Bijlage 2 VGRP Bergeijk 2025-2029
Tekst van het document
Omdat de grondwaterstand overwegend laag is en het oppervlaktewater geen grote fluctuaties vertoont is het percentage rioolvreemd water relatief laag (laatste onderzoek dateert van 2008). Bovendien worden de lozingspunten regelmatig gecontroleerd en worden eventuele kleine gebreken verholpen. Meten en monitoren Sinds 2011 meten we samen met Waterschap De Dommel om meer inzicht te krijgen in het functioneren van het rioolstelsel. Aanleiding in 2010 was het onderzoeksproject Kallisto, gericht op het vinden van de meest kosteneffectieve maatregelen in “cluster RWZI Eindhoven” om de waterkwaliteit in rivier De Dommel en haar zijrivieren op orde te brengen. Het verminderen van zuurstofdips (door riooloverstorten en de RWZI) en ammoniumpieken (RWZI) in de Dommel bleken daarvoor de randvoorwaarden. Het Kallisto project is inmiddels als meetprogramma afgerond. De bestaande meetpunten worden nog gebruikt voor effectmonitoring op de maatregelen en optimalisaties (zoals van de instellingen van de regelstations). Het uitvoeringsprogramma van Kallisto loopt nog. Omdat het functioneren van gemalen, randvoorzieningen en overstortputten en het functioneren van het systeem als totaal waardevolle informatie heeft opgeleverd om de systeemwerking te optimaliseren gaan we door met meten en monitoren. Hiervoor is een monitoringscyclusplan (MCP) opgesteld.
Het MCP beschrijft welke informatie we kunnen verkrijgen en hoe we dit organiseren. Het MCP is onderdeel van de bestuursovereenkomst inzake de ´Dienst meten & monitoren inzamelen en transport van afvalwater cluster Eindhoven’ van 2016. Het oorspronkelijke MCP is geactualiseerd tot en met 2027. Meldingen en meetgegevens analyseren we in samenhang met de resultaten van berekeningen om te komen tot passende maatregelen.
P a g i n a | 26
Afbeelding 9: Hydronet is het portaal waar alle meetgegevens bij elkaar komen Anticiperen op calamiteiten Als gemeente Bergeijk zijn we ons ervan bewust dat het risico bestaat dat in geval van een calamiteit verontreinigende stoffen vanuit de riolering in het kwetsbare gebied Keersop terecht kunnen komen. Om het risico op verontreiniging van de bodem of oppervlaktewater te verminderen werken we de komende planperiode hiervoor een strategie uit.
4.2.2
Zorgplicht hemelwater en bijdrage aan klimaatadaptatie
In hoofdstuk 2 hebben we uitgelegd wat de zorgplicht hemelwater inhoudt en welke aandachtspunten er zijn voor de komende planperiode. Met navolgende strategie zetten we de huidige koers vrijwel ongewijzigd voort met meer aandacht voor hergebruik en een voorkeur voor oppervlakkige afvoer van regenwater. In ons streven naar een water robuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem werken we volgens de voorkeursvolgorde vasthouden-benutten-afvoeren van hemelwater. Onze voorkeur gaat uit naar overtollig hemel- en grondwater verwerken op eigen perceel (bergen in het groen/infiltreren in de bodem en hergebruiken) en daarna afvoeren naar openbaar gebied voor centrale verwerking volgens diezelfde voorkeursvolgorde. Vasthouden van hemelwater (infiltreren) Met name op de hoge koppen en in de flanken streven we waar mogelijk naar het vasthouden van hemelwater op groene daken, in bovengrondse voorzieningen en/of in de bodem (hydrologisch positief ontwikkelen) en ontharden (minder verhard oppervlak aanleggen). Hiermee reduceren we de belasting op het rioleringssysteem, vullen we de zoetwatervoorraad aan en dragen we bij aan een klimaatbestendige leefomgeving. Via integraal beheer stemmen we af dat de functie van bovengrondse hemelwatervoorzieningen gewaarborgd blijft.
Bergen/Benutten van hemelwater (hergebruiken) Overtollig hemel- en grondwater dient op eigen perceel te worden verwerkt (bergen in het groen/infiltreren in de bodem-hergebruiken). Afvoer naar openbaar gebied voor centrale verwerking is pas mogelijk indien hier aantoonbaar niet aan kan worden voldaan.
P a g i n a | 27 Het hemelwater kan worden benut om onder andere de tuin te besproeien of om de belevingswaarde van water te vergroten. Het gebruik van hemelwater op particulier terrein als alternatief tappunt voor water raden we vooralsnog af. Dit vanwege de volksgezondheidsrisico’s en relatief hoge onderhoudskosten. We blijven als gemeente aangesloten bij de Waterbank en passen deze toe in projecten waarbij opgeslagen water kan worden hergebruikt. Afvoeren van hemelwater Bij het lozen van hemelwater in de bodem of op oppervlaktewater houden we ons aan de Algemene Rijksregels en onze gidsprincipes. Uitgangspunt is dat de lozing van hemelwater niet mag leiden tot een ontoelaatbare verontreiniging van bodem of oppervlaktewater en de drinkwatervoorziening niet in gevaar mag brengen. In geval van het beschermingsgebied Luyksgestel houden we ons aan de gemaakte afspraken in het betreffende gebiedsdossier. Uit het oogpunt van beheer en een robuuste werking gaat onze sterke voorkeur uit naar bovengrondse zichtbare afstroming met zo min mogelijk ondergrondse leidingen (oppervlakkige afvoer). Toetsingscriteria Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade.
Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: • kortdurende periode van water op straat; • waarbij verkeer nog mogelijk is. • duur in de orde van 15-30 minuten Ernstige hinder Ernstige hinder heeft de volgende kenmerken: langer durende periodes van water op straat; verkeer is niet meer overal mogelijk (opdrijvende putdeksels). duur in de orde van grootte van 30-120 min. (Water)schade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: grote economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg. Ontwerp van nieuwe rioleringssystemen Nieuwe rioleringssystemen ontwerpen we vooralsnog op een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn niet hoger komen dan 20 cm onder maaiveld. Vervolgens toetsen we het ontwerp ook aan een zwaardere bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting mag de druklijn maximaal tot aan maaiveld oplopen. Toetsing van bestaande rioleringssystemen Het bestaande gemengde rioleringssysteem toetsen we vooralsnog aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering).
Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn tot maximaal aan maaiveld oplopen. Een bij te leggen hemelwaterriool (afkoppelprojecten) toetsen we aan een zwaardere maatgevende bui met een
P a g i n a | 28 frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn tot maximaal aan maaiveld oplopen. (Verbeter)maatregelen wegen we af op basis van rendement. Als tegen geringe meerkosten significant meer effect kan worden bereikt dan gaat daar de voorkeur naar uit. De komende planperiode voeren we, in het kader van het SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water), een verkenning uit naar het hanteren van composietbuien als ontwerpbuien en verkennen we of het hanteren van een andere ontwerpbui voor verbeterd gemengde riolering doelmatiger is. Een composietbui is een fictieve bui met een aan- en afloop en een piek in het midden. De intensiteit van de composietbuien is hoger dan de intensiteit van de traditionele ontwerpbuien die we hebben gebruikt in onze vroegere modelberekeningen. Risicobeheersing Het verwerken van alle buien zonder dat dit tot (ernstige) hinder of wateroverlast leidt is vanuit economisch oogpunt niet of nauwelijks haalbaar. Om deze reden zullen we moeten accepteren dat water op straat optreedt en er altijd een risico op waterschade blijft. Om de risico’s te beheersen hanteren we onderstaande strategie en focussen we de komende periode op klimaatadaptatie.
Accepteren hinder Door regenwater te accepteren tussen de straatbanden, in groenvoorzieningen en te bufferen in de bodem kunnen ook zwaardere buien worden verwerkt. Dit vergt nieuwe investeringen, maar biedt ook nieuwe kansen. Met bovengrondse blauwgroene voorzieningen kunnen we bovendien een bijdrage leveren aan het oplossen van andere klimaat gerelateerde problemen zoals hittestress en langdurige droogte. Groen en water in de openbare ruimte hebben ook een gunstig effect op de gezondheid (meer bewegen, ontspanning) en kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met natuurontwikkeling. Daar waar bovengrondse oplossingen op korte termijn geen haalbare kaart zijn, bieden ondergrondse oplossingen uitkomst. In onze communicatie geven we aan dat water op straat vaker zal voorkomen en roepen we op om het rijgedrag hierop aan te passen. Beperken risico op (ernstige) hinder Bij ernstige hinder is sprake van verkeersbelemmering, bijvoorbeeld door ondergelopen tunnels of opdrijvende putdeksels. Dergelijke situaties zijn niet wenselijk, maar als het niet vaak voorkomt kunnen weggebruikers best een straatje omrijden of wachten totdat het water is weggezakt. In geval van ernstige hinder met een frequentie van optreden van ca.
1x per 2 jaar op een bepaalde locatie treffen we als gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen, dat de kans op het optreden van ernstige hinder aanmerkelijk kleiner wordt. Omgaan met risico op waterschade In geval van waterschade treffen we als gemeente (tijdelijke) bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Wateroverlastsituaties pakken we aan in onze FOCUS herinrichtingsprojecten. We vervangen in deze gebieden de bestaande gemengde riolering voor gescheiden riolering en werken toe naar een water robuuste structuur voor de verwerking van normale buien. De keuze voor het investeren in een hogere graad van bescherming tegen wateroverlast (extreme buien) is een afweging tussen de meerkosten van verbetermaatregelen, de potentie van de bovengrond om extra regenwater te kunnen verwerken en te vermijden schadekosten. Ter bepaling van de kwetsbaarheid ten aanzien van wateroverlast voeren we periodiek een stresstest uit. De komende planperiode gaan we door met het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor klimaatextremen te vergroten en vervolgens te bespreken met de belanghebbenden hoe deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen te verkleinen is.
Gebieden waar de urgentie het hoogste is willen we als eerste aanpakken, maar is ook afhankelijk van andere initiatieven die er spelen, bijvoorbeeld op het vlak van de energietransitie en het ambitieniveau van onze gemeenteraad om te investeren in klimaatadaptatie.
P a g i n a | 29 Met de gebiedsgerichte aanpak bij herinrichtingsprojecten willen we toegroeien naar een klimaatbestendig Bergeijk in 2050. Hierbij gaat het vooral om het tegengaan van opwarming, wateroverlast en verdroging zowel in de bebouwde omgeving als in het omringende buitengebied en de natuur. Op het vlak van water en riolering stellen we ons de ambitie om (binnen gerelateerde projecten) bij te dragen aan andere klimaatthema’s dan wateroverlast zoals droogte, hittestress en biodiversiteit, Dit doen we door meekoppelkansen te benutten en belanghebbenden bij elkaar te brengen. Combineren van ondergrondse met bovengrondse maatregelen In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen streven we ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij werken we volgens het proces FOCUS. Het gaat dan om het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water en groen. We benutten de reikwijdte van de zorgplicht riolering om voor maatregelen die bijdragen aan een goed functionerend stedelijk water- en rioleringssysteem uren en middelen beschikbaar te stellen.
Om het risico op waterschade te beperken streven we bij ruimtelijke ontwikkelingen naar een vloerpeil van 15-30 cm ten opzichte van straatpeil. Hemelwaterberging Met het doorvoeren van verbetermaatregelen en afkoppelen van verhard oppervlak hebben we als gemeente Bergeijk al een flinke stap gezet in het beperken van de kans op wateroverlast. Echter door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast toe en zijn nieuwe investeringen nodig. Om Bergeijk toekomstbestendig te (her)inrichten willen we meldings- en vergunning plichtige ingrepen benutten om een versnelde afvoer van neerslag te compenseren door waterberging. Voor nieuwbouw gaan we uit van een hydrologisch positieve inrichting, tenzij dit aantoonbaar niet doelmatig is. Hydrologisch positief wil zeggen dat de ingreep bijdraagt aan een herstel van het natuurlijk watersysteem. Indien hydrologisch positief niet doelmatig is geldt een hydrologisch neutrale situatie als uitgangspunt. In dat geval is er geen verslechtering van het natuurlijk watersysteem. Bij ontwikkelingen (toename of sloop/herbouw/opnieuw aanleggen) >50 m² waarbij op een gemeentelijke voorziening wordt geloosd is het gemeentelijk hemelwaterbeleid van toepassing. Voor ontwikkelingen die direct op oppervlaktewater in beheer van het waterschap lozen is het beleid van Waterschap De Dommel van toepassing.
Dit betekent dat bij een toename > 500 m² aan de bergingsopgave zoals beschreven in de Keur moet worden voldaan (de ondergrens is in de afgelopen planperiode bijgesteld van 2.000 m2 naar 500 m2). In ons gemeentelijk hemelwaterbeleid maken we onderscheid naar de volgende situaties: Onder nieuwbouw verstaan we het bebouwen van nog onbebouwd gebied. Deze situatie biedt maximale vrijheid om de benodigde voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren. Onder herstructurering verstaan we een ingreep in de bebouwde omgeving met nieuwbouw na sloop of hergebruik na renovatie. Deze situatie biedt een redelijke vrijheid om voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren. Onder herinrichting verstaan we het vernieuwen van de openbare ruimte (multidisciplinaire rioolvervangingsprojecten) waarbij de werkzaamheden alleen plaatsvinden in de openbare ruimte en niet/minimaal op particulier terrein en het verhard oppervlak niet toeneemt. Deze situatie biedt enige vrijheid om voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren.
P a g i n a | 30
Afbeelding 10: Herinrichting van Kleine Broekstraat/Industrieweg Onder vernieuwing verstaan we het technisch in stand houden door vernieuwing (monodisciplinair project). Deze situatie biedt nauwelijks vrijheid om voorzieningen aan te leggen en het stedelijk watersysteem te verbeteren. De aanleg van voorzieningen voor kleine ontwikkelingen/ wijzigingen is relatief kostbaar en staat niet in verhouding tot het resultaat. Daarnaast leert de ervaring dat kleine voorzieningen op de lange termijn vaak relatief slecht functioneren (vervuiling/verstopping). Om deze reden geldt een minimumgrens van 50 m2. Een toename of opnieuw aanleggen van het verhard oppervlak kleiner dan deze ondergrens is vrijgesteld van de waterbergingseis. Waterbergingseis nieuwbouw Voor nieuwbouw verplichten we de aanleg van 60 mm hemelwaterberging op eigen terrein. Als dit aantoonbaar niet doelmatig/haalbaar is of transport naar een opvanglocatie buiten het plangebied doelmatiger is, dan is verwerking buiten het plangebied toegestaan. Om de afweging tussen lokaal-centraal te maken stellen we de komende planperiode een transparant afwegingskader op. De ontwikkelende partij financiert de waterbergingsopgave binnen of buiten het te ontwikkelen gebied. Voor grote ontwikkelingen >10.000 m² moet een hydrologisch plan worden opgesteld, waarbij de effecten op de omgeving in kaart worden gebracht.
Samen met het waterschap bespreken we de benodigde maatregelen. Dit kan, afhankelijk van doelstellingen (bijvoorbeeld vernatting van natuur) resulteren in afwijkende compenserende maatregelen. Waterbergingseis herinrichting woongebieden Voor een herinrichting hanteren we voor woongebieden als uitgangspunt 60 mm hemelwaterberging gerekend over het openbaar her in te richten gebied. Omdat de lokale omstandigheden een dergelijke eis niet altijd toelaten hanteren we een gebiedsfactor (zie tabel 4.1). Hoe beter de doorlatendheid van de bodem voor hemelwaterinfiltratie des te hoger de eis. Hiervoor hebben we als gemeente kaarten opgesteld, waarbij een indeling is gemaakt in 15, 30 en 60 mm waterberging. De meest kritische parameter bepaalt in welke categorie een gebied valt. In het geval bij herinrichting de waterbergingseis aantoonbaar praktisch niet haalbaar is, kan in overleg met de belanghebbende partijen hiervan worden afgeweken.
P a g i n a | 31
Tabel 4.1: Gebiedsgerichte omrekenfactoren waterbergingsopgave Waterberging Ontwateringsdiepte Bebouwingsdichtheid Indicatieve doorlatendheid [m] [%] bodem 60 >1,00 < 60 Goed/ wisselend 30 Wisselend 60-85 Matig 15 <1,00 >85 Op basis van de beschikbare gegevens hebben we de omrekenfactoren op clusterniveau bepaald en gebaseerd op relatief homogene gronden. Bij eventuele verschillen binnen een cluster hebben we de hoogste omrekenfactor gehanteerd. Voor een groot deel van onze gemeente is sprake van een factor 1 (geen reductie van de bergingsopgave). Voor een aantal clusters is de factor 0,5 of 0,25. Waterbergingseis herinrichting/nieuwe aanleg bedrijventerreinen De waterbergingseis, zoals deze geldt voor herinrichting van woongebieden, geldt ook voor herinrichting van bedrijventerreinen. Bij nieuwe aanleg van een bedrijventerrein dient minimaal de afvoer van het dakoppervlak via waterberging te worden gecompenseerd op eigen terrein. Voor de overige verharding is transport via hemelwaterriolering naar centrale berging in openbaar gebied een mogelijke optie indien waterberging aantoonbaar niet kan. Waterbergingseis herstructurering Voor een herstructurering hanteren we als uitgangspunt 60 mm hemelwaterberging gerekend over het te herstructureren gebied en hanteren we dezelfde gebiedsfactoren als voor herinrichting.
Als gevolg van lokale verschillen in de bodemopbouw kan de gemaakte indeling leiden tot een onevenredig grote inspanning voor het realiseren van de benodigde hoeveelheid hemelwaterberging. In dat geval dient de perceeleigenaar aantoonbaar te maken dat de lokale infiltratiecapaciteit van de bodem afwijkt van de aangegeven doorlatendheid. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de bij onze gemeente eventueel beschikbare K-waarde metingen of dienen praktijkmetingen te worden uitgevoerd. De omrekenfactor wordt in dat geval gebaseerd op de gemeten K-waarde. Waterbergingseis vernieuwing In geval van vernieuwing zijn de mogelijkheden tot het aanbrengen van hemelwaterberging beperkt. We eisen geen compenserende waterberging maar juichen de inzet van hemelwater infiltrerende voorzieningen toe. Het in dit VGRP omschreven hemelwaterbeleid is kader stellend voor (her)ontwikkelingen. Door het hemelwaterbeleid juridisch te onderbouwen en op te nemen in het Omgevingsplan kunnen we dit ook afdwingen. Voor dagelijks gebruik is een infographic met een daaraan gekoppelde beslisboom opgesteld die het beleid en de eisen visualiseert. Deze kan als handleiding worden gebruikt bij de interpretatie en realisatie van de beleidsregels en voor het snel en op afgestemde wijze kunnen beantwoorden van vragen.
P a g i n a | 32
Afbeelding 11: Infographic hemelwaterbeleid (bron: gemeente Bergeijk) Handhaving en werking hemelwatervoorzieningen Om ervoor te zorgen dat de beleidsregels op bouwperceelniveau worden nageleefd is met name handhaving tijdens de bouwfase noodzakelijk. In die fase is namelijk nog controle mogelijk op de ondergrondse voorzieningen. We hebben niet de capaciteit hebben om elke voorziening na te lopen. De komende planperiode willen we dit onderdeel van het VTH traject maken, wellicht in samenwerking met de buurgemeenten. Investering Bij nieuwbouw en herstructureringen draagt de initiatiefnemer de kosten voor het aanbrengen van waterberging. Voor herinrichting is in het FOCUS-programma budget opgenomen voor een water robuust en klimaatbestendige inrichting.
4.2.3
Zorgplicht grondwater
In hoofdstuk 2 hebben we uitgelegd wat de zorgplicht grondwater inhoudt en welke aandachtspunten er zijn voor de komende planperiode. Met navolgende strategie zetten we de huidige koers vrijwel ongewijzigd voort, met meer focus op het tegengaan van verdroging. Hiermee dragen we bij aan de handelingsperspectieven van Waterschap De Dommel en de Droogteagenda Brabant. Grondwaterverwerking openbaar gebied Gezien de beperkte grondwaterproblematiek in Bergeijk is er geen directe behoefte aan een afzonderlijk uitgewerkt grondwaterbeleid. Het huidige (geoptimaliseerde) grondwatermeetnet is voldoende om een vinger aan de pols te houden. Op basis van de meetresultaten voortkomend uit het grondwatermeetnet beoordelen we of ontwateringsmaatregelen nodig zijn.
P a g i n a | 33
Afbeelding 12: Peilbuis voor het monitoren van de grondwaterstand Als gemeente treffen we alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen. Door toetsing van waterhuishoudkundige /bouwkundige maatregelen beperken we de kans op grondwateroverlast. In hydrologisch ongeschikte gebieden willen we in principe niet bouwen. Zo houden we er rekening mee dat hemelwater infiltreren op de koppen/flanken kan leiden tot vernatting van de beekdalen. In de gebouwde omgeving streven we als gemeente naar voldoende ontwateringsdiepten. In nieuwbouw gebieden adviseren we als gemeente de ontwateringsdiepten uit Tabel 4.2.
P a g i n a | 34 Tabel 4.2: Geadviseerde minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw Minimaal benodigde ontwateringsdiepte
Functie
(m, t.o.v. maatgevend hoogste grondwaterstand)
Woningen met kruipruimte*
0,7
Tuinen/groenvoorzieningen
0,5
Hoofdwegen**
1,0
Secundaire wegen en woonstraten**
0,7
* t.o.v. onderkant vloer ** t.o.v. de kruin van de weg De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van genoemde waarden aangezien dit van meerdere factoren en partijen afhankelijk is. Via het proces weging van het waterbelang zorgen we ervoor dat in hydrologisch ongeschikte gebieden niet wordt gebouwd. Als er toch gebouwd dient te worden in hydrologisch minder geschikt gebied, dan waarborgen we via de watertoets het treffen van doelmatige maatregelen. Zo voeren we bijvoorbeeld een hydrologisch onderzoek uit naar de Keersop Midden. Grondwaterverwerking particulier gebied Van perceeleigenaren verwachten we dat zij (net als voorheen) bij grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Dit toetsen we bij de aanvraag van een bouwvergunning. Als gemeente treffen we alleen doelmatige maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand. In dergelijke gevallen verwerken we het overtollige grondwater (bij voorkeur) separaat van het stedelijke afvalwater verwerkt in openbaar gebied. De termen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig interpreteren we als gemeente Bergeijk als volgt: Structureel: situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte (Tabel 4) gedurende vier weken per jaar wordt overschreden.
Het betreft hier dus een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceeleigenaar. Nadelige gevolgen: als in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen daarbij te voldoen aan de bouwregelgeving. Doelmatig: in de toelichting op de wetgeving is ten aanzien van de doelmatigheidsvraag onder andere het volgende geschreven: ‘factoren als de omvang en de duur van de overlast, het aantal getroffen percelen, evenals de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties en de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan, kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig zijn’. Bij de doelmatigheidsafweging dient ook te worden nagegaan of eventuele maatregelen niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren. Dit ligt vooral voor de hand in het buitengebied. Via www.bergeijk.nl/waterloket is informatie met betrekking tot mogelijke oorzaken en oplossingen van (grond)wateroverlast beschikbaar.
Inwoners en ondernemers van Bergeijk kunnen via dit loket contact opnemen met onze gemeente wanneer de overlast vermoedelijk wordt veroorzaakt door hoge grondwaterstanden.
4.2.4
Bijdragen aan zorgplicht drinkwater
Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de
P a g i n a | 35 Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. In Luyksgestel ligt een grondwaterbeschermingsgebied in het kader van de drinkwaterwinning. Hier wordt 1,7 miljoen m3/jaar onttrokken met een vergunning voor 2 miljoen m 3/jaar. Het beschermingsgebied kent twee zones: een waterwingebied en daaromheen een grondwaterbeschermingsgebied (25-jaarszone). Er liggen geen watergangen binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Aan de zuidelijke rand van het gebied ligt de Bosscherweijerloop. Deze beek heeft geen effect op de drinkwaterwinning.
Afbeelding 13: ligging drinkwaterwinninggebied en grondwaterbeschermingsgebied in Luyksgestel (bron: gebiedsdossier Luyksgestel)
Voor deze drinkwaterwinning in Luyksgestel is, net als voor alle andere winningen in Nederland, een gebiedsdossier opgesteld. Samen met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), drinkwaterbedrijf Brabant Water, Waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant is in het kader hiervan een restopgave vastgesteld om de drinkwaterwinning veilig te stellen. Uit het gebiedsdossier volgen voor riolering en stedelijk water geen directe maatregelen. Wel dienen risico’s voor de drinkwatervoorziening, die ontstaan als gevolg van activiteiten die volgens de Provinciale milieuverordening niet mogen, te worden voorkomen. Eventuele kosten hiervan maken geen onderdeel uit van de rioolheffing. Bij ruimtelijke ontwikkelingen stemmen we via het proces weging van het waterbelang af met ODZOB, Brabant Water, Waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant.
4.2.5
Bijdragen aan zorgplicht oppervlaktewater
Het waterschap heeft een zorgplicht voor het oppervlaktewater, waar we als gemeente aan kunnen bijdragen door de emissie te beperken. Het beleid van het waterschap is vastgelegd in het regionaal waterbeheerplan. Het waterschap heeft een aantal jaren geleden de zogenoemde B watergangen overgedragen aan de gemeenten. Het onderhoud van de A-watergangen verzorgt het waterschap. Het onderhoud van de B-watergangen is nu voor onze gemeente, waardoor de onderhoudskosten toenemen. Het beheer en onderhoud brengen we de komende planperiode onder bij riolering. Hiervoor gaan we het areaal inventariseren en een nieuw beheerplan watergangen opstellen.
P a g i n a | 36
4.3
Doelmatig en duurzaam beheer
In het verleden was de insteek van beheer sectoraal. Door een toenemende verwevenheid van boven- en ondergrond en het streven naar gemeenschappelijke doelen is het beheer steeds meer integraal. Als gemeente Bergeijk zijn we met onze wijkgerichte aanpak hierin vooruitstrevend. Beheerstrategie In het kader van Beheren, Optimaliseren, Regisseren en Anticiperen oftewel BORA hebben we ingezet op een meer gebiedsgerichte aanpak van het beheer van de openbare ruimte in onze gemeente. Met de koers in BORA 4 (Beheerplan 2024-2028, “Focus op meerwaarde”) gaan we uit van een wijk- en clustergericht werk en thema overstijgend denken. We kijken verder dan afzonderlijke thema’s en gaan omgevingsgericht te werk volgens het proces FOCUS. De in de begroting 20252029 opgenomen projecten worden gecombineerd uitgevoerd met rioleringswerken. In het beheerplan 2024-2028 is voor de periode 2025-2033 ook al een investeringsplanning opgenomen. Hiermee hebben we voor de komende tien jaar een fors aantal herinrichtingsprojecten waarbij we vanuit de zorgplicht riolering gebiedsgericht kunnen bijdragen aan o.a. de thema’s klimaat, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Gegevensbeheer Betrouwbare en goed toegankelijke basisgegevens zijn essentieel voor een goed rioleringsbeheer. Revisiegegevens verwerken we daarom periodiek in het rioolbeheersysteem.
Om zicht te behouden op het verhard oppervlak dat op de vuilwaterriolering is aangesloten, registreren we afkoppelprojecten en inbreidingen zorgvuldig met gebruikmaking van een rekentool en kaartmateriaal (zie bijlage 5). We gaan de komende planperiode verder met het verzamelen, verwerken en actualiseren van gegevens. We werken toe naar een basis die voldoende op orde is om de goede dingen goed te doen om een vervolgstap te kunnen zetten naar data gestuurd beheer. Om grip te houden op het functioneren van ons stedelijk watersysteem gaan we de komende planperiode ook een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen. Verder werken we toe naar IMBOR(informatiemodel beheer openbare ruimte)-proof databeheer. Dit wil zeggen dat gegevens uniform worden opgeslagen en uitgewisseld. Voor riolering loopt hiervoor landelijk het GWSW (gegevenswoordenboek stedelijk water)-traject. Samenwerken We krijgen als stedelijk waterbeheerder naast de nutsbedrijven, steeds vaker te maken met partijen in de bovengrond zoals woningcorporaties, gebouweigenaren andere beheerders in de openbare ruimte en particulieren. De thema’s klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving nopen ertoe dat we over de grenzen van ons eigen werkveld en over de grenzen van onze eigen afdeling werken, zowel intern als extern.
We houden hierbij onze eigen doelen en ambities voor ogen en dragen naar eigen draagkracht bij aan gezamenlijke doelen en ambities. Met de huidige samenwerking binnen Klimaatportaal Zuidoost Brabant kunnen we de gemeentelijke watertaken doelmatig invullen. Thema’s als klimaatadaptatie, de energietransitie en de aanpak van microverontreinigingen vragen steeds meer aandacht, waardoor de noodzaak tot samenwerken en specialiseren verder toeneemt. Waar doelmatig pakken we thema’s gezamenlijk op binnen het samenwerkingsverband. Voor het kunnen realiseren van onze ambities op het gebied van water zien we de waterbeheerder als een logische partner en in drinkwaterbeschermingsgebieden ook de drinkwaterbeheerder. We gaan vroegtijdig in gesprek om af te tasten waar de samenwerking een impuls kan geven aan een voor inwoners en bedrijven betere leefomgeving.
P a g i n a | 37
4.4
Focus op meerwaarde
Met dit VGRP geven we invulling aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater (de basisopgave). In het verlengde hiervan hebben we de ambitie om, binnen de reikwijdte van de zorgplichten bij te dragen aan het creëren van meerwaarde zoals leefbaarheid, duurzaamheid en participatie. In het kader van deze “focus op meerwaarde” benoemt BORA IV de volgende gemeenschappelijke doelen:
Ruimte geven aan (ruimtelijke) ontwikkelingen en innovaties Verbeteren van leefbaarheid, veiligheid en aantrekkelijkheid Versterken van duurzaamheid Bevorderen ven participatie Meetbare waardering
Ruimte voor ontwikkelingen/Innovaties In dit VGRP hebben we middelen gereserveerd om onderzoek en verkenningen te kunnen uitvoeren. Dit biedt enige financiële ruimte om innovatief te blijven. Door te werken op basis van afspraken in plaats van starre regels geven we, binnen ons beleidskader, enige ruimte aan nieuwe ontwikkelingen. Leefbaar, veilig, aantrekkelijk Om onze leefomgeving leefbaar, veilig en aantrekkelijk te houden, streven we naar zo min mogelijk onnodige verharding. Deze draagt immers bij aan wateroverlast en hittestress. We laten hiervoor per project een onderzoek onnodige verharding uitvoeren door de aannemer (‘snippergrijs’). Ook voeren we een nieuwe klimaatstresstest uit en evalueren deze ten opzichte van de laatste test uit 2018. Duurzaamheid Binnen het beheer van de openbare ruimte dragen we vanuit riolering al bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Zo bestaat de ambitie om bij elke herinrichting een verbetering te realiseren met betrekking tot hemelwater, zowel met betrekking tot overlast als verdroging. Met het verder optimaliseren van onze gemalen en mechanische riolering zetten we verdere stappen naar de toepassing van duurzaam materiaalgebruik en energiebesparing. Participatie Een groot deel van het verharde oppervlak ligt op particulier terrein. Samen met bewoners en bedrijven, maar ook o.a.
ontwikkelaars en bouwondernemingen willen we onze leefomgeving verder verbeteren door bijvoorbeeld hemelwater op eigen terrein te bergen, daken te vergroenen, tegels uit de tuin te halen en meer water in de wijk vast te houden. We willen een actieve rol innemen met betrekking tot burgerparticipatie. We streven naar een wijkgerichte aanpak, gaan in dialoog met de bewoners en verstrekken informatie om het bewustzijn te vergroten een interactieve aanpak bevorderen. Ook bedrijven stimuleren we en nodigen we uit om te participeren. In onze communicatie streven we ernaar zoveel mogelijk aan te haken bij bestaande trajecten. Zo doorlopen we al bij elk herinrichtingsproject een uitgebreid participatietraject. Dit traject biedt kansen om een meer duurzame omgang met water onder de aandacht te brengen en afkoppelen te stimuleren. We stellen een communicatieplan op met tenminste de volgende onderwerpen: Uitleg over de verschillende vormen van wateroverlast, wat we als overheid doen en wat we van bewoners verwachten; Oproep aan bewoners om aard, omvang en locatie van waterlast te melden; Laten zien wat we als gemeente al doen (succesvolle en inspirerende projecten). Als gemeente zijn we aangesloten bij operatie Steenbreek. Deze operatie richt zich op het treffen van maatregelen op particulier terrein die een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving bevorderen.
Om het op eigen perceel verwerken van hemelwater te blijven stimuleren, continueren we onze stimuleringsregeling voor afkoppelen. Als gemeente bieden we gescheiden riolering aan tot aan de
P a g i n a | 38 erfgrens. Voor het scheiden van de waterstromen op eigen perceel tot aan de erfgrens kan de perceeleigenaar aanspraak maken op een (gemaximeerd) subsidiebedrag per af te koppelen vierkante meter. In dit VGRP (2025 t/m 2029) is rekening gehouden met een stimuleringsbudget van € 70.000,- per jaar voor particulieren in gebieden waar herinrichting plaatsvindt. Daarnaast is in de periode 2025 t/m 2027 een aanvullende stimuleringsregeling voor afkoppelen beschikbaar voor particulieren in de hele gemeente. Deze bedraagt € 62.000,- per jaar, waar ook de inzet van een afkoppelcoach onderdeel van uitmaakt. Waterschap de Dommel draagt financieel de helft bij aan deze laatstgenoemde gemeente brede stimuleringsregeling. Meetbare waardering Om te meten in hoeverre het functioneren van ons rioleringssysteem wordt gewaardeerd gebruiken en analyseren we de binnenkomende meldingen. Ook houden we bij hoeveel verhard oppervlak we hebben afgekoppeld. Van de ca. 220 ha op de riolering afvoerend verhard oppervlak zal in 2027 ruim 40 ha zijn afgekoppeld. Dat is bijna 20% en met onze aanpak liggen we dus ruim op koers om de ambitie van 15% van het waterschap te halen. In bijlage 5 zijn kaarten opgenomen met de afkoppelprojecten en een berekening van het afkoppelpercentage. Mooie voorbeelden van afkoppelen zijn de omgeving Industrieweg/Kleine Broekstraat en het Elsenhofplein.
Bij de Industrieweg/Kleine Broekstraat is ongeveer 0,4 ha dakoppervlak van woningen en ruim 2 ha bedrijventerrein afgekoppeld. Bij het Elsenhofplein is 0,5 ha verhard oppervlak afgekoppeld en hemelwater afgeleid naar het groen (wadi’s) en naar de bodem (diepinfiltratie).
P a g i n a | 39
5
Uitvoeringsagenda
In dit hoofdstuk laten we zien welke activiteiten en/of maatregelen we als gemeente Bergeijk in samenwerking met onze waterpartners of zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit VGRP. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming en onderzoek, cyclisch onderhoud, vervangings- en verbeteringsmaatregelen en facilitair.
5.1.1
Planvorming en onderzoek
Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. Tabel 5.1: Overzicht planvorming en onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024 Activiteit
Frequentie
2025
2026
2027
2028
2029
Samenwerking Klimaatportaal
Jaarlijks
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Actualisatie VGRP
1x /5jr
Meetplannen Waterschap (Kallisto)
Jaarlijks
Meetplan en kalibreren rekenmodel (gemeente)
Jaarlijks
Grondwatermonitoring Brabant Water
Jaarlijks
Monitoring waterkwaliteit
1x /2jr
Onderzoek foutaansluitingen
2027-2028
Data optimalisatie (Geovisia-databeheer)
Jaarlijks
Actualiseren BRP naar SSW
€ 35.000 € 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
€ 5.000
€ 5.000 € 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Eenmalig
€ 45.000
€ 25.000
Stresstest actualiseren
Eenmalig
€ 40.000
Inmeten sloten en duikers
2025-2028
Onderzoek inblaasunit H2S gassen lozingspunten
Eenmalig
TOTAAL
5.1.2
€ 10.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 136.500
€ 81.500
€ 61.500
€ 10.000
€ 25.000 € 71.500
€ 76.500
Cyclisch onderhoud
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem. De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van onze gemeente. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en randvoorzieningen.
P a g i n a | 40 Tabel 5.2: Overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024 Activiteit
Frequentie
Reiniging en Inspectie vrij verval riolering (10 km/jr) inclusief beoordelen en opstellen maatregelenplan
Jaarlijks
2025
2026
2027
2028
2029
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
Reiniging en inspectie overige voorzieningen
Jaarlijks
Stortkosten
Jaarlijks
Onderhoud meetnet grondwater
Jaarlijks
Onderhoud randvoorzieningen
Jaarlijks
Onderhoud gemalen
Jaarlijks
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
Storingen en calamiteiten
Jaarlijks
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
€ 45.000
Kolken zuigen
Jaarlijks
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
Wortelfrezen
Jaarlijks
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
Straatvegen (15% doorbelasting) (nevenactiviteit)
Jaarlijks
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
Maaien voorzieningen (doorbelasting nevenactiviteit)
Jaarlijks € 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
TOTAAL
5.1.3
Vervangings- en verbeteringsmaatregelen
Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen en is afgestemd met de andere elementen in de openbare ruimte via FOCUS.
P a g i n a | 41 Tabel 5.3: Overzicht herinrichting projecten riolering en wegen*. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024 Activiteit
2025
2026
2027
Den Belleman e.o. riolering
€ 420.000
Bernhardstraat Blauwe ader
€ 970.000
Hemelwaterbergingsgebied Borkelsedijk
2028
2029-2033
€ 450.000
Van den Valgaettstraat eo Voorderstraat
€ 1.370.000 € 433.100
Willibrordustraat
€ 296.000 € 622.200 € 811.300
van Beverwijkstraat Nieuwstraat
€ 15,3 miljoen
Focus-projecten*
€ 1.820.000 € 2.232.000 € 15.300.000 TOTAAL € 1.390.000 *Alleen de investeringsuitgaven met betrekking tot riolering komen ten laste van de rioolheffing
Tabel 5.4: Overzicht rioolvervanging/rioolverbetering. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024 Activiteit
Afschrijving
Rioolvervanging / rioolverbetering/ klimaat meekoppelkansen
40 jr
Rioolgemaal electromechanisch
15 jr
Drukriolering bouwkundig
40 jr
Drukriolering electromechanisch
15 jr
Randvoorziening electro-mechanisch
15 jr
Installatie lucht inblaasunits
10 jr
Bijdrage regionale Kallisto investeringen
15 jr
TOTAAL
2025
2026
2027
2028
2029
€
80.000
€
80.000
€
80.000
€
80.000
€
80.000
€
55.000
€
55.000
€
55.000
€
55.000
€
55.000
€
20.000
€
20.000
€
20.000
€
20.000
€
20.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
30.000
€
30.000
€
30.000
€
30.000
€
30.000
€ 120.000
€ 120.000
€ 57.400 € 225.000
€ 225.000
€ 402.400
€ 345.000
€ 225.000
P a g i n a | 42
5.1.4
Facilitair/overig
Om het rioleringssysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd onder ‘Overig’. Tabel 5.5: Overzicht facilitair/overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024 Activiteit
Frequentie
2025
2026
2027
2028
2029
Energiekosten
Jaarlijks
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
Abonnementen
Jaarlijks
€ 1.500
€ 1.500
€ 1.500
€ 1.500
€ 1.500
Contributies (Rioned, Waterbank, etc.)
Jaarlijks
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
Telecom/ telemetrie
Jaarlijks
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
Kempervennen
Jaarlijks
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
Automatisering/ software
Jaarlijks
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
Digitaliseren huisaansluitingen
Jaarlijks
€ 10.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
Stimuleren ontkoppelen HWA
t/m 2029
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
Stimuleringsregeling afkoppelen gemeentebreed
€ 31.000
€ 31.000
€ 31.000
2025-2027 € 246.000
€ 241.000
€ 241.000
€ 210.000
€ 210.000
TOTAAL
P a g i n a | 43
6
Middelen
Voor het beheer van het stedelijk water- en rioolsysteem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan bijna € 3 miljoen per jaar uit. Geld dat bewoners en bedrijven via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer.
6.1
Personele middelen
Om riolering te kunnen aanleggen/vervangen en onderzoeken en maatregelen te kunnen uitvoeren zijn personeel en financiële middelen nodig. In de Kennisbank Riolering van Stichting RIONED zijn kengetallen opgenomen voor de benodigde personele middelen voor het naar behoren kunnen uitvoeren van de gemeentelijke watertaken. Op basis van deze kengetallen (2023) en de gemeentelijke situatie (o.a. inwonertal, areaalgrootte, investeringsvolume) hebben we de benodigde personele formatie indicatief berekend voor een aantal situaties. Als we uitgaan van een investeringsvolume van gemiddeld € 1,7 miljoen per jaar en een bouwvolume van ca. 100 woningen per jaar dan is 10,2 fte aan personeel nodig zonder uitbesteding van taken (alles met eigen personeel en materieel). Als we operationele beheertaken zoals inspectie en reiniging van de vrij verval riolering en het onderhoud aan de gemalen en drukriolering en de storingsdienst zo veel als mogelijk uitbesteden en de meer strategische en tactische beheertaken zelfstandig uitvoeren dan is volgens de Kennisbank 7,7 fte aan personeel nodig. In de huidige situatie bedraagt de beschikbare personele capaciteit 1,8 fte. Dit is inclusief de operationele taken van de buitendienst.
Om onze watertaken zo goed als mogelijk te kunnen invullen huren we, naast het uitbesteden van bovengenoemde operationele beheertaken, specialisme in voor strategische en tactische beheertaken zoals planvorming, ontwerp, projectleiding, werkvoorbereiding en toezicht. Met een dergelijke uitbesteding van taken bedraagt de benodigde formatie volgens de Kennisbank dan 4,9 fte, ongeveer 3 fte meer dan beschikbaar. In praktijk uit de te krappe personele bezetting zich in een hoge werkdruk. Door alle (ruimtelijke) ontwikkelingen en integraal werken zal deze werkdruk alleen maar verder toenemen. Omdat in de huidige situatie al maximaal taken worden uitbesteed is het wenselijk om de formatie te verstevigen, de kennis en ervaring te borgen en de personele kwetsbaarheid te verminderen. In dit VGRP hebben we rekening gehouden met uitbreiding van de formatie met 1,5 fte vanaf 2025. Dit betreft 1 fte trainee Projectleider Civiel/Riolering en 0,5 fte administratief medewerker. Daarmee komt de formatie op 3,3 fte totaal. Naargelang de schaalsprong zich ontwikkeld en de daarmee gepaard gaande areaaluitbreidingen voorzien we dat we in de looptijd van dit VGRP een extra fte specialist Water en Riool nodig zullen hebben om de taken te kunnen blijven uitvoeren. De formatiegroei resulteer in de loonkosten en overhead zoals weergegeven in tabel 6.1.
Deze kosten hebben we meegenomen in de financiële doorrekening van dit VGRP. Tabel 6.1 Overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2024 Frequentie
2025
2026
2027
2028
2029
Loonkosten
Jaarlijks
€ 256.600
€ 256.600
€ 345.600
€ 345.600
€ 345.600
Overhead (73,8%)*
Jaarlijks
€ 189.400
€ 189.400
€ 255.000
€ 255.000
€ 255.000
€ 446.000
€ 446.000
€ 600.700
€ 600.700
€ 600.700
TOTAAL
*Het percentage overheadkosten is gemeentebreed bepaald binnen de kostenverdeelstaat (KVS).
P a g i n a | 44
6.2
Financiële middelen
6.2.1
Uitgangspunten en basisgegevens
Om tot een kostendekkend tarief te komen, maken we een financiële doorrekening van de rioolheffing over de gemiddelde levensduur van de riolering. Hierbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Rioolheffing Het tarief voor de rioolheffing bedraagt in 2024 € 180,39. Dit betreft het tarief voor de heffingscategorie bij een geloosd aantal kubieke meters tot en met 100 m3. Jaarlijks wordt er 0,8% aan rioolheffing kwijtgescholden (€ 16.232 in 2024). De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is – toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.
Heffingseenheden Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2024: 11.248. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale begrootte opbrengsten in 2024 en de bovengenoemde rioolheffing in 2024. Op basis van 75% van de woningbouwprognose stijgt dit aantal met 107 per jaar tot en met 2030. Daarna houden we rekening 50 eenheden groei per jaar tot en met 2040, wat uitkomt op 12.498 eenheden in 2041.
Rente en inflatie De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,5 %. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering. We rekenen geen rente toe op positieve saldi van reserves of voorzieningen. Aanname in de kostendekkingsberekening is dat er 1,6 % indexatie per jaar plaatsvindt van de uitgaven, saldo’s op voorzieningen en de boekwaarde (als gevolg van inflatie). Bij de aanpassing van de begroting wordt de werkelijke inflatie gebruikt. De rekenresultaten in dit rapport zijn echter gepresenteerd op vast prijspeil, exclusief indexatie. Als gevolg van inflatie dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd.
BTW Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten en de kapitaallasten (afschrijvingen + rente).
Voorzieningen Het saldo van de Tarief egalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2024: € 716.110 Het saldo van de Spaarvoorziening Rioolvervanging (BBV 44.1d) bedraagt per 1 januari 2024: € 653.261 Het saldo van de voorzieningen mag gedurende de gehele beschouwde periode (60 jaar) niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.
P a g i n a | 45
Investeringen De FOCUS projectenplanning is gehanteerd voor de investeringen in 2024 tot en met 2032. De lange termijn cyclische vervangingsinvesteringen voor de vrij verval riolering (vanaf 2033) zijn bepaald op basis van aanleg- en renovatie jaren vanuit het beheerbestand. - De onderliggende kostenkengetallen komen uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2021) zijn met 8,9% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2024 te brengen. De cyclische vervangingsinvesteringen voor de gemalen, drukriolering en randvoorzieningen (vanaf 2024) zijn bepaald op basis van praktijkervaring. We activeren alle investeringen en hanteren hierbij fiscale afschrijvingstermijnen gelijk aan de technische levensduur: - Vrij verval riolering; 60 jaar - Duikers; 75 jaar - Pers- en drukleidingen; 75 jaar - Bouwkundige delen van riool- en minigemalen: 60 jaar - Elektromechanische delen van riool- en minigemalen: 20 jaar. De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Toerekening van kosten De kosten voor straatvegen worden voor 15% doorbelast aan de rioolheffing (€ 5.000 per jaar). De kosten voor het maaien van voorzieningen wordt doorbelast aan de rioolheffing voor een bedrag van € 15.000 per jaar. Er is jaarlijks € 80.000 budget voor klimaatadaptatie meekoppelkansen. Wanneer in projecten kansen liggen voor klimaat adaptieve maatregelen, kunnen we met dit budget een financiële bijdrage doen om die kans te verzilveren. Omdat het mee koppel budget vanuit de rioolheffing beschikbaar is, besteden we het (binnen de kaders van de BBV) voor zover dit een relatie met de waterhuishouding heeft en functioneel bijdraagt aan het water robuust en klimaatbestendig maken van het stedelijk watersysteem. De hoogte van de financiële bijdrage wordt per project bepaald naar rato van het positieve effect.
6.2.2
Uitgaven
We onderscheiden in het overzicht van uitgaven de exploitatiekosten en investeringsuitgaven:
Exploitatiekosten zijn de directe kosten voor activiteiten zoals planvorming, onderzoek, beheer, en facilitaire zaken. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De onderhoudsactiviteiten betreffen een groot aandeel van de exploitatiekosten. Ook loonkosten en overhead zijn onderdeel van de exploitatiekosten.
Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen (kapitaallasten) bestaan uit rente en afschrijvingen.
De uitgangspunten (paragraaf 6.2.1), voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het uitgavenpatroon in Figuur 6.1. De uitvoering van (verbeter)maatregelen hangen sterk samen met de planning en afstemming met andere boven- en ondergrondse werkzaamheden, de
P a g i n a | 46 bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie en de daaraan gekoppelde ambities. Dit zal uiteindelijk van invloed zijn op het werkelijke uitgavenpatroon.
Figuur 6.1 Verwacht uitgavenpatroon in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).
6.2.3
Kostendekking
In het kader van dit vGRP hebben we een tweetal financiële scenario’s van het kostendekkingsplan doorgerekend. Een basisscenario met een minimale stijging van de rioolheffing en een variant met een geleidelijke stijging van de rioolheffing, zodat later geen inhaalslag nodig is (zie bijlage F). In dit vGRP gaan we uit van het basisscenario met daarin de nodige uitgaven om dit vGRP uit te voeren. Alle investeringen worden geactiveerd. De spaarvoorziening wordt in 2024 volledig benut en niet meer aangevuld. In de planperiode 2025-2029 willen we zo dicht mogelijk blijven bij het stijgingspercentage van de rioolheffing in afgelopen jaren. Dit scenario is daarom berekend op basis van het uitgangspunt: een minimale stijging in de planperiode. In de aankomende planperiode (met doorkijk t/m 2083) activeren we al onze investeringen. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Bovendien leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop is weergegeven in Figuur 6.1.
P a g i n a | 47
Figuur 6.1: Boekwaarden (rest)investeringen in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Het uitgavenpatroon in combinatie met het boekwaardeverloop, leiden tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 6.2. Hierin zijn ook de benodigde totale inkomsten uit de rioolheffing in het weergegeven.
Figuur 6.2: Lastenpatroon versus inkomsten voor scenario 1 in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
De benodigde totale inkomsten uit de rioolheffing zijn in onderstaande grafiek (Figuur 6.3) vertaald naar de benodigde rioolheffing per eenheid. Tabel 6.1 geeft de heffingsontwikkeling in de planperiode weer in getallen, zowel op vast prijspeil als nominaal (uitgaande van 1,6% indexatie). De omrekening van totale inkomsten naar heffing per eenheid betreft het basistarief zoals toegelicht in paragraaf 6.2.1.
P a g i n a | 48
Figuur 6.3: Verwacht heffingsverloop in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Tabel 6.1: Verwacht heffingsverloop in de planperiode.
Jaar
Vast prijspeil (2024) Benodigde inkomsten uit rioolheffing
Nominaal (bij 1,6% indexatie)
Rioolheffing per eenheid
Benodigde inkomsten uit rioolheffing
Rioolheffing per eenheid
2024
€ 2.029.011
€
180,39
€
2.029.011
2025
€ 2.097.499
€ 184,72 (+ 2,4%)
€
2.131.059
€
187,67 (+ 4,0%)
2026
€ 2.168.105
€ 189,15 (+ 2,4%)
€
2.238.039
€
195,25 (+ 4,0%)
2027
€ 2.240.892
€ 193,69 (+ 2,4%)
€
2.350.185
€
203,14 (+ 4,0%)
2028
€ 2.315.924
€ 198,34 (+ 2,4%)
€
2.467.739
€
211,34 (+ 4,0%)
2029
€ 2.393.267
€ 203,10 (+ 2,4%)
€
2.590.954
€
219,88 (+ 4,0%)
€
180,39
In het bepalen van de hoogte van de benodigde inkomsten (verloop van de heffing) is een evenwicht gezocht tussen het zo goed mogelijk aansluiten bij het lastenpatroon enerzijds, en het niet laten schommelen van het tarief anderzijds. Ter bevordering van de lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de tarief egalisatievoorziening Riolering (art. 44.2 BBV). Daarbij is de wettelijke regel in acht genomen dat het saldo in die voorziening in geen enkel jaar negatief mag zijn. Het verloop van de egalisatievoorziening is weergegeven in Figuur 6.4.
P a g i n a | 49
Figuur 6.4: Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Omgerekend naar tarieven behorend bij de bestaande heffingscategorieën in de heffingssystematiek van gemeente Bergeijk, ziet het verloop van de rioolheffing er uit als in tabel 6.2. Tabel 6.2: Ontwikkeling van de rioolheffing gedurende de planperiode, omgerekend naar heffingscategorieën
Rioolheffing
2024 (basisjaar)
2025
2026
2027
2028
2029
Categorie 1
180,39
186,72
193,26
200,02
207,02
214,27
Categorie 2
270,53
279,99
289,79
299,93
310,43
321,29
Categorie 3 (basistarief)
270,53*
279,99*
289,79*
299,93*
310,43*
321,29*
*Categorie 3 is een gestaffeld tarief zoals in de verordening rioolheffing is opgenomen. 351-700 m3/jr:
2x basistarief categorie 3
701-1050 m3/jr:
3x basistarief categorie 3
Etc.
Risico’s Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis de huidige beste inzichten. Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de (actuele) onzekerheden die de rioolheffing zullen beïnvloeden. Dat kunnen kostenontwikkelingen zijn, zoals prijsstijging van (bouw)materialen, energiekosten, en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Ook andere onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Met name een rentewijziging kan een aanzienlijke impact hebben op het verloop van de rioolheffing. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in dit hoofdstuk weergegeven rioolheffing op vast prijspeil telkens te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Voor de nominale cijfers is nu rekening gehouden met 1,6% indexatie. Maar jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe programmabegroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Naast deze indexatie moet tenminste de beleidsmatige verhoging behouden blijven voor een rioolheffing die aansluit bij dit plan.
P a g i n a | 50
P a g i n a | 51
Bijlage A - Definities en begrippen Termen en definities stedelijk afvalwater en hemelwater Term
Definitie
Afkoppelen
Het actief scheiden van vuilwater en regenwater met als doel om het regenwater niet meer naar de AWZI te transporteren.
Afvalwater
Alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen).
Areaal
Voorzieningen die worden beheerd zoals verschillende soorten riolen, minizuiveringen (IBA’s), wateropvangsystemen zoals een wadi of waterberging.
Beheer
Zie rioleringsbeheer.
Beoordelen
Het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing.
Bergbezinkvoorziening
Reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden.
Berging
De inhoud van de riolering uitgedrukt in m³ of mm.
Controleren
Controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine.
Doelmatig
Maatregelen zijn effectief en efficiënt. Met de maatregelen worden problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt of opgelost. De kosten van de maatregelen staan in verhouding tot de effecten.
Duurzaam
Hiermee bedoelen we energie- en grondstoffenzuinig en toekomstbestendig, waarbij we de hele levenscyclus in beschouwing nemen.
Externe overstort
Rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater.
Gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd.
Gescheiden riolering
Rioolstelsel, waarbij er een separate rioolbuis voor afvalwater exclusief neerslag is, en een separate rioolbuis voor neerslag.
Groenblauwe oplossingen
Maatregelen waarin vegetatie (groen) en water (blauw) beiden worden toegepast.
Hydraulisch
Waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt.
Hydraulische berekening
Het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel.
Infiltratieriool
Rioolbuis die ontworpen en aangelegd is om hemelwater in de bodem te brengen, waarna het in de bodem kan infiltreren.
Influentleiding
De leiding waarmee de zuivering het influent ontvangt.
P a g i n a | 52 Term
Definitie
Inspectie
Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand.
Onderhoud
Herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd wordt gehandhaafd.
Onderzoek
Het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering.
Overstorting
De lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater.