CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Achter de Sleutel, Riethoven_ toelichting ter vaststelling.pdf

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven13.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Achter de Sleutel, Riethoven

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie

13 13 15 18 19 21

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische verantwoording 4.1 Bodem 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Geur 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 (Vormvrije) m.e.r.-beoordeling

22 22 23 24 24 25 25 29 30 31 32 33 34

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 De bestemmingen

35 35 35

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Financieel 6.2 Maatschappelijk

37 37 37

2

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 2

Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

Bijlage 3

Programma van Eisen Archeologisch proefsleuvenonderzoek

Bijlage 4

Waterparagraaf

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

Bijlage 7

Opname behoudenswaardige bomen

Bijlage 8

Nader onderzoek natuur

Bijlage 9

Rapportage stikstofdepositie

Bijlage 10

Akoestisch onderzoek horecalawaai

Bijlage 11

Onderzoek geurhinder en veehouderij

Bijlage 12

Besluit milieueffectrapportage

Bijlage 13

Nota van inspraak en vooroverleg

Bijlage 14

Nota van zienswijzen en wijzigingen

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Toelichting

4

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Door de ontwikkeling van Riethoven in de periode na de Tweede Wereldoorlog, waarbij uitbreiding langs lintvormige uitlopers als Tonterstraat en Willibrordusstraat plaatsvond, zijn achter de oudere percelen aan de Dorpsstraat onbebouwde achterterreinen ontstaan. In de afgelopen 15 jaar is dit gebied tussen de Dorpsstraat en Willibrordusstraat ingevuld met woningbouw. Het onbebouwde gebied tussen de Dorpsstraat en Tonterstraat is nog steeds onbebouwd. Er ligt een initiatief om ook het onbebouwde gebied tussen de Dorpsstraat en Tonterstraat te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. De gemeente Bergeijk is voornemens om hieraan medewerking te verlenen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridisch-planologische regeling voor de herontwikkeling van het genoemde onbebouwde gebied tussen de Dorpsstraat en Tonterstraat naar woningbouw.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen tussen de Dorpsstraat, Gildestraat en Tonterstraat in het zuidwesten van Riethoven. In bijgaande figuren zijn de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven.

Ligging van het plangebied in Riethoven (luchtfoto: Zoom Earth)

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Globale begrenzing van het plangebied (luchtfoto: Zoom Earth) Het plangebied is te betreden via de Gildestraat (tussen de huisnummers 10 en 13) en Tonterstraat (tussen de huisnummers 23 en 27).

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Riethoven/Walik 2012' zoals vastgesteld op 31 mei 2012. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen 'Bos' en 'Wonen'. Tevens is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van verschillende categorieën opgenomen, hetgeen inhoudt dat bij grondwerkzaamheden dient te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, of de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld. Op de gronden binnen het plangebied met de bestemming 'Wonen' zijn bijgebouwen uitgesloten.

6

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Riethoven/Walik 2012' Op 2 juli 2014 is het bestemmingsplan 'Riethoven/Walik 2012, herziening 2014' vastgesteld. Hierin heeft voor het plangebied geen herziening van bestemmingen of regels plaatsgevonden. Omdat bijgebouwen zijn uitgesloten, is de aangepaste regel voor de maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet relevant. Voor het gehele bebouwde gebied van de gemeente Bergeijk, waaronder Riethoven geldt daarnaast het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Bergeijk 2018', zoals vastgesteld op 26 juni 2018.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 en 3 van deze toelichting bevatten een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie. In hoofdstuk 4 volgt een weergave en toets op het relevante beleid. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in relatie tot de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. Het hoofdstuk erna is gericht op duurzaamheid. De juridische toelichting op het bestemmingsplan staat in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid en de procedure.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Hoofdstuk 2 2.1

Het plangebied

Bestaande situatie

De ruimtelijke structuur van Riethoven wordt gekenmerkt door het stelsel van historische dorpslinten (Schoolstraat/Dorpsstraat en Gildestraat/Molenstraat) en meer recente bebouwingslinten (Tonterstraat/Stevertsebaan en Willibrordusstraat). Op de kruising van de historische dorpslinten bevindt zich de kerk met de karakteristieke driehoekige ruimte van het Dorpsplein. Ten zuiden van het dorp is lintbebouwing langs de Boshovensestraat/Voorderstraat/Eind aanwezig, met karakteristieke doorzichten tussen de bebouwing, richting het beekdal ten zuiden van Riethoven. Het noordelijke deel van Riethoven wordt gevormd door de planmatig opgezette woonbuurten Mortakkers en Galbergen. Ten zuiden van het dorpslint Gildestraat/Molenstraat stond er tot het jaar 2000 alleen bebouwing direct aan de oude routes. In het begin van deze eeuw is het gebied achter de percelen aan de Dorpsstraat, Willibrordusstraat en Voorderstraat een nieuwe woonbuurt gebouwd. Zoals al in hoofdstuk 1 is aangegeven, zijn door de verdichting van bebouwing langs de dorpslinten achter de oudere percelen aan de Dorpsstraat onbebouwde achterterreinen ontstaan. Het onbebouwde gebied tussen de Dorpsstraat en Tonterstraat is nog steeds onbebouwd en bestaat uit grasland en bos. Er staan drie kleine gebouwen met een totale oppervlakte van circa 300 m².

2.2

Toekomstige situatie

Met de ontwikkeling Achter de Sleutel wordt invulling gegeven aan onder andere de behoefte aan starters- en seniorenwoningen (huur en koop). Met de bouw van seniorenwoningen wordt de doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd; woningen die vrijkomen zijn geschikt voor gezinnen. Uitgangspunt voor het plan is het realiseren van een woonbuurt, die past in de huidige ruimtelijke structuur van Riethoven. Bestaande linten blijven behouden en twee onbebouwde percelen aan de Tonterstraat en Gildestraat worden benut als ontsluiting van de nieuwe woonbuurt. In deze paragraaf wordt het stedenbouwkundig plan nader toegelicht en is aangegeven hoe de vertaling naar bestemmingen heeft plaatsgevonden.

2.2.1

Het stedenbouwkundig plan

Ruimtelijk concept Het ruimtelijke concept dat aan het stedenbouwkundig plan ten grondslag ligt, gaat uit van een zone van bebouwing langs de randen van het gebied, die een centraal gelegen grote groene ruimte omringen. De woningen zijn zoveel mogelijk met hun voorzijden op de groene ruimte gericht. Op deze manier woont (bijna) iedereen aan het groen. In de huidige situatie wordt het plangebied omringd door kavels met woningen, die met hun voorzijde naar de omliggende straten georiënteerd zijn. Hierdoor zijn zij met hun achterzijde naar het plangebied gericht. Door het toepassen van het beschreven ruimtelijke concept, worden voorkanten naar de (centraal in het plan gelegen) groene openbare ruimte gericht en wordt voorkomen dat direct aangrenzend aan deze percelen openbare ruimte wordt aangelegd of dat een situatie ontstaat dat nieuwe woningen met de voorzijde naar de achtertuinen van bestaande woonpercelen zijn gericht.

8

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Stedenbouwkundige lay-out De woonvelden rondom de centrale groene ruimte hebben een zodanige ligging en dat er voor het overgrote deel een flexibele invulling kan plaatsvinden. De dieptemaat is zodanig gekozen, dat vrijwel elk woningtype inpasbaar is. Dit zorgt ervoor dat er een grote diversiteit aan woningtypen mogelijk wordt gemaakt en dat er zowel stedenbouwkundig als consumentgericht maatwerk kan worden geleverd. De woningen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met kap. Voor elk woningtype afzonderlijk wordt de positie op het perceel vastgelegd door de opname van afstanden tot de zijdelingse perceelsgrenzen. Naast de mogelijkheden voor diversiteit geldt er voor het plan ook een aantal uitgangspunten, die de typologie van de woningen bepalen. Zo geldt het uitgangspunt dat de stedenbouwkundige vertaling reageert op de aard van de randen van het plangebied. Daarnaast is er een bepaalde mate van wandwerking gewenst, die de centrale groene ruimte begeleidt. Deze twee uitgangspunten zorgen ervoor dat er aan de oostzijde van het plan wat meer aaneengesloten woonblokken zullen komen dan aan de westzijde.

Ook zijn op strategische punten (bijvoorbeeld straathoeken, zichtlijnen vanuit bepaalde straten, de entrees van het plan, de zuidelijke zijde van de centrale ruimte) typologieën gewenst, die door hun maatvoering en verschijningsvorm bijvoorbeeld een bepaalde mate van accentwerking en/of een tweezijdige oriëntatie mogelijk maken. In het gehele plan zijn de woningen met hun voorzijden naar de belangrijkste openbare ruimten gericht. Dit zorgt voor hoogkwalitatieve ruimten, waarbij achter- en zijkantsituaties grenzend aan de openbare ruimte, met een grotere kans op onwenselijke erfafscheidingen, worden voorkomen. Daarnaast zorgt deze opzet ervoor dat veel woningen in het plan op groen uitkijken. Het is wetenschappelijk aangetoond dat dit de gezondheid van de bewoners op een positieve manier beïnvloedt.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Ontsluiting De ontsluiting van het plan zal in hoofdzaak geschieden door een straat, die om de grotere groene ruimte loopt. Vanuit de omringende straten haken er twee straten aan op deze interne woonstraat. Eén van de straten takt aan op de Gildestraat aan de noordzijde van het plan. De tweede entreeweg takt aan op de Tonterstraat, die aan de zuidwestzijde van het plan loopt. Het parkeren gebeurt in beginsel op drie verschillende manieren. Op de eerste plaats is er het parkeren op eigen terrein. Dit gebeurt met name bij de grotere woningtypen, zoals vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen. Naast het parkeren op eigen terrein zal er worden geparkeerd in zogenaamd parkeerkoffers. Dit zijn kleinschalige 'pleintjes', bestaand uit een kort weggetje met 'haaks daarop liggende parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn zo efficiënt mogelijk ingericht en worden omringd door groen en bomen. De parkeerkoffers liggen in de 'hoeken' van het plan, waardoor een groot aantal auto's niet direct vanuit de belangrijkste openbare ruimten ervaarbaar is. Dit draagt bij aan het 'dorpse karakter' van het plan.

10

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven De derde manier om auto's te parkeren, is op zogenaamde 'rabatsroken' langs de belangrijkste straten van het plan. Er is voor gekozen om geen letterlijke parkeerplaatsen te maken. Dit geeft namelijk een erg stedelijk beeld. Door te kiezen voor de bovenstaande oplossing, blijft het karakter informeel en kan het aantal vierkante meters verharding worden geminimaliseerd. Ook dit draagt bij aan het 'dorpse karakter' van het plan en aan de doelen op het gebied van klimaatadaptatie van de gemeente Bergeijk (minimaliseren van verharding, voorkomen van hittestrokes, maximaliseren van het oppervlak voor infiltratie van hemelwater). Groen en water Het ruimtelijk concept berust mede op de keuze dat het grootste deel van de openbare ruimte in het plan wordt gevormd door de centrale open ruimte, 'De Brink' genaamd. Deze keuze zorgt ervoor dat ook het groen voor het grootste deel is geconcentreerd op één plek. Door deze keuze wordt snippergroen vermeden. Daarnaast ontstaat hierdoor een ruimte die een grote impact heeft wat de beleving van het groen aangaat. Ook is deze ruimte zeer flexibel in gebruik. Het grasveld kan worden gebruikt voor sport en spel en/of voor buurtbijeenkomsten en -festiviteiten. De Brink zal bestaan uit een combinatie van gras en bomen.

Deze centrale groen ruimte wordt zodanig ingericht dat deze bij zware regenval dienst doet als wadi waarin regenwater tijdelijk kan worden opgevangen. De beide ontsluitingswegen worden geflankeerd door groene bermen met daarin verspreid staande bomen. Daarnaast ligt er aan de westzijde van het plan een houtwal, bestaande uit inheemse heesters met verspreid staande boomvormers. Tot slot worden de in het plan geprojecteerde parkeerkoffers door groene hagen omzoomd. Duurzaamheid en toekomstbestendig Duurzaam bouwen is meer dan alleen energiezuinig bouwen. De woningen zijn levensloopbestendig of levensloopbestendig te maken. Dit kunnen woningen zijn die nu al geschikt zijn voor ouderen, maar ook woningen waarbij rekening is gehouden met verbouwen op termijn. Een belangrijke opgave is ook om met de kennis van vandaag gebouwen te ontwikkelen die voldoen aan de verwachtingen van morgen. Immers, hoe mooi de locatie en het ontwerp ook zijn, als de kwaliteit niet aansluit bij de wensen van nu en de verwachtingen voor de toekomst dan heeft dit een grote invloed op de functionaliteit en het woongenot. Duurzaam bouwen betekent dus ook dat de woning op maat wordt gemaakt op basis van de wensen van nu met de mogelijkheden om deze aan te passen aan de wensen van later. Potentiële kopers wordt de mogelijkheid geboden om de woning volledig naar eigen inzicht in te delen en af te werken.

Duurzaamheid en sociale impact Verbinding is belangrijk in het plan, met groene plekken en grotere voortuinen waar het kan. Dit gevoel dat versterkt door het verbindend groen, de groene ontmoetingsplek met eventueel een speelplaats, een plek om met de buren te praten als je in de voortuin aan het werk bent. Ruimte om elkaar te ontmoeten. Sociale cohesie dus, waarbij vreemden bekenden worden en een nieuwe buurtgemeenschap verrijst.

2.2.2

Vertaling in het bestemmingsplan

De openbare ruimte is voorzien van de bestemmingen Verkeer en Groen. Aan de woonpercelen zijn de bestemmingen Wonen en Tuin toegekend. Naast de centrale groene ruimte zijn ook stroken gronden ter weerszijden van de toegangswegen voorzien van deze bestemming om ervoor te zorgen dat er geen verkeersruimte en parkeerplaatsen direct tegen de bestaande woonpercelen kunnen worden gerealiseerd. Alleen binnen de verkeersbestemming kan de openbare ruimte worden ingericht voor gemotoriseerd verkeer en daarvoor benodigde parkeerplaatsen. Binnen de bestemming Wonen zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen de woningen moeten worden gebouwd. De gronden voor deze bouwvlakken zijn voorzien van een tuinbestemming waarbinnen in beginsel geen gebouwen zijn toegestaan. Ook is het behoud van de bestaande houtwal vastgelegd.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven In totaal zijn binnen het plangebied maximaal 44 woningen toegestaan, in de vorm van vrijstaande, halfvrijstaande en/of geschakelde, aaneengebouwde en patiowoningen. Voor alle woningen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk maximaal 7 en 12 meter. Binnen en buiten de bouwvlakken zijn (onder voorwaarden) ook bijbehorende bouwwerken toegestaan. Elk bouwperceel mag voor niet meer dan 80% worden bebouwd.

12

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die op 11 september 2020 door de minister is vastgesteld, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel komen te vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.. Het Rijk geeft met de NOVI richting aan de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. De vier prioriteiten betreffen: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid moeten worden gemaakt. De NOVI gebruikt bij het maken van keuzes drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Planspecifiek In de NOVI zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het plangebied. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de NOVI dient daarom verder te worden getoetst aan het Barro.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die voorheen in de SVIR stonden. Onderdelen en/of artikelen in het Barro blijven ook naast de NOVI gelden. Het Besluit en de Regeling bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Planspecifiek Het Barro bevat voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan geen concrete beleidskaders.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is het verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; c. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

De ladder voor duurzame verstedelijking is ook opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Planspecifiek  Trede 1 Kwantitatief Vanuit de actuele provinciale woningbehoefteprognose 2017 (zie ook paragraaf 3.3) is er in Riethoven behoefte aan circa 82 woningen tot 2030. Momenteel zijn er nog bouwmogelijkheden aanwezig voor circa 16 woningen, waarmee er nog steeds behoefte is aan nieuwe woningbouwmogelijkheden. Kwalitatief In aansluiting op het gemeentelijk volkshuisvestelijk beleid zal 60% van de woningen worden gebouwd voor de doelgroepen starters en senioren. Hiervan zal 1/3 deel worden gebouwd als sociale huurwoningen. Deze aantallen zijn vastgelegd in de regels. Om in Riethoven te kunnen voorzien in de woningbehoefte, is de ontwikkeling van het plan Achter de Sleutel een logische keuze. Er worden maximaal 44 woningen gebouwd in verschillende typologieën en prijsklassen: vrijstaand, halfvrijstaand en/of geschakeld, aaneengebouwd en patiowoningen. Hiermee wordt niet alleen gebouwd naar behoefte maar wordt ook doorstroming gestimuleerd.  Trede 2 De Structuurvisie Bergeijk bevat het ruimtelijk ontwikkelingskader voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete plannen en projecten. De koers voor de functie wonen draait om de verdere ontwikkeling van de verstedelijking binnen de gemeente via inbreiding, intensivering, herstructurering en uitbreiding.

In lijn met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking streeft de gemeente Bergeijk naar een verantwoorde, optimale benutting van de mogelijkheden voor inbreiding binnen de dorpskernen. Achter de Sleutel is een locatie waar op verantwoorde wijze een woningbouwontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden.  Trede 3 Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied en vereist daarom geen nadere onderbouwing in het kader van de ladder.

14

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De Omgevingsvisie Noord-Brabant bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma’s. Inmiddels is er ook een omgevingsverordening vastgesteld, waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 3.2.3. Planspecifiek De omgevingsvisie bevat geen specifieke ambities voor het plangebied.

3.2.2

Structuurvisie ruimtelijke ordening

In 2010 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) vastgesteld door Provinciale Staten. De Svro bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De Svro is in 2014 partieel herzien, waarbij onder andere het gewijzigde beleid op het gebied van natuur (realisering van het natuurnetwerk) en veehouderij (transitie naar een zorgvuldige veehouderij) zijn verwerkt. De Svro 2014 is in werking getreden op 19 maart 2014. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale verordening, waarin de kaderstellende elementen uit de Svro zijn vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De Svro gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de 'rode' draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt.

De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur twee ontwikkelingsperspectieven: stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in de Svro geordend in vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen. Samen vormen de structuren de provinciale ruimtelijke structuur. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. De structuren geven ook aan waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. Planspecifiek Riethoven is aangeduid als kern in het landelijk gebied. Uitgangspunt is dat binnen de kern, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt voorzien in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte.

Grootschalige verstedelijking is ongewenst en voor woningbouw geldt het principe 'bouwen voor migratiesaldo-nul'. De provincie stelt hiervoor periodiek regionale bevolkingsen woningbehoefteprognoses vast, zie ook paragraaf 3.1.3. Het plangebied is volledig gelegen binnen het stedelijk gebied.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Uitsnede Svro provincie Noord-Brabant (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie De Structuurvisie ruimtelijke ordening maakt transformatie van het plangebied tot stedelijk gebied (gebieden gericht op wonen, werken, voorzieningen en stedelijk groen) mogelijk. De ontwikkeling van Achter de Sleutel past daarmee binnen de kaders zoals die zijn vastgelegd in de Structuurvisie ruimtelijke ordening. In paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de woningbehoefte in de regio en specifiek in Bergeijk.

3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. Op hoofdlijnen gaat het om:  een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen;  aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet;  aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen, voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen).

Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit).

16

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in 'Stedelijk gebied' en 'Landelijk gebied'. Planspecifiek Riethoven is aangewezen als landelijke kern en ligt in het 'Stedelijk gebied'. Voor het bouwen van woningen binnen het 'Stedelijk gebied' geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt. Ook vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking die in het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1.3) is opgenomen, gelden dienaangaande voorwaarden. Verder wordt gelet op de doelen als benoemd in de Brabantse omgevingsvisie aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit energietransitie, klimaatadaptatie en een veilige, gezonde leefomgeving.

Uitsnede kaart Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling past binnen de regionale afspraken die gemaakt zijn over woningbouw (zie volgende paragraaf) en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

3.3

Regionaal beleid

De behoefte aan woningen wordt door de provincie Noord-Brabant strak geregisseerd. Dit is verankerd in Afdeling 5.4 ‘Regionaal samenwerken’ van de Interim omgevingsverordening. In Afdeling 5.4 is bepaald dat er ten minste tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg plaats vindt tussen Gedeputeerde Staten, gemeenten, regio’s en waterschappen. De gemeente Bergeijk is ingedeeld bij de regio Zuidoost-Brabant. Volgens de Afdeling 5.4 ‘Regionaal samenwerken’ plegen de deelnemers aan het RRO regionale afstemming en maken afspraken over de programmering en planologische voorbereiding van de bouw van woningen; informeren elkaar over de voortgang van hiervoor bedoelde voornemens en afspraken; en hebben een monitoringssysteem waarin de voortgang van de woningbouw wordt bijgehouden. Bergeijk maakt deel uit van het RRO-gebied Zuidoost-Brabant (21 gemeenten) en de subregio de Kempen (landelijk gebied). In het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) maken provincie, gemeenten en waterschappen afspraken over ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Deze afspraken gaan over de ontwikkeling van woningbouw, kantoren, detailhandel, bedrijventerreinen en het landschap. Hier vloeit onder andere de Regionale Agenda Wonen uit voort. De Regionale Agenda Wonen omvat onder meer kwantitatieve regionale woningbouwafspraken.

Navolgende tabel geeft een overzicht van de woningbehoefte in de Kempengemeenten, waaronder ook de gemeente Bergeijk valt.

De gemeenten in de regio werken het regionale woningbouwprogramma uit op gemeentelijk niveau, waarbij is afgesproken dat de hoeveelheid 'harde' plancapaciteit in principe niet meer mag bedragen dan 100% van de woningbehoefte. Voor de gemeente Bergeijk is voor de komende 10-jaarsperiode periode een toename van de woningvoorraad van 630 woningen becijferd, exclusief woningbouw die op basis van de Ruimte voor Ruimte regeling wordt gerealiseerd. In de gemeentelijke woningbouwmatrix, die jaarlijks wordt geactualiseerd, zijn alle woningbouwprojecten binnen de gemeente opgenomen en is per project aangegeven hoeveel woningen in welke periode naar verwachting worden gerealiseerd. De projecten zijn verdeeld in 'harde' plancapaciteit (onherroepelijk of vastgesteld bestemmingsplan) en 'zachte' plancapaciteit (ontwerpbestemmingsplan, planologische voorbereiding of potentieel project). In het gemeentelijk woningbouwprogramma is per 1 januari 2020 sprake van circa 300 woningen 'harde' plancapaciteit en circa 533 woningen 'zachte' plancapaciteit voor de komende 10 jaar Van deze 'zachte' plancapaciteit zijn enkele plannen in procedure; dit zijn circa 127 woningen. Dit geeft nog ruimte zodat er komende jaren flexibel kan worden omgegaan met woningbouwinitiatieven.

De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie voorziet in de bouw van maximaal 44 woningen, met name gericht op de doelgroepen starters en senioren. Door de grote variatie in woningtypen richt het plan zich ook op de doelgroep doorstromers. De beoogde woningbouwontwikkeling past binnen het woningbouwprogramma. Mede omdat het plan ook is gericht op verschillende doelgroepen, wordt met het plan aangesloten op de woningvraag in de gemeente Bergeijk en is het plan in lijn met de lokale en Kempische woonvisie.

18

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Bergeijk

Op 3 juni 2010 is de Structuurvisie Bergeijk ‘Leven en beleven tussen bossen, beken en boerenland’ vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie bestaat uit twee delen. Deel A betreft het Ruimtelijk Casco, waarin de toekomstvisie voor de gemeente Bergeijk is opgenomen. Deze visie formuleert het ontwikkelingskader voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete plannen en projecten. In het projectenplan (deel B) is het ruimtelijk programma voor de korte en middellange termijn benoemd. Daarnaast is aangegeven welke concrete projecten en plannen op korte termijn richting uitvoering worden gebracht en op welke wijze dat zal gebeuren. Planspecifiek

Uitsnede Ruimtelijk Casco Structuurvisie Bergeijk Het plangebied is op het Ruimtelijke Casco aangeduid als bestaande bebouwingskern (rood) en bos (groen).

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Overzicht projectlocaties Riethoven Het plangebied is op het overzicht met projectlocaties behorende bij deel B van de structuurvisie aangeduid als woonwijk (lila) en bosgebied (groen). In de structuurvisie is aangegeven dat ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van de gemeente. De gemeente wil haar identiteit en imago van landelijke, groene, rustige plattelandsgemeente koesteren. De gemeente Bergeijk streeft naar een verantwoorde, optimale benutting van de mogelijkheden voor inbreiding binnen de dorpskernen. Inbreiden mag alleen worden nagestreefd indien er daardoor op de betreffende locatie een kwaliteitsverbetering optreedt en mag niet zonder meer ten koste gaan van groene kwaliteiten. Het groen binnen de kernen is karakteristiek voor Bergeijkse dorpen en dient daarom in voldoende mate aanwezig te blijven. Het plangebied heeft wel een groene uitstraling maar draagt door de besloten ligging niet bij aan het groene karakter van Riethoven. In de toekomstige situatie wordt een grote groene ruimte gerealiseerd die openbaar toegankelijk is en daarmee bijdraagt aan het groene karakter van de nieuwe woonbuurt. De mogelijkheden voor inbreiding worden hiermee optimaal benut zonder dat dit ten koste gaat van groene kwaliteiten.

20

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

3.4.2

Woonvisie 2013-2021

De Woonvisie 2013-2021 (vastgesteld 25 juni 2013) geeft een actueel overzicht van de lokale en bovenlokale ontwikkelingen op de woningmarkt. De huidige plancapaciteit van de gemeente Bergeijk is vergeleken met de prognose van het aantal benodigde woningen voor de periode 2018-2028 (zie ook paragraaf 3.3). De prognose voor deze periode is dat er 660 woningen in de gemeente dienen te worden gebouwd om te kunnen voldoen aan de woningvraag. De harde plancapaciteit (bouwtitels in vastgestelde ruimtelijke plannen) bedraagt per 1 januari 2020 circa 300 woningen. Van de 'zachte' plancapaciteit is voor circa 127 woningen een planologische procedure opgestart. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie voorziet in de bouw van maximaal 44 woningen, met name gericht op de doelgroepen starters en senioren. Voor de periode tot 2028 is er voldoende ruimte voor de toevoeging van dit aantal woningen aan de woningvoorraad. Door de grote variatie in woningtypen richt het plan zich ook op de doelgroep doorstromers. Mede omdat het plan ook is gericht op verschillende doelgroepen, wordt met het plan aangesloten op de woningvraag in de gemeente Bergeijk.

3.4.3

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024

Op 19 december 2019 is het gemeentelijk beleid voor riolering en water in de vorm van het VGRP vastgesteld. Hierin heeft de gemeente vastgelegd wat ze wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Voor het plangebied van dit bestemminsplan is met name het volgende onderdeel uit de VGRP van belang. Om concrete stappen te zetten richting een waterrobuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem willen we voortaan eisen stellen aan de omgang met hemelwater in vergunningplichtige trajecten. Net als het waterschap stellen we een bergingseis van 60 mm voor hemelwater, niet alleen bij een toename van verhard oppervlak, maar ook bij vervanging van verhard oppervlak. Bij nieuwbouw gaan we ervan uit dat er voldoende ruimte is en dient altijd 60 mm waterberging te worden aangebracht. Samen met het verschil tussen straatpeil en vloerpeil is er dan voldoende opvangcapaciteit om een extreme bui op te vangen. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de bergingsopgave.

3.5

Conclusie

De ontwikkeling van Achter de Sleutel past binnen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische verantwoording In dit hoofdstuk worden de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten toegelicht.

4.1

Bodem

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de beoogde bestemming en daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, moet worden onderzocht. Voorliggend bestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk. In februari/maart 2020 is daarom door Lankelma een Verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is als bijlage 1 opgenomen. Uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek blijkt het volgende: Boven- en ondergrond In twee grondmengmonsters zijn licht verhoogde gehalten met cadmium en som PCB aangetoond. Alle concentraties overschrijden de achtergrondwaarden, doch niet de interventiewaarden. In de overige grondmengmonsters zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten aangetroffen. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse ‘Wonen’ worden beschouwd. Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten met barium, cadmium en zink aangetoond, in gehalten die de interventiewaarden overschrijden. Ook zijn licht verhoogde gehalten met koper, barium, kobalt en nikkel aangetroffen. Bij herbemonstering zijn dezelfde verhogingen aangetroffen.

Formeel gezien is de bodem op de locatie niet geheel vrij van bodemverontreiniging en is een nader bodemonderzoek noodzakelijk naar het voorkomen van met name cadmium, zink en koper in het grondwater. Dit wordt echter niet zinvol geacht en wel om de navolgende redenen:  In de vaste bodem wordt, behoudens licht verhoogde gehalten aan cadmium, geen verhoging van de onderzochte stoffen aangetoond. Er zal derhalve geen sprake zijn van een bron op de locatie die in verband kan worden gebracht met de aangetoonde verontreiniging;  Het filter van de peilbuis is direct geplaatst onder de bodemlaag, waarin van nature metalen in verhoogde mate worden aangetroffen, als gevolg van natuurlijke uitloging;  In de huidige situatie zijn er geen humane risico’s;  Uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in de regio, dat er hier in het grondwater ook (sterk) verhoogde gehalten met zware metalen voorkomen. In het algemeen kan worden gesteld dat er in de regio lokaal verhoogde gehalten voorkomen zonder dat er een mogelijke bron in de directe omgeving aanwezig is. Asbest Er is geen verhoogd asbestgehalte aangetoond. Op basis hiervan hoeft geen nader bodemonderzoek naar asbest in de bodem te worden uitgevoerd. Conclusie Met het verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd.

In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende onderzoeken of procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit het bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling op deze locatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt, dient te worden bepaald wat de kwaliteit is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan de bovengrond indicatief als klasse ‘Wonen’

22

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven worden bestempeld.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

De archeologische verwachtingen en waarden van de gemeente Bergeijk zijn vastgelegd op de archeologische beleidskaart behorende bij het erfgoedplan. Binnen het plangebied zijn verschillende verwachtingswaarden van toepassing. In maart 2020 is door Transect een Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (zie bijlage 2) uitgevoerd. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Dit wil zeggen dat de kans wordt bepaald dat binnen het plangebied sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek. Bij dit onderzoek wordt informatie verzameld over de feitelijke bodemopbouw, het bodemreliëf en de bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden door de mens is gebruikt. Op basis van het archeologische vooronderzoek geldt in het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd.

De verwachtingskaart van de gemeente Bergeijk laat zien dat waarschijnlijk een groot deel van het terrein tot een niet nader benoemde diepte verstoord is geraakt. Bij het bureauonderzoek is echter vastgesteld dat het plangebied ligt op een dekzandwelving die bewoonbaar is geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. Op de dekzandwelving zijn in de directe omgeving van het plangebied archeologische resten aangetroffen uit het Laat-Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze resten bestaan onder meer uit een palenkrans behorend bij een grafheuvel, het erf van een Romeinse boerderij, een vroegmiddeleeuws grafveld en resten van de middeleeuwse kern van Riethoven. Tijdens het veldonderzoek is de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum - Nieuwe tijd bevestigd. Conform de verwachting is het plangebied gelegen op een dekzandwelving. De top hiervan is aangetroffen vanaf een diepte van 15-80 cm beneden maaiveld. Het dekzand is afgedekt door een moderne bouwvoor en een oude akkerlaag met een dikte van 15 tot 80 cm. De top van het dekzand is nog grotendeels intact. De veronderstelde verstoringen zoals deze zijn aangegeven op de beleidskaart van de gemeente Bergeijk zijn daarmee eveneens te nuanceren.

Vanwege de beperkte diepteligging van het archeologisch relevante niveau luidt het advies om voorafgaand aan de voorgenomen ingrepen in het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Met dit onderzoek kan in beeld worden gebracht of en in hoeverre archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Ter bescherming van de potentiële archeologische waarden in de bodem, zijn beschermende dubbelbestemmingen aan het plangebied toegekend. Voor de beschermingsniveaus is aangesloten bij het geldende bestemmingsplan. Op basis van de resultaten van het nog te verrichten archeologisch proefsleuvenonderzoek kan de dubbelbestemming worden gewijzigd of verwijderd, gedurende de bestemmingsplanprocedure of via de wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in elke dubbelbestemming. Voor het archeologisch proefsleuvenonderzoek is door Bureau voor Archeologie in april 2021 een Programma ven Eisen opgesteld (zie bijlage 3).

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

4.3

Water

Sinds november 2003 is de watertoets wettelijk van toepassing, een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over het planvoornemen. De watertoets is erop gericht dat ruimtelijke ontwikkelingen in elk geval niet leiden tot nadelige effecten op het watersysteem. Nieuwe ontwikkelingen die leiden tot extra verharding dienen te worden gecompenseerd. Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. Door AGEL adviseurs is een waterparagraaf opgesteld (zie bijlage 4). Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt de voorgestelde ontwikkeling gebruik gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, en zink niet toegepast, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater wordt voorkomen. Het plangebied is in de huidige situatie (nagenoeg) volledig onverhard. In de nieuwe situatie wordt 8.243 m² verhard.

Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd tot de Keur 2015. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 2.000 m² (vanaf 1 april 2021 500 m²), tussen de 2.000 m² en 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Op basis van het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2020-2024 en de Keur geldt een bergingseis van 60 mm per m² verharding, hetgeen resulteert in 495 m3. Deze wordt ingevuld door middel van een wadi binnen in het plangebied. Deze wadi heeft een capaciteit van 538 m³ met een waterpeil van 50 cm en een waking van 20 cm. Het vuilwater vanuit het plangebied dient te worden aangesloten op een gemeentelijk rioolstelsel. De verdere uitwerking hiervan zal in samenspraak met de gemeente Bergeijk plaatsvinden.

4.4

Geluid

Conform de Wet geluidhinder dient akoestisch onderzoek te worden verricht als nieuwe woningen of andere geluidgevoelige gebouwen of terreinen worden geprojecteerd binnen de onderzoekszone van een weg. Alle wegen hebben een geluidszone, met uitzondering van wegen die deel uitmaken van een 30 km/h-zone of een woonerf. Voorliggend bestemmingsplan maakt nieuwe geluidgevoelige objecten (woningen) met een directe bouwtitel mogelijk. Het plan is gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wet geluidhinder (Wgh), waarvoor een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk is. Echter voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat is de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen alsnog berekend. In juni 2020 is daarom door Tritium een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage 5). Voor alle omliggende wegen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer de ten hoogte toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB (uit de Wgh) op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de bouw van woningen (binnen de bouwvlakken) binnen het plangebied.

24

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

4.5

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. b. De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk. c. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht. d. De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen' en de ministeriële regeling NIBM. De regeling NIBM geeft een algemeen criterium voor het begrip ‘niet in betekende mate bijdragen. Er geldt een getalsmatige grens en er zijn categorieën benoemd waarvoor een nadere toetsing achterwege kan blijven. Ten aanzien van een woningbouwlocatie is in ieder geval sprake van NIBM bij projecten:  < 1.500 woningen, bij minimaal één ontsluitingsweg;  < 3.000 woningen, bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

Voorliggende bestemmingsplan biedt bouwmogelijkheden voor maximaal 44 woningen en draagt dus ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen leveren derhalve geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

4.6

Natuur

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Goed natuurbeleid zorgt voor het behouden, ontwikkelen en verbinden van de natuur maar ook dat economisch ontwikkelen mogelijk is. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. Door Econsultancy is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan is als bijlage 6 opgenomen. De quickscan flora en fauna heeft tot doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000 gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming Over de aanwezigheid van geschikt habitat binnen het plangebied voor de verschillende soorten en soortgroepen kan op basis van de quickscan het volgende worden geconcludeerd.

Huismus en gierzwaluw Deze soorten broeden in ruimtes onder dakpannendaken, in nissen van bebouwing en in nestkasten. Op de onderzoekslocatie zijn dergelijke gebouwen niet aanwezig. Ook zijn tijdens het veldbezoek ook geen foeragerende huismussen op de onderzoekslocatie aangetroffen. Er is in de omgeving voldoende geschikt foerageergebied voor de huismus in de vorm van ruime siertuinen en erven. Negatieve effecten ten aanzien van de huismus en de gierzwaluw zijn niet te verwachten. Steenuil, kerkuil en ransuil

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven De steenuil heeft zijn vaste rust- en verblijfplaatsen vaak in nestkasten maar ook in boomholtes en ruimtes onder het dak. Het leefgebied van een steenuil is vaak kleinschalig agrarisch landschap met fruitbomen, schuren en steen- of houtstapels. In het plangebied zijn geen nestkasten of bebouwing aanwezig waar de steenuil een vaste rust- of verblijfplaats kan hebben. Ten midden van de onderzoekslocatie staat echter wel een fruitboom met vele holtes die mogelijk geschikt zijn als broedplek voor de steenuil. Het plangebied kan door het diverse habitat geschikt leefgebied vormen voor de steenuil. Ook kan het niet worden uitgesloten dat er in de omliggende tuinen steenuilen in nestkasten of natuurlijke voorzieningen broeden. Derhalve kan een negatief effect ten aanzien van de steenuil niet worden uitgesloten. De kerkuil heeft zijn leefgebied voornamelijk in halfopen tot open cultuurlandschappen en maakt gebruik van kerkuilnestkasten als broedlocatie en heeft zijn roestplekken vaak in (halfopen) schuren. In en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nestkasten of sporen als braakballen en krijtsporen waargenomen. Ook is het plangebied geen ideaal leefgebied voor de kerkuil omdat niet open genoeg is. Verstoring ten aanzien van de kerkuil is niet te verwachten.

De ransuil kan zijn leefgebied in verschillende soorten biotopen hebben, zowel in open bossen, bosranden als heide en agrarische gebieden. De ransuil jaagt het liefst in open veld en heeft zijn roestplekken voornamelijk in naaldbomen maar ook in houtwallen en boomgroepen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen als braakballen of krijtsporen aangetroffen, echter kan op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet worden uitgesloten dat de ransuil gebruik maakt van de onderzoekslocatie als broedlocatie. De aanwezige naaldbomen op de onderzoekslocatie waren niet geheel te inspecteren op nesten van de ransuil. Roek Er zijn binnen het plangebied geen nesten van de roek waargenomen. Verstoring ten aanzien van de roek is niet te verwachten. Overige broedvogels Het binnen het plangebied aanwezige groen kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals merel, heggenmus, winterkoning, roodborst en houtduif. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen door het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren en nestkasten te plaatsen bij kap van bomen met holtes.

De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Bij de voorgenomen kap van (een deel van) de bomen en het verwijderen van de overkappingen gaan eventuele broedlocaties van deze soorten verloren. Vleermuizen  Verblijfplaatsen De weinige bebouwing binnen het plangebied is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen die toegang verlenen tot dichte ruimtes. Ook bomen met holtes kunnen door de gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis worden gebruikt als verblijfplaats.  Foerageerhabitat Het plangebied zal, gelet op het aanwezige habitat kunnen worden gebruikt door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis en mogelijk bosvleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageer habitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig.

 Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De aanwezige lijnvormige elementen binnen het plangebied hebben geen essentiële verbindende functie. Er worden geen potentiële vliegroutes verstoord bij de voorgenomen ontwikkeling.

26

bestemmingsplan "Achter de Sleutel, Riethoven" (vastgesteld)

bestemmingsplan Achter de Sleutel, Riethoven

Overige zoogdieren  Streng beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel. Bij verwijdering van het groen en bouwrijp maken van het plangebied kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten mogelijk worden verstoord. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat kan het voorkomen van de eekhoorn, de das en overige grondgebonden zoogdieren, zoals de bever worden uitgesloten.  Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als konijn, egel, mol en rosse woelmuis. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van konijnen worden vergraven. Hiervoor geldt de algemene zorgplicht. Reptielen, amfibieën en vissen Binnen het plangebied is geschikt habitat voor de levendbarende hagedis aanwezig. Doordat het plangebied niet binnen het kerngebied van de soort valt en niet sterk verbonden is met het kernhabitat, is het niet aannemelijk dat er een bestaande populatie aanwezig is. Het is daarentegen niet uit te sluiten dat incidenteel een individu op of nabij het plangebied kan voorkomen. De vijver op de onderzoekslocatie vormt geschikt voortplantingshabitat voor zowel algemene soorten als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander als de strenger beschermde Alpenwatersalamander.

De onderzoekslocatie vormt tevens geschikt landhabitat voor amfibieën, deze soorten kunnen beschutting vinden tussen de ruigte en onder de takkenhopen, stenenstapels en houtopslag. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve gevolgen ontstaan voor amfibieën. Hiervoor geldt de algemene zorgplicht. Het is niet te verwachten dat de vijver voortplantingshabitat biedt voor in het wild voorkomende vissoorten. Ongewervelden Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Wet natuurbescherming een strenge bescherming genieten. Beschermde soorten zijn binnen het plangebied niet te verwachten. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Tot slot is er geen geschikt habitat voor beschermde soorten, zoals vliegend hert binnen het plangebied aanwezig en zijn er geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van het plangebied. Vaatplanten Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten waargenomen. Houtopstanden De bomen op de onderzoekslocatie vallen niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in de Wet natuurbescherming. De houtopstand binnen het plangebied is gelegen binnen de vastgestelde grenzen van de bebouwde kom en maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Brabant. Compensatie in het kader van de Boswet is derhalve ook niet aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=eda5e6d3-9a8f-47ef-ab52-90f59a42131f