Woonzorganalyse Companen - Geldrop-Mierlo.pdf
Tekst van het document
Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
Gemeente Geldrop-Mierlo 5 april 2022 Definitief
DATUM
5 april 2022
TITEL
Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
OPDRACHTGEVER
Gemeente Geldrop-Mierlo
AUTEUR(S)
Valentine Reijers Davy van Beers Martin Bleijenburg
PROJECTNUMMER
1771.103/G
STATUS
Definitief
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01 1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
2
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Onderzoeksvragen Verantwoording Afbakening Leeswijzer
2 1.1 2.1
Managementsamenvatting 8 De belangrijkste huisvestingsopgaven in de gemeente GeldropMierlo 8 De belangrijkste beleidsopgaven 9
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Ouderen Woonwensen Woonstijlen Zorgvraag in beeld Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Aanbodinventarisatie ouderen De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Beleidsopgave ouderen
4
4.2 4.3
Geschiktheid woningvoorraad voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking 33 Vraag naar ‘geschikte’ woningen onder ouderen en LGdoelgroep 34 Geschikt woningaanbod 35 Huisvestingsopgave geschikt wonen 38
5
Mensen met een verstandelijke beperking
4.1
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
5 5 6 6 6
12 12 14 15 17 22 24 29 30
42
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Kwalitatieve behoefte Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Aanbodanalyse De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Beleidsopgaven VG
42 43 46 46 47
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Mensen met psychische problematiek Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Uitstroom uit BW Aanbodanalyse Huisvestingsopgave Beleidsopgaven
49 49 51 52 54 54 54
7 7.1 7.2 7.3 7.4
Maatschappelijke Opvang Beleidskader Maatschappelijke Opvang Vraag naar Maatschappelijke Opvang Verblijfsduur en uitstroom Maatschappelijke Opvang Beleidsopgave Maatschappelijke Opvang
56 56 56 57 58
8 8.1 8.2 8.3 8.4
Jongeren met problematiek Doelgroep en context De groep kwetsbare jongeren Uitstroom naar verschillende woonvormen Beleidsopgaven
59 59 59 60 61
9 9.1 9.2
Uitstroommogelijkheden op de reguliere woningmarkt Goedkope en betaalbare corporatiewoningen Mutaties
63 63 64
3
9.3 9.4
Match vraag en aanbod Beleidsopgaven uitstroommogelijkheden
64 65
Bijlage 1: Aanbodoverzicht
67
Bijlage 2: De Doorzonscan
69
Bijlage 3: Afkortingen en begrippen
70
Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg
72
Bijlage 5: Zorggebruik
74
Bijlage 6: Verwerking aannames doelgroep ouderen en VG
75
Bijlage 7: Woonstijlen
76
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
4
1 Inleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing. In samenhang met de extramuralisering leidt dit tot veranderingen in de wereld van wonen en zorg. Ouderen met een zorgvraag, mensen met een verstandelijke beperking, mensen die Geestelijke GezondheidsZorg (GGZ) ontvangen en uitstromen uit Beschermd Wonen, de mensen die een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang (MO) en niet in de laatste plaats de jongeren met problematiek, die uitstromen uit de Jeugdzorg, blijven langer zelfstandig wonen of kunnen eerder terug naar huis. Als gevolg van de beweging naar langer en weer thuis wonen, neemt het aantal zorgbehoevenden dat op de woningmarkt blijft en weer komt toe. Niet alleen verandert de omvang van deze groepen, ook hun woonwensen veranderen, bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheid om zorg te ontvangen, betaalbaarheid, levensloopbestendigheid en samenleven met leeftijds- of woonstijlgenoten. Succesvolle extramuralisering is mogelijk, maar alleen als wonen, woonomgeving en de sociale en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat men kan terugvallen op een steunnetwerk. De vraag is in hoeverre het huidige woonzorgvastgoed en de huidige woningen voldoen aan de gewenste kwaliteiten, en of de woonomgeving en het aanbod van zorg en ondersteuning aansluiten bij de vraag.
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft Companen gevraagd onderzoek te doen naar de huisvestingsopgave naar wonen met zorg voor de verschillende doelgroepen. De resultaten van dit onderzoek krijgen een plek in het toekomstperspectief wonen en zorg en vormen aanleiding voor de volgende stap in het samenwerkingsproces om de huisvestingsopgave voor wonen met zorg te realiseren.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
1.1 Onderzoeksvragen Dit onderzoek heeft als hoofddoel inzicht krijgen op de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod van passende (sociale huur-) woningen en andere benodigde woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag/hulpvraag in de gemeente Geldrop-Mierlo. De uitkomsten zijn input voor het toekomstperspectief wonen en zorg De hoofdvraag is: Wat is de huisvestingsopgave voor de diverse doelgroepen op wijk- en kernniveau voor 2025, 2030 en 2040 en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/hulpvraag passend te huisvesten? De onderzoeksvragen zijn: Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijke bevolkingsprognoses), maatschappelijke trends en beleidsontwikkelingen tot 2040, zowel op gemeente- als wijkniveau? Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor deze doelgroepen? Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match tussen vraag en aanbod van passende woningen (woonzorgvormen) nu en op langere termijn (2025, 2030, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hier in te voorzien? We hanteren als zichttermijn voor de vraagontwikkeling en huisvestingsopgave de peilmomenten 2021/2022 - 2025 - 2030 - 2040, waarbij de doorkijk naar 2040 is bedoeld om het punt op de horizon voor de langere termijn te verkennen.
5
1.2 Verantwoording Bij het inschatten van de toekomstige behoefte zijn ketenpartners nadrukkelijk betrokken. In werksessies met vertegenwoordigers van de gemeente, zorgkantoor, zorgaanbieders, WMO-adviesraad, corporaties en welzijnspartijen zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om prognoses en scenario’s op te stellen die aansluiten bij de praktijk in Geldrop-Mierlo. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd aan de ketenpartners en besproken met de gemeente.
vandaan ondersteuning en begeleiding geboden wordt. De definities en begrippen staan in de bijlage.
Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: • Ouderen (65+) • Mensen met een verstandelijke beperking (VG) • Mensen met een lichamelijke beperking (LG) • Mensen in Beschermd wonen (GGZ) • Mensen in de Maatschappelijke opvang (MO) • Jongvolwassenen met problematiek (uitstroom uit de Jeugdzorg)
1.4 Leeswijzer 1.3 Afbakening De focus ligt in dit onderzoek op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en ondersteuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. In de praktijk zien we namelijk veel voorbeelden waarbij vastgoed voor zowel intramurale als extramurale zorg wordt ingezet. In dit rapport sluiten wij aan bij de verschijningsvorm van het vastgoed. Daarom maken we onderscheid tussen geclusterde woonvormen en regulier wonen. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, passend bij de zorgvraag van zware/intensieve zorg/begeleiding. Het is soms ook mogelijk om in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen. Andersom komt het bij ouderen voor dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term ‘gespikkeld wonen’. Dit zijn reguliere, nietgeclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waar-
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de volgende hoofdstukken (3 tot en met 8) behandelen we steeds de woonopgave van één doelgroep, om af te sluiten met de groep uitstromers op de reguliere markt: • Hoofdstuk 3. Ouderen • Hoofdstuk 4. Mensen met een lichamelijke beperking • Hoofdstuk 5. Mensen met een verstandelijke beperking • Hoofdstuk 6. Mensen met psychische problematiek • Hoofdstuk 7. Jongeren met problematiek • Hoofdstuk 8. Maatschappelijke opvang • Hoofdstuk 9. Uitstroommogelijkheden op de reguliere woningmarkt In de bijlage is een overzicht van het aanbod aan woonzorgplekken voor de verschillende doelgroepen opgenomen (bijlage 1), uitleg over de geschiktheidsanalyse (bijlage 2), een overzicht van afkortingen en definities in dit onderzoek (bijlage 3), uitleg en overzichten over de organisatie en bekostiging van de
6
langdurige zorg (bijlage 4), inzicht in het zorggebruik per doelgroep (bijlage 5), de gehanteerde aannames in dit onderzoek (bijlage 6), een toelichting op de woonstijlen (bijlage 7).
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
7
2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen in de gemeente Geldrop-Mierlo. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave en de beleidsopgaven kort samen. In de afzonderlijke hoofdstukken verdiepen we de uitkomsten.
1.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven in de gemeente Geldrop-Mierlo Ouderen en mensen met een lichamelijk beperking In de komende jaren een groeiende vraag naar geclusterde woonvormen. • Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) hebben maar wel behoefte aan geclusterd wonen is er momenteel evenwicht tussen vraag en aanbod. Dit slaat om naar een tekort van 225 (basisprognose) tot 925 (trendprognose) geclusterde woningen in 2040. – In het sociale huuraanbod hebben ouderen een grotere slaagkans dan andere leeftijdsgroepen Het aanbod is ruim vergeleken bij de vraag, en dit zal naar verwachting tot 2040 zo blijven. Hoewel er geen kwantitatieve opgave ligt in de sociale huur verwachten we wel dat er een kwalitatieve opgave ontstaat. – In de particuliere huursector is het aanbod ongeveer gelijk aan de vraag naar geclusterde woonvormen. Dit geldt op dit moment en ook richting 2040. In de trendprognose treedt een klein tekort op in de particuliere huursector.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
– In de koopsector bestaat nu al een tekort en op de (middel)lange termijn ontstaan nog grotere tekorten aan geclusterde woonvormen. In de trendprognose loopt het tekort op naar 1.030 woningen. • Op dit moment is het aanbod aan geclusterde woningen met Wlz-zorg gelijk aan de vraag. In de trendprognose zien we dat het huidig aanbod voldoende is om de vraag in de toekomst te kunnen bedienden.
Van de totale woningvoorraad is de sociale voorraad het meest geschikt. • Corporatiewoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (46% en 2.091 woningen). De corporatiewoningen zijn relatief gezien het minst geschikt te maken (8% en 371 woningen). • Ook particuliere huurwoningen zijn relatief vaak geschikt (43% en 493 woningen). Particuliere huurwoningen zijn vaker dan corporatiewoningen geschikt te maken (21% en 3.864 woningen). • De koopwoningen zijn minder vaak geschikt (14% en 1.614 woningen). Koopwoningen zijn relatief gezien vaak geschikt te maken (48% en 5.522 woningen).
Mensen met een verstandelijke beperking • De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort van 60 plekken. Dit tekort zal tot 2040 toenemen tot 135 plekken. Het tekort dat we aantonen wordt waarschijnlijk deels veroorzaakt doordat veel Wlzindicaties voor VG thuis worden verzilverd door middel van een Persoonsgebonden Budget. Onder deze personen kan wel de wens leven om bijvoorbeeld op zichzelf te gaan wonen met begeleiding of een plek te krijgen in een groepswoning.
8
– Wanneer we naar de gespikkelde plekken kijken, zien we op het moment een klein overschot van 4 plekken. Dit slaat om naar een tekort van 36 plekken in 2040. – Momenteel is er een tekort van 64 geclusterde woonplekken. Dit tekort zal oplopen naar 99 plekken in 2040.
Mensen met psychische problematiek • Er is momenteel sprake van een tekort van 13 BW-plekken in de gemeente Geldrop-Mierlo. Dit tekort aan plekken loopt op tot 38 plekken in 2040. We zien dit tekort wanneer we rekening houden met een meer verdeelde vraag naar BW-plekken in de verschillende gemeenten in de regio naar rato van het aantal inwoners.
Uitstroom op de reguliere woningmarkt • In 2021 verwachten we een jaarlijkse uitstroom van 15 BW-cliënten. Dit aantal loopt in de komende jaren op naar 25 uitstromers in 2040. Het is de bedoeling dat de uitstromers een woonplek vinden binnen de reguliere woningmarkt. • Jaarlijks stromen circa 4 à 5 kwetsbare jongeren uit naar een tussenvorm. Daarnaast zullen er circa 4 jongeren doorstromen naar een zelfstandige woning zonder begeleiding.
2.1 De belangrijkste beleidsopgaven Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking • Doorstroming bevorderen
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
– Inzetten op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen. – Doorstroming bevorderen door middel van een ouderenmakelaar of wooncoach. • Toenemend beroep op woningaanpassingen – Investeren in bewustwording rondom geschikt maken eigen woning. – Ouderen die graag zo lang mogelijk willen blijven wonen in hun huidige woning, moeten kennis hebben over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. – Wmo-afspraken over rolverdeling gemeenten en corporaties bij investeringen in collectieve en individuele woningaanpassingen. • Levensloopbestendige nieuwbouwwoningen – Advies om alle nieuwbouwwoningen levensloopgeschikt te laten zijn. • Goede ondersteuning voor de mantelzorger – Breng aan de man hoe men gebruik kan maken van respijtzorg. – Waardering voor de mantelzorgers. – Soepel omgaan met aanvragen voor mantelzorgwoningen. • Gezamenlijke tussenvormen concretiseren – Stel duidelijke normen op voor nieuwe (geclusterde) woonvormen. • Voorkom eenzaamheid – Voor een grote groep ouderen is het belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid. • Inzet technologie – Technologie kan druk op zorgverleners verlagen en het gebruiksgemak verhogen.
Mensen met een verstandelijke beperking
9
• Nieuwbouw van geclusterd wonen – Vraag naar geclusterde woonvormen in de eigen wijk.
• Kleinschalig uitbreiden en moderniseren van vastgoed – Toevoegen ‘nieuwe’ kleinschalige woonvormen met zelfstandige woningen en gemeenschappelijke voorzieningen voor ontmoeten, dagbesteding en begeleiding. • Diverse zorgvraag vraagt om doorstroming en flexibel bouwen – Op- en afschaling van zorg moet mogelijk zijn als dat past bij de behoefte van de cliënt. – Enerzijds vraagt dit om genoeg variatie in het aanbod. Anderzijds kan het flexibel bouwen van zorgvastgoed de nodige mogelijkheden tot variatie geven. • Gemengd wonen zonder ‘doelgroep’ – Dynamische mix tussen mensen met een verstandelijke beperking (vragers) en dragers (jongeren, studenten of ook gezinnen of ouderen). • Maatwerk toepassen voor LVB-groep – Mensen met een licht verstandelijke beperking vallen vaker tussen wal en schip; hun begeleidingsvraag is te licht voor de Wlz, en kan juist te zwaar zijn voor reguliere Wmo-begeleiding. – Begeleiding aan deze groep vraagt daarmee om meer maatwerk, waarbij het ook mogelijk is dat zij gebruik maken van (pilots met) Beschermd Thuis, wanneer deze breder worden uitgezet.
wenselijke oplossing is om een deel van het huidige woonzorgvastgoed (in de wijk) in te zetten als tussenvorm; tussen Beschermd Wonen en regulier wonen in. Denk hierbij aan de vorm Begeleid Thuis. • Spreiding van de uitstroom over de wijken – Spreiden van woonvormen om geconcentreerde problematiek te vermijden. • Zachte landing in de wijk – Blijf buurtbewoners betrekken bij de uitstroom van BW-cliënten. – Aanwezige partijen doen er goed aan te blijven investeren in de wijk; dat komt het draagvlak ten goede. • Intensivering samenwerking tussen ketenpartners – Meer focus op preventie van instroom en bevorderen uitstroom, een soepele aaneenschakeling van zorg voor de cliënt en daarvoor een intensievere samenwerking tussen (verschillende) zorgpartijen, gemeenten en corporaties.
Maatschappelijke Opvang • Aanbod voor uitstromers uit de Maatschappelijke Opvang – In samenwerking met Springplank verkennen wat de behoefte zou kunnen zijn aan zelfstandige woonplekken in de gemeente GeldropMierlo voor mensen die uit de Maatschappelijke Opvang kunnen stromen en uit de gemeente Geldrop-Mierlo komen.
Kwetsbare jongeren Beschermd Wonen • Tussenvorm realiseren met flexibele op- en afschaalbare zorg – Vanuit een beschermde woonvorm is de stap naar (begeleid) zelfstandig wonen vaak groot. Niet iedereen weet deze stap goed te maken. Een
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
• Gemengd wonen in de wijk – Bij onzelfstandige en zelfstandige wooneenheden is het belangrijkste dat bewoners fijn wonen. Hierbij speelt het voorkomen van eenzaamheid een belangrijke rol.
10
– Manieren om eenzaamheid te voorkomen: samenwonen met mensen zonder een zorgvraag, mix met ouderen en maatjesproject. • Win-win: Kamertrainingsplekken en gezamenlijke ‘pot’ – Uitstromende jongeren hebben baat bij kamertrainingsplekken om uiteindelijk zelfstandig te kunnen wonen. – Wanneer jongeren voldoende financiële middelen hebben kunnen ze zelfstandig gaan wonen en komen ze minder snel in Beschermd Wonen terecht. Financiële ondersteuning kan worden geboden door het opstellen van een gezamenlijke ‘pot’ voor tijdelijke overbrugging van de vaak te dure huur.
– Werken aan eenduidige definities en vereisten voor diverse woonvormen (zoals tussenvormen) en zorggroepen, de aansluiting tussen diverse woonvormen en een gestroomlijnde monitoring. • Gezamenlijk werken aan samenlevingsopbouw – Een betere ketensamenwerking tussen zorginstellingen en woningcorporaties is gewenst om te werken aan verbetering van de samenlevingsopbouw in de wijken. • Afspraken maken over woonruimte voor alle uitstromers – Afspraken over een (vast) jaarlijks beschikbaar aantal woningen voor alle uitstromers, met zowel corporaties als geïnteresseerde particuliere verhuurders.
Uitstroom op de reguliere woningmarkt • Financiële beperkingen en betaalbare woningen – Bij zorgwoningen is het mogelijk om huurtoeslag aan te vragen bij woningen met een gezamenlijke voordeur. Dit is niet bekend bij alle zorgpartijen, het valt aan te bevelen deze informatie met elkaar te delen. – Kijk wat voor een kansen er liggen in het splitsen van vrijkomende bestaande woningen om uitstromers via de weg van woningsplitsing een betaalbare woonplek aan te kunnen bieden. • Tijdelijke huisvesting voor een deel van uitstromers – Door uitzondering te maken op de parkeernorm kan woningsplitsing toch mogelijk worden gemaakt. – Een gedeelte van de uitstromers is gebaat bij een zelfstandige woning met begeleiding. Dit geldt zeker voor mensen in beschermd wonen. • Samenwerken aan een landschapsschets of woonzorgladder
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
11
3 Ouderen
zoeken elders in het land kunnen we de woonwensen van (toekomstige) ouderen benaderen.
Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen thuis en zijn vitaal. Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85-plussers woont 70% nog thuis. Dit geldt ook voor de 85-plussers, die dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging doen.
Woning • De verhuisgeneigdheid onder ouderen is over het algemeen laag, vooral onder ouderen met een eigen woning. Met woningaanpassingen en de scootmobiel is het langer thuis wonen goed mogelijk, mits ouderen hier zelf tijdig op anticiperen. Maar niet elke woning is (potentieel) levensloopgeschikt of heeft een ligging nabij voorzieningen. Een deel van de ouderen heeft hierdoor een verhuiswens en zoekt een levensloopgeschikte woning. De gewenste woonplaats of het woningtype van ouderen loopt sterk uiteen. Daarnaast is de gezondheid van de partner een belangrijke reden om wel of niet te verhuizen. Ouderen zijn vaak niet op de hoogte van huurregelingen, om bijvoorbeeld de huur mee te nemen van de oude naar de nieuwe woning. Hierdoor denken ouderen vaak ten onrechte dat zij meer huur moeten betalen voor een kleinere woning. • De ideale geschikte woning voldoet, door de linie heen, aan de volgende uitgangspunten: de woning moet gelijkvloers zijn, zonder drempels, met één of twee slaapkamers en een verhoogd toilet. Verder moeten woningen gasloos zijn en eventueel een buitenruimte hebben. Een belangrijke voorwaarde voor een ideale woning is een ontmoetingsplek in het complex. Gezelligheid, activiteiten en samen zijn, zijn belangrijk voor ouderen.
• Voor ouderen zonder zorgvraag of met een lichte zorgvraag zijn hofjes een aantrekkelijke woonvorm vanwege de mogelijkheid van sociaal contact. Met een ‘hofje’ bedoelen we hier overigens niet alleen grondgebonden woningen rondom een binnentuin; het belangrijkste is dat het ontwerp uitnodigt tot onderling contact en betrokkenheid. Dat kan bijvoorbeeld ook in een appartementencomplex met een gezamenlijk atrium en restaurant.
In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van twee groepen ouderen: • De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een woonzorgcentrum of serviceappartement. • Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen doet een beroep op een geclusterde woonvorm en welk deel zal wonen in een (aangepaste) reguliere woning? • Ook hebben we aandacht voor de groep ouderen zonder zorgvraag die anticiperen op een mogelijke zorg- of ondersteuningsvraag in de toekomst.
3.1 Woonwensen Wensbeelden ouderen De woonvraag onder ouderen valt uiteen in de groepen die een beroep doen op zelfstandig wonen, (kleinschalig) geclusterd wonen of geclusterde woonconcepten waar intensieve zorg geboden wordt. Op basis van literatuuronderzoek, gesprekken met ouderen en mantelzorgers voor andere onder-
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
12
Woonomgeving • In de woonomgeving zoeken ouderen de nabijheid tot voorzieningen vanwege een beperkte mobiliteit. De belangrijkste voorzieningen zijn daarbij de huisarts en ontmoetingsplekken. Voor het gebruik van bepaalde voorzieningen zoals een supermarkt of een apotheek is het minder noodzakelijk om nabij deze voorzieningen te wonen, omdat boodschappen en medicijnen ook met een koerierdienst thuis kunnen worden geleverd. • Voor mensen met PG geldt dat de nabijheid van een woonzorgcentrum en dagopvang gewenst is, zodat de zorg en ondersteuning kan worden opgeschaald. Voor deze groep is Openbaar Vervoer in de buurt, of bijvoorbeeld een regiotaxi, belangrijk. Daarin is het zaak dit vroegtijdig beschikbaar te stellen omdat mensen met dementie het gebruik hiervan in een later stadium niet meer kunnen aanleren. • Mensen met dementie blijven graag wonen in de vertrouwde woonomgeving. Hierin is het goed om de buurt (ook winkeliers) in te lichten over de zorgsituatie, zodat zij hier rekening mee kunnen houden. Zorg en ondersteuning • De persoonlijke aard van de zorgverlening is belangrijk voor de ouderen. Het afstemmen van de zorg en ondersteuning op het individu blijft een belangrijk aandachtspunt. • Voor de huidige generatie ouderen zijn technologische oplossingen in de zorg en ondersteuning in sommige gevallen te ingewikkeld en te duur.
Enkelen geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en mensen met dementie kunnen het veelal niet meer aanleren. Ook zijn sommige mantelzorgers onvoldoende bekend met de werking. De veelvoud aan keuzes creëert onvoldoende zicht op wat goed is en wat werkt. Voorlichting over de inzet van vernieuwende technologieën aan zorgverleners en ouderen zelf is belangrijk. Over het algemeen zullen toekomstige ouderen echter
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
adaptief genoeg zijn om met het gros van de technologische vernieuwingen overweg te kunnen.
Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie en andere bewoners die daar wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver administratief. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen. Wel maken wij een onderscheid tussen ‘geclusterd’ en ‘regulier’ wonen. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van verpleeghuizen tot aanleunwoningen, hofjes, woonzorgboerderijen, etc. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Een groot deel van de ouderen met een (zware) zorgvraag woont in een geclusterde woonvorm.
Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die – uit voorzorg, of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten – kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. De onderstaande illustraties geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’.
13
Figuur 3.1: Voorbeelden van geclusterd wonen voor ouderen
Tabel 3.1: Indeling voor woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie Lagere financiële Middel financiële Hoge financiële positie positie positie Stille Generatie (1940 e.o.)
Kwetsbare Ouderen
Oudere comfortzoekers
Welgestelde cultuurminnaars
Protestgeneratie (1940-1955)
Traditionele buurtbewoners
Vitale comfortzoekers
Welgestelde levensgenieters
Generatie X
Actieve buurtbewoners
Moderne hofjesbewoners
Ondernemende levensgenieters
(1955-1970)
3.2 Woonstijlen De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor ‘vernieuwende woonconcepten’ voor ouderen. Ouderen met een lichte zorgvraag komen niet meer in aanmerking voor een plek in een verpleeghuis, en veel ouderen willen dit ook niet meer. Een deel wil echter wel verhuizen naar een geschiktere woning, waar (op termijn) ook zorg geboden kan worden. Dit leidt tot een toenemende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen als ‘tussenvorm’ tussen een reguliere woning en het verzorgingshuis. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+) (zie bijlage 7). In de woonstijlen worden 50-65-jarigen meegenomen, omdat deze groep in de toekomst de ‘nieuwe’ generatie ouderen zijn. Op dit moment hebben zij nog een beperkte vraag naar geschikte en clusterde woonvormen. Naarmate de leeftijd vordert zal de vraag toenemen naar seniorenwoningen. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie. Tabel 3.1 geeft weer welke woonstijlen we onderscheiden.
14
Figuur 3.2: Verdeling woonstijlen onder 50+ huishoudens in Geldrop-Mierlo (2021)
zijn in de meerderheid, met daarna de mensen met hoge financiële positie. In de ‘nieuwe’ generatie ouderen zijn de grootste groepen mensen met een lage en middel financiële positie. In bijlage 7 is de verdeling van woonstijlen te vinden per wijk.
2.500
1.910 1.910
2.000
1.680
1.560
1.500
1.480
1.170 1.000
750 570
500
330
0 Stille Generatie 1925 - 1940 Protestgeneratie 1940 - 1955 Generatie X 1955 - 1970
Kwetsbare ouderen Oudere comfortzoekers Welgestelde cultuurminnaars Traditionele buurtbewoners Vitale comfortzoekers Welgestelde levensgenieters Actieve buurtbewoners Moderne hofjesbewoners Ondernemende levensgenieters
Bron: CBS-Microdata, WoON2018 en bewerking Companen.
Figuur 3.2 laat zien hoe groot elk van de groepen is in de gemeente GeldropMierlo. In de huidige groep 50-plussers in de gemeente Geldrop-Mierlo zijn de traditionele buurtbewoners in de grootste getalen aanwezig. Deze groep heeft relatief een lage financiële positie. Daarnaast zijn de groepen welgestelde levensgenieters, actieve buurtbewoners en moderne hofjesbewoners ook in grote getalen aanwezig. In de stille en de protestgeneratie zien we eenzelfde verdeling van de inkomensgroepen, de mensen met een lage financiële positie
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
3.3 Zorgvraag in beeld De groep ouderen in Geldrop-Mierlo zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2022 zijn er circa 6.050 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 8.300 huishoudens (+38%). Hierbij gaan we uit van de huishoudensprognose 2020 - 2040 van de provincie Noord-Brabant. De meerderheid van de ouderen in Geldrop-Mierlo is vitaal en woont in een reguliere woning. Veel ouderen zijn niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning; een deel van de ouderen ontvangt wel ondersteuning vanuit de wijkverpleging en/of Wmo. Ook ouderen die beperkingen beginnen te krijgen, kunnen nog heel veel wél. Vanuit de positieve gezondheidsbenadering is het van belang om niet te denken vanuit beperkingen, maar vanuit de mogelijkheden en wensen die mensen hebben. Tegelijkertijd weten we dat met het afnemen van de vitaliteit de woonwensen van ouderen veranderen. Om een inschatting te kunnen maken van het deel van de senioren dat behoefte heeft aan een bijzondere woonvorm zoals geclusterd wonen voor ouderen, maken wij gebruik van het vitaliteitstredenmodel van Companen. Dit model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag.
In het model worden ouderen (65+) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij in het afgelopen jaar ontvingen. Als voorbeeld: ouderen die zowel huishoudelijke hulp vanuit de Wmo krijgen als wijkverpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3.
15
• De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). • Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat ook hier om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen bestaat uit hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. • In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, maar zij kiezen er tegenwoordig vaker voor om zelfstandig te blijven wonen met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis). Op die manier kunnen zij zo lang mogelijk zelf regie houden over hun woon(zorg)situatie.
De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. De ervaring leert dat ouderen, naarmate ze minder vitaal worden, er vaker voor kiezen om te verhuizen naar een geclusterd woonconcept voor ouderen. Een deel van de ouderen in vitaliteitstrede 1 of 2 kiest er ook voor om te verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar vaak uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. Ouderen in vitaliteitstrede 3 maken vaker de keuze om te verhuizen, al woont ook van deze groep nog een aanzienlijk deel in een reguliere woning. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont. Het volgende figuur laat zien wat de huidige verdeling is van ouderen in de gemeente Geldrop-Mierlo naar de verschillende vitaliteitstreden.
Figuur 3.3: Vitaliteitstredenmodel
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
16
Figuur 3.4: Prognose zorgvraag ouderen in Geldrop-Mierlo, naar vitaliteitstrede (in personen)
460 380
410
1.080 520
1.170 570
7.180
7.600
2022
Vitaliteitstrede 1
2025
1.310 680
8.370
2030
Vitaliteitstrede 2
520
570
1.460 780
1.560 870
8.950
9.140
2035
Vitaliteitstrede 3
2040
Vitaliteitstrede 4
Bron: Vitaliteitstredemodel Companen, bevolkingsprognose gemeente Geldrop-Mierlo, 2020.
3.4 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg Een zwaardere zorgvraag gaat vaak samen met fysieke, psychosociale en/of mobiliteitsbeperkingen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat mensen met een hogere zorgvraag buitenshuis minder grote afstanden afleggen, binnenshuis niet alle algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) kunnen ondernemen of dat zij minder sociale contacten hebben. Als een gevolg zien we dat deze ouderen vaker behoefte hebben aan een geclusterde woonvorm, die meer uitnodigt tot ontmoeting, meer beschutting biedt en waar voorzieningen aanwezig of dichtbij zijn. Ouderen met de zwaarste zorgvraag (vitaliteitstrede 4) wonen in een verpleeghuis of krijgen Wlz-zorg thuis via een Volledig Pakket Thuis. In de gemeente Geldrop-Mierlo gaat het ook om 4% van de hele groep 65-plussers. De overige ouderen wonen voornamelijk ‘thuis’ in een reguliere woning. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Het volgende figuur geeft weer hoe wij ouderen in de verschillende vitaliteitstrede toerekenen aan de verschillende woonvormen (zie ook de tabel in bijlage 6). De percentages zijn gebaseerd op CBS-Microdata. Met deze informatie is precies te achterhalen wat de woonsituatie op dit moment is van de 65-plussers in Geldrop-Mierlo. Figuur 3.5: Verdeling woonvraag per vitaliteitstreden, basisprognose (situatie 2022)
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
13%
26%
29% 76%
87%
74%
68% 12%
12% Vitaliteitstrede 1 Vitaliteitstrede 2 Vitaliteitstrede 3 Vitaliteitstrede 4 Regulier wonen
Geclusterd wonen
Geclusterd wonen met Wlz-zorg
Bron: CBS-Microdata
In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende vitaliteitstreden. Wanneer we de ‘zorgprognose’ vertalen naar een prognose van de woonvraag dan leidt dit tot een vraagprognose voor woonvormen die beleidsvrij is en alleen uitgaat van demografische ontwikkelingen. Deze prognose noemen we de basisprognose. Een groot gedeelte van de 65-plushuishoudens zal voornamelijk binnen de vraag naar regulier wonen blijven vallen. Als we het hebben over een reguliere
17
woning dan betreft het een ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. Veel mensen die in Geldrop-Mierlo wonen en in de toekomst tot de 65-plusdoelgroep gaan behoren wonen reeds met veel plezier in een reguliere woning en willen hier zo lang mogelijk blijven wonen. De toename in de vraag naar regulier wonen zal zich dus niet in zijn geheel vertalen in een huisvestingsopgave. Veel ouderen wonen per slot van rekening al in een woning waar ze tevreden mee zijn.
1.
Doordat er straks meer 75- en 85-plussers in de gemeente Geldrop-Mierlo wonen zal de behoefte aan geclusterd wonen (met of zonder zorg) in verhouding meer gaan toenemen. Het aantal oudere huishoudens blijft gestaag toenemen tot 2040. Als gevolg zien we een stijging in de vraag naar geclusterd wonen met én zonder Wlz-zorg. Tabel 3.2: Behoefteprognose gemeente Geldrop-Mierlo, basisprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg Totaal
2022 4.710 1.080 260 6.050
2025 5.010 1.150 280 6.450
2030 5.620 1.280 320 7.230
2035 6.180 1.400 370 7.950
2040 6.490 1.460 410 8.370
Bron: Bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo 2020, CZ Zorgkantoor.
Trendvariant Met de basisprognose als vertrekpunt zijn we in gesprek gegaan met stakeholders. In deze bijeenkomst hebben we trends en ontwikkelingen besproken die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor ouderen. Op basis van de bespreking hebben we scenario’s uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met de volgende kernthema’s/maatschappelijke trends:
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
2.
Van langer thuis wonen naar altijd thuis, tenzij…: De gedachte van ‘langer thuis wonen’ moet veranderd worden naar de gedachte van ‘altijd thuis, tenzij…’. Dit betekent niet dat ouderen niet kunnen/mogen verhuizen, ouderen kunnen van een niet-geschikte woning verhuizen naar een passende ‘eigen’ woning in de eigen buurt. Ouderen willen graag blijven wonen in de eigen omgeving. Hiervoor is het belangrijk om genoeg geschikte woningen voor ouderen beschikbaar te hebben. Als ouderen een grotere zorgvraag krijgen moet worden gedacht in nieuwe woonconcepten. Als het niet anders kan, is een verhuizing nodig naar geclusterde woonvormen met Wlz-zorg. Bij de gedacht van ‘altijd thuis, tenzij…’ zijn doorstroming en bewustwording essentieel. Het verhuizen is voor veel ouderen een grote stap, waardoor deze wordt uitgesteld tot het moment dat het echt niet anders kan. Om de doorstroming te stimuleren is genoeg en divers aanbod belangrijk; er is een ruime vraag naar geschikte, levensloopbestendige, reguliere woningen. Efficiënter gebruik van de zorg: De komende jaren krijgt ook Geldrop-Mierlo te maken met een vergrijsde bevolking. Daar tegenover staat een tekort aan onder andere zorgpersoneel en minder (financiële) middelen. Hierdoor moet de zorg efficiënter ingezet worden, door onder andere: a.
Geclusterd wonen: door clustering is zorgpersoneel minder tijd kwijt aan reizen, dit maakt het werk ook leuker en minder belastend. Daarnaast helpt geclusterd wonen ook tegen eenzaamheid bij ouderen. b. Mix van ‘doelgroepen’: een gemixte woonvorm met ouderen zonder en met zorgvraag. Daarnaast kan ook de mix gemaakt worden met andere leeftijdsgroepen. Bij deze mix kunnen de mensen zonder of met lichte zorgvraag kleine klusjes doen voor de mensen met een zwaardere zorgvraag. Hierdoor neemt de zorgvraag naar professionals af.
18
3.
4.
c. Eén zorgaanbieder in één buurt: Dit betekent dat minder personeel naar dezelfde buurt moet komen. Inzet technologie: technologische ontwikkelingen kunnen zorgen ontnemen van zorgpersoneel en ervoor zorgen dat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Domein-overstijgende samenwerking: om de huisvestingsopgave in het zicht van de maatschappelijke trends die hier worden genoemd aan te pakken, zijn verbindende factoren nodig. Verschillende partijen moeten met elkaar samenwerken over de domeinen van wonen, ruimte, welzijn en zorg heen: domein-overstijgende samenwerking.
Op basis van bovenstaande ontwikkelingen hebben wij een trendvariant opgesteld. Waarvan wij uitgaan van de doorstroming van ouderen van reguliere woningen naar geclusterde woonvormen. Ook neemt de vraag naar geclusterde woonvormen met Wlz-zorg af, hier zien we ook een verschuiving naar geclusterde woonvormen.
Figuur 3.6: Aannames woonvraag per vitaliteitstrede, trendprognose (situatie 2040)
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
18% 40%
45%
50%
60%
55%
40%
82%
10% Vitaliteitstrede 1 Vitaliteitstrede 2 Vitaliteitstrede 3 Vitaliteitstrede 4 Regulier wonen
Geclusterd wonen
Geclusterd wonen met Wlz-zorg
Tabel 3.3: Behoefteprognose gemeente Geldrop-Mierlo, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg Totaal
2022 4.710 1.080 260 6.050
2025 4.940 1.240 260 6.450
2030 5.420 1.550 260 7.230
2035 5.820 1.880 250 7.950
2040 5.970 2.160 230 8.370
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo 2020, CZ Zorgkantoor en CBS-Microdata.
Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2018, woonwensenonderzoeken voor ouderen in Nederland en CBS-Microdata, is achterhaald welke woonstijlen we in de gemeente Geldrop-Mierlo zien. Op basis daarvan weten we ook waar mensen nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen. Wij verwachten dat circa 36% van de ouderen die geclusterd wil wonen in Geldrop-
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
19
Mierlo een sociale huurwoning wenst. 57% van de ouderen wenst een koopwoning en 7% een particuliere huurwoning. In 2040 blijft het aandeel ouderen dat een sociale of particuliere huurwoning wenst redelijk stabiel; het aandeel koopwoningen in de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen bedraagt circa 58%. Deze aandelen leiden tot de volgende onderverdeling van de behoefte aan geclusterd wonen, naar marktsegment in de trendprognose.
Voor niet iedereen met de wens naar een geclusterde sociale huurwoning is het mogelijk om daar naar toe te verhuizen, omdat zij een te hoog inkomen hebben. In de berekening van de behoefteprognose naar geclusterde woningen uitgesplitst naar marktsegment is op de wens een correctie uitgevoerd aan de hand van CBS-Microdata.
Uitsplitsing naar wijken Tabel 3.4: Behoefteprognose naar geclusterd wonen gemeente Geldrop-Mierlo, uitgesplitst naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Sociale huur Particuliere huur Koop Totaal
2022 390 80 620 1.080
2025 440 90 710 1.240
2030 550 110 890 1.550
2035 660 130 1.080 1.880
2040 770 140 1.250 2.160
Bron: Woonzorgweter, WoON2018, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo en CBS-Microdata.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
De behoefteprognose in de trendvariant is ook op een lager schaalniveau doorgerekend. Hierin is rekening gehouden met de wisselende bevolkingsopbouw binnen de wijken in Geldrop-Mierlo. Uitgangspunt van de berekening is de veronderstelling dat de meeste ouderen het liefst in de eigen wijk willen blijven wonen als zij verhuizen naar een geclusterde woonvormen zonder, of danwel met Wlz-zorg. Op de volgende pagina staat de behoefteprognose per wijk in de gemeente Geldrop-Mierlo weergegeven.
20
Tabel 3.5: Behoefteprognose woonvormen per wijk, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal) Geclusterd wonen Wijken 2022 2025 2030 Centrum 110 120 150 Skandia 60 70 90 Akert 80 90 110 Zesgehuchten 100 110 140 Braakhuizen-Noord 100 120 150 Braakhuizen-Zuid 110 130 160 Coevering 160 180 220 Genoenhuis 60 70 90 Gijzenrooi 0 0 0 Mierlo 280 320 400 Verspreide huizen Mierlo 20 20 30 Totaal 1.080 1.240 1.550 Bron: Woonzorgweter, WoON2018, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo en CBS-Microdata.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
2040 200 130 140 200 210 230 310 140 10 560 50
2.160
2022
30 10 20 20 20 30 40 10 0 70 0 260
Geclusterd wonen met Wlz-zorg 2025 2030
30 10 20 20 20 30 40 20 0 70 10 260
20 20 20 20 20 30 40 20 0 70 10 260
2040
20 10 20 20 20 20 30 10 0 60 10 230
21
3.5 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen
generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt, en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2040 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’ (nu 35 tot en met 50 jaar).
In deze paragraaf gaan we dieper in op de behoefte aan geclusterd wonen: aan welke woningtypes en woonconcepten is nu en straks behoefte? Om deze behoefte in te schatten, maken we gebruik van de indeling naar woonstijlen zoals deze omschreven zijn in paragraaf 3.2.
Woonstijlen Per woonstijl is een inschatting gemaakt van de gewenste woonconcepten binnen het geclusterd wonen. De basis hiertoe ligt in antwoorden op vragen over woonwensen (WoOn2018), gecombineerd met informatie over waardepatronen (literatuurstudie) en achtergrondkenmerken van de woonstijlgroep waartoe iemand behoort (CBS-Microdata). Wij maken een inschatting van de keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie bijlage 7). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.
Generatiewissel De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 3.7 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65-plushuishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
22
Figuur 3.7: Verdeling 65-plushuishoudens naar woonstijl gemeente Geldrop-Mierlo (2022 - 2040; afgerond op 10-tal)
100% 90%
1.560
270 350 350
780
1.310
1.010
80%
1.510
70%
1.480 1.690
1.010
1.170 60%
1.910 1.130
50% 40%
1.620
1.680
1.020
1.090
1.910
820
720
570 330
10%
1.370
1.680
30% 20%
280 360 360
750
0%
420 240 550
Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie
1.480
1.180
Woningtype en woonconcept Op basis van de woonwensen per woonstijl (bijlage 7) en de prognose van woonstijlen (Figuur 3.7) is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen. Figuur 3.8 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in aandelen). Tabel 3.6 geeft hierbij de benodigde aantallen woningen per woonconcept weer. We hanteren hierbij een bandbreedte, waarbij de ondergrens wordt bepaald door de totale behoefte aan geclusterd wonen volgens de basisvariant, en de bovengrens door de totale behoefte aan geclusterd wonen volgens de trendvariant. Figuur 3.8: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept
2022
31%
20%
2025
29%
20%
2030
27%
20%
13%
14%
13% 3%5% 6%
2035
25%
19%
12%
16%
14%
2%5% 6%
2040
24%
19%
12%
17%
15%
2%5% 6%
15%
9%
9% 4% 5% 7%
11%
11% 4% 5% 7%
540 780
Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers
Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose Geldrop-Mierlo en CBS-Microdata.
0% 20% Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
40%
14%
60% 80% 100% Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose Geldrop-Mierlo en CBS-Microdata.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
23
Figuur 3.8 laat zien dat de behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk zal gaan afnemen. Een deel van de oudere bevolking zal hier echter wel behoefte aan houden. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen. Wij raden aan om ruimte te zoeken voor hofjes die bestaan uit grondgebonden woningen en ruimte te zoeken voor hofjes die bestaan uit appartementen. Belangrijk is om hierbij oog te houden voor de betaalbaarheid van de woningen. Beide vormen van de hofjes nodigen uit tot onderlinge ontmoeting, steun en een gevoel van veiligheid. Tabel 3.6: Verwachte vraag naar geclusterd wonen, uitgesplitst naar woonconcept, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Seniorencomplex (app) Serviceflat (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (app) Hofjeswonen (ggb) Grondgebonden woningen (ggb) Zorgvilla (app) Luxe appartementen Totaal
2022 340 220 160 100 100 40 50 70 1.080
2025 360 250 170 140 140 50 60 80 1.240
2030 410 310 200 210 200 50 70 100 1.550
2035 470 360 230 290 270 50 90 120 1.880
2040 520 410 260 360 330 50 100 130 2.160
Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose Geldrop-Mierlo en CBS-Microdata.
3.6 Aanbodinventarisatie ouderen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat de gemeente Geldrop-Mierlo momenteel beschikt over 790 sociale huurwoningen in geclusterde woonvormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijke door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zien we circa 254 plaatsen voor
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
geclusterd wonen met Wlz-zorg. Het aanbod aan geclusterd wonen met Wlzzorg wordt bewoond door mensen met somatische of psychogeriatrische klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, maar soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg. Tabel 3.7: Aanbod geclusterd woningaanbod naar aanbieder (situatie 2022)
Geclusterd wonen met Wlz-zorg Zorgaanbieders Anna Ouderenzorg Savant Zorg Corporaties Compaen
216 38 153 219 418
Woonbedrijf Wooninc Onbekend Totaal
Geclusterd wonen Sociaal Part. Koop
254
790
95 95 1.090
205 205
Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
In de gemeente Geldrop-Mierlo zijn op dit moment drie (grote) nieuwbouwprojecten voor nieuwe geclusterde wooncomplexen voor ouderen. Het grootste project is het nieuwbouwplan De Jonkvrouw. In de plannen komen geclusterde woningen voor ouderen met én zonder Wlz-indicatie: • 23 geclusterde woningen met Wlz-zorg • 84 geclusterde woningen in de sociale sector • 69 woningen in de vrije sector (koop of particuliere huur) Daarnaast komen 35 woningen voor mensen met een verstandelijke beperking.
24
Een ander nieuwbouwproject in de gemeente is de St. Jozefkerk, waar dementeerde ouderen en jongeren met een beperking komen te wonen. In totaal is er ruimte voor 30 woningen. Het derde nieuwbouwproject is het nieuwe woonzorgcentrum Heide, als vervanging van het oude woonzorgcentrum Akert. De oude bewoners verhuizen mee naar de nieuwe locatie.
Kenmerken geclusterde woningen in het corporatiebezit In de aanbodinventarisatie is aan corporaties gevraagd naar de kenmerken van hun geclusterde woonvormen voor ouderen. In totaal hebben de corporaties 790 woningen in geclusterde woonvormen. Een groot gedeelte hiervan heeft een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens (47%), het gaat dan over 357 woningen. In figuur 3.9 is de verdeling te zien van overige huurprijsklassen (prijspeil 2022).
Van de in totaal 790 geclusterde woningen in corporatiebezit is de gehele voorraad rollatorgeschikt. Een groot gedeelte is ook rolstoelgeschikt, namelijk 498 woningen (63%). De overige 292 geclusterde woningen zijn niet geschikt voor een rolstoel of de toegankelijkheid is onbekend. Naast de huurprijs en toegankelijkheid van de geclusterde woningen van de corporaties in Geldrop-Mierlo is in de aanbodinventarisatie ook gevraagd naar specifiekere kenmerken. Van de 790 woningen heeft bijna de helft een ontmoetingsruimte binnen het complex, daarnaast hebben deze woningen ook een gezamenlijke buitenruimte. Een groot gedeelte van de geclusterde woningen heeft geen ontmoetingsruimte in het complex, niet nabij en ook geen gezamenlijke buitenruimte. Bij een deel is het ook onbekend of zij een ontmoetingsruimte nabij hebben. Figuur 3.10: Ontmoetingsruimte buitenruimte
Figuur 3.9: Verdeling huurprijsklassen geclusterd wonen corporatiebezit
in
complex/nabij
ontmoetingsruimte
Ontmoetingsruimte in complex + gezamenlijke buitenruimte
Tot 442 euro 443-633 euro
47%
634-679 euro 680-763 euro > 763 euro
0%; 0
Ontmoetingsruimte nabij + gezamenlijke buitenruimte
8%; 66
Alleen gezamenlijke buitenruimte
4%; 32
Ontmoetingsruimte nabij
3%; 20
Geen ontmoetingsruimte of gezamenlijke buitenruimte (of onbekend)
37%; 292 0
23%
gezamenlijke
48%; 380
Ontmoetingsruimte in complex
30%
en
50 100 150 200 250 300 350 400
Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
De aanwezigheid van andere kenmerken in geclusterde woonvormen voor ouderen zijn te zien in figuur 3.11. In alle geclusterde woonvormen is tenminste 1 slaapkamer, de badkamer en keuken bereikbaar zonder traplopen vanuit de
25
woonkamer. Niet alle complexen beschikken over een scootmobielberging, in totaal hebben 330 woningen wel een scootmobielberging (60%). Aan de Woonkeurnorm van 1 scootmobielberging per 5 inwoners voldoen weinig geclusterde woningen, in totaal 128 (23%) Figuur 3.11: Kenmerken geclusterd wonen voor ouderen*
Kamers bereikbaar zonder traplopen
100%; 546
Videodeurbel
85%; 466
Scootmobielberging
60%; 330
Personenalarmering
38%; 210
Woonkeur 1 scootmobielberging per 5 inw.
23%; 128 0
100 200 300 400 500 600
* Van 244 geclusterde woningen geen gegevens over bovenstaande kenmerken. Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
Aanbod en voorzieningen Op de volgende pagina’s staan het zorgaanbod en de voorzieningen op kaart uitgesplitst voor de kernen Geldrop en Mierlo.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
26
Geldrop
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
27
Mierlo
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
28
3.7 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod In onderstaande tabellen is te zien wat de balans is van vraag en aanbod van de basisprognose en de trendprognose, uitgaande van het huidig aanbod en nieuwbouwplannen en de vraagprognose. Tabel 3.8: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen, basisprognose (2022 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg Totaal
2022 +10 -10 0
2025 +90 +10 +100
2030 -45 -30 -75
2035 -160 -75 -235
2040 -225 -115 -340
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo 2020, aanbodinventarisatie, CZ Zorgkantoor en CBS-Microdata. Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen, trendprognose (2022 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg Totaal
2022 +10 -10 0
2025 0 +35 +35
2030 -310 +35 -275
2035 -640 +45 -595
2040 -925 +65 -860
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo 2020, aanbodinventarisatie, CZ Zorgkantoor en CBS-Microdata.
Een vergelijking van de vraagprognose met het aanbod aan woonvormen voor ouderen, laat zien dat het totale woningaanbod voor ouderen op dit moment voldoende is om aan de vraag te voldoen. Op de korte en lange termijn ontstaat een aantal knelpunten: • In de huidige situatie is het aanbod aan geclusterde woningen gelijk aan de vraag naar geclusterde woningen. In de basisprognose ontstaat een tekort van 225 geclusterde woningen in 2040. In de trendprognose ontstaat een nog groter en flink tekort aan geclusterde woonvormen. In 2040 loopt het tekort op naar 925 geclusterde woonvormen.
1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg
• Op dit moment is het aanbod aan geclusterde woningen met Wlz-zorg ook gelijk aan de vraag. In de basisprognose ontstaat een tekort van 115 geclusterde woningen met Wlz-zorg in 2040. In de trendprognose zien we dat het huidig aanbod voldoende is om de vraag in de toekomst te kunnen bedienden. Kijkend naar de marktsegmentatie van de geclusterde woonvormen van ouderen, dan valt het volgende op: • Ouderen hebben een grotere slaagkans op sociale huurwoningen dan andere leeftijdsgroepen. Het aanbod is ruim vergeleken bij de vraag, en dit zal naar verwachting tot 2040 zo blijven. Dit betekent niet dat woningen nu leeg staan. Een deel van de verklaring is waarschijnlijk dat er ook mensen onder de 65 jaar in deze woningen wonen; de vraagprognose is echter gebaseerd op de vraag van 65-plussers. Een andere verklaring zijn dure scheefhuurders in sociale huurwoningen. In de trendprognose in 2040 is het huidig aanbod aan geclusterde woningen in de sociale huurvoorraad gelijk aan de vraag. In de basisprognose is het aanbod groter dan de vraag; een overschot van 265 geclusterde woningen in de sociale huur. Hoewel er geen kwantitatieve opgave ligt in de sociale huur verwachten we wel dat er een kwalitatieve opgave ontstaat. Ook sociale huurconsumenten zullen met het wisselen der generaties vaker een woonbehoefte hebben naar hofjesachtige woonconcepten.
Dit betekent dat er wel een bouwopgave ligt in de sociale huur, waarbij het meer traditionele seniorenaanbod kan worden ingezet voor meerdere leeftijdsgroepen. • In de particuliere huursector is het aanbod ongeveer gelijk aan de vraag naar geclusterde woonvormen. Dit geldt op dit moment en ook richting 2040. In de trendprognose treed een klein tekort op in de particuliere huursector. • In de koopsector bestaat nu al een tekort en op de (middel)lange termijn ontstaan nog grotere tekorten aan geclusterde woonvormen. In de basis-
29
prognose loopt het tekort op naar 570 woningen, in de trendprognose loopt het tekort op naar 975 woningen. Tabel 3.10: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, basisprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Sociale huur Particuliere huur Koop Totaal
2022 +400 +15 -415 +10
2025 +460 +15 -390 +90
2030 +415 +5 -470 -45
2035 +370 0 -535 -160
2040 +350 -5 -570 -225
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo 2020, aanbodinventarisatie, CZ Zorgkantoor en CBS-Microdata. Tabel 3.11: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Sociale huur Particuliere huur Koop Totaal
2022 +400 +15 -415 +10
2025 +430 +5 -440 0
2030 +320 -15 -625 -310
2035 +200 -35 -810 -640
2040 +95 -50 -975 -925
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo 2020, aanbodinventarisatie, CZ Zorgkantoor en CBS-Microdata.
De vraag naar geclusterde woningen in de particuliere huurvoorraad of in de koopvoorraad zijn inwisselbaar. De vraag naar deze eigendomsvormen komen van mensen met dezelfde woonstijlen. Bij ouder wordende huiseigenaren kan een moment aanbreken dat zij kiezen voor de gemakken van een (particuliere) huurwoning. Niet al het aanbod dat is meegeteld onder de noemer ‘geclusterd wonen voor ouderen’ zal per se voldoen aan de woonwensen van mensen met een (oplopende) zorgvraag: niet alle complexen zullen een ontmoetingsruimte of gezamenlijke tuin in het complex hebben of in de directe nabijheid, en we zien landelijk en in de gemeente Geldrop-Mierlo dat een beperkt deel van de