Bijlage 2 Bijlagenbundel bij Kadernota Geldzorgen in de Kempen 2025-2028
Tekst van het document
250 412
250 403
250 577
250 669
250 454
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
232
280
454
610
232
Categorie
53 De kosten voor BSO zijn in de begroting al verrekend met de kinderopvangtoeslag.
50
Kempengemeenten
Versie 1.0
Tabel B2.3 Paar zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto inkomen incl. VT
1.834
2.017
2.201
2.384
1.834
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
389 236 625
389 236 625
366 217 583
303 173 476
389 236 625
Totaal inkomsten
2.459
2.642
2.784
2.860
2.459
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
698 189 75 57 385 37 40 326 553 0 2.359
698 189 75 57 385 37 40 326 553 70 2.429
698 189 75 57 385 37 40 326 553 70 2.429
698 189 75 57 328 37 40 326 553 70 2.372
698 189 75 57 385 37 40 326 553 0 2.359
Budget exclusief regelingen gemeente
100
214
355
488
100
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Participatieregeling 18+ Stichting Leergeld Totaal regelingen gemeente
57 99 0 30 0 185
0 99 0 30 0 129
0 99 0 30 0 129
0 0 0 0 0 0
57 99 46 30 0 231
Budget inclusief regelingen gemeente
286
342
484
488
331
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
191 95
191 151
191 293
191 297
191 140
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
-91
23
164
297
-91
Categorie
51
Kempengemeenten
Versie 1.0
Tabel B2.4 Paar met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
Langdurige minima 100% Wsm
Inkomsten Netto inkomen incl. VT
1.834
2.017
2.201
2.384
1.834
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
420 236 0 246 463 1.365
420 236 0 246 463 1.365
396 217 0 246 463 1.322
333 173 0 246 463 1.215
420 236 0 246 463 1.365
Totaal inkomsten
3.199
3.383
3.523
3.599
3.199
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
698 282 87 57 385 41 74 0 73 453 734 0 2.883
698 282 87 57 385 41 74 0 73 453 734 70 2.953
698 282 87 57 385 41 74 0 73 453 734 70 2.953
698 282 87 57 328 41 74 0 73 453 734 70 2.897
698 282 87 57 385 41 74 0 73 453 734 0 2.883
Budget exclusief regelingen gemeente
316
429
570
703
316
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Participatieregeling 18+ Stichting Leergeld Totaal regelingen gemeente
57 99 0 30 59 244
0 99 0 30 59 187
0 99 0 30 59 187
0 0 0 0 59 59
57 99 46 30 59 290
Budget inclusief regelingen gemeente
560
617
757
762
606
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
325 235
325 292
325 432
325 437
325 281
-9
104
245
378
-9
Categorie
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
52
Kempengemeenten
Versie 1.0
Tabel B2.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
Inkomsten Netto inkomen incl. VT
1.426
1.568
1.711
1.853
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
374 123 497
374 123 497
337 123 460
276 123 399
Totaal inkomsten
1.923
2.065
2.171
2.252
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven
624 193 63 35 192 14 17 217 296 1.651
624 193 63 35 192 14 17 217 296 1.651
624 193 63 35 192 14 17 217 296 1.651
624 193 63 35 198 14 17 217 296 1.657
Budget exclusief regelingen gemeente
272
414
520
595
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Participatieregeling 18+ Stichting Leergeld Totaal regelingen gemeente
35 49 15 0 99
0 49 15 0 64
0 49 15 0 64
0 0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
371
479
584
595
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
111 260
111 368
111 473
111 484
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
161
303
409
484
Categorie
53
Kempengemeenten
Versie 1.0
Tabel B2.6 Paar, AOW-gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
Inkomsten Netto inkomen incl. VT
1.932
2.126
2.319
2.512
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
412 236 648
412 219 631
386 192 578
337 164 501
Totaal inkomsten
2.580
2.757
2.897
3.013
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven
698 236 75 57 385 17 34 328 537 2.366
698 236 75 57 385 17 34 328 537 2.366
698 236 75 57 385 17 34 328 537 2.366
698 236 75 57 396 17 34 328 537 2.378
Budget exclusief regelingen gemeente
214
390
531
635
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Participatieregeling 18+ Stichting Leergeld Totaal regelingen gemeente
57 99 30 0 185
0 99 30 0 129
0 99 30 0 129
0 0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
399
519
659
635
Normbedrag sociale participatie Budget na alle uitgaven
179 220
179 340
179 480
179 456
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
35
211
352
456
Categorie
54
Kempengemeenten
Versie 1.0
Bijlage 3. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen Figuur B3.1. Maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishouden bij een (langdurig) inkomen van 100 procent Wsm.
Maandelijkse gemeentelijke bijdragen Kwijtschelding
Collectieve Zorgverzekering
Stichting Leergeld
Individuele inkomenstoeslag
Alleenstaande
Participatieregeling 18+
€ 35 € 49 € 15 € 31
Paar zonder kinderen
€ 57
€ 99
Alleenstaande ouder met kinderen (8 en 13 jaar)
€ 57
€ 49 € 15 € 59
Paar met kinderen (8 en 13 jaar)
€ 57
€ 99
Alleenstaande AOW-leeftijd
Paar AOW-leeftijd
€ 30 € 46
€ 30
€ 42
€ 59
€ 46
€ 35 € 49 € 15
€ 37
€0
€ 99
€ 50
55
€ 30
€ 100 € 150 € 200 € 250 € 300 € 350
Kempengemeenten
Versie 1.0
Bijlage 4. Bedrag collectieve zorgverzekering In hoofdstuk 1 zijn voor de collectieve zorgverzekering alleen de aantallen van CZ gebruikt en niet van VGZ, omdat voor VGZ alleen een totaal aantal is aangeleverd. Onderscheid naar gemeente was niet mogelijk. Voor het scenario is met de gemeenten afgesproken om wel tot cijfers van de VGZ te komen op basis van enkele aannames om een zo accuraat mogelijk beeld van de kosten te kunnen geven. De volgende aannames zijn gedaan: • De verhouding verstrekkingen per gemeente is voor VGZ hetzelfde als voor CZ. • De verhouding pakketkeuze per gemeente is voor VGZ hetzelfde als voor CZ. Hierbij wordt uitgegaan van: o CZ pakket Start is vergelijkbaar met VGZ pakket Compact. o CZ pakketten Extra en Extra uitgebreid staan samen gelijk aan VGZ pakket Compleet. • Alleen de volwassenen die gebruik maken van CZ worden meegenomen in de aantallen. Kinderen zijn automatisch meeverzekerd en leiden niet tot extra kosten voor de gemeente. • Volwassenen die enkel van de basisverzekering gebruikmaken worden buiten beschouwing gelaten. Alleen voor aanvullende pakketten geldt een bijdrage van de gemeente. De cijfers van CZ leiden tot de verhoudingen zoals weergegeven in onderstaande tabel. Dezelfde verhouding is aangehouden voor VGZ wat leidt tot de totalen zoals weergegeven in onderstaande tabel. Tabel B4.1 CZ en VGZ totalen Kempengemeenten
Bergeijk Bladel CZ volwassenen 163 213 Verhouding 19,2% 25,1% VGZ volwassenen* 39 51 * Berekend met de percentages van CZ.
Eersel
Oirschot
ReuselDe Mierden
Totaal
223 26,2%
116 13,6%
135 15,9%
850 100%
54
28
32
204
De totalen zijn vervolgens omgezet naar een verhouding per pakket. Deze was bekend voor de pakketten van CZ en zijn berekend voor VGZ, zie onderstaande tabel. Tabel B4.2 CZ en VGZ pakketten Kempengemeenten
Bergeijk Bladel CZ Start 2 4 CZ Extra + Extra uitgebreid 161 209 Percentage Start 1,2% 1,9% Percentage Extra + Extra uitgebreid 98,8% 98,1% VGZ Compact* 0 1 VGZ Compleet* 39 50 * Berekend met de percentages van CZ.
Eersel
56
2
Oirschot 1
221 0,9% 99,1% 0 53
ReuselDe Mierden
Totaal 4
13
115 0,9%
131 3,0%
837 1,5%
99,1% 0 28
97,0% 1 31
98,5% 2 201
Kempengemeenten
Versie 1.0
Bijlage 5. Verkorte begrotingen per huishoudtype Tabel B5.1 Alleenstaande, niet AOW-gerechtigd
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Scenario gemeentelijke regelingen Subtotaal inkomsten Basisuitgaven Uitgaven participatie Subtotaal uitgaven Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
1.284 495 99 0 1.878 1.631 117 1.748 130
1.412 495 64 0 1.971 1.701 117 1.818 154
1.541 495 64 0 2.100 1.701 117 1.818 282
1.669 490 0 64 2.223 1.672 117 1.789 434
Langdurige minima 100% 1.284 495 131 0 1.909 1.631 117 1.748 162
31
89
218
370
31
Tabel B5.2 Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Scenario gemeentelijke regelingen Subtotaal inkomsten Basisuitgaven Uitgaven participatie Subtotaal uitgaven Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
1.284 1.542 180 0 3.006 2.344 250 2.594 412
1.412 1.583 123 0 3.118 2.465 250 2.715 403
1.541 1.589 123 0 3.252 2.426 250 2.676 577
1.669 1.595 59 64 3.387 2.403 250 2.653 733
Langdurige minima 100% 1.284 1.542 221 0 3.047 2.344 250 2.594 454
232
280
454
610
232
Tabel B5.3 Paar zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Scenario gemeentelijke regelingen Subtotaal inkomsten Basisuitgaven Uitgaven participatie Subtotaal uitgaven Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
1.834 625 185 0 2.644 2.359 191 2.550 95
2.017 625 129 0 2.771 2.429 191 2.620 151
2.201 583 129 0 2.912 2.429 191 2.620 293
2.384 476 0 129 2.989 2.372 191 2.563 426
Langdurige minima 100% 1.834 625 231 0 2.690 2.359 191 2.550 140
-91
23
164
297
-91
57
Kempengemeenten
Versie 1.0
Tabel B5.4 Paar met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd
Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Scenario gemeentelijke regelingen Subtotaal inkomsten Basisuitgaven Uitgaven participatie Subtotaal uitgaven Budget na alle uitgaven
100%
110%
120%
130%
1.834 1.365 244 0 3.443 2.883 325 3.208 235
2.017 1.365 187 0 3.570 2.953 325 3.278 292
2.201 1.322 187 0 3.710 2.953 325 3.278 432
2.384 1.215 59 129 3.787 2.897 325 3.222 565
Langdurige minima 100% 1.834 1.365 290 0 3.489 2.883 325 3.208 281
-9
104
245
378
-9
100% 1.426 497 99 0 2.022 1.651 111 1.762 260
110% 1.568 497 64 0 2.130 1.651 111 1.762 368
120% 1.711 460 64 0 2.235 1.651 111 1.762 473
130% 1.853 399 0 64 2.317 1.657 111 1.768 549
161
303
409
484
100% 1.932 648 185 0 2.766 2.366 179 2.545 220
110% 2.126 631 129 0 2.885 2.366 179 2.545 340
120% 2.319 578 129 0 3.025 2.366 179 2.545 480
130% 2.512 501 0 129 3.142 2.378 179 2.557 585
35
211
352
456
Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen Tabel B5.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Scenario gemeentelijke regelingen Subtotaal inkomsten Basisuitgaven Uitgaven participatie Subtotaal uitgaven Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen Tabel B5.6 Paar, AOW-gerechtigd Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Scenario gemeentelijke regelingen Subtotaal inkomsten Basisuitgaven Uitgaven participatie Subtotaal uitgaven Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
58
Bijlage 2 Overzicht minimaregelingen met kenmerken, inkomensgrenzen/draagkracht en ruimte voor aanpassing. Grondslag en uitwerking
Kenmerk
Inkomensgrens/ draagkracht
Ruimte voor aanpassing
Vergoeding van uit bijzondere omstandigheden voorvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan (niet zijnde vaste lasten, voeding etc.)
Draagkracht: 35% van het inkomen boven 120% en 100% vermogen boven vermogensgrens.
We vergoeden voor een aantal kostensoorten bijzondere bijstand waarvoor dat niet aan de orde is (denk aan bepaalde medische kosten en vervoerskosten). Dat is buitenwettelijk begunstigend beleid. Dat zou voor meer kosten kunnen.
Verplichte regeling Bijzondere bijstand
Art. 35 lid 1 Participatiewet, uitgewerkt in Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2024
Het draagkrachtpercentage en het inkomen en vermogen waarvoor dat geldt kunnen worden aangepast.
Individuele Inkomenstoeslag
Art. 36 Participatiewet, uitgewerkt in Verordening Participatiewet 2015 en Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2024
€ 375,- voor een alleenstaande, € 500,- voor een alleenstaande ouder of € 550,- voor gehuwden, die minimaal 36 maanden een laag inkomen hebben en geen zicht op inkomensverbetering.
Inkomensgrens 105% en geen vermogen boven vermogensgrens conform bijstand.
De bedragen kunnen worden aangepast (indexatie). De inkomensgrens kan worden gewijzigd, maar verhoging past niet bij het karakter van de regeling. Vermogensgrens kan niet worden aangepast.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Art. 26 Invorderingswet 1990, 255 Gemeentewet en uitgewerkt in Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Gemeentelijke belastingen worden kwijtgescholden.
Inkomensgrens 100%
Kwijtschelden is een bevoegdheid op zich. Daarbij kan de keuze worden gemaakt welke belastingen worden kwijtgescholden. Ook zijn er keuzes voor de inkomensgrens al moet deze tussen 90 en 100% liggen en omtrent het vermogen.
Niet verplichte regeling Collectieve ziektekostenverzekering
Art. 35 lid 3 Participatiewet en uitgewerkt in Beleidsregels bijzondere bijstand
Participatie kinderen
Participatie 18+
Participatieregeling 18+ Kempengemeenten 2024
Aanbod van een collectieve ziektekostenverzekering met gehele of gedeeltelijke compensatie van het aanvullend pakket. We werken samen met CZ en VGZ. Beide zorgaanbieders bieden een basisverzekering aan met 3 aanvullende pakketten. Bij beide zorgverzekeraars worden de aanvullende pakketten 1 en 2 volledig vergoed en pakket 3 conform de vergoeding van pakket 2.
Inkomensgrens 120% en vermogen onder vermogensgrens cf bijstand.
Inkomensgrens en vermogensgrens kunnen worden aangepast. Daarnaast kan de vergoeding van de aanvullende pakketten worden aangepast.
Kinderen mee laten doen aan (buiten)schoolse activiteiten.
Inkomensgrens 130%, maar Stichting Leergeld levert maatwerk.
Voorwaarden liggen bij Stichting Leergeld.
€ 180 voor sociaal maatschappelijke participatie.
Inkomensgrens 120% en vermogensgrens conform bijstand.
Kostensoorten, bedrag, inkomensgrens en vermogensgrens kunnen worden aangepast.
Bijlage 3 Terugblik kadernota armoede 2021-2024 3.1 Algemene terugblik In het najaar van 2020 is de Kadernota armoedebestrijding “Koersen op de toekomst” 2021-2024 vastgesteld. Een periode van vier jaar die anders is verlopen dan we vooraf hadden kunnen voorzien. In 2020 hadden we al te maken met corona en lockdowns. We konden echter niet voorzien hoe lang dat zou duren. Ook konden we op dat moment niet voorzien dat er een oorlog in de Oekraïne uit zou breken met een energiecrisis en forse inflatie tot gevolg. Meer en andere inwoners kregen te maken met geldzorgen. Landelijk zijn diverse ondersteuningsmaatregelen ontwikkeld, welke als extra taken naar gemeenten kwamen zoals de Eenmalige energietoeslag. Deze ontwikkelingen hebben inzet en aandacht gevraagd. Dat heeft enerzijds tot gevolg gehad dat we geplande ontwikkelingen niet in gang hebben gezet; anderzijds is er een hele nieuwe groep inwoners met geldzorgen in beeld gekomen die we hebben ondersteund en hebben kunnen wijzen op het volledige ondersteuningsaanbod. In het najaar van 2022 heeft er een tussenevaluatie van de kadernota Armoedebestrijding 2021-2024 plaatsgevonden. Uitdagingen zoals de coronapandemie, stijgende energieprijzen en koopkrachtdaling hebben er voor gezorgd dat het thema armoede meer en op een andere manier aandacht heeft gekregen en inzet heeft gevraagd. Extra maatregelen i.v.m.
corona en energiecrisis De TONK (en Tozo) regeling is in het leven geroepen voor huishoudens die door corona te maken hadden met inkomstenterugval en hierdoor noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer konden betalen. Er kwam ook een energietoeslag voor huishoudens met een minimuminkomen om de hoge energielasten te compenseren. We hebben deze regelingen met prioriteit ingevoerd en uitgevoerd. Daarnaast kregen gemeenten te maken met de hersteloperatie Toeslagenaffaire, waarbij vanuit het Rijk aan gemeenten is verzocht om contact te leggen met de potentieel gedupeerden om te onderzoeken of ze ondersteuning nodig hebben en vervolgens een passend hulpaanbod te doen. Vroegsinalering Door de ontwikkelingen is er een steeds grotere groep inwoners die moeite heeft om rond te komen en mee te kunnen doen. Armoedebestrijding is een onderwerp geworden dat steeds nadrukkelijker op de agenda staat en de nodige aandacht krijgt, ook op bestuurlijk niveau. Naast de maatschappelijke ontwikkelingen, hebben er ook wijzigingen plaats gevonden in wet- en regelgeving. Zo is begin 2021 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd. Verhuurders, energie- en waterleveranciers en zorgaanbieders werden verplicht betalingsachterstanden aan gemeenten te melden. Naar aanleiding daarvan is VPS ingericht.
VPS staat voor Vindplaats Schulden, dit is een portaal van BKR waar signalen van betalingsachterstanden gemeld worden. Voor kleine partners, zoals particuliere verhuurders, die niet zijn aangesloten bij VPS, is er een mailbox voor het aanleveren van signalen. Vervolgens wordt contact gezocht met de inwoner om ondersteuning aan te bieden. Dat deden we telefonisch en per post. Daarnaast is per 1 januari 2024 de pilot huisbezoeken gestart. Een consulent schuldhulpverlening gaat samen met een maatschappelijk werker van Lumens op huisbezoek bij de betalingsachterstanden die een indicatie vormen voor grote financiële zorgen.. Om tussentijdse bijsturing mogelijk te maken heeft er in mei 2024 een korte evaluatie met alle betrokken partijen plaatsgevonden. Het aantal succesvolle contactpogingen is hoger ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De eindevaluatie vindt eind 2024 plaats, waarna besloten zal worden of het afleggen van huisbezoeken in het kader van de vroegsignalering een vast onderdeel wordt van de dienstverlening van MD en of en hoe de samenwerking met Lumens wordt voortgezet. Preventie In 2021 zijn de Kempengemeenten een samenwerking gestart met Startpunt Geldzaken en met de Nederlandse Schuldhulproute.
Dit zijn kanalen die in diverse andere gemeenten succesvol zijn gebleken en die een bijdrage leveren aan het vroegtijdig in beeld krijgen van inwoners met geldzorgen, zodat we hen vroegtijdig een lichte vorm van (zelf)hulp kunnen bieden of kunnen doorverwijzen. De samenwerking met Startpunt Geldzaken is per 1/01/2024 beëindigd omdat er nauwelijks gebruik van werd gemaakt. Daarnaast zijn er andere preventieve activiteiten waar we op hebben ingezet. Gericht op zowel het maatschappelijk middenveld als op inwoners zelf. Hieronder sommen we er een aantal op: • Start Nieuwsbrief Geldzaken, de Nieuwsbrief Geldzaken werd in eerste instantie structureel en periodiek uitgegeven. Nadat zichtbaar werd dat het bereik van de nieuwsbrief redelijk laag was is er voor gekozen om de nieuwsbrief enkel uit te brengen bij grotere mededelingen. • Eenmalig item KempenTV.
• • •
Informatiepleinen Eersel en Bladel in samenwerking met de Bibliotheek, het DigiTaalhuis, de Sociaal Raadslieden en de Thuisadministratie Cordaad Welzijn. Dialoogavonden voor het maatschappelijk middenveld. Webinar Budgetteren voor inwoners en Webinar CZV voor maatschappelijk middenveld.
Taboedoorbreking Er zijn diverse acties uitgezet als het gaat om communicatie uitingen gericht op het laagdrempelig aanbieden van ondersteuning en het doorbreken van het taboe op armoede en schulden. Een van de instrumenten om hier invulling aan te geven is de Nederlandse Schuldhulproute. Verder is in samenwerking met het Praktijkonderwijs van het Pius X-College en de organisatie Save the Children het project Speaking Minds uitgevoerd. Vanuit dit project zijn leerlingen van het praktijkonderwijs betrokken bij implementatievragen vanuit de gemeente over het thema geldzorgen; hoe voorkomen we dat jongeren geldzorgen hebben en hoe maken we geldzorgen beter bespreekbaar. Dit project wordt voortgezet en in de komende schooljaren herhaaldelijk uitgevoerd. Collectief aanbod In de kadernota 2020-2024 is de doelstelling opgenomen om samen met het maatschappelijk middenveld een breed collectief aanbod aan te bieden. Binnen het traject schuldhulpverlening zou het volgen van het collectieve programma een vast onderdeel worden. Het collectieve aanbod omvat groepsactiviteiten die bijdragen aan het vergroten van de financiële draagkracht van de cliënt. Door alle ontwikkelingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, corona, energiecrisis en gevraagde inzet als gevolg hiervan, is het collectief aanbod niet van de grond gekomen.
Het beoogde doel met het collectief aanbod om naast stabiliseren en oplossen van schulden de financiële zelfredzaamheid te vergroten is door middel van een-op-een begeleiding aan de inwoner aangeboden. De hulpverlening wordt van aanmelding tot nazorg begeleid door een en dezelfde schuldhulpverlener. Schuldhulpverlening is niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Hierbij kan gedacht worden aan korte coachingstrajecten bij losse vragen, kleine betalingsachterstanden waarvoor een individuele betalingsregeling kan worden afgesloten of hulp bij inzicht in financiën of het opstarten van budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode. Cliënten zijn zo niet meer enkel bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar ook met het opdoen van vaardigheden en kennis zodat er in het vervolg geen probleemsituatie ontstaat, of zij eerder hulp weten in te schakelen.
3.2 Onderzoek KempenPas In de Kadernota armoedebestrijding 2021-2024 is een onderzoek naar de mogelijkheid voor een Kempenpas aangekondigd. Aanleiding voor dit onderzoek is de wens om meer in te zetten op het stimuleren van actieve deelname aan sociale, culturele, educatieve en/of sportieve activiteiten. Het invoeren van een Kempenpas is mogelijk een alternatief voor de huidige Participatieregeling 18+. Met behulp van deze regeling worden inwoners met een laag inkomen nu financieel ondersteund zodat zij kunnen deelnemen aan maatschappelijke activiteiten. Inwoners kunnen hiervoor één keer per jaar een aanvraag indienen en ontvangen dan een vast bedrag als tegemoetkoming in de kosten. Het idee van een KempenPas is dat inwoners met de pas gratis of met korting kunnen deelnemen aan verschillende sport en beweegactiviteiten, culturele activiteiten en recreatieve activiteiten. De pas verbindt de verschillende domeinen en activiteiten aan elkaar en is voor mensen uit de doelgroep tot 120% van het beleidsmatig minimum gratis. Alle inwoners van de Kempengemeenten zouden kunnen profiteren van deze pas, indien gekozen wordt voor de optie om de pas breed uit te zetten onder alle inwoners van de Kempen. Voor inwoners met een inkomen tot 120% zouden de financiële voordelen groter zijn als voor hen de gemeentelijke meedoenbijdrage op deze pas wordt gezet.
In de verkenning die is uitgevoerd bleek dat diverse gemeenten in het land die een stadspas hebben geïmplementeerd, dit product afnemen bij de organisatie BS&F 1. Voor deze verkenning naar de mogelijkheden van een Kempenpas is contact gelegd met BS&F. BS&F wees daarbij op een alternatief product dat zij ook aanbieden; het meedoenplatform. Het meedoenplatform is vaak voor kleinere gemeenten een interessant alternatief voor een stadspas. De stadspas wordt vaker ingezet door een grote centrumgemeente, waarbij kleinere regiogemeenten aansluiten.
1 BS&F is een adviseur en kennispartner in het sociaal domein. Zij ondersteunen o.a. bij beleidskeuzes in ge-
meentelijk armoedebeleid.
Het meedoenplatform is een soort webshop waar soortgelijke producten en activiteiten als bij een stadspas beschikbaar worden gesteld. Op een meedoenplatform zouden ook andere regelingen en aanbod onder de aandacht kunnen worden gebracht zoals bijzondere bijstand en de collectieve ziektekostenverzekering en het aanbod van stichting Leergeld. Uit de verkenning die is uitgevoerd blijken verschillende voordelen van een Kempenpas of een Kempisch meedoenplatform. Denk aan meer bestedingsvrijheid voor inwoners en mogelijk een groter bereik van de regeling. De gemeente heeft meer zicht op de daadwerkelijke besteding van de participatiebijdrage. En naar verwachting is er minder ambtelijke capaciteit nodig voor het toetsen van de regeling. Tot slot kan het een impuls betekenen voor de contacten met verenigingen en ondernemers. Echter, we zien ook verschillende knelpunten bij de implementatie van een dergelijke pas of platform. Beide instrumenten vragen om een flink implementatietraject en de kosten voor implementatie, beheer (en onderhoud) en het systeem zijn hoog. Het aan laten sluiten van ondernemers en verenigingen is arbeidsintensief en dit vraagt blijvende inzet. Een vraagstuk daarbij is hoe de betaling aan de aanbieders moet worden ingeregeld. Als het tegoed op een pas komt, zouden aanbieders dit ook moeten kunnen uitlezen om te incasseren.
Vraag is welke randapparatuur daarvoor nodig is en welke kosten daaraan zijn verbonden. Een risico is verder dat een pas leidt tot stigmatisering. Aandachtspunt van een meedoenplatform ten opzichte van een pas is dat een online platform lastig kan zijn in gebruik voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn. In de Kempen valt de grootste groep huishoudens met een laag inkomen in de AOW gerechtigde leeftijd. Voor een deel van hen kan een online platform lastig zijn. Tot slot verwachten we dat slechts een beperkt aantal regelingen aan de pas zal worden gekoppeld. Wanneer we de gevraagde inzet en financiële middelen voor een stadspas en meedoenplatform naast het beperkte gebruik van de huidige Participatieregeling 18+ leggen, rijst de vraag of de kosten opwegen tegen het effect en gebruik. Ook als het gebruik zou verdubbelen, is de vraag of de voordelen van een dergelijk systeem opwegen tegen de nadelen. In veel regio’s met een stadspas of platform vormt een grotere centrumgemeente de basis. Kleinere gemeenten haken dan aan. Daarmee ontstaat een mooi breed productenpalet. Voor onze regio geldt dat het de vraag is of een stadspas geschikt is om met de vijf gemeenten op te zetten. Elke gemeente heeft andere lokale ondernemers die je dan in dit platform terug wilt laten komen.
En zoals hierboven al vermeld is juist het aan laten sluiten van ondernemers arbeidsintensief en vraagt dit om blijvende inzet. Tevens heeft elke gemeente mogelijk weer andere wensen in het betrekken van ondernemers/verenigingen. Gelet op het bovenstaande hebben wij geconcludeerd dat een Kempenpas geen passend instrument is. Daarnaast zien we op dit moment ook geen meerwaarde in het opzetten van het meedoenplatform. Het voorstel is om in te zetten op meer communicatie richting inwoners, samenwerkingspartners en verenigingen. De participatieregeling 18+ is verruimd in hoogte (van € 150,- naar € 180,-) en qua bestedingsmogelijkheden. Hiermee willen we de bekendheid en het gebruik van de Participatieregeling 18+ vergroten.
3.3 Gebiedsgerichte pilots In de kadernota was opgenomen dat elke gemeente een eigen pilot zou uitvoeren waarbij werd ingezoomd op een specifiek vraagstuk vanuit de kadernota. Pilot Schulden vrije start (Bergeijk) De pilot: De ontwikkeling van jongeren mag niet door schulden worden ondermijnd. Om deze reden start de Gemeente Bergeijk met de Pilot Schulden vrije start! Deze pilot omvat een aanpak waarbij de afkoop van sommige schulden gepaard gaat met het aanleren van financiële vaardigheden. Het gaat om schulden die zijn ontstaan op de vaste lasten als gevolg van het niet hebben van inkomen of toereikend inkomen. Uitgangspunt is dat alle jongeren tot 23 jaar met een schone lei kunnen beginnen aan het leven. Verloop van de pilot en vervolg De pilot Schuldenvrije Start is in 2021 gestart. Vervolgens is de projectgroep Schuldenvrije Start aan de slag gegaan met de uitvoering van deze pilot. Hier zijn verschillende professionals vanuit het veld betrokken, zoals de jeugdcoach, een schuldhulpverlener als maatschappelijk werk. Ondanks inspanningen in de uitvoering en het verbreden van de doelgroep zijn er geen succesvolle aanmeldingen van jongeren geweest. In de tussenevaluatie is bepaald om de pilot door te laten lopen
om te bezien of de aanmeldingen aan zullen trekken. Ook in de eindevaluatie zijn er geen aanmeldingen bij gekomen. Naar aanleiding van de ‘Motie Ondersteuning Energiecrisis’ is de vraag gesteld of inwoners goed op de hoogte zijn van het volledige aanbod aan ondersteuning in de gemeente en of inwoners de weg weten te vinden naar passende zorg en ondersteuning. Deze vraag kun je ook stellen in het verlengde van de Pilot Schuldenvrije Start. In de raadsinformatiebrief naar aanleiding van deze motie is dan ook de Toegangsscan aangekondigd welke in 2023 is uitgevoed in de gemeente Bergeijk. De Toegangsscan heeft laten zien dat inwoners onvoldoende op de hoogte zijn van de ondersteuningsmogelijkheden. Dus ook op het gebied van financiële ondersteuningsvragen weten inwoners niet of onvoldoende de juiste weg te vinden.Hoe we inwoners het beste kunnen bereiken is een belangrijke opgave,een mogelijkheid kan zijn het centraliseren van de toegang. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld. Pilot Signalering verenigingen (Bladel) Met deze pilot onderzoekt de Kempengemeenten welke standaard werkwijze en ondersteuning er nodig is om verenigingen in staat te stellen om ook op schuldenproblematiek te signaleren. De Bladelse verenigingen krijgen een uitnodiging om deel te nemen aan deze pilot.
Verloop van de pilot en vervolg De gemeente Bladel is gestart met het doen van een klein onderzoek bij verenigingen. Middels een uitvraag per mail zijn meer dan 100 verenigingen (KBO’s, buurt, sport, muziekverenigingen etc.) benaderd met een viertal vragen. Deze gingen met name over of verenigingen schuldenproblematiek bij leden herkent, signaleert, wat zij op dit moment hieraan doen en of zij ervoor openstaan om hier meer over te weten te komen. 22 verenigingen hebben, na een herinnering, gereageerd op deze uitvraag. De reacties zijn uiteenlopend. Het overgrote deel is niet bekend met armoede-of schuldenproblematiek bij leden en doet dus ook niks op dit moment. Verenigingen die aangeven op dit moment wél iets te doen bij signalering, geven met name aan leden te wijzen/ door te verwijzen op/naar aanbod van bijv. stichting Leergeld. Het overgrote deel geeft aan er voor open te staan hier in het vervolg per mail voor benaderd te worden. Hierover is ook contact geweest met stichting Kempen in Beweging (met de Kempische coördinator sport en preventie die clubs o.a. helpt aan een vertrouwenscontactpersoon, en bewust maakt van aanbod zoals clubkadercoaching en workshops). Hier werd bevestigd dat er behoefte is aan laagdrempelige tips en informatie over het ondersteuningsaanbod en het signaleren van geldzorgen.
We hebben twee duidelijke pdf’s ontworpen met daarop het financiële ondersteuningsaanbod wanneer leden de contributie niet (meer) kunnen betalen en een signaleringskaart (gebaseerd op de signalenkaart Armoede van het NJI) met daarop tips hoe geldzorgen te signaleren en bespreekbaar te maken binnen de vereniging. De documenten zijn naar alle verenigingen (KBO, buurt, sport, muziek etc) verzonden binnen gemeente Bladel en vanuit stichting Kempen in Beweging zijn de volgende acties uitgezet: 1. De bestanden zijn op de website geplaatst. 2. Beide Pdf’s worden als bijlage met de e-mailnieuwsbrief meegestuurd.. 3. Alle op kempeninbeweging.nl geregistreerde sport- en beweegaanbieders (80) hebben beide Pdf’s ontvangen met een begeleidende tekst in een persoonlijke e-mail. 4. Een social post maken over deze onderwerpen en beide PDF als foto meenemen. Het blijft een uitdaging om de grote groep aan (sport)verenigingen op een goede manier te bereiken. Ook worden vrijwilligers binnen verenigingen steeds schaarser. Daarom blijven we de samenwerking opzoeken met Kempen in Beweging als overkoepelende organisatie. Geldzorgen en armoede staan op de lijst als onderwerp voor hun Kaderdag in januari 2025 en in het najaar van 2024/ begin 2025 willen we, i.s.m. de coördinator sport&preventie Bladelse verenigingen uitnodigen voor een thema-avond waar dit onderwerp ook voorbij zal komen.
Tevens zijn dit thema’s die voorbij komen in het reeds opgestarte Bladelse netwerk Geldzorgen. Hier nemen lokale partijen aan deel zoals het Cluster senioren, de Kleding- en Voedselbank, Hulp in Nood Hapert en Bladel/Netersel, Zorgcoöperatie Hoogeloon, stichting Leergeld, Sociaal Raadsliedenwerk en thuisadministratie CordaadWelzijn. Pilot Aanpak Thuisadministratie en Scholing (Eersel) De pilot thuisadministratie en scholing betreft een aanpak waarbij vrijwilligers worden getraind in het opzetten van een thuisadministratie bij cliënten. De training behelst een aanpak waarbij meer methodische kennis wordt toegevoegd aan de werkwijze van vrijwilligers die actief willen zijn in de thuisadministratie. Het doel van deze pilot is de Kempische vrijwilliger die betrokken is bij de thuisadministratie steviger te maken.
Met deze pilot onderzoeken de Kempengemeenten in hoeverre methodische vrijwillige inzet een oplossing kan bieden voor cliënten met enkelvoudige thuisadministratie problematiek. Verloop van de pilot en vervolg Het opleiden van vrijwilligers van de Thuisadministratie is aan de Thuisadministratie zelf. Daarom is in overleg met de Thuisadministratie besloten deze pilot om te buigen en een kennisavond te organiseren voor de vrijwilligers van de Thuisadministratie. Het eerste thema was “schuldhulpverlening”. Tijdens deze bijeenkomst hebben schuldhulpverleners en sociaalraadslieden van MD een toelichting gegeven op hun werk. Dat bleek zeer waardevol voor de vrijwilligers. We zetten in om deze bijeenkomst eens per jaar/eens in de twee jaar te organiseren. Pilot Gezonde voeding met een laag inkomen (Reusel-De Mierden) De gemeente Reusel-De Mierden start een pilot samen met lokale diëtisten. Het doel is om inwoners met een laag inkomen een gezond voedingspatroon aan te leren, waarbij rekening wordt gehouden met de (on)mogelijkheden van een klein budget. De (al bestaande) interventie “Goedkoop gezonde voeding” is de basis hiervoor. Verloop van de pilot en vervolg Drie diëtisten uit de gemeente hebben de opleiding gevolgd die bij deze interventie hoort.
Tot twee keer toe hebben we het project on hold moeten zetten omdat de coronamaatregelen het niet toe lieten om groepsbijeenkomsten te organiseren. Hierna hebben twee diëtisten besloten te stoppen en zijn we door gegaan met één diëtiste. Zij heeft in het najaar van 2022 en in het voorjaar van 2023 twee trainingen aangeboden. De trainingen zijn door de deelnemers weliswaar positief beoordeeld. Echter, de opkomst was lager dan verwacht en het bleek moeilijk om voldoende deelnemers te vinden ondanks uitgebreide werving. Gelet hierop hebben we besloten dit zelfde aanbod niet voort te zetten. We zijn nu aan het verkennen of we op een andere wijze iets met gezonde voeding kunnen doen waarbij we uitgaan van wensen van inwoners zelf. Een concrete actie die hieruit is voortgekomen is dat de dietiste aansluit bij het koffie-uurtje dat Vluchtelingenwerk organiseert voor statushouders in de gemeente en met hen in gesprek gaat over dit thema. Pilot Aanpak integrale toegang schulden (Oirschot) Met Wijzer kent Oirschot een afwijkende toegang tot de dienstverlening in de Kempen. Deze toegang is een integrale 3D toegang tot hulp, ondersteuning en zorg, inclusief het welzijnswerk. Er is kennis en expertise aanwezig over jeugd(zorg), Wmo, participatie, nieuwkomers, maatschappelijk werk, welzijnswerk en het informele (zorg)circuit.
In de Pilot integrale toegang zal de consulent schuldhulpverlening voor een dag(deel) meedraaien. Het doel van deze pilot is om te onderzoeken wat het effect is van het vanaf een gezamenlijke locatie werken op het leveren van schulddienstverlening. Bereiken we een betere aansluiting en samenwerking met sociaal raadsliedenwerk, emplooispreekuur, formulierenspreekuur en andere preventieve activiteiten. Verloop van de pilot en vervolg Deze pilot is per 1 juni 2022 gestart. Een vaste consulent schuldhulpverlening van MD is éénmaal per twee weken op de woensdag aanwezig geweest in Oirschot en maakte dan deel uit van de integrale toegang tot dienstverlening van team Wijzer voor de inwoners van Oirschot. Uit de praktijk blijkt dat er weinig aanloop is geweest tijdens de aanwezigheid van de consulent schuldhulpverlening. Vervolgens is de pilot on-hold gezet ivm personeelsuitval en onderbezetting bij de afdeling Schuldhulpverlening. Het gezamenlijk verlenen van ondersteuning van schulden aan een inwoner is dan ook niet van de grond gekomen binnen de gestelde termijn van de pilot. Een positief effect van het werken vanuit een gezamelijke locatie is het vergroten van de kennis van schuldhulpverlening bij de medewerkers van WIJzer. Dit heeft bijgedragen aan een betere integrale samenwerking.
3.4 Evaluatie beleidsdoelstellingen In de voorgaande kadernota waren 7 beleidsdoelstellingen opgenomen over de ontwikkeling van cliënten ten opzichte van de dienstverlening. Daarnaast waren er 3 doelstellingen geformuleerd die de basis hebben gevormd voor het opstellen van het nieuwe beleid. De eindevaluatie is uitgevoerd middels het beschrijven van de resultaten van de 10 beleidsdoelstellingen.
Doelstelling 1: De financiële draagkracht van inwoners die zich gemeld hebben bij gemeenten voor schuldhulp is duurzaam verhoogd. Zij stijgen een of meerdere treden op het domein financiën van de zelfredzaamheidsmatrix. De dienstverlening is door de corona maatregelen anders verlopen dan van te voren beoogd. Een van de grootste uitdagingen was de plotselinge overstap naar digitale dienstverlening. Omdat fysiek contact vaak niet mogelijk was, moesten schuldhulpverleners hun cliënten op afstand ondersteunen. Schuldhulpverleners kregen te maken met een verhoogde werkdruk en moesten manieren vinden om de toegenomen vraag aan te kunnen, vaak met beperkte middelen. Het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix is daarom niet van de grond gekomen. Doelstelling 2: 55% van de cliëntcontacten in de financiële dienstverlening is in 2024 via het collectief aanbod. De bedoeling was om het aanbod af te stemmen met de lokale organisaties en middels een samenwerking vorm te geven. Door alle ontwikkelingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, corona, energiecrisis en gevraagde inzet als gevolg hiervan, is het collectief aanbod niet van de grond gekomen. Binnen de beperkte middelen hebben we online bijeenkomsten georganiseerd over minimaregelingen. Verder is ingezet op laagdrempelige, algemene voorzieningen voor de eerste ondersteuning.
Denk aan Geldfit van de Nederlandse Schuldhulp Route en de Geldplannen van het Nibud. Tot slot zijn er in samenwerking met partners informatiepleinen ingericht in Bladel en Eersel waar inwoners met geldvragen terecht kunnen. Zij kunnen hier meer informatie krijgen over de verschillende voorzieningen die er zijn en hulp krijgen met het aanvragen daarvan. Verder kan een inwoner met beginnende schulden tijdig doorverwezen worden en kunnen de beginnende schulden aangepakt worden. De dienstverlening van schuldhulpverlening bestaat voornamelijk uit één-op-één begeleiding. De schuldhulpverleners zijn opgeleid om de hulpverlening van a tot z uit te voeren waardoor er geen overdrachtsmoment voorkomt. Zo wordt een inwoner breed uitgevraagd op alle leefgebieden en wordt er gecoacht in het opdoen van vaardigheden en kennis op het gebied van financiële zelfredzaamheid. De één-op-één begeleiding biedt mogelijkheden tot ondersteuning en coaching op maat. Doelstelling 3: Inwoners die deelnemen aan het collectief aanbod stijgen een of meerdere treden op het domein financiën van de zelfredzaamheidsmatrix. Zoals benoemd in doelstelling 1 en 2 zijn zowel het collectief aanbod als het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix niet van de grond gekomen.
Het beoogde doel met het collectief aanbod om naast stabiliseren en oplossen van schulden de financiële zelfredzaamheid te vergroten is daarvoor in plaats door middel van één-op-één begeleiding aan de inwoner aangeboden. De hulpverlening wordt van aanmelding tot nazorg begeleid door één en dezelfde schuldhulpverlener, hierdoor wordt vanaf het eerste besprek een vertrouwensband opgebouwd. Schuldhulpverlening is niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Zo worden er korte coachingstrajecten bij losse vragen aangeboden, wordt een inwoner gestimuleerd in het krijgen van inzicht in financiën en wordt er budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode opgestart wanneer passend. inwoners zijn zo niet meer enkel bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar ook met het opdoen van vaardigheden en kennis samen met de consulent schuldhulpverlening. Doelstelling 4: Wij bieden inwoners ontwikkelruimte door de inzet van saneringskredieten. De inzet van het aantal saneringskredieten t.b.v. een schuldregeling is daardoor 40% verhoogd naar 45%. Er is geen 0-meting gedaan bij het opstellen van de doelstelling, om deze reden kan er dan ook niet worden geconcludeerd of het aantal saneringskredieten is verhoogd met 45%.
Wel kan er geconcludeerd worden dat er uitvoering is gegeven aan de doelstelling om het aantal saneringskredieten toe te laten nemen. Saneringskredieten zijn bedoeld om mensen met problematische schulden te helpen door al hun schulden samen te voegen tot één overzichtelijk krediet, dat zij in een afgesproken termijn kunnen aflossen. Recentelijk zijn er nieuwe plannen gepresenteerd door de overheid en gemeenten om saneringskredieten effectiever en toegankelijker te maken. Een van de kernpunten in deze plannen is het verlagen van de drempel om in aanmerking te komen voor een saneringskrediet. Hierdoor kunnen meer mensen sneller worden geholpen, wat de kans vergroot dat zij hun schulden kunnen aflossen en hun leven weer op de rails krijgen. Het inzetten van saneringskredieten is meer standaard geworden en dit is opgenomen in de werkprocessen.
Doelstelling 5: Wij kiezen voor een ontwikkelingsgerichte aanpak die inzet op duurzame gedragsverandering. Hiermee neemt de inzet van budgetbeheer met 20% toe, de inzet van beschermingsbewind neemt met 20% af. De inzet van beschermingsbeheer wordt uitgesproken door de rechtbank, een afname hierin ligt niet binnen het bereik van schuldhulpverlening. Hierin is dan ook geen significant verschil zichtbaar in de afgelopen jaren. Voor inwoners die zich aanmelden bij schuldhulpverlening en nog niet onder bewind staan is de ambitie om aan te bieden wat nodig is. In het kader van duurzame gedragsverandering heeft de inzet van budgetbeheer dan ook de voorkeur mits dit passend is voor de inwoner. In de voorgaande kadernota is er geen 0-meting gedaan waardoor het niet mogelijk is een vergelijking te doen met aantallen uit 2024. Ook kan er niet worden aangetoond of de inzet van budgetbeheer met 20% is toegenomen. Doelstelling 6: 50% van de inwoners die succesvol het traject van minnelijke schuldhulpverlening hebben afgerond leveren op vrijwillige basis een maatschappelijke bijdrage in een door hen zelf in te vullen variant (bijv. vrijwilligerswerk). We hebben afgezien van vragen om een vrijwillige maatschappelijke bijdrage omdat hierop niet gestuurd kan worden.
Aan de hulpvraag van een inwoner inzake schuldhulpverlening wordt altijd gehoor gegeven, ongeacht hij of zij een maatschappelijk bijdrage levert. Verder was de invulling van het leveren van een bijdrage beoogd om deel te nemen aan het collectief aanbod als ervaringsdeskundige, door bovengenoemde redenen is het aanbieden van een collectief aanbod niet aangeboden. Doelstelling 7: Cliënten die gemeld zijn bij het meldpunt vroegsignalering zijn binnen 2 weken gesproken. In 2023 is de voorgaande kadernota gewijzigd om aan te sluiten bij de Wgs. Een van de gewijzigde onderdelen is de vroegsignalering. Om een hulpaanbod te kunnen doen door middel van bijvoorbeeld huisbezoeken (zoals in de pilot vroegsignalering huisbezoeken) aan een binnengekomen signaal van een betaalachterstand, is de termijn verruimd naar 4 weken. Binnen deze termijn wordt een inwoner gesproken en is de doelstelling behaald. De doelstellingen die waren geformuleerd voor de ontwikkeling van het nieuwe beleid: Doelstelling 8 (nieuw beleid): Er zijn op 1-6-2024 nieuwe doelstellingen geformuleerd voor de opstellingen van het nieuwe beleidsplan 2024. In de huidige kadernota worden de nieuwe doelstellingen gepresenteerd. Doelstelling 9 (nieuw beleid): Het haalbaarheidsonderzoek naar de Kempenpas is op 1-6-2024 afgerond en geeft basis om een beslissing te kunnen nemen om de Kempenpas wel/niet in te voeren.
Uit het onderzoek dat is uitgevoerd komt de conclusie dat de Kempenpas niet haalbaar is. Zie paragraaf 3.3 voor de uitgebreide toelichting. Doelstelling 10 (nieuw beleid): De gebiedsgerichte pilots zijn uiterlijk op 1-6-2024 afgerond en worden definitief wel of niet opgenomen in het beleidsplan 2024. We zien dat binnen iedere pilot elementen zitten die, al dan niet op aangepaste wijze, een vervolg zullen krijgen en terugkomen in de ambities onder de speerpunten in hoofdstuk 5. Zie paragraaf 3.2 voor de uitgebreide toelichting van de verschillende pilots.
Bijlage 4 uitkomsten vragenlijst geldzorgen In het voorjaar van 2024 hebben de vijf gemeenten een vragenlijst ontwikkeld en deze verspreid onder alle samenwerkingspartners (zowel professioneel als vrijwillig) die in hun uitvoeringspraktijk nauw in contact staan met inwoners die te maken hebben met een laag inkomen en/of schulden. We hebben gevraagd naar bevindingen met betrekking tot het huidige armoede- en schuldhulpverleningsbeleid en naar suggesties voor verbetering. Voorbeelden van organisaties naar welke de vragenlijst is verstuurd zijn de Voedselbanken van de gemeenten, stichting Leergeld Veldhoven en de Kempen, de Adviesraden, CordaadWelzijn etc. De vragenlijst heeft ruim 4 weken opgestaan en uiteindelijk hebben 32 respondenten, goed verspreid over de 5 Kempengemeenten, hem ingevuld. Opbouw vragenlijst In de vragenlijst hebben we onderscheid gemaakt tussen het aanbod van de gemeenten inzake bijzondere bijstand en minimaregelingen versus schuldhulpverlening. Daarnaast zijn er ook andere partners, al dan niet gesubsidieerd (in het voorliggend veld) zoals bijvoorbeeld de Voedselbank, de Kledingbank, thuisadministratie van Cordaad Welzijn, stichting Leergeld en allerlei lokale hulporganisaties die hulp bieden waar we vragen over stellen. De vragenlijst begon met een aantal algemene vragen over de functie, organisatie en werkzaamheden van de respondent.
Vervolgens stelden we een aantal vragen over de volgende thema’s: 1. Algemene vragen 2. Bekendheid en samenwerking 3. Preventie 4. Ondersteuning die aansluit bij behoeften 5. Schuldhulpverlening 6. Vindbaarheid/toegang, aanvraagproces en bereik van regelingen 7. Algemene dienstverlening en klantcontact gemeenten 8. Flankerende thema’s 9. Algemeen De vragen zijn afwisselend open en gesloten vragen. In deze samenvatting zal per thema kort uitgelicht worden welke antwoorden opvallen en zullen enkele resultaten gepresenteerd worden. 1. Algemene vragen Van de 32 respondenten zijn er 17 een vrijwillige kracht en 14 betaalde (1 niet ingevuld). Dit geeft een goede spreiding. Deze mensen zijn verdeeld over de gemeenten werkzaam, behalve in de gemeente Oirschot. De respondenten geven ook aan in nauw contact te staan met inwoners die te maken hebben met geldzorgen/armoede en/of schulden. 16 respondenten geven aan bijna altijd aandacht te hebben voor dit thema, 9 vaak en 6 soms. Dit laat zien dat we mensen met ervaring en daadwerkelijke kennis hebben bevraagd.
2. Bekendheid en samenwerking De Kempengemeenten bieden maatwerkondersteuning in het kader van armoedebestrijding en schuldhulp. Denk hierbij aan bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en diverse minimaregelingen. Echter maakt niet elke inwoner die er recht op heeft op gebruik van ons aanbod. Wij hebben onze respondenten gevraagd naar de bekendheid (bij henzelf en bij inwoners) van het (gemeentelijke) hulpaanbod en naar hun ervaringen met betrekking tot de samenwerking tussen gemeenten en samenwerkingspartners. Ten eerste geven de respondenten aan dat armoede- en schuldenproblematiek eigenlijk bij elke doelgroep wel voorkomt. Iets waar de gemeente zich in zou willen verdiepen is of onze partners echt bij iedereen armoede zien en of we dan kunnen concluderen dat we geen doelgroepenbeleid moeten voeren. Ook geven
de respondenten verschillende oorzaken aan van armoede- en schuldenproblematiek. Persoonlijke factoren (denk aan chronische ziekten en psychische problemen) spelen een grote rol, maar ook stijgende kosten, gebrek aan financieel inzicht en life events (denk aan echtscheidingen, overlijden, pensioen) worden vaak genoemd. Nu kan de gemeente niet elke oorzaak aanpakken, maar wellicht wel iets doen rondom het financieel inzicht en mensen eerder informeren over de gevolgen van bepaalde life events. Er wordt namelijk ook als opmerking gegeven dat mensen niet welke voorzieningen er allemaal zijn.
De onbekendheid van voorzieningen komt ook terug wanneer respondenten gevraagd worden naar de mate waarin zij bekend zijn met het aanbod van de gemeente en in welke mate de inwoners waar zij contact mee hebben. Hieruit blijkt dat de respondenten een duidelijk beeld hebben van het aanbod. Alleen de Participatieregeling 18+ en individuele inkomenstoeslag zijn minder bekend. Ook weten zij het brede aanbod aan ondersteuning vanuit het voorliggend veld goed te vinden.
Wanneer gevraagd wordt naar de bekendheid onder inwoners krijgen we een heel ander beeld. 10 respondenten geven aan dat naar hun inzicht mensen gemiddeld bekend zijn met het aanbod vanuit de Kempengemeenten en het voorliggend veld, 15 geven aan dat inwoners nauwelijks bekend zijn en 2 geven aan dat inwoners niet bekend zijn (door 5 niet ingevuld). Er worden ook een aantal redenen gegeven voor deze lage bekendheid, bijvoorbeeld dat mensen bang zijn dat ze teveel van hun inkomen/persoonsgegevens moeten prijsgeven of dat mensen niet weten waar ze moeten zoeken naar hulp. Twee respondenten geven aan dat mensen er vanuit gaan dat de hulp niet voor hun bedoeld is en daarom ook niet eens proberen om hulp aan te vragen. Ook onduidelijkheid rondom regels en het aanvraagproces komen terug als knelpunt.
Als vervolgvraag hebben we respondenten gevraagd naar suggesties om de bekendheid onder inwoners te verbeteren. Hieruit kwam voornamelijk dat er meer ingezet moet worden op communicatie van bestaande regelingen. Vanuit de gemeenten, maar ook bij ketenpartners zelf. Ook herhaling van deze informatie is cruciaal volgens de respondenten. Naast communicatie worden er ook suggesties gegeven rondom het verlagen van de drempel om informatie op te vragen. Denk hierbij aan gemakkelijk taalgebruik en het bundelen van informatie op één plek. Zowel online als één fysiek informatiepunt. Door deze antwoorden komen vragen op als: Is de gemeente de juiste partij om dit op te pakken? Wat is reeel om van de gemeente te verwachten en wat kunnen andere partijen doen?
Ten slotte wordt de samenwerking met andere organisaties in het veld over het algemeen positief ervaren. 11 respondenten geven deze een ruim voldoende, 9 een voldoende en 1 respondent vindt het perfect. Echter vinden 2 respondenten de samenwerking onvoldoende. Suggesties ter verbetering die genoemd worden zijn onder andere het organiseren voor netwerkbijeenkomsten en het bundelen van informatie over regelingen en contactmogelijkheden van andere organisaties. Hierbij wordt opgemerkt dat de gemeente de regie moet nemen om deze partijen bij elkaar te brengen. 3. Preventie Preventie is van belang in het bestrijden van armoede en schuldenproblematiek. Preventie is een mix van maatregelen die er op gericht is mensen (meer) financieel vaardig te maken. Wij verstaan onder preventie het volgende: collectief aanbod ten behoeve van het voorkomen van geldzorgen waar alle inwoners gebruik van kunnen maken. Dit kunnen activiteiten zijn gericht op bepaalde life events (denk dan aan een echtscheiding, pensioen, overlijden), maar ook algemene informatie over bijvoorbeeld budgetteren. Het meldpunt vroegsignalering is gericht op een kleinere groep inwoners. Hier worden meldingen gedaan als er al sprake is van één of meerdere betalingsachterstanden en valt daarom niet meer onder preventie.
Datzelfde geldt voor ‘individuele ondersteuning’, waar schuldhulpverlening, bijzondere bijstand/minimaregelingen en het sociaal raadsliedenwerk onder valt. Aan de respondenten is gevraagd of zij bekend zijn met preventie en hoe we dit kunnen verbeteren. Er is bewust een open vraag gesteld over het aanbod rondom preventie, omdat we verwachtten dat mensen matig op de hoogte zouden zijn. Ook is preventie een breed begrip en we wilden respondenten niet beperken tot enkele antwoorden. De Thuisadminstratie, Stichting Leergeld en Geldfit worden vaak als antwoord gegeven op de vraag met welk aanbod respondenten bekend zijn. Ook de pilot vroegsignalering wordt benoemd. Wanneer we vragen welk aanbod op het gebied van preventie mist, komen we tot de conclusie dat er eigenlijk niets mist behalve een duidelijk overzicht van het aanbod en reclame/campagnes. Ook komt de vraag naar speekuren terug. Opvallend is dat de reden voor het opzetten van campagnes het doorbreken van het taboe rondom schulden is. Door mensen bewust te maken van de mogelijkheid van geldzorgen wordt het normaler en zullen zij sneller hulp zoeken. Communicatie is ook bij dit onderwerp zeer van belang volgens de respondenten. 4.
Ondersteuning die aansluit bij behoeften In dit deel van de vragenlijst hebben we de respondenten gevraagd in hoeverre de beschikbare ondersteuning (zowel het gemeentelijke aanbod en het aanbod in het voorliggend veld) aansluit op de behoeften van inwoners in de Kempen.
Uit de antwoorden van de respondenten blijkt opnieuw dat de regelingen wel passend zijn voor de doelgroepen, maar dat ze de mensen niet bereiken. Zo geven 6 respondenten aan dat het totale aanbod goed aansluit bij inwoners, 13 gemiddeld en 2 nauwelijks (9 niet ingevuld). Echter, wanneer gevraagd wordt of het ook resultaat heeft, geven slechts 2 respondenten aan dat het goed is, 11 gemiddeld en 6 nauwelijks. Hierbij wordt telkens aangegeven dat de bekendheid bij inwoners niet voldoet en dat mensen onvoldoende financieel vaardig zijn. Ook wordt benoemd dat mensen zich niet durven aan te melden voor ondersteuning, vaak vanwege schaamte.
Suggesties ter verbetering zijn opnieuw het doorbreken van het taboe rondom armoede/schulden, het creeren van één loket en samenwerken binnen het veld om bekenbaarheid te vergroten. Ook wordt aangegeven dat organisaties zoals MD beter bereikbaar moeten zijn door bijvoorbeeld hun telefonische bereikbaarheid te verlengen. 5. Schuldhulpverlening Voor schulden zijn er verschillende definities. Je kunt onderscheid maken tussen ‘betalingsachterstanden’ en ‘problematische schulden’. Betalingsachterstanden zijn een schuld, maar de openstaande rekeningen kunnen nog binnen afzienbare tijd worden voldaan. Bij problematische schulden zijn de betalingsachterstanden zo groot dat de betrokkenen elke maand geld te kort komen en niet binnen een bepaalde periode hun schulden kunnen voldoen. Schuldhulpverlening biedt hulp bij financiële problemen en problematische schuldensituaties. De consulenten kijken eerst naar de persoonlijke situatie en bieden vervolgens de hulp aan die past. Aan onze respondenten is gevraagd of ze weten waar inwoners terecht kunnen als ze betalingsachterstanden hebben. Hierbij kwam de gemeente als meest bekende aanspreekpunt naar boven en de Sociaal raadslieden en thuisadministratie als tweede. Andere organisaties genoemd zijn budgetcoaches, een bewindvoerder en een dorpsondersteuner.
Wel valt op dat veel respondenten (8) inwoners met schulden nauwelijks doorverwijst naar schuldhulpverlening (terwijl de gemeente het meest bekend is). Hiervoor wordt als reden gegeven dat inwoners alleen naar schuldhulpverlening worden gestuurd als de schulden problematisch zijn óf als alle andere opties al geprobeerd zijn. Er wordt dus eerst bij de andere organisaties aangeklopt alvorens men naar de gemeente gaat. Interessant zou zijn waarom.
Op de vraag wat er anders kan worden georganiseerd zodat mensen met schulden beter worden geholpen komen weer antwoorden als makkelijkere toegang, taboes doorbreken en informatie bundelen. 6. Vindbaarheid/toegang, aanvraagproces en bereik regelingen Als gemeenten vinden we het belangrijk dat het totale hulpaanbod bekend is bij samenwerkingspartners en inwoners en dat inwoners die het nodig hebben, weten waar ze (laagdrempelig) terecht kunnen voor ondersteuning. In dit onderdeel hebben we gevraagd naar de bekendheid, maar ook naar ervaringen met het aanvraagproces van gemeentelijke, maar ook landelijke voorzieningen (denk dan dus aan minimaregelingen, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening, maar ook bijvoorbeeld aan huur-en zorgtoeslag). Dit hebben we uitgevraagd d.m.v. een aantal stellingen en open vragen.
Uit de resultaten blijkt dat het overgrote deel van de respondenten (13 van de 19) het totale aanbod aan ondersteuning promoot in hun contact met de inwoners. Ook blijkt dat zij goed weten waar zij terecht kunnen met vragen over dit aanbod (16 van de 19). Het is belangrijk dat andere organisaties de weg weten naar de gemeente en inwoners deze kunnen wijzen. Wanneer gevraagd wordt naar de specifieke ervaringen met de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening (MD) blijkt dat lang niet alle respondenten de toegang tot MD laagdrempelig vindt en de uitvraag passend. 11 respondenten staan hier namelijk neutraal in, 4 vinden het onvoldoende en slechts 4 respondenten vinden het voldoende. Suggesties ter verbetering van de toegang en/of vindbaarheid van MD die gegeven worden zijn o.a. het plaatsen van een loket in elke gemeente, ruimere bereikbaarheidstijden en het bundelen van informatie op één website in gemakkelijke taal. Ook wordt er geopperd dat medewerkers van MD vaker de dorpen in moeten gaan en daar contact te zoeken met mensen. Bovendien komt het idee om reclame te maken voor het aanbod aan hulp opnieuw terug. Dit zou een lopende campagne moeten zijn, zodat het altijd top-of-mind is bij inwoners als ze het nodig hebben. Wanneer er gevraagd wordt naar de vindbaarheid van het aanbod onder inwoners vindt 12 respondenten deze onvoldoende en 6 respondenten gemiddeld.
Als onze respondenten informatie zoeken over het aanbod aan regelingen zoeken zij voornamelijk op de website van de gemeente(n), de website van MD en die van KempenPlus. Hierbij wordt door 3 respondenten opgemerkt dat de informatie ‘weggestopt’ op de website staat. Daarna volgen fysieke vindplaatsen als lokale krantjes en flyers e.d. Daarnaast is gevraagd welke redenen respondenten zien waardoor inwoners geen gebruik maken van het totaal aan hulpaanbod. Veelgenoemde redenen zijn het gebrek aan laagdrempelige informatie/contact, te weinig overzicht van het totale aanbod en de schaamte om aan de bel te trekken. Een respondent merkt op dat mensen bang zijn de financiële ondersteuning terug moeten betalen en daardoor alles zelf op willen lossen. Een aantal andere respondenten geven aan dat er door het gebrek aan laagdrempelige informatie te weinig vertrouwen is in de hulp, waardoor mensen niet de stap zetten om hulp aan te vragen. Een gebrek aan digitale vaardigheid speelt bij sommige inwoners ook een grote rol hierin.
Tot slot zijn er ook een aantal vragen gesteld over het aanvraagproces voor inwoners van gemeentelijke voorzieningen (vb. BB of minima). Hieruit is gebleken dat 13 respondenten het met een gemiddeld beoordelen en 5 met een matig. Suggesties ter verbetering van het aanvraagproces zijn instellen van 1 loket, helpen met invullen (voornamelijk voor mensen met een beperking) en het vereenvoudigen van aanvraagpapieren. Hiermee wordt bedoeld dat formulieren qua taalgebruik eenvoudiger moeten worden, maar ook dat je met één formulier meerdere regelingen kunt aanvragen. Opnieuw komt het creëren van een warme, vertrouwde uitstraling naar boven. 7. Algemene dienstverlening en klantcontact van de uitvoeringsorganisatie (MD) De dienstverlening m.b.t. het uitvoeren van de wet schuldhulpverlening en de bijzondere bijstands- en minimaregelingen aanvragen wordt gedaan door consulenten van Samenwerking Kempengemeenten voor de inwoners van de vijf Kempengemeenten. We hebben gevraagd naar de ervaringen met de dienstverlening van MD en hoe die verbeterd kan worden. Allereerst is gebleken dat er gebruik wordt gemaakt van het complete aanbod aan minimaregelingen en bijzonder bijstand en/of schuldhulpverlening. Wanneer er uitgevraagd wordt hoe het contact verloopt met MD blijkt dat het lastig is dat je vaak je verhaal moet vertellen als beller en dat je te veel wordt doorverwezen.