CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

RV GM2021-128724 Vaststellen Regionale Energie Strategie Metropoolregio Eindhoven totaal.pdf

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststellen Regionale Energie Strategie Metropoolregio Eindhoven (RV GM2021-128724)29.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

-:\Jrz--Iïo-o.Míerro

Raadsvoorstel

Onderwerp Vaststellen Regionale Energie Strategie van de Metropoolregio Eindhoven, RES 1.0 MRE

Beslispunten 1. De Regionale Energie Strategie van de Metropoolregio Eindhoven, RES 1.0 MRE vast te stellen

lnleiding We hebben als 21 gemeenten uit de Metropoolregio Eindhoven (MRE), twee waterschappen, provincie en Enexis gezamenlijk de verantwoordelijkheid om invulling te geven aan de nationale doelstellingen van het Klimaatakkoord. Met de RES 1.0 zetten wij hierin een volgende stap. De RES 1.0 bevat de gezamenlrjke ambities en inhoudelijke uitgangspunten op het gebied van energiebesparing, warmtetransitie en duurzame opwek tot 2030, met een doorkijk naar 2050. Als samenwerkende gemeenten hechten we veel belang aan het volgen van een zorgvuldig proces om tot de RES te komen. Dit proces heeft langer geduurd dan eerst gepland, maar gaf daardoor de kans om met elkaar goed over de inhoud in gesprek te gaan. Om een zorgvuldige analyse van zoekgebieden voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit te kunnen maken, is een uitgebreid milieueffecten-onderzoek uitgevoerd, een planMER. Hiermee is een verdiepingsslag gemaakt op de eerste analyses in de concept-REs, die in de zomer van 2020 in alle raden is besproken. Op 2 maart 2021 heeft u uw schriftelijke input gegeven op de eerste versie van de concept RES 1.0. Deze input hebben wij ingebracht bij het overleg van de stuurgroep RES van 10 maart 2021 en het regionale portefeuillehoudersoverleg energietransitie van 17 maart2021. De definitieve versie van de concept RES 1.0 is op 22 maart2021 vrijgegeven.

Wij hebben uw schriftelijke input van 2 maart en de input van het Platform Duurzaam Geldrop-Mierlo venverkt in een zienswijze op de concept RES 1.0 die wij 9 iuni 2021 aangeboden hebben aan de Stuurgroep Regionale Energiestrategie (bijlage 4). De stuurgroep heeft op alle ingediende zienswijzen gereageerd. ln bijlage 5 is te vinden hoe uw zienswijze venverkt is. De ingediende zienswijze op de concept RES 1.0 heeft deels geleid tot aanpassing van het definitieve stuk. ln sommige gevallen wordt aangegeven dat de reactie meegenomen wordt bij de opstelling van de RES 2.0. ln bijlage 6 is te zien wat er in de RES 1.0 gewijzigd is ten opzichte van de concept RES 1.0.

Wat willen we bereiken Na vaststelling van de RES 1.0 wordt deze gedeeld met het Rijk. De reacties van de gemeenteraden worden toegevoegd in een bijlage. Deze reacties worden daarnaast betrokken bij de verdere uitwerking van het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES en meegenomen in de doorontwikkelíng naar de RES 2.0. De RES 2.0 moet op 1 juli 2023 worden opgeleverd. Daarnaast verwerken we de RES in gemeentelijk beleid zoals de duurzaamheidsnota en de omgevingsvisie. Daarmee zal de RES weer uitgewerkt in verordeningen, bestemmings- of omgevingsplannen en toegepast worden bij het verlenen van vergunningen. Zo wordt stapsgewijs de juridische status verankerd.

t28124 blad I van 4

-i\|rz--lï*"p-Míerlo

Raadsvoorstel

Argumenten 1.1 Met de RES 1.0 geven we invulling aan een opgave van het riik Onderdeelvan het landelijke Klimaatakkoord is de afspraak dat elke regio in Nederland een Regionale Energiestrategie (RES) opstelt. Hierin geven de regio's invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord zoals deze zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Elke regio wordt gevraagd via een bod aan te geven hoeveel energie zij verwachten op te kunnen wekken in hun regio met grootschalige zon en wind. Gevraagd wordt om een heldere en herleidbare onderbouwing van het aanbod en keuzes voor potentiële zoekgebieden die benut kunnen worden. Daarnaast wordt gevraagd om een Regionale Structuur Warmte. De voorliggende RES 1.0 voldoet aan deze vraag van het rijk. 1.2 De RES 1.0is een aanvaardbaar stuk dat een goede basis vormt voor de RES 2.0 Het stuk is zorgvuldig opgesteld mel21 gemeenten, provincie, twee waterschappen en netbeheerder Enexis. lnhoudelijk komen de thema's die het rijk als opdracht meegegeven heeft aan bod. Het bod voor grootschalige opwek van 2 TWh is passend voor onze regio. Ook is voor zorgvuldigheid en

toetsing van mogelijke milieueffecten, een milieueffectrapportage van de zoekgebieden gemaakt (PlanMER). De RES 1.0 vormt hiermee een goede basis voor verdere concretisering in de RES 2.0. 1.3.De RES í.0 zorgt niet voor knelpunten met lokaal beleid Wat er in de RES staat belemmert de uitvoering van ons lokale beleid niet. Het vaststellen van de RES zorgt dus niet voor problemen bij de uitvoering van lokaal beleid. 1.4 De RES í.0 biedt kansen om verschillende vraagstukken gezamenlijk op te pakken ln de RES worden verschillende projecten benoemd die regionaal of op basis van vrijwillige deelname opgepakt kunnen worden. Onze gemeente kan hierbij aansluiten. Door regionaal samen te werken kunnen we meer bereiken. Onze venvachting is dat hierdoor het bereik van projecten groter zal ziin en dat de kosten en gevraagde capaciteit lager is dan als wij een soortgelijk project zelf zouden opzetten. Voorbeelden hiervan zijn projecten als een Greendeal Zorg of een aanpak voor label C verplichting

voor kantoren.

Kanttekeningen

1.1 De zoekgebieden bieden onvoldoende mogelijkheden om als gemeente COz neutraal te worden Zoals uit de houtskoolschets (opgesteld voor de Nota Duurzaamheid) voor onze gemeente blijkt, moeten wij naar verwachting zonnepanelen op alle geschikte daken leggen, 140 ha zonneveld realiseren en 4 windmolens bouwen om in de toekomst CO2 neutraal te kunnen worden. Het is niet mogelijk deze opgave te realiseren binnen de zoekgebieden zoals opgenomen in de RES 1.0. Zo is er in onze gemeente geen zoekgebied voor windmolens opgenomen. De zoekgebieden in de RES 1.0

zijn echter voor grootschalige opwek die gerealiseerd wordt voor 2030. Onze ambities kijken verder dan 2030 en daarnaast zal de RES elke twee jaar geëvalueerd worden. Er zijn dus nog mogelijkheden om in een later stadium alsnog zoekgebieden in de RES in te brengen. 1.2 Het is nog onzeker of heÍ RES-bod voor 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd ln de Netimpactrapportage (bijlage 6.1 van de RES 1.0) wordt het volgende aangegeven:

"Welke sÍaÍlons op welk moment meer teruglevercapaciteit beschikbaar krijgen moet nog verder uitgewerkt worden in de toekomstige netvisie van TenneT en Enexis voor Noord-Brabant. De RES is input voor deze netvisie, en de netvisie wordt vervolgens opgenomen in het lnvesteringsplan van TenneT. Doordat de netvisie nog niet uitgewerktis, is heÍ nog onzeker of het RES-bod voor 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd. De tijdslijn en planning die volgt uit de netvisie ziin daarom essenÍiee/ voor de programmering van de RES. " Als regio zullen wij hier scherp op moeten blijven.

128724 blad 2 van 4

_i\lrrz_ --lï*"r. Míerlo

Raadsvoorstel

Wat gaan we daarvoor doen Op dit moment wordt door de verschillende partijen die betrokken zijn bij de RES op lokaal, subregionaal en regionaal niveau gewerkt aan de uitvoering. Daarbij kijken we over de gemeentegrenzen heen. Er wordt intensief samengewerkt en geïnvesteerd om initiatieven verder te helpen. Continuering en verbreding van deze beweging is belangrijk. Om de RES naar uitvoering te brengen zijn grote stappen nodig. Onze ambities vragen om langjarige samenwerking tussen overheden, netbeheerders, het bedrijfsleven, (samenwerkende) inwoners en andere stakeholders. De uitvoering is bijverschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). De uitdaging is om dit samen goed te organiseren tussen gemeenten, provincie, netbeheerders en andere maatschappelijke partners. Om hier invulling aan te geven stellen we als regio een Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma op. Hierin zetten we als samenwerkende overheidspartners - gemeenten, provincie en waterschappen in samenwerking met alle betrokken stakeholders beleidsmatige afspraken om in concrete projecten.

Wijwillen ons als gemeente inzetten om, met de RES als vliegwiel, de gewenste energietransitie in de Metropoolregio Eindhoven mogelijk te maken. Wat mag het kosten Vanuit het Rijk vindt financiering plaats van de regionale kosten van het RES{raject. Dit geld wordt onder meer ingezet voor de kosten van begeleiding van het traject door externe adviseurs en de MRE-organisatie. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitvoeringsagenda. Hierbij worden de kosten inzichtelijk gemaakt van de projecten binnen deze agenda. Ook wordt gekeken naar hoe deze projecten gefinancierd kunnen worden. Er wordt deels gewerkt met modules; gemeenten kunnen hier vrijwillig bij aansluiten. Deze moduleprojecten zullen waarschijnlijk (deels) door de gemeenten die aansluiten zelf gefinancierd moeten worden. Eventuele kosten hiervoor zullen meegenomen worden in de duurzaamheidsnota.

Duurzaamheid De RES draagt bij aan het onderwerp duurzaamheid. ln de RES komen besparing, duurzame opwek en de warmtetransitie aan bod.

BurgerpaÉicipatie Namens de Stuurgroep RES is de inspraak voor de RES georganiseerd. Via diverse informatiebijeenkomsten (meest digitaal) zijn inwoners, organisaties, bedrijfsleven en politiek meegenomen in het proces. Daarnaast zijn er enquêtes gehouden om input op te halen bij inwoners. Er is ook periodieke afstemming geweest met de regionale Adviesgroep RES met een vertegenwoordiging van regionale stakeholders, zoals ZLf O, BMF, energiecoóperaties, woningcorporaties en een vertegenwoordiging van het bedrijfsleven. ln de RES 1.0 vindt u vanaf bladzijde 20 een beschrijving van het participatietraject.

Evaluatie Voorgesteld wordt om voor aanvang van de RES 2.0 een evaluatie van het traject van de RES 1.0 te houden.

128124 blad 3 van 4

-i\l/i--lï**.Míerlo

Raadsvoorstel

Bijlagen:

1. Regionale Energiestrategie 1.0 Metropoolregio Eindhoven 2. Publieksversie RES 1.0 3. Bijlagen 1.1 tlm 7.3 RES I .0 4. Zienswijze Geldrop-Mierlo op Concept RES 1.0 5. Reactie RES op zienswijze Geldrop-Mierlo 6. Overzicht aanpassingen en aanvullingen RES 1.0 t.o.v. concept RES 1.0

Geldrop, 2 november 2021

J

secretaris

Bree eester

128724 blad 4 van 4

Regionale Energiestrategie Metropoolregio Eindhoven

1. Leidende principes en afwegingskader

Bijlage 1.1 Onze leidende principes en afwegingskader

Metropoolregio Eindhoven

1.0

Onze leidende principes en afwegingskader De RES wordt uitgewerkt op basis van onze leidende principes: een kader van (maatschappelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen. Voor de Metropoolregio Eindhoven hebben we de volgende leidende principes benoemd: 1. Een toekomstgerichte strategisch visie 2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit 4. De energietransitie als kans voor de regio 5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal De leidende principes vormen de basis voor beleids- dan wel uitvoerings-afspraken die de komende periode worden uitgewerkt.

1. Een toekomstgerichte strategische visie Met de RES bieden wij een strategische visie, met oog voor de korte (2030) en middellange termijn (2050). Daarbij gaat het zowel om de inhoudelijke keuzen en fasering, als om hoe we de samenwerking vormgeven en borgen. Het vormgeven en borgen van de samenwerking werken we verder uit richting RES 1.0.

2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. • Vanwege de grote maatschappelijke investeringen en de impact op inwoners en leefomgeving nemen de 21 gemeenten, de provincie en de waterschappen de regie in de realisatie van de energietransitie en is de netbeheerder hierbij een belangrijke adviseur en sparring-partner. • De opgaven zijn regionaal geformuleerd en worden door de 21 gemeenten gezamenlijk opgepakt, verdeeld en ingevuld. Voor de RES Metropoolregio Eindhoven komen de 21 gemeenten tot onderlinge afspraken. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. • Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave, maar gaat zelf over invulling en realisatie van de uitvoeringsagenda, binnen de afgesproken kaders (‘verbondenheid in vrijheid’). • De 21 gemeenten, provincie, waterschappen en netbeheerder communiceren vanuit één gezamenlijke boodschap, waarbij de regionale opgave in de energietransitie voorop staat. Iedere gemeente gaat zelf over de vertaling van deze boodschap naar de lokale gemeenschap.

3. Focus op maximaal behoud van ruimtelijke kwaliteit We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: • maximale  inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; • h  et benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; • w  aar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; • h  et hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. De provincie heeft samen met de vier Brabantse regio’s een aantal Brabantbrede ruimtelijke/landschappelijke principes bepaald (geza-menlijke principes omgevingskwaliteit (landschap) voor de Brabantse energietransitie). Zie bijlage 7. De zonneladder wordt weergeven in figuur 2.2. Deze zonneladder geeft de voorkeursvolgorde weer van de realisatie van zonnepanelen. De voorkeurs-volgorde start bij trede 1 en loopt vervolgens via trede 2 naar trede 3. Dit betekent niet dat de volgende trede pas wordt ingezet als de voorgaande trede ten volste is benut. Het betekent dat er wordt gekeken naar wat er mogelijk is op de eerste trede. De vraag die nog over is zal dan op de volgende trede moeten worden gerealiseerd. Zo voorkom je dat de gehele opgave enkel op de laatste trede wordt ingevuld en de voorgaande tredes worden overgeslagen.

4. De energietransitie als kans voor de regio We willen de energietransitie benutten om de Metropoolregio Eindhoven te versterken. Daarbij zoeken we de verbinding met lopende initiatieven en met regionale ambities en opgaven in aanpalende beleidsterreinen (meekoppel-kansen): economie & innovatie, ecologie, mobiliteit & infrastructuur, wonen, klimaatadaptatie, enzovoort.

5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn centraal Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES Metropoolregio Eindhoven streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: • de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; • zorgvuldige participatie op lokaal en regionaal niveau bij de totstand-koming van de RES. Dit kunnen we via een heldere communicatie en doelgroepenbenadering continu versterken; • t e zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; • l okaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie; • samenwerking tussen de diverse stakeholders en overheden en het gezamenlijk ontwikkelen van (ruimtelijke) scenario’s. Een energietransitie voor iedereen betekent ook dat we iedereen de kans willen bieden om te profiteren van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken. In het Klimaatakkoord staat het uitgangspunt/streven naar 50% lokaal eigendom van de nieuwe zonne- en windparken benoemd. Lokaal eigenaarschap levert geld op voor de samenleving en kan ook leiden tot een grotere betrokkenheid van mensen bij lokale projecten, acceptatie van energieprojecten en grotere gemeenschapszin.

We hebben als regio de ambitie om te streven naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten.

Afwegingskader De bovenstaande leidende principes zijn gekoppeld aan een afwegingskader. De keuzes die we maken analyseren en

Kw a

W a

t

t

r

• K  wantitatieve bijdrage

rm

Afw eg in

de ka gs

meegegeven:

er ad k gs e

i te

Afw Elek eg t in

ci

em ie nt cië

het Nationaal Programma RES (NP RES) aan de regio’s zijn

ri

Sy ste

e

toetsen we op vier hoofdcriteria die als handreiking vanuit

it ite t n

• R  uimtelijke kwaliteit • Energiesysteemefficiëntie

dat er een goede benutting van regionale warmtebronnen tot stand komt en dat er in elke regio afzonderlijk voor een goede balans tussen de vier onderdelen is gekozen.

uu

rlij

kd

raa

ik

ru eb

r de ka s g

Af w eg in

bijdraagt en de RES’en gezamenlijk optellen tot 35 TWh,

st

r de ka gs

elke regio uniek. Uiteindelijk gaat het erom dat elke regio

be

Afw e gi n

afweging. De afweging tussen de vier onderdelen is voor

en

afwegingskader van NP RES helpt bij het maken van deze

jk eli

bestuurlijk draagvlak en energiesysteemefficiëntie. Het

pp

de doelen kwantiteit, ruimtegebruik, maatschappelijk en

cha

In deze concept-RES maken we een integrale afweging tussen

M aa t s

• B  estuurlijk en maatschappelijke draagvlak

R

g v la k

uim

te

g

Regionale Energiestrategie

1.0

Metropoolregio Eindhoven

2. Participatie

Bijlage 2.1 Resultaten internetconsultatie

Metropoolregio Eindhoven

Internetconsultatie Brabantse energieregio’s Rapportage RES Zuidoost Brabant

Internetconsultatie Brabantse energieregio’s Rapportage RES Zuidoost Brabant Drs. Madelon van Duren Bianca Koomen MSc. Dr. Susanne Agterbosch

Het PON & Telos

Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van

Auteur(s) Drs. Madelon van Duren Bianca Koomen MSc. Dr. Susanne Agterbosch Publicatienummer 201295-06 Datum maart 2021

© 2021 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. Meer informatie www.hetpon-telos.nl

Het PON & Telos | Colofon

Samenvatting en conclusie Aanleiding en doel De vier Brabantse energieregio’s hebben de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden en dat deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan. Betrokkenheid van bewoners – als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs als particuliere producent – bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën (RES’en) is dan ook belangrijk. Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de vier energieregio’s wil de provincie Noord-Brabant een betrouwbaar beeld genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de RES’en. Deze rapportage maakt onderdeel uit van deze internetconsultatie en verschaft een representatief en betrouwbaar beeld van de manier waarop de inwoners van Zuidoost Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-RES Zuidoost Brabant en van wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben. Opzet onderzoek Het onderzoek is online uitgevoerd met een vragenlijst. Vanuit de wens om de vragenlijst laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners van de regio beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om te werken met een open link. Deze link is verstuurd via de gemeenten die vallen binnen energieregio Zuidoost Brabant.

Zij hebben de link verspreid via verschillende (social media) kanalen van hun gemeente (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Het onderzoek ging op 20 oktober 2020 online en heeft tot en met 14 december 2020 ‘open’ gestaan. In deze periode is tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie in Zuidoost Brabant (Bron: CBS). De vragenlijst is door 1.711 inwoners uit Zuidoost Brabant ingevuld. Bij dit onderzoek zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio? 2. Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer? 3. Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte? We beantwoorden ze hieronder voor de respondenten van de RES-regio Zuidoost Brabant.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Onderzoeksvraag 1: Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio? We hebben respondenten gevraagd naar hun mening op verschillende thema’s, om zo een beeld te krijgen bij wat zij belangrijk vinden als het gaat om opties, criteria en wat respondenten nodig hebben of al doen op het gebied van duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte. Achtereenvolgend behandelen we de thema’s ‘duurzame energie en besparen’, ‘zonne- en windenergie’ en ‘warmte’. Thema duurzame energie en besparen Richtinggevende criteria energiegebruik Respondenten is gevraagd om aan de hand van een aantal stellingen aan te geven welke criteria zij belangrijk vinden bij het gebruik van hun eigen energie. De meeste respondenten vinden het (zeer) belangrijk dat de energie die zij gebruiken betaalbaar en altijd beschikbaar is, en dat de opwekking hiervan veilig is (90% vindt dit (zeer) belangrijk). Sturing bij energiebesparing Ongeveer dan de helft van de respondenten (48%) is van mening dat zowel de overheid als de huiseigenaren het voortouw moet nemen in het versnellen van energiebesparing. De overheid vanuit een faciliterende rol en de huiseigenaren vanuit een eigen verantwoordelijkheid voor de eigen woning. Dit lezen we ook terug in de concept-RES van Zuidoost Brabant.

Hierin staat dat de gebouweigenaren en gebruikers vooral zelf aan zet zijn als het gaat om energiebesparing. De rol van de (lokale) overheid wordt beschreven als het vervullen van een voorbeeldrol (het zelf verduurzamen van de eigen vastgoed) en als het actief stimuleren en faciliteren van duurzaam gedrag1. Als het gaat om type stimuleringsmaatregelen dan vindt bijna twee derde (63%) dat de overheid voornamelijk moet focussen op het verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen. Respondenten vinden in mindere mate dat de prioriteit op het verstrekken van een lening moet liggen (18%) of op het verplicht stellen van maatregelen (13%). Besparing Veel respondenten passen al (laagdrempelige) mogelijkheden voor energiezuinig leven toe. Zo zet 82% de verwarming een paar graden lager als ze niet thuis zijn en doet 91% het licht uit als zij een ruimte verlaten. Het aandeel mensen dat bereid is in te leveren op comfort ligt duidelijk lager: 50% is bereid om de verwarming op 19 graden te zetten. Investeren in de eigen woning We zien dat 60% van de woningeigenaren onder de respondenten al heeft geïnvesteerd in isolatie, 27% van de respondenten is bereid om hierin te investeren. 47% heeft al energiezuinige apparaten aangeschaft, 43% is bereid dit te doen. We zien dat de

1

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.21.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

respondenten het minst bereid zijn om de komende tien jaar te investeren in de aanschaf van een elektrische auto of in het plaatsen van een warmtepomp (beiden 35%). We zien dat een ruime meerderheid van de respondenten de bereidheid heeft om te investeren in zonnepanelen. 45% van de respondenten met een koopwoning geeft aan al zonnepanelen te hebben geplaatst. Dat is fors meer dan de daadwerkelijke cijfers laten zien: 14% van alle woningen in Zuidoost Brabant heeft geregistreerde zonnepanelen. Het hoge percentage van 45% kan op verschillende manieren verklaard worden, bijvoorbeeld doordat werving van de respondenten via een open link is gebeurd. Dit veronderstelt dat mensen met affiniteit met het onderwerp eerder (of enkel) geneigd zijn te reageren. Hoewel we ook via een panel geworven hebben voor dit onderzoek is deze verhouding niet volledig rechtgetrokken met panelleden. Thema zonne- en windenergie Zonne-energie We hebben gevraagd of respondenten van plan zijn om in de toekomst zonnepanelen op hun dak te gaan leggen. Van de respondenten die (misschien) in de toekomst zonnepanelen op hun dak willen leggen (16%), geeft bijna de helft (49%) aan dat zij een advies op maat nodig hebben om te weten wat er past bij het dak en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn.

Verder geeft ruim een derde van de respondenten aan dat zij informatie over zonnepanelen en leveranciers nodig hebben (36%). 14% van de respondenten heeft aangegeven dat er over 10 jaar geen zonnepanelen op hun dak zullen liggen, 15% weet dit niet omdat zij in een huurhuis wonen. Combinaties zonne- en windenergie Met alleen zonnepanelen op daken kan de regio Zuidoost Brabant niet aan haar energieopgave voldoen. Ook niet als er maximaal wordt ingezet op energiebesparing. Daarom zal ook ingezet worden op de aanleg van zonneparken (parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar) en windmolenparken (parken met meerdere windmolens bij elkaar). Als het gaat om locaties voor het aanleggen van zonne- of windparken, dan geven respondenten de voorkeur aan het koppelen van zonneparken (44%) of windmolens (41%) aan (energie)infrastructuur (zoals wegen, kanalen en hoogspanningslijnen). In de conceptRES van Zuidoost Brabant lezen we dat energiemaatregelen aan grootschalige infrastructuur gekoppeld worden, bijvoorbeeld langs de grote snelwegen die de regio doorkruisen2. Dit sluit aan bij de voorkeur van respondenten. Respondenten zijn verdeeld als het gaat over de vraag of de regio volop zou moeten inzetten op windenergie en/of zonne-energie. 40% van de respondenten vindt dat de regio volop moet inzetten op windenergie, 30% is het hier niet mee eens.

Voor zonneparken zien we een enigszins vergelijkbaar beeld: 42% vindt dat de regio volop zou moeten inzetten op zonneparken, 25% vindt van niet. Bijna de helft van de respondenten vindt dat windmolens altijd in een cluster geplaatst dienen te worden op daarvoor aangewezen locaties (48%). Een combinatie van windmolens en zonneparken vindt 41% van de respondenten een goede optie, voor ruim een kwart van de respondenten is dit niet het geval (28%).

2

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.29.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Met de suggestie om in iedere gemeente zonneparken en/of windmolens te plaatsen, is 42% het eens en 28% is het hiermee oneens. 33% van de respondenten is van mening dat 1 tot 3 plekken in de regio aangewezen zouden moeten worden voor de plaatsing van zonneparken en windmolens, 34% vindt dit geen goed idee. Tot slot geeft 18% van de respondenten aan sowieso negatief te staan tegenover windenergie, ongeacht waar windmolens geplaatst worden. Ook tegenover zonneparken staat 18% überhaupt negatief. Thema warmte Overstap van aardgas naar andere bron Als het gaat over de overstap van aardgas naar een andere warmtebron dan zien we dat de meerderheid van de respondenten zich zorgen maakt: over de kosten om hun huis aan te passen (60%) en over wat de monopoliepositie van grote energiebedrijven betekent voor de eigen energierekening (56%). 40% van de respondenten vindt het ingewikkeld dat zij zelf hier niet veel in te kiezen hebben als het gaat om het verwarmen van de woning zonder aardgas. Ruim een derde van de inwoners van Zuidoost Brabant (35%) verwacht dat het haalbaar is dat in 2050 alle woningen van het aardgas af zijn. Een iets grotere groep verwacht dat dit niet haalbaar is (37%). Alternatieve warmtebronnen Aan de respondenten zijn verschillende warmtebronnen voorgelegd, waarbij hen is gevraagd een voorkeur uit te spreken.

Driekwart van de respondenten heeft de voorkeur voor rechtstreekse warmte van de zon als warmtebron (71% heeft volledig of een beetje de voorkeur). Ook geeft ruim de helft van de respondenten (volledig) de voorkeur aan restwarmte uit de industrie (57%) of warmte uit de aarde (57%). Respondenten hebben minder de voorkeur voor warmte uit biomassa, voor 41% heeft dit (totaal) niet de voorkeur. We zien bij ongeveer alle warmtebronnen dat gemiddeld genomen een kwart van de mensen neutraal genomen hier tegenover staat. Dit kan betekenen dat zij (nog) geen goed beeld hebben van de warmtebronnen. Bijna de helft van de respondenten (49%) heeft voorkeur voor een individuele warmtevoorziening met eigen installaties voor het verwarmen van de eigen woning. Een vijfde (20%) van de respondenten geeft de voorkeur aan een collectieve warmtevoorziening met (deels) gezamenlijke voorzieningen. 13% heeft hierover (nog) geen mening en 19% geeft aan dat deze afweging voor hen niet van toepassing is: zij wonen in een huurhuis.

Onderzoeksvraag 2: Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer? Rondom het thema betrokkenheid en informatievoorziening hebben we de respondenten verschillende vragen voorgelegd. Zo vroegen we naar wat zij nodig hebben om hun huis te

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

verduurzamen, gaan we in op verschillende aspecten van procesparticipatie en tot slot staan we stil bij de mogelijkheden en voorkeuren bij financiële participatie. Verduurzaming eigen woning We vroegen de respondenten op welke manier(en) zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen. 41% zou graag algemene informatie willen ontvangen over de mogelijkheden die er zijn. Een derde van de respondenten (33%) heeft baat bij algemene informatie rondom subsidiemogelijkheden. Verder geeft 30% aan dat zij graag ervaringen horen van anderen in een vergelijkbare woning. 8% van de respondenten geeft aan hier überhaupt geen behoefte aan te hebben. Procesparticipatie Een ruime meerderheid van de respondenten geeft aan graag betrokken te willen worden bij het RES-proces. Ze willen kunnen meedenken bij (de invulling van) windprojecten (76%) en bij zonne-projecten (76%). In overeenstemming hiermee geeft een ruime meerderheid aan door de gemeente betrokken en/of geïnformeerd te willen worden over plannen met betrekking tot duurzame energie (79%). Zij willen dan met name betrokken worden bij de locatiekeuze voor windmolens (72%) of zonneparken (70%). Respondenten geven de voorkeur om geïnformeerd te worden middels een nieuwsbrief (61%).

Financiële participatie In de concept-RES lezen we dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom van nieuwe zonne- en windparken, om zo door middel van lokaal eigenaarschap geld te genereren voor de (lokale) samenleving en om de acceptatie en betrokkenheid van mensen bij lokale projecten te vergroten3. Twee vijfde van de inwoners van Zuidoost Brabant (39%) vindt het belangrijk dat een deel van de opbrengsten van een zonne- of windpark ten goede komt aan direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis. Een derde (33%) is van mening dat een deel van de opbrengsten ten goede moet komen aan alle inwoners van de eigen regio (door middel van een fonds) of dat een deel ten goede moet komen aan alle inwoners van de gemeente (32%). Daarnaast zien we dat de helft van de respondenten zelf wil kunnen investeren in een zonneproject (51%) of een windproject (49%) in de eigen regio en er zo geld aan kan verdienen. We zien ook dat bijna de helft van de respondenten het (heel) belangrijk vindt dat ze mede-eigenaar kunnen worden (45% bij wind- en 49% bij zonneprojecten). Tegelijkertijd geeft 37% aan dat ze nu nog niet kunnen inschatten of ze mee gaan doen als er in de eigen omgeving een zonnepark of windmolen komt. Mochten ze wel willen meedoen, dan gaat de voorkeur van de respondenten uit naar een project met zon op grote daken (32%).

3

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.17.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Onderzoeksvraag 3: Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte? Om zicht te krijgen op houding van de respondenten van de energieregio Zuidoost Brabant, is gevraagd naar hun algemene houding ten opzichte van klimaatverandering, energietransitie en duurzame energie. Ook de bekendheid met de RES is bevraagd. We zien met name differentiatie naar opleidingsniveaus op de verschillende thema’s. In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen van verschillende vragen te vinden. Algemene houding klimaatverandering, energietransitie en duurzame energie We zien dat respondenten over het algemeen klimaatverandering een groot probleem vinden (64%), al geeft 12% aan dat zij de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven vinden. Ongeveer de helft van de respondenten maakt zich zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren, zoals de hete zomers en de extreme stortbuien (49%). Als we kijken naar de algemene houding tegenover de energietransitie, dan zien we dat 54% van de respondenten positief of zeer positief staat tegenover de energietransitie, 15% van hen staat hier (zeer) negatief tegenover.

Tegenover het stimuleren van duurzame energie staat een meerderheid van de respondenten (zeer) positief (60%), 14% van de respondenten staat hier (zeer) negatief tegenover staan. We zien dat laag opgeleiden relatief vaak neutraal staan tegenover de energietransitie (45% tegenover 22% bij hoogopgeleiden). Hoog opgeleide respondenten staan vaker dan gemiddeld zeer positief tegenover de energietransitie (33% t.o.v. 16% bij laagopgeleiden) en tegenover duurzame energie (36% tegenover 22% bij laag- en middelbaar opgeleiden). Bekendheid met de RES Als we kijken naar de bekendheid met de RES en het RES-proces, dan zien we dat 18% van de respondenten aangeeft op de hoogte te zijn van zowel het proces als de inhoud van de RES. Nog eens 28% heeft wel eens gehoord van het RES proces, maar weet niet wat het inhoudt of hoe dit proces verloopt. Iets meer dan de helft van de inwoners in Zuidoost Brabant (54% van de respondenten) is niet op de hoogte. Dat wil niet zeggen dat deze mensen op dit moment nog geen mening hebben over (onderdelen van) de energietransitie – wel is het waarschijnlijk dat meningsvorming op onderdelen van de concept-RES nog moet plaatsvinden. Respondenten met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven relatief vaak aan nog niet van de RES op de hoogte te zijn (respectievelijk 59% en 63% tegenover 38% van de respondenten met een hoog opleidingsniveau).

Anderzijds geven respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker dan gemiddeld aan wel bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (30% t.o.v. 14% van de respondenten met een laag opleidingsniveau).

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Thema betrokkenheid We zien op het thema betrokkenheid duidelijke verschillen naar opleidingsniveau, al is de behoefte aan betrokkenheid over de hele linie groot. Zo geeft 71% van de lager opgeleiden aan het (heel) belangrijk te vinden om mee te kunnen denken met windprojecten en 76% bij zonneprojecten, tegenover bijna 85% van de hoger opgeleiden. Mensen met een lager opleidingsniveau geven minder vaak aan geïnformeerd te willen worden door hun gemeente (65%) dan hoger opgeleiden (88%).

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel van het onderzoek Opzet onderzoek Leeswijzer

1 1 2 3

2 2.1 2.2

4 4

2.3

Algemene vragen Klimaatverandering Algemene houding ten opzichte van de energietransitie en duurzame energie Bekendheid met de RES

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Duurzame energie en besparen Energiegebruik Duurzame energie Besparingsactiviteiten Investeringsbereidheid

9 9 10 11 13

4 4.1 4.2 4.3

Zonne- en windenergie Zonne-energie Combinaties zonne- en windenergie Acceptatie windmolenpark

14 14 18 20

5 5.1

Warmte Van het aardgas af

21 21

6 6.1 6.2 6.3

Betrokken worden Ondersteuning woning verduurzamen Procesparticipatie Financiële participatie

25 25 26 31

7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3

Achtergrond onderzoek Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s Werving, respons en representativiteit Significante verschillen naar leeftijds-en opleidingsgroepen Research Community

34 34 34 35 35

5 7

. Achtergrondkenmerken

36

. Significantie naar leeftijds- en opleidingsgroepen

39

. Vragenlijst internetconsultatie RES Zuidoost Brabant

48

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het onderzoek Brabant telt vier energieregio’s, die net als de andere 30 energieregio’s in Nederland voor de uitdaging staan om de komende jaren een eigen Regionale Energie Strategie (RES) te ontwikkelen en uit te voeren. In een RES-regio maken provincie, gemeenten, waterschappen en netbeheerders afspraken over het opwekken van duurzame elektriciteit, de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van een regionale energie infrastructuur. Een RES bevat een regionaal aanbod van mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen (minimaal onderverdeeld in zon en wind, inclusief zoekgebieden). Voor de gebouwde omgeving maakt elke RES-regio een Regionale Structuurvisie Warmte met daarin een voorstel hoe het warmteaanbod, de warmtevraag en de benodigde infrastructuur op regionaal niveau met elkaar verbonden kunnen worden. De energieregio’s hebben de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden. En dat de deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan. Betrokkenheid van bewoners - als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs particuliere producent - bij de totstandkoming van de RES’en is dan ook belangrijk.

Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de vier energieregio’s wil de provincie Noord-Brabant een betrouwbaar beeld genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de RES’en. Deze rapportage maakt onderdeel uit van deze internetconsultatie en verschaft een representatief en betrouwbaar beeld van de manier waarop de inwoners van Zuidoost Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-RES Zuidoost Brabant en van wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben. De informatie die dit oplevert kan meegenomen worden bij het vaststellen van de definitieve RES Zuidoost Brabant in het voorjaar van 2021. Onderzoeksvragen

Er zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd: 1.

Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio?

2.

Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer?

3.

Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte?

Inzicht in de vraag bij welke groepen Brabantse burgers meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte bestaat, hebben we uitgewerkt door te kijken naar verschillen naar leeftijd en opleidingsniveau. De aandacht voor maatschappelijke

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

1

verschillen en scheidslijnen is de afgelopen jaren flink toegenomen. Met name opleidingsniveau blijkt een belangrijke differentiërende factor4. Naast het gegeven dat lager opgeleiden een lager gemiddeld inkomen en vaker een onzeker arbeidscontract hebben en in slechtere woningen wonen (veel vaker huur), doen lager opgeleiden minder vaak mee in de samenleving5. Opleidingsniveau lijkt niet alleen bepalend voor hoe je leven eruit ziet, maar ook voor de wijze waarop je de samenleving ervaart 6. In dit onderzoek zijn we nagegaan of dit ook voor inwoners van Zuidoost Brabant geldt als het gaat om participatie bij het RES-proces.

1.2

Opzet onderzoek Het onderzoek in de regio Zuidoost Brabant is online uitgevoerd met een vragenlijst, die specifiek voor de energieregio Zuidoost Brabant is opgesteld. Vanuit de wens om de vragenlijst laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners van de regio beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om te werken met een open link. Deze link is verstuurd via de gemeenten die vallen binnen energieregio Zuidoost Brabant. Zij hebben de link verspreid via verschillende (social media) kanalen van hun gemeente (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Een paar gemeenten hebben de vragenlijst uitgezet onder leden van een eigen burgerpanel. Het onderzoek ging op 20 oktober 2020 online en heeft tot en met 14 december 2020 ‘open’ gestaan. Werving via een open link vanuit verschillende (social media) kanalen impliceert dat (alleen) mensen met een zekere interesse in of affiniteit met het onderwerp reageren. Gedurende de onderzoeksperiode is tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep door te kijken naar achtergrondkenmerken: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie in Noordoost Brabant (Bron: CBS).

Op basis daarvan is de vragenlijst aanvullend uitgezet onder panelleden van PanelClix met een lager en middelbaar opleidingsniveau en onder de leeftijdsgroepen ’16 tot en met 30 jaar’ en ’31 jaar tot en met 40 jaar’ binnen de energieregio Zuidoost Brabant. De vragenlijst is door 1.711 inwoners uit Zuidoost Brabant ingevuld. De resultaten zijn gecorrigeerd voor de achtergrondkenmerken leeftijd, opleidingsniveau en gemeente. Daarmee is een representatieve respons naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeente gegarandeerd en kunnen betrouwbare uitspraken worden gedaan over de gehele regio.

4 Boelhouwer, J., Gijsberts, M. & Vrooman, C. (red.) (2014) Verschil in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 5 Ridder, J. den, Campen, C. van, Josten, E. & Boelhouwer, J. (2020) De sociale staat van Nederland 2020 op hoofdlijnen. Kwaliteit van leven in onzekere tijden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau: pp. 20-21. 6 Dekker, P, Tiemeijer, W. en M. Bovens (2016) Het zijn de academici: opleiding als sociale en politiek-culturele scheidslijn. Bronner, A.E. Ontwikkelingen in het marktonderzoek: Jaarboek MarktOnderzoekAssociatie, dl. 41. Haarlem: SpaarenHout, 2016.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

2

Vragenlijst RES Zuidoost Brabant7

De vragenlijst voor de energieregio Zuidoost Brabant bevat, naast vragen over bekendheid met de RES, over duurzame energie en energiebesparing, over de verwachtingen met betrekking tot het plaatsen van (eigen) zonnepanelen, over zonne- en windenergie, en over het duurzaam opwekken van warmte. Ook zijn er vragen gesteld over de manier waarop mensen betrokken zouden willen worden bij de doorontwikkeling en uitvoering van de RES. Tot slot is aan respondenten de vraag gesteld of ze zouden willen deelnemen aan een groepsgesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’ (zie ook hoofdstuk 7.1.3). Dit om de resultaten van het vragenlijstonderzoek te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien.

1.3

Leeswijzer Bij de opbouw van de rapportage hebben we de volgorde van de vragenlijst grotendeels gevolgd. In hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 6 komen de thema’s uit de vragenlijst de aan bod. In hoofdstuk 7 staat de achtergrond van het onderzoek centraal. Aan deze rapportage voegen we drie bijlagen toe. In de eerste bijlage (Bijlage A) geven we een overzicht van de achtergrondkenmerken van de respondenten. Significantietabellen naar leeftijd en opleidingsgroepen staan in de tweede bijlage (Bijlage B). De gebruikte vragenlijst is opgenomen in bijlage drie (Bijlage C). Naast deze rapportage, ontvangen de provincie Noord-Brabant en de betrokkenen van regio Zuidoost Brabant een Excel-bestand waarin gestructureerd de antwoorden op de open vragen per gemeente zijn gerangschikt.

7

De gebruikte vragenlijst voor RES-ZOB is toegevoegd als bijlage C aan deze rapportage.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

3

2

Algemene vragen De vragenlijst is opgebouwd uit verschillende thema’s. We hebben gevraagd naar hoe de respondenten aankijken tegen verschillende aspecten van klimaatverandering. Ook is gevraagd naar de houding van respondenten ten opzichte van de energietransitie in zijn algemeenheid en ten opzichte van het stimuleren van duurzame energie. Vervolgens is gekeken naar de bekendheid van mensen met de Regionale Energiestrategie (RES).

2.1

Klimaatverandering Tabel 1. Vraag 8: Kun je aangeven in hoeverre je het eens of oneens bent met de volgende stellingen? (%). N

(Helemaal) eens

Niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Klimaatverandering is een groot probleem

870

64

23

12

Ik maak mij zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren (zoals de hete zomers en stortbuien)

1.199

49

29

21

Ik vind de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven

1.610

12

18

70

Het stimuleren van energiebesparing is nutteloos

1.666

6

12

82

Klimaatverandering

Over het algemeen vinden de respondenten de klimaatverandering een groot probleem (64%). Bijna een kwart van de respondenten heeft hier geen mening over (23%), en 12% geeft aan het hiermee (helemaal) oneens te zijn. 12% geeft aan dat zij de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven vinden, 70% is het hier (sterk) mee oneens. Ongeveer de helft van de respondenten maakt zich zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren, zoals de hete zomers en de extreme stortbuien (49%). Verder is 6% van de respondenten van mening dat het stimuleren van energiebesparing nutteloos is, terwijl 82% dit juist een goede zaak vindt. Een vijfde van de respondenten maakt zich hier (totaal) geen zorgen over (21%).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

4

2.2

Algemene houding ten opzichte van de energietransitie en duurzame energie Figuur 1. Vraag 5a: Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? (N = 1.711/ %)

5% 10%

21%

31% 33%

Zeer negatief

Negatief

Neutraal

Positief

Zeer positief

Houding tegenover de energietransitie

We zien dat ruim de helft van de respondenten (54%) positief of zeer positief staat tegenover de energietransitie. 15% van hen staat hier (zeer) negatief tegenover. Ten slotte staat 31% van de respondenten neutraal ten opzichte van de energietransitie. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Alleen wanneer we daar opmerkelijke uitschieters of trends in waarnemen zullen we deze expliciet benoemen. Zo zien we bij deze vraag differentiatie naar opleidingsniveaus: laag opgeleiden staan relatief vaak neutraal tegenover de energietransitie (45% tegenover 33% bij middelbaar en 22% bij hoogopgeleiden). Hoog opgeleiden staan vaker dan de andere opleidingsgroepen zeer positief tegenover de energietransitie (33% t.o.v. 15% bij middelbaar en 16% bij laag opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

5

Figuur 2. Vraag 5b: Als je kijkt naar wat je nu weet over duurzame energie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover het stimuleren van duurzame energie in Zuidoost Brabant? (N =1.711/ %)

5%

9%

27%

27%

33%

Zeer negatief

Negatief

Neutraal

Positief

Zeer positief

Houding ten opzichte van duurzame energie

Ook tegenover het stimuleren van duurzame energie staat een meerderheid van de respondenten (zeer) positief (60%). Ruim een kwart van de respondenten staat neutraal ten opzichte van duurzame energie (27%) en 14% staat hier (zeer) negatief tegenover. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Wat opvalt is dat jongere respondenten (tussen de 16 en 30 jaar) vaker dan gemiddeld positief staan tegenover het stimuleren van duurzame energie (39% t.o.v. 33% gemiddeld). Oudere respondenten (respondenten tussen de 51 en 60 jaar, en van 71 jaar en ouder) staan juist vaker dan gemiddeld negatief tegenover het stimuleren van duurzame energie (respectievelijk 12% en 21% tegenover 9% gemiddeld). Laag en middelbaar opgeleiden staan vaker dan hoogopgeleiden neutraal tegenover het stimuleren van duurzame energie (32% en 29% bij laag- en middelbaar opgeleiden tegenover 19% bij hoogopgeleiden). Hoogopgeleiden staan juist vaker (zeer) positief tegenover het stimuleren van duurzame energie (36% t.o.v. 22% bij zowel laag- als middelbaar opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

6

2.3

Bekendheid met de RES Figuur 3. Vraag 6: Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie Strategie (RES)? Eén antwoord mogelijk. (N =1.711/ %)

18%

54%

28%

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud. Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar ik weet weinig of niets van het proces of de inhoud. Nee, ik was hiervan niet op de hoogte.

Tabel 2. Vraag 7: Op welke manier ben je aan informatie gekomen over de RES? Meerdere antwoorden mogelijk.* (N = 929). % Mijn gemeente

31

Televisie, krant of radio

31

Mensen in mijn omgeving

28

Sociale media

21

Via mijn werk (beroepsmatig)

14

De website van Meteropoolregio Eindhoven / van de Energietransitie regio Zuidoost Brabant

13

Anders

9

De RES-nieuwsbrief *Deze vraag is enkel gesteld aan respondenten die ‘ja’ hebben geantwoord bij vraag 6.

6

Bekendheid met de RES

18% van de respondenten geeft aan op de hoogte te zijn van het proces en de inhoud van de RES. 28% van de respondenten geeft aan wel eens van de RES gehoord te hebben, maar geen zicht te hebben op het proces en/of de inhoud. Meer dan de helft van de Zuidoost Brabantse respondenten is niet op de hoogte van de RES (54%). Dat deze respondenten niet op de hoogte zijn van het RES-proces of van de inhoud wil niet zeggen dat zij op dit moment ook geen mening hebben over de energietransitie. Wel is het waarschijnlijk dat ze op onderdelen van de concept-RES hun mening nog moeten vormen. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. We zien vooral differentiatie naar opleidingsniveau: 59% van de respondenten met een laag

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

7

opleidingsniveau en 63% van de respondenten met een middelbaar opleidingsniveau is niet op de hoogte van de RES (tegenover 38% van de respondenten met een hoog opleidingsniveau). Respondenten met een hoog opleidingsniveau geven dan ook vaker dan gemiddeld aan weleens van de RES te hebben gehoord (32% tegenover 27% bij laag opgeleide respondenten) of bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (30% t.o.v. 14% van de respondenten met een lage opleiding). Verder zien we dat jongeren (16 tot en met 30 jaar) vaker dan gemiddeld aangeven nog niet van de RES gehoord te hebben (respectievelijk 70% tegenover 54% gemiddeld). De leeftijdsgroepen vanaf 51 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan op de hoogte te zijn van het proces en de inhoud van de RES. Manier van bekendheid met de RES

Respondenten die wel eens van de RES hebben gehoord, hebben we gevraagd op welke manier zij hiervan hebben gehoord. Dit was met name via de eigen gemeente (31%) of via televisie, krant of radio (31%). Ook geeft een deel aan via mensen in de omgeving (28%) over de RES te hebben gehoord. Bij ‘anders’ benoemen respondenten verder bijvoorbeeld Best Duurzaam, energiecoöperaties, internet en ZLTO als manieren hoe zij van de RES hebben gehoord.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

8

3

Duurzame energie en besparen De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Isoleren van huizen, nieuwe huizen die energieneutraal worden gebouwd en het opslaan van energie zijn daarbij belangrijk. Onder het thema ‘Duurzame energie en besparen’ komen vragen aan bod over de criteria die van belang zijn voor (toekomstige) keuzes op het gebied van energiegebruik, over wie het voortouw zou moeten nemen bij het stimuleren van energiebesparing en duurzame energie en waar de prioriteiten van de overheid zouden moeten liggen. Vervolgens vragen we naar wat respondenten zelf al aan besparingsactiviteiten doen of bereid zijn te doen, en kijken we naar de investeringsbereidheid van respondenten.

3.1

Energiegebruik Tabel 3. Vraag 9: Als je kijkt naar jouw energiegebruik, wat vind je dan belangrijk? (N =1.711/ %). (Zeer) belangrijk

Een beetje belangrijk

Niet belangrijk

Dat weet ik niet / geen mening

Dat de energie die ik gebruik betaalbaar is

90

8

1

2

Dat de energie die ik gebruik altijd beschikbaar is

90

7

1

3

Dat de opwekking van de energie die ik gebruik veilig is

90

6

2

3

Dat de opwekking van de energie, die ik gebruik, geen hinder oplevert voor omwonenden

78

16

3

3

Dat de energie die ik gebruik geen schade veroorzaakt aan natuur, milieu en klimaat

75

19

3

2

Dat er zo min mogelijk aan het landschap verandert op plekken waar energie wordt opgewekt

68

21

8

3

Dat de energie die ik gebruik wordt opgewekt met duurzame bronnen, zoals wind, zon en biomassa

67

19

10

4

Dat ik zelf de energie opwek, die ik gebruik

48

24

20

7

Dat mijn energiegebruik goed is voor de werkgelegenheid in Brabant

47

24

19

9

Dat de energie die ik gebruik in mijn eigen directe omgeving wordt opgewekt

30

25

37

8

Criteria energiegebruik

Respondenten hechten veel waarde aan de beschikbaarheid, betaalbaarheid en veiligheid van de energievoorziening: 90% van de respondenten vindt deze aspecten (zeer) belangrijk. Minder belang wordt toegekend aan het zelf opwekken van de energie (48% van de respondenten vindt dit (zeer) belangrijk) en aan het gegeven dat energie in de directe omgeving wordt opgewekt (30% vindt dit (zeer) belangrijk). Het merendeel van de respondenten vindt het belangrijk dat de opwekking van energie geen hinder oplevert voor omwonenden (78% vindt dit (zeer) belangrijk) en dat er zo min mogelijk aan het landschap verandert als gevolg van energieopwekking (68% vindt dit belangrijk tot zeer belangrijk). Driekwart van de respondenten vindt het van groot belang dat de energie die zij gebruiken geen schade veroorzaakt aan natuur, milieu en klimaat.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

9

De link met werkgelegenheid wordt door bijna de helft van de respondenten belangrijk gevonden: 47% vindt het belangrijk dat het eigen energiegebruik goed is voor de werkgelegenheid. De grootste verdeeldheid zien we bij de vraag of de gebruikte energie in de eigen directe omgeving opgewekt dient te worden: 30% vindt dit (zeer belangrijk), een kwart vindt dit een beetje belangrijk en 37% vindt dit niet belangrijk.

3.2

Duurzame energie Tabel 4. Vraag 10: In de RES hebben we de ambitie om het besparen van energie te versnellen. Wie vind je dat daarin het voortouw moet nemen? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Koopwoning

Huurwoning

Anders

Gemiddeld RES-ZOB

N

1.451

235

25

1.711

Zowel de overheid als de huiseigenaren: de overheid faciliteert, de huiseigenaren nemen de eigen verantwoordelijkheid en moeten aan de slag

53

35

15

48

De overheid: door goede communicatie, betrouwbare informatie, hulp bij advies, aantrekkelijke aanbiedingen en subsidies

27

42

43

31

Alle huiseigenaren: iedereen draagt hierin eigen verantwoordelijkheid (zij kunnen dit doen of niet, en eventueel gebruik maken van een duurzaamheidslening of subsidieregeling)

7

9

16

8

Dat weet ik niet / geen mening

3

9

9

5

Niemand: deze ontwikkeling gaat vanzelf, extra tijd en geld van de overheid is niet nodig

5

2

5

4

Anders

4

3

14

4

Tabel 5. Vraag 11: Waar moet de overheid prioriteit aan geven als het gaat om energiebesparing? Maximaal 2 antwoorden mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Koopwoning

Huurwoning

Anders

Gemiddeld RES- ZOB

N

1.451

235

25

1.711

Verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen

64

60

36

63

Advies geven over de mogelijkheden tot aanpassing in en rond de woning

34

27

27

32

Organiseren van collectieve acties (zoals het gezamenlijk inkopen van isolatie of interessante aanbiedingen voor duurzame apparaten)

28

30

16

28

Het verhogen van de urgentie bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen

21

22

26

21

Geven van een lening voor energiebesparende maatregelen

19

17

20

18

Verplicht stellen van maatregelen

10

20

21

13

Anders

7

3

16

6

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

10

Prioriteiten overheid

Bijna de helft van de respondenten (48%) vindt dat de overheid samen met de huiseigenaren het voortouw moeten nemen in het versnellen van energie besparing. Drie op de tien (31%) geven aan dat de overheid het voortouw moet nemen en 8% vindt dit primair de verantwoordelijkheid van alle huiseigenaren. Huurders vinden bovengemiddeld vaak dat de overheid aan zet is als het gaat om het versnellen van energiebesparing. In de concept-RES van regio MRE lezen we dat gebouweigenaren en gebruikers vooral zelf aan zet zijn als het gaat om energiebesparing 8. De rol van de (lokale) overheid wordt beschreven als het vervullen van een voorbeeldrol (het zelf verduurzamen van de eigen vastgoed) en als het actief stimuleren en faciliteren van duurzaam gedrag. Bij de antwoordcategorie ‘anders’ benoemen respondenten nog dat bedrijven en de industrie het voortouw moeten nemen in het versnellen van energie besparing. Als het dan gaat over het type stimuleringsmaatregelen, dan vindt bijna twee derde dat de overheid voornamelijk dient te focussen op het verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen (63%). Verder vindt een derde dat de overheid advies moet geven over de mogelijkheden van woningaanpassing (32%) en 28% vindt dat de aandacht moet gaan naar het organiseren van collectieve acties.

Respondenten geven dus niet de voorkeur aan een lening (18% heeft dit als voorkeur) en ook het verplichten van maatregelen wordt minder gewaardeerd (13%). Respondenten die ‘anders’ hebben ingevuld hebben een flink aantal andere prioriteiten genoemd: zorgen dat het betaalbaar wordt voor iedereen, vooral inzetten op isoleren, grootgebruikers / bedrijven stimuleren meer te besparen, vervuilers laten betalen of meer richten op innovatie. Een klein deel van de respondenten (circa 13 personen) geeft hieraan dat zij vinden dat de overheid prioriteit moet geven aan het ontwikkelen van kernenergie. We lezen onder meer: • • • •

3.3

“(Groot)vervuilers laten betalen” “Alle huizen met een laag energielabel moeten worden geïsoleerd. Dat bespaart heel veel energie.” “Inzetten van nieuwe technologieën, zoals nanotechnologie.” “Kerncentrales installeren omdat deze tot nu toe het milieu vriendelijkste zijn.”

Besparingsactiviteiten Om als bewoner (of bedrijf) energie te kunnen besparen zijn verschillende dingen nodig: 1. Gedragsverandering (bijv. thermostaat structureel paar graden lager of korter douchen); 2. Duurzame aankopen (bijv. vervangen oude koelkast door energiezuinige A++versie); 3. Duurzame verbouwingen (bijv. isolatie van dak of muren).

8

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.21.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

11

Tabel 6. Vraag 12: Welke van volgende besparingsactiviteiten doe jij al of overweeg je in de komende 10 jaar te doen? (N = 1.685/ %) Doe ik al

Bereid om dit te gaan doen

Niet bereid om dit te gaan doen

Ben er niet mee bekend

N.v.t. / dat weet ik niet

Ik doe het licht uit wanneer ik een ruimte verlaat

91

4

3

1

1

Ik zet de verwarming een paar graden lager als ik niet thuis ben / gedurende de nacht

82

6

4

1

5

Ik gebruik energiezuinige huishoudelijke apparaten (met label A+, A++ of A+++)

59

28

2

2

8

Ik zet de televisie uit in plaats van op standby als ik geen televisie kijk

56

21

14

3

6

Ik zet de verwarming op 19 graden en trek een warme trui aan

50

17

28

1

5

Ik pas binnen de komende 10 jaar mijn huis aan door duurzame maatregelen te nemen, bijvoorbeeld muur- of dakisolatie of isolerende ramen

45

27

8

2

18

Ik vervang bestaande apparaten versneld voor duurzamere apparaten als ik weet dat ik de besparing terugverdien

29

42

15

4

9

Ik kies bewust voor een energiezuinige of elektrische auto

19

32

25

5

18

Besparingsactiviteiten

Heel veel respondenten passen al (laagdrempelige) mogelijkheden voor energiezuinig leven toe. Zo zet 82% de verwarming een paar graden lager als ze niet thuis zijn en doet 91% het licht uit als zij een ruimte verlaten. Het aandeel mensen dat bereid is in te leveren op comfort ligt duidelijk lager: 50% is bereid om de verwarming op 19 graden te zetten en een warme trui aan te doen. Als het gaat om het aanschaffen van duurzame apparaten zien we dat 59% dit al heeft gedaan en nog eens 28% bereid is om dit te gaan doen. Voor de aanschaf van een energiezuinige of elektrische auto ligt dat nog lager: 19% geeft aan dit al te hebben gedaan en nog eens 27% is bereid om dit te gaan doen. Via een open vraag konden respondenten aangeven welke andere energiebesparende maatregelen zij nemen. We lezen hier verschillende reacties, zoals korter douchen, hergebruiken van spullen of minder / geen vlees eten. Ook pakken respondenten bijvoorbeeld bewust de fiets in plaats van de auto en gaan sommigen niet meer met het vliegtuig. Verder benoemen respondenten dat zij best besparingsactiviteiten of -maatregelen zouden willen ondernemen, maar dat dit voor mensen met een kleine beurs niet altijd haalbaar is of dat zij afhankelijk zijn van hun verhuurder. Enkele reacties: • “Zo min mogelijk auto gebruiken. Bijna alles op de fiets. Niet vliegen. Alleen ruimte waar we zijn verwarmen.” • “Fietsen i.p.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=aa1bfd01-7738-46ab-b182-2746097d3b2a