Jaarstukken 2024 Geldrop-Mierlo
Tekst van het document
05. Het experiment ‘digitale openbare ruimte’ is afgerond en de verkregen inzichten zijn vertaald naar vervolgstappen De behoeften, wensen en opgaven van de organisatie op het gebied van Digitale Samenleving zijn bepaald. Dit legt de basis voor een digitale samenleving die inclusief, veilig, innovatief en ethisch verantwoord is. Binnen de organisatie zijn initiatieven onderzocht, en er is 1 initiatief uitgevoerd in de openbare ruimte: slimme prullenbakken.
Doelstellingen Activiteiten in 2024 gekoppeld aan de doelen voor 2026 06. Inwoners, ondernemers, raadsleden en medewerkers kunnen op het vlak van mobiliteit, bestaanszekerheid en economie een dashboard raadplegen Zie doelstelling 4.
Doelstellingen Activiteiten in 2024 gekoppeld aan de doelen voor 2027 07. We passen datagestuurd werken toe voor mobiliteit, bestaanszekerheid en economie als instrument voor beleidsontwikkeling en -uitvoering en voor sturing en verantwoording Zie doelstelling 4.
88
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2024) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x € 1.000,Omschrijving
Primaire begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Realisatie 2024
Afwijking budget 2024
Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 6
0
0
0
0
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
65
51
3.254
3.203
0.1 Bestuur
2.913
3.553
3.678
125
0.2 Burgerzaken
2.121
2.153
1.806
-347
542
1.035
1.051
16
0.4 Overhead
15.017
16.648
16.301
-346
0.5 Treasury
-31
98
223
125
0.61 OZB woningen
236
236
352
115
0.62 OZB niet-woningen
53
53
68
15
0.63 Parkeerbelasting
10
7
0
-7
0.64 Belastingen overig
372
365
454
89
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
0
0
0
0
4.288
524
-35
-559
100
38
-59
-97
25.687
24.760
27.092
2.332
66
3.096
3.090
-6
0.1 Bestuur
42
110
49
-60
0.2 Burgerzaken
687
786
964
178
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
460
500
670
169
0.4 Overhead
520
849
1.261
412
0.5 Treasury
212
236
255
19
0.61 OZB woningen
4.804
4.849
4.806
-43
0.62 OZB niet-woningen
2.033
2.103
2.064
-40
0.63 Parkeerbelasting
364
364
352
-12
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves programma 6
0.64 Belastingen overig
359
359
373
14
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
76.321
78.086
78.567
481
0
0
0
0
Totaal Baten
85.868
91.337
92.450
1.113
Saldo (baten -/- lasten)
60.181
66.577
65.358
-1.219
0.8 Overige baten en lasten
89
Analyse 6. Organisatie 0.1 Bestuur
I/S Bedrag -222.000
Er heeft voor de voorziening wethouderspensioenen op basis van de actuariële berekening (waarbij de rekenrente t.o.v. vorig jaar gedaald is van 3,16% naar 2,325%) een aanvullende storting van € 412.500 plaatsgevonden. Daarnaast is een voorziening getroffen voor toekomstige wachtgelden van bestuurders voor € 47.000,-. 0.2 Burgerzaken
90.000
In 2024 hebben we meer leges ontvangen voor de verzoeken voor naturalisaties en de aanvragen van reisdocumenten dan begroot. Daarnaast lagen de uitgaven voor de verkiezingen van 2024 € 26.000 lager dan begroot. 0.3 Beheer overige gebouwen en grond
143.000
De gedeeltelijke vrijval van de verliesvoorziening De Jonkvrouw/Spoorzone (€ 133.678) is een voordeel in de exploitatie. 0.4 Overhead
746.000
Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's. 0.5 Treasury
237.000
De kortlopende financieringsbehoefte is kleiner gebleken dan verwacht waardoor de rentelasten van de kasgeldleningen lager zijn dan begroot. 0.61 OZB Woningen
-130.000
De BSOB heeft in de eerste maanden van 2024 de achterstand in de afhandeling van bezwaarschriften weggewerkt. Dit heeft echter wel een negatief effect gehad op de geraamde OZB-opbrengst. Bezwaren op de aanslag 2023 werden alsnog (deels) toegekend en omdat boekjaar 2023 al afgesloten is komt het nadeel van zowel 2023 als 2024 in deze jaarrekening terecht. 0.64 Belastingen overig
-74.000
In 2024 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar het hondenbeleid. Deze onderzoekskosten waren niet begroot, omdat de reserve toereikend was. 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
481.000
Zoals in de Raadsinformatiebrief (januari 2025) over de Decembercirculaire 2024 is geschreven gaf deze circulaire een extra inkomst van afgerond € 266.000 voor het boekjaar 2024. Door beperkte verschuivingen in aantallen bij de verdeelmaatstaven is daar nog afgerond € 25.000 bij gekomen. De afrekeningen op aantallen van diverse maatstaven van voorgaande dienstjaren (2022 en 2023) waren ook positief en bedroegen in totaal afgerond € 190.000. 0.8 Overige baten en lasten
559.000
Het voordeel bestaat voornamelijk uit een voordeel op energietarieven. Op andere programma's en taakvelden zijn echter hogere kosten geboekt. Deze zijn niet met elkaar verrekend, maar heffen elkaar grotendeels op. 0.9 Vennootschapsbelasting
97.000
De vennootschapsbelasting is op basis van de huidige inzichten nihil. In 2024 is er geen afdracht geweest en de voorlopige aanslag 2021 en 2022 zijn in 2024 verminderd. Per saldo 97.000 voordeel. 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
-3.203.000
Zie de algemene inleiding voor een analyse van het jaarrekeningresultaat. Overhead
389.000
Zie algemene toelichting en inleiding bij de programma’s. Kapitaallasten
-276.000
Zie algemene toelichting en inleiding bij de programma’s. Overig
-56.000
Totaal
-1.219.000
90
Paragrafen Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Vanaf 1-1-2024 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met inbegrip van kwijtschelding via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) onder gebracht bij de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). In dit licht zijn alle werkwijzen en processen beoordeeld. Het beeld van de Waarderingskamer was dat een aantal zaken verbeterd moest worden. De WOZ-waarden voldeden wel aan de wettelijk gestelde eisen, maar op onderdelen moest wel een verbetering doorgevoerd worden. Dit zat met name op afhandeling bezwaarschriften en beoordeling objectkenmerken. Vervolgens werd in de eerste maanden van 2024 door de BSOB extra ingezet op afhandeling van bezwaarschriften. De achterstand werd weggewerkt, maar dit heeft wel een dubbel negatief effect gehad op de jaarrekening 2024. Er werden voor het aanslagjaar 2023 alsnog bezwaren toegekend wat voor die panden leidt tot een lagere WOZ-waarde voor 2023 maar ook voor 2024 en de jaren daarna. Daarnaast werd in 2024 door de BSOB ingezet op de zogenaamde bestandsoptimalisatie. Er werden voor objecten (met name bouwterreinen en in aanbouw zijnde woningen en niet-woningen) alsnog aanslagen opgelegd.
Uiteraard moest voor de extra verrichte werkzaamheden van de BSOB (via Dienst Dommelvallei) betaald worden, maar dit zijn eenmalige kosten terwijl de doorgevoerde verbeteringen zorgen voor structurele meeropbrengsten. De extra meeropbrengsten waren voor 2024 net zo hoog geraamd als de extra kosten. Uiteindelijk waren de werkelijke kosten iets lager dan geraamd. De meeropbrengsten waren 17% lager dan de werkelijke kosten. En de hierboven genoemde inhaalslag in de afhandeling van ingediende bezwaarschriften heeft ook een negatief effect gehad op de totale OZB-opbrengst. De bestandsoptimalisatie is voor 80% gerealiseerd. De overige 20% wordt begin 2025 afgerond.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.
91
In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2024 als volgt aangepast: • Bij de OZB is 5,20% inflatiecorrectie toegepast. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling; • Afval: het vastrecht is verhoogd van € 144,96 naar € 190,68 en het variabele tarief voor de ledigingen is met gemiddeld 5,90% verhoogd ten opzichte van 2023. • Riolering: de tarieven bleven op het niveau van 2023. • Toeristenbelasting: het tarief is met het inflatiepercentage van 5,2% verhoogd van € 1,46 naar € 1,54. • Hondenbelasting: het tarief voor de hondenbelasting is verhoogd met het inflatiepercentage van 5,20%. • Reclamebelasting: het tarief voor de reclamebelasting is verhoogd met het inflatiepercentage van 5,20%. • Leges: de tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 5,20%. Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven heeft plaats gevonden door vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 11 december 2023.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De tarieven voor 2024 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en er is een inflatiecorrectie van 5,20% toegepast.
Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: Een vast deel: Hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling; Een variabel deel: Het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. Er is in 2024 sprake van een tekort op de gesloten exploitatie afval. Dit tekort wordt ten laste van de algemene dienst gebracht omdat de voorziening afval nihil is. Hiervoor verwijzen wij u naar de tabel in het onderdeel 'kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing' en het analyse overzicht van de baten en lasten programma 5.
In onderstaande tabel is te zien welke negatieve of positieve resultaten m.b.t. de gesloten exploitatie afval ten gunste of ten laste van de algemene dienst zijn gebracht. In het geval van negatieve resultaten was dit het geval wanneer de voorziening ontoereikend was om het tekort te dekken.
92
Jaar
Lasten afval ten laste van algemene dienst
Baten afval ten gunste van algemene dienst
2017
4.886
0
2018
220.900
0
2019
339.577
0
2020
0
0
2021
0
204.000
2022
200.484
0
2023
203.605
0
2024
355.328
0
Saldo
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De kosten voor verbetering, vervanging, beheer en onderhoud van het rioolstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. Deze belasting wordt geheven van de gebruikers van woningen en niet-woningen vanwege het lozen van afvalwater en hemelwater op de riolering. De in principe kostendekkende tarieven zijn gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027. Bij de invoering van de verbrede rioolheffing is de mogelijkheid geboden om naast de kosten van afvalwater ook de kosten van verwerking en afvoer van hemelwater in de rioolheffing te betrekken. Voor het afvoeren van hemelwater zijn en worden ook investeringen gedaan. Het afvalwater heeft een minimaal aandeel in de totale hoeveelheid water die verwerkt/afgevoerd wordt via de riolering. Het overgrote deel betreft hemelwater maar dit moet mede in relatie gezien worden tot het weer. In de komende jaren gaan we veel klimaat adaptieve maatregelen nemen. Hiervoor zijn grote investeringen vereist.
Kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren. Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde kostendekkendheidspercentage weergegeven.
93
Dekkendheid rioolheffing
2024
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
1.461.424
Kapitaallasten
1.175.629
Mutatie voorziening
-795.736
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
1.841.317
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
296.333
Kwijtschelding taakveld 6.3
137.181
Straatreiniging taakveld 2.1
341.419
Watertaken taakveld 5.7
191.934
BTW taakveld 0.11*
1.276.802
Totaal toerekenbaar
2.243.669
Totaal lasten
4.084.986
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
4.115.226
Overige opbrengsten taakveld 7.2 Baten totaal taakved 7.2
-30.240 4.084.986
Dekkendheidpercentage riool * De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.
Dekkendheid afvalstoffenheffing
2024
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
1.591.412
Lasten overige afvalstromen
4.125.493
Kapitaallasten Mutatie voorziening afval Totaal lasten afval taakveld 7.3
70.440 0 5.787.345
Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
122.892
Kwijtschelding taakveld 6.3
198.100
Straatreiniging taakveld 2.1
331.244
BTW taakveld 0.11*
1.017.546
Totaal toerekenbaar
1.669.782
Totaal lasten
7.457.127
Baten afvalstoffenheffing
4.980.722
Baten milieustraat
678.690
Baten overige afvalstromen
1.462.090
Totaal baten taakveld 7.3
7.121.502
Dekkendheidpercentage afval
96%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.
94
Leges Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven. De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie.
Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len). Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.
Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten Hoofdstuk 1
Salaris Overhead Lasten Percentage
Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
-218.104 61.049
53.918 118.511
93%
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
-569.407 82.852
73.175 303.654
124%
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen
-141.439 65.410
57.770 30.825
92%
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
-29.400 91.574
80.878
4.856
17%
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken
0
4.361
3.852
0
0%
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
8
4.361
3.852
411
0%
-3.763 39.246
34.662
3.216
5%
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief
0
0
0
0
0%
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten
-63.532 52.328
46.216
2.315
63%
Paragraaf 1.10
-8.007
0
0
0%
354.323 463.788
85%
Diversen Totaal hoofdstuk 1
0
- 401.181 1.033.644
De salarislasten en overhead in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.
95
Baten Hoofdstuk 2
Salaris Overhead Lasten Percentage
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
0
0
0
Paragraaf 2.2 Voorfase
0
0
0 109.616
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
-478.032 390.912
345.253
0
0% 0%
0
65%
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
0
0
0 13.541
0%
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
0
0
0
9.987
0%
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
0
0
0 20.071
0%
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.13 Vermindering
0
0
0
0
0%
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
0
0
0
0
0%
345.253 153.215
54%
Totaal hoofdstuk 2
-478.032 390.912
De salarislasten en overhead in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Salaris Overhead Lasten Percentage Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1
Horeca
3.162
4.361
3.852
0
38%
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven
0
0
0
0
0%
Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet
0
4.361
3.852
0
0%
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
0 21.803
19.256
0
0%
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
0
4.361
3.852
0
0%
Paragraaf 3.6
Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]
0
0
0
0
0%
Paragraaf 3.7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
0
0
0
0
0%
- 34.886 3.162
30.812
0
5%
Totaal hoofdstuk 3
Parkeerbelasting De parkeerbelasting is van toepassing op het centrum van Geldrop. De werkelijke opbrengst in 2024 bedroeg € 351.000,-. Dit is het totaal van parkeergelden (€ 341.000,-), en de naheffingsaanslagen (€ 10.000,-).
Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. In 2024 is het tarief € 1,54 per persoon per overnachting). De opbrengsten uit toeristenbelasting in 2024 bedragen € 607.000,-.
96
Lijkbezorgingsrechten Een klein deel van de begraafplaats ’t Zand in Geldrop is de algemene begraafplaats van de gemeente. De ontvangen lijkbezorgingsrechten hebben betrekking op deze begraafplaats en bedragen in 2024 € 7.000,-.
Hondenbelasting De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor de uitgaven hondenbeleid en handhaving hondenbeleid. Aan het einde van het jaar wordt het overschot of het tekort op de inkomsten verrekend met de reserve Hondenbeleid. Wanneer de inkomsten hoger zijn geweest dan de uitgaven in een bepaald jaar, dit wordt toegevoegd aan de reserve en andersom. De tarieven voor 2024 zijn ten opzichte van 2023 verhoogd met het inflatiepercentage van 5,2%. De opbrengsten uit hondenbelasting zijn in 2024 € 242.000,-.
Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in de vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds. Het tarief van de reclamebelasting is in 2024 verhoogd met de inflatiecorrectie (5,2%). De opbrengsten uit reclamebelasting zijn in 2024 € 117.000,-.
Kwijtscheldingsbeleid Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.
97
Overzicht tarieven 2022
2023
2024
OZB eigenaar woning
0,0756%
0,0645%
0,0659%
OZB eigenaar niet-woning
0,1792%
0,1787%
0,1834%
OZB gebruiker niet-woning
0,1456%
0,1452%
0,1490%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
137,40
144,96
190,68
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
5,49
5,59
5,92
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
9,30
9,48
10,04
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval
14,94
15,23
16,13
Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds
1,94
1,97
2,09
Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds
3,19
3,25
3,44
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval
2,82
2,88
3,04
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval
4,81
4,90
5,19
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval
7,78
7,93
8,40
Rioolheffing < 200 m3
199,20
199,20
199,20
Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3
265,80
265,80
265,80
Rioolheffing > 500 m3
265,80
265,80
265,80
Toeristenbelasting
1,46
1,46
1,54
Hondenbelasting per hond
51,72
52,80
55,44
Hondenbelasting per kennel
219,48
223,80
235,44
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning
0,0770%
0,1058%
0,0937%
0,0804%
0,0659%
OZB eigenaar niet-woning
0,1966%
0,2436%
0,2961%
0,2171%
0,1834%
OZB gebruiker niet-woning
0,1644%
0,1955%
0,2092%
0,1718%
0,1490%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)
335
303
322
369
358
Rioolheffing
210
207
192
190
199
(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).
Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter.
Jaar
2022
2023
2024
WOZ-waarde
305.000
350.000
360.500
Wijziging WOZ-waarde
10,91%
15,00%
3,00%
OZB
231
226
238
Afvalstoffenheffing
240
250
302
Rioolheffing
199
199
199
Totaal
670
675
739
3,55%
0,75%
9,48%
Lastenontwikkeling
98
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn: • De gemeenteraad wordt via de planning- en control documenten geïnformeerd over de 10 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd, indien nodig via raadsvoorstellen, bij projecten (> € 200.000,-) waar relevante risico’s worden gelopen; • De ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen.
In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Risicomanagement is een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.
Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.
99
Risico (bepaling risicowaarde)
1) Wmo/Jeugd (exact bedrag)
Risicowaarde jaarrekening 2024
Risicowaarde begroting 2025
Risicowaarde jaarrekening 2023
1.000.000
1.500.000
2.500.000
375.000
375.000
375.000
298.342
298.342
-
245.000
245.000
245.000
245.000
175.000
175.000
203.040
147.960
147.960
175.000
175.000
175.000
154.520
152.598
152.598
Wmo en Jeugd zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. 2) Cyberrisico's (50% x € 750.000) De informatiebeveiligingsdienst van de VNG waarschuwt dat overheden risico lopen op schade door mogelijke cyberaanvallen. Landelijk zien we een toename van meldingen van ransomware met verwoestende gevolgen en een groeiend aantal geregistreerde kwetsbaarheden in software. Dit kan leiden tot verstoring van essentiële diensten, identiteitsdiefstal, financiële fraude en verlies van vertrouwen bij inwoners. Gemeenten hebben de afgelopen jaren regelmatig te maken gehad met incidenten bij derden, waarvan de gevolgen merkbaar waren binnen hun eigen gemeente. Voor veel kritische processen levert Dienst Dommelvallei diensten via de gemeenschappelijke regeling. Binnen deze processen loopt de gemeente het risico waardevolle informatie te verliezen of schade te lijden als informatie niet meer beschikbaar is. Cybercriminaliteit is een risico, met aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfsvoering en inwoners. De snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en de achterblijvende implementatie van informatiebeveiligings- en privacywetgeving maken dit tot een risico.
3) Verbonden partij - Senzer (exact bedrag) Het onafgedekte risico, zijnde € 2.101.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 4) Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 350.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In het voorjaar 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten. Er is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel). Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan.
De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. 5) Inkoop (70% x € 350.000) - Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. 6) Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 7) Continuïteit bedrijfsvoering (70% x € 350.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v.
krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur. 8) Grondbedrijf (exact bedrag) Reserve grond op dit moment voldoende om risico's op te vangen. Vanaf een weerstandsvermogen <35% dient 50% van het tekort vanuit de algemene dienst bijgestort te worden.
100