Bijlage 1. Nota van zienswijzen en wijzigingen bp Achter de Sleutel Riethoven.docx
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen Bestemmingsplan “Achter de Sleutel, Riethoven”
Collegebesluit: PM
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Achter de Sleutel” heeft vanaf 18 maart 2021 voor zes weken ter inspraak gelegen. Gedurende die termijn kon er door eenieder een zienswijzen worden ingediend aangaande het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de zienswijzentermijn zijn er 8 zienswijzen ingediend. In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen per onderwerp weergegeven en voorzien van een reactie. In hoofdstuk 3 worden de wijzigingen op het ontwerpbestemmingsplan beschreven in de ‘Staat van wijzigingen’.
2. Zienswijzen Zienswijze 1: 1.1 Het projectgebied is, gegeven de bestaande structuur, niet geschikt om op enigerlei wijze, op basis van welk scenario dan ook, te ontwikkelen. Derhalve hebben wij, zoals ook andere inwoners, eerder gekozen voor scenario 0. Wij stellen dan ook vast dat er voor een dergelijke planontwikkeling geen draagvlak is. Toch is dit een basisvoorwaarde voor een eventuele planologische ontwikkeling. Reactie: Het projectgebied betreft een locatie welke al jarenlang in beeld is als inbreidingslocatie. Het projectgebied is gelegen op een aan het zicht onttrokken, braakliggend stuk grond, aan de achterzijde van de lintstructuren aan de Tonterstraat, de Gildestraat en de Dorpsstraat. De locatie is derhalve uitermate geschikt voor een woningbouwontwikkeling. Door de ontwikkeling blijft de karakteristiek van deze bestaande lintstructuren behouden. Het gebied kan zowel vanuit de Gildestraat alsmede de Tonterstraat worden ontsloten. Vanuit Riethoven en omgeving is veel belangstelling voor dit plan. Uw stelling dat er geen draagvlak is voor de ontwikkeling, herkennen wij niet. 1.2 In de aanvankelijke presentaties is steeds gesproken over een aantal woningen van 30 tot 40.
In plaats dat de 'omgevingsdialoog', onverminderd het onder 1 gestelde, een positief resultaat zou moeten opleveren in die zin dat het aantal woningen dichter bij de 30 dan bij de 40 zou moeten komen is het aantal zelfs verhoogd naar 44. Deze keuze getuigt daarom niet van blijk geven van luisteren naar omwonenden. Er was, zoals gezegd, al geen draagvlak maar door te kiezen voor een nog intensievere bebouwing wordt het draagvlak nog negatiever. Meer specifiek is in het plan gekozen voor 20 aaneen gebouwde woningen, waarvan 9 sociale huurwoningen, 20 half vrijstaande woningen, waarvan 8 patiowoningen en 4 vrijstaande woningen. Totaal 44 woningen. Een dergelijke intensieve bebouwing in dit kleine plangebied is in strijd met goede ruimtelijke ordening. Wij kunnen niet begrijpen dat het college, gelet op het standpunt van de meeste omwonenden dat uitgaat van scenario 0, het aantal woningen dat aanvankelijk is besproken niet naar beneden heeft bijgesteld zodat er een minder intensief bebouwd woonwijkje ontstaat maar sterker nog het aantal heeft opgehoogd naar 44. Deze keuze getuigt van een minachting van het belang van omwonenden en wij kunnen ons niet voorstellen dat uw raad, die als enige bevoegd is bestemmingsplannen vast te stellen, dit voorstel van het college zal overnemen.
Ter adstructie van een en ander merken wij hier nog op, dat bij de start van het project wel degelijk is gesproken over 30 tot 40 woningen. Volstrekt ten onrechte probeert het college ons voor te houden dat destijds is gesproken over 35 tot 40 woningen. In dit verband verwijzen wij bijvoorbeeld naar de presentatie van 4 mei 2017. In die presentatie, die onder mede verantwoordelijkheid van het college is gegeven, is heel concreet het getal van 30 tot 40 genoemd 'afhankelijk van het
verkavelingsprogramma'. Deze getallen zijn ook gebruikt in een enquêteformulier dat door buurtbewoners is opgesteld. Reactie: Bij de start van project is gesproken over minder woningen dan nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Gedurende het proces is ervoor gekozen om te bouwen voor de doelgroepen: starters, senioren en sociale huur. Dit heeft geleid tot meer (kleinere) woningen. De verkaveling van deze types heeft bij de verdere uitwerking van de plannen geleid tot de stedenbouwkundige opzet zoals deze nu is opgenomen in het bestemmingsplan. Het aantal woningen is ruimtelijk passend bevonden voor het plangebied. 1.3 Op zichzelf onderschrijven wij het beleid om voor verschillende doelgroepen woningen te (laten) bouwen. De behoefte zal echter elders moeten worden ingevuld zo nodig door middel van uitbreiding in plaats van, zoals in dit geval, inbreiding. Het is ook niet noodzakelijk de woningen voor starters, levensbestendige (senioren)woningen, huurwoningen in de sociale sector en vrije sectorwoningen op 1 locatie te realiseren. Starters zijn overwegend jongeren die niet in een dorpscentrum behoeven te wonen. Zij kunnen ook elders wonen bijvoorbeeld aan een nader te bepalen gebied aan de dorpsrand.
Uit de jurisprudentie blijkt, dat de Raad van State kan instemmen met uitbreiding in plaats van inbreiding indien deugdelijk gemotiveerd is, dat niet binnen een bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien en of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte locatie beschikbaar is waar de beoogde stedelijke ontwikkeling zou kunnen worden gerealiseerd. Ook de "Interim omgevingsverordening van de provincie Ruimte Noord-Brabant", biedt hiervoor ruimte. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is door Gedeputeerde Staten vastgesteld op 23 maart 2021. Dit ontwerp van de Omgevingsverordening, ligt vanaf 9 april voor de duur van 6 weken ter inzage ligt, met de bedoeling dat Provinciale Staten de verordening vaststellen in oktober 2021. Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend voor deze mogelijkheid te kiezen en daarmee de bebouwingsintensiteit te verlagen. Het college komt in de reactie op inspraak op dit onderdeel niet verder dan te kiezen voor eenzelfde antwoord als gegeven onder punt 1. Wij zijn daarom van mening, dat dit onderdeel niet kan worden gedragen door de gegeven motivering. Met andere woorden wij vinden hier voor een dergelijk belangrijk onderdeel sprake is van een motiveringsgebrek.
Reactie: Het beleid van de gemeente gaat bij woningbouwontwikkelingen juist uit van een gemengd aanbod in woningtypes. Beter gezegd, de ontwikkelaar is verplicht om minimaal 60% van de woningen te bouwen voor de doelgroepen. Zoals u in de zienswijze zelf al stelt is uitbreiding pas aan de orde wanneer deugdelijk is gemotiveerd dat niet binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien en of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte locatie beschikbaar is waar de beoogde stedelijke ontwikkeling zou kunnen worden gerealiseerd. Het projectgebied ‘Achter de Sleutel’ is, zoals hiervoor al benoemd, uitermate geschikt voor een woningbouwontwikkeling. Wij zien dan ook niet waarom dit gebied niet kan worden ontwikkeld en wij de voorkeur moeten geven om deze woningbouwontwikkeling in het buitgebied mogelijk moeten maken.
1.4 Er wordt met dit plan naar onze mening niet voldaan aan de relevante onderdelen van de ladder voor duurzame verstedelijking (Stb 2017,182). Op 1 juli 2017 is een besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Vooral gaat het daarbij om eisen die gesteld worden aan de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Wij hebben bezwaar tegen de beschrijving van de beoordeling onder trede 2. Een van de belangrijkste wijzigingen van de ladder betreft het loslaten van de afzonderlijke redenen het vervangen van het begrip actuele regionale behoefte door: behoefte. Voor zover relevant wordt in de toelichting in relatie tot de 'structuurvisie Bergeijk' geschreven ‘De koers voor de functie wonen draait om de verdere ontwikkeling van de verstedelijking binnen de gemeente via inbreiding, intensivering, herstructurering en uitbreiding. In lijn met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking streeft de gemeente Bergeijk naar een verantwoorde, optimale benutting van de mogelijkheden voor inbreiding binnen de dorpskernen. Achter de Sleutel is een locatie waar op verantwoorde wijze een woningbouwontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaats vinden'. Deze mening c.q. deze doelredenering, delen wij niet.
Wij zijn van mening - het zij herhaald- dat dit plan in strijd is met goede ruimtelijke ordening. In relatie tot scenario 0 was dit weliswaar niet van belang maar wel wanneer onverhoopt toch tot enigerlei ontwikkeling zou worden besloten waarvan voorliggend ontwerpbestemmingsplan blijk geeft. Kortheidshalve verwijzen wij overigens naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 201608869111 R3. In deze overzichtsuitspraak gaat de afdeling in op de tot stand gekomen rechtspraak door het vermelden van de hoofdlijnen, voor zover die na 1 juli 2017, van toepassing blijven. Naar onze mening voldoet de toelichting niet aan het aangepaste Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking (Stb 2017,182). De reactie die het college hierop geeft is naar onze mening ver onder de maat. Ze is te algemeen en te abstract en gaat in het geheel niet in op de bestaande belangen van de omwonenden. Ook wij zijn voorstander van zuinig ruimtegebruik maar dit mag niet ten koste gaan van het in overwegende mate aantasten van de privacy resp. de belangen van omwonenden want dan voldoet een ontwikkeling niet aan de eis van goede ruimtelijke ordening. Reactie: De ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
Wij begrijpen dat de bouw van woningen binnen het plangebied voor omwonenden gevolgen heeft. Dat neemt niet weg dat het plangebied al jaren wordt gezien als mogelijkheid om binnen het bestaand stedelijk gebied te voorzien in de vraag naar nieuwe woningen in Riethoven. In lijn met Rijks- en provinciale beleid wordt beschikbare ruimte binnen het stedelijk gebied benut om te voorzien in een aangetoonde (regionale en gemeentelijke) woningbehoefte. Woningbouwkavels welke aan elkaar grenzen is een normaal beeld in Nederland en qua privacy acceptabel. De afstand van de nieuwe woningen tot de reeds bestaande woningen zijn voldoende groot waardoor wij ons op het standpunt stellen dat van een onaanvaardbare aantasting van privacy geen sprake kan zijn. 1.5 Het plangebied voldoet niet aan het provinciaal beleid in verband met de aanwezigheid van geitenhouderijen binnen een straal van 2 km van het plangebied. Door het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) is d.d. 17 oktober 2017 een eerste versie van een memo uitgebracht over het geitenmoratorium, de vergunningverlening en de doorwerking in ruimtelijke ordening (omgekeerde werking).
Daaruit blijkt dat enerzijds tot een standstil van het aantal geiten (verbod op het uitbreiden van het staloppervlak) is besloten en dat anderzijds de verbodsregels een indirecte invloed hebben via de doorwerking van milieuregelgeving in ruimtelijke plannen, de zogenaamde omgekeerde werking.
In essentie gaat het om de onduidelijkheden met betrekking tot gezondheidsaspecten o.a. het gevaar voor Q-koorts. Volgens de toelichting heeft er overleg plaats gehad met het RIVM. Wij kunnen ons niet voorstellen dat het RIVM een positief advies heeft gegeven. Verder hebben wij bezwaar tegen de conclusies zoals in de toelichting beschreven onder geitenhouderijen. Citaat: 'De vermindering van de longfunctie van mensen treedt met name op als er veel veehouderijen in de buurt zijn, vooral indien er zich 15 of meer veehouderijen bevinden binnen een straal van 1 km. In de voorliggende situatie bevinden zich binnen een straal van 1 km, 7 veehouderijen. Ook de windrichting speelt een rol bij de verspreiding van de uitstoot. De overwegende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. In de voorliggende situatie betekent dit dat de verspreiding van de beide geitenhouderijen overwegend van de planlocatie af is. De nieuwe woningen komen niet dichterbij de geitenhouderijen dan de al bestaande woningen. De gezondheidsrisico's voor de bestaande woningen worden als acceptabel aangemerkt. Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de gezondheidsrisico's als gevolg van de geitenhouderijen ter plaatse van de nieuwe woningen acceptabel is'. Wij hebben ernstige bezwaren tegen de conclusies zoals hiervoor beschreven.
De problemen worden naar onze mening zeer gebagatelliseerd en er wordt voorbij gegaan aan de ernst van Q-koorts, die destijds ten onrechte in een veel te laat stadium is onderkend met het gevolg van overlijden van circa 75 mensen en vele patiënten die nog jarenlang ernstige complicaties hebben ondervonden en sommigen nog steeds ondervinden. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor de 'overwegende' windrichting. Uit de windroos voor Eindhoven en het langjarig gemiddelde blijkt dat de gemiddelde windrichting niet zuid-west is zoals is overwogen. Voor het gedeelte dat de conclusie wel klopt dan is het nog altijd zo, dat voor de tijd dat de windrichting niet van de planlocatie af is, de verspreiding wel schadelijk is. Verder is niet duidelijk wie de wetenschappelijke conclusie heeft getrokken dat de gezondheidsrisico's (ook voor bestaande woningen) acceptabel zijn. Een betere motivering c.q. onderbouwing is hier noodzakelijk. Wat is in dit geval de definitie van acceptabel? Hoeveel mensen mogen er ziek worden of overlijden? Ook en met name vanwege voormelde aspecten kan niet anders dan geconcludeerd worden dat er sprake is van strijd met goede ruimtelijke ordening. Het college herhaalt in haar reactie belangrijke onderdelen zoals in de toelichting omschreven.
Het college gaat echter niet in op concreet door ons gestelde vragen en ook in die zin is er sprake van een ernstig motiveringsgebrek. Wij hebben daarom de gestelde vragen in deze zienswijze herhaald. Wij vertrouwen dat de bescherming van onze gezondheidsbelangen bij uw raad in betere handen is omdat uw beslissing uiteindelijk eventueel door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal worden beoordeeld. Tenslotte brengen wij wat dit punt betreft nog onder uw aandacht, dat dit onderwerp op provinciaal niveau nog volop de aandacht heeft en dat de voortgang van onderzoeken is vertraagd in verband met o.a. Covid-19. In actualisatie plan 7 Omgevingsverordening pagina 5, paragraaf 2.8 lid 1 is de einddatum van 2021 vervangen door 2024. Reactie: Bij ruimtelijke besluiten - zoals dit bestemmingsplan – moet altijd worden afgewogen of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Eén van de leidende principes van een goede ruimtelijke ordening is dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor (toekomstige) bewoners geborgd moet zijn. Milieuregels die van belang zijn voor het woon- en leefklimaat zijn ‘ruimtelijk relevant’ en kunnen daarom doorwerken in de ruimtelijke ordening. Dit wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd.
Net zoals bij geurhinder wil je vanwege de risico’s voor de volksgezondheid niet te dicht bij geitenhouderijen woningen of andere gevoelige bestemmingen bouwen / oprichten. Het moratorium in de Verordening ruimte betekent voor geitenhouderijen een verbod op het uitbreiden van het bestaande oppervlakte dierverblijf (staloppervlak). De verbodsregels voor de geitenhouderij hebben geen rechtstreekse invloed op het mogelijk maken van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en kinderdagverblijven. Indirect is dit wellicht wel mogelijk, via de doorwerking van deze milieuregelgeving in de ruimtelijke plannen, de omgekeerde werking.
Is een woningbouwontwikkeling binnen 2 km van een geitenhouderij dan wel verantwoord? De eerste reactie is doorgaans dat het (gemeente)beleid consequent moet zijn, namelijk dat een stop op de geitenhouderij andersom ook doorwerkt voor woningbouwplannen. Dit zou betekenen dat het niet gewenst is om nieuwe woningen te bouwen binnen 2 km rond geitenhouderijen, uit voorzorg, om gezondheidsrisico’s voor de toekomstige bewoners te voorkomen. Dit is de insteek die wordt verwoord in de memo “Verordening ruimte Noord-Brabant en geitenhouderijen”, een memo over het geitenmoratorium, de vergunningverlening en de doorwerking in ruimtelijke ordening (omgekeerde werking) dat is opgesteld door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid in opdracht van het BPO speerpunt Veehouderij (gepubliceerd op 17 oktober 2017). De memo geeft aan dat het aan het gemeentebestuur is om bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen een afweging te maken. Deze afweging moet plaatsvinden in de context van de uitkomsten van het tweede VGO rapport (aanvullende studies), aangekondigde vervolgonderzoeken en de bepalingen in de Verordening ruimte Noord-Brabant vanwege het geitenmoratorium. Om die reden heeft de gemeente Bergeijk de notitie omgekeerde werking geitenmoratorium opgesteld en besloten om bij afwegingen over ruimtelijke ontwikkelingen de richtlijnen uit deze notitie te hanteren.
Wij erkennen dat de beschrijving zoals opgenomen in toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en in het geurrapport niet toereikend is. Om reden hebben wij initiatiefnemer om aanvullende informatie verzocht. De stukken zijn door initiatiefnemer aangevuld. Men heeft onderbouwd dat voldaan wordt aan de overwegingen die gelden voor “ontwikkelingen van enkele woningen of kleine woonwijken” en “grootschalige ontwikkelingen”. Op basis van onze memo geitenmoratorium, d.d. 4 juni 2018, concluderen wij dat de afstand tot de dichtstbij gelegen geitenhouderij dermate groot is dat de risico’s voor de volksgezondheid voldoende worden beperkt. De aanvullingen zullen in het bestemmingsplan worden verwerkt De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Paragraaf 4.9 (Geur) van de toelichting van het bestemmingsplan, alsmede bijlage 10 horende bij de toelichting (Onderzoek geurhinder en veehouderij) zijn aangepast. 1.6 Wij zijn van mening, dat de bestaande groenstructuur met volwassen bomen en houtwallen behouden moet blijven en, voor zover niet aanwezig, rondom het te ontwikkelen gebied moet worden versterkt. Een gedetailleerde inventarisatie van die bestaande structuur ontbreekt in de toelichting.
Hoewel het college in haar reactie stelt, dat 'een andere inventarisatie in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk is " verzoeken wij uw raad die alsnog te doen uitvoeren en op basis daarvan vast te stellen welke bomen in het kader van de landschappelijke inpassing moeten worden gehandhaafd binnen een groenbestemming, welke moeten verdwijnen en welke binnen genoemde bestemming moeten worden gecompenseerd. Reactie: Het plan biedt ruimte tot behoud van volwassen bomen. Dit wordt ook actief onderzocht. Naar aanleiding van uw reactie hebben wij ontwikkelaar verzocht om de bomen in het plangebied nader te inventariseren, als uitwerking van de reeds eerder uitgevoerde bomeneffectenanalyse. In opdracht van ontwikkelaar wordt een nadere inmeting uitgevoerd en bekeken welke bomen levensvatbaar zijn, met als doel om zo veel mogelijk kwalitatieve bomen te behouden en in te passen. Voor zover binnen de ontwerprichtlijnen openbare ruimte mogelijk wordt bij het uitwerken zo veel mogelijk behouden waardige bomen ingepast. Voor wat betreft de bestaande houtwal is in het bestemmingsplan de functie aanduiding groen opgenomen ter behoud van de aanwezige houtwal. De bestaande houtwal is en blijft ook na uitvoering van het plan gelegen op particulier terrein.
De ontwikkelaar heeft ervoor gekozen om de aanwonenden tegemoet te komen door deze in het nieuwe plan op te nemen en te revitaliseren (levensvatbare bomen handhaven en snoeien door een deskundige) en de wal aan zijde woningen opnieuw vorm te geven (be-/aanplanten met inheemse soorten bomen en struiken).
Uit het voorlopige onderzoek is gebleken dat de houtopstanden plaatselijk van slechte kwaliteit zijn. Waar mogelijk wordt door gerichte aanplant groen vervangen door een gevarieerde inheemse struikachtige beplanting. Behouden waardige/ vitale bomen worden gericht gesnoeid (dood hout verwijderd) ter bevordering van de levensduur. 1.7 In de inspraakreactie hebben wij het college een groot aantal bezwaren voorgelegd. Wij zijn van mening, dat daarop door het college deels onvoldoende, deels laconiek en deels onjuist is gereageerd. Wij handhaven de volgende bezwaren a) de toenemende verkeersdrukte en daarmee toenemende verkeersonveiligheid ook voor de kinderen. Wij delen de conclusie van het college niet, dat de toenemende verkeersdrukte niet zal leiden tot verkeersonveilige situaties. De toename van de verkeersdrukte zal vooral ook gevolgen hebben buiten het plangebied en vooral op de Gildestraat, waar geen voetpad aanwezig is, en waar vooral gekunsteld parkeerplaatsen zijn gemaakt op de weg (lees: het fietspad voor nr 7 ter plaatse. Daardoor is een flessenhals ontstaan die, ook al in de huidige situatie zonder extra verkeer, gevaarlijk is. Alle verkeer richting Riethoven afkomstig van Eersel via Walik bereikt het centrum van Riethoven via de Gildestraat.
Wij verzoeken u een nader verkeersonderzoek te doen instellen en op basis daarvan te besluiten welke verkeersmaatregelen getroffen moeten worden met de hoogste prioriteit voor het oplossen van de volstrekt onaanvaardbare situatie voor Gildestraat 7. b) aantasting van de privacy en van het prettige woon- en leefklimaat in de huidige situatie voor een groot aantal omwonenden; het college overweegt hierbij dat het maatschappelijk belang om woningen te bouwen in Riethoven groter is dan het individuele belang. Uiteraard moeten er woningen gebouwd worden maar niet, zoals al eerder aangegeven, met een dergelijke intensiteit op deze kleine inbreidingslocatie. Hiermee wordt het belang van omwonenden ten onrechte miskend. c) de te verwachten geluidshinder in de aangrenzende achtertuinen. Op dit bezwaarpunt reageert het college ook weer heel laconiek namelijk "dat het gebruik van achtertuinen inherent is aan de ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie". Dat is op zichzelf juist maar de geluidshinder zal onaanvaardbaar zijn als gevolg van de intensieve bebouwing en dus intensief gebruik. Zoals meermalen aangegeven is ook in die zin sprake van strijd met goede ruimtelijke ordening. d) waardevermindering van de meeste eigendommen (woningen).
Mocht het ondanks bezwaren toch tot een (zo ver gaande) planontwikkeling komen, dan zal uiteraard op het geëigende moment een verzoek om tegemoetkoming in planschade worden ingediend; e) het niet in acht nemen van een afstand van 30 meter tussen de grens van het perceel van de Sleutel en de gevel van een te bouwen woning. Het college geeft aan dat onderzocht wordt of er sprake is van een acceptabele geluidssituatie nabij De Sleutel. Wij zijn niet bekend met de resultaten van het onderzoek maar vast staat dat een afstand van tenminste 30 meter tussen de grens van het perceel en de gevel van een woning in acht genomen moet worden. Daarvan is in dit plan geen sprake. Ook strijd dus met goede ruimtelijke ordening. Reactie: a) De 150 extra voertuigen op de Gildestraat door de ruimtelijke ontwikkeling komt neer op 9 voertuigen per uur (gerekend over 16 uur per dag van 7-23uur, exclusief de nachtperiode). De Gildestraat kan deze extra voertuigen aan. Uiteraard wordt de straat daardoor drukker, maar dit is geen substantiële toename. Daarnaast kan verkeer ook meteen het dorp verlaten (linksaf) en komt daardoor niet door het centrumgebied. Vanwege het krappe profiel aan de Gildestraat is hier geen voetpad aanwezig. Men kan natuurlijk altijd indien mogelijk wandelen in de berm, tenzij hier geparkeerd wordt.
De Gildestraat kent geen ‘geknutselde parkeervakken’ maar is een weg met een fietsstrook, hierop mag dus niet geparkeerd worden. Daardoor blijft de volledige breedte van de rijbaan beschikbaar voor gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers. De situatie ter hoogte van nummer 7 komt door de bebouwing dicht op de weg, daaraan kunnen we niets veranderen. b) Zie reactie onder 1.4 c) Zie reactie onder 1.4
d) Waardevermindering, mocht die al aan de orde zijn, is geen ruimtelijk argument. Mocht u van mening zijn dat dit aan de orde is, staat het u vrij om een verzoek om planschade in te dienen nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. e) Door Tritium Advies is een akoestisch onderzoek naar horecalawaai verricht. De rapportage daarvan is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Zoals ook in deze rapportage is aangegeven, betreft de aan te houden afstand van 30 meter een richtafstand. De afstand tussen de bouwmogelijkheden op de gronden met een horecabestemming en de nieuw te bouwen woningen is circa 40 meter. Hiermee wordt voldaan aan de genoemde richtafstand. Echter de afstand van de nieuwe woningen tot het achterterrein (waar wordt geparkeerd door zowel autobussen als personenwagens van gasten) bedraagt minder dan 30 meter zodat er niet zondermeer sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Om aan te tonen dat het planvoornemen de horecagelegenheid niet beperkt in de bedrijfsvoering en dat er ter plaatse van de beoogde nieuwbouw sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd.
Aan de hand van geluidmetingen en-berekeningen op basis van een representatieve bedrijfssituatie is bepaald met welke maatregelen ter plaatse van de beoogde grondgebonden woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd en ook kan worden gesteld dat de horecagelegenheid niet wordt beperkt in de huidige en eventuele toekomstige bedrijfsvoering. De maatregelen, die als voorwaardelijke verplichting zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan, bestaan uit de realisatie van een geluidafschermende voorziening en het doof uitvoeren van enkele gevels/daken. Hiermee is voldoende aangetoond dat en onder welke voorwaarden het bouwen van nieuwe woningen binnen de richtafstand van 30 meter aanvaardbaar is. 1.8 Als separaat punt noemen wij hier nog de vrijblijvende benadering van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Gedeeltelijk worden ze gepland maar gedeeltelijk moeten weggebruikers het maar zelf uitzoeken omdat 41 parkeerplaatsen niet concreet worden bestemd. Deze werkwijze is in strijd met goede ruimtelijke ordening. In elk ruimtelijk plan moet, op basis van de berekende behoefte, in voldoende parkeergelegenheid worden voorzien. Naar aanleiding van dit bezwaar overweegt het college o.a. "De aanleg van parkeerplaatsen is binnen de verkeersbestemming toegestaan en hoeft dan ook niet concreter te worden bestemd".
De overigens onduidelijke regeling, zoals die is opgenomen in hoofdstuk 3 van de 'Regels' voorziet daarin -in tegenstelling tot wat het college heeft gesteld in de reactie op inspraak - niet. Reactie In juni 2018 heeft de raad van de gemeente Bergeijk het Parapluplan parkeren Bergeijk 2018 vastgesteld. In dit plan is juridisch geborgd dat o.a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid. Voor het bepalen van de benodigde parkeer- en stallingsgelegenheid dient te worden voldaan aan de Nota Parkeernormen 2017, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 23 februari 2017. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Deze regeling is ook opgenomen in het bestemmingsplan Achter de Sleutel, waarmee juridisch is geborgd dat voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. De omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen wordt getoetst aan de gemeentelijke beleidsregels die gelden ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Er is geen sprake van een vrijblijvende benadering en de aanleg van parkeerplaatsen is zowel binnen de bestemming Wonen als Verkeer - Verblijfsgebied mogelijk.
In paragraaf 4.11 van de toelichting is aangegeven dat wordt voldaan aan het huidige gemeentelijke parkeerbeleid.
Zienswijze 2. 2.1 Dorpskarakter: De in het plan genoemde term “dorpskarakter” word, in het plan “achter de sleutel Riethoven” geen eer aangedaan. Het aantal van 44 stuks woningen is op deze groene locatie buiten proportie. In plaats van groen komen stenen terug. Dit terwijl in hoofdstuk 2.2.1 van de toelichting in de laatste zin juist het volgende over het groen word gesteld; Het is wetenschappelijk aangetoond dat dit de gezondheid van de bewoners op een positieve manier beïnvloedt. Maar dat geldt ook voor de huidige omwonende en niet alleen voor de toekomstige bewoners van het nieuwe plan. Met andere woorden er is en word te weinig rekening gehouden met de omwonende. Getuige ook het verdwijnen uit de plannen van het doortrekken van de houtwal ter compensatie en het genegeerde burgerinitiatief. Reactie Het is vanzelfsprekend dat een woningbouwontwikkeling op een onbebouwde locatie ten koste gaat van het bestaande karakter van het gebied. Dit is inherent aan woningbouwontwikkelingen. Het plangebied ‘Achter de Sleutel’ heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Bos’. Het grootste deel van het plangebied (noordelijke deel) heeft een woonbestemming. Dat wil zeggen dat deze percelen op grond van het nu geldende bestemmingsplan nu ook al worden ingericht ten dienste van de woonbestemming (verhard).
Dat deze gronden momenteel onbebouwd zijn en een groene inrichting hebben, biedt dus in de huidige situatie ook al geen garantie dat dit zo blijft. In het zuiden van het plangebied ligt een bosgebied. Een deel van dit bosgebied zal worden herontwikkeld ten dienste van de woningbouwontwikkeling ‘Achter de Sleutel’ en komt daarmee te vervallen. 2.2 Bestemmingsregels: In Hoofdstuk 6.2.1 van de bestemmingsregels is een bouwhoogte van 12 meter genoemd. Ondanks dat er al een beperking is aangebracht t.a.v. gestapeld bouw, past 12 meter bouwhoogte niet binnen het beoogde dorpse karakter. Nu zal er in dit plan niet snel 12 meter hoog gebouwd worden, maar er is een kavel voor een vrije sector woning van ongeveer 850m2 waar dit wel zou kunnen gebeuren. Deze kavel grenst nu juist aan onze achtertuin. Dus met het nieuwe plan geen groen meer zoals het was, geen houtwal ter compensatie maar wel kans op een massieve blok van 12 meter hoog. Daarom bij deze mijn verzoek om tenminste voor deze kavel de bouwhoogte te verlagen naar 9 meter of aansluitend bij de overige bebouwing. Reactie Voor de woningen in het plangebied Achter De Sleutel is een max. goothoogte van 7m en max. bouwhoogte van 12m voorzien. Hiermee sluiten deze regels aan bij de geactualiseerde bestemmingsplan in de gemeente.
Er is een ruimtelijke afweging gemaakt om in het plangebied woningen mogelijk te maken die kunnen worden uitgevoerd in 2 woonlagen met een kap. Hiermee sluiten de nieuwe woningen goed aan bij de omliggende woonbebouwing die ook overwegend bestaat uit woningen van 2 woonlagen met kap. Deze woningen hebben in het geldende bestemmingsplan een max. goothoogte van 6m en max. bouwhoogte van 11m. Bij de nieuwe woningen is deze maatvoering met 1m verhoogd om beter te kunnen voldoen aan de bouwregelgeving (bouwbesluit). Met deze verhoging zullen niet ineens ander type (niet-dorpse) woningen gerealiseerd kunnen worden. De nieuwe woningen zijn als het ware met de achtertuinen tegen de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Tonterstraat, Gildestraat, Dorpsplein en Dorpstraat gesitueerd. De bestaande en nieuwe woonpercelen en achtertuinen zijn voldoende diep om ruimtelijk een goede inpassing te kunnen realiseren. 2.3 Verkeershinder/Geluid: In bijlage 4 “akoestisch onderzoek verkeerslawaai” is een rekenmethode uit het meetvoorschrift geluid van 2012 gebruikt. Bij gereed van het plan achter de sleutel is het meet voorschrift al minimaal 10 jaar oud en dus niet representatief en mijn inziens niet acceptabel als onderdeel van dit plan.
Verder verwacht ik een toename van verkeersonveilige situaties met name in de Gildestraat die als aanvoer route dient naar de basisschool en naar het fietspad aan de Bisschop Rythoviusdreef.
Reactie De gekozen rekenmethode betreft hier geen verkeerstelling, maar een methode om geluidsbelasting te berekenen. Het betreft hier een algemeen geaccepteerde rekenmethode voor akoestische onderzoeken. De 150 extra voertuigen op de Gildestraat door de ruimtelijke ontwikkeling komt neer op 9 voertuigen per uur (gerekend over 16 uur per dag van 7-23uur, exclusief de nachtperiode). De Gildestraat kan deze extra voertuigen aan. Uiteraard wordt de straat daardoor drukker, maar dit is geen substantiële toename.
Zienswijze 3 3.1 Kwaliteitsverbetering Wij zijn principieel niet tegen een inbreidingsplan maar vinden dat het aantal van 44 woningen in het nieuwe ontwerpbestemmingsplan te hoog is, waarbij ook te hoog gebouwd mag worden (maximale hoogte 12 meter) en te weinig groenvoorzieningen worden getroffen. We hebben het vermoeden dat het ontwerpbestemmingsplan gedreven is door economische parameters waarbij kwaliteitsnormen voor de leefomgeving het kind van de rekening zijn. Reactie Bij de start van project is gesproken over minder woningen dan nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Gedurende het proces is ervoor gekozen om te bouwen voor de doelgroepen: starters, senioren en sociale huur. Dit heeft geleid tot meer (kleinere) woningen. De verkaveling van deze types heeft bij de verdere uitwerking van de plannen geleid tot de stedenbouwkundige opzet zoals deze nu is opgenomen in het bestemmingsplan. Het aantal woningen is ruimtelijk passend bevonden voor het plangebied. Voor de woningen in het plangebied Achter De Sleutel is een max. goothoogte van 7m en max. bouwhoogte van 12m voorzien. Hiermee sluiten deze regels aan bij de geactualiseerde bestemmingsplan in de gemeente. Er is een ruimtelijke afweging gemaakt om in het plangebied woningen mogelijk te maken die kunnen worden uitgevoerd in 2 woonlagen met een kap.
Hiermee sluiten de nieuwe woningen goed aan bij de omliggende woonbebouwing die ook overwegend bestaat uit woningen van 2 woonlagen met kap. Deze woningen hebben in het geldende bestemmingsplan een max. goothoogte van 6m en max. bouwhoogte van 11m. Bij de nieuwe woningen is deze maatvoering met 1m verhoogd om beter te kunnen voldoen aan de bouwregelgeving (bouwbesluit). Met deze verhoging zullen niet ineens ander type (niet-dorpse) woningen gerealiseerd kunnen worden. De nieuwe woningen zijn als het ware met de achtertuinen tegen de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Tonterstraat, Gildestraat, Dorpsplein en Dorpstraat gesitueerd. De bestaande en nieuwe woonpercelen en achtertuinen zijn voldoende diep om ruimtelijk een goede inpassing te kunnen realiseren. 3.2 Verminderd groen Naast het ontbreken aan kwaliteitsverbetering vinden wij ook dat het nieuwe bestemmingsplan ten koste gaat van de groene kwaliteiten van het huidige gebied en dat de huidige groenstructuur en houtwal zoveel mogelijk in stand moeten worden gehouden. Wij kunnen ons niet vinden in de vanzelfsprekendheid dat woningbouwontwikkeling ten koste moet gaan van het groene karakter. Wij vinden dat het huidige bestemmingsplan meer ambitie zou moeten hebben om het huidige groene karakter van het gebied te respecteren.
Ook hier geldt dat minder geconcentreerde bouw een oplossing is voor het in stand houden van de bestaande groenstructuur of het aanleggen van nieuwe groenvoorzieningen. Wij zien geen verschil in het omhakken van een boom die wel of niet beschermd is door de Wet natuurbescherming. Wij ervaren alleen de gevolgen van het verdwijnen van een groot deel van de bestaande groenstructuur.
Reactie Het is vanzelfsprekend dat een woningbouwontwikkeling op een onbebouwde locatie ten koste gaat van het bestaande karakter van het gebied. Dit is inherent aan woningbouwontwikkelingen. Het plangebied ‘Achter de Sleutel’ heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Bos’. Het grootste deel van het plangebied (noordelijke deel) heeft een woonbestemming. Dat wil zeggen dat deze percelen op grond van het nu geldende bestemmingsplan nu ook al worden ingericht ten dienste van de woonbestemming (verhard). Dat deze gronden momenteel onbebouwd zijn en een groene inrichting hebben, biedt dus in de huidige situatie ook al geen garantie dat dit zo blijft. In het zuiden van het plangebied ligt een bosgebied. Een deel van dit bosgebied zal worden herontwikkeld ten dienste van de woningbouwontwikkeling ‘Achter de Sleutel’ en komt daarmee te vervallen. Het plan biedt ruimte tot behoud van volwassen bomen. Dit wordt ook actief onderzocht. Mede naar aanleiding van uw reactie hebben wij ontwikkelaar verzocht om de bomen in het plangebied nader te inventariseren, als uitwerking van de reeds eerder uitgevoerde bomeneffectenanalyse. In opdracht van ontwikkelaar wordt een nadere inmeting uitgevoerd en bekeken welke bomen levensvatbaar zijn, met als doel om zo veel mogelijk kwalitatieve bomen te behouden en in te passen.
Voor zover binnen de ontwerprichtlijnen openbare ruimte mogelijk wordt bij het uitwerken zo veel mogelijk behouden waardige bomen ingepast. Uit het voorlopige onderzoek is gebleken dat de houtopstanden plaatselijk van slechte kwaliteit zijn. Waar mogelijk wordt door gerichte aanplant groen vervangen door een gevarieerde inheemse struikachtige beplanting. Behouden waardige/ vitale bomen worden gericht gesnoeid (dood hout verwijderd) ter bevordering van de levensduur. 3.3 Houtwal Hoewel wij verheugd waren te vernemen dat de bestaande houtwal wordt behouden, maken wij ons grote zorgen over hoe en door wie de houtwal wordt onderhouden en hoeveel inspraak wij daarin hebben. De (hoogte van de) bomen op de houtwal (is)/zijn voor ons cruciaal om het unieke karakter van het perceel te behouden en onze privacy te waarborgen. Voor ons is het belangrijk dat aan het voorgestelde bestemmingsplan een paragraaf wordt toegevoegd met daarin expliciete afspraken over hoe en door wie de houtwal dient te worden onderhouden, waarbij vooral afspraken zoals minimale en maximale hoogte van de begroeiing en breedte van de houtwal worden vastgelegd. Dit om mogelijke conflicten in de toekomst te voorkomen. Reactie Voor wat betreft de bestaande houtwal is in het bestemmingsplan de functie aanduiding groen opgenomen ter behoud van de aanwezige houtwal.
De bestaande houtwal is en blijft ook na uitvoering van het plan gelegen op particulier terrein. De ontwikkelaar heeft ervoor gekozen om de aanwonenden tegemoet te komen door deze in het nieuwe plan op te nemen en te revitaliseren (levensvatbare bomen handhaven en snoeien door een deskundige) en de wal aan zijde woningen opnieuw vorm te geven (be-/aanplanten met inheemse soorten bomen en struiken). In het bestemmingsplan is een verplichting opgenomen dat de houtwal binnen de aanduiding 'groen' in stand wordt gehouden en wordt onderhouden. Nadere afspraken over de exacte invulling van de houtwal worden niet in het bestemmingsplan opgenomen
Zienswijze 4 4.1.1 Het genoemde aantal woningen doet afbreuk aan groene en dorpse karakter van(dit deel van) Riethoven. Reactie Bij de start van project is gesproken over minder woningen dan nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Gedurende het proces is ervoor gekozen om te bouwen voor de doelgroepen: starters, senioren en sociale huur. Dit heeft geleid tot meer (kleinere) woningen. De verkaveling van deze types heeft bij de verdere uitwerking van de plannen geleid tot de stedenbouwkundige opzet zoals deze nu is opgenomen in het bestemmingsplan. Het aantal woningen is ruimtelijk passend bevonden voor het plangebied. 4.1.1.a Enkel bestemming Bos zal verdwijnen In het plan zal weinig tot geen plaats over blijven voor de huidige, voor het dorp kenmerkende, volwassen bomen. Zeker ook, gezien de locatie van het groen in het ontwerpbestemmingsplan, niet overeenkomt met de huidige aanduiding “Bos” in het momenteel geldende bestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de integratie van bestaande volwassen bomen weggelaten ten gunste van het bouwen van zo veel mogelijk woningen, zijnde maximaal 44 wooneenheden. Vanwege het omliggende dorpse karakter zou juist getracht moeten worden om de bomen te integreren en ook beschermd te behouden middels een kapverbod Reactie Het plan biedt ruimte tot behoud van volwassen bomen. Dit wordt ook actief onderzocht.
Naar aanleiding van uw reactie hebben wij ontwikkelaar verzocht om de bomen in het plangebied nader te inventariseren, als uitwerking van de reeds eerder uitgevoerde bomeneffectenanalyse. In opdracht van ontwikkelaar wordt een nadere inmeting uitgevoerd en bekeken welke bomen levensvatbaar zijn, met als doel om zo veel mogelijk kwalitatieve bomen te behouden en in te passen. Voor zover binnen de ontwerprichtlijnen openbare ruimte mogelijk wordt bij het uitwerken zo veel mogelijk behouden waardige bomen ingepast. Voor wat betreft de bestaande houtwal is in het bestemmingsplan de functie aanduiding groen opgenomen ter behoud van de aanwezige houtwal. De bestaande houtwal is en blijft ook na uitvoering van het plan gelegen op particulier terrein. De ontwikkelaar heeft ervoor gekozen om de aanwonenden tegemoet te komen door deze in het nieuwe plan op te nemen en te revitaliseren (levensvatbare bomen handhaven en snoeien door een deskundige) en de wal aan zijde woningen opnieuw vorm te geven (be-/aanplanten met inheemse soorten bomen en struiken). Uit het voorlopige onderzoek is gebleken dat de houtopstanden plaatselijk van slechte kwaliteit zijn. Waar mogelijk wordt door gerichte aanplant groen vervangen door een gevarieerde inheemse struikachtige beplanting. Behouden waardige/ vitale bomen worden gericht gesnoeid (dood hout verwijderd) ter bevordering van de levensduur.
4.1.1b Verkeersbewegingen en parkeerbehoefte Indien er aan het maximum aantal wooneenheden vastgehouden wordt, zorgt dit voor meer behoefte aan ruimte in parkeerkoffers en rabatstroken. Zeker de laatste optie, parkeren op rabatstroken, zorgt voor een rommelig aangezicht en ook meer onveilige situaties voor voetgangers en fietsers en vermindering van groen. Tevens is er sprake van een significante toename in verkeersbewegingen per etmaal, welke deels ten laste komt van de Gildestraat en deels van de Tonterstraat. In beide straten zullen de bewoners inleveren op wooncomfort (toename geluidsoverlast, afname veiligheid en meer passerende voertuigen).
Reactie De stelling dat slechts 1 parkeerplaats per perceel meegeteld mag worden is niet correct. Een perceel kan meer dan één parkeerplaats bevatten zolang deze voldoet aan de gestelde parkeereisen, zoals bijvoorbeeld een voldoende brede en lange oprit. Voor het gehele plangebied is een parkeerbalans opgesteld en die is correct. In juni 2018 heeft de raad van de gemeente Bergeijk het Parapluplan parkeren Bergeijk 2018 vastgesteld. In dit plan is juridisch geborgd dat o.a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid. Voor het bepalen van de benodigde parkeer- en stallingsgelegenheid dient te worden voldaan aan de Nota Parkeernormen 2017, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 23 februari 2017. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Deze regeling is ook opgenomen in het bestemmingsplan Achter de Sleutel, waarmee juridisch is geborgd dat voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. De omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen wordt getoetst aan de gemeentelijke beleidsregels die gelden ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
Er is geen sprake van een vrijblijvende benadering en de aanleg van parkeerplaatsen is zowel binnen de bestemming Wonen als Verkeer - Verblijfsgebied mogelijk. In paragraaf 4.11 van de toelichting is aangegeven dat wordt voldaan aan het huidige gemeentelijke parkeerbeleid. De 150 extra voertuigen op de Gildestraat en de Tonterstraat door de ruimtelijke ontwikkeling komt neer op 9 voertuigen per uur (gerekend over 16 uur per dag van 7-23uur, exclusief de nachtperiode). Zowel de Gildestraat als de Tonterstraat kunnen deze extra voertuigen aan. Uiteraard wordt de straat daardoor drukker, maar dit is geen substantiële toename. 4.1.1c Te hanteren bouwhoogte De in het ontwerpbestemmingsplan toegestane hoogte heeft een maximum bouwhoogte van 12 meter. Dit is feitelijk 1 bouwlaag hoger dan de omliggende bebouwing en deze zou, om het dorpse karakter van het gebied te behouden, beperkt moeten worden naar bijvoorbeeld maximum 10 meter zodat deze aansljuit bij de bestaande bebouwing. Reactie Voor de woningen in het plangebied Achter De Sleutel is een max. goothoogte van 7m en max. bouwhoogte van 12m voorzien. Hiermee sluiten deze regels aan bij de geactualiseerde bestemmingsplan in de gemeente. Er is een ruimtelijke afweging gemaakt om in het plangebied woningen mogelijk te maken die kunnen worden uitgevoerd in 2 woonlagen met een kap.
Hiermee sluiten de nieuwe woningen goed aan bij de omliggende woonbebouwing die ook overwegend bestaat uit woningen van 2 woonlagen met kap. Deze woningen hebben in het geldende bestemmingsplan een max. goothoogte van 6m en max. bouwhoogte van 11m. Bij de nieuwe woningen is deze maatvoering met 1m verhoogd om beter te kunnen voldoen aan de bouwregelgeving (bouwbesluit). Met deze verhoging zullen niet ineens ander type (niet-dorpse) woningen gerealiseerd kunnen worden. De nieuwe woningen zijn als het ware met de achtertuinen tegen de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Tonterstraat, Gildestraat, Dorpsplein en Dorpstraat gesitueerd. De bestaande en nieuwe woonpercelen en achtertuinen zijn voldoende diep om ruimtelijk een goede inpassing te kunnen realiseren. 4.1.1.d Te hanteren “peil” Er is geen duidelijkheid over het daadwerkelijke peil, ten opzichte van de omliggende bestaande bebouwing. Reactie Het peil van het plan wordt bepaald door de gemeente. Bij het bepalen van het peil wordt rekening gehouden met de bestaande omgeving, de op aan te sluiten wegenstructuur en de omliggende
woningen. De achtertuinen van de nieuwe woningen zullen gloeiend aansluiten op de achtertuinen van de omliggende woningen. Eén en ander ter voorkoming van zo veel mogelijk overlast. 4.1.1.e Kortetermijnvisie bouwbehoefte De korte termijn focus voor de bouwbehoefte van de gemeente Bergeijk ligt grotendeels op het plangebied ‘Achter de Sleutel’. Tevens wordt er geen of te weinig rekening gehouden met de aansluiting van de nieuwbouw aan de omliggende omgeving bij de focus op 60% voor doelgroepen. Reactie Het projectgebied betreft een locatie welke al jarenlang in beeld is als inbreidingslocatie. Het projectgebied is gelegen op een aan het zicht onttrokken, braakliggend stuk grond, aan de achterzijde van de lintstructuren aan de Tonterstraat, de Gildestraat en de Dorpsstraat. De locatie is derhalve uitermate geschikt voor een woningbouwontwikkeling. Door de ontwikkeling blijft de karakteristiek van deze bestaande lintstructuren behouden. Het gebied kan zowel vanuit de Gildestraat alsmede de Tonterstraat worden ontsloten. Bij de start van project is gesproken over minder woningen dan nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Gedurende het proces is ervoor gekozen om te bouwen voor de doelgroepen: starters, senioren en sociale huur. Dit heeft geleid tot meer (kleinere) woningen.
De verkaveling van deze types heeft bij de verdere uitwerking van de plannen geleid tot de stedenbouwkundige opzet zoals deze nu is opgenomen in het bestemmingsplan. Het aantal woningen is ruimtelijk passend bevonden voor het plangebied. 4.2.1.a Stikstofoxiden Kan er uitsluitsel worden gegeven dat de meningen van voor Covid-19 en de prognoses voor na Covid-19, mede rekening houdend met de N69 en het herstellen en uitbreiden van het vliegverkeer boven Riethoven vanaf Eindhoven Airport, zijn meegenomen in het luchtkwaliteitsonderzoek. Reactie Een luchtkwaliteitsonderzoek is niet uitgevoerd. Dit is in paragraaf 4.5 van de toelichting beschreven. Ter onderbouwing van het bestemminsplan is wel een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek wordt verricht om aan te tonen dat er geen sprake is van de aantasting van beschermde natuurgebieden. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de huidige wet- en regelgeving. Dat betekent dat de invoergegevens van dit onderzoek zijn gebaseerd op de bouwactiviteiten en het aantal verkeersbewegingen gerelateerd aan het aantal woningen. Dit heeft geen relatie met COVID of verkeersmaatregelen in de omgeving. De berekening is in opdracht van de ontwikkelaar uitgevoerd door een deskundig adviesbureau en beoordeeld door de omgevingsdienst in opdracht van de gemeente.
Dit onderzoek heeft geen beperkingen voor het bestemmingsplan/ontwikkeling opgeleverd. 4.2.1.b Geitenhouderij De reeds bekende resultaten van de VGO’s zie ik niet opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Wat zijn de aannemelijke gezondheidsrisico’s voor toekomstige bewoners? Tevens wordt er naar afzonderlijke vormen van een mogelijke verslechtering van luchtkwaliteit gekeken, en worden de risico’s van onder andere stikstof en fijnstof niet als een geheel gezien. Zijn de totalen samengevoegd bij het bepalen van de concentraties waarmee de grenswaardes zijn vergeleken, en daarmee het mogelijk maken van het vaststellen van het bestemmingsplan.
Reactie Bij ruimtelijke besluiten - zoals dit bestemmingsplan – moet altijd worden afgewogen of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Eén van de leidende principes van een goede ruimtelijke ordening is dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor (toekomstige) bewoners geborgd moet zijn. Milieuregels die van belang zijn voor het woon- en leefklimaat zijn ‘ruimtelijk relevant’ en kunnen daarom doorwerken in de ruimtelijke ordening. Dit wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. Net zoals bij geurhinder wil je vanwege de risico’s voor de volksgezondheid niet te dicht bij geitenhouderijen woningen of andere gevoelige bestemmingen bouwen / oprichten. Het moratorium in de Verordening ruimte betekent voor geitenhouderijen een verbod op het uitbreiden van het bestaande oppervlakte dierverblijf (staloppervlak). De verbodsregels voor de geitenhouderij hebben geen rechtstreekse invloed op het mogelijk maken van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en kinderdagverblijven. Indirect is dit wellicht wel mogelijk, via de doorwerking van deze milieuregelgeving in de ruimtelijke plannen, de omgekeerde werking. Is een woningbouwontwikkeling binnen 2 km van een geitenhouderij dan wel verantwoord? De eerste reactie is doorgaans dat het (gemeente)beleid consequent moet zijn, namelijk dat een stop op de geitenhouderij andersom ook doorwerkt voor woningbouwplannen.
Dit zou betekenen dat het niet gewenst is om nieuwe woningen te bouwen binnen 2 km rond geitenhouderijen, uit voorzorg, om gezondheidsrisico’s voor de toekomstige bewoners te voorkomen. Dit is de insteek die wordt verwoord in de memo “Verordening ruimte Noord-Brabant en geitenhouderijen”, een memo over het geitenmoratorium, de vergunningverlening en de doorwerking in ruimtelijke ordening (omgekeerde werking) dat is opgesteld door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid in opdracht van het BPO speerpunt Veehouderij (gepubliceerd op 17 oktober 2017). De memo geeft aan dat het aan het gemeentebestuur is om bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen een afweging te maken. Deze afweging moet plaatsvinden in de context van de uitkomsten van het tweede VGO rapport (aanvullende studies), aangekondigde vervolgonderzoeken en de bepalingen in de Verordening ruimte Noord-Brabant vanwege het geitenmoratorium. Om die reden heeft de gemeente Bergeijk de notitie omgekeerde werking geitenmoratorium opgesteld en besloten om bij afwegingen over ruimtelijke ontwikkelingen de richtlijnen uit deze notitie te hanteren. Wij erkennen dat de beschrijving zoals opgenomen in toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en in de rapportage van het onderzoek geurhinder en veehouderij niet toereikend is. Om reden hebben wij initiatiefnemer om aanvullende informatie verzocht.
De stukken zijn door initiatiefnemer aangevuld. Men heeft onderbouwd dat voldaan wordt aan de overwegingen die gelden voor “ontwikkelingen van enkele woningen of kleine woonwijken” en “grootschalige ontwikkelingen”. Op basis van onze memo geitenmoratorium, d.d. 4 juni 2018, concluderen wij dat de afstand tot de dichtstbij gelegen geitenhouderij dermate groot is dat de risico’s voor de volksgezondheid voldoende worden beperkt. De aanvullingen zullen in het bestemmingsplan worden verwerkt. De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Paragraaf 4.9 (Geur) van de toelichting van het bestemmingsplan, alsmede bijlage 10 horende bij de toelichting (Onderzoek geurhinder en veehouderij) zijn aangepast. 4.2.2 Volwassen bomen verbeteren luchtkwaliteit Door het verwijderen van de bestaande(loof)bomen om plaats te maken voor woningbouw, neemt de filtering van de vervuiling af. Nieuwe aanplant zal decennialang niet dezelfde capaciteit behalen dan nu al in het plangebied aanwezige natuurlijke filterraars. Verzoek is om zo veel als mogelijk volwassen bomen te behouden en te integreren in de bouwplannen.
Reactie: Volwassen bomen worden zoveel mogelijk geïntegreerd, deze dienen echter wel van voldoende kwaliteit te zijn. Delen die behouden kunnen blijven zijn recentelijk aanvullend onderzocht op kwaliteit van de aanwezige bomen. Hieruit blijkt dat houtopstanden plaatselijk van slechte kwaliteit zijn. Deze worden door gerichte aanplant vervangen door een gevarieerde inheemse struikachtige beplanting. Behoudenswaardige / vitale bomen worden gericht gesnoeid (dood hout) ter bevordering van de levensduur het plangebied. En daarmee worden zo veel mogelijk filtering van vervuiling behouden. 4.3.1. Flora en Fauna Zorg dat er extra onderzoek komt naar de verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en zorg voor een deskundig en zorgvuldige maatregelen en/of behandeling en/of verplaatsing van dieren tijdens de bouw. Reactie Middels de quickscan en het nader seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan van aanwezige (beschermde) natuurwaarden. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling krachtens de Wet natuurbescherming zonder meer uitvoerbaar is. Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregelen) inzake vogels algemeen, grondgebonden zoogdieren als de egel, algemene amfibieën en de Alpenwatersalamander (gedragscode) blijft van toepassing op de ingrepen. Bij fysieke ingrepen dient ten alle tijden voldaan te worden aan de Wet natuurbescherming.
De eekhoorn is tijdens het onderzoek niet waargenomen in het plangebied en door de relatief grote onderzoeksinspanning is de kans dat de eekhoorn is gemist uiterst klein. Op voorhand kan worden gesteld dat in de omgeving ruimschoots alternatieven aanwezig blijven en geen effect te verwachten is op de gunstige staat van instandhouding van de eekhoorn. Zo veel mogelijk kwalitatieve bomen blijven in het plangebied behouden en wordt met inheemse soorten opnieuw aangeplant. 4.4 Archeologie Mij is bekend dat het erg belangrijk is dat er rekening wordt gehouden moet worden met de wortelstelsels van grote bomen in geval deze verwijderd dienen te worden of omwaaien. Het ontwortelen zou mogelijk beschadigingen aan archeologisch materiaal kunnen maken. Aangezien het verwijderen van de volwassen bomen hoogstwaarschijnlijk gaat plaatsvinden, hoe wordt hiermee omgegaan? Reactie Er heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Archeologische waarden zijn in het bestemmingsplan vastgelegd en daarmee beschermd. Voordat er gebouwd zal kunnen worden zal nader archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Hiervoor is reeds een protocol/programma van eisen opgesteld en dit zal conform dit protocol worden uitgevoerd. Dit is afgestemd met de controlerende archeologen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.
4.5 Houtwal Wij zijn van mening dat de, aan de bestaande houtwal aansluitende groenstrook achter het perceel Tonterstraat 17 behouden moet blijven en dat er bij voorkeur op deze groenstrook een kapverbod komt ter behoud van de bomen die hierop staan.
Reactie Voor wat betreft de bestaande houtwal is in het bestemmingsplan de functie aanduiding groen opgenomen ter behoud van de aanwezige houtwal. De bestaande houtwal is en blijft ook na uitvoering van het plan gelegen op particulier terrein. De ontwikkelaar heeft ervoor gekozen om de aanwonenden tegemoet te komen door deze in het nieuwe plan op te nemen en te revitaliseren (levensvatbare bomen handhaven en snoeien door een deskundige) en de wal aan zijde woningen opnieuw vorm te geven (be-/aanplanten met inheemse soorten bomen en struiken). De aansluitende groenstrook waar u op doelt is niet gelegen in openbaar gebied. Om die reden, en daar deze geen beschermde status heeft, neemt de gemeente hiervoor geen beschermde status op in het bestemmingsplan. Het is de keuze van de ontwikkelaar hoe deze hiermee omgaat.
Zienswijze 5 5.1 Bosgebied Het bestemmingsplan “Achter de Sleutel” kan niet als zodanig gerealiseerd worden omdat er binnen het plangebied een waardevol bosgebied aanwezig is. Niet ter discussie kan staan het toevoegen van erg veel woningen met bijhorende openbare ruimte ten koste gaat van de bestaande groenkwaliteit. Het bestemmingsplan dient zodanig te worden aangepast dat het bosgebied behouden blijft. Reactie Het is vanzelfsprekend dat een woningbouwontwikkeling op een onbebouwde locatie ten koste gaat van het bestaande karakter van het gebied. Dit is inherent aan woningbouwontwikkelingen. Het plangebied ‘Achter de Sleutel’ heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Bos’. Het grootste deel van het plangebied (noordelijke deel) heeft een woonbestemming. In het zuiden van het plangebied ligt een bosgebied. Een deel van dit bosgebied zal worden herontwikkeld ten dienste van de woningbouwontwikkeling ‘Achter de Sleutel’ en komt daarmee te vervallen. Het plan biedt ruimte tot behoud van volwassen bomen. Dit wordt ook actief onderzocht. Naar aanleiding van uw reactie hebben wij ontwikkelaar verzocht om de bomen in het plangebied nader te inventariseren, als uitwerking van de reeds eerder uitgevoerde bomeneffectenanalyse.
In opdracht van ontwikkelaar wordt een nadere inmeting uitgevoerd en bekeken welke bomen levensvatbaar zijn, met als doel om zo veel mogelijk kwalitatieve bomen te behouden en in te passen. Voor zover binnen de ontwerprichtlijnen openbare ruimte mogelijk wordt bij het uitwerken zo veel mogelijk behouden waardige bomen ingepast. Uit het voorlopige onderzoek is gebleken dat de houtopstanden plaatselijk van slechte kwaliteit zijn. Waar mogelijk wordt door gerichte aanplant groen vervangen door een gevarieerde inheemse struikachtige beplanting. Behouden waardige/ vitale bomen worden gericht gesnoeid (dood hout verwijderd) ter bevordering van de levensduur. 5.2 Fouten ecologisch buro Het ecologisch bureau heeft een gedegen onderzoek aangeleverd maar ook dergelijke bureaus kunnen fouten maken zoals nu het geval is. Wij hebben namelijk veelvuldig de bosuil in het te bebouwen gebied waargenomen en gehoord. Reactie De bosuil is tijdens het nader onderzoek aangetroffen, echter geen nestplaats. Om die reden worden er geen negatieve effecten verwacht.
Zienswijze 6 6.1 Het aantal woningen Het ontwerp bestemmingsplan gaat uit van maximaal 44 woningen. Na afloop van de eerste participatieavond, die op 12 april 2017 gehouden werd, is door om- en aanwonenden van het bouwplan aangegeven dat zij het genoemde aantal van 30 tot 40 woningen te groot vonden. In de klankbordgroep overleggen en inspraakavonden is dit ook meerdere malen ter sprake gekomen. Tevens is uit de 'enquête omwonenden' die in mei 2017 gehouden is en waarvan de resultaten ook met de gemeente Bergeijk zijn gedeeld, duidelijk naar voren gekomen dat “ruim 80% van de respondenten vindt dat het aantal van 30 tot 40 woningen, waarover tijdens de informatieavond gesproken is, veel te groot is. Uitgesproken werd de wens dat de bebouwing aansluit aan de reeds bestaande groene uitstraling en de ruimtelijkheid van de huidige bebouwing.” Ook bij het op 5 maart 2018 aan de gemeenteraad van Bergeijk aangeboden ‘burgerinitiatiefvoorstel’, dat naar aanleiding van de tweede participatieavond tot ontwikkeling is gekomen, was een van de argumenten dat de gemeente Bergeijk en de initiatiefnemers (van de bouwplannen) niet luisteren naar de wens van omwonenden m.b.t. het beperken van het aantal te bouwen woningen.