CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagenbundel MJBK Jeugd de Kempen 2026-2029

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd 2026-202921.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kind en ouders worden actiever betrokken en mede verantwoordelijk gemaakt voor het proces van het formuleren van de hulpvraag tot het vinden van een oplossing. De professionals van het CJG+ zijn SKJ geregistreerd. In de richtlijnen van het SKJ is de werkwijze om ouders en kinderen actief te betrekken bij en mede verantwoordelijk te maken voor het hulpverleningsproces, uitgangspunt. Daarnaast wordt binnen het CJG+ met nadruk gewerkt volgens systeemgerichte uitganspunten. Ook aanmeldgesprekken en intakes zijn meer gericht op de eigen verantwoordelijkheid van ouders en de jongere.

7

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Stimuleren van het betrekken van het netwerk van de hulpvrager. Naast bovenstaande is de afgelopen periode de JIM aanpak ingezet. Jim staat voor Jouw Ingebrachte Mentor; een steunfiguur (mentor) uit het netwerk, die de jongere inspireert, energie geeft, dingen leert en als nodig ook een keer de waarheid kan zeggen. Er is een werkgroep ingericht die gaat bekijken hoe JIM beter benut en meer geborgd kan worden. 4. Er is een Integrale, samenhangende toegang en afstemming binnen het Sociaal Domein, overige gemeentelijke taakvelden en partners.

Het verbeteren van de samenwerking met collega’s die de Wmo, Participatiewet, het minimabeleid en de schuldhulpverlening uitvoeren. Zie actielijn 3 en 4

5. Het percentage jeugdigen en ouders dat jeugdhulp nodig heeft neemt af.

Trainingsaanbod CJG+ uitbreiden. De afgelopen jaren is, als onderdeel van het project ‘Grip Op het Sociaal Domein; jeugdhulp’, een scherper onderscheid gemaakt tussen preventieve activiteiten die aangeboden worden door het voorliggend veld en preventieve activiteiten die door het CJG+ worden uitgevoerd. Hiermee is een deel van het trainingsaanbod uitgevoerd door CJG+ komen te vervallen.

Evalueren en zo nodig verbeteren van onze samenwerking met huisartsen, de jeugdgezondheidszorg, het onderwijs en opvang. De samenwerking met betrokken partners wordt voortdurend geëvalueerd en er worden stappen gezet in het verbeteren ervan wanneer daar mogelijkheden voor zijn. Dit zien we onder andere terug in het vervolg van Samen Doen, verbeterende samenwerking met de GGD en de bereidheid van huisartsen om mee te werken aan een pilot.

Kind & scheiding: * Online training is het gehele jaar beschikbaar voor ouders voor diverse leeftijdsgroepen. * De training voor kinderen wordt twee keer per jaar gegeven en zal binnenkort weer plaatsvinden. Pubertraining: wordt twee keer per jaar gegeven. E-health: Modules worden nu voornamelijk aangeboden aan bestaande cliënten. Onderzocht wordt of dit ook aan nog niet bestaande cliënten geboden kan worden. Investeren op de deelname aan de pilot van het IJslandse preventiemodel. CJG+ is één van de deelnemers aan Kempenbranie. Jeugd- en gezinswerkers zijn vaker fysiek aanwezig op scholen en andere vindplaatsen van jeugdigen. Zie Samenwerking onderwijs, Samen Doen, onder actielijn 3.

8

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Het verder ontwikkelen van vraaggerichte activiteiten; waarbij aandacht voor specifieke doelgroepen. Niet ontwikkeld door CJG+ maar ingekocht door gemeenten kan hier ‘Join us’ genoemd worden, dat uitgevoerd wordt door Cordaad Welzijn. Stimuleren van samenwerkingstrajecten tussen kinderopvang, onderwijs en jeugdhulpaanbieders gericht op vroegtijdige signalering en professionalisering/coaching medewerkers en (tijdelijke) ondersteuning professionals, om een kind/gezin zich optimaal te laten ontwikkelen en/of ter behandeling van specifieke problemen van kind of gezin op (of nabij) de vindplaats. Zie Samenwerking onderwijs onder actielijn 3. Jeugdigen beter beschermen tegen de nadelige effecten van (v)echtscheidingen. Binnen CJG+ is in 2019 het project ‘Kinderen en scheiding’ gestart. Doel van het project is voorkomen dat kinderen zodanig schade oplopen van een scheiding dat zij een specialistisch jeugdhulptraject bij een zorgaanbieder nodig hebben. Het project bestaat uit de volgende onderdelen: - informatieve website - telefonisch spreekuur - training voor kinderen - e-learning met twee verdiepingsavonden Als er andere ondersteuning nodig is, wordt hiernaar doorverwezen vanuit het telefonisch spreekuur. Dit aanbod voorziet in een behoefte van ouders en kinderen en is ingebed in de reguliere werkzaamheden van het CJG+. Een aantal regiogemeenten hebben dit aanbod overgenomen.

Het beter benutten van vrij toegankelijke voorzieningen in het voorliggende veld. Zie hierboven onder 2. 6. Verbeteren dienstverlening CJG+

Het onderzoeken van mogelijkheden om de huidige maximale termijn voor toekennen van een individuele jeugdhulpvoorziening (1 jaar) te verlengen. Binnen de huidige werkwijze van Samen voor Jeugd is het mogelijk om de maximale termijn voor het toekennen van een individuele jeugdhulpvoorziening te verlengen. Onderzoeken mogelijkheden om verlengen van inzet individuele jeugdhulpvoorziening te vereenvoudigen. Het verlengen van een individuele jeugdhulpbeschikking is vereenvoudigd. Kanttekening hierbij is dat binnen het CJG+ nog steeds kritisch gekeken wordt naar vragen om verlenging. Gebruik maken van nieuwe technologieën in de ondersteuning. Met ingang van december 2023 is een nieuw registratiesysteem geïnstalleerd. Hiermee sluiten we zo goed mogelijk aan op het primair proces om hier, daar waar mogelijk, richting aan te geven en om de gewenste data in beeld te brengen.

9

Prestatie indicatoren: outcome (scores met % komen uit cliënttevredenheidsonderzoek)

2020

2021

2022

2023

Ik weet waar ik terecht kan als ik hulp nodig heb

93%

82%

80%

59%

Beslissingen over hulp worden samen met mij genomen

93%

89%

82%

84%

Ik ben snel geholpen

93%

57%

65%

??

Doorlooptijd in dagen melding-aanvraag-besluit CJG+

101%

75%

60%

60%

Doorlooptijd in dagen besluit CJG+ - start arrangement

5%

13%

20%

21%

Aantal jeugdigen met jeugdhulpvoorziening dat zonder hulp verder kan na afronding ondersteuning (doelrealisatie)

70%

71%

44%

63%

Aantal jeugdigen met jeugdhulpvoorziening dat geen nieuwe hulp nodig heeft na afronding ondersteuning (herhaald beroep)

Niet gemeten

Aantal jeugdigen met jeugdhulpvoorziening dat probleemafname ervaart

50%

79%

59%

nnb

Aantal jeugdigen met jeugdhulpvoorziening waarbij de overeengekomen doelen gerealiseerd zijn

94%

94%

93%

95%

Aantal afgegeven beschikkingen voor individuele jeugdhulpvoorzieningen

1871

1792

1683

1727

Aantal verwijzingen naar algemene voorzieningen (CJG+)

Niet gemeten

Aantal jeugdigen met jeugdhulp vanuit (v)echtscheiding

39

34

15

20

10

Samenvattende conclusie Om de toegang tot jeugdhulp te verbeteren is een breed aanbod aan activiteiten voor ouders en kinderen/jeugdigen ontwikkeld. Dit is laagdrempelig en toegankelijk

• Versterk de verbinding tussen het voorliggend veld; de lokale voorliggende voorzieningen, en de Toegang.

aangeboden in het voorliggend veld, dicht bij de vraag. Deze beweging naar een sterkere preventieve aanpak vanuit het CJG+ heeft eveneens geleid tot een aantal verbeteringen van interne werkprocessen (de preventieve gerichtheid daarvan). Het is moeilijk een verband te leggen tussen de uitvoering van deze, deels preventieve, activiteiten, die tot doel hebben de Toegang te verbeteren en de afname van de instroom in vormen van specialistische jeugdzorg gedurende de afgelopen vier jaar. Tegenover deze afname staat namelijk de landelijke trend die een groei van de vraag naar jeugdzorg laat zien. Anders gezegd, de vraag of de Toegang verbeterd is laat zich niet beantwoorden met een toename of afname van het aantal cliënten. Een antwoord op deze vraag kan op basis van bovenstaande niet gegeven worden omdat ‘verbeteren’ niet nader gespecificeerd is. Punt van aandacht is de bekendheid van medewerkers van de Toegang met voorzieningen in het lokale veld. Aanbevelingen • Continueer de beweging naar een sterkere preventieve aanpak omdat hiermee vorm en inhoud gegeven wordt aan lokale/subregionale netwerken die een bijdrage leveren aan een sterke sociale basis en (met enige sturing, al dan niet via sterke lokale teams) zorgen voor een goede aansluiting op de toegang naar specialistische vormen van jeugdzorg.

• Sluit met het registratiesysteem zo goed mogelijk aan op het primair proces in de toegang om medewerkers te faciliteren bij de stappen die ze geacht worden te zetten en om inzicht te krijgen in de keuzes die gemaakt worden. • Inzet op maatschappelijke dialoog ‘Normaliseren’ (voortkomend uit Hervormginsagenda). • Anticipeer op de voorgenomen inperking van de jeugdwet door te investeren in de sociale basis en in voorzieningen in het voorliggend veld.

11

ACTIELIJN 2 Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien Ambitie: De beweging die wordt nagestreefd:

Kinderen worden thuis geholpen en als dat niet kan, is ‘thuis’ onderdeel van de hulp of ondersteuning die gezinsgericht is vormgegeven.

12

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

1. Minder jeugdhulp met verblijf

Verder ontwikkelen en benutten van interventies om kinderen bij eigen ouders te laten opgroeien. Verschillende projecten zijn gestart om jeugdigen zo laagdrempelig mogelijk te ondersteunen, voorbeelden hiervan zijn programma’s zonder beschikking zoals Jouw Ingebrachte Mentor (JIM), Kind en Scheiding, E-Health en Lab of Life. Verbinding met de pilot Kempenbranie wordt steeds gemaakt en ook andere preventieve tools zoals Buurtgezinnen zijn ingezet. Bijna alle onder de andere actielijnen genoemde activiteiten dragen er aan bij dat meer kinderen thuis kunnen opgroeien. Daarnaast worden steeds specialistischer en intensievere vormen van ambulante jeugdhulp ingezet om een uithuisplaatsing te voorkomen. Meer nog dan voorheen wordt een uithuisplaatsing pas als allerlaatste middel ingezet. Op het moment dat de veiligheid van kinderen in het geding is worden andere afwegingen gemaakt. Via inkoop sturen op nieuwe vormen van kleinschalige, gezinsgerichte en perspectief biedende voorzieningen. In 2023 is door Samen voor Jeugd in samenwerking met Een 10 voor de Jeugd een pilot Kleinschalig Verblijf gestart. Het transformeren van het huidige residentiële aanbod naar kleinschalige voorzieningen is een breed gedeelde opgave die ook terug komt in de Hervormingsagenda Jeugd. Ook bij de voorgenomen afbouw van jeugdzorgplus worden kleinschalige woonvormen ingezet.

De resultaten van de pilot worden medio juli 2024 opgeleverd, inclusief inzicht in de wijze en kosten van de implementatie ervan. Met de regio Samen voor Jeugd zetten we daarnaast in op het vergroten van het aanbod (intensieve) ambulante jeugdhulp dat gericht is op alle leden van het gezin. Het aantal (vrijwillig) gesloten plaatsingen van jeugdigen terugbrengen en de duur van de plaatsingen verkorten in samenwerking met de regio. Zie hierboven. Inrichten van mentorschap voor jeugdigen. Zie hierboven onder 1.3 waar de JIM aanpak genoemd wordt.

13

Prestatie indicatoren: outcome

2020

2021

2022

2023

Aantal jeugdigen met opvang in pleeggezinnen

62

65

31

23

Aantal (vrijwillig) gesloten plaatsingen

6

4

2

2

Totaal jeugdhulp met verblijf

148

143

79

72

Aantal kleinschalige voorzieningen in de regio

7

6

4

4

14

Samenvattende conclusie Uit de scores op de opgenomen indicatoren, onderbouwd door de daaraan toegevoegde data, is op te maken dat over de breedte van jeugdhulp met Verblijf sprake is van een forse afname van 148 naar 73. Dat sluit aan bij het streven van deze actielijn. Het is niet te achterhalen in hoeverre de situatie bij de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde instellingen, (zie actielijn 5) en met name bij Jeugd Bescherming Brabant, van invloed is geweest op het aantal uithuisplaatsingen. De afbouw van jeugdzorg plus gaat samen met het voornemen deze jongeren op te nemen in kleinschalige woonvormen. Aanbevelingen De afname van de plaatsingen bij pleegzorg vraagt om een nadere verkenning van de oorzaak hiervan. Het is wenselijk een ondergrens in het aantal uithuisplaatsingen te bepalen. Daarmee komt het min of meer vaste aantal plaatsen in beeld waar we als regio, onder andere met de inzet van kleinschalige woonvormen, in moeten voorzien. Op basis van de kostenstijging van Verblijf voor 2023, mede veroorzaakt door Kleinschalig Verblijf, kijken we kritisch naar het vervolg van de pilot. Houd een aantal grootschaliger woonvormen in stand voor die jongeren voor wie dat het meest passend aanbod is. Voorzie in woonvormen voor uitstromers uit jeugdzorg met verblijf.

Sluit hiervoor bijvoorbeeld het gebruik van woonvormen die ingericht worden voor andere doelgroepen (beschermd wonen) niet uit.

15

ACTIELIJN 3 Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen De beweging die wordt nagestreefd:

Minder kinderen die thuiszitten of jeugdhulp krijgen zonder deel te nemen onderwijs.

16

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen

Voortzetten en verder ontwikkelen van de samenwerking met onderwijs opvang en jeugdgezondheidszorg waarbij de jeugdhulpprofessional expertise inbrengt in de dagelijkse praktijk zodat er vroegtijdig kan worden gesignaleerd en de juiste (route naar) ondersteuning kan worden geboden of genormaliseerd. Bijna alle kinderen die jeugdhulp ontvangen gaan naar school. Daarmee is onderwijs een belangrijke partner van het CJG+. De samenwerking kent een steeds verdere verdieping en intensivering. Begin 2022 is de pilot “Samen Doen” uitgerold over alle scholen in de Kempen. De doelen van Samen Doen hebben zich ook in 2023 gericht op: • Concrete casuïstiek; laagdrempelig gelegenheid bieden aan ouders om aan de CJG medewerker vragen voor te leggen over opgroeien en opvoeden. Komen tot de best passende ondersteuning vanuit passend onderwijs en jeugdhulp. • Het realiseren van een samenwerkingsrelatie met de professionals van de scholen. Elkaar versterken door expertise uitwisseling. Op hoofdlijnen kunnen we zeggen dat beide doelen naar tevredenheid gerealiseerd zijn. Dichter op de uitvoering is het effect van de preventieve inzet van Samen Doen moeilijk vast te stellen. We kunnen niet met cijfers onderbouwen dat de inzet van Samen Doen leidt tot minder instroom bij de toegang en bij specialistische vormen van jeugdhulp.

Uit voorhanden zijnde cijfers uit het schooljaar 2021-2022 van de scholen van Kempenkind blijkt wel dat van de 137 door de Samen Doeners behandelde casuïstiek er 11 zijn doorverwezen naar de Toegang voor verdere jeugdhulp. Navraag levert op dat van het schooljaar 2022 – 2023 geen cijfers beschikbaar zijn maar dat de resultaten waarschijnlijk beter zijn omdat de werkwijze van Samen Doen beter ingevoerd is. Hiermee is niet aangetoond dat de instroom bij onze toegang afneemt maar het geeft wel een (zeer) positieve indruk over de inzet van Samen Doen. Het gegeven dat we met Samen Doen dichter op de vraag zitten brengt zowel een kans als een risico met zich mee. De kans is dat we een deel van de doelgroep bereiken die wel jeugdzorg nodig heeft maar daar tot op heden geen gebruik van maakt. Het risico is dat ouders een beroep doen op jeugdhulp en daarbij hun eigen kracht en die van hun netwerk of een voorliggende voorziening overslaan. Inspiratieochtenden onderwijs – jeugdhulp Vier keer per jaar wordt een inspiratieochtend georganiseerd voor professionals in het onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp. De thema’s voor deze ochtenden worden in gezamenlijk overleg voorbereid en liggen vaak op het snijvlak van onderwijs- jeugdhulp.

De ochtenden worden goed bezocht en dragen door de nadere kennismaking met elkaars werkveld en de verdieping die plaatsvindt bij aan het verbeteren van de samenwerking.

17

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Ondersteuningsteam (OST) 4Om voor jonge kinderen die extra ondersteuningsbehoeften hebben om tot een passend (onderwijs)aanbod te komen is het OST 4- opgericht. Vanuit verschillende expertise word gekeken naar de ontwikkeling van kinderen om samen met ouders in beeld te brengen wat het kind nodig heeft en op deze manier bij de start op school direct een afgestemd ondersteuningsaanbod te bieden. Naast onderwijs, kinderopvang en de GGD sluit ook een medewerker van het CGG+ aan bij dit overleg. Samenwerking Voortgezet Onderwijs Ook op het VO, Pius X en het Rythovius college, wordt Samen Doen ingezet. Binnen het voortgezet onderwijs merken we dat er een toenemend aantal kinderen afwijkt van de normale schoolgang en een beroep doet op een vorm van jeugdhulp. In 2021 is in samenwerking met de VO scholen in de Kempen een training “Lab of Life” gestart die voortgezet wordt in 2022. De evaluatie hiervan vindt in het najaar 2022 plaats??. Naar aanleiding van twee thema’s zijn we met Pius x en Rythovius College in gesprek over de inrichting van de zorgstructuur in en rondom het voortgezet onderwijs in de Kempen: • De (on)veiligheidssituatie in en buiten school in combinatie met de vragen die daar uit voort komen voor onder andere invulling en positionering van het CJG+ de Kempen in samenwerking met de jeugdcoaches in De Kempen.

• Leerlingen die omwille van een ondersteuningsbehoefte aangepaste combinaties van onderwijs en begeleiding of behandeling nodig hebben Dit aanbod kan niet uitgevoerd worden binnen de reguliere onderwijsstructuur, maar op de grens daarvan of daarbuiten. Geen enkel kind zit langer dan 3 maanden thuis zonder een passend aanbod vanuit het onderwijs, de zorg of beide.

Jeugdhulp, onderwijs en leerplicht werken intensiever samen en hebben meer kennis van elkaars wettelijke opdracht en werkwijze. Op casusniveau is sprake van samenwerking met leerplicht. Het is wenselijk hier meer structuur in aan te brengen. Ontwikkelen van onderwijszorgarrangementen Pilot Zorg in Onderwijstijd Op het niveau van de 21 gemeenten in Zuid Oost Brabant wordt door de twee inkoopregio’s een 10 voor de Jeugd en Samen voor de Jeugd samengewerkt in de pilot ‘collectieve financiering van zorg in onderwijs’. Deze pilot is gericht op het speciaal onderwijs en wordt uitgevoerd in lijn van de wijze waarop Zorg in Onderwijs inmiddels is ingericht op het Onderwijscentrum Leijpark in Tilburg. Op hoofdlijnen komt dit er op neer dat niet langer gewerkt wordt met individuele beschikkingen voor kinderen die zorg nodig hebben, maar dat deze zorg collectief wordt gefinancierd, ingekocht en uitgevoerd. Deze ‘nieuwe’ werkwijze leidt voor alle betrokken, ouders en professionals, tot een vergaande vereenvoudiging van de procedure en tot een efficiënter inzet van de zorg die nodig is. Stappen die gezet zijn: • Met beide inkoopregio’s, scholen en samenwerkingsverbanden zijn uitgangspunten en kaders geformuleerd die vervolgens bestuurlijk zijn vastgesteld.

18

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

• Er is een plan van aanpak uitgewerkt. • Op basis van gezamenlijke financiering is een projectleider aangesteld en een stuurgroep en een werkgroep ingericht. Vanaf het begin van de pilot is de Groote Aard betrokken omdat daar met landelijke ondersteuning door een zorgarrangeur al voorbereidende stappen bezet zijn. Later in het traject is ook de Piramide toegevoegd aan de proeftuin van deelnemende scholen. In voorkomende casuïstiek werken we ook voor kinderen die het regulier onderwijs volgen, waar mogelijk volgens de uitgangspunten van zorg in onderwijstijd. Hiermee leveren we een concrete bijdrage aan inclusief onderwijs.

19

Prestatie indicatoren: outcome

2020

2021

2022

20231

Aantal kinderen met jeugdhulp ingeschreven in onderwijs t.o.v. leeftijdsgenoten zonder jeugdhulp

Niet gemeten

Aantal onderwijszorgarrangementen

Niet gemeten

Aantal vrijstellingen leerplicht (m.u.v. die i.v.m. onderwijs in België)2

21

21

24

21

Aantal thuiszitters

Niet gemeten

1

4

4

Aantal thuiszitters langer dan 3 maanden3

Niet gemeten

1

4

4

% vroegtijdig schoolverlaten4

Niet gemeten

Niet gemeten

6,2%

8,01%

% kinderen dat voorschoolse voorzieningen bezoekt

Niet gemeten

1 Let op aangezien onderwijs uitgaat van schooljaar ipv kalenderjaar, ga ik hier uit van het volgende: 2020 = schooljaar 2019-2020 2021 = schooljaar 2020-2021 2022 = schooljaar 2021-2022 2023 = schooljaar 2022-2023

Let op: dit zijn voor alle jaren hoge aantallen omdat een groot aantal leerlingen in de Kempen geografisch gezien er eerder voor kiest onderwijs in België te volgen. Omdat deze splitsing in het jaarverslag niet is gemaakt, heb ik ze in de aantallen er helemaal uitgelaten. 2

Informatie ontvangen van de samenwerkingsverbanden PO de Kempen en RSV PVO. Alle thuiszitters voor het PO hebben langer dan 3 maanden geen onderwijs gevold. Deze aantallen zijn dus hetzelfde voor beiden regels. 3

Let op: hier is enkel het percentage nieuwe vroegtijdig schoolverlaters gemeten t.o.v. alle nieuwe VSV’ers in de regio Zuidoost Brabant. Ik heb de aantallen voor de vier Kempengemeenten bij elkaar opgeteld en gekeken hoe veel procent per Kempengemeente nieuwe VSV’er is. Vervolgens heb ik deze aantallen weer bij elkaar opgeteld en dat omgezet naar een percentage van het totaal nieuwe VSV’ers in de Kempen. 4

20

Samenvattende conclusie

Het toenemend aantal thuiszitters vraagt om een beter gestructureerde

In de afgelopen periode is op verschillende manieren meer vorm en inhoud gegeven

samenwerking tussen Leerplicht, onderwijs (PO en VO) en jeugdhulp.

aan de samenwerking met het onderwijs. Op verschillende fronten; van speciaal en primair tot het voortgezet onderwijs en over diverse onderwerpen zijn we met in elkaar aan de slag en in gesprek en zetten we stappen in het verbeteren van de samenwerking. We ervaren de druk in de regio onder invloed van de schaalsprong in de overbezetting van Kinder Dag Centra (KDC’s) als vorm van specialistische jeugdzorg. Er is sprake van een toenemend aantal kinderen/jongeren, zowel in het primair als voortgezet onderwijs (PO en VO) die niet in staat zijn een volledig onderwijsprogramma te volgen. (Niet al deze leerlingen voldoen aan de kwalificatie ‘thuiszitter’). Het voorzien in een passende vorm van ondersteuning is vaak een kwestie van goede samenwerking tussen ‘onderwijs’ en ‘jeugdhulp’. Naast dat sprake lijkt van een structureel verschijnsel wordt ook gewezen op de mogelijkheid dat sprake is van een naijl effect van corona. Aanbevelingen Met de huidige vorm van samenwerking met het onderwijs is de basis gelegd voor het verbreden en versterken hiervan in de toekomst. Het ligt voor de hand dat te doen met het continueren van de beweging naar een sterkere preventieve aanpak.

Richt hiertoe lokale/subregionale netwerken in die: • Een bijdrage leveren aan een sterke sociale basis • Zich richten op de doorgaande lijn van 0 tot 12 (18) • Zorgen voor een goede aansluiting op de toegang naar specialistische vormen van jeugdzorg De schaalsprong, ic de vragen die daar uit voortkomen voor jeugdzorg, vraagt om bestuurlijke samenwerking tussen alle betrokkenen om tot passende antwoorden te komen.

21

ACTIELIJN 4 Kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden De beweging die wordt nagestreefd:

Jeugdigen in een kwetsbare situatie zijn goed ondersteund op weg naar zelfstandigheid als ze na hun 18e verjaardag zelfstandig kunnen zijn op de vier domeinen wonen, school en/of werk, inkomen en schulden en doorlopende zorg. gen, indie

22

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden

Opzetten van een gezamenlijke aanpak van gemeenten en partners op verschillende leefgebieden: onderwijs, werk, inkomen, zorg, veiligheid en wonen. Vanuit het project ‘Sturing op de Poorten’ is onder de noemer ‘medische poort’ gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking met de huisartsen, praktijkondersteuners en jeugdartsen. Binnen Team Toegang en de Lokale Ondersteunings Teams (LOT’s) zijn aandachtsfunctionarissen medisch benoemd die op verschillende manieren gewerkt hebben aan het verbeteren van deze samenwerking; • Door regelmatige bezoeken in de praktijk waarbij verbeterpunten zijn opgehaald. • Door het toesturen van een nieuwsbrief aan de huisartsen. Deze samenwerking heeft vooralsnog niet geleid tot een afname van het aantal aanmeldingen door de huisartsen. Wel is hiermee de basis gelegd voor een verdergaande vorm van samenwerking die we uitwerken in een pilot. De opzet van deze pilot wordt verderop in deze notitie in hoofdlijnen beschreven. Verbeteren van de overgang van jeugdhulp naar hulp vanuit Wlz, Zvw en/of de Wmo. Er zijn nog verschillende thema’s en vragen op casusniveau aan de hand waarvan we zien dat de samenwerking tussen Wmo, jeugd, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en sociaal raadslieden werk binnen MD verbeterd kan worden. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met (jeugd)professionals in het voorliggend veld en Kempen Plus.

We zien wel dat professionals in de uitvoering elkaar weten te vinden waar nodig. Tegelijk zijn we vanuit beleid bezig met het bekijken van waar het wenselijk of nodig is om structuur aan te brengen in de samenwerking. Inrichten van mentorschap voor jeugdigen Zie hierboven onder 1.3 waar de JIM aanpak genoemd wordt.

23

Prestatie indicatoren: outcome

2020

Ik ben - toen ik 18 werd - goed geholpen bij de overgang van jeugdhulp naar andere zorg

Niet gemeten

Werkloosheid onder jeugdigen met jeugdhulp

1%

2021

2022

2023

1,5%

1%

1%

24

Samenvattende conclusie De bedoeling van deze actielijn is te komen tot integraal handelen in het sociaal domein. Met een aantal partners, onderwijs en de huisartsen, is hier naar gehandeld. Zowel binnen MD als daarbuiten zien we echter dat er in de samenwerking tussen Wmo, Bijzondere Bijstand, Schuldhulpverlening, Sociaal raadsliedenwerk en Jeugd, nog stappen gezet kunnen worden. Professionals weten elkaar wel te vinden maar dat is nog geen vanzelfsprekendheid. Aanbevelingen Binnen MD nadrukkelijker sturen op samenwerking tussen Wmo, Bijzondere Bijstand, Schuldhulpverlening, Sociaal raadsliedenwerk en Jeugd. Waar wenselijk en mogelijk, binnen en buiten MD, komen tot vaste afspraken in de uitvoering, bijvoorbeeld als er in casussen van Bijzondere Bijstand, Schuldhulpverlening of Sociaal raadsliedenwerk kinderen betrokken zijn wordt (met toestemming van ouders) melding gedaan bij CJG+. Buiten MD is het wenselijk als er door gemeenten meer regie gevoerd wordt op samenwerking in het lokale veld.

25

ACTIELIJN 5 Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt De beweging die wordt nagestreefd:

Als jeugdigen bescherming nodig hebben bieden we die zo snel en goed mogelijk. Waar mogelijk voorkomen we dat een maatregel van jeugdbescherming nodig is. Dit alles met het doel dat ze blijvend in staat zijn om zonder jeugdbescherming verder te kunnen.

26

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Verkorten van de jeugdbeschermingsketen

Blijven investeren in het samenwerken met jeugdbescherming, jeugdreclassering, Veilig Thuis en gecertificeerde instellingen. Het Kempenteam van CJG+ is er kwalitatief op ingericht om zoveel mogelijk hulp zo dicht mogelijk bij huis uit te kunnen voeren. Daarin onderscheidt het zich van andere lokale teams, van waaruit sneller doorverwezen wordt naar specialistische zorg. Vanuit het Kempenteam is de afgelopen jaren nadrukkelijk samenwerking gezocht met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). Enerzijds ingegeven door het belang van de cliënt. In deze casuïstiek gaat het per definitie om kwetsbare inwoners. Continuïteit in persoon (professional) en proces is dé succes, dan wel faalfactor om tot hulpverlening van betekenis te komen. Hierin zit de inhoudelijke afweging voor de wens van het Kempenteam betrokken te blijven in het proces. Daarnaast hebben situationele factoren bij de RvdK en de GI’s ertoe geleid dat betrokkenheid van een professional van het Kempenteam niet slechts wenselijk maar in veel casussen noodzakelijk was. Beide organisaties kwamen voor de periode 2021 – 2022/2023 door personeelsgebrek onvoldoende/niet toe aan hun reguliere taakuitvoering en de afspraken die hieromtrent gemaakt zijn.

Dit heeft op twee manieren bijgedragen aan het vergroten van de druk op het team CJG+ • De wachttijden bij de RvdK leidden ertoe dat onderhavige casuïstiek langer bij het CJG+ in behandeling bleef. • De rem op de instroom bij de GI’s én de onderbezetting van de tandems met de GI’s vragen meer inzet van het CJG+. Op basis van deze toenemende druk en de wens/noodzaak betrokken te zijn en te blijven in onderhavige casuïstiek is ingestemd met de inzet van 1 extra fte voor het Kempenteam voor 2024 en 2025. Momenteel is bij de RvdK en de GI’s sprake van enige rust en stabiliteit. De caseloads blijven echter op hetzelfde niveau, wat de extra inzet legitimeert.

Minder instroom in jeugdbescherming

Verder ontwikkelen van de toegang CJG+: aandacht voor gezinsproblematiek, signaleren van onveilige situaties en meer kennis en expertise bij de start van de beoordeling van de hulpvraag. Zie onder actielijn 1.

Minder uithuisplaatsingen binnen ondertoezichtstelling (OTS) of voogdij

Blijven investeren in de samenwerking met jeugdbescherming, jeugdreclassering en gecertificeerde instellingen. Zie hierboven.

27

Prestatie indicatoren: outcome

2020

2021

2022

2023

Aantal cliënten dat instroomt in jeugdbescherming

0,9%

1%

1%

1%

Aantal uithuisplaatsingen binnen OTS of Voogdij

-

56

15

2

Percentage uithuisplaatsingen bij OTS

-

48%

52%

56%

Percentage Gezinnen met VTO dat gevolgd is

Niet gemeten

28

Samenvattende conclusie De inzet van het Kempenteam levert een fundamentele bijdrage aan het gegeven dat voor relatief weinig jongeren een jeugdbeschermingsmaatregel ingezet moet worden. Dit komt voort uit de kwalitatieve en kwantitatieve bezetting van het team en de samenwerking die opgebouwd is met Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instellingen. Aanbevelingen Blijf investeren in de kwalitatieve en kwantitatieve bezetting van het Kempenteam/ CJG+

29

ACTIELIJN 6 Investeren in vakmanschap van jeugdprofessionals De beweging die wordt nagestreefd:

Professionals werken in een gezonde arbeidsmarkt waar ze minder last hebben van taakeisen (regel- werkdruk) en meer ruimte is voor vakmanschap, autonomie en tevredenheid, in het belang van het kind en gezin.

30

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Meer ruimte voor vakmanschap professional

Verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie beleggen (mandatering). De jeugd- en gezinswerkers zijn SKJ-geregistreerd en verantwoordelijk voor hun eigen caseload (gezinnen, jeugdigen) en gezamenlijk verantwoordelijk voor het team. Vanaf 2022 is er in het management een plattere structuur gecreëerd, waarbij twee teammanagers onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de directeur opereren en een integrale verantwoordelijkheid hebben voor CJG+ en daarmee voor de uitvoering van de jeugdwet. Dit heeft geleid tot meer eigen verantwoordelijkheid bij de teams, wat onder andere tot uiting komt in een nieuwe mandaatregeling per 2024. Er wordt nog toegewerkt naar een grotere eigen verantwoordelijkheid bij inzet specialistische zorg. In 2024 wordt een kwaliteitsplan opgesteld, waarin we beschrijven hoe we kunnen werken naar steekproefsgewijze en/of specifieke verantwoordelijkheid voor inzet specialistische zorg. Teams hebben in de afgelopen jaren meer eigen verantwoordelijkheid gekregen in het verdelen van cases en het invullen van de bereikbaarheid. Medewerkers leveren een actieve bijdrage aan ontwikkelingen in de organisatie om de kwaliteit van de dienstverlening op een steeds hoger peil te krijgen. Onderzoek doen naar de mogelijkheid om rapportages te vereenvoudigen en korter te maken.

In 2021 is gewerkt aan Grip Op, waarbij ook gekeken is hoe we administratieve lasten konden verminderen. Toen is dat maar minimaal gelukt. In 2023 is een nieuw registratiesysteem ingevoerd, waarbij de administratieve processen tegen het licht gehouden zijn. Rapportages zijn geïntegreerd en handelingen vereenvoudigd. Het continu monitoren en bijsturen van onze werkzaamheden, maakt dat ook processen waar nodig opnieuw tegen het licht gehouden worden en worden verbeterd. Voldoende ruimte bieden voor collegiaal overleg en intervisie CJG+. Er is ruimte voor autonomie per team om te bepalen welke noodzaak zij zien om hun taak goed uit te kunnen voeren, waar collegiaal overleg en intervisie voor nodig is. De teams hebben hierin zelf vorm kunnen geven hoe zij dit zien. Voor Kempenteam voor Jeugdhulp betekent dit tweewekelijks teamoverleg, wekelijks 15 minuten casusverdeling (en bespreken crises/bureaudienst), tweewekelijks casuïstiek met het team en tweewekelijks intervisie met het team. Voor toegang betekent dit dat er 2-wekelijks teamoverleg is, waarin het reguliere werk besproken wordt en tevens gekeken wordt welke signalen er liggen, om deze op de juiste plek te beleggen. Casuïstiek vindt wekelijks plaats in kleiner verband (5 collega’s) en intervisie is 6 wekelijks. Om de processen te stroomlijnen hebben zij gekozen om in duo’s de caseload te doorlopen.

Het lokaal ondersteuningsteam heeft hierin in de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt, waarin ze vanaf 2023 wekelijks casuïstiek hebben en tevens 6 wekelijks intervisie. Op dit moment wordt er, tevens op initiatief van het team, gewerkt aan een werkwijze waarin men in 2- of 3-tallen de caseload op proces monitort. Intervisie is vanuit SKJ een verplicht onderdeel om de registratie te behouden, het maakt onderdeel uit van het vak en is gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de professionals.. Ook hierin wordt gestuurd op eigen verantwoordelijkheid en een teamverantwoordelijkheid. We zien dat met name Kempenteam voor Jeugdhulp gezien de complexiteit en risico’s waar zij mee te maken hebben, hun team bovengemiddeld nodig heeft. Een collega om mee te sparren, stoom af te blazen, afwegingen te

31

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

maken is essentieel om het werk goed te kunnen doen, buiten de georganiseerde overleggen. Naast dat dit een verplicht onderdeel is, is dit faciliteren essentieel om in balans te blijven in dit werk. Verbinding tussen de teams van het CJG+ verbeteren De jeugd en gezinswerkers van de diverse teams zijn vanaf 2020 bij ons in dienst, plannen werden gemaakt om in te zetten op de verbinding… en toen begon nagenoeg direct de corona. De taak van CJG+ goed uit te blijven voeren in deze tijd, bracht een forse dynamiek met zich mee, waardoor er weinig ingezet kon worden op échte verbinding. Ook is in 2021 en 2023 de teammanager van 2 van de teams ernstig ziek geweest, waardoor er een tijdelijke teammanager was, taken tijdelijk zijn verdeeld. Hierdoor is met name de verbinding niet in die mate tot stand is gekomen, zoals vooraf gewenst. Echter, de verbinding was groter dan de periode voor 2020, de teams weten elkaar te vinden, hebben meer zicht op eigen en elkaars processen en zoeken elkaar meer op. Midden 2023 is er gestart met ‘Actiegroep Slimmer Werken’, waarbij een afvaardiging van alle teams concreet samen hebben besproken welke punten in de organisatie verbeterd konden worden. Quick wins zijn meteen doorgevoerd, grotere punten in de periode 2023 en 2024 verwerkt. Dit heeft bijgedragen aan de verbinding, het gevoel van samen aan de lat staan.

Op dit moment zijn we samen bezig de basis van waaruit we werken te herijken. Het doel is om stil te staan bij eenieders rol, taak en verantwoordelijkheid en eerder gemaakt afspraken en werkprocessen worden doorlopen en aangepast waar nodig. Een en ander met als doel de interne samenwerking verder te stroomlijnen om daarmee nog steviger aan hetzelfde ‘verhaal’ te kunnen werken. Tevreden medewerkers

Structureel medewerkerstevredenheid meten en op basis daarvan verbeteracties ondernemen. De tevredenheid is niet structureel specifiek gemeten. Het management heeft wel structureel overleg met de teams en haalt daar op waar verbetering mogelijk is. Verbeteracties zijn in de afgelopen jaren op diverse momenten uitgezet. Hierbij valt te denken aan vermindering administratieve lasten, processen vereenvoudigen, quick wins, facilitering, verzoeken scholing. De bedrijfsarts geeft aan dat in het ziekteverzuim geen zieken zijn door ontevredenheid op het werk en noemt dit als opvallend positief punt ten opzichte van andere organisaties. Nieuwe collega’s geven na een inwerkperiode aan dat CJG+ goed georganiseerd is, collega’s elkaar goed weten te vinden, het voelt als een warm bad waarin samen de juiste dingen gedaan worden. In 2020 zijn 40+ collega’s vanuit Combinatie Jeugdzorg in dienst gekomen bij CJG+. Beredenerend vanuit de instroom vanaf 2020, zijn jaarlijks gemiddeld 2 personen vertrokken. Jeugd- en gezinswerkers zien een toename in complexiteit in het werk, wat ook een vergroting van de werkdruk met zich meebrengt. Het management en beleid monitort en stuurt en draagt daarmee zorg voor de medewerkers. De arbeidsmarkt in jeugdzorg, jeugdbescherming kent een hoger verloop en heeft moeite aan de juiste mensen te komen.

Met (soms forse) inzet is het CJG+ wel gelukt om passende mensen te vinden, wat ook de anderen in het team tevreden houdt. Medewerkers hebben intern ook verschillende stappen kunnen maken; medewerkers zijn van LOT naar toegang en

32

Beoogde maatschappelijke resultaten

Activiteiten en input kwaliteit

Kempenteam gegaan, van toegang naar Kempenteam, van toegang naar beleid en van administratie naar kwaliteit. Waar pas jij het beste in jouw ontwikkeling, waar is ruimte en hoe kunnen we die match goed maken, zodat medewerkers kunnen floreren.

Verminderen van de regeldruk

Onderzoeken welke interne regels (werkinstructies, protocollen etc) onnodig zijn en afgeschaft/ingetrokken kunnen worden. Zie hierboven. Implementeren van aanbevelingen uit het landelijk onderzoek om administratieve druk te verminderen. Zie hierboven.

33

Prestatie indicatoren: outcome

Ervaren werkdruk (te laag, goed, te hoog)

2020

2021

2022

2023

Niet gemeten

Invloed op inhoud van het werk

Niet gemeten

Kunnen ontplooien

Niet gemeten

Tevredenheid over het werk

Niet gemeten

Last van vermijdbare administratieve lasten

Niet gemeten

De indicatoren zijn niet gemeten. De werkdruk wordt over het algemeen als goed tot hoog ervaren. In de periode 2020 t/m 2024 is ingezet op afstemmen van personele bezetting op de voorliggende caseload. Door (soms langdurige) ziekte en zwangerschappen (98% van CJG+ is vrouw) is dit niet altijd mogelijk geweest, waardoor beleefde werkdruk soms te hoog was en wachttijden opliepen. Invloed op de inhoud van het werk: binnen de rol, taak en verantwoordelijkheid die de jeugd- en gezinswerker heeft, is veel vrijheid voor de invulling daarvan. Er zijn processen die gevolgd moeten worden, professionele autonomie en invloed is groot.

34

Conclusie Medewerkerstevredenheid is over het algemeen groot. De werkdruk is soms te hoog, hier kan met de teams nog aan gewerkt worden. Er is voldoende ruimte voor opleiden en ontwikkelen. Er is voldoende ruimte voor professionele autonomie en ontplooiing. Aanbevelingen • Blijvend aandacht voor vermindering administratieve lasten en bureaucratie. • Blijvend aandacht voor goed werkgeverschap met facilitering van deze bijzondere beroepsgroep in deze arbeidsmarkt en de overheid. • Blijvend aandacht voor de balans tussen zelfstandig handelen en de gewenste mate van uniformiteit. • Samen met de teams processen, inhoud en samenwerking blijven verbeteren. Ontwikkelingen in de Kempen ten opzichte van de regio Samen voor Jeugd Om te zien hoe we ons verhouden tot de voorgestane ontwikkelingen in de regio

Uitzondering zijn de onder 2 en 3 genoemde principes; data-gedreven werken en het versterken van de onderlinge relatie. Voor wat betreft data-gedreven werken hebben we daar in de Kempen al eerder een slag in gemaakt met cognos, op basis waarvan een bijdrage geleverd werd aan de halfjaarlijkse management- en bestuursrapportage. (Vanaf 2024 werken we met Mens Centraal en worden de data via een BI Tool opgehaald en verzameld). Vanaf 2022 zijn we vanuit Samen voor Jeugd bezig met Data op Orde, waarmee we op regionale schaal inzicht verschaffen in data met betrekking tot de inkoop van specialistische jeugdhulp. Versterken van de onderlinge relatie beschouwen we als een voorwaarde ‘sine qua non’ voor samenwerking. Vanuit verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden maken we van 1 + 1 = 3. Niet alleen met lokale/regionale partners zoeken we samenwerking, ook met zorgaanbieders gaan we het gesprek aan om elkaar waar nodig, op casusniveau en beleidsmatig, te vinden.

kijken we naar voorgaande vanuit de 5 leidende principes die opgenomen zijn in de regiovisie: 1. We voorkomen specialistische jeugdhulp door in te zetten op preventie. 2. We werken data-gedreven. 3. We versterken de onderlinge relatie, bestuurlijk en op alle andere lagen binnen de regio. 4. Jeugdigen kunnen opgroeien en zich ontwikkelen in hun eigen omgeving, het liefst ‘thuis’. 5. Jeugdigen krijgen de juiste hulp op maat. In algemene zin kunnen we zeggen dat sprake is van veel overlap tussen de zes actielijnen van het MJBK 2020 – 2024 en de leidende principes van de regiovisie van Samen voor Jeugd: er is volop ingezet op preventie en principe 4 sluit naadloos aan bij het streven om meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien. Maatwerk is bij alle voorkomende vragen een uitgangspunt.

35

HOOFDSTUK 2: DE HUIDIGE MAATSCHAPPELIJKE CONTEXT: JEUGDBELEID MIDDEN IN DE SAMENLEVING Hieronder schetsen we de maatschappelijke context waarin zich het jeugdbeleid

verdraagzaamheid hebben plaatsgemaakt voor polariseren en het zich afzetten

in Nederland (en ook in de Kempen) voor de nabije toekomst aftekent. We beogen

tegen andersdenkenden.

hierbij niet een uitputtend maar wel een relevant beeld weer te geven.

• Bestaans(on)zekerheid is, ondanks de lage werkloosheid, voor steeds meer

Daarna zoemen we vanuit drie niveaus, landelijk, regionaal (Samen voor Jeugd) en

mensen een thema. Niet alleen wat betreft inkomen, ook andere voorzieningen

sub regionaal (de vier Kempengemeenten), in op wat van daaruit van invloed is op

als energie en voldoende zorg voor jong en oud, hebben hun vanzelfsprekendheid

het jeugdbeleid in de Kempen voor de komende periode.

verloren.

2.1 De huidige maatschappelijke context van het jeugdbeleid:

• De oorlogen in Oekraïne en Israël vergroten het gevoel van onveiligheid in de samenleving; bij een substantieel deel van de bevolking bestaat angst voor een derde wereldoorlog. • Digitalisering en technologisering bieden voor veel mensen oplossingen die leiden tot een grotere mate van zelfredzaamheid. Anderzijds maken deze middelen het voor een deel van onze inwoners moeilijker om überhaupt mee te kunnen blijven doen. Laat staan dat ze als oplossing kunnen worden ingezet. • De vergrijzing zet door: het aantal ouderen neemt toe en de levensverwachting loopt op. Dit leidt tot een toename van de vraag om dienst- en zorgverlening. • Het vertrouwen in de overheid en overheidsinstellingen neemt af, onder andere door de kinderopvangtoeslagenaffaire en door de wijze waarop is omgegaan met de gaswinning in Groningen. Zie ook het toenemend aantal ouders dat hun kinderen niet laat inenten (tegen DKTP en BMR). • (Sociale) media maken de wereld kleiner en de lontjes korter. Tolerantie en

• Er is nog steeds sprake van een verdergaande individualisering, afbrokkelende netwerken en daarmee samenhangend een hogere drempel om gebruik te maken van het netwerk dat er is. • Ook het verenigingsleven geeft signalen die er op duiden dat continuïteit geen vanzelfsprekendheid is. Oorzaak ligt hier in een tekort aan vrijwilligers in relatie tot de te vervullen werkzaamheden, vooral waar het gaat om het invullen van structurele taken waaronder bestuursfuncties. Deze trend zien we eveneens terug waar het om het aantal mantelzorgers gaat. Hier schuilt het risico achter dat eigen kracht en zelfredzaamheid, inclusief die van het netwerk, overschat worden of uitgeput raken. • Het realiseren van de klimaatdoelen, met daar nauw aan verbonden het streven naar duurzaamheid doet een beroep op iedereen, van inwoner, werknemer, werkgever tot bestuurder, om daarvoor serieuze inspanningen te leveren. Dit beroep wordt serieuzer, moeilijker in te vullen, waar het om wenselijke, dan wel noodzakelijke gedragsveranderingen in de persoonlijke levenssfeer gaat. • Specifiek voor de regio Zuidoost-Brabant geldt ook voor de komende periode de al veel besproken schaalsprong: een dusdanige groei van de industrie dat

36

dit op verschillende manieren impact heeft op de regio. In samenwerking met alle betrokkenen; van bedrijfsleven en gemeenten tot gezondheidszorg, jeugdzorg en onderwijs, (en wat daar tussen zit) zal enerzijds voorzien moeten worden in een bij deze groei aansluitende ‘harde’ infrastructuur van woningen, wegen, bedrijventerreinen en overige voorzieningen. Anderzijds dient een sociale infrastructuur ingericht te worden met daarin voldoende aanbod van welzijn, onderwijs en zorg. Voor wat betreft die voorzieningen voor onderwijs en zorg zien we nu al dat vormen van (jeugd)zorg en (speciaal) onderwijs in de regio dichtslibben omdat kinderen van expats, vluchtelingen en statushouders hier onevenredig veel gebruik van maken. • Een deel van de mensen in een kwetsbare positie, maakt geen gebruik van een vorm van ondersteuning of zorg, terwijl hun situatie daar wel aanleiding voor geeft. Denk hierbij aan mensen in armoede, laaggeletterden, mensen met een andere taal en culturele achtergrond, mensen in eenzaamheid, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en kinderen/jongeren die een vorm van jeugd zorg nodig hebben om gezond en veilig op te kunnen groeien. Oorzaken hiervoor liggen onder andere in de nog steeds moeilijke toegankelijk heid van passende ondersteuning (de afstand tussen vraag en aanbod is (te) groot) en in het mijden ervan.

• De vraag om lokaal/sub-regionaal voorhanden zijnde woonvoorzieningen voor specifieke doelgroepen neemt toe. Denk hierbij aan de doordecentralisatie beschermd wonen en ook aan de vraag van jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg. Samengevat kunnen we zeggen dat door de verschillende maatschappelijke ontwikkelingen de druk op de (lokale) samenleving, ic op onze inwoners, toeneemt. Dit leidt tot de aanname dat de samenleving, ic onze inwoners, een toenemend beroep doen op vormen van dienst- en zorgverlening waar we als landelijke en lokale overheid verantwoordelijk voor zijn.

2.2 Ontwikkelingen op het terrein van jeugd

We onderscheiden drie niveaus die voor het jeugdbeleid in de Kempengemeenten relevant zijn: landelijk, regionaal (Samen voor Jeugd) en sub regionaal de vier Kempengemeenten. 2.2.1 Landelijk Op landelijk niveau onderscheiden zich twee onderwerpen die de komend periode bepalend zijn voor het jeugdbeleid; de hervormingsagenda jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De hervormingsagenda jeugd Door betrokken partijen, het Rijk, VNG, aanbieders en cliëntenorganisaties, is vorig jaar zomer de hervormingsagenda jeugd vastgesteld. Aanleiding Dat het stelsel van jeugdzorg/jeugdbeleid aan hervorming toe is blijkt uit onder andere uit: • Stijging van het aantal jongeren in jeugdzorg. • Stijging van de kosten voor jeugdzorg van 3.5 miljard in 2015 naar 6.5 miljard in 2022. De hervormingsagenda samengevat aan de hand van de daarin opgenomen veranderopgaven: • De politiek-maatschappelijke discussie over opvoeden en opgroeien, en alle ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan het toenemende beroep op de jeugdhulp, moet gevoerd worden: Normaliseren • Jeugdhulp in het lokale sociaal domein steviger verbinden aan onderwijs, jeugdgezondheidszorg, volwassen ggz en bestaanszekerheid • Afbakening van de reikwijdte van de jeugdwet • Versterken lokale toegang met stevige lokale teams • Voorkomen en terugdringen van residentiële hulp > transformeren naar

37

kleinschalige vormen van wonen en verblijf

buiten de jeugdwet gaan vallen.

• Kwaliteits- en effectiviteitsverbetering en blijvend leren • Verbeteren van regionale organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg

De hervormingsagenda als onderdeel van ‘de beweging naar voren’.

• Verlagen administratieve lasten

De beweging naar de voorkant van de zorg, naar het preventieve lokale veld, is te

• Verbeteren van inzicht in het jeugdstelsel met uniforme data en monitoring

zien als een gezamenlijk thema van verschillende akkoorden en beleidsinitiatieven

• Afspraken tussen Rijk en VNG over een meerjarig financieel kader en financieel

die voor de komende periode door het Rijk in samenwerking met een breed scala

bestuurlijke verhoudingen Deze veranderopgaven zijn op hoofdlijnen te onderscheiden in twee richtingen;

aan partners worden uitgevoerd. Naast de Hervormingsagenda zijn dat; het Integraal ZorgAkkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord, Mentale gezondheid van ons allemaal, Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en Kansrijke start.

• Een brede maatschappelijke aanpak met de focus op versterking van het lokale veld • Verbeteringen van het jeugdhulpstelsel (financiering, inkoop, organisatie en uit voering van jeugdzorg)

Gezamenlijke noemers hierin zijn: Versterking van de sociale basis; het bevorderen van een gezonde levensstijl; een adequate inzet van vroegsignalering; een goede verbinding tussen formele en informele zorg; integrale samenwerking in het sociaal domein, inclusief het

‘De brede maatschappelijke aanpak’ vraagt voornamelijk om uitvoering door gemeenten al dan niet in (sub)regionaal verband. Deze veranderopgaven komen

medisch domein, onderwijs, wonen en bestaanszekerheid.

neer op het versterken van een sociale infrastructuur waarin door zo breed mogelijk

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

samengestelde lokale teams met een goed ingerichte toegang wordt samenge-

Betrokken bewindslieden hebben afgesproken dat de jeugdbescherming effectiever

werkt met relevante partners in het lokale en (sub)regionale veld. De voorgestane

en slimmer moet worden georganiseerd. Het huidige stelsel is complex en knelt.

verbeteringen van het jeugdhulpstelsel worden voornamelijk op landelijk en

Kinderen en gezinnen voelen zich onvoldoende gehoord en gezien. De achter-

regionaal niveau voorbereid en ingevoerd.

liggende problematiek, die dikwijls op verschillende leefgebieden ligt en in het gezinssysteem wortelt, is te weinig in beeld. Gezinnen vertellen op verschillende

Gezamenlijk thema, want maatschappelijk debat, is wat onder de noemer

plekken hun verhaal. In gezinnen waar een veelvoud van factoren aanleiding geeft

‘normaliseren’, op verschillende niveaus en in verschillende vormen gedaan gaat

tot zorgen over ontwikkeling of veiligheid van kinderen, is er niet één gezicht, één

worden om de vraag naar jeugdzorg te doen afnemen; bijvoorbeeld via postbus 51,

professional die blijft: die vanaf het begin een relatie opbouwt, de problematiek in

tijdens lokale bijeenkomsten of aan de keukentafel.

samenhang beoordeelt én integraal aan een oplossing werkt.

De inperking van de jeugdwet vindt eveneens plaats op landelijk niveau, maar de

Er worden kansen gemist.

consequenties daarvan landen direct bij gemeenten, ic bij kinderen/jongeren en

Vanuit de inspecties, de praktijk en de wetenschap zijn verschillende verklaringen

hun ouders, bij de huidige toegang en andere verwijzers (huisartsen en medisch

aangedragen:

specialisten), bij partners in de uitvoering en aanbieders van zorgvormen die

• Er zijn veel verschillende (uitvoerings)organisaties die werken met gezinnen.

38

Die hebben allemaal hun eigen taken en bevoegdheden vastgelegd in wet, regelgeving, eigen beleid en protocollen. • Er is een scheiding tussen vrijwillige en gedwongen betrokkenheid en vaak is er ook een scheiding in de benadering van kinderen en (jong)volwassenen. • De verantwoordelijkheden zijn verdeeld en belegd bij verschillende ministeries én decentrale overheden. Het toezicht op die organisaties is overal net anders geregeld. Ze sluiten onvoldoende op elkaar aan. Het zijn aparte schakels. • Complexe gezinscasuïstiek wordt van organisatie naar organisatie doorgegeven. Hierdoor wordt de afstand tussen de hulpverlening en het gezin groter. Net als het risico dat de verschillende organisaties en betrokkenen elkaar niet goed begrijpen, of elkaar overlappen wat verantwoordelijkheden betreft, of in de werkzaamheden die ze uitvoeren. • Verschillende organisaties voeren regie op zoiets ingrijpends als (gedwongen) maatregelen. • Professionals geven aan dat maatwerk en tijd noodzakelijk zijn. Want ieder gezin heeft een unieke code om te komen tot verbetering. En elke situatie is net iets anders. De problematiek van ieder gezin kent een eigen specifieke context, die van invloed is op zowel het gezinssysteem, als het functioneren van de afzonderlijke gezinsleden. Daarom zet het toekomstscenario kind en gezinsbescherming de stap naar een structuur die vertrouwen ondersteunt.

Die de kracht van het gezin – en de naasten die bij dat gezin en de kinderen horen – stimuleert, zodat het gezin samen met professionele ondersteuning kan werken aan het verbeteren van de thuissituatie. Dat vergt een nieuwe opzet van de kind- en gezinsbescherming. Structuuraanpassingen die meer ruimte maken voor een nieuwe manier van werken. Die nieuwe manier van werken moet samenhangende hulp en steun organiseren voor het hele gezin. Het gezin uitnodigen en motiveren om met professionals samen te werken en duurzame resultaten te boeken. Een manier van werken vanuit een lerende cultuur, die bij professionals de angst vermindert om fouten te maken en bij ouders

begrijpelijk is. Een andere manier van werken, kortom, tussen gezinnen en professionals, tussen professionals onderling, tussen professionals en hun organisatie en tussen organisaties onderling en het stelsel, geworteld in een lerende cultuur. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ondersteunt deze cultuurverandering. Het scenario is opgesteld in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid Welzijn en Sport. De ontwikkeling van dit toekomstbeeld staat niet los van een bredere transformatie binnen het sociaal domein. Het sluit aan bij de praktijk van diverse al lopende landelijke (interdepartementale) programma’s, zoals Zorg voor de Jeugd, Geweld hoort nergens thuis, de aanpak Maatwerk Multiprobleemhuishoudens, Scheiden zonder schade, of de Ontwikkelagenda Veiligheid Voorop!. Maar ook bij tal van lokale en regionale initiatieven, die zijn gericht op de samenwerking tussen de zorg- en veiligheidsketens, de aanpak van multiproblematiek en het vinden van duurzame oplossingen voor problemen in gezinnen. Tegelijkertijd zijn bij het opstellen van het toekomstscenario ook de internationale verdragen als richtsnoer gebruikt, waarin onder meer het recht op bescherming van kinderen en volwassenen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld is geregeld.

Bijvoorbeeld het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (het IVRK) en het Verdrag van Istanboel. Niet alleen omdat Nederland deze verdragen heeft geratificeerd, maar ook omdat ze op het hoogste niveau het kader bieden voor de rechtsbescherming van individuen en gezinnen tegen ongefundeerd ingrijpen door de overheid. Ieder individu heeft deze rechten en het recht om geholpen te worden. Omdat het beschermen van kinderen en gezinnen nodig blijft en de betrokken professionals zich, in aansluiting op het brede zorgen veiligheidsdomein, steeds meer ontwikkelen, met behulp van multidisciplinaire uitwisseling van kennis en ervaring.

en opvoeders het gevoel wegneemt dat over hen wordt beslist. Die voor het gezin

39

2.2.2 Samen voor jeugd Binnen Samen voor Jeugd is eveneens aandacht voor de hervormingsagenda en voor het toekomstscenario kind en gezinsbescherming, (aansluitend op wat hier op het niveau van de 21 gemeenten in Zuid Oost Brabant aan gedaan wordt). Voor wat betreft de hervormingsagenda wordt in overleg vastgesteld wat de beste schaalgrootte is van waaruit de veranderopgaven het beste opgepakt en uitgevoerd kunnen worden. Daarnaast zijn er vanuit Samen voor Jeugd een aantal ontwikkelingen in gang gezet die richtinggevend zijn voor de komende periode. Daarvan noemen we de volgende: Regiovisie Door Samen voor Jeugd wordt ook de komende periode gewerkt vanuit de 5 leidende principes die opgenomen zijn in de regiovisie: 1. We voorkomen specialistische jeugdhulp door in te zetten op preventie. 2. We werken data-gedreven. 3. We versterken de onderlinge relatie, bestuurlijk en op alle andere lagen binnen de regio. 4. Jeugdigen kunnen opgroeien en zich ontwikkelen in hun eigen omgeving, het liefst ‘thuis’. 5. Jeugdigen krijgen de juiste hulp op maat. Dekkend zorglandschap In het voorjaar van 2023 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de mate waarin met het aanbod van de gecontracteerde zorgaanbieders van Samen voor Jeugd wordt voorzien in een dekkend zorglandschap.

Er is sprake van een dekkend zorglandschap als alle benodigde producten zijn ingekocht en als er een bij de vraag aansluitende capaciteit van elk product is ingekocht. Het onderzoek legt een aantal knelpunten bloot: • Bij de GGZ is sprake van wachttijden van gemiddeld tussen de 3 en 6 maanden. • Geen passend aanbod voor jongeren met meervoudige problematiek.

Voorbeelden zijn: • Autisme gecombineerd met depressie. • GGZ gecombineerd met verslaving. • LVB gecombineerd met GGZ. • Opvoedproblematiek gecombineerd met GGZ.

• Specifieke producten waarvan onvoldoende aanbod beschikbaar is in de regio: • Alle verblijfsproducten in de LVB-sector.

• O&O-hulp aan gezinnen met veel problematiek. • Hulp aan jeugdigen die zich bevinden op het snijvlak van GGZ en Opvoed ondersteuning (Ortho psychiatrie). • Psycho Motorische Therapie.

• Er is daarnaast ook een veel bredere groep producten, waarvoor geldt dat onvoldoende aanbod beschikbaar is in de regio:

• Nagenoeg het gehele palet aan GGZ-producten. • Met daarbinnen extra nadruk op vervolgzorg voor cliënten die doorstromen vanuit een zwaar GGZ-traject met een multidisciplinaire aanpak. Deze knelpunten zijn in meerdere of mindere mate al langer bekend, maar niet minder actueel. Ontwikkelingen binnen het huidige aanbod • Voor diverse zorgaanbieders die in onze regio vormen van jeugdzorg met verblijf en/of gezinsgerichte jeugdzorg uitvoeren, geldt dat ze in meer of mindere mate in een financieel zorgelijke situatie verkeren. • Andere aanbieders hebben kenbaar gemaakt hun diensten niet langer voor Samen voor Jeugd te kunnen leveren dan wel die niet voor het overeengekomen tarief te kunnen blijven leveren. • Door de krapte op de arbeidsmarkt is in toenemende mate sprake van het ontbreken van adequaat ingezet passend aanbod. Met als gevolg wachtlijsten en escalerende en zwaarder wordende casuïstiek.

40

Deze ontwikkelingen dragen bij aan de gaten in het dekkend zorglandschap en voegen een moeilijkheidsgraad toe aan het dichten ervan. Voorzien in genoeg passend aanbod is een belangrijke opgave voor de komende periode. Dat zal moeten gebeuren tegen de achtergrond van de vraag hoe de gemeentelijke financiën er uit zien de komende periode. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de wijze waarop het rijk de overstap naar een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten en provincies wil maken, al dan niet gepaard gaand met een

uitvoerende jeugd- en gezinswerkers, die zowel casusregie als ondersteuning bieden. Door dit voor de vier gemeenten zo te organiseren, is er een grotere kwantiteit, wat bijdraagt aan de kwaliteit van de teams. Deze kwalitatieve meerwaarde zien we terug in casuïstiek met een grote mate van complexiteit, risico’s en onveiligheid. Hierbij wordt casusregie en procesregie door één team uitgevoerd, in samenwerking met -waar nodig- Veilig Thuis en de jeugdbeschermingsketen. De teams staan naast het gezin, regisseren benodigde hulp en bieden zelf onder-

bezuiniging van 2,7 miljard.

steuning. Specialistische zorg wordt alleen ingezet als het zelf niet geboden kan

Meerjarenplan voor Samen voor jeugd

hervormingsagenda en het Toekomstscenario Kind en gezin momenteel al

worden. Met deze manier van werken wordt een groot aantal zaken van de

Op initiatief van de nieuwe programmamanager Floor van Essen, wordt gewerkt aan

uitgevoerd.

een meerjarenplan voor Samen voor Jeugd. Onderdeel hiervan is dat projectmatig,

Erkennen van de kracht van de samenwerking van de vier Kempengemeenten

dan wel opgavegericht gewerkt gaat worden, waarbij de veranderopgaven uit de

om deze waar mogelijk te versterken, vergroot onze slagkracht ten opzichte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=4a6ea3d1-e7d7-47f7-94c1-0c5c5a14d17d