CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Onderzoeken Nieuwstraat 66

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente BergeijkBij agendapunt: BOPA Nieuwstraat 6619.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

 Brabant kiest er voor om samen met de zogenaamde 'Manifestpartners' het hele NNB in Brabant realiseren. De provincie nodigt particuliere eigenaren en ondernemers uit om delen van het NNB te ontwikkelen. Natuur en landschap wordt meer vanuit de regio en dichter bij de samenleving gerealiseerd. De provincie biedt daarbij de ruimte om economische ontwikkeling te koppelen aan investeringen in natuur. Op basis van het rijksbeleid geldt de verplichting om de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB in stand te houden en te beschermen (paragraaf 7.3.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Niet alleen het behouden, herstellen en beschermen van bestaande waarden in het natuurnetwerk is belangrijk: er moet ook ruimte zijn voor ontwikkelingen. Juist daarmee ontstaan ook kansen voor de realisering en versterking van het natuurnetwerk. Hiervoor zijn de door Rijk en provincies opgestelde "Spelregels EHS beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-saldobenadering en herbegrenzen EHS" (20 augustus 2007) van belang. Deze spelregels zijn in de verordening nader uitgewerkt. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja, mits”- benadering. Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en dus kan geconcludeerd worden dat het project geen gevolgen heeft voor het Natuurnetwerk.

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.

11

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

12

Afbeelding 4: voorgevel met tuin

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

13

Afbeelding 5: onderzijde overstek en gevelbeplating

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

14

Afbeelding 6: onderzijde gevelbeplating

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

15

Afbeelding 7: achtergevel met aanbouw en dakkapel

Afbeelding 8: achtergevel aanbouw met zicht op de te kappen grove dennen

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

16

Afbeelding 9: garage/overkapping en begroeiing van bamboe

Afbeelding 10: kruinen van de te kappen grove dennen

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

17

Afbeelding 11: te kappen grove dennen

Afbeelding 12: linker zijgevel

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

18

Afbeelding 13: voorgevel met overstek

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

19

Afbeelding 14: onderzijde dak ter plaatse van muurplaat

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Afbeelding 15: onderzijde dak voorzien van schrootjes

Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. De tuin en erfgrens bestaan uit gras, bamboe en bamboe. In de tuin aan de andere zijde van de perceelsgrens staan grove dennen zonder onderbegroeiing. In de voortuin is een haag van taxus en beuk aanwezig. Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen.

20

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Daarvoor is het karakter van het woonhuis te gesloten. Boommarter De woonwijk achter de projectlocatie zou best het leefgebied van de boommarter kunnen zijn. Boommarters lijken veel op de steenmarter maar heeft zijn verblijfplaats in holtes van bomen. Dit kunnen eekhoornnesten of spechtenholtes zijn. Boommarters maken ook gebruik van speciale kasten. De te kappen grove dennen zijn niet voorzien van holtes die geschikt zijn voor de boommarter. Het beschadigen van een vaste verblijfplaats is daarmee uitgesloten. Mogelijk dat ze onderdeel uitmaken van het jaaggebied. Maar door het kappen van enkele bomen wordt geen essentieel onderdeel van het habitat beschadigd, waardoor een marter niet meer zou kunnen voortbestaan in deze omgeving. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing.

De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Er wort bij herinrichting van het gebied voorzien in nieuwe aanplant. Er is geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. Eekhoorn De onderzoekslocatie is zeker geschikt leefgebied van de eekhoorn. De aanwezigheid van de vele (oude) bomen in een groot gebied maakt dit zeer geschikt. De te kappen grove dennen zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten of holten die door een eekhoorn gebruikt kunnen worden. Deze zijn niet waargenomen. Door het weghalen van 8 bomen aan de rand van een groot bomenrijk gebied is niet van grote invloed op het leefgebied van de eekhoorn. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Er leven bevers in de Keersop.

Maar voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. De bever leeft in het water of de waterkant. Rondom de projectlocatie is geen water aanwezig. Verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das De projectlocatie en de omgeving eromheen behoort niet tot het leefgebied van de das. Zij maken hun burchten in de grens tussen bos(jes) en weilanden. Bij voorkeur in een talud, verstopt in de dekking. Dassen leven uitsluitend buiten het stedelijk gebied. Daarnaast hebben zij droge grond nodig om hun holen in te graven. De omgeving rondom Bergeijk is te nat voor de das. Het verstoren van een vaste rust- en verblijfplaats is daarmee uit te sluiten. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.

21

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. De te slopen woning is gebouwd in 1950 en bestaat uit een stenen draagconstructie met houten gevelbekleding. De houten lamellen en gevelbekleding sluit naadloos op elkaar aan. Ook de dakgoot sluit naadloos aan op de gevelbekleding. Er zijn geen kapotte of loszittende planken. Op het dak liggen dakpannen op piepschuimen isolatieplaten. Het piepschuim is erg glad. Vleermuizen kunnen zich hier niet aan vasthouden. De dakpannen sluiten onderling strak aan en ook loodslabben rond de schoorsteen en dakkapel sluiten goed aan. Hierdoor is het gebouw niet toegankelijk voor vleermuizen.

De te kappen grove dennen zijn gecontroleerd op holten en spleten die door vleermuizen gebruikt kunnen worden. Deze zijn niet aanwezig. Daarnaast zijn naaldbomen minder geschikt voor vleermuizen omdat de hars in het hout blijft kleven aan de vlieghuid waardoor deze kan beschadigen. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Vliegroutes Gebouw minnende vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. Deze zijn aanwezig langs de Eigenberg en de Churchill-Laan. Een bosgebied wordt vaak door boom bewonende vleermuizen gebruikt om te foerageren. Door het wegnemen van 8 dennen aan de rand van een groot bomenrijk gebied, wordt geen essentieel jaaggebied of vliegroute voor vleermuizen aangetast. Wel is het belangrijk dat de bosrand in de nachtperiode niet wordt verlicht. Ook niet tijdens de bouwfase.

Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het stedelijkgebied, grenzend aan bosgebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil, kerkuil, gierzwaluw, huiszwaluw, bosuil, ransuil en torenvalk. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn

22

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Hoewel deze situatie zich hier voordoet, is er door de aanwezigheid van vele bomen onvoldoende rust voor de wespendief en sperwer, waardoor een broedgeval van deze vogels kan worden uitgesloten. Daarnaast zijn de te kappen dennen gecontroleerd op nesten. Deze zijn niet aangetroffen. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden.

Het woonhuis is in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Daarvoor is de woning te gesloten van karakter. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Het habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van:  plekken voor nestgelegenheid  jaarrond beschikbaar zijn van voedsel (voor volwassen en jongen)  dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop)  plekken voor stofbaden  drinkwater Ontbreekt een van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt. Huismussen zijn cultuurvolgers en houden erg van stedelijke omgeving. De aanwezigheid van bos is voor de huismus niet gunstig. Dekking in de vorm van struiken is voor hen essentieel, maar geen bos. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien of gehoord. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen bebouwing.

Gierzwaluw en huiszwaluw De Gierzwaluw heeft sterk de voorkeur voor hoge (oude) gebouwen in de oude kern van dorpen en steden. Ze bouwen hun nesten achter spleten en gaten. Een groot deel van hun leven bevinden ze zich in de lucht. Tijdens de broedtijd zitten ze op hun nesten. Voor hun nestgelegenheid zijn gierzwaluwen afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes. De openingen in de bebouwing moet vrij zijn van versperringen, zodat er een invliegroute mogelijk is. Bovendien gebruiken gierzwaluwen hoogte om zich te laten vallen en zo snelheid te maken waardoor ze bij het wegvliegen minder gemakkelijk gegrepen kunnen worden door roofvogels. De openingen dienen derhalve op minimaal 2,5 meter of hoger te zitten. De te slopen woning heeft geen geschikte invliegopeningen. De dakpannen zijn allemaal heel en liggen niet scheef. Ook zijn er geen openingen achter loodslabben. Een huiszwaluw bouwt zijn nest vaak onder witte overstekken. De te slopen woning heeft wel een overstek, maar deze is niet wit van kleur. Er zijn geen zwaluwnesten aangetroffen tijdens het veldonderzoek. 23

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Bosuil en ransuil De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Maar omdat hij vooral ’s nachts leeft, wordt hij niet altijd opgemerkt. Ze leven in veel verschillende biotopen: loof- en naaldbossen, stadsparken en groene woonwijken. Dat komt omdat ze flexibel in prooikeuze zijn. De bosuil broedt overwegend in boomholtes van (oude) bomen. Er moet het hele jaar voldoende voedsel beschikbaar en bereikbaar zijn. Daarnaast zijn voldoende roest- en broedplaatsen belangrijk. Ook de ransuil komt in veel verschillende leefgebieden voor en broedt in bomen. Echter gebruikt een ransuil vaak geen holtes, maar oude kraaien- of eksternesten. Omdat een ransuil in open velden/plekken en langs wegbermen jaagt, komen ze niet veel voor in dicht beboste gebieden. In de te kappen dennen zijn geen holtes of nesten aanwezig die door een uil gebruikt kunnen worden. Ook worden de te kappen dennen niet gebruikt als roestplek. Er zijn geen braakballen en poepsporen aangetroffen. Daarnaast wordt hier geen essentieel deel van het jaaggebied onttrokken. Een negatief effect op de bosuil en ransuil is hier niet te verwachten. Torenvalk Een torenvalk bouwt zelf geen nest. Ze gebruiken oude kraaiennesten of speciale torenvalkkasten. Een torenvalk jaagt in open of halfopen landschappen. In een landschap met veel (kort) grasland, heide, hoogvenen, duinen en akkers is voor hen het voedsel goed te vinden.

Al biddend in de lucht jaagt hij op prooien op de grond. Op het menu staan vooral woelmuizen maar ook zangvogels en kuikens van weidevogels. De omgeving van de projectlocatie is te bebost en bewoond. Hierdoor is hier geen sprake van geschikt leefgebied van de torenvalk. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen in de te slopen bebouwing. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. In de omgeving van de projectlocatie komen alleen levendbarende hagedissen voor. Deze hagedissen leven in een habitat waar een afwisseling is tussen ruigte (voor de dekking) en open plekken (om op te warmen). Veenen heidegebieden zijn daarom geschikt habitat. Daaraan voldoet de omgeving op de projectlocatie niet.

Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Omgevingswet een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

24

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig. Specifieke zorgplicht Er worden geen negatieve effecten verwacht voor de soorten die vallen onder de specifieke zorgplicht (voor zover niet in voorgaande paragrafen benoemd). Het voorkomen van deze soorten is op of in de directe omgeving van de projectlocatie niet vastgesteld en/of er is geen geschikt habitat op de onderzoekslocatie Het kan incidenteel gebeuren deze soorten ondanks de uitgevoerde quickscan, toch voorkomen op de projectlocatie en tijdens de activiteiten hinder ondervinden van de werkzaamheden. In dat geval kunnen negatieve gevolgen voorkomen worden door te voldoen aan de algemene zorgplicht of het inschakelen van een ecologisch deskundige.

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.

waargenomen.

De

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

25

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Hoofdstuk 3

3 Conclusie en voorwaarden Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Omgevingswet, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Wat kort gezegd inhoudt dat al het mogelijke gedaan moet worden om het doden van dieren te voorkomen en eventueel aanwezige individuen te laten vluchten als zij verstoord worden.

3.2

Voorwaarden Alle kapwerkzaamheden dienen verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Tijdens de bouwfase mag de bouwplaats (en het omliggende bosgebied) niet worden verlicht tussen zonsondergang en zonsopkomst. Dit om het verstoren van jagende vleermuizen te voorkomen.

26

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Literatuur

  

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Omgevingsverordening Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Omgevingswet

         

www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu

   

 

27

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Bijlage 1 Waarnemingen

28

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

29

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

30

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

31

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

32

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Bijlage

2 Effecten indicator soorten

33

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

34

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

35

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

36

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Bijlage

3 Plan projectlocatie

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

37

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Bijlage

4 Rapport

Beschermde

SoortenIndicator

(BeSI)

38

Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 14-02-2025 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Nieuw gebouw bouwen

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:

Locatie : 152,333.68 /370,567.43

Oppervlakte : 1991

m2

De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels

Ja

Zoogdieren

Ja

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren

Ja

Planten

Nee

Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.

Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?

Ja

Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?

Nee

Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.

Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen

Ja

Eekhoorns

Nee

Steenmarters

Nee

Andere marterachtige dan steenmarters

Nee

Andere zoogdieren

Ja

2

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten en adviezen Vogels Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus komt meestal voor in de buurt van mensen en leeft dan vooral in struiken, het liefst met stekels die het hele jaar groen blijven, loofbomen en klimplanten. De huismus broedt in gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen, en soms in klimop. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de huismus is dat van maart tot half augustus (soms tot eind september). De huismus is zeer honkvast en is het hele jaar rondom het nest aanwezig. Daarom zijn de nesten jaarrond beschermd. Haal nesten nooit weg. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de huismus. Bijvoorbeeld door struiken of klimplanten rondom de nesten te laten staan. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.

Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12.

3

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven, zijn beschermd. Voorkom het verlichten van gevels waarin vliegopeningen zitten en het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voor meer info over de gewone en de ruige dwergvleermuis of de gewone grootoorvleermuis: zie de kennisdocumenten op de website van BIJ12 en eventueel verderop in dit rapport. Let op! Dit sluit het voorkomen van andere vleermuissoorten niet uit. Check daarnaast ook altijd natuurvriendelijkisoleren.nl. Gewone dwergvleermuis Soort Leefgebied: kraamverblijfplaats in gebouw Beschrijving leefgebied: De gewone dwergvleermuis komt in de zomer in tuinen, parken en bossen voor. Overdag verblijven ze in gebouwen, vaak achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Dit gebouw kan door de gewone dwergvleermuis worden gebruikt als kraamverblijfplaats. Behoud open water, bomenrijen en bosschages en voorkom verlichting in het leefgebied.

Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. Let op! Het gebouw kan door de gewone dwergvleermuis ook voor andere functies dan kraamverblijfplaats worden gebruikt. Bovendien is niet uitgesloten dat er ook andere vleermuissoorten voorkomen in dit gebouw. Konijn Beschrijving leefgebied: Het konijn leeft in halfopen (droge) landschappen zoals tuinen, perken, parken, graslanden en bosranden. Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems omdat ze daarin makkelijk kunnen graven. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor het konijn het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland en Utrecht. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van het konijn, bijvoorbeeld door verspreid stukken gras redelijk kort te maaien en te zorgen voor open plekken met zand.

4

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Alpenwatersalamander Beschrijving leefgebied: De alpenwatersalamander is een amfibie en leeft onder andere in bospoelen, vennen, sloten en tuinvijvers. De winterslaap begint ongeveer half oktober en eindigt rond eind februari. De meeste alpenwatersalamander overwinteren op het land. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de voortplantingsperiode (water) en tijdens de winterrust (land). Voor alpenwatersalamanders betekent dit dat werkzaamheden in en nabij het water het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus tot en met 15 oktober. Werkzaamheden op het land worden bij voorkeur niet tussen half oktober en eind februari uitgevoerd. Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de alpenwatersalamander. Bijvoorbeeld door te zorgen voor houtstronken of houtstapels om onder te overwinteren. Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling.

Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten.

5

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Hazelworm Beschrijving leefgebied: De hazelworm is een reptiel en leeft in heide, loofbos, schraal grasland, schrale bermen en soms ook in tuinen. Hazelwormen laten zich zelden zien en leven voor een groot deel ondergronds of schuilen onder planten. Advies voor deze soort: Houd bij de werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de hazelworm. Bijvoorbeeld door voor extra schuilplaatsen te zorgen. In Limburg geldt van juli tot en met september een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt niet voor het doden van hazelwormen. Kijk voor meer informatie in de Omgevingsverordening van de provincie. Kleine watersalamander Beschrijving leefgebied: De kleine watersalamander is een amfibie en leeft in poelen, vennen, sloten, en tuin- en stadsvijvers. De kleine watersalamander overwintert in vorstvrije en ruimten zoals muizenholen, tussen boomwortels en in spleten in muren of hout. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor water en oevers met veel planten om te kunnen schuilen en stenen en houtstronken om onder te overwinteren. Kleine watersalamanders verblijven vanaf maart tot in de zomermaanden in het water.

Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren de verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de kleine salamanders eruit kunnen kruipen.

6

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten.

Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn-, Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt, is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket.

Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.

7

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195371 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Huismus - Passer domesticus - Kansenkaart versienummer

29-11-2022

Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 24-03-2023 Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus - Kansenkaart versienummer 08-08-2024 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris - Kansenkaart versienummer 02-12-2022 Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 Hazelworm - Anguis fragilis - Kansenkaart versienummer 02-12-2022 Kleine watersalamander - Lissotriton vulgaris - Kansenkaart versienummer 28-11-2022 Konijn - Oryctolagus cuniculus - Kansenkaart versienummer 28-11-2022

8

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 14-02-2025 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Boom of beplanting onderhouden of weghalen

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:

Locatie : 152,333.68 /370,567.43

Oppervlakte : 1991

m2

De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels

Ja

Zoogdieren

Ja

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren

Ja

Planten

Nee

Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.

Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?

Ja

Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?

Ja

Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.

Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen

Ja

Eekhoorns

Ja

Steenmarters

Ja

Andere marterachtige dan steenmarters

Nee

Andere zoogdieren

Ja

2

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten en adviezen Vogels Grote bonte specht Beschrijving leefgebied: De grote bonte specht leeft in bossen, parken en tuinen. De grote bonte specht broedt meestal in een zelfgehakt hol in een boom. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de grote bonte specht is dat van half maart tot eind juli. Dan zijn nesten beschermd. De grote bonte specht specht broedt vaak op hetzelfde nest. In Flevoland, Overijssel, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Gelderland en Utrecht geldt daarom een uitzondering. Hier mogen deze nesten nooit weggehaald worden, tenzij in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn om een nieuw nest te bouwen. Om dat vast te stellen is vaak vooraf extra onderzoek nodig. Kauw Beschrijving leefgebied: De kauw leeft vooral in een bebouwde omgeving. Ook in de kauw te vinden op akkers en kleinschalige weides en in kleinere bossen. Kauwen broeden vooral in gebouwen (schoorstenen), maar ook in holle bomen en zelfs in konijnenholen. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de kauw is dat van half maart tot begin juli. Dan zijn nesten beschermd.

Koolmees Beschrijving leefgebied: De koolmees leeft in bossen, maar komt ook veel voor in begroeiing in dorpen, steden en het buitengebied. De koolmees broedt in gebieden met bomen en houtige struiken, vaak in nestkasten en in boomholtes. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de koolmees is dat van half maart tot in juli. Dan zijn nesten beschermd. De koolmees broedt vaak op hetzelfde nest of in de directe omgeving. In Noord-Brabant, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Gelderland en Utrecht geldt daarom een uitzondering. Hier mogen deze nesten nooit weggehaald worden, tenzij in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn om een nieuw nest te bouwen. Om dat vast te stellen is vaak vooraf extra onderzoek nodig. 3

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Roodborst Beschrijving leefgebied: De roodborst leeft en broedt in struiken, struikgewas en bos. In de winter leeft de roodborst ook in stadstuinen. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de roodborst is dat van half maart tot eind juli (soms half augustus). Dan zijn nesten beschermd. Spreeuw Beschrijving leefgebied: De spreeuw leeft in allerlei gebieden, meestal in de buurt van bebouwing en graslanden, soms in bossen en dan vooral aan de (bos)randen. De spreeuw broedt onder andere in holtes van bomen, in schoorstenen van gebouwen en in nestkasten. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de spreeuw is dat van half maart tot begin juli (soms tweede helft juli). Nesten zijn jaarrrond beschermd, tenzij in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn om een nieuw nest te bouwen. Om dat vast te stellen is vaak vooraf extra onderzoek nodig. Kijk voor de regels over jaarrond beschermde nesten in de Omgevingsverordening van de provincie. In Limburg geldt een uitzondering, daar zijn nesten alleen in het broedseizoen beschermd.

Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12.

4

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Bosmuis Beschrijving leefgebied: De bosmuis leeft zowel in bossen als open terreinen, zolang ze zich maar kunnen verstoppen. Ze komen o.a. voor in duinen, heide, akkers, wegbermen, tuinen en parken. Bosmuizen zijn vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor de bosmuis het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht. Zorg daarom voor plekken waar de bosmuis zich kan verstoppen, bijvoorbeeld door lage struiken aan te planten of stenen verspreid neer te leggen in het gebied waar de bosmuis leeft. Eekhoorn Beschrijving leefgebied: De eekhoorn leeft vooral in loofbos, naaldbos of gemengd bos. Ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos komt de eekhoorn voor. Advies voor deze soort: Behoud bomen in het gebied waar de eekhoorn leeft. De nesten van eekhoorns zijn beschermd. Dit betekent dat je ze niet mag beschadigen. In Limburg geldt een vrijstelling in maart, april en van juli tot en met november bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt niet voor het doden van eekhoorns. Kijk voor meer informatie in de Omgevingsverordening van de provincie. Egel Beschrijving leefgebied: De egel komt op veel plekken voor zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn.

Voorbeelden van gebieden waar egels voorkomen zijn: tuinen, parken, struiken, houtwallen en loofbossen. Advies voor deze soort: Met uitzondering van Overijssel geldt voor de egel in alle provincies het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het leefgebied van de egel, bijvoorbeeld door struiken aan te planten en bladerhopen te laten liggen zodat de egel zich kan verstoppen.

5

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven, zijn beschermd. Voorkom het verlichten van gevels waarin vliegopeningen zitten en het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voor meer info over de gewone en de ruige dwergvleermuis of de gewone grootoorvleermuis: zie de kennisdocumenten op de website van BIJ12 en eventueel verderop in dit rapport. Let op! Dit sluit het voorkomen van andere vleermuissoorten niet uit. Check daarnaast ook altijd natuurvriendelijkisoleren.nl. Gewone dwergvleermuis Soort Leefgebied: kraamverblijfplaats in gebouw Beschrijving leefgebied: De gewone dwergvleermuis komt in de zomer in tuinen, parken en bossen voor. Overdag verblijven ze in gebouwen, vaak achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Dit gebouw kan door de gewone dwergvleermuis worden gebruikt als kraamverblijfplaats. Behoud open water, bomenrijen en bosschages en voorkom verlichting in het leefgebied.

Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. Let op! Het gebouw kan door de gewone dwergvleermuis ook voor andere functies dan kraamverblijfplaats worden gebruikt. Bovendien is niet uitgesloten dat er ook andere vleermuissoorten voorkomen in dit gebouw. Konijn Beschrijving leefgebied: Het konijn leeft in halfopen (droge) landschappen zoals tuinen, perken, parken, graslanden en bosranden. Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems omdat ze daarin makkelijk kunnen graven. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor het konijn het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland en Utrecht. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van het konijn, bijvoorbeeld door verspreid stukken gras redelijk kort te maaien en te zorgen voor open plekken met zand.

6

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Rosse woelmuis Beschrijving leefgebied: De rosse woelmuis leeft bij voorkeur in loof- en gemengd bos met daaronder struiken of kruiden. Verder leven ze o.a. in houtwallen, heggen, bosranden en parken. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor de rosse woelmuis het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht. Vermijd daarom werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de rosse woelmuis is dit het voortplantingsseizoen. Deze begint in februari-april en loopt door tot september-oktober. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de rosse woelmuis, bijvoorbeeld door het behouden en/of aanleggen van bosjes met struiken. Steenmarter Beschrijving leefgebied: De steenmarter leeft in Nederland op verschillende soorten plekken, maar is vooral te vinden in de buurt van dorpen, boerderijen en (zelfs in) grote steden. De steenmarter is vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de steenmarter is dit de periode dat de jongen worden geboren en bij de moeder blijven. Deze periode loopt van maart tot en met juli. In Friesland geldt voor de steenmarter het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In Limburg geldt van 15 augustus tot en met eind februari een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud.

Deze vrijstelling geldt niet voor het doden van steenmarters. Kijk voor meer informatie in de Omgevingsverordening van de provincie.

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Alpenwatersalamander Beschrijving leefgebied: De alpenwatersalamander is een amfibie en leeft onder andere in bospoelen, vennen, sloten en tuinvijvers. De winterslaap begint ongeveer half oktober en eindigt rond eind februari. De meeste alpenwatersalamander overwinteren op het land. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de voortplantingsperiode (water) en tijdens de winterrust (land). Voor alpenwatersalamanders betekent dit dat werkzaamheden in en nabij het water het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus tot en met 15 oktober. Werkzaamheden op het land worden bij voorkeur niet tussen half oktober en eind februari uitgevoerd. Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de alpenwatersalamander. Bijvoorbeeld door te zorgen voor houtstronken of houtstapels om onder te overwinteren. 7

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten.

Kleine watersalamander Beschrijving leefgebied: De kleine watersalamander is een amfibie en leeft in poelen, vennen, sloten, en tuin- en stadsvijvers. De kleine watersalamander overwintert in vorstvrije en ruimten zoals muizenholen, tussen boomwortels en in spleten in muren of hout. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor water en oevers met veel planten om te kunnen schuilen en stenen en houtstronken om onder te overwinteren. Kleine watersalamanders verblijven vanaf maart tot in de zomermaanden in het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren de verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de kleine salamanders eruit kunnen kruipen.

8

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten.

Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn-, Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt, is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket.

Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.

9

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Grote bonte specht - Dendrocopos major - Kansenkaart versienummer

28-11-2022

Kauw -

Corvus monedula Kansenkaart versienummer

29-11-2022

Koolmees - Parus major - Kansenkaart versienummer

30-11-2022

Roodborst - Erithacus rubecula - Kansenkaart versienummer

28-11-2022

Spreeuw - Sturnus vulgaris - Kansenkaart versienummer

28-11-2022

Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 24-03-2023 Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus - Kansenkaart versienummer 08-08-2024 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris - Kansenkaart versienummer 02-12-2022

10

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195373 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Bosmuis - Apodemus sylvaticus - Kansenkaart versienummer Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer Eekhoorn - Sciurus vulgaris - Kansenkaart versienummer Egel - Erinaceus europaeus - Kansenkaart versienummer Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer Kleine watersalamander - Lissotriton vulgaris - Kansenkaart versienummer Konijn - Oryctolagus cuniculus - Kansenkaart versienummer Rosse woelmuis - Myodes glareolus - Kansenkaart versienummer Steenmarter - Martes foina - Kansenkaart versienummer

28-11-2022

28-11-2022

30-11-2022

28-11-2022

28-11-2022

28-11-2022

28-11-2022

30-11-2022

30-11-2022

11

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195366 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 14-02-2025 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Bouwwerk of deel van een bouwwerk slopen, of asbest verwijderen

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:

Locatie : 152,333.68 /370,567.43

Oppervlakte : 1991

m2

De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1

Aanvraagdatum : 14-02-2025 Rapportnummer : 195366 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels

Ja

Zoogdieren

Ja

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren

Ja

Planten

Nee

Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.

Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?

Ja

Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=9fb57d4d-e84f-4b42-844b-791578393dc0