2020 Jaarstukken gemeente Bergeijk gewaarmerkt
Tekst van het document
1.340
1.017
372
864
8.027
2020
Eindvoorraad
Tabel: ontwikkelingen woningvoorraad 2020
Kern Bergeijk (incl. 't Loo) Luyksgestel
Woningen
Vrije Sector (middel)duur
Starters koop
Starters huur
Senioren koop
Senioren huur
(Mantel) zorg
RvR
43
12
0
8
1
18
1
3
8
5
0
0
2
0
0
1
Riethoven
6
6
0
0
0
0
0
0
Weebosch
2
2
0
0
0
0
0
0
Westerhoven
3
3
0
0
0
0
0
0
totaal
62
28
0
8
3
18
1
4
Tabel: realisatie woningen doelgroepen per kern 2020
79
Doelgroepen
Aantal
%
Vrije sector
32
52%
Starters (koop)
0
0%
Senioren (huur/ koop)
21
34%
Sociale huur
8
13%
(Mantel)zorg
1
2%
Totaal
62
100%
Aandeel (sociale) huur Aandeel doelgroepen (starters, senioren, sociale huur, zorg)
13% 48%
Tabel: Huisvesting doelgroepen
Jaar
Saldo 1-1 voorsprong (+) Taakstelling achterstand (-)
Realisatie
Saldo 31-12 voorsprong (+) achterstand (-)
2017
25
2
27
0
2018
26
0
18
-8
2019
14
8
22
0
2020
13
0
14
1
Tabel: Taakstelling en realisatie huisvesting statushouders
• Bestemmingplan ‘Klaproosstraat 60-62’ De gemeenteraad stelde het bestemmingsplan ‘Klaproosstraat 60-62’ gewijzigd vast. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van 40 appartementen, waarvan 5 appartementen gedurende tenminste 10 jaar als sociale huur worden geëxploiteerd, mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan is op de drempel van 2021 in werking getreden, maar nog niet onherroepelijk geworden omdat beroep is ingesteld. Start van de bouw is mede afhankelijk van het verloop van deze beroepsprocedure.
• Bestemmingsplan ‘Woningbouw Kapelledries fase 2’. Het bestemmingsplan ‘Woningbouw Kapelledries fase 2’ is in juli 2020 door de gemeenteraad vastgesteld in inmiddels onherroepelijk in werking getreden. Met dit bestemmingsplan is de bouw van 14 woningen mogelijk gemaakt, waarvan 6 sociale huurwoningen en 3 starterskoopwoningen. De verkoopprocedure is gestart.
80
• Lokaal volkshuisvestingsprogramma In 2020 is verder uitvoering gegeven aan de Kempische visie op wonen 2019-2023. Zo is in maart 2020 een lokaal volkshuisvestingsprogramma vastgesteld. Hierbij is een aantal maatregelen opgesteld om de lokale woningbouwopgave de komende jaren te kunnen blijven stimuleren: 1. Bijdrage/ korting grondprijs voor realisatie sociale huurwoningen 2. Mogelijk maken van preventieve mantelzorgwoningen 3. Bij nieuwbouw streven naar 30% sociale huur (was 20% sociale huur) 4. Mogelijkheden om bestaande woningvoorraad beter te benutten 5. Mogelijkheid bouwen woning(en) op eigen grond 6. Vereveningsfonds instellen voor sociale woningbouw 7. Realisatie nieuwe woningbouwlocaties (in combinatie met actieve grondpolitiek gemeente) Enkele van deze maatregelen, waaronder nieuw beleid voor beter benutten van de bestaande woningvoorraad en het instellen van een vereveningsfonds voor sociale woningbouw zijn verder uitgewerkt. Daarnaast is er gestart met de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties waaronder Hooge Berkt fase 2. • Richtlijnen huisvesting arbeidsmigranten In 2020 zijn enkele locaties door initiatiefnemers in voorbereiding genomen. Voor het verlenen van medewerking is toetsing aan de vastgestelde richtlijnen het uitgangspunt. In 2020 is bij één locatie huisvesting gerealiseerd voor maximaal 30 arbeidsmigranten.
Door de coronacrisis is deze locatie nog niet in gebruik genomen. Ook andere initiatieven zijn door beperkingen en onzekerheden vanwege de coronacrisis vertraagd. • Ontwikkeling Vestia In 2020 is een vervolg gegeven aan het onderzoek omtrent de overdracht van het woningbezit in de gemeente Bergeijk van Vestia aan Woningbelang. In mei 2020 is in de maatwerkgemeenten door alle bij dit dossier betrokken partijen een intentieovereenkomst getekend waarbij wordt ingezet op een verkoop van de sociale huurwoningen in Bergeijk in 2021. De door het ministerie van BZK aangestelde procesregisseur begeleidt de verkooptrajecten in de maatwerkgemeenten, waaronder Bergeijk. In 2020 hebben Vestia en Woningbelang een aanpak uitgewerkt voor de taxatie van de woningen in Bergeijk, hierop is aan taxateurs door de corporaties opdracht gegeven voor het uitvoeren van de taxatie. In de eerste helft van 2021 komt er naar verwachting meer duidelijkheid over de overname. De gemeente heeft daarnaast ook veelvuldig overleg gevoerd met de provincie om gezamenlijk te zoeken naar oplossingen die bijdragen aan het behoud van de sociale huurvoorraad. Een van de oplossing is de realisatie van extra sociale huurwoningen op nieuwbouwlocaties. • Prestatieafspraken woningcorporaties In 2020 zijn met de woningcorporaties Woningbelang, De Zaligheden, Wooninc.
en hun huurdersverenigingen prestatieafspraken gemaakt voor het jaar 2021. In deze afspraken zijn onder andere zaken als huisvesting van statushouders en nieuwe woningbouwinitiatieven op het gebied van sociale huurwoningen opgenomen. Het volkshuisvestelijk beleid dat is vastgelegd in de woonvisie vormt de basis van nieuwe prestatieafspraken. Conform de Woningwet 2015 worden bij de totstandkoming van de prestatieafspraken ook 81
de huurders betrokken die als derde partij mede de prestatieafspraken ondertekenen. Met Vestia zijn net als in voorgaande jaren geen prestatieafspraken overeengekomen. Vanwege de saneringsopgave hanteert Vestia een niet sociaal huurprijsbeleid en blijven gewenste investeringen in onderhoud en verduurzaming aan de huurwoningen ver achter bij wat verwacht mag worden van een sociale huisvester. Voor de gemeente en de huurders is dit in het kader van een goed volkshuisvestelijk beleid onacceptabel. Een goede ruimtelijke kwaliteit binnen de kernen en in het buitengebied. • Invoering Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet in werking op 1 januari 2022. Vorig jaar werd de inwerkingtreding één jaar opgeschoven. De coronacrisis en de tragere voortgang van de ontwikkeling van de software voor het goed laten werken van het nieuwe digitale Omgevingsloket zorgden vooral voor dit uitstel. Het is overigens niet uitgesloten dat nog wat meer uitstel nodig is. Dat zal in de loop van 2021 duidelijk worden. Niettemin werkt Bergeijk samen met de andere Kempengemeenten nog steeds met dezelfde energie om een invoering op 1 januari 2022 goed te laten verlopen en de burger de maximale mogelijkheden te kunnen bieden zijn aanvragen voor omgevingsactiviteiten zo makkelijk mogelijk digitaal in te dienen bij onze gemeente.
Met de benodigde software wordt de aansluiting van onze gemeente op het Omgevingsloket geregeld en vergunningen die via dat loket worden aangevraagd afgehandeld via een zaakbehandelingssysteem. Ook wordt software gekocht waarmee zogenaamde vragenbomen worden gemaakt die ervoor zorgen, dat een verzoeker in het Omgevingsloket via de juiste vragen bij de benodigde vergunningen voor zijn activiteit terecht komt en vervolgens zijn aanvrage kan indienen. Verder wordt de bestaande software waarmee we nu onze ruimtelijke plannen op internet plaatsen vervangen door een nieuw pakket dat volgend jaar ook omgevingsplannen kan publiceren. Zo zijn er nog wel meer werkzaamheden zoals de omgevingsdialoog en adviescommissies die in loop van 2021 verder uitgewerkt worden om bij de daadwerkelijke inwerkingtreding van de wet zoveel mogelijk volgens de nieuwe procedures te kunnen werken. In 2021 wordt in ieder geval de Omgevingsvisie voor onze gemeente alvast vastgesteld. Vanaf 2022 gaan omgevingsplannen de bestemmingsplannen vervangen zodat er uiteindelijk uiterlijk in 2029 voor alle bestemmingsplannen één nieuw omgevingsplan is. In 2021 worden de cursussen omtrent de omgevingswet voorgezet.
• Plan van aanpak aandachtslocaties (urgentiegebieden) Door Gedeputeerde Staten is in 2015 gevraagd na te gaan waar in de gemeente overlast van veehouderijen aanwezig is of ervaren wordt en hier zo nodig een plan van aanpak voor op te stellen. Dit ‘Plan van aanpak aandachtslocaties’ is in Bergeijk in juni 2016 vastgesteld. Een van de uitvoeringsaspecten betreft het intrekken van ‘lege’ vergunningen (vergunningen voor het houden van dieren op locaties waar geen dieren meer bedrijfsmatig gehouden worden). Daarnaast in de gemeente Bergeijk in 2018 aangesloten bij het project “Intensivering Toezicht Veehouderij”. De planning was dat in de periode 2018-2020 alle veehouderijen in de gemeente Bergeijk gecontroleerd zouden worden, met uitzondering van de bedrijven die in 2016/2017 al bezocht zijn. In 2020 zouden 44 bedrijven gecontroleerd worden. Als gevolg van de coronapandemie zijn slechts 33 controles uitgevoerd. De resterende 11 controles volgen in 2021. • Volksgezondheid en veehouderij Onder meer de onderzoeken naar Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) wijzen op relaties tussen veehouderij en gezondheid. Daar wordt in de ruimtelijke ordening op ingespeeld. Ook in 2020 zijn nieuwe vergunningsaanvragen van veehouderijen getoetst op volksgezondheidsaspecten conform de in 2018 geactualiseerde werkwijze van de GGD.
Ook worden wijzigingen in milieuvergunningen in het kader van volksgezondheid getoetst aan bijvoorbeeld het 'endotoxinetoetsingskader' en geurnormen, waardoor veilig geachte afstanden tussen gevoelige bestemmingen veehouderijen worden aangehouden. Ook in de ruimtelijke ordening wordt aan de hand van deze aspecten beoordeeld of er goed verblijfsklimaat is in nieuwe gevoelige bestemmingen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de afstand tot geitenhouderijen, door afwegingen te maken volgens de ‘Notitie Omgekeerde Werking Geitenmoratorium’, die in samenwerking met de GGD, het RIVM en de ODZOB is opgesteld.
82
• Vrijkomende agrarische bebouwing: Huis van de Brabantse Kempen Door verschillende omstandigheden stoppen de laatste jaren steeds meer agrarische ondernemers met hun bedrijf, waardoor agrarische bedrijfsgebouwen hun functie verliezen en leeg komen te staan. In de actualisatie van het rapport ‘leegstand agrarisch vastgoed Noord-Brabant’ (Alterra, 2019) wordt benoemd dat er in de periode 2017-2030 in de gemeente Bergeijk nog eens 30.000 tot 60.000 m² agrarische bedrijfsbebouwing vrij komt. Voor de duurzame ontwikkeling van het buitengebied werken we samen met de gemeenten Eersel, Bladel en Reusel - De Mierden via het ‘Huis van de Brabantse Kempen’. Een project dat wordt uitgevoerd is het project VABlab De Kempen. Het project VABlab De Kempen gaat over vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. In dit kader zijn in 2018 in Bergeijk twee informatieavonden voor agrariërs georganiseerd. In 2019 bleken niet alle aspecten van het Plan van Aanpak gerealiseerd te worden, omdat niet alle Kempengemeenten zich konden vinden in de benoemde acties. In 2020 is gestart met de voorbereiding van een integraal overleg tussen verschillende adviseurs die in buitengebied werkzaam zijn. Vanwege de Coronapandemie zijn er nog geen fysieke bijeenkomsten georganiseerd.
• Vrijkomende agrarische bebouwing: sloopregeling Gelet op de ontwikkelingen in de landbouw verwachten we dat de komende jaren veel agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s) leeg komen te staan. Door de sloopregeling wordt de kans op verloedering en ongewenste activiteiten verkleind. De gemeente Bergeijk heeft om sloop te saneren een eigen sloopregeling uitgewerkt. Op 29 november 2019 heeft de gemeenteraad deze subsidieverordening ‘Sloop vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen’ vastgesteld. Via deze subsidieregeling is €100.000 beschikbaar gesteld om sloop van overtollige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te stimuleren. In 2020 is door 2 bedrijven deel genomen aan deze subsidieregeling en is totaal aan 3.460 m2 gesloopt. Het lage aantal deelnemers valt te verklaren doordat de informatiebijeenkomsten waarop aandacht aan deze regeling geschonken had moeten worden door de Coronapandemie niet zijn georganiseerd. De middelen voor de sloopregeling zijn middels budgetoverheveling 2020-2021 beschikbaar voor uitvoering in 2021. • Verzamelplan functiewijziging Veel agrariërs overwegen om te stoppen, en naast sloop hoort ook het aanpassen van de agrarische bestemming naar een nieuwe functie daarbij. Deze bestemmingsplanprocedure, die door de gemeente getrokken wordt, is bedoeld om deelnemende stoppers te ontzorgen.
Diegenen die de agrarische functie om willen zetten naar een woonbestemming en overtollige gebouwen willen slopen, kunnen meedoen en hoeven niet zelf een eigen ruimtelijke procedure te doorlopen. Wegens Corona zijn informatiebijeenkomsten in 2020 niet doorgegaan en is ook deze bestemmingsplanprocedure niet gestart. Het plan wordt in 2021 opgepakt. Ontwikkelingen • Stikstof Inzake de toelichting omtrent stikstof zie taakveld 3 van deze jaarrekening. Verbonden partijen • • •
Huis van de Brabantse Kempen Metropool Regio Eindhoven (MRE) (werkprogramma transitie landelijk gebied) Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) (Agrofood)
Beleidsindicatoren Indicator
Eenheid
Jaar laatste Gemeenten Bergeijk monitoring < 25.000 (indicator (indicator) 2020)
Burap 1 2020
Burap 2 2020
Bergeijk JR 2020
Gemiddelde WOZ waarde Nieuw gebouwde woningen Demografische druk Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Duizend euro Aantal per 1.000 woningen % In Euro’s
2020 2019 2020 2020
312 9,3 79,4 749
301 14,0 75,1 614
301 14,0 75,0 603
301 14,0 75,1 614
317 14,0 75,1 614
In Euro’s
2020
827
743
725
743
743
83
Wat heeft het gekost? Taakveld 8. VHROSV Bedragen in € 1.000 a Lasten b Baten c Saldo taakveld excl mutaties reserves (c= b-a) d Mutaties reserves storting e Mutaties reserves onttrekking f Saldo taakveld (f = c-d+e)
Rekening 2018
Rekening 2019
2.947 3.781 834 826 0 8
5.854 6.278 424 1.407 50 -933
Begroting Begroting Werkelijk 2020 2020 2020 Primitief na wijziging 11.704 9.561 5.774 11.216 10.202 6.200 -489 641 426 99 1.620 1.039 0 491 194 -588 -488 -419
Grafiek Lasten
Werkelijk
Begroot na wijziging
511 492
Ruimtelijke ordening
4.651
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
8.510 612 559
Wonen en bouwen
Grafiek Baten
Werkelijk
Ruimtelijke ordening
Begroot na wijziging
97 98 5.360
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Wonen en bouwen
9.477 743 628
Ruimtelijke ordening (lasten € 19.000 N, baten € 1.000 N) Geen significante afwijkingen. Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) (lasten € 3.859.000 V, baten € 4.117.000 N) We ramen jaarlijks een bedrag aan bedrijfsvoeringkosten ten behoeve van de grondexploitaties. Bij de jaarrekening wordt op basis van daadwerkelijke tijdsbesteding toegerekend. Hierdoor ontstaat een verschil tussen begroting en jaarrekening. In 2020 is € 49.000 minder aan ambtelijke capaciteit doorberekend dan begroot. De paragraaf Grondbeleid geeft een inhoudelijke uiteenzetting van de resultaten die in de grondexploitatie zijn behaald Wonen en bouwen (€ 53.000 N, € 115.000 V). In de 2e Burap 2020 hebben we reeds geanticipeerd op een toename van het aantal vergunningaanvragen. Eind 2020 zijn nog een aantal grote vergunningen verleend wat een extra € 108.000 aan baten heeft geresulteerd. In 2020 hebben we een onder andere achterstallig onderhoud uitgevoerd aan onze woonwagenterreinen ad € 24.000. 84
Portefeuillehouders
PARAGRAFEN
85
4. Paragrafen 4.1 Paragraaf lokale heffingen Portefeuillehouder
Wethouder S. Luijten
Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in diverse gemeentelijke belastingen en heffingen. Bij gemeentelijke belastingen wordt onderscheid gemaakt tussen: • belastingen: de opbrengst is bestemd voor de algemene middelen, zoals de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de toeristenbelasting; • bestemmingsheffingen: deze worden gebruikt om de kosten van de dienstverlening of voorziening te dekken, zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges. Wettelijk kader Op grond van het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet in de paragraaf lokale heffingen in ieder geval de volgende onderdelen worden vermeld: Onderdeel De geraamde inkomsten; Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, inclusief onderbouwing berekening maximaal kostendekkende tarieven Een aanduiding van de lokale lastendruk Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid
Op grond van art. 10, letter a BBV art. 10, letter b BBV art. 10, letter c BBV art. 10, letter d BBV art. 10, letter e BBV
Wat wilden we bereiken? Een lastendruk die in een goede verhouding staat tot het voorzieningenniveau. Dit betekent waar mogelijk kostendekkende tarieven. De raad heeft bij de behandeling van de begroting 2020 bepaald om voor de opbrengst van de OZB stijging het inflatiepercentage van het CEP te hanteren. De OZB is daardoor met 1,5% verhoogd. Daarnaast zijn de volgende beleidsuitgangspunten gehanteerd. • Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing is uitgegaan van 100% kostendekking. • De overige belastingen stijgen ook met het inflatiepercentage. Op basis van de meicirculaire 2019 bedroeg deze 1,5%. • Het tarief voor de toeristenbelasting is 3,11% van de omzet. Algemeen De paragraaf “Lokale heffingen” heeft betrekking op de in de gemeente Bergeijk geheven belastingen en heffingen (retributies, rechten en leges). Er wordt ingegaan op de belastingsoort, beleid, de tarieven, berekening kostendekkende tarieven, de inkomsten en ontwikkelingen. De paragraaf sluit af met een overzicht van de lokale belastingdruk. Ontwikkelingen • Woningtaxaties op basis van gebruiksoppervlakte De Waarderingskamer heeft gemeenten laten weten dat vanaf 2022 alle WOZ-woningtaxaties gebaseerd moeten zijn op de gebruiksoppervlakte van de woning. Gemeenten gebruiken nu veelal de bruto inhoud van de woning om woningen met elkaar te vergelijken of een andere maatstaf om een woning op te meten.
Het begin van dit traject is reeds ingezet, we gaan dit in fases invoeren zodat per 1-1-2022 elke woning getaxeerd wordt op basis van gebruiksoppervlakte. Op dit moment zijn de etagewoningen en de rij- en hoekwoningen reeds op deze wijze gewaardeerd.
86
Opbrengsten In onderstaande tabel geven we een overzicht van de opbrengsten aan lokale heffingen. Hierna volgt per belastingsoort een toelichting. Bedragen x € 1.000 a. Onroerende zaakbelastingen b. Toeristenbelastingen c. Forensenbelasting 1. Totaal algemene dekkingsmiddelen
Realisatie 2019 3.650 976 6 4.632
Begroot Begroot 2020 2020 na wijziging 3.710 3.710 935 795 6 6 4.652 4.511
Realisatie 2020 3.725 789 5 4.520
d. e. f. g. g. g. h. i. i. j. 2.
Reinigingsrechten (afvalstoffenheffing) Rioolheffing Rioolaansluitrechten Leges: Algemene dienstverlening Leges: Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Leges: Europese dienstenrichtlijn Lijkbezorgingsrechten Reclamebelasting centrummanagement Reclamebelasting Overige bestemmingsheffingen Totaal bestemmingsheffingen
1.326 1.770 27 654 425 4 20 28 1 30 4.285
1.327 1.821 22 530 482 3 14 30 1 31 4.260
1.362 1.821 22 483 582 3 14 30 1 14 4.330
1.451 1.847 19 425 693 6 17 27 1 15 4.499
3.
Totale opbrengst lokale heffingen (1+2)
8.916
8.911
8.841
9.019
Algemene dekkingsmiddelen a. Onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen worden geheven van eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De heffingsgrondslag is de vastgestelde economische waarde naar de peildatum 1 januari 2019 volgens de Wet waardering onroerende zaken. In 2020 is een opbrengst gerealiseerd van € 3.725.000 (2019: € 3.650.000). b. Toeristenbelasting (Kurtax) De Kurtax is een gemeentelijke belasting en wordt geheven van eigenaren van recreatieve accommodaties waar overnacht kan worden. De heffingsgrondslag bedraagt een vast percentage van de omzetten (Kurtax) en bedraagt 3,11%. De opbrengst 2020 bedraagt € 789.000 (2019: € 976.000). c. Forensenbelasting Onder de naam forensenbelasting wordt een directe belasting geheven van natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin over een gemeubileerde woning beschikken. De opbrengst 2020 bedraagt € 5.459 (2019: € 5.900). Bestemmingsheffingen Algemeen Bij de bestemmingsheffingen met de grootste omvang zijn overzichten opgesteld waardoor de kostendekkendheid van de betreffende heffing duidelijk wordt. In de overzichten zijn eerst de directe lasten en baten opgenomen.
Vervolgens is de overhead berekend op basis van de methodiek die is beschreven in hoofdstuk 3 financiële kaders begroting. De btw is berekend over de budgetten waarop een btw-component van toepassing is. De totale lasten zijn vervolgens afgezet tegen de opbrengsten die we genereren uit de heffing. d. Reinigingsrechten (Afvalstoffenheffing) Uit de werkelijke resultaten blijkt dat voor 2020 een dekkingsgraad van 92% is gerealiseerd. Dit verklaren we als volgt:
87
•
•
In 2020 is er een stijging te zien in het aantal keren dat de inwoners hun afvalcontainer aan de weg zetten. Het aanbieden van de groene container is t.o.v van 2019 met 20% gestegen. Dit heeft te maken met het feit dat mensen meer thuis waren vanwege de corona maatregelen. Er wordt meer thuis gegeten (thuiswerken en gesloten horeca) en meer in de tuin gewerkt. De inkomsten op het ledigen van de groene container gaan daarmee omhoog maar deze wegen niet op tegen de kosten die de afvalverwerker aan ons doorberekent per lediging. Ook op de milieustraat is het gedurende het jaar erg druk geweest. Gemiddeld is de milieustraat zo’n 200 keer meer bezocht per maand dan in 2019. Vooral in de maanden april, mei en november was er een sterke toename van het aantal bezoekers. Inwoners gingen massaal opruimen en wegbrengen. Hiermee zijn de kosten voor het afvoeren en verwerken van afval van de milieustraat zijn in 2020 gestegen.
Aantal ledigingen Rest GFT
2017 37.557 39.032
2018 37.090 44.738
2019 37.663 50.788
2020 40.886 60.900
65.000
60.000 55.000 50.000 45.000
Rest
40.000
GFT
35.000 30.000 25.000 2017
Bedragen x € 1.000 a. Lasten
2018
2019
Realisatie 2019
2020
Begroot Begroot 2020 2020 na wijziging
Realisatie 2020
Verschil
-1.435
-1.301
-1.421
-1.559
-139
b. Baten (excl. Afvalstoffenheffing)
322
284
284
346
62
c. Overhead
-69
-75
-75
-75
0
d. Btw
-255
-231
-256
-281
-25
e. Totaal lasten (a+b+c+d)
-1.437
-1.322
-1.468
-1.569
-101
f. Baten afvalstoffenheffing
1.326
1.327
1.362
1.451
89
92%
100%
93%
92%
Dekkingspercentage (f/e)
e. Rioolheffing De rioolheffing in de gemeente betreffen de rioolafvoerrechten. Deze heffing wordt geheven van de gebruikers van de panden op basis van het afgenomen drinkwater (met als uitgangspunt: geloosd afvalwater), volgens opgave van Brabant Water over het voorgaande jaar. Uitgangspunt is hierbij: de gebruiker betaalt. De rioolheffing behoort tot de bestemmingsheffingen. Het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) 2020-2024 is op 19 December 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Het VGRP is een beleidsstuk met een visie hoe de gemeente omgaat met de rioleringszorg in de komende periode. Bij de kostendekkingsberekening is als uitgangspunt genomen dat de kosten volledig worden gedekt uit de rioolheffing over een periode van 60 jaar. Om de rioleringszorg conform de wettelijke eisen en ambities van de gemeente Bergeijk uit te kunnen blijven voeren is de rioolheffing in 2020 verhoogd met 3,0%.
88
De heffingsgrondslag is het waterverbruik waarbij de volgende tarieven in 2020 zijn gebruikt. Klasse waterverbruik Klasse: ≤ 100 m³ Klasse: 101 - 350 m³ Klasse: ≥ 350 m³: opslag per 350 m³
2019 165,09 247,59 247,59
2020 170,04 255,00 255,00
De opbrengst rioolheffing bedraagt in 2020 € 1.847.000 (2019: € 1.770.000) De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing is als volgt tot stand gekomen: Realisatie Begroot Begroot 2020 Realisatie Bedragen x € 1.000 2019 2020 na wijziging 2020 a. Lasten -1.329 -1.423 -1.423 -1.374 b. Baten (excl. Rioolheffing) 27 22 22 19 c. Btw -153 -227 -227 -205 d. Overhead -176 -193 -193 -193 e. Mutatie egalisatievoorziening -139 0 0 -93 f. Totaal lasten (a+b+c+d+e) -1.770 -1.821 -1.821 -1.846 g. Baten rioolheffing 1.770 1.821 1.821 1.847 Dekkingspercentage (g/f) 100% 100% 100% 100%
Verschil 49 -3 22 0 -93 -25 26
f. Rioolaansluitrechten De rioolaansluitrechten hebben betrekking op het aansluiten van woningen en andere gebouwen op het gemeentelijk rioolstelsel en het toerekenen van de kosten van een dergelijke aansluiting. De heffingsgrondslag is opgenomen in de gemeentelijke aansluitverordening waarin de verhouding wordt geregeld tussen de gemeente en de burgers betreffende het aansluiten op het rioolstelsel. Voor het jaar 2020 is het tarief voor de rioolaansluitrechten geïndexeerd met 1,5 %. Voor een aansluiting op een vrij-vervalleiding diende € 1.886 betaald te worden, voor een aansluiting op de drukriolering was dit € 2.577. De opbrengst rioolaansluitrechten 2020 is € 19.000 (2019: € 27.000). g. Leges Onder de naam ‘leges’ worden verschillende rechten geheven van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges vallen onder de bestemmingsheffing (meerdere programma’s). We streven naar 100% kostendekkende tarieven. De tarieven zijn opgenomen in de legesverordening 2020. Bij de bepaling van de kostendekkendheid van de leges maken we een onderscheid in de 3 titels uit de legesverordening: - Algemene dienstverlening - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen - Europese dienstenrichtlijn De berekening van de kostendekkendheid van de leges is als volgt tot stand gekomen: Realisatie Begroot Begroot 2020 Realisatie Bedragen x € 1.000 2019 2020 na wijziging 2020 a.
Lasten 690 668 668 739 b. Baten (excl leges) 0 0 0 0 c. Btw 0 0 0 0 d. Overhead 742 747 747 890 e. Totaal lasten (a+b+c+d) 1.432 1.415 1.415 1.630 f. Baten leges 1.083 910 1.026 1.124 Dekkingspercentage (f/e) 76% 64% 73% 69%
Verschil 645 0 0 144 215 98
89
Realisatie 2020 Bedragen x € 1.000 Titel 1, Algemene dienstverlening Titel 2, Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Titel 3, Europese dienstenrichtlijn Totaal leges
Baten Lasten (excl leges) 284 0 446 9 739
0 0 0
Btw 0
Overhead 234
0 0 0
643 13 890
Baten Dekkingsleges percentage 425 82% 693 6 1.124
64% 25% 69%
Algemene dienstverlening Dit betreft vooral het verstrekken van rij- en reisdocumenten maar ook tal van in omvang kleinere producten die de gemeente verstrekt. Het verstrekken van reisdocumenten aan niet-ingezetenen vormt hierin een bijzondere plek. Vanaf 2014 hebben nieuwe paspoorten en rijbewijzen een geldigheid van 10 jaar. Daarop is in de begroting 2020 geanticipeerd door een terugloop op het aantal te verstrijken documenten te prognosticeren. Vanwege de coronapandemie zijn de grenzen met België in het voorjaar van 2020 enkele weken gesloten geweest. Hierdoor konden veel klanten de grens niet over om een reisdocument aan te vragen en dit heeft geresulteerd in een afname van de leges voor niet ingezetenen. Tevens zijn vooral huwelijken geannuleerd waardoor er minder leges opbrengsten Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen De opbrengsten van de legesvergunningen schommelen per jaar. Op de omvang van de opbrengsten hebben we maar beperkt invloed. Dit is namelijk afhankelijk van de aanvragen die ingediend worden. In 2020 is een toename waar te nemen in de aantal aanvragen waaronder ook een aantal grote aanvragen. Europese dienstenrichtlijn Hieronder vallen met name leges in verband met horeca activiteiten en evenementen. De opbrengst uit de legesverordeningen bedraagt in 2020 € 1.124.000 (2019 € 1.027.000). h.
Lijkbezorgingsrechten De gemeente Bergeijk beheert twee actieve begraafplaatsen. In het verleden is met het kerkbestuur afgesproken dat de begraafplaats in Westerhoven als algemene begraafplaats kan dienen. In ruil daarvoor voeren wij alleen het onderhoud uit. We maken geen graven en hebben hieruit ook geen rechten. De andere actieve begraafplaats is in de kern Luyksgestel. Rechten worden geheven voor het gebruik van deze begraafplaats. De tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening Lijkbezorgingsrechten 2020. Er zijn voor 32 graven leges in rekening gebracht. De opbrengst in 2020 bedraagt € 17.000 (2019: € 20.000). De berekening van de Kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten is als volgt: Realisatie Begroot Begroot 2020 Bedragen x € 1.000 2019 2020 na wijziging a. Lasten 56 44 44 b. Baten (excl leges) -8 0 0 c. Btw 12 9 9 d. Overhead 9 9 9 e. Totaal lasten (a+b+c+d) 69 62 62 f. Baten leges 20 14 14 Dekkingspercentage (f/e) 29% 22% 22%
Realisatie 2020 52 0 11 9 72 17 24%
Verschil 8 0 2 0 10 4
i. Reclamebelasting Op verzoek van de initiatiefgroep Centrummanagement is met ingang van 2014 reclamebelasting ingevoerd. Deze belasting wordt geheven bij ondernemers in een vastgesteld gebied. De hoogte van de belasting is afhankelijk van de WOZ-waarde van het pand. De inkomsten worden volledig doorbetaald aan de stichting Centrummanagement. De opbrengsten in 2020 is € 28.000 (€ 2019 € 28.000). 90
j. Overige bestemmingsheffingen De overige bestemmingsheffingen bestaan uit de vergoedingen voor staangelden op de woonwagen-locaties en de opbrengsten uit de overeenkomst voor de organisatie van de kermissen. Kwijtscheldingsbeleid De gemeente kan kwijtschelding verlenen voor de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit op basis van het door de raad vastgestelde kwijtscheldingsbeleid gemeentelijke belastingen 2019-2022. Dit geldt ook voor privébelastingen van ondernemers indien er sprake is van recht op een Bbz-uitkering. In 2020 werd € 34.000 geraamd voor te verlenen kwijtschelding. Het aantal gehonoreerde verzoeken was met 115 lager dan de 127 in 2019. Er is voor € 42.000 kwijtgescholden. 26 Aanvragen werden afgewezen. Er zijn alleen kwijtscheldingsverzoeken ingediend voor de afvalstoffen- en rioolheffing. Belastingdruk Voor de berekening van de belastingdruk gaan we uit van een gemiddelde WOZ-waarde in Bergeijk, zijnde € 301.000 (bron COELO, waarde 1 januari 2019). Voor de rioolheffing gaan we uit van een gemiddeld waterverbruik tussen de 100 en 350 m³. Bij de afvalstoffenheffing hanteren we een gemiddeld aanbod van ca 5 grijze en 5 groene containers.
Begroot na Realisatie Begroot wijziging Begroot 2019 2020 2020 2020 Realisatie (Gemeente) (Gemeente) (Gemeente) (COELO) 2020 Onroerende zaak belasting 298 302 302 301 301 Rioolheffing 248 255 255 255 255 Afvalstoffenheffing 159 161 161 187 161 Totale woonlasten 705 718 718 743 717 Woonlasten landelijk gemiddelde Woonlasten tov landelijk gemiddelde
740 95%
740 97%
776 93%
776 96%
776 92%
Voor de afvalstoffenheffing wordt door het COELO een gemiddeld bedrag berekend. Op aandringen van de gemeente hanteert het COELO als uitgangspunt voor de gemeente Bergeijk 8 ledigingen van een 140 liter container restafval voor een huishouden met 3 personen. Voor gft rekent ze met 5 ledigingen van een 140 liter container. De aantallen ledigingen zijn echter niet representatief voor de gemeente Bergeijk. In Bergeijk worden gemiddeld ca 5 groene (gft) en 5 grijze (restafval) containers van 140 liter aan de straat gezet.
91
4.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder
Wethouder S. Luijten
Inleiding Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moet er een zekere mate van vrije ruimte zijn binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet geraamde kosten (onverwachte, onvoorziene omstandigheden) te dekken. Dit met inachtneming dat het niet ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Risico’s worden in dit verband gedefinieerd als gebeurtenissen die de doelrealisatie van de gemeente Bergeijk negatief kunnen beïnvloeden, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële omvang zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente. Wettelijk kader Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten moet in de paragraaf financiering in ieder geval het volgende onderdeel worden vermeld: Onderdeel Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s Verplicht opnemen van een aantal kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Op grond van art. 11 BBV
Beleid • Nota reserves en voorzieningen gemeente Bergeijk (2019) Wat wilden we bereiken? • De financiële positie is (ook op lange termijn) zodanig solide dat de gemeente zonder financiële problemen en zonder aanpassingen in het huidige beleid kan inspelen op externe ontwikkelingen. • De omvang van de weerstandscapaciteit is toereikend voor het opvangen van financiële tegenvallers met structurele en incidentele gevolgen. • De ratio weerstandscapaciteit (verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) bedraagt minimaal 1. In de nota reserves en voorzieningen 2019 is dit verhoogd naar 1,4. Risico inventarisatie Van de risico’s maken we een inschatting van de waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet en wat de mogelijke schadeomvang kan zijn. Daarvoor stellen we de volgende 2 vragen: 1. Wat is de financiële impact? Dat wil zeggen de beste inschatting van het bedrag indien het risico zich voordoet. 2. Bepaal de kans dat de gebeurtenis zich voordoet aan de hand van de volgende score: Kans score • Zeer gering • Gering • Waarschijnlijk • Hoog
• • • •
5% 25% 50% 75%
De risicoscore is de vermenigvuldiging van het ingeschatte financiële effect van het risico vermenigvuldigd met het percentage wat aansluit op de kans dat het risico zich voordoet. Indien een risico zich zeker voor zou doen dan wordt dit in de begroting opgenomen vanwege de stelregel dat de begroting realistisch 92
opgesteld moet worden. Alleen risico’s met een gekwantificeerd bedrag van > € 25.000 (ongeveer 0,05% van de totale begroting) nemen we op in de risicomatrix. Nadat de risico’s zijn gekwantificeerd wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Vervolgens zetten we de benodigde weerstandscapaciteit af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Aan de hand van deze gegevens wordt de ratio weerstandscapaciteit berekend. Risicoanalyse Bedragen x € 1.000 Omschrijving risico 0. Taakveld Bestuur en ondersteuning a. Verkoop pachtgronden b. Algemene uitkering: effect wijzigingen c. Coronavirus 6. Taakveld Sociaal domein d. Programmakosten jeugdhulp 7. Taakveld Volksgezondheid en milieu e. Sanering bodemverontreiniging f. Afvalinzameling 8. Taakveld VHROSV g. Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen h. Risico's grondexploitatie i. Programma Aanpak Stikstof Organisatie/bedrijfsrisico j. Financieringsfunctie reserve Verbonden partijen k. GRSK / GGD / ODZOB / VRBZO / MRE Totaal
Af te dekken met:
Jaarrekening 2020
2e Burap 2020
Zeer gering Zeer gering Waarschijnlijk
AR AR AR
31 60 500
31 600 500
Waarschijnlijk
AR
150
150
Waarschijnlijk Hoog
AR AR
50 225
50 225
Waarschijnlijk Hoog Zeer gering
AR AR grex AR
50 1.583 125
50 1.531 625
Waarschijnlijk
AR
61
79
Waarschijnlijk
AR
253 3.088
67 3.907
Kans
Tabel risico-inventarisatie (AR=algemene reserve, AR Grex = algemene reserve risico’s grondexploitatie)
De kwantificeerbare risico’s zijn als input voor het risicosimulatiemodel gebruikt, met uitzondering van het risico op de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitatie komt tot stand op basis van scenarioberekeningen van de exploitaties. Ten opzichte van de 2e Burap 2020 neemt het risico af met € 0,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een verlaagd risico omtrent het risico programmatische aanpak stikstof door het vaststellen van het bestemmingsplan Waterlaat 7 en het wegvallen van het risico inzake de GRSK flexibele schil jeugdhulp daar deze in de begroting van de GRSK is opgenomen. Daarbij zijn de eerste vooruitzichten inzake de herijking van het gemeentefonds voorzichtig positief voor de gemeente Bergeijk waardoor het risico als minimum bestempeld kan doen worden. Tevens is het risico inzake de vennootschapsbelasting opgenomen in de algemene reserve risico grondexploitatie. a. Verkoop pachtgronden (€ 31.000) In de begroting 2021-2024 is € 625.000 aan opbrengst uit grondtransacties van pachtvrije landbouwgrond opgenomen als structureel dekkingsmiddel. De opbrengst van gronden is afhankelijk van marktontwikkelingen en kopers. Om schommelingen op te vangen is daarom ook de afgeschermde algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties ingesteld. Het risico dat de opbrengst over een langere periode niet gehaald wordt is als zeer gering (5%) beoordeeld. b.
Algemene uitkering (€ 60.000) Komende jaren vindt naast de overheveling van de resterende integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering een herijking plaats van de verdeling van de andere middelen van de algemene uitkering. Beide trajecten lopen gelijk op. De nieuwe verdeling is uitgesteld naar 2022. Bij herverdeeloperaties zijn er winnaars en verliezers. Dat wil zeggen voor- en nadeelgemeenten. De omvang 93
van het gemeentefonds verandert immers niet bij deze herverdeeloperaties. Een veelgebruikte regeling bij dit soort operaties is dat gemeenten niet meer dan € 15 per inwoner per jaar mogen verliezen. Dit cumulatief voor 4 jaren. De beperking van dit verlies wordt betaald door de gemeenten die voordeel hebben. Deze afspraken betekenen dat de nieuwe verdeling vaak pas na een aantal jaren volledig wordt bereikt. Hierdoor krijgen de nadeelgemeenten meer tijd om hun begrotingen aan te passen aan de lagere inkomsten. Op basis van de huidige signalen lijkt het erop dat wij als gemeente een gering risico lopen. We verlagen daarom het risico naar "zeer gering". c. Coronavirus (€ 500.000) Nederland is in 2020 in de greep gekomen van het coronavirus. Door het rijk zijn forse maatregelen en compensatiepakketten uitgevoerd met als doel de volksgezondheid zo goed mogelijk te beschermen en de werkgelegenheid op peil te houden. Echter de kans bestaat dat er structurele effecten optreden, die moeilijk in te schatten zijn. Ook bij de gemeente is alles gericht op het beperken van de nadelige effecten van dit virus. Vooralsnog gaan we uit van een waarschijnlijk risico van 2% van onze begrotingsomvang. d. Programmakosten jeugdhulp (€ 150.000) Medio 2018 zijn in de Kempen kostenbeheersingsmaatregelen opgesteld. Deze hebben een positief effect op het risico.
Het risico schatten we hierdoor in op € 150.000. Het CJG+ De Kempen onderkend de volgende risico’s: - Achterblijvend rijksbudget - Wijzigingen in inkoop - Kwetsbaarheid kleine gemeenten - Wijzing woonplaatsbeginsel, compensatie voogdij en 18+ - Ouderproblematiek - Geen / beperkte invloed gemeente/CJG+ - Uitvoering Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg e. Sanering bodemverontreiniging (€ 50.000) Een substantieel gedeelte van de Openbare Ruimte is verontreinigd. Dit is vooral gerelateerd aan het gebruik in het verleden van zinkassen op wegen (en bermen). Een gedeelte van met name onze wegen en bermen buiten de kom zijn zinkassenverdacht. Op zinkassenverdachte wegen moet per definitie vooraf onderzoek plaatsvinden en op veel van die wegen en bermen is een zinkassen gerelateerde verontreiniging homogeen of heterogeen aanwezig. Vanaf 2019 is verontreiniging met PFAS ook actueel geworden. Ook bij de uitvoering van reguliere onderhoudswerkzaamheden is dit een reëel risico geworden, waarvan de extra kosten niet vooraf zijn in te schatten. f. Afvalinzameling (€ 225.000) Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval.
Hierbij is ook een garantieplicht (hoeveelheid aan te leveren afval) afgesproken. Door betere scheiding werd in 2011 voor het eerst niet meer voldaan aan de garantieplicht. Attero en de Brabantse gewesten hebben een juridisch geschil over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval. De zaak tussen Attero en de Brabantse gewesten over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval over de jaren tot en met 2014 is afgesloten en heeft niet geleid tot naheffing voor de MRE gemeenten. Tegenstrijdig aan het vonnis over de jaren tot en met 2014 heeft de rechter in een vonnis bepaald dat de Brabantse gewesten over de periode 2015 tot en met 2017 wel verplicht zijn de minderlevering te compenseren aan Attero. Als gevolg van deze uitspraak heeft de MRE (contractpartner namens de deelnemende gemeenten van de MRE) een naheffing ontvangen en is voorlopig een bedrag van € 6,1 mln betaald. Dit bedrag is gebaseerd op de totale minderlevering van de MRE gemeenten samen. Het geld staat op een geblokkeerde rekening en is betaald om verdere naheffingsrente te voorkomen. De VvC en de MRE zijn het niet eens met het vonnis. Op aanvraag van het DB van MRE heeft de VVC op 12 november 2019 een vernietigingsprocedure opgestart. Het vonnis over de vernietigingsprocedure wordt begin 2021 verwacht.
Als het vonnis wordt vernietigd, is compensatie aan Attero niet verplicht en zal er ook 94
geen afrekening plaatsvinden, de reeds betaalde € 6,1 miljoen zal dan door de MRE terug ontvangen worden. Als het vonnis niet wordt vernietigd, is compensatie aan Attero verplicht en wordt het voorlopig betaalde bedrag ad € 6,1 miljoen door MRE definitief. Dit zal dan doorgelegd worden naar de deelnemende gemeenten. g. Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen (€ 50.000) Inwoners hebben bij de actualisatie van bestemmingsplannen de mogelijkheid om een beroep te doen op planschade. Bij particulieren initiatieven is het uitgangspunt dat het risico op planschade middels een overeenkomst bij de betreffende ontwikkelaar wordt gelegd. Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt hiervoor verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Door het verminderen van het aantal plannen is het risico beperkt. De omvang handhaven we op € 100.000 met een waarschijnlijk risico dat zich dit voordoet van 50%. h. Risico´s grondexploitatie (€ 1.583.000) op basis van de doorberekening Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 is een actuele doorrekening van de grondexploitatie gemaakt. Daarnaast worden scenario’s beschreven waarin rekening is gehouden met tegenvallers als langere looptijden en geen indexering van de opbrengsten. Doordat Waterlaat 7 in exploitatie is genomen, is hier een belangrijk risico weggevallen.
Daartegenover staat de onzekerheid inzake de omvang van de vennootschapsbelasting. Hierop hebben we geanticipeerd door in onze algemene reserve risico grondexploitatie de toekomstige vennootschapsbelasting over de verwachten winsten over de grondexploitaties exclusief Waterlaat 7 op te nemen. De verwachting is dat de resultaten inzake de grondexploitatie Waterlaat 7 afdoende zijn om vennootschapsbelasting over Waterlaat 7 te dekken. i. Programma Aanpak Stikstof (€ 125.000) De PAS was tussen 15 juli 2015 en 29 mei 2019 de basis voor vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming. Op 29 mei 2019 is door de Raad van State bepaald dat de Programma Aanpak Stikstof (PAS) in strijd is met het Europees recht. Toepassing van het PAS in het kader van de Natuurbeschermingswet is niet meer toegestaan. Inmiddels zijn landelijk de normen aangepast. In de gevoeligheidsanalyse van de grondexploitaties was grotendeels rekening gehouden met dekking in de Algemene reserve risico grondexploitaties voor het deels afdekken van een mogelijke afwaardering van de grond van Waterlaat 7. Dit risico is kleiner geworden omdat het bestemmingsplan is vastgesteld. In het meest negatieve geval is het risico ca € 2,5 miljoen. We schatten dit risico op het moment van schrijven van de jaarrekening als “zeer gering” in. j.
Financieringsfunctie reserve (€ 61.000) gelijk Conform het beleid in de gemeente Bergeijk wordt de bespaarde rente toegevoegd als baat aan de exploitatie. Dit betekent dat niet vrij beschikt kan worden over de reserves. Het gaat daarbij om het deel van de reserves dat als weerstandsvermogen wordt gezien ter dekking van de risico’s. Dit deel zal immers ingezet moeten worden indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Bij een inschatting dat maximaal 50% van de risico’s zich gelijktijdig werkelijk voordoen en een rekenrente van 2% betekent dit een risico van € 79.000 in de exploitatie. k. Verbonden partijen (GRSK, GGD, ODZOB, VRBZO, MRE en Kempenplus (€ 253.000) De GRSK houdt geen eigen vermogen aan als weerstandscapaciteit. Dit op basis van vastgesteld beleid. Als calamiteiten zich voordoen worden de deelnemende gemeenten aangesproken, volgens de vastgestelde systematiek. In de jaarrekening 2019 van de GRSK zijn de risico's geïnventariseerd. De risico's zijn niet gekwantificeerd in geld. Wij handhaven het eerder gehanteerde uitgangspunt van een risico van € 0,5 miljoen voor de 5 Kempengemeenten (ca € 100.000 per gemeente). Het is aan de deelnemende gemeenten om weerstandscapaciteit aan te houden. De vier grote verbonden partijen (GGD, VRBZO, ODZOB en MRE) hebben in hun begroting 2022/ jaarrekening 2020 een risicoanalyse gemaakt.
Deze risicoanalyse is afgezet tegen hun reservepositie. Daaruit resteert een deel niet afgedekte risico's, aandeel gemeente Bergeijk ca € 63.000). Indien zich dit voordoet kan dat betekenen dat de gemeente moet bijdragen. 95