CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 VGRP Bergeijk 2025-2029

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2025-2029 (VGRP)19.569 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Randvoorziening

Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen.

Redelijkerwijs

De betekenis hiervan wegen we per situatie af op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast.

Relinen

Toepassen van doelmatig levensduurverlengde maatregelen bij riolen door deze te herstellen zonder graafwerkzaamheden.

Renovatie

Herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg.

Reparatie

Herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd.

Riolering

Het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Rioleringsbeheer

Zorg voor het functioneren van de buitenriolering.

Riool

Samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater.

Rioolput

Constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg).

Verbeterd gescheiden riolering

Gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.

Verbeteren

Het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren.

Vervangen

Herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst.

Vrijverval riolering

Riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd.

Wadi

Systeem voor hemelwater berging en afvoer door infiltratie en/of drainage.

Waterkwaliteitsdoelstelling

Doelstelling voor de kwaliteit van een oppervlaktewater nodig om dat water een bepaalde functie te kunnen laten vervullen.

P a g i n a | 53 Term

Definitie

Wortelingroei

De wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw- of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid.

Termen en definities grondwater Term

Definitie

Drainage

De afvoer van water door de grond richting oppervlaktewater

Grondwater

Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel.

Grondwateronderlast

Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand.

Grondwateroverlast

Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten.

Infiltratie

Intreding van water in de bodem, sponswerking van de bodem.

Kruipruimte

Ruimte onder de begane grondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning.

Peilbuis

Een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten.

Stijghoogte

Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis.

Wadi

Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.

P a g i n a | 54

Bijlage B - Wettelijk kader In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen (cursief is door ons een korte toelichting opgenomen). 1.

Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: i.

de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan, (dit is de zorgplicht hemelwater)

ii.

het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort, (dit is de zorgplicht grondwater)

iii.

de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, (dit is de zorgplicht stedelijk afvalwater)

iv.

het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, (art. 2.18: als beheer van specifieke provinciale wateren niet aan waterschap, maar aan gemeente is toegewezen, art. 2.20: als beheer van specifieke rijkswateren aan gemeente is toegewezen)

v.

de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (als met waterschap is overeengekomen dat zuivering door gemeente doelmatiger is, bijvoorbeeld via een IBA)

b. het behoeden van de staat en werking van openbare wegen, voor zover niet in beheer bij een waterschap, een provincie of het Rijk, voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen, c. de beheersing van geluid afkomstig van wegen in beheer bij de gemeente, lokale spoorwegen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, en industrieterreinen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.12a, eerste lid. 2.

Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, (als een bebouwde kom al boven de drempel van 2000 VE zit moet elk nieuw perceel daarbinnen gerioleerd worden). b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. (De landelijke afstands- en vervuilingscriteria komen vooralsnog in de bruidsschat terecht en blijven daarmee van kracht tot waterschap en gemeente(n) daar samen een eventuele nieuwe invulling aan geven)

P a g i n a | 55

3.

In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. (Dit biedt de mogelijkheid om alternatieve zuiveringen toe te staan).

Ad 2a. De Europese Commissie wil de richtlijn voor behandeling van stedelijk afvalwater aanscherpen. Naast aangescherpte lozingsregels bestaat het voornemen om gemeenten met 1.000 inwoners te verplichten om water te zuiveren (tegenover 2.000 inwoners nu). Nadere informatie over waterbeleid is te vinden op: www.helpdeskwater.nl www.infomil.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl www.iplo.nl

P a g i n a | 56

Bijlage C - Overzicht water en riolering

P a g i n a | 57 De overnamepunten (het punt waar we als gemeente het afvalwater overdragen aan Waterschap de Dommel) zijn: Bergeijk: Riool-zuid, ten zuiden van het helofytenfilter aan de Borkelsedijk Luyksgestel: Riool-zuid nabij de randvoorzieningen aan de Schatersedijk Weebosch: Gemaal Weebosch Westerhoven: Gemaal Westerhoven Riethoven: Gemaal Riethoven

P a g i n a | 58

Bijlage D - Bergeijkse Standaard

P a g i n a | 59

Bijlage E - Afgekoppeld verhard oppervlak Navolgende afbeeldingen tonen de uitgevoerde en in de komende planperiode voorziene afkoppelprojecten.

P a g i n a | 60

P a g i n a | 61

P a g i n a | 62

Bijlage F – Verkenning financiële scenario’s In het kader van dit vGRP hebben we een tweetal financiële scenario’s van het kostendekkingsplan doorgerekend. Een scenario met een minimale stijging van de rioolheffing en een scenario met een geleidelijke stijging van de rioolheffing, zodat later geen inhaalslag nodig is. 1. Scenario 1 (Basis: Minimale stijging): Het basisscenario bevat de nodige uitgaven om dit vGRP uit te voeren. Alle investeringen worden geactiveerd. De spaarvoorziening wordt in 2024 volledig benut en niet meer aangevuld. In de planperiode 2025-2029 willen we zo dicht mogelijk blijven bij het stijgingspercentage van de rioolheffing in afgelopen jaren. Dit scenario is daarom berekend op basis van het uitgangspunt: een minimale stijging in de planperiode. 2. Scenario 2 (Geleidelijke stijging): Dit scenario bevat hetzelfde uitgavenpatroon en hanteert dezelfde financieringsmethodiek als hiervoor beschreven voor scenario 1. Ten opzichte van scenario 1 verschilt alleen het heffingsverloop: in de planperiode 2025-2029 laten we de inkomsten al wat eerder stijgen, zodat we de jaren daarna geen inhaalslag hoeven te maken.

Resultaten basisscenario In de aankomende planperiode (met doorkijk t/m 2083) activeren we al onze investeringen. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Bovendien leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop is weergegeven in Figuur 1.

Figuur 1: Boekwaarden (rest)investeringen in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)

Het uitgavenpatroon leidt tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 2. Hierin zijn ook de benodigde totale inkomsten uit de rioolheffing in het basisscenario weergegeven.

P a g i n a | 63

Figuur 2: Lastenpatroon versus inkomsten voor scenario 1 in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)

De benodigde totale inkomsten uit de rioolheffing zijn in onderstaande grafiek (Figuur 3) vertaald naar de benodigde rioolheffing per eenheid. Tabel 1 geeft de heffingsontwikkeling in de planperiode weer in getallen, zowel op vast prijspeil als nominaal (uitgaande van 1,6% indexatie). De omrekening van totale inkomsten naar heffing per eenheid betreft het basistarief zoals toegelicht in paragraaf 6.2.1.

Figuur 3: Verwacht heffingsverloop in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)

P a g i n a | 64 Tabel 1: Verwacht heffingsverloop in de planperiode.

Jaar

Vast prijspeil (2024) Benodigde inkomsten uit rioolheffing

Nominaal (bij 1,6% indexatie)

Rioolheffing per eenheid

Benodigde inkomsten uit rioolheffing

Rioolheffing per eenheid

2024

€ 2.029.011

€

180,39

€

2.029.011

2025

€ 2.097.499

€ 184,72 (+ 2,4%)

€

2.131.059

€

187,67 (+ 4,0%)

2026

€ 2.168.105

€ 189,15 (+ 2,4%)

€

2.238.039

€

195,25 (+ 4,0%)

2027

€ 2.240.892

€ 193,69 (+ 2,4%)

€

2.350.185

€

203,14 (+ 4,0%)

2028

€ 2.315.924

€ 198,34 (+ 2,4%)

€

2.467.739

€

211,34 (+ 4,0%)

2029

€ 2.393.267

€ 203,10 (+ 2,4%)

€

2.590.954

€

219,88 (+ 4,0%)

€

180,39

In het bepalen van de hoogte van de benodigde inkomsten (verloop van de heffing) is een evenwicht gezocht tussen het zo goed mogelijk aansluiten bij het lastenpatroon enerzijds, en het niet laten schommelen van het tarief anderzijds. Ter bevordering van de lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de tarief egalisatievoorziening Riolering (art. 44.2 BBV). Daarbij is de wettelijke regel in acht genomen dat het saldo in die voorziening in geen enkel jaar negatief mag zijn. Het verloop van de egalisatievoorziening is weergegeven in Figuur 4.

Figuur 4: Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)

Vergelijkende resultaten De boekwaarden uit (rest)investeringen (figuur 1 voor het basisscenario) zijn in beide scenario’s hetzelfde. Ook het lastenpatroon (figuur 2 voor het basisscenario) is in scenario 2 hetzelfde. Om een vergelijking tussen de twee scenario’s te maken, kijken we daarom vooral naar de verschillen in het verloop van de inkomsten uit de rioolheffing. De rioolheffing per eenheid is weergegeven op de lange termijn in de vergelijkende figuur 5 en voor de planperiode in tabel 2. Ook hier gaat het om de vertaling van totale inkomsten naar heffing per eenheid in het basistarief zoals toegelicht in paragraaf 6.2.1.

P a g i n a | 65

Figuur 5: Verwacht heffingsverloop in de twee scenario’s in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie) Tabel 2: Verwacht heffingsverloop voor de twee scenario’s in de planperiode.

Jaar

Vast prijspeil (2024) Scenario 1

Nominaal (bij 1,6% indexatie)

Scenario 2

Scenario 1

Scenario 2

2024

€ 180,39

€ 180,39

€ 180,39

€ 180,39

2025

€ 184,72 (+ 2,4%)

€ 186,34 (+ 3,3%)

€ 187,67 (+ 4,0%)

€ 189,32 (+ 5,0%)

2026

€ 189,15 (+ 2,4%)

€ 192,49 (+ 3,3%)

€ 195,25 (+ 4,0%)

€ 198,70 (+ 5,0%)

2027

€ 193,69 (+ 2,4%)

€ 198,84 (+ 3,3%)

€ 203,14 (+ 4,0%)

€ 208,54 (+ 5,0%)

2028

€ 198,34 (+ 2,4%)

€ 205,41 (+ 3,3%)

€ 211,34 (+ 4,0%)

€ 218,87 (+ 5,0%)

2029

€ 203,10 (+ 2,4%)

€ 212,18 (+ 3,3%)

€ 219,88 (+ 4,0%)

€ 229,71 (+ 5,0%)

Risico’s Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis de huidige beste inzichten. Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de (actuele) onzekerheden die de rioolheffing zullen beïnvloeden. Dat kunnen kostenontwikkelingen zijn, zoals prijsstijging van (bouw)materialen, energiekosten, en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Ook andere onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Met name een rentewijziging kan een aanzienlijke impact hebben op het verloop van de rioolheffing. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in dit hoofdstuk weergegeven rioolheffing op vast prijspeil telkens te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Voor de nominale cijfers is nu rekening gehouden met 1,6% indexatie. Maar jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe programmabegroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Naast deze indexatie moet tenminste de beleidsmatige verhoging behouden blijven voor een rioolheffing die aansluit bij dit plan.

P a g i n a | 66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=c01f6600-4874-41d6-a293-39e0ef7a6122