierden)
6.2.6
Bewijsmiddelen onder de Omgevingswet Ook onder de Omgevingswet moet degene die een partij grond of baggerspecie toepast, de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie kunnen aantonen middels een bewijsmiddel. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het begrip milieuhygiënische verklaring vervangen door het begrip milieuverklaring bodemkwaliteit. Dit is een verklaring over de milieuhygiënische kwaliteit van een specifieke partij of de bodem. Dit betreft een verklaring op grond van een partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring, fabrikanteigen verklaring, een bodemonderzoek of een bodemkwaliteitskaart. De milieuverklaring bodemkwaliteit wordt afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit staan in hoofdstuk 3A regels voor de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit. De uitwerking van deze regels staat in de Regeling bodemkwaliteit 2021. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet degene die toepast, naast een milieuverklaring bodemkwaliteit, ook beschikken over een afleverbon. Een afleverbon is een begeleidend document bij een partij grond of baggerspecie dat bij de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit is verstrekt als dit volgens Regeling bodemkwaliteit 2021 verplicht is. Het doel van de afleverbon is om de relatie tussen de partij en de milieuverklaring bodemkwaliteit te leggen.
De regels waaraan de milieuverklaring bodemkwaliteit en de afleverbon moeten voldoen, staan in het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit 2021.
12 Waterbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
6.3
Zorgplicht bij graafwerken Indien bij graafwerken op onverdachte locaties geconstateerd wordt dat er onverwacht toch sprake is/kan zijn van een verdachte locatie, geldt – conform art. 7 van het Besluit bodemkwaliteit én art. 13 Wet bodembescherming – onverkort het zorgplichtbeginsel. Dat betekent dat onder alle omstandigheden bij grondverzet (ontgraven en toepassen) de wettelijke zorgplicht in acht moet worden genomen. De zorgplicht betekent dat eenieder die weet heeft of redelijkerwijs kan vermoeden dat nadelige gevolgen kunnen optreden bij grondverzet, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of te beperken. Een dergelijke situatie betekent in ieder geval dat de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel gebruikt mag worden. De uitvoerende partij heeft dan de plicht om alsnog de kwaliteit van de grond in beeld te brengen en te toetsen aan de eisen die gelden vanuit het generieke kader. De uitkomsten van het onderzoek (conform de NEN 5740) worden dan getoetst aan de bodemkwaliteitseisen binnen Bergeijk. Alleen als aan deze eisen wordt voldaan, kan de initiatiefnemer gebruik maken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel. Het is niet mogelijk een volledige opsomming te geven van situaties waarbij het instellen van verder onderzoek nodig is om te kunnen bepalen of hergebruik van grond mogelijk is.
Voorbeelden van situaties waarin in deze paragraaf op worden gedoeld (niet uitputtelijk), zijn: Bij het graven (anders dan voor tijdelijke uitname) van de grond in het bebouwde gebied waarbij meer dan 20 % bodemvreemde bijmengingen aangetroffen; Bij het graven (anders dan voor tijdelijke uitname) in de grond in het buitengebied waarbij meer dan 5 % bodemvreemde bijmengingen worden aangetroffen; Bij het aantreffen van asbest of asbestverdacht materiaal in of op de bodem; Bij zintuiglijke waarnemingen anderzijds, die duiden op mogelijke bodemverontreiniging. Denk bijvoorbeeld aan verkleuringen van de grond, een oliefilm, brandsporen of vreemde geuren in de grond; Als niet-genormeerde stoffen (zoals bijvoorbeeld chloride) en voor stoffen die niet op de groslijst voorkomen (zoals nutriënten en zwevende stof) worden verwacht; Er worden onverwachte tanks aangetroffen e.d. Meldingsplicht voor bijzondere situaties Voor locaties waar, op grond van de zorgplicht een bodemonderzoek noodzakelijk is, dient, voorafgaand aan de ontgraving, een melding te worden gedaan bij de afdeling handhaving van de gemeente Bergeijk, vooropgesteld dat in betreffende geval de gemeente en niet de Omgevingsdienst het bevoegd gezag is. Hiermee wordt het bevoegd gezag geïnformeerd en kan gecontroleerd worden of er aanvullende onderzoeken en/of maatregelen nodig of gewenst zijn.
Deze melding moet vergezeld gaan van het uitgevoerde bodemonderzoek. De resultaten van dit onderzoek bepalen mede wat er moet/kan gebeuren met de betreffende grond.
6.3.1
Zorgplicht Omgevingswet De komst van de Omgevingswet wijzigt niet de zorgplicht die een initiatiefnemer altijd heeft bij werken in de grond. De zorgplicht is echter wel anders geregeld. In de Omgevingswet is de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming namelijk in meerdere artikelen uitgewerkt. Artikel 2.11 en hoofdstuk 19 Omgevingswet: specifieke zorgplicht Hoofdstuk 19 Omgevingswet: ongewoon voorval Eventuele zorgplicht in het gemeentelijk Omgevingsplan Artikel 1.6 en 1.7 Omgevingswet: algemene zorgplichten
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Artikel 1.7a Omgevingswet en artikel 1.3 Omgevingsbesluit: vangnetbepaling en uitwerking
In hoofdstuk 19 van de Omgevingswet is de zorgplicht bij aantreffen van een ongewoon voorval geregeld. Hierbij zijn twee aandachtspunten: Als een ongewoon voorval plaatsvindt bij een aangewezen milieubelastende activiteit, gelden aanvullende regels volgens artikel 2.22 van het BAL. De veroorzaker moet dan aanvullende gegevens aanleveren aan het bevoegd gezag. Ten tweede is er sprake van een wijziging in het bevoegde gezag. Onder de Wet Bodembescherming was dit vaak de provincie. Onder de Omgevingswet zijn gemeenten in beginsel het bevoegde gezag bij een ongewoon voorval.
6.4
Onderzoek naar asbest in de bodem In Nederland is tot 1993 asbest toegepast. Asbest kan in de bodem terecht zijn gekomen op locaties waar asbest is toegepast, bijvoorbeeld in bebouwing. Veel vaker is asbesthoudend materiaal in de bodem gekomen bij sloopactiviteiten van voor 1997 waarbij het bouwafval gebruikt is in ophooglagen, erfverhardingen of dempingen. Sinds 1997 verplicht het Bouwbesluit om een asbestinventarisatie voorafgaand aan de sloop van gebouwen uit te voeren en het asbest selectief te verwijderen. De aanwezigheid van asbest in de bodem kan risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Om deze reden is onderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem in sommige gevallen verplicht. Asbestonderzoek in de bodem moet conform het onderzoeksprotocol NEN 5707 of NEN 5897 worden uitgevoerd. In de beleidsbrief asbest uit 2004 (van het ministerie van VROM) is de norm voor asbest gesteld op 100 mg/kg, gewogen naar het soort asbest. Het gehalte dient vastgesteld te worden aan de hand van nader asbestonderzoek. Gehalten boven deze norm kunnen aanleiding geven om de bodem te saneren. Het asbestbeleid van de gemeente Bergeijk is primair gericht op het veiligstellen van de volksgezondheid. De gemeente wil echter ook, in het kader van deregulering de onderzoeksplicht voor burgers en bedrijven zoveel mogelijk beperken en hierin zo goed mogelijk adviseren.
Figuur 13: Afscherming van een asbestverdachte locatie
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Wanneer is asbestonderzoek verplicht? Asbestonderzoek is verplicht bij bodemonderzoeken van locaties die op grond van voorinformatie uit terreinbezoek, vooronderzoek of tijdens veldwerkzaamheden verdacht zijn gebleken op het voorkomen van asbest. Dit betreft onder andere: Erven van agrarische bedrijven met bebouwing van voor 1993 of waar voor 1997 sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd; Autosloperijen; Puinhoudende bodemlagen; Oude ophooglagen.
.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
7
Meldingen en procedures De gemeente Bergeijk is bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit. In dat kader ontvangt, beoordeelt en registreert de gemeente de meldingen en verzorgt zij het toezicht op en de handhaving van het op landbodem toepassen van partijen grond of baggerspecie. Deze taken zijn in de volgende paragrafen toegelicht.
7.1
Wanneer melden Op grond van artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit moeten alle toepassingen van grond en baggerspecie worden gemeld, met uitzondering van: • Het toepassen van minder dan 50 m3 schone grond en baggerspecie (klasse AW2000); • Het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel; • Het toepassen van grond en baggerspecie door particulieren (behalve wanneer de werkzaamheden worden uitbesteedt aan een aannemer, in dat geval moet wel een melding worden ingediend); • Het verplaatsen van grond of baggerspecie binnen één landbouwbedrijf (de grond/baggerspecie moet in dat geval wel afkomstig zijn van een binnen hetzelfde landbouwbedrijf gelegen perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld). Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.
7.2
Meldingstermijn en loket Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen, moet dit tenminste vijf werkdagen van tevoren melden, bij voorkeur digitaal, via het Meldpunt bodemkwaliteit13 (https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl/Voorportaal.aspx). Het meldpunt stuurt de melding vervolgens ter beoordeling door naar het betreffende bevoegde gezag. Op de website van het meldpunt zijn de meldingsformulieren te vinden alsmede informatie over welke gegevens bij de melding moeten worden gevoegd. Men kan bij het meldpunt ook terecht voor vragen over het invullen van de meldingsformulieren of het aanvragen van een account om digitaal te kunnen melden. Indien er onduidelijkheden of twijfels bestaan over het op een locatie mogen toepassen van een bepaalde partij, kan contact worden opgenomen met de bodemambtenaar van de desbetreffende gemeente.
7.3
Beoordeling De gemeente toetst de voorgenomen toepassing, en de eventueel bijgeleverde stukken, aan het Besluit bodemkwaliteit en onderliggende bodembeheernota. Hierbij wordt in ieder geval nagegaan of: Het meldingsformulier volledig is ingevuld en of de benodigde bewijsmiddelen zijn bijgevoegd (dus of de melding ontvankelijk is); De werkzaamheden onder het juiste toepassingskader zijn aangemeld; 13 Meldingen die in het kader van overgangsrecht nog moeten worden getoetst aan het Bouwstoffenbesluit
dienen rechtstreeks bij het bevoegd gezag te worden ingediend.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Terecht van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel gebruik wordt gemaakt; Indien gebruik wordt gemaakt van de Toets herkomst, of deze volledig en correct is ingevuld; Op basis van de verstrekte informatie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er inderdaad geen sprake is van bijzondere omstandigheden of onverwachte situaties; De aangeleverde bewijsmiddelen acceptabel en voldoende zijn; De eindconclusie over de toepasbaarheid van de partij grond of baggerspecie juist is.
De gemeente is het bevoegd gezag en heeft de taak om de melding te toetsen. De gemeente Bergeijk heeft deze taak aan de omgevingsdienst gemandateerd. Indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens naar het oordeel van de toetsende instantie onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn, zullen door de toetser nadere gegevens van de melder worden verlangd. Dit verzoek kan telefonisch, per e-mail of per brief plaatsvinden. Door de melder kan in principe vijf werkdagen na het melden met de werkzaamheden worden aangevangen. De gemeente neemt namelijk geen formeel besluit op de melding. Een toepasser kan zich niet beroepen op het uitblijven van een reactie van de gemeente op een melding. De toepasser is en blijft namelijk zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit.
7.4
Registratie Een goede registratie van meldingen is van belang voor het toezicht op het toepassen van grond en baggerspecie en voor het op termijn actualiseren van de bodemkwaliteitskaart. Meldingen die digitaal worden ingediend, worden automatisch geregistreerd onder het account dat iedere gemeente heeft bij het Meldpunt bodemkwaliteit. Analoge meldingen worden door de gemeente geregistreerd. Hierbij worden onder meer de volgende gegevens vastgelegd: De informatie van het meldingsformulier; De daadwerkelijke start van het project; Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond; Eventuele afwijkingen in de uitvoering.
7.5
Toezicht en handhaving Proactieve handhaving De melding geeft de gemeente de mogelijkheid om te verifiëren of de toe te passen partij en de voorgenomen toepassing voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit. Door de gemeente worden bij de melder aanvullende gegevens opgevraagd indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Actieve handhaving Een deel van de gemelde toepassingen wordt in het veld gecontroleerd. Hierbij wordt onder andere aandacht besteedt aan: Komt de toepassingslocatie overeen met wat in de melding is aangegeven? Komt het toegepaste volume overeen met de melding? Komt het toegepaste materiaal overeen met wat is gemeld? Om het toepassen (hergebruik) van grond en baggerspecie op zorgvuldige wijze te kunnen laten plaatsvinden, alsmede het toezicht hierop te vereenvoudigen, gelden een aantal procedurele voorschriften: Indien de uitvoeringsdatum ten tijde van de melding nog niet kon worden aangegeven, dient de gemeente uiterlijk vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden op de hoogte te worden gesteld. De eigenaar of erfpachter van de locatie waarop de toepassing plaatsvindt dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een kopie van het meldingsformulier, en de bijbehorende ontvangstbevestiging van de gemeente, aan een toezichthoudend ambtenaar te kunnen overleggen. De uitvoerder van het project dient de voor de aan te voeren c.q. toe te passen partij grond of baggerspecie relevante bewijsmiddelen te kunnen overleggen. Afwijkingen van de oorspronkelijke melding dienen terstond te worden gemeld.
Wanneer tijdens de uitvoering van het grondverzet uit zintuiglijke waarnemingen blijkt dat de grond of baggerspecie mogelijk is verontreinigd, mag deze grond/baggerspecie niet zonder nader onderzoek of nadere bewerking worden hergebruikt. Indien een dergelijke waarneming wordt gedaan, dient de grond/baggerspecie in depot te worden gezet en dient contact te worden opgenomen met de gemeente. Als blijkt dat de toepassing niet overeenkomt met de melding zullen de toezichthouders er op toezien dat de ongewenste situatie ongedaan wordt gemaakt. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de beschikbare wettelijke hulpmiddelen. Afhankelijk van de geconstateerde tekortkoming, zal melding worden gedaan bij het Toezichtloket Bodem van de Inspectie Leefomgeving en Transport (https://www.ilent.nl/onderwerpen/bodemtoezicht). Naast gerichte inspecties in relatie tot gemelde toepassingen, worden door de toezichthouders surveillances uitgevoerd teneinde te controleren op niet gemelde toepassingen van grond en baggerspecie. Post-actieve handhaving Tot slot is het mogelijk om handhavend op te treden door het uitvoeren van een handhavingsonderzoek.
Indien het noodzakelijk wordt geacht om tot monsterneming over te gaan, bijvoorbeeld wanneer wordt betwijfeld of de kwaliteit van de toegepaste partij grond of baggerspecie overeenkomt met de gemelde kwaliteit, moeten de bemonstering en het laboratoriumonderzoek plaatsvinden overeenkomstig het daarvoor van toepassing zijnde kaders. Daarnaast kan strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk worden opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Wat hierbij bepalend is, is of sprake is van een aandachtspunt zoals beschreven in de HandhavingsUitvoeringsMethode Besluit bodemkwaliteit (HUM-Bbk)14. Deze HUM-Bbk is 14 De HUM-Bbk is een uitgave van SenterNovem Bodem+, in opdracht van het ministerie van VROM (kenmerk
3BODM0906, augustus 2009).
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
bedoeld om alle handhavende overheidsinstanties, die toezicht houden in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit, ondersteuning te bieden bij het signaleren, beëindigen, ongedaan maken of terugdraaien van een overtreding. Transport Voor het transport van (vrijkomende) grond en baggerspecie moet worden voldaan aan de Wegenverkeerswet, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en de wetgeving met betrekking tot het transporteren van afvalstoffen. (Vrijkomende) grond of baggerspecie is in principe een afvalstof, tenzij door de eigenaar aantoonbaar voldoende garanties kunnen worden gegeven dat de betreffende partij binnen afzienbare tijd direct nuttig kan worden hergebruikt op een andere locatie. In het geval van afvalstoffen dienen de volgende documenten bij het transport aanwezig te zijn: 1. Een volledig ingevulde en ondertekende ‘standaard begeleidingsbrief’ Het vermelden van een afvalstroomnummer is afhankelijk van de bestemming (gaat de partij wel of niet naar een inrichting) 2. Een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO: Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie) 3. Een verwijzing naar kwaliteitsgegevens (deze kwaliteitsgegevens moeten op de locatie van herkomst of de locatie van toepassing aanwezig zijn).
Indien kan worden aangetoond dat de partij grond of baggerspecie op korte termijn wordt hergebruikt, dan wel rechtstreeks van een leverancier vandaan komt, zijn voor het transport de volgende documenten vereist: 1. Een vrachtbrief in het kader van transportwetgeving (de eerdergenoemde begeleidingsbrief is ook als vrachtbrief te gebruiken); 2. Een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO); 3. Een verwijzing naar kwaliteitsgegevens. Opgemerkt wordt dat voor wat betreft grond en baggerspecie het Besluit bodemkwaliteit alleen betrekking heeft op het toepassen hiervan. Derhalve is het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit niet bevoegd voor het uitvoeren van controles in het kader van transport (- of afvalstoffen) wetgeving. Het bevoegd gezag in relatie tot transport zijn de politie en de provincie. Daarnaast zijn de Inspectie van Verkeer en Waterstaat en de ILenT inspectie eerstverantwoordelijke voor ketentoezicht in relatie tot het Besluit bodemkwaliteit. Wel mag een toezichthouder van de gemeente die transporten controleren die gerelateerd zijn aan een toepassing conform het Besluit bodemkwaliteit. Bij het controleren van transporten is samenwerking met de provincie of de politie echter altijd aan te bevelen.
7.6
Meldingen en procedures onder de Omgevingswet
7.6.1
Meldingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen meldingen niet meer gaan via het meldpunt bodemkwaliteit, maar via Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de digitale ondersteuning van de Omgevingswet.
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
De centrale spil is het Omgevingsloket, waar digitale informatie over de leefomgeving onder de Omgevingswet samenkomt. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of een melding indienen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Middels duidelijke stappen en vragen worden initiatiefnemers door het proces geleid. Door het maken en aanleveren van toepasbare regels door gemeenten kunnen gemeenten zelf de vragen en indieningsvereisten over activiteiten voor een verzoek bepalen. Wanneer er in het Omgevingsloket een melding wordt ingediend, krijgen zowel het bevoegd gezag als de behandeldienst (indien ingesteld) hiervan een melding. Het kan zijn dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet het DSO (of delen daarvan) nog niet kunnen worden gebruikt. Om tijdelijk toch nog vergunningaanvragen of meldingen te ontvangen, zijn er tijdelijke alternatieven maatregelen (TAM) beschikbaar.
7.6.2
Toezicht en handhaving Het basistakenpakket voor toezicht en handhaving is onder de Omgevingswet op een paar onderdelen gewijzigd. De omzetting van het basistakenpakket wordt zo beleidsneutraal mogelijk gedaan. In hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) zijn de toebedeelde taken nu eenvoudiger te vinden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er enkele wijzigingen in het basistakenpakket (BTP) uitgevoerd door omgevingsdiensten. Het doel is om een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving te bevorderen. Een aantal belangrijke wijzigingen zijn: De milieubelastende activiteit is nu de ingang voor het basistakenpakket en niet langer het begrip 'inrichting'. Bodemgerelateerde activiteiten zijn onder de Omgevingswet niet langer apart geregeld. Dit is omdat deze activiteiten onder de regels van milieubelastende activiteiten vallen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Onder het basistakenpakket vallen nu ook de uitvoering en het toezicht en de handhaving van de regels in het omgevingsplan, als het gaat om activiteiten uit het basistakenpakket. Wanneer een activiteit niet binnen het bereik van het basistakenpakket valt, mag deze wel als extra taak bij de omgevingsdienst belegd worden.
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Bijlage 2 Toets herkomst
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100
Vragenformulier Historische gegevens (Toets herkomst) Ontgravingslocatie Adres: ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. X-coördinaat: …………………………………………………………. Y-coördinaat: ……………………………………………………. Toepassingslocatie Adres: ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. X-coördinaat: …………………………………………………………. Y-coördinaat: ……………………………………………………. Bronvermelding Ook indien een bron geen informatie heeft opgeleverd, dient u deze hieronder te benoemen. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Indien van toepassing: Verificatieonderzoek (bij al eerder uitgevoerd (historisch) onderzoek) Omdat al een eerder (historisch) onderzoek is uitgevoerd is op de ontgravingslocatie en/of de toepassingslocatie dient geverifieerd te worden of tussentijds op de onderzoekslocatie activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodemkwaliteit hebben kunnen beïnvloeden. De verificatie heeft plaatsgevonden ⃝
Fysiek op: ………………………………………………………………………………………………………………[datum]
⃝
Digitaal via Google/Bing Maps, kaartgegevens: ………………………………………………[jaartal foto]
⃝
Digitaal via Google Streetview/Cyclomedia: ………………………………………………[opname datum]
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100
Ontgravingslocatie 1.
Welk gebruik / functie heeft de locatie gehad voordat grond wordt ontgraven?
⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝
Natuur Landbouw / volkstuin / moestuin (Onverharde) kinderspeelplaats Wonen / woongebied Industrie / bedrijven Infrastructuur Onbekend / braakliggend
2.
Welk gebruik heeft de locatie nadat de grond wordt / is ontgraven?
⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝
Natuur Landbouw / volkstuin / moestuin (Onverharde) kinderspeelplaats Wonen / woongebied Industrie / bedrijven Infrastructuur Onbekend / braakliggend
3.
Welke kwaliteit heeft de bodem volgens de generieke ontgravingskaart?
⃝ ⃝ ⃝ ⃝
Achtergrondwaarden Wonen Industrie Niet toepasbaar / niet ingedeeld
4.
Welke kwaliteit heeft de bodem volgens de ontgravingskaart van de PFAS-bodemkwaliteitskaart?
⃝ ⃝ ⃝ ⃝
Landbouw/Natuur Wonen Industrie Niet toepasbaar / niet ingedeeld
5.
Wordt de ontgraven grond tijdelijk opgeslagen?
⃝ ⃝
Nee ja, adres:
Is de toe te passen grond nu tijdelijk opgeslagen?
…………………………………………………………………………………………… NB De tijdelijke opslag is meldingsplichtig bij opslag langer dan 6 maanden en niet langer dan 3 jaar. Tijdelijke opslag langer dan 3 jaar is vergunningsplichtig. ⃝ Nee ⃝ Ja, adres:
6.
…………………………………………………………………………………………….. Én Bbk-meldingsnummer: ………………………………………………….
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100
7.
Is op de ontgravingslocatie een partijkeuring of bodemonderzoek uitgevoerd?
⃝ Nee ⃝ Ja: Naam onderzoeksbureau …………………………………………………….. Rapportagedatum …………………………………………………….. Kenmerk rapportage …………………………………………………….. NB Het rapport moet bij de Bbk-melding worden gevoegd.
8.
9.
Van welke laagdiepte wordt de grond ontgraven?
⃝
Vanaf .............. meter onder het maaiveld tot .............. meter onder het maaiveld.
⃝
Vanaf .............. meter t.o.v. NAP tot ................ meter t.o.v. NAP.
Wat voor soort grond wordt met name ⃝ ontgraven? ⃝ ⃝ ⃝ ⃝ ⃝
Zand Klei Kleiig zand Veen Onderhoudsbagger Anders, namelijk:
…………………………………………………………………………………………………… 10. Is/zijn op de ontgravingslocatie gedempte sloten aanwezig?
⃝ ⃝
Nee Ja, dan deze aangeven op de situatietekening. Met welk materiaal is de sloot gedempt:
…………………………………………………………………………………………………… 11. Is op de ontgravingslocatie in het ⃝ Nee Onbekend want: verleden een verharding of erfophoging ⃝ aangebracht, en is deze alweer verwijderd of is deze nog aanwezig? …………………………………………………………………………………………………… ⃝ Ja, aangebracht en verwijderd ⃝ Ja, aangebracht en aanwezig
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100
12. Is op de ontgravingslocatie in het verleden grond of baggerspecie aangebracht, En is deze alweer verwijderd of is deze nog aanwezig?
⃝ Nee ⃝ Onbekend, want: ⃝ Ja, aangebracht (zie meldingsnummer ………………………… van het Meldpunt Bodemkwaliteit) en verwijderd ⃝ Ja, aangebracht (zie meldingsnummer ………………………… van het Meldpunt Bodemkwaliteit) en aanwezig met de kwaliteitsklasse: o Achtergrondwaarden o Wonen o Industrie o Niet toepasbaar / niet ingedeeld
13. Is/zijn op de ontgravingslocatie ⃝ Nee (een) opslagtank(s) voor ⃝ Ja, aangeven op een bij te voegen situatietekening en het betreft een: vloeibare brandstoffen aanwezig o bovengrondse tank (geweest)? o ondergrondse tank Is de tank nog aanwezig? o ja o nee Zo ja, de tank is gevuld met o zand (tank is gesaneerd) o onbekend o type brandstof (per tank): …………………………………………………………………………………………………… NB Indien een saneringscertificaat beschikbaar is, dient deze bij de Bbk-melding te worden worden gevoegd. 14. Is op de ontgravingslocatie een bedrijf en/of een meldings- of vergunningsplichtige milieubelastende activiteit gevestigd geweest en in welke periode (jaartallen)?
⃝ ⃝
Nee Ja, soort bedrijf:
…………………………………………………………………………………………………… Periode: ……………………………………………………………………………………………………
16. Vinden of vonden activiteiten plaats op of in de nabij omgeving van de ontgravingslocatie (inclusief belendende percelen tot 25 meter afstand) die de grond mogelijk hebben verontreinigd?
⃝ ⃝
Nee Ja, soort activiteit:
…………………………………………………………………………………………………… Periode: ……………………………………………………………………………………………………
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100
17. Is de locatie verdacht op het voorkomen van PFAS (poly- en perfluoralkylverbindingen)? Is op de locatie bijvoorbeeld sprake (geweest) van: - brand met gebruik van blusschuim; - bedrijfsactiviteiten op het gebied van: teflonproductie; galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties
⃝ ⃝ ⃝
Onbekend Nee Ja, namelijk:
18. Staan of stonden objecten (panden) op de ontgravingslocatie die asbest kunnen bevatten (bouwjaar voor 1993)? 19. Zijn op de ontgravingslocatie aanwijzingen voor de aanwezigheid van asbest in of op de grond (zoals restanten van sloopafval)?
⃝ ⃝
20. Welke bijmengingen aan bodemvreemd materiaal is in de te ontgraven grond aanwezig en wat is daarvan het gewichts- of volumepercentage?
⃝ Geen bijmengingen aan bodemvreemd materiaal (0%) ⃝ Puin en/of bakstenen: …………… % (gewicht) ⃝ Koolas en/of slakken: …………… % (gewicht) ⃝ Stukjes asbest: …………… % (gewicht) ⃝ Plastic / piepschuim: …………… % (volume) ⃝ Anderszins: Soort: Percentage: .................. (gewicht / volume *) ⃝ Onbekend, want:
……………………………………………………………………………………………………
Nee Ja, namelijk:
…………………………………………………………………………………………………… ⃝ ⃝
Nee Ja, namelijk:
……………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………… * Doorhalen wat niet van toepassing is 21. Overige informatie met betrekking tot een mogelijke bodemverontreiniging op de ontgravingslocatie:
⃝ ⃝
Geen Ja, namelijk:
……………………………………………………………………………………………………
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100
Ondertekening Aldus naar waarheid ingevuld, Bedrijfsnaam: ...................................................................................................................... Naam: ................................................................................................................................... Functie: ........................................................................................................................ Datum: ........................................................................................................................... Handtekening:
………………………………………………………………………………………………………………………………………….
NB Wordt tijdens de grondwerkzaamheden asbestverdacht materiaal waargenomen, dan worden de werkzaamheden door de uitvoerder gestaakt en meldt hij dit direct aan de omgevingsdienst. Veelal wordt dan het spoor van de Wet bodembescherming gevolgd en volgt een verkennend bodemonderzoek naar asbest in grond. Dit geldt ook voor overige bijmengingen en afwijkingen zoals kleur en geur die op een bodemverontreiniging wijzen. Wordt in de toe te passen grond meer dan het toegestane percentage bodemvreemd materiaal vastgesteld, of wordt asbest of een andere niet verwachte mogelijke bodemverontreiniging aangetroffen, dan wordt dit direct gemeld bij de omgevingsdienst.
Nota bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Bijlage 3 Bodemkwaliteitskaart Bergeijk
Legenda Functieklasse Natuur Landbouw Wonen Industrie Overig
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Functieklassenkaart
KAARTNUMMER
0467844.100-FK
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Zone Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 4 Zone 5 Zone 6
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Zonekaart bovengrond
KAARTNUMMER
0467844.100-ZK-BG
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Zone Zone 7 Zone 8
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Zonekaart ondergrond
KAARTNUMMER
0467844.100-ZK-OG
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie Overig
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Ontgravingskaart bovengrond
KAARTNUMMER
0467844.100-OBG
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Overig
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Ontgravingskaart ondergrond
KAARTNUMMER
0467844.100-OOG
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie Overig
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Toepassingskaart bovengrond
KAARTNUMMER
0467844.100-TBG
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Overig
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Toepassingskaart ondergrond
KAARTNUMMER
0467844.100-TOG
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
Legenda Zinkassenweg
! ° C0
NR
16-9-2021 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk
KAARTTITEL
Kaart met zinkassenwegen
KAARTNUMMER
0467844.100-ZAW
GET.
GIS SPECIALIST
Gemeente Bergeijk
PROJECTOMSCHRIJVING
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:50.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
16-9-2021 Def
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\Bergeijk\20210723_kaarten\20210723_kaarten.mxd
De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. ivar.lanting@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.