CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Motivering BOPA Nieuwstraat 66

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente BergeijkBij agendapunt: BOPA Nieuwstraat 6623.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Toetsing De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in art. 5.54 Bkl. Hierin zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Er is blijkens deze regeling eveneens geen onderzoek nodig voor ‘kantorenlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer

UrbiTom

53

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

dan 100.000 m² b.v.o. omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 200.000 m² b.v.o. omvat’. De ontwikkeling leidt niet tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit Zoals op navolgende kaarten is te zien blijven de concentraties PM10, PM2.5 en NO2 ter plaatse van het projectgebied ruim onder de aangegeven grenswaarden, die voorgaande tabel zijn aangegeven.

UrbiTom

54

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

4.9.3

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op bouw van 8 nieuwe woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. De kaarten met gemiddelde concentraties fijnstof en stikstof van het RIVM laten zien dat deze ruim onder de grenswaarden blijven, die ingevolge de Europese richtlijn milieukwaliteit van toepassing zijn voor een goede luchtkwaliteit.

4.10

Geluid

4.10.1

Algemeen/Wettelijk kader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een eenduidige manier van beoordelen van geluid te behouden heeft de gemeente Bergeijk de ‘Beleidsregels geluid onder de Omgevingswet gemeente Bergeijk’ vastgesteld. Deze beleidsregel is op 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet, in werking getreden. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gaan gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.

De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; het bevorderen van bronmaatregelen; het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels: het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Geluidproductieplafonds Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane geluidsproductie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3.5 Bkl in het wettelijk kader omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. In Bijlage XXII Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken.

UrbiTom

55

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.10.2

Toetsing Wegverkeerslawaai Voor wegen met een onderzoekszone is vanwege de beoogde nieuwbouw van woningen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai vereist. Binnen de gemeente Bergeijk zijn er voor gemeente- en waterschapswegen nog geen geluidaandachtsgebieden vastgesteld. De onderzoeksplichtige wegen zijn weergegeven in navolgende tabel. Relevante geluidsbronnen Geluidbronsoorten

Geluidaandachtsgebied en gegevens opgenomen in CVGG

Weg

Churchilllaan Gemeentewegen

Hooge Berkt

Nee

Nieuwstraat Geluidbronnen waarbij voor dit plan vanuit het Bkl een onderzoeksplicht geldt

Onderzoek In het onderzoek is het geluid vanwege het wegverkeerslawaai op de gewenste woningen aan de Nieuwstraat in Bergeijk berekend. De rapportage akoestisch onderzoek is als bijlage bij deze motivering BOPA gevoegd. Toetsing standaardwaarden en grenswaarden Het berekende geluid van gemeentelijke wegen bedraagt maximaal 57 dB. Hiermee wordt de standaardwaarde van 53 dB overschreden maar de grenswaarde van 70 dB niet. Maatregelen worden niet doelmatig geacht (zie paragraaf 3.3 van het rapport akoestisch onderzoek). Gevelwering en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering Het gezamenlijke geluid bedraagt ten hoogste hoogst 57 dB ter plaatse van zuidgevel van de westelijke woning. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 57 – 33 = 24 dB. Bij nieuwbouw zal een dergelijke gevelwering altijd wel gehaald worden.

UrbiTom

56

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Door de architect zal aan de hand van materiaalspecificaties worden aangetoond dat de gevelopbouw voldoet aan de normen en dat buitendelen van installaties de geluidsnormen niet overschrijden. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘matig’ tot ‘zeer goed’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de beoogde woningen wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van de toelichting in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 van de onderzoeksrapportage kan gesteld worden dat het cumulatieve geluid een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Hinderlijke bedrijvigheid Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient – naast het geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen – ook het geluid van overige activiteiten in de fysieke leefomgeving beoordeeld te worden. Bij een aanpassing van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten met gebruiksruimte op geluidgevoelige gebouwen. Het gaat hierbij om het geluid van alle milieubelastende activiteiten met een functionele binding tezamen. In de afweging betrekt de gemeente de specifieke plaatselijke situatie en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers en het milieu.

Rekening houden met geluid werkt twee kanten op, het gaat om het toelaten van: activiteiten met gebruiksruimte nabij geluidgevoelige gebouwen; geluidgevoelige gebouwen nabij bestaande activiteiten met gebruiksruimte. Voor de beoordeling van geluidhinder afkomstig van activiteiten moet rekening worden gehouden met verschillende soorten geluidhinder, namelijk: Geluidhinder afkomstig van één of meerdere activiteiten op een locatie (directe hinder). Maximale geluidhinder; dit zijn de piekniveaus die optreden als gevolg van activiteiten op een locatie. Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Het projectgebied aan de Nieuwstraat bevindt zich in een gebied dat kan worden aangemerkt als ‘rustige woonwijk’.

De afstand tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de milieubelastende activiteit wordt bepaald door de kortste afstand te meten tussen de op te richten gevoelige bebouwing en de

UrbiTom

57

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

grens van de inrichting/de grens van het functiegebied van de (potentieel) hinderlijke functie. Rond het projectgebied liggen alleen woon- en groenfuncties. Er is dus geen sprake van potentieel hinderlijke functies in de nabijheid van het projectgebied.

Uitsnede verbeelding van geldende tijdelijk deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan ‘Woongebieden Oost en West Bergeijk, met projectgebied zwart omlijnd en uitgelicht.

4.10.3

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn voor onderhavige ontwikkeling vanwege geluidhinder door wegverkeerslawaai of hinderlijke bedrijvigheid. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een voldoende ruimtelijke scheiding wordt gerespecteerd ten opzichte van omliggende milieubelastende functies.

4.11

Geur

4.11.1

Algemeen/wettelijk kader Voor dit aspect geldt de “Beleidsregel definitie geurgevoelig gebouw Bergeijk 2024”. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn in hoofdstuk 3 regels gesteld over milieubelastende activiteiten waarbij deze activiteiten per bedrijfstak zijn gegroepeerd. Deze regels zijn gesteld ter voorkoming of beperking van onder andere geurhinder. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 van het Bal inhoudelijke regels gesteld aan milieubelastende activiteiten. In paragraaf 5.1.4.6. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van het aspect geur. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: Wordt er een onevenredige inbreuk gedaan op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabijgelegen veehouderijen; Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd.

UrbiTom

58

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Veehouderijen In het omgevingsplan regelt de gemeente de geur van veehouderijen. In paragraaf 5.1.4.6 Bkl staan de instructieregels hiervoor. De instructieregels gelden alleen voor geur van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf op een geurgevoelig gebouw en gaan over: Geurnormen in het omgevingsplan Rekenen Afstand eisen Randvoorwaarden Geurhinder door activiteiten Activiteiten die op enige wijze geurhinder veroorzaken moeten voldoen aan de regels die in het (tijdelijk) omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit die voorheen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, gelden de regels uit de Bruidsschat. Op termijn worden de regels uit de bruidsschat geïntegreerd in het (permanente) omgevingsplan van de gemeente. Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). De beoordelingsregels zijn opgenomen in afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. 4.11.2

Toetsing Geurhinder veehouderijen Potentieel hinderlijke veehouderijen bevinden zich op afstand van het projectgebied. Rond Bergeijk vooral melkveehouderijen en paardenhouderijen met een vaste afstand (100 m tot bebouwing in de bebouwde kom). Kortste afstand tot een veehouderij met een nietvaste afstand bedraagt ca. 1,2 km (varkenshouderij Berkterbeemden 3).

Uitsnede kaart achtergrondbelasting (bron: Omgevingsdienst Zuidoost Brabant – ODZOB)

UrbiTom

59

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Door de ODZOB is in oktober 2024 een kaart vervaardigd waarop de achtergrondbelasting vanwege geurhinder is weergegeven voor Noord Brabant. Op de hierboven afgebeelde uitsnede van deze kaart is te zien dat het projectgebied is gesitueerd binnen een leefomgeving met de kwalificatie ‘zeer goed’. Geurhinder industriële geur In de directe omgeving van het projectgebied is geen geur veroorzakende bedrijvigheid aanwezig die een belemmering vormt voor de voorgenomen realisatie van het woningbouwproject: het projectgebied ligt temidden van woonfuncties. 4.11.3

Conclusie De leefomgeving in de kern van Bergeijk, waar zich ook het projectgebied bevindt, is gekwalificeerd als ‘zeer goed’. Er is geen geur veroorzakende bedrijvigheid aanwezig in de nabijheid van het projectgebied. Geurhinder vormt derhalve geen belemmering voor woningbouw.

4.12

Omgevingsveiligheid

4.12.1

Algemeen/wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten:8 Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.

Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Bbl.

4.12.2

Toetsing Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden

UrbiTom

60

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Uit de risicokaart Brabant, zoals opgenomen in de Atlas voor de Leefomgeving, blijkt dat het initiatief niet gelegen is in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, van transportroutes en van leidingen.

Uitsnede risicokaart Noord-Brabant (bron: Atlas Leefomgeving)

4.12.3

Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid worden geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling verwacht.

4.13

Trilling

4.13.1

Algemeen/wettelijk kader De instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn beperkt tot de bescherming van trilling gevoelige gebouwen en trilling gevoelige ruimten tegen trillingen in het frequentie interval van 1 tot 80 Hertz (Hz), ten gevolge van (milieubelastende) ‘activiteiten anders dan wonen’. Ondanks de ruime benaming zijn veel activiteiten uitgezonderd. Uitgezonderd van het wettelijk kader zijn: activiteiten bij wonen (tenzij het gaat om een bedrijf aan huis) het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen tijdelijke trillinggevoelige gebouwen die niet meer dan tien jaar zijn toegelaten een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk is gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, en/of gelegen op een industrieterrein dat onder de Wet geluidhinder ‘gezoneerd’ was.

UrbiTom

61

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

4.13.2

Toetsing In paragraaf 5.11.2 (geluid vanwege hinderlijke bedrijvigheid) is reeds duidelijk geworden dat zich geen hinderlijke bedrijvigheid bevindt in de nabijheid van het projectgebied, die trilling kan veroorzaken. Het initiatief bevindt zich aan de Nieuwstraat. Dit is een 50 km/u straat met een zekere verkeersbelasting, die echter vooral op woonverkeer is gericht: de straat vormt geen verbinding van of naar een bedrijventerrein, dus het aandeel vrachtverkeer is gering. Daarom is er ook geen grote trillingsoverlast door zwaar verkeer te verwachten.

4.13.3

Conclusie Het aspect trilling vormt geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit.

4.14

Welstand

4.14.1

Algemeen/wettelijk kader Artikel 22.29 lid 1 onder b bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets.

4.14.2

Toetsing

Uitsnede kaart met welstandsregimes uit Welstandsnota Bergeijk. Het projectgebied ligt in een zone met uitgebreid welstandsregime.

UrbiTom

62

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Zoals uit de hierboven afgebeelde kaart (bron: Welstandsnota Bergeijk) met welstandsregimes voor Bergeijk blijkt, ligt het projectgebied in het gebiedstype ‘H – historische dorpsgebieden’ dat is aangemerkt als een aandachtsgebied voor welstand. In het kader van het vooroverleg dat heeft plaatsgevonden met de gemeente heeft daarom ook een welstandsbeoordeling van het bouwplan plaatsgehad. De gemeente heeft aangegeven dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. 4.14.3

Conclusie Het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand.

4.15

Archeologie en cultuurhistorie

4.15.1

Algemeen/wettelijk kader Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.

4.15.2

Toetsing archeologie

Uitsnede uit de archeologische beleidskaart met wit omlijnd het projectgebied (bron: ODZOB).

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergeijk (Gemeente Bergeijk, 2011) heeft het noorden van het projectgebied een aanduiding ‘Categorie 2: Gebied van archeologische waarde’. Bij deze gebieden is bij eerdere onderzoeken reeds vastgesteld dat er behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Hierdoor is een archeologisch onderzoek vereist wanneer bodemingrepen groter zijn dan 100 m² en dieper reiken dan 30 cm -Mv.

UrbiTom

63

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Het zuiden van het projectgebied heeft een ‘Categorie 4: Gebied met hoge verwachting’. Bij deze gebieden is een archeologisch onderzoek vereist wanneer bodemingrepen groter zijn da 500 m² en dieper reiken dan 30 cm -Mv. In 2009 is een bureauonderzoek uitgevoerd in het projectgebied (Buikema en Hissel, 2009). Hieruit blijkt dat het projectgebied deel uitmaakt van een terrein met resten van zes grafheuvels en een urnenveld (AMK-terrein 5002). Binnen het AMK-terrein liggen op een rij vijf lage tumuli en één geïsoleerd hoger exemplaar. Deze bevinden zich ten noorden van het projectgebied. Volgens Modderman (1955) zijn rondom de grafheuvels sporen van kringgreppels te verwachten. De bodem is waarschijnlijk verstoord vanwege de aanwezigheid van bungalows en wegen. Ook is er waarschijnlijk diep geploegd in het gebied. Twee grafheuvels zijn gerestaureerd, waarvan er één (monumentnummer 1991, tegenover Bremdreef 7) in slechte staat verkeerde. In het projectgebied zelf lijken geen grafheuvels aanwezig te zijn, maar moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid met hieraan relaterende grondsporen zoals kringgreppels, palenkransen, bijzettingen van urnen uit de IJzertijd – Romeinse tijd, rituele processiepaden en sporen van bewoningsactiviteiten.

Op basis hiervan heeft de bevoegde overheid besloten dat een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek nodig is (correspondentiemail ODZOB, 19-02-2025). Hiervoor is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, dat voorziet in de kaders voor dit onderzoek. Het PvE dient vóór aanvang van het veldwerk te zijn beoordeeld en ondertekend door de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid. Er dient gewerkt te worden conform het gemeentelijk handboek en de actuele richtlijnen van het gemeentelijk depot. Het programma van eisen is als bijlage bij onderhavige onderbouwing BOPA gevoegd. 4.15.3

Toetsing Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische beleidskaart van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is aan het projectgebied alsook aan de omgeving ervan geen cultuurhistorische waarde toegekend. Aan de onderzijde van de hieronder afgebeelde uitsnede van de cultuurhistorische beleidskaart is de contour van de molenbiotoop van de molen De Grenswachter te zien. Het projectgebied ligt buiten deze contour.

Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart met, zwart omlijnd, het projectgebied

UrbiTom

64

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

4.15.4

Conclusie archeologie In het projectgebied zal een proefsleuvenonderzoek plaatsvinden. Dit kan pas na sloop van de bebouwing ter plaatse van de in het programma van eisen voorgestelde proefsleuven. Om deze reden zal het proefsleuvenonderzoek plaatsvinden na verlening van de omgevingsvergunning. In de voorschriften bij de omgevingsvergunning zal worden opgenomen dat de nieuwe bebouwing in het gebied pas in gebruik kan worden genomen, nadat met onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden in het geding zijn/is aangegeven hoe met eventuele archeologische waarden wordt omgegaan.

4.15.5

Conclusie cultuurhistorie Cultuurhistorische aspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen omgevingsplanactiviteit.

4.16

Bodem

4.16.1

Algemeen/wettelijk kader Uit de Omgevingswet volgt dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de fysieke leefomgeving, waaronder ook de zorg voor (de kwaliteit van) de bodem wordt verstaan. Het wettelijk instrumentarium onder de Omgevingswet is voor wat betreft de bodem gebaseerd op drie pijlers: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen). Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein, direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.

Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.

UrbiTom

65

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

4.16.2

Gemeente Bergeijk

Toetsing Het initiatief, waarvoor deze onderbouwing BOPA is opgesteld heeft in het geldende tijdelijk deel van het omgevingsplan een woon- en tuinfunctie. De omgevingsplanactiviteit omvat de bouw van nieuwe woningen in het projectgebied. Daarom is een verkennend bodemonderzoek nodig. Door Silt is in februari bodemonderzoek verricht dat in maart 2025 is gerapporteerd. De rapportage is als bijlage bij onderhavige onderbouwing BOPA gevoegd. de De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van het onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform de Bkl (bijlage Vd). De bevindingen zijn navolgend weergegeven. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 5,50 m-mv overwegend uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In het grondwater zijn sterk verhoogde concentraties aan nikkel, zink en cadmium aangetoond.

De peilbuis is derhalve herbemonsterd en het grondwater is aanvullend geanalyseerd. Grond In het grondmengmonster MM01 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. De kwaliteitsklasse kan indicatief worden beoordeeld als zijnde klasse Landbouw/Natuur. In het grondmengmonster MM02 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Tevens zijn matig verhoogde gehalten aan koper, zink en cadmium aangetoond. De kwaliteitsklasse kan indicatief worden beoordeeld als zijnde klasse Industrie. In het grondmengmonster MM03 (bovengrond) zijn analytisch licht verhoogde gehalte molybdeen, cadmium en PAK aangetoond. Tevens is een matig verhoogde gehalte aan zink aangetoond. De kwaliteitsklasse kan indicatief worden beoordeeld als zijnde klasse Industrie. In het grondmengmonster MM04 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. De kwaliteitsklasse kan indicatief worden beoordeeld als zijnde klasse Landbouw/Natuur. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch licht verhoogde concentraties aan xylenen en koper aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarde. Daarnaast is een matig verhoogde concentratie aan kobalt aangetoond. Deze concentratie overschrijd

UrbiTom

66

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

de tussenwaarde. Tevens zijn sterk verhoogde concentraties aan nikkel, zink en cadmium aangetoond. Deze concentraties overschrijden de interventiewaarde. Na het aantreffen van sterk verhoogde concentraties is peilbuis PB01 herbemonsterd en is het grondwater aanvullend geanalyseerd. In het herbemonsterde grondwater uit peilbuis PB01 is analytisch een licht verhoogde concentratie aan koper aangetoond. Deze concentratie overschrijdt de streefwaarde. Daarnaast is een matig verhoogde concentratie aan kobalt aangetoond. Deze concentratie overschrijd de tussenwaarde. Tevens zijn sterk verhoogde concentraties aan nikkel, zink en cadmium aangetoond. Deze concentraties overschrijden de interventiewaarde. Formeel gezien is de bodem op de locatie niet geheel vrij van bodemverontreiniging en is een nader bodemonderzoek noodzakelijk naar het voorkomen van nikkel, zink en cadmium in het grondwater. Dit wordt echter niet zinvol geacht en wel om de navolgende redenen: in de vaste bodem worden geen sterke verhogingen van de stoffen (nikkel, zink en cadmium) aangetoond.

Er zal derhalve geen sprake zijn van een bron op de locatie die in verband kan worden gebracht met de aangetoonde verontreiniging; het filter van de peilbuis is direct geplaatst onder de bodemlaag, waarin van nature metalen in verhoogde mate worden aangetroffen, als gevolg van natuurlijke uitloging; in de huidige situatie zijn er geen humane risico’s; alhoewel voor Bergeijk geen lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld blijkt uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in de regio, dat er hier in het grondwater ook (sterk) verhoogde gehalten aan zware metalen (kobalt, nikkel, zink en cadmium) voorkomen. In het algemeen kan worden gesteld dat er in de regio lokaal verhoogde gehalten voorkomen zonder dat er een mogelijke bron in de directe omgeving aanwezig is. Toetsing hypothese De hypothese ‘heterogeen diffuus verdacht’ dient op basis van de resultaten te worden aanvaard. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Conclusie Met het bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Nader bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygienisch oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.

Wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring).

UrbiTom

67

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

4.17

Beperkingsgebieden

4.17.1

Algemeen/Wettelijk kader Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.

4.17.2

Toetsing Het projectgebied is niet gelegen in -of in de nabijheid van- beperkingsgebieden.

4.17.3

Conclusie Vanwege beperkingsgebieden zijn er geen belemmeringen voor het initiatief.

4.18

Kabels en leidingen Binnen het projectgebied zijn, voorzover bekend, geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Binnen het projectgebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten. Voor aanvang van werkzaamheden zal een KLIC-melding worden verricht.

4.19

M.e.r.-beoordeling

4.19.1

Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.procedure verplicht is. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van

UrbiTom

68

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 4.19.2

Toetsing De toevoeging van 7 woningen en vervanging van 1 bestaande woning kan niet gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit in kolom 3 (zonder voorwaarden). Een nadere m.e.r. beoordeling is derhalve niet aan de orde.

4.19.3

Conclusie De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het projectgebied zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen.

UrbiTom

69

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

UrbiTom

70

Gemeente Bergeijk

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

5

Participatie

5.1

Verplichte participatie

Gemeente Bergeijk

Op 1 februari 2024 is (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2024) een delegatiebesluit vastgesteld door de gemeente Bergeijk, waarin is bepaald dat het vaststellen van een omgevingsplan gedelegeerd kan worden aan het college van burgemeester en wethouders in een aantal gevallen, waaronder woningbouwontwikkelingen van maximaal 5 woningen Voorliggend project betreft de vervanging van 1 bestaande woning en de toevoeging van 7 nieuwe woningen, daarom is een bindend adviesrecht van de Raad van toepassing.

5.2

Overleg met gemeente Bij de gemeente is een verzoek ingediend om in principe medewerking te verlenen aan het project. Op dit verzoek is positief besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk onder voorwaarden, die reeds zijn aangegeven in hoofdstuk 1 van onderhavige onderbouwing BOPA. Nadien heeft overleg tussen initiatiefnemer en gemeente plaatsgevonden om af te stemmen over het plan.

5.3

Participatie omgeving Overleg met de omwonenden In persoonlijke gesprekken heeft overleg met omwonenden plaatsgevonden. De verslaglegging hiervan is als bijlage bij deze motivering BOPA gevoegd. Het plan is door de omwonenden overwegend positief ontvangen. Hieronder is een korte samenvatting weergegeven van de reacties van omwonenden:

UrbiTom

71

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

UrbiTom

72

Gemeente Bergeijk

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

6

Financiële haalbaarheid

6.1

Kostenverhaal

Gemeente Bergeijk

De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het overzicht van kostenverhaalplichtige activiteiten staat in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. De initiatiefnemer en de gemeente zullen hiervoor een anterieure overeenkomst afsluiten.

6.2

Nadeelcompensatie Voor iedere buitenplanse omgevingsplanactiviteit, dus ook voor onderhavig initiatief, wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer.

UrbiTom

73

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

UrbiTom

74

Gemeente Bergeijk

Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan ‘Nieuwstraat 66, Bergeijk’

Gemeente Bergeijk

7

Belangenafweging en conclusie

7.1

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een BOPA wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl) Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 3). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde omgevingsplanactiviteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen, zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de beoogde activiteiten) nader onderzocht en afgewogen. Dit is gebeurd in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van voorliggende onderbouwing BOPA.

7.2

Conclusie Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

UrbiTom

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=dfece996-dfc8-49fe-acf3-71bb0b6f9d0e