CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Boekwerk programmabegroting

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting 2024-2027 gemeente Bergeijk36.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Op grond van art. 11 BBV

Beleid • Nota reserves en voorzieningen gemeente Bergeijk (2023) Wat willen we bereiken? De financiële positie is (ook op lange termijn) zodanig solide dat de gemeente zonder financiële problemen en zonder aanpassingen in het huidige beleid kan inspelen op externe ontwikkelingen. De omvang van de weerstandscapaciteit is toereikend voor het opvangen van financiële tegenvallers met structurele en incidentele gevolgen. De ratio weerstandscapaciteit (verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) bedraagt minimaal 1,4. Risico inventarisatie Van de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet en wat de mogelijke schadeomvang kan zijn. Daarvoor worden de volgende 2 vragen gesteld: Wat is de financiële impact? En wat is de kans dat de gebeurtenis zicht voordoet? De kans dat de gebeurtenis zich voordoet aan de hand van de volgende score: Kans score • Zeer gering • Gering • Waarschijnlijk • Hoog

5% 25% 50% 75%

De risicoscore is de vermenigvuldiging van het ingeschatte financiële effect van het risico vermenigvuldigd met het percentage wat aansluit op de kans dat het risico zich voordoet. Indien een risico zich zeker voor zou doen dan wordt dit in de begroting opgenomen vanwege de stelregel dat de begroting realistisch opgesteld moet worden. Alleen risico’s met een gekwantificeerd bedrag van > € 25.000 (ongeveer 0,05% 76

van de totale begroting) worden in de risicomatrix opgenomen. Nadat de risico’s zijn gekwantificeerd kan de benodigde weerstandscapaciteit worden berekend. Bedragen x € 1.000

Taakveld risico 0. Taakveld Bestuur en ondersteuning a b 6. Taakveld Sociaal domein c 7. Taakveld Volksgezondheid en milieu d 8. Taakveld VHROSV e f Organisatie/bedrijfsrisico g Verbonden partijen h Totaal

Af te dekken Begroting Begroting Begroting Begroting met: 2024 2025 2026 2027

Omschrijving risico

Kans

Verkoop pachtgronden Algemene uitkering: effect wijzigingen

Zeer gering Waarschijnlijk

AR AR

16 500

12 750

8 750

4 750

Programmakosten jeugdhulp

Waarschijnlijk

AR

150

150

150

150

Sanering bodemverontreiniging

Hoog

AR

50

50

50

50

Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen Risico's grondexploitatie

Waarschijnlijk AR Hoog AR grex

50 511

50 511

50 511

50 511

Financieringsfunctie reserve

Waarschijnlijk

AR

65

65

65

65

GRSK / GGD / ODZOB / VRBZO / MRE

Waarschijnlijk

AR

117 1.459

117 1.705

117 1.701

117 1.697

a. Verkoop pachtgronden In de begroting is rekening gehouden met een gefaseerde afbouw van de opbrengst uit grondtransacties, welke in 2024 € 325.000 zal zijn. Is de opbrengst hoger, dan wordt het meerdere in de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties gestort. Wanneer echter minder wordt gerealiseerd, vindt een onttrekking uit de reserve plaats. b. Algemene uitkering reguliere wijzigingen De algemene uitkering is de grootste bron inkomsten voor gemeenten. Verwacht wordt dat een nieuw te vormen kabinet zal moeten bezuinigen, gezien de huidige macro-economische ontwikkelingen. Een mogelijke bezuinigingsmaatregel zou het gemeentefonds kunnen zijn. c. Jeugdhulp Het risico schatten we in op € 150.000. De volgende risico's worden onderkend: Wijzigingen als gevolg van de hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, kwetsbaarheden kleine gemeenten, ouder problematiek, en een beperkte invloed gemeente CJG. d. Sanering bodemverontreiniging Een substantieel gedeelte van de Openbare Ruimte is verontreinigd. Dit is vooral gerelateerd aan het gebruik in het verleden van zinkassen op wegen (en bermen). Een gedeelte van met name onze wegen en bermen buiten de kom zijn zinkassenverdacht. Op zinkassenverdachte wegen moet per definitie vooraf onderzoek plaatsvinden en op veel van die wegen en bermen is een zinkassen gerelateerde verontreiniging homogeen of heterogeen aanwezig.

Vanaf 2019 is verontreiniging met PFAS ook actueel geworden. Ook bij de uitvoering van reguliere onderhoudswerkzaamheden is dit een reëel risico geworden, waarvan de extra kosten niet vooraf zijn in te schatten. e. Planschadeclaims Inwoners kunnen bij (de actualisatie van) bestemmingsplannen een beroep doen op planschade. Bij particuliere initiatieven is het uitgangspunt dat het risico op planschade middels een overeenkomst bij de betreffende ontwikkelaar wordt gelegd. Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt hiervoor verwezen naar de paragraaf grondbeleid. De omvang handhaven we op € 100.000 met een waarschijnlijk risico dat zich dit voordoet van 50%. f. Grondexploitaties Bij het opstellen van de begroting 2024 zijn de doorrekeningen van de grondexploitatie gemaakt. Daarnaast worden scenario’s beschreven waarin rekening is gehouden met tegenvallers als langere looptijden en geen indexering van de opbrengsten. Voor verwachte resultaten van de grexen zijn voldoende om toekomstige vennootschapsverplichtingen op te vangen. Dit risico wordt gedekt uit de specifiek voor de daarvoor ingestelde reserve Grondexploitaties.

77

g. Financieringsfunctie reserves Conform het beleid in de gemeente Bergeijk wordt de bespaarde rente toegevoegd als baat aan de exploitatie. Dit betekent dat niet vrij beschikt kan worden over de reserves. Het gaat daarbij om het deel van de reserves dat als weerstandsvermogen wordt gezien ter dekking van de risico’s. Dit deel zal immers ingezet moeten worden indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Bij een inschatting dat maximaal 50% van de risico’s zich gelijktijdig werkelijk voordoen en een rekenrente van 4% betekent dit een risico van afgerond € 72.000 in de exploitatie. Deze systematiek is opgenomen in de Nota reserves en voorzieningen 2023. h. Verbonden partijen De GRSK houdt geen eigen vermogen aan als weerstandscapaciteit. Dit op basis van vastgesteld beleid. Als calamiteiten zich voordoen worden de deelnemende gemeenten aangesproken, volgens de vastgestelde systematiek. De risico's zijn benoemd in de begroting maar niet opnieuw gekwantificeerd in geld. Wij handhaven het eerder gehanteerde uitgangspunt van een risico van € 0,5 miljoen voor de 5 KempenPlusgemeenten (ca € 100.000 per gemeente). Het is aan de deelnemende gemeenten om weerstandscapaciteit aan te houden. Kempen+ heeft in haar risicoanalyse aangegeven dat er een risico bestaat dat er door de deelnemende gemeenten, om het weerstandsvermogen op peil te houden, extra bijgedragen dient te worden.

Dit is afhankelijk van de resultaten die komende jaren worden behaald. Dit risico nemen we op in onze risicomatrix. De vier grote verbonden partijen (GGD, VRBZO, ODZOB en MRE) hebben in hun begroting 2024 risicoanalyse gemaakt. Deze risicoanalyse is afgezet tegen hun reservepositie. Daaruit resteert een deel niet afgedekte risico's. indien zich dit voordoet kan dat betekenen dat de gemeente moet bijdragen. Dat deze risico’s zich gaan manifesteren is als “waarschijnlijk” gewogen. Vervolgens wordt de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Aan de hand van deze gegevens wordt de ratio weerstandscapaciteit berekend. Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen wordt gevormd door: • Algemene reserve • Algemene reserve resultaat • Algemene reserve risico grondexploitaties • Post onvoorzien. De algemene reserves betreffen incidentele capaciteit en de post onvoorzien structurele capaciteit. De algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties, stille reserves en de beschikbare ruimte in de belastingcapaciteit worden niet meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit, conform de nota reserves en voorzieningen (2023). Bestemmingsreserves kunnen eventueel tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden gerekend indien uw raad de bestemming kan veranderen zonder financieel nadelige gevolgen.

De dekkingsreserves maken daarom geen deel uit van de weerstandscapaciteit. De gemeente heeft een aantal stille reserves (verschil tussen marktwaarde en boekwaarde) door het bezit van vaste activa zoals pachtgronden, erfpachtgronden, bosgronden, gebouwen en terreinen. Een benadering van de marktwaarde van de bos- en landbouwgrond is per ultimo 2023: Omschrijving Bosgronden Geliberaliseerde pacht (1 jr) Geliberaliseerde pacht ( 6 jr) Reguliere pacht Erfpacht Totaal

Aantal ha. 1.443 191 71 642 359 2.706

per ha. In € 15.000 77.500 77.500 77.500 38.000

per m2 in € Marktwaarde in € 1,50 21.645.000 7,75 14.802.500 7,75 5.502.500 7,75 49.755.000 3,80 13.642.000 105.347.000

78

De weerstandscapaciteitsratio drukt de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit uit. Hoe groot de beschikbare weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die de gemeente loopt. Het gaat hierbij om de risico’s die niet goed kwantificeerbaar en niet regulier zijn. In het algemeenheid gaat het om risico’s die de gemeente zelf niet of slechts deels kan beïnvloeden. Voor de overige risico’s zijn beheersmaatregelen genomen, voorzieningen getroffen of verzekeringen afgesloten. Vastgelegd is dat de beschikbare reserves die betrokken worden bij de bepaling van de weerstandscapaciteit minimaal € 6,0 miljoen moet bedragen. De geprognosticeerde omvang van de algemene reserves, exclusief de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties, is ultimo 2024 € 16,7 miljoen. Dit leidt tot de volgende weerstandscapaciteitsratio: Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) (balansstanden ultimo jaar)

2024

2025

2026

2027

1. Beschikbare weerstandscapaciteit 2. Benodigde weerstandscapactiteit Weerstandsratio

16.723 1.459 11,46

19.828 1.705 11,63

17.190 1.701 10,11

15.087 1.697 8,89

Ontwikkeling van algemene reserves Een aparte positie wordt ingenomen door de Algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties. De andere algemene reserves maken allemaal onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. Vanaf de begroting 2023 worden de geprognosticeerde opbrengsten gefaseerd afgebouwd (was eerst vanaf jaar 2024). De algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties is in het leven geroepen om enkel schommelingen in de opbrengsten uit grondtransacties op te vangen. Daarom wordt deze niet betrokken bij de weerstandscapaciteit. De omvang van deze reserve is gemaximeerd op € 1 miljoen. De overige algemene reserves zijn er voor het opvangen van risico’s. De ondergrens hiervan is bepaald op € 6,0 miljoen. In grafiekvorm geeft dit de meerjarige ontwikkeling algemene reserves in relatie tot de ondergrens van de reserve. Dit per 31-12 van het jaar.

Ontwikkeling algemene reserves 20.000

x € 1.000

16.000

12.000

8.000

4.000 2023

Algemene reserve

2024 Ondergrens

2025 Jaar

2026

2027

79

Opbouw Algemene reserve 20.000

18.000 16.000 12.000

Algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties

10.000

Rekeningresultaat

x € 1.000

14.000

8.000 Algemene reserve risico grondexploitatie

6.000 4.000

Algemene reserve

2.000 0

2023

2024

2025 Jaar

2026

2027

Grafiek opbouw algemene reserves

Ontwikkeling van bestemmingsreserves De bestemmingsreserves bestaan uit dekkingsreserves en overige bestemmingsreserves.

Ontwikkeling bestemmingsreserves 10.000

x € 1.000

9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 2023

2024

2025

2026

2027

Jaar

Grafiek verloop bestemmingsreserves

80

Ontwikkeling van dekkingsreserves

Ontwikkeling dekkingsreserves

x € 1.000

9.000

8.000

7.000

6.000 2023

2024

2025

2026

2027

Jaar

Grafiek verloop dekkingsreserves

Kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de verhouding van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft derhalve een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden B Netto Vlottende schulden C Overlopende passiva D Financiele vaste activa E Uitzettingen korter als 1 jaar F Liquide middelen G Overlopende Activa H saldo van de baten exclusief reserves Ratio

Werkelijk 2022 27.925 7.278 6.124 0 13.644 381 2.525

Begroot 2023 41.606 7.074 7.000 0 8.000 660 0

Begroot 2024 37.788 7.987 6.000 0 8.000 2.831 1.500

Begroot 2025 43.969 8.843 6.000 0 8.000 0 1.500

Begroot 2026 45.150 9.000 6.000 0 8.000 0 1.500

Begroot 2027 48.282 10.462 6.000 0 8.000 0 1.500

62.247

50.674

60.015

57.991

54.379

54.561

40%

93%

66%

85%

93%

101%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of deze allen worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Netto schuldquote gecorrigeerd (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden B Netto Vlottende schulden C Overlopende passiva D Financiele vaste activa, excl deelnemingen en verbonden partijen E Uitzettingen korter als 1 jaar F Liquide middelen G Overlopende Activa H saldo van de baten exclusief reserves Ratio

Werkelijk 2022 27.925 7.278 6.124 771 13.644 381 2.525 62.247 39%

Begroot 2023 41.606 7.074 7.000 948 8.000 660 0 50.674 91%

Begroot 2024 37.788 7.987 6.000 956 8.000 2.831 1.500 60.015 64%

Begroot 2025 43.969 8.843 6.000 956 8.000 0 1.500 57.991 83%

Begroot 2026 45.150 9.000 6.000 956 8.000 0 1.500 54.379 91%

Begroot 2027 48.282 10.462 6.000 956 8.000 0 1.500 54.561 99%

81

Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van Bergeijk. Dit cijfer geeft daardoor een soort toekomstvisie weer. Onder het solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Solvabiliteitsratio (A/B) x 100% A Eigen vermogen B Totaal passiva Ratio

Werkelijk 2022 28.345 76.362 37%

Begroot 2023 24.801 87.326 28%

Begroot 2024 32.082 92.960 35%

Begroot 2025 31.601 97.658 32%

Begroot 2026 30.575 97.909 31%

Begroot 2027 28.968 101.028 29%

Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.

Grondexploitatie (A/B) x 100% A Bouwgronden in exploitatie B saldo van de baten exclusief reserves Ratio

Werkelijk 2022 7.210 62.247 12%

Begroot 2023 4.596 50.674 9%

Begroot 2024 -1.106 60.015 -2%

Begroot 2025 -760 57.991 -1%

Begroot 2026 0 54.379 0%

Begroot 2027 0 54.561 0%

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties reserves). Het wordt in een percentage uitgedrukt.

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% A Structurele lasten (totaal lasten minus incidentele lasten) B Structurele baten (totaal baten minus incidentele baten) C Structurele toevoeging reserves D Structurele ontrekkingen reserves E saldo van de baten exclusief reserves Ratio

Werkelijk 2022 54.209 58.968 7.881 4.967 62.247 2,96%

Begroot 2023 50.651 50.674 1.198 1.494 50.674 0,63%

Begroot 2024 59.374 60.015 1.423 1.363 60.015 0,97%

Begroot 2025 57.352 57.991 95 572 57.991 1,92%

Begroot 2026 54.923 54.379 319 572 54.379 -0,53%

Begroot 2027 56.064 54.561 20 572 54.561 -1,74%

Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Wanneer dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. Onder de woonlasten wordt verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing (afvalstoffenheffing) voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishoudens in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1. Dit wordt uitgedrukt in een percentage.

82

Belastingdruk Voor de berekening van de belastingdruk gaan we uit van een gemiddelde WOZ-waarde in Bergeijk. Voor de rioolheffing gaan we uit van een gemiddeld waterverbruik tussen de 100 en 350 m³. Bij de afvalstoffenheffing hanteren we een gemiddeld aanbod aan containers. De grijze container wordt gemiddeld circa vijf keer per jaar aangeboden, de groene container zeven keer. De belastingcapaciteit gemeente Bergeijk zetten we af tegen de landelijke capaciteit. Begroting 2024 geeft een belastingcapaciteit van 84%. Belastingdruk

Begroot 2023 Begroot 2024

Onroerende zaak belasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten Woonlasten landelijk gemiddelde Woonlasten tov landelijk gemiddelde

314 263 174 751 904 83%

339 271 194 804 960 84%

De laatst bekende woonlasten zijn door het COELO berekend op € 960 voor een meerpersoonshuishouden in 2024. Hiertegenover hebben wij de berekende belastingdruk 2024 gezet. De conclusie daaruit is dat we als gemeente Bergeijk ruim onder het landelijk gemiddelde zitten. Kengetallen:

Werkelijk 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

40% 39%

93% 91%

66% 64%

85% 83%

93% 91%

101% 99%

Solvabiliteit

37%

28%

35%

32%

31%

29%

Structurele exploitatieruimte

3%

1%

1%

2%

-1%

-2%

Grondexploitatie

12%

9%

-2%

-1%

0%

0%

Belastingcapaciteit

92%

94%

84%

84%

84%

84%

83

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten moeten in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in ieder geval de volgende onderdelen worden vermeld: Onderdeel

Op grond van

De paragraaf bevat tenminste de volgende kapitaalgoederen: Wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Van deze kapitaalgoederen wordt aangegeven: • Het beleidskader; • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de jaarrekening.

art. 12, lid 1 BBV art. 12, lid 2 BBV

Wat willen wij bereiken? In de toekomstvisie van gemeente Bergeijk zijn diverse uitgangspunten opgenomen die van toepassing zijn op het onderhoud van kapitaalgoederen, te weten: Als overheid ligt er een duidelijke voorbeeldfunctie om te investeren in duurzame ontwikkelingen die aansluiten op het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. De bouwstenen van het toekomstig leefklimaat zullen daarom herbruikbaar zijn met grondstoffen die gekenmerkt worden door een hoge mate van circulariteit. Het beheer van de kapitaalgoederen binnen de leefomgeving wordt gekenmerkt door een goede afstemming met de huidige behoeften. De inrichting zal veilig en klimaat robuust zijn. De openbare ruimte zal flexibel inspelen op toekomstige ontwikkelingen zoals het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Dit alles met respect voor het dorpse karakter en haar groene structuurelementen.

Het huidige coalitieakkoord geeft ten aanzien van het onderhoud kapitaalgoederen de volgende aanknopingspunten: - Het voorzieningenniveau blijft minimaal op het huidige peil; - Sportaccommodaties, gemeenschapshuizen en scholen blijven in alle kernen bestaan; - Zelfwerkzaamheid door verenigingen bij onderhoud en beheer van accommodaties wordt gestimuleerd door middel van TUOB; - De gemeente heeft een voorbeeldfunctie als het gaat om duurzaam werken, afvalverwerking en energiegebruik. Beleid • BORA IV Focus op meerwaarde (Beheer Openbare Ruimte & TUOB-Accommodaties 2024-2048) • VGRP (Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2024) • GVM (Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022) • Bewegen, Ontmoeten en Spelen (BOS) (2020) • Integraal beheerplan Bos- en natuurterreinen (2022-2031) BORA: Beheer Openbare Ruimte & Accommodaties In 2024 wordt gestart met de 4e periode van BORA. Daarvoor zijn de beheerplannen geactualiseerd en zijn de benodigde middelen voor de periode 2024 – 2048 inzichtelijk gemaakt. Eind 2023 wordt het nieuwe beheerplan BORA IV voorgelegd aan uw raad.

Dit beleidsplan vormt de leidraad voor het Bergeijks streven naar verbetering en innovatie. In de doorontwikkeling naar BORA IV streeft Bergeijk ernaar de leefbaarheid, duurzaamheid en participatie in de gemeenschap te borgen en waar mogelijk te verbeteren of te verhogen. Met het oog op het verleden, waarbij 84

het technisch beheer een score van 7 behaalde, wil Bergeijk nu een stap verder gaan en de FOCUS leggen op het creëren van meerwaarde.

Afbeelding 1: Een weergave van de kwaliteitsscores met daaraan corresponderende kleuren.

De gemeente streeft er naar de openbare ruimte en accommodaties in Bergeijk te verbeteren. Door ruimte te geven aan ontwikkelingen op het gebied van leefbaarheid, duurzaamheid en participatie, wordt er naar een meerwaarde voor de inwoners gestreefd. Er wordt ingezet op een hoogwaardige leefomgeving, duurzaam beheer en een betrokken gemeenschap. Samen met de inwoners en belanghebbenden zal de gemeente aan een gemeente werken waar het prettig wonen, werken en recreëren is, zowel voor de huidige als toekomstige generaties. Wegen, verkeer en bruggen Met de vaststelling van BORA IV zijn ook de nieuwe beheerplannen voor wegen en voor bruggen vastgesteld. Het beheerplan is gericht op voorkoming van kapitaalvernietiging door adequate maatregelen op het juiste moment te plannen, waardoor extreem zware en dure maatregelen in de toekomst worden voorkomen. Het beheer is daarnaast gericht op het inperken van risico’s ten aanzien van aansprakelijkheid van vermijdbare schades aan derden. Gelijktijdig hiermee zijn de beheerdata van het wegenareaal ge-updatet. Daarbij zijn voornamelijk de oppervlaktes en de administratieve gegevens van elk vlak geactualiseerd. Met deze geactualiseerde gegevens is in het najaar van 2022 een nieuwe weginspectie uitgevoerd. Met de resultaten van de weginspectie is een geactualiseerd meerjaren wegenbeheerplan opgesteld.

Dit beheerplan geeft inzicht in de financiële behoefte voor het beheer en onderhoud van de wegen de komende jaren. Dit geactualiseerde beheerplan kan verschuivingen in de huidige begroting tot gevolg hebben. Herinrichtingen Naast reguliere onderhoudswerkzaamheden zijn jaarlijks ook totale herinrichtingen van één of meerdere deelgebieden gepland. Deze projecten worden vanuit herinrichtingen FOCUS in de begroting opgenomen. Ontwikkelingen 2024 Afgezien van herinrichtingen van bestaande kapitaalgoederen gaan ook de nieuwe ontwikkelingen gewoon door. Het betreffen met name ontwikkelingen die nog altijd verband houden met de nieuwe verbinding N69 (gebiedsimpuls en Nulplusmaatregelen) en de Diepveldenweg, de aanleg van fietsstraat Walik en de (vrijliggende) fietspaden3, evenals de aanleg van de traverse Luyksgestel. In 2024 wordt verder gegaan met de vervanging van een negental bruggen. Voor een totaaloverzicht van de investeringen wordt verwezen naar het meerjaren investeringsprogramma, welke is opgenomen in hoofdstuk 2.3. Voor wegen, verkeer en bruggen is vanuit de beheerplannen voor 2024 in de exploitatie € 412.000 opgenomen. Voor het groot onderhoud wordt € 972.500 in de voorziening wegen en bruggen gestort.

3 Vanuit de Fietsambitie

85

Voorziening wegen & bruggen

Bedragen * (€ 1.000)

2.000

1.500

1.000

500

0 Saldo 1-1 Storting Onttrekking

2024 1.947 973 1.408

2025 1.512 973 1.038

2026 1.446 973 1.212

2027 1.206 973 924

Grafiek 1: ontwikkeling voorziening wegen en bruggen

Groen en spelen Het Groenbeheerplan maakt onderdeel uit van BORA IV. Voor groen is er een exploitatiebudget beschikbaar van € 1.634.000. Dit exploitatiebudget is opgesplitst in het groen binnen en buiten de bebouwde kom. Voor het groot onderhoud wordt in 2024 € 26.000 gestort in de voorziening openbaar groen. De voorziening openbaar groen loopt qua projecten gelijk met de voorziening Wegen om zo integraal werken te bevorderen. Voor de gemeentelijk bos- en natuurterreinen gaat het vernieuwde Bosbeheerplan (2022-20231) uitgevoerd worden. Het beheerplan Speelvoorzieningen gaat uit van duurzaam onderhoud van de 373 speel- en sporttoestellen en de bijbehorende veiligheidsondergronden in de gemeente, zodat deze netjes en veilig blijven. Zo voldoet Bergeijk aan haar eigen doelstellingen en ook aan de wettelijke verplichtingen. Voor het onderhoud van de speelvoorzieningen is er een exploitatiebudget van € 113.000. Ontwikkelingen 2024: • Ecologische beheer op geschikte bermen en overhoeken voor versterking biodiversiteit; • Integraal maaibeheer bermen en sloten buiten bebouwde kom; • De locaties met de invasieve exoot Japanse Duizendknoop verder beheersen om uitbreiding te voorkomen; • Eikenprocessierups beheersing via natuurlijke maatregelen voorzetten om hinder te voorkomen; • Integraal beheer van de openbare ruimte binnen de bebouwde kom.

86

Voorziening openbaar groen 180

Bedragen * (€ 1.000)

160 140

120 100 80

60 40 20

0 Saldo 1-1 Storting Onttrekking

2024 160 26 38

2025 148 26 31

2026 143 26 36

2027 133 26 27

Grafiek 2: ontwikkeling voorziening openbaar groen

Openbare Verlichting Eind 2023 is het beheerplan openbare verlichting vastgesteld als onderdeel van BORA IV. In 2024 is er in de exploitatie voor openbare verlichting een budget van € 234.000 beschikbaar. Voor het groot onderhoud van de openbare verlichting wordt er een bedrag van circa € 13.500 gestort in de voorziening openbare verlichting. Tot en met 2025 is het beleid er mede op gericht alle conventionele armaturen van de openbare verlichting versneld te vervangen door LED-armaturen. Door het gebruik van LED-verlichting wordt een lager vermogen gebruikt met een besparing van energie waardoor een daling van het energieverbruik ontstaat met als gevolg daarvan een vermindering van de CO2 uitstoot. In de periode t/m 2025 wordt er jaarlijks voor € 200.000 geïnvesteerd in de omvorming van de openbare verlichting naar LED-verlichting. Ontwikkelingen in 2024: • Vervangen van verlichtingsarmaturen door LED; • Geleidelijk aan stoppen met groepsgewijs vervangen van conventionele lampen (groepsremplace) als gevolg van het groot aandeel aan LED verlichting en nog maar een beperkt areaal aan conventionele lampen. Conventionele lampen worden vanaf 2024 ook zo veel mogelijk vervangen door LED lampen. Voorziening openbare verlichting

Bedragen * (€ 1.000)

40

20

0 Saldo 1-1 Storting Onttrekking

2024 31 14 12

2025 32 14 16

2026 30 14 15

2027 28 14 11

Grafiek 3: ontwikkeling voorziening openbare verlichting

87

VGRP: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het VGRP 2020-2024 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Als gemeente wil Bergeijk een goed functionerend water- en rioleringssysteem en vanuit de zorgplicht riolering bijdragen aan gemeenschappelijke thema’s, zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Door middel van het VGRP legt Bergeijk vast wat zij wil bereiken en wat de rol van inwoners en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Voor de zorgplicht Afvalwater zijn de onderstaande doelen geformuleerd: • Zorgen voor de inzameling van stedelijk afvalwater. • Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater. Voor de Zorgplicht Hemelwater is het onderstaande doel geformuleerd: • Zorgen voor inzameling van overtollig hemelwater (voor zover de particulier niet op eigen terrein redelijkerwijs in de verwerking kan voorzien); • Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater. Voor de zorgplicht Grondwater is het onderstaande doel geformuleerd: • Zorgen dat - voor zover mogelijk - het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Ontwikkelingen in 2024: • Uitvoering geven aan meerjarenplanning onderhoudswerkzaamheden vrijverval rioleringen. De werkzaamheden bestaan uit het reinigen, inspecteren en repareren van kleine gebreken (wortel ingroei, lokale beschadigingen).

Reparatie van deze kleine gebreken verhoogt de bedrijfszekerheid en verlengt de levensduur van de riolering. • Uitvoering geven aan de meerjarenplanning renovaties gemalen en randvoorzieningen • Wateroverlast Verhoevenstraat. Door een combinatie van aanpassen bestratingen en aanleg bergingsvoorzieningen voorkomen worden dat water in huizen komt en het op straat wordt gereduceerd. • Vervanging en verbetering riolering en hemelwaterstructuur in: o de Mert en omstreken; o de Burgmeester Magneestraat-Kleine Broekstraat; o De Weebosch; o De Bucht o De Frater Romboutstraat en Kerkepad, o allen onderdeel uitmakende het herinrichtingsprogramma Focus. Voor een totaaloverzicht van de investeringen 2024-2027 wordt verwezen naar het meerjarig investeringsprogramma in hoofdstuk 2.3 (p.125). Daarnaast is er in 2024 exploitatiebudget (exclusief de kapitaallasten/storting voorziening vervanging riolering en loonsom) voor het beheer van het riool van circa € 543.500 beschikbaar en wordt er in een nieuw gevormde voorziening vervanging riolering ten behoeve van toekomstige vervangingsinvesteringen € 24.000 gestort. Accommodaties Op een groot aantal gemeentelijke accommodaties, met name op de basisvoorzieningen, is het TUOBbeleid en de bijbehorende systematiek van toepassing.

Mede door TUOB en de inzet van vrijwilligers heeft Bergeijk een bloeiend verenigingsleven en zijn afspraken op het gebied van beheer & onderhoud eenduidig en transparant. Aan de hand van een conditiemeting volgens de NEN2767 is de technische staat van alle gemeentelijke accommodaties bepaald. Met de conditiemeting wordt inzicht verkregen in de omvang van de technische kostendragers waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, in de technische kwaliteit van de bouwdelen, de onderhoudsbehoefte op middellange en lange termijn en in de risico’s welke optreden bij 88

uitstel van onderhoudswerkzaamheden. Dit is gedaan voor gebouwen, terreinen en sportvelden. De gemiddelde meerjarige kwaliteitsscore bedraagt ruim een 7. Bij TUOB zorgt de gemeente voor het volledige onderhoudsbudget. Het budget voor groot onderhoud blijft bij de gemeente. De overige huisvestingskosten zijn vastgelegd in de exploitatiesubsidie. In navolging op de klimaatdoelstelling is Bergeijk volop bezig met het verduurzamen van de gemeentelijke gebouwen en sportaccommodaties. Om tot een concreet uitvoeringsprogramma te komen en om op lange termijn inhoud te geven aan duurzaamheid zijn in 2017 energiescans van de gemeentelijke gebouwen uitgevoerd. Het uitvoeringsprogramma is opgesteld op basis van het principe Trias Energetica en wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in het bestaande beheerplan (TUOB). De kansrijke maatregelen, voortkomend uit deze energiescans, zijn vervolgens in de periode 2018 - 2022 uitgevoerd. In eerste instantie is prioriteit gegeven aan maatregelen die gericht zijn op het verminderen van het energieverbruik. Voor de energie die dan nog verbruikt wordt, wordt bezien welke maatregelen genomen dienen te worden om dit duurzaam op te wekken. Om een volgende stap in het verduurzamen te zetten is onderzocht wat de mogelijkheden zijn met de hedendaagse technische ontwikkelingen om gebouwen verder te verduurzamen en op termijn van het aardgas af te gaan.

Men zal beginnen met de buitensportaccommodaties en later mogelijk de gemeenschapshuizen en de binnensportaccommodaties. Voor gebouwen en sportaccommodaties is voor 2024 in de exploitatie (TUOB: klein- en dagelijks onderhoud) € 422.000 opgenomen. Voor de storting in de voorziening Groot onderhoud is € 1.173.000 gereserveerd. Ontwikkelingen in 2024: • Uitvoering geven aan meerjarenonderhoudsplanningen onderhoud gemeentelijke accommodaties op basis van een geactualiseerd beheerplan; • Met de hedendaagse ontwikkelingen de gemeentelijke accommodaties verder verduurzamen naar aardgasloos, te beginnen met de buitensportaccommodaties; • Start voorbereiding nieuwbouw duurzame accommodatie tennisvereniging RTV Riethoven; • Verduurzamen gemeentehuis: regelsysteem klimaatinstallatie vervangen; • Mogelijke realisatie padelbanen bij diverse tennisverenigingen; • Start voorbereiding renovatie sportvelden tennis; • Mogelijk uitbreiding openluchttheater de Hunnebergen, buurthuis ’t Sant en het Bakkerijmuseum.

Voorziening accommodaties

Bedragen * (€ 1.000)

2.000

1.500

1.000

500

0 Saldo 1-1 Storting Onttrekking

2024 1.126 1.173 1.115

2025 1.185 1.173 1.014

2026 1.344 1.173 1.411

2027 1.106 1.173 1.762

Grafiek 4: ontwikkeling voorziening accommodaties

Areaal en vervangingswaarde 89

In onderstaande tabellen wordt een indicatie van de omvang van het gemeentelijk eigendom gegeven met de waarde die ze vertegenwoordigen. De omvang van het areaal per structuurelement is als volgt: Structuurelement aantallen Bedrijventerreinen Begraafplaatsen Buitengebied Hoofdwegen binnen de kom Hoofdwegen buiten de kom Kernwinkelgebied Sport en recreatie Woongebied Totalen

Vrij verval leiding 10.856 m m 18.045 m 35.695 m 6.725 m 1.753 m 291 m 89.046 m 162.411 m

Wegvakonderdeel 74.758 m² 3.590 m² 1.435.560 m² 274.455 m² 376.596 m² 24.426 m² 25.254 m² 610.588 m² 2.825.227 m²

Mast

Boom

237 st. 15 st. 480 st. 927 st. 469 st. 182 st. 225 st. 3.040 st. 5.575 st.

484 st. 210 st. 24.893 st. 2.003 st. 4.751 st. 181 st. 781 st. 5.095 st. 38.398 st.

Cultuur Gras beplanting 3.349 m² 32.045 m² 4 m² 11.289 m² 605 m² 1.566.963 m² 10.155 m² 124.244 m² 120 m² 239.215 m² 1.475 m² m² 2.794 m² 17.017 m² 78.642 m² 312.764 m² 97.143 m² 2.303.536 m²

Haag

Natuur beplanting 2.706 m² 11.292 m² 866 m² 3.059 m² 641 m² 101.898 m² 10.557 m² 6.179 m² 1.189 m² 403 m² 935 m² m² 275 m² 32.955 m² 19.279 m² 42.915 m² 36.447 m² 198.700 m²

De kapitaalgoederen vertegenwoordigen een vervangingswaarde van circa € 323.638.000 (het areaal mechanische riolering, bruggen verkeerstekens, speeltoestellen en bossen zijn in dit overzicht niet meegenomen). Dit is als volgt uitgesplitst: Structuurelement x € 1.000 Bedrijventerreinen Begraafplaatsen Buitengebied Hoofdwegen binnen de kom Hoofdwegen buiten de kom Kernwinkelgebied Sport en recreatie Woongebied Totalen

Vrij verval leiding 9.290 0 12.834 29.892 3.861 1.320 173 63.288 120.657

Wegvakonderdeel 4.722 293 38.692 26.919 25.728 3.221 1.586 51.887 153.046

Mast

Boom

351 22 712 2.114 1.069 825 334 4.508 9.935

380 165 19.541 1.572 3.730 142 613 4.000 30.142

Cultuur beplanting 76 0 17 270 2 43 56 1.926 2.391

Gras

Haag

49 22 1.781 165 235 0 25 443 2.720

116 37 28 454 51 40 12 829 1.567

Natuur beplanting 181 49 1.630 99 6 0 527 687 3.179

Totalen 15.165 588 75.235 61.485 34.682 5.591 3.326 127.567 323.638

Financiële verantwoording Vanaf 2017 worden investeringen in maatschappelijk nut in de openbare ruimte verplicht geactiveerd op de balans. Op deze investeringen moet worden afgeschreven. Dat betekent dat de gelden voor BORA zijn gesplitst in: • Uitgaven die thuishoren in een exploitatiebegroting; • Uitgaven die ten laste van een voorziening (BORA) mogen worden gebracht; • Investeringen in maatschappelijk nut die moeten worden geactiveerd op de balans. Schematisch ziet het financiële beheer van de kapitaalgoederen er als volgt uit: Beheer kapitaalgoederen

Exploitatie

Voorziening

Investeringen

Om een totaalbeeld te krijgen, zijn in de volgende overzichten de jaarlasten samengevoegd. Voor een overzicht van de investeringen wordt verwezen naar hoofdstuk 2.3. Overzicht exploitatie Bedragen x € 1.000 Wegen, verkeer en bruggen

2024

2025

2026

412

421

412

421

Groen en spelen

1.748

1.752

1.757

1.757

Openbare verlichting

234

230

226

223

Gebouwen en sportaccomodaties

422

423

423

424

Totaal exploitatie

2.815

2.826

2.819

2.825

Totaal stortingen naar de onderhoudsvoorzieningen

2.185

2.185

2.185

2.185

Totaal onderhoud kapitaalgoederen

5.000

5.011

5.004

5.010

2027

90

Paragraaf Financiering Wettelijk kader Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet in de paragraaf financiering in ieder geval het volgende onderdeel worden vermeld: Onderdeel

Op grond van

De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.

art. 13 BBV

Wat willen we bereiken? We streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn). Dit heet treasury-functie. Uitvoering van de treasury-functie gebeurd door de liquiditeits-ontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland te volgen. De treasury-functie wordt uitgevoerd binnen de normen van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het gemeentelijk Treasurystatuut. We hanteren de volgende doelstellingen: • Er is voldoende financiering op de korte en lange termijn; zodoende kan er ten allen tijde aan de betalingsverplichtingen worden voldaan; • De risico’s die aan de financiële transacties verbonden zijn, worden beheerst en beperkt; • De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. Ontwikkelingen De Nederlandse economie blijft groeien, maar minder hard dan de afgelopen jaren Dankzij een sterk laatste kwartaal in 2022 (4,5% groei) is een recessie uitgebleven. Deze groei zet door in 2023 (1,6%) en 2024 (1,4%), maar minder snel dan voorgaande jaren. Toch liggen de groeicijfers net onder de het precorona gemiddelde.

Opmerkelijk, omdat er juist veel last is van drukkende factoren, zoals de energiecrisis, oplopende producten-en consumentenprijzen en een afkoelende wereldeconomie. In vergelijking met andere Europese landen blijft Nederland het goed doen, de economie is ten opzichte van omliggende economieën gegroeid. Wel blijft het feit dat vanwege de opgelopen inflatie banken wereldwijd verkrappend beleid zijn gaan voeren. Dit remt het effect op de investeringen van bedrijven. De prijzen van deze grondstoffen lopen echter zeer recentelijk weer op, mede als gevolg van het heropenen van de Chinese economie. De kerninflatie blijft gedurende de komende

91

periode historisch gezien wel relatief hoog, mede vanwege stijgende loonkosten en de indirecte doorwerking van energieprijzen. Beleid • Fido (2000) • BBV • HOF (2014) • Financiële verordening gemeente Bergeijk (2023) Wat gaan we ervoor doen? Rentevisie / beleid Gedurende het jaar worden geldmiddelen ontvangen en betalingen gedaan. Vooral bij investeringen en grondexploitaties gaat het om grote bedragen die op verschillende momenten in het jaar betaald en ontvangen worden. Het saldo dat op verschillende tijdstippen in het jaar op de bankrekeningen staat wordt zo lang mogelijk gefinancierd met kortlopende geldleningen (kredietlimiet BNG) of wordt, boven een vastgestelde drempel, in de schatkist aangehouden. Het moment van het aantrekken van een langlopende geldlening wordt mede gebaseerd op de rentevisie van de BNG. Als de verwachting is dat de rente gaat dalen wordt gewacht met het aantrekken van een langlopende lening en met kort geld gefinancierd.

Risicobeheer In de Wet Fido zijn drie wettelijke normen opgenomen waaraan de gemeente moet voldoen: • Tijdelijke overtollige middelen boven een drempel moeten worden aangehouden in de schatkist • Bij het aantrekken van kortlopende leningen (< 1 jaar) mag het gemiddelde saldo de kasgeldlimiet niet overschrijden • Het saldo van aflossingen en renteherzieningen op de bestaande portefeuille langlopende leningen (> 1 jaar) mag in enig jaar niet hoger zijn dan de renterisiconorm. Het onderdeel risicobeheer is een weergave van het verwachte risicoprofiel van de gemeente Bergeijk. Risico´s vallen in drie soorten uiteen: • Renterisico´s op kortlopende schuld (opgenomen geld) • Renterisico´s op langlopende schuld (opgenomen geld) • Liquiditeitsrisico´s Renterisico’s op kortlopende schuld: de kasgeldlimiet De gemeente mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet Fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting en bedraagt ca. € 5,2 miljoen in 2024. We sturen op een korte schuld van gemiddeld circa € 4.0 miljoen per jaar. Daarmee is nog enige marge aanwezig onder de kasgeldlimiet om tijdelijke uitschieters aan behoefte van kort geld op te vangen.

De kasgeldlimiet mag niet meer dan drie achtereenvolgende kwartalen overschreden worden. De toezichthouder toetst hierop. Bij een dreigende structurele overschrijding van de kasgeldlimiet zullen nieuwe lange leningen worden aangetrokken. Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

1 Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting

61.085

58.438

54.876

55.058

2 Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,5% van grondslag

5.192

4.967

4.664

4.680

3 Gemiddelde korte schuld

4.175

3.865

4.217

4.176

4 In % van de begroting (4=3/1*100%)

6,8%

6,6%

7,7%

7,6%

5 Ruimte (5 = 2 - 3)

1.018

1.102

448

504

We voldoen aan de voorwaarde voor het kasgeldlimiet.

92

Renterisico’s op vaste schuld: de renterisiconorm Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Voor de begroting 2024 voldoen wij aan deze norm. De omvang van de renterisiconorm voor de komende jaren is als volgt weer te geven: Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

1 Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting

61.085

58.438

54.876

55.058

2 Renterisiconorm o.g.v. wet Fido: 20% van grondslag

12.217

11.688

10.975

11.012

3 Herfinanciering

3.500

7.500

2.500

4.000

6%

13%

5%

7%

8.717

4.188

8.475

7.012

4 Herfinanciering in % begroting 5 Ruimte onder de norm (5 = 2 - 3)

In 2024 en 2025 is € 3,5 en € 7.5 miljoen herfinanciering voorzien. We voldoen aan de renterisiconorm. Liquiditeitsrisico’s De liquiditeitsrisico´s betreffen voornamelijk interne liquiditeitsrisico´s. Dit zijn risico´s ten aanzien van mogelijke afwijkingen van de liquiditeitsplanning met reguliere exploitatie, de investeringen, de grondexploitatie en de leningen als gevolg waarvan financieringskosten hoger uit kunnen vallen. Het liquiditeitengebruik wordt beperkt door de fysieke geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Het betalingsverkeer wordt zo veel mogelijk elektronisch uitgevoerd (internetbankieren met de BNG). Door een meerjarige liquiditeitenplanning op te stellen ontstaat inzicht in de behoefte aan liquide middelen dan wel in het overschot aan liquide middelen. Het voorzien in tijdige en juiste informatievoorziening vanuit de organisatie is voor het functioneren van de treasuryfunctie van groot belang. Schatkistbankieren De Wet HOF verplicht de lagere overheden alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen, om zo het overheidstekort binnen de grenzen van Europese doelstellingen te brengen en te houden. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden.

Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% (minimum € 250.000). Voor Bergeijk geldt in 2024 een drempel van € 450.000. Bedragen boven de € 350.000 wordt automatisch afgeroomd naar de bankrekening bij het ministerie van Financiën. Op het moment dat er een tekort dreigt op de BNG betaalrekening worden deze gelden teruggestort. Kredietrisico’s De gemeente Bergeijk loopt kredietrisico’s voor garantstellingen bij onderstaande instellingen. bedragen x € 1.000 Naam

Aard

Bedragen x € 1.000

Stichting gemeenschapshuis Terlo Stichting Speeltuin de Bucht Stichting Wooninc Tennisverenging Weebosch Woningstichting Luyksgestel Totaal garantstellingen

Garantie Garantie Garantie Garantie Garantie

Naam Bedragen x € 1.000

Aard

Stichting Vestia* Stichting Wooninc Woningstichting de Zaligheden Totaal Borgstellingen

Achtervang Achtervang Achtervang

Oorspronkelijk bedrag

Restant Restant Restant Restant Restant 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 458 229 218 206 195 183 140 121 115 110 105 100 3.449 1.853 1.736 1.616 1.491 1.363 92 3 0 0 0 0 209 27 10 0 0 0 4.348 2.232 2.079 1.932 1.791 1.646

Oorspronkelijk bedrag

Restant Restant Restant Restant Restant 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 2.459 864 777 692 604 514 14.222 5.890 5.628 5.357 5.075 4.782 10.000 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 26.681 12.754 12.406 12.049 11.679 11.295

* De achtervang b ij Vestia b etreft een tertiaire achtervang, maar derhalve hier wel vermeld

93

Leningenportefeuille Op basis van de leningenportefeuille dient in 2024 circa € 1,82 miljoen afgelost te worden. Naar verwachting dient een nieuwe langlopende leningen aangetrokken te worden. Dit is afhankelijk van het uitvoeringsmoment van de opgenomen investeringen. Ontwikkeling financieringspositie De financieringspositie geeft aan in welke mate er langlopend (eigen- en vreemd) vermogen aanwezig moet zijn om de vaste activa te financieren. Saldo per 1-1

2024

2025

2026

2027

Boekwaarde investeringen Langlopende geldleningen Kortlopende geldleningen en liquide middelen Reserves en voorzieningen

77,6 37,7 4,1 40,4

81,6 43,9 3,9 38,9

81,4 45,2 4,2 37,3

79,1 48,3 4,2 36,4

Financieringsoverschot (+)/tekort (-)

4,7

5,1

5,3

9,8

Bedragen x € 1 miljoen

Renteschema De financiering van de gemeentelijke investeringen vindt plaats met reserves en voorzieningen – de lange interne financieringsmiddelen – en met extern aangetrokken geldleningen. Als uitgangspunt geldt dat de financieringswijze geen rol mag spelen bij de kostprijsberekening van gemeentelijke taken. Daarom rekent de gemeente ook rente over de reserves en voorzieningen. De totale gemeentelijke vermogenskosten bestaan daarmee uit de externe rentelasten over de korte en lange financiering en de berekende rentelasten over de interne financieringsmiddelen. De gemeente werkt met een omslagrentemethodiek. Dat wil zeggen dat de gemeentelijke vermogenskosten via het taakveld treasury worden toegerekend aan de overige gemeentelijke taakvelden op basis van de boekwaarde van desbetreffende investeringen op de balans. Bedragen x € 1.000 a Externe rentelasten over de korte en lange financiering b Externe rentebaten T1 Totaal door te rekenen externe rente (a + b)

2024 785 -14 771

2025 994 -14 980

2026 1.056 -14 1.042

2027 1.008 -14 994

c T2

Rente doorberekend aan de grondexploitatie Saldo door te rekenen externe rente (T1 - c)

4 768

-73 1.053

-53 1.096

0 994

d T3

Rente over eigen vermogen en voorzieningen Aan taakvelden toe te rekenen rente (T2 + d)

606 1.374

604 1.657

578 1.674

562 1.556

e f

Werkelijk aan taken toegerekende rente Renteresultaat op taak treasury (T3 - e)

1.191 183

1.307 350

1.351 323

1.382 174

94

Paragraaf Bedrijfsvoering Wat willen wij bereiken? Bergeijk toont lef, pakt samen aan en komt daardoor nog verder. Dit bereikt Bergeijk door de ontwikkelingen lokaal en regionaal in een vroegtijdig stadium met lef, ambitie en eigen verantwoordelijkheid aan te pakken. Hierbij is aandacht voor sfeer, persoonlijke ontwikkeling en verbinding. In een omgeving die voortdurend verandert, is een flexibele ambtelijke organisatie nodig die: 1. Professionele, waarde-gedreven, zelfbewuste en dienende medewerkers heeft; 2. Met een vanzelfsprekendheid in de netwerksamenleving werkt; 3. Voortdurend aandacht heeft voor de dienstverlening en deze waar mogelijk verbetert; 4. Een betrouwbare partner is met grote aandacht voor bescherming van (persoons)gegevens; 5. Een degelijk financieel beleid voert en de kerntaken efficiënt en effectief uitvoert en 6. transparant is en regelmatig rapporteert over verbonden partijen. Hiermee is Bergeijk een dienstverlenende, regie voerende en faciliterende gemeente. Een gemeente die de verantwoordelijkheid waar mogelijk bij haar burgers legt en zich inzet voor een goed rentmeesterschap. Door de externe gerichtheid en de toegenomen transparantie is de kwaliteit van de bedrijfsvoering steeds meer zichtbaar voor de burgers. De doelen van bedrijfsvoering zijn altijd facilitair aan de doelen van de totale organisatie.

Door het optimaliseren van de bedrijfsvoering streeft de gemeente ernaar de doelen en ambities uit de taakvelden zo efficiënt en effectief mogelijk te realiseren. Personeel Formatie Per 1 januari 2024 bedraagt de formatie 111,43 fte. Schematisch is de formatie als volgt verdeeld:

College van B&W 4 FTE

Griffie 2,22 FTE

Algemeen directeur 1 FTE

Maatschappij & Ruimte 22,01 FTE

Beheer & Organisatie 29,83 FTE

Dienstverlening & Veiligheid

Bedrijfsvoering 25,84 FTE

26,53 FTE

95

Bedragen x € 1.000 Loonsom Loonkostensubsidie Inhuur Kosten voormalig personeel Structurele detachering Reis - en verblijfskosten Woon- werkvergoeding Verzuimbegeleiding Opleiding en organisatieontwikkeling Overige personeelskosten Totaal

Begroot 2024 10.279 -51 170 226 0 15 110 14 186 267 11.215

Begroot 2025 10.787 -51 170 209 0 15 110 14 193 267 11.714

Begroot 2026 11.255 -51 170 209 0 15 110 14 200 267 12.189

Begroot 2027 11.680 -51 170 209 0 15 110 14 208 267 12.622

• BErgeijk SMART Academy De wereld om ons heen verandert voortdurend. Dit vraagt een wendbare organisatie die ontwikkelingsgericht is en streeft naar continue verbetering. De organisatie bestaat uit de mensen die daar werken. Door te investeren in de medewerkers, wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de gemeentelijke organisatie. Er wordt gewerkt aan een lerende organisatie onder de naam Bergeijk SMART Academy. Ook in 2024 biedt de Academy een actief ontwikkelprogramma met trainingen, opleiding en aandacht voor talent. Het programma is gebaseerd op de gewenste ontwikkeling van de organisatie en de uitkomsten van eerdere evaluaties over de inhoud. Het aanbod omvat klassikale cursussen, trainingen op locatie, procesverbeteringen, inspiratiesessies en lunchbijeenkomsten en een breed digitaal aanbod aan webinars, podcasts en e-learnings. Naast noodzakelijke, deels verplichte, inhoudelijke trainingen is er aandacht voor vitaliteit en werkgeluk. Het doel van het BErgeijk SMART programma is om continu te investeren in de kwaliteit en wendbaarheid van de organisatie en de mensen die daar werken. Het is belangrijk dat zij meebewegen en hun kennis en competenties blijven ontwikkelen in het licht van de toekomst. In het programma is bijzondere aandacht voor de introductie van nieuwe medewerkers met een eigen training ‘Hoe werkt de gemeente’ door en voor collega’s.

In verschillende modules wordt aandacht besteed aan de bijzondere positie van een gemeente, HR, bedrijfsvoering, informatievoorziening en juridisch inzicht. • Strategisch HR-beleid In 2023 is gestart met het actualiseren van het strategisch HR-beleid. Speerpunt is het behoud en de ontwikkeling van medewerkers. Belangrijke topics daarbij zijn aantrekkelijk werkgeverschap voor huidige en nieuwe medewerkers, werkgeluk en werkdruk. De resultaten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek (2023) worden in 2024 uitgewerkt. Informatievoorziening • Informatiebeveiliging Gemeenten gebruiken voor de uitvoering van hun taken over het brede spectrum van beleidsterreinen diverse mogelijkheden van informatie-uitwisseling, zowel onderling als met diverse ketenpartners. Het is daarbij van belang dat gegevens beschikbaar en betrouwbaar zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. De informatiebeveiliging en privacybescherming moet daarom professioneel georganiseerd worden. Bergeijk richt haar informatiebeveiliging in op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (verder: ‘BIO’). Dit is het normenkader Informatiebeveiliging voor de hele overheid.

Naar aanleiding van benoemde verbeterpunten uit de jaarlijkse audit, ENSIA, werkt Bergeijk aan de hand van een informatiebeveiligingsplan aan het optimaliseren van beleid, procedures en maatregelen op het gebied van informatiebeveiliging. Informatieveiligheid is een thema dat steeds belangrijker voor een ieder wordt, zowel in werk als privé. Steeds meer gaat digitaal en daarom is het ook nog belangrijker bewust bezig te zijn met de digitale 96

veiligheid. Iedere medewerker is verplicht tot het volgen van de training Informatieveiligheid. De training geeft inzichten in het belang van informatieveiligheid, een samenvatting van gemeentelijke voorschriften en praktische handvatten om veilig te kunnen werken in dit digitale tijdperk. Daarnaast loopt er een maandelijkse bewustzijnscampagne omtrent de aspecten van informatieveiligheid en privacy. Een van de middelen om de digitale veiligheid te verhogen is het gebruik van een wachtwoordenkluis. In 2024 wordt de wachtwoordenkluis die sinds 2021 in gebruik is vervangen door een wachtwoordmanager. Hiermee worden niet alleen de wachtwoorden veilig opgeslagen, maar ook het gebruik van veilige wachtwoorden afgedwongen. Hiermee wordt er stap gezet om de digitale veiligheid te verhogen. Informatie-uitwisseling van de gemeente moet betrouwbaar, bruikbaar en alleen voor bevoegden raadpleegbaar zijn. Gemeente Bergeijk en haar ketenpartners moeten zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens. De Kempengemeenten zijn via het SSC aangesloten op het landelijke netwerk om de digitale weerbaarheid van gemeenten te verhogen. Door gebruik te maken van preventieve monitoring kunnen cyberrisico’s worden voorkomen. In geval van een calamiteit kan snel de noodzakelijke ondersteuning worden ingezet.

Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlaagt de gemeente dus het risico op beveiligingsincidenten en wordt de mogelijk negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en imagoof financiële schade beperkt. De hoogte van de eventuele financiële consequenties is op voorhand helaas niet in te schatten.

• Privacy In 2024 blijft Bergeijk actief inzetten op informatiebeveiliging en privacy in de keten. Daarbij hoort ook het uitvoeren van privacy audits (verder: ‘PIA’) op de gemeentelijke processen. De audits geven inzicht in de mogelijk (negatieve) gevolgen van het gebruik van persoonsgegevens voor de betrokken personen en organisaties en geven tips en richting aan de oplossing daarvan. Jaarlijks zullen deze privacygevoelige processen opnieuw worden geaudit. Ook voor nieuwe privacygevoelige processen zal een privacy audit worden gepland. Zoals in Algemene Verordening Gegevensbescherming 2018 (verder: ‘AVG’) hebben burgers een aantal rechten wanneer organisaties hun persoonsgegevens verwerken. Dit worden ook wel de rechten van betrokkenen genoemd. In 2023 met eventuele uitloop naar 2024 zullen de processen omtrent AVG verzoeken verder geactualiseerd worden. Ieder jaar nemen de online-dreigingen toe en worden cybercriminelen slimmer en gewiekster.4 Zonder cyberawareness en algemene bewustwording rondom cyber en privacy blijven er ongemerkt digitale deuren openstaan of worden er menselijke fouten gemaakt die hadden kunnen worden voorkomen. Om privacy en informatieveiligheid voortdurend onder de aandacht te houden bij de gemeentelijke medewerkers wil de gemeente in 2024 een bewustwordingsplatform aanschaffen.

Het platform helpt de medewerkers om laagdrempelig en origineel de aandacht te vragen om met de onderwerpen informatiebeveiliging en privacy bezig te zijn. • WPG Audit Als werkgever van boa’s is gemeente Bergeijk volgens de Wet politiegegevens (verder: ‘WPG’) verplicht om jaarlijks een interne audit uit te voeren en iedere vier (4) jaar een externe audit uit te laten voeren. De resultaten moeten in een Wpg-auditrapport met de Autoriteit Persoonsgegevens worden gedeeld. In 2024 volgt een interne audit. Het verbeterplan en auditplanning zijn reeds opgesteld en aanbevelingen uit de eerste externe audit worden door de vakspecifieke afdeling(en) opgepakt en uitgevoerd.

4 https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/wp-content/uploads/2022/10/IBD_dreigingsbeeld_2023-

2024_DEF-versie.pdf 97

Organisatie • Organisatieontwikkeling In december 2021 is een programma voor organisatieontwikkeling vastgesteld. Doel is de werkdruk van de organisatie te verminderen en het werkgeluk te vergroten. In een breed programma wordt op zeven (7) onderdelen hieraan gewerkt. In 2023 zijn er deelprojecten op het gebied van procesverbetering, strategisch HR beleid, opleiding en ontwikkeling. Voor 2024 en verder vormt het strategisch HR-beleid een belangrijk kader. De uitkomsten van het medewerkersonderzoek (uitkomsten september 2023) vormt daarvoor belangrijke input. • CAO gemeenten De huidige CAO gemeenten loopt van 2 januari 2023 tot en met 31 december 2023. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO starten medio september 2023. De gemeentelijke werkgeversvertegenwoordigers VNG en WSGO hebben een conceptarbeidsvoorwaardennota opgesteld met daarin de uitgangspunten van de gemeentelijke werkgeversvertegenwoordigers voor de komende CAO-onderhandelingen. Momenteel vindt er onder de leden van de VNG en WSGO over dit concept een ledenraadpleging plaats.

Het concept bevat voorstellen met betrekking tot: • De arbeidsmarkt (onder andere vergemakkelijking 40-urige werkweek, meer mogelijkheden voor arbeidsmarkt- en functioneringstoelagen en extra periodieken, verbetering toelagen voor onregelmatige diensten en beschikbaarheidsdiensten, harmonisering van toelagen voor werk op onregelmatige tijden, verlengen opzegtermijn voor medewerkers, verkorten van de loondoorbetalingsverplichtingstermijn voor medewerkers na de AOW-leeftijd); • Het vitaliteitsbeleid: verplicht beleid voor werkdruk, strategische personeelsplanning en vitaliteit zware beroepen, wettelijke termijn invoeren voor het verval van wettelijke vakantie; • De voortzetting van modernisering arbeidsvoorwaarden: afschaffen na-wettelijke werkeloosheidsuitkering voor nieuwe gevallen, het invoeren van een herlevingsbepaling voor bestaande gevallen en het vastleggen van HR21 als niet verplicht standaardfunctiewaarderingssysteem; • De looptijd en loonontwikkeling: een cao voor één jaar, te weten 2024, met concurrerend loon (voor de komende CAO gaat de voorkeur uit naar afspraken over een procentuele salarisverhoging en niet naar een nominale verhoging) en • Overig: een pauze in de premies die medewerkers betalen voor de zogenoemde reparatie-uitkering.

Met deze voorstellen willen de werkgeversorganisaties arbeidsvoorwaarden die: • Effectief de beschikbare publieke middelen gebruiken (meer activering in plaats van vangnetten); • Die marktconform en concurrerend zijn en • Bijdragen aan (onder andere) vitaliteit van de medewerkers. • Pensioen In 2023 bedraagt de pensioenpremie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen 27,9%. De premieverdeling is 19,53% voor de werkgever en 8,37% voor de werknemer. Volgens de prognose daalt de premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in 2024 van 27,9% naar 27,0%. De premie voor het ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen blijft naar verwachting gemiddeld op 0,73%. De Eerste Kamer nam op 30 mei de Wet toekomst pensioenen (verder: ‘Wtp’) aan. Pensioenfondsen krijgen tot 1 januari 2028 de tijd om volgens deze regels te gaan werken. ABP gaat per 1 januari 2027 over op het vernieuwde pensioenstelsel. Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel wordt er iets gedaan aan de knelpunten van het huidige stelsel. De verwachting is dat het nieuwe stelsel toekomstbestendiger wordt en op langere termijn betaalbaar blijft. • Hoe ziet het vernieuwde pensioenstelsel er straks uit? Op dit moment moeten veel zaken nog verder worden uitgewerkt. Reeds bekend is dat: • De premie voorspelbaarder wordt: De premieafdrachten zijn stabieler in het vernieuwde stelsel.

Daardoor zijn de kosten van de premieafdracht beter te voorspellen. 98

•

•

•

Het pensioen mee gaat bewegen met de beurzen: Het gaat omhoog wanneer het goed gaat met de economie. Maar het gaat ook omlaag wanneer het economisch tegenzit. Er komen regels om te voorkomen dat pensioenen te hard kunnen dalen. Het pensioen transparanter wordt: De werknemer krijgt straks een persoonlijk pensioenvermogen en kan zelf zien hoeveel hij/zij op dat moment opbouwt en hoe hoog de pensioenuitkering dan is. De werknemer ziet ook hoeveel hij/zij, samen met de werkgever, maandelijks inlegt en hoe snel dit bedrag groeit. Hoeveel de werknemer uiteindelijk krijgt, hangt af van de beleggingsresultaten. Het pensioen persoonlijker wordt: Het pensioenvermogen van de werknemer verhuist straks mee bij het wisselen van baan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=06b723b9-dd95-46fa-9891-000ffc823de5