Bijlage 12. PvE archeologie BOPA Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg (2026.01.16)
Tekst van het document
Na afronding van het onderzoek wordt het geheel, conform de daarvoor geldende normen en eisen (KNA-specificatie DS02 en DS03) aangeleverd via het landelijk e-loket ArcheoDepot (www.archeodepot.nl), geüpload via het E-formulier (https://fd9.formdesk.com/gboprod/Aanmelden_Pakbon_Update) en zo overgedragen aan het Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (PDB). Het deponeren van archeologische vondsten en onderzoeksdocumentatie vindt plaats volgens de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, protocol 4004 Opgraven, OS17: “Gestandaardiseerde beschrijving van projectdocumentatie bij het deponeren van archeologisch vondsten en monsters (d.m.v. pakbon)”. De vondsten zijn minimaal beschreven conform Codetabel 1 Artefacttype. Onder protocol 4004 wordt onder het begrip pakbon verstaan: het document dat bij het te deponeren materiaal en/of de documentatie wordt gevoegd en op gestandaardiseerde wijze een beschrijving geeft van de inhoud van het aangeleverde. Bij de digitale aanlevering bestaat de pakbon uit een XML-bestand, conform SIKB-protocol 0102 en wordt zo tevens als digitale documentatie, conform KNA-specificatie DS05, overgedragen aan het e-Depot DANS. Na deponering is het Onderzoeksmeldingsnummer (ARHIS) structureel gelinked met de Persistent Identifier (DANS), zodat de data digitaal altijd te traceren zijn.
10.2 Te leveren product • •
•
Een digitaal evaluatierapport (indien van toepassing). Het eindproduct bestaat uit een rapportage in de huisstijl van het uitvoerend opgravingsbedrijf in analoge en digitale vorm en alle documentatie (tekeningen, foto’s, verslagen, analyses, dag- en weekrapporten, scans, tabellen, databases van sporen, vondsten, monsters, foto- en tekeningenlijsten, etc.) op een algemeen geaccepteerde gegevensdrager. Het concepteindrapport wordt uiterlijk 3 maanden na veldwerk of, indien van toepassing uiterlijk 3 maanden na goedkeuring van het evaluatierapport, digitaal ter toetsing aangeboden aan de bevoegde overheid. Door de bevoegde overheid gevraagde correcties dienen binnen drie weken tot een nieuw concept te leiden. Na goedkeuring
44
•
• • •
•
• • •
wordt het definitieve rapport binnen vier weken aangeleverd. Van deze planning kan in overleg worden afgeweken, in het bijzonder wanneer laboratoriumanalyse (o.a. 14C-, OSL- en/ of botanischonderzoek) meer tijd vraagt. Na goedkeuring van het eindrapport door het bevoegd gezag en de opdrachtgever zullen de vondsten en documentatie (ook digitaal) door de uitvoerder worden overgedragen aan het Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant in ’sHertogenbosch (onderzoeksdocumentatie wordt aangeleverd conform de KNA en de Eisen ten behoeve van aanlevering van vondsten en onderzoeksdocumentatie, Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant). De te leveren producten omvatten een standaardrapportage over het onderzoek, het vondstmateriaal en alle relevante documentatie die gedurende het gehele traject van het onderzoek is verzameld. Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie.
Na afronding van het onderzoek dienen alle dendrochronologische data (alle meetgegevens, gebruikte referentiekalenders, metadata, foto’s, dendrochronologische jaarringseries, hun beschrijvende en interpretatieve metadata) die voortkomen uit dit onderzoek conform de daarvoor geldende normen en eisen via het digitale archief van jaarringgegevens Digital Collaboratory for Cultural Dendrochronology (DCCD) maximaal openbaar beschikbaar gesteld te worden (https://dataverse.nl/dataverse/dccd). De dendrochronologische data wordt duurzaam gearchiveerd in het DCCD en worden ten ieders voordeel ter beschikking gesteld. De normen en eisen zijn tevens te vinden in het document Dendrochronological Data in Archaeology: A Guide to Good Practice (https://guides.archaeologydataservice.ac.uk/g2gp/Dendro_Toc). Na afronding van het onderzoek dient alle informatie aangaande de houtvondsten die voortkomen uit dit onderzoek aan de openbare webdatabase over archeologische houtvondsten WOODAN beschikbaar te worden gesteld, conform de daarvoor geldende normen en eisen van WOODAN: https://woodan.org. Dit omvat alle meetgegevens, metadata, waaronder de beschrijvende en interpretatieve metadata incl.
gebruikte referentieliteratuur bij de houtsoortbepaling en de interpretatie van de houtvondsten, dateringsmethodiek en datering, foto’s, aanbevelingen ten opzichte van eventueel vervolgonderzoek, en welke specialist de werkzaamheden heeft uitgevoerd. Op deze wijze worden de resultaten van het houtonderzoek duurzaam gearchiveerd, zijn deze openbaar en staan deze ter beschikking voor alle onderzoekers en belangstellenden. Voor aanvullende informatie kan WOODAN direct worden benaderd: info@woodan.org. De Archismelding, de melding bij het landelijk Centrale Informatie Systeem voor de Nederlandse archeologie. Data en rapport worden tevens gedeponeerd in het E-depot (https://archaeology.datastations.nl/) en als Open Data beschikbaar gesteld. Het digitale eindrapport wordt ook geleverd aan de lokale heemkundige studiegroep “Van Rijthoven toen tot Riethoven” en de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland.
10.3 E-depot Conform KNA versie 4.2 (d.d. 14-03-2022) wordt ook een digitale versie van het rapport aangeleverd aan en opgenomen in het zogenaamde E-depot onder vermelding van het Archis3 onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.).
45
HOOFDSTUK 11 RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN 11.1 Personele randvoorwaarden • •
• •
• •
• • • • •
Het onderzoek moet worden verricht door een daarvoor gecertificeerd bedrijf conform BRL 4000 en de protocollen 4003 en 4004, onder leiding van personeel dat in het beroepsregister is ingeschreven. Het team dat het onderzoek uitvoert staat onder leiding van een Senior KNA Archeoloog als projectleider, met ervaring met onderzoeken in het Brabants zandgebied (Archeoregio) en onderzoeken naar vindplaatsen beneden plaggendekken en in dekzandgebieden. Deze Senior KNA Archeoloog voert de opgraving – variant archeologische begeleiding in eerste instantie alleen uit, indien sporen worden aangetroffen, zal een tweede archeoloog worden ingezet om te helpen bij het inmeten en documenteren van de grondsporen. De werkzaamheden bij het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door dezelfde Senior KNA Archeoloog, als dagelijks wetenschappelijk leider, en minimaal een (KNA-)archeoloog en/of (Senior) veldtechnici. De metaaldetector dient te worden gehanteerd door een medewerker met ervaring. De door de archeologisch uitvoerder in te zetten functionarissen zoals Projectleider (Senior KNA Archeoloog), (KNA-)archeoloog, (Senior) veldtechnicus en specialisten dienen over aantoonbare kennis te beschikken over nederzettingen en vondstmateriaal van de aan te treffen archeologische periode(n). De veldploeg dient qua samenstelling te voldoen aan de KNA, versie 4.2 (d.d. 14-032022).
Tijdens het veldwerk wordt gelegenheid geboden aan de leden van de lokale heemkundige studiegroep “Van Rijthoven toen tot Riethoven”, de Heemkundekring Bergeijk en de Archeologische Vereniging Kempen en Peelland (AWN23) om te participeren in het onderzoek. Voor de interpretatie van de ingewikkelde bodemprofielen wordt een fysisch-geograaf met een specialisatie in de Pleistocene zandgronden van Zuid-Nederland ingezet. Het graafwerk wordt uitgevoerd door een machinist die aantoonbare ervaring heeft met archeologisch werk. De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het gebied van materiële cultuur, botanische en archeozoölogische resten uit de te verwachten perioden. Zowel voor veldwerk als voor de uitwerking, conservering en rapportage is de aanwezigheid van een Senior KNA Archeoloog en een specialist met periode/materiaal- of gebiedspecifieke kennis en/of ervaring vereist. Uitwerking en rapportage dienen te geschieden door materiaal- en diachronespecialisten (zoals fysisch-geograaf, fysisch-antropoloog, aardewerkdeskundige, archeozoöloog, archeobotanicus) met aantoonbare ervaring op het gebied van de door hen te onderzoeken materiaalgroep/categorie.
11.2 Overlegmomenten • •
Uiterlijk één week voor aanvang van het veldwerk dient de start van het veldwerk gemeld te worden aan de archeologisch adviseur (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)) van de gemeente Bergeijk. Indien tijdens het veldwerk sporen, structuren of vondsten worden aangetroffen waarvan de aard, omvang of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Er vindt dan op korte termijn (telefonisch) overleg plaats, waarop de archeologisch uitvoerder, de bevoegde overheid en de opdrachtgever een vervolgstrategie bepalen.
46
• • •
De contactpersoon van de bevoegde overheid wordt op de laatste veldwerkdag op de hoogte gesteld van einde veldwerk. Op dat moment wordt besproken of een evaluatierapport zinvol is. In alle gevallen waarin dit Programma van Eisen en de KNA, versie 4.2 (d.d. 14-032022), niet voorzien, vindt overleg plaats met de bevoegde overheid, de opdrachtgever en zo nodig de depothouder. Algemeen gesteld kunnen de bevoegde overheid en/of de opdrachtgever bepalen of meerdere overleggen plaats dienen te vinden.
11.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie •
•
• •
Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA versie 4.2 (d.d. 14-03-2022) en dit Programma van Eisen. In alle gevallen waarin dit Programma van Eisen niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA versie 4.2 (d.d. 14-03-2022) van toepassing. De archeologisch uitvoerder zorgt ervoor dat de volgende documenten tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig zijn: 1 het Plan van Aanpak 2 het ondertekende Programma van Eisen 3 de KLIC gegevens 4 de onderzoeksmelding van Archis (OM-nr.). Op verzoek worden de documenten getoond aan de Erfgoedinspectie of een andere bevoegde instantie. Het veldwerk wordt uitgevoerd onder leiding van een Senior KNA Archeoloog. Ten aanzien van de conditie, kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De Senior KNA Archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is.
11.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen De externe communicatie rondom het archeologisch onderzoek ligt geheel in handen van de opdrachtgever. Vanuit de archeologisch uitvoerder zal alle medewerking worden verwacht voor het verschaffen van inhoudelijke informatie die voor de externe communicatie van belang kan zijn. Indien het wenselijk wordt geacht dat er een informatiemoment wordt georganiseerd en de inzet vanuit de archeologisch uitvoerder hiervoor niet vanuit de verleende opdracht is te realiseren, dan worden hiervoor eerst aanvullende afspraken gemaakt.
47
HOOFDSTUK 12 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE
12.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk •
• •
• • • •
•
•
•
Indien tijdens het veldwerk bijzondere vondsten worden gedaan of (complexe) sporen of structuren worden aangetroffen die niet in het onderzoeksvoorstel zijn voorzien, wordt contact opgenomen met de bevoegde overheid. In overleg zal dan eventueel kunnen worden gekozen voor een andere aanpak. Indien het gaat om belangrijke wijzigingen, zullen deze te allen tijde aantoonbaar voorgelegd worden aan de bevoegde overheid, de opdrachtgever en de depothouder, c.q. eigenaar van de vondsten. Belangrijke wijzigingen zijn: - significante afwijkingen van verwachte vondstmateriaal/vondsten (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering); - wijzigingen die (de)selectie en conservering vondsten beïnvloeden. Wijzigingen op het Programma van Eisen worden overlegd met de bevoegde overheid. Ook in geval van minderwerk of het eventueel uitvoeren van meerwerk, wordt eerst overlegd met de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Mutaties op het Programma van Eisen worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit evaluatievergaderingen en andere bijeenkomsten. Bij ingrijpende wijzigingen is altijd toestemming van de bevoegde overheid nodig. De bevoegde overheid beslist over wijzigingen in de strategie, methodiek en andere in het Programma van Eisen vastgelegde zaken.
De archeologisch uitvoerder staat te allen tijde ter beschikking om de bevoegde overheid en de opdrachtgever van informatie en advies te voorzien. Pas na goedkeuring van het gewijzigde Programma van Eisen door de bevoegde overheid kan het veldwerk/de uitwerking worden vervolgd. De bevoegde overheid kan evenwel ook de noodzaak tot wijziging eisen, waarna overleg volgt met de archeologisch uitvoerder. Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het Programma van Eisen waren voorzien vindt overleg plaats met de bevoegde overheid en opdrachtgever. Indien substantieel van het Programma van Eisen afgeweken dient te worden, bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren of indien een geringer deel van het onderzoeksterrein kan worden onderzocht dan dient hiervoor schriftelijk toestemming te worden verkregen van de bevoegde overheid. Wijzigingen aan het proefsleuvenplan of de in dit Programma van Eisen geformuleerde onderzoeksstrategie worden door de projectleider/Senior KNA Archeoloog besproken en vastgesteld met de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Ook alle afwijkingen van de standaardmethode worden besproken.
12.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden aantoonbaar voorgelegd aan de bevoegde overheid: • Kwalitatieve afwijkingen van de archeologische verwachting of het complextype; • Significante afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering); • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethoden; • Wijzigingen fysieke of technische omstandigheden; • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten.
48
Overige wijzigingen dienen voorgelegd te worden aan opdrachtgever, bevoegde overheid en eventueel depothouder: • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, complextype, aantallen vlakken et cetera); • Onvoorziene omstandigheden die de voorgang van de werkzaamheden belemmeren of ernstig vertragen; • Bij het aantreffen van bijzondere vondsten. 12.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Indien in de periode direct na voltooiing van het evaluatierapport maar nog voor de start van de uitwerking belangrijke wijzigingen geconstateerd worden ten opzichte van hetgeen in het PvE en het evaluatierapport staat vermeld, dient overleg plaats te vinden met alle betrokken partijen. Hierbij moet met name gedacht worden aan aspecten van selectie/deselectie, planning (doorlooptijd met betrekking tot uitgezette analyses) en kosten, inzet en beschikbaarheid van externe specialisten. 12.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering •
•
•
Na afloop van het veldwerk wordt contact opgenomen met de bevoegde overheid en de opdrachtgever om dit te melden en vindt er indien nodig een voorlopige evaluatie plaats van de behaalde resultaten en de mogelijk aangetroffen archeologische waarden. Tijdens dit overleg bepalen de Senior KNA Archeoloog en de bevoegde overheid samen de verdere strategie bij de uitwerking en stellen ze de noodzaak vast van de analyse van eventuele monsters en van mogelijke laboratoriumdateringen. De afspraken over uitwerking en specialistische analyses van het vondstmateriaal en monsters, nadat de vereiste waarderingen zijn uitgevoerd, worden vastgelegd in het evaluatierapport. Alle vondsten en uitgewerkte monsters moeten geconserveerd worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot Bodemvondsten (PDB) - Provincie Noord-Brabant, tenzij schriftelijk en op grond van een evaluatierapport voor conservering anders is aangegeven door de desbetreffende depothouder, c.q. eigenaar van de vondsten. In een conserveringsrapport dient te worden vastgelegd welke vondsten op welke wijze en met welke middelen zijn geconserveerd. Ten aanzien van de conditie kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De Senior KNA Archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is.
49
13
AANVULLENDE EISEN
13.1 Uitvoeringsperiode en opleveringstermijn veldwerk • •
De uitvoerdatum en uitvoeringstermijn van het veldwerk wordt in overleg met de opdrachtgever vastgesteld. De archeologisch uitvoerder dient zorg te dragen voor het aanmelden van het onderzoek bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de start van het veldwerk.
13.2 Uitvoeringscondities veldwerk • •
•
• • • • • •
Toegankelijkheid, vergunningen, betredingstoestemming en bereikbaarheid dienen door de opdrachtgever te worden geregeld. Tevens draagt de opdrachtgever zorg voor gelegenheid tot het plaatsen van een schaftwagen, een container voor opslag van materiaal en een chemisch toilet. De opdrachtgever verzorgt de contacten met andere belanghebbenden. Tenzij door de opdrachtgever nadere bepalingen zijn gesteld, worden de proefsleuven tijdens of onmiddellijk na het onderzoek gedicht en aangereden volgens met de opdrachtgever gemaakte afspraken. Additionele deelname van amateurarcheologen aangesloten bij een lokale of regionale/landelijke vereniging op het gebied van de archeologie is welkom, mits onder begeleiding van de archeologisch uitvoerder en tijdens reguliere werkuren. Voorwaarde hieraan is dat ze een positieve bijdrage kunnen leveren aan het veldwerk en/of inhoud van het onderzoek. De aanwezigheid van amateurarcheologen wordt vastgelegd in de dag- en weekrapporten. De archeologisch uitvoerder zorgt dat grote/belangrijke archeologische sporen en resten aan het eind van de dag zijn veilig gesteld voor “schatgravers”. De archeologisch uitvoerder of het ingehuurde grondverzetbedrijf voor het aanleggen van de proefsleuven doet een graafmelding bij het KLIC.
De opdrachtgever informeert de archeologisch uitvoerder over de ligging van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied, die niet bekend zijn bij het KLIC. De opdrachtgever verstrekt indien van toepassing kopieën van de milieurapporten. De uitvoerder neemt preventieve maatregelen tegen inbraak en vandalisme. Opgravingdocumentatie en waardevolle vondsten mogen niet onbeheerd in de keet achterblijven.
13.3 Ontplofbare Oorlogsresten (OO (voorheen NGE)) en veldgraven • • • • • •
Indien er OO worden aangetroffen worden de veldwerkzaamheden direct gestaakt en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen genomen. Het aangetroffen projectiel dient, indien het niet dezelfde dag geruimd wordt, weer afgedekt te worden met grond. In een straal van minimaal 100 m rond het aangetroffen projectiel dient het terrein te worden ontruimd. De politie dient te worden ingelicht. Deze zal een proces verbaal opstellen en de vondst bij de explosieven opruimingsdienst defensie (EOD) melden. Op basis van aangeven van de politie/EOD kunnen mogelijk in delen van het terrein de werkzaamheden hervat worden. Bij het aantreffen van veldgraven zal het bergings- en identificatieteam van de landmacht worden ingeschakeld. Zij nemen het bergen van het veldgraf over. o Telefoonnummer (tijdens kantooruren): (033) 466 24 41 o Telefoonnummer (buiten kantooruren): 06-53 41 52 07
50
o o
•
email: bidkl@mindef.nl https://www.defensie.nl/onderwerpen/berging-en-identificatieoorlogsslachtoffers/de-bergings--en-identificatiedienst Veiligheid gaat boven alles.
51
LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur Hiddink, H.A., 2003: Het grafritueel in de Late IJzertijd en Romeinse tijd in het Maas-DemerScheldegebied, in het bijzonder van twee grafvelden bij Weert. (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 11) VUhbs Archeologie, Amsterdam. Schutte, A.H., 2025: Archeologisch onderzoek plangebied Fietspaden Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik, gemeente Bergeijk. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen. SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 51028754.002. Swalmen. Bronnen Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, augustus 2025. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, augustus 2025. http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, augustus 2025. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8f25a-4d01-9245-5cf058314ebf. Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, augustus 2025. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a948513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2024); internetsite, augustus 2025. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a -9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35.
Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 2.0; internetsite, augustus 2025. http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/nationale-onderzoeksagendaarcheologie-20 NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, augustus 2025. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C 4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, augustus 2025. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d07379-4f26-a444-7616e1d888f0.
52
Figuren
53
Figuur 1a: Het plangebied en onderzoeksgebied Broekhovenseweg op de topografische kaart (1:25.000).
54
Figuur 1b: Het plangebied en onderzoeksgebied Eikestraat op de topografische kaart (1:25.000).
55
Figuur 2a: Het plangebied en onderzoeksgebied Broekhovenseweg op de kadastrale kaart.
56
Figuur 2b: Het plangebied en onderzoeksgebied Eikestraat op de kadastrale kaart.
57
Figuur 3a: Het plangebied en onderzoeksgebied Broekhovenseweg op een luchtfoto uit 2024.
58
Figuur 3b: Het plangebied en onderzoeksgebied Eikestraat op een luchtfoto uit 2024.
59
Figuur 4a: Boorpuntenkaart vooronderzoek plangebied Broekhovenseweg15
15
Schutte, 2025.
60
Figuur 4b: Boorpuntenkaart vooronderzoek plangebied Eikestraat 16
16
Schutte, 2025.
61
Figuur 5a: Het onderzoeksgebied Broekhovenseweg op de Geomorfologische kaart van Nederland.
62
Figuur 5b: Het onderzoeksgebied Eikestraat op de Geomorfologische kaart van Nederland.
63
Figuur 6a: Het onderzoeksgebied Broekhovenseweg op de bodemkaart van Nederland.
64
Figuur 6b: Het onderzoeksgebied Eikestraat op de bodemkaart van Nederland.
65
Figuur 7a: Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het onderzoeksgebied Broekhovenseweg.
66
67
Figuur 7b: Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het onderzoeksgebied Eikestraat.
68
69
Figuur 8: Proefsleuvenplan onderzoeksgebied Eikestraat
70
71
72
Figuur 9a: Onderzoeksgebied Broekhovenseweg op de kadastrale minuut.
73
Figuur 9b: Proefsleuvenplan onderzoeksgebied Eikestraat op de kadastrale minuut.
74
Bijlagen
Bijlage 1: Tabel met de verwachtte aantallen17 Onderzoek
Verwachting
Programma van Eisen Plangebied Fietspaden Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik, gemeente Bergeijk. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven en Opgraving – variant archeologische begeleiding
Paleolithicum-Nieuwe tijd
Omvang
Verwachte aantal m2
17.460 m
17
2
2.700 m2 (proefsleuven)/2.100 m2 Opgraving variant archeologische begeleiding.
Vondstcategorie
Verwachte aantallen (N)
Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername
stuk 150 stuk 5 stuk 5 stuk 5 stuk 0 stuk 25 stuk 20 stuk 5 stuk 0 stuk 0 stuk 50 stuk 0 stuk 0 stuk 0 stuk 0 stuk 5 stuk 0 stuk 0 stuk 5 Verwachte aantallen (N)
Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk
Aan deze aantallen kunnen geen rechten worden ontleend.
6 6 4 0 0 0 2 0 0
Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen18 Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” nee nee nee nee nee nee nee nee ja nee ja ja nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja
nee nee nee nee nee nee nee nee nee
nee nee nee nee nee nee nee ja nee
ja ja ja ja ja ja ja ja ja
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
18 Zo mogelijk kan een specialist in het veld moet worden ingezet, in overleg met de adviseur van de
bevoegde overheid, als omstandigheden daarom vragen.
Bijlage 3: Planontwerp