CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjarenbegroting 2022-2025.pdf

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2022-202540.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Het aantal plekken in de raadszaal dient daarvoor met twee vergadertafels (en bijbehorende microfoonpanelen) te worden uitgebreid.

87

Paragrafen Inleiding In deze paragraaf staan de verplichte paragrafen. De paragrafen zijn: 1. Lokale heffingen; 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Financiering; 5. Bedrijfsvoering; 6. Verbonden partijen; 7. Grondbeleid. Daarnaast zijn de beleidsindicatoren opgenomen.

88

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn wij onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de burger mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de uitgangspunten worden de tarieven over 2022 als volgt aangepast: • OZB; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 1,65%. Daarnaast is er rekening mee gehouden dat de totale opbrengst niet beïnvloed wordt door de gemiddelde WOZwaardestijging of -daling van de objecten. Bij de berekening van de opbrengst is uitgegaan van een jaarlijkse areaaluitbreiding. • Afval; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 1,65%.

• Riolering; de tarieven verhogen met 2,47% (<200m3 waterverbruik) en 2,55% (>200m3 waterverbruik). • Hondenbelasting; het tarief verhogen met het inflatiepercentage van 1,65%. • Leges; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 1,65%.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) De gemeente heft op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen. • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Geldrop-Mierlo uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB.

Conform voornoemde regelgeving worden de tarieven voor 2020 bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en wel zodanig dat uiteindelijk sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt na het vaststellen van de begroting aangeboden aan de raad.

89

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2022 (voorlopige stand 1 september 2021) is als volgt: Totale waarde woningen

2021

2022

5.299.000.000

5.646.600.000

611.500.000

599.400.000

Totale waarde niet-woningen

De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen één voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2021, omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eigenaren woningen

Waarde

Ons tarief

Opbrengst

Kortingstarief

Korting

Saldo

5.299.000.000

0,0788%

4.175.612

0,07152%

3.789.845

385.767

OZB gebruikers niet-woningen

583.500.000

0,1404%

819.234

0,08967%

523.224

296.010

OZB eigenaren niet-woningen

611.500.000

0,1728%

1.056.672

0,11130%

6.051.518

680.600

376.073

4.993.669

1.057.849

De begrote opbrengsten uit OZB zijn voor 2022 als volgt: 2022 Eigenaren woning

4.262.700

Eigenaren niet-woning

1.066.000

Gebruikers niet-woning

765.700

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en de Verordening Reinigingsheffingen wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: • Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners, zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling. • Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamde “vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn/haar rest- en gft-afval aanbiedt, des te hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. De gemeente Geldrop-Mierlo werkt in de laagbouw met een systeem van afvalverwijdering via grijze (restafval) en groene (GFT) bakken. De hoogte van de heffing hangt naast een vastrecht af van het aantal ledigingen en het volume van de containers waarvoor de belastingplichtige zelf heeft gekozen (gedifferentieerd tarief).

Bij de hoogbouw (gestapelde bouw en in het centrum van Geldrop) maken de bewoners en huurders van niet-woningen gebruik van ondergrondse containers. Vanaf 2015 hanteren we weer het diftarsysteem. De hoogte van de heffing bij deze groep bewoners c.q. gebruikers vindt plaats op basis van het aantal keren dat van de ondergrondse container gebruik is gemaakt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar een inworp van een pedaalemmer zak (25 liter) of een vuilniszak (40 liter).

90

Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De kosten voor verbetering, vervanging, beheer en onderhoud van het rioolstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. Deze belasting wordt geheven van de gebruikers van woningen en niet-woningen vanwege het lozen van afvalwater en hemelwater op de riolering. De in principe kostendekkende tarieven zijn gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 en deze begroting. Bij de invoering van de verbrede rioolheffing is de mogelijkheid geboden om naast de kosten van afvalwater ook de kosten van verwerking en afvoer van hemelwater in de rioolheffing te betrekken. Voor het afvoeren van hemelwater zijn en worden ook investeringen gedaan. Het afvalwater heeft een minimaal aandeel in de totale hoeveelheid water die verwerkt/afgevoerd wordt via de riolering. Het overgrote deel betreft hemelwater, maar dit moet mede in relatie gezien worden tot het weer. In de komende jaren gaan we veel klimaat adaptieve maatregelen nemen. Hiervoor zijn grote investeringen vereist.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het (kosten)dekkendheidspercentage weer. Dekkendheid afvalstoffenheffing

2022

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

1.322.051

Lasten overige afvalstromen

2.986.206

Kapitaallasten Mutatie voorziening Totaal lasten afval taakveld 7.3

74.823 -35.996 4.347.084

Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

91.618

Kwijtschelding taakveld 6.3

185.000

Straatreiniging taakveld 2.1

76.537

BTW taakveld 0.11*

849.265

Totaal toerekenbaar

1.202.420

Totaal lasten

5.549.504

Baten afvalstoffenheffing

4.408.188

Baten milieustraat

631.223

Baten overige afvalstromen

510.093

Totaal baten taakveld 7.3

5.549.504

Dekkendheidpercentage afval

100%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

91

Dekkendheid rioolheffing

2022

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

1.110.235

Kapitaallasten

1.054.586

Mutatie voorziening Totaal kosten riolering taakveld 7.2

298.492 2.463.313

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

272.141

Kwijtschelding taakveld 6.3

136.000

Straatreiniging taakveld 2.1

178.735

Watertaken taakveld 5.7

164.630

BTW taakveld 0.11

1.009.435

Totaal toerekenbaar

1.760.941

Totaal lasten

4.224.254

Opbrengst rioolheffing taakved 7.2

4.224.254

Baten totaal

4.224.254

Dekkendheidpercentage riool

100%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als de riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len).

Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

92

De salaris- en overheadlasten in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor overhead bepaald. Baten

Salaris

Overhead

Lasten Percentage

Titel 1

Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1

Burgerlijke stand

-141.947

153.279

128.295

21.743

47%

Hoofdstuk 2

Reisdocumenten

-143.657

208.022

174.114

-

38%

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

-192.049

164.228

137.459

31.438

58%

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

-9.893

229.919

192.442

-

2%

Hoofdstuk 7

Bestuursstukken

-

10.949

9.164

-

0%

Hoofdstuk 8

Vastgoedinformatie

-

10.949

9.164

-

0%

Hoofdstuk 9

Overige publiekszaken

-29.678

98.537

82.475

18.963

15%

Hoofdstuk 10

Gemeentearchief

-

-

-

-

-

Hoofdstuk 11

Huisvestingswet

-

-

-

-

-

Hoofdstuk 12

Leegstandwet

-

-

-

-

-

Hoofdstuk 16

Kansspelen

-1.087

10.949

9.164

-

5%

Hoofdstuk 17

Telecommunicatie, kabels en leidingen

-39.280

21.897

18.328

21.855

63%

Hoofdstuk 18

Verkeer en vervoer

-454

21.897

18.328

-

1%

Hoofdstuk 19

Kinderopvang

-

10.949

9.164

-

0%

Hoofdstuk 20

Diversen

-4.349

65.691

54.983

-

4%

-562.393 1.007.263

843.079

93.999

29%

Totaal titel 1

De salaris- en overheadlasten in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Baten Titel 2

Salaris Overhead Lasten Percentage

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen

Hoofdstuk Begripsomschrijvingen 1

-

-

-

-

-

Hoofdstuk Schriftelijk oordeel over de vraag of voor een activiteit een 2 omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag

-

-

-

-

-

-835.519 439.233

367.638 44.606

98%

Hoofdstuk Vermindering 4

-

-

-

-

-

Hoofdstuk Teruggaaf 5

-

-

-

-

-

Hoofdstuk lntrekking omgevingsvergunning 6

-

-

-

-

-

Hoofdstuk Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging 7 project

-

-

-

-

-

Hoofdstuk Bestemmingswijzigingen / uitwerkingen en exploitatieplan 8

-

-

-

-

-

Hoofdstuk In deze titel niet benoemde beschikking 10

-

-

-

-

-

367.638 44.606

98%

Hoofdstuk Omgevingsvergunning 3

Totaal titel 2

-835.519 439.233

93

De salaris- en overheadlasten in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Titel 3

Salaris

Overhead Lasten Percentage

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk Horeca 1

-5.436

10.949

9.164

-

27%

Hoofdstuk Organiseren evenementen of markten 2

-10.872

54.743

45.820

2.613

11%

Hoofdstuk Seksbedrijven 3

-

-

-

-

-

Hoofdstuk Winkeltijdenwet 6

-

10.949

9.164

-

0%

Hoofdstuk ln deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere 7 beschikking

-

-

-

-

-

-16.308

76.640

64.147

2.613

11%

Totaal titel 3

Overige belastingen Parkeren De parkeertarieven bedragen € 2,80 per dag en € 0,70 per uur. De geraamde opbrengst van € 429.419,- is het totaal van parkeergelden (€ 395.876,-), leges invalide parkeerkaarten (€ 6.512,-) en naheffingsaanslagen (€ 27.031,-). Hierbij geldt: donderdag- en vrijdagavond gratis parkeren en het tweede uur gratis parkeren. De tarieven voor een parkeerboete worden opgetrokken naar het wettelijke maximum tarief dat door de minister is vastgesteld (artikel 3.1 van het Besluit Gemeentelijke Parkeerbelastingen). Toeristenbelasting Het huidige tarief blijft € 1,46 per persoon per overnachting. Het besluit is om dit bedrag niet met het inflatiepercentage te verhogen. De geraamde opbrengst uit toeristenbelasting bedraagt € 544.920,- in 2022. De toeristenbelasting wordt beschouwd als een doelbelasting. Alle opbrengsten uit toeristenbelasting zetten wij in ter verbetering van de sector Recreatie en Toerisme. Binnen een werkgroep, bestaande uit ondernemers uit deze sector, worden projecten gekozen die tot uitvoering worden gebracht. Hondenbelasting De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor uitgaven op het gebied van hondenbeleid en handhaving op hondenbeleid. Een eventueel overschot of tekort wordt verrekend met de reserve Hondenbeleid.

Wanneer de opbrengsten uit hondenbelasting hoger zijn dan de kosten voor hondenbeleid, dan wordt het restant toegevoegd aan de reserve, en vice versa. De tarieven voor 2022 zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 1,65%. De geraamde opbrengst bedraagt € 213.223,- in 2022. Reclamebelasting We heffen reclamebelasting in de twee vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds Geldrop en Mierlo. Voor de beide centrumgebieden gelden verschillende tarieven. Het tarief voor de centrumgebieden Geldrop en Mierlo is verhoogd met het inflatiepercentage van 1,65%. De totale geraamde opbrengst bedraagt € 104.219,- in 2022.

Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de burgers toetsen wij bij het inlichtingenbureau indien er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

94

De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing. Begrote kwijtschelding

2022

Afvalstoffenheffing

185.000

Rioolheffing

136.000

Overzicht tarieven De hiervoor genoemde beleidsuitgangspunten leiden tot de in onderstaande tabel berekende tarieven voor 2022. Ter vergelijking zijn tevens de werkelijke cijfers van 2020 en 2021 opgenomen. 2020

2021

2022

0,0778

0,0788%

0,0756%

OZB eigenaar niet-woning

0,1610%

0,1728%

0,1792%

OZB gebruiker niet-woning

0,1308%

0,1404%

0,1456%

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

128,80

135,00

137,28

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

5,25

5,40

5,49

OZB eigenaar woning

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

8,90

9,15

9,30

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

14,30

14,70

14,94

Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds

1,85

1,91

1,94

Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds

3,05

3,14

3,19

Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval

2.70

2,78

2,82

Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval

4,60

4,73

4,81

Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval

7,45

7,66

7,78

Rioolheffing kleiner dan of gelijk aan 200 m³

188,40

194,40

199,20

Rioolheffing > 200 m³ t/m 500 m³

251,40

259,20

265,80

Rioolheffing > 500 m³

251,40

259,20

265,80

Hondenbelasting per hond

49,80

50,88

51,72

Hondenbelasting per kennel

211,20

215,88

219,48

95

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2021 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB Eig. woning

0,0877%

0,1284%

0,10930%

0,0895%

0,0788%

OZB Eig. niet-woning

0,1903%

0,2324%

0,30044%

0,1965%

0,1728%

OZB Gebr. niet-woning

0,1567%

0,1866%

0,22103%

0,1576%

0,1404%

Afvalstoffenheffing *) (meerpers. huishouden)

290

402

319

299

333

Rioolheffing

137

190

144

174

194

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk). Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter. Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

2020

2021

2022*

256.000

275.000

292.000

6,22%

7,42%

6,18%

OZB

199

217

221

Afvalstoffenheffing

227

236

240

Rioolheffing

188

194

199

Totaal

614

647

660

Lastenontwikkeling

6,4%

5,4%

2,0%

(*): Inschatting op basis van de op 1-9-2021 bekende gegevens.

96

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Coronavirus Met de coronacrisis is bevestigd dat een ongekende crisis realiteit kan worden. Een pandemie is in deze paragraaf al langer gekwalificeerd als risico. Daarmee moet ook in de toekomst rekening gehouden worden. Het benodigde weerstandsvermogen is niet veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Een belangrijke reden daarvoor is dat het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten financieel niet de dupe mogen worden van de huidige coronacrisis.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn: • De gemeenteraad wordt via de planning- en control documenten geïnformeerd over de tien belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd, indien nodig via raadsvoorstellen, bij projecten (> € 200.000,-) waar relevante risico’s worden gelopen; • De ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de één uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen.

In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren, werken we met klassengemiddelden. Deze gemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico's zich tegelijk manifesteren, wordt hierbij gerekend met een zekerheidspercentage van 90%.

97

Risico

Kans (%)

Gevolg (€)

1) Wmo/Jeugd

Risicowaarde (€) 500.000

Wmo en Jeugd zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. De uitgaven jeugdzorg lijken na jaren van stijging enigszins stabiel te zijn. De uitgaven Wmo nemen mede vanwege de invoering van het abonnementstarief toe. Er is een egalisatiereserve van € 1,1 miljoen gevormd. 2) Cybercriminaliteit Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacy risico's. De kans hierop neemt toe, er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts.

50%

750.000

375.000

3) Kosten nascheidingsinstallatie

exact

bedrag

275.000

70%

350.000

245.000

70%

350.000

245.000

exact

bedrag

142.560

exact

bedrag

130.609

30%

350.000

105.000

10% 1.000.000

100.000

Begin 2020 heeft het bestuur van Cure besloten om definitief een streep te zetten door de samenwerking met Ørsted voor het Renescience project. Toch blijft de noodzaak tot nascheiding bovenop het bronscheidingssysteem bestaan. Bij een onverhoopte negatieve besluitvorming ten aanzien van het doorgaan van het project Nascheidingsfabriek, zou dit direct resulteren in een nadelig resultaat in het jaar dat het besluit definitief genomen is. 4) Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds is aan het nieuwe kabinet. Invoering is vooralsnog voorzien per 1 januari 2023. Op 2 februari 2020 zijn voor het eerst herverdeeleffecten per individuele gemeente zichtbaar gemaakt. Op 9 juli 2021 heeft hier een aanpassing op plaatsgevonden, waarin negatieve uitschieters voor bepaalde groepen gemeenten zijn vervlakt.

Ook is een nieuwe maatstaf in het sociaal domein geïntroduceerd, die een betere indicatie geeft voor de gezondheid van de bevolking. De aangebrachte mutaties werken nadelig uit. In augustus heeft de actualisatie naar het peiljaar 2019 plaatsgevonden. Het nadelig herverdeeleffect is voor onze gemeente nu voorlopig berekend door het Rijk op afgerond € 1,8 miljoen (€ 45,- per inwoner). 5) Inkoop - Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. 6) Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.

7) GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.550.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 8) Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, BTW aangiften, opgave BTW compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. 9) Incidenten Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises

98

lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. 10) Beveiligingsincident

70%

125.000

87.500

Geldrop-Mierlo is een informatie intensieve organisatie met een primaire focus op de dienstverlening. Deze organisatie kenmerkt vragen om een betrouwbare en veilige informatievoorziening. De IBD geeft in het dreigingsbeeld 2021-2022 duidelijk het signaal af, dat de kans op beveiligingsincidenten toeneemt. Subtotaal top 10

2.205.669

Overige risico's

544.848

Totaal

2.750.517

Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)

2.475.465

Wijzigingen Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is de totale risicowaarde fors afgenomen. Dit wordt veroorzaakt door het verlagen van het risico Wmo/Jeugd en het wegvallen van het risico Afval Attero.

Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Incidentele weerstandscapaciteit

Begroting 2022

Algemene reserve

3.340.000

Inkomensreserve

0

Vrij aanwendbare bestemmingsreserves

675.000

Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien Totale weerstandscapaciteit

0 4.015.000 57.500 4.072.500

Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt vastgesteld: Ratio weerstandsvermogen = € 4.072.500,- / € 2.475.465,- = 1,65 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 1,65 voldoende is om de risico’s op te vangen. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 1,65 is het weerstandsvermogen van Geldrop-Mierlo voldoende. Zoals uit de onderstaande grafiek blijkt, stijgt de weerstandsratio vanaf 2023. Dit wordt veroorzaakt door het toenemen van de algemene reserve.

99

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=5d3f9642-c802-4782-afe1-f21cd40237bd