CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting + bijlagen - Voortje 55 Mierlo (972228) (1.0).Pdf

Commissie Ruimte 22 november 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Voortje 55 (pluktuin)16.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie externe veiligheid

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A67. Het plangebied is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour PR 10 -6 contour van de Rijksweg A67 en ook niet binnen het plasbrandaandachtsgebied van deze weg. Het groepsrisico is zeer laag, en neemt ten gevolge van deze ontwikkeling maar in geringe mate toe. Het groepsrisico moet beperkt worden verantwoord. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost heeft advies uitgebracht. Uit de verantwoording groepsrisico en het advies van de Veiligheidsregio blijkt dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Geurhinder

4.5.1 Inleiding Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -

Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wet geurhinder en veehouderij wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de wet consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in de meeste gevallen het woon- en leefklimaat op een locatie.

Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

De gemeente Geldrop-Mierlo heeft geen eigen geurverordening vastgesteld, waarmee de wettelijke kaders maatgevend blijven. Derhalve gelden binnen het plangebied de geurnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij.

4.5.2 Veehouderijen in de omgeving De meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 750 meter ten westen van het plangebied. Hierna is een uitsnede weergegeven van de veehouderijbedrijvenkaart, waarop de veehouderijen ten opzichte van het plangebied zijn weergegeven.

Plangebied

Figuur 18: Veehouderijen in de omgeving van het plangebied

4.5.3 Woon- en leefklimaat Er dient binnen het plangebied sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze kaart waarop de ligging van het plangebied in beeld is gebracht.

Plangebied

Figuur 19: Achtergrondbelasting- en woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied

Uit deze berekening van de Omgevingsdienst blijkt dat er binnen het plangebied sprake is van een zeer goed woon- en leefklimaat, met een achtergrondbelasting van 0 tot 3 oue/m³. Gesteld kan dan ook worden dat hiermee sprake is van een zeer goed woon- en leefklimaat.

Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

4.5.4 Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven De beoogde herontwikkeling mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. De beoogde herbestemming ziet op een wijziging van een voormalig agrarische bestemming (thans woonbestemming) naar een maatschappelijke bestemming. Conform artikel 14 van de Wet geurhinder en veehouderij geldt een vaste afstand van 50 meter tussen veehouderijen en voor geurgevoelig object welke is gelegen op een (voormalig) agrarisch perceel. Derhalve geldt voor de woning binnen het plangebied een vaste afstand van 50 meter tot veehouderijen. Binnen een afstand van 50 meter zijn geen veehouderijbedrijven gelegen. Het plangebied op zodanig grote afstand tot veehouderijbedrijven gelegen, dat het plangebied nooit de eerst belemmerende woning voor een veehouderijbedrijf wordt. De beoogde herbestemming belemmert de omliggende veehouderijbedrijven niet in ontwikkelingsmogelijkheden.

4.6

Gezondheid

4.6.1 Geitenhouderijen 4.6.1.1

Beleidskader

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer blijft het risico vergroot. 4.6.1.2

Toets van het plangebied

Het plangebied is gelegen nabij de gemeenten Geldrop-Mierlo, Someren en Heeze-Leende. In de gemeente Geldrop-Mierlo is één geitenhouderij gelegen. Deze geitenhouderij is gelegen aan Heideschoor 95. Deze geitenhouderij is niet gelegen binnen twee kilometer tot het plangebied. Binnen het grondgebied van de gemeenten Heeze-Leende en Someren zijn geen geitenhouderijen gelegen op een afstand binnen twee kilometer tot het plangebied. Herbestemming van het plangebied is in het kader geitenhouderijen geen bezwaar.

4.6.2 Endotoxinen 4.6.2.1

Beleidskader

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is

Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. 4.6.2.2

Toets

Het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van 250 meter tot een varkenshouderij of binnen twee kilometer van een geitenhouderij. Ook is er geen sprake van ligging van een veehouderij in de omgeving waar een combinatie van deze dieren gehouden wordt. Op een afstand van 780 meter tot het plangebied is de pluimveehouderij aan Weijer 10 gelegen. Deze pluimveehouderij is gelegen binnen een afstand van 1 kilometer tot het plangebied. Op dit bedrijf worden maximaal 2.050 leghennen gehouden. Hiermee bedraagt de aan te houden endotoxinencontour 156 meter. Het plangebied is ruim buiten deze contour gelegen. De gemeente Geldrop-Mierlo is het bevoegd gezag of een advies bij de GGD dient te worden aangevraagd.

4.6.3 Driftzonering 4.6.3.1

Beleidskader

ln het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. 4.6.3.2

Toets

De gronden rondom het plangebied betreffen bosgronden of gronden in eigendom van de initiatiefnemer. Er is geen sprake van drift in de omgeving van het plangebied. Herbestemming van het plangebied is geen bezwaar in het kader van driftzonering.

Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

4.7

Bedrijven en milieuzonering

4.7.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De indicatieve lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.

4.7.2 Bedrijven in de omgeving In de directe omgeving van het plangebied is het agrarisch bedrijf aan Voortje 49 gelegen. Dit betreft een agrarisch bedrijf niet zijnde een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf. Voor een akkerbouwbedrijf geldt een aan te houden richtlijnafstand van 30 meter. Het plangebied is gelegen op een afstand van 130 meter en voldoet hiermee aan de aan te houden richtlijnafstand.

4.7.3 Vestiging zorgfunctie binnen het plangebied De zorgvoorziening binnen het plangebied dient in het kader van bedrijven en milieuzonering te worden gerealiseerd op een afstand van tenminste 30 meter tot gevoelige bestemmingen in de omgeving. Binnen deze afstand zijn geen andere gevoelige bestemmingen/woningen gelegen, waarmee voldaan wordt aan de aan te houden richtlijnafstand.

4.7.4 Conclusie De beoogde herontwikkeling is in het kader van de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dan ook geen bezwaar.

4.8

Natuur en ecologie

4.8.1 Inleiding Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

4.8.2 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het meest dichtbij gelegen Natura-2000 gebied betreft ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ en bevindt zich op een afstand van circa 120 meter ten zuiden van het plangebied. Door M&A Omgeving BV is een Aerius-berekening uitgevoerd. Dit rapport d.d. 1 september 2020 met rapportnummer 220-MVo55-lkv1 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies en aanbevelingen uit dit rapport zijn hieronder opgenomen. “Met behulp van de vigerende Aerius Calculator, is de stikstofdepositie bepaald op de nabij gelegen natuurgebieden, door de bouwactiviteiten op het terrein aan het Voortje 55 in Mierlo. Ook de uitstoot in de nieuwe gebruiksfase is hierin meegenomen. In eerste instantie is er voor gekozen om de huidige stikstofemissie door het houden van vee niet mee te nemen in de berekeningen. Een verschilberekening is pas relevant als in de nieuwe situatie er een stikstofdepositie wordt bepaald van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Dit is hier niet het geval, zodat de verschilberekening hier niet verricht hoeft te worden. Uit de resultaten blijkt dat de stikstofdepositie op de natuurgebieden 0,00 mol/ha/jr bedraagt voor het planjaar 2020. Daarmee zijn er uit oogpunt van stikstofdepositie geen belemmeringen voor de wijziging van de bestemming en de nieuwbouw van het gebouw voor de dagbesteding op het perceel.” Uit het onderzoek volgt dat de ontwikkeling uitvoerbaar is in het kader tot stikstof.

4.8.3 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Met de beoogde herbestemming wordt de bestaande pluktuin positief bestemd. De woonbestemming wordt herbestemd naar een maatschappelijke bestemming. Hiervoor wordt een nieuw gebouw toegevoegd met een omvang van 300 m². De pluktuin wordt hiervoor deels verlegd.

De maatschappelijke voorziening wordt landschappelijk ingepast met streekeigen soorten.

Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden geen opgaande groenelementen verwijderd, waarmee geen conflicten ontstaan met de Wet natuurbescherming en vindt geen sloop plaats. De beoogde herbestemming is in het kader van de Wet natuurbescherming geen bezwaar.

4.9 Cultuurhistorie De straat Voortje is op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant aangeduid als een Lijn van redelijk hoge waarde. De beoogde herbestemming heeft geen effect op de straat Voortje en de cultuurhistorische waarden van deze historische geografische lijn. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

4.10 Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed: roerend (cultuurgoederen en verzamelingen) en onroerend (monumenten en archeologie). De Erfgoedwet kent nieuwe bepalingen voor gemeenten. Zo kunnen gemeenten een gemeentelijke erfgoedverordening vaststellen en dienen gemeenten een erfgoedregister bij te houden. Ook dient het college van burgemeester en wethouders het voornemen om cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekendmaken. In 2010 heeft de gemeenteraad het Archeologische beleidsplan Geldrop-Mierlo vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart staan alle bekende archeologische waarden binnen het grondgebied van Geldrop-Mierlo. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische beleidskaart voor het plangebied. Het plangebied is hierop aangeduid.

Plangebied

Figuur 20: Uitsnede Archeologische beleidskaart waarop het plangebied is aangeduid

Het plangebied is aangeduid als ‘categorie 6: gebied van lage archeologische waarde’. Het gaat hierbij om gebieden waar het bodemprofiel als gevolg van aangetoonde ontgrondingen, recente bebouwing en funderingen zodanig verstoord is, dat eventuele archeologische resten als verloren be-

Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

schouwd mogen worden, of in ieder geval zodanig zijn aangetast dat zij niet meer voor onderzoek of bescherming in aanmerking komen. Ten slotte vallen hieronder ook de gedeselecteerde gebieden. Binnen het plangebied zijn in het verleden varkensstallen aanwezig geweest, waardoor binnen het plangebied geen bodemprofiel meer aanwezig is dat intact is. Bovendien is sprake van lage archeologische verwachtingswaarde. Een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet vereist.

4.11 Water 4.11.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gestileerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas.

4.11.2 Principes Waterschap Aa en Maas Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes:

-

gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; hydrologisch neutraal bouwen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling; wateroverlastvrij bestemmen; waterschapsbelangen.

4.11.3 Beleidskader 4.11.3.1 Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Werken met water. Voor nu en later’ In het Waterbeheerplan (WBP) is beschreven welke doelstellingen door Waterschap Aa en Maas worden nagestreefd in de periode 2016-2021 en hoe zij die doelstellingen gaan halen. Dit is geformuleerd aan de hand van vier programma’s: 1.

Veilig en Bewoonbaar beheergebied Bij dit programma gaat het er om het beheergebied zo goed mogelijk te beschermen tegen overstromingen van de Maas en het regionale watersysteem. Goede dijken om overstromingen vanuit de Maas te voorkomen. Voldoende ruimte voor water om overlast uit het regionale systeem te beperken en een goede calamiteitenorganisatie om als er toch problemen dreigen te ontstaan, zo adequaat mogelijk te kunnen handelen.

2.

Voldoende water en Robuust watersysteem Dit programma gaat over het zorgen voor een adequate en duurzame watervoorziening in ons beheergebied voor de diverse gebruiksfuncties in hun onderlinge samenhang. Dit doen we door

Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

het optimale peil en debiet na te streven in beken, kanalen, sloten én in de ondergrond (voorraadbeheer). Droogteperioden hebben daardoor nu en in de toekomst een zo kort en klein mogelijke impact. 3.

Gezond en Natuurlijk water Dit programma gaat in op alle activiteiten van het waterschap die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van gezond en natuurlijk water. We gaan in op hoe we toewerken naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit, dat ecologisch goed functioneert en waar de inwoners en bezoekers van ons beheergebied van kunnen genieten.

4.

Schoon water Dit programma gaat over de doelen en activiteiten met betrekking tot de afvalwaterketen met daarbinnen een centrale plek voor het zuiveren van afvalwater. Het programma vertoont een grote samenhang met het programma gezond en natuurlijk water. Immers, transporteren en zuiveren van afvalwater is een belangrijke activiteit om tot een gezond en natuurlijk watersysteem te komen.

4.11.3.2 Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen ter plaatse van het plangebied is de ‘Keur 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is op de kaart behorende bij de ‘Keur 2015’ aangewezen als gelegen in een attentiegebied. Navolgende figuur geeft het plangebied weer op de keurkaart. Het plangebied is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

Plangebied

Figuur 21: Uitsnede Keurkaart Waterschap Aa en Maas met daarop de ligging van het plangebied aangeduid

De beoogde herbestemming heeft geen effect op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van het plangebied. De beoogde herontwikkeling is dan ook niet in strijd met de regels die gesteld worden binnen het attentiegebied. 4.11.3.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met

Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

een toename van verhard oppervlak van minder dan 2.000 m². Het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. Met de beoogde herbestemming wordt de een maatschappelijke voorziening met een omvang van 300 m² toegevoegd binnen het plangebied. Bovendien wordt parkeerruimte en verharde paden gerealiseerd. Er is echter geen sprake van toevoeging van verharding met een omvang van meer dan 2.000 m².

4.11.4 Waterparagraaf 4.11.4.1 Bodemgebruik en grondwaterstand De bodem ter plaatse van het plangebied betreft veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21) en een Hoge zwarte enkeerdgronden bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het plangebied bedraagt tussen de 160 en 180 centimeter beneden maaiveld. 4.11.4.2 Hydrologisch neutraal bouwen Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem. Voor ontwikkelingen die dit negatief kunnen beïnvloeden, wordt daarom uitgegaan van de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Dat wil zeggen dat water zoveel mogelijk in een gebied wordt vastgehouden door infiltratie en waar dit niet mogelijk is water tijdelijk wordt geborgen (retentie). Door water lokaal te infiltreren of te bergen in een voorziening wordt het versneld afvoeren van overtollig hemelwater naar het bestaande oppervlaktewatersysteem zoveel mogelijk voorkomen. Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor de beoogde herbestemming van het plangebied. Ter plaatse wordt hydrologisch neutraal gebouwd.

Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan voor de bestaande bebouwing, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. Eventuele infiltratievoorzieningen dienen altijd plaats te vinden boven de GHG.

4.11.5 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van nietuitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen) voor in het te infiltreren water.

4.11.6 Huishoudelijk afvalwater na herontwikkeling Het plangebied is reeds aangesloten op het riool. De toe te voegen bebouwing wordt toegevoegd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet ver-

Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

ontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

4.12 M.e.r-beoordeling Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling. In een separaat opgestelde m.e.r. beoordelingsnotitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de effecten van het herbestemmen van de locatie aan Voortje 55 te Mierlo naar een maatschappelijke bestemming zoals omschreven. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure.

Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

5.

JURIDISCHE VORMGEVING

5.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

5.2

Toelichting op de analoge verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, bouwaanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De analoge verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. De bestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk - Buitengebied’, ‘Verkeer’ en zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waterstaat - Attentiegebied EHS’ zijn opgenomen. Binnen de maatschappelijke bestemming is een de functie aanduiding ‘bedrijfswoning’ ter plaatse van de bedrijfswoning.

5.3

Algemene toelichting op de regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Bouwregels;

-

Nadere eisen;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijking van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd. Met betrekking tot de regels is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied.

Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

5.4

Toelichting op de bestemmingen

5.4.1 Groen De maatschappelijke voorziening wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. De gronden rondom de maatschappelijke bestemming worden hiervoor bestemd als ‘Groen’. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.

5.4.2 Maatschappelijk - Buitengebied Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk - Buitengebied’ wordt de beoogde dagbestedingsvoorziening voor zorgbehoevenden mogelijk gemaakt. Nieuwe bebouwing dient achter de gevellijn te worden opgericht. Tevens wordt de pluktuin bestemd. Bij de pluktuin wordt ondergeschikte horeca mogelijk gemaakt. De huidige woning aan Voortje 55 is als bedrijfswoning bij de maatschappelijke voorziening aangeduid.

5.4.3 Verkeer Een gedeelte van de huidige bestemming van de initiatiefnemer is gesitueerd over de weg Voortje. Met dit bestemmingsplan is dit gedeelte bestemd als ‘Verkeer’, conform de omliggende gronden.

5.4.2 Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Archeologie 4 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan om behoud van eventuele archeologische waarden in de bodem te borgen.

5.4.2 Waterstaat - Attentiegebied EHS De voor ‘Waterstaat - Attentiegebied EHS’ aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden.

Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn in afdeling 6.4 Wro en afdeling 6.2 Bro regels opgenomen voor grondexploitatie bij een ruimtelijke ontwikkeling. Centraal doel van deze regels voor grondexploitatie is, om te komen tot een verbetering van het stelsel van kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie en een verbetering van de gemeentelijke regie met betrekking tot locatieontwikkeling. Het uitgangspunt van het dit stelsel vormt de verplichting tot kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat een gemeente de te maken kosten op de exploitant moet verhalen in het geval deze exploitant tot een ontwikkeling van de gronden overgaat. Deze verplichting wordt vormgegeven door het verplicht stellen van een grondexploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Bij onderhavige ontwikkeling is sprake van het verzekeren van kostenverhaal door het sluiten van een anterieure overeenkomt tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente GeldropMierlo zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst.

In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van uitkomsten van de inspraak- en zienswijzenprocedure op het wijzigingsplan kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan te wijzigen.

Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Voortje 55 Mierlo’ - Toelichting

7.

PROCEDURE

7.1

Procedure

Dit bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure houdt in dat het ontwerpwijzigingsplan na behandeling door het college van burgemeester en wethouders wordt gepubliceerd en zes weken ter inzage wordt gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt digitaal raadpleegbaar op ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Na zienswijzentermijn wordt het bestemmingsplan voor besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad. Daarbij worden eventueel ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2

Overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan is aangeboden in het kader van het wettelijk vooroverleg. Dit bestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, de Veiligheidsregio en waterschap Aa en Maas.

7.3

Zienswijzen

Dit bestemmingsplan is voor een periode van zes weken voor de zienswijzentermijn ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. Het bestemmingsplan is ongewijzigd ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.

Crijns Rentmeesters bv

45

AERIUS-BEREKENING

Voortje 55, Mierlo

Datum

: 1 september 2020

Rapportnummer

: 220-MVo55-lk-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Project

: Aerius-berekening aan de Voortje 55, Mierlo

Opdrachtgever

: Crijns Rentmeesters

Datum rapport

: 1 september 2020

Rapportnummer : 220-MVo55-lk-v1

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. v/d Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. v/d Vleuten

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Berekening emissie NOx Op een perceel aan het Voortje 55 in Mierlo is de veehouderij gesaneerd. In de plaats hiervan wordt een maatschappelijk bestemming gerealiseerd, waarbij een pluktuin aanwezig is, er dagbesteding wordt gerealiseerd voor 12 personen en hiervoor een nieuw huisvestinggebouw wordt gebouw centraal in de pluktuin.

Emissie door verkeer binnen de inrichting Tijdens de bouw van het gebouw voor de dagbesteding zal er verkeer van en naar de locatie rijden. Met deze directe gevolgen dient rekening gehouden te worden. De verkeersgegevens zijn afgeleid van een gesprek met de initiatiefnemer. De volgende emissiebronnen treden op gedurende het bouwproces: • gebruik van mobiele kraan of verreiker voor de graaf- en bouwwerkzaamheden : 40 uur; • in totaal 20 vrachtwagens tijdens de bouwperiode voor aanvoer bouwmaterialen / afvoer afval; • personen-/bestelauto’s werklui bouwen, totaal 200 voertuigen gedurende de bouwperiode; • het bouwproces neemt maximaal 4 maanden in beslag. Voor de in gebruiksfase van de pluktuin en de dagbesteding, wordt rekening gehouden met 25 personenauto’s/busjes per dag. Voor de onderhavige inrichting is rekening gehouden met een rijroute van het bouwverkeer via het Voortje zuidelijk (richting Someren / Geldrop). Voor de in gebruiksfase wordt rekening gehouden met een rijroute noordelijk (richting Mierlo). Na 300 meter gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is een worstcase inschatting die ruim voldoende zekerheid geeft dat afdoende rekening is gehouden met de effecten van deze bron.

De uitstoot van de bestelbussen/personenauto’s en vrachtwagens is meegenomen in de berekening en is verdeeld over rijlijnen die de rijroute van de voertuigen simuleert in de bouw- en gebruiksfase. Er worden geen gasgestookte, of andere organisch gestookte ketels, installatie gebruikt voor de locatie.

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Overige stationaire/mobiele bronnen binnen de inrichting Stationaire/mobiele bronnen binnen de inrichting Op het terrein wordt gebruik gemaakt van een mobiele kraan en / of verreiker voor de sloop-, graaf- en bouwwerkzaamheden. Hiervoor zijn de effectieve bedrijfsduren in de vorige paragraaf gegeven. Voor de mobiele bronnen wordt uitgegaan van een mobiele kraan met Stage IV technologie (bouwjaar na 2014). Er wordt uitgegaan van een maximaal vermogen tot 560 KW. Een dergelijke kraan verbruikt bij belasting 9 liter diesel per uur. Deze zijn in het Aerius-model ingevoerd als oppervlaktebron per locatie. De vrachtwagens die de beton leveren voor de nieuwbouw van het gebouw voor de dagbesteding, draaien stationair tijdens het storten van de beton. Dit geschiedt in maximaal 4 uur tijd. Er wordt uitgegaan van 4,5 liter dieselverbruik tijdens stationair draaien van de vrachtwagenmotor. In totaal wordt dus 18 liter diesel verdisconteerd in een extra bijdrage op het emissiepunt van de mobiele kraan / verreiker. Er wordt op de locatie verder gebruik gemaakt van een elektrisch aangedreven kraan voor het lossen van de vrachtwagens met materialen. Alle overige handapparatuur zijn eveneens elektrische apparaten. Andere transportbewegingen zijn evenmin op de locatie van toepassingen.

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Conclusie Met behulp van de vigerende Aerius Calculator, is de stikstofdepositie bepaald op de nabij gelegen natuurgebieden, door de bouwactiviteiten op het terrein aan het Voortje 55 in Mierlo. Ook de uitstoot in de nieuwe gebruiksfase is hierin meegenomen. In eerste instantie is er voor gekozen om de huidige stikstofemissie door het houden van vee niet mee te nemen in de berekeningen. Een verschilberekening is pas relevant als in de nieuwe situatie er een stikstofdepositie wordt bepaald van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit is hier niet het geval, zodat de verschilberekening hier niet verricht hoeft te worden. Uit de resultaten blijkt dat de stikstofdepositie op de natuurgebieden 0,00 mol/ha/jr bedraagt voor het planjaar 2020. Daarmee zijn er uit oogpunt van stikstofdepositie geen belemmeringen voor de wijziging van de bestemming en de nieuwbouw van het gebouw voor de dagbesteding op het perceel.

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Bijlage 1 : Luchtfoto + situatietekening

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Bijlage 2 : Aerius-berekening

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

EXTERNE VEILIGHEID

Voortje 55, Mierlo

Datum

: 22 januari 2021

Rapportnummer

: 220-MVo55-ev-v2

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

Project

:

Risicoinventarisatie externe veiligheid A67 Voortje 55, Mierlo

Opdrachtgever

:

Dhr. en mevr. van Heugten

Datum rapport

:

22 januari 2021

Rapportnummer :

220-MVo55-ev-v2

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. ir W.A. van Aerle : Mevr. ing. A. v/d Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. van der Vleuten

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2.

Externe veiligheid

2

3.

Vervoer gevaarlijke stoffen

5

4.

Resultaten

7

5

Conclusie

9

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2:

Luchtfoto + situatietekening Resultaten RBM II nieuwe situatie

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

1. Inleiding Op een locatie aan het Voortje 55 in Mierlo vindt een ruimtelijke ontwikkeling plaats, waarbij de bestemming wordt gewijzigd naar maatschappelijk. Op de locatie is een pluktuin gerealiseerd en er wordt dagopvang voor maximaal 12 personen gerealiseerd. In de huidige situatie is op de locatie een veehouderij gesaneerd. In het kader van deze ruimtelijke procedure dient o.a. het aspect externe veiligheid te worden beschouwd. Het plan veroorzaakt zelf geen risico’s voor de omgeving. Het toevoegen van personen in een gebied kunnen de risico’s voor de omgeving echter hoger maken, doordat de kwetsbaarheid van de omgeving wordt vergroot. Dit aspect dient planologisch bezien te worden indien het bouwplan is gelegen in het invloedsgebied van risicovolle activiteiten. In de directe omgeving van het bouwplan bevindt zich de rijksweg A67 (wegvak B73) die relevant is qua externe veiligheid vanwege het vervoer gevaarlijke stoffen over deze transportas. In het Besluit externe veiligheid transportroutes is beschreven hoe in Nederland met risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke goederen dient worden omgegaan. Hoewel dit geen wettelijke bepaling betreft is het van belang planologisch rekening te houden met het Besluit. In dit rapport wordt ingegaan op de gevolgen qua externe veiligheid van de ontwikkeling voor wat betreft de genoemde activiteiten.

1

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

2. Externe veiligheid 2.1 Algemeen Bij een kwantitatieve risicoanalyse is het noodzakelijk scenario’s te bepalen die relevant te achten zijn voor de optredende risico’s voor de omgeving. De risico’s die optreden binnen de begrenzing van de inrichting vallen daar dus niet onder. Bij toetsing van de externe veiligheid zijn de volgende begrippen van belang: C plaatsgebonden risico (afgekort PR); C groepsrisico (afgekort GR); De begrippen worden hieronder toegelicht.

2.2 Plaatsgebonden risico Burgers moeten voldoende beschermd zijn tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het basisbeschermingsniveau is een basisnorm dat de kans uitdrukt dat een omwonende overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Het plaatsgebonden risico (PR) wordt uitgedrukt in een getal. Dat getal drukt de kans uit dat een persoon die een jaar lang permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats aanwezig is, als rechtstreeks gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen komt te overlijden. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt ten hoogste 10-6 per jaar. Dat betekent dat deze kans niet hoger mag zijn dan één op de miljoen per jaar. Voor de A67 (wegvak B73) is een 10-6 contour opgenomen van 29 meter. Onderhavige onderzoekslocatie ligt op een afstand van 80 meter van de A67, zodat dit betekent dat het plan buiten de PR-contour van de betreffende weg is gesitueerd en derhalve geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

2

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

2.3 Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is (Bevi, artikel 1, lid 1). Deze definitie impliceert een tweetal aspecten die (rechtstreeks) invloed uitoefenen op de hoogte van het groepsrisico. De kans op een ongeval en het aantal potentiële dodelijke slachtoffers. De kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen is afhankelijk van: C de aard en omvang van de gevaarlijke stoffen; C de daarmee verrichte handelingen; C de wijze waarop een inrichting omgaat met veiligheid. Het aantal potentiële dodelijke slachtoffers hangt af van o.a.: C de samenstelling (hoeveelheid én spreiding) van de bevolking; C de effecten van een stof in geval van een ongeluk; C de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijding van de gevolgen. Het groepsrisico dient opnieuw te worden vastgesteld indien er bijvoorbeeld wijzigingen zijn in het aantal personenaantallen in een gebied of wijzigingen in de kwetsbaarheid van een object.

In onderhavige situatie wijzigt het personenaantal naar aanleiding van de dagbesteding en bezoekers van de pluktuin. In totaal komen er gemiddeld 25 personen per dag. Met dit personenaantal zal de berekening voor het groepsrisico worden uitgevoerd.

3

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

2.4 Plasbrandaandachtsgebied Langs en op de wegen, hoofdspoorwegen en binnenwateren, waarover substantiële hoeveelheden brandbare vloeistoffen worden vervoerd, gelden plasbrandaandachtsgebieden. In artikel 16 van de onderhavige Regeling Basisnet is de omvang van het plasbrandaandachtsgebied geregeld voor het betrokken gedeelte van de weg of hoofdspoorweg waarvoor een plasbrandaandachtsgebied geldt. Een plasbrandaandachtsgebied is het gebied van 30 meter, waarbinnen rekening gehouden dient te worden met de gevolgen van een eventuele plasbrand bij het realiseren van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een tankauto, spoorketelwagen of schip. Het Bevt geeft regels voor de verantwoording van het toelaten van dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen in plasbrandaandachtsgebieden met het oog op de mogelijke gevolgen van een plasbrand. Tevens gelden op grond van het Bouwbesluit 2012 bepaalde bouweisen voor nieuwe gebouwen langs wegen of hoofdspoorwegen in dit gebied. Het plangebied aan het Voortje 55 ligt buiten het plasaandachtsgebied van de A67.

4

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

3. Vervoer gevaarlijke stoffen 3.1 Rekenprogramma RBMII De berekeningen dienen te worden uitgevoerd conform het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). In opdracht van het ministerie van V&W is hiervoor het computerprogramma RBMII ontwikkeld en ter beschikking gesteld. Het programma RBM II is een gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van de risico's van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, over het spoor en over het water. 3.2 Invoergegevens. In de bijlagen is alle informatie opgenomen van het model van de omgeving en de overige invoergegevens van RBMII. De rekenresultaten zijn ook in de bijlagen opgenomen. De vervoersaantallen zijn ontleend aan de Regeling Basisnet. Voor de A67 zijn de gegevens samengevat in onderstaande tabel. Tabel 1: vervoersaantallen Categorie

Beschrijving

Cat GF3

zeer ontvlambare gassen

Aantallen/jaar 6719

5

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

3.3 Plan Voortje 55 Onderhavig perceel is op ongeveer 80 meter afstand van de A67 gesitueerd. In onderstaand figuur is het plangebied t.o.v. de weg weergegeven.

Figuur 2 : Locatie plan Voortje 55 Voor het plangebied is een pluktuin gerealiseerd, wordt een gebouw voor dagopvang gebouwd en worden dagelijks maximaal 12 personen opgevangen in de dagopvang. Verder is een woning op het perceel aanwezig. Dit betekent dat voor de maatschappelijke functie wordt uitgegaan van gemiddeld 25 personen per dag. Voor de woning wordt het gemiddelde van 2,4 personen aangehouden. Verder is voor Voortje 51 een woonbebouwing aangemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met maximaal 38 personen. Op Voortje 49 isa een agrarisch bedrijf gesitueerd, waarvoor 22 personen zijn aangehouden. Met genoemde aantallen is rekening gehouden in de RBMII-berekeningen.

6

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

4. Resultaten 4.1 Resultaten RBMII (nieuwe situatie) Met behulp van de gegevens zoals in hoofdstuk 3 zijn gegeven zijn de nieuwe risico’s bepaald inclusief de nieuwe ontwikkelingen. In onderstaande figuur is de FN-curve weergegeven voor de huidige situatie. Hierin is het hoogste groepsrisico per km weg weergegeven t.o.v. de oriëntatiewaarde.

Figuur 3 : FN-curve voor de nieuwe situatie Uit figuur 3 blijkt dat het groepsrisico van de ontwikkeling aanzienlijk lager is dan de oriënterende waarde voor het groepsrisico. Het maximaal aantal optredende slachtoffers voor het gehele traject bedraagt 30 personen bij een frequentie van 2,3A10-8.

7

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

4.2. Verantwoording groepsrisico Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes hoeft bij geen overschrijding van de oriëntatiewaarde, geen uitgebreide verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Omdat de hoogte van het groepsrisico kleiner is dan 0,1 x oriëntatiewaarde kan worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico (art. 8.2.a Bevt). Voor de locatie kan worden gesteld dat er vluchtwegen aan meerdere zijden van het perceel zijn. Vluchten kan altijd plaatsvinden aan de zijde die is afgekeerd van de betreffende weg. Dit garandeert te allen tijde dat vluchten mogelijk wordt gemaakt. Verder is de bereikbaarheid van de bebouwing van verschillende richtingen mogelijk. Ook het feit dat de hulpdiensten de gebouwen van verschillende zijden kunnen betreden, bevordert het mogelijke vluchten van gewonde of minder valide personen. Het pand dient te worden uitgevoerd conform Bouwbesluit 2012. Dat betekent dat er een ventilatie in het pand aangebracht moet worden. Deze ventilatie moet middels een knop uitgeschakeld kunnen worden. Geadviseerd wordt pm deze knop te realiseren in de ruimte van de dagbesteding. Er wordt een dagbesteding gerealiseerd voor maximaal 12 personen. Deze personen zijn aan te merken als vermiderd zelfredzaam. In de praktijk zal er altijd een begeleider aanwezig zijn bij deze personen, omdat deze niet alleen kunnen worden gelaten.

De begeleider dient geïnstrueerd te worden dat in geval van een toxisch incident op de Rijksweg A67 de mensen binnen moeten blijven en de ventilatie uitgeschakeld moet worden. Dit dient in de BHV-organisatie van de dagbesteding te worden geregeld. Deze argumenten kunnen voor de gemeente Geldrop-Mierlo worden aangehouden als verantwoording voor het groepsrisico. De gemeente zal advies inwinnen bij de veiligheidsregio.

8

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

4.3 Plasbrandaandachtsgebied Voor onderhavig weg is een plasbrandaandachtsgebied van toepassing. Binnen 30 meter afstand vanaf de rand weg mogen geen kwetsbare objecten worden gerealiseerd. Voor onderhavige locatie geldt echter dat de afstand minimaal 80 meter bedraagt, zodat geen extra maatregelen nodig zijn uit oogpunt van een plasbrand.

9

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

5. Conclusies Ten aanzien van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen blijkt dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico in de nieuwe situatie niet wordt overschreden. Door de toename van gemiddeld 25 personen per dag door de ontwikkeling, wordt het groepsrisico verhoogd. Omdat de hoogte van het groepsrisico kleiner is dan 0,1 x oriëntatiewaarde kan volstaan worden met een beperkte verantwoording groepsrisico. In hoofdstuk 4.3 zijn een aantal argumenten gegeven ter onderbouwing van het groepsrisico. De maatregelen worden op de tekening behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning aangegeven.

10

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

Bijlage 1: Luchtfoto + situatietekening

Voortje 55, Mierlo

M & A Omgeving BV

Bijlage 2: Resultaten RBM II nieuwe situatie

Rapportage RBM II

Project: Versie RBM 2.4: Releasedatum RBM: Rapport gegenereerd op:

Voortje 55, Mierlo 2.4.2017 Build: 33 19-12-2016 01-09-2020 16:15:55

1

Inhoudsopgave Titelpagina Inhoud 1. Projectgegevens 1.1 Samenvatting 1.2 Contouren 1.3 Versies 1.4 Werkgebied 1.5 Algemene gegevens 1.6 Weer 1.6.1 Algemene weergegevens

1 2 3 3 3 3 4 4 4 4

1.6.2 Meteorologische gegevens 2. Situatieplot 3. Groepsrisico 3.1 Groepsrisicocurve

5 6 7 7

3.2 Kenmerken van het groepsrisico 4. Route en transportgegevens 5. Bouwvlakken

8 9 10

2

1. Projectgegevens' Voortje 55, Mierlo' 1.1 Samenvatting Beschrijving Naam Omschrijving Modaliteit Weerstation Lengte van de totale route Berekend

Waarde Voortje 55, Mierlo Externe veiligheid A67 Weg Eindhoven 2457 PR en GR berekend

Eenheid

m

1.2 Contouren Beschrijving

Gemiddelde afstand tot de contouren m

A67-wegvak B73

(1 traject).

10-8 contour 10-7 contour

181,1 91,6

Oppervlak onder de contouren m2 992774 476435

1.3 Versies Onderdeel RBM_II_v24.exe RBM_23_Conversie.exe Helpbestand Pop.service filter Scenariobestand Stofgegevens Transportmiddelen Systeemdatum

Versie 2.4.2017 Build: 33 2.2.0 Build: 884 2.4.1 ps20160701 scn20160701 stf20160701 tm20160701

Datum 19-12-2016 8-11-2016 13-12-2016 2016/11/1 20160701 20160701 20160701 1-9-2020

3

1.4 Werkgebied Punt X-coördinaat van het meest ZW punt Y-coördinaat van het meest ZW punt Grootte van het werkgebied

Waarde 171300 380150 2500

1.5 Algemene gegevens Eigenschap Naam Omschrijving

Waarde Voortje 55, Mierlo Externe veiligheid A67

Uitgevoerd door: Naam Telefoon Emailadres Bedrijf Adres Postcode Plaats

M&A Omgeving BV 0493-539803 mena@m-en-a.nl M&A Omgeving BV Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen

In opdracht van: Naam Telefoon Emailadres Bedrijf Adres Postcode Plaats

Crijns Rentmeesters -

1.6 Weer 1.6.1 Algemene weergegevens Eigenschap Weerstation Aantal windrichtingen Aantal weerklassen Begin van de dag Begin van de nacht

Waarde Eindhoven 12 6 8:00 18:30

4

1.6.2 Meteorologische gegevens stabiliteit, windsnelheid Periode

Dag

Nacht

B

D

E

F

Richting 3

1,5

5

9

5

1,5

1

0,018

0,010

0,019

0,014

0,000

0,000

2

0,023

0,013

0,019

0,010

0,000

0,000

3

0,029

0,009

0,021

0,018

0,000

0,000

4

0,024

0,008

0,016

0,015

0,000

0,000

5

0,019

0,008

0,016

0,011

0,000

0,000

6

0,016

0,011

0,014

0,006

0,000

0,000

7

0,014

0,012

0,024

0,021

0,000

0,000

8

0,016

0,014

0,038

0,063

0,000

0,000

9

0,017

0,015

0,049

0,092

0,000

0,000

10

0,012

0,013

0,035

0,058

0,000

0,000

11

0,011

0,009

0,024

0,032

0,000

0,000

12

0,012

0,009

0,021

0,023

0,000

0,000

1

0,000

0,008

0,010

0,004

0,006

0,018

2

0,000

0,014

0,014

0,006

0,009

0,027

3

0,000

0,011

0,020

0,010

0,015

0,029

4

0,000

0,008

0,015

0,010

0,012

0,018

5

0,000

0,013

0,016

0,008

0,010

0,024

6

0,000

0,015

0,017

0,006

0,008

0,025

7

0,000

0,018

0,026

0,018

0,009

0,025

8

0,000

0,019

0,041

0,051

0,013

0,024

9

0,000

0,018

0,044

0,063

0,012

0,018

10

0,000

0,015

0,025

0,028

0,008

0,017

11

0,000

0,011

0,014

0,010

0,005

0,014

12

0,000

0,009

0,011

0,006

0,004

0,017

5

2. Situatieplot

6

3. Groepsrisico 3.1 Groepsrisicocurve

7

3.2 Kenmerken van het groepsrisico FN-curve

Normwaarde (N:F)

Max. F ( N:F )

Max. N ( N:F)

Verw.waarde

Project, Hoogste GR per punt.

0,00000 (15 : 1,6E-009)

2,0E-009 (11 : 2,0E-009) 15 (15 : 1,6E-009)

3,54E-008

Project, Hoogste GR per km.

0,00000 (17 : 1,3E-008)

2,3E-008 (11 : 2,3E-008) 30 (30 : 1,0E-009)

4,12E-007

Project, Gesommeerd GR.

0,00000 (17 : 1,3E-008)

2,3E-008 (11 : 2,3E-008) 30 (30 : 1,0E-009)

4,15E-007

8

Type traject

1 Autosnelweg A67-wegvak B73

Naam

25

m

8,3E-8

1/jaar

route

stof

GF3 (zeer brandbaar gas)

Lengte Stof

traject ID traject ID m Niet Niet 2457 verbonden verbonden

Relatie

Modaliteit: Weg

Breedte Frequenti e

4. Route en transportgegevens

6719

1/jaar

Tankwagen (brandb. gas)

# Transp. middel Transporte -

0,61

-

1

Transportverdeling Dag Werkweek

9

wonen

bedrijf

Voortje51

Voortje49

5586,9

1914,8 RBM v24

RBM v24

RBM v24

1 / m2

Capaciteit

Nacht -

Dag -

Aanwezigen

-

Dag -

Nacht

Fractie buitenshuis Tot

24:00

24:00

10

NVT

NVT

NVT

18:30

1/jaar

# situaties

NVT

Aanwezigheid per dag

24:00

uu : mm uu : mm

Vanaf

Aanwezigheid

addgitesnBerdfij ooWebnoubignw ooWebnoubignw contiun Bfeijrd

m2

wonen-dagopvang-p 5458,6 luktuin

Voortje55

Oppervlak Herkomst Gebruiksfunctie gegevens

Omschrijving

Naam

5. Bouwvlakken

0 0.400

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=120c0ff7-5799-4361-bfe0-2af4790c6ffb