Bijlage 2 Onderzoeken Nieuwstraat 66
Tekst van het document
Rapportage M - QUO-35901-T5T7D4 Voortoets Stikstofdepositie ontwikkeling Nieuwstraat 66 te Bergeijk 14-5-2025
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................ 2
2
Algemene gegevens .................................................................................................................... 3
3
Rekenmodel ................................................................................................................................. 4
4
Literatuurgegevens ..................................................................................................................... 5
5
Emissies ........................................................................................................................................ 6 5.1
Beschrijving project ............................................................................................................ 6
5.2
Emissiebronnen in de aanlegfase ..................................................................................... 9
5.2.1
Emissie mobiele werktuigen in aanlegfase .................................................................. 9
5.2.2
Verkeersbewegingen door bouwverkeer in aanlegfase ............................................ 10
5.2.3
Koude starts aanlegfase ............................................................................................... 10
5.2.4
Stationair draaien van vrachtwagens ......................................................................... 11
5.3
Emissiebronnen in de gebruiksfase ................................................................................ 11
5.3.1
Emissie vanuit de nieuwe woning(en) ......................................................................... 11
5.3.2
Emissie vanuit de verkeer en koude starts in de gebruiksfase ................................ 12
6
Rekenresultaten ........................................................................................................................ 14
7
Buitenlandse Natura 2000-gebieden ....................................................................................... 15
8
Conclusie .................................................................................................................................... 16
9
Bijlagen ....................................................................................................................................... 17
Pagina 1 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
1
Inleiding
Woningbouwplannen, in alle diversiteit, kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Het gebruik van woningen (in de gebruiksfase) kan leiden tot een emissie van stikstofoxide (NO x). Deze emissie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en aan de woning(en) gerelateerde autoverkeer. Ook kan er sprake zijn van een emissie van stikstofoxide als gevolg van de bouwwerkzaamheden (in de aanlegfase), bijvoorbeeld de aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats. In dit rapport worden de stikstofemissies en stikstofdeposities inzichtelijk gemaakt en wordt getoetst of er sprake is van (een toenemende) stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000gebieden.
Handreiking Voortoets Stikstof, februari 2021 en uitspraak 18 december 2024 Tot voor kort gold voor de beoordeling van stikstof het toetsingskader uit de Handreiking Voortoets Stikstof, februari 2021. N.a.v. de uitspraak van Raad van State van 18 december 2024 is deze Handreiking niet meer geheel actueel vanwege het onderdeel intern salderen. De basis van een voortoets (zonder intern salderen) is echter gelijk gebleven. Voor projecten die kunnen volstaan met een voortoets stikstof wordt verwezen naar de bijlage bij het persbericht over de uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van 18 december 2024 zaaknummer 202201311/1, het “Schema beoordelingskader intern salderen” (zie bijlage 1).
In deze voortoets is rekening gehouden met de werkwijze zoals opgenomen in het stappenplan uit het Schema beoordelingskader intern salderen. Bij onderhavig project is geen sprake van intern salderen.
Pagina 2 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
2
Algemene gegevens
Opdrachtgever: Naam:
Akizy18 B.V.
Adres:
Bremdreef 5
Postcode en plaats:
5571 AD Bergeijk
Opdrachtnemer: Bedrijf:
Van Empel Inspecties en Advisering
Afdeling:
Van Empel Milieu Advies
Adres:
Stökskesweg 11 Bergeijk
Postadres:
Postbus 31, 5570 AA Bergeijk
Telefoonnummer:
+31 (0)88 17 00 100
Email:
milieu@vanempelinspecties.com
Objectgegevens: Adres:
Nieuwstraat 66
Plaats:
5571 BB Bergeijk
Rapportgegevens: Rapportnummer:
QUO-35901-T5T7D4
Datum:
14-5-2025
Rapporteur:
K. Hoeks
Pagina 3 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
3
Rekenmodel
AERIUS-Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie van activiteiten. Alle typen emissiebronnen (punten, lijnen en vlakken) van stikstof (NOx en NH3) kunnen in AERIUS-Calculator ingevoerd worden. AERIUS-Calculator heeft ten behoeve van het gebruikersgemak veel voorkomende typen bronnen van diverse sectoren (bijvoorbeeld industrie, landbouw, verkeer en vervoer) gedefinieerd. Daarbij zijn voor diverse bronkenmerken default waarden ingevuld die gebruikt worden als de gebruiker zelf geen aangepaste waarde invoert. Gebouwinvloed Wanneer een emissiebron op een gebouw staat, of dicht bij een gebouw is gelegen, kan dit gebouw de verspreiding van de emissies beïnvloeden. Er dient in concentratie- en depositieberekeningen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed wanneer aan alle onderstaande vier criteria wordt voldaan: 1. De bron wordt gemodelleerd als een stationaire puntbron, zoals het geval is bij o.a. schoorstenen; 2. De puntbron staat op een dominant gebouw, of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen. Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving; 3. De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw; 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer.
Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000gebieden (dit zijn de locaties waarop AERIUS de bijdrage aan de stikstofdepositie berekent). Na 3 km mag gebouwinvloed voor aanvragen worden verwaarloosd. Voor onderhavige onderzoek en beschikbare informatie geldt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met gebouwinvloed aangezien niet aan alle 4 de criteria wordt voldaan: Van toepassing?
Criteria In onderhavige situatie is sprake van stationaire puntbron(nen). In de directe omgeving van het plangebied is sprake van de aanwezigheid van dominante gebouwen. De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000gebieden is op < 3 kilometer gelegen.
EINDCONCLUSIE criteria De gebouwinvloed is te verwaarlozen.
Pagina 4 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Wel ☐ ☐
Niet ☒ ☒
☐ ☒
☒ ☐
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
4
Literatuurgegevens
Voor deze rapportage is gebruik gemaakt van literatuurgegevens uit de volgende rapporten: - Handboek Werken met AERIUS Calculator (Versie 2024.1 v1, 10 februari 2025); - Actualisatie rapport AERIUS Calculator 2024, RIVM-briefrapport 2024-0078, W.A. Marra et al., RIVM (1 oktober 2024); - Handreiking Koude Start, versie 0.1, 20 december 2024, BIJ12; - Instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator-2024.1 (versie 1, februari 2025); - Bijlage persbericht uitspraak 18 december 2024 zaaknummer 202201311/1, “Schema beoordelingskader intern salderen”; - Handreiking omgaan met hexagonen met een hersteldoel in AERIUS 2024, Oktober 2024, BIJ12; - Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningen (bron www.tno.nl); - TNO rapport: ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305; - CROW-Publicatie 381.
Pagina 5 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
5
Emissies
De relevante emissie, met effect op de vermestende stikstofdepositie, zijn NO x en NH3. NOx emissie ontstaat bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Dit vindt plaats in de aanwezige verbrandingsinstallaties en mobiele voertuigen. Deze emissies worden onder andere veroorzaakt bij het in werking zijn van machines, werktuigen, en door transport van en naar de locatie en dergelijke. In dit onderzoek is de stikstofemissie en -depositie van de beoogde aanlegfase en gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. 5.1
Beschrijving project
Men is voornemens om acht appartementen in de vorm van vier grondgebonden woningen te realiseren aan de Nieuwstraat te Bergeijk. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel bouwen voor onderhavige ontwikkeling dient aangetoond te worden dat er geen sprake is van significante negatieve gevolgen met betrekking tot stikstofdepositie. In onderstaande afbeeldingen is de ontwikkeling verder verduidelijkt.
Afbeelding 1: Situatieoverzicht projectlocatie
Pagina 6 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Afbeelding 2: Situatie beoogd
Afbeelding 3: Plattegronden woning 1 t/m 4 Pagina 7 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Afbeelding 4: Gevelaanzichten woning 1 t/m 4
Afbeelding 5: Doorsnede A-A, woning 1 t/m 4
Afbeelding 6: Plattegronden woning 5 t/m 8
Afbeelding 7: gevelaanzichten woning 5 t/m 8 Pagina 8 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Afbeelding 8: Doorsnede B-B, woning 5 t/m 8
Voor de detailtekeningen en complete plattegrondtekeningen van het gebouw wordt verwezen naar de aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel bouwen. 5.2
Emissiebronnen in de aanlegfase
Bij de realisatie van onderhavige woningbouw vinden in de aanlegfase bouwactiviteiten plaats. In deze fase zijn met enige regelmaat machines en werktuigen nodig. In deze paragraaf wordt de inzet van werktuigen en machines van onderhavige ontwikkeling verder toegelicht. De tijdelijke bijdrage van de emissies bij aanleg zijn afzonderlijk berekend aan de hand van een royale inschatting (worst-case-scenario). Voor de aanlegfase van de woning(en) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Totale bouwtijd1: 1 jaar; • Werkbare dagen: 240 dagen. Over het algemeen worden de grotere partijen bouwmaterialen aangeleverd met behulp van vrachtwagens. Dagelijks vinden er ook verkeersbewegingen plaats met behulp van bedrijfswagens (al dan niet gecombineerd met aanhanger). Deze bedrijfswagens worden naast het vervoer van werklui en de benodigde gereedschappen en machines ook gebruikt voor de aan- en afvoer van materialen (waaronder steigermateriaal, stroomvoorzieningen et cetera). 5.2.1 Emissie mobiele werktuigen in aanlegfase Mobiele werktuigen zijn machines of voertuigen die geen gebruik maken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet in de industrie, landbouw of bij bouwprojecten. Voor de emissie vanuit de mobiele werktuigen wordt gebruik gemaakt van het TNO-rapport “TNO 2021 R12305”.
In onderstaande tabel is de vereiste inzet van machines en werktuigen van de aanlegfase weergegeven. Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage van een project inzichtelijk wordt gemaakt in mol per hectare per jaar en dat daarvoor de aaneengesloten 12 maanden worden gemodelleerd waarin de depositie het hoogst is. 1
Pagina 9 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Type werktuig
Bouwjaar Brandstof Stage Vermogen SCR Brandstof AdBlue Aantal Brandstof AdBlue vanaf klasse/ (kW) l/uur2 l/uur3 draaiuren l/jaar l/jaar type per jaar 4 2014 Diesel IV 75-560 Ja 12,3 0,37 32 394 12 2014 Diesel IV 75-560 Ja 12,3 0,37 18 221 7
Graafmachine Betonstorters/ pompen Hijskranen 2014 Diesel IV Verreiker/minishovel 2014 Diesel IV Minigraver 2014 Diesel IV Trilplaat/Stamper 2014 Benzine 2takt Tabel 1: Invoergegevens AERIUS mobiele werktuigen
75-560 75-560 <=56 10
Ja Ja n.v.t. n.v.t.
19,81 10,5 4,6 1,2
0,59 0,32 n.v.t. n.v.t.
100 32 24 16
1981 336 110 19
59 10 n.v.t. n.v.t.
5.2.2 Verkeersbewegingen door bouwverkeer in aanlegfase Voor het project is een realistische inschatting gemaakt van het aantal voertuigen voor de aanvoer van bouwmaterialen en afvoer van bouwafval en dergelijke. De invoer in AERIUS is gericht is op het aantal vervoersbewegingen. Dit betekent dat als een weg met heen- en teruggaand verkeer wordt gemodelleerd. In AERIUS zijn derhalve de gegevens uit onderstaande tabel ingevoerd. Aantal voertuigbewegingen Lichte totaal per jaar motorvoertuigbewegingen 1660 1500 Tabel 2: Verdeling voertuigbewegingen per jaar (worst-case)
Zware motorvoertuigbewegingen 160
Voor de voertuigbewegingen in de aanlegfase is rekening gehouden met dezelfde rijlijnen zoals toegelicht in paragraaf 5.3. 5.2.3 Koude starts aanlegfase Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben5. Denk hierbij aan mensen aan het einde van de werkdag vertrekken van de bouwplaats6. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan bij rijdend verkeer (met een warme motor). Dit betekent in de praktijk dat de emissies door koude start veelal optreden voordat
Berekend o.b.v. het gemiddeld brandstofverbruik en draaiuren per type machine conform tabel 7 uit rapport: TNO 2021 R12305. Het AdBlue-verbruik van nieuwere en grotere machines, met SCR wordt (conform rapport TNO 2021 R12305) ingeschat tussen 3% en 6% van het gemiddelde brandstofverbruik. Voor de worst-case is voor werktuigen van stageklasse IV rekening gehouden met een AdBlue-verbruik van 3%. Voor werktuigen vanaf Stageklasse V wordt rekening gehouden met een AdBlue-verbruik van 6%. 4 De opgave van aantal uren betreft het aantal draaiuren dat de machines in werking zijn. In AERIUS worden (conform Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator) alle uren dat de motor draait, dus ook als de motor stationair draait als waarde ingevoerd. Hierin is tevens de lage motorlast tijdens het manoeuvreren van de voertuigen inbegrepen. Dit is inclusief te slopen bebouwing, realiseren van aan- of bijgebouwen, aanleg van tuinen, plantsoenen en overige infrastructuur (wegen, paden of parkeerplaatsen), indien van toepassing binnen onderhavige ontwikkeling. 5 Uitgezonderd mobiele werktuigen conform de Handreiking koude start (paragraaf 1.2, pagina 6). Voor werktuigen hoeft geen rekening gehouden hoeft te worden met koude starts. Dit omdat de motoren vaak lang aan staan waardoor de verhouding tussen warme en koude emissie anders is dan bij voertuigen.
Daarnaast zijn de warme emissies van moderne voertuigen zeer laag. 6 Op de bouwplaats worden geen auto’s, werkbussen of vrachtwagens geparkeerd gedurende nachtperiode. 2 3
Pagina 10 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
een voertuig van zijn plaats is gekomen. Een koude start wordt daarom als stilstaande bron gemodelleerd7. Ten aanzien van koude starts bij een bouwproject wordt uitgegaan dat vrachtwagens welke komen laden en lossen doorgaans geen 2 uur aanwezig zullen zijn op de locatie, waarbij de motor stil staat. Rekening houdend met het worst-case-scenario wordt toch rekening gehouden dat 5% van de zware motorvoertuigen een stop maakt van langer dan 2 uur. Voor het aandeel lichtverkeer zal hier meer sprake van zijn. Voor het vertrekkende lichte verkeer, wordt worst-case rekening gehouden dat deze allen vertrekken met een koude start. Derhalve wordt rekening gehouden met 4 koude starts van zwaar verkeer en 750 koude starts van lichte verkeer per jaar. 5.2.4 Stationair draaien van vrachtwagens Het stationair draaien van vrachtwagens (inclusief manoeuvreren) komt voor tijdens sloopbouwwerkzaamheden. Ten behoeve van het aan- en afvoeren van materialen. Hierbij wordt rekening gehouden met een (worst-case) bedrijfstijd van circa 10 minuten stationair draaien per vrachtwagen gemiddeld. Bij een totaal van circa 80 vrachtwagens komt dit overeen met 13 uur stationair draaien van vrachtwagens per jaar. Conform bijlage 1 van de Invoerinstructie voor AERIUS Calculator 2024 is de NOx-emissie van stationair draaien van zwaar wegverkeer voor 2025 92,4864 gram/uur en de NH3-emissie 0,8976 gram/uur.
Voor het stationair draaien van de vrachtwagens is derhalve rekening gehouden met: 5.3
13 uur x 92,4864 gram/uur = 1.233,15 gram/jaar = 1,23 kg NOx 13 uur x 0,8976 gram/uur= 11,97 gram/jaar = 0,01 kg NH3 Emissiebronnen in de gebruiksfase
5.3.1 Emissie vanuit de nieuwe woningen Ter plaatse van het projectgebied worden acht nieuwe woningen gerealiseerd. Deze woningen worden aardgasloos gebouwd. Nieuwbouwwoningen worden standaard niet meer op het gasnet aangesloten. Deze woningen hebben dus in beginsel geen NOx-emissie meer. Ook in het geval van woningen met stadverwarming zal er geen sprake zijn van NOx-emissie uit de woningen. Cijfers voor NOx van verschillende typen woningen zijn afgeleid uit het gasgebruik voor verwarming, warm water en koken. Bij gasloze woningen kan (volgens de invoerinstructie voor Aerius-Calculator) een emissiefactor van 0 gehanteerd worden.
7
Conform de instructie ‘Actualisatie AERIUS Calculator 2024.
Pagina 11 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
5.3.2 Emissie vanuit de verkeer en koude starts in de gebruiksfase Projecten kunnen leiden tot extra verkeer en vervoer (wegverkeer) van en naar het projectgebied. Het extra verkeer is berekend op basis van de landelijke CROW-richtlijnen. In de kerncijfers wordt een uitsplitsing gemaakt tussen diverse woningtypen. Elk woningtype genereert namelijk een ander aantal voertuigen per weekdagetmaal. In Tabel 3 zijn de verschillende kengetallen voor verkeersgeneratie weergegeven. Woningtype
Minimaal CROWkengetal Tussen/hoekwoning (koop) 6,9 Twee-onder-één-kap (koop) 7,3 Etage duur (huur) 5,5 Vrijstaande woning (koop) 7,7 Sociale woning (huur) 5,0 Tabel 3: CROW-kengetallen per woningtype
Maximaal CROWkengetal 7,7 8.1 6,3 8,5 5,8
Gemiddeld CROWkengetal 7,3 7,7 5,9 8,1 5,4
De CROW geeft twee mogelijke kengetallen, een minimaal en een maximaal kengetal. Voor de berekening van het extra verkeer is, zoals gebruikelijk, het gemiddelde van deze twee gehanteerd. Voor de woning(en) wordt aangesloten bij het gemiddeld kengetal van woningtype etage duur (huur). Woningtype
Gemiddeld CROW- kengetal Etage duur (huur) 5,9 Tabel 4: Berekening aantal voertuigbewegingen
Aantal woningen 8
Aantal extra bewegingen 47,2
Aantal koude starts8 16
Naast het lichte verkeer is rekening gehouden met een beperkte toename van vrachtverkeer (t.b.v. leveringen o.a. grotere pakketten etc.) hiervoor is rekening gehouden met 0,02 verkeersbeweging zwaar verkeer per woning per etmaal. Derhalve is rekening gehouden met 0,16 zware verkeersbewegingen per etmaal. Wanneer verkeer- en vervoersbewegingen van en naar het projectgebied worden meegenomen als emissiebron, dan moet vervolgens bepaald worden tot welke afstand deze moeten worden meegenomen in het onderzoek. Hier zijn in de praktijk geen harde criteria voor. Er dient in alle gevallen een onderbouwde afweging gemaakt te worden tot waar het verkeer meegenomen wordt. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. Bijvoorbeeld wanneer mensen in de ochtend vertrekken naar hun werk. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan bij rijdend verkeer (met een warme motor). Dit betekent in de praktijk dat de emissies door koude start veelal optreden voordat een voertuig van zijn plaats is gekomen.
Een koude start wordt daarom als stilstaande bron gemodelleerd. Ten aanzien van de koude start bij een woning wordt uitgegaan dat 50% van het vertrekkende verkeer, vertrekt met een koude start. Dit sluit aan bij het voorbeeld uit de handreiking koude start. 8
Pagina 12 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.9 In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot slechts enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor onderhavig project is rekening gehouden met de volgende verdeling 10: - 50% verkeer van en naar het projectgebied via Nieuwstraat in oostelijke richting Vanaf de kruising met de Hagelkruis is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld.; - 50% verkeer van en naar het projectgebied via Nieuwstraat in westelijke richting. Vanaf de kruising met de Hooge Berkt is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Hierbij wordt aangesloten bij de huidige jurisprudentie: Uitspraak Raad van State E03.99.0110, 20 juni 2001; Uitspraak Raad van State 200803554/1, 14 januari 2009; Uitspraak Raad van State 201506346/1/A1 van 6 juli 2016; Uitspraak Raad van State 201807760/5/R3 van 1 september 2021. 10 Op de drukkere doorgaande straten, ter plaatse van de Nieuwstraat is sprake van een verkeersintensiteit van gemiddeld circa 1755 motorvoertuigbewegingen per etmaal (bron: Akoestisch onderzoek | Verkeerslawaai Woningen aan Brouwershof te Bergeijk, Jacobs ingenieurs, 30-7-2020). De verkeerstoename in de aanlegfase en de gebruiksfase is derhalve slechts 2,7%. Het verkeer is ter plaatse van deze kruisingen opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 9
Pagina 13 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
6
Rekenresultaten
Voor onderhavige berekeningen is gebruik gemaakt van de meest recente versie van AERIUSCalculator (beschikbaar via https://www.aerius.nl/nl). Via de module is het mogelijk om pdfbestanden te genereren vanuit AERIUS-Calculator. Deze Pdf-bestanden zijn onderdeel van deze rapportage en worden gelijktijdig in dit rapport aangeboden. Pdf-bestand(en) van de volgende berekening(en) is toegevoegd (bijlage 2)11: - Aanlegfase: AERIUS_projectberekening_20250514165606_RsndRC4t94am_Aanlegfase; - Gebruiksfase: AERIUS_projectberekening_20250514165614_S3Kbkz7T1Yge_Gebruiksfase.
Afbeelding 9: rekenresultaten AERIUS-Calculator aanlegfase
Afbeelding 10: rekenresultaten AERIUS-Calculator gebruiksfase
Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie van de aanlegfase en gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.
AERIUS-versie 2024 maakt het (in tegenstelling tot eerdere versies) niet meer mogelijk om de pdf-uitvoerbestanden te combineren in een PDF-convertor. Hiermee is het niet meer mogelijk om de rapportage met toelichting op de invoergegevens en de rekenresultaten te combineren naar één bestand. De pdf-uitvoerbestanden zijn volledigheidshalve als losse bijlage toegevoegd. 11
Pagina 14 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
7
Buitenlandse Natura 2000-gebieden
AERIUS rekent niet standaard de belasting op in het buitenland gelegen Natura 2000-gebieden. Hierdoor worden de effecten op deze gebieden niet direct in beeld gebracht bij de berekening van de belasting op de omliggende Natura 2000-gebieden. De projectlocatie is binnen 25 km van de landsgrens gelegen. Om aan te tonen dat onderhavig plan geen significant negatieve gevolgen heeft, ten aanzien van Natura 2000-gebieden in het buitenland, is gebruik gemaakt van de optie binnen AERIUS-Calculator om automatisch rekenpunten te plaatsen op de dichtstbijzijnde Natuurgebieden in het buitenland. Hiervoor worden ter plaatse van buitenlandse natuurgebieden op grens tussen Nederland rekenpunten toegevoegd. In onderstaande afbeeldingen is de ligging van deze rekenpunten en de belasting weergegeven.
Afbeelding 11: Ligging en rekenresultaten eigen rekenpunten aanlegfase
Afbeelding 12: Ligging en rekenresultaten eigen rekenpunten gebruiksfase
Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie van de aanlegfase en gebruiksfase op de buitenlandse natuurgebieden 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.
Pagina 15 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
8
Conclusie
In deze rapportage zijn de te verwachten effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden in kaart gebracht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in de aanlegfase en de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden of extra hexagonen met een hersteldoel. De stikstofdepositie in de beoogde situatie bedraagt 0,00 mol/ha/jr. Het is essentieel dat de aannemer ten tijde van de bouwwerkzaamheden bij de op diesel aangedreven machines en werktuigen gebruik maakt van minimaal stageklasse IV materiaal (met AdBlue-systeem) 12 . Met deze uitgangspunten blijft onderhavige aanlegfase binnen de gewenste drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jr. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie, geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Conform de bijlage bij het persbericht over de uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van 18 december 2024 zaaknummer 202201311/1, het “Schema beoordelingskader intern salderen” (zie bijlage 1) is er geen passende beoordeling noodzakelijk.
12
Praktijkonderzoek uit 2018 van Cumela (de brancheorganisatie voor ondernemers in groen, grond en infra) geeft aan dat het actuele machinepark in Nederland inmiddels al behoorlijk gemoderniseerd is. Machines en werktuigen worden gemiddeld eens in de zeven tot tien jaar vervangen. Uit een stikstofenquête blijkt nog eens dat vijftig procent van het materieel inmiddels van na 2014 is, dus voorzien is van Stage IV of V. Anno 2025 is de aanwezigheid van een werktuig/machine met een stage IV motor (of hoger) dus gangbaar. Voor dit onderzoek is voor inzet van machines en werktuigen rekening gehouden met minimaal de gangbare inzet van werktuigen vanaf bouwjaar 2014 (Stage IV).
Pagina 16 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
9
Bijlagen
De volgende bijlagen zijn toegevoegd: Bijlage
Naam
1
Schema beoordelingskader intern salderen
2
Pdf-bestand(en) AERIUS-Calculator
Pagina 17 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Bijlage 1 – Stappenplan
Pagina 18 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Rapportnummer: QUO-35901-T5T7D4 © van Empel Inspecties en Advisering
Bijlage 2 – Pdf-bestand(en) AERIUS-Calculator (Separaat bijgevoegd) AERIUS-versie 2024 maakt het (in tegenstelling tot eerdere versies) niet meer mogelijk om de pdf-uitvoerbestanden te combineren in een PDF-convertor. Hiermee is het niet meer mogelijk om de rapportage met toelichting op de invoergegevens en de rekenresultaten te combineren naar één bestand. De pdf-uitvoerbestanden zijn volledigheidshalve als losse bijlage toegevoegd.
Pagina 19 van 19 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20250214
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Akizy18 B.V. NIeuwstraat 66, 5571 BB Bergeijk 8 appartementen in 4 grondgebonden woningen aanlegfase beoogd
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RsndRC4t94am 14 mei 2025, 16:56 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RsndRC4t94am (14 mei 2025)
2025 -
0,8 kg/j
61,3 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | mobiele werktuigen 2 Verkeer | Koude start: overig | Koude starts 3 Anders... | Anders... | Stationair draaien zware motorvoertuigen Verkeersnetwerk
RsndRC4t94am (14 mei 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,7 kg/j 34,5 g/j 10,0 g/j 4,9 g/j
59,6 kg/j 0,3 kg/j 1,2 kg/j 0,2 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RsndRC4t94am (14 mei 2025)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RsndRC4t94am (14 mei 2025)
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12
RsndRC4t94am (14 mei 2025)
Naam
Coördinaat
Hageven met Dommelvallei, Beverbeekse Heide, Warmbeek en X:152317 Wateringen (6 km) Y:364982 Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stamprooierbroek en X:155768 Mariahof (7 km) Y:364131 Ronde Put (8 km) X:144878 Y:368437 Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen X:144838 en heiden (8 km) Y:368454 Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (15 km) X:137311 Y:370705 Bocholt, Hechtel-Eksel, Meeuwen-Gruitrode, Neerpelt en Peer X:160617 (16 km) Y:357012 Vallei- en brongebied van de Zwarte Beek, Bolisserbeek en X:152784 Dommel met heide en vengebieden. (17 km) Y:353905 Bovenloop van de Grote Nete met Zammelsbroek, Langdonken X:145965 en Goor. (17 km) Y:355158 Militair domein en vallei van de Zwarte Beek (18 km) X:152963 Y:352471 Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (20 X:133812 km) Y:377384 Abeek met aangrenzende moerasgebieden (23 km) X:165160 Y:350925 Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (25 km) X:128131 Y:366105
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
mobiele werktuigen X:152330,74 Y:370564,86 0,14 ha
Stageklasse
NOₓ NH₃
59,6 kg/j 0,7 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
32 u/j 12 l/j
NOₓ 7,6 kg/j
18 u/j 7 l/j
NH₃ 94,6 g/j NOₓ 4,2 kg/j
Graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Betonstorters/pompen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
221 l/j
Hijskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1981 l/j
100 u/j 59 l/j
Verreiker
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
336 l/j
32 u/j 10 l/j
NH₃ 53,0 g/j NOₓ 38,7 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 6,6 kg/j
Minigraver
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 110 l/j SCR: nee
24 u/j
NH₃ 80,6 g/j NOₓ 2,3 kg/j
Trilplaat/stamper 2
alle werktuigen op benzine, 2takt
394 l/j
19 l/j
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude starts X:152330,74 Y:370564,86 0,14 ha
NOₓ NH₃
Naam
Anders... | Anders...
Stationair draaien Uittreedhoogte zware Warmteinhoud motorvoertuigen Spreiding Locatie X:152330,74 Y:370564,86 Oppervlakte 0,14 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
RsndRC4t94am (14 mei 2025)
0,3 kg/j 34,5 g/j
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 76,0 g/j NH₃ 0,0 kg/j
750,0 /jaar 0,0 /jaar 4,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
1,2 kg/j 10,0 g/j
7/8
Projectberekening
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Rijroute 1 Locatie X:152413,22 Y:370525,03 Lengte 217,31 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Rijroute 2 Locatie X:152289,24 Y:370545,43 Lengte 110,20 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j - NO₂ 32,9 g/j - NH₃ 3,3 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
750,0 /jaar 0,0 /jaar 80,0 /jaar 0,0 /jaar
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 75,1 g/j - NO₂ 16,7 g/j - NH₃ 1,7 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
750,0 /jaar 0,0 /jaar 80,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RsndRC4t94am (14 mei 2025)
8/8
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Akizy18 B.V. NIeuwstraat 66, 5571 BB Bergeijk 8 appartementen in 4 grondgebonden woningen Gebruiksfase beoogd
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S3Kbkz7T1Yge 14 mei 2025, 16:56 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
2026 -
0,3 kg/j
2,2 kg/j
2/8
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 2
S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
Wonen en Werken | Woningen | Woningen Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j 34,3 g/j
1,6 kg/j 0,6 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12
S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
Naam
Coördinaat
Hageven met Dommelvallei, Beverbeekse Heide, Warmbeek en X:152317 Wateringen (6 km) Y:364982 Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stamprooierbroek en X:155768 Mariahof (7 km) Y:364131 Ronde Put (8 km) X:144878 Y:368437 Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen X:144838 en heiden (8 km) Y:368454 Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (15 km) X:137311 Y:370705 Bocholt, Hechtel-Eksel, Meeuwen-Gruitrode, Neerpelt en Peer X:160617 (16 km) Y:357012 Vallei- en brongebied van de Zwarte Beek, Bolisserbeek en X:152784 Dommel met heide en vengebieden. (17 km) Y:353905 Bovenloop van de Grote Nete met Zammelsbroek, Langdonken X:145965 en Goor. (17 km) Y:355158 Militair domein en vallei van de Zwarte Beek (18 km) X:152963 Y:352471 Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (20 X:133812 km) Y:377384 Abeek met aangrenzende moerasgebieden (23 km) X:165160 Y:350925 Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (25 km) X:128131 Y:366105
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2026 1
Wonen en Werken | Woningen
2
Verkeer | Koude start: overig
Naam Woningen Uittreedhoogte Locatie X:152330,74 Warmteinhoud Y:370564,86 Spreiding Oppervlakte 0,14 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
1,0 m 0,002 MW 1m
Koude starts X:152330,74 Y:370564,86 0,14 ha
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Rijroute 1 Locatie X:152413,22 Y:370525,03 Lengte 217,31 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Rijroute 2 Locatie X:152289,24 Y:370545,43 Lengte 110,20 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
1,6 kg/j 0,3 kg/j
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
NOₓ NH₃
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j - NO₂ 58,9 g/j - NH₃ 22,8 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
23,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,1 /etmaal 0,0 /etmaal
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j - NO₂ 29,9 g/j - NH₃ 11,5 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
23,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,1 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S3Kbkz7T1Yge (14 mei 2025)
8/8
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING NIEUWSTRAAT 66 TE BERGEIJK
Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: E.00006463 Versie: 1 Datum: 14 februari 2025 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Nieuwstraat 66 Bergeijk Contactpersoon AvZ T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 Email: exlanadvies@agrifirm.com Uitvoerders AvZ KvL Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
10
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
26
LITERATUUR
27
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE RAPPORT BESCHERMDE SOORTENINDICATOR (BESI)
28 33 37 38
3 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
6
10
26
Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Nieuwstraat 66 te Bergeijk. De plannen omvatten het slopen van een (vakantie)huis met garage. Op het perceel worden 8 woningen met bijgebouw terug gebouwd. Er worden 8 grove dennen gekapt. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Omgevingswet, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, is er een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna benodigd. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Bergeijk in de gemeente Bergeijk. Het plangebied bevindt zich binnen de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Bergeijk.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 14/022025)
4 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
Afbeelding 2: luchtfoto detail plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 14/022025)
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en welke soorten er voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Omgevingswet. Op woensdag 5 februari 2025 is de locatie tussen 11:00 en 12:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 7 graden Celsius en bewolkt. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.
Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- kap- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
5 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Omgevingswet De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. En per 1 januari 2024 zijn deze allen opgenomen in de Omgevingswet. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen Gedeputeerde Staten van de provincies.
1.1
Gebiedsbescherming De Omgevingswet noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Daarnaast kent Nederland ook ‘bijzonder nationaal natuurgebied’. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen.
Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja-mits”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
6 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
1.2
Soortenbescherming De Omgevingswet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna, activiteiten te verrichten. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt het beschermingsregime geregeld van alle van nature in Nederland in het wild voorkomende dieren en planten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten beschermingsregimes: 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn (paragraaf 11.2.2) 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn (paragraaf 11.2.3) 3) Beschermingsregime ander soorten (paragraaf 11.2.4) Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: Opzettelijk vogels te doden of te vangen; Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I (planten) en II (diersoorten) van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn.
In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het verboden om: Opzettelijk dieren te doden of te vangen; Opzettelijk dieren te verstoren; Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en sommige exoten niet onder beschermingsregime van de Omgevingswet en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Indien deze soorten aanwezig zijn, is een alternatievenafweging noodzakelijk en dient onnodig lijden ten alle tijden voorkomen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds 7 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit artikel 11.42 van het Bal en is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht is geregeld in artikel 11.27 van het Bal. Hieronder vallen de volgende soorten: Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van de soorten die genoemd zijn in bijlage I van de Vogelrichtlijn en Alle geregeld in Nederland voorkomende trekvogels als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de vogelrichtlijn; Alle van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van de soorten die zijn opgenomen in de bijlagen II, IV en V van de habitatrichtlijn; Alle dieren of planten van soorten die genoemd zijn in bijlage IX of in de rode lijsten De rode lijst is een lijst met van nature in Nederland voorkomende dieren en planten die met uitroeiing bedreigd worden of die speciaal gevaar lopen. Deze lijst wordt periodiek vastgesteld door de Minister van Natuur en Stikstof. De meest recente lijst dateert van 2 oktober 2024. Wanneer een soort zeldzaam is, of een negatieve trend laat zien, kan deze op de rode lijst gezet worden. De rode lijst heeft geen juridische status. Wel geldt voor de soorten op deze lijst dus de specifieke zorgplicht.
De specifieke zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor de genoemde dieren en planten zo veel mogelijk moet worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. Voor deze soorten moet, voorafgaand aan het verrichten van activiteiten, worden vastgesteld of deze soorten op de locatie aanwezig zijn en of de voorgenomen activiteiten nadelig zijn voor deze soorten. Er moeten preventieve maatregelen worden getroffen om eventuele nadelige gevolgen te voorkomen.
8 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
1.3
Houtopstanden Afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over het vellen van houtopstanden en het herplanten van grond na het vellen van houtopstanden. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Buiten de bescherming vallen: Houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’. Dit bebouwingscontour dient door de gemeenteraad vastgesteld te zijn in het omgevingsplan; houtopstanden op erven of in tuinen; bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar; kweekgoed; populieren of wilgen van: o wegbeplantingen o beplantingen langs waterwegen, of o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen. Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand; beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats. o De beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid.
o Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken. o De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel; houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. Naast de Omgevingswet kan ook een gemeente beperkingen opleggen ten aanzien van het kappen van bomen. Er is dan een omgevingsvergunning nodig voor het kappen van bomen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Tenslotte kan ook in een provinciale verordening een kapverbod opgelegd worden. Indien hier sprake van is, moet er bij de provincie een ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan.
9 Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl en de verspreidingsatlas van NDFF zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux”. Het habitatrichtlijnengebied ligt op een afstand van 1,6 km ten zuiden van de projectlocatie. Het gaat hier om het stroomgebied van de Keersop en bosgebied de Kromhurken. Het zijn hoogveenbossen met bijzondere plantensoorten zoals slangenwortel, holpijp en wateraardbei.
Langs de Keersop zijn zeldzame libellensoorten te vinden, wat wijst op een goede waterkwaliteit.
Afbeelding
3:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
en
Natura
2000
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 14/022025)
Ten noorden van de projectlocatie is een woonwijk gelegen in een bosrijke omgeving. De randen van deze woonwijk zijn aanwezen als natuurnetwerk. Hierin staan hoofdzakelijk grove dennen.
10
Quickscan Soortenbescherming – Nieuwstraat 66 Bergeijk
Het Natuur Netwerk Brabant hangt samen met het Natuur Netwerk in de andere delen van Nederland en met het Europese net van natuurgebieden, bekend onder de naam Natura 2000. Het NNB bestaat uit: bestaande natuur- en bosgebieden; gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn gronden die met subsidie uit het Natuurbeheerplan zijn gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming is verdwenen; nog niet gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn meestal agrarische gronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur, maar waar de gewenste natuurfunctie nog niet is gerealiseerd. De oude functie of bestemming is nog aanwezig; ecologische verbindingszones. Het provinciale beleid is erop gericht om het netwerk in 2027 gereed te hebben. Dit wordt in het algemeen bereikt door: het concreet aanwijzen van de gebieden die tot het NNB behoren en het vastleggen van de natuurdoelen (bepalen); voor zover nodig functiewijziging van landbouwgrond en ander niet-natuurgebruik naar natuurgebied door aankoop of particulier natuurbeheer (deelname); inrichten van deze gebieden zodat de natuurkwaliteit (omschreven in natuurdoelen) ontwikkeld kan worden (inrichting); realiseren van de natuurkwaliteit door een duurzaam beheer en eventueel aanvullend omgevingsbeleid (uitvoering).