CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksverslag dhr. Frijters stage GGD Brabant-Zuidoost.pdf

Commissie Samenleving 7 september 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Mantelzorg in Geldrop-Mierlo, stand van zaken én waar leggen we de focus32.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

DE KWALITEIT VAN LEVEN VOOR OVERBELASTE EN ZWAAR BELASTE MANTELZORGERS Beroepsproduct

Projectnemer : Joost Frijters Studentnummer : 3362647 Begeleidende docent : Marie-Pierre van Meel Onderwijsinstelling : Fontys Hogeschool Mens en Gezondheid Opleiding : Toegepaste Gerontologie Leerjaar :3 Opdrachtgever : Karin Spijkers, Gezondheidsmakelaar Organisatie : GGD Brabant-Zuidoost Afdeling : Gezondheidsbevordering Datum : 25-6-2021 Aantal woorden : 6849 Klas : BTG18VT

1

Voorwoord Voor u ziet u het beroepsproduct van mij, Joost Frijters. Ik ben 3e jaars student aan de opleiding Toegepaste Gerontologie. Dit beroepsproduct heb ik gemaakt tijdens mijn stage bij GGD BrabantZuidoost tussen 8 Februari 2021 en 25 Juni 2021. Ik wil mijn stagebegeleider Karin Spijkers, begeleidend docent Marie-Pierre van Meel, stakeholder Ellen Kerssemakers en alle andere stakeholders bedanken voor de bijdrage die zij hebben geleverd aan de totstandkoming van dit beroepsproduct. Ook wil ik de GGDBZO bedanken voor de mogelijkheid om stage te lopen in coronatijd. Daarnaast wil ik de LEV-groep Geldrop-Mierlo bedanken voor een fysieke werkplek. Het beoordelingsformulier dat stagebegeleider Karin Spijkers over mijn functioneren tijdens mijn stage heeft ingevuld, is weergegeven in Bijlage R. Veel leesplezier!

2

Samenvatting Al jaren staan mantelzorgers voor mensen met dementie onder zware druk, zij voelen zich zwaar belast door de hoeveelheid zorg die zij bieden (Alzheimer Nederland, 2020). Op het moment dat mantelzorgers ernstige overbelasting ervaren gaat dit ten koste van hun eigen gezondheid, maatschappelijke participatie en/of arbeidsparticipatie (Van der Leij, 2018). Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de belangrijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van leven van mantelzorgers. Met de uitkomsten van dit onderzoek wordt een conceptdienst gecreëerd waarmee de kwaliteit van leven voor mantelzorgers wordt verbeterd. Hiervoor is de volgende hoofdvraag opgesteld: Welke factoren van kwaliteit van leven spelen een rol bij de (over)belasting van mantelzorgers van mensen met dementie en hoe kunnen deze aspecten van kwaliteit van leven worden verbeterd? De definitie van kwaliteit van leven binnen dit onderzoek is: “een algemeen welzijn dat objectieve beschrijvingen en subjectieve evaluaties van fysiek, materieel, sociaal en emotioneel welzijn samen met de omvang van persoonlijke ontwikkeling en doelgerichte activiteit combineert, allemaal gewogen door een persoonlijke reeks waarden” (Felce & Perry, 1995).

Om een antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag zijn er semigestructureerde interviews gehouden met de doelgroep (mantelzorgers binnen de leeftijdscategorie 50 tot en met 67 jaar, woonachtig in de Gemeente Geldrop-Mierlo, die zorg bieden aan één of meerdere thuiswonende mensen met dementie en die zich door deze zorg overbelast of zwaar belast voelen.) Uit de resultaten bleek dat vooral het sociale welzijn, emotionele welzijn en ontwikkelingen en activiteiten factoren zijn die een grote factor spelen in de belasting van de doelgroep. Deze aspecten kunnen op meerdere manieren worden verbeterd door diensten en producten die voldoen aan behoeften van de doelgroep. Op basis van dit onderzoek wordt aanbevolen om een onlinemantelzorgnetwerkgroep op te richten en te beheren. Eventueel vervolgonderzoek kan zich richten op de effectiviteit van de onlinemantelzorgnetwerkgroep en kan bepalen wat het verband is tussen de onlinemantelzorgnetwerkgroep en kwaliteit van leven in relatie tot belasting.

3

Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 Samenvatting........................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 7 1.

Aanleiding ........................................................................................................................................ 8 1.1 Macroniveau.................................................................................................................................. 8 1.2 Mesoniveau ................................................................................................................................... 8 1.3 Microniveau................................................................................................................................... 9 1.4 Doelgroep .................................................................................................................................... 10 1.5 Probleemstelling.......................................................................................................................... 10 1.6 Doelstelling onderzoek ................................................................................................................ 10 1.7 Doelstelling project ..................................................................................................................... 10 1.8 Hoofdvraag ..................................................................................................................................

11 1.9 Herkenning stakeholders............................................................................................................. 11

2.

Theoretisch kader .......................................................................................................................... 12 2.1Mantelzorg ................................................................................................................................... 12 2.1.1Definities mantelzorg ............................................................................................................ 12 2.1.2 Conclusie .............................................................................................................................. 12 2.2 Overbelasting .............................................................................................................................. 12 2.2.1 Definities overbelasting ........................................................................................................ 12 2.2.2 Conclusie .............................................................................................................................. 13 2.3 Mate van belasting ...................................................................................................................... 13 2.4 Kwaliteit van leven ......................................................................................................................

13 2.4.1 kwaliteit van leven definities ................................................................................................ 13 2.4.2 Kwaliteit van leven model Felce en Perry 1995 ................................................................... 13 2.4.3 Conclusie .............................................................................................................................. 14

3.

Methoden activiteitenplan ............................................................................................................ 15 3.1 Activiteiten omschrijving ............................................................................................................. 15 3.2 Exploratiefase .............................................................................................................................. 15 3.2.1 Desk- en fieldresearch .......................................................................................................... 15 3.2.2 Gesprekken met stakeholders (nr.1) .................................................................................... 15 3.2.3 Enquête (nr.2)....................................................................................................................... 15 3.2.4 Semigestructureerde interviews met de doelgroep (nr.3) .................................................. 16 3.3 Creatiefase................................................................................................................................... 16 3.3.1 Behoefte van de doelgroep in kaart brengen (customer profile) en eisen voor de conceptdienst in kaart brengen (waarde propositie) (nr.4) .......................................................... 16 4

3.3.2 Co-creatie 1 (nr.5)................................................................................................................. 17 3.3.3 Ideeën van Co-creatie 1 toetsen/beoordelen (nr.6) ............................................................ 17 3.3.4 Co-creatie 2 (nr.7)................................................................................................................. 17 3.3.5 De gekozen conceptdienst van Co-creatie 2 uitwerken (Business Model Canvas) (nr.8) .... 17 3.4 Reflectiefase ................................................................................................................................ 17 3.4.1 Opvolging van het project voor de GGDBZO (nr.9) .............................................................. 17 3.4.2 Project presenteren (nr.10) .................................................................................................. 17 4.

Resultaten...................................................................................................................................... 19 4.1 Activiteiten omschrijving ............................................................................................................. 19 4.2 Iteratief proces ............................................................................................................................ 19 4.3 Exploratiefase .............................................................................................................................. 19 4.3.1 Desk- en fieldresearch .......................................................................................................... 19 4.3.2 Gesprekken met stakeholders (nr.1) .................................................................................... 27 4.3.3 Enquête (nr.2)....................................................................................................................... 27 4.3.4 Semigestructureerde interviews met de doelgroep (nr.3) .................................................. 27 4.4 Creatiefase................................................................................................................................... 28 4.4.1 Behoefte van de doelgroep in kaart brengen (customer profile)(nr.4) ...............................

28 4.4.2 Co-creatie 1 (nr.5)................................................................................................................. 28 4.4.3 Ideeën van Co-creatie 1 toetsen/beoordelen (nr.6) ............................................................ 29 4.4.4 Co-creatie 2 (Idee voorkeuren) (nr.7)................................................................................... 29

5.

Conclusie ....................................................................................................................................... 31

6.

Discussie ........................................................................................................................................ 32

7.

Advies ............................................................................................................................................ 34 7.1 Creatiefase................................................................................................................................... 34 7.1.1 Uitwerking mantelzorgnetwerkgroep (Business Model Canvas) (nr.8) ............................... 34 7.2 Reflectiefase ................................................................................................................................ 35 7.2.1 Opvolging van het project voor de GGDBZO (nr.9) .............................................................. 35 7.2.2 Project presenteren (nr.10) .................................................................................................. 36

Bibliografie ............................................................................................................................................ 37 Bijlagen .................................................................................................................................................. 42 Bijlage A ............................................................................................................................................. 42 Bijlage B ............................................................................................................................................. 43 Bijlage C ............................................................................................................................................. 45 Bijlage D ............................................................................................................................................. 47 Bijlage E ............................................................................................................................................. 56 Bijlage F ............................................................................................................................................. 63 5

Bijlage G ............................................................................................................................................. 65 Bijlage H ............................................................................................................................................. 68 Bijlage I .............................................................................................................................................. 69 Bijlage J .............................................................................................................................................. 75 Bijlage K ............................................................................................................................................. 77 Bijlage L.............................................................................................................................................. 89 Bijlage M ............................................................................................................................................ 92 Bijlage N............................................................................................................................................. 97 Bijlage O...........................................................................................................................................

101 Bijlage P ........................................................................................................................................... 108 Bijlage Q........................................................................................................................................... 112 Bijlage R ........................................................................................................................................... 116

6

Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding van het project gepresenteerd waarin het onderwerp en bijbehorende probleem ter sprake komt aan de hand van relevante informatie (macro, meso en micro). Daarnaast wordt ook de probleemanalyse beschreven waarin context, relevantie en herkenning worden benoemd samen met de doelgroep, probleem-, vraag- en doelstelling. Hiervoor zijn meerdere gesprekken gehouden met professionals. Hoofdstuk 2 richt zich op relevante literatuur voor dit project in de vorm van definities en gerontologische modellen en weergeeft hiermee het theoretisch kader. In hoofdstuk 3 worden de methoden van dit project besproken die zullen worden gebruikt in de exploratie- en creatiefase. In hoofdstuk 4 staan de resultaten die het onderzoek heeft opgeleverd voor de exploratie- en creatiefase. In hoofdstuk 5 is de conclusie van het onderzoek beschreven waarbij antwoord gegeven op de hoofdvraag. In hoofdstuk 6 is de discussie van dit project omschreven waarbij de validiteit en betrouwbaarheid, interpretatie van resultaten, sterke en minder sterke punten en implicaties van het onderzoek en suggesties voor vervolgonderzoek ter sprake komen. In hoofdstuk 7 is het advies voor de GGDBZO aan de hand van dit onderzoek vormgegeven.

Hierbij wordt ingegaan op de inhoud van de dienst/product, de opvolging van het project inzichtelijk beschreven en de presentatie van het project omschreven.

7

1. Aanleiding 1.1 Macroniveau Al jaren staan mantelzorgers voor mensen met dementie onder zware druk, zij voelen zich zwaar belast door de hoeveelheid zorg die zij bieden (Alzheimer Nederland, 2020). Er zijn meerdere definities van het begrip mantelzorg. De overheid hanteert de volgende definitie: “Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Gemeenten ondersteunen mantelzorgers bijvoorbeeld met (tijdelijke) overname van de zorg door een vrijwilliger of beroepskracht (respijtzorg).” (Rijksoverheid, z.d.). In 2019 telde Nederland in totaal 5,5 miljoen mantelzorgers. Sinds 2016 geeft 9% van de mantelzorgers aan ernstig belast te zijn (movisie, 2021). Door de coronacrisis voelt 61% van de mantelzorgers voor mensen met dementie zich nog zwaarder belast dan voorheen. Veel professionele steun viel de afgelopen tijd weg waardoor zij de afgelopen maanden vaak op zichzelf aangewezen waren (Alzheimer Nederland, 2020). Op dit moment zijn er in Nederland 350.000 mantelzorgers die specifiek mantelzorg bieden aan mensen met dementie. Van deze mantelzorgers is 52% zwaar belast en 3% overbelast (samendementievriendelijk, z.d.).

Een van de definities van overbelasting is: “de mate waarin de emotionele of fysieke gezondheid, het sociale leven of financiële toestand van een mantelzorger lijdt onder het geven van de zorg” (Chiao, Whu & Hsiao, 2015, geciteerd in Van der Leij, 2018, p. 5). Oorzaken hiervan zijn mogelijk de combinatie van een baan, zorg voor kinderen en de tijd die zij besteden aan zorg van de persoon met dementie (samendementievriendelijk, z.d.). Volgens Carretero et al. zijn de gevolgen van overbelasting uiteenlopend, zo kan dit onder andere leiden tot een slechtere fysieke toestand of verslechterde gezondheid van de mantelzorger (in Van der Leij, 2018, p. 5). Op het moment dat mantelzorgers ernstige overbelasting ervaren gaat dit, naast hun eigen gezondheid, meestal ook ten koste van de maatschappelijke participatie of arbeidsparticipatie (Van der Leij, 2018). Deze gevolgen kunnen de kwaliteit van leven voor mantelzorgers negatief beïnvloeden. Uit een onderzoek naar kwaliteit van leven blijkt dat Nederlanders gemiddeld een 6,5 scoren op de persoonlijke kwaliteit van leven op een puntschaal van 1 tot 10.

Dit is vergelijkbaar met de inwoners van Geldrop-Mierlo waar de score minimaal hoger ligt met 6,7 (Patiëntenfederatie Nederland, z.d.) Op dit moment woont 70% van de mensen met dementie thuis; zij worden verzorgd door hun naaste familie en/of omgeving, de mantelzorger (samendementievriendelijk, z.d.). Dementie is een verzamelterm. Demente is een Latijns woord dat “ontgeesting” betekent. Als iemand lijdt aan dementie wordt hiermee bedoeld dat die persoon, ten gevolge van een hersenziekte, niet meer zelfstandig kan functioneren (het functioneren moet voorheen wel beter zijn geweest). De stoornis voor het zelfstandig functioneren moet voor mensen met dementie wel worden veroorzaakt door stoornissen in bijvoorbeeld het geheugen, oriëntatie, of overzicht en planning (Claassen, 2016). Dementie kent veel verschillende vormen, de bekendste is Alzheimer. Bij een persoon met Alzheimer sterven de hersencellen af en ontstaan er onder andere geheugenklachten (MIND, z.d.). De komende jaren zal het aantal (oudere) mensen met dementie blijven stijgen, een belangrijke factor hierin is de vergrijzing (Alzheimer Nederland, z.d.). Naast deze factor zijn er nog meer factoren die van invloed zijn op de mantelzorger van mensen met dementie (zie hoofdstuk 4.3.1.2).

1.2 Mesoniveau Door deze factoren wordt het ontlasten van de mantelzorger steeds belangrijker. Naast initiatieven van Gemeenten om mantelzorger te ontlasten, worden op dit moment ook burgerinitiatieven ingezet zoals het bieden van praktische hulp (gras maaien, hond uitlaten, etc.), het overnemen van 8

tijdrovende klussen (bijvoorbeeld door de financiën bij te houden), erop uitgaan met de mantelzorger (bijvoorbeeld een blokje wandelen) en reserve mantelzorger worden voor een aantal uur per week. Naast Gemeente- en burgerinitiatieven zijn er nog meerdere interventies waar een mantelzorger gebruik van kan maken waarbij belasting wordt verminderd (zie hoofdstuk 4.3.1.3). Hoewel Gemeente- en burgerinitiatieven mooi klinken, is de samenwerking of verbinding tussen mantelzorger en iemand die de mantelzorger kan ontlasten vaak lastig te verwezenlijken. Oorzaken hiervan zijn dat mantelzorgers het moeilijk vinden om aan anderen hulp te vragen (dit kan door vraagverlegenheid zijn ontstaan), ze stuiten op onbegrip in hun omgeving omdat familie of vrienden de noodzaak niet inziet om een bijdrage te leveren in de ontlasting van de mantelzorger en mantelzorgers willen anderen niet tot last zijn door gebruik te maken van hun (vrije) tijd (samendementievriendelijk, z.d.).

1.3 Microniveau De hierboven beschreven ontwikkelingen worden ook opgemerkt door de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Brabant-Zuidoost (GGDBZO), onder ander voor inwoners van Geldrop-Mierlo. Het aandeel mantelzorgers in Geldrop-Mierlo is ten opzichte van 2009 flink gestegen. Overbelasting is een serieus probleem dat zich vormt onder mantelzorgers. In 2016 gaf ongeveer 23 procent van de volwassenen en 26 procent van de oudere mensen in Geldrop-Mierlo mantelzorg. In allebei de leeftijdsgroepen heeft er ongeveer een verdubbeling plaatsgevonden in het percentage mantelzorgers sinds 2009. Vooral zorgelijk is het grote aandeel mantelzorgers dat overbelasting ervaart. Gemiddeld is 15 procent van de volwassen- en 11 procent van de oudere mantelzorger in Geldrop-Mierlo (tamelijk) zwaar belast door het geven van mantelzorg (GGD Brabant-Zuidoost, 2017). Uit een panelonderzoek in 2019 van de GGDBZO onder 191 inwoners van Geldrop-Mierlo (waarvan de gemiddelde leeftijd 55 jaar was) gaf 12 procent aan mantelzorg te geven aan iemand met dementie. Van deze 12 procent was 43 procent enigszins belast en ook 43 procent (tamelijk tot zeer) zwaar belast (GGD Brabant-Zuidoost, 2019). De GGDBZO wil bijdragen aan de kwaliteit van leven van mantelzorgers. De GGDBZO heeft als taak om de gezondheid van mensen te verbeteren of te behouden. De GGDBZO voert hiervoor preventie acties uit.

Hierin heeft de GGDBZO een ondersteunende rol op zich genomen voor inwoners en Gemeenten. Alle Gemeenten moeten namelijk wettelijk gezien de gezondheid van inwoners beschermen en bevorderen (GGD Brabant-Zuidoost, z.d.). Deze taak voert de GGDBZO voor de Gemeente uit (GGD Brabant-Zuidoost, z.d.). De GGDBZO focust zich op veel verschillende onderwerpen met betrekking tot gezondheid waar mantelzorg er één van is (Persoonlijke communicatie, 17 Februari 2021). Zie hoofdstuk 4.3.1.1 voor meer info over de GGBZO. Het onderzoek heeft tot doel een advies op te stellen voor een dienst om de belasting van mantelzorgers te verlichten. Daarbij is het vereist inzicht te hebben in de factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van leven. Dit is niet alleen van belang voor GGDBZO, maar ook voor stakeholders, als de LEV-groep (Geldrop-Mierlo), Steunpunt Mantelzorg Verlicht en casemanagers dementie. Mantelzorgers zijn voor de LEV-groep een belangrijke doelgroep. De LEV-groep biedt mantelzorgers advies, informatie, contacten met andere mantelzorgers, vrijwillige hulp aan huis en wijst de weg naar cursussen om mantelzorgers te ondersteunen. Hiermee wil de LEV-groep ervoor zorgen dat mantelzorgers zo lang mogelijk mantelzorg kunnen bieden op een prettige manier (Lev-groep Geldrop-Mierlo, z.d.).

Hoe zwaarder een mantelzorger belast is, hoe moeilijker het voor hen wordt om het geven van mantelzorg, op een gewenste manier, vol te houden. Net zoals voor de LEV-groep zijn mantelzorgers ook een belangrijke doelgroep voor Steunpunt Mantelzorg Verlicht. Steunpunt Mantelzorg Verlicht heeft een contract taak met de Gemeente 9

gericht op mantelzorg en wordt gesubsidieerd door de WMO (Persoonlijke communicatie, 26 Februari 2021). Steunpunt Mantelzorg Verlicht richt zich op het ondersteunen van mantelzorgers woonachtig in Eindhoven, maar ook aan mantelzorgers die woonachtig zijn buiten Eindhoven en zorg bieden aan een inwoner van Eindhoven (Steunpunt Mantelzorg Verlicht, z.d.). Steunpunt Mantelzorg Verlicht biedt individuele ondersteuning en begeleiding, collectieve ondersteuning en expertise. Vooral de mantelzorgers die zwaar belast of overbelast zijn hebben ondersteuning nodig (Persoonlijke communicatie, 26 Februari 2021). Bovenstaande bevestigt hoe belangrijk de kwaliteit van leven van de (zwaar belaste/overbelaste) mantelzorger is voor Steunpunt Mantelzorg Verlicht. Ook voor een casemanager dementie heeft de kwaliteit van leven van mantelzorgers hoge prioriteit. Een casemanager dementie is betrokken vanaf het moment dat de diagnose dementie bij een persoon is gesteld. Zij gaat met de persoon met dementie en diens mantelzorger onder andere in gesprek over belastbaarheid, huishoudelijke hulp, de stappen die zij willen zetten in hun situatie en hun persoonlijke behoefte (Persoonlijke communicatie, 18 Maart 2021). Om de kwaliteit van leven van mantelzorgers te verbeteren of te behouden zal de casemanager dementie zich bewust moeten zijn van de behoefte van mantelzorgers.

1.4 Doelgroep De doelgroep die centraal staat voor dit project bestaat uit mantelzorgers binnen de leeftijdscategorie 50 tot en met 67 jaar, woonachtig in de Gemeente Geldrop-Mierlo, die zorg bieden aan één of meerdere thuiswonende mensen met dementie en die zich door deze zorg overbelast of zwaar belast voelen.

1.5 Probleemstelling De kwaliteit van leven van de doelgroep voldoet niet aan de behoefte van de doelgroep en moet worden verbeterd. Dit is een probleem voor de GGDBZO omdat zij de taak hebben om de gezondheid van mensen te verbeteren of te behouden en opmerken dat overbelasting een serieus probleem is bij mantelzorgers dat bijdraagt aan het verminderen van kwaliteit van leven.

1.6 Doelstelling onderzoek Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de belangrijke factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van leven van de doelgroep. Voor de meting van kwaliteit van leven van de doelgroep (voordat de dienst is ontworpen) zullen semigestructureerde interviews met de doelgroep gehouden worden omtrent een kwaliteit van leven model in relatie tot mantelzorg (zie hoofdstuk 3.2.4 voor meer toelichting). Met de uitkomsten van dit onderzoek wordt een conceptdienst gecreëerd waarmee de kwaliteit van leven voor de doelgroep wordt verbeterd. Om te meten of de kwaliteit van leven van mantelzorgers daadwerkelijk is verbeterd door de dienst, zal de GGDBZO in de opvolging van het project interviews moeten houden met de doelgroep rondom het SERVQUAL-model in relatie tot de kwaliteit van leven van mantelzorgers (zie hoofdstuk 7.2.1).

1.7 Doelstelling project Aan het einde van het stageproject, 25 Juni 2021, is er een conceptdienst ontwikkeld om belasting bij de doelgroep te verminderen en/of hierbij preventie te bieden zodat de kwaliteit van leven voor de doelgroep wordt behouden of verbeterd. Daarnaast zal er ook een verslag (dit beroepsproduct) zijn met daarin de uitwerking van de verschillende onderdelen van het stageproject en een plan waarin de doorontwikkeling/opvolging van het project inzichtelijk is weergegeven.

10

1.8 Hoofdvraag Welke factoren van kwaliteit van leven spelen een rol bij de (over)belasting van mantelzorgers van mensen met dementie en hoe kunnen deze aspecten van kwaliteit van leven worden verbeterd?

1.9 Herkenning stakeholders De aanleiding en doelstelling van het project en het onderzoek zijn voorgelegd bij meerdere stakeholders in verschillende gesprekken. Deze stakeholders zijn voortgekomen uit een stakeholdersanalyse (Bijlage I). De belangrijkste conclusies van de stakeholdersanalyse zijn dat de verhoudingen (bijvoorbeeld persoonlijk- en/of groepsverband) tussen stakeholder en mantelzorger divers zijn, samenwerkingen onderling tussen stakeholders worden gelegd en de mate waarin mantelzorgers prioriteit hebben ten opzichte van andere doelgroepen verschillend zijn per stakeholder. Ook heeft de stakeholdersanalyse duidelijk gemaakt welke stakeholders het belangrijkst zijn voor dit project. In het gesprek met de klantadviseur zorg en mantelzorgmedewerker van de Gemeente Geldrop-Mierlo gaf zij aan dat de Gemeente Geldrop-Mierlo op dit moment heel erg gericht is op de vraag: wat heeft een mantelzorger nodig? (Persoonlijke communicatie, 18 Februari 2021). Dit geeft aan dat de belasting/overbelasting van mantelzorgers ook een aandachtgebied is van de Gemeente en op dit moment een rol speelt bij hun dienstverlening. De uitwerking van het volledige gesprek is te zien in Bijlage A.

De coördinator van Steunpunt Mantelzorg Verlicht gaf aan de aanleiding en het doel van het project goed te herkennen door alles wat zij in haar werk meemaakt omtrent belasting en overbelasting van mantelzorgers (Persoonlijke communicatie, 26 Februari 2021). De uitwerking van het volledige gesprek is te zien in Bijlage B. Ook gaf een medewerker van Senior Service en vrijwilliger Dementie Vriendelijk Geldrop-Mierlo via de mail aan dat er op dit moment een enquête rond gaat over belastbaarheid van mantelzorgers binnen Senior Service (Persoonlijke communicatie, 24 Februari 2021). Dit suggereert dat dit vraagstuk ook herkend wordt binnen Senior Service.

11

2. Theoretisch kader Het theoretisch kader biedt een houvast (kader) met een wetenschappelijke basis. In een theoretisch kader worden relevante begrippen, definities, modellen en theorieën beschreven die betrekking hebben op de hoofdvraag van dit project (Benders, Het theoretisch kader van een scriptie, 2020). Iedereen ervaart een persoonlijke kwaliteit van leven, ook de mantelzorger. Wanneer de mate van de persoonlijk ervaren belasting bij het geven van mantelzorg te hoog is, kan dit zorgen voor een verminderde kwaliteit van leven. De concepten over “mantelzorg”, “kwaliteit van leven” en “(over)belasting” geven daarom ook een duidelijke richting voor het vervolg van dit project. Alleen door duidelijk aan te geven welke begrippen, definities, modellen en/of theorieën worden gebruikt kan de hoofdvraag verantwoord worden beantwoord.

2.1Mantelzorg 2.1.1Definities mantelzorg Er zijn meerdere definities van het begrip mantelzorg. Zoals al eerder is beschreven hanteert de overheid de definitie: “Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Gemeenten ondersteunen mantelzorgers bijvoorbeeld met (tijdelijke) overname van de zorg door een vrijwilliger of beroepskracht (respijtzorg).” (Rijksoverheid, z.d.). De Gemeente Geldrop-Mierlo definieert mantelzorg als volgt: “U bent mantelzorger als u onbetaald en minimaal 8 uur per week, langer dan 3 maanden aaneengesloten zorgt voor familieleden, vrienden of kennissen die zelfstandig wonen in Geldrop-Mierlo.” (Gemeente Geldrop-Mierlo, z.d.).

2.1.2 Conclusie De definitie van mantelzorg die gehanteerd wordt binnen dit project is: “Een mantelzorger is iemand die onbetaald en minimaal 8 uur per week, langer dan 3 maanden aaneengesloten zorgt voor familieleden, vrienden of kennissen” De definitie van mantelzorg die centraal staat binnen dit project komt veel overeen met de definitie van de Gemeente Geldrop-Mierlo. Er is voor een definitie gekozen die grotendeels overeenkomt met de definitie van Geldrop-Mierlo omdat de GGDBZO een ondersteunende rol heeft in preventie voor deze Gemeente en de doelgroep hier woonachtig is. Waar het voor de definitie van de Gemeente van belang is dat de zorgontvanger woonachtig is in Geldrop-Mierlo, is het voor dit project van belang dat juist de mantelzorger woonachtig is in GeldropMierlo omdat de mantelzorger in dit project centraal staat. Ook geeft de overheid, in tegenstelling tot de Gemeente Geldrop-Mierlo, in hun definitie van mantelzorg niet duidelijk aan wat zij bedoelen met “vaak langdurig”. Dit zorgt voor onduidelijkheid waardoor de definitie minder sterk is.

2.2 Overbelasting 2.2.1 Definities overbelasting Ten gevolge van de zorg die mantelzorgers bieden, krijgen zij te maken belasting. Deze belasting kan zelfs zo hoog worden dat er sprake is van overbelasting. Een van de definities van overbelasting bij mantelzorgers is die van Chiao, Whu en Hsiao en luidt als volgt: “de mate waarin de emotionele of fysieke gezondheid, het sociale leven of financiële toestand van een mantelzorger lijdt onder het geven van de zorg” (Chiao, Whu & Hsiao, 2015, geciteerd in Van der Leij, 2018, p. 5).

12

2.2.2 Conclusie De definitie van Chiao, Whu en Hsiao over overbelasting bij mantelzorgers heeft overeenkomsten met de definitie en het model van kwaliteit van leven van Felce en Perry. De emotionele-, fysieke gezondheid en het sociale leven komen overeen met het fysiek-, emotioneel- en sociaal welzijn. Daarnaast kan de financiële toestand worden gegroepeerd onder materieel welzijn. Op basis van deze overeenkomsten is de keuze gemaakt om de definitie van Chiao, Whu en Hsiao te hanteren.

2.3 Mate van belasting Er zijn veel manieren om de mate van belasting te meten bij mantelzorgers, een van deze manieren is de vragenlijst “Ervaren Druk door Informele Zorg” (EDIZ). De EDIZ is ontwikkeld door Anne Margriet Pot, wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en interventies en is wetenschappelijk gevalideerd (Pot, 1995). De EDIZ is binnen dit onderzoek verwerkt in de enquête om de mate van belasting van mantelzorgers te meten, zie Bijlage F.

2.4 Kwaliteit van leven 2.4.1 Kwaliteit van leven definities (Over)belasting kan ervoor zorgen dat mantelzorgers een verminderde kwaliteit van leven ervaren. Er zijn veel definities van kwaliteit van leven. De World Health Organisation (WHO) definieert kwaliteit van leven als volgt: “De perceptie van personen van hun positie in het leven, bezien tegen de context van culturele- en waardesystemen waarin zij leven, in relatie tot hun doelen en verwachtingen en standaarden.” (WHO, 1998). Sprangers definieert kwaliteit van leven als volgt “het functioneren van personen op fysiek, psychisch en sociaal gebied en de subjectieve evaluatie daarvan” (Sprangers, 2009). Door Felce en Perry wordt kwaliteit van leven gedefinieerd als: “een algemeen welzijn dat objectieve beschrijvingen en subjectieve evaluaties van fysiek, materieel, sociaal en emotioneel welzijn samen met de omvang van persoonlijke ontwikkeling en doelgerichte activiteit combineert, allemaal gewogen door een persoonlijke reeks waarden” (Felce & Perry, 1995).

2.4.2 Kwaliteit van leven model Felce en Perry 1995 Aansluitend op de definitie van kwaliteit van leven van Felce en Perry is het kwaliteit van leven model van Felce en Perry (Felce & Perry, 1995). Een visuele weergaven van het kwaliteit van leven model van Felce en Perry 1995 is te zien in Figuur 1.

Figuur 1. Kwaliteit van leven model Felce en Perry. Overgenomen (of: Aangepast overgenomen) uit “Quality of Life, Felce & Perry, Food” van F. Lavooy, 2015, (https://falishalavooy.wordpress.com/2015/03/22/quality-of-life-felce-perry-food/). Copyright 2021, F. Lavooy.

13

Een visuele weergave van het drie-elementenmodel waarin objectieve beschrijvingen en subjectieve evaluaties worden gewogen door persoonlijke waarden en zo de kwaliteit van leven vormen (op de gebieden fysiek-, materieel-, sociaal- en emotioneel welzijn en de ontwikkeling en activiteiten) is te zien in Figuur 2. In het drie-elementen model kunnen de objectieve beschrijvingen, subjectieve evaluaties en persoonlijke waarden elkaar beïnvloeden, maar kunnen zij ook onafhankelijk van elkaar veranderen ten gevolge van externe invloeden (Felce & Perry, 1995).

Figuur 2. conceptualiseringen van kwaliteit van leven. Overgenomen (of: Aangepast overgenomen) uit “Quality of life: Its definition and measurement” van D. Felce & J. Perry, 1995, (https://wwwsciencedirectcom.fontys.idm.oclc.org/science/article/pii/0891422294000288). Copyright 2021, D. Felce & J. Perry.

2.4.3 Conclusie Er is gekozen om de definitie van kwaliteit van leven van Felce en Perry te hanteren binnen dit project omdat deze definitie aansluit op het kwaliteit van leven model van Felce en Perry 1995. Ook is er voor deze definitie gekozen omdat deze definitie, in tegenstelling tot de definitie van de WHO, omvattender is door specifiek gebieden die van belang zijn te benoemen. Daarnaast gaat de definitie van Felce en Perry, in tegenstelling tot de definitie van Sprangers, ook in op materieel welzijn, de omvang van persoonlijke ontwikkeling, doelgerichte activiteiten en een reeks persoonlijke waarden wat een breder beeld van kwaliteit van leven wekt. Over het algemeen komen alle domeinen tussen de verschillende kwaliteit van leven modellen met elkaar overeen. Binnen dit project is ervoor gekozen om het kwaliteit van leven model (Felce en Perry 1995) te hanteren omdat dit model duidelijkheid geeft in de vorming van kwaliteit van leven op basis van het drie-elementenmodel en vijf gebieden, past bij de definitie van kwaliteit van leven van Felce en Perry en compacter is ten opzichte van andere kwaliteit van leven modellen zoals die van Schalock en Verdugo (2002) (In Wulbrecht & Plovie, 2011, p. 16).

14

3. Methoden activiteitenplan 3.1 Activiteiten omschrijving Zie Tabel 1 voor de activiteiten die de projectnemer gedurende het project uitvoert. Tabel 1. activiteiten van het project

Fase Activiteiten Exploratiefase Desk- en fieldresearch Gesprekken met stakeholders Enquête

Creatiefase

Reflectiefase

Semigestructureerde interviews met de doelgroep Behoefte van de doelgroep in kaart brengen (customer profile) en eisen voor de conceptdienst in kaart brengen (waarde propositie) Co-creatie 1 Ideeën van Co-creatie 1 toetsen/beoordelen Co-creatie 2 De gekozen conceptdienst van Co-creatie 2 uitwerken (Business Model Canvas) Doorontwikkeling/opvolging van het project inzichtelijk maken voor de GGDBZO. Project presenteren

De activiteiten worden hieronder nader toegelicht.

3.2 Exploratiefase 3.2.1 Desk- en fieldresearch Deskresearch is een dataverzamelingsmethode voor secundaire gegevens in de vorm van literatuuronderzoek (Scribbr, z.d.). Field research bestaat uit onderzoek in een natuurlijke setting bij respondenten, hierbij horen dataverzamelingsmethodes zoals observaties of interviews. Binnen dit project zijn meerdere artikelen en gesprekken met professionals verwerkt. De desk- en fieldresearch is verdeeld onder een interne analyse, externe analyse, meso analyse, SWOT-analyse en stakeholdersanalyse. Het doel van deze analyses is om een beeld te krijgen van belangrijke stakeholders, de GGDBZO en de doelgroep.

3.2.2 Gesprekken met stakeholders (nr.1) De gesprekken met stakeholders zijn in de vorm van een semigestructureerd interview waarin de onderwerpen en vragen erop zijn gericht om: -

een beeld te krijgen van de stakeholder en bijbehorende functie en organisatie. kennis te vergaren over mantelzorg, overbelasting en kwaliteit van leven ervaringen met mantelzorgers te horen dit project kenbaar te maken een verdere rol van de stakeholder binnen dit project te bespreken

Er is specifiek voor een semigestructureerd interview gekozen omdat topics/onderwerpen houvast bieden. Ook biedt een semigestructureerd interview de mogelijkheid om door te vragen waardoor meer diepgaande informatie kan worden opgehaald (Dingemanse, 2015). De input van deze gesprekken wordt meegenomen in de voorbereiding op Co-creatie 1.

3.2.3 Enquête (nr.2) Het doel van de enquête is om een beeld te krijgen van de mate van belasting onder de doelgroep. De enquête zal voorafgaand aan het semigestructureerd interview worden ingevuld door de 15

deelnemers aan dit interview. Het is de bedoeling om de enquête door minimaal 30 mantelzorgers in te laten vullen zodat de doelgroep voor het semigestructureerd interview hieruit kan worden geselecteerd. De enquête is weergegeven in Bijlage F. De vragen die te maken hebben met belasting komen voort uit de EDIZ en zijn wetenschappelijk gevalideerd (Pot, 1995).

3.2.4 Semigestructureerde interviews met de doelgroep (nr.3) In dit kwalitatief onderzoek, in de vorm van een semigestructureerde interview, staat het model van kwaliteit van leven (Felce en Perry 1995) centraal. Ook is er hier specifiek voor een semigestructureerd interview gekozen omdat topics/onderwerpen houvast bieden. Ook biedt een semigestructureerd interview de mogelijkheid om door te vragen waardoor meer gedetailleerde informatie kan worden opgehaald (Dingemanse, 2015). In dit gesprek wordt de topiclijst met de onderwerpen fysiek-, materieel-, sociaal- en emotioneel welzijn samen met de omvang (betekenis) van persoonlijke ontwikkeling en doelgerichte activiteit besproken met de doelgroep (zie Bijlage G). Binnen deze topiclijst zijn bijpassende vragen opgesteld. Het doel is om vijf interviews te houden. Het doel van deze interviews is om de kwaliteit van leven voor mantelzorgers in relatie tot overbelasting in kaart te krijgen. Hiermee geeft dit deelonderzoek ook een gedeeltelijk antwoord op de hoofdvraag van dit project. De interviews zullen worden uitgewerkt en zijn input voor de behoefte van de doelgroep.

De doelgroep die hieraan deel zal nemen is: mantelzorgers binnen de leeftijdscategorie 50 tot en met 67 jaar, woonachtig in de Gemeente Geldrop-Mierlo, die zorg bieden aan één of meerdere thuiswonende mensen met dementie en die zich door deze zorg overbelast of zwaar belast voelen. Mocht de benodigde doelgroep niet willen of kunnen deelnemen zullen de doelgroepscriteria (zo min mogelijk) worden bijgesteld. Hierdoor zullen bijvoorbeeld ex-mantelzorgers kunnen deelnemen. Deelnemers worden geworven via meerdere stakeholders (zie Bijlage H). Voorafgaand aan het semigestructureerd zal aan de deelnemers nogmaals worden uitgelegd waar het interview uit zal bestaan en wat er met de uitkomsten wordt gedaan. Na deze uitleg vraagt de projectnemer mondeling toestemming voor het gebruik van de informatie die de deelnemer geeft in het interview.

3.3 Creatiefase 3.3.1 Behoefte van de doelgroep in kaart brengen (customer profile) en eisen voor de conceptdienst in kaart brengen (waarde propositie) (nr.4) De behoeften van de doelgroep, die is gebaseerd op de uitkomsten van de semigestructureerde interviews met de doelgroep, zullen in kaart worden gebracht aan de hand van een customer profile. Het customer profile vormt samen met de waarde propositie de waarde propositie canvas. Op het moment dat een waarde propositie en een customer profile samenkomen is er een fit bereikt. Dit houdt in dat de diensten, pijnverzachters en voordeelverschaffers overeenstemmen met een of meer taken, pijnpunten en voordelen die belangrijk zijn voor klanten (Osterwalder, Pigneur, Bernarda, & Smith, Canvas, 2014). Er is specifiek gekozen om een waarde propositie Canvas te gebruiken omdat deze tool een samenvattend beeld geeft van de interviews met de doelgroep middels het customer profile. Daarnaast maakt het waarde propositie canvas inzichtelijk hoe een dienst waarde creëert voor een specifiek klantsegment, hoe producten en diensten beter aan kunnen sluiten bij behoeften en wensen van klanten en helpt het om een winnende propositie te ontwerpen die dus in vergelijking met andere proposities passender is (businessmodelinnovatie, z.d). Het customer profile zal vervolgens centraal gezet worden in Co-creatie 1.

16

3.3.2 Co-creatie 1 (nr.5) Om tot veel verschillende ideeën te komen voor een conceptdienst binnen dit project vindt Cocreatie 1 plaats. Co-creatie is de interactie en conversatie tussen consumenten (doelgroepen) en meerdere organisaties om tot waarde creatie te komen in de vorm van diensten of producten (Prahalad & Ramaswamy, 2004). Binnen deze Co-creatie worden passende werkvormen ingezet met als doel tot minimaal 50 ideeën te komen. De uitwerking van de tool Waarde Propositie Canvas zal centraal staan in de vorming van deze ideeën. Deze ideeën zullen vervolgens worden beoordeeld/getoetst aan de hand van een scenario checklist.

3.3.3 Ideeën van Co-creatie 1 toetsen/beoordelen (nr.6) De ideeën die voortkomen uit Co-creatie 1 zullen worden beoordeeld/getoetst aan de hand vaan een scenario checklist (Osterwalder, Pigneur, Bernarda, & Smith, Definieer criteria en selecteer prototypes, 2014). De volgende criteria komen voor in deze checklist: -

verassend en nieuw (in vergelijking met andere interventies) relevant voor doelgroep en opdrachtgever (o.a. Waarde Propositie Canvas) plausibiliteit (mogelijkheid (in deze tijd))

Er is gekozen om een scenario checklist te gebruiken omdat hierdoor op voorhand aan Co-creatie 2 al ideeën kunnen worden afgeschreven. Hierdoor zal Co-creatie 2 van start gaan met een kleinere en goede selectie van ideeën. De ideeën die voldoende scoren op bovenstaande criteria, worden meegenomen in Co-creatie 2.

3.3.4 Co-creatie 2 (nr.7) Om tot één conceptdienst te komen binnen dit project vindt Co-creatie 2 plaats. In deze co-creatie worden de ideeën die voldoende hebben gescoord op de scenario checklist verwerkt in passende werkvormen met als doel tot één conceptdienst te komen.

3.3.5 De gekozen conceptdienst van Co-creatie 2 uitwerken (Business Model Canvas) (nr.8) De conceptdienst die uiteindelijk is voortgekomen uit Co-creatie 2, wordt verwerkt binnen een Business Model Canvas (BMC). Het BMC is een tool waarmee businessmodellen helder en gestructureerd worden beschreven, gevisualiseerd, beoordeeld en veranderd. Het beschrijft de klantsegment(en), waarde propositie, inkomstenstromen, kanalen, klantrelatie, kernactiviteiten, belangrijke partners, kernmiddelen en kostenstructuur (businessmodelsinc, z.d.). Het doel van het BMC is om een duidelijk en inzichtelijk beeld te creëren van de conceptdienst waarmee de doelstelling van het onderzoek wordt behaald.

3.4 Reflectiefase 3.4.1 Opvolging van het project voor de GGDBZO (nr.9) Aangezien alleen de exploratie- en creatiefase centraal staan binnen dit project en niet de reflectieen implementatiefase, wordt er een (activiteiten)plan uitgewerkt voor de opvolging/doorontwikkeling van het project. Hierin zal inzichtelijk worden gemaakt welke activiteiten de GGBZO kan uitvoeren om te reflecteren op de conceptdienst en hoe deze conceptdienst uiteindelijk zal moeten worden geïmplementeerd binnen de GGBZO.

3.4.2 Project presenteren (nr.10) Aan het einde van dit project wordt er een eindpresentatie gegeven over het hele project met behulp van een PowerPointpresentatie. Hierin zullen onder andere resultaten worden getoond en advies worden gegeven aan stakeholders. Er is gekozen om een eindpresentatie te geven omdat dit een effectieve manier is om aandacht van stakeholders te trekken en het een goede manier is om het 17

project samen te vatten voor stakeholders. Achteraf aan de presentatie zal de doelstelling van het project worden behaald doordat er een passende dienst is ontwikkeld en het verslag is ingeleverd bij de GGBZO. Hiermee zal ook het project voor de projectnemer afgerond zijn en heeft hij vervolgens dit verslag ook ingeleverd bij Fontys Hogescholen.

18

4. Resultaten 4.1 Activiteiten omschrijving Zie Tabel 2 voor de activiteiten die de projectnemer gedurende het project heeft uitgevoerd. Tabel 2. Activiteiten die zijn uitgevoerd in het project

Fase Activiteiten Exploratiefase Desk- en fieldresearch Gesprekken met stakeholders Enquête

Creatiefase

Reflectiefase

Semigestructureerde interviews met de doelgroep Behoefte van de doelgroep in kaart brengen (customer profile) en eisen voor de conceptdienst in kaart brengen (waarde propositie) Co-creatie 1 Ideeën van Co-creatie 1 toetsen/beoordelen Co-creatie 2 (Idee voorkeuren) De gekozen conceptdienst van Co-creatie 2 uitwerken (Business Model Canvas) Doorontwikkeling/opvolging van het project inzichtelijk maken voor de GGDBZO. Project presenteren

4.2 Iteratief proces Alle activiteiten vormen samen een iteratief proces dat bestaat uit divergeren en convergeren, zie Figuur 3.

1. Gesprekken met stakeholders 2. Enquête

4. Customer Profile en waarde propositie

6. Ideeën van Co-creatie 1 toetsen/beoor delen

5. Co-creatie 1

7. Co-creatie 2 (Idee voorkeuren)

3. Semigestructureerde interviews met de doelgroep

8. Business Model Canvas 9. Doorontwikkeling/ opvolging van het project inzichtelijk maken voor de GGDBZO.

Figuur 3. Iteratief proces

Hoe de activiteiten zijn uitgevoerd, wordt hieronder toegelicht.

4.3 Exploratiefase 4.3.1 Desk- en fieldresearch 4.3.1.1 Interne analyse Onderstaande interne analyse is gericht op de organisatie Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Brabant-Zuidoost (GGDBZO) en deels specifiek op de afdeling (sector) gezondheidsbevordering (GB) waarin dit project plaats vindt. Het model dat is gebruikt, is het 7s-model. Het 7s-model van 19

10. Project presenteren

McKinsey bestaat uit 7 factoren die een onderneming op een holistische en effectieve manier beschrijven. Deze factoren zijn: Significante waarden, Strategie, Structuur, Systemen, Staf, Stijl van het management en Sleutelvaardigheden (Knoot, 2012). Het doel van de interne analyse was om een beeld te krijgen van de sterktes en zwaktes van de GGDBZO. Naast deskresearch zijn ook gesprekken gevoerd met medewerkers van de GGDBZO voor de invulling van dit model. De samenvatting van de uitkomsten van het 7s-model is weergegeven in Tabel 3. De volledige uitwerking van het 7s-model staat in Bijlage D. Tabel 3. Samenvatting 7s-model GGDBZO

Stijl van het management - GGDBZO is een gemeenschappelijke regeling (afspraak over hoe iets moet verlopen) waaraan de 21 Gemeenten behorend tot de regio Zuidoost-Brabant deelnemen. - De directie bestaat uit: het Algemeen Bestuur (AB), twee Directeuren Publieke Gezondheid (DPG’s) en het Dagelijks Bestuur (DB) - Over het algemeen hebben medewerkers van de GGDBZO (gezondheidsmakelaars, consulenten gezondheidsbevordering, onderzoekers en mantelzorgmedewerkers) geen contact met de directie, wel hebben zij regelmatig contact met teammanagers (het management) (de laag onder de directie). - Medewerkers gezondheidsbevordering zijn zelfsturend en ervaren teammanagers hierdoor meer coachend dan directief. Strategie - Missie: “De GGD Brabant-Zuidoost streeft - onder regie van de Gemeenten – door middel van preventie naar gezondheidswinst van alle inwoners, om zo een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van hun leven en zelfredzaamheid te vergroten. Wij (GGDBZO) zijn een proactieve, innovatieve en resultaatgerichte organisatie. Onze dienstverlening betreft gezondheid, preventie en snelle interventie, is professioneel en betrouwbaar en komt tot stand vanuit de wens van de klant en in dialoog met onze opdrachtgevers en samenwerkingspartners” - Visie: “De GGD Brabant-Zuidoost wil een wendbare organisatie worden, die werkt vanuit klantwaarden en het maatschappelijke belang.

We zijn er altijd voor iedereen, beschermen en bewaken de gezondheid en willen de verbinder van preventie zijn. We zijn paraat bij grote en kleine crises en verzorgen 24/7 de ambulancezorg in onze regio. Hierbij gaan we uit van een brede definitie van gezondheid: gezondheid wordt niet meer gezien als de afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. In deze visie is gezondheid niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessionals, maar van ons allemaal. Het gaat immers om het vermogen om met veranderende omstandigheden om te kunnen gaan.” - De GGDBZO is constant in ontwikkeling en wil dé gezondheidsspecialist zijn in hun regio. Het belangrijkste doel dat hierbij past is: het vergaren van kennis en deze omzetten in bruikbare oplossingen. - Het is (wettelijk gezien) aan alle GGD’en om uitvoering te geven aan de Wet publieke gezondheid (Wpg). Wat de Wpg een sterkte maakt is dat deze wet een kader geeft voor samenwerking tussen Gemeenten, GGD’en en bevolking op het terrein van publieke gezondheidszorg. Structuur - Op dit moment wordt de organisatiestructuur van de GGDBZO steeds platter. - Bovenaan de structuur staan op dit moment twee DPG’s, daaronder staan de teammanagers en daaronder de medewerkers.

20

-

De teammanagers en medewerkers zijn verdeeld over zes afdelingen: algemeen gezondheidszorg, gezondheidsbevordering, jeugdgezondheidszorg, ambulancezorg, bedrijfsondersteuning en strategie en ontwikkeling. - Binnen de afdeling gezondheidsbevordering (GB) bevinden zich de volgende functies: gezondheidsmakelaar, consulent gezondheidsbevordering, onderzoeker en mantelzorgmedewerker. - Samenwerking staat hoog in het vaandel, daarom wordt er gewerkt met diverse partners zoals Gemeenten, scholen en artsen. Significante waarden - Binnen de GGDBZO wordt gesproken over “Het Nieuwe Werken”. Dit betekent dat ze gaan voor de volgende gezamenlijke werkstijl ambities: - Klantgerichtheid - Tijd en plaats onafhankelijk werken - Ontmoeten, samenwerken en kennisdelen - Vertrouwen geven en krijgen, minder regels - Eigen verantwoordelijkheid nemen en krijgen - Planmatig en resultaatgericht zijn - Medewerkers stellen zich dienstbaar op en willen er echt zijn voor de klant. Medewerkers zijn onderling behulpzaam en respectvol. - Er is meer sprake van een procesgerichte- dan een resultaatgerichte cultuur. Staf - Medewerkers dragen een grote verantwoordelijkheid en moeten flexibel zijn in het uitvoeren van hun functie.

- Er is een aantal overleg- en gespreksmomenten die plaatsvinden: het preventieoverleg, sectoroverleg, koffiemoment, afstemmingsoverleg onderzoek en lokaal gezondheidsbeleid (LGB) overleg. Systemen - Voor klanten en de bevolking hebben ze een website waar informatie op kan worden gevonden over onderwerpen zoals eten, bewegen, valpreventie, vaccinaties, mantelzorg en opvoeden. Daarnaast kunnen mensen hier ook informatie vinden over de GGDBZO, contact opnemen en specifieke artikelen en informatie zoeken. - Medewerkers mailen onderling en voeren gesprekken via ms-Teams en indien mogelijk op een fysieke locatie. Ook maken medewerkers gebruik van de GGDBZO intranetpagina. - Belangrijke bestanden worden op meerdere plekken bewaard wat soms onoverzichtelijk is. Sleutelvaardigheden - Er is geen vergelijkbare organisatie die zo overkoepelend bezig is met de gezondheid en gezondheidspreventie van inwoners. - De GGBZO is neutraal en een non-profitorganisatie. - De GGDBZO bestaat al heel lang en heeft hierdoor een lange geschiedenis. Deze geschiedenis zorgt voor veel ervaring en kennis die kan worden toegepast door medewerkers in de uitvoer van hun functie. De belangrijkste sterktes en zwaktes zijn verwerkt binnen de SWOT-analyse (zie hoofdstuk 4.3.1.4).

4.3.1.2 Externe analyse Onderstaande externe analyse is gericht op de omgevingsfactoren die van invloed zijn op de doelgroep en de GGDBZO. De analyse die is gebruikt voor de externe analyse is de DESTEP-analyse. De DESTEP-analyse bestaat uit de zes factoren: demografisch, economisch, sociaal-cultureel, technologisch, ecologisch en politiek-juridisch (Eelants, z.d.).

21

Het doel van de DESTEP-analyse was om kansen en bedreigingen in beeld te brengen van de omgeving waar de doelgroep en organisatie zich in bevindt, zodat hier rekening mee kan worden gehouden in de uitvoer van dit project. Voor de invulling van deze analyse is vooral deskresearch gedaan. De samenvatting van de uitkomsten van de DESTEP-analyse is weergegeven in Tabel 4. De volledige uitwerking van de DESTEP-analyse staat in Bijlage E. Tabel 4. samenvatting DESTEP-analyse

Demografisch - De Nederlandse bevolking is op dit moment geleidelijk aan het vergrijzen. Er wordt verwacht dat het aantal 65-plusser tussen 2010 en 2040 zal verdubbelen naar 4,6 miljoen. - Er wordt verwacht dat het aantal mensen met dementie op dit moment (280.000) ongeveer zal verdubbelen naar 550.000 in 2040. - Op dit moment zijn er in Nederland 350.000 mantelzorger die specifiek mantelzorg bieden aan mensen met dementie. Door de verdubbeling naar 550.000 mensen met dementie in 2040 kan dit hoogstwaarschijnlijk allen maar beteken dat het aantal mantelzorgers dat specifiek zorgt voor mensen met dementie ook zal verdubbelen tot 2040. - In 2016 gaf ongeveer 23 procent van de volwassenen en 26 procent van de oudere mensen in Geldrop-Mierlo mantelzorg. - Gemiddeld is 15 procent van de volwassen- en 11 procent van de oudere mantelzorger in Geldrop-Mierlo (tamelijk) zwaar belast door het geven van mantelzorg. - Overbelasting is een serieus probleem dat zich vormt onder mantelzorgers. - Uit een panelonderzoek in 2019 van de GGDBZO onder 191 inwoners van Geldrop-Mierlo (waarvan de gemiddelde leeftijd 55 jaar was) gaf 12 procent aan mantelzorg te geven aan iemand met dementie. Van deze 12 procent was 43 procent enigszins belast en ook 43 procent (tamelijk tot zeer) zwaar belast.

- Uit een onderzoek naar kwaliteit van leven blijkt dat Nederlanders gemiddeld een 6,5 scoren op de persoonlijke kwaliteit van leven op een puntschaal van 1 tot 10. Dit is vergelijkbaar met de inwoners van Geldrop-Mierlo waar de score minimaal hoger ligt met 6,7. Economisch - Het inkomen van de Nederlandse 45-plusser is de afgelopen jaren gestegen. - Het gestandaardiseerd inkomen van mensen woonachtig in Geldrop-Mierlo is tussen 2014 en 2018 gestegen met 2300 euro. In vergelijking met de gemiddelde Nederlander, waarvan het gestandaardiseerd inkomen tussen 2014 en 2018 steeg met 2200 euro, blijkt dat de mensen woonachtig in Geldrop-Mierlo 100 euro meer stegen. Ook lag het gestandaardiseerd inkomen van mensen woonachtig in Geldrop-Mierlo elk jaar tussen 2014 en 2018 hoger dan het gestandaardiseerd inkomen van de gemiddelde Nederlander (gemiddeld 520 euro hoger). - De economie die in 2019 is gestegen met 1,7 procent zal in 2020 krimpen met 5 procent en in 2021 stijgen met 3,5 procent. - De werkloosheid die in 2019 3,4 procent was zal in 2020 4,3 procent zijn en in 2021 5,9 procent - De koopkracht die tussen 2019 en 2020 zal stijgen van 1,0 procent naar 2,2 procent zal in 2021 dalen naar 0,8 procent Sociaal-Cultureel - Het onderwerp dat Nederlanders als grootste maatschappelijke probleem zien is het samenleven en normen en waarden.

Waarden zijn iemands persoonlijke idealen en overtuigingen (bijvoorbeeld beleefdheid). Normen zijn (vaak ongeschreven) gedragsregels die voortvloeien uit waarden (bijvoorbeeld het open houden van de deur voor iemand anders). Het onderwerp dat na samenleven en normen en waarden volgt is immigratie en integratie, daarna volgt inkomen en economie en daarna volgt milieu, natuur en klimaat. 22

-

Wat opvalt is dat Nederlanders aangeven dat samenleven en normen en waarden ook het sterkste punt is voor de maatschappij. Daarna volgen de onderwerpen inkomen en economie, gezondheids- en ouderenzorg en vrijheden. - Binnen dit project kunnen de maatschappelijke problemen en sterke punten onderwerpen zijn waar rekening mee moet worden gehouden. Hoogstwaarschijnlijk zullen deze maatschappelijke problemen en sterke punten van Nederland overeenkomen met de mening van mensen woonachtig in Geldrop-Mierlo. Technologisch - Oudere mensen hebben over het algemeen een positieve houding ten opzichte van techniek. Toch maken oudere mensen minder vaak gebruik van techniek dan jongeren. - Er doen zich constant technologische ontwikkelingen voor, ook in de zorg. Veel technologie wordt ontwikkeld om de gezondheid en (de processen in) de gezondheidszorg te ondersteunen en/of te verbeteren. Hierbij kan gedacht worden aan domotica, apps, sensoren, camera’s, alarmeringssystemen, thuisdiagnostiek en thuiszorgtechnologieën. Deze technologie kan voor de mantelzorg ontlastend en hulp biedend zijn bij het combineren van hun taken. Ecologisch - Binnen de leeftijdscategorieën 55 tot 65 en 65 tot 75 jaar is het aantal procent personen dat het milieu (heel) belangrijk vindt, het grootst ten opzichte van andere leeftijdscategorieën.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=c36a76b9-8467-44f4-93d9-1c0e32305a3c