CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.a BP Boscheind Toelichting.pdf

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Boscheind 31-34-41, Luyksgestel17.588 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Creatief met leefomgeving Sterk in omgevingsrecht

Vastgesteld

Bestemmingsplan “Boscheind 31, 34 en 41” Gemeente “Bergeijk”

Almystraat 14 | 5061 PA Oisterwijk | 06 232 74 307 | info@burogkracht.nl | burogkracht.nl

Datum: 1 september 2021 Status: Vastgesteld plancode: NL.IMRO.1724.BPLbos2017.VAST

2

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Toelichting

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

3

4

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING ............................................................................................................. 7 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................. 7 1.2 PLANGEBIED ............................................................................................................................ 7 1.3 DOEL ....................................................................................................................................... 9 1.4 GELDEND BESTEMMINGSPLAN ................................................................................................... 9 1.5 LEESWIJZER........................................................................................................................... 10 HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE ..................................................................................... 11 2.1 RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR ............................................................................. 11 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ........................................................................................ 13 3.1 BESTAANDE SITUATIE .............................................................................................................

13 3.2 NIEUWE ONTWIKKELING .......................................................................................................... 15 HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 18 4.1 RIJKSBELEID .......................................................................................................................... 18 4.2 PROVINCIAAL BELEID .............................................................................................................. 19 4.3 GEMEENTELIJK BELEID............................................................................................................ 24 HOOFDSTUK 5 MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN ............................. 27 5.1 INLEIDING .............................................................................................................................. 27 5.2 PARKEREN EN ONTSLUITING .................................................................................................... 27 5.3 WATER .................................................................................................................................. 28 5.4 NATUUR.................................................................................................................................

30 5.5 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ...................................................................................... 32 5.6 MILIEUZONERING, GEUR EN SPUITZONES.................................................................................. 33 5.7 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE EN VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING ............................................. 38 5.8 GELUID .................................................................................................................................. 39 5.9 LUCHTKWALITEIT .................................................................................................................... 40 5.10 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................... 41 5.11 EXTERNE VEILIGHEID.............................................................................................................. 43 5.12 TECHNISCHE INFRASTRUCTUUR............................................................................................... 44 5.13 GEZONDHEID ......................................................................................................................... 44 5.14 DUURZAAMHEID .....................................................................................................................

46 HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING.................................................................. 47 6.1 VERANTWOORDING PLANVORM ............................................................................................... 47 6.2 SYSTEMATIEK BESTEMMINGEN ................................................................................................ 47 6.3 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING .............................................................................................. 47 HOOFDSTUK 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 49

HOOFDSTUK 8 PROCEDURE ...................................................................................................... 50 8.1 OMGEVINGSDIALOOG .............................................................................................................. 50 8.2 VOOROVERLEG ...................................................................................................................... 50 8.3 VERVOLG VAN DE PROCEDURE ................................................................................................ 50 SEPARATE BIJLAGEN ...................................................................................................................... 52

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

5

6

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in twee ontwikkelingen gelegen aan de Boscheind 34, 41 en 31 in Luyksgestel. Zo wordt voor het terrein aan de Boscheind 34 beoogd om de bestaande agrarische bedrijfswoning ter plaatse van nummer 34 te wijzigen in de bestemming “Wonen”. Daarnaast wordt beoogd om de bij de agrarische bedrijfswoning op nummer 34 horende voormalige kippenstal op nummer 41 te slopen en deels te wijzigen in de bestemming “Wonen” en de bestemming “agrarisch” zonder bouwvlak. Ten slotte wordt beoogd om het terrein aan de Boscheind 31 in Luyksgestel te wijzigen naar een niet agrarisch bedrijf waarbij de bestaande loods zal worden gebruikt voor statische opslag en lichte bedrijvigheid, de bestaande agrarische bedrijfswoning zal worden bestemd als een niet-agrarische bedrijfswoning. Het overige van het terrein krijgt dan de bestemming “agrarisch” zonder bouwvlak. Ter plaatse van het perceel aan de Boscheind 34 is geen sprake meer van een agrarisch bedrijf. Ook de voormalige kippenstal aan de Boscheind 41 is niet langer in gebruik en heeft derhalve geen agrarische functie meer. Het is de wens om het feitelijke gebruik aan de Boscheind 34 te bestemmen en de voormalige kippenstal te slopen. Voor het bestemmen van de nieuwe woning wordt gebruik gemaakt van de Ruimte-voor-ruimte regeling.

De stal behorende bij het terrein aan de Boscheind 31 wordt in de huidige situatie gebruikt ten behoeve van een lichte niet-agrarisch bedrijfsfunctie (categorie 2) en opslag. Het is de wens om ter plaatse van deze schuur het feitelijke gebruik te bestemmen en de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Boscheind te wijzigen in een niet-agrarische bedrijfswoning. Ter plaatse van de terreinen zijn de planologische regimes van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Bergeijk 2011’, ‘Herziening Buitengebied Bergeijk 2014’, en ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ van de gemeente Bergeijk van kracht, hierna genoemd het ‘bestemmingsplan’. Op grond van deze bestemmingsplannen is de bouw van de nieuwe woning niet mogelijk en is het genoemde gebruik niet passend binnen de vigerende bestemmingen. Daarom dient het bestemmingsplan te worden herzien.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de gemeente Bergeijk, aan de westzijde van het dorp Luyksgestel. Het plangebied is gelegen aan de Boscheind 34, 41 en 31. Het betreft een agrarische bedrijfswoning (nr. 34), een voormalige kippenstal (nr. 41), een agrarische bedrijfswoning (nr. 31) en een daarbij behorende schuur op het achterliggende terrein. De volgende foto’s laten de ligging van het plangebied van het bestemmingsplan zien (luchtfoto 1). De tweede luchtfoto toont de ligging van de drie deelgebieden. Aangeduid met de letter A is de bestaande agrarische bedrijfswoning op nummer 34. Deze woning wordt gewijzigd naar een woning. Het vlak met de aanduiding B is de locatie waar de voormalige kippenstal wordt afgebroken en een nieuwe woning wordt gerealiseerd (nr 41). Op de locatie met de aanduiding C wordt de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning gewijzigd in een woning en wordt de voormalige agrarische stal bestemd tot niet agrarisch bedrijf. Het volledig bestaand agrarisch bouwvlak wordt hier verwijderd.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

7

Luchtfoto 1 ligging van de locaties (plangebied) in rood, bron: GoogleMaps

A

B

C

Luchtfoto 2 overzicht van de verschillende delen van het plangebied, bron: ruimtelijkeplannen.nl

8

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

1.3

Doel

Het doel van het bestemmingsplan is het wijzigen van de bestemmingen op een drietal locaties gelegen aan de Boscheind 34, 31 en 41. Zo wordt het perceel aan de Boscheind 34 gewijzigd in “Wonen”. De bij dit perceel behorende voormalige kippenstal (op nummer 41) wordt gesloopt en gewijzigd in “Wonen” en “agrarisch” (zonder bouwvlak). De voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Boscheind 31 wordt gewijzigd naar een “niet-agrarische bedrijfswoning”. De daarbij horende voormalige agrarische schuur wordt conform de feitelijke situatie bestemd, namelijk voor een lichte bedrijfsbestemming (maximaal categorie 2) en statische opslag. De rest van deze locatie blijft “agrarisch” maar dan zonder bouwvlak.

1.4

Geldend bestemmingsplan

Volgens het geldende bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van Boscheind 34 bestemd als “Agrarisch met waarden – landschapswaarden 1”. De met deze bestemming aangewezen gronden geven aan dat het om een agrarisch gebied met landschapswaarden als cultuurhistorisch waardevol akker of gebied gaat. Het perceel is planologisch verbonden met Boscheind 41. De gronden ter plaatse van het perceel aan de Boscheind 41 zijn bestemd als “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1” aangevuld met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels” en “groenblauwe mantel”. De met deze bestemming aangewezen gronden geven aan dat het om een landbouwgebied gaat met waarden zoals kwetsbare soorten, struweelvogels, weidevogels en provinciale natuurontwikkelingsgebieden. Binnen deze bestemming is ter plaatse van de voormalige kippenschuur een bouwvlak opgenomen. De aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels” beoogt het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden in het algemeen en in het bijzonder voor struweelvogels. Voor het behoud, herstel, en/of ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden is de aanduiding “groenblauwe mantel” opgenomen.

De aanduiding “groenblauwe mantel” geeft aan dat het om een gebied gaat dat grenst aan de ecologische hoofdstructuur, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen, en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. De gronden ter plaatse van het perceel aan de Boscheind 31 zijn, zoals het perceel aan de Boscheind 41, zijn bestemd als” Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1”. Daarnaast is op het terrein ter bescherming van mogelijke aanwezige archeologische ook de dubbelbestemming “WaardeArcheologische verwachtingswaarde” van toepassing. Voor het gehele perceel is een agrarisch bouwvlak opgenomen. Wijzigingsbevoegdheden Binnen de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1” is een aantal wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Een tweetal aspecten verdient hierbij aandacht. Vergroting oppervlakte bijgebouwen bij wonen Artikel 7.7.8 van het bestemmingsplan heeft voorwaarden beschreven die gelden voor wijziging van de bestemming naar wonen. Ten aanzien van het aantal bijgebouwen is onder andere bepaald dat de hoeveelheid bijgebouwen kan worden vergroot met 20% van de te slopen overtollige bebouwing. Voldaan moet worden aan de afstemmingsnotitie Lanschapsinvesteringsregeling De Kempen.

Van deze mogelijkheid wordt gebruikgemaakt om voor de nieuwe woning op nummer 41 een grotere oppervlakte aan bijgebouwen te bestemmen. In paragraaf 4.2 van de toelichting wordt beschreven hoe deze vergroting van de oppervlakte aan bijgebouwen op nummer 41 zich verhoudt tot de landschapsinvesteringsregeling. Niet-agrarische functies Artikel 7.7.7 van het bestemmingsplan heeft onder andere bepaald welke niet-agrarische functies en in welke omvang middels wijziging van de bestemming zijn toegestaan. Onder andere statische (binnen)opslag is toegestaan waarbij de oppervlakte van bebouwing ten behoeve van de opslag niet meer mag bedragen dan 1.000 m2. Ook is een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

9

bedrijfsactiviteiten of een naar aard en invloed hieraan gelijk te stellen bedrijf met een oppervlakte van de bebouwing niet meer bedraagt dan 400 m2 is toegestaan. Op nummer 31 wordt de bestaande loods gebruikt als werkplaats met een oppervlakte van maximaal 400 m2 en statische opslag met een oppervlakte van maximaal 660 m2. Deze niet-agrarische functies voldoen hieraan. Onder andere omdat dit bestemmingsplan ook de bouw van een nieuwe woning op nummer 41 bestemd kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheden zoals benoemd in artikel 7.7.7 en 7.7.8 van het bestemmingsplan.

Uitsnede bestemmingsplankaart “Buitengebied Bergeijk 2011”, ligging van de afzonderlijke locaties in rood aangeduid, bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.5

Leeswijzer

Het bestemmingsplan “Boscheind 31, 34 en 41” bestaat uit een set regels en verbeelding en een toelichting daarop. Voorliggende toelichting bevat bovendien de onderbouwing om de haalbaarheid aan te tonen van het beoogde nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en komen de functionele en ruimtelijke structuur aan bod. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens de beoogde ontwikkeling beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de beleidskaders. Er zal onder andere getoetst worden of de ontwikkeling past binnen de beleidskaders op diverse niveaus. In het daaropvolgende hoofdstuk 5 komen de milieuhygiënische en planologische aspecten aan bod. Beoordeeld wordt of de ontwikkeling negatieve effecten heeft op de aanwezige waarden in het gebied dan wel of er mogelijk nog belemmeringen in de omgeving aanwezig zijn die mogelijk beperkend zijn voor de ontwikkeling. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 komt de financiële haalbaarheid van het plan aan de orde. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de maatschappelijke haalbaarheid van het plan.

10

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de doorgaande weg tussen Luyksgestel en de Belgische grens. De weg kent al lange tijd bebouwing. De weg was de grens tussen het zuidelijk gelegen beekdal van de Bosscher Weijer en de noordelijk hoger gelegen velden. De sloop van de zuidelijk gelegen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Boscheind 41 (kippenstal) waarbij een bouwmogelijkheid voor een bij de woning horend vrijstaand bijgebouw wordt geregeld betekent een ontstening van het beekdal dat passend is bij de lintbebouwing van het Boscheind.

Historische kaart met plangebied omstreeks 1900. Bron: Grote historische atlas De omgeving van het plangebied wordt gedomineerd door de woonfunctie en wordt aan Boscheind afgewisseld door de overgebleven voormalige agrarische functie. De volgende afbeelding laat zien dat de woonfunctie (geel) inmiddels de overhand heeft gekregen.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

11

Luchtfoto ingezoomd op de locatie. Bron: ruimtelijkeplannen.nl

12

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Bestaande situatie

Ter plaatse van het perceel aan de Boscheind 34 is een agrarische bedrijfswoning aanwezig. Het perceel is planologisch verbonden met het aan de Boscheind 41 waarop de voormalige kippenschuur staat. De schuur aan de Boscheind 31 wordt gebruikt voor niet-agrarische doeleinden en heeft samen met de bestaand bedrijfswoning geen agrarische functie meer. De voormalige kippenstal op nummer 41 heeft een oppervlakte van 850 m2. Het agrarisch bouwvlak op nummer 41 meet maar liefst 1.983 m2. De bestaande en te behouden schuur op nummer 31 heeft een oppervlakte van 1.060 m2. In deze schuur vindt statische opslag plaats (maximaal 660 m2) en is een kleine werkplaats (maximaal milieucategorie 2 en maximaal 400 m2) aanwezig die op een kleinschalige wijze gebruikt wordt door de eigenaar van het perceel aan Boscheind 31 voor kleine materiaalbewerkingen. Er is nauwelijks sprake van een regulier gebruik als werkplaats. De hoofdactiviteit betreft de statische opslag.

Illustratie van de bestaande bedrijfswoning aan de Boscheind 34

Illustratie van de bestaande (voormalige) kippenschuur aan de Boscheind 41

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

13

Illustratie van de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Boscheind 31

Illustratie van de bestaande situatie Boscheind 31 met bedrijfswoning en loods (op het achterliggende terrein)

14

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

3.2

Nieuwe ontwikkeling

Dit bestemmingsplan voorziet in een regeling waarbij de bestemmingen van de volgende percelen worden gewijzigd: Boscheind 34 Ter plaatse van de bestemming “Agrarisch met waarden - Landschapswaarden – 1” wordt de bestemming gewijzigd naar “Wonen”. Voor de bestaande woning wordt een bouwvlak opgenomen. Hierdoor ontstaat een zelfstandige burgerwoning. De bestaande bijgebouwen blijven bestaan. Boscheind 41 De voormalige kippenschuur aan de Boscheind 41 wordt al geruime tijd niet meer gebruikt en wordt in de nieuwe situatie volledig gesloopt. Door de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel wordt de nieuwe woonbestemming gerealiseerd. Een deel van de bestemming langs de Boscheind wordt daarvoor gewijzigd naar “Wonen”. Het naast- en achterliggende terrein van de bestemming wordt gewijzigd naar “Agrarisch” zonder bouwmogelijkheden. De nieuwe woning op nummer 41 heeft een hoofdgebouw met een maximale inhoud van 1.000 m3 en maximaal 250 m2 aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. In het buitengebied van de gemeente is de gebruikelijke oppervlakte 150 m2. Op grond van het beleid van de gemeente (artikel 7.7.8 van het vigerend bestemmingsplan) is het mogelijk om 20% van de oppervlakte van sloop van overtollige bebouwing kan worden ingezet voor de vergroting van de oppervlakte. In paragraaf 1.4 is dit beschreven.

De bestaande kippenstal op nummer 41 heeft een oppervlakte van 850 m2. Deze wordt geheel gesloopt. 500 m2 hiervan wordt ingezet om de toegestane oppervlakte met 100 m2 (20% x 500 m2) te vergroten. De overige 350 m2 wordt ingezet voor de landschapsinvesteringsregeling (zie hiervoor paragraaf 4.2).

Illustratie van bestaande (links) en beoogde (rechts) situatie Boscheind 41 Voor de bouw van de beoogde woning aan de Boscheind 41 is nog geen concreet bouwplan beschikbaar. De grootte van het woonperceel bedraagt 2.883 m². Het toekomstig bouwplan wordt landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing wordt in paragraaf 4.2 nader besproken. De volgende afbeelding toont de opzet van de nieuwe bestemmingen van het bestemmingsplan.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

15

A

B

C

Afbeelding met daarin aangeduid de beoogde nieuwe bestemmingen op de locatie Boscheind 34/ 41 A: Wonen nr 34 B: Wonen (RvR) nr 41 C: Agrarische bestemming onbebouwd

De locatie aan Boscheind 41 is gelegen in een gebied waarvoor bouwplannen bij vergunningsaanvraag getoetst worden aan de Welstandsnota. Het toekomstig bouwplan zal positief beoordeeld moeten worden. Op deze manier is verzekerd dat de architectuur van de nieuwe woning past in de (karakteristiek van) de omgeving. Boscheind 31 De bestemming ter plaatse van het perceel aan de Boscheind 31 wordt gewijzigd naar “Bedrijf” en “Agrarisch”. De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt met de wijziging omgezet naar een niet-agrarische bedrijfswoning. De op het achterliggende terrein gelegen loods wordt conform het feitelijke gebruik bestemd, te weten een niet-agrarische bedrijfsfunctie (werkplaats) tot maximaal milieucategorie 2 en statische opslag. De oppervlakte waarvoor de werkplaats is toegestaan is gemaximaliseerd tot 400 m2. De statische opslag is maximaal 660 m2. Dit is overeenkomstig de feitelijke situatie. De loodsen en het omliggende terrein worden bestemd als “Bedrijf” (A). De oppervlakte van de bestemming ‘Bedrijf’ is 4.167 m2. Het overige deel van de bestemming behoudt de bestemming “Agrarisch” zonder bouwvlak (B). De volgende afbeelding toont de opzet van de nieuwe bestemmingen.

16

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

A

B

Afbeelding met daarin aangeduid de beoogde nieuwe bestemmingen op de locatie Boscheind 31 A: Niet-agrarische bedrijf met niet agrarische bedrijfswoning B: Agrarische zonder bouwvlak

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeentes krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. Op 13 maart 2012 is de SVIR in werking getreden. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: • de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; • •

de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is tot nu toe gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. De beoogde ontwikkeling valt niet onder één van de nationale belangen. Het nationaal beleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. De beoogde functiewijzigingen ter plaatse van de percelen aan de Boscheind 34, 41 en 31 waarbij onder de streep één nieuwe woning aan de woningvoorraad wordt toegevoegd, is een lokale aangelegenheid. Er zijn geen nationale belangen in het geding. In de SVIR worden geen uitspraken op dit schaalniveau gedaan. De ontwikkeling is daarom passend binnen het rijksbeleid. Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe woningen mogelijk maken, de treden van deze ladder doorlopen moeten worden. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro gaat in op duurzame verstedelijking en luidt als volgt: Lid 2. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan maakt de functiewijziging ter plaatse van drie verschillende percelen mogelijk en wordt per saldo één nieuwe woning toegevoegd. Voor dergelijke initiatieven heeft de rechtspraak de lijn getrokken dat ze te klein zijn om te kunnen beschouwen als een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de “ladder voor duurzame verstedelijking” is daarom niet meer relevant.

18

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

4.2

Provinciaal beleid

Brabantse Omgevingsvisie Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de Provincie Noord-Brabant reeds haar Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingswet heeft onder ander als doel om de overzichtelijkheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht te verbeteren. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. In de Brabantse Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). De basis is dat deze elementen in balans zijn en blijven bij ruimtelijke transities. Draagvlak en draagkracht zijn hierbij belangrijke aspecten. De Brabantse Omgevingsvisie bestaat uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat de kernwaarden zijn voor het handelen van de Provincie. Hierin wordt onder andere verwoord dat de Provincie gaat voor meerwaarde-creatie. Dit betekent dat uitdrukkelijk gekeken wordt naar de effecten van ontwikkelingen op sociale inclusiviteit, veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De beoogde ontwikkeling betreft een goede bijdrage aan de verbetering van de omgevingskwaliteit doordat de bestaande kippenstal op nummer 41 wordt afgebroken en wordt een nieuwe woning landschappelijk ingepast. Ook wordt op nummer 34 en 31 een groot agrarisch bouwvlak verwijderd.

De beoogde ontwikkeling past binnen de kernwaarden voor het handelen van de Provincie. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. Er heeft voor de Interim verordening geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moeten worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.

In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. De Interim omgevingsverordening is digitaal. Dit betekent dat alle regels gekoppeld zijn aan een op een digitale kaart weergegeven werkingsgebied. Door op een willekeurig punt in de kaart te klikken, kan iemand zien welke regels op die plek gelden. In hoofdstuk 3 zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. De instructieregels uit hoofdstuk 3 gelden niet alleen voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor beheersverordeningen en uitvoeringsbesluiten. Instructieregels voor het plangebied De locaties zijn gelegen in drie verschillende kaarten. Het noordelijk deel van het plangebied bij nummer 31 is gelegen in kaart 3. BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

19

Op basis van kaart 3 voor gemeenten – stedelijke ontwikkeling en erfgoed is duidelijk dat het plangebied is gelegen in het Stedelijk gebied met de aanduiding “Landelijke kern” en dat sprake moet zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Hiervoor geldt dat de ontwikkeling moet passen in regionale afspraken en dat invulling moet worden gegeven aan de doelen op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en veilige, gezonde woonomgeving. De beoogde ontwikkeling in dit deel van het plangebied voorziet in het wijzigen van een bestaande agrarische bedrijfswoning in een niet-agrarische bedrijfswoning en het bestemmen van een bestaande agrarische loods naar een loods voor opslag en kleine werkplaats (maximaal milieucategorie 2). Een dergelijke ontwikkeling past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma zoals beschreven in paragraaf 4.3 en is daarmee in het regionaal ruimtelijk overleg afgezet tegen de actuele behoefte. Met de beoogde ontwikkeling wordt het bestaand stedelijk gebied benut voor een niet agrarische bedrijfsfunctie waardoor sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De woonfunctie in de vorm van een niet-agrarische bedrijfswoning is passend binnen de omgeving die gedomineerd wordt door woningen. Hierdoor wordt er aangesloten op de bestaande lagen (ondergrond- netwerk- en bovenste laag).

Uitsnede kaart 3 uit Interim Omgevingsverordening met omlijnd het noordelijk deel van het plangebied ter plaatse van nummer 31. (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het zuidelijk deel van het plangebied ter plaatse van nummer 31 en het plangebied ter plaatse van nummer 41 is gelegen in kaart 6 en heeft de aanduiding “Groenblauwe mantel”. Ook voor het plangebied gelegen ter plaatse van nummer 34 is kaart 6 van toepassing. Op dit perceel is de aanduiding gemengd landelijk gebied van toepassing. Op basis van kaart 6 voor gemeenten – basiskaart landelijk gebied is duidelijk dat het plangebied is gelegen in het Landelijk gebied met voor de ontwikkeling relevant thema “wonen”. Voor wonen in het landelijk gebied is bepaald dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Op nummer 34 wordt een bestaande agrarische bedrijfswoning gewijzigd in een burgerwoning. Dit is op grond van de verordening toegestaan. Het vestigen van de bedrijfsbestemming ter plaatse van de agrarische loodsen voor opslag op nummer 31 is onder voorwaarden toegestaan. Artikel 3.73 uit de Interim Omgevingsverordening zegt hierover het volgende:

20

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. De bestemming van het reeds aanwezige gebruik van de bestaande loods als kleine werkplaats (maximaal milieucategorie 2 en 400 m2) en statische opslag (maximaal 660 m2) voldoet aan deze voorwaarden. In de toelichting van dit bestemmingsplan is beschreven hoe de functie zich verhoudt tot de omgeving en wat de effecten zijn op andere aspecten.

Overtollige bebouwing ter plaatse van nummer 41 zal worden gesloopt om te kunnen voldoen aan de landschapsinvesteringsregeling van de gemeente. Verderop zal nader worden ingegaan op de wijze waarop wordt voldaan aan de instructieregels voor de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. In het deel van het plangebied op nummer 41 wordt één nieuwe woning bestemd. Nieuwe woningen in het landelijk gebied zijn niet toegestaan. Echter een bestemmingsplan kan met toepassing van artikel 3.80 uit de Interim Omgevingsverordening (ruimte-voor-ruimte) wel één of meerdere woningen bestemmen. Hierover wordt het volgende gesteld: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Er wordt voldaan aan deze voorwaarden.

Met de ontwikkeling is er sprake van een aanzienlijke milieu-, en ruimtelijke kwaliteitswinst doordat er sprake is van sloop van een voormalige kippenstal op de locatie zelf en de bekostiging van de sanering van intensieve veehouderij elders in het landelijk gebied door de aankoop van een ruimte-voor-ruimte titel. De locatie is planologisch aanvaardbaar. Dit is gemotiveerd in deze toelichting en in het bijzonder in hoofdstuk 5. De landschappelijke inpassing die gepaard gaat met deze ontwikkeling is verzekerd in de regels van dit bestemmingsplan. Doordat de nieuwe woning direct is gelegen aan een bestaande weg, er geen nieuwe stedelijke structuur wordt beoogd en de ontwikkeling is gelegen in een bebouwingscluster (paragraaf 4.3), is verzekerd dat de ontwikkeling geen aanzet is voor een stedelijke ontwikkeling. De woning wordt gerealiseerd door de aankoop van één titel waardoor voldaan wordt aan de eisen voor de realisatie van nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen en wordt voldaan aan de bepalingen van lid 3 van artikel 3.80 van de Interim Omgevingsverordening. Het aankoopbewijs van de titel is als bijlage aan de toelichting toegevoegd.

Bevordering ruimtelijke kwaliteit Voor het plangebied gelden ook de instructieregels aan gemeente die overeenkomen met de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

21

meerwaardecreatie. In artikel 3.5 uit de omgevingsverordening is beschreven dat voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving rekening moet worden gehouden met: a. Zorgvuldig ruimtegebruik b. De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering c. Meerwaardecreatie Artikel 3.8 heeft bepaald dat het slopen van bebouwing en de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in artikel 3.9 lid 3 een vorm is van een verbetering van de landschappelijke kwaliteit en dat sprake is van een meerwaardecreatie. De beoogde ontwikkeling betekent onder andere dat een bestaande voormalige kippenstal van 850 m2 wordt gesloopt en een deel van het plangebied landschappelijk wordt ingepast. Er is sprake van meerwaardecreatie als gevolg van een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Landschapsinvesteringsregeling De Kempen De Kempen-gemeenten waar de gemeente Bergeijk onderdeel van is, vinden het van belang dat de wijze waarop met de Landschapsinvesteringsregeling (LIR) wordt omgegaan onderling wordt afgestemd. Er wordt daarbij gestreefd naar een zoveel als mogelijk uniforme aanpak, waarbij elke gemeente afzonderlijk accenten kan leggen. In de notitie “Landschapsinvesteringsregeling De Kempen” is concreet gemaakt hoe deze uniforme aanpak eruitziet. De LIR hanteert drie categorieën voor het onderscheiden van ruimtelijke ontwikkelingen.

Niet alle ontwikkelingen hebben namelijk een gelijke ruimtelijke impact. De categorieën die de LIR hanteert zijn de volgende; • • •

Categorie 1. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van forfaitaire bedragen)

Op basis van de LIR De Kempen is het omzetten van een de agrarische bedrijfswoning op nummer 34 naar een woning en het omzetten van de agrarische bestemming op nummer 31 naar een niet-agrarische bestemming onder te brengen in categorie 3. Voor de RvR-woning op nummer 41 is geen investering nodig. Hiervoor is wel een landschappelijke inpassing nodig. Omdat de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op nummer 41 dat met dit bestemmingsplan wordt bestemd groter is dan 150 m2 wordt gebruik gemaakt van de sloop/ bonus regeling van de gemeente die onderdeel is van de wijzigingsbevoegdheid artikel 7.7.8 van het vigerend bestemmingsplan zoals beschreven in paragraaf 1.4 van de toelichting. Het betreft hier 500 m2 van de 850 m2 die wordt gesloopt. Dit betekent dat nog 350 m2 van de sloop van de voormalige kippenstal in de LIR kan worden ingezet. Voor het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een woning wordt echter niet langer beoordeelt dat een dergelijke ontwikkeling te beschouwen is als categorie 3 maar als categorie 2. Hiervoor volstaat landschappelijke inpassing. Dit betekent dat alleen de ontwikkeling op nummer 31 te beschouwen is als categorie 3 en dan voor het deel dat is gelegen in het landelijk gebied uit de Interim Omgevingsverordening. Het omzetten van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar een woning is gelegen in het Stedelijk gebied.

De benodigde investering in het landelijk gebied wordt gedaan door sloop van de voormalige kippenstal. Op basis van de LIR is berekend wat de inspanning moet zijn. De oppervlakten van het plangebied en de waarden per m2 op nummer 31 voor zover ze is gelegen in het landelijk gebied uit de Interim Omgevingsverordening zijn als volgt:

22

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Bestemmingen

Huidig m2

Agrarische onbebouwd

7.814

Totaal bestaand

7.814

Toekomstig m2

Waarde/ m2

Waarde in €

€ 25,--

195.350,-195.350,--

Bedrijven (onbebouwd)

650

€ 80

52.000,--

Bedrijven (bebouwd)

900

€ 160,--

144.000,--

Agrarisch onbebouwd

6.264

€ 5,--

31.320,--

Totaal toekomstig

7.814

227.320,--

De totale waarde van de huidige bestemming op nummer 31 bedraagt €195.350,--. De waarde van de nieuwe bestemming is €227.320,-- waardoor de waardevermeerdering €31.970,-- groot is. De basisinspanning is €6.394,-- (Lir-bijdrage van 20% over de meerwaarde). De kosten van de sloop van de bestaande kippenstal op nummer 41 bedraagt voor 350 m2 €8.750,--. De investering is hiermee groter dan de basisinspanning waardoor voldaan wordt aan de LIR. In de bijlage is de berekening van de LIR opgenomen. Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing vindt binnen het plangebied plaats ter plaatse van de inpassing van de nieuwe ruimte voor ruimte woning op nummer 41. De delen van het plangebied op nummer 31 en 34 boden geen gelegenheid of ruimtelijke noodzaak om landschappelijke inpassing door middel van het toevoegen van landschapselementen gestalte te geven. Op nummer 34 was geen ruimte beschikbaar doordat de bestaande gebouwen op de perceelgrens zijn gepositioneerd. Op nummer 31 is eerder een landschapstuin aangelegd en is daarmee landschappelijk reeds ingepast. De volgende afbeelding toont de landschappelijke inpassing van de nieuwe woning op nummer 41. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is als verplichting aan de regels verbonden.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

23

Landschappelijke inpassing nieuwe woning Boscheind 41.

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Bergeijk; leven en beleven tussen bossen, beken en boerenland Op 3 juni 2010 heeft de gemeenteraad van Bergeijk een geactualiseerde structuurvisie vastgesteld. Het doel van deze actualisatie was met name om ten aanzien van het toekomstig ruimtelijke beleid een integrale visie te hebben voor de lange termijn voor nieuwe ontwikkelingen. De visie is vervat in een kaartbeeld. Hieronder is een uitsnede van het kaartbeeld weergegeven.

24

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

34 41

31

Uitsnede Structuurvisie Bergeijk met binnen de grijze cirkel de projectlocatie; bron: ruimtelijkeplannen.nl Vervolgens is een aantal locatie gebonden aspecten in de structuurvisie verwoord. Voor de locatie aan de Boscheind 34 en 31 gelden de volgende aspecten: “Bestaande bebouwingskern Wonen De koers voor de functie wonen draait om de verdere ontwikkeling van de verstedelijking binnen de gemeente via inbreiding, intensivering, herstructurering en uitbreiding. Ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van de gemeente. De gemeente wil haar identiteit en imago van landelijke, groene, rustige plattelandsgemeente koesteren. De gemeente Bergeijk streeft naar een verantwoorde, optimale benutting van de mogelijkheden voor inbreiding binnen de dorpskernen. Inbreiden mag alleen worden nagestreefd indien er daardoor op de betreffende locatie een kwaliteitsverbetering optreedt en mag niet zonder meer ten koste gaan van groene kwaliteiten. Het groen binnen de kernen is karakteristiek voor Bergeijkse dorpen en dient daarom in voldoende mate aanwezig te blijven. Voor het wonen staat de realisatie van het eigen woningbouwprogramma centraal. Dit wil Bergeijk minimaal realiseren. Iedere kern moet, indien redelijkerwijs mogelijk, tenminste ruimte krijgen om te bouwen voor de eigen bevolkingsgroei.

Het realiseren van een kern waar de inwoners als het ware hun hele levensloop kunnen blijven wonen en daarmee een “wooncarriere” kunnen maken, vergt niet alleen voldoende aantal woningen per kern, maar vooral ook een op de toekomstige vraag toegesneden aanbod van woningtypen en ondersteunende diensten. Voorkomen moet worden dat er “gebouwd wordt wat er al staat” terwijl de bevolking naar leeftijden huishoudensamenstelling verandert. Het bestemmen van de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoningen op nummer 34 en 31 betekent niet dat er nieuwe woningen worden toegevoegd. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten uit de structuurvisie in het bijzonder de ambitie om de inwoners van de gemeente binnen de gemeente te kunnen faciliteren in hun woonbehoefte. BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

25

Met betrekking tot het bestemmen van het reeds bestaande niet agrarisch bedrijf in het reeds bestaande, voormalige agrarische bedrijfsgebouw op nummer 31 is het volgende bepaald: “Bestaande bebouwingskern Bedrijvigheid Één van de belangrijkste opgave voor de komende jaren is het behoud van de leefbaarheid in met name de kleinere kernen. Het streven is daarbij gericht op het ontwikkelen van economisch en sociaal vitale kernen. Naast het behoud van kleinschalige, weinig overlast veroorzakende vormen van bedrijvigheid (zoals werken aan huis, dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid) speelt het voorzieningenniveau hierbinnen een cruciale rol. Het streven van de gemeente Bergeijk is daarbij gericht op het in stand houden van basispakket aan voorzieningen in de kernen. Het bestemmen van de reeds bestaande niet-agrarische bedrijvigheid in de bestaande bebouwing zorgt in lijn met hetgeen in de structuurvisie is gesteld tot behoud van bedrijvigheid in de kleine kern van Luyksgestel. De bedrijvigheid is kleinschalig en zorgt niet voor overlast in de omgeving. De nieuwe woning ter plaatse van de bestaande kippenstal op nummer 41 is gelegen in het “Open agrarisch landschap”. Hierover wordt in de Structuurvisie het volgende gesteld: “Open agrarisch landschap” “De relatief grootschalige openheid voegt een gebiedseigen kwaliteit toe aan het landschap.

Dit landschap biedt niet alleen mogelijkheden om de openheid te versterken, maar ook voor de inplaatsing van bestaande/nieuwe functies (alleen via BiO (Provinciale Beleidsnota “Buitengebied in Ontwikkeling” - en Ruimte-voor-Ruimte-regeling). De nieuwe woning wordt landschappelijk ingepast en is zodanig gepositioneerd, ter plaatse van de reeds bestaande voormalige kippenstal dat behoud van zicht op het zuidelijk gelegen beekdal vanaf de weg zichtbaar blijft.

26

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 5 Milieuhygiënische aspecten 5.1

en

planologische

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid, landschap en ruimtelijke ordening. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de beoogde ontwikkeling. De milieukwaliteit vormt dan ook een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de milieuhygiënische en overige planologische aspecten. Indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De eventuele onderzoeksrapportages zijn separate bijlagen bij de toelichting. In deze toelichting zijn de samenvattingen en conclusies opgenomen.

5.2

Parkeren en ontsluiting

Bij elke ruimtelijke afweging dient gemotiveerd te worden dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en dat er voorzien wordt in een goede ontsluitingsmogelijkheid. Met de ontwikkeling zal er moeten worden aangetoond dat voldaan kan worden aan de normen uit het parkeerbeleid van de gemeente Bergeijk Met de beoogde ontwikkeling zullen er twee woningen worden toegevoegd. De gemeente Bergeijk heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2017. De gemeente heeft bij het opstellen van haar parkeerbeleid de volgende doelstelling; “Het bieden van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Bergeijk, om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen. Met behulp van dit toetsingskader moet worden voorkomen dat als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen parkeerproblemen in de openbare ruimte ontstaan.” Om te bepalen of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid wordt het uitgangspunt gehanteerd dat in beginsel het parkeren op eigen terrein moet worden opgevangen. Met behulp van aan functies gerelateerde normen wordt de parkeerbehoefte bepaald. Hierbij wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. 1. De parkeernormen zijn gebaseerd op parkeerkencijfers van het CROW, publicatie 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 2012.

Wanneer het CROW de parkeerkencijfers actualiseert, wordt de Nota Parkeernormen hierop aangepast. 2. De parkeerkencijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Bergeijk “niet stedelijk”, op basis van de demografische kerncijfers van het CBS per gemeente. 3. In de kern Bergeijk wordt voor het toepassen van parkeernormen alleen onderscheid gemaakt tussen het kernwinkelgebied van Bergeijk en de rest. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar verschillende gebiedstypen buiten het kernwinkelgebied. Vanwege de schaal van de gemeente Bergeijk is er nauwelijks onderscheid tussen autobezit in deze gebieden. Alle voorzieningen zijn gelijkwaardig bereikbaar. Voor het kernwinkelgebied van Bergeijk wordt een uitzondering gemaakt, omdat in dit gebied een bezoeker meerdere bestemmingen kan hebben binnen loopafstand. Voor het wijzigen van de bestaande agrarische bedrijfswoningen aan Boscheind nummer 31 en 34 is er geen wijziging in de parkeerbehoefte. De te hanteren norm van 2,3 parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning is in de huidige situatie maar ook in de toekomstige situatie niet anders. Er is op beide locaties voldoende ruimte op het perceel aanwezig om voldoende parkeergelegenheid aan te bieden. Ook voor de nieuwe woning op nummer 41 geldt een norm van 2,3 parkeerplaatsen. Het perceel is groot en beschikt over voldoende parkeergelegenheid.

Ook voor de bestaande loods op nummer 31 die gebruikt wordt voor opslag voor een niet-agrarisch bedrijf zal geen andere parkeernorm hebben dan dat ze in het geval van de agrarische bestemming heeft. De norm voor een arbeidsextensief bedrijf bedraagt 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

27

oppervlakte van de loods is 1.060 m2. De parkeerbehoefte is (1,1 x 10,6) 11,66 plaatsen. Het perceel dat bestemd wordt als niet-agrarisch bedrijf en dat niet bebouwd is, heeft een oppervlakte die groot genoeg is om te kunnen voorzien in de benodigde parkeerplaatsen. Daarbij is het zo dat het gebruik als loods voor een niet-agrarisch bedrijf reeds aanwezig is en de parkeerbehoefte beduidend lager is dan dat door de norm gesteld is. De ontsluiting zal op een bestaande weg plaatsvinden. De verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling is zodanig gering dat geconcludeerd moet worden dat de bestaande aanliggende infrastructuur over voldoende capaciteit beschikt om het verkeer van en naar de percelen goed kan afwikkelen. Het aspect “parkeren” en “ontsluiting” is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Water

In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond, middels een hydrologisch onderzoek, dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Sinds juli 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening. Het besluit verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in de toelichting van alle ruimtelijke plannen. Ten aanzien van het beleid rond- en om water is het met name van belang of de wijzigingen een effect kunnen hebben op de hydrologische situatie. Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd. Daarnaast zijn de algemene regels vastgelegd binnen de “Algemene regels waterschap De Dommel”. De beleidsregels aanvullend op de Keur zijn verder vastgelegd binnen de “Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater”. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarde waaraan getoetst wordt is een verhardingstoename van 500 m².

Met de bouw van een nieuwe woning in combinatie met de sloop van de kippenstal en het bestemmen van de bestaande gebouwen op nummer 31 en 34 (agrarische bedrijfswoning(en) en loods) is sprake van een afname van de verharding (dakvlak en terreinverharding). Deze is daarom lager dan de grenswaarde van een toename van 500 m2 (zie hieronder bij huidige en toekomstige situatie). Vanuit de Algemene Regel is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening of infiltratievoorziening. Aanvullend op de beleidsregels is het stuk “Hydrologische uitgangspunten bij de keurregel voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”. Het bovenstaande resulteert in een voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. Hergebruik 2. Vasthouden 3. Bergen en afvoeren 4. Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. Afvoeren naar de riolering Gemeentelijk waterbeleid Het waterbeleid van de gemeente is vastgelegd in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, 2020-2024 (VGRP). Het VGRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van dit plan legt de gemeente vast wat men wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. 28

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

De gemeente wil een goed functionerend water- en rioleringssysteem in stand houden en vanuit de zorgplicht riolering bijdragen aan gemeenschappelijke thema’s zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Om de zorg voor riolering nu en in de toekomst betaalbaar te houden wil de gemeente toegroeien naar een situatie waarin we sterker sturen op prestaties, risico’s en kosten. Om dit te kunnen doen dient de basis op orde te zijn. De koers die hiervoor is ingezet wil de gemeente doorzetten en het beheer verder optimaliseren. Om te zorgen voor een toekomstbestendig water- en rioleringssysteem wil de gemeente het hemelwater zoveel mogelijk (laten) verwerken op eigen terrein of minimaal binnen projectgrens, tenzij transport doelmatiger is. Door hemelwater in de bodem te infiltreren wordt de sponscapaciteit van de bodem benut en wordt een zoetwatervoorraad opgebouwd om langdurig droge perioden beter te kunnen overbruggen. Het overtollige hemelwater wordt in de openbare ruimte opgevangen, waarna het bij voorkeur via bovengrondse blauw-groene aders wordt afgevoerd naar de beekdalen die zijn (her)ingericht voor de opvang van pieken. Met deze aders, zoals opgenomen in het waterstructuurplan 2013, wordt bijgedragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en kan tevens hittestress worden tegengegaan.

Voor het verwerken van hemelwater hanteert de gemeente een andere grenswaarde dan het Waterschap. Waar het Waterschap op dit moment de grens legt op een verhardingstoename van 500 m2, legt de gemeente de grens bij 50 m2 verhardingstoename. Deze waterparagraaf geeft inzicht in hoe de beoogde ontwikkeling omgaat met, en wat de ontwikkeling betekent voor het aspect water. Beschermingsgebied Op basis van de Watertoetskaart is bepaald dat de projectlocatie niet is gelegen in een “beschermde zone”. De ontwikkelingen hebben geen negatieve effecten hebben op een Natura 2000 gebied. In paragraaf 5.4 zal hier nader op worden ingegaan. Huidige en toekomstige situatie Voor de toekomstige verharding zijn reële aannames gedaan. Door de planontwikkeling neemt het verhard oppervlak ten opzichte van de oorspronkelijke situatie af. Dit komt vooral door de sloop van de bestaande kippenstal. Op de andere locaties zijn geen bouwkundige wijzigingen bestemd. Alleen het gebruik in de reeds bestaande panden wordt bestemd overeenkomstig het huidig gebruik. De nieuwe woning ter plaatse van de bestaande kippenstal heeft een oppervlakte van ongeveer 300 m2. Het is reëel om nog eens uit te gaan van een terreinverharding van nog eens 200 m2. Bodem en Grondwater Op basis van de gegevens van bodemdata.nl valt af te leiden dat de locatie aan Boscheind 41 (RvR-woning) gelegen in de grondwatertrap VI.

De Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is gelegen 40 en 80 cm onder maaiveld. Op basis van het Dinoloket is op basis van een bekend bodemmonster bekeken (op circa 20 meter afstand, zuidelijk van de projectlocatie aan nummer 41 met nummer BHR123849). Dit bodemmonster laat tot op een diepte van 1,8 meter onder maaiveld zien dat de bodem bestaat uit zand. Zand kent een grote doorlatendheid. De bodem is geschikt voor infiltratie. Oppervlaktewater Op het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Aan de zuidzijde van het plangebied is de beek Bosserweijerloop gelegen. De ontwikkeling heeft echter geen rechtstreekse invloed op dit oppervlaktewater. Hemelwater Voor de toekomstige verharding zijn ruime aannames gedaan. Door de planontwikkeling neemt het verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie af. Voor de nieuwe woning aan Boscheind 41 is inzicht in de opgave. De verharding bedraagt circa 500 m2.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

29

Voor 500 m2 aan verhard oppervlak kan worden bepaald wat de hoeveelheid hemelwater is waarvoor de voorkeursvolgorde kan worden doorlopen. Op basis van de Themakaart Keur van het waterschap zal 60 mm moeten worden gecompenseerd per m2 verharding. Er geldt gevoeligheidsfactor 1 voor de verharding voor de locatie. Dit betekent een totale som van (500m2 x 0,06 x 1) 30 m3. Het regenwater dat op de verharding en bebouwing terecht komt zal worden geïnfiltreerd in de bodem. In de regels is opgenomen dat bij het bouwen van gebouwen een verplichting is voor het realiseren van een infiltratievoorziening. De wijze waarop de infiltratie plaatsvindt zal nog nader worden uitgewerkt. Vaststaat dat de bodem geschikt is voor infiltratie waardoor voldaan kan worden aan de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid en de Keur van het waterschap. Materiaalgebruik Afkoppeling van de neerslag afkomstig van de verharde oppervlakken is goed mogelijk bij nieuwbouw. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag vanuit het plangebied rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal gescheiden van het afvalwater worden aangeboden. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden.

Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal. • Platte daken: beton of bekleed met EPDM-rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. • Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink alle gecoat. • Ontsluitingspaden/ wegen/ terrassen; voorzien van niet-uitloogbare materialen of betonproducten. Afvalwater Het afvalwater zal gescheiden van het hemelwater worden aangeboden. Het aspect “water” is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.4

Natuur

Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is er de Wet natuurbescherming in. Deze wet heeft 3 wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. De uitvoering van de Wet natuurbescherming ligt bij de Provincie. Alleen ter plaatse van Boscheind 41 vinden nieuwe fysieke ontwikkelingen plaats. Er wordt een bestaande leegstaande kippenstal gesloopt en een nieuwe woning gebouwd. Binnen de overige delen van het plangebied vinden geen fysieke ingrepen plaats. Ten behoeve van de ontwikkeling op nummer 41 is een natuuronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (Quick scan flora en fauna, uitgevoerd door IJzerman advies, d.d. 7 juli 2019) is in zijn geheel toegevoegd aan dit bestemmingsplan. De conclusie luidt als volgt; Gebiedsbescherming “Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied of in gebieden die behoren tot het NatuurNetwerkBrabant. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura-2000 gebieden zullen geen negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen, ten opzichte van het huidige gebruik. De bestemming verandert van agrarische bedrijfsvoering naar bedrijfsbestemming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=edacca0b-caa1-4833-be47-a4384124863c