Bijlage 2. Achter de Sleutel, Riethoven_ toelichting ter vaststelling.pdf
Tekst van het document
Een deel van de aanwezige bomen is door de gemeente Bergeijk aangewezen als waardevolle bomenopstand (perceel 2526, 2527 en 2528). Voor deze bomen geldt een vergunningsplicht voor de kap en een herplantplicht. Slechts voor één boom (meest oostelijke) zal een kapvergunning worden aangevraagd. Om beter zicht te hebben op de levensvatbaarheid van de bestaande bomen is een boomeffectanalyse uitgevoerd. De rapportage daarvan is opgenomen in bijlage 7. Op basis van de resultaten van de boomeffectanalyse wordt bepaald welke bomen voldoende kwaliteit hebben om eventueel te kunnen behouden.
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
Nader onderzoek Buro Maerlant heeft een nader onderzoek naar vleermuizen, marters, de levendbarende hagedis en uilen uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage 8. Door het nader (seizoensbrede) onderzoek is een goed beeld ontstaan over de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en de aan- of afwezigheid van de levendbarende hagedis, marters en de ransuil. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Als jachtgebied heeft het plangebied functie voor een relatief klein aantal vleermuizen. Doordat in de omgeving een overmaat aan alternatieven aanwezig is, worden geen negatieve effecten verwacht op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. De levendbarende hagedis, marters en de ransuil komen niet voor in het plangebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van het territorium van de bosuil. Het feitelijke nest is niet aangetroffen in het plangebied zelf. Voor de bosuil blijft in de omgeving voldoende jachtgebied over, zodat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Door rekening te houden met de broedperiode wordt voorkomen dat een eventueel aanwezig nest in de omgeving wordt verstoord. Zorgplicht Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 170 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie. Het betreft droog bos met productie. De onderzoekslocatie is op ruim 500 meter afstand van een onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Door de voorgenomen plannen op de onderzoeklocatie in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland naar verwachting niet worden aangetast. Stikstofdepositie In de omgeving van het plangebied liggen enkele Natura 2000-gebieden. De kortste afstand tot het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux is circa 2 km. Op grotere afstand ligt ten noordwesten van het plangebied Natura 2000-gebied Kempenland-West. In juni 2020 is door S&W consultancy een berekening van de stikstofdepositiebijdrage in de omliggende Natura 2000-gebieden opgesteld. Hieruit blijkt dat het projecteffect maximaal 0,00 mol/ha/jaar is (zie bijlage 9).
Hiermee wordt voldaan aan het wettelijk kader en er is geen melding of vergunning noodzakelijk. Aangetoond is dat als gevolg van het project geen toename van stikstofdepositie te verwachten is in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat significante gevolgen voor beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten als gevolg van stikstofdepositie op voorhand zijn uitgesloten. De instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden worden gerespecteerd en de natuurlijke kenmerken worden niet aangetast. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van Achter de Sleutel.
28
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
4.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Risico is de kans dat een potentieel gevaar resulteert in een daadwerkelijk incident en de ernst van het letsel of de schade die dit tot gevolg heeft. Het is daarbij gedefinieerd als 'de kans op overlijden' voor personen. De aanwezige risico's kunnen ingedeeld worden naar brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (Basisnet: spoor, weg en water) en kabels en (buis)leidingen. Het algemene Rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens. Dat gebeurt o.a. door te voorkomen dat te dicht bij kwetsbare bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht.
De eindafweging (vertaald in een ruimtelijke onderbouwing) kan pas worden gemaakt wanneer advies bij de veiligheidsregio is ingewonnen. Beoordeling Voor de ontwikkeling van het plangebied moet worden vastgesteld of het is gelegen binnen de veiligheidscontour van inrichtingen, wegen, buisleidingen en vaarwegen. De inrichtingen zijn weergegeven op de Signaleringskaart Externe Veiligheid (EV) en de Risicokaart van de Provincie Noord-Brabant. Het (bebouwbare gedeelte van het) plangebied is niet gelegen binnen een invloedsgebied van een risicobron.
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
4.8
Bedrijven en milieuzonering
In de ruimtelijke ordening wordt het principe van milieuzonering gehanteerd. Dat betekent dat, op basis van richtafstanden, functies ruimtelijk van elkaar worden gescheiden. Dit om enerzijds een zo goed mogelijk leefomgevingskwaliteit en anderzijds ruimte voor economische ontwikkelingen te creëren. De milieuhinder die bedrijven veroorzaken, kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009). In de handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van vier factoren (geluid, geur, stof en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd.
De indicatieve afstanden uit de VNG-handreiking geven een indicatie van de aan te houden afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De (milieu)wetgeving blijft echter leidend. In de praktijk doen zich bijvoorbeeld ook (historisch gegroeide) situaties voor, waarbij ‘te zware’ bedrijvigheid op korte afstand van woningen is gesitueerd. In die gevallen worden de bedrijfsactiviteiten ingeperkt door de milieuregelgeving, waardoor ter plaatse van nabijgelegen woningen toch sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Beoordeling In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele niet-woonfuncties aanwezig aan de Dorpsstraat. Het betreft een tweetal horecagelegenheden: een restaurant aan de Dorpsstraat 9 en een hotel-restaurant annex feestzaal aan de Dorpsstraat 1a. In de hiervoor genoemde bedrijvenlijst is voor een hotel en bistro een richtafstand van 10 meter opgenomen en voor een (muziek)café 30 meter. Deze afstanden hebben betrekking op het aspect geluid. De afstand van het plangebied tot het perceel Dorpsstraat 9 is circa 40 meter. Het functioneren van dit restaurant wordt met de bouw van nieuwe woningen binnen het plangebied niet beperkt. Het perceel Dorpsstraat 1a grenst direct aan het plangebied en binnen de genoemde richtafstand van 30 meter worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt.
De kortste afstand tussen het bouwvlak binnen de horecabestemming en de bouwvlakken binnen de woonbestemming binnen het plangebied bedraagt ruim 40 meter. Kijkende naar de maximale bouwmogelijkheden wordt derhalve aan voornoemde richtafstanden voldaan. Volgens stap 1 van het stappenplan van de VNG-handreiking is hiermee ter plaatse van de nieuwe woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Ondanks dat er zowel ten noorden (Dorpsplein 2) als zuiden (Dorpsstraat 1b) op aanzienlijk kortere afstand van de horecagelegenheid reeds woningen aanwezig zijn, is door Tritium Advies toch een akoestisch onderzoek uitgevoerd om aan te tonen dat de beoogde nieuwbouw de horecagelegenheid akoestisch gezien niet zal beperken in de bedrijfsvoering. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 10 opgenomen. In dit rapport is het akoestisch model geactualiseerd op basis van geluidisolatiemetingen aan de maatgevende geluidbronnen en zijn de effecten van overige akoestisch relevante bedrijfsactiviteiten, zoals het laden en lossen van drank, meegenomen. Conclusie Uit het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Om in de maatgevende nachtperiode te kunnen voldoen aan het Activiteitenbesluit dienen enkele gevels ter plaatse van de eerste en eventuele tweede verdieping als 'dove' gevel dienen te worden uitgevoerd.
In een dergelijke gevel zijn geen te openen delen (ramen en deuren) toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Hiervoor geldt als voorwaarde dat er een geluidafschermende voorziening op de kadastrale grens van het perceel Dorpsstraat 1a wordt gerealiseerd met een hoogte van 3 meter boven maaiveld. In plaats van een scherm kan ook voor de realisatie van een rij bergingen worden gekozen.
30
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
In een nog uit te voeren aanvullend akoestisch onderzoek zal voor de aan de horecagelegenheid grenzende woningen de gevelwering worden berekend om aan te tonen dat te allen tijde aan een binnen geluidniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde kan worden voldaan. Deze eis geldt tevens voor de 'dove' gevels. Hiermee is er namelijk sprake van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Voor de relevante woningen en verdiepingen is in de bouwregels een dove gevel voorgeschreven. Voor de oprichting van het geluidscherm en het aanvullend akoestisch onderzoek zijn in de regels voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Op basis van de resultaten kan enerzijds worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde grondgebonden woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Anderzijds kan worden gesteld dat de horecagelegenheid vanwege de realisatie van een geluidafschermende voorziening en het doof uitvoeren van enkele gevels niet wordt ingeperkt in de huidige en eventuele toekomstige bedrijfsvoering. Voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er derhalve geen belemmeringen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.
4.9
Geur
Bij een ruimtelijke ontwikkeling met geurgevoelige objecten dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de omliggende veehouderijen niet (aanvullend) worden beperkt in hun mogelijkheden. In juli 2021 is door AGEL adviseurs een onderzoek naar geurhinder uitgevoerd. De memo hiervan als bijlage 11 opgenomen. Wet geurhinder en veehouderij Voor de bouw van nieuwe woningen gelden vaste afstanden (art. 5 lid 1 Wgv). De afstanden worden gemeten van de gevel van het dichtstbijzijnde dierverblijf tot de gevel van het geurgevoelig object. Binnen de bebouwde kom bedraagt deze afstand 50 meter. Voor veehouderijen met dieren zonder geuremissiefactor geldt binnen de bebouwde kom een vaste afstand 100 meter. De maximaal toegestane geurbelasting ten gevolge van een veehouderijen met dieren met geuremissiefactor ter plaatse van de nieuwe woningen is afhankelijk van de ligging van het geurgevoelig object in een concentratie gebied of een niet concentratie gebied. De gemeente Bergeijk is gelegen in een zogenaamd binnen de bebouwde kom een norm van 3 OU E/m3 geldt. Geitenhouderijen Uit het RIVM Rapport 2017-0062 (Veehouderij en Gezondheid (VGO) (aanvullende studies)) komt naar voren dat omwonende van o.a. geitenhouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van een longontsteking.
Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om het uitbreiden van dierverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. De gemeente Bergeijk heeft middels een memo, opgesteld door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (Notitie ‘Omgekeerde werking geitenmoratorium’ gemeente Bergeijk, d.d. 31 juli 2018), onderbouwd onder welke voorwaarden woningbouw binnen de gemeente mogelijk is. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen “ontwikkeling van enkele woningen of een kleine woonwijk” en “grootschalige ontwikkelingen”. Het kader wanneer sprake is van een “ontwikkeling van enkele woningen of een kleine woonwijk” of een “grootschalige ontwikkeling” wordt niet gegeven. Op basis hiervan moet worden beoordeeld of woningbouw binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij verantwoord is. Beoordeling Veehouderijen De afstand van de gevel van het dichtstbijzijnde dierverblijf tot de gevel van het nieuwe geurgevoelig object bedraagt 550 meter. Dit betreft een dierverblijf van de veehouderij aan de Eind 10 te Riethoven. Hiermee wordt voldaan aan de eis van 50 meter uit de Wgv.
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven De dichtstbij gelegen veehouderij met dieren zonder emissiefactor betreft de veehouderij aan de Heiereind 10 te Riethoven. De afstand van het emissiepunt van deze veehouderij tot de gevel van het geurgevoelig object bedraagt 900 meter. Hiermee wordt voldaan aan de eis van 100 meter uit de Wgv. Binnen een straal van 2 km rond het nieuwe geurgevoelig object bevinden zich 10 intensieve veehouderijen. Van de veehouderijen binnen een straal van 2 km zijn er 2 bepalend voor de geurbelasting, te weten: Eind 10 te Riethoven (545 meter oost, 24.519 OUE/s); Bisschop Rythoviusdreef 1 te Riethoven (575 meter west, 69.287 OUE/s). De geurbelasting ten gevolge van deze 2 veehouderijen is middels berekeningen aangetoond dat wordt voldaan aan de norm van 3 OUE/m3. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rond het plangebied bevinden zich 2 geitenhouderijen. Dit betreft de veehouderijen aan de Braambos 17 te Westerhoven en Broekhovenseweg 15 te Riethoven. Braambos 17 te Westerhoven bevindt zich op een afstand van 1.900 meter ten zuidoosten van het plangebied. Binnen de veehouderij zijn 163 geiten toegestaan; Broekhovenseweg 15 te Riethoven bevindt zich op een afstand van 1.500 meter ten noorden van het plangebied. Binnen de veehouderij zijn 103 geiten toegestaan.
Uit VGO-onderzoek blijkt een verhoogde kans op een longontsteking voor mensen die nabij een geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 tot 2 km. Door het toevoegen van woningbouw neemt de kans niet toe, wel worden er meer mensen blootgesteld aan stoffen die mogelijk een longontsteking kunnen veroorzaken. In de voorliggende situatie is sprake van woningbouw op een afstand van 1,5 tot 1,9 km van een geitenhouderij. In het onderzoek AGEL adviseurs is onderbouwd dat wordt voldaan aan de overwegingen zoals opgenomen in de notitie ‘Omgekeerde werking geitenmoratorium’, die gelden voor "ontwikkelingen van enkele woningen of kleine woonwijken" en "grootschalige ontwikkelingen". De afstand tot de dichtstbij gelegen geitenhouderij is dermate groot dat de risico's voor de volksgezondheid voldoende worden beperkt. Tot slot is er een Endotoxine toets uitgevoerd voor de veehouderijen aan de Eind 10 en de Bisschop Rythoviusdreef 1. Voor beide veehouderijen wordt voldaan aan de afstand en daarmee aan de advieswaarde van de Gezondheidsraad. Conclusie Uit het genoemde onderzoek blijkt dat sprake is van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat en dat de bestaande veehouderijen als gevolg van de woningbouwontwikkeling niet aanvullend worden beperkt in hun mogelijkheden.
Ten aanzien van de geitenhouderijen is aangetoond dat de gezondheidsrisico’s ter plaatse van de nieuwe woningen voldoende worden beperkt en dat wordt voldaan aan de advieswaarde van de Gezondheidsraad ten aanzien van de Edotoxine. Het aspect geurhinder levert geen belemmeringen op voor het bestemmingsplan.
4.10
Kabels en leidingen
Binnen het plangebied liggen geen leidingen waarvoor een planologische bescherming (regeling in het bestemmingsplan) nodig is.
32
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
4.11
Verkeer en parkeren
Verkeer Daar waar woningen worden gebouwd, neemt de hoeveelheid verkeer toe. Vanwege het maximum aantal toegestane woningen van 44 is met een aantal verkeersbewegingen van gemiddeld 7 op een werkdag (op basis van de CROW) sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen van ruim 300. Gelijk verdeeld over twee ontsluitingspunten is slechts sprake van een toename van ruim 150 verkeersbewegingen op de Gildestraat en Tonterstraat. Deze beperkte toename zal niet leiden tot knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling. Parkeren Op 23 februari 2017 is het gemeentelijk parkeerbeleid ‘Nota Parkeernormen 2017’ vastgesteld. Daarmee heeft Bergeijk een planmatige en consequente werkwijze voor het toepassen van de parkeerkencijfers vastgesteld. De gemeente Bergeijk gebruikt de parkeerkencijfers van het CROW voor het bepalen van de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Bergeijk gaat uit van een gemiddelde parkeernorm, aansluitend bij omliggende gemeenten. De parkeerkencijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Bergeijk ‘niet stedelijk’ Beoordeling De bestemming 'Wonen' bevat de mogelijkheid voor de oprichting van diverse grondgebonden eengezinswoningen. Dat betekent dat pas bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden getoetst aan de parkeerregels.
Dat neemt niet weg dat op basis van de huidige stedenbouwkundige inrichting wel inzicht kan worden geboden in de wijze waarop in de parkeerbehoefte wordt voorzien. In de parkeerbalansberekening is uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van 2,3 parkeerplaats per vrijstaande (koop)woning, 2,2 per halfvrijstaande (koop)woning en 2 per aaneengebouwde (koop)woning. Voor sociale huurwoningen is de gemiddelde parkeernorm 1,6 parkeerplaats per woning. Voor patiowoningen wordt de parkeernorm voor halfvrijstaande (koop)woningen aangehouden. In het plangebied zijn nu de volgende aantallen woningen voorzien: 20 aaneengebouwde woningen, waarvan 9 sociale huurwoningen 20 halfvrijstaande woningen, waarvan 8 patiowoningen 4 vrijstaande woningen Met toepassing van de genoemde gemiddelde parkeernormen ontstaat een behoefte van 90 parkeerplaatsen. Op eigen terrein bij de woningen is ruimte voor 36 parkeerplaatsen. In het openbare gebied worden twee parkeerkoffers aangelegd met in totaal 13 parkeerplaatsen. Voor de overige 41 parkeerplaatsen wordt in het wegprofiel ruimte geboden voor langsparkeren. Zoals eerder aangegeven, kan de op het bouwplan afgestemde toets aan de parkeerregels pas plaatsvinden als berekend is hoeveel en welk type woningen worden gebouwd en op welke wijze parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd.
Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt getoetst aan het gemeentelijke parkeerbeleid. In hoofdstuk 3 van de planregels is hiervoor een regeling opgenomen.
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
4.12
(Vormvrije) m.e.r.-beoordeling
De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld aan een bestemmingsplan. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De voorgenomen woningbouwontwikkeling valt onder categorie D 11.2 “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Voor deze categorie D 11.2 activiteit uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een ondergrens voor een m.e.r.-beoordelingsplicht. De activiteit die met de wijziging van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, blijft ruim onder deze drempelwaarden: de oppervlakte van de voorgenomen activiteit bedraagt minder dan 100 hectare; het plan is een aaneengesloten gebied en bevat minder dan 2.000 woningen; het plan bevat geen bedrijfsvloeroppervlakte.
Beoordeling De in dit plan opgenomen activiteit staat vermeld in lijst D van de bijlage Besluit m.e.r., waarvoor een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Gezien de kenmerken, omvang en ligging van het project (zie ook hoofdstukken 1 en 2) en effecten volgens de criteria van bijlage III bij de EU-richtlijn, is de conclusie dat er geen sprake is van aanzienlijke nadelige milieugevolgen. Op 9 november 2020 heeft het bevoegd gezag besloten dat er geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld. In bijlage 12 is het besluit opgenomen.
34
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
Het bestemmingsplan ‘Achter de Sleutel, Riethoven’ bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding is de bestemming weergegeven, met daarbij behorende gebiedsaanduidingen, functieaanduidingen en bouwvlakken. In de regels zijn aan de bestemmingen en aanduidingen bouw- en gebruiksregels gekoppeld. Het bestemmingsplan is opgesteld conform het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Met de opzet van de regels is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). In de planregels zijn regels opgenomen met betrekking tot het gebruik van de gronden en de toegestane bebouwing. De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begripsbepalingen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. In dit hoofdstuk is de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld.
Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
5.2
De bestemmingen
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor. Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor langzaam verkeer, straatmeubilair, inritten, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming zijn alleen gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut toegestaan. In de regels zijn bouwregels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Straatmeubilair valt onder de vergunningvrije mogelijkheden voor bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, zoals benoemd in Bijlage II artikel 2 onder 18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Tuin De voortuinen bij woningen in de bestemming ‘Wonen’ zijn opgenomen binnen de bestemming ‘Tuin’. Deze gronden mogen worden gebruikt als tuin bij de woningen en zijn daarnaast mede bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht in de vorm van erkers, luifels en portalen ten behoeve van de aangrenzende hoofdgebouwen (woningen). Daarnaast mogen erfafscheidingen (maximaal 1 meter hoog), vlaggenmasten, palen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
Verkeer - Verblijfsgebied De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen alleen gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. In de regels zijn bouwregels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven Het aanbrengen van straatmeubilair is inherent aan de bestemming. Straatmeubilair valt onder de vergunningvrije mogelijkheden voor bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, zoals benoemd in Bijlage II artikel 2 onder 18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Wonen De voor ‘Wonen’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor wonen en beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten als ondergeschikte functie bij de woning. Ook zijn tuinen, erven, inritten en verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Er zijn in totaal maximaal 44 woningen toegestaan. Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen de hoofdgebouwen moeten worden gerealiseerd. In de regels zijn nadere bebouwings- en gebruiksregels gegeven. Voor de bouw van bijbehorende bouwwerken is bepaald dat maximaal 80% van het bouwperceel binnen de bestemming 'Wonen' mag worden bebouwd tot een maximum van 200 m² buiten het bouwvlak. Voor starters- en seniorenwoningen gelden aanvullende bouwregels.
Het betreft een maximale oppervlakte van het bouwperceel voor starterswoningen, een maximum inhoud en een maximum bebouwd oppervlakte van de seniorenwoning (hoofdgebouw en aangebouwde bijbehorende bouwwerken, exclusief de vergunningvrije mogelijkheden voor bouwwerken, zie Bijlage II artikel 2 onder 3 van het Besluit omgevingsrecht). Ook voor de woonpercelen langs de oostelijke plangrens gelden aanvullende regels in relatie tot de horeca-activiteiten op het adres Dorpsstraat 1a. Het betreft het uitvoeren van de achtergevel op één of meer verdiepingen en/of de kap als dove gevel, de verplichting tot het oprichten van een geluidscherm en het verrichten van aanvullend akoestisch onderzoek om aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Waarde - Archeologie Overeenkomstig het gemeentelijk erfgoedplan zijn verschillende dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden. Voorliggend bestemmingsplan bevat drie dubbelbestemmingen: ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde Archeologie 4.1’. De systematiek van elke dubbelbestemming is hetzelfde, alleen de ondergrenzen zijn verschillend. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen.
Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig het erfgoedplan, per dubbelbestemming: Waarde - Archeologie 2: bodemingrepen die niet dieper reiken dan 30 cm onder maaiveld en kleiner zijn dan 100 m² worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Waarde - Archeologie 3: bodemingrepen die niet dieper reiken dan 30 cm onder maaiveld en kleiner zijn dan 250 m² worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Waarde - Archeologie 4.1: bodemingrepen die niet dieper reiken dan 30 cm onder maaiveld en kleiner zijn dan 500 m² worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
36
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Financieel
In artikel 6.12 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld doordat de gemeente hierover overeenkomsten heeft gesloten met de eigenaren van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden. De kosten voor de planvorming en de uitvoering van de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is hiervoor een anterieure overeenkomst afgesloten, zodat een exploitatieplan niet nodig is. De gemeente ondervindt derhalve geen negatieve financiële gevolgen ten aanzien van deze ontwikkeling en loopt geen financieel risico.
6.2
Maatschappelijk
6.2.1
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Achter de Sleutel, Riethoven’ heeft in het kader van de inspraakprocedure vanaf 22 oktober 2020 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging zijn 13 inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in de als bijlage 13 opgenomen ‘Nota van inspraak en vooroverleg Bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven'. In de nota is per reactie aangegeven of de reactie heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
6.2.2
Vooroverleg
In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan aangemeld bij de provincie Noord-Brabant via het e-formulier 'Inventarisatie ruimtelijke aspecten'. Via dit formulier wordt duidelijke hoe het bestemmingsplan zich verhoudt tot de provinciale belangen die op basis van het provinciaal ruimtelijk beleid relevant zijn. Het ingevulde formulier over de in het voorontwerp betrokken ruimtelijke aspecten geeft voor de provincie Noord-Brabant geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het wettelijk vooroverleg is hiermee afgerond. Daarnaast is overleg gevoerd met het waterschap. De reactie van het waterschap is samengevat en van een beantwoording voorzien in de als bijlage 13 opgenomen ‘Nota van inspraak en vooroverleg Bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven'.
6.2.3
Vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Achter de Sleutel, Riethoven’ heeft vanaf vanaf 18 maart 2021 voor zes weken ter inspraak gelegen. Gedurende die termijn kon er door eenieder een zienswijze worden ingediend. Tijdens de zienswijzentermijn zijn er 8 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota van zienswijzen en wijzigingen die als bijlage 14 is opgenomen. De zienswijzen hebben niet geleid tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan, omdat alleen onderdelen in de toelichting zijn aangepast. Het betreft paragraaf 4.9 Geur, alsmede bijlage 11 (Onderzoek geurhinder en veehouderij), naar aanleiding van punt 1.5 uit de Nota van zienswijzen en wijzigingen.
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven Het bestemmingsplan ‘Achter de Sleutel, Riethoven’ is op xx september gewijzigd vastgesteld. De titel van artikel 6.2.5 is aangepast. Een overkapping kan ook een bouwwerk, geen gebouw zijnde betreffen. Omdat deze in de regels worden aangemerkt als een 'bijhorend bouwwerk', dienen deze te worden uitgesloten in artikel 6.2.5. Daarnaast is ambtshalve een bijlage toegevoegd: het door het bevoegd gezag goedgekeurde Programma van Eisen Archeologisch proefsleuvenonderzoek. In paragraaf 4.2 Archeologie en cultuurhistorie is een verwijzing opgenomen naar dit rapport.
38
bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)