CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Toelichting Weerderdijk 5

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan “Weerderdijk 5, Westerhoven”19.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op basis hiervan is vastgesteld dat door het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden de gunstige staat van instandhouding van de steenmarter, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, huismus en kerkuil niet in het geding komt door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Het besluit op de ontheffing is als Bijlage 12 aan deze toelichting toegevoegd.

4.5 Cultuurhistorie en Archeologie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. De rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor dit plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied.

4.5.1

Cultuurhistorie

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (Afbeelding 22) wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen zwaarwegende cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. De bestaande bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarden. Enkele landschapsvormen over een groter gebied zijn aangewezen als cultuurhistorisch kenmerk. Het plan laat de landschappelijke karakteristiek in groter verband ongemoeid, waarmee aantasting van cultuurhistorische waarden is uitgesloten.

39 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

Afbeelding 22: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant

4.5.2

Archeologie

Gemeenten hebben de wettelijke taak om verantwoord om te gaan met het archeologisch erfgoed (zorgplicht). De gemeente Bergeijk heeft hiervoor een beleidsplan opgesteld, dat is overgenomen in het bestemmingsplan 2 e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017. In hoofdlijnen komt het erop neer dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde en in gebieden met archeologische resten. In het bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 is voor het zuidelijke deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ opgenomen. Uit bijbehorende regels blijkt dat daar, zonder een vergunning met aanvullend onderzoek, geen gebouwen of bouwwerken mogen worden gerealiseerd met een diepte van meer dan 40 centimeter, bij een oppervlakte van meer dan 25.000 m2. In het bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 is voor het noordelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5.1’ opgenomen. Uit bijbehorende regels blijkt dat daar, zonder een vergunning met aanvullend onderzoek, geen gebouwen of bouwwerken mogen worden gerealiseerd met een diepte van meer dan 30 centimeter, bij een oppervlakte van meer dan 2.500 m2. Beoogde bebouwing zal gerealiseerd worden op het zuidelijk deel van het plangebied. Hier is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ van toepassing.

Bovendien wordt de bebouwing gedeeltelijk gerealiseerd op de fundamenten van de bestaande gebouwen. De gronden zijn hier reeds verstoord door het doen van afgravingen en verrichten van bouwwerkzaamheden ten tijde van de realisatie van de bestaande bebouwing. Hieruit kan worden geconcludeerd dat (potentieel) aanwezige archeologische waarden niet onevenredig zullen worden geschaad.

4.6 Parkeren en verkeer In deze paragraaf zijn de aspecten ‘parkeren’ en ‘verkeer’ nader bekeken. Hierbij is gekeken naar de parkeernorm en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Daarnaast is ook gekeken naar de verkeersaantrekkende werking die bij de beoogde ontwikkeling zal plaatsvinden.

4.6.1

Parkeren

De parkeernorm wordt vastgesteld op basis van de parkeerbehoefte per functie en het eventueel gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen door verschillende functies. De parkeernorm geeft het totaal aantal parkeerplaatsen aan dat voor een ruimtelijk initiatief, plan of project aangelegd moet worden. In het geval van de bouw van tien of meer woningen wordt de parkeereis uitgesplitst naar bewoners- en bezoekersparkeerplaatsen. De gemeente Bergeijk heeft een eigen parkeerbeleid opgesteld. In de Nota Parkeernormen 2017 is het gemeentelijk beleid met betrekking tot parkeren uitgewerkt. De parkeernorm geeft het totaal aantal parkeerplaatsen aan dat voor een ruimtelijk initiatief, plan of project aangelegd moet worden. De parkeernorm wordt vastgesteld op basis van de parkeerbehoefte per functie in

40 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

combinatie met de stedelijkheidsgraad van de omgeving. Voor de omgeving van het plangebied geldt de norm voor buitengebied. Voor een manege geeft de Nota Parkeernormen 2017 een parkeernorm van 0,4 per box. In de beoogde situatie worden 50 volwassen paarden en 20 paarden in opfok gehouden, verdeeld over twee compartimenten en een loopstal. De beoogde plannen omvatten de ontwikkeling van een bedrijfsmatige paardenhouderij en geen manege. De bezoekersaantallen voor een paardenhouderij zijn beduidend lager dan voor een manege. De verkeersaantrekkende werking van het bedrijf zal dus een stuk lager liggen dan de norm, omdat het bedrijf zich primair richt op het voortbrengen (fokken), africhten, trainen en verhandelen van paarden (productiegerichte paardenhouderij). Dit is wenselijk anders dan een manege waar paarden van derden gestald worden, die dagelijks hun paard komen verzorgen en/of berijden. Het grootste deel van de bedrijfsvoering is in handen van initiatiefnemer. Verder ontstaat er een parkeerbehoefte voor de bezoekers van het bed & breakfast en bezoekers van het bedrijf zoals dierenarts, hoefsmid, adviseurs e.d. De parkeerbehoefte van het bedrijf is in onderstaande tabel samengevat. Functie

Aantal binnen plangebied 1

Norm per stuk 2,3

Totaal

Opmerking

Bedrijfswoning

Indeling parkeerbeleid Koop, vrijstaand

2,3

Bewoners zijn tevens fulltime medewerkers paardenhouderij

Bed & Breakfast Bezoekers

-

2 3

1 1

2 3

Uitgegaan wordt van maximaal 3 bezoekers tegelijkertijd

Op het bedrijfsterrein wordt voorzien in 16 parkeerplaatsen. Daarnaast zal bij de bedrijfswoning voorzien worden in parkeerplaatsen voor de privévoertuigen. De tuin is hier nog nader in te richten. Er kan geconcludeerd worden dat in het gehele plangebied voldoende ruimte is voor benodigde parkeervoorzieningen.

4.6.2

Verkeer

Het plangebied is gelegen aan de Weerderdijk, een geasfalteerde plattelandsweg in het buitengebied. De ontsluitingsroutes van de Weerderdijk lopen in zuidelijke richting naar de Kempervennendreef die aansluit op de Luikerwegen in noordelijke richting via de Weerderdijk en Loverensedijk welke uitmondt op de Provincialeweg. . Het initiatief voorziet in het houden van 70 paarden en de realisatie van een bed & breakfast. Gezien de oude woning zal blijven staan, zullen hier geen extra verkeersbewegingen optreden. Voor wat betreft een manege geldt er volgens de CROW uitgave ‘parkeerkencijfers naar parkeernormen’ een verkeersgeneratie van 4,0 verkeersbewegingen per bezette box. De beoogde plannen omvatten de ontwikkeling van een paardenhouderij en geen manege. De bezoekersaantallen voor een paardenhouderij zijn beduidend lager dan voor een manege, omdat een paardenhouderij geen verkeersaantrekkende functie heeft. Om de verkeersbewegingen van de paardenhouderij op een correcte manier inzichtelijk te maken wordt derhalve gebruik gemaakt van de Hippische monitor opgesteld door HAS Den Bosch en ervaringscijfers. Ten behoeve van de bedrijfsvoering van de beoogde paardenhouderij vindt onderstaande verkeersgeneratie plaats: Aanvoer ruwvoer/hooi Als basisregel wordt door de hippische sector geadviseerd 1,5 kg hooi per 100 kilogram lichaamsgewicht te voeren.

Een paard weegt gemiddeld 600 tot 700 kg. Dit wil zeggen dat een paard circa 10 kg hooi per dag nodig heeft. Op het bedrijf zijn 70 paarden aanwezig. Dit wil zeggen dat het bedrijf jaarlijks 255,5 ton hooi gebruikt. Op een vrachtwagen is ruimte voor 12 ton. Dit resulteert in 21,3 vrachten per jaar. Dit resulteert in 42,6 verkeersbewegingen per jaar en gemiddeld afgerond 3,6 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Aanvoer strooisel Per paard wordt circa 8 kg per dag strooisel gebruikt. Voor 70 paarden komt dat uit op 560 ton strooisel per jaar. Op een vrachtwagen is ruimte voor 10 ton. Dit resulteert in 56 vrachten per jaar. Dit resulteert in 112 verkeersbewegingen per jaar, wat uitkomt op gemiddeld 9,3 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand.

41 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

Aanvoer krachtvoer Gemiddeld genomen verbruikt een paard circa 1.000 kg krachtvoer per jaar. Krachtvoer wordt circa één keer in de drie weken per vrachtwagen aangevoerd. Dit resulteert dus in 35 verkeersbewegingen per jaar en afgerond 3 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Afvoer mest Paardenmest wordt één keer in de twee weken per vrachtwagen afgevoerd. Dit resulteert in 52 verkeersbewegingen per jaar en gemiddeld 4 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Hoefsmid Op de beoogde paardenhouderij zijn 70 paarden aanwezig welke door de hoefsmid behandeld dienen te worden. Volwassen paarden worden iedere 6 á 7 weken bekapt of beslagen door de hoefsmid. Hiervoor zal de hoefsmid circa 4 dagen aanwezig zijn op de locatie. Dit resulteert in 8 verkeersbewegingen per twee maanden en gemiddeld 4 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand. Diverse bezoekers Gemiddeld komen er verder nog twee overige erf betreders per week naar de locatie (adviseur, dierenarts, overige bezoekers, etc.). Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen per week en gemiddeld 16 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand. Bedrijfswoning Voor de verkeersbewegingen van en naar de bedrijfswoning wordt aangesloten bij de geldende verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie ‘van parkeerencijfers naar parkeernorm’. Voor een vrijstaande woning geldt een verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 per gemiddelde weekdag.

Voor de berekening wordt uitgegaan van 8,2 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. Dit resulteert in 246 verkeersbewegingen per maand. Bed & Breakfast Voor wat betreft de verkeersgeneratie van de Bed & Breakfast wordt aangesloten bij de categorie ‘3* Hotel’ in de CROW. Hiervoor wordt een verkeersgeneratie van gemiddeld 19,5 verkeersbewegingen per 10 kamers per dag. Voor twee kamers resulteert dit in gemiddeld 3,9 verkeersbewegingen per etmaal en 117 verkeersbewegingen per maand. Navolgende tabel geeft een samenvatting van de verkeersgeneratie van de beoogde situatie: Activiteit

Type vervoer

Aanvoer ruwvoer/hooi Aanvoer strooisel Aanvoer krachtvoer Afvoer mest Hoefsmid Diverse bezoekers Bedrijfswoning Bed & Breakfast

Zwaar verkeer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer

Transportbewegingen (aantal per maand) 3,6 9,3 3 4 4 16 246 117

Totaal In totaal komt dit uit op 383 lichte verkeersbewegingen per maand (circa 12,8 per dag). Voor zwaar verkeer komt dit uit op 10,7 verkeersbewegingen per maand (circa 0,4 per dag). De Weerderdijk kan de verkeersbewegingen goed opvangen. De locatie beschikt over een brede inrit met daarachter voldoende manoeuvreer– en parkeerruimte, waardoor geen sprake zal zijn van obstructie op de openbare weg en de doorstroming niet in gevaar komt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de verkeersafwikkeling afdoende is geregeld en er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.

42 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

5 Juridische planopzet In dit hoofdstuk is een beschrijving van de juridische planopzet opgenomen. Dit wordt uiteengezet aan de hand van de planvorm, verbeelding en planregels.

5.1 Planvorm De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om planregels, een verbeelding en de bijbehorende toelichting. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn op een topografische ondergrond de bestemmingen aangeduid, met daaraan gekoppelde regels met betrekking tot bouwen en gebruik. De toelichting bij het plan heeft geen juridisch bindende werking maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie.

5.2 Verbeelding De verbeelding visualiseert het plangebied. Uit de verbeelding blijkt de begrenzing en de ligging van het plangebied. De verbeelding is direct verbonden met de bijbehorende regels. In de regels worden de condities en voorwaarden voor de bestemmingen en aanduidingen gesteld. De verbeelding is vervaardigd conform wettelijke eisen en geldende standaarden. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500 en bestaat uit één kaart. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1; ▪ Enkelbestemming: Groen; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 5.1; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 6; ▪ Dubbelbestemming: Waterstaat – Attentiegebied EHS; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: paardenhouderij; ▪ Functieaanduiding: bed & breakfast; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch met waarden – natuurontwikkelingsgebied; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – beperkingen veehouderij; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – ecologische hoofdstructuur; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; ▪ Gebiedsaanduiding: veiligheidszone – leiding.

5.3 Planregels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De in het bestemmingsplan opgenomen regels zijn geheel overeenkomstig de regels van het moederplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’. In de bestemmingsomschrijving van artikel 3 is de mogelijkheid van een bed & breakfast toegevoegd middels een aanduiding. De maximaal toegestane eenheden voor de bed & breakfast zijn vastgelegd in de specifieke gebruiksregels. Verder is de oppervlakte genoemd in artikel 3.2.6 van de regels aangepast naar 4.400 m2 en zijn er voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ten behoeve van het landschappelijk inpassingsplan, hemelwater en verplichting van sloop. Tot slot is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te wijken van de voorwaardelijke verplichting van het landschappelijk inpassingsplan.

43 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

6 Uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening is vastgelegd dat ieder bestemmingsplan en wijzigingsplan inzicht moet geven in de uitvoerbaarheid ervan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid Een gemeente is (in beginsel) verplicht om, op grond van artikel 6.12 eerste lid, Wro een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een in het Bro aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien: ▪ Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins is verzekerd; ▪ Het bepalen van een tijdvak voor de exploitatie of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen niet nodig is; ▪ Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onder b, c en d Wro niet noodzakelijk is. Met het planvoornemen is sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Dit betekent dat het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer zal hierin worden voorzien.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke haalbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is vooroverleg gevoerd met de daartoe aangewezen instanties, de provincie Noord-Brabant en waterschap De Dommel. Naar aanleiding van deze vooroverlegreacties zijn de waterparagraaf en enkele regels in het bestemmingsplan aangescherpt. Initiatiefnemers hebben voorafgaand aan de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan een omgevingsdialoog gevoerd. Er zijn vanuit de directe omgeving geen bezwaren ten aanzien van het initiatief naar voren gekomen. Een verslag van de dialoog is aan de gemeente overlegd, maar is in verband met de privacy wetgeving niet in dit bestemmingsplan opgenomen. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing). Het ontwerp is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken, van 1 september tot en met 13 oktober 2022. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt op 8 september 2022. Dit wordt in de zienswijzenota van de gemeente, zie Bijlage 13, besproken. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd.

Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

44 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

7 Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9. Bijlage 10. Bijlage 11. Bijlage 12. Bijlage 13.

Situatietekening Berekening kwaliteitsverbetering Berekening compensatiewaarde Landschappelijk inpassingsplan Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie Verkennend bodemonderzoek incl. asbest Nader onderzoek asbest in bodem Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Beschikking aanvraag Wet natuurbescherming Z192566 Natuurtoets Nader soortgericht onderzoek Definitief besluit Wnb Soortenbescherming Zienswijzenota

45 Bestemmingsplan Weerderdijk 5 te Westerhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=b36eb415-86cd-4f3d-95c3-466a87baafb6