Rapport 'Een Toekomstbestendig Weverijmuseum - scenarioanalyse en business case'.pdf
Tekst van het document
EEN TOEKOMSTBESTENDIG WEVERIJMUSEUM SCENARIOANALYSE EN BUSINESS CASE
Mei 2023 | ‘s-Hertogenbosch Besteknr: G_VT_22082 Opdrachtgever:
INHOUD 1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel- en vraagstelling 1.3. Leeswijzer
3 4 5 6
2. Het huidige Weverijmuseum 2.1. Missie en doelstellingen 2.2. Concept, locatie en publieksbereik 2.3. Maatschappelijke waarde 2.4. Organisatie en exploitatie
7 8 9 12 14
3. Contextanalyse 3.1. Inleiding 3.2. Textielmusea 3.3. Musea ter inspiratie 3.4. Trends en ontwikkelingen 3.5. Wie zijn potentiële doelgroepen?
16 17 18 22 24 25
4. Scenario’s toekomstbestendig Weverijmuseum 4.1. SWOT-analyse 4.2. Scenario’s voor de toekomst
26 27 29
5. Raming bezoeken en exploitatie 5.1. Raming bezoeken 5.2. Raming exploitatie 5.3. Raming economische waarde
40 41 46 58
6. Conclusies en aanbevelingen 6.1. Conclusies 6.2. Aanbevelingen
60 61 64
Bijlagen
65
Bronnenlijst
73
2
1
Inleiding
3
1.1. AANLEIDING Sinds 2000 is het Weverijmuseum gevestigd in de voormalige Wollenstoffenfabriek in Geldrop. Het museum beschikt over enkele industriële weef- en spinnerijmachines die vroeger in de lokale textielindustrie zijn gebruikt. Het museum vertelt daarmee niet alleen het verhaal van de textielindustrie van Geldrop, maar ook van Mierlo. Bezoekers krijgen een rondleiding en demonstratie van de machines als zij een bezoek aan het museum afleggen. Het Weverijmuseum ziet zichzelf als een producerend museum. De machines produceren nog textiel voor bijvoorbeeld historisch erfgoed. Het neemt daarmee een bijzondere positie in het Nederlandse museale landschap in. Qua organisatie steunde het museum tot op afgelopen jaar op circa 60-80 vrijwilligers. De vrijwillige bedrijfsvoering heeft echter beperkingen, zeker in het licht van de vereisten waaraan geregistreerde musea dienen te voldoen. Bovendien heeft het museum met succesvolle (korte) wisseltentoonstellingen tijdens de coronajaren gemerkt dat de belangstelling voor het museum groter te maken is. Deze last is echter niet te dragen door een vrijwillige organisatie.
met de tijd. Om een beeld te krijgen van de mogelijke structurele, duurzame ondersteuning in deze, dient inzichtelijk te worden gemaakt op welke niveau het Weverijmuseum toekomstbestendig voortgezet en doorontwikkeld kan worden. Het museum en de gemeente hebben daarbij behoefte aan een toekomstvisie met heldere en gedegen bedrijfseconomische onderbouwing inclusief een doorkijkje naar meerdere jaren (vertaald in enkele scenario’s). Het huidige Beleidsplan en aangepast Bedrijfsplan vormen daarbij een belangrijke basis. Dit rapport voorziet in enkele toekomstbestendige scenario’s voor het Weverijmuseum. Twee scenario’s worden volledig uitgewerkt, terwijl ook een stip op de horizon wordt geplaatst.
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft zich middels een recentelijk Collegeen Raadsbesluit sterk gemaakt voor het ondersteunen van het Weverijmuseum om haar bedrijfsvoering verder te professionaliseren. In de eerste vijf maanden van 2023 is een interim-directeur in dienst die het museum in haar streven naar professionalisering een stap verder moet helpen. Het doel van de gemeente is dat het Weverijmuseum ook op de langere termijn een gezond en levensvatbaar museum is dat meegroeit INLEIDING
4
1.2. DOEL EN VRAAGSTELLING Het doel van het onderzoek is het opstellen van een gedegen businessplan inclusief bedrijfseconomische analyse en een beoordeling van een aantal toekomstscenario’s, in relatie tot de mogelijke keuzes in het gewenste niveau van museumprofilering. Onderdeel hiervan moet zijn een beeld van de structurele financiële gevolgen, inclusief de bijbehorende organisatie. In feite vragen het museum en de gemeente daarmee een antwoord op alle vragen die Ginder beschouwt tijdens business cases voor musea,
Figuur 1.1. Krachtenmodel
weergegeven in het onderstaande Krachtenmodel. Die vragen gaan over: 1. de verbinding die het museum met (potentiële) doelgroepen maakt 2. de maatschappelijk waarde van en het draagvlak voor het museum 3. de investeringen en financiering bij eenmalige veranderingen 4. de gevolgen voor de bedrijfsvoering, de bezoeken en de exploitatie. Alle vragen worden bij de scenario’s voor het museum in beschouwing genomen. Als een museum op alle krachten goed scoort, dan is er sprake van een toekomstbestendige situatie.
5
1.3. LEESWIJZER De rapportage is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt inzicht gegeven in de huidige stand van zaken van het Weverijmuseum. Er is aandacht voor de missie en doelstellingen, voor de locatie, thematiek en inrichting, en voor de exploitatie en organisatie. In hoofdstuk 3 wordt een contextanalyse uitgevoerd. Er is aandacht voor de positionering van het Weverijmuseum in relatie tot andere textielmusea in Nederland en het nabije buitenland. Bovendien bespreken we enkele best practices, landelijke en regionale (museale) trends en doelgroepen waarop het Weverijmuseum terug kan vallen. In hoofdstuk 4 is aandacht voor de toekomstscenario’s voor het Weverijmuseum. We beschrijven en analyseren per scenario het effect op: • de verbinding met de markt (inhoudelijke ambities i.c.m. doelgroepen) • de maatschappelijke waarde, aan de hand van de vijf museale waarden zoals geformuleerd door de Museumvereniging; • de ruimtelijke vertaling incl. eventuele eenmalige investeringen • de gevolgen voor de organisatie. In hoofdstuk 5 is aandacht voor het aantal bezoeken en voor de exploitatie per scenario. In hoofdstuk 6 zijn enkele conclusies en aanbevelingen opgenomen. Aan het einde van de rapportage is nog een bronnenlijst opgenomen. Naar de bronnenlijst wordt op betreffende pagina’s in de rapportage gerefereerd met cijfers, bijvoorbeeld (1). INLEIDING
6
2
Het huidige Weverijmuseum
7
2.1. MISSIE EN DOELSTELLINGEN Ontstaansgeschiedenis(1) Al sinds het einde van de 17e eeuw staat Geldrop bekend als een plek voor textiele huisnijverheid. Met name Leidse bedrijven zochten onder invloed van de lagere lonen in Geldrop en Noord-Brabant naar mogelijkheden voor productie. Zo groeide Geldrop, na Tilburg, in de 19e eeuw uit tot het belangrijkste productiecentrum van wollen stoffen in Nederland, met diverse weefhuizen en mechanische spinnerijen. Ook in Mierlo verrichtten kersenboeren thuis in de winter diverse productietaken voor de textielindustrie, en op Strabrechtse Heide werden schapen gehouden die wol leverden voor de Geldropse bedrijven. De industriële revolutie zorgde er vanaf 1850 bovendien voor dat de bedrijven in de wol- en linnenindustrie in Geldrop groter werden.
Het Weverijmuseum wil een plek zijn van herkenning, verwondering en verbazing. Het museum brengt het textielverleden van Geldrop en Mierlo tot leven en verbindt het belang hiervan met het heden. Het museum wil verrassen en de bezoeker verrijken door het verhaal te vertellen en de textielnijverheid te laten zien en beleven door het produceren van eigen textielproducten. Dit op de plek en in het gebouw waar al decennialang is geweven en de vakkennis en kunde van wevers te zien is en hun verhalen daarover te horen. Het museum is een ‘Geregistreerd Museum’ […] Het Weverijmuseum dient een werkend museum te blijven.
Vanaf de jaren ’60 van de afgelopen eeuw raakte de Nederlandse textielindustrie in verval, ook in Geldrop. Fabrieken sloten de deuren en de machines raakten overbodig. Er ontstond al vrij snel steun voor de plannen om het industrieel erfgoed voor de samenleving te behouden. Door de inspanningen van de heer Verhagen, de oprichter en eerste voorzitter van de Stichting Industriële Oudheidkamer van Geldrop, ontstond in 1983 het Weverijmuseum in één van de vrijgekomen fabriekspanden. In 2000 verhuisde het museum naar de huidige locatie aan de Molenstraat, in het pand van de Firma A. van den Heuvel en Zoon – Wollenstoffenfabriek. In 2018 was de laatste herinrichting van de vaste tentoonstelling.
Doelstellingen In 1979 werd de Stichting Weverijmuseum Geldrop opgericht. De stichting heeft ten doel(3): a. Het verzamelen, conserveren en exposeren van getouwen, machines, hulpmiddelen, apparatuur, documentatie en andere objecten op het gebied van textielfabricage, in het bijzonder maar niet uitsluitend de weeftechniek, en de mechanisatie en technische ontwikkeling daarin, alsmede van voortgebrachte goederen; b. Het inrichten van daarvoor nodige ruimten en die toegankelijk maken voor het publiek op door het bestuur te bepalen wijze; c. Al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.
Missie en visie Het museum heeft als missie en visie(2):
De stichting dient daarbij het algemeen belang en heeft geen winstoogmerk.
HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
8
2.2. CONCEPT, LOCATIE EN PUBLIEKSBEREIK Concept Het huidige museumconcept bestaat uit drie onderdelen, die verdeeld zijn over de drie hallen in het Weverijmuseum: (1) De ontvangstruimte, waar naast de entree ook de museumwinkel, de museumhoreca en een kleine filmzaal te vinden zijn. Tevens is er aandacht voor de geschiedenis van de familie Van den Heuvel en voor Geldrop. Bij deze ruimte bevindt zich ook het Sagebien waterrad, een exacte replica van het oude waterrad uit 1874 dat ooit een belangrijk onderdeel in het productieproces van de fabriek was. (2) De experience/vaste tentoonstelling. Centraal in de hal is het theater (“de garenklos”) te vinden, waar op audiovisuele wijze inzicht wordt gegeven in het leven van vijf personen werkzaam in de textielindustrie. Daarnaast is er ruimte voor verdieping, met aandacht voor de sociale aspecten van de textielindustrie (onder meer lage lonen, lange werkdagen, kinderarbeid), voor weeftechnieken en de ontwikkeling van de machinetechniek, en voor de toepassing van oude en nieuwe ‘hightech’ vezels. (3) Het museale machinepark. Hier bevinden zich de weefgetouwen, vinden demonstraties van de machines en de verschillende weeftechnieken plaats. Ook produceert het museum hier producten voor haar eigen winkel. In een nabijgelegen ruimte worden ook nog smeerkussens geproduceerd voor historische locomotieven.
Recent is in samenwerking met EE Labels een modern weefgetouw aangekocht. Hierdoor kan het museum niet alleen haar status als werkend museum eenvoudiger voortzetten, maar is ook de volgende stap in de tijdlijn van technologische ontwikkeling in huis. . HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
Het Weverijmuseum biedt haar bezoekers dus zowel een erfgoedbeleving als een (museale) experience. De erfgoedbeleving neemt relatief veel ruimte in beslag, zoals ook op de plattegrond op de volgende pagina te zien is. De museale experience is op enkele punten interactief en er is sprake van een audiovisuele vertaling van enkele onderwerpen. De vaste tentoonstelling is vooral gericht op inhoudelijk wat zwaardere onderwerpen. Daarmee is hal 2 vooral interessant voor volwassenen die een interesse hebben in de textielindustrie. Hal 3 is met name interessant voor bezoekers die een verleden hebben in de textielindustrie, die af komen op de nostalgie van de weefgetouwen, of die een verregaande interesse in techniek hebben. Sterk is de persoonlijke benadering van het museum. Bezoekers kunnen bij een bezoek aan het museum een rondleiding krijgen. Relatief veel bezoekers verlengen hun bezoek met koffie en met de aankoop van artikelen in de museumwinkel. Locatie De locatie van het Weverijmuseum is relatief gunstig op macro- en mesoniveau. Geldrop ligt in de dichtbevolkte Brainportregio, met circa 800.000 inwoners op maximaal 30 minuten autoreistijd(1). Daarnaast zijn er jaarlijks zo’n 400.000 overnachtingen in de gemeente Geldrop-Mierlo(2). Bospark ‘t Wolfsven speelt hier een belangrijke rol in. Geldrop is goed bereikbaar via de A2 en A67 en beschikt over een treinstation.
Ook op microniveau is de locatie relatief gunstig. Het Weverijmuseum is gevestigd in de Weeffabriek, op loopafstand van Kasteel Geldrop en van het winkel- en horecagebied van Geldrop. De Weeffabriek, voorheen bekend als Cultureel Centrum Hofdael, is een centrum voor sociale, educatieve, maatschappelijke en culturele activiteiten. In de Weeffabriek 9
zijn onder meer theater-, muziek- en filmvoorstellingen. Andere organisaties in het gebouw zijn onder meer creativiteitscentrum De Wiele, Kunstkwartier en de Volksuniversiteit Geldrop. Deze organisaties hebben met name een lokaal tot regionaal bereik, waardoor het Weverijmuseum niet echt kan meeliften op toeristisch-recreatieve bezoekersstromen. De ruimte waar het Weverijmuseum over kan beschikken heeft een oppervlakte van circa 1.500 m2 (incl. kantoren en overige ruimten). Hiervan is ongeveer 15% bestemd voor de museale experience (inclusief filmzaal) en 40% voor het museale machinepark(1). De overige ruimte wordt ingezet als ontvangstruimte, kantoren en werkruimte. Het museum betaalt huur aan de Weeffabriek. Hiervoor ontvangt het museum een subsidie van de gemeente die ongeveer 90-95% van het huurbedrag dekt(2). Publieksbereik Sinds de meest recente verbouwing bezochten jaarlijks enkele duizenden bezoekers het Weverijmuseum. Na de verbouwing werd de stijgende lijn ingezet, met 2021 als voorlopig hoogtepunt. In dat jaar organiseerde het museum tijdens de zomervakantie een expositie over kimono’s, op basis van de collectie van Van Hoegee/Van Der Linden. Deze expositie zorgde voor een zeer groot deel (circa 60%) van de bezoeken in coronajaar 2021(3).
In het Beleidsplan 2023-2025 heeft het museum de volgende doelgroepen benoemd(4): Toeristen Leerlingen basisschool vanaf groep 5 HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
Leerlingen voortgezet onderwijs en MBO Dagjesmensen Niet-westerse Nederlanders en expats Ouderen, individuen en groepen Tot op heden worden de leerlingen van lokale en regionale scholen nog beperkt bereikt. De bezoeken zijn er vooral van groepen en van individuele bezoekers tijdens het toeristische seizoen. Bij de wisseltentoonstellingen van zomer 2021 en 2022 trok het museum ook bezoekers van verder weg. Jaar
Aantal bezoeken
2017
1.700
2018
2.600
2019
3.100
2020
1.100
2021
4.600
2022
3.500
Figuur 2.1. Aantal bezoeken Weverijmuseum Bron: Weverijmuseum
11
2.3. MAATSCHAPPELIJKE WAARDE Het Weverijmuseum voegt op meerdere manieren waarde toe aan de maatschappij. We beschrijven de maatschappelijke waarde van het museum aan de hand van de vijf museale waardes die in het verleden door de Museumvereniging zijn uiteengezet(1): (1) Collectiewaarde (2) Verbindende waarde (3) Educatieve waarde (4) Belevingswaarde (5) Economische waarde Collectiewaarde De collectie van het Weverijmuseum bestaat uit meer dan 300 objecten die allen een binding hebben met de textielindustrie uit de 19e en 20e eeuw(2). Tot deze collectie behoren ook diverse historische weefgetouwen die een centrale plaats hebben in de vaste tentoonstelling van het Weverijmuseum. Enkele weefgetouwen zijn afkomstig uit Noord-Brabant, zoals het luchtweefgetouw van Te Strake, andere weefgetouwen komen van verder weg. Er zijn diverse typen weefgetouwen, zoals een Buckskingetouw, een Gobelin weefgetouw en een jacquardgetouw. Daarnaast bestaat de collectie uit diverse weef- en spingereedschappen en meet- en weeginstrumenten. Ook zijn er enkele moderne textieltoepassingen. Bij de ingang van het museum is het Sagebien-waterrad te vinden. Er is nog maar één ander vergelijkbaar waterrad in Europa. Het museum heeft in 2023 een collectieplan opgesteld. Het plan is in concept klaar en wacht nog op goedkeuring van het museumbestuur.
In het plan is een beslissingstabel opgenomen die richting biedt aan de HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
optimalisatie van de collectie. Dat is ook nodig gezien het gebrek aan goed geconditioneerde depotruimte. Verbindende waarde Het Weverijmuseum zorgt op diverse manieren voor verbinding. Een deel van de verbinding komt voort uit de vrijwilligers die actief zijn in het museum. Ongeveer 80 tot 90 vrijwilligers voelen zich verbonden met het Weverijmuseum, met de collectie en met het textielverleden van Geldrop(3). Zonder deze vrijwilligers zou het museum niet kunnen bestaan. Het museum draagt bovendien inhoudelijk bij aan het begrip over het textielverleden van Geldrop. Begrip van het verleden biedt ruimte om gezamenlijk een nieuwe toekomst te formuleren. Door samenwerking met onder meer EE Labels is er in het Weverijmuseum al voorzichtig aandacht voor het gebruik van nieuwe, duurzame materialen in het weefproces. Het museum heeft daarmee een verbindende rol tussen het verleden, het heden en de toekomst. Sinds 2006 is de Stichting Vrienden Weverijmuseum Geldrop aan het museum verbonden. Middels donaties, subsidies en sponsorgelden zet de stichting zich in voor de collectie, inrichting en activiteiten van het Weverijmuseum. Educatieve waarde Het Weverijmuseum beschikt momenteel voor basisscholen (groepen 5 tot en met 8) alsmede voor het voortgezet onderwijs jaar 1 en 2 over een lesprogramma in de vorm van een speurtocht. Tevens ontvangen de scholen een mand met instructiemateriaal.
Het museum is aangesloten 12
bij het programma Museumschatjes, waarmee deelnemende scholen op kosten van Erfgoed Brabant een bezoek aan het museum kunnen brengen. Het museum slaagt er voorlopig beperkt in om scholen te bereiken, ook in de eigen gemeente. Het museum werkt samen met enkele onderwijsinstellingen zoals het Summa College en het SintLucas. Studenten van het Summa College hebben actief meegeholpen aan het vormgeven van de laatste twee zomertentoonstellingen van het museum, over de kimono’s en de Schotse ruit. Belevingswaarde Het museale machinepark biedt bezoekers de beleving van een werkende fabriek. Tijdens de demonstraties zien bezoekers hoe de machines werken onder begeleiding van de vrijwilligers van het museum. In de museale experience biedt het Weverijmuseum op interactieve wijze zicht op de identiteit van de regio. Bezoekers leren over hoe het leven als onderdeel van de textielindustrie was in de regio. Dat geeft een basis om te reflecteren op het heden en de toekomst. Het museum biedt een persoonlijke benadering tijdens een bezoek. Ook na een bezoek is het mogelijk om te reflecteren op het bezoek in de museumhoreca en –winkel. De beleving die het museum biedt is nu vooral gericht op de liefhebbers van techniek, machines en textiel.
De zomertentoonstellingen zorgen ervoor dat er ook andere onderwerpen aan bod komen en stelt het museum daarmee in staat een andere beleving te HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
bieden. Economische waarde Geldrop en in mindere mate Mierlo waren in het verleden belangrijke exponenten in de Nederlandse textielindustrie. De textielindustrie staat centraal in de promotie van Villagemarketing Geldrop-Mierlo. Het culturele erfgoed wordt op allerlei plaatsen teruggebracht aan de hand van het thema Verweeft & Vermaakt. Het Weverijmuseum is een logische pijler in dit geheel, en draagt daarmee sterk bij aan het imago van de gemeente Geldrop-Mierlo als prettige omgeving om te wonen en om op vakantie te gaan(1). De bezoeken aan het Weverijmuseum zorgen niet alleen binnen het museum en de Weeffabriek voor economische waarde, maar ook daarbuiten. Additionele bestedingen komen terecht in de lokale horeca en detailhandel, bij een verblijfsbezoek nemen de bestedingen toe vanwege onder meer logies en toeristenbelasting.
13
2.4. ORGANISATIE EN EXPLOITATIE Organisatie Het Weverijmuseum functioneerde tot eind 2022 volledig als een vrijwilligersmuseum. De organisatiestructuur van het Weverijmuseum bestond uit een bestuur en een vrijwilliger directeur. In het verleden heeft het museum in een periode ook twee vrijwilliger directeurs gehad die de dagelijkse aansturing van het museum op zich namen. In het Bedrijfsplan Weverijmuseum Geldrop 2022-2024 is geadviseerd om van deze organisatiestructuur af te stappen, omdat de taken die rusten op de schouders van de vrijwilliger directeur te veel omvattend en te zwaar zijn in het licht van vrijwilligerswerk. Deze problematiek speelde al langere tijd, maar is versterkt met het organiseren van de wisseltentoonstellingen die plaats vonden in de zomervakanties van 2021 en 2022. Deze problematiek is heel herkenbaar, ook bij veel andere kleinschalige musea in Nederland die louter op vrijwilligers draaien. De gemeente Geldrop-Mierlo erkent het belang van professionalisering van de organisatie en heeft subsidie toegekend voor de tijdelijke aanstelling van een directeur vanaf 1 januari 2023. Intern zijn in recente jaren al stappen gezet met de vorming van clusters die onderling samenwerken aan alle aspecten van het museum. In maart 2023 is door de interim-directeur een nieuwe indeling opgesteld, die is goedgekeurd door het bestuur en de clusterhoofden.
Een afbeelding hiervan is op de volgende pagina toegevoegd. In afwachting van verdere professionalisering wordt door het museum in deze clusters gewerkt. HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
Exploitatie De baten uit eigen activiteiten, giften en donaties waren in 2019, 2021 en 2022 respectievelijk circa € 55.000,-, € 61.000,- en € 51.000,-. Dat was resp. 46%, 41% en 38% van de totale baten. Dat aandeel was in 2019 iets hoger dan het landelijk gemiddelde, dat circa 40% was(1). In 2021 was het zelfs veel hoger dan landelijk (20%). De opbrengsten uit de productie en de verkoop in de museumwinkel zijn hoog in vergelijking met andere musea. Ongeveer de helft van de baten (exclusief subsidies) komen hier uit voort. Het grootste deel van de verkopen gaat om geweven goederen, waarbij circa 75% van deze goederen (zoals hoogkwalitatieve theedoeken) in de museumwinkel wordt gekocht. De gemiddelde bestedingen per bezoek zijn daarmee hoog, namelijk € 6,45 in 2019, € 3,56 in 2021 en € 3,81 in 2022(2,3). Er worden ook geweven goederen in opdracht van bijvoorbeeld de gemeente Geldrop-Mierlo geproduceerd. Daarnaast maakt het museum smeerkussens voor de aansturing van historische locomotieven en is daarmee uniek in de Benelux. Deze verkoop zorgt voor de overige omzet. Het museum ontvangt geen structurele exploitatiesubsidie van de gemeente Geldrop-Mierlo. De gemeente geeft een subsidie voor de huur en verleent daarnaast incidentele subsidies voor projecten van het museum.
De huisvestingslasten (huur, onderhoud machines, schoonmaak, huishoudkosten) waren in de afgelopen jaren goed voor 65-75% van de totale lasten van het museum(4,5).
14
Figuur 2.1. Voorgestelde organisatiestructuur (mei 2023). Bron: Weverijmuseum
HET HUIDIGE WEVERIJMUSEUM
15
3
Contextanalyse
16
3.1. INLEIDING Het is belangrijk om te analyseren in welk museaal en toeristischrecreatief veld het Weverijmuseum zich bevindt, zodat het museum de juiste keuzes maakt in haar streven een toekomstbestendig museaal product te bieden. Om die reden zijn diverse analyses uitgevoerd: De musea die zich richten op textiel in al haar verschijningsvormen zijn bestudeerd. Welke onderwerpen laten zij aan hun bezoekers zien, op welke wijze doen zij dat en hoeveel bezoekers levert dat op? Hoe verhoudt dit zich tot het Weverijmuseum? Hiervoor is aandacht in paragraaf 3.2. Uit het vorige hoofdstuk is naar voren gekomen dat het Weverijmuseum tegen enkele aspecten aanloopt die de toekomstbestendigheid in gevaar brengen. Daarom zijn ook enkele musea bestudeerd die in de afgelopen jaren belangrijke stappen hebben gemaakt in hun professionalisering of maatschappelijke functie. Welke lessen zijn er voor het Weverijmuseum? Hiervoor is aandacht in paragraaf 3.3. De museumsector heeft zich met name voor de coronapandemie sterk ontwikkeld. Welke trends en ontwikkelingen zijn te verwachten in de komende jaren? En met welke ontwikkelingen op lokaal en regionaal vlak moet het Weverijmuseum rekening houden? Hiervoor is aandacht in paragraaf 3.4. Het Weverijmuseum is gevestigd in Geldrop en is onderdeel van de Brainportregio.
Voor toekomstbestendige keuzes is het ook belangrijk te begrijpen wie de potentiële doelgroep is en welke voorkeuren deze doelgroep heeft. Hiervoor is aandacht in paragraaf 3.5. CONTEXTANALYSE
17
3.2. TEXTIELMUSEA In Nederland en omringende landen zijn diverse musea actief die een link hebben met textiel, in allerlei verschijningsvormen. Het ambitieniveau van deze musea is sterk wisselend. Veel musea hebben een bescheiden omvang en ambitieniveau en richten zich op het ontsluiten van verhalen over het lokale en regionale textielverleden. Enkele musea hebben grotere ambities, richten zich vaak op meerdere onderwerpen en hebben als gevolg daarvan een regionaal tot zelfs (inter-)nationaal bereik.
Grootschalig TextielMuseum Tilburg Tilburg was ooit een florerende wolstad. In de 150 jaar oude voormalige fabriek van Mommers wordt deze historie gekoesterd. Het TextielMuseum legt nadrukkelijk de verbinding tussen het verleden, het heden en de toekomst. De kennis over het ambacht, materialen, technieken, patronen en design hebben allen een plaats in het TextielMuseum. Jaarlijks ontwikkelt het museum 4 tot 6 wisseltentoonstellingen.
Jaarlijks trekt het museum zo’n 70.000 tot 80.000 bezoekers. Ongeveer 10.000 van deze bezoeken zijn van het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, MBO, HBO en universiteit(1). Het museum werkt onder meer samen met de Design Academy Eindhoven, het Sint Lucas College in Boxtel, ROC Tilburg en LUCA School of Arts. Design speelt dus een belangrijke rol in het Textielmuseum. Tot 2006 was het museum onderdeel van de gemeente Tilburg, sindsdien behoort het museum samen met het Stadsmuseum Tilburg en het Regionaal Archief Tilburg tot de Stichting Mommerskwartier. Bij de drie organisaties zijn omgerekend voor bijna 100 FTE aan mensen in dienst (vast, tijdelijk, inhuur, stages, overig)(2). Naast 60 vrijwilligers steunt het museum op een brede schil aan betaalde krachten. Het museum ontvangt enkele miljoenen euro’s subsidie per jaar, van de gemeente, het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap en de Provincie NoordBrabant. Het museum heeft de ambitie om verder uit te breiden en meer bezoekers te trekken, naar ongeveer 100.000 bezoeken per jaar(3).
Onderdeel van het TextielMuseum is ook het TextielLab, een ontwikkelcentrum voor textiel waar bezoekers getuige kunnen zijn van wat ontwerpers, kunstenaars en architecten aan het maken zijn. Daarmee is het een museum in bedrijf en slaagt het erin verbinding te maken met (inter-)nationale kunstenaars en ontwerpers als Viktor & Rolf, Jan Taminiau en Tess van Zalinge. Het museum richt zich derhalve op het (inter-)nationale top van de creatieve industrie. Bezoekers kunnen overigens ook zelf aan de slag met ontwerpen in de Design Studio. CONTEXTANALYSE
18
Middelgroot De Museumfabriek (Enschede) Het Museumfabriek is in feite vier musea ineen: een natuurhistorisch museum, kunstmuseum, techniekmuseum en streekmuseum. In 2008 ontstond het museum uit een fusie van Natuurmuseum Enschede, het Van Deinse Instituut en Museum Jannink. Het laatstgenoemde museum vertegenwoordigde de textielindustrie in de regio-Twente. Het museum positioneert zich sterk als familiemuseum, waarin allerlei activiteiten beschikbaar zijn voor gezinnen met kinderen. Ook scholen zijn een belangrijke doelgroep voor het museum. In het museum wordt actief aandacht besteed aan de textielproductie, mede door demonstraties op oude weefgetouwen. Het museum ontving in 2019 49.000 reguliere bezoekers en daarnaast, samen met Rijksmuseum Twenthe, circa 50.000 bezoeken van scholieren. Er was sprake van ongeveer 12 FTE aan betaalde krachten(1). Het museum beslaat in totaal 15.000 m2 (BVO). Industriemuseum (Gent) In Gent is het Industriemuseum gevestigd. Op 3.000 tot 3.500 m2 tentoonstellingsruimte in een voormalige katoenspinnerij biedt het museum zicht op de geschiedenis van de textielnijverheid, het drukkerijverleden en de arbeiders die in de Gentse industrie werkten.
CONTEXTANALYSE
Het museum positioneert zich sterk als familiemuseum. Zo kunnen kinderen aan stoffen voelen, hun eigen tijdschrift ontwerpen, leren weven, naar muziek luisteren via een oude telefoon en zelf een tandwiel maken. Spelenderwijs leren jonge en oudere kinderen over de geschiedenis van de machines. In 2022 trok het museum hiermee ongeveer 50.000 bezoekers(2). Het museum heeft 46 mensen in dienst en heeft daarnaast een uitgebreide kring aan vrijwilligers. LWL-Museum TextilWerk (Bocholt) In Bocholt, net over de grens van de Achterhoek, bevindt zich het LWLMuseum TextilWerk. Het museum is gevestigd in een oude spinnerij en biedt op twee locaties en op 6.000 m2 ieder jaar diverse (wissel-)tentoonstellingen over modern en historische technieken, over (internationale) mode en textiel. Het museum maakt gebruikt van moderne en interactieve technieken. Het museum beschikt ook over een uitgebreide collectie weefgetouwen, de grootste van Europa. Hier worden nog dagelijks stoffen voor handdoeken en tafellakens geproduceerd. Dagelijks vinden er demonstraties plaats op de weefgetouwen. Op het terrein bevindt zich ook een oude woning van een textielarbeider, die laat zien in welke omstandigheden werknemers in vroegere tijden leefden. Het museum trok in 2022 ongeveer 32.000 en trok in de jaren voor de coronapandemie doorgaans zo’n 35.000 tot 40.000 bezoekers per jaar.
Het museum is onderdeel van een keten van acht industriemusea in Noordrijn-Westfalen die geïnitieerd zijn door een bovenregionaal samenwerkingsorgaan, in dit geval van de regio’s Westfalen en Lippe. 19
Kleinschalig tot middelgroot Ten slotte zijn er diverse kleinschalige tot middelgrote musea die een meer lokaal tot regionaal bereik hebben. Te denken valt aan Museum Bussemakerhuis (Borne), Museum Rijswijk, Museum de Kantfabriek (Horst), Tapijtmuseum Genemuiden, het Historisch Museum Vriezeveen en Techniekmuseum Oyfo (Hengelo). In de tabel op de volgende pagina zijn enkele details van de musea opgenomen. Wat betreft deze musea zijn enkele conclusies te trekken: Meer kleinschalige tot middelgrote musea met weefgetouwen en machines. Het Weverijmuseum is zeker niet het enige museum met een collectie aan weefgetouwen, zo blijkt uit de analyse van de genoemde musea. Enkele kleinere musea hebben ook diverse weefgetouwen in haar collectie. Twee musea wijken af: Museum Rijswijk legt vooral de verbinding tussen textiel en kunst, Techniekmuseum Oyfo heeft wel enkele weefgetouwen maar zet vooral in op een interactieve experience voor gezinnen met kinderen die het karakter heeft van een science center. Daarmee is de conclusie wel te trekken dat de collectie weefmachines van het Weverijmuseum (en de ruimte die wordt uitgetrokken om deze te tonen) het grootst is. Kracht organisatie sterk wisselend. De organisatiestructuur van de musea verschilt sterk van elkaar.
Museum Rijswijk beschikt over circa vijf betaalde krachten en is daarmee in staat allerlei activiteiten te ontwikkelen (zoals 3-4 wisseltentoonstellingen per jaar). Ook Museum de Kantfabriek en Museum Bussemakerhuis slagen erin om drie wisseltentoonstellingen per jaar te ontwikkelen, maar doen dit wel meer met haar vrijwilligers. Museum de Kantfabriek doet het zelfs CONTEXTANALYSE
helemaal zonder betaalde krachten en organiseert elke vijf jaar ook nog het Textielfestival in Leiden. Jaarronde openstelling niet altijd gerealiseerd. Sommige musea kiezen er naar gelang de omvang van de organisatie voor om de openstelling te beperken. Een goed voorbeeld is het Tapijtmuseum Genemuiden, dat een bescheiden reguliere openstelling hanteert en vooral op groepsbezoek op afspraak inzet. In combinatie met een relatief omvangrijk (zelf geproduceerd) assortiment in de museumwinkel is het (tot op heden) mogelijk om het museum draaiende te houden. Relatie organisatie/financiering en aantallen bezoekers zichtbaar. Ook wat betreft de kleinere musea lijkt een relatie tussen de kracht van de organisatie en de aantallen bezoekers zichtbaar. Naarmate de financiële ondersteuning toeneemt, is het mogelijk om gericht expertise in te huren en de ambities scherper neer te zetten. Daarmee is het mogelijk om het aantal bezoekers naar 10.000 of meer te laten groeien. Musea die alleen op vrijwilligers steunen lopen, zelfs bij een zeer uitgebreid vrijwilligersbestand, op een bepaald moment tegen grenzen aan. Maar zelfs met een professionalisering is het belangrijk om sterk onderscheidend te zijn en speelt concurrentie een rol. Museum Bussemakerhuis is bijvoorbeeld maar 15 kilometer van de Museumfabriek te Enschede en maar 5 kilometer van Techniekmuseum Oyfo.
Hoewel Museum Bussemakerhuis een andere focus heeft dan de twee andere musea, is niet uit te sluiten dat de musea enigszins in elkaars vaarwater zitten.
Ook op andere plekken in het land zijn diverse musea met (sterke) raakvlakken met textiel, zoals het Nederlands Openluchtmuseum, Museum het Leids Wevershuis, het Wevershuisje Almelo en het Zuiderzeemuseum. Deze zijn vanwege omvang en/of ander concept (wevershuis, buitenmuseum) buiten beschouwing gelaten.
20
Museum
Museum Bussemakerhuis
Museum De Kantfabriek
Museum Rijswijk
Aantal bezoekers
4.000-5.000
8.000-10.000
Circa 20.000
Gepubliceerde entreeprijs
€ 7,50
€ 8,-
€ 13,-
Museumkaart
Openstelling
Ja
6 dagen per week, gehele jaar
Ja
Ja
6 dagen per week, gehele jaar
6 dagen per week, gehele jaar
Aantal FTE
1
0
Circa 5
Aantal vrijwilligers
65
160
N.b.
Aantal wisseltentoonstellingen
Thematiek en overige opvallende zaken
2-3
Het verwerken van vlas tot linnen, de Bornese fabrikeurs, de historie van de doopsgezinden in Twente en de firma Spanjaard
3
Werkende mini-kantfabriek, bibliotheek textiel en textielwerken, bibliotheek geschiedenis van de regio, cursussen en workshops, organisator Textielfestival in Leiden
3-4
Rijswijkse kunstenaars, de Vrede van Rijswijk en dichter Tollens. Elke twee jaar wordt een Textiel Biënnale georganiseerd, met hedendaagse (textiel-)kunst
0-1
Oogsten van biezen en verwerken tot rol- en vlechtmatten, machines gebruikt voor tapijtproductie, diverse weefgetouwen, uitgebreide museumwinkel
1-2
Handelshistorie Nederland en Rusland, textielnijverheid (brei-, weef- en naaimachines incl. demonstraties) en de geschiedenis van het dorp
3-4
Is naast een techniekmuseum ook een kunstpodium, kunstenschool en een basisschool. Een deel van de collectie heeft betrekking op textiel en machine- en werktuigbouw. Nieuwe locatie in coronatijd.
de Tapijtmuseum Genemuiden
Historisch Museum Vriezenveen
Techniekmuseum Oyfo
Enkele duizenden
€ 5,-
Enkele duizenden
€ 6,(€ 1,- toeslag voor wisseltentoonstellingen)
Circa 18.000 (voor verhuizing)
€ 12,50
Nee
2 middagen per week, in de winter één middag. Verder op afspraak.
Ja
4 dagen per week, zaterdag en zondag op afspraak
Ja
7 dagen per week, gehele jaar
Tabel 3.1. Benchmark kleinschalige en middelgrote musea met aandacht voor textielindustrie De gehanteerde bronnen zijn terug te vinden in de bronnenlijst.
0
1
29
65
35
100
21
3.3. MUSEA TER INSPIRATIE Ook van musea met een ander thema valt te leren. Tijdens het traject heeft Ginder de ontwikkeling van drie musea nader bestudeerd. Dat gaat om musea die raakvlakken hebben met het Weverijmuseum, maar zich wel net op een ander onderwerp richten. Op een ander ambacht bijvoorbeeld, dat net als het weven onder druk staat en bescherming vraagt. Of op techniek, en er daarbij in slaagt om die techniek op attractieve en interactieve wijze te ontsluiten voor een brede doelgroep. De volgende musea zijn geanalyseerd: Industrieel Museum Zeeland (Sas van Gent); Nationaal Vlechtmuseum (Noordwolde); Keramiekcentrum Tiendschuur (Tegelen).
Uit de voorbeelden komt naar voren dat op diverse manieren meerwaarde kan worden gecreëerd. Dat kan enerzijds door de toekomst van het ambacht te verzekeren, maar ook door een industrieel thema (inclusief grote machines) interactief te maken voor een doelgroep als gezinnen met kinderen. Wat uit alle voorbeelden blijkt, is dat financiële ondersteuning (aan de voorkant en structureel, voor huisvesting en betaalde schil) belangrijk is om het potentieel aan maatschappelijke waarde te verzilveren.
Industrieel Museum Zeeland (Sas van Gent) Het Industrieel Museum Zeeland in Sas van Gent (Zeeuws-Vlaanderen) heeft sinds de heropening in 2015 grote stappen gemaakt. Jaarlijks trekt het museum circa 12.000, ondanks de dunbevolkte regio en de beperkte omvang van het toerisme in dat deel van Zeeland(1). Het museum geeft inzicht in de ontwikkeling van de Zeeuwse industrie vanaf het einde van de 19e eeuw. Het museum heeft sterke banden met bedrijven als Cargill, Dow, Heros Sluiskil, Yara en Hydrauvision. Het is de doelstelling van het museum om de bezoeker kennis te laten maken met het verleden, heden en toekomst van de industrie in Zeeland. In de vaste tentoonstelling zijn diverse grote machines opgenomen. Deze zijn echter zo beleefbaar gemaakt dat het museum een perfect dagje uit is voor gezinnen met kinderen. Jaarlijks zijn er ook 1-2 wisseltentoonstellingen. Educatie is een belangrijk aspect voor het museum. Bijna 40% van de bezoeken is van scholieren(2). Dit gebeurt ook in samenwerking met de Zeeuwse bedrijven, die scholieren voor een baan in de techniek proberen te enthousiasmeren. De organisatie steunt voornamelijk op vrijwilligers tot op heden (circa 80). Er is 0,6 FTE aan betaalde krachten, maar er wordt uitbreiding van de betaalde staf gezocht. Qua financiering steunt het museum op de Provincie Zeeland, met circa € 275.000,- aan (project-)subsidie.
De hoogte van de subsidie hangt samen met de zeer hoge huisvestingslasten van het museum (€ 147.000,- in 2020)(3). Welke les trekken we voor het Weverijmuseum? Het Industrieel Museum Zeeland laat zien dat ook jongere doelgroepen te interesseren zijn voor techniek, mits er voldoende te beleven valt. 22
Nationaal Vlechtmuseum (Noordwolde) Het Nationaal Vlechtmuseum in Noordwolde (Zuidoost-Friesland) neemt de bezoeker mee in de geschiedenis van het vlechten in relatie tot de socio-economische geschiedenis van Noordwolde, dat bekend staat als hét vlechtdorp van Nederland. Jaarlijks organiseert het museum drie wisseltentoonstellingen per jaar. In 2019 trok het museum ongeveer 11.000 bezoekers, waarvan 6.000 betalend(1). Het museum herbergt ook het Kenniscentrum Vlechten. Dat is een ontmoetingsplaats waar wordt gewerkt aan het levend houden van het ambacht vlechten. Het museum neemt haar rol als inspiratiebron voor liefhebbers, ambachtslieden, ontwerpers en kunstenaars. Om het ambacht internationaal te borgen is gewerkt aan een toolkit van instrumenten gericht op het doorgeven van de traditie aan een nieuwe generatie vlechters. Inmiddels is een netwerk ontwikkeld van vlechters uit binnen- en buitenland die twee keer per jaar samenkomen en kennis en technieken uitwisselen. De organisatie bestaat uit 2 betaalde krachten (directeur en officemanager) voor 1,3 FTE en 40 vrijwilligers. Daarnaast biedt het museum ruimte voor dagbesteding en voor taalstages van statushouders(2). Het museum ontvangt jaarlijks een subsidie van de gemeente Weststellingwerf van circa € 80.000,-.
Hiervoor dient onder meer de huur van ongeveer € 31.000,- te worden voldaan Welke les trekken we voor het Weverijmuseum? Door de rol van aanjager aan te nemen slaagt het Vlechtmuseum erin om het ambacht door te geven en levend te houden. Hiervoor zijn diverse subsidies beschikbaar.
Keramiekcentrum Tiendschuur (Tegelen) Het Keramiekcentrum Tiendschuur in Tegelen wil de verbinding tussen het keramische verleden van de regio en de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de keramische kunst tonen en actief laten beleven. Het museum besteedt aandacht aan zowel de cultuurhistorische en artistieke waarde van keramiek. Het museum werkt samen met kunstenaars uit binnen- en buitenland. Daarmee heeft het museum een centrumfunctie voor keramiek. Er is ook een ambachtenlab, waar cursussen, masterclasses, lezingen en speciale lessen voor scholen worden gegeven. In 2019 trok het museum ongeveer 9.000 bezoekers. De organisatie bestond uit 2,7 betaalde FTE (conservator-manager, assistent manager, administratief medewerker, werkplaats assistent, senior medewerker balie) en 80 vrijwilligers. Het museum ontving circa € 190.000,- aan subsidie van de gemeente Venlo(3). In 2020 heeft het museum een webshop opgezet, waar keramische producten worden verkocht. De omzet uit deze verkopen is voorlopig nog beperkt tot circa € 12.000,- in 2021. Daarbij is 50% eigen omzet en 50% voor lokale makers. De organisatie is niet commercieel ingericht, waardoor de verkoop een bijverdienste blijft(4). Welke les trekken we voor het Weverijmuseum? Door allerlei activiteiten aan te bieden, is het mogelijk de verbindende waarde van een museum te vergroten.
Nog verder stimuleren van de winkelfunctie is alleen mogelijk als de organisatie daarop ingericht is. Dat is een fundamentele keuze die mogelijk in strijd is met de status van geregistreerd museum. 23
3.4. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Sectoraal Herstel van de coronapandemie. De tekenen zijn er dat de terugval in museumbezoeken als gevolg van de coronapandemie voorbij is. In het eerste kwartaal van 2023 bezochten Museumkaarthouders de Nederlandse musea 7% vaker dan in dezelfde periode in 2019(1). Meer jongeren en jong volwassenen bezoeken een museum. Musea weten steeds vaker een nieuwe doelgroep te bereiken. De Museumkaart speelt hier een belangrijke rol in. Ten opzichte van het jaar 2019 nam het bezit van de Museumkaart in 2023 in de leeftijdscategorieën tot 13 jaar, 19-25 jaar en 26-35 jaar met respectievelijk 27%, 25% en 37% toe. In het eerste kwartaal van 2023 leidde dit tot twee tot drie keer zo veel bezoeken als in 2019 van deze doelgroepen(2). Musea bieden educatie, beleving en reflectie. Musea nemen een voorname rol in de samenleving in. Van musea wordt verwacht dat zij continu bijdragen aan het maatschappelijke debat, door onderzoek, door bijeenkomsten en lezingen, door het behoud van waardevolle objecten en door vernieuwende (wissel-)tentoonstellingen. Het museumpubliek is gewend aan wisseltentoonstellingen en ziet deze als reden voor een hernieuwd bezoek. Meer technologie en interactieve ervaringen. Mede onder invloed van nieuwe doelgroepen is er steeds meer aandacht voor een audiovisuele ervaring en nieuwe technieken die de interactiviteit vergroten.
Niet alleen door het werken met beeldmateriaal, maar ook door het gebruik van VR en het integreren van doe-activiteiten. Het moedigt de bezoeker aan het museum actief te beleven. Een statische presentatie is minder in musea terug te vinden. Bezoekers op zoek naar een gepersonaliseerde ervaring. In het verleden creëerden musea vaak een “one-size-fits-all” ervaring, waarbij elke bezoeker hetzelfde verhaal voor zich kreeg. Zo’n verhaal heeft
echter niet bij iedereen dezelfde impact. Musea zullen zich steeds meer gaan richten op verschillende groepen met gepersonaliseerde ervaringen die beter aansluiten bij hun interesses en behoeften. Museumbezoek tijdens een vakantie. Cultuur blijft een belangrijk bezoekmotief tijdens een vakantie. Bij een goede aansluiting op het type toerist dat de regio bezoekt kan een museum haar bezoekaantal stimuleren. Het toerisme zal in de komende jaren naar verwachting sterk groeien. Dit komt enerzijds door de grote groep kapitaalkrachtige senioren die meer tijd voor vakantie hebben, anderzijds door de autonome groei van de bevolking.
Lokaal en regionaal Groei bevolking verwacht. De Brainport-regio is een sterke groeiregio in Nederland. Ook in de gemeente Geldrop-Mierlo zal het inwonertal blijven groeien, naar circa 46.000 inwoners in het jaar 2050(3). Dit biedt kansen voor musea, bijvoorbeeld op het vlak van educatie. Nu al wonen er 16.000 scholieren in de leeftijd van 7-14 jaar in Geldrop-Mierlo en omliggende gemeenten (excl. Eindhoven). Internationalisering. De Brainport-regio trekt veel hoogopgeleide werknemers uit het buitenland aan. Deze doelgroep gaat graag naar een museum en biedt kansen om nieuwe verbindingen te maken. Aanvraag Van Gogh Nationaal Park. In Noord-Brabant wordt gewerkt aan de oprichting van een nieuw Nationaal Park (Van Gogh Nationaal Park), dat zich strekt van ongeveer Zundert tot aan Nuenen(4). Ook Geldrop-Mierlo behoort tot het grondgebied. Dit biedt kansen voor meer toerisme en thematische verbinding, onder meer met het recent geopende Van Gogh Village Nuenen. 24
3.5. WIE ZIJN POTENTIËLE DOELGROEPEN? Een goed beeld van de potentiële bezoeker is belangrijk voor een toekomstbestendig Weverijmuseum. Inzicht is mogelijk met behulp van de Leefstijlvinder, die in opdracht van acht provincies is opgesteld door MarketResponse. In totaal zijn er zeven leefstijlen geïdentificeerd. In bijlage 1 is meer toelichting op de leefstijlen opgenomen. De leefstijlen gaan over de behoeftes van mensen als het gaat om hun vrije tijd of vakantie, en wat de verschillen hierin zijn. De één wil namelijk rust en regelmaat, de ander juist drukte en sensatie en weer een ander wil dingen leren en ervaren. Recent is ook een verdiepende analyse gemaakt voor het bezoek aan musea en aan erfgoedplekken(1). Hieruit komt naar voren dat zowel qua aantal bezoeken, qua type museum en qua type beleving grote verschillen in voorkeuren bestaan tussen de leefstijlen. Uit de analyse van de regio volgt(2): In de Brainportregio en in de gemeente Geldrop-Mierlo komen mensen met de leefstijlen rustzoeker, stijlzoeker en plezierzoeker het meest voor. Zeker de stijlzoeker en plezierzoeker houden ervan om plezier te hebben en zien cultuurbezoek als een sociale activiteit. Zij gaan graag naar musea gericht op geschiedenis, en in het geval van de plezierzoeker ook naar musea gericht op wetenschap en techniek.
Stijlzoekers gaan relatief vaak naar een museum of een erfgoedplek, rustzoekers juist veel minder. In de gemeente Geldrop-Mierlo en de Brainportregio zijn relatief veel mensen die verdieping zoeken (inzichtzoeker) en ook relatief veel mensen die graag met een groep op pad gaan en over de lokale of
streekgeschiedenis leren (verbindings- en harmoniezoeker). Deze leefstijlen komen in absolute zin niet het vaakst voor, maar wel relatief vaak ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het toerisme in de gemeente Geldrop-Mierlo sluit hierop aan. Het toerisme trekt vooral (bourgondische) liefhebbers van natuur. Een vakantiepark als Bospark ‘t Wolfsven, als grootste speler in de gemeente, trekt doorgaans vooral de leefstijlen harmonie- en verbindingszoeker. 100% 90% 80% 70% 60%
17,7%
10,7% 14,6%
30%
17,7% 14,7% 13,4%
20% 10% 0%
17,5%
17,3%
13,6%
11,2%
16,9%
17,2%
16,4%
50% 40%
13,5%
10,5% 12,1%
12,9% 22,4% 17,2%
15,6% 6,4%
Geldrop-Mierlo
13,5%
14,5%
Eindhoven
12,3% 12,1% 18,8%
8,4%
11,2%
Brainportregio
Nederland
Avontuurzoeker
Plezierzoeker
Harmoniezoeker
Rustzoeker
Inzichtzoeker
Stijlzoeker
Verbindingszoeker
Tabel 3.1. Leefstijlen Geldrop-Mierlo, Eindhoven, Brainportregio en Nederland
CONTEXTANALYSE
25
4
Scenario’s toekomstbestendig Weverijmuseum
26
4.1. SWOT-ANALYSE De analyses van het huidige Weverijmuseum (zie hoofdstuk 2) en van de markt (zie hoofdstuk 3) vormen de basis van de SWOT-analyse van het Weverijmuseum in deze paragraaf. Op de volgende pagina zijn in de tabel de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen voor het Weverijmuseum opgenomen. Het Weverijmuseum heeft diverse sterktes. Het beschikt over een omvangrijke groep vrijwilligers die vol enthousiasme bijdragen aan het behoud van het lokale textiel-DNA. Het museum is een werkend museum, waar nog textielproducten worden geproduceerd voor de museumwinkel. Daarmee onderscheidt het museum zich van de andere textielmusea in Nederland. De persoonlijke benadering die het museum hanteert, draagt eraan bij dat de bestedingen per bezoek in de museumwinkel zeer hoog zijn. Toch zijn er diverse zwaktes waar het Weverijmuseum mee worstelt. De organisatie was tot op heden volledig afhankelijk van vrijwilligers. Door de vaak specifieke expertise bij deze vrijwilligers zijn enkele aspecten minder professioneel ingevuld, zoals de marketing voor het museum. Ook is er in grote delen van het jaar alleen een vaste tentoonstelling, waardoor er voor veel mensen weinig redenen voor herhaalbezoek zijn. Hierdoor worden doelstellingen op het vlak van aantallen bezoekers tot op heden niet gehaald.
jaar een behoorlijk aantal toeristische overnachtingen (met kansen op meer op regionaal niveau) en de aanschaf van het nieuwe weefgetouw biedt mogelijkheden om het concept van een werkend museum intact te houden. Een bedreiging is wel de leeftijd van de huidige wevers. Er zijn dus nog stappen nodig om het ambacht goed te borgen. Ook geldt dat de bezoeker meer dan alleen een blik op de historie vraagt. Bezoekers verwachten van musea tegenwoordig een eigentijdse beleving en van tijd tot tijd vernieuwing. De ruimtelijk-fysieke situatie in de Weeffabriek en in de ruimte van het Weverijmuseum zelf is complex en vormt een potentiële belemmering voor de ambities van het Weverijmuseum. Het Weverijmuseum heeft weinig ruimte voor de ontvangst van bijvoorbeeld schoolgroepen, onder meer door fysieke en klimatologische gebreken op de eerste verdieping. Daarnaast moet het tot op heden ruimtes van andere organisaties gebruiken voor wisseltentoonstellingen. De uitdagingen waar het museum voor staat zijn dus veelzijdig. Deze zijn moeilijker het hoofd te bieden in een organisatie die louter op vrijwilligers steunt, zeker gezien de constante aandacht die het aantrekken van nieuwe vrijwilligers vraagt.
De omstandigheden voor het museum zijn echter niet ongunstig: de Brainportregio groeit sterk en is dichtbevolkt, Geldrop-Mierlo trekt ieder SCENARIO’S TOEKOMSTBESTENDIG WEVERIJMUSEUM
27
Sterkte Binding met lokaal DNA: Geldrop-Mierlo verweeft & vermaakt. Dit zorgt voor een positieve grondslag jegens het museum, o.m. bij Villagemarketing Geldrop-Mierlo Circa 80-90 vrijwilligers, ook met historie in de textielindustrie Huidig concept van werkend erfgoedmuseum en museale experience onderscheidend ten opzichte van andere textielmusea De persoonlijke benadering vanuit het museum naar haar bezoekers toe is onderscheidend Relatief hoge bezoekcijfers afgelopen twee (zeer korte) wisseltentoonstellingen Zeer hoge winkelbestedingen per bezoek
Zwakte Nog weinig verbinding met scholen in de gemeente/ regio voor educatief bezoek Doelstellingen op vlak van aantallen bezoekers in het verleden niet gehaald, o.m. door gebrek aan betaalde, professionele organisatie Weinig inspanningen op het vlak van marketing Historische weefgetouwen zorgen voor geluidsoverlast in andere delen museum Weinig redenen voor herhaalbezoek Nog te weinig samenhang tussen drie delen museum: warme huiskamer, vaste expositie (door Bruns) en machinepark Zichtbaarheid en toegang in de Weeffabriek
Kans Groei inwonertal van 40.000 naar 45.000 in 2030/2035, plus forse groei regio. Er zijn daarmee relatief veel kinderen in de leeftijd 7-14 jaar in G-M en omliggende gemeenten Jaarlijks circa 400.000 overnachtingen in de gemeente Geldrop-Mierlo. Mogelijke realisatie Van Gogh Nationaal Park, met meer toerisme tot gevolg Aanschaf nieuw, modern weefgetouw die kansen biedt nieuwe generatie wevers op te leiden (plus meer omzet) Kans op versterking samenwerking met andere organisaties in gebouw Weeffabriek
Bedreiging Leeftijd wevers en overige vrijwilligers hoog tot zeer hoog: borging ambacht onder druk? Aansturing met alleen vrijwilligers veeleisend, ook in het licht van status geregistreerd museum Complexe ruimtelijk-fysieke situatie in de Weeffabriek, weinig ruimte in huidig oppervlak voor (langdurige) wisseltentoonstellingen Bezoekers zijn veeleisend en verwachten vernieuwing en een beleving.
28
4.2. SCENARIO’S VOOR DE TOEKOMST Hoe zijn de scenario’s ontwikkeld? In de periode januari tot en met april 2023 is met het museum, in afstemming met de gemeente Geldrop-Mierlo, nagedacht over scenario’s voor de toekomst van het Weverijmuseum. Voor al deze scenario’s waren de SWOT-analyse en de contextanalyse het uitgangspunt, met als aandachtspunt dat enkele jaren geleden al een grootscheepse verandering is geweest en dus een complete ruimtelijk-fysieke aanpassing niet gewenst is. De scenario’s moesten bovendien aansluiten bij de kracht van het Weverijmuseum, maar ook minstens één zwakte of bedreiging tegengaan. Ook de vergroting van de maatschappelijke waarde is een criterium.
waardoor scholen worden geïnteresseerd voor een bezoek aan het museum. En met een gedegen marketingplan, waardoor potentiële doelgroepen voldoende geïnteresseerd worden voor een bezoek. Hier is bij de laatste vernieuwing van de vaste tentoonstelling geen sprake van geweest. Dat betekent dat er nog potentieel onbenut is na de laatste verbouwing. Tegelijkertijd kan het Weverijmuseum haar maatschappelijke waarde nog verder vergroten. De wisseltentoonstellingen die het museum in de afgelopen jaren ontwikkelde, zijn hier een goed voorbeeld van.
Van divergeren naar convergeren In totaal zijn zes scenario’s ontwikkeld en afgewogen. Tijdens het traject is dus gestart vanuit een brede blik op de toekomst van het museum, om later via diverse sessies met het museum (en in afstemming met de gemeente) tot drie scenario’s te komen. De zes ontwikkelde scenario’s verschillen van elkaar in ambitieniveau. In sommige scenario’s ligt de nadruk op een organisatorische verandering en zijn de inhoudelijke ambities bescheiden. Andere scenario’s zijn ambitieuzer ingestoken en gaan niet alleen uit van een professionalisering van de organisatie, maar ook van een passende inhoudelijke doorontwikkeling.
Welke scenario’s hebben de voorkeur? In de sessies met het museum kwam al snel naar voren dat scenario’s die ook van een inhoudelijke ambitie uitgaan de voorkeur genieten. Scenario’s waarin alleen wordt uitgegaan van een professionalisering van de organisatie borgt een bestendige toekomst voor het museum onvoldoende. Het zou het Weverijmuseum een tijdelijke impuls opleveren, maar het risico is bij de scenario’s met te weinig vernieuwend vermogen uiteindelijk leidt tot een terugval of zelfs sluiting van het museum. Daarom zijn drie scenario’s gekozen waarin ook een inhoudelijke ambitie is geformuleerd, die de maatschappelijke waarde van het museum verstevigen. De afgewezen scenario’s zijn opgenomen in bijlage 2.
De ervaring leert dat bij musea grote inhoudelijke vernieuwingen of uitbreidingen alleen het gewenste effect sorteren als deze gedragen (kunnen) worden door de organisatie. Met een gedegen educatieplan,
De eerste twee scenario’s (A en B) zijn realistisch op de korte termijn en het derde scenario (C) geldt meer als een toekomstbeeld, als stip op de horizon. Dit scenario is voor de (middel-)lange termijn niet direct haalbaar 29
omdat grotere fysiek-ruimtelijke aanpassingen nodig zijn. Te snel willen groeien is niet zonder risico, zeker in een organisatie die tot op heden voornamelijk op vrijwilligers steunt. Toch willen we het scenario meegeven omdat het inhoudelijk een de stip op de horizon is die een mooie en logische volgende stap die zou kunnen zijn vanuit scenario A of B. De drie scenario’s zijn: Scenario A: Hoeder van het ambacht Scenario B: Museale schakel textielindustrie in Brainportregio Stip op de horizon: Nationaal Weverijmuseum Op de volgende pagina’s zijn de scenario’s achtereenvolgens uitgewerkt. Hierbij is per scenario aandacht voor: • Inhoudelijke ambitie • Aansluiting op potentiële doelgroepen • Maatschappelijke meerwaarde • Randvoorwaarden (organisatorisch, fysiek-ruimtelijk, financieel) Alle scenario’s sluiten aan op het concept-collectieplan dat recent door het Weverijmuseum is opgesteld.
30
SCENARIO A: HOEDER VAN HET AMBACHT Inhoudelijke ambitie: Het ambacht weven is aangewezen als immaterieel erfgoed. Door vergrijzing verdwijnt in Nederland langzamerhand kennis over en kunde van het weven. In dit scenario profileert het Weverijmuseum zich als hoeder van het ambacht. Dit vertaalt zich in de volgende inhoudelijke stappen: • Het museum gaat actief aan de slag met de borging van het ambacht dat zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in de historie van de regio. Het werkt aan het opleiden van nieuwe, jongere wevers en zoekt daarvoor onder meer de samenwerking met Erfgoed Brabant. • Het museum zoekt (in overleg met het bestuur van het Weefnetwerk) naar een actievere rol in het Weefnetwerk, de landelijke vereniging waarin organisaties en individuen werken aan de instandhouding van het ambacht. • Het museum vergroot haar waarde voor basisscholen en middelbare scholen. Iedere leerling op een basisschool in de gemeente GeldropMierlo komt minstens één keer in het museum. Zo geeft het museum kennis over het verleden van de regio door aan de jongere generaties. Hiervoor zijn aanvullende programma’s (gekoppeld aan bijvoorbeeld techniekonderwijs) en een gedegen educatieplan nodig. • Het museum vergroot – eventueel in samenwerking met partners in de Weeffabriek – haar aanbod aan cursussen en workshops. Daarmee sluit het museum aan op de trend van huisnijverheid.
• In samenwerking met (MBO-)onderwijsinstellingen en gastcuratoren ontwikkelt het museum jaarlijks één tot twee wisseltentoonstellingen. Gezamenlijk ontwikkelen van tentoonstellingen met andere musea behoort ook tot de mogelijkheden. SCENARIO’S TOEKOMSTBESTENDIG WEVERIJMUSEUM
Aansluiting op potentiële doelgroepen: De inhoudelijke ambities sluiten aan op de huidige (niche-)bezoeker, die voor het erfgoed en speciale wisseltentoonstellingen naar het museum komt. Door meer – en langer durende – wisseltentoonstellingen te bieden trekt het museum meer van deze bezoekers. De fervente museumbezoeker uit de Brainportregio kan tot een bezoek worden verleid bij aansprekende thema’s. Scholen worden een veel belangrijkere doelgroep voor het museum. Hiervoor bouwt het museum relaties op met de diverse scholen in de gemeente en de omliggende gemeenten. De potentiële doelgroep verblijfsgasten is in dit scenario naar verwachting minder goed te bereiken. Kansen hierop zijn het grootst als het Weverijmuseum bijvoorbeeld onderdeel is van een bezoek waarbij de gast meerdere historische locaties in Geldrop bezoekt.
Ambitieniveau: Gemiddeld. Het scenario sluit aan bij de activiteiten die in de afgelopen jaren en eerste helft van 2023 door het museum zijn ingezet en vraagt met name het opbouwen van goede relaties met het educatieve veld in de gemeente en regio.
31
Maatschappelijke meerwaarde: Scenario A heeft op de volgende wijze effect op de vijf museale waarden. Collectiewaarde Een voornaam deel van de collectie van het Weverijmuseum betreft de machines en weefgetouwen die in de textielindustrie werden ingezet. De waarde zit niet alleen in de fysieke objecten, maar ook in de kennis over en toepassing van deze machines. Als hoeder van het ambacht slaagt het museum er in dit scenario in de collectie levend te houden. Dat draagt bij aan een hogere collectiewaarde.
Voor basisscholen worden aangescherpt, waarmee het museum een betere aansluiting op de curricula van de scholen weet te realiseren. Dit resulteert in een veel hoger aantal bezoeken van scholen uit de gemeente GeldropMierlo en omliggende gemeenten. Belevingswaarde De belevingswaarde blijft ongeveer hetzelfde. Het museum heeft dezelfde vaste tentoonstelling en organiseert minimaal één wisseltentoonstelling. Wel is de wisseltentoonstelling een langere periode te bezoeken.
Verbindende waarde Het museum draagt in dit scenario bij aan de verbinding tussen de partijen die zich inzetten voor het behoud van het immateriële erfgoed weven.
Economische waarde Economische waarde ontstaat door een hoger aantal bezoeken. Dit vertaalt zich in het geval van het Weverijmuseum ook zeker in hogere bestedingen in de museumwinkel en horeca. Vaak gaan museumbezoeken gepaard met aanvullende bestedingen buiten het museum. Hiervoor is meer aandacht in hoofdstuk 5.
Het museum bereikt bovendien effectief meer scholieren en draagt zo, meer dan nu, bij aan begrip over het textielverleden van de regio.
Maatschappelijke meerwaarde
Educatieve waarde Het museum gaat in dit scenario scholieren meer kansen geven om zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld in de vormgeving van nieuwe tentoonstellingen. Het museum gaat bovendien aan de slag met educatieprogramma’s voor middelbare scholen, die nu nog niet bestaan. Bestaande programma’s SCENARIO’S TOEKOMSTBESTENDIG WEVERIJMUSEUM
Collectiewaarde
+
Verbindende waarde
+
Educatieve waarde
+ tot ++
Belevingswaarde
+/-
Economische waarde
+/- tot +
32
Randvoorwaarden: Organisatorisch De inhoudelijke ambities gaan samen met een professionalisering van de organisatie. In dit scenario gaan we uit van een bestuur-directie-model, waarbij het bestuur (bestaande uit vrijwilligers) op hoofdlijnen bestuurt en de directie de uitvoerende functie uitoefent namens het bestuur. De taken en verantwoordelijkheden van de directie zijn vastgelegd in het directiereglement. We gaan in dit scenario uit van de aanstelling van: • Directeur (0,6 FTE) • Educator (0,2 FTE) • Marketeer (0,2 FTE) Fysiek-ruimtelijk Vaste tentoonstelling op orde. De basis – de vaste tentoonstelling inclusief de ontvangst van het publiek – moet op orde zijn. Bezoekers van het museum ervaren nu nog problemen bij het beluisteren van het audiovisuele materiaal in de museale experience (in hal 2) als tegelijkertijd een demonstratie wordt gegeven op de weefgetouwen (in hal 3). Hiervoor zijn kleine aanpassingen in de museale experience nodig. Ontvangstruimte op orde. Het museum ervaart beperkingen met de huidige entree en de inrichting van hal 1, die als entree, museumwinkel en horeca fungeert. Binnen de mogelijkheden worden deze beperkingen aangepakt. SCENARIO’S TOEKOMSTBESTENDIG WEVERIJMUSEUM