CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo.pdf

Raadsvergadering 6 februari 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo21.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bronnen: • Omgevingsagenda Zuidoost Brabant • Streefbeeld landelijk gebied metropoolregio Eindhoven • Regionale mobiliteitsagenda • Regionale energiestrategie

47

48

Afbeelding 20. Opgaven opgehaald uit de dorpen (boven)

Afbeelding 21. Visual trends en ontwikkelingen (onder)

3.3 De trends & ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven Er is een groot aantal trends en ontwikkelingen dat zorgt voor verandering in de fysieke leefomgeving. Daarnaast spelen er ook verschillende maatschappelijke opgaven. Trends en ontwikkelingen zijn een van de drijvende krachten achter verandering en zijn daarom zeer relevant. Maatschappelijke opgaven zijn vraagstukken die inwoners en stakeholders belangrijk vinden of waar men mee zit.

49

3.3.1 Trends en ontwikkelingen De bevolkings(samenstelling) verandert In hoofdlijnen kennen we een vergrijzing van de bevolking en komen er steeds meer alleenstaande huishoudens. Ook verandert de bevolking door nieuwe inwoners van buitenaf. Geldrop-Mierlo is sterk verbonden met de regionale woningmarkt in Eindhoven en de woningdruk neemt daardoor ook in Geldrop-Mierlo toe.

50

De wensen van bewoners en bezoekers veranderen De leefwereld van mensen wordt steeds groter, we worden individualistischer. Tegelijk is er meer aandacht voor goede doelen en betekenisvolheid, maar we leven in meer wisselende en lossere verbanden. Zo binden we ons minder snel aan vaste activiteiten en verenigingen. De keuzevrijheid wordt groter en die ruimte benutten we ook. In onze vrije tijd trekken we er meer op uit en dan gaat het vaker om beleving, luxe, afwisseling etc. Tegelijk is er steeds meer aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving, het groen en de wandelmogelijkheden. Dit wordt door de coronacrisis verder versterkt. De omgeving waarin we leven verandert Mede door de uitstoot van broeikasgassen verandert het klimaat, wat leidt tot kortere hevige buien, maar ook langere perioden van droogte, hogere temperaturen en problemen met hittestress in stedelijke gebieden. De verandering van klimaat leidt ook tot nieuwe ziektes en plagen. Een andere trend is de teruggang in biodiversiteit. De economie verandert Kennis en informatie worden een steeds belangrijker motor in de economie. Dit leidt tot specialisatie en netwerken op verschillende schaalniveaus, zowel lokaal, regionaal als internationaal. Veel bedrijven worden grootschaliger en automatiseren hun werkprocessen.

Dat leidt ertoe dat de lokale vraag en aanbod van arbeid steeds vaker niet op elkaar aansluit en de in- en uitgaande pendel groter wordt. Voor bedrijventerreinen zien we een ontwikkeling: • Van monofunctionele gebieden naar multifunctionele, aantrekkelijke gebieden. • Van grote panden met veel extra ruimte naar kleinschaligere werkruimten, intensiever gebruik op inspirerende en levendige locaties. • Van stand alone-gebouwen en optimalisatie binnen de perceelgrens naar vergaande samenwerking en organisatie. Technologie verandert onze leefomgeving Door de doorwerking van technologie veranderen onze leefpatronen, we werken veel flexibeler in tijd en plaats, ons koopgedrag verandert sterk, ons vrijetijdsgedrag is intensiever en gevarieerder (gericht op beleving en variatie, buitenshuis eten etc.), en ons sociale gedrag is gevarieerder (virtuele sociale netwerken zijn ook in de fysieke wereld zichtbaar). We bewegen ons anders Er is sprake van een toenemende mobiliteit. Dat geeft steeds meer druk op wegen en OV. Tegelijk is sprake van een revolutie in de technologie, die ervoor kan zorgen dat we ons steeds veiliger en comfortabeler kunnen verplaatsen. De komst van de elektrische fiets geeft volop kansen om het fietsgebruik (ook over grotere afstanden) verder te bevorderen. En de digitale technologie kan ervoor zorgen dat er ook vanuit huis steeds meer gedaan kan worden.

3.3.2 Vraagstukken van inwoners Voor het opstellen van deze visie op hoofdlijnen hebben we een uitgebreid participatietraject doorlopen (zie hoofdstuk 2). Uit deze gesprekken en bijeenkomsten zijn vraagstukken naar voren gekomen, die inwoners,

ondernemers en maatschappelijke organisaties belangrijk vinden of waar men mee zit. De maatschappelijke opgaven zijn één van de leidraden waarmee we de visie verder hebben uitgewerkt. Hieronder staat een samenvatting van deze vraagstukken. Hoe spelen we in op de veranderende woningvraag? De woningvraag is een onderwerp dat sterk speelt bij inwoners. Door de veranderende samenstelling van de bevolking geven inwoners aan dat er meer betaalbare woningen nodig zijn voor starters en ouderen. Hoe gaan we ons verplaatsen in de dorpen? Veel inwoners geven aan dat er nu te vaak gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan voor wandelaars en fietsers. Wat kan er in de dorpen gedaan worden om de fietser en wandelaar meer ruimte te geven, zodat fietsen en wandelen gestimuleerd wordt? Hoe gaan we onze ontmoetingsplekken in de toekomst gebruiken? Ontmoeting wordt bijzonder belangrijk gevonden voor het behoud van de gemeenschapszin in de dorpen en voor het oplossen van vraagstukken rondom eenzaamheid die deels veroorzaakt worden door individualisering. Daarnaast vragen bewoners zich af hoe verschillende maatschappelijke voorzieningen nog wel afzonderlijk van elkaar kunnen voortbestaan. Hoe creëren we meer groen in de wijken? Er wordt door inwoners nu vaak ervaren dat er steeds minder en/of te weinig groen aanwezig is in de wijken.

Terwijl groen in de wijk de dorpen aantrekkelijker maakt en bij kan dragen aan klimaatopgaves in de wijk.

Het buitengebied beschermen tegen bebouwing Het relatief kleine buitengebied van de gemeente wordt als heel waardevol beschouwd, en moet zo veel mogelijk behouden blijven. De vrees van inwoners is dat er delen van het buitengebied opgeofferd worden voor nieuwbouwprojecten. Het is een uitdaging om een goed evenwicht te bereiken tussen hogere dichtheden in het centrum en bouwen in het buitengebied. Natuurwaarden beschermen Door veel inwoners is aangegeven dat nog meer recreatie in het buitengebied schadelijk kan zijn voor de natuurwaarde van natuurgebieden. Inwoners vragen zich af hoe de natuurwaarde en rust behouden kunnen blijven in natuurgebieden als er meer wordt ingezet op recreatie. Het centrum Een centrum met voldoende voorzieningen is erg waardevol voor inwoners van zowel Geldrop als Mierlo. Alleen zien inwoners ook dat het voor winkels steeds lastiger wordt om te blijven bestaan door een afname van winkelen, waardoor de centra minder aantrekkelijke plekken worden met leegstaande panden. De auto en het centrum Mensen gebruiken vaak de auto om naar het centrum te gaan terwijl de vele parkeerplekken en wegen voor auto’s ervoor zorgen dat het centrum minder aantrekkelijk wordt om er te lopen. Door inwoners wordt er gevraagd om in het centrum minder te focussen op de auto en meer op langzaamverkeer.

51

52

RECREATIEVE WOONGEMEENTE IN HET GROEN

4 Visie Geldrop-Mierlo In dit hoofdstuk werken we onze visie op de toekomst van Geldrop-Mierlo uit aan de hand van zes speerpunten. De hoofdlijnen van onze ambities zetten we eerst hieronder op een rijtje. In de toekomst ontwikkelen we ons door als groene recreatieve woongemeente met stadse trekjes en een dorpse gemoedelijkheid. We verbinden ons met het stedelijk netwerk van het stedelijk gebied Eindhoven, zodat we er meer dan nu onderdeel van zijn. We maken gebruik van de voorzieningen en werkgelegenheid van de stedelijke regio Eindhoven en zien dat als onderdeel van onze woonkwaliteit. Binnen de stedelijke regio zetten we vanuit onze huidige kwaliteiten in op een onderscheidend woonklimaat: groen, gezond, duurzaam en veilig. Met deze kwaliteit dragen we bij aan het perspectief van de ‘city of villages’, dat we samen met de stedelijke regio hebben opgesteld. In dit perspectief kiezen we nadrukkelijk iets vaker voor een ‘stadse invulling’. Dat geeft ons de kans om voor de woningopgave en de bereikbaarheid te kiezen voor meer ‘stedelijke oplossingen’, oplossingen die horen bij een wat hogere dichtheid van wonen en leven. We zijn trots op de kwaliteit van de sport- en maatschappelijke voorzieningen die we hebben. Ook in de toekomst blijven we inzetten op een hoge kwaliteit.

Als we moeten kiezen, dan focussen we ons op voorzieningen die passen bij ons woonklimaat en bijdragen aan de sociale cohesie in de wijken.

We onderscheiden ons niet alleen, we dragen ook bij aan de kwaliteit van wonen en leven in de stedelijke regio Eindhoven. We bieden recreatieve en groene uitloopgebieden en dragen bij aan de ecologische en landschappelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied Eindhoven en de Brainportregio. Vanuit deze hoofdambities komen we in deze omgevingsvisie tot zes speerpunten voor onze toekomstige fysieke leefomgeving. In de paragrafen 4.1 tot en met 4.6 gaan we in op de doelen, ambities en oplossingsrichtingen per speerpunt. Voor de achtergronden bij deze speerpunten verwijzen we naar de opgavennotitie. Ambities: wat zijn onze drijfveren voor de toekomst? Doelen: welk resultaat willen we bereiken? Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes: welke keuzes maken we om de doelen en ambities te halen?

53

54

Afbeelding 22. Principetekening duurzaam verbonden

SPEERPUNT 1:

Duurzaam verbonden in het netwerk

4.1 Duurzaam verbonden in het netwerk

4.1.1 Ambitie We zijn in de toekomst duurzaam verbonden met de stedelijke regio Eindhoven en de wereld om ons heen. Dat betekent dat we ook op lange termijn, dus ook bij een toenemende mobiliteit en congestie, goed bereikbaar zijn. Zowel automobiliteit, fietsgebruik als openbaar vervoer zijn onmisbare schakels in dit netwerk. In de toekomst bestaan onze verbindingen voor een groot deel uit duurzame vormen van vervoer. Onze ambities voor de toekomst: » Geldrop-Mierlo is goed bereikbare gemeente, voor inwoners, werkenden en bezoekers. » Onze mobiliteit binnen en buiten Geldrop-Mierlo bestaat voor een groot deel uit duurzame vormen van vervoer. 4.1.2 Doelen Om de ambities te halen, verbeteren en intensiveren we de verbindingen met de stedelijke regio (SGE) en worden deze diverser. Geldrop-Mierlo raakt beter verbonden met het stedelijk netwerk door toenemend gebruik van de fiets, via snelle en comfortabele fietsroutes binnen de gemeente en de regio. Daar ligt een enorme kans. Met de komst van de e-bike is de afstand die mensen bereid zijn om op de fiets af te leggen 1,5 tot 2 maal zo groot geworden. Dat betekent dat voor een groot deel van o.a. Eindhoven en Helmond fietsgebruik een serieuze vervoersoptie wordt als de faciliteiten goed zijn.

Daarnaast willen we ook het openbaar vervoer aantrekkelijker maken door het treinstation centraler te stellen en het openbaar vervoer uit te bouwen. Doel is om het station als multimodale knoop uit te bouwen, wat inhoud dat het een knooppunt is voor verschillende soorten vervoer. Hierdoor kunnen inwoners en bezoekers uit het stedelijk gebied eenvoudig voor het openbaar vervoer kunnen kiezen. Naast de fiets en het openbaar vervoer is de auto nog steeds een belangrijk vervoersmiddel, maar deze gebruiken we voornamelijk voor bestemmingen buiten de gemeente en de regio. Daarnaast willen we het autogebruik verduurzamen door middel van elektrische auto’s. Ook willen we efficiënter omgaan met de ruimte door deelvervoer te stimuleren. Om een deel van het autoverkeer in de gemeente te verminderen willen we doorgaand verkeer om de gemeente heen leiden. Onze doelen zijn: » Het realiseren van netwerk van snelle en comfortabele fietsroutes. » Het opheffen van barrières voor langzaamverkeer in de gemeente. » Het treinstation centraler zetten en ander OV uitbouwen. » Gebruik van elektrische auto’s en deelvervoer sterk laten toenemen. » Doorgaand verkeer zo veel mogelijk om de gemeente heen leiden.

55

4.1.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder benoemen we de oplossingsrichtingen en beleidskeuzes bij de gestelde doelen. Netwerk van snelle en comfortabele fietsroutes Om duurzaam verbonden te zijn met meer accent op de fiets hebben we comfortabele snelfietsroutes nodig, die met zo weinig mogelijk barrières en zo rechtstreeks mogelijk aansluiten op stedelijke functies in de centra en de bedrijventerreinen van Eindhoven en Helmond. Onze inzet is om routes te creëren tussen Geldrop en bedrijventerrein de Run, de Brainportcampus en het centrum van Eindhoven enerzijds en het centrum van Helmond en treinstation Helomond Brandevoort anderzijds. In het buitengebied zetten we in op het autoluwer maken van gebieden in combinatie met betere fietsverbindingen. Zo willen we de uitloopmogelijkheden in het deelgebied

Gijzenrooi verbeteren door de inrichting meer te gaan richten op wandelen en fietsen in combinatie met parkeermogelijkheden aan de randen. Bij Gulbergen streven naar een betere ontsluiting aan de noordzijde, zodat de verkeersafwikkeling grotendeels plaatsvindt via de A270 en we ons in de gemeente kunnen richten op langzaam verkeersverbindingen. Aan de zuidzijde willen we de bereikbaarheid met de fiets en te voet stimuleren en gemotoriseerd verkeer ontmoedigen. Fysieke barrières opheffen voor langzaam verkeer binnen Geldrop en Mierlo Binnen onze dorpen lopen veel fietsroutes langs drukke wegen. Ook rond het centrum van Geldrop lopen drukke wegen, waardoor het centrum als het ware losligt van de wijken. We willen de ontwikkeling van snelfietsroutes aangrijpen om het fietsen ook binnen de kom aan-

56

HELMOND

EINDHOVEN

Afbeelding 23. Duurzaam verbonden tussen Eindhoven en Helmond

trekkelijk te maken. Onze inzet is het doortrekken van fietsroutes en meer veilige rechtstreekse verbindingen tussen de wijken en het centrum. De ontwikkeling van het Dommeldal en de woningbouwimpuls in en rond het centrum zien we daarbij als vliegwiel. Daarnaast is ons streven om snelfietsroutes ook binnen de gemeente door te laten lopen en zo de centra, de werkgebieden en woonwijken te verbinden. Binnen de wijken willen we meer ruimte maken voor de fiets (zie ook: ‘“De fiets voorop” op pagina 97) Treinstation centraler en de uitbouw van ander openbaar vervoer We willen dat het treinstation een verbinding wordt tussen het centrum en de wijk Zesgehuchten en het gebied Genoenhuis en Gijzenrooi daarachter. Dit doen we door het station op te nemen in de stedelijke ontwikkeling van Geldrop en meer te verbinden met het centrum. Door meer (vervoers)massa te creëren, willen we het draagvlak van het station verhogen en op termijn de frequentie van treinen verhogen. Ook daarmee raken we verweven met het stedelijk netwerk van Eindhoven zonder eraan vast te groeien. Aanvullend willen we het openbaar busvervoer versterken, bijvoorbeeld door een busstop bij het station op te nemen en een hoogwaardige openbaarvervoerbaan tussen Geldrop en Eindhoven te realiseren.

We willen het station van Geldrop doorontwikkelen tot een multimodale knoop, waar meerdere vormen van mobiliteit bij elkaar komen. Door het realiseren van hoogwaardig openbaar vervoerassen en goed voor- en natransport (met b.v. OV fietsen en elektrische scooters) kan het stedelijk netwerk beter functioneren en wordt de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer vergroot. Gebruik van elektrische auto’s en deelvervoer stimuleren Om te komen tot een gezondere leefomgeving en om te voorkomen dat de verdichting van het stedelijk gebied

niet ten kosten gaat van de kwaliteit van de openbare ruimte willen we het autogebruik zelf verduurzamen. Onze opgave is om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren. Daarvoor gaan we meer laadpalen faciliteren. Aanvullend zetten we in op meer deelvervoer; met name in Geldrop kan dit een oplossing zijn. Door het verkleinen van de afhankelijkheid van de auto, creëren we de mogelijkheid om alternatieve vormen van bezit en gebruik te introduceren. Voor de korte termijn zien we opties om deelgebruik te stimuleren voor de 2e auto van een huishouden. Als meer auto’s gedeeld worden is er minder openbare ruimte voor parkeerplekken nodig. De vrijkomende openbare ruimte kan vervolgens gebruikt worden voor openbaar groen. Doorgaand verkeer zo veel mogelijk om onze gemeente heen leiden We willen de verkeersdruk op onze wegen verkleinen. Niet alleen het aanbieden van alternatieve vormen van vervoer moet ons daarbij helpen, ook het doorgaand verkeer door Geldrop en Mierlo willen we beperken. Met het adagium ‘soepel de gemeente in en uit, maar langzaam als je binnen bent’ richten we onze wegen in op verblijf en langzaam verkeer. Waar mogelijk scheiden we de verkeersstromen en op andere plekken streven we naar voorrang voor de fiets. Daarmee willen we de snelle autoroutes naar Eindhoven, Nuenen en Helmond zoveel mogelijk buitenom leiden.

We zien daarom graag het regionale wegennetwerk verbeteren, waaronder de verbreding van de A67. Andere concrete versterkingen die voor onze gemeente belangrijk zijn, zijn: • Het verbeteren van de aansluiting van de N612/ N266 op A67 en de N270. • Het realiseren van een noordelijke ontsluiting van de N270 richting de Gulbergen. • Het verbeteren van de aansluiting van Eindhoven op de A67 bij Leenderheide. Voor meer achtergrondinformatie per speerpunt zie: ‘“6.1 Achtergrondinformatie per speerpunt” op pagina 117.

57

Stiphoutsebossen

Kleine Dommel Molenheide

Sang- en Goorkens

58

Strabrechse Heide Leenderheide

Afbeelding 24. Groengebieden verbinden

4.2 Doorlopend groen 4.2.1 Ambitie We hebben in de toekomst robuuste doorlopende groenstructuren en een hogere biodiversiteit. Deze groenstructuren lopen over de gemeentegrenzen heen en daarmee brengen we (boven)regionale verbindingen tot stand. We hebben sterke ecologische verbindingen, die bijdragen aan een hogere biodiversiteit. Ook hebben we een duurzame groene buffer tussen de stedelijke gebieden in het stedelijk gebied Eindhoven. Hiermee wordt ons onderscheidende groene woonklimaat versterkt en zorgen we voor een bijzonder stedelijk uitloopgebied. Ten slotte draagt dit er aan bij om klimaatadaptief te worden en kunnen we periodes van hitte, droogte en van hevige regenval opvangen. We zijn dus doorlopend groen en ons groen loopt door. Het doorlopend groen is een ecologische kwaliteit, een buffer en een recreatieve kracht. Onze ambities voor de toekomst: » Geldrop-Mierlo heeft een hogere biodiversiteit en doorlopende ecologische verbindingen. » We hebben een robuuste groene geleding in het stedelijk netwerk van Eindhoven en Helmond. » We zijn ingespeeld op veranderingen in het klimaat en vangen zo periodes van droogte en van hevige regenval op.

4.2.2 Doelen Om onze ambities te behalen willen we barrières in het (provinciale) natuurnetwerk opheffen, waardoor diersoorten zich vrijer tussen verschillen natuurgebieden kunnen bewegen zonder dat ze verstoord raken door menselijke activiteiten. Daarnaast willen we het aandeel

SPEERPUNT 2: Doorlopend groen natuur in de gemeente vergroten door gebieden die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Brabant om te vormen naar natuur. Binnen de natuurgebieden willen we een duidelijker onderscheid maken in natuur met recreatief (mede) gebruik en gebieden waar de kwaliteit en rust van de natuur voorop staat. De kwaliteit van de bestaande natuurgebieden willen we verbeteren door de biodiversiteit in de gebieden te versterken en gebiedseigen water beter vast te houden tegen verdroging. Ten slotte willen we ook in het agrarisch cultuurlandschap het versterken van de biodiversiteit verder stimuleren. Onze doelen zijn: » Opheffen van barrières in het (regionale) natuurnetwerk. » Aanvullen van het natuurlijke netwerk Brabant. » Biodiversiteit versterken buiten natuurgebieden » Beter vasthouden van gebiedseigen water. 4.2.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder benoemen we de oplossingsrichtingen en beleidskeuzes bij de gestelde doelen. Opheffen van barrières in het (regionale) natuurnetwerk We willen dat het groen doorloopt, binnen en buiten onze gemeente. We willen met onze natuurgebieden aanhaken op regionale initiatieven om natuurgebieden beter op elkaar aan te laten sluiten en de kwaliteiten te beschermen en verbeteren. Het Van Gogh nationaal park en het Dommelpark zijn twee regionale initiatieven waar we als gemeente bij aanhaken. In ‘“Afbeelding 26.

Groene plekken verbinden” op pagina 62 staat weer-

59

60

Afbeelding 25. Het Dommeldal als natuurpark voor Geldrop. De afbeelding geeft een sfeerbeeld als schets van de mogelijke ontwikkelingsrichting. Het is niet de intentie om hiermee projectlocaties, eigendomsgrenzen of verplichtingen vast te leggen.

gegeven hoe we gebieden willen verbinden en welke barrières we willen opheffen. Aan de zuidzijde van de gemeente zien we met de toekomstige verbreding van de A67 een concrete kans voor het verkleinen van de barrièrewerking door brede natuurzones onder de snelweg door te maken en aan weerzijden te kiezen voor een afscherming van (de geluidseffecten van) de weg. Zo kunnen verbindingen worden gelegd tussen, zowel de Strabrechtse heide en de Molenheide als de verbinding tussen de Groote Heide, Stratumse Heide en Gijzenrooi kan zo worden gelegd.

rières. We willen daarvoor in de plaats een doorlopende brede natuurzone maken, waaraan het centrum zich kan presenteren en waarmee de wijken aan de zuidoostkant met het centrum worden verbonden. We zetten daarbij in op natuurvriendelijke oevers en een zichtbare relatie met het kasteel. Aan de zuidzijde en noordzijde van het centrum willen we het Dommeldal eveneens uitbreiden en robuuster maken met gerichte natuurontwikkeling. Ook elders streven we naar een verbreding van het Dommeldal (o.a. onder de A67), waardoor meer diersoorten gebruik kunnen maken van deze passage.

Om de Molenheide richting het noorden beter te verbinden met De Meijerij en de Stiphoutse Bossen in het bijzonder, zetten we in op nieuwe en betere faunapassages over de Geldropseweg en het Eindhovens kanaal.

Kwaliteitsverbetering Gijzenrooi Gijzenrooi is op dit moment al een waardevol agrarisch cultuurlandschap, maar met de Gijzenrooise Zegge ook een belangrijk natuurgebied. We willen dat Gijzenrooi een aantrekkelijk gebied blijft en dit waar mogelijk versterken. We zien mogelijkheden om het natuurgebied De Gijzenrooise Zegge uit te breiden. Ook willen we het waterpeil verhogen om de kwaliteit van de natuur te vergroten en voor klimaatadaptatie. Rondom het natuurgebied willen we het landschap verfraaien door aan te sluiten bij het historische landschapspatronen (met kleine kavels en veel houtwallen en singels). We stimuleren bovendien een natuurinclusieve en/of ecologische landbouw en houden bij ontwikkelingen rekening met de ligging van een deel van Gijzenrooi in de boringsvrije zone.

Aan de oostzijde willen we naast het opheffen van de barrière van de A67, de ecologische verbinding langs de Goorloop uitbreiden in noordelijke richting. Natuurlijke netwerken aanvullen We willen dat onze robuuste groenstructuren ‘doorlopend groen’ zijn. Hiervoor vullen we de gaten in het ecologisch netwerk. Deze opgave zien we in het beekdal van de Kleine Dommel en in het gebied Gijzenrooi, ter versterking van de Gijzenrooise Zegge. Nog voor 2028 willen we 40 hectare natuur realiseren. Het vergroten van natuurgebieden draagt ook bij aan een grotere CO2-opslag. Het Dommeldal, het natuurpark van Geldrop Met het Dommeldal heeft Geldrop goud in handen. We zien het Dommeldal uitgroeien tot een langgerekt natuurpark, dat onze ambities ten aanzien van klimaatadaptatie, recreatieve verbindingen, (fiets)veiligheid en de versterking van het centrum als stralend middelpunt helpt realiseren. Juist ter hoogte van het centrum van Geldrop is het Dommeldal smal, onnatuurlijk en vol bar-

Sang en Goorkens Sang en Goorkens is bij inwoners geliefd, omdat het een natuurgebied is waar het rustig is en bijzondere flora voorkomt. We willen het natuurgebied in het kader van het natuur netwerk Brabant uitbreiden, waardoor er meer groeiplaatsen komen voor deze bijzondere flora. Daarnaast willen we de kans op verdroging in het natuurgebied verminderen. Dit willen we doen door de regen dat bovenstrooms valt naar het natuurgebied te leiden. Op dit moment wordt het water om het natuurge-

61

62

Afbeelding 26. Groene plekken verbinden

bied geleid, omdat de waterkwaliteit te slecht is voor de flora in Sang en Goorkens. Dit komt voornamelijk door de hogere concentraties voedingsstoffen en pesticides. Molenheide De Molenheide fungeert nu voornamelijk als uitloopgebied voor zowel Geldrop als Mierlo. We willen hier een sterke ecologische kwaliteit aan toevoegen en kiezen daarom voor een zonering (zie ‘“Molenheide” op pagina 77). In het westelijke deel leggen we het accent op rust. Op deze manier creëren we een floraen faunaverbinding tussen grotere natuurgebieden, zoals de Strabrechtse Heide en de Stiphoutse Bossen. Daarnaast willen we aangrenzende landbouwpercelen aan deze gebieden toevoegen, waardoor er een aaneengesloten gebied ontstaat richting de Gulbergen. Biodiversiteit versterken buiten natuurgebieden We streven in algemene zin naar een hogere biodiversiteit. Niet alleen door natuurgebieden te versterken, maar door biodiversiteit als uitgangspunt bij nieuwe plannen mee te nemen. Bij transformaties in het landelijke gebied dient een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit plaats te vinden door aanleg van landschapselementen, waterberging of het verbeteren van de bodemkwaliteit (zie ook: ‘“4.3 Naar een multifunctioneel buitengebied” op pagina 65) Beter vasthouden van gebiedseigen water We willen meer water vasthouden in ons gebied.

Daarmee willen we voorkomen dat er in periodes met weinig regenval verdroging en natuurbranden ontstaan en zorgen we dat hevige buien beter kunnen worden opgevangen. Op deze manier werken we aan een klimaatbestendig buitengebied, waarmee we bovendien

de kwaliteit van de natuur versterken. Om dit te bereiken zetten we in op een vijftrapsstrategie: • Het maximaal infiltreren van water op de zandrug van de Molenheide en een hoger grondwaterpeil aan de randen van verdroogde natuurgebieden. • Versterken van de sponswerking van de bodem, door meer gebruik van organische stof. • Meer loofbomen in plaats van naaldbomen, omdat loofbomen minder water ‘verdampen’ en dus zorgen dat meer water in de bodem wordt opgeslagen. • Creëren van robuuste (brede) beekdalen, waar je water beter kunt vasthouden. • Creëren van zones waar kwel de mogelijkheid krijgt om omhoog te komen, in de flanken van de beekdalen en langs het kanaal. In ons ideaalbeeld wordt het watersysteem in Mierlo Zuidoost weer verbonden met Sang en Goorkens. Daartoe zetten we in op natuurinclusieve landbouw om het water schoner te maken. Het beter vasthouden van water in landbouwgebieden op de flanken van de zandrug van de Molenheide, draagt ook bij aan hogere grondwaterstanden op de Molenheide zelf. Voor meer achtergrondinformatie per speerpunt zie: ‘“6.1 Achtergrondinformatie per speerpunt” op pagina 117.

63

64

Afbeelding 27. Multifunctioneel buitengebied

SPEERPUNT 3

Naar een multifunctioneel buitengebied

4.3 Naar een multifunctioneel buitengebied 4.3.1 Ambitie We hebben in de toekomst een multifunctioneel buitengebied, waar functies en opgaven met elkaar worden verweven. Nadat we decennialang de nadruk in onze ruimtelijke ordening hebben gelegd op het scheiden van functies, zetten we in de toekomst in op het verweven van functies. De druk op de ruimte is hoog, door functies te combineren willen we meer kwaliteit en ontwikkelmogelijkheden bieden. Een sterke economische basis van ons platteland is nodig voor de leefbaarheid, de werkgelegenheid en als verdienmodel achter het in standhouden van de kwaliteit in ons landelijk gebied. Voldoende economische kansen zorgen voor meer financiële draagkracht voor het landschap en voorkomen verloedering en ongewenste (illegale) activiteiten in vrijgekomen (agrarische) bedrijfsbebouwing. Onze ambities voor de toekomst: » Een vitaal en levendig buitengebied » Een hoge kwaliteit van natuur en landschap » Energieneutraal in 2050 4.3.2 Doelen Ons doel is om een buitengebied te creëren, waarin functies naast elkaar voorkomen en zich ontwikkelen in samenhang met de kwaliteiten van natuur en landschap. We willen functies en kwaliteiten in de toekomst sterker verweven dan nu. Daaronder verstaan we ook het behoud en de versterking van de kwaliteit van de ondergrond.

We gebruiken daarbij de economische dynamiek in het buitengebied om kwaliteiten toe te voegen.

Daarom willen we de landbouwsector stimuleren om toe te werken naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering waar voedselproductie onder andere samengaat met het versterken van de natuurwaarden. Door een betere integratie tussen functies en kwaliteiten willen we het landelijke gebied ook klimaatadaptief maken. Het vasthouden van water is in ons buitengebied van groot belang om wateroverlast te voorkomen, onder andere om op de droge zandgronden bosbranden te voorkomen. Bovendien willen we daarmee de biodiversiteit en de aantrekkelijkheid van ons landschap verbeteren. Daarnaast willen we de biodiversiteit en het landschap versterken met meer landschapselementen. Om een deel van onze energiebehoefte in het buitengebied op te wekken willen we ruimte bieden aan zonnevelden die goed in het landschap ingepast worden. Ons landelijk gebied is echter heel divers en ook de opgaven verschillen per gebied. We stimuleren en faciliteren daarom in verschillende gebieden andere mogelijke functiecombinaties (zie ook: ‘“Afbeelding 28. Functies op vrijkomende erven” op pagina 66) Onze doelen zijn: » Passende functies vinden voor een vitaal landelijk gebied. » Realiseren van een natuurinclusieve landbouw. » Meer landschapselementen en een hogere ruimtelijke kwaliteit. » Ruimte voor goed ingepaste opwekking van energie. » Een klimaat adaptief buitengebied.

65

Functies op vrijkomende erven

66

• Kleinschalige recreatie, bedrijven in categorie 1 en 2, evt in de vorm van een verzamelgebouw met kleinschalige bedrijven. • Zorgfuncties of andere maatschappelijke functies, die baat hebben bij de rust en uitstraling van het landelijk gebied • Bijzondere woonvormen (zoals groepswonen of tiny houses) Voorwaarden per gebied

Bijdragen aan kwaliteit

Gijzenrooi

• Aansluitend op rust en beleving • Weinig toename verkeersaantrekkende werking • Geen bedrijfsverzamelgebouwen • Geen verstoring van natuurwaarden en negatief effect op bodem en watersysteem

• Landschapselementen • Toegankelijkheid (paden) • Verbeteren watersysteem, waterberging

’t Broek

• Passend bij beschermde cultuurhistorische waarden (erfinrichting, bebouwing, verkaveling) • Geen bedrijfsverzamelgebouwen • Geen verstoring van natuurwaarden en negatief effect op bodem en watersysteem

• Landschapselementen • Erfinrichting • Instandhouding / kwaliteit bebouwing

Mierlo Oost, zone dichtbij de kern of ontsluitingsweg

• Geen verstoring van natuurwaarden en negatief effect op bodem en watersysteem

• Landschapselementen • Erfinrichting • Verbeteren watersysteem, waterberging

Mierlo Oost, gelegen aan rustige weg of in rustig gebied

• Aansluitend op rust en beleving • Weinig toename verkeersaantrekkende werking • Geen bedrijfsverzamelgebouwen • Geen verstoring van natuurwaarden en negatief effect op bodem en watersysteem

• Landschapselementen • Erfinrichting • Verbeteren watersysteem, waterberging

Afbeelding 28. Functies op vrijkomende erven

4.3.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder benoemen we de oplossingsrichtingen en beleidskeuzes bij de gestelde doelen. Passende functies vinden voor een vitaal landelijk gebied We willen de vrijkomende (bebouwde) ruimte in het buitengebied benutten voor nieuwe functies, die de (economische) vitaliteit en de woonkwaliteit versterken. We zien daarbij voor ons dat elk vrijgekomen agrarisch erf in het landelijk gebied kan worden ingezet voor een variatie aan nieuwe functies, zoals recreatie, kleinschalige bedrijvigheid of in enkele gebieden extra woningen. Onder vrijgekomen erven verstaan we zowel erven, waarvan de agrarische functie wordt beëindigd als die waarvan de agrarische functie in het verleden is beëindigd of waar een andere bedrijfsmatige functie gevestigd is geweest. Relevant hierbij is dat de hoeveelheid bebouwing in de toekomst niet verder toeneemt. Bij het toelaten van functies gaan we meer sturen op de doelen voor het gebied en de effecten van de nieuwe activiteiten. Ook kijken we naar de lokale vraag. Elk deelgebied is anders en daarom zijn ook de mogelijkheden anders. We stellen daarom per deelgebied doelen, waaraan nieuwe activiteiten kunnen bijdragen. Bij effecten kijken we naar de ruimtelijke impact en het milieu-effect.

Rustige gebieden willen we rustig houden, terwijl naast een dorpskern of een ontsluitingsweg de verkeersaantrekkende werking mogelijk eenvoudig is op te vangen. De lokale vraag komt terug in het woonprogramma (bijzondere woonvormen, zoals groepswonen of tiny houses) en het werkprogramma (behoefte aan kleinschalige werkruimtes voor ambachtelijke bedrijven of aannemers, waarvoor het aanbod op bedrijventerreinen beperkt is).

Recreatie in het landelijk gebied Om onze ambitie voor een ‘recreatieve’ gemeente waar te maken bieden we nieuwe mogelijkheden voor recreatie in het landelijk gebied. Hierbij zoeken we een balans met de doelen voor het versterken van de biodiversiteit en de kwaliteiten van het landschap. Voor meer intensieve recreatiefuncties zien we mogelijkheden bij De Gulbergen, in een zone direct aansluitend bij de kern van Mierlo of aan een ontsluitingsweg en gecombineerd met andere functies bij de Molenheide. In de meeste andere deelgebieden zien we alleen kansen voor functies die geen extra gemotoriseerd verkeer aantrekken. Realiseren van natuurinclusieve landbouw Om de impact op de natuur te verminderen, maar wel het cultuurlandschap in de gemeente te behouden, streven we naar een natuurinclusieve landbouw. We zullen samen met agrarische ondernemers bekijken hoe een bedrijfsvoering natuurinclusief kan worden zonder dat dit nadelige financiële gevolgen zal hebben voor het agrarisch bedrijf. Met een natuurinclusief agrarisch landschap willen we landbouw, natuur en water met elkaar verweven in plaats van deze van elkaar te scheiden en zo het landschap aantrekkelijker maken. Een natuurinclusieve landbouw draagt door een beter bodemleven bij aan de biodiversiteit en het vasthouden van water (zie ook: ‘“Biodiversiteit versterken buiten natuurgebieden” op pagina 63)

67

Ruimte voor goed ingepaste opwekking van energie in het buitengebied Ons doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Om dit doel te halen zullen we zowel energie moeten besparen als duurzame energie opwekken. In een gemeente met relatief weinig buitengebied waarvan een groot deel natuurgebieden, zijn de mogelijkheden voor de opwek van duurzame energie beperkt. Om onze (landschappelijke) kwaliteiten te beschermen hebben we een afwegingskader waaraan initiatieven voor zonnepanelen getoetst kunnen worden. We toetsen initiatieven aan de zonneladder, die onze voorkeursvolgorde aangeeft voor de plaatsing van zonnepanelen. De voorkeursvolgorde die we aanhouden is: 1. op bebouwing 2. grondgebonden zonnepanelen in het stedelijk gebied 3. grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied

68

Aangezien we als gemeente grote hoeveelheden duurzame energie moeten opwekken, zetten we in op alle treden. Voor initiatieven met grondgebonden zonnepanelen hebben we randvoorwaarden opgesteld. Als het om grondgebonden zonneparken gaat in ons buitengebied, willen we dat er tegelijk ook andere doelen worden gehaald, zoals natuurontwikkeling, waterberging, transitie van de landbouw of het realiseren van een uitloopgebied. Energie voor natuurontwikkeling Met energie voor natuurontwikkeling wordt bedoeld dat gronden die gebruikt worden voor intensieve veehouderij of landbouw (VAB-locaties) omgevormd worden naar natuurgebieden. Als de agrarische functie stopt kunnen de gronden gebruikt worden om tijdelijk met zonnepanelen energie op te wekken, waardoor het een pauzelandschap wordt. Binnen deze tijd heeft het omgevingsmilieu de tijd om weer in balans te komen. Daarnaast kunnen de opbrengsten van het zonneveld (deels) de omslag financieren.

Energie voor de transitie landbouw Met energie voor de transitie landbouw wordt bedoeld dat de (extra) inkomsten die zonnevelden kunnen genereren, ingezet kunnen worden als agrarische bedrijven willen omschakelen of naar een natuurinclusievere bedrijfsvoering willen. Daarnaast willen we agrarische bedrijven de mogelijkheid geven om de bedrijfsvoering te versterken door bijvoorbeeld functiecombinatie. Energie voor transformatie in stedelijke uitloopgebieden Met energie voor transformatie in stedelijke uitloopgebieden wordt bedoeld dat (agrarische) gebieden rondom de dorpen omgevormd kunnen worden naar landschappen met een recreatief medegebruik, waarbij energie onderdeel kan zijn van het verdienmodel. Voorwaarden voor de realisatie van een zonneveld Als er een zonneweide gerealiseerd wordt, moet deze een maatschappelijke meerwaarde geven, door meervoudig ruimtegebruik, door een aantoonbare waarde toe te voegen aan de omgeving of door bij te dragen aan andere maatschappelijke doelen.Daarnaast hebben we de volgende randvoorwaarden voor zonnevelden: • minimaal 25% groen • behoud bodemkwaliteit • passend in het landschap en verkaveling • mogelijkheid voor lokale participatie We willen echter niet dat het overal in het buitengebied mogelijk is om grondgebonden zonnepanelen te plaatsen, ook niet als die bijdragen aan andere opgaven in het buitengebied.

Per landschapstype in onze gemeente hebben we bepaald onder welke voorwaarden een grondgebonden zonneveld ontwikkeld mag worden als daar een initiatief voor wordt ingediend. De belangrijkste zoeklocaties voor zonneweides binnen de gemeente zijn de noordoostzijde van Mierlo en De Gulbergen.

Landschapstype

Zonneparken toegestaan

Voorwaarde

nog te realiseren Natuur Netwerk Brabant

Nee, tenzij

Alleen in gebieden die nog geen kenmerken of kwaliteiten van natuur hebben in combinatie met natuurontwikkeling.

Beekdal

Nee, tenzij

Alleen in combinatie met beekdalherstel. De waterloop is niet geschikt.

Bos

Ja, mits

Alleen aan bepaalde bosranden, in een zogenaamd bufferlandschap: agrarische percelen langs bosranden, gericht op een combinatie van zonnepark en (ontwikkeling van) biodiversiteit.

Heide

Nee

Oude zandontginning

Ja, mits

Beperkte mogelijkheden voor een zonnepark, mits met zorg ingepast in de verkavelingsstructuur of om het landschap te herstellen.

Jonge Zandontginning

Ja, mits

Om locaties van stoppende boeren te transformeren of om recreatie en energieopwekking te combineren.

Afbeelding 29. Inpassing zonneparken per landschapstype

Meer landschapselementen en een hogere ruimtelijke kwaliteit Bij het hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing willen we dat er ook een extra landschappelijke kwaliteitsimpuls geleverd wordt. Op deze manier draagt een nieuwe ontwikkeling ook bij aan de kwaliteit van het buitengebied. We koppelen nieuwe dynamiek aan investeringen in kwaliteit Essentieel voor een platteland om te beleven en er te ondernemen is de aantrekkelijkheid en herkenbaarheid ervan. Bij elke verandering van de functie van een erf in het buitengebied of de uitbreiding van een agrarisch bouwblok om een multifunctioneel landbouwbedrijf mo-

69

gelijk te maken, willen we tegelijk sturen op het versterken van kwaliteit. Nieuwe bedrijven of wooninitiatieven zorgen voor extra verdiencapaciteit in het landelijk gebied, en maken zodoende investeringen mogelijk in de kwaliteit van het bouwblok en/of de omgeving. Bij nieuwe initiatieven (functieverandering of bouwblokvergrotingen) die buiten de mogelijkheden van het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) vallen, stellen we als eis dat de initiatiefnemer een deel van de gemaakte waardesprong investeert in de kwaliteiten in de omgeving. Ook kan geïnvesteerd worden in de kwaliteit van de bebouwing, de inrichting van een erf of in de biodiversiteit. Voor meer achtergrondinformatie per speerpunt zie: ‘“6.1 Achtergrondinformatie per speerpunt” op pagina 117.

70

Afbeelding 30. Schetsimpressie gebiedsperspectief Gijzenrooi. De afbeelding geeft een sfeerbeeld als schets van de mogelijke ontwikkelingsrichting. Het is niet de intentie om hiermee projectlocaties, eigendomsgrenzen of verplichtingen vast te leggen.

Perspectieven per deelgebied Hieronder werken we de doelen uit paragraaf 4.2 en 4.3 gebiedgericht uit. Elk gebied in onze gemeente in anders. Het landschap is anders, de opgaven die er spelen zijn anders en dus verschillen ook de mogelijke functies. In deze paragraaf geven we voor elk deelgebied een eigen toekomstperspectief. Gijzenrooi Gijzenrooi is een authentiek agrarisch landschap.

De recreatie mag hier gericht zijn op een lokaal of bovenlokaal publiek. Daarbij zetten we in op een autoluw binnengebied, door parkeren aan de randen te faciliteren en binnen het gebied de fiets- en wandelfaciliteiten te verbeteren. Langs de Gijzenrooi wordt de A67 verbreed. We willen van deze ontwikkeling gebruik maken door een nieuwe faunapassage aan te leggen, waardoor dieren van de Gijzenrooi zich naar de Groote Heide kunnen verplaatsen en andersom.

De doelen in dit gebied zijn om: » De natuurgebieden uit te breiden. » Het authentieke cultuurhistorische landschap te versterken. » De functie als recreatief uitloopgebied te vergroten en de beleefbaarheid van het landschap te vergroten. We streven naar een multifunctioneel gebied, waarin de nadruk ligt op functies die de rust in het gebied kunnen bewaren en bijdragen aan het beleven van het gebied. We willen in het gebied Gijzenrooi natuurinclusieve of andere vormen van extensieve landbouw en extensieve recreatieve functies, die gericht zijn op de beleving van het landschap. We zien als gemeente kansen voor een stadsboerderij of herenboerderij waar inwoners uit de gemeente en omgeving lokaal geproduceerd voedsel kunnen kopen. Er zou gekoppeld aan een boerderij een schaapskooi kunnen komen.

71

Gijzenrooi is niet alleen een waardevol agrarisch cultuurlandschap, maar ook een belangrijk natuurgebied (Gijzenrooise Zegge). Ons doel is om hier de natuurwaarden te versterken en het water beter vast te houden om de kwaliteit van de natuur te verbeteren. Daarnaast willen we het agrarische landschap nog kleinschaliger maken met extra houtwallen, geïnspireerd op de historische situatie. Afbeelding 31. Fotocollage gebiedsperspectief Gijzenrooi

72

Afbeelding 32. Schetsimpressie gebiedsperspectief Gulbergen. De afbeelding geeft een sfeerbeeld als schets van de mogelijke ontwikkelingsrichting. Het is niet de intentie om hiermee projectlocaties, eigendomsgrenzen of verplichtingen vast te leggen.

Gulbergen en ‘t Broek De Gulbergen is een grootschalig gemaakt landschap. De weidse uitzichten maken een bezoek een bijzondere beleving. Het contrast met het gehucht ’t Broek aan de oostzijde is groot. Dit is een authentiek agrarisch landschap en een beschermd dorpsgezicht. De kleinschalige verkaveling, de landschapselementen en erven met historische bebouwing zijn hier bijzonder. De doelen in dit deelgebied zijn: » De Gulbergen door te ontwikkelen tot een sport- en recreatiegebied van regionale allure. » Een bijdrage te leveren aan het realiseren van een ecologische verbinding tussen de Strabrechtse heide, de Molenheide en de Stiphoutse Bossen. » Het behoud en beleefbaar maken van het authentieke landschap rond ’t Broek. Gulbergen is een van belangrijkste gebieden van de gemeente om ons recreatieve profiel te verstevigen. We streven naar een mix aan functies op de Gulbergen, passend bij het groene en weidse karakter van de plek. Dus geen functies die geheel los staan van het reliëf of de beleving ervan of die het groene karakter van de heuvel als geheel aantasten.

Uitgangspunt voor deze ontwikkelingen is dat de ontsluiting van het (bovenlokale) verkeer via de noordzijde wordt afgewikkeld. Door een koppeling met de snelweg A270 wordt het gebied zo min mogelijk belast. Vanuit de zuidzijde willen we de nadruk leggen op de bereikbaarheid voor langzaam verkeer. Naast recreatie is het ook onze ambitie om hier duurzame energie op te wekken. De schaal van het landschap verhoudt zich hier tot een grootschaliger opwek van energie, mits goed landschappelijk ingepast. De kwaliteiten van ’t Broek willen we in stand houden en beleefbaar maken. Functies die zich beperken tot de erven, de kwaliteiten ondersteunen en de beleefbaarheid vergroten zijn hier welkom. De ambitie is om de verkeersdruk hier te beperken. Tussen ’t Broek en Gulbergen loopt de Luchensche Wetering. Deze waterloop is onderdeel van het Brabants Natuur Netwerk. Daarom willen we de Wetering tot een ecologische verbinding inrichten en benutten voor de afwatering van het omliggende gebied samen met de Hooidonksebeek.

Aan de westkant willen we het bosgebied van de Molenheide doortrekken over het Eindhovens Kanaal heen, waardoor diersoorten via de rustgebieden op de Molenheide ook verder naar het noorden kunnen bewegen uiteindelijk richting de Stiphoutse Bossen. Op en deels om de Gulbergen zelf zien we de potentie om samen met het hier gelegen golfterrein en de dierentuin een gebied te creëren voor grootschaliger dagrecreatie en evenementen.

Afbeelding 33. Fotocollage gebiedsperspectief Gulbergen

73

74

Afbeelding 34. Schetsimpressie gebiedsperspectief Mierlo oost. De afbeelding geeft een sfeerbeeld als schets van de mogelijke ontwikkelingsrichting. Het is niet de intentie om hiermee projectlocaties, eigendomsgrenzen of verplichtingen vast te leggen.

Mierlo Oost Mierlo Oost is een fraai productielandschap met tal van (agrarische) erven. Het zuidelijke deel ligt op de rand van een bijzonder natuurgebied, Sang en Goorkens. Ten noorden van de Bekelaar is het landschap wat opener en rationeler. Het landbouwgebied in het zuiden watert niet rechtstreeks af op het natuurgebied Sang en Goorkens, om zo de waterkwaliteit in het natuurgebied niet te voedselrijk te maken. De afwatering is daarom afgebogen en stroomt pas verderop weer in de Goorloop. Dit zorgt echter wel voor (enige) wateroverlast in de randzone. De doelen van dit deelgebied zijn: » Behoud van de vitaliteit en het agrarisch cultuurlandschap. » Versterken van de kwaliteit van water en natuur. » Tegengaan van leegstand.

Ten noorden van de Bekelaar is economisch de beste locatie voor agrarische ontwikkeling. Hier streven we naar een toekomstgerichte landbouw. Daarnaast zien we ook mogelijkheden om agrarische activiteiten te combineren met zonnevelden. Hierbij is het dan wel van belang dat deze landschappelijk ingepast worden. Door het gebied loopt naast de Goorloop ook de Overakkersche loop. De Goorloop heeft in het natuurgebied Sang en Goorkens al een hoge ecologische waarde, maar daarbuiten niet. We willen beide watergangen tot een ecologische verbinding inrichten, zodat de ecologische waarde van de waterlopen vergroot en water minder snel wegstroomt uit het gebied.

75 We streven naar een natuurinclusiever en extensiever landgebruik met als doel het watersysteem van dit deel van Mierlo weer rechtstreeks aan te sluiten op Sang en Goorkens. We zoeken naar manieren om vormen van extensiever landgebruik, zoals natuurinclusieve landbouw, voor ondernemers mogelijk te maken. Nieuwe functies op vrijkomende erven, die een economische meerwaarde betekenen, kunnen ingezet worden als financiële ondersteuning bij een omslag naar natuurinclusieve landbouw. We kiezen ervoor om meerdere functies toe te laten op vrijkomende erven, zoals (kleinschalige) woningbouw in de vorm van een klein woonerf, groepswonen of tiny houses. Ook vormen van recreatie zijn denkbaar op vrijkomende erven, mits het karakter past bij de natuurwaarden in de omgeving.

Afbeelding 35. Fotocollage gebiedsperspectief Mierlo oost

76

Afbeelding 36. Schetsimpressie gebiedsperspectief Molenheide. De afbeelding geeft een sfeerbeeld als schets van de mogelijke ontwikkelingsrichting. Het is niet de intentie om hiermee projectlocaties, eigendomsgrenzen of verplichtingen vast te leggen.

Molenheide De Molenheide is een aantrekkelijk bosgebied, met tal van recreatiemogelijkheden zoals een recreatiepark, een speeltuin en meerdere belevenispaden. Belangrijk knelpunt is de verdroging. De doelen in dit deelgebied zijn: » Versterken van het recreatief medegebruik voor inwoners en bezoekers aan de oostzijde. » Versterken van de natuurkwaliteiten en verbindende werking voor planten en dieren. Om die reden zetten we in op een zonering (zie ook: ‘“Afbeelding 26. Groene plekken verbinden” op pagina 62). In het oostelijke deel streven we naar een combinatie van natuurversterking en recreatief gebruik. We zijn hier terughoudend met nieuwe functies, maar er liggen wel kansen als het bestaande aanbod wordt versterkt. Zo kan een horecagelegenheid die (als natuurpoort) gericht is op bezoekers van het bos het bestaande aanbod interessanter maken en bijdragen aan de beleving van het gebied zonder dat het de druk op de natuur verder vergroot.

Naast deze zonering willen we voor het hele gebied het watersysteem verbeteren om verdroging te verminderen. Onder het kopje: ‘“Beter vasthouden van gebiedseigen water” op pagina 63 hebben we hiervoor een vijftrapsstrategie benoemd. Maatregelen waar we voor wat betreft het watersysteem in elk geval op inzetten is het vasthouden van het water in het bosgebied zelf en het verhogen van het grondwaterpeil aan de randen van de Molenheide. Daarnaast streven we naar het omvormen van het naaldbos naar loofbos. Loofbos neemt in winterperiodes geen water op in tegenstelling tot naaldbomen, hierdoor kan het grondwaterpeil in de winterperiode beter tot het gewenste peil komen. Ook verdampen loofbomen minder vocht.

77

Aan de westzijde wijzen we een rustgebied aan. Hier staat de versterking van de natuurkwaliteit voorop. We willen dit gebied uitbreiden door waar mogelijk akkers in de randzone van Geldrop om te zetten in natuur.

Afbeelding 37. Fotocollage gebiedsperspectief Molenheide

78

Afbeelding 38. Stralend middelpunt van Geldrop

SPEERPUNT 4

Een stralend middelpunt voor Geldrop en Mierlo

4.4 Een stralend middelpunt (in Geldrop en Mierlo) 4.4.1 Ambitie In de toekomst hebben we multifunctionele dorpscentra, waar winkelen, recreëren, wonen, verblijven, cultuur, ontmoeten en vermaak samenkomen. Onze dorpscentra zijn in de toekomst niet alleen gericht op winkelen maar ook op verblijven. Ze vormen meer dan nu een middelpunt in het dorpse leven. De centra van Geldorp en Mierlo kunnen bovendien startpunt zijn voor een recreatief bezoek of een bezoek aan een evenement. Met deze ambitie passen we ons aan veranderingen in de samenleving aan. Met een nieuw woningaanbod in en rond de centra kunnen meer ouderen, alleenstaanden en jongeren een woonplek vinden. Dicht bij de voorzieningen, het vermaak en multimodaal bereikbaar (Geldrop) ten opzichte van Eindhoven. Nieuwe activiteiten en voorzieningen zorgen voor nieuwe bezoekers. Met de mooie pleinen en door het verbinden van de parels aan de centra geven we een impuls aan onze recreatieve ambities ‘Geldrop-Mierlo vermaakt en verweeft’. Onze ambities voor de toekomst: » De centra van Geldrop en Mierlo zijn het middelpunt van het dorpse leven. 4.4.2 Doelen Om onze dorpscentra door te ontwikkelen als middelpunt van het leven in de dorpen, zetten we in op het combineren van nieuwe functies, een stevige woningbouwimpuls en betere verbindingen met de wijken.

Ons doel is om nieuwe functies aan het centrum toe te voegen naast winkels en horeca. Daarom zetten we in Geldrop in op een groot centrumgebied waar allerlei functies zich samenhangend kunnen ontwikkelen. In

de centra willen wij ook ruimte geven aan verbindende evenementen op lokale schaal en af en toe op een regionale schaal. We willen het Dommeldal als natuurpark inrichten. Ook willen we allerlei gebieden rondom het (compacte winkel-) centrum bij de woningbouwimpuls betrekken om een ‘centrum woonmilieu’ te creëren, waarbij het station nadrukkelijk met het centrumgebied is verbonden. In het hele centrum willen we een prettig verblijfsklimaat, waardoor mensen het centrum niet alleen bezoeken, maar er ook verblijven. Voor Mierlo zijn we tevreden met de recente herinrichting van het centrum, waarbij het winkelgebied een flinke impuls heeft gekregen. In onze visie ontwikkelt het dorpscentrum zich door met stevige randen met wonen en groen. We wijzen ontwikkelingsgebieden aan waar een nieuw woningaanbod gericht op ouderen, jongeren en andere kleinere huishoudens in de behoefte voorziet. We willen dat combineren met groene randen rond en in het centrum. Onze doelen voor een stralend middelpunt in Geldrop zijn: » Het creëren van een centrum-woonmilieu (via de woningbouwimpuls). » Vestigen van nieuwe functies. » Organiseren van verbindende evenementen (lokaal, soms bovenlokaal / regionaal). » Realiseren Dommeldal als natuurpark. » Versterken toegankelijkheid en beleefbaarheid van het kasteel. » Het station verbinden met het centrum. » Een goed verblijfsklimaat.

79

Afbeelding 39. Een aantal mogelijke oplossingsrichtingen voor het centrum Geldrop in beeld

80

4.4.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Geldrop Hieronder benoemen we de oplossingsrichtingen en beleidskeuzes bij de gestelde doelen.

in de woningmarkt. Met de bouw van extra woningen wordt het centrum, meer dan nu, naast een winkelgebied ook een verblijfsgebied en ontstaan extra kansen voor andere voorzieningen.

Via het centrumimpuls Geldrop zorgen voor een centrum-woonmilieu We willen met 800 woningen in en rond het centrum een impuls geven aan de woningbouw in Geldrop. Hiertoe zijn allerlei locaties geïnventariseerd waar door middel van herstructurering en nieuwbouw een grotere woningdichtheid kan worden bereikt. Met deze woningbouw willen we een betaalbaar aanbod creëren voor kleine huishoudens binnen onze gemeente, maar ook voor inwoners uit de regio, die een centrum-woonmilieu willen combineren met een dorpse gemoedelijkheid en een groene woonomgeving. Met de doorstroming van ouderen krijgen we tegelijk een extra aanbod voor gezinnen

Ruimte voor nieuwe functies in het centrum We willen ruimte maken voor functies die de bezoekmotieven voor het centrum in Geldrop vergroten. We hebben al een grote stap gezet met het horecaplein en culturele voorzieningen (zoals Hofdael en het Weverijmuseum). Dit willen we versterken door maatschappelijke functies, nieuwe horeca of andere bezoekfuncties toe te laten. In de overloopgebieden zetten we ook in op bedrijfsmatige functies, zoals dienstverlening, ateliers of kleinschalige ambachtelijke bedrijven. Daarnaast willen we alleen dagelijkse voorzieningen of voorzieningen met een groot vloeroppervlak ook buiten het centrum de mogelijkheid geven om te vestigen. De rest van de voorzieningen

willen we centreren in het centrum. Ook hebben we de ambitie om meer evenementen in het centrumgebied te organiseren, passend bij wat het centrum kan dragen. Meer en diverse horeca Om meer publiek te trekken en de verblijfskwaliteit te vergroten maken we meer ruimte voor horeca in en rond het centrum. We streven naar diversiteit en we willen dat functies in en rond het centrum elkaar versterken. Daarom introduceren we sferen in ons beleid. Horeca die past bij de beoogde sfeer van het gebied, is welkom (zie intermezzo op pagina 85). Versterken van de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het kasteel vanuit het centrum We willen het kasteel vanuit het centrum beleefbaar maken. Het is in onze ogen een van de parels die ons centrum een regionale meerwaarde kan geven. Daartoe zetten we in op zichtlijnen tussen het winkelgebied van Geldrop en het kasteel, een steviger voorkant naar de Mierloseweg en een betere toegankelijkheid van het kasteel aan de zuidzijde. Ons ideaalbeeld is om de barrièrewerking van de Mierloseweg hier op te heffen. Waar mogelijk benutten we de ontwikkeling van het Dommeldal om een doorlopende route te maken. Ziekenhuis als onderdeel van het centrum We zien het ziekenhuis als een essentiële functie voor het centrum van Geldrop. Ons ideaalbeeld is dat het ziekenhuis volledig is opgenomen in het ‘weefsel en de openbare ruimte’ van het centrum.

Dat het niet als rand fungeert, maar dat de openbare ruimte rond het ziekenhuis bij het centrum hoort. Het parkeren rond het ziekenhuis dient uiteraard geborgd te blijven. We onderzoeken graag of dat ondergronds of via een verdiept dek kan, waardoor ruimte ontstaat voor een park- of pleinzone en eventueel een rand met woningen of andere voorzieningen. Het ziekenhuis kan zich ontwikkelen als campus of

met bebouwing om de routes langs de Bogardeind en de Heggestraat te versterken. Dommel als natuurpark We willen het Dommeldal ter hoogte van het centrum herinrichten als natuurpark. Tussen de Johan Peijnenburgweg en de Dommeldalseweg zien we een brede natuurparkzone voor ons, waaraan gebouwen aan de oostzijde van het centrum zich presenteren. Het Weverijmuseum en Hofdael staan met de voeten in het park. Het gebied tussen de Dommeldalseweg en de Dommel, waaronder de postkantoorlocatie, willen we als park met gebouwen herontwikkelen. Zo vergroten we niet alleen het Dommeldal, we verbinden haar ook met het centrumgebied. De herinrichting van het Dommeldal geven we meerdere doelen mee: • Versterken groene inrichting en waterberging in het centrum. • Versterken ecologische verbinding van het Dommeldal. • Verbeteren verbinding tussen centrum en de wijken aan de oostzijde van Geldrop (Braakhuizen, Coevering). Het verbinden van het station met het centrum Door het station in de openbare ruimte beter te verbinden met het winkelgebied en het ziekenhuisgebied en de woningbouwimpuls rond het station door te zetten, kan het zich in onze ogen neerzetten als rand van het centrum. Idee is om een doorgaande fietsroute vanuit Eindhoven via het station en het centrum te verbinden met de oostkant van Geldrop.

Een fietsroute door Zesgehuchten en Gijzenrooi is een vastgestelde optie om dit doel te bereiken. Een andere mogelijke optie is een fietsroute in de Stationsstraat, waarbij de huidige historische karakteristieke elementen van de straat behouden blijven.

81

82

Afbeelding 40. Visual Dommelpark Geldrop

Om het centrum van Geldrop aantrekkelijker te maken voor bezoekers willen we meer ruimte geven aan wandelaars en fietsers. Om dit te bereiken hebben we meerdere oplossingen voor de openbare ruimte. Belangrijk daarin is om (een groter deel van) het centrum autoluwer te maken, ook als er in de toekomst meer woningen zijn. Dat kan door parkeren meer in de randen van het centrum, ondergronds of meerlaags te realiseren. Een andere manier is om eenrichtingswegen te realiseren. Zo is een rondje Bogardeind, Langstraat en Dommeldalseweg als (deels) eenrichtingsoptie denkbaar om zo ruimte voor groen, water en langzaam verkeer te maken. Door een betere fietsroute door de Langstraat of ten noorden van de Heuvel, kan de Heuvel zelf als fietsroute worden afgewaardeerd.

Parkeren aan de rand van het centrum vraagt wel om creatieve oplossingen, zoals een scheiding tussen langen kortparkeren of slimme natransportoplossingen, zoals de shuttle-service van het Anna Ziekenhuis. Een groen dubbelgebruik van de openbare ruimte We streven naar een groen centrum, zodat het centrum in het algemeen, maar in het bijzonder ook in droge, warme periodes een aangenaam verblijfsgebied is. Hierbij zoeken we letterlijk ruimte in het straatbeeld door bijvoorbeeld de autotoegankelijkheid te verminderen. Dat geeft kansen om bomenrijen te plaatsen. Daarnaast zetten we in op groen dubbelgebruik. We richten ons op: • Het combineren van waterberging met een groene inrichting. • Het combineren van parkeren met groen. • Het combineren van groen en nieuwe bebouwing.

83

Afbeelding 41. Ontwerpidee voor herinrichting Langstraat, minder verkeer en meer ruimte voor groen

84

E VAN EEN GELIJKE INRICHTING OP KAARTJE ERBIJ N?? ZIEKENHUIS

INTERMEZZO: DE TOEKOMSTIGE SFEREN VAN HET CENTRUM In het centrum van Geldrop zetten we het horecaplein, het winkelhart en de supermarkten centraal. Dit zijn de verschillende plekken waar inwoners en bezoekers in eerste instantie op afkomen. Rondom dit kerngebied wijzen we centrumgebieden aan waar andere typen functies passen, de overloopgebieden. Om te bepalen wat voor functies zich kunnen vestigen in het hart van het centrum of de overloopgebieden hebben we per gebied benoemd wat voor een sfeer wij wenselijk vinden. Op deze manier kan een initiatiefnemer bepalen waar een type initiatief het best past. De verschillende gebieden met een aparte sfeer in het centrum zijn: • Horecaplein • Winkelhart • Supermarkten • Dommelpark • Kasteelpark • Ziekenhuis • Station • Stationsstraat Op het horecaplein is ruimte voor reuring en levendigheid. Hier kunnen mensen elkaar ontmoeten en verblijven in de dag- en avondhoreca en op terrassen. Als we evenementen in het centrum willen organiseren dan is dit gebied de aangewezen plek. Het winkelhart is de plek waar we onze niet-dagelijkse winkels van Geldrop willen centreren. Mensen kunnen een rondje winkelhart doen in een aangename omgeving waar de voetganger voorop staat en voldoende ruimte krijgt. Iemand moet hier niet alleen willen zijn om snel een winkel te bezoeken maar ook voor een langere tijd willen rondlopen of zitten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=b5904995-7c08-465e-a6d6-a4eaf02811e3