CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Duurzaamheid - Beleidsdeel.docx

Commissie Ruimte 16 januari 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling programma duurzaamheid Geldrop-Mierlo19.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.4

Proces

Het duurzaamheidsbeleid is in verschillende stappen tot stand gekomen. Hierbij hebben we rekening gehouden met het kader zoals eerder beschreven en hebben we diverse partijen betrokken om mee te denken en te komen tot een breed gedragen programma.

3.4.1

Participatie

Belangrijke input voor dit programma duurzaamheid zijn de gesprekken met stakeholders en inwoners geweest. Wij hebben deze gesprekken op twee momenten gevoerd: •

•

Tijdens het opstellen van dit programma, zodat de input van de stakeholders meegenomen kan worden. In open gesprekken is over het volgende gesproken: o Welke opgaven en ontwikkelingen zien we voor de komende jaren op Geldrop-Mierlo afkomen? o Wat gebeurt er al? o Wat zouden de doelen moeten zijn? o Waar moet de gemeente zich de komende jaren op focussen? o Wat zou de gemeente moeten doen om verduurzaming verder te stimuleren? o Welke projecten zou de gemeente prioriteit moeten geven? Na het afronden van het concept programma, zodat deze getoetst kan worden door de stakeholders.

De volgende partijen zijn betrokken bij het opstellen van dit programma:

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 21 van 53

• • • • • • • • • •

Platform Duurzaam Geldrop-Mierlo (met daarin IVN Geldrop, IVN Mierlo, Milieudefensie, Morgen Groene Energie, Stichting Klimaatgesprekken, Stichting huurdersbelangen GeldropMierlo) Ondernemersplatform (Ondernemersvereniging Mierlo, Gemini en Ondernemend GeldropMierlo) Woningcorporaties Stichting huurdersbelangen Geldrop-Mierlo Energiehuis Slim Wonen (vanaf aansluiting medio 2021) Jongerenraad (hebben zich afgemeld) Seniorenbelangen Geldrop-Mierlo (hebben zich afgemeld voor de sessies, maar hebben input gegeven op de concept-programma) Buurkracht (na opstellen concept-programma) Enexis (na opstellen concept-programma) Waterschappen (na opstellen concept-programma)

Daarnaast hebben we een informatieavond voor inwoners georganiseerd. Deze is gepubliceerd in Middenstandsbelangen, Thuis in Mierlo en op onze website. De stakeholders gaven aan dat zij het belangrijk vinden dat de gemeente ambitieus is in haar doelstellingen, maar dat de doelstellingen wel haalbaar zijn. Daarnaast vinden de stakeholders het belangrijk dat de doelstellingen van de gemeente concreet en meetbaar zijn. Ook moet duidelijk zijn wat de gemeentelijke organisatie concreet gaat doen om deze doelstellingen te halen. Stakeholders geven aan dat er veel winst te behalen is bij het stimuleren en betrekken van inwoners en bedrijven. Ook is er behoefte aan kennis en informatie. Communicatie naar inwoners en bedrijven is dus heel belangrijk. In de sessies hebben stakeholders aangeven waar de doelen en focus van de gemeente moet liggen en welke projecten prioriteit moeten krijgen om deze doelen te behalen. In bijlage 4 en 5 is de volledige input van de stakeholders terug te lezen.

3.4.2

Het doorlopen proces

Om te weten waar we naar toe willen gaan, wilden we eerst weten hoe we er nu voor staan. Vervolgens hebben we bepaald waar we in 2050 willen zijn. Op basis daarvan hebben we bepaald wat we dan de komende jaren moeten doen. We hebben de volgende stappen doorlopen: 1. Analyse van het energieverbruik en CO2-uitstoot van Geldrop-Mierlo de afgelopen jaren Op basis van de beschikbare data hebben we gekeken wat we de afgelopen jaren bereikt hebben en waar we nu staan (zie hoofdstuk 4 en bijlage 2). Helaas zijn er op dit moment alleen kwantitatieve gegevens beschikbaar voor het thema Energie. Dit betekent dat een historisch kwantitatieve analyse van de overige thema’s (klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit) helaas niet mogelijk is. 2. Evaluatie duurzaamheidsnota 2016-2019 We hebben in beeld gebracht welke projecten we de afgelopen jaren uitgevoerd hebben en wat deze opgeleverd hebben. Aan de hand daarvan hebben we bepaald wat goed werkt en wat minder werkt en op welke onderdelen meer aandacht nodig is. (zie paragraaf 4.4 en bijlage 2). 3. Houtskoolschets 2050 Hierin hebben we het te verwachten energieverbruik van Geldrop-Mierlo tot 2050 geschetst. We proberen hierbij te schetsen wat te verwachten ontwikkelingen zijn op het gebied van energie de komende 30 jaar en wat dit betekent voor de gemeentelijke ambitie om CO2 neutraal te worden.

Door het hierboven genoemde gebrek aan kwantitatieve gegevens is het helaas niet mogelijk een doorrekening van de toekomst te maken voor klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit. De houtskoolschets betreft dus alleen het thema energie (zie paragraaf 5.2 en bijlage 3). 4. Stakeholderssessies Per thema hebben we met stakeholders en inwoners gesproken over de doelen en de projecten om deze doelen te kunnen halen voor periode tot 2026.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 22 van 53

5. Eerste beeldvormende sessie met de raad De analyse, evaluatie en houtskoolschets zijn met de raad gedeeld. Gesproken is over de lange termijn ambities. 6. Lange termijn ambities Naar aanleiding van de input van de raad is verder uitgewerkt wat er nodig is om CO2 neutraal te worden en wat er voor nodig is om dit doel te behalen in 2040 versus 2050. Voor de thema’s klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit zijn ook lange termijn ambities geformuleerd. 7. Doelen en focus Met behulp van de input van de stakeholders, inwoners en raad zijn de doelen voor 2026 geformuleerd. Ook is gekeken waar de komende vier jaar de focus van de gemeente moet liggen. 8. Overzicht mogelijke projecten Met behulp van de input van de stakeholders, inwoners en raad is een overzicht gemaakt van mogelijke projecten die gerealiseerd kunnen worden om de geformuleerde doelen te behalen. 9. Inzicht in financiën en capaciteit Van het overzicht van mogelijke projecten is in kaart gebracht wat de verwachte benodigde capaciteit en budget zullen zijn en wat het naar verwachting zal opleveren. Hiermee zijn drie scenario’s geschetst; van behoudend tot maximaal. 10. Tweede beeldvormende sessie met de raad De mogelijkheden voor een ambitie op het gebied van CO2 neutraliteit zijn verder besproken. Daarnaast zijn de voorgestelde doelen en scenario’s aan de raad voorgelegd.

Ook zijn de verwachte benodigde capaciteit en budget gedeeld. De raad is gevraagd welk scenario hun voorkeur heeft. 11. Tussentijdse sessie stakeholders Met een kleine groep stakeholders (Platform Duurzaam en ondernemers) zijn de doelen en projecten nogmaals besproken om te toetsten of de voorstellen hiervoor aansluiten bij hun verwachtingen. 12. Toets en herijking doelen, focus en projecten Met de input van de raad en stakeholders zijn daar waar nodig de doelen, focus en projecten bijgesteld. Ook is getoetst of de voorgestelde doelen en projecten haalbaar en uitvoerbaar zijn met de beschikbare middelen en de te verwachten middelen van het Rijk. 13. Concept programma duurzaamheid Alle informatie en input is verwerkt tot een conceptversie van het programma duurzaamheid. 14. Consultatie stakeholders en inwoners over beleidsdeel programma duurzaamheid Het beleidsdeel van het programma duurzaamheid is ter inspraak voorgelegd aan de stakeholders en inwoners. 15. Verwerken input De opgehaalde input is verwerkt. 16. Verwerken doelstellingenakkoord en uitwerken uitvoeringsagenda Het beleidsdeel is getoetst aan het doelstellingenakkoord en daar waar nodig aangevuld en/of aangepast. Vervolgens is aan de hand van de doelen voor 2026 een uitvoeringsagenda opgesteld. Hierin is ook de input uit de stakeholderssessies meegenomen. 17.

Consultatie stakeholders over programma duurzaamheid Het aangevulde beleidsdeel van het programma duurzaamheid en de uitvoeringsagenda zijn ter inspraak voorgelegd aan de stakeholders. 18. Verwerken input in definitieve versie programma duurzaamheid De opgehaald input is verwerkt in dit programma duurzaamheid. Dit programma is 16 januari 2023 in de commissie ruimte besproken en 6 februari 2023 in de raad vastgesteld.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 23 van 53

4

Hoe staan we ervoor

Allereerst hebben we in beeld gebracht hoe we er op dit moment voor staan. Dit hebben we gedaan door: •

•

Een analyse van het historisch energiegebruik en de CO2 uitstoot van Geldrop-Mierlo. Waar wordt de meeste energie gebruikt / CO2 uitgestoten en waar moeten we ons dus op concentreren? Hoe ontwikkelt het energieverbruik / CO2 uitstoot zich door de tijd heen en zijn dit trends die we kunnen versterken of juist moeten ombuigen? Een evaluatie van de vorige duurzaamheidsnota en projecten. Wat zijn de resultaten van de acties uit de vorige duurzaamheidsnota? Welke projecten uit het uitvoeringsprogramma zijn effectief gebleken en willen we dus in de toekomst blijven doen of zelfs opschalen? Zijn er onderwerpen of thema’s waarop we nog onvoldoende inzetten?

Op dit moment zijn er alleen voor het thema energie kwantitatieve gegevens op gemeenteniveau beschikbaar. Wij hebben hiervoor gebruik gemaakt van de klimaatmonitor van de rijksoverheid (klimaatmonitor.databank.nl) en door de gemeente zelf verzamelde gegevens. De gegevens uit de klimaatmonitor worden continu aangepast. Dit betekent dat er verschillen mogelijk zijn afhankelijk van het moment waarop de site geraadpleegd wordt. Daarnaast kan het enkele jaren duren voordat alle gegevens van een jaar compleet zijn. In dit programma moeten we daarom gebruik maken van gegevens uit 2018 en 2019. Voor de overige thema’s (klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit) zijn er helaas onvoldoende kwantitatieve gegevens beschikbaar om op deze thema’s te monitoren. Een van de projecten in dit programma is dan ook om voor 2026 te onderzoeken hoe wij voor deze andere thema’s een monitoringssysteem op kunnen zetten. Hieronder vindt u een samenvatting van onze conclusies. De volledige analyse is terug te vinden in bijlage 2.

4.1

Energie en CO2-uitstoot

Het totale energiegebruik in Geldrop-Mierlo bedroeg in 2019 volgens de landelijke klimaatmonitor 2.981 terajoule (TJ) als volgt verdeeld over verschillende energiegebruikers:

Energiegebruik Geldrop-Mierlo (2019) 2%

Woningen publieke dienstverlening

15% 33%

commerciële dienstverlening Industrie en aanverwante sectoren Landbouw

24%

Verkeer snelweg 5% 13% 1%

7%

Verkeer exclusief snelweg Herieuwbare energie achter de meter

Verkeer en vervoer is met 39% verantwoordelijk voor het grootste deel van het energiegebruik in Geldrop-Mierlo. Iets minder dan een kwart van het totale energiegebruik is gerelateerd aan het verkeer op de snelweg. De woningen leveren met 33% ook een behoorlijke bijdrage. Het aandeel van bedrijven is in Geldrop-Mierlo beperkter dan in veel andere gemeenten. In totaal gaat het om 26%,

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 24 van 53

waarbij de industrie met 13% de belangrijkste bedrijfstak is. Onze landbouwsector is zeer klein. Het landelijk gemiddelde ligt op een aandeel van 43% door bedrijven. De totale CO2-uitstoot in Geldrop-Mierlo die samenhangt met het energiegebruik is eveneens in beeld gebracht en bedraagt in 2019 ca. 203.100 ton. De verdeling van de CO2-uitstoot komt vrijwel overeen met de verdeling van het energiegebruik.

4.2

Ontwikkeling energie en CO2 uitstoot 2014 tot 2018/2019

4.2.1

Huishoudens

Uit de energiecijfers blijkt dat het gemiddelde gas- en elektragebruik per woning in Geldrop-Mierlo geleidelijk daalt door o.a. energiezuinige nieuwbouw, energiemaatregelen bij bestaande woningen en de vervanging van apparatuur door energiezuinige varianten. Deze daling is ook terug te zien in de CO2-uitstoot.

4.2.2

Commerciële en publieke dienstverlening

Zowel bij de commerciële dienstverlening als bij de publieke dienstverlening zien we een kleine afname van het energiegebruik, maar een sterkere afname van de CO2-uitstoot. Daarbij is het elektriciteitsgebruik gedaald en het gasverbruik toegenomen.

4.2.3

Industrie en landbouw

Het energieverbruik en de CO2-uitstoot in de industrie en de landbouw schommelen het meeste. Hier is nog geen neerwaartse trend te herkennen.

4.2.4

Verkeer en vervoer

Het energieverbruik en de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer zijn toegenomen. In absolute zin is de CO2 uitstoot van het verkeer op de snelweg het meest toegenomen.

CO2 uitstoot per sector 90000 80000

CO2 uitstoot (ton)

70000 60000

woningen

50000

dienstverlening

40000

industrie + landbouw

30000

verkeer

20000 10000 0

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 25 van 53

4.3

Hernieuwbare opwekking

Circa 5,3% van het totale energiegebruik in Geldrop-Mierlo wekten we in 2019 duurzaam op. Dit komt overeen met een vermeden CO2-uitstoot van 9.840 ton.

Vermeden CO2-uitstoot 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

2010

2011

2012

2013

2014

bekende hern. elektriciteit (excl. wind op zee)

2015

2016

2017

2018

2019

bekende hernieuwbare warmte totaal

bekende hernieuwbare energie in verkeer en vervoer

Met name de hernieuwbare elektriciteit neemt sterk toe. In 2019 werd 35 TJ hernieuwbaar opgewekt met zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven. Dit is ten opzichte van 2014 een stijging van 600%.

4.4

Projecten Duurzaamheidsnota 2016-2019

In de duurzaamheidsnota 2016-2019 zijn in de bijbehorende uitvoeringsagenda verschillende projecten aangewezen. Van deze projecten hebben we een inschatting gemaakt van het effect dat zij (gehad) hebben. Binnen het thema energie is het vaak mogelijk om de effecten van een project te kwantificeren. Wel moesten we deels uitgegaan van aannames en inschattingen (‘best guesses’ op basis van huidige inzichten). Want bijvoorbeeld het effect van een communicatiecampagne op het energieverbruik in een gemeente is niet direct te meten. De onderdelen klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit zijn (vooralsnog) niet te kwantificeren. In hoeverre projecten aan deze thema’s bijdragen geven we dan ook kwalitatief weer.

1. Verduurzamen gemeentelijk vastgoed totaal - Besparing - Opwek 2. Beleid opstellen voor investering in energiebesparing en opbrengsten 3. Gemeentelijke gebouwen voorzien van een energielabel en maatwerkadvies

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Reductie energiegebruik 2016-2020 (TJ)

Reductie uitstoot in 20162020 (ton CO2)

14,2 13,1 1,2 Geen energiebesparing

1.354 1.211 143 Geen CO2-winst

ja

Indirecte energiebesparing

Indirecte CO2winst

ja

Noodzakelijke randvoorwaarde nee

Pagina 26 van 53

4. Duurzame nieuwbouw gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed 5. Energiemanagement gemeentelijke aansluitingen 6. Verduurzamen openbare verlichting 7. Gemeentelijke mobiliteit verduurzamen 8. Duurzaam inkopen 9. Duurzaamheid integreren in gemeentelijk beleid 10. Aanleggen ecologische verbindingszone tussen natuurgebieden 11. FSC certificering houtproductie gemeentelijk bos 12. Prestatieafspraken sociale woningen 13. Stimuleren energiebesparing koopwoningen: stimuleringsregeling duurzaamheid totaal - Besparing door duurzaamheidslening - Besparing door Buurkracht - Opwek door duurzaamheidslening - Opwek door Groene Zone - Opwek door Buurkracht - Voucherregeling kleine maatregelen - Inkoopactie Winst uit je woning 14. Stimuleren energiebesparing woningen: informeren via media, evenementen 15. NulopdeMeter proof maken gemeente, faciliteren energetisch renoveren 16. Faciliteren verenigingen met energiebesparing 17. Faciliteren particulieren bij het opzetten van lokale (zelfleverings) Duurzame Energie productie 18. Stimuleren energiebesparing koopwoningen: faciliteren energiecoöperatie 19. Faciliteren laadinfrastructuur elektrische auto’s 20. Onderzoeken mogelijkheden voor en faciliteren realisatie grootschalige duurzame energieopwekking

Nog te bepalen

Nog te bepalen

ja

1,1

101

nee

4,7

590

nee

0,14

9,4

nee

0,7

64,6

ja

Is niet te berekenen

Is niet te berekenen

ja

Geen energiewinst

Geen CO2-winst2

ja

Geen energiewinst

Geen CO2-winst

nee

54,2

3.066

ja

16,7

2.561

1,3 2,0 8,5 4,8 0,1 Is niet berekend Is niet berekend

72 116 1.066 596 11 599 100

29,0

2.595

ja

Indirecte energiebesparing

Indirecte CO2winst

ja

2,0

87

nee

Indirecte energiebesparing

Indirecte CO2winst

ja

Zie project 14

Zie project 14

nee

Geen energiebesparing

Geen CO2-winst

ja

Indirecte energiebesparing

Indirecte CO2winst

ja

nee

Er wordt door de nieuwe beplanting wel CO2 opgenomen ofwel vastgelegd. Dit valt echter onder de zogenaamde ‘embedded’ CO2 (onderdeel van producten en grondstoffen), en valt het buiten het monitoringsprotocol (scope 3). 2

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 27 van 53

21. Innovatie, pilots faciliteren 22. Faciliteren betrekken gemeenschap Geldrop-Mierlo 23. Communicatie: informeren over duurzaamheidsbeleid en activiteiten 24. Deelnemen aan landelijke en lokale bewustwordingsactiviteiten 25. Monitoring voortgang projecten 26. Duurzaamheid in ruimtelijke ontwikkelingen 27. Stimuleren duurzame nieuwbouw 28. Energiebesparing via toezicht en handhaving 29. Aanpak regenwateroverlast 30. Hergebruik huishoudelijk afval 31. Coördinatie, verslaglegging 32. Bevorderen biodiversiteit 33. Warmtetransitievisie

Indirecte energiebesparing Indirecte energiebesparing Zie overige projecten Zie overige projecten Geen energiebesparing Indirecte energiebesparing Theoretische energiebesparing 64,3 Geen energiebesparing Geen energiebesparing Geen energiebesparing Geen energiebesparing Indirecte energiebesparing

Indirecte CO2winst Indirecte CO2winst Zie overige projecten Zie overige projecten Geen CO2-winst Indirecte CO2winst Theoretische CO2-winst

ja ja ja ja ja ja ja

5.729

nee

Geen CO2-winst

nee

Geen CO2-winst

Ja

Geen CO2-winst

Ja

Geen CO2-winst

Ja

Indirecte CO2winst

Ja

Wanneer het effect van alle bovengenoemde ontwikkelingen wordt opgeteld, gaat het in totaal om een besparing van ca. 187 TJ en 16.156 ton CO2 in de periode 2016-2020. Uit het resultaat zou kunnen worden afgeleid dat het effect van de uitgevoerde projecten relatief klein is ten opzichte van het totale energiegebruik (2.934 TJ/jr) en CO2-uitstoot (207.800 ton/jr). Dat is echter maar ten dele waar. Sommige projecten zijn bijvoorbeeld nodig om de randvoorwaarden te scheppen om op langere termijn een groter effect te bereiken. Het voorbereidende werk is nodig om in een latere fase tot uitvoering te komen. Andere projecten zorgen vooral voor bewustwording, draagvlak en kennisvergroting bij de doelgroepen die uiteindelijk zelf maatregelen moeten gaan treffen die leiden tot energiebesparing en –verduurzaming. Ook zijn er projecten geformuleerd die weliswaar geen direct CO2-effect hebben, maar op een andere manier wel degelijk bijdragen aan betrokkenheid van inwoners bij hun wijk, hergebruik van materialen en grondstoffen en andere duurzaamheidsthema’s.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 28 van 53

CO2-winst projecten in ton CO2 7000

5729

6000 5000 4000

3066

2595

2561

3000 1354

2000 1000

590

101

87

65

9

g ha nd

28

.T

oe zi c

ht

en

ha

ni ve re ie

si d ub

.s 16

vin

ge n in ng

-a ica tie

om m un .C 14

sp tie af ta

re s .P

ct ie s

. ... 13

oc o w n

ra ke

am za ur Du

's

en ko p in

ob m 8. 12

7.

ilit

g lijk e te ee n m

Op 6.

Ge

En

en b

er gie

ar

m

e

ve rli c

ag em an

ht in

en t

d oe va st g lijk 5.

te ee n m Ge 1.

ei t

0

Zoals te zien is, zijn de vier acties met het meeste effect op de CO2 uitstoot: 1. 2. 3. 4.

Toezicht en handhaving Prestatieafspraken woningbouwcorporaties Communicatie-acties Stimuleringsregelingen

Hieruit concluderen we dat we in ieder geval deze acties de komende vier jaar moeten voortzetten en daar waar mogelijk uitbreiden. Als we vervolgens kijken naar het totale kwalitatieve effect van onze projecten dan zien we het volgende:

Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het effect dat een project direct heeft en het effect dat een project voor de toekomst kan hebben; de potentie. Zo heeft het opstellen van beleid en een afwegingskader om zonnevelden toe te staan niet een direct effect. Het beleid zelf wekt geen zonneenergie op. Wel is dit beleid een voorwaarde om het opwekken van zonne-energie mogelijk te maken. Het heeft daardoor dus de potentie om indirect een grote bijdrage te leveren.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 29 van 53

Als we kijken naar wat de projecten bijdragen aan duurzaamheid in de brede zin, zien we dat de nadruk tot nu toe erg lag op de energietransitie en het creëren van draagvlak en maatschappelijke acceptatie. Toch bieden de projecten wel kansen om in de toekomst ook aan andere thema’s bij te gaan dragen. Door bijvoorbeeld bij duurzaam inkopen niet alleen naar energie te kijken, maar ook naar circulaire aspecten. Of door de communicatie naar inwoners te verbreden naar onder andere klimaatadaptatie.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 30 van 53

5

Energie

5.1

Waar gaat het thema energie over?

Inmiddels is onomstotelijk bewezen dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen er voor zorgen dat de aarde opwarmt. Door deze opwarming verandert ons klimaat. Dat heeft allerlei gevolgen: de zeespiegel stijgt bijvoorbeeld, het weer wordt extremer (hevige regenbuien, meer hittegolven), en sommige delen van de aarde worden droger. Dit noemen we klimaatverandering.

Wat is het broeikaseffect? Van nature komen er broeikasgassen zoals CO2 voor in de atmosfeer. Dat is maar goed ook, want anders zou het op aarde veel kouder zijn. Broeikasgassen zorgen er namelijk voor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden. Zonder broeikasgassen zou het hier gemiddeld -18 graden Celsius zijn. Door de broeikasgassen is het gemiddeld 15 graden Celsius. Daardoor is het leven op aarde zoals we dat nu kennen, mogelijk. De laatste 250 jaar zijn er veel meer broeikasgassen in de atmosfeer gekomen. Die houden extra warmte vast, waardoor sinds 140 jaar de temperatuur stijgt. Wetenschappers noemen dit het ‘versterkte broeikaseffect’. De meeste mensen hebben het gewoon over ‘het broeikaseffect’ als ze over de opwarming van de aarde praten. Maar eigenlijk bedoelen ze dan het extra broeikaseffect. De mens is de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde. Sinds de industriële revolutie stoten we steeds meer broeikasgassen uit. We gebruiken fossiele brandstoffen in fabrieken, energiecentrales, om ons huis te verwarmen en voor vervoer. We kappen op grote schaal bossen waarbij CO2 vrijkomt. En we houden steeds meer koeien, schapen en geiten voor vlees en zuivel. Door al deze activiteiten zit er nu 40 procent meer CO2 in de lucht dan 250 jaar geleden.

Koolstofdioxide (CO2) droeg in 2016 voor 66% bij aan de versterkte broeikaswerking, methaan (CH4) voor 17%, distikstofoxide (lachgas, N2O) voor 7%, de gehalogeneerde koolwaterstoffen onder het Montreal-protocol (met name CFK's en HCFK's) samen voor 9%, en gehalogeneerde koolwaterstoffen onder het Kyoto protocol (c.q. PFK's, HFK's en SF6) samen voor bijna 1%. Aerosolen kunnen zowel een opwarmend als een verkoelend effect hebben. Alle aerosolen samen hebben netto een verkoelende werking en compenseren in 2016 voor 14% het versterkte broeikaseffect. Bron: Milieucentraal en Compendium voor de leefomgeving. Circa 90% van onze CO2-uitstoot wordt veroorzaak door het gebruik van fossiele brandstoffen. De meest effectieve manier om de uitstoot van broeikasgassen te beperken is daarom het afbouwen van ons gebruik van fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen worden gebruikt om energie te produceren: we gebruiken ze om elektriciteit op te wekken, gebouwen te verwarmen, voertuigen te verplaatsen en industrieprocessen aan te drijven. Het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen betekent dus het veranderen van de manier waarop we energie gebruiken: dit is de energietransitie. De energietransitie heeft twee uitgangspunten: • •

Het verminderen van de energie die we gebruiken. Het op een duurzame manier opwekken van de energie die we gebruiken.

Hieronder gaan we verder in op deze twee uitgangspunten. Daarnaast gaan we ook verder in op de warmtetransitie. Dit is een apart onderdeel van de energietransitie en gaat over de verandering van de manier waarop we onze gebouwen verwarmen; we gaan van verwarmen met aardgas naar het verwarmen met duurzame warmtebronnen zoals aardwarmte of duurzame elektriciteit. Om de warmtetransitie te realiseren moeten we zowel energie besparen als duurzaam opwekken.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 31 van 53

5.1.1

Energiebesparing

Energie besparen kan op verschillende manieren: • • •

Door minder gebruik te maken van zaken die energie verbruiken; bijvoorbeeld door de verwarming lager te zetten, door de jacuzzi niet meer of minder te gebruiken of door minder vaak de auto te gebruiken. Door over te stappen op zaken die minder energie verbruiken; bijvoorbeeld door een zuinigere auto of wasmachine te gebruiken of door zuinigere machines te gebruiken in fabrieksprocessen. Door verspilling van energie tegen te gaan; bijvoorbeeld door gebouwen beter te isoleren.

De besparingsmogelijkheden verschillen sterk per doelgroep. Zo is de aanpak voor woningen anders dan voor bedrijven. Daarnaast verschilt ook de rol die we als gemeentelijke organisatie hebben per doelgroep. Onze aanpak is vooral stimulerend bij bestaande woningen, regulerend bij nieuwbouw en actief bij ons eigen vastgoed. We maken in dit programma daarom onderscheid tussen de aanpak bij: • • • •

Woningen Bedrijven en maatschappelijk vastgoed Verkeer en openbare ruimte Eigen (gemeentelijk) vastgoed

Woningen Bij woningen kan vooral energie bespaard worden door: •

• •

Aanpassingen aan de woning: o Betere isolatie. o Zuinigere warmtevoorziening (bijv. warmtepomp of de CV-ketel op 60 graden instellen). o Zuinigere verlichting (bijv. LED lampen). o Opwekken van duurzame energie (bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen.) o Gunstig oriënteren van bebouwing. Aanpassingen aan apparaten: o Zuinigere huishoudelijke apparaten. o Verminderen van de hoeveelheid apparaten. Veranderen van gedrag: o Het uitzetten van verwarming, licht en apparaten als je er geen gebruik van maakt. o Het verminderen van het gebruik van verwarming, warm water en apparaten (bijvoorbeeld verwarming graadje lager zetten en korter douchen).

Bedrijven Bij bedrijven kan vooral energie bespaard worden door: •

•

•

Aanpassingen aan het gebouw waarin het bedrijf gevestigd is: o Betere isolatie. o Zuinigere warmtevoorziening (bijv. warmtepomp en/of het automatiseren van instellingen zodat de verwarming alleen aan staat als het gebouw in gebruik is). o Zuinigere verlichting (bijv. LED lampen en bewegingssensoren). o Opwekken van duurzame energie (bijv. het plaatsen van zonnepanelen). Aanpassingen aan het productieproces: o Zuinigere machines. o Voorkomen van verspillingen en onnodige processen. o Duurzame producten/diensten ontwikkelen o gebruik maken van circulaire processen en materialen Verduurzamen verkeersbewegingen: o Werknemers stimuleren gebruik te maken van duurzaam vervoer o Vrachtbewegingen optimaliseren en verduurzamen door bijvoorbeeld elektrische vrachtwagens

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 32 van 53

Verkeer en openbare ruimte In het verkeer en de openbare ruimte kan vooral energie bespaard worden door: •

•

Minder gebruiken van vervoer op fossiele brandstoffen: o Gebruik van een zuiniger alternatief zoals de fiets of het openbaar vervoer. o Gebruik van vervoer op een duurzame brandstof zoals elektriciteit of waterstof. o Het delen van vervoersmiddelen zoals deelauto’s. Aanpassingen aan de installaties in de openbare ruimte: o Verledden en smart maken van openbare verlichting. o Optimaliseren van gemalen.

Kijk ook hier: Beleidsvisie Laadinfrastructuur Gemeente Geldrop-Mierlo. Kijk ook hier: Het beleidsplan openbare verlichting Geldrop-Mierlo.

Gemeentelijk vastgoed Bij ons eigen vastgoed zijn we zelf aan zet. We kunnen energie besparen door: •

• •

5.1.2

Aanpassingen aan de gebouwen: o Betere isolatie. o Zuinigere en aardgasvrije warmtevoorziening (bijv. warmtepomp en het automatiseren van instellingen zodat de verwarming alleen aan staat als het gebouw in gebruik is). o Zuinigere verlichting (bijv. LED lampen en bewegingssensoren). o Opwekken van duurzame energie (bijv. het plaatsen van zonnepanelen). Aanpassingen aan apparaten: o Zuinigere apparatuur. Verduurzamen van de organisatie: o Het uitzetten van verwarming, licht en apparaten als je er geen gebruik van maakt. o Het tegen gaan van verspilling.

Duurzame opwek

Als we het hebben over de opwek van duurzame energie hebben we het meestal over het opwekken van elektriciteit. Het opwekken van duurzame warmte wordt besproken in de paragraaf warmtetransitie. Op dit moment zijn er twee gangbare manieren die we in Nederland gebruiken om duurzame energie op te wekken: • •

Zonnepanelen Windmolens

Zonnepanelen kunnen op daken, velden of op water gelegd worden. Deze manier van duurzame energie opwekken is, zeker de komende vier jaar, het meest kansrijk in Geldrop-Mierlo. Wij willen de komende vier jaar vooral focussen op het stimuleren van zon op dak. Zoals in paragraaf 3.2.3 Transportcapaciteit op het elektriciteitsnetwerk besproken is moeten wij door de beperkingen van het netwerk een keuze maken in welke initiatieven we prioriteren. Zon op dak krijgt prioriteit omdat hiervoor het draagvlak het grootste is bij inwoners en de impact hiervan op onze omgeving het kleinste is. Wel zetten we ons vanuit onze rol als gemeente ervoor in dat de twee lopende initiatieven voor zonneparken gerealiseerd worden. We bekijken daarnaast periodiek wat de actuele stand van het netwerk is. Als er mogelijkheden zijn om terug te leveren op het elektriciteitsnetwerk, zal dit waarschijnlijk op het station Eindhoven-Oost zijn. Afhankelijk van wat er uit de regionale prioriteringsdiscussie komt, kunnen we heroverwegen om ontwikkelingen in het deel van Geldrop-Mierlo dat op Eindhoven-Oost aansluit toe te staan. Dit zou dan ook mogelijkheden kunnen bieden voor het opwekken van duurzame energie bij Gulbergen.

Daarnaast staan we ook open voor plannen om duurzame energie op te wekken waarbij innovatie wordt ingezet, zodat juist buiten piekmomenten of helemaal niet teruggeleverd wordt aan het netwerk. Windmolens zijn op de korte termijn niet realiseerbaar in verband met de beperkingen in het provinciaal beleid voor windmolens in Natuurnetwerk Brabant, transportschaarste en mogelijke radarbeperkingen. Daarnaast is er in de RES 1.0 van de MRE geen zoekgebied voor wind in GeldropAfgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 33 van 53

Mierlo opgenomen. Dit betekent dat er regionaal tot 2030 hier geen windmolens voorzien zijn. De komende vier jaar zal onze focus dan ook niet liggen op het mogelijk maken van windmolens in Geldrop-Mierlo. Wij hebben in apart beleid de kaders beschreven onder welke voorwaarden zon (en wind) in GeldropMierlo gerealiseerd kan worden Kijk ook hier: De beleidsvisie zonneparken en windmolens Geldrop-Mierlo.

5.1.3

Warmtetransitie

De warmtetransitie is de omschakeling naar het verwarmen van gebouwen met aardgas naar het verwarmen met duurzame warmtebronnen. Hiervoor moeten een aantal stappen gezet worden: • • •

Gebouwen moeten beter geïsoleerd worden. Er moeten alternatieve warmtebronnen gevonden en ingezet worden om onze gebouwen te verwarmen. Er moeten aanpassingen gedaan worden aan onze energie-infrastructuur en aan de woningen; de alternatieve warmtebronnen vragen namelijk om een andere infrastructuur dan gas.

Op dit moment zijn we plannen aan het maken hoe we voor 2050 de overstap maken van een Geldrop-Mierlo dat op aardgas verwarmd wordt naar een Geldrop-Mierlo dat duurzaam verwarmd wordt. In de transitievisie warmte beschrijven we globaal welke duurzame alternatieve warmtebronnen er zijn en met welke buurten we als eerste concretere plannen gaan maken. Kijk ook hier: De Transitievisie warmte Geldrop-Mierlo.

5.2

Geldrop-Mierlo in 2050

Geldrop-Mierlo is in 2050 aardgasvrij. We gebruiken minimaal 30% minder energie dan we in 2017 deden. Op alle geschikte daken liggen zonnepanelen en we wekken daar waar dit landschappelijk past grootschalig energie op. Dit doen we om onze bijdrage aan klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken. We beperken deze bijdrage door zo min mogelijk broeikasgassen uit te stoten. We hebben ons daarom tot doel gesteld om CO2-neutraal te worden. Dit betekent concreet dat de CO2uitstoot binnen de gemeentegrenzen gelijk is aan de hoeveelheid CO2 die in Geldrop-Mierlo wordt vastgelegd, opgeslagen of gecompenseerd ofwel dat wat binnen de gemeentegrenzen gebeurt per saldo niet zorgt voor een verhoging van de wereldwijde CO2-uitstoot. Om dat te bereiken moeten we energieneutraal worden of in ieder geval daar zo dicht mogelijk bij in de buurt komen. Maar de weg naar energieneutraliteit is erg lastig en de route onzeker. De route wordt niet alleen bepaald door projecten en activiteiten die op lokaal niveau plaatsvinden, maar ook door landelijk en internationaal beleid en door ontwikkelingen in de markt. Hieronder brengen we in beeld welke ontwikkelingen we voorzien tot 2050. In bijlage 3 gaan we hier uitgebreider op in.

5.2.1

Elektriciteit

Elektriciteitsvraag en potentie in TJ (gunstigste scenario)

elektravraag Potentie 2050

270

Elektravraag 2050

830

Elektravraag 2030

549

Elektravraag 2017

550 0

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

zon op dak

zonneparken

420

100

200

300

wind 160

400

500

600

700

800

900

Pagina 34 van 53

Zoals te zien is gaan we uit van een toename van de elektriciteitsvraag. De verwachting is dat deze met wel 30 tot 50% zal stijgen. Deze toename komt door: • • • •

Toename woningvoorraad Warmtetransitie en elektrisch verwarmen Elektrificatie bedrijventerreinen Elektrisch rijden

Deze toename wordt enigszins geremd doordat we ook elektriciteit gaan besparen. Wij gaan uit van een besparing van circa 30%. Als wij energieneutraal willen worden betekent dit dat al deze elektriciteit ook duurzaam opgewerkt moet worden. Theoretisch is dat mogelijk. Hiervoor is nodig: • • •

Zon op dak (270 TJ) 140 ha zonneparken (420 TJ) 4 windmolens (160 TJ)

Voor de periode 2023-2026 is het gezien de belemmeringen voor windmolens en de transportschaarste op het netwerk niet mogelijk om deze opwek binnen onze gemeentegrenzen te bereiken. In dit programma ligt daarom de focus op het realiseren van zo veel mogelijk zon op dak en het tot uitvoering brengen van de twee bestaande initiatieven voor zonneparken. Deze situatie kan echter veranderen, waardoor het in de toekomst misschien wel mogelijk wordt om de benodigde duurzame elektriciteit lokaal op te wekken. Bij de actualisatie van dit programma evalueren we daarom of de mogelijkheden voor grootschalige opwek veranderd zijn. Op het moment dat grootschalige opwek mogelijk wordt, zal eerst de impact van deze realisatie onderzocht moeten worden en of deze ontwikkeling past binnen de draagkracht van ons landschap. Het feit dat er in theorie voldoende opwek mogelijk is binnen onze gemeentegrenzen betekent dus zeker nog niet dat deze opwek ook in de praktijk mogelijk zal blijken.

5.2.2

Warmte

Warmtevraag in TJ (gunstigste scenario)

Warmtevraag 2050

1076

Warmtevraag 2030

1076

Warmtevraag 2017

1250 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

Wij verwachten in het gunstigste scenario een afname van de warmtevraag met circa 15%. Hierbij gaan we er vanuit dat de besparing door bijvoorbeeld isolatie en zuinigere verwarmingsapparaten zo groot is dat deze maar ten delen geremd wordt door de toename van de woningvoorraad. In theorie zijn er voldoende bronnen voor de duurzame opwek van warmte in de regio aanwezig. Er is echter zeker geen sprake van een overvloed aan duurzame warmtebronnen. Regionaal en op lokaal niveau zal dan ook nog verder onderzoek gedaan worden naar alternatieve warmtebronnen.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 35 van 53

5.2.3

Verkeer en Vervoer

Brandstofvraag in TJ (gunstigste scenario)

Brandstofvraag 2050

680

Brandstofvraag 2030

1064

Brandstofvraag 2017

1085 0

200

400

600

800

1000

1200

De transitie verkeer is zeer lastig in te schatten en beperkt te beïnvloeden door de gemeentelijke organisatie. We zijn hier vooral afhankelijk van landelijke wetgeving over bijvoorbeeld het gebruik en de verkoop van diesel en benzinemotoren. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan de transitie van personenvervoer, maar ook zwaarder vervoer zoals vrachtwagens, tractoren en bouwwerktuigen. Wij zien een mogelijke afname van de brandstofvraag met 35%. Hierbij hebben we rekening gehouden met een besparing door: • •

Elektrisch rijden Zuinigere voertuigen

Deze besparing wordt echter deels teniet gedaan door de groei van onze verkeersbewegingen.

5.2.4

Energie in 2050

in 2050 is de gemeente Geldrop-Mierlo CO2-neutraal. Alle energie die we gebruiken wekken we dus duurzaam op. Om dit te bereiken zijn we zuiniger met onze energie. We gebruiken minimaal 30% minder energie ten opzichte van 2017. Waar we kunnen wekken we duurzame energie op. Op alle geschikte daken liggen zonnepanelen. We wekken daar waar dit landschappelijk past, grootschalig energie op. Onze gemeente is aardgasvrij. Dit betekent dat we onze gebouwen duurzaam verwarmen, met bijvoorbeeld duurzaam opgewekte elektriciteit, restwarmte of aardwarmte. Ook gebruiken we geen fossiele brandstoffen meer voor ons vervoer. We maken meer gebruik van het openbaar vervoer en de fiets. Als we gebruik maken van gemotoriseerd vervoer lopen deze op duurzame energie, zoals duurzame elektriciteit of duurzame waterstof.

5.3

Focus 2022 – 2026

De komende periode ligt de focus binnen het thema Energie op het versnellen van de Energietransitie. Dit doen we vooral door energie te besparen. Hierbij spelen onze partners ook een belangrijke rol. Zo zijn woningcorporaties aan zet als het gaat om verduurzaming van hun woningbezit. We gaan met zijn allen aan de slag om bestaande gebouwen beter te isoleren, duurzamer te verwarmen, bedrijfsprocessen zuiniger in te richten en minder gebruik te maken van de auto. Een belangrijke rol bij het verduurzamen. Op onze daken wekken we duurzame energie op. We vinden het belangrijk dat nieuwe gebouwen de CO2-uitstoot van de gemeente Geldrop-Mierlo niet of zo min mogelijk vergroten. Wij zien in deze periode geen kansen voor windmolens en zijn vanwege transportschaarste ook voorzichtig met het mogelijk maken van nieuwe zonneparken (naast de twee bestaande initiatieven). Hierbij zien we eventueel wel kansen voor initiatieven die op een innovatieve manier omgaan met transportschaarste of voor plannen die passen binnen de nog op te stellen regionale prioritering. Het verder onderzoeken van de mogelijkheden voor wind krijgt in deze periode geen prioriteit, maar daar waar mogelijk worden koppelkansen benut.

Dit betekent dat als de mogelijkheden voor grootschalige opwek verder onderzocht kunnen worden in regionaal verband zoals in de RES of in het kader van andere projecten zoals de omgevingsvisie wij hierbij zullen aansluiten.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 36 van 53

De gemeentelijke organisatie heeft in deze opgave vooral een faciliterende rol, maar ook in sommige gevallen een regulerende rol. Voor het verduurzamen van ons eigen vastgoed en organisatie zijn we zelf aan zet. Zoals beschreven moeten we keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema Energie ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden:

Besparing • • • • • • • • • • •

Aanpak energiearmoede. Communicatiecampagne om betrokkenheid van onze inwoners te vergroten. Ondersteunen van inwoners met informatie over energie besparen (onder meer in samenwerking met Energiehuis Slim Wonen). Stimuleren van isoleren van woningen. Stimuleren van woningcorporaties om verduurzaming te versnellen. Aanpak duurzame nieuwbouw. Stimuleren en toezien op naleving energiewetgeving voor bedrijven. Gebruiken van de mogelijkheden binnen de omgevingswet om extra duurzaamheidsmaatregelen te verplichten zoals zonnepanelen op industriële daken. Stimuleren van gebruik fiets, openbaar vervoer, elektrisch vervoer en deelmobiliteit. Verledden en smart maken van de openbare verlichting. Verduurzamen van het eigen vastgoed en overige maatschappelijk vastgoed.

Duurzame opwek • • •

Stimuleren van zon op dak. Faciliteren van de twee bestaande initiatieven voor zon op land. Regionaal aansluiten bij energiecorridor A67.

Warmtetransitie • •

5.4

Wijkuitvoeringsplannen kansrijke buurten. Stimuleren van duurzame verwarming.

Doelen 2026

Door ons op de bovengenoemde onderwerpen te focussen willen wij in 2026 het volgende bereikt hebben: •

De CO2 uitstoot in Geldrop-Mierlo is met 25% ten opzichte van 2017 afgenomen; o 50% van de panden in Geldrop-Mierlo heeft energielabel A of B. o 25% van de nieuwbouw is energieneutraal. o 8% van de woningen in Geldrop-Mierlo is aardgasvrij. o 50% van het maatschappelijk vastgoed (onderwijs-, welzijns- en sportaccommodaties) is verduurzaamd o 35% van de bedrijventerreinen is verduurzaamd. o 10% van de energievraag wordt duurzaam opgewekt. o 30% van alle panden heeft zonnepanelen. o Er is 20 hectare aan zonnevelden gerealiseerd. o Er zijn 500 publieke laadpunten. o De huishoudens die te maken hebben met energiearmoede hebben een hulpaanbod ontvangen.

•

Het gemeentelijke vastgoed en de openbare verlichting is verder verduurzaamd; o Er wordt in 2030 door verledding 50% energie bespaard in de openbare verlichting ten opzichte van 2013 o Er is een meerjarenplan voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en de gemeentelijke organisatie opgesteld en in uitvoering. o Op alle gemeentelijke panden met een geschikt dak liggen zonnepanelen

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 37 van 53

6

Klimaatadaptatie

6.1

Waar gaat het thema klimaatadaptatie over?

Zoals in het hoofdstuk hiervoor beschreven verandert het klimaat. De afgelopen jaren is er door hevige regen verschillende keren wateroverlast geweest in Geldrop-Mierlo. Daarnaast merken we dat er steeds vaker langere periodes van droogte en van extreme hitte komen. Hiervan ondervinden we overlast. Doordat de gevolgen van klimaatverandering steeds groter worden zal de overlast ook steeds groter worden. Het thema klimaatadaptatie gaat over welke maatregelen we kunnen nemen om deze overlast zo veel mogelijk te beperken.

Wat is klimaatadaptatie? Het klimaat is aan het veranderen. Als we ons voorbereiden, hebben we minder last van deze effecten. Dat is klimaatadaptatie. De opwarming van het klimaat heeft verschillende gevolgen. De vier belangrijkste gevolgen zijn: • • • •

Hogere temperaturen en vaker periodes van extreme hitte Vaker en langere periodes van droogte Meer en extremere neerslag Stijging van de zeespiegel

Het weer wordt dus extremer: droger, heter en natter. Dat het tegelijk droger en natter wordt, klinkt misschien gek. Droogte en neerslag lijken elkaar uit te sluiten. Toch is dat niet zo. De droge periodes zullen langer zijn en vaker voorkomen. Meer neerslag zal komen doordat er vaker extremere buien zullen zijn. In korte tijd valt veel water, waar riolering vaak niet op is berekend, dit kan leiden tot wateroverlast. Deze heftige buien lossen echter lange periodes van droogte niet plotsklaps op. Bovendien komen droogte en neerslag niet altijd in dezelfde periode voor Door droogte daalt de bodem op sommige plekken in Nederland. De zeespiegel stijgt en er is meer kans op overstromingen. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de gezondheid, de leefbaarheid en de economie. Een hittegolf zorgt bijvoorbeeld voor extra sterfte onder kwetsbare groepen. Al doen we nog zo ons best, klimaatverandering is niet helemaal te voorkomen. Zelfs in de meest gunstige voorspellingen zal de aarde tussen de jaren 2080 en 2100 1,0 tot 1,8 graad warmer zijn dan tussen de jaren 1850 en 1900. In het slechtste scenario stijgt de temperatuur tussen die periodes zelfs met 5,7 graden. Hoe groot de problemen straks worden, hangt af van de maatregelen die we nemen. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen zodat de opwarming beperkt.

Aan de andere kant is het verstandig dat we ons aanpassen aan een ander klimaat. Aanpassing aan het klimaat wordt klimaatadaptatie genoemd. Beide typen maatregelen zijn nodig. Niets doen betekent dat er tot 2050 tussen de € 77,5 en 173,6 miljard aan klimaatschade kan zijn. Daarom is klimaatadaptatie nodig. Voorbeelden van klimaatadaptatie zijn: dijken verstevigen, rivieren verbreden en meer groen in steden en dorpen. Het is belangrijk Nederland voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Bron: Milieucentraal en Rijksoverheid. Binnen het thema klimaatadaptatie kijken we naar drie vormen van overlast: • • •

Door extreme regen; de kans op wateroverlast neemt toe. Daarnaast is er een grotere kans op langdurige neerslag in de winterperiode en korte maar zeer heftige piekbuien in de zomer. Door extreme hitte; hogere temperaturen en meer zoninstraling met name in de zomer zullen tot extreme hitte leiden. Door langdurige droogte; naast de zeer lokale en kortdurende piekbuien in de zomer zal er veel minder neerslag vallen terwijl de verdamping door hogere temperaturen juist toeneemt.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 38 van 53

Overlast door de zeespiegelstijging en overstromingen zijn (op dit moment) nog niet te verwachten in Geldrop-Mierlo.

6.1.1

Extreme regen

De grafieken tonen de effecten van klimaatverandering op neerslag. De situatie in het huidige klimaat (rond 2014) wordt naast de verwachtte situatie in 2050 en in 2085 gezet. Hierbij worden de waarden voor het laagste (GH) en het hoogste (WL) KNMI’14 klimaatscenario afgebeeld. Bron: Klimaateffectatlas

Extreme regen kan voor wateroverlast zorgen. Als er namelijk heel veel regen valt kan ons rioleringssysteem, waardoor normaal gesproken ons regenwater afgevoerd wordt, dit niet aan. Als het riool het water niet meer kan afvoeren blijft het bijvoorbeeld op straat staan. Water op straat hoeft geen probleem te zijn, maar als water daadwerkelijk over de dorpel naar binnenkomt is dat natuurlijk wel een probleem. Dit kan tot schade leiden. In de klimaatschadeschatter, die is voortgekomen uit de onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK), wordt deze mogelijke schade berekend. De schade door wateroverlast in GeldropMierlo wordt als volgt ingeschat:

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 39 van 53

Bron: Klimaatschadeschatter Wij willen schade en overlast natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen. Het is niet mogelijk ons rioleringssysteem zo aan te passen dat de steeds grotere regenbuien volledig afgevoerd kunnen worden via het riool. Dit hebben we al ervaren bij de extreme buien de afgelopen jaren. We moeten daarom andere maatregelen treffen om ernstige overlast te voorkomen. Hier zijn we versneld mee begonnen. Dit wordt uitgewerkt in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Zo legt de gemeentelijke organisatie op sommige plekken waterbergingskelders en wadi’s (een groene greppel en staat voor Water Afvoer Drainage en Infiltratie) aan. Bij herinrichtingen van straten kan ook gekeken worden of water tijdelijk op straat kan worden vastgehouden zonder dat het woningen inloopt. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van verhoogde stoepbanden. Ook inwoners, bedrijven, verenigingen en stichtingen kunnen bijdragen door gebouwen en verhardingen af te koppelen van het riool. Er is namelijk simpelweg niet voldoende plaats in de openbare ruimte om al het water tijdelijk op te slaan en te laten infiltreren. Kijk ook hier: Klimaatadaptatieplan en Uitvoeringsagenda Hier staat meer informatie over de klimaatstresstesten die gedaan zijn naar de wateroverlast in onze gemeente.

6.1.2

Extreme hitte

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 40 van 53

De grafieken tonen de effecten van klimaatverandering op hitte. De situatie in het huidige klimaat (rond 2014) wordt naast de verwachtte situatie in 2050 en in 2085 gezet. Hierbij worden de waarden voor het laagste (GH) en het hoogste (WL) KNMI’14 klimaatscenario afgebeeld. Bron: Klimaateffectatlas

Ook extreme hitte wordt door klimaatverandering een steeds groter probleem. Niet alleen stijgen de temperaturen, tropische dagen (boven de 30 graden) komen ook vaker voor. Daarnaast worden de periodes dat het achter elkaar heet is langer. De extreme hitte heeft ook effect op hoe we ons voelen (onze productiviteit neemt bijvoorbeeld af), maar is ook gevaarlijk. RIVM geeft hierover het volgende aan: “Aanhoudend warm weer vormt vooral een gezondheidsrisico voor ouderen, chronisch zieken en mensen met overgewicht. Ook mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen hebben op warme dagen meer aandacht van anderen nodig om voldoende te drinken en koel te blijven. Kinderen zijn kwetsbaar voor hitte omdat ze niet altijd zelf in staat zijn om maatregelen te nemen om oververhitting te voorkomen. Langdurig aanhoudende hitte kan leiden tot klachten van vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid en hoofdpijn. Mensen kunnen huidproblemen krijgen zoals jeuk en uitslag met blaasjes. Tenslotte is bij aanhoudende hitte uitdroging en oververhitting een risico. Symptomen van uitdroging en oververhitting zijn misselijkheid, spierkrampen, uitputting, flauwvallen en bewusteloosheid. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden. Van alle sterftegevallen in de zomers tussen 1991 en 2018 hing In Nederland 1,8% samen met temperatuur.

Zonder extra temperatuur toename door mondiale klimaatverandering zou dit naar verwachting 1,24 % zijn geweest. Voor Nederland komt dat neer op bijna 250 extra sterfgevallen per jaar.” De schade die door extreme hitte ontstaat in Geldrop-Mierlo is als volgt door de klimaatschadeschatter ingeschat:

Bron: Klimaatschadeschatter Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 41 van 53

Wij willen gezondheidsproblemen, schade en overlast natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen. Dit kan op verschillende manieren. Uit het onderzoek “de hittebestendige stad” blijkt dat schaduw de beste manier om de gevoelstemperatuur omlaag te brengen en dat toename van verdamping door het aanleggen van zoveel mogelijk groene en blauwe oppervlakken op stadsschaal de effectiefste manier is om de luchttemperatuur naar beneden te krijgen. Het vergroenen van onze buitenruimte met bomen heeft dus veel effect (zowel door schaduwwerking als verdamping). Maar ook het vergroenen van daken engevels, het verwijderen van onnodige verhardingen en het toevoegen van water levert een positieve bijdrage. Deze maatregelen kunnen zowel in de openbare ruimte door de gemeentelijke organisatie genomen worden als op privaat terrein door inwoners. Kijk ook hier: Klimaatadaptatieplan en Uitvoeringsagenda Hier staat meer informatie over de klimaatstresstesten die gedaan zijn naar de hittestress in onze gemeente.

6.1.3

Langdurige droogte

De grafieken tonen de effecten van klimaatverandering op droogte. De situatie in het huidige klimaat (rond 2014) wordt naast de verwachtte situatie in 2050 en in 2085 gezet. Hierbij worden de waarden voor het laagste (GH) en het hoogste (WL) KNMI’14 klimaatscenario afgebeeld. Bron: Klimaateffectatlas

Droogte ontstaat als er meer water verdampt dan er neerslag valt. Er is dan een neerslagtekort. Vooral het voorjaar en de zomers worden droger. De zomers van 2018 en 2019 waren uitzonderlijk droog. De zomer van 2018 behoort tot de 5 procent droogste zomers sinds het begin van de vorige eeuw. In de toekomst krijgen we waarschijnlijk vaker te maken met zulke droge zomers, want de kans op droogte neemt door klimaatverandering toe. Maar er blijven ook veel onzekerheden over droogte in de toekomst, want droogte is lastig te voorspellen. Droogtestress ontstaat wanneer de bodem zo ver uitdroogt, dat planten niet meer goed kunnen verdampen. Droogtestress kan ertoe leiden dat de plant deels of helemaal afsterft. In de landbouw leidt droogtestress tot een afname van de gewasopbrengst. Ook voor de natuur zijn de gevolgen groot. Soorten kunnen lokaal uitsterven, de kans op natuurbranden neemt toe, en vennen en beken kunnen sneller droogvallen. Maar ook aan de gebouwde omgeving kan door droogte schade ontstaan. Zo kan bodem door droogte dalen. Dit kan gevolgen hebben voor funderingen van gebouwen en voor wegen. In Geldrop-Mierlo verwachten wij niet direct bodemdaling door droogte. Uit de klimaatstresstesten die voor Geldrop-Mierlo zijn uitgevoerd blijkt dat de risico’s in Geldrop-Mierlo vooral liggen bij de negatieve effecten op natuur en landbouw.

Over het hele jaar gezien valt er voldoende neerslag om droogte te voorkomen. Toch is er niet genoeg water beschikbaar om te kunnen gebruiken in periodes van droogte. Dat komt doordat het regenwater niet gedurende het hele jaar in juiste hoeveelheden valt en we het regenwater niet genoeg vasthouden. Ons watersysteem is namelijk vooral ingericht op het afvoeren van regenwater. Om Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 42 van 53

droogte zo veel mogelijk te voorkomen is het dus belangrijk zo veel mogelijk water lokaal vast te houden en niet af te voeren, maar in de bodem te laten infiltreren.

6.2

Geldrop-Mierlo in 2050

Gemeente Geldrop-Mierlo blijft een aantrekkelijke gemeente om in te wonen en werken, ook in een veranderend klimaat. In 2050 is Geldrop-Mierlo klimaatbestendig. Dit betekent dat bij extreme regen3 het risico dat onze hoofdwegen onder water staan en er water in onze gebouwen loopt, zeer klein is. Als het hard regent blijven al onze wegen bereikbaar en komt er geen afvalwater op straat. Onze gemeente is zo ingericht dat zelfs als het heel heet is de gevoelstemperatuur niet zo hoog oploopt dat er gezondheidsrisico’s ontstaan. Er zijn voldoende koelteplekken waar men kan afkoelen. Op de loopen fietsroutes is er voldoende schaduw en in de buurten is er voldoende groen. Onze infrastructuur en ons groen is zo ingericht dat er geen schade ontstaat door hitte of droogte. We beschermen onze waardevolle bomen zo veel mogelijk tegen droogte. We infiltreren zo veel mogelijk water om zo negatieven effecten van droogte op planten en dieren te beperken. Kijk ook hier: Klimaatadaptatieplan en Uitvoeringsagenda Hier staat meer informatie over onze streven op het gebied van klimaat.

6.3

Focus 2022 – 2026

Op dit moment zijn de effecten van klimaatverandering het acuutst merkbaar in de wateroverlast die op verschillende plekken in Geldrop-Mierlo bij extreme regen voorkomt. Wij gaan de komende vier jaar dus vooral aan de slag om deze problemen zo veel mogelijk op te lossen. Daarnaast zorgen we er voor dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zo klimaatbestendig mogelijk zijn. Dit betekent dat we per ontwikkeling kijken hoe we hitte, wateroverlast en droogte zo veel mogelijk kunnen beperken. De gemeentelijke organisatie heeft in deze opgave een uitvoerende rol als het gaat om maatregelen in openbare ruimte, maar in sommige gevallen ook een regulerende rol en een faciliterende rol. Zoals beschreven moeten we keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema Klimaatadaptatie ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden: • • • • •

Het uitwerken van klimaatadaptatiebeleid. De mogelijkheden onderzoeken en benutten om klimaatadaptieve maatregelen te verplichten, bijv. via het omgevingsplan. Het doorvoeren van de watertransitie en tegen gaan van wateroverlast. Het creëren van bewustwording en het stimuleren en ondersteunen van inwoners, bedrijven, verenigingen en stichtingen bij het nemen van klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein. Het bij nieuwe ontwikkelingen integraal meenemen van klimaatadaptieve maatregelen.

3 In de klimaatstresstesten die uitgevoerd zijn voor Geldrop-Mierlo wordt uitgegaan van een extreme bui van

90mm in één uur die een herhalingstijd heeft van 1 keer in de 250 jaar (T-250). Dit benadert de bui die in 2020 al heeft plaatsgevonden, maar is nog net wat extremer. De verwachting is dat in 2050 dit een bui is met een herhalingstijd van 100 jaar. Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 43 van 53

6.4

Doelen 2026

Door ons op de bovengenoemde onderwerpen te focussen willen wij in 2026 het volgende bereikt hebben: •

Geldrop-Mierlo heeft minder last van wateroverlast, hittestress is afgenomen en door meer water vast te houden gaan we verdroging tegen; o Bij 5% van de gebouwen is het hemelwater afgekoppeld van het riool. o Bij nieuwbouw wordt hemelwater ter plaatse geïnfiltreerd of opgeslagen. o bij extreme buien (90 mm in een uur) blijven hoofdwegen en tunnels begaanbaar voor hulpdiensten. o Bij buien tot 40 mm per uur blijven alle wegen grotendeels begaanbaar. o Het aantal overlastlocaties dat ontstaat bij extreme buien is beperkt (maatregelen zijn genomen op de locaties waar in 2019 en 2020 de grootste overlast was). o Er is een plan opgesteld en in uitvoering voor het toevoegen van groen en schaduw om hittestress tegen te gaan. o Het groenbeheer is geoptimaliseerd om schade aan het groen door droogte te beperken.

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 44 van 53

7

Circulariteit

7.1

Waar gaat het thema circulariteit over?

Onze grondstoffen zijn eindig. Het is daarom belangrijk dat we deze grondstoffen zo veel mogelijk hergebruiken. Daarnaast is de impact van een circulaire economie op klimaatverandering veel minder groot dan die van een niet circulaire economie. Efficiënter en langer gebruik van grondstoffen vermindert uitstoot van broeikasgassen. Voor de productie van grondstoffen en de verwerking in producten is namelijk energie nodig, waarbij broeikasgassen vrijkomen. Door minder grondstoffen te gebruiken is ook minder land nodig en wordt het milieu minder vervuild. Dat komt de biodiversiteit ten goede. Ten slotte zal minder afval leiden tot minder vervuiling, zoals de plastic soep in onze oceanen.

Hoe ziet een circulaire economie eruit? In een circulaire economie worden vrijwel alle producten die Nederlanders in de toekomst gebruiken, steeds opnieuw gebruikt. Als een product kapot is, wordt dit gerepareerd. En als dat niet meer kan, dan worden er nieuwe producten van gemaakt. In een circulaire economie is afval de nieuwe grondstof. Er is geen sprake meer van de lijn: produceren, consumeren en daarna weggooien. In een circulaire economie houden makers van producten bij het ontwerp al rekening met hergebruik. Apparaten worden bijvoorbeeld zo ontworpen, dat ze makkelijk gerepareerd kunnen worden. Verder worden producten en grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw gebruikt. Bijvoorbeeld door plastic te recyclen tot korrels waar weer nieuwe plastic producten van gemaakt worden. Ook zijn er producten die niet vaak gebruikt worden of stilstaan, zoals boormachines en auto’s. In een circulaire economie worden deze producten intensiever gebruikt, door deze bijvoorbeeld met anderen te delen. Hierdoor zijn er per saldo minder producten en dus minder grondstoffen nodig. Daarnaast houdt een circulaire economie rekening met de leefomgeving. Bijvoorbeeld door het voorkomen van zwerfafval op straat en in de natuur. De overheid zet hier al stappen in, bijvoorbeeld door gratis plastic tasjes te verbieden.

Meer dan 80% van de consumenten neemt naar eigen zeggen vaak of altijd een eigen tas mee in plaats van een plastic tas uit de winkel. Bron: Rijksoverheid

Overzicht van hoe een hergebruik economie en een circulaire economie eruit zien. Bron: Rijksoverheid

Voor het omschakelen naar een circulaire economie zijn we voor een groot deel afhankelijk van de stappen die op nationaal en internationaal niveau gezet worden. Onze lokale economie staat namelijk niet op zich, maar is onlosmakelijk verbonden met de economie buiten Geldrop-Mierlo. De meeste grondstoffen en producten die wij in Geldrop-Mierlo gebruiken worden niet in Geldrop-Mierlo

Afgedrukt 5 januari 2023 Documentversie 2.1

Pagina 45 van 53

gewonnen of gemaakt. Onze invloed daarop is beperkt. Toch kunnen wij in onze gemeente wel bijdragen. Dit doen wij op de volgende manieren: • • •

7.1.1

Door circulariteit mee te nemen in onze aanbestedingen. Door onze hoeveelheid afval te beperken. Door circulair materiaal gebruik te stimuleren.

Circulair aanbesteden

Als gemeentelijke organisatie kopen wij regelmatig diensten en werken in. Bij onze eigen aanbestedingen kunnen wij dus eisen stellen op het gebied van circulariteit. Dit doen wij al in beperkte mate, maar wij willen dit uitbreiden. Bijvoorbeeld door circulariteit al vanaf het begin mee te nemen in de eerste planvorming van werken. Of door na te gaan of bijvoorbeeld een dienst kan worden aanbesteed in plaats van een product. In het proces om tot een aanbesteding te komen willen we meer gebruik maken van de R-ladder. Deze ladder drukt de mate van circulariteit uit. Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe circulairder de strategie is. Waarbij R1 de hoogste trede is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=afe8db5c-aed1-417a-b449-4b6def3980d2