Bijlage Was-Wordt-lijst Apv gemeente Bergeijk
Tekst van het document
wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, op een daartoe strekkende aanwijzing van een ambtenaar van de politie, brandweer of gemeente zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen.
Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27 Definitie In deze afdeling wordt verstaand onder: 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Dubbele tekst verwijderd. Lid 1: Aan lid 1 is “Cafetaria” toegevoegd als openbare inrichting volgens de VNG Modelverordening.
1+ 4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of als de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevenden overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 5. De burgemeester kan aan door hem aangewezen categorieën van openbare inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 2: betreft het weghalen van een facultatieve tekst uit de VNG modelverordening. De extra weigeringsgrond voor het aanreiken van een verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevenden is niet nodig op grond van de Bibob beleidsregel. Er wordt ambtshalve al getoetst op slecht levensgedrag/goed gedrag, daar is geen VOG voor nodig. Deze eis komt dan ook te vervallen. Lid 6: is een redactionele wijziging, dubbele tekst verwijderd.
1+ 4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
5. De burgemeester kan aan door hem aangewezen categorieën van openbare inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. 6. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. Artikel 2:29 Openings- en sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 08.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 08.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28, vierde lid aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 4. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. 6. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 08.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 08.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Titel aangepast. Lid 3: Tweede zin van lid 3 moet lid 4 zijn.
4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting a. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. b. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:31a. Zwarte lijst 1. Het is de houder van een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2.27 onder a, verboden in die inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot zijn gezin behorende personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholhoudende drank plegen te maken en wier namen als zodanig schriftelijk door de burgemeester aan die houder zijn opgegeven. 2. Het is aan een persoon, wiens naam ingevolge het bepaalde in lid 1 door de burgemeester aan de houder van een inrichting als bedoeld in Eindversie 17 oktober 2025
Vervallen
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Dit artikel staat niet in de VNG modelverordening. We houden ook geen zwarte lijst bij. Daarmee komt dit artikel te vervallen.
1+ 2
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
artikel 2.27, onder a, is opgegeven, verboden zich in een dergelijke inrichting te bevinden, nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld. 3. Het verbod in het tweede lid geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan één jaar. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaa Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel 2:34 Toegang ambtenaren van politie De houder van een openbare inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat ambtenaren van politie vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn inrichting: 1. Gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; dan wel 2. Gedurende de tijd dat een inrichting gesloten dient te zijn en indien die ambtenaren van politie, Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Vervallen
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Geen artikellid nodig.
4
Letter n ontbreekt in titel van artikel.
4
Dit artikel is vervallen in de VNG modelverordening, omdat het overbodig is.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
gebruikmakend van hun bevoegdheid op grond van artikel 6.2, hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn. Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld. Afdeling 5
Vervallen
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Artikel is dubbel opgenomen (zie verderop 2:34g).
4
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank, - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - para commerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34b Regulering para commerciële rechtspersonen 1. Para-commerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met de aanvang van de hoofdactiviteiten en eindigende met vier uur na Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met de aanvang van de hoofdactiviteiten en eindigende met vier uur
Schrijfwijze “paracommerciële”.
4
Schrijfwijze “paracommerciële”. Redactioneel (APV) verwijderd.
4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
beëindiging van hoofdactiviteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende para-commerciële rechtspersoon, maar niet later dan de in artikel 2.29 APV opgenomen sluitingstijd. 2. Para-commerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de hoofdactiviteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 3. Het is een para-commerciële rechtspersoon verboden de kantine en / of inventaris aan derden te verhuren indien geen directe relatie bestaat met de hoofdactiviteit. Artikel 2:34f Verbod happy hours Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
na beëindiging van hoofdactiviteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar niet later dan de in artikel 2:29 opgenomen sluitingstijd. 2. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de hoofdactiviteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 3. Het is een paracommerciële rechtspersoon verboden de kantine en/of inventaris aan derden te verhuren indien geen directe relatie bestaat met de hoofdactiviteit.
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Afdeling 6
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al of niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Afdeling 7
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Toevoeging artikel conform VNG modelverordening. Het opvragen van een nachtregister is noodzakelijk in het kader van toezicht en handhaving op de (brand-)veiligheid en gezondheid bij logies en huisvesting van personen buiten een huishouden (gezinsverband). Het gaat hier om bijvoorbeeld vakantieparken/campings, huisvesting arbeidsmigranten en hotels.
1
Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
Lid 1: komma verplaatsen na ‘beoefenen’
4
Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen waarbij, geld of Eindversie 17 oktober 2025
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenverordening 2010 van de gemeente Bergeijk. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:40 Speelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 2: Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. Hier is in lid 2 naast de Wet op de kansspelen de Speelautomatenverordening 2010 van de gemeente Bergeijk toegevoegd volgens VNG modelverordening. Die stond eerder nog niet genoemd.
1
Lid 2: Wijziging conform VNG modelverordening.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. 4 Afdeling 8
Toezicht op bedrijven → afdeling 9 wordt afdeling 8
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. a. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. b. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Eindversie 17 oktober 2025
Vervallen
Dit artikel is later in de VNG modelverordening opgenomen als artikel 2:81. Het artikel staat nu dubbel. Artikel 2:40a vervalt en artikel 2:81 (meest actueel) blijft in stand.
1+ 4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
c.
Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit of door de exploitant en/of beheerder onder druk staat. d. Het aanwijzingsbesluit bepaalt de duur van de periode dat de aanwijzing geldt. Deze duur bedraagt maximaal vijf jaar en kan indien dat met het oog op de bovengenoemde belangen naar het oordeel van de burgemeester nodig is eenmalig worden verlengd met nogmaals een termijn van maximaal vijf jaar. 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied; of b. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten; of c. in door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteiten. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens de in dit artikel gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; en/of h. indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 5. Naast en in aanvulling op artikel 1:4 lid 1 APV kunnen voorschriften en beperkingen worden Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
verbonden aan een exploitatievergunning die wordt verleend krachtens het derde lid van deze bepaling, die strekken ter bescherming van de belangen, zoals opgenomen in het vierde lid van deze bepaling. 6. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een verklaring omtrent gedrag (VOG); g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. Naast de bovengenoemde gegevens kunnen gegevens en bescheiden worden verlangd van de aanvrager die verband houden met registraties van het specifieke gebouw of de specifieke bedrijfsmatige Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
activiteit, waarop de aangevraagd exploitatievergunning betrekking heeft. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; e. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; g. indien de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; h. indien er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; i. indien door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; j. indien de voorschriften uit de vergunning niet worden nageleefd; en/of k. indien de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd. 8. Een vergunning kan ingevolge artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voorts door de burgemeester worden geweigerd dan wel ingetrokken, indien er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de voornoemde wet. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van voornoemde wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. 9. De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of gedeelte van een gebouw bevelen indien het daarin gevestigde bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met k, van toepassing is. Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
10. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het negende lid van deze bepaling gesloten bedrijf of gebouw te betreden of daarin te verblijven. 11. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien uit later bekend geworden feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat de bescherming van de belangen in verband waarmee deze regeling van kracht is, geen langere sluiting vergen. 12. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand, aan de burgemeester te melden en een wijziging van zijn vergunning aan te vragen. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. Indien niet binnen een maand na de verandering van omstandigheden een aanvraag wordt ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een bestaande vergunning vervalt, zodra de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, in werking treedt. 13. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is. 14. Het aanwijzingsbesluit geldt voor het aangewezen gebouw, het aangewezen gebied en de aangewezen bedrijfsmatige activiteiten direct na Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Voor bedrijven die vóór de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit in het aangewezen gebouw of gebied gevestigd waren en/of zich bezig hielden met de aangewezen bedrijfsmatige activiteiten, dient in het aanwijzingsbesluit een redelijke overgangstermijn geboden te worden, na het verstrijken waarvan het verbod uit het derde lid van toepassing wordt. De overgangstermijn bedraagt minimaal 6 maanden en maximaal 1 jaar. 15. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 9
Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade en baldadigheid
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het
Lid 4: vervallen, conform VNG Modelverordening. Ontheffing om een gesloten pand te betreden ziet op het besluit tot sluiting op grond van de Gemeentewet of Opiumwet.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende redenen noodzakelijk is. 4. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste of tweede lid bedoelde verboden ontheffing verlenen. Artikel 2:41a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk te sluiten. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene Wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Vervallen
VNG modelverordening kent dit artikel niet. Gemeentewet voorziet al in bevoegdheden.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 5. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoekers te verblijven. 6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet. Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 4 en 5: redactioneel.
4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
diens eerste vordering terstond ter inzage af te op diens eerste vordering terstond ter inzage af geven. te geven. 5. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het het aanbrengen van meningsuitingen en bekendaanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. makingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmaaanbrengen van meningsuitingen en bekendkingen, die geen betrekking mogen hebben op makingen, die geen betrekking mogen hebben de inhoud daarvan. op de inhoud daarvan. Artikel 2:44 Vervoer inbrekers- en winkeldiefstal- Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen werktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbre1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebkerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. ben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de be2.
Het is verboden op een openbare plaats in de doelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn nabijheid van winkels een voorwerp te vervoebestemd om zich onrechtmatig de toegang tot ren of bij zich te hebben dat er kennelijk toe is een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmauitgerust om het plegen van winkeldiefstal te tig sluitingen te openen of te verbreken, diefvergemakkelijken. stal door middel van braak te vergemakkelij3. De gestelde verboden zijn niet van toepassing ken of het maken van sporen te voorkomen. indien de genoemde werktuigen of voorwerpen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken, het maken van sporen te voorkomen of om winkeldiefstal te plegen. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaat- Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare sen plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: 1. Het is verboden op een openbare plaats: Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Wijziging VNG modelverordening.
1
Lid 2: wordt geschrapt. Lid 1 en lid 2 hadden overlap, lid 2 is niet nodig.
Lid 2: redactioneel
4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonende onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426 bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied: a. alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes, glaswerk of drinkgerei van welke aard dan ook met alcoholhoudende drank bij zich te hebben; b. drinkgerei van glas of geopende flessen van glas die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en
a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf al bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Wijziging in VNG modelverordening. Lid 1: onder b: vervalt. Lid 2: redactioneel
1+ 4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:50a Vervallen Artikel 2:50b Vechten Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Lid 2: Wijziging VNG modelverordening, redactioneel.
4
Vervallen
Staat niet in VNG modelverordening.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
1. Het is verboden in het openbaar te vechten. Het verbod geldt niet voor zover artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is Artikel 2:50c Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 1. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek, als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. 2. Het is verboden een fiets of bromfiets te plaatsen op een wijze waardoor de doorgang op de stoep wordt versperd voor gebruikers van rollators, rolstoelen, scootmobielen en kinderwagens. Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen Verboden gedrag valt onder artikel 2:50.
Vervallen
Staat niet in VNG modelverordening. Verboden gedrag valt onder artikel 2:50.
1
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Redactionele wijziging in titel artikel.
1+ 4
Lid 2: staat niet in de VNG modelverordening, dit valt al onder lid 1. Nummering aangepast.
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Artikel 2:53 Bespieden van personen 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw of woonwagen op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw of deze woonwagen bevindt, te bespieden. 2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw of woonwagen bevindt te bespieden. Artikel 2:54 Vervallen
Vervallen
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen Staat niet in de VNG modelverordening. 1 Andere (hogere) wetgeving voorziet in deze gevallen.
Nieuw artikel Dit is een nieuw artikel waarmee het verboden wordt een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden. Het verbod heeft als doel het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de gemeente. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Tussen zonsondergang en zonsopgang geldt daarom een verbod in aangewezen gebieden. De raad kan de gebieden zelf in het artikel aanwijzen of de
1+ 3
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
3. Het verbod geldt niet: a. voor woonwagens met een woonbestemming; b. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; c. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen bevoegdheid daartoe aan het college laten (lid 1, aanhef en onder a). In deze is voor de laatste optie gekozen. In andere gevallen –’s nachts in niet aangewezen gebieden en overdag – geldt het verbod voor zover het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b). Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. Dan fungeert het verbod meer als stok achter de deur voor toeleiding naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang. Op grond van het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod.
Een ontheffing is denkbaar in het kader van overnachten in een voertuig door aanbieders van een in de gemeente te houden evenement.
Eindversie 17 oktober 2025
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen Het derde lid bakent de verbodsbepaling af. Voor het innemen van een plaats voor woonwagens met een woonbestemming (a) bestaan afzonderlijke voorschriften. Ook is nachtverblijf toegestaan op daartoe bestemde kampeerterreinen (b) of door het college op grond van artikel 4:19 aangewezen kampeerplaatsen buiten een kampeerterrein (c). Dit artikel wordt ook toegevoegd op verzoek van de politie.
Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; d. op de weg als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; d. op de weg als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
In de huidige APV ontbreken leden 2 en 3 ten opzichte van de VNG modelverordening. Dit wordt hiermee hersteld.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. De eigenaar of houder van een hond is verplicht bij het uitlaten van die hond binnen de bebouwde kom een deugdelijk hulpmiddel, dat gezien de vorm en constructie als zodanig bestemd is voor het verwijderen van uitwerpselen, of een zakje of schep bij zich te dragen en dit, op eerste vordering van de met zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening belaste ambtenaar, te tonen. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.