CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Perspectievennota 2023-2026

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectievennota (eerste termijn)25.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Perspectievennota 2023-2026

42

Nu blijkt uit het coalitieakkoord van het kabinet dat de oploop van de opschalingskorting deze kabinetsperiode wordt geschrapt. Hierdoor blijft de opschalingskorting op het gemeentefonds op hetzelfde niveau als de afgelopen 3 jaar. Wat er met de opschalingskorting na de kabinetsperiode gedaan gaat worden, is nog onzeker. Uit de startnota van het kabinet blijkt dat het Rijk vanaf 2026 rekening houdt met een structurele korting op het gemeentefonds van € 675 miljoen. Sociaal Domein Het merendeel van de gemeenten heeft bij de begroting 2022 gebruik gemaakt van de mogelijkheid om stelposten op te nemen in de meerjarenraming 2023 tot en met 2025 voor de middelen jeugdzorg. De bedragen komen voort uit de arbitrage uitspraak van de Commissie van Wijzen. Hiervoor geldt een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. De stelpost is geen budgettaire garantie. Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassingen in het stelsel voor uitvoering van de Jeugdwet vanaf 2022 heeft nog geen volledige opvolging gekregen in het coalitieakkoord. In het coalitieakkoord wordt er op een aantal punten afgeweken (onder andere de hoogte) van de afspraken van de Commissie van Wijzen, waardoor de compensatie op langere termijn lager is.

Dat betekent concreet dat gemeenten die onze richtlijn hebben gevolgd en de maximale stelpost van 75% hebben opgenomen nog aanvullende dekking zullen moeten zoeken. Onderdeel van de toezegging van de gelden uit de Commissie van Wijzen is de hervormingsagenda. De agenda, waar ook jeugdhulpaanbieders, professionals en cliëntorganisaties aan meewerken, moet concrete maatregelen opleveren die leiden tot een kwalitatief en financieel houdbaar jeugdstelsel. Op dit moment wordt de hervormingsagenda uitgewerkt. Voor de begroting 2023 is het op dit moment niet duidelijk hoe er met de stelpost “uitkomst onderzoek Jeugdzorg” moet worden omgegaan. Evenals de VNG zijn wij in afwachting of er tijdig een structurele oplossing wordt geboden. Wanneer deze niet tijdig wordt gegeven dan moeten het Rijk, de VNG en het IPO nadere afspraken maken hoe er in de begroting 2023 – 2026 moet worden gehandeld om te voorkomen dat de gemeenten opnieuw in de problemen komen. Ook hierover zullen wij u (ambtelijk) informeren zodra er meer duidelijk is. Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt kan of moet worden. ‘Kan’, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en ‘moet’ als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze.

De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV.  Kadernota rechtmatigheid 2022 De commissie BBV geeft via de Kadernota rechtmatigheid haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV. De nota wordt door de commissie BBV geactualiseerd als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Voor de jaarrekening 2022 is hier aanleiding toe indien de voorgenomen wetswijziging, waarin het afgeven van een verklaring over de rechtmatigheid bij decentrale overheden wordt geregeld, tijdig wordt afgerond. Met ingang van het verslagjaar 2022 wordt dan de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording over rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. De gepubliceerde Kadernota rechtmatigheid 2022 gaat dan ook gelden met ingang van het begrotingsjaar 2022 indien bovengenoemde wetswijziging tijdig wordt afgerond. Ook voor de jaarrekening 2021 is er aanleiding om de Kadernota rechtmatigheid te actualiseren.

Omdat een aantal onderdelen uit de Kadernota rechtmatigheid 2022 los staan van de voorgenomen wetswijziging per 2022, heeft de commissie BBV deze onderdelen als addendum op de Kadernota rechtmatigheid 2018 gepubliceerd.

Perspectievennota 2023-2026

43

 Notitie Paragraaf bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering is sinds de introductie van het BBV een verplichte paragraaf in de begroting en het jaarverslag. In deze paragraaf moet ‘ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering’ worden gegeven. Deze formulering geeft veel ruimte om gemeente-specifiek invulling te geven aan deze paragraaf. Naar aanleiding van een consultatie inzake de Kadernota rechtmatigheid 2022 bleek, dat er een brede behoefte was aan een nadere duiding van de inhoud en reikwijdte van de paragraaf bedrijfsvoering. Daarom heeft de commissie BBV besloten om naast de actualisatie van de Kadernota rechtmatigheid een Notitie paragraaf bedrijfsvoering op te stellen. De Notitie paragraaf bedrijfsvoering gaat in per 2022, waarbij de commissie wel aantekent dat de stellige uitspraken en aanbevelingen die geen directe relatie hebben met het invoeren van de rechtmatigheidsverantwoording ook eerder toegepast mogen worden.  Notitie Lokale heffingen De begrippen lokale heffingen, gemeentelijke belastingen, leges en retributies hebben allemaal betrekking op bedragen die een gemeente oplegt aan bewoners, bedrijven en forensen/toeristen. De begrippen worden door elkaar gebruikt in de wetgeving hetgeen soms tot onduidelijkheid kan leiden.

Aanpassingen in de wetgeving in de afgelopen jaren in combinatie met jurisprudentie leiden in de praktijk nog steeds tot veel vragen rondom de tariefstelling voor lokale heffingen en bijbehorende voorziening(en). In de notitie geeft de commissie BBV dan ook een overzicht van alle relevante aspecten van lokale heffingen en bijbehorende voorzieningen en reserves met betrekking tot vraagstukken van begroting en verantwoording. Het doel van de notitie is inzicht te bieden aan raadsleden en meer specifiek duiding te geven aan vakspecialisten op het gebied van lokale heffingen.  Actualisering Notities In de planning staat verder in de loop van 2022 actualisering van onder andere de notitie rente en de notitie risicomanagement. Of deze notities al voor de begroting 2023 geldig zullen zijn is afhankelijk van het moment van verschijnen. De datum van inwerkingtreding kunt u terugvinden in de betreffende notitie. Specifieke onderwerpen Inzicht in de structurele begrotingspositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie van uw gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. Als u de begroting vaststelt, waarbij de baten en lasten met elkaar in evenwicht zijn, betekent dit nog niet dat u heeft voldaan aan de Gemeentewet. U heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel in evenwicht is.

Dit betekent evenwicht waarbij incidentele/tijdelijke effecten niet mee worden gerekend. Nogmaals dringen wij erop aan het structurele begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Hiervoor kunt u gebruik maken van de voorbeelden uit het GTK en uit de notitie Structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV (hierna: de notitie). Wij adviseren u het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel en de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen. Incidentele baten en lasten Een van de verplicht op te nemen overzichten in zowel de begroting als de jaarrekening is het overzicht van incidentele baten en lasten. Dit overzicht stelt u in staat de incidentele (tijdelijke) effecten inzichtelijk te maken en het structurele saldo van uw begroting te bepalen. De leesbaarheid van dit overzicht wordt vergroot als baten en lasten en incidentele reservemutaties duidelijk gescheiden zijn weergegeven. Daarnaast is het vanuit het BBV verplicht de opgenomen posten te voorzien van een toelichting. Belangrijk daarbij is dat duidelijk wordt waarom de baten of lasten door u als incidenteel zijn bestempeld. Anders gezegd, waarom er géén sprake is van structurele baten of lasten. Structurele baten en lasten zijn immers regel en de incidentele baten en lasten vormen de uitzondering.

Reservemutaties neemt u altijd in het overzicht op, ongeacht de omvang, omdat in principe alle stortingen in en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard zijn. De uitzonderingen, de structurele reservemutaties, Perspectievennota 2023-2026

44

maakt u inzichtelijk op het ook verplichte overzicht van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Alle reservemutaties zijn of opgenomen in dit overzicht of in het overzicht van incidentele baten en lasten. Om het beeld ten aanzien van de reserves compleet te maken neemt u ook het verloop van de reserves op. Dit kan door in een bijlage het overzicht reserves en voorzieningen aan te vullen met de afzonderlijke toevoegingen en onttrekkingen per reserve. Net zoals bij de begrotingsronde 2022 zullen we bij de begrotingsronde 2023 terughoudend omgaan met het doorvoeren van correcties op het structureel begrotingssaldo op grond van de (ambtelijke) handreiking ‘Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten’. Taakstellingen Gemeenten waarbij de structurele baten onvoldoende zijn om de structurele lasten te dekken, kunnen naast inkomstenverhogende maatregelen kiezen voor het (meerjarig) sluitend maken van de begroting door bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen. Wat wordt bedoeld met deze begrippen: - Een bezuiniging wordt rechtstreeks op de baten en lasten van de begroting verwerkt. Bij de kadernota wordt vaak aangekondigd op welke posten wordt bezuinigd. In de begroting die u vaststelt zijn deze bezuinigingen verwerkt. - Een taakstelling is een opgave die de organisatie voor de langere termijn wordt opgelegd.

Hieronder valt bijvoorbeeld het voornemen om het personeelsbestand terug te brengen met een opgelegd bedrag of percentage. Om dit te kunnen realiseren moet een plan worden opgesteld en moet er nog rekening gehouden worden met frictiekosten en dergelijke. Pas op langere termijn ontstaan de positieve financiële effecten. - Een ombuiging heeft een beleidsinhoudelijk overweging en daardoor een politieke lading. Een voorbeeld hiervan is een bezuiniging op onderhoud kapitaalgoederen. Bij de beoordeling van uw begroting worden de bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen getoetst op hardheid, haalbaarheid en realiteitswaarde. Hiervoor is het volgende van belang. 1. Een bezuiniging is op het programma verwerkt en reëel. Het budget is concreet en de raming is daadwerkelijk verlaagd. 2. Bij een taakstelling is de onderliggende toelichting en het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden van belang. Deze toelichting is noodzakelijke informatie voor uw en ons inzicht in uw financiële positie. 3. Een ombuiging vergt een beleidsinhoudelijke afweging, uw besluitvorming is voor onze beoordeling van belang. Wij constateren dat er soms taakstellingen zijn uit eerdere jaren waaraan nog inhoud moet worden gegeven. Dit vinden wij een zorgelijke ontwikkeling.

Alleen wanneer de voorgenomen maatregelen volledig worden gerealiseerd, blijft de financiële stabiliteit van de gemeente gewaarborgd. TIP: Neem een paragraaf taakstellingen op in uw begroting. In deze paragraaf kunt u in één oogopslag de opgenomen bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen zien, die verspreid in de begroting zijn geraamd. Ook kunnen in deze paragraaf stelposten (inschattingen of al vrijgemaakte begrotingsruimte) en nog openstaande taakstellingen in de meerjarenramingen vermeld worden. Daarnaast kunt u hier de voortgang van eerder vastgestelde bezuinigingsmaatregelen toelichten en volgen. Hetzelfde geldt voor eventuele stelposten voor toekomstige financiële onzekerheden. Dit versterkt uw en ons inzicht in de financiële positie van uw gemeente. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Een belangrijk onderdeel voor de beoordeling van de financiële stabiliteit van een gemeente is de omvang van het weerstandsvermogen. Bij onze begrotingsonderzoeken zien we veel grote financiële onzekerheden en signaleren we bij veel gemeenten jaarlijks een toename van de risico’s. Die ontwikkeling toont aan, dat gemeenten in het algemeen continu alert dienen te zijn op het volledig en adequaat in beeld houden van de financiële risico’s. Voorkomen dient te worden dat daarbij (substantiële) risico’s over het hoofd worden gezien.

Ook vraagt deze risico-ontwikkeling wat van de daartegenover gestelde middelen en mogelijkheden

Perspectievennota 2023-2026

45

waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om onverwachte, niet begrote kosten te dekken. De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de weerstandscapaciteit bepalen immers het weerstandsvermogen van uw gemeente. Om nadelige financiële consequenties voor de uitkomsten van de begroting of meerjarenraming te voorkomen bij het onverwachts aanwenden van de weerstandscapaciteit is het belangrijk om de middelen van de beschikbare weerstandscapaciteit ook volledig vrij aanwendbaar te houden. Dat houdt in dat wij adviseren om al in de begroting besloten of in de meerjarenraming geraamde inzet van (eventueel een deel van) deze middelen uit te zonderen bij de beschikbare weerstandscapaciteit of eventueel als opgenomen claims nader toe te lichten. Hierdoor wordt een gat in de begroting en/of meerjarenraming voorkomen en een consistente berekening van de weerstandsratio bevorderd. Beoordeling kengetallen Het financieel gezond houden van een gemeente gaat verder dan een sluitende begroting. Een aantal jaren geleden zijn kengetallen voorgeschreven in de begroting en het jaarverslag inclusief een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Dit is primair gedaan om het inzicht in de financiële positie van de gemeente bij de gemeenteraad te vergroten.

De wijze waarop de kengetallen meewegen in de uiteindelijke beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Net als u hebben wij een belang bij inzicht in de financiële positie van uw gemeente. Daarom adviseren wij u de voorgeschreven beoordeling van de kengetallen op te nemen in uw paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, als deze nog ontbreekt. Onderhoud kapitaalgoederen Een gemeente is verantwoordelijk voor een veilige en duurzame leefomgeving voor haar inwoners en geeft daarom ieder jaar grote bedragen uit aan het verkrijgen, vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen. Denk onder andere aan wegen, riolering, water, groen en gebouwen. De onderhoudskosten kapitaalgoederen zijn uitgaven bedoeld om de kwaliteit van de gemeentelijke eigendommen op een van tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Dit met als doel het naar behoren te laten functioneren en kapitaalvernietiging te voorkomen. Hierbij worden groot en klein onderhoud onderscheiden. De lasten voor klein onderhoud worden altijd in de exploitatie geraamd in het jaar dat uitvoering plaats vindt. De lasten voor groot onderhoud kunnen op twee manieren worden geraamd: óf via de exploitatie in het jaar van uitvoering of, onder voorwaarden, via een onderhoudsvoorziening.

Uit de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen moet blijken: - Welk onderhouds- en kwaliteitsniveau de gemeente heeft vastgesteld. - Dat de beheerplannen recent zijn. Een beheerplan mag maximaal vijf jaar oud zijn. Voor het begrotingsjaar 2023 mag het beheerplan dus niet ouder zijn dan 2018. Van deze vijf jaar kan door de raad alleen gemotiveerd afgeweken worden. - Dat de budgetten in de begroting groot genoeg zijn om het beleid van de gemeente te kunnen uitvoeren. - Of er al dan niet sprake is van achterstallig onderhoud.  Bezuinigingen op het onderhoud Bezuinigingen op het jaarlijks en groot onderhoud worden door ons alleen onder de volgende voorwaarden als reëel beoordeeld: - Het lagere kwaliteitsniveau van het onderhoud van de kapitaalgoederen leidt niet tot achterstallig onderhoud en/of onveilige situaties. Dit dient aannemelijk te worden gemaakt. - De raad stelt een actueel beheerplan vast op basis van het lagere kwaliteitsniveau. BTW compensatiefonds Het BTW compensatiefonds (BCF) is een fonds waaruit de gemeenten worden gecompenseerd voor een belangrijk deel van de door uw gemeente betaalde omzetbelasting (BTW). Als gemeenten diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover BTW. In tegenstelling tot bedrijven kan uw gemeente die BTW niet terugvorderen van de Belastingdienst.

Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Bij het BTW compensatiefonds kunnen de gemeenten (grotendeels) de BTW terugvragen die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Het fonds is dan ook opgericht om BTW weg te nemen

Perspectievennota 2023-2026

46

als factor in de afweging van gemeenten tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Er is een directe financiële koppeling tussen het BCF en het Gemeentefonds. Het BTW compensatiefonds kent een plafond. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. Het is aan de gemeenten zelf om een reële raming voor het BCF op te nemen. De ruimte onder het BCFplafond kan structureel geraamd worden. Voor de wijze van verwerking van deze ruimte in uw begroting en meerjarenraming geldt de volgende richtlijn. De realisatie 2021, zoals deze is opgenomen in de meicirculaire 2022 kan maximaal geraamd worden voor het begrotingsjaar 2023. Deze uitkomst voor het begrotingsjaar 2023 wordt vervolgens (maximaal) constant gehouden (vlak doorgetrokken) in de meerjarenraming 20242026. Gezien de (forse) fluctuaties in de ruimte onder het BCF-plafond dringen wij erop aan om voorzichtigheid in acht te nemen bij het ramen van de ruimte onder het BCF-plafond.  Omgevingswet De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft laten weten voor een zorgvuldige en verantwoorde inwerkingtreding van de Omgevingswet de invoeringsdatum uit te stellen naar 1 januari 2023.

In onze voorgaande begrotingscirculaires hebben wij dit onderwerp al uitgebreid toegelicht en daarbij geattendeerd op de financiële gevolgen voor uw gemeente. Voor nieuwe raadsleden nemen wij de belangrijkste aspecten opnieuw in deze circulaire op. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Het uitgangspunt blijft dat er een goed evenwicht is tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de nieuwe wet zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: - per gemeente geldt één omgevingsplan; - het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving; - in een programma staan maatregelen waarmee een bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Over het algemeen geven gemeenten aan dat ze inmiddels zijn voorbereid op de invoering van de Omgevingswet.

Het is nog niet voor elke gemeente duidelijk wat de gevolgen zijn voor de opbrengsten van leges, zowel wat betreft aantallen als wat betreft de leges per vergunning. Uitgangspunt is dat de Omgevingswet budgetneutraal kan worden ingevoerd in een periode van 10 jaar. In interbestuurlijk verband is afgesproken dat naar oplossingen zal worden gezocht voor financiële knelpunten. Een latere inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt extra kosten met zich mee. In 2022 zullen deze tijdens een financiële evaluatie in beeld worden gebracht. Het programma Aan de slag met de Omgevingswet ondersteunt de implementatie van de wet in de praktijk. Het is interessant om uw gemeente op te zoeken op de Aansluitmonitor DSO, waarop staat hoeveel overheidsorganisaties inmiddels zijn aangesloten op de oefenomgeving van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Wet digitale overheid en Wet open overheid Niet alleen bij de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie staan gemeenten voor grote maatschappelijke opgaven, ook in de digitalisering van de samenleving liggen uitdagingen. In het kader van deze begrotingscirculaire is het vanzelfsprekend belangrijk om te melden dat de financiële gevolgen voor de uitvoering van nieuwe wetgeving en taakmutaties reëel worden opgenomen in de komende begroting en meerja-

Perspectievennota 2023-2026

47

renraming. Zo hebben ook deze beide wetten gevolgen voor de bedrijfsvoering van gemeenten. Behalve implementatiekosten komen er structureel ook extra taken bij. Gedurende de Covid-19 crisis is het belang van digitale toegankelijkheid alleen nog maar evidenter geworden. Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Deze wet heeft als doel (semi)overheden transparanter en toegankelijker te maken. De wet moet er voor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo komt in de plaats van de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Een verschil van slechts één letter, maar de nieuwe Woo gaat ook heel wat betekenen voor gemeenten. Zo worden gemeenten verplicht verschillende soorten documenten actief en snel openbaar te maken. Ook verplicht de Woo om gemeenten hun informatiehuishouding op orde te brengen, een bepaling uit de Archiefwet wordt daarbij herhaald in de Woo. Hiermee is een aanzienlijke doorlooptijd gemoeid, de Memorie van Toelichting bij de wet noemt een mogelijke termijn van acht jaar. De financiële gevolgen van de implementatie en uitvoering van de Woo zijn door het Rijk bij de meicirculaire 2021 gecompenseerd met zowel incidentele als structurele middelen. De invoering van de Wet digitale overheid (Wdo) heeft in 2021 vertraging opgelopen.

Vragen van de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel hebben er toe geleid dat de Staatssecretaris van BZK heeft besloten tot een wetswijziging. Het wijzigingsvoorstel is in juni 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. De inwerkingtreding is afhankelijk van wanneer de Kamer het wetsvoorstel met wijzigingen bespreekt. De Wdo heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij (semi)overheid. Deze wet moet het mogelijk maken om straks via publieke én private inlogmiddelen digitaal zaken te doen met bijvoorbeeld gemeenten en zorginstanties. De Wdo gaat pas gelden als een instantie technisch en organisatorisch klaar is om aan te sluiten. De VNG heeft het Rijk gevraagd om compensatie van de meerkosten voor de gemeenten. Dat is nog niet geregeld. Toezichtkader Gemeenschappelijke regelingen Vorig jaar informeerden wij u over de stand van zaken omtrent het GTK voor de gemeenschappelijke regelingen. Reden voor een afzonderlijk toezichtkader voor de gemeenschappelijke regelingen, is dat GTK voor gemeenten niet één op één van toepassing is voor de gemeenschappelijke regelingen. Vanwege de diversiteit aan gemeenschappelijke regelingen (grootte, deelnemers, beleidsvelden), moet dit toezichtkader een handvat zijn voor gemeenschappelijke regelingen bij het opstellen van de begroting.

Wij verwachten het GTK voor gemeenschappelijke regelingen in het 2e kwartaal 2022 vast te stellen. Daarmee wordt ingezet dat dit nieuwe GTK voor gemeenschappelijke regelingen bij de begroting 2024 toegepast kan gaan worden. De wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is inmiddels definitief en treedt in werking per 1 juli 2022. Belangrijke wijzigingen die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gelden zijn: 1. Aanpassing begrotingscyclus door drie wijzigingen: - de kadernota en voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; - de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken voor 1 augustus; - de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus. 2. Artikel 9 van de Wgr is aangescherpt met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van de uittreding. Daardoor kan niet langer volstaan worden met een vaststelling door het (algemeen) bestuur. Bestaande gemeenschappelijke regelingen zullen binnen twee jaar moeten worden aangepast nadat deze wijziging in werking is getreden.

Agenda toekomst van het (interbestuurlijk) toezicht Met de Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht (ATT) geven gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk invulling aan de vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht. Het doel is dat het toezicht zo effectief mogelijk is en past bij een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven. Het actieplan bestaat uit vijf actielijnen: 1. Versterking verbinden horizontale controle en verticaal toezicht Perspectievennota 2023-2026

48

2. 3. 4. 5.

Beter voeren dialoog Beter leren via toezicht Uniformeren uitvoering toezicht Toezichthouder richt zich op gedeelde risico’s

Er zijn verschillende werkgroepen in het leven geroepen die per actielijn de gestelde doelen uitwerken. Voor meer informatie postbusATT@minbzk.nl. In het kader van het opbouwen en/of verbeteren van de gespreksrelaties tussen toezichtontvanger en toezichthouder (actielijn 2) zal verder worden uitgewerkt hoe de dialoog met elkaar kan worden gevoerd. In vervolg op de in 2021 georganiseerde workshops ATT worden een aantal regionale pilots georganiseerd om hier in de praktijkervaring mee op te doen. Provincies en gemeenten die hieraan zouden willen deelnemen worden opgeroepen zich hiervoor aan te melden bij het programma ATT via postbusATT@minbzk.nl. De recent opgerichte werkgroep ‘Data gedreven toezicht’ gaat onderzoeken welke bestaande data, toezichtinformatie, kennissystemen etc. voorhanden zijn en hoe die beter kunnen worden benut (actielijn 3). Dit kan uitmonden in pilots om ervaringen op te doen om deze beter te gebruiken en te komen tot verbeteringen. Tot slot Inzenden van uw begroting per post of digitaal via de Berichtenbox U kunt uw begrotingen, maar ook voor wijzigingen in begrotingen, jaarrekeningen en andere wettelijk verplichte documenten per post of digitaal via de Berichtenbox inzenden. Zorg er bij digitale inzending voor dat u stukken toestuurt die wij goed kunnen archiveren. Op die manier blijft voor de toekomst duidelijk wat de besluitvorming is geweest.

Een raadsbesluit met bijvoorbeeld alleen een link naar informatie op een website of app is niet voldoende. Zowel de fysieke als de digitale begroting en jaarrekening dienen qua vorm en inhoud aan de wettelijke eisen te voldoen. Op brabant.nl staan diverse actualiteiten op het gebied van financieel toezicht. Daar kunt u ook bijvoorbeeld het overzicht ‘Bruto woonlasten 2022 voor een meerpersoonshuishouden’ vinden. Dit overzicht geeft inzicht in de woonlasten van de Brabantse gemeenten. In één oogopslag kunt u daar zien of uw gemeente tot de goedkopere of duurdere gemeenten behoort wat betreft de woonlasten. Het ministerie van BZK stelt ook financiële data en informatie beschikbaar op de website Findo.nl, zoals data van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Deze data kunnen worden gebruikt voor vergelijking en analyse. Als laatste attenderen wij u op de website van de Rijksoverheid waar informatie staat over hoe gemeenten haar financiële situatie op verschillende manieren kunnen (laten) onderzoeken. Bijvoorbeeld zelf met een eigen begrotingsanalyse of bij preventief toezicht met een begrotingsscan met behulp van de provincie en het Rijk of eventueel bij een herindeling met een herindelingsscan. Hebt u vragen over deze circulaire dan kunt u contact opnemen met de heer T.C. (Teco) Noordegraaf van ons team IBT Financieel Toezicht.

Hij is op maandag tot en met donderdag tijdens kantooruren bereikbaar via telefoonnummer 06-52794351. U kunt ook contact opnemen met de contactambtenaar voor uw gemeente.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze, N. Wester MSc, programmamanager Kwaliteit Openbaar Bestuur In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

Perspectievennota 2023-2026

49

Bijlage 3: Overzicht te verstrekken subsidies (Programmabegroting 2022-2025)

Perspectievennota 2023-2026

50

Welzijnssubsidies

Omvang subsidie

Taakveld

Begroot 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Budgetsubsidies Deze organisaties ontvangen een vaste subsidie en hebben vast personeel Culturele professionele organisaties Openbare bibliotheek Openbare bibliotheek (digitaalhuis) Muziekschool Art4U Muziekschool Art4U Cultuureducatie met kwaliteit De Kattendans Centrummanagement Stichting Promotie Bergeijk (SPB) Stichting streekomroep De Kempen Stichting Beleef Bergeijk Stichting Beleef Bergeijk (locatie Visit Bergeijk) Subtotaal culturele professionele organisaties

> 50.000 < 50.000 > 50.000 < 50.000 > 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 > 50.000 > 50.000

5 4 5 5 6 3 3 5 3 5

WMO/zorg Stichting Lumens Stichting Carroussel (voorheen MEE/GJVW) Stichting MEE Slachtofferhulp GGZE Eindhoven en de Kempen Stichting Aquinohuis Dorpsondersteuner Riethoven Dorpsondersteuner 't Hof Dorpsondersteuner Luyksgestel Dorpsondersteuner Westerhoven Dorpsondersteuner de Weebosch Dorpsondersteuner 't Loo GGZE indicatieve inloop Samen aan tafel Subtotaal Wmo/Zorg

> 50.000 < 50.000 > 50.000 < 50.000 < 50.000 > 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.003 > 50.000 < 50.000

6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6

127.304 4.632 98.728 4.319 30.145 123.361 25.854 44.118 25.278 25.300 18.300 18.300 56.643 19.943 622.225

129.213 4.701 100.209 4.383 30.597 125.211 26.242 44.780 25.657 25.600 18.600 18.600 57.493 20.243 631.530

131.151 4.772 101.712 4.449 31.056 127.089 26.635 45.452 26.042 25.900 18.900 18.900 58.355 20.546 640.961

133.119 4.844 103.238 4.516 31.522 128.996 27.035 46.133 26.433 26.200 19.200 19.200 59.230 20.854 650.519

Jeugd Faciliterende ondersteuning scholen Stichting Leergeld Subtotaal Jeugd

< 50.000 > 50.000

4 6

20.700 52.000 72.700

20.700 52.000 72.700

20.700 52.000 72.700

20.700 52.000 72.700

Ouderen Wél! Welzijn de Kempen Stichting welzijnscentrum Lucia Stg. Steunpunt ouderen Riethoven Stg. Steunpunt ouderen Westerhoven Overlegorg.voor ouderenorg. (MBVO act) Subtotaal Ouderen

> 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000

6 6 6 6 6

118.075 35.398 9.613 0 22.446 185.532

119.846 35.929 9.757 0 22.783 188.315

121.644 36.468 9.903 0 23.124 191.139

123.469 37.015 10.052 0 23.471 194.006

Exploitatiesubsidies Stichting Gemeenschapshuis Terlo Sporthal De Kemphaan, Riethoven Sporthal De Koolakkers, Westerhoven Sporthal De Drie Eiken, Bergeijk Stichting sportaccomodatie De Bergerheide RKVV Bergeijk Gemeenschapshuis den Eijkholt Gemeenschapshuis 't Sant Vereniging collectief Westerhoven Gemeenschapshuis Terlo Gemeenschapshuis De Rietstek Inloopactiviteiten Kattendans Inloopactiviteiten den Eijkholt Inloopactiviteiten 't Sant Inloopactiviteiten Terlo Inloopactiviteiten De Rietstek Inloopactiviteiten Vereniging collectief Westerhoven Subtotaal Exploitatiesubsidies

Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie

6 5 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6

20.395 12.701 12.701 12.701 51.805 11.550 82.592 57.393 74.126 58.621 50.339 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 504.925

20.006 12.892 12.892 12.892 51.805 11.550 82.592 57.393 74.126 58.621 50.339 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 505.108

19.617 13.085 13.085 13.085 51.805 11.550 82.592 57.393 74.126 58.621 50.339 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 505.299

19.228 13.282 13.282 13.282 51.805 11.550 82.592 57.393 74.126 58.621 50.339 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 505.499

278.740 282.921 287.165 291.472 18.000 18.000 18.000 18.000 261.161 265.078 269.054 273.090 24.937 24.937 24.937 24.937 496.035 426.248 432.642 439.132 13.607 13.811 14.018 14.228 40.560 40.560 40.560 40.560 9.362 9.503 9.645 9.790 45.630 45.630 45.630 45.630 6.250 6.250 6.250 6.250 1.194.282 1.132.938 1.147.902 1.163.089

Perspectievennota 2023-2026

51

Welzijnssubsidies

Omvang subsidie

Taakveld

Begroot 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

24.393 11.339 9.140 11.137 5.467 61.477

24.759 11.509 9.278 11.304 5.549 62.399

25.131 11.682 9.417 11.474 5.632 63.335

Cultuur Deze organisaties ontvangen een vaste bijdrage in de huisvestingslasten, die bijdragen aan de instandhouding van de activiteiten Cultuurhuis Bergeijk > 50.000 5 27.650 28.065 28.486 Stichting Bakkerijmuseum < 50.000 5 5.086 5.163 5.240 Subtotaal Cultuur 32.737 33.228 33.726

28.913 5.319 34.232

Jeugdactiviteiten Deze organisatie ontvangen een bijdrage voor de jeugdactiveiten Jeugdvakantiewerk Bergeijk / Riethoven Activiteitensubsidie Buitengaander Speeltuin de Bucht Jeugdvakantiewerk Westerhoven Handbalvereniging Bergeijk Kinderboerderij Bergeijk BKV Jeugdatelier Bergeijk Stichting Wensmuziek Subtotaal Jeugdactiviteiten

Waarderingssubsidies Harmonie, fanfare en accordeon Deze ontvangen een vaste subsidie om passende diensten te verlenen bij evenementen in Bergeijk De Echo der kempen < 50.000 5 Theodatus < 50.000 5 Fanfare Irene < 50.000 5 Riethovens harmoniekorps < 50.000 5 Accordeonvereniging Lustige Klanken < 50.000 5 Subtotaal Harmonie, fanfare en accordeon

< 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000

6 6 5 6 5 5 5 5

24.033 11.171 9.005 10.972 5.386 60.568

3.403 1.666 13.817 980 5.714 1.521 3.803 1.775 32.677

3.454 1.691 14.024 994 5.800 1.544 3.860 1.801 33.167

3.506 1.716 14.234 1.009 5.887 1.567 3.917 1.828 33.665

3.558 1.742 14.448 1.024 5.975 1.590 3.976 1.856 34.170

Ouderen De vier KBO's ontvangen een bijdrage om hun leden door activiteiten aan te bieden langer zelfredzaam te laten zijn. KBO Bergeijk (activiteiten/huur Kattendans) < 50.000 6 4.542 4.610 KBO Luyksgestel (activiteiten) < 50.000 6 1.056 1.071 KBO Riethoven < 50.000 6 3.009 3.054 KBO Westerhoven < 50.000 6 1.027 1.043 Subtotaal Ouderen 9.633 9.777

4.679 1.087 3.099 1.058 9.924

4.749 1.104 3.146 1.074 10.073

Dorpsraden De zes dorpsraden ontvangen een bijdrage voor hun onk osten om het belang van het dorp te behartigen. Stg. Dorpsraad Luyksgestel < 50.000 6 5.643 Stg. Kernraad Riethoven < 50.000 6 5.643 Dorpsraad Westerhoven < 50.000 6 5.643 Dorpsraad Weebosch < 50.000 6 5.643 Dorpsraad 't Loo < 50.000 6 5.643 Dorpsraad 't Hof < 50.000 6 5.643 Subtotaal Dorpsraden 33.858

5.686 5.686 5.686 5.686 5.686 5.686 34.118

5.730 5.730 5.730 5.730 5.730 5.730 34.382

5.775 5.775 5.775 5.775 5.775 5.775 34.651

Oranjecomites De zes oranjecomites ontvangen een bijdrage om op Koningsdag activiteiten te organiseren voor de jeugd. Oranjecomite Westerhoven < 50.000 5 545 Oranjecomite Luyksgestel < 50.000 5 808 Oranjecomite Riethoven < 50.000 5 624 Oranjecomite 't Hof < 50.000 5 2.261 Ouderraad st. Gerardusschool (Oranjecomite De Weebosch) < 50.000 5 177 Ouderenvereniging St. Bernardus (Oranjecomite 't Loo) < 50.000 5 390 Subtotaal Oranjecomites 4.805

553 820 633 2.295 180 396 4.877

561 833 642 2.330 183 402 4.951

569 845 652 2.365 186 408 5.025

Regionale organisaties Regionale organisaties ontvangen een bijdrage voor activiteiten, waar ook Bergeijk se k wetsbare inwoners uit Bergeijk gebruik van mak en. Stichting Kompas < 50.000 6 217 220 224 227 Revalidatievereniging De Dobbers < 50.000 6 866 879 892 906 Reumapatientenvereniging De Kempen < 50.000 6 742 753 765 776 Subtotaal Regionale organisaties 1.825 1.853 1.880 1.909 EHBO (incl. vervanging en onderhoud AED per EHBO) leiden leden op tot het EHBO diploma, inclusief reanimatie en AED gebruik EHBO Bergeijk < 50.000 EHBO Luyksgestel < 50.000 EHBO Riethoven < 50.000 EHBO Westerhoven < 50.000 Subtotaal EHBO

7 7 7 7

2.460 1.660 1.790 1.429 7.338

2.497 1.685 1.817 1.450 7.448

2.534 1.710 1.844 1.472 7.560

2.572 1.736 1.871 1.494 7.674

Perspectievennota 2023-2026

52

Welzijnssubsidies

Omvang subsidie

Taakveld

Subsidies op basis van aanvraag met een budget Budget kadervorming jeugd Huursubsidies verenigingen in gemeenschapshuizen Projectsubsidies vernieuwend welzijns-en jeugdbeleid Subtotaal subside op basis van aanvraag met een budget

< 50.000 < 50.000 Project

6 6 6

Natuureducatie IVN en Milieuwerkgroep Natuurtuin Subtotaal natuureducatie

< 50.000 < 50.000

Begroot 2023

Begroot 2024

3.317 25.085 21.879 50.281

3.367 25.462 22.207 51.035

3.417 25.844 22.540 51.801

3.468 26.231 22.878 52.578

5 5

250 1.314 1.564

250 1.334 1.584

250 1.354 1.604

250 1.374 1.624

5 5 5 5 5 5

545 624 808 2.261 390 177 4.805

553 633 820 2.295 396 180 4.877

561 642 833 2.330 402 183 4.951

569 652 845 2.365 408 186 5.025

Zorg/welzijn Het verlenen van een bijdrage voor organisaties, die in Bergeijk een aanbod doen voor k wetsbare burgers uit Bergeijk Alzheimer Nederland afdeling ZO brabant < 50.000 6 1.382 1.403 NVA Noord Brabant/AIC de Kempen < 50.000 6 1.105 1.122 Voedselbank Bergeijk < 50.000 6 5.979 6.068 Vluchtelingenwerk < 50.000 6 50.805 51.568 Dagbesteding Riethoven < 50.000 6 36.425 36.971 Preventiemedewerker Alcohol en drugs < 50.000 7 10.951 11.115 Hartslag nu < 50.000 7 1.110 1.110 Algemene Hulpdienst Bergeijk < 50.000 7 2.000 2.000 Zelfhulpgroepen de kempen < 50.000 7 5.001 5.076 Dagbesteding kwetsbaar ouderen stichting Hoefzicht < 50.000 6 17.456 17.456 Subtotaal Zorg/welzijn 132.214 133.889

1.424 1.139 6.159 52.341 37.526 11.282 1.110 2.000 5.152 17.456 135.589

1.445 1.156 6.252 53.126 38.089 11.451 1.110 2.000 5.229 17.456 137.314

776 606 1.508 382 3.273

788 615 1.531 388 3.322

Jeugdcarnavalsoptochten Een bijdrage voor de organisatie van de plaatselijk e jeugdcarnavalsoptocht per k ern. Jeugdcarnavalsoptocht De Koffieleuters < 50.000 Jeugdcarnavalsoptocht De Bremspoersen < 50.000 Jeugdcarnavalsoptocht De Stekkeroapers < 50.000 Jeugdcarnavalsoptocht De Piepteuten < 50.000 Jeugdcarnavalsoptocht 't Rommegat < 50.000 Jeugdcarnavalsoptocht Urnegat < 50.000 Subtotaal Jeugdcarnavalsoptochten

Scouting Het verlenen van een bijdrage voor de vier scouting groepen in Bergeijk Scouting Riethoven Scouting St. Andries Scouting St. Lambertus Stichting Jeugdbelangen, Jong Nederland Subtotaal Scouting

< 50.000 < 50.000 < 50.000 < 50.000

6 6 6 6

Begroot 2022

753 588 1.464 371 3.177

765 597 1.486 377 3.225

Begroot 2025

Totaal subsidies

2.955.147 2.911.146 2.943.705 2.976.744

Welzijnssubsidies

Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 21.879 22.207 22.540 22.878 504.925 505.108 505.299 505.499 1.691.577 1.638.165 1.661.179 1.684.539 736.766 745.666 754.686 763.829 2.955.147 2.911.146 2.943.705 2.976.744

Totaal Projectsubsidies Totaal Exploitatiesubsidies Totaal subsidies > € 50.000 Totaal subsidies < € 50.000 Totaal subsidies

Perspectievennota 2023-2026

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=1acfdd32-cb00-4662-8ceb-ee6f430077ab