Kadernota Kunst en Cultuur 2010 - 2013
Tekst van het document
op korte termijn kwaliteitsimpuls geven aan de huidige huisvesting in de vorm van renovatie en modernisering 2. op lange termijn nieuwbouw waarbij meerdere culturele instellingen onder een dak worden gebracht, zoals Art4U, De Kattendans en bibliotheek 3. blijvend investeren in jeugd-en jongeren aanbod op het gebied van muziekcultuur o.a. door meer subsidiemogelijkheden 4. stimuleren van de ontwikkeling van Art4U tot Centrum Kunstzinnige Vorming door uitbreiding van cursusaanbod overige disciplines, eventueel in samenwerking met De Kattendans 5. stimuleren van actieve samenwerking en uitwisseling tussen amateurverenigingen, onderwijs en Art4U, voor zover relevant door bemiddeling van het Cultuurpunt Bergeijk. 3.3.5.2. Muziekverenigingen De gemeente Bergeijk is rijk aan amateur-muziekverenigingen in de vorm van harmonieën en fanfares. De grootste is Koninklijke Harmonie Echo der Kempen, met in totaal zo’n 200 leden. Daarnaast zijn Harmonie en drumband ’Theodatus’ in Luyksgestel, Harmonievereniging Riethoven, Fanfare ‘Irene’ en Accordeonvereniging ‘De Lustige Klanken’ actief. Verder kent Bergeijk nog diverse blaaskapellen, orkesten, kinder- en ouderenkoren. Koninklijke Harmonie Echo der Kempen is de grootste amateur-muziekvereniging in Bergeijk. Het bestuur stelt zich de actieve beleving van het muzikale verenigingsleven binnen de Bergeijkse gemeenschap ten doel.
Een andere doelstelling is onder andere het bereiken van de muzikale top. Dit doet men door deel te nemen aan landelijke en internationale concoursen, waarmee men zeer succesvol is. Een van haar kerntaken is het opvoeden en betrekken van de jeugd bij de harmonie.
27
Echo der Kempen is opgericht in 1887 als fanfare en werd daarmee een van de vele dorpsorkesten met aanvankelijk een puur plaatselijke reputatie. Eind 1950 verkreeg de fanfare het predicaat Koninklijk. In 1961 besloot de vereniging de instrumentatie te veranderen en verder te gaan als harmonie. Koninklijke Harmonie Echo der Kempen bestaat momenteel uit een harmonieorkest met ca. 80 leden. Daarnaast kent Echo der Kempen ook een Slagwerkgroep van ca. 20 leden, de slagwerkgroep YEP met ca. 30 leden, een jeugdorkest van ca. 35 leden en een pieporkest van ca. 10 leden. Samen met de vaandeldragers en bestuursleden telt de Harmonie in totaal ca. 200 leden. Het ledental zal in de toekomst vergrijzen, mits men meer jeugdleden weet te trekken. Hier zet Echo der Kempen actief op in met allerlei activiteiten en voorzieningen, zoals pilotprojecten op scholen en het faciliteren van instrumenten en muziekstukken. Echo der Kempen stemt haar activiteiten af met de andere muziekverenigingen en met Art4U, waarmee men samenwerkt in de vorm van educatieve projecten. De uitvoeringen en concoursen die Echo der Kempen meerdere malen per jaar verzorgd worden zeer goed bezocht en de Harmonie wordt zeer gewaardeerd in de Bergeijkse gemeenschap. Zij speelt hierin ook een actieve rol als het gaat om publieke optredens tijdens lokale en regionale festivals en openbare evenementen.
Naast de capaciteitsproblematiek wordt als knelpunt gesignaleerd dat de huidige gemeentelijke subsidie niet toereikend is voor de uitvoering van de kerntaken van Echo der Kempen. Met name het faciliteren van instrumenten en muziekstukken, dat men als een basisvoorziening aanbiedt aan de leden, is een kostbare voorziening. Speerpunten en actiepunten gemeente 1. aandacht voor capaciteitsproblemen voor repetitie, opslag en uitvoering voorstellingen in De Kattendans
3.3.5.3. Cultuureducatie Een van de cultuurimpulsen aan het cultuurbeleid in Bergeijk van de laatste jaren is de oprichting per 1 augustus 2008 van een markplaats cultuureducatie. Deze draagt in Bergeijk de naam Cultuurpunt Bergeijk. De markplaats is een soort makelaarsidee waarmee de vraag van scholen, basis- en voortgezet onderwijs en het aanbod van plaatselijke en regionale culturele instellingen op elkaar worden afgestemd en waardoor nieuw aanbod wordt ontwikkeld. Dit betreft zowel professionele aanbieders als aanbieders in het amateurkunstenveld. De gemeente Bergeijk streeft ernaar dat actieve, receptieve en reflectieve kunstbeleving door en voor kinderen deel uitmaakt van hun schoolloopbaan. Zij wil kinderen al op jonge leeftijd kennis laten maken met kunst en cultuur. De activiteiten van het cultuurpunt Bergeijk zijn hierop gericht, waaronder: •
inventarisatie van vraag en aanbod
•
advisering en informatie
•
bemiddeling en afstemming
28
Een uitgebreid overzicht van taken van de markplaats is te vinden in het rapport “Scholen met, voor en door Kunst en Cultuur”, (juli 2008). Dit moet uiteindelijk leiden naar een verbeterde inbedding van cultuureducatie in het beleid van cultuuraanbieders, onderwijsinstellingen en de gemeente en tot één loket voor alle vormen van cultuureducatie, inclusief erfgoed. Hierbij wordt ook de samenwerking met het amateurkunstenveld als belangrijk ervaren en betrokken. In de nabije toekomst is het advies om lopende educatieve projecten die voor een deel een ad-hoc of incidenteel karakter dragen, zoals van de bibliotheek en het Eicha-musuem, op te nemen in de programmering van het Cultuurpunt Bergeijk. Hierdoor wordt er meer overzicht en een centrale loketfunctie gecreëerd. Dit dient uiteraard in overleg met de instellingen te gebeuren. Met haar kernfuncties richt het Cultuurpunt Bergeijk zich op een werkgebied dat zo’n 18.000 inwoners telt waarvan 1800 leerlingen naar school gaan verspreid over een tiental basisscholen. Aangezien Bergeijk geen voortgezet onderwijs kent richt het cultuurpunt zich alleen op basisscholen. Van 1-1-2009 tot 31-12-2012 is het project onderdeel van het Fonds voor de Cultuurparticipatie van de provincie. Aan de hand van jaarlijkse evaluaties wordt vastgesteld of de markplaats beantwoordt aan de doelstellingen.
Indien deze ervaringen positief zijn ontstaan er gronden dit als permanent onderdeel te maken van het cultuureducatie-, respectievelijk jeugdbeleid van de gemeente. Speerpunten en actiepunten gemeente 1. coördineren en stimuleren van de inhoudelijke, programmatische aansturing van de stuurgroep 2. jaarlijkse evaluatie van de activiteiten 3. opstellen van een meerjarenfinanciering na 2012
3.4 Culturele communicatie Om het culturele vermogen van de Bergeijkse gemeenschap beter zichtbaar te maken dienen er in de komende periode een aantal beleidsinstrumentaria ingesteld te worden. 1.In samenspraak met de culturele instellingen, VVV en/of Uit in Brabant dient een communicatieplan te worden opgesteld waarin onder andere een culturele agenda wordt opgenomen en waarin nieuwe activiteiten worden belicht 2. Op de gemeentelijke website moet een aparte pagina ontwikkeld worden waarop aandacht besteed wordt aan culturele evenementen en festivals die in de gemeente worden georganiseerd. Maar ook algemene cultuur(historische) informatie moet hierop te vinden zijn. 3.In samenhang met het gemeentelijke beleidsplan Recreatie & Toerisme 2008-2011 moet het culturele vermogen zichtbaar gemaakt worden bv. door middel van bestaande kunstroutes te integreren met fiets- en wandelroutes. Het streven is erop gericht een pakket te ontwikkelen waarin diverse routes worden gebundeld en aan het publiek worden aangeboden 4.instellen van een culturele stuurgroep om culturele activiteiten en evenementen te stimuleren en inhoudelijk, programmatisch aan te sturen. Hierbij moet gedacht worden aan jaarlijks terugkerende
29
evenementen zoals een open atelierroute van beeldend kunstenaars, een kunstmarkt, een beeldenbiënnale in het Ploegpark. Dit geeft een structureel gezicht aan het culturele profiel van Bergeijk.
Speerpunten en actiepunten gemeente 1. instellen van een adviesgroep/ platform met vertegenwoordigers uit culturele sector ter ondersteuning /kruisbestuiving van locale culturele producties en activiteiten. 2. Het ontwikkelen van een gemeentelijke culturele internetpagina 3. Het opstellen van een culturele agenda, samen met het VVV of samenwerken met Uit in Brabant. 4. Het organiseren van netwerkbijeenkomsten en het opzetten samen met De Kattendans van een Cultuurnetwerk Bergeijk. Het aanbieden van een podium/oprichten van een Cultureel Café.
30
Hoofdstuk 4 4.1. Gemeentelijk kunst- en cultuurbeleid 2010-2013 In dit hoofdstuk worden naar aanleiding van het hierboven genoemde de hoofdlijnen van het toekomstig kunst- en cultuur van de gemeente Bergeijk uitgezet en worden, waar mogelijk, concrete projecten aangewezen en actiepunten benoemd. Deze actiepunten zijn afgeleid van de hoofd- en subdoelstellingen die eerder in deze nota zijn genoemd. Te weten: Hoofddoelstelling: In algemene zin gaat het in deze nota om het in stand houden c.q. bevorderen van de ontwikkeling en het vergroten van de toegankelijkheid van het kunst- en cultuuraanbod voor de gemeente Bergeijk, alsmede om het formuleren van speerpunten van beleid waarmee Bergeijk zich als gemeente kan profileren. Dit leidt tot een viertal subdoelstellingen: 1. het formuleren van een cultureel profiel waardoor de gemeente als zodanig herkenbaar wordt 2. het bevorderen en stimuleren van een breed en gevarieerd aanbod van professionele kunstuitingen op het gebied van muziek, theater, beeldende kunst 3. het bevorderen en stimuleren van amateuristische kunst- en cultuurbeoefening op het terrein van muziek, theater, dans, film, literatuur, beeldende kunst 4. streven naar een zo groot mogelijke toegankelijkheid en in samenhang daarmee naar een maximale spreiding en participatie De belangrijkste algemene aanbevelingen op een rijtje: •
Kunst meer toegankelijk maken
•
Kwaliteit bieden en onderscheidend zijn
•
Blijvend investeren in jeugd-en-cultuur
Verder worden een aantal algemene actiepunten voorgesteld, namelijk: •
meer accent leggen op cultuurtoerisme:
•
kiezen voor een integrale aanpak, mede afgestemd op het beleid recreatie en toerisme
•
onderscheidend zijn door gezicht te geven aan het culturele profiel (bv. ‘Rietvelddorp’)
•
de kansen met het rijke cultureel erfgoed meer benutten
•
kunsttoepassingen (bv. landart) in en met het cultuurlandschap
•
verbreding en versterking van het aanbod met culturele evenementen
•
amateurkunst stimuleren en verbreden, waaronder bv. een jaarlijks Weekend van de amateurkunst; kwantiteit en kwaliteit van podia en presentatieruimten onderzoeken
31
De genoemde doelstellingen en aanbevelingen vertalen zich in een viertal speerpunten met specifieke actiepunten. 4.2.Speerpunten en actiepunten en financiële situatie De algemene conclusie die uit deze nota en het daaraan voorafgaande onderzoek getrokken kan worden, is dat in de gemeente Bergeijk een redelijk bloeiende sector amateur- kunst- en cultuurbeoefening bestaat. Men kan vaststellen dat hier in potentie een grote kracht ligt, een bijzondere karakteristieke kwaliteit voor een gemeente van deze omvang. Er is een brede hoogwaardige basis, zowel op het gebied van de amateurkunstbeoefening als de professionele kunstbeoefening. Een verbinding tussen een aantal van deze activiteiten zou wenselijk zijn om tot verdere bloei van het culturele klimaat te komen. Op deze sterke kant van Bergeijk zou extra inzet geleverd moeten worden en zou een gezicht geven aan het culturele profiel. Speerpunt 1. Ondersteunende en faciliterende maatregelen en investeringen Dit speerpunt sluit aan bij subdoelstellingen 2, 3 en 4 Met een aantal ondersteunende en faciliterende maatregelen en investeringen kan de kunst- en cultuursector van de gemeente verder verbeterd en verlevendigd worden, zowel in de professionele als de amateursector. Samenvattend •
in de brede sector van kunst en cultuur is een behoefte aan verbetering van de kwaliteit van voorzieningen
•
in de brede sector van kunst en cultuur is een vraag naar uitbreiding van voorzieningen
Onderwerp 1. Clustering van cultureel aanbod op 1 locatie, Onderzoek naar vestiging van breed georiënteerd Centrum voor de Kunsten met tentoonstellingsruimte. •
mogelijk andere locatie basisbibliotheek Bergeijk in verband met nieuwe werkvelden
•
herhuisvesting muziekschool Art4 U in Bergeijk
•
aanpassingen, onderhoud, ver- gedeeltelijke nieuwbouw huisvesting theater De Kattendans en muziekschool Art4U.
Financieel en planning PPN 2010 -2013: Korte tot middellange termijn: Haalbaarheid nader onderzoeken (1 tot 5 jaar), initiatief ligt bij gemeente. onderzoekskosten ramen: eenmalig p.m. Lange termijn (5 tot 10 jaar) uitvoering, als onderzoek positief is.
32
Initiatief bij gemeente PPN: voorlopig geen middelen reserveren Speerpunt 2: Vergroting van de deelname van burgers aan kunst en cultuur Dit speerpunt sluit aan bij subdoelstellingen 1 en 3 Onderwerp 1. Cultuurpunt Bergeijk • •
voortzetting van het Cultuurpunt Bergeijk, definitief bepalen bij de evaluatie over vier jaar meerjarenbudget reserveren voor de voortzetting van het Cultuurpunt Bergeijk
•
verdere ondersteuning en uitbreiding van de taken en de rol van het Cultuurpunt Bergeijk
Financieel en planning Korte tot middellange termijn, initiatief ligt bij gemeente is reeds jaarlijks opgenomen in Meerjarenprogramma begroting vanaf 2010: € 15.000,= 2011: 15.000,= 2012 : € 15.000,= In 2012 loopt provinciale termijn af, dit is voor de gemeente een moment om te evalueren. 2. Toeristisch-recreatief “Branden” •
toeristisch-recreatief ‘branden’ van creatieve en kunstzinnige elementen t.b.v. culturele profiel van Bergeijk (oa. Rietveld en Ruys / De Ploeg) in overleg met VVV.
•
stimuleren van publieksactiviteiten die erop gericht zijn burgers kennis te laten maken met kunst, cultuur en cultureel erfgoed, bv. festivals, evenementen, routes.
Financieel en planning Korte termijn, initiatief ligt bij gemeente, heeft hoge prioriteit PPN 2010: geen middelen ramen, initiatieven m.b.v. bestaande budgetten ondersteunen.
Speerpunt 3: vergroting van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving Dit speerpunt sluit aan bij subdoelstellingen 1 en 2 (eventueel in combinatie met speelruimten) Taken gemeente;
33
1.Uitbreiding kunst in openbare ruimte •
bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen en bouwlocaties (centrum en gebiedsontwikkelingen) rekening houden met locaties voor kunst in de openbare ruimte. Vervolgens kunstenaars vroegtijdig betrekken bij de planvorming. Hiervoor goede criteria opstellen, wanneer er aan openbare kunst gedacht wordt.
•
het instellen van een meerjarig kunstfonds voor aankopen of opdrachten
•
in samenspraak met de Adviescommissie beeldende kunst een procedure opstellen voor opdrachten en/of aankopen.
Financieel en planning Tijdspad voor deze actiepunten: 2009 – 2010: korte termijn Vanaf 2010: structureel € 10.000,= per jaar reserveren, om bijvoorbeeld eens in de 3 jaar een kunstwerk aan te schaffen. Hierbij onderzoeken of dit ten laste kan komen van het fonds Bovenwijkse voorzieningen. 2.Beheer en onderhoud bestaande kunst in openbare ruimte •
Inventarisatie opstellen van alle kunst in de openbare ruimte, inclusief kunstwerken in eigendom van bedrijven.
• •
op basis van ervaringen in de jaren 2009 en 2010 m.b.v. het WVK budget om te onderzoeken: welk budget nodig is om de kunstwerken in de openbare ruimte te onderhouden. b. Het opstellen van een onderhoudsplan voor de gemeentelijke kunstwerken in de openbare ruimte Het opstellen van een onderhouds beheerplan. onderzoeken welk bedrag nodig is om de Rietveld abri te onderhouden
• •
Financieel en planning tijdpad: in 2011: bovenstaande te onderzoeken en mogelijk vanaf 2011 hiervoor geld op te nemen.
Speerpunt 4: instellen van beleidsinstrumentaria Dit speerpunt sluit aan bij subdoelstellingen 1 en 4
Actiepunten: veld 1. opstellen van een cultureel communicatieplan in samenwerking met de culturele instellingen. Actiepunten: gemeente
34
2. instellen van een adviesgroep/ platform met vertegenwoordigers uit culturele sector ter ondersteuning /kruisbestuiving van locale culturele producties en activiteiten. 3. Ontwikkelen van een gemeentelijke culturele internetpagina 4. Het opstellen van een culturele agenda, samen met het VVV of samenwerken met Uit in Brabant. 5. Het organiseren van netwerkbijeenkomsten en het opzetten samen met De Kattendans van een Cultuurnetwerk Bergeijk. Het aanbieden van een podium/oprichten van een Cultureel Café. Tijdspad voor deze actiepunten: middellange termijn 1 tot 3 jaar PPN 2010: geen kosten ramen, maar initiatieven waar mogelijk uit bestaande budgetten dekken. Tijdspad voor deze actiepunten: 2009 - 2012
Bijlagen Bijlage 1 CONCEPTNOTA/VISIE VAN DE ADVIESCOMMISISE BEELDENDE KUNST BERGEIJK 2005 INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMEEN 1.1 Kunst in Bergeijk 1.2
Kunstbeleid
1.3
Financiële middelen
____
pagina 2
2. MEERJARENVISIE 2.1
Buitenkunst
2.2
Nieuwe opdrachten
2.2.1
Criteria en eigenschappen kunstwerk
2.2.2 2.2.3 2.2.4
Definitie kunstenaar Draagvlak Wijze van selectie en voorlichting
2.2.5
Selectie kunstenaar en evaluatie
2.2.6
Locaties buitenkunst
2.2.7
Samenwerking andere gemeenten en provincie
2.2.8
Stimuleren bedrijven en particulieren
2.3
Inventarisatie en behoud
2.3.1
Inventarisatie en beeldbeschrijving
4
35
2.3.2
Onderhoud en financiering
2.3.3
Onderhoudsaanbeveling door kunstenaar
2.3.4
Herplaatsing kunstwerken
2.4.
Beheer, uitbreiding en presentatie van de kunstcollectie
2.4.1
Conservering, restauratie en opslag kunstwerken
2.4.2
Aanvulling kunstcollectie en uitbreiding met nieuwe kunstenaars
2.4.3
Exposeren eigen collectie
2.4.4
Cultuurhistorische objecten
2.4.5
Ontsluiting binnenkunst
2.4.6
Verzamelen kunstvisies
2.4.7
Schenkingen en bruiklenen
2.4.8
Kunstuitleen
2.5.
Educatieve activiteiten
2.5.1
Kunst- of beeldenroute
2.5.2
Atelierroute
2.5.3 2.5.4
Aanvullende expositie Educatie jeugd
3. BIJLAGEN 3.1 3.2
Lijst buitenkust in gemeentelijk bezit (nog op te stellen) Overeenkomst tot het vervaardigen van een kunstwerk (nog op te stellen)
3.3
Model bruikleenovereenkomst gemeente Bergeijk (nog op te stellen)
1.
1.1
5
6
6
ALGEMEEN
Kunst in Bergeijk
De gemeente Bergeijk kent een rijke culturele historie tot tienduizend jaar terug. Op het gebied van beeldende kunst beschikt de gemeente echter niet over een museum voor beeldende kunst of een platform van beeldend kunstenaars. Kunstzinnige activiteiten zijn veelal kleinschalig van opzet. Wel is in de kern Luyksgestel een galerie annex kunstuitleen (Bernice) gevestigd en zijn er particuliere initiatieven (zoals Schildersvereniging Rietpen, de Fotogroep Riethoven en een beeldhouwerscollectief). Daarnaast vinden in de bibliotheek, cultureel centrum De Kattendans en de Rabobank zo nu en dan exposities plaats. De gemeente draagt hiervoor geen verantwoordelijkheid. De Gemeente beschikt over een eigen kunstcollectie en heeft een aantal kunstwerken in de openbare ruimte in beheer. 1.2.
Kunstbeleid
In 2002 is door het college van B&W de Adviescommissie Beeldende Kunst ingesteld. De commissie voert een actief kunstbeleid dat beantwoordt aan de tijdsgeest. Zij tracht dit o.a. te bereiken door beeldende kunst op de politieke agenda te zetten en daadwerkelijk te betrekken bij bijvoorbeeld herinrichtingen en bestemmingsplannen. In de praktijk moet het werk van de commissie resulteren in de aankoop van moderne kunstwerken, waarmee het gezicht van de gemeente wordt verfraaid. Daarnaast spreekt de commissie zich uit over beheer en behoud van de kunstcollectie en de kunstwerken in de buitenruimte. Waar nodig zal de adviescommissie beeldende kunst overleg voeren met de desbetreffende commissies en instanties in Bergeijk, met raakvlakken in de kunst.
36
Het is ook de taak van de gemeente om een breder draagvlak voor eigentijdse kunst onder de bevolking te bewerkstelligen. Hierbij kan gedacht worden aan kunsteducatie in relatie tot de basisscholen en het ontwikkelen van een beeldenroute. De gemeente heeft immers de taak tot het verspreiden van kunst, maar ook om deze naar de bevolking toe te vertalen. Vanuit deze visie probeert de commissie zich flexibel te bewegen binnen een netwerk van lokale verenigingen en organisaties, kunstenaars, kunstliefhebbers, bedrijven en kunstgerelateerde instanties en hoopt hiermee de mogelijkheden op het gebied van beeldende kunst volledig te benutten. Ze steunt zelfstandige initiatieven vanuit de bevolking en stelt haar deskundigheid hiervoor ter beschikking.
1.3.
Financiële middelen
Kunstopdrachten en directe aankopen worden verricht vanuit een gemeentelijke kunstfonds met de doelstelling het woonen leefklimaat van de gemeente Bergeijk te bevorderen. De commissie beveelt het college aan om het fonds structureel te voeden met een jaarlijkse storting uit de algemene middelen en tevens een gemeentelijke percentageregeling in te stellen. Daarnaast neemt de commissie zich voor om in de toekomst een beroep te doen op externe fondsen en tracht ze particuliere sponsors (Platform Ondernemend Bergeijk?) te stimuleren tot het storten van een bijdrage in het kunstfonds. Voorstel is om jaarlijks een bedrag per inwoner in dit fonds te storten. 2.
MEERJARENVISIE
De commissie is voorstander van een duidelijk stappenplan en streeft ernaar om gedurende een afgesproken tijdsspanne één van de punten uit de meerjarenvisie tot speerpunt te verheffen. 2.1.
Buitenkunst
Van een gericht aankoop- of opdrachtenbeleid is in Bergeijk nooit echt sprake geweest. Het kunsthistorische belang van de gemeente komt grotendeels voort uit de artistieke prestaties van Weverij De Ploeg. In het verleden hebben vooraanstaande architecten, tuinarchitecten en kunstenaars (bijvoorbeeld Gerrit Rietveld en Mien Ruys) in opdracht van De Ploeg opdrachten uitgevoerd en daarmee het artistieke aanzien van Bergeijk verhoogd. Daarnaast is op diverse plekken in Bergeijk werk van landelijke, regionale en lokale beeldend kunstenaars te vinden, zowel in gemeentelijk als privé-bezit. Door middel van kunstopdrachten in de buitenruimte tracht de commissie deze moderne beeldende traditie nieuw leven in te blazen en de bevolking affiniteit met kunst bij te brengen.1 2.2
Nieuwe opdrachten
De commissie denkt met nieuwe kunstopdrachten een aantal markante bakens in Bergeijk te kunnen scheppen, waarmee ze de toeschouwer even boven de dagelijkse realiteit kan verheffen. Kunst moet de tijdgeest reflecteren en dient de beschouwer in eerste instantie te prikkelen; positief of negatief. Naast het accentueren van mooie plekken wil de commissie nadrukkelijk saaie locaties met behulp van kunstobjecten verlevendigen. De commissie kan tevens advies uitbrengen over het type kunstwerk: plastiek, omgevingsvormgeving, wandschildering, speelobject. Vanwege de natuurrijke omgeving van Bergeijk, verdient bijzondere aandacht de relatie kunst en natuur c.q. landschap bij het verlenen van opdrachten. 2.2.1
Criteria en eigenschappen kunstwerk
De criteria waaraan een kunstwerk in de openbare ruimte dient te voldoen, kunnen per opdracht verschillen (polariserend, confronterend, contrasterend, harmonieus, accentuerend, aanvullend, toevoegend, signalerend etc.). Een belangrijke voorwaarde is wel dat er een wisselwerking tussen object en omgeving bestaat; een object moet beschikken over een dynamisch karakter dat kan concurreren met de visuele communicatie van verkeersborden en reclame-uitingen. Van elk kunstwerk wordt bovendien vereist dat het onderhoudsvriendelijk en vandalismebestendig is. 2.2.2 Definitie kunstenaar Onder een kunstenaar wordt verstaan een aantoonbaar uitvoerend kunstenaar. Het uitvoerende aspect moet onder meer blijken uit recent gerealiseerd werk, tentoonstellingen, publicaties, etc. 2.2.3
Draagvlak
De commissie begrijpt dat het "succes" van een buitenobject van vele factoren afhankelijk is en niet vooraf valt te bepalen. Pas in de praktijk is te zien wat die kunst nu uiteindelijk kan bijdragen aan de openbare ruimte. De acceptatie van een kunstwerk kan wel worden vergroot door aansluiting te zoeken bij de belevingswereld van de bevolking. Dit impliceert niet
37
dat de commissie zich in haar oordeel laat leiden door de smaak van "het grote publiek". Het betekent vooral dat ze de burger een handreiking biedt om er zelf een verhaal van te maken. Dit draagt bij aan een positieve beeldvorming rondom nog te plaatsen kunstwerken. Kunst spreekt niet altijd voor zichzelf, ze zal moeten worden vertaald. 2.2.4 Wijze van selectie en voorlichting Voorafgaand aan elke opdracht wordt vastgesteld welke selectieprocedure wordt gevolgd. De commissie kan bijvoorbeeld kiezen voor het maken van een preselectie van een bepaalde groep kunstenaars of voor het volgen van een open procedure. Atelierbezoek, het uitnodigen van kunstenaars, of het laten voorleggen van een schetsvoorstel behoort tot de vervolgstappen. Bij een open procedure wordt de opdracht (met vermelding van de betreffende criteria) openbaar gemaakt via plaatselijke media en zo nodig in landelijke publicaties van overkoepelende kunstenaarsorganisaties. Bij elke opdracht wordt goede voorlichting aan geïnteresseerde kunstenaars verstrekt aan de hand van een plattegrond, een profielschets van de gemeente Bergeijk en informatie betreffende de locatie of buurt. 2.2.5
Selectie kunstenaar en evaluatie
De procedure omtrent realisatie dient structureel te verlopen. Deelnemers worden persoonlijk op de hoogte gesteld van de uitslag. De commissie stelt voor om met de gekozen kunstenaar evaluerende gesprekken te voeren voor en na realisatie van het beeld. Tevens kan het soms belangrijk zijn om vroegtijdig een verkeersdeskundige in het proces te betrekken. Publiciteit ten aanzien van het ontwerp en de uiteindelijke realisatie wordt zeer belangrijk geacht, om zo een vertaalslag naar de bevolking te maken. Anderzijds kan het wenselijk zijn om kunst te concentreren in een gemoedelijke omgeving (b.v. park). 2.2.6
Locaties buitenkunst
Bij de voorbereiding van bestemmingsplannen en wijziging van verkeerssituaties zal vooraf en in een vroeg stadium de locatie aangegeven moeten worden waar beeldende kunst geplaatst kan worden. Inventarisatie van plaatsingsmogelijkheden zal in de toekomst nodig zijn. Hierbij wordt een gelijkmatige spreiding van kunst over de diverse kernen nagestreefd. Het streven is het publiek te laten kennismaken met meerdere kunstvormen op een klein oppervlak. 2.2.7
Samenwerking andere gemeenten en provincie
Bij grensoverschrijdende projecten (kunstwerken die wat betreft locatie het grensgebied met andere gemeentes overlappen), wordt samenwerking gezocht met de kunstcommissies van deze gemeentes en naar financiële ondersteuning van de provincie gezocht. Dit onder voorwaarde dat duidelijk wordt vastgelegd hoe de verantwoordelijkheid ten aanzien van selectieprocedure en besluitvorming wordt verdeeld. Eventueel kan om ondersteuning van het provinciaal steunpunt NBKS (Nieuwe Brabantse Kunst Stichting) gevraagd worden. 2.2.8
Stimuleren bedrijven en particulieren
De commissie ziet het ook als haar taak om bedrijven en particulieren te stimuleren hun eigen omgeving met kunst te verfraaien. De commissie is bovendien bereid om hen te ondersteunen in het maken van een artistieke keuze door middel van een inhoudelijk advies. 2.3
Inventarisatie en behoud
De commissie streeft naar een brede inventarisatie van de buitenkunst. Dat wil zeggen dat behalve feitelijke persoons- en objectgegevens en de kunsthistorische achtergrond, verder ook informatie omtrent de staat van het beeld, de beoogde afwerking, het materiaal nez. van het object vastgelegd dienen te worden. 2.3.1.
Inventarisatie en beeldbeschrijving
Tevens dienen buitenkunstwerken - die voldoende toegankelijk zijn - op termijn te worden voorzien van een uniform bordje met korte beschrijving - voor zover deze hierover nog niet beschikken. 2.3.2
Onderhoud en financiering
Ook het onderhoud van bestaande buitenkunst en haar relatie tot de (directe-) omgeving verdient aandacht. De commissie adviseert het college om hiervoor financiële middelen buiten het kunstfonds aan te spreken, omdat anders een actief aankoopbeleid onmogelijk wordt. De commissie wenst verder dat het college duidelijke afspraken maakt over periodieke controle van de kunstwerken door bijvoorbeeld dorpsraden, de gemeentelijke onderhoudsdienst of een extern bedrijf. Het is in dit opzicht raadzaam een eerstverantwoordelijke 'beheer en behoud' binnen de gemeente aan te stellen. Deze licht de commissie tijdig in, indien er
38
schade aan een beeld wordt vastgesteld. De commissie kan vervolgens - eventueel na overleg met de betrokken kunstenaar en de onderhoudsdeskundige - advies aan het college uitbrengen inzake professioneel herstel. Een algemeen meldpunt voor burgers over schade aan de buitenbeelden kan extra ondersteuning betekenen. In sommige gemeenten is het gebruikelijk dat beelden worden 'geadopteerd' door scholen of maatschappelijke instellingen, die dan periodieke controles uitvoeren. 2.3.3
Onderhoudsaanbeveling door kunstenaar
Bij het opleveren van een nieuw beeld wordt de kunstenaar om een onderhoudsaanbeveling gevraagd. Tevens dient een protocol te worden opgesteld, waarvan gebruik gemaakt kan worden zodra een beeld beschadigd raakt. 2.3.4
Herplaatsing van kunstwerken
Kunstwerken die vrijkomen bij de sloop of renovatie van (gemeentelijke en particuliere) gebouwen, dienen volgens de commissie zo mogelijk op dezelfde locatie te worden herplaatst. Een harmonieuze integratie van het kunstwerk met de nieuwe bebouwing is uiteraard gewenst. Dit alles in overleg met betrokkenen. 2.4. Beheer, uitbreiding en presentatie van de kunstcollectie De gemeente Bergeijk beschikt over een collectie kunstwerken (schilderijen, grafiek en plastieken) die grotendeels uit de vroegere BKR-regeling zijn verkregen. De collectie is inmiddels geïnventariseerd en op Cd-rom gearchiveerd. Een deel van de collectie is vooral waardevol als visuele documentatie van de gemeentelijke geschiedenis. Het betreft hier onder meer vaandels en andere voorwerpen (w.o. zilveren) van diverse verenigingen uit Bergeijk en haar gemeentedelen Luyksgestel, Riethoven en Westerhoven. Van sommige kunstenaars is dankzij de BKR-regeling een stuk persoonlijke levensgeschiedenis vastgelegd binnen de reeks objecten die door de gemeente is verzameld en bewaard. 2.4.1
Conservering, restauratie en opslag kunstwerken
De commissie adviseert om de huidige kunstcollectie naar behoren te conserveren, op te slaan en indien mogelijk te restaureren. Periodieke controle door een aangewezen deskundige moet aantonen of onderhoud noodzakelijk is. 2.4.2.
Aanvulling kunstcollectie en uitbreiding met nieuwe kunstenaars
Actief verzamelen van kunst lijkt gezien de hoogte van het gemeentelijk budget vooralsnog een onrealistisch streven. Wel is het misschien mogelijk om bepaalde delen van de collectie meer up-to-date te maken. Zo kan besloten worden om in overleg met de vertegenwoordigde kunstenaars oud werk uit de collectie in te wisselen voor recenter werk. Mocht de financiële situatie dit op termijn toch mogelijk maken, dan adviseert de commissie om het collectioneren zeer gericht uit te voeren. De gemeente heeft slechts één werk van de Ploeg in bezit, vandaar dat de commissie meent dat er moeite moet worden gedaan om dessins en affiches van ontwerpers en kunstenaars, die gerelateerd zijn aan de Ploeg, aan te kopen. Daarnaast verdienen lokale professionele kunstenaars, waarvan nog geen werk in bezit is, of waarvan een hedendaagse aanvulling gewenst is, de voorkeur van selectie. 2.4.3
Exposeren eigen collectie
Zolang de artistieke en technische kwaliteit van de voorwerpen het toelaat, streeft de commissie ernaar om vanuit de eigen collectie wisselende exposities in het Gemeentehuis of gemeenschapscentra te organiseren. Tot haar verantwoordelijkheden rekent zij de selectie van de voorwerpen alsmede de inrichting en wijze van presenteren. Het advies van de commissie dient zich te beperken tot de openbare ruimten in openbare gebouwen. 2.4.4
Cultuurhistorische objecten
Een bepaald deel van de collectie valt onder de noemer “cultureel erfgoed”. Het betreft hier (antieke) gebruiksvoorwerpen, waarover de commissie niet altijd haar deskundigheid kan uitspreken. Anderzijds kan het exposeren van deze cultuurhistorische objecten bijdragen aan een dynamischer kijk op moderne kunst. In navolging van een toenemende museale tendens kan de commissie zich voorstellen dat kleine wisselende exposities (thema: antiek en modern) worden georganiseerd, waarin deze oude objecten naast geheel nieuwe voorwerpen worden getoond (bijv. oud en nieuw textiel of zilveren gildenbekers naast modern gebruikskeramiek). Hierdoor ontstaat een spannend en educatief schouwspel voor jong en oud! 2.4.5
Ontsluiting binnenkunst
Ontsluiting van de collectie die in de openbare ruimte hangt, kan door middel van informatiebladen en eenvoudige bewegwijzering tot stand worden gebracht.
39
2.4.6
Verzamelen kunstvisies
De commissie moedigt het aan om de kunstvisies van kunstenaars die in de collectie vertegenwoordigd zijn, te verzamelen. 2.4.7
Schenkingen en bruiklenen
De commissie adviseert het college om duidelijke voorwaarden te stellen aan schenkingen en bruiklenen. Ze is van mening dat de gemeente zich niet moet verplichten om gedane schenkingen of bruiklenen ook daadwerkelijk in één van de gemeentelijke gebouwen te plaatsen. Plaatsing geschiedt altijd in overleg met de commissie, tenzij de betreffende ruimte niet openbaar toegankelijk is. 2.4.8
Kunstuitleen
Het opzetten van een kunstuitleen lijkt gezien de kwaliteit van de huidige collectie niet rendabel. 2.5 Educatieve activiteiten Binnen de aanwezige mogelijkheden stelt de commissie voor hier aangepaste presentatie- en promotiemiddelen voor te ontwikkelen, gericht op vermeerdering van de kennis en bevordering van participatie en publieke beleving van beeldende kunst. 2.5.1 Beeldenroute De commissie stelt voor een kunst- of beeldenroute te ontwikkelen, zodat inwoners en toeristen op informele wijze met het kunsthistorisch erfgoed kunnen kennismaken. Dit vraagt om een inventarisatie van de buitenkunst, variërend van de beelden in het Ploegpark tot diverse lokale kunstwerken. Afhankelijk van de criteria die de commissie opstelt, kan uiteindelijk een bruikbare selectie van kunstwerken worden gemaakt, die in de vorm van een folder/fietsroute toegankelijk wordt gemaakt. 2.5.2
Atelierroute
De commissie wil kunstenaars stimuleren tot het initiëren van tentoonstellingen en tijdelijke kunstmanifestaties en bijvoorbeeld het organiseren van een periodieke atelierroute. Aangezien de gemeente niet over een eigen expositieruimte beschikt, kan worden bemiddeld bij het zoeken naar alternatieve ruimtes (bijvoorbeeld maatschappelijke instellingen, de Rabobank of leegstaande bedrijfspanden). 2.5.3
Aanvullende expositie
Bij de aankoop van een nieuw beeld kan de commissie adviseren om een achtergrondexpositie in te richten, bijvoorbeeld in de hal van het gemeentehuis, of op een externe locatie (bank, gemeenschapshuis of bibliotheek). 2.5.4
Educatie
Bijzondere aandacht verdient de jeugd, waarvan de beeldende ontwikkeling via lesbrieven, speciale projecten en prijsvragen gestimuleerd zou moeten worden. Bepaalde activiteiten van de commissie kunnen parallel lopen met onderwijsdoelen. Kunstenaars waarvan een beeld in Bergeijk wordt gerealiseerd, kunnen bijvoorbeeld gestimuleerd worden om een bezoek aan de basisscholen te brengen, met als doel de scholieren te betrekken in de beeldvorming van het beoogde kunstwerk. Begeleiding van het BISK (Brabants Instituut Steunfunctie Kunstzinnige Vorming) kan in dit opzicht nuttig zijn. 3.
BIJLAGEN
Nog bij te voegen c.q. uit te werken 3.1.
Lijst buitenkunst in gemeentelijk bezit (lijst in voorbereiding juli 2004)
3.2.
Overeenkomst tot het vervaardigen van een kunstwerk
3.3.
Model bruikleenovereenkomst gemeente Bergeijk
NOOT: Een handreiking voor de commissie is onder meer het boek “Beelden buiten - beheer & behoud”, uitgegeven door de Stichting Cultuurfonds van BNG, Instituut Collectie Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 2003, ISBN: 90 322 79556)
40
Bijlage 2 Expertisebijeenkomst Bergeijk Op 9 oktober 2008 werd een expertmeeting georganiseerd in het gemeentehuis in Bergeijk waarvoor vertegenwoordigers uit het culturele veld werden uitgenodigd mee te praten over het toekomstig kunst- en cultuurbeleid van de gemeente. Hierbij waren aanwezig:Dhr. D. Floris Theater De Kattendans, Mevr. M.J. Stravens Cultuurpunt Bergeijk, Dhr.B. Lutgendorff Art4U, Mevr. Tils Bibliotheek, Dhr. W. Loos beeldend kunstenaar, Dhr. J. Biemans Eichamuseum, Dhr. Lambrechts Echo der Kempen. Mevr. A. Tils wethouder Bergeijk, Dhr. D. Westerink, ambtenaar gemeente Bergeijk en Ange Verdonschot, ambtelijk secretaris adviescommissie beeldende kunst Bergeijk. De bijeenkomst werd geleid door Mevr. N. van de Kamp adviseur BKKC. De informatie is gebruikt als input voor de kadernota kunst en cultuur gemeente Bergeijk 2010-2014. Bijlage 3 Vragenlijst dorpsraden Bergeijk / amateurinstellingen kunst en cultuur In totaal werden ca.50 amateurinstellingen en de dorpsraden aangeschreven een vragenlijst in te vullen. Dit leverde 15 respondenten op. Opvallend bij het beantwoorden van de vragen is dat men primair reageert vanuit de eigen instelling.
Algemene uitkomsten: 1.er dient meer gedaan te worden aan promotie van culturele(amateur) activiteiten via de lokale media en de VVV; 2.als belangrijke beleidsinstrumenten ziet men subsidieverstrekking en het bieden van faciliteiten. Een andere belangrijk beleidsinstrument is de samenwerking tussen verenigingen en instellingen; 3.het Teutenhuis en het Ploeggebouw dienen meer op de kaart te worden gezet. De conclusies zijn gebruikt bij het opstellen van de kadernota kunst en cultuur gemeente Bergeijk 2010-2014. Bijlage 4 VNG Ringenmodel Om gemeenten houvast te geven bij het formuleren van cultuurbeleid, is een zogenaamd ringenmodel ontwikkeld. Dit model deelt de culturele voorzieningen en het bijbehorend cultuurbeleid op in drie ringen, gerelateerd aan het inwonersaantal. Dit ringenmodel is verder uitgewerkt voor kunsteducatie: •
Gemeenten met minder dan 30.000 inwoners formuleren een kernachtig cultuurbeleid. Zij hebben doorgaans een lespunt voor kunsteducatie. Ook verzorgen zij naschoolse basiscursussen en cultuureducatieve activiteiten voor het onderwijs. Kleine gemeenten hebben vaak geen eigen voorziening, maar organiseren lokaal aanbod in samenwerking met regionale culturele instellingen en andere gemeenten.
41
•
Middelgrote gemeenten met een bevolking van tussen de 30.000 en 90.000 inwoners voeren een uitgebreid cultuurbeleid. Vaak is er in deze gemeenten een centrum voor de kunsten met een breed lesaanbod, faciliteiten en naschoolse basiscursussen. Voor het binnenschoolse aanbod werken de centra samen met de provinciale instelling voor kunst en cultuur.
•
Grote gemeenten met meer dan 90.000 inwoners hebben een alomvattend cultuurbeleid met een rijk en gevarieerd aanbod in alle kunstdisciplines. Het aanbod wordt verzorgd vanuit een groot gecombineerd centrum voor de kunsten dat ook aanvullende voorzieningen en naschoolse cursussen biedt. In deze gemeenten zijn bovendien veel andere cultuureducatieaanbieders die educatieve activiteiten organiseren, zowel binnenschools als buitenschools.
De provincie Noord-Brabant heeft zogenaamde ‘marktplaatsen’. De marktplaats is het lokale of regionale loket voor onderwijs en cultuuraanbieders. Scholen kunnen er met al hun vragen terecht en aanbieders vinden er een podium voor hun producten. De coördinator van de marktplaats inventariseert vraag en aanbod in een gemeente en stemt die op elkaar af.
Bijlage 5 Subsidieoverzicht 2009
42
Ploeggebouw
43