Reactie college op Algemene Financiële Beschouwingen MPB 2024
Tekst van het document
10 oktober 2023 Dames en Heren, geachte aanwezigen en mensen thuis, Vanavond sta ik namens de VVD Geldrop-Mierlo voor u om ook onze algemene beschouwing op de Meerjarenbegroting te delen. Als liberalen zien wij graag een evenwichtige begroting die onze gemeente sterker maakt, groei bevordert en een betere toekomst voor haar inwoners garandeert. Dit evenwicht is alleen mogelijk wanneer er binnen onze financiële doelstellingen ook een evenwicht is gevonden tussen onze ambities en de daadwerkelijke haalbaarheid. Wij hebben de begroting onder de loep genomen en zijn tot een aantal punten gekomen waar wij vanavond de focus op willen leggen. Ten eerste willen wij aandacht vragen voor woningbouw. We zien dat er in de begroting veel te weinig aandacht is besteed aan het realiseren van meer woningbouw, terwijl daar toch zo’n hoge prioriteit voor onze gemeente ligt. Als VVD leggen wij al jaren het zwaartepunt op dit onderwerp. Op het gebied van woningbouw vinden wij het belangrijk dat er doorstroming ontstaat – met name voor de starters en senioren. Wij zien dat deze visie wel enigszins in de begroting tot uiting komt, maar over het halen van onze doelstellingen. Er is namelijk ook te weinig aandacht voor het daadwerkelijk opleveren van voldoende woningen onder de woningbouwimpuls maken wij ons zorgen.
Het zou namelijk zo jammer zijn als we de uiteindelijke deadlines uit de woningbouwimpuls over 10 jaar niet hebben gehaald. Reactie college: Uiteraard begrijpen we uw zorgen over het mogelijk niet halen van deadlines uit de woningbouwimpuls. Zoals tijdens meerdere presentaties aan uw raad kenbaar is gemaakt duurt een gemiddelde gebiedsontwikkeling tussen de 5 en 10 jaar. In het centrum van Geldrop hebben we afgelopen jaar met name gewerkt aan het op orde krijgen van de basis, door o.a. het laten vaststellen van (ruimtelijke) visies voor Bleekvelden en het centrumgebied, een nieuwe doelgroepenverordening en nieuwe parkeerbeleid. Daarnaast zijn inmiddels 3 bouwprojecten in aanbouw dan wel opgeleverd. Ook verwachten we in 2023 nog diverse bestemmingsplannen voor Bleekvelden en Bezorgershof in procedure te brengen. In 2024 wordt verder nog samen met eigenaren gewerkt aan de planontwikkeling voor locaties als postkantoor en locatie supermarkten. Ook voor de locaties De Prell, Van der Puttschool en Stationsstraat 33 wordt, samen met locatie Centrum-west, al gewerkt aan de planvorming. Begin 2024 zal uw raad hiervoor kaders gaan stellen. Op dit moment is er dan ook geen aanleiding om ons zorgen te maken over het halen van de deadline. Het jaar 2024 zal wel cruciaal zijn voor enkele locaties in het centrumgebied.
Verder viel het ons op dat er in deze begroting veel nieuw beleid wordt geïntroduceerd. Neem nu het “verkennen van Cultureel Business Centre” (blz 51), maar ook de SPUKuitkering in samenwerking met de GGD (blz 140), de heuse realisatie van 25 hectare aan grondgebonden zonneparken in het buitengebied (blz 68) en bijvoorbeeld de “visiekosten voor overkoepelende beleidvorming” (waar tevens een jaarlijkse 4 ton voor is begroot) (blz 64). Een groot deel van dit nieuwe beleid is niet overlegd met de Raad. De VVD vindt dat er in een goed afgewogen begroting, financiële keuzes worden gemaakt vanuit een specifieke koers en nu lijkt het erop dat we van plan zijn om aanzienlijk meer geld uit te geven terwijl die koers nog grotendeels uitblijft. Dat brengt ons bij ons volgende punt: Capaciteit. Hiermee bedoelen wij de mate waarin beleid daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Allereerst is ons ziekteverzuim nog bovengemiddeld hoog.
Dat moet volgens de begroting eerst worden gestabiliseerd. Bovendien lezen wij in de capaciteitsplanning dat wij nu al moeite hebben met het uitvoeren van het huidige beleid. Er komt dus meer nieuw, prijzig beleid bij, terwijl enige richting nog moet worden vormgegeven en terwijl we nu dus al moeite hebben met het uitvoeren van ons huidige beleid. De gemeente als overheid blijft maar uitdijen. Is dit de juiste visie is voor de gemeente? Wij vinden van niet. De VVD vindt dat deze overheid juist een doeltreffende, kleinschaligere rol moeten hebben. Laten we dus met elkaar focussen op het succesvol uitvoeren van de basis. Dan ons laatste punt; onze financiële gesteldheid. Vorig jaar stonden wij positief tegenover de begroting omdat deze sluitend was en er dus onderaan de streep een flink positief saldo overbleef. Dit jaar zien we echter dat dat miljoenenoverschot er niet meer is. Daarbij zien we ook dat we interen op onze reserves. Mede om ons nieuwe beleid mee te financieren. Hier maken wij ons het meeste zorgen over. We missen de opbouw van financiële reserves door middel van bezuinigingsmaatregelen. We zijn een gemeente, geen bedrijf. We hoeven niet per se winstgevend te zijn, maar ik denk dat het een goede zaak is als wij als gemeente een laagje spek op de botten hebben, zodat we zijn voorbereid op tegenvallers.
Reactie college: De beschikbare weerstandscapaciteit is op dit moment ruim 13 miljoen euro. Hierdoor is het ratio weerstandsvermogen 5,16 (circa 2,5 miljoen aan risico). In het doelstellingenakkoord staat dat deze ratio in 2026 minimaal 2 moet zijn. Daar zitten we nu vooralsnog ruim boven. In de begroting 2023-2026 was deze ratio nog 4,89 met een beschikbare weerstandscapaciteit van ruim 10 miljoen (circa 2 miljoen aan risico). Dus we teren niet in op onze reserves, deze zijn juist gestegen. Bij mijn vorige aandachtspunt heb ik het ook al gezegd: er komt van alles bij. En natuurlijk hebben wij van de VVD ook een verlanglijstje met allerlei nieuwe dingen die wij graag in het beleid willen zien, maar wij zien in dat we met elkaar realistisch moeten kijken naar de haalbaarheid van onze doelen. Als er iets bij komt, moet er ook iets af. Laten we in het kader van de begroting focussen op evenwicht. Met andere woorden: meer aandacht voor woningbouw, focus op het uitvoeren ons huidige beleid, hou de haalbaarheid van de doelen voor ogen en prioriteer de gemeentelijke gesteldheid.
Algemene Financiële Beschouwingen MPB 2024-2027
De meerjarenprogrammabegroting van 2024 - 2027. Beetje bij beetje wordt het concreter. We schrappen doelen, we scherpen doelen aan en er kan nog steeds heel veel beter. Vol bewondering hebben we gekeken naar het lef van het Helmondse gemeentebestuur dat het, ook na jaren van plannen maken, alsnog plannen durft te wijzigen. De slimme wijk wordt een wijk met vooral veel betaalbare huizen en sociale huur. Voor Geldrop-Mierlo is en blijft het heel ingewikkeld om betaalbare woningen te bouwen. Al jaren vragen we om tiny houses en keer op keer horen we alleen maar hoe ingewikkeld het is. Met een beetje geluk hebben we volgend jaar 40 flexwoningen, eindelijk! Aan de doelstelling is overigens toegevoegd dat het bijdraagt aan het terugdringen van het woningtekort. Maar wordt het woningtekort hiermee daadwerkelijk teruggedrongen? Worden de wachtlijsten daadwerkelijk korter met 40 flexwoningen? Is er ook rekening gehouden met het mogelijk sluiten van de Josephinehof en de instroom van statushouders bij het opstellen van deze tekst? Reactie college: Het bouwen van alleen deze flexwoningen levert op zichzelf een beperkte bijdrage aan het terugdringen van het woningtekort. De realisatie van de flexwoningen moet daarom gezien worden in het bredere perspectief waarbij de gemeente inzet op de realisatie van meer woonruimte.
De gemeentelijke planvoorraad tot en met 2030 bevat bijvoorbeeld 2.200 nieuw te bouwen woningen. Ook zet de gemeente in op andere oplossingen zoals woningsplitsing en inwoning. Met alle maatregelen tezamen is de hoop dat we meer inwoners aan passende woonruimte kunnen helpen. De realiteit gebiedt te zeggen dat het woningtekort omvangrijk is en dat inwoners soms ook (tijdelijk) moeten omzien naar woonruimte buiten de buurt van hun voorkeur, buiten de gemeente of elders in de regio. Van een mogelijk sluiten op korte termijn van Josephinehof is ons niets bekend, ook na navraag bij de corporatie. Op termijn is de verwachting wel dat de bestaande locatie ruimte gaat maken voor nieuwbouw. Huisvesting van statushouders legt zeker een beslag op de beschikbare te verhuren woningvoorraad. Al blijkt uit cijfers dat het aantal verhuringen aan status-/vergunninghouders op het totaal aantal verhuringen beperkt (eerste helft 2023: 5 verhuringen op een totaal van 175). Naar verwachting neemt dit aantal de komende tijd nog toe vanwege de problemen in de asielketen. En dit legt zeker druk op de slaagkansen van woningzoekenden. Maar dan komen we weer bij de eerste zin van onze reactie. In 2024 hebben we eindelijk de eerste 20 Woonst woningen. Woningen die vallen onder de standaard huur. En verder gaan we vooral bouwen in het centrum.
Wanneer gaan we nou eindelijk eens bouwen voor de mensen die het echt nodig hebben? Onder de mensen die het echt nodig hebben zitten ook de woonwagenbewoners. Ook zij mogen nog enkele jaren wachten om te weten wat de oplossing voor hun probleem gaat zijn. En dan hebben ze nog geen daadwerkelijke oplossing natuurlijk. Wat SAMEN betreft zetten we volop in om de woningbouwproblemen zo spoedig mogelijk aan te pakken. Er is weer opgeschreven hoe we mensen gaan helpen met schulden. Keer op keer wordt er echter vanuit gegaan dat iedereen het allemaal wel snapt met de in te vullen formulieren. Een kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen is nog niet zomaar even geregeld. Mensen die alleen leven van een AOW en eventueel een minimaal pensioen moet je in onze ogen niet lastigvallen met een bureaucratische wirwar van vragen over inkomen en uitgaven.
Mensen die laaggeletterd zijn komen hier niet uit. Maar laten we ook eens kijken naar de mensen die over alle schaamte heen stappen om over hun schulden met de gemeente te praten en vervolgens naar huis gestuurd worden om weken later (als de schulden weer enkele duizenden euro’s opgelopen is) maar eens terug te komen. Dit omdat we nu eenmaal een wachtlijst hebben. Om het allemaal toegankelijker te maken wordt binnenkort Onze Wegwijzer geopend. Het fysieke loket neemt plaats in de Weeffabriek. Maar heel eerlijk? De inwoners voor wie dit het meest van belang is, komen niet naar de Weeffabriek. De drempels moeten omlaag, niet omhoog! We hebben het ook over het inclusiever en toegankelijker maken op 10 onderwerpen van Geldrop-Mierlo. We zijn heel benieuwd wat de onderwerpen gaan worden. Reactie college: Bij het inclusiever en toegankelijker maken van Geldrop-Mierlo is het belangrijk aan te sluiten bij de ideeën die onze stakeholders daarover hebben. Op deze manier vergroten we de kans dat de acties die we inzetten, aansluiten op behoeften in onze gemeenschap. Stakeholders kunnen in deze zin onze – ervaringsdeskundige- inwoners zijn alsook ambtenaren die hiermee aan de slag willen. Dit betekent dat we niet vooraf kunnen bepalen welke onderwerpen aan de orde komen. Net als de fractie van ‘SAMEN’ zijn wij benieuwd naar de concrete onderwerpen die dit traject gaat opleveren.
Er wordt gewerkt aan duurzame bedrijfsvoering voor minimaal 50% van de bedrijven in Geldrop-Mierlo en de subsidieregeling hiervoor wordt toegepast binnen het gebiedsprogramma Bedrijventerreinen. Is het college zich bewust van het feit dat maar een klein deel van de bedrijven op een bedrijventerrein gehuisvest is? Reactie college: Ja wij zijn er ons van bewust dat een veel groter percentage ondernemers niet gevestigd is op een bedrijventerrein. Deze ondernemers zijn meestal kleiner, of zelfs aan huis gevestigd. De detailhandel maakt onderdeel uit van de centrumprogramma’s en het bedrijfsleven in het algemeen maakt deel uit van het programma bedrijventerreinen. Bedrijven buiten de bedrijventerreinen kunnen vaak gebruik maken van regelingen die voor particulieren gelden, mocht dat niet zo zijn dan kan er gekeken worden hoe deze in de regeling voor bedrijven op bedrijventerreinen kunnen passen. De nu geplande subsidieregeling richt zich bijvoorbeeld op energyhubs, en deze regeling beperkt zich niet tot bedrijventerreinen. In het stuk gaat het nog steeds over doelstellingen als: we bereiken 20% meer huishoudens dan in 2023 of de leefbaarheid van veiligheid in de wijk wordt 1 punt hoger gewaardeerd dan in 2023.
Is er een 0-meting geweest op al die verbeteringen? Kunnen we deze inzien? Kunnen we inzicht krijgen in hoe de metingen worden uitgevoerd? Reactie college: De doelstellingen waarna gerefereerd wordt, zijn o.a. afkomstig uit de volgende monitors: Armoedemonitor In oktober 2021 is deze monitor voor het eerst uitgevoerd (0-meting). De resultaten hiervan zijn in de eerste helft van 2022 gepresenteerd aan de raad. Twee jaarlijks wordt de monitor opnieuw uitgevoerd om de effecten van uitgevoerd beleid en doelstellingen te meten. In Q4 2023 vindt dus een nieuwe meting plaats. Naar verwachting zullen de resultaten hiervan in Q1 2024 beschikbaar komen en worden gedeeld.
De armoedemonitor geeft antwoord op vragen als: o Hoe groot is de doelgroep minima in de gemeente Geldrop-Mierlo? o Hoe is de samenstelling van de minimahuishoudens? o Wat is het bereik van de verschillende minimaregelingen? Het dashboard van de armoedemonitor bevat verschillende rapportage en analyse mogelijkheden. Met deze analysemogelijkheden kunnen meervoudige selecties gemaakt worden en dwarsverbanden gelegd worden, zodat een gedetailleerd beeld zichtbaar wordt van de minima populatie. Veiligheidsmonitor De veiligheidsmonitor wordt, net zoals de armoedemonitor twee jaarlijks uitgevoerd. Dit is een landelijk onderzoek. Je kunt als gemeente kiezen voor resultaten op wijkniveau en om aanvullende vragen te stellen. De gemeente Geldrop-Mierlo neemt aan deze monitor al jaren aan deel De enquête in het kader van de veiligheidsmonitor wordt aan de hand van een steekproef verstuurd. Per editie is de gemiddelde respons ongeveer 1000 ingevulde vragenlijsten. De veiligheidsmonitor wordt twee jaarlijks na de zomervakantie uitgezet. Op dit moment wordt de veiligheidsmonitor 2023 uitgevoerd. De resultaten zijn beschikbaar eind Q1/ begin Q2. Voor resultaten van de vorige monitor zie: Rapportage Leefbaarheid en Veiligheid in Geldrop-Mierlo, resultaten Veiligheidsmonitor 2021.
Voor meer informatie over de veiligheidsmonitor zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatschappij/veiligheid-enrecht/veiligheidsmonitor. Dan over de leefbaarheid en veiligheid in de Coevering. We blijven we onszelf afvragen hoe het gebiedsprogramma wordt vastgesteld. Steeds weer wordt gezegd dat we aan de mensen zelf moeten laten komen met ideeën om hun leefomgeving aan te pakken. Maar echt… Het hele programma voor de Coevering ligt al vast: U zal sportiever en socialer moeten worden, de duurzaamheid moet omhoog, stop vooral met roken en natuurlijk moet u van het gas af. Waarom wachten we niet met het opschrijven van specifieke doelen tot daadwerkelijk met de mensen uit de wijk gesproken is? Reactie college: De insteek van het gebiedsprogramma de Coevering – en de andere gebiedsprogramma’s – is dat we die met bewoners verder gestalte geven. In de gebiedsprogramma’s komen behoeften van inwoners, bedrijven en netwerkpartners bij elkaar. Tegelijkertijd werken we in de strategie en begroting met doelen om de raad in kaderstellende en controlerende positie te brengen. Deze doelen zijn afgeleid uit zowel de omgevingsvisie als de visie en strategie sociaal domein, die eveneens participatief (met inwoners, bedrijven en netwerkpartners) tot stand zijn gekomen. De vertaling naar het gebied heeft nu nog niet participatief plaatsgevonden, maar dat staat wel op de planning voor 2024.
In de aanpak die we voor ogen hebben, hebben we ambities voor de lange termijn. We maken een agenda voor de komende jaren en maken een jaarlijks actieprogramma. Van abstract naar concreet. We staan nog aan de opstart van het programma, maar willen dit jaarlijkse actieprogramma met bewoners maken. Een grote en diverse groep betrekken is lastig, sommige doelgroepen zijn moeilijk te bereiken. Daarom hebben we een subsidie aangevraagd om komend jaar de doelgroepen, achtergronden en culturen in de wijk beter in beeld te brengen. Onderdeel van dat onderzoek is ook hoe we die bewoners beter kunnen betrekken. Wat beweegt en belemmert hen? Parallel daaraan gaan we in de eerste fase van het wijkprogramma in gesprek met bewoners tijdens bewonersinitiatieven. Daar waar geen bewonersinitiatieven zijn, proberen we die met bewoners van de grond te krijgen. Tijdens die gesprekken halen we op wat zij van hun wijk vinden en wat zij belangrijk vinden. Zo toetsen we of de ambities daar ook op aansluiten, proberen we die ook meer te definiëren en waar nodig stellen we die bij.
Burgerparticipatie is en blijft een mooi begrip. Iedereen verstaat er iets anders onder. En helaas legt het college dit begrip voor zichzelf zo minimaal mogelijk uit. Als het besluit genomen is informeren we de mensen en wie weet mogen ze in de uitvoering nog een mening uiten. Voorbeelden waarbij burgerparticipatie onder maat is geweest zijn er legio. Denk bijvoorbeeld aan de informatieavond voor bewoners over de komst van jonge asielzoekers in voormalig zorgcentrum Akert, het raadsbesluit rondom de verhuizing van de Van Der Puttschool en de Indië-herdenking. In 2024 zal burgerparticipatie ongetwijfeld verbeterd worden. Niet omdat college dat wil, maar omdat we wel moeten met de inwerkingtreding van de omgevingswet. Laten we als gemeente ons vooral bezighouden met onze eigen taken. Hoe onzinnig om te bepalen hoe de bibliotheek ingericht moet worden. Of wacht… er staat een toevoeging bij: rekening houdend met de opgaven in de woningbouwimpuls. Hoe bijzonder dat we in het kader van de woningbouwimpuls ons gaan bemoeien met de inrichting van de bibliotheek. Doen we dat ook met alle andere panden waar we iets in het kader van de woningbouwimpuls willen gaan ontwikkelen? Reactie college: De bibliotheken krijgen van het Rijk opdrachten waaraan zij moeten voldoen. Dit zorgt ervoor dat er een bepaalde kwaliteit geborgd wordt in Nederland.
Met die opdracht in het achterhoofd hebben we aandacht voor de inrichting van de bibliotheek, zowel met de vestiging in Mierlo als in Geldrop. Beide vestigingen voldoen nu nog niet aan die landelijke richtlijnen. De vestiging in Geldrop ligt midden in het centrum en past in die zin in de woningbouwimpuls. Dat is een extra aandachtspunt voor deze vestiging. En als het gaat om wat we wel en niet zelf doen als gemeente komt ook de vraag op over de 2 evenementen die we naar Geldrop-Mierlo willen halen. Dit klinkt als een bestaand concept. Om welke evenementen gaat het? En is het niet verstandiger om initiatieven uit de eigen omgeving te ondersteunen. Want helaas. De gemeente denkt nog steeds niet in Ja tenzij in plaats van nee. Reactie college: Het doel is om twee nieuwe evenementen naar Geldrop-Mierlo te halen. Het gaat hierbij niet om een bestaand concept, maar iets nieuws voor de doelgroep 16-26 jaar. Wij praten hiervoor met veel partijen zoals de jongerenraad, horeca ondernemers, Stichting Villagemarketing en onze erkende evenementorganisatie. Een enquête onder de jongeren heeft ons inzichten gegeven die we onlangs met deze partijen besproken hebben. Om te komen tot goede evenementen voor jongeren ontvangen we op korte termijn diverse plannen van deze externe partijen en zien wij dit traject als een groeidiamant.
We gaan starten met de beste plannen in 2024 en proberen voor de jaren daarna het aantal evenementen en activiteiten nog beter te laten aansluiten bij de wensen van onze jongeren. Samenvattend hebben we niet echt het gevoel dat we weten, ten opzichte van wat, we veel gaan verbeteren, we blijven bang voor de burgerparticipatie die niet altijd even goed genoeg ingezet wordt, en de uitvoerbaarheid. We krabbelen voort en de problemen worden er niet kleiner op. Wanneer gaan we, in dienst van onze inwoners en ondernemers, eindelijk vol aan de gang om de problemen daadwerkelijk op te lossen?
Algemene Financiële Beschouwingen MPB 2024-2027
Voor ons ligt de Meerjarenbegroting 2024-2027. In de reactie op de strategie en begrotingskader 2024-2027 heeft de DGG er eerder al voor gepleit om niet alleen te kijken of ons beleid financieel haalbaar is maar om ook te kijken of we de capaciteit hebben om het beleid uit te voeren. Wij hebben dan ook kritisch gekeken of dat voldoende gerealiseerd is in de aangeboden begroting. De focus moet liggen in goede en duidelijke communicatie, met name op het gebied van wijk dialoog en communicatie in de wijken. DGG is sterk van mening dat je alleen dan het vertrouwen van onze inwoners kunt terugwinnen Want zoals ik al eerder aangegeven heb vergt een nieuwe aanpak lef en focus om te gaan doen en dat moet beter naar voren komen. Programma de mens centraal In het programma De mens centraal is in het kader van de samenwerking van de maatschappelijke partners de DGG blij dat in de talentontwikkelingen een samenwerking gezocht wordt met onderwijsinstellingen. De DGG onderschrijft ook dat er bij samenwerking goed gekeken dient te worden naar dubbelingen en gaten in het aanbod. De DGG is verheugd dat een van de activiteiten voor 2024 inkomensverruimende regelingen betreft waarbij de uitvoering van de bijzondere bijstand schoolkosten een positief gegeven is.
De DGG is positief gestemd over invulling van het ondersteuningsaanbod, gericht op bestaanszekerheid voor mensen met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Een wijkgerichte aanpak met de partners binnen het armoedeplatform om advies te geven over het verbeteren van de financiële situatie; de pilot “financiële werkplaats en implementeren van de gemeentelijke inkomensverklaring” vindt de DGG een goede zaak. Themaprogramma Zorg en ondersteuning Betreffende het themaprogramma Zorg en ondersteuning is de DGG te spreken over de focuspunten reguliere taakuitvoering. Op het gebied van een goede balans tussen geïndiceerde zorg en inzet spreekt de DGG haar zorgen uit. Het is uiteraard een goede zaak om samenwerking tussen verschillende maatschappelijke organisaties te intensiveren maar er dient ook voor gewaakt te worden dat teveel inzet van organisaties de hulpvragen niet ten goede kunnen komen van individuele cliënten. Programma Sterke wijken In het Programma Sterke wijken is de DGG is een groot voorstander van het fenomeen “Sterke wijken”. Een probaat middel om te komen tot sterke wijken is het eerdere wijkontwikkelingsplan, nu gebiedsprogramma. Zo’n gebiedsprogramma dient te worden opgesteld met medewerking en medezegging van de betreffende buurtbewoners. Uit de plannen voor 2024 blijkt nergens dat er, met buurtbewoners, plannen gemaakt worden.
DGG pleit voor een gebiedsprogramma voor elke wijk, hiervoor zijn extra middelen en is meer capaciteit nodig om dit voor 2026 voor elkaar te krijgen. Wij gaan er nog steeds van uit dat dit opgenomen wordt vanuit de vastgestelde visie en strategie. Reactie college: De insteek van de gebiedsprogramma is dat we die met bewoners verder gestalte geven. In de gebiedsprogramma’s komen behoeften van inwoners, bedrijven en netwerkpartners bij elkaar. Tegelijkertijd werken we in de strategie en begroting met doelen.
Deze doelen zijn afgeleid uit zowel de omgevingsvisie als de visie en strategie sociaal domein, die eveneens participatief (met inwoners, bedrijven en netwerkpartners) tot stand zijn gekomen. De vertaling naar het gebied heeft nu nog niet participatief plaatsgevonden, maar dat staat wel op de planning voor 2024. Er is dan ook geld opgenomen in de begroting voor het uitwerken van o.a. de gebiedsprogramma’s, juist met het oog op de participatie. Daarnaast is er voor gebiedsprogramma Centrum Geldrop en gebiedsprogramma de Coevering (vanwege de omvang) nog separaat geld begroot. In de strategie is opgenomen dat er binnen het visietraject aan gebiedsperspectieven gaat worden gewerkt. Ook dit vindt op een participatieve manier plaats en ook hiervoor is werkbudget geraamd in de begroting. Die gebiedsperspectieven worden het vertrekpunt om binnen de gebiedsprogramma’s hier verder mee aan de slag te gaan. Daarbinnen maken we – opnieuw via een participatieve insteek – de vertaalslag naar gebiedsopgaven en gebiedsdoelen. De kunst wordt om in de gebiedsdoelen ook de korte termijnbehoeften van bewoners en bedrijven te verweven. Ook blijkt nergens dat er gesprekken zijn of gaan komen met buurtbewoners. Het kan niet zo zijn dat gebiedsprogramma’s uitsluitend gaan over steen en asfalt. Gebiedsprogramma’s dienen te gaan over mensen en hun wensen voor de korte en de lange termijn.
Wensen die vrijwel onmiddellijk te voldoen zijn en wensen die meer tijd nodig hebben. Op pag. 31 staat vermeld dat buurtbewoners elkaar kennen en dat er al initiatieven zijn ter verbetering van de leefbaarheid, maar hoe er in de nabije toekomst met inwoners wordt samengewerkt staat niet vermeld. Reactie college: Er is al veel contact in de wijken binnen de lijnwerkzaamheden. Daarnaast wordt er de komende tijd door de teams gewerkt aan meer wijkgericht werken binnen die lijnwerkzaamheden. De contacten in de wijken, bijvoorbeeld via de gebiedsregisseurs, nemen daar een belangrijke plek bij in. De lijn die we hanteren is dat alles wat vrij direct kan worden opgepakt, op een adequate manier binnen die lijnwerkzaamheden wordt opgepakt. Alles wat meer tijd nodig heeft (door complexiteit of door afhankelijkheden) komt in een gebiedsprogramma terecht. Hetzij door doelen toe te voegen, dan wel door te schakelen qua activiteiten. Daarbij maken we steeds de afweging of iets past in de lijn van ambities, opgaven en doelen. Bij de activiteiten voor 2024 staat “In alle wijken hebben wijkverenigingen en wijkgebouwen een nadrukkelijke rol in de wijk …enz”. Maar niet in elke wijk is een wijkvereniging actief en is er ook geen wijkgebouw. Wel wordt er een start gemaakt van een verkenning aangaande dit onderwerp, maar hoe en wanneer precies worden niet vermeld.
Een verkenning betekend normaliter dat er geen concrete acties uit voortkomen. Op pag.33 staat dat er al een besluit is genomen over een aangepaste wijkindeling; wij zijn benieuwd hoe die eruit ziet. Over het geheel is niet duidelijk dat er met de buurtbewoners gesprekken gaande “zijn of gaan komen. Reactie college: De indeling van wijken en buurten in Geldrop-Mierlo is al langere tijd aan revisie toe (laatste update heeft in 2010 plaatsgevonden) Zo ontbreekt in Mierlo een wijkindeling en in Geldrop zijn enkele wijken erg omvangrijk. Een betere wijkomvang zal helpend zijn voor de gebiedsgerichte aanpak die de gemeente wil hanteren en voor het verzamelen en interpreteren van diverse data voor beleidsontwikkeling en voor sturen en verantwoorden. Daarnaast geven we hiermee gehoor aan eerdere verzoeken van het CBS om de wijk- en buurtindeling beter in lijn te brengen met de CBS-richtlijnen (qua omvang van buurten, begrenzing van buurten en één hoofdfunctie per buurt).
In oktober 2023 is met het traject gestart om te komen tot een nieuwe wijkindeling, dit traject wordt in maart 2024 afgerond door tijdens de raadsinformatieavond de nieuwe indeling toe te lichten. De komende periode wordt op basis van een matrix van afwegingen gekeken naar mogelijke scenario’s. Afwegingen die hierin worden meegenomen betreffen o.a.: • CBS richtlijnen o ruimtelijke, historische en stedenbouwkundige kenmerken; o wijken en buurten zijn onderling zo veel mogelijk te vergelijken (schaalgrootte, typering); o de indeling is zoveel mogelijk stabiel (i.v.m. longitudinale monitoring). • Toekomstige ontwikkelingen (woningbouwmonitor); • Indelingen die voor dienstverlening gemeente wordt gehanteerd, zoals buitendienst (groenonderhoud), vuilnisophaal, verkiezingen etc. Programma inclusief leven Bij het programma “Inclusief leven” staat vermeld dat in de gemeente breed bewustzijn is dat iedereen goed mee kan doen in de samenleving, maar niet vermeld wordt wat er precies wanneer gaat gebeuren. DGG roept het college op om hier nog eens kritisch naar te kijken en concreet middelen in te zetten om hiermee aan de slag te kunnen. Reactie college: Wij zijn ons ervan bewust dat, om breed bewustwording te creëren op inclusie, middelen nodig zijn.
Om breed bewustzijn rondom inclusie te bevorderen in Geldrop-Mierlo is er uit de algemene WMO-middelen een – bescheiden- budget gealloceerd. In 2023 zijn wij gestart met de voorbereidingen voor een bewustwordingscampagne, welke in 2024 zichtbaar zal gaan worden. Deze campagne richt zich zowel extern op onze samenleving als intern op onze eigen organisatie. Programma levendige dorpen In het programma levendige dorpen is het goed om te lezen dat er een nieuw cultuurplan is waarbij partijen en burgers worden uitgenodigd om te participeren zoals ook op de cultuurnetwerkdag die gaat komen. Dat zal zeker het draagvlak verhogen; voor en door de inwoners. Ook samen met jongeren opzetten en uitvoeren van festival/events zal betrokkenheid en cohesie bevorderen zowel groot; gemeente/kern gericht als wat kleiner; wijkgericht. Het bijdragen aan Toekomstbestendigheid van ’t Patronaat en Weeffabriek zien wij graag op de agenda staan. We zijn benieuwd hoe de ideeën zich zullen ontwikkelen rondom het transformeren van de beide Bibliotheek locaties en welke ambities hiervoor zijn. Hoe gaat dit vorm krijgen en blijven deze op dezelfde locatie waar ze nu zijn? Eerder is vaak gesproken over het verplaatsen van de Geldropse bieb locatie. Echter is de bibliotheek het enige onderdeel van het centrum impuls waar NIET aan gewerkt wordt.
DGG is nog steeds sterk van mening dat de bibliotheek naar de weeffabriek verplaatst dient te worden zodat we op die plaats de geplande woningen en horeca kunnen realiseren. Reactie college: Op dit moment zijn er meerdere locaties in Geldrop waar niet actief gewerkt wordt aan woningbouwlocaties vanuit de woningbouwimpuls. Eén daarvan is de bibliotheeklocatie in Geldrop. Dit gebouw is niet van de gemeente, maar van een vereniging van eigenaren, waarvan de bibliotheek de hoofdeigenaar en gebruiker is. In 2022 en 2023 zijn wel enkele oriënterende gesprekken geweest, maar dit heeft nog niet geleid tot een mogelijkheid om verder te onderzoeken of woningbouw een realistische optie is. De bibliotheek geeft zelf namelijk aan niet te willen verhuizen naar een andere locatie. Er zal wel medewerking nodig zijn vanuit de bibliotheek (eigenaren en gebruikers het pand). In 2024 worden de gesprekken weer opgestart.
Voor de bibliotheeklocatie in Mierlo geldt dat deze op de huidige plek wordt behouden en er alleen een ontwikkeling naar third place-gedachte voor ogen is. Gebiedsprogramma Centrum Geldrop De doelen die voor dit programma zijn omschreven in de voorliggende Meerjarenbegroting zijn wat de DGG betreft passend en nodig voor het centrum van Geldrop. Om op deze manier ontwikkelingen op het vlak van sociale cohesie, cultuur, recreatie, mobiliteit, wonen, economie, groen en klimaatadaptatie samen te brengen is wat de DGG betreft een prima methode. Echter ontbreekt een essentieel deel dat we nog niet alle plannen kennen en we er nog over moeten besluiten. De DGG wil dat de concrete plannen voor de centrum impuls snel in de raad besproken worden. Reactie college: In de afgelopen periode is uw raad regelmatig bijgepraat over de verschillende plannen van de woningbouwimpuls. Ook zijn er al diverse plannen en visies door uw raad vastgesteld. Dat neemt niet weg dat als we het signaal krijgen dat de concrete plannen besproken moeten worden in de raad, we daar graag aan tegemoet komen. In het vierde kwartaal van 2023 of eerste kwartaal van 2024 zal dit gaan plaatsvinden, waarna uw raad ook besluiten kan nemen over de verschillende locaties, voor zover dat nog niet is gedaan. Er is immers al veel besloten rondom de verschillende locaties.
Gebiedsprogramma Centrum Mierlo De activiteiten die bedacht zijn bij de verschillende doelen voor het centrum van Mierlo zijn wat de DGG betreft goed in balans. Diverse wensen die nog op het lijstje staan voor het centrum van Mierlo worden hiermee aangepakt en gerealiseerd. In centrum Mierlo moet nog veel gebeuren en dat blijft liggen van wege capaciteitsgebrek. De DGG vraagt zich af of alles nog in balans is of dat er op andere plaatsen in onze te weinig aandacht is omdat we alles focussen op het centrum van Geldrop. Reactie college: Op dit moment zijn er veel ambities en wensen. In het gebiedsprogramma voor het centrum van Mierlo hebben we ze zoveel mogelijk willen beschrijven en in de tijd weg gezet. Centrum Geldrop is duidelijk gekoppeld aan het tijdspad van de Woningbouwimpuls. Dat wil niet zeggen dat we centrum Mierlo links laten liggen. In 2024 willen we met een plan van aanpak komen hoe we de verschillende doelen en opgaves in (en rond) het centrum van Mierlo willen aanvliegen. Eén van de eerste stappen is het maken van keuzes; welke functies zien we voor het centrum van Mierlo, om een toekomstbestendig, aantrekkelijk en leefbaar centrum te kunnen blijven. Hierin zitten dan ook onder meer de opgaven vanuit wonen, welzijn, klimaat, groen, evenementen, economie, etc. Dat betekent interne en vooral ook externe betrokkenheid.
Met de opbouw van de Strategie 2024-2027 met beschrijving van ambities, opgaven en doelen die in de tijd weggezet zijn hebben we, in samenspraak met de raad, een overzicht gemaakt met waar we als gemeente de komende jaren op focussen. Dit moet tevens inzicht geven in de balans in projecten, wat kan betekenen dat er anders geprioriteerd moet worden of zaken uit besteed moet worden. Zoals ook nu al is, dient er inderdaad focus te zijn op leegstand in de centra. Hier moet continu aandacht voor zijn om dit naar 0 te brengen. Gebiedsprogramma Bedrijventerreinen Wat de DGG betreft is het goed om te komen tot een duidelijk profiel per bedrijventerrein. Dit geeft iedereen duidelijkheid over wat wel en niet gewenst is in een gebied.
Het lijkt de DGG echter niet eenvoudig om bedrijven die in een bepaald gebied niet gewenst zijn (denk aan bijvoorbeeld de Pali-groep) om die verplaatst te krijgen. Dat lijkt financieel niet haalbaar. Ook de communicatie met onze ondernemers moet beter. Daarnaast maken we onderdeel uit van de Brainport regio en dat is nauwelijks zichtbaar in onze gemeente terwijl het bedrijfsleven en de inwoners hier veel meer profijt van kunnen hebben. Het is goed om te onderzoeken waar ruimte gewonnen kan worden door verticale mogelijkheden te onderzoeken en uit te werken. Het gaat hier om intensief ruimte gebruik en dat is meer dan verticalisering ook mobiliteit / parkeren en verduurzaming hangen hier mee samen. Reactie college: Zoals in de activiteiten bij de doelen staat beschreven wordt er voor de bedrijventerreinen de strategie waar nodig geactualiseerd en daar kan dit een plaats krijgen. Daarnaast wordt er samen met het ondernemersplatform de mogelijkheden onderzocht voor innovatief en intensief ruimtegebruik, van waaruit waar een plan van aanpak zal vloeien. Het is een goede zaak om verouderde en verloederde panden opgeknapt te zien en in gebruik. Dat geldt ook voor verduurzaming van bedrijven en hun bedrijfspanden. Of het genoemde percentage op de genoemde termijn haalbaar is lijkt de DGG een grote uitdaging.
Of eind 2025 50% van ALLE bedrijven in de HELE gemeente een duurzame bedrijfsvoering heeft met betrekking tot energietransitie, circulariteit én klimaat adaptatie, dat is volgens de DGG wel heel erg snel maar het is wel een goed streven. Voor allerlei (onbekende) ontwikkelingen die in de toekomst kunnen plaatsvinden is het zeker goed dat ondernemers onderling- én met de gemeente afstemmen om zo het ondernemersklimaat te versterken en de communicatie te verbeteren. Themaprogramma Wonen In 2024 is het doel dat er minimaal 40 flexwoningen zijn gerealiseerd, die bijdragen aan het terugdringen van het woningtekort. Dit doel is door u voor 2024 gesteld. De inspanningen zijn erop gericht dit te realiseren, echter is de kans zeer klein dat de veertig woningen eind 2024 zijn bewoond. Aangezien er alleen maar onderzocht gaat worden, getuigd dit van weinig ambitie. Op geen enkele wijze is notabene gesproken over de te realiseren plek van het plaatsen van flexwoningen. Op dit punt ontbreekt het volledig aan het motto van de organisatie “Durven en Doen.” Reactie college: Op dinsdag 24 oktober staat een (besloten) informatiebijeenkomst aan de gemeenteraad gepland. Daarin komt aan bod wat de inzet is, waar we staan en hoe de vervolgstappen eruitzien. De eerste stappen die we hebben gezet, bevatten onderzoek zoals te doen gebruikelijk bij gebieds- of locatieontwikkelingen.
Maar onze inspanningen tot dusver gaan verder dan uitsluitend onderzoek naar de ruimtelijke en financiële haalbaarheid. Zo hebben we het aangedurfd om de benodigde gronden te verwerven. Komende periode staan in het teken van onder andere participatie in de omgeving, overleg met de corporatie en uitwerking van het plan. Een en ander mits de raad de benodigde middelen ter beschikking stelt. Ook het college wenst over te gaan tot snelle realisatie. We hebben echter te maken met marktomstandigheden (schaarse grondstoffen, personeelskrapte en oplopende levertijden) en afhankelijkheden van andere partijen (zoals de netbeheerder bij wie de wachttijd momenteel 40 weken tot een jaar bedraagt, gerekend vanaf het moment dat het bestek klaar is). Dit realistische beeld maakt dat we eerder rekening houden met ingebruikname in 2025 dan 2024.
Tot slot ziet de DGG ook dat er aandacht is voor preventieve maatregelen op het gebied van openbaar beheer en onderhoud en dat er actief ingezet wordt op achterstallig onderhoud en het voorkomen hiervan. Tot slot De DGG roept het college nadrukkelijke op aan om de wijze van communicatie naar- en met de inwoners van onze gemeente te verbeteren. Dit geldt voor alle activiteiten welke in onze gemeente gaande zijn. DGG wil hierbij met name nogmaals de aandacht vestigen op het aangaan van de wijkdialoog en de wijkcommunicatie. Uitleggen welke keuzes waarom gemaakt worden in begrijpelijke taal welke iedere inwoner van onze gemeente zal begrijpen. Wanneer dit vraagt om extra middelen dan zullen wij daarop een positief besluit nemen. Reactie college: Onze communicatie is erop gericht om begrijpelijk beleid te maken. Niet om beleid (achteraf) begrijpelijk te maken. Communicatie hoort daarom in een meer strategische positie in beleidsontwikkeling. Dat betekent dat we vroeg in een traject en proactief meedenken en adviseren over communicatie en participatie, voordat het beleid ontwikkeld is. Communicatie is en blijft de verantwoordelijkheid van elke ambtenaar en bestuurder. Communicatie is niet meer ‘van de communicatieafdeling’ maar van iedere ambtenaar, iedere bestuurder én iedere inwoner.
Goede communicatie? Dat is voor ons het continu verbinden van de buitenen de binnenwereld, het actief aangaan van de dialoog en het streven naar optimale transparantie. Met onze boodschappen willen we verbinding en een dialoog op gang brengen met en tussen inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Om die verbinding goed te kunnen maken sluiten we in onze communicatie aan bij wat er leeft onder inwoners. Onze partners staan centraal; wij kijken hoe we bij hun behoeftes en wensen kunnen aansluiten. Daarvoor is het nodig om continu met inwoners en andere partners in contact te zijn. Gebieds- of opgavegericht én integraal werken krijgt steeds meer een plek in ons werk. Er ontstaan steeds meer initiatieven van inwoners zelf waarin zij de overheid uitnodigt om samen te werken. Dat is een ontwikkeling waar we rekening mee moeten houden. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn waardevolle ambassadeurs die niet persé inhoudelijk op één lijn hoeven te zitten, maar wel altijd vertrouwen moeten hebben in het proces. DGG dankt alle betrokken die een actieve bijdrage geleverd hebben aan de totstandkoming van de meerjarenbegroting zoals deze voor ons ligt.
Daarbij wensen wij de ambtelijke organisatie en het college veel werkplezier toe met de uitvoer van deze uitdagende begroting waarvan we allen weten dat het een behoorlijke opgaaf is waarbij we nadrukkelijk met elkaar de verbinding moeten blijven zoeken, elkaar ondersteunen en in een goede mate van communicatie elkaar informeren.