Nota bodembeheer gemeente Bergeijk d.d. 30 sept 2021.pdf
Tekst van het document
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk
projectnummer 0467844.100 definitief revisie 01 30 september 2021
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk
projectnummer 0467844.100 definitief revisie 01 30 september 2021
Auteurs N. Snoeren R.M. Groot
Opdrachtgever Gemeente Bergeijk Burg Magneestraat 1 5571 HB BERGEIJK
Gecontroleerd: I. Lanting
datum 30 september 2021
beschrijving definitief
vrijgave M.F. Elings
Inhoudsopgave
Blz.
Inleiding
1
Beheergebied Reikwijdte Vaststelling en geldigheidsduur Omgevingswet Leeswijzer
1 2 2 3 4
Deel 1: Bodem in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan
5
1
Lokale Maximale Waarden bij toepassen van grond of baggerspecie
6
1.1 1.1.1 1.1.2 1.1.3 1.1.4
Lokale maximale waarde lood Risico’s van bodemlood Lokale maximale waarde bodemfunctieklasse wonen Toetsing aan de lokale maximale waarde LMW en de bodemtypecorrectie Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij grondverzet
6 6 7 7 8
2
Alternatief percentage bijmengingen
9
2.1 2.2
Wettelijk kader Lokaal alternatief percentage bijmengingen
9 9
Deel 2: Beleidsregels bodem
10
3
Grondwaterbeschermingsgebieden
11
3.1 3.2
Onderbouwing Beleidsregel
11 11
4
Thermisch gereinigde grond
13
4.1 4.2
Onderbouwing Beleidsregel
13 13
5
Procedure en asbestonderzoek bij slopen
15
5.1 5.2
Onderbouwing Beleidsregel
15 16
6
Wegen en wegbermen
17
6.1 6.1.1 6.1.2 6.2
Onderbouwing Wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied Grondstromen van zinkassenwegen Beleidsregels
17 17 18 19
7
Nul-situatieonderzoek
21
7.1 7.2
Onderbouwing Beleidsregel
21 21
8
Toepassingseisen bodemfunctie natuur
23
8.1 8.2
Onderbouwing Beleidsregel
23 23
9
Beheer Japanse duizendknoop
24
9.1 9.2
Onderbouwing Beleidsregel
24 25
10
Verlengen geldigheidsduur bodemonderzoek
27
10.1 10.2
Onderbouwing Beleidsregel
27 27
11
Ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingsvergunningen
28
11.1 11.2
Onderbouwing Beleidsregel
28 28
12
Toets herkomst
30
12.1 12.2
Onderbouwing Beleidsregel
30 30
Bijlagen 1. 2. 3.
Wettelijk kader Toets Herkomst Bodemkwaliteitskaart Bergeijk
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Inleiding Voor u ligt de Nota bodembeheer van de gemeente Bergeijk, waarin het beleid ten aanzien van het hergebruik en toepassen van grond en baggerspecie op landbodem is beschreven. De Nota bodembeheer is een praktische richtlijn voor het omgaan met vrijkomende grond en baggerspecie en geeft invulling aan het grondstromenbeleid. In de Nota bodembeheer staat het bodembeleid van de gemeente Bergeijk beschreven en de bijbehorende beleidsregels. De betrokken wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en toepassen van grond en gerijpte baggerspecie is beschreven in het Besluit bodemkwaliteit en de Wet bodembescherming, dan wel het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Aanleiding voor het opstellen van Nota bodembeheer is de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart en daarmee de herziening van het lokale bodembeleid. Deze Nota bodembeheer is dan ook verbonden aan het document “Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk”, kenmerk 0467844.100, d.d. 22-09-2021, door Antea Group. Voorheen beschikte de gemeente Bergeijk over een bodemkwaliteitskaart waarin tevens lokaal bodembeleid is beschreven (Bodemkwaliteitskaart Gemeente Bergeijk 2016-2021, kenmerk 1602/083/MV-01, d.d. 28 juli 2016, door Tritium). Deze kaart komt met het vaststellen van onderhavige Nota en bijbehorende bodemkwaliteitskaart te vervallen.
De geactualiseerde Bodemkwaliteitskaart wordt tezamen met de onderhavige Nota vastgesteld door de gemeente Bergeijk. Met het vaststellen hiervan, komt het beleid zoals beschreven in de voorgaande Bodemkwaliteitskaart te vervallen.
Beheergebied Het bodembeleid dat in deze beheernota is beschreven, is van toepassing op het beheergebied van de gemeente Bergeijk zie figuur 1.
Figuur 1: Beheergebied van de gemeente Bergeijk
Blad 1 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Reikwijdte Deze Nota bodembeheer is opgesteld als een uitvoeringsdocument waarin is beschreven op welke wijze moet worden omgegaan met grondstromen. In de Nota zijn de regels en procedures voor het binnen de gemeente Bergeijk toepassen van (licht verontreinigde) grond en baggerspecie als bodem nader toegelicht. Daarnaast is in de Nota beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. Naast 'intern grondverzet' is in de beheernota ook beschreven hoe moet worden omgegaan met het toepassen van een partij grond of baggerspecie die afkomstig is van een locatie die buiten de regio is gelegen (importeren van grond en/of baggerspecie). Bij zowel de gebiedsspecifieke als de generieke toepassingseisen is uitgegaan van het op landbodem toepassen van grond en baggerspecie, inclusief het op aangrenzende percelen verspreiden van baggerspecie. Toepassingen in oppervlaktewater maken geen onderdeel uit van deze beheernota. De Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn niet van kracht op locaties die verdacht zijn op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Verdachte locaties zijn locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een negatieve invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit.
Voor deze locaties dient altijd door middel van bodemonderzoek de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald. Het gebiedsspecifieke beleid, zoals beschreven in deze Nota, is daarentegen wel van toepassing op dit soort locaties. Met andere woorden, de kwaliteit grond die op deze locaties wordt toegepast, mag niet slechter zijn dan de kwaliteit zoals aangegeven op de gebiedsspecifieke toepassingskaart. Hiermee wordt invulling gegeven aan het stand-still principe hetgeen ervoor zorgt dat de bestaande bodemkwaliteit niet negatief wordt beïnvloed.
Vaststelling en geldigheidsduur De Nota bodembeheer wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Hierbij zijn de regels uit Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De geldigheidsduur van de bodembeheernota is 10 jaar. Aanpassing van het bodembeleid, zoals verwoord in deze bodembeheernota, dient altijd bestuurlijk te worden vastgesteld. De verwachting is dat op 1 juli 2022 de Omgevingswet van kracht wordt. Op dat moment wordt deel 1 van de Nota bodembeheer van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. In deel 2 van de Nota zijn de andere bodembeleid onderwerpen van de gemeente Bergeijk uitgewerkt als beleid en beleidsregels. Door de Nota bodembeheer en deze beleidsregels vast te stellen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het huidige bodembeleid van kracht. Zo wordt een beleidsneutrale overgang gewaarborgd. In de bijlage is vervolgens het huidige bodembeleid tezamen met het toekomstige bodembeleid na inwerkintreding van de Omgevingswet uitgewerkt.
Blad 2 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Omgevingswet Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, worden verschillende gemeentelijke regels, verordeningen en onder meer ook de Bruidsschatregels onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2029) heeft de gemeente de tijd om dit tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar een definitief omgevingsplan. Het omgevingsplan omvat alle ruimtelijke regels, waaronder ook een deel van de regels voor onder andere grondverzet uit de Nota bodembeheer. Niet alle teksten en onderwerpen in de Nota bodembeheer lenen zich om opgenomen te worden in het omgevingsplan, maar passen wellicht beter bij andere instrumenten van de Omgevingswet. Voor dit onderscheid kan gebruik worden gemaakt van de transponeringstabel welke is opgenomen in de Transitienota bodembeheer en bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaarten naar het stelsel van de Omgevingswet van Bodembeheer van de Toekomst. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de lokale regels die volgen uit artikel 44 van het huidige Besluit bodemkwaliteit van rechtswege overgaan in het tijdelijk deel van het gemeentelijke Omgevingsplan. Deze regels, verwerkt in deel 1 van deze Nota, betreffen de vastgestelde Lokale Maximale Waarden én de vastgestelde alternatieve percentage bodemvreemde bijmengingen.
Daarnaast wordt de bodemkwaliteitskaart onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Overig lokaal bodembeleid komt in principe te vervallen. Om er zorg voor te dragen dat er de regels niet vervallen, zijn in deze Nota de andere onderwerpen die de gemeente Bergeijk lokaal bodembeleid wil hanteren, uitgewerkt als beleidsregels. Beleidsregels geven aan hoe de decentrale overheid met de haar toegekende bevoegdheid omgaat. Deze regels kunnen mogelijkerwijs in de toekomst worden opgenomen in het gemeentelijke Omgevingsplan als maatwerkregels of andere decentrale regels. Maatwerkregels wijzigen hoe de algemene regels uitgewerkt worden binnen het beheergebied. Er kan uitsluitend maatwerk plaatsvinden zolang een hoger bestuursorgaan daar ruimte toe geeft. Naast maatwerkregels kan een gemeente decentrale regels opstellen voor onderwerpen die niet door het Rijk geregeld zijn. Echter, door het bodembeleid nu vast te leggen in beleidsregels, wordt voorkomen dat er na 1 juli 2022 een beleidsvacuüm ontstaat. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt tevens de wettelijke basis van het lokale bodembeleid. Waar tot 1 juli 2022 de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit het normenkader vormen voor lokaal bodembeleid, zijn onder de Omgevingswet nieuwe beleidskaders van kracht.
Met betrekking tot bodembeleid worden de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) relevant: Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL); Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Het BAL is gericht aan burgers, bedrijven en bestuursorganen en omvat algemene regels over de leefomgeving, activiteiten, vergunningen en meldingsplichten. In het BKL, welke gericht is aan bestuursorganen, worden regels opgenomen welke met name betrekking hebben op normen en instructies voor milieu en veiligheid.
Blad 3 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Bij het opstellen van onderhavig document is gebruikgemaakt van de volgende wetsdocumenten en versienummers: -
-
Besluit Activiteiten Leefomgeving, Geconsolideerde Staadsbladversie, versie 10-09-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzichtgeconsolideerde-teksten-omgevingswet/ Besluit Kwaliteit Leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 30-06-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzichtgeconsolideerde-teksten-omgevingswet/ Besluit Bouwwerken Leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 23-062021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzichtgeconsolideerde-teksten-omgevingswet/ Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet en bijbehorende Nota van Toelichting, publicatiedatum 25-02-2021, beschikbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-98.html. Hierin is onder meer de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 02-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/geconsolideerdetekst-bruidsschat/
Leeswijzer In deel 1 van de Nota bodembeheer is het gebiedsspecifieke bodembeleid beschreven (maatwerk onder de Omgevingswet). Het betreft hierbij onderwerpen die volgen uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. In deel 2 van de Nota zijn verschillende bodemthema’s uitgewerkt waarin de gemeente Bergeijk een standpunt heeft genomen. De bijbehorende beleidsregels geven aan hoe de gemeente Bergeijk in bepaalde situaties handelt. De hoofdstukken in de bijlage 1 van de Nota behandelen het huidige en toekomstige wettelijke kader voor grondverzet. In de bijlage wordt onder meer besproken hoe de bodemkwaliteitskaart geïnterpreteerd en gehanteerd dient te worden, wat de generieke toepassingseisen zijn in algemene en bijzondere gevallen, welke bewijsmiddelen de gemeente Bergeijk accepteert en hoe melding, procedures en toezicht vormgegeven zijn bij grondverzet.
Blad 4 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Deel 1: Bodem in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Deel 1: Bodem in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt normen met betrekking tot de toepassing van grond en baggerspecie op basis van een landelijk geldend normenkader, zoals opgenomen in het wettelijk kader in de bijlage. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit artikel 44 heeft de gemeente de ruimte om af te wijken van dit generieke kader voor zover het lokale toepassingseisen, inclusief afwijkend percentage bijmengingen, betreft. De gemeente Bergeijk heeft ervoor gekozen om van deze mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid gebruik te maken. Het belangrijkste uitgangspunt van dit beleid is dat de kwaliteit van de bodem wordt afgestemd op het gebruik van de bodem. De toepassingseisen worden in de volgende paragrafen nader uitgewerkt.
Blad 5 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
1
Lokale Maximale Waarden bij toepassen van grond of baggerspecie
1.1
Lokale maximale waarde lood Het Besluit bodemkwaliteit biedt op basis van artikel 44 de mogelijkheid om af te wijken van de generieke toepassingseisen. De gemeente Bergeijk kiest ervoor om, in het kader van het beschermen van de volksgezondheid, de toepassingseisen voor de stof lood aan te scherpen. De motivatie en de praktische uitwerking hiervan zijn in de volgende paragrafen uitwerkt.
1.1.1
Risico’s van bodemlood De schadelijkheid van lood in de bodem voor de gezondheid is al geruime tijd bekend. Echter, ook bij blootstelling aan lage concentraties, kan bodemlood al een beperkend effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een kind. Vooral bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar kan dit op lange termijn leiden tot een verlies van enkele IQ (intelligentiequotiënt) -punten. Dit inzicht geeft aanleiding om de blootstelling aan lood via de bodem te verminderen, met name blootstelling aan jonge kinderen. In het RIVM-rapport “Diffuse loodverontreiniging in de bodem” (2015)1 worden gemeenten opgeroepen het bodembeheer op een dusdanige wijze in te richten, dat de kans wordt verkleind op blootstelling aan lood in de bodem. Naar aanleiding van het RIVM-rapport heeft de landelijke GGD-projectgroep bodem een gezondheidskundig advies opgesteld2. De onderstaande tabel is hieruit afkomstig en geeft het ingeschatte IQ-punten verlies in verhouding met de concentratie lood in de bodem aan. Gemeente Bergeijk wil haar jonge inwoners aanvullend beschermen tegen schadelijke gevolgen van bodemlood. Daarom volgt de gemeente Bergeijk het advies van de RIVM en de GGD op.
Op locaties waar verwacht wordt dat kinderen in aanraking komen met de bodem, wordt een afwijkende normstelling, een lokale maximale waarde (LMW) voor lood in toe te passen grond gehanteerd op basis van de risicowaardes. Door strengere toepassingsnormen te hanteren, wordt de bodemloodconcentratie in de loop van de tijd lager. Hierdoor neemt op den duur het blootstellingsrisico af. Tabel 1: Risicowaarde voor lood in de bodem (mg/kg d.s.) op basis van ingeschat IQ-punten verlies
Grote moestuin (> circa 200 m2) Wonen met tuin (kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen spelen
Gezondheidskundig voldoende bodemloodkwaliteit
Gezondheidskundig matige bodemloodkwaliteit
Gezondheidskundig onvoldoende bodemloodkwaliteit
< 60
60 - 260
> 260
< 90
90 - 370
> 370
< 100
100 - 390
> 390
1 Otte, P. F., et al. "Diffuse loodverontreiniging in de bodem: Advies voor een gemeenschappelijk
beleidskader." (2016). RIVM-rapport 2015-0204, beschikbaar via https://www.rivm.nl/publicaties/diffuseloodverontreiniging-in-bodem-advies-voor-gemeenschappelijk-beleidskader 2 Landelijke GGD-projectgroep bodem, “Toelichting Lood in bodem en gezondheid” 18 april 2016.
Blad 6 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
IQ-puntverlies door bodemlood Handelingsperspectieven voor plaatsen waar jonge kinderen (0-6 jaar) veel in contact komen met grond (gevoelige locaties: wonen met tuin, kinderspeelplekken, kinderdagverblijven e.d.)
1.1.2
< 1 IQ-puntverlies
1-3 IQ-puntenverlies
>3 IQ-puntenverlies
Goede ruimtelijke ordening: realiseer gevoelige bestemmingen zoveel mogelijk op grond met een voldoende bodemlood-kwaliteit
Brede communicatie over algemene gebruiksadviezen (folder, posters, website e.d.). Sanering bij herstructurering e.d.
Bodemsanering Indien sanering niet haalbaar: specifieke, gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere gebruikers van verontreinigde grond (brieven, informatiebijeenkomsten e.d.)
Lokale maximale waarde bodemfunctieklasse wonen Het is de verwachting dat met name in gebieden met de functie wonen, (jonge) kinderen in contact kunnen komen met de bodem. Blootstelling aan bodemlood vindt met name plaats door lood in de contactzone (tot 50 cm -mv., zie ook verderop). Om deze reden wordt de norm voor bodemlood in toe te passen grond in het bodemfunctiegebied wonen, in de contactzone aangescherpt. Volgens het generieke beleid kan binnen een zone met bodemfunctie wonen, grond met de maximale kwaliteitsklasse wonen worden toegepast. Hieraan wordt de uitzonderingsregel toegevoegd voor lood: een partij grond die binnen een zone met functieklasse wonen wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd). Contactzone Als contactzone wordt het traject van 0,0 tot 0,5 meter onder maaiveld gehanteerd. Wanneer er geen contact met de bovengrond mogelijk is door een bovenafdichting, is er ook geen sprake van een contactzone.
Onder gesloten bovenafdichtingen worden verstaan: Een aaneengesloten verharding (asfalt, beton) inclusief doorgroeitegels en speeltuintegels; Een half-verharding van ten minste 20 cm dikte; Kunstgras met een funderingsmateriaal (van grond of bouwstof) Andere vormen van bodembedekking zoals grind, gras of boomschors verminderen het risico op contact met de grond in de contactzone, maar worden bij beoordeling door het bevoegd gezag niet beschouwd als een gesloten bovenafdichting.
1.1.3
Toetsing aan de lokale maximale waarde LMW en de bodemtypecorrectie
Blad 7 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Wanneer grond wordt toegepast binnen gebieden met bodemfunctie wonen, dient de kwaliteit van de toe te passen partij bekend te zijn. Hiertoe heeft de toepasser verschillende mogelijkheden, zie ook hoofdstuk 6 in de bijlage. Het bewijs van de bodemkwaliteit wordt, zoals gewoonlijk, bij de melding grondverzet gevoegd. In het geval de kwaliteit van de toe te passen partij voldoet aan de achtergrondwaarden, kan er zonder aanvullende toetsing worden toegepast. In het geval de kwaliteit níet voldoet aan de achtergrondwaarden, dient, vóórdat de partij mag worden toegepast, door het bevoegd gezag te worden getoetst dat de loodconcentratie 90 mg/kg d.s. niet overschrijdt. Indien de maximale bodemloodconcentratie wordt overschreden, kan de partij niet in de contactzone binnen de bodemfunctie wonen worden toegepast. N.B.: De toetsing aan de bodemloodconcentratie dient plaats te vinden aan de hand van de gemeten loodconcentratie en niet de gecorrigeerde waarde naar standaardbodem op basis van het humus- en lutumgehalten.
1.1.4
Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij grondverzet Een partij toepassen binnen de bodemfunctiezone wonen is tevens mogelijk op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Bergeijk en erkende bodemkwaliteitskaarten. Hier zijn wel de volgende voorwaarden aan verbonden: De toe te passen partij is afkomstig uit een zone met de ontgravingskwaliteit Achtergrondwaarde; De bodemkwaliteitskaart is erkend door de gemeente Bergeijk; Uit de Toets Herkomst dan wel een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 blijken geen verdachtmakingen. Indien de partij niet aan één van bovengenoemde eisen voldoet, is aanvullend bewijs voor het gehalte lood noodzakelijk. Het bovenstaande geldt tevens in het geval partijen binnen bodemfunctie wonen worden verplaatst. In alle gevallen waarin niet wordt aangetoond dat de partij de bodemkwaliteit achtergrondwaarden heeft, toetst het bevoegd gezag of de LMW voor lood (90 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden.
Blad 8 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
2
Alternatief percentage bijmengingen
2.1
Wettelijk kader In het Besluit bodemkwaliteit is bepaald dat grond en baggerspecie niet meer dan 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal, bestaande uit stenige of houtige materialen zoals puin, of boomwortels mogen bevatten. Het is onder bepaalde omstandigheden, zoals in een woonwijk of voor verkoop van gronden vaak niet wenselijk dat er (veel) bijmengingen in de bovengrond aanwezig zijn. Dit percentage kan desgewenst door het bevoegd gezag om milieuhygiënische redenen lager worden vastgesteld. Ook mogen regels worden gesteld aan de soorten bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie. Het voornemen van Bergeijk is om verslechtering van de algemene bodemkwaliteit in het gebied te voorkomen. Daarnaast is het voor locaties waar geregeld contact met de bodem kan optreden, ongewenst dat de grond relatief veel bodemvreemde bijmengingen bevat. Om deze reden wil de gemeente Bergeijk gebieden met de functie wonen op de bodemfunctiekaart aanvullend beschermen.
2.2
Lokaal alternatief percentage bijmengingen De gemeente Bergeijk stelt het volgende vast: in gebieden binnen het beheergebied met de bodemfunctieklasse wonen mogen partijen worden toegepast met een maximaal percentage aan bijmengingen van 5% (gewichtsprocent). Voor de overige functies wordt aangesloten op het maximumpercentage van 20 gewichtsprocent zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Een partij met een hoger percentage bijmenging meer dan de hierboven genoemde gewichtspercentages, mag niet (ongezeefd) toegepast worden. Dit geldt dus ook voor andere initiatiefnemers dan de gemeente die grond in gebieden met een functie wonen toepassen. Onder bodemvreemde materialen waar bovenstaande percentages voor gelden worden uitsluitend houtige en stenige bijmengingen verstaan. Voor partijen met overige bodemvreemde materialen zoals bijvoorbeeld plastic, glas of piepschuim, wordt aangesloten op de generieke toepassingsregels. Een partij met dergelijke bijmengingen mag uitsluitend worden toegepast indien de bijmengingen sporadisch voorkomen én als de bijmengingen al voorafgaand aan het ontgraven of bewerken al in de grond of baggerspecie aanwezig was, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond of baggerspecie wordt verwijderd voordat het wordt toegepast.
Uitsluitend gecertificeerde instanties zijn toegestaan om middels civieltechnisch zeven de vracht aan bijmengingen te verlagen. Het vrijgekomen rest materiaal (geen grond) dient daarna te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Kan de massa aan bijmengingen niet worden verlaagd, dan dient een alternatieve acceptant gevonden te worden. Mogelijkerwijs is voor een project of werk buiten gebieden met bodemfunctie wonen, tevens wenselijk een alternatief percentage bijmenging aan te houden. In dat geval dient dit privaatrechtelijk te worden vastgesteld.
Blad 9 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Deel 2: Beleidsregels bodem
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Deel 2: Beleidsregels bodem Het aanscherpen van de toepassingseisen is in principe een wijziging ten opzichte van de algemene regels van ofwel in het Besluit bodemkwaliteit (oud) ofwel in het Besluit bodemkwaliteit (nieuw) en in het BAL (milieubelastende activiteit toepassen van grond en baggerspecie). De algemene regels bieden een bepaald beschermingsniveau voor het milieu en kunnen derhalve tot op bepaalde hoogte versoepeld worden. De gemeente heeft over het algemeen de wens om de bodemkwaliteit binnen haar beheergebied aanvullend te beschermen. In de volgende hoofdstukken wordt beschreven hoe de gemeente Bergeijk gebruik maakt van haar bevoegdheid om de kwaliteitseisen bij toepassen aan te scherpen. Binnen het stelsel van de Omgevingswet worden regels met betrekking tot toepassingseisen in principe verwerkt als maatwerkregels of decentrale regels in het Omgevingsplan en als toepasbare regels in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Echter, door het bodembeleid nu vast te leggen in beleidsregels, wordt voorkomen dat er op 1 juli 2022 een beleidsvacuüm ontstaat.
Blad 10 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
3
Grondwaterbeschermingsgebieden
3.1
Onderbouwing Binnen het beheergebied van de gemeente Bergeijk is één grondwaterbeschermingsgebied gelegen (Luyksgestel). Hoe met grondwaterbeschermingsgebieden dient te worden omgegaan door lokale overheden is beschreven in de (interim) provinciale milieuverordening (PMV). Omdat de PMV aan wijzigingen onderhevig is, dient altijd de meest recente versie geraadpleegd te worden via de internetsite van de provincie Noord-Brabant3. Volgens de PMV is het niet toegestaan om in een grondwaterbeschermingsgebied grond of baggerspecie toe te passen, behalve wanneer a. De kwaliteit van de grond of baggerspecie: De achtergrondwaarde (AW2000) niet overschrijdt; De maximale waarden van de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt en de kwaliteit van de ontvangende bodem gelijk is aan of slechter is dan de kwaliteitsklasse wonen en de grond of baggerspecie uit het grondwaterbeschermingsgebied afkomstig is; b. Het baggerspecie betreft die vrijkomt bij regulier onderhoud van watergangen en op het aangrenzend perceel wordt verspreid, met het oog op het herstellen of verbeteren van deze percelen; c.
Wanneer het een grootschalige bodemtoepassing betreft en door middel van onderzoek wordt aangetoond dat door de toepassing de risico's op verontreiniging van het grondwater voor de betreffende drinkwaterwinning niet toenemen, de grond of baggerspecie uit het grondwaterbeschermingsgebied afkomstig is en de kwaliteit van de grond of baggerspecie de maximale waarden van de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt. Grondwaterbeschermingsgebieden onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet dienen provincies te beschikken over een omgevingsverordening. De omgevingsverordening vervangt onder meer de PMV. Daar de Wet bodembescherming vervalt op het moment de Omgevingswet van kracht wordt, zijn in de omgevingsverordening aanvullende regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Voor gemeenten zijn in de omgevingsverordening instructieregels opgenomen, welke opgenomen dienen te worden in het omgevingsplan. Deze instructieregels zijn eenvoudig opvraagbaar via de viewer van de omgevingsverordening4.
3.2
Beleidsregel De gemeente toetst bij de melding grondverzet of de voorgenomen toepassing plaatsvindt binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Voor de contouren van de grondwaterbeschermingsgebieden wordt aangesloten bij de contouren die door de provincie zijn aangegeven. Indien de toepassing plaatsvindt binnen een grondwaterbeschermingsgebied, toetst de gemeente het volgende:
3 https://www.brabant.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid 4 https://noord-brabant.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930InterimOvrgc-1220
Blad 11 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
1.
De kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie binnen de waterwingebieden en 25- en 100-jaarsbeschermingszones dient aantoonbaar te voldoen aan de kwaliteit AW2000; 2. Indien de kwaliteit van de ontvangende bodem binnen het 25- of 100jaarsbeschermingszone reeds gelijk is aan of slechter is dan de klasse wonen, mag grond of baggerspecie op deze locatie worden toegepast indien: a. De kwaliteit de maximale waarden voor de klasse wonen niet overschrijdt; b. De partij afkomstig is uit hetzelfde beschermingsgebied als waarin wordt toegepast; 3. De toe te passen partij baggerspecie betreft baggerspecie welke is vrijgekomen bij regulier onderhoud van de watergang en wordt op het aangrenzende perceel verspreid, met het oog op het herstellen of verbeteren van het perceel; 4. Indien het een grootschalige toepassing betreft, dient de partij aan de volgende eisen te voldoen: a. Door middel van onderzoek is aangetoond dat door de toepassing de risico's op verontreiniging van het grondwater voor de betreffende drinkwaterwinning niet toenemen; b. De grond of baggerspecie is uit het beschermingsgebied afkomstig; c. De kwaliteit van de grond of baggerspecie overschrijdt niet de maximale waarden van de kwaliteitsklasse wonen. Indien aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, kan de gemeente Bergeijk medewerking verlenen aan de voorgenomen toepassing.
Blad 12 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
4
Thermisch gereinigde grond
4.1
Onderbouwing De gemeente Bergeijk heeft tot doel gesteld hergebruik van grond zoveel mogelijk te stimuleren zonder daarmee de duurzame eigenschappen van de bodem te belemmeren. Het toepassen van gereinigde grond past binnen dit kader. Door het toestaan van thermisch gereinigde grond (TGG) op vooraf geselecteerde locaties wordt op een duurzame en verantwoorde manier omgegaan met grondstromen. Op dit moment speelt een landelijke discussie en zijn er onderzoeken gaande betreffende de bijzondere eigenschappen van TGG. Er zijn aanwijzingen dat in het huidige wettelijke kader voor het toepassen van grond, onvoldoende rekening wordt gehouden me deze eigenschappen van TGG, bijvoorbeeld het uitlooggedrag. De gemeente wil de kwaliteit van de bodem binnen haar beheergebied beschermen en wenst daarom voorafgaande aan de toepassing van TGG aanvullend bewijs voor de kwaliteit en beperkt de mogelijkheden voor toepassing van TGG tot locaties waarvan verwacht wordt dat deze weinig tot geen risico’s voor het milieu kunnen opleveren. Thermisch gereinigde grond is soms geschikt voor hergebruik als bodem. In het algemeen kan gereinigde grond nuttig worden toegepast in werken zoals geluidswallen, wegenbouw, verwerking in de beton- en asfaltindustrie of als afdeklaag op stortplaatsen.
Om hergebruik van gereinigde grond verder te bevorderen mag gereinigde grond met de maximale kwaliteitsklasse industrie worden toegepast. Hieruit volgt dat de mogelijke toepassingslocaties gebieden zijn die op de toepassingskaart reeds toepassingskwaliteit industrie hebben óf gebieden die door de gemeenteraad zijn aangewezen als gebieden waar de bodemkwaliteit mag verslechteren.
4.2
Beleidsregel De gemeente Bergeijk toetst bij de melding van het toepassen van thermisch gereinigde grond binnen haar grondgebied of aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. Voorafgaande aan de uitvoering is een plan van aanpak ter beoordeling ingediend bij de gemeente Bergeijk en goedgekeurd door de gemeente Bergeijk. In dit plan dient de omvang, ligging en beheer van de toepassing te zijn uitgewerkt; b. De partij is gereinigd conform de normen van de BRL 7500. Dit bewijs wordt toegevoegd aan de melding; c. Bij de melding wordt aangetoond dat de gehele partij afkomstig is uit de gemeente Bergeijk; d. Door middel van partijkeuring conform de BRL SIKB 1001 is aangetoond dat de kwaliteit van de partij voldoet aan de klasse industrie of beter. Hierbij dient de grond onderzocht te zijn op alle parameters die in thermische gereinigde grond te verwachten zijn. De keuring wordt toegevoegd aan de melding; e. Er is door middel van onderzoek aangetoond dat er geen uitloging uit de partij plaatsvindt. Het rapport van het onderzoek wordt toegevoegd aan de melding; f. De eigenaar en de eventuele toekomstige eigenaar van de toepassingslocatie expliciet instemmen met de toepassing. Bewijs hiervan wordt toegevoegd aan de melding.
Blad 13 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Indien aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, kan de gemeente Bergeijk medewerking verlenen aan de voorgenomen toepassing.
Blad 14 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
5
Procedure en asbestonderzoek bij slopen
5.1
Onderbouwing Een bodemonderzoek is conform de Bouwverordening van de gemeente Bergeijk (Bouwverordening Bergeijk 2009) onderdeel van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen (artikel 2.1.5 van de bouwverordening). In het geval het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. De aanwezigheid van asbestvezeldaken, veelal toegepast op oude opstallen en bouwwerken in het buitengebied, kunnen leiden tot bodemverontreiniging met asbest. Door verwering en neerslag kunnen losgekomen asbestvezels namelijk in de bodem terechtkomen en zo bodemverontreiniging veroorzaken. Dit vindt met name plaats in de drupzone van het asbestdak, indien er geen hemelwaterafvoer aanwezig is (zoals in het geval in figuur 2 hieronder). Door de sloopwerkzaamheden en betrokken activiteiten kunnen asbestverdachte bodemlagen (onopzettelijk) verspreid raken over de slooplocatie. Hierdoor is het mogelijk dat een asbestonderzoek na de sloopwerkzaamheden de asbestsverontreiniging niet of onvoldoende in kaart kan brengen, of dat een onnodig groot oppervlakte wordt besmet met asbest. In het kader van bodemkwaliteit, de efficiëntie van onderzoek en het beschermen van de volksgezondheid, wil de gemeente Bergeijk de bovenstaande situatie te voorkomen.
Derhalve wordt in afwijking van het gestelde in de Bouwverordening in artikel 2.1.5, lid 5, vastgesteld dat het bodemonderzoek in bepaalde gevallen uitgevoerd dient te worden voorafgaande aan de sloop.
Figuur 2: Voorbeeld van de drupzone zonder verharding onder een asbestverdacht dak
Blad 15 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Asbest en PCB’s Vanaf eind jaren 60 zijn asbestplaten behandeld met polychloorbifenylen (PCB’s) om aangroei van planten tegen te gaan. Plantengroei op asbestcementdaken leidt namelijk tot meer erosie. Om deze reden is het mogelijk dat naast het vrijkomen van asbestvezels, deze daken ook leiden tot verontreiniging van de bodem met PCB’s. Derhalve dient, voorafgaande aan de sloop van panden met asbestcementdaken welke zijn aangelegd vanaf 1970, óók bodemonderzoek naar PCB’s plaats te vinden.
5.2
Beleidsregel De gemeente Bergeijk toetst bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen in bepaalde gevallen of een aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van de drupzone van het dak is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. De gemeente toetst aan de volgende eisen: 1. Er dient voorafgaande aan de sloop van het bouwwerk een asbestonderzoek conform een gepaste strategie van de NEN 5707, van de bovengrond en op de verdachte locatie verricht te zijn, in het geval bij deze aanvraag aan alle drie de volgende eisen wordt voldaan: a. Er is aanleiding om aan te nemen dat het dak van het bouwwerk asbesthoudend is; b. Er is geen of een niet-functionerende hemelwaterafvoer aanwezig; c. Ter plaatse van de drupzone is geen verharding aanwezig. De resultaten van dit asbestonderzoek zijn gerapporteerd of aangeleverd tezamen met het bodemonderzoek dat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen ingediend wordt. 2. Het onderzoek zoals genoemd in het voorgaande lid, wordt uitgebreid met een bodemonderzoek conform de NEN 5740 ter plaatse van de drupzone, voor de stofgroep PCB’s. Dit aanvullende bodemonderzoek wordt geëist indien het dak als asbestverdacht is aangemerkt én indien het dak is aangelegd vanaf 1970. Indien aan de bovenstaande eisen wordt voldaan, neemt de gemeente Bergeijk de vergunningsaanvraag in behandeling.
Blad 16 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
6
Wegen en wegbermen
6.1
Onderbouwing De bodemkwaliteitskaart wordt in principe niet representatief geacht voor de wegen en wegbermen buiten de bebouwde kom, alsmede spoorbermen c.q. de spoorzone. Om grondverzet van met name wegbermen binnen het beheergebied van de gemeente Bergeijk toch tot op zekere hoogte mogelijk te maken, heeft de gemeente Bergeijk hiervoor enkele praktische regelingen opgesteld, welke in navolgende paragrafen zijn uitgewerkt. Voor de begrenzing van de bermen wordt aangesloten bij de volgende figuren. Deze figuren zijn afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009).
Figuur 3: Begrenzing bermen
De wegbermen buiten de bebouwde kom die niet bij doorgaande wegen horen, vallen over het algemeen binnen gebieden met de ontgravingskwaliteit Achtergrondwaarden. Het gaat hierbij met name om kleine wegen in het buitengebied, zowel verhard als onverhard. Verwacht wordt dat de kwaliteit van de bermen overeenkomstig is met de kwaliteit van het omringende gebied. Vrijkomende partijen uit deze bermen zijn vrij toepasbaar op basis van de bodemkwaliteitskaart en in combinatie met de regels zoals zijn opgenomen in deze Nota.
6.1.1
Wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied Uit de praktijk blijkt dat wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied over het algemeen heterogeen verontreinigd zijn als gevolg van verkeersactiviteiten (o.a. olielekkages en depositie van uitlaatgassen) en onderhoud (o.a. teerhoudende kleeflagen). Hierdoor is het vaak niet mogelijk om wegbermen als zone in de bodemkwaliteitskaart op te nemen. Gevolg hiervan is dat de milieuhygiënische kwaliteit van uit de bermen vrijkomende grond, waarvan men voornemens is om deze elders toe te passen, altijd met een partijkeuring dient te worden aangetoond.
Blad 17 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Daarom heeft de gemeente Bergeijk, voor de wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied, gebiedsspecifiek beleid bepaald. Dit gebiedsspecifieke beleid houdt in dat: De wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied worden apart gezoneerd (zone 4); De wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied krijgen de functieklasse industrie toegewezen; De wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied krijgen voor de bovengrond de ontgravingskwaliteitsklasse industrie toegewezen; Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om bermgrond die uit het buitengebied vrijkomt, ook weer binnen wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hieraan worden wel een aantal voorwaarden gesteld, namelijk: De vrijkomende bermengrond (bovengrond) kan binnen het beheergebied van de gemeente Bergeijk uitsluitend in dezelfde toepassingszone (industrie) worden toegepast. In de praktijk betekent dit ter plaatse van andere bermen van doorgaande wegen in het buitengebied kan worden toegepast; Uit het vooronderzoek dan wel de Toets herkomst blijkt geen aanleiding tot verdachtmaking van de partij, anders dan de afspoeling van de naastgelegen weg; Bermgrond afkomstig van een bekende zinkassenwegen (zone 5 van de zonekaart) kan uitsluitend worden toegepast na partijkeuring of een bodemonderzoek met passende strategie.
Onder de bovenstaande voorwaarden is grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart mogelijk in combinatie met een volledig en correct ingevuld formulier Toets herkomst (zie hiervoor ook bijlage 2). Naast bermgrond kunnen overige partijen welke voldoen aan de kwaliteitsklasse industrie worden toegepast ter plaatse van bermen van doorgaande wegen (zone 4). Bermgrond kan altijd conform het besluit bodemkwaliteit worden hergebruikt binnen het project/op locatie.
6.1.2
Grondstromen van zinkassenwegen In de regio komen op verschillende plekken zinkassenwegen voor. Deze zinkassenwegen hebben op veel plekken gezorgd voor bodemverontreiniging met o.a. zware metalen, zowel ter plaatse van de weg als ter plaatse van de naastgelegen berm. In de bodemkwaliteitskaart zijn deze vastgestelde en verdachte locaties op het voorkomen van zinkassenwegen dan ook als aparte zone aangemerkt (zone 5). Voor deze zone geldt dat de bodemkwaliteitskaart geen erkend bewijsmiddel is en daarom is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor het toepassen van grond ter plaatse van zinkassenwegen (zone 5) wordt aangesloten bij het generieke kader. Dit betekent dat de bodemfunctie ter plaatse maatgevend is. Hieruit volgt dat de kwaliteit van het toe te passen materiaal moet voldoen aan de kwaliteitsklasse industrie.
Blad 18 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Realisatie van inritten In het geval een particulier een inrit wilt realiseren ter plaatse van een zinkassenweg geldt het volgende: De bovengrond ter plaatse van de te realiseren inrit dient middels een bodemonderzoek (conform NEN 5740, strategie VED-HE) te worden onderzocht op de aanwezigheid van verdachte parameters (metalen); Gezien naar verwachting eventuele bodemverontreiniging van de zinkassenweg met name aanwezig is in de bovengrond, wordt in het bodemonderzoek minimaal de bovengrond onderzocht; De rapportage van dit bodemonderzoek wordt aangeboden aan het bevoegd gezag (de gemeente); De door onderzoek bepaalde bodemkwaliteit bepaalt de afzetmogelijkheden van deze vrijkomende grond. In het geval de vrijkomende grond dermate verontreinigd is dat het niet nabij de locatie kan worden toegepast, dient de grond afgevoerd te worden via een erkend verwerker.
6.2
Beleidsregels De gemeente Bergeijk toetst bij het ontvangen van de melding van het toepassen van grond ter plaatse van wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied of aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. De partij is afkomstig uit een wegberm van een doorgaande weg, buiten de bebouwde kom en binnen het beheergebied van de gemeente Bergeijk óf de partij is afkomstig uit het beheergebied van de gemeente Bergeijk en voldoet op basis van een NEN 5740onderzoek met passende strategie dan wel een partijkeuring conform de BRL SIKB 1001 aan de kwaliteitsklasse industrie; 2. Deze vrijkomende bermengrond kan binnen het beheergebied van de gemeente Bergeijk uitsluitend worden toegepast op locaties die zijn aangewezen als toepassingskwaliteit industrie; 3. Uit het vooronderzoek dan wel de Toets herkomst blijkt geen aanleiding tot verdachtmaking van de vrijkomende bermgrond, anders dan de afspoeling van de naastgelegen weg; 4. Bermgrond afkomstig van een bekende zinkassenwegen (zie hiervoor het kaartmateriaal van de bodemkwaliteitskaart) kan uitsluitend worden toegepast na partijkeuring conform de BRL SIKB 1001 of een bodemonderzoek conform de NEN 5740 met een passende strategie; 5.
Voor de definitie van een berm van zowel de ontgravingslocatie als de toepassingslocatie wordt aangesloten bij de brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009); 6. Aan de overige voorwaarden die gelden bij een melding van grondverzet moet worden voldaan. Indien aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, kan de gemeente Bergeijk medewerking verlenen aan de voorgenomen toepassing. Indien de aan te leggen inrit gesitueerd wordt aan een weg die is aangemerkt als zinkassenweg (zie het kaartmateriaal in de bodemkwaliteitskaart), toetst de gemeente Bergeijk bij de melding
Blad 19 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
of de volgende aanvullende informatie bij de melding voor het aanleggen van een inrit is meegezonden: 1. Een bodemonderzoek conform NEN 5740, strategie VED-HE, uitgevoerd voorafgaande aan de werkzaamheden, van de bovengrond ter plaatse van de te realiseren inrit. In het onderzoek is minimaal onderzoek verricht naar de aanwezigheid van verdachte parameters (metalen). De rapportage van dit bodemonderzoek wordt tezamen met de melding aangeboden aan de gemeente Bergeijk. Indien aan de bovenstaande voorwaarde is voldaan, kan de gemeente Bergeijk medewerking verlenen aan de voorgenomen realisatie.
Blad 20 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
7
Nul-situatieonderzoek
7.1
Onderbouwing Door het uitvoeren van een nul-situatiebodemonderzoek wordt de beginsituatie vastgesteld voorafgaand aan een activiteit. Wanneer een bedrijf haar bodembedreigende bedrijfsactiviteiten definitief staakt, moet in het kader van het Activiteitenbesluit (artikel 2.11) een eind-situatieonderzoek worden uitgevoerd. De resultaten van dit eind-situatie-onderzoek worden op dat moment vergeleken met die van het nul-situatie-onderzoek. Op basis hiervan kan bepaald worden of de activiteiten op de locatie hebben geleid tot een bodemverontreiniging. Bij het aantreffen van een verontreiniging, dient te worden gesaneerd tot de concentraties die zijn gemeten in het nul-situatieonderzoek. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het Activiteitenbesluit ingetrokken. De algemene regels met betrekking tot activiteiten zoals opgenomen in het BAL zijn vanaf dat moment van kracht. Met de ingang van de Omgevingswet wijzigt de verplichting tot het vastleggen van de nul-situatie voorafgaande aan de aanvang van een bodembedreigende activiteiten. Deze wordt niet meer verplicht gesteld m.u.v. IPPC-installaties (RIE art.22, Or artikel 7.27). Dit is beschreven in artikel 7.27 van de Omgevingsregeling. Het eind-situatieonderzoek blijft na ingang van de Omgevingswet verplicht en is beschreven in paragraaf 5.2.1 van het BAL (eindonderzoek bodem).
In het geval de nul-situatie niet is vastgelegd voorafgaande aan de activiteit, dienen na het stoppen van de activiteit, de gemeten concentraties uit het eind-situatieonderzoek te worden getoetst aan de gemiddelde concentraties van de statistiekbladen van de ontgravingskaart. Wanneer hogere waarden gemeten zijn, is formeel sprake van een verontreiniging welke is ontstaan door de activiteit. Deze verontreiniging dient op basis van zorgplicht gesaneerd te worden tot minimaal de ontgravingskwaliteit zoals aangegeven in de bodemkwaliteitskaart. Deze sanering is tevens verplicht in het geval er (slechts) een lichte verontreiniging is ontstaan. De initiatiefnemer heeft wel de mogelijkheid om een nul-situatieonderzoek uit te voeren. Indien wordt gekozen voor een vrijwillig nul-situatieonderzoek, wordt degene die de activiteit verricht uitsluitend verantwoordelijk beschouwd voor de eventuele toegevoegde verontreiniging. De gemeente Bergeijk acht het onwenselijk dat, in het geval geen nul-situatieonderzoek is uitgevoerd, er gesaneerd dient te worden tot de diffuse bodemkwaliteit van het gebied. Om deze situatie te voorkomen, eist de gemeente dat, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorafgaande aan de start van de bodembedreigende bedrijfsactiviteit, een nulsituatieonderzoek wordt uitgevoerd en aan de gemeente ter beoordelig wordt ingediend.
Het uitvoeren van bodemonderzoek en eventueel herstel van de bodemkwaliteit dient uitgevoerd te worden door erkende personen en bedrijven in het kader van de BRL 2000, 6000 dan wel 7000.
7.2
Beleidsregel De gemeente Bergeijk geeft toestemming aan de start van een bodembedreigende activiteit na het ter beoordeling indienen van en nul-situatieonderzoek die conform de NEN 5740 uitgevoerd
Blad 21 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
dient te worden en waar instemming op wordt verleend. Het nul-situatieonderzoek wordt getoetst aan de volgende voorwaarden: 1. Het nul-situatieonderzoek richt zich minimaal op de bodembedreigende stoffen die door de werkzaamheden ter plaatse een bedreiging voor de bodemkwaliteit vormen en op de plaatsen waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden dan wel zullen plaatsvinden; 2. Uiterlijk binnen drie maanden na oprichting van de inrichting, een rapport met de resultaten van het nul-situatieonderzoek toegestuurd wordt aan het bevoegd gezag; 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd onderscheidenlijk opgesteld door een persoon of een instelling die daartoe beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit.
Blad 22 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
8
Toepassingseisen bodemfunctie natuur
8.1
Onderbouwing Gebieden met de bodemfunctie landbouw en bodemfunctie natuur hebben op de ontgravingskaart over het algemeen de bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarden. Hieruit volgt dat in principe vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart mogelijk is tussen deze gebieden met verschillende bodemfuncties. Echter, het is met het oog op het behoud van bossen en stuifzandgebieden niet wenselijk dat nutriëntenrijke landbouwgrond wordt toegepast binnen dergelijke (nutriëntenarme) natuur. Om deze reden is op de bodemfunctiekaart onderscheid gemaakt tussen deze bodemfuncties (zie ook de bodemfunctiekaart). Om de natuur in de gemeente Bergeijk te beschermen wordt het volgende bepaald: Partijen (bovengrond én ondergrond) afkomstig uit gebieden met bodemfunctie landbouw, kunnen uitsluitend op basis van de bodemkwaliteitskaart ter plaatse van een gebied met bodemfunctie natuur worden toegepast indien de partij wordt toegepast als zandpad (zoals onverharde weg/voetpad); In alle andere gevallen waarbij een partij ter plaatse van bodemfunctie natuur wordt toegepast, wordt aangesloten bij het generieke toepassingskader (bijlage 1). Dit betekent in de praktijk dat de kwaliteit van de toe te passen partij aan de kwaliteitsklasse achtergrondwaarden dient te voldoen.
8.2
Beleidsregel De gemeente Bergeijk toetst bij de melding van toepassen van een partij ter plaatse van een locatie met de bodemfunctie natuur (zoals aangegeven op de bodemfunctiekaart) of de partij afkomstig is uit een gebied met bodemfunctie landbouw. Als dat zo is, toetst de gemeente of de toepassing aan de volgende voorwaarden voldoet: 1. De partij wordt toegepast als zandpad (onverharde weg/voetpad); 2. Aan de overige eisen voor het toepassen van partijen op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt voldaan. Indien de toe te passen partij aan de bovengenoemde voorwaarden voldoet, kan de gemeente medewerking verlenen aan deze toepassing. In alle andere gevallen waarbij een partij ter plaatse van bodemfunctie natuur wordt toegepast, dient de kwaliteit van de toe te passen partij aan de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde te voldoen.
Blad 23 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
9
Beheer Japanse duizendknoop
9.1
Onderbouwing Het thema aanpak en beheer van de Japanse duizendknoop wordt binnen de gemeente Bergeijk vormgegeven door het hanteren van het Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen (Aequator Groen & Ruimte, Stichting Probos & Geofoxx milieuexpertise, 2019). In de volgende alinea’s zijn de belangrijkste aspecten van dit protocol opgenomen en wordt aangegeven wat de verplichtingen zijn voor de initiatiefnemer/aannemer. Invasieve exoten zijn zowel planten als dieren, die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gekomen door menselijk handelen. Door afwezigheid van natuurlijke vijanden, kunnen ze razendsnel groeien en verspreiden. Door de zeer krachtige groei van met name de wortels treedt schade op in zowel natuurgebieden (verdrukking inheemse flora) en het stedelijk gebied (schade aan infrastructuur, oevers, waterkeringen en funderingen). De plant is namelijk zeer sterk in vegetatieve vermeerdering: losgekomen plantdelen zoals de stengels en de wortels lopen eenvoudig uit wanneer deze in contact komen met grond en vormen een nieuwe plant. Er zijn meerdere soorten Aziatische duizendknopen, welke in dit document aangeduid worden als Japanse duizendknoop. Beheermaatregelen Verspreiding van de Japanse duizendknoop kan voorkomen worden door maatregelen te nemen tijdens (onderhouds-)werkzaamheden op en nabij groeilocaties.
Door het herkennen van de Japanse duizendknoop kan een groot deel van de verspreiding voorkomen worden. Indien nieuwe groeiplaatsen worden ontdekt bij werkzaamheden dient dit gemeld te worden bij de gemeente. Bij uitvoering van maaiwerkzaamheden of bij andere (grond)werkzaamheden op groeizones, dienen de uitvoerenden de duizendknoop te kunnen herkennen in het veld. In de gemeente Bergeijk wordt een bekende groeizone van de duizendknoop aangeduid door middel van paaltjes met een geelgekleurde bovenkant. Bij het aantreffen van nieuwe groeilocaties of tijdens (onderhouds-)werkzaamheden kunnen groeiplaatsen in het veld ook tijdelijk gemarkeerd worden door middel van piketpaaltjes, afzetlint of bouwhekken. In dat geval wordt de groeizone achteraf (wederom) met gele paaltjes door de gemeente gemarkeerd. Bij het maaien van groeizones dient het maaisel zeer zorgvuldig te worden verzameld, afgedekt en afgevoerd naar een Erkende Verwerker Invasieve Exoten (zie het register op www.bvor.nl/invasieve-exoten). Na afloop van (maai)werkzaamheden op een groeizone, dient al het materieel (machines, gereedschappen, kleding, etc.) zorgvuldig op locatie schoongeborsteld te worden. Gebruik voor het maaien van duizendknoop bij voorkeur een maai-zuigcombinatie. Een maaibalk met directe afvang, een bosmaaier met zaagblad en handmatig maaien met een zeis zijn ook toegestaan.
Klepelen is ongeschikt en niet toegestaan omdat hierbij versnippering optreedt. Grond waarin de Japanse duizendknoop aanwezig is en grond binnen een bufferzone van 2 meter rondom de groeizone, wordt in principe niet verplaatst om zo verspreiding te voorkomen. Indien
Blad 24 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
deze grond toch verplaatst moet worden, dan is dit uitsluitend mogelijk onder de volgende voorwaarden: Grond ter plaatse van de groeizone van de Japanse duizendknoop én binnen 2 meter rondom de groeizone wordt zorgvuldig verplaatst naar een apart ingericht depot; Het depot wordt van het maaiveld gescheiden door middel van geotextiel; Het depot wordt aan het eind van de dag overdekt met geotextiel om verwaaiing te voorkomen. Het verwerken van de grond is niet toegestaan bij harde wind (Beaufort 7 of hoger); Het depot wordt duidelijk gemarkeerd; Betrokken machines worden bij verlaten van de groeizone/depot op de groeizone of boven het depot schoongeborsteld. Verspreiding van plantenresten moet worden voorkomen. De vrijgekomen grond van een groeilocatie van de Japanse duizendknoop kan uitsluitend onder de volgende voorwaarden binnen de grenzen van de gemeente Bergeijk worden toegepast: Op dezelfde locatie tenzij er voor volledige verwijdering van de groeizone gekozen is; Onder minimaal 3 meter grond. Op deze diepte raken de wortels verstikt, waardoor ze uitsterven; Na een thermische behandeling gericht op het steriliseren van de grond; Afgedekt voor minimaal 3 jaar onder een stevig folie met daarop een laag grond van minimaal 30 cm; Indien na toepassing wordt behandeld met glyfosaat (Roundup).
Hierbij dienen opkomende scheuten te worden geïnjecteerd met glyfosaat tijdens de groeiperiode. De behandeling dient over het algemeen meerdere keren te worden herhaald. Bedrijven en beheerders dienen voor het gebruik van glyfosaat een ontheffing aan te vragen bij het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Indien een initiatiefnemer een andere behandelmethode wil toepassen om duizendknoop uit de partij te verwijderen dan de hierboven genoemde methodes, dient overleg plaats te vinden tussen het bevoegd gezag en de initiatiefnemer.
9.2
Beleidsregel De gemeente Bergeijk toetst bij de melding van grondverzet van partijen met Japanse duizendknoop of wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De partij wordt toegepast: 1. Op dezelfde locatie als waaruit deze is ontgraven, tenzij er voor volledige verwijdering van de groeizone gekozen is; 2. Onder minimaal 3 meter grond; 3. Na een thermische behandeling, gericht op het steriliseren van de grond; 4. Afgedekt voor minimaal 3 jaar onder een stevig folie met daarop een laag grond van minimaal 30 cm; 5. En indien na toepassing de plant wordt behandeld met glyfosaat (Roundup). Hierbij dienen opkomende scheuten te worden geïnjecteerd met glyfosaat tijdens de groeiperiode. De behandeling dient over het algemeen meerdere keren te worden herhaald. Bedrijven en beheerders dienen voor het gebruik van glyfosaat een ontheffing aan te vragen bij het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden).
Blad 25 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
Indien aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, kan de gemeente Bergeijk medewerking verlenen aan de voorgenomen toepassing. Grond die besmet is met Japanse duizendknoop mag niet worden vermengd met grond die vrij is van deze exoot.
Blad 26 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk
10
Verlengen geldigheidsduur bodemonderzoek
10.1
Onderbouwing De geldigheidsduur van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 verloopt in de meeste gevallen na 5 jaar. Deze geldigheidsduur is afkomstig uit het rapport ‘Bouwen op verontreinigde grond’ (VNG, 1995). Deze geldigheidsduur kan maximaal 2 jaar worden verlengd indien aangetoond kan worden dat op de locatie geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Dit wordt aangetoond door middel van een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725. Als de initiatiefnemer beschikt over een bodemonderzoek conform de NEN 5740 van meer dan 5 jaar maar maximaal 10 jaar oud, mag worden volstaan met een aanvullend bodemonderzoek van alleen de bovengrond (aantal boringen en analyses conform NEN 5740). Voorwaarde in beide instanties is wel dat de inrichting en/of het gebruik van de locatie sinds de uitvoering van het bodemonderzoek niet zijn veranderd. Daarnaast, indien een sterke verontreiniging is aangetoond bij het eerste bodemonderzoek, kan de rapportage niet met 2 jaar worden verlengd maar is na verloop altijd een actualiserend bodemonderzoek noodzakelijk. Indien bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden na uitvoering van het eerste bodemonderzoek, dient het bodemonderzoek altijd geactualiseerd te worden. De opzet van het actualiserend bodemonderzoek is afhankelijk van de aard en omvang van de bodembedreigende activiteiten.
Hiertoe dient de NEN 5740 gevolgd te worden.
10.2
Beleidsregel Gemeente Bergeijk toetst van de binnengekomen bodemonderzoeken conform NEN 5740 op de verlooptijd van 5 jaar. Onder de volgende voorwaarden accepteert de gemeente een verlenging van maximaal 2 (na de oorspronkelijke verlooptijd van 5 jaar), op voorwaarde dat: 1. Is aangetoond, middels een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725, dat de bodemkwaliteit niet negatief is beïnvloed door bodembedreigende activiteiten; 2. De inrichting en/of het gebruik van de locatie sinds de uitvoering van het bodemonderzoek niet zijn veranderd, dan wel aannemelijk kan worden gemaakt dat de verandering in gebruik geen negatieve impact op de bodemkwaliteit heeft meegebracht; 3. Er geen sterke verontreiniging is aangetoond bij het eerste bodemonderzoek.
Blad 27 van 30
Nota Bodembeheer Gemeente Bergeijk projectnummer 0467844.100 30 september 2021 revisie 01 Gemeente Bergeijk