Fazantlaan-West (Luchen) vastgesteld 2 Bijlagen bij de toelichting pag. 115 tm 456
Tekst van het document
Tabel 3
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 2,4 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland & groenblauwe mantel
Binnen plangebied
Mogelijk
Effectenanalyse NNB en groenblauwe mantel
Toetsen of de ecologische waarden en kenmerken gelijk blijven
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Minimaal
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Ja
Te voorkomen
Verlichting gericht of uitschijnend op opgaand groen vermijden
Verlichting kan een negatief effect hebben op foerageer- en vliegroutefuncties
Vliegroutes
Ja
Mogelijk
Bomenrij langs Luchenseheide behouden of vliegroute-onderzoek uitvoeren
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Mogelijk
Onderzoek naar aanwezigheid das, wezel, bunzing en steenmarter
Bij aanwezigheid is mogelijk een ontheffing nodig voor de werkzaamheden
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Broedvogels
Vleermuizen
vrijdag 16 september 2022
14
6 Samenvatting
Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. • Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. • Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. • Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
•
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen • Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant • Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) • Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant) • Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites • Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) • Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) • Floron.nl (soortgegevens planten) • Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) • Sovon.nl (soortgegevens vogels) • Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) • Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) • Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) • Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
vrijdag 16 september 2022
15
6 Samenvatting
Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
vrijdag 16 september 2022
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
16
Bijlage 6 Effectbeoordeling NNB/groenblauwe mantel Fazantlaan-West (Luchen), Stantec
Fazantlaan-West (Luchen), vastgesteld
172
O P G E S T E L D V O O R : G E M E E N T E G E L D R O P - M I E R L O / / O P G E S T E L D D O O R : S TA N T E C B V
Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel FazantlaanWest, Mierlo
O PG EST EL D VOO R: F O UT ! VERW I JZ I NG SBRO N NI ET G EVO NDEN. OPGESTELD DOOR: STANTEC BV
REFERENTI E: 327200788 21-11-2023
Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo
In opdracht van: Gemeente Geldrop-Mierlo Opgesteld door: A.W.D. Roovers Projectnummer: 327200788 Documentnaam: Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Datum: 7 november 2023
Versie
Vrijgegeven door
Paraaf
Datum
Effectbeoordeling NNN_GBM.docx
WvV
WvV
7 november 2023
Bezoekadres
KVK Haaglanden 27 18 43 23
Hoevestein 20b
BNP Paribas 022 77 40 432
4903 SC OOSTERHOUT
IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A
www.stantec.com/nl
Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
INHOUDSOPGAVE 1.0 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Locatie
1 1 1
2.0 Beoordelingskader
2
3.0 Wetgeving en beleid 3.1 Natuurnetwerk Brabant (NNB) 3.2 Groenblauwe Mantel
4 4 4
4.0 Effectbeschrijving- en beoordeling NNB 4.1 Huidige situatie 4.2 Effecten 4.3 aanbevelingen
6 6 7 7
5.0 Effectbeschrijving Groenblauwe mantel 5.1 Huidige situatie 5.2 Effecten & aanbevelingen 5.3 aanbevelingen
9 9 10 11
6.0 Conclusie 6.1 vervolgstappen
12 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
7.0 Bronnen
13
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo
1.0
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Zoals in heel Nederland, is ook in de gemeente Geldrop-Mierlo sprake van woningnood. Om aan de woningvraag te voldoen wordt ten noordwesten van de kern Mierlo een nieuwe (woon)wijk gerealiseerd genaamd Luchen. Voor de ontwikkeling van het deelgebied Fazantlaan-West wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen.
1.2
LOCATIE
Deze rapportage omvat de effecten van deellocatie ‘Luchen Fazantlaan en omgeving’. Deze deellocatie bestaat uit 20 woningen in een groene en bosrijke omgeving. Het type woningen zijn bungalows en vrijstaande woningen. In het stedenbouwkundig plan is ook ruimte gereserveerd voor de ontwikkeling van maximaal 15 tiny houses. de woningbouw wordt gerealiseerd in een 'robuust' groen raamwerk met behoud en versterking van (historische) groenstructuur.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (rood gearceerd), (bron: gemeente Geldrop Mierlo)
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 1
In het stedebouwkundigplan staat het de ontwikkeling als volgt omschreven: Het plan betreft niet enkel het realiseren van woningen. Het aanleggen van landschappelijke groenstructuren (onder andere in de groenblauwe mantel) draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast en gaat hittestress tegen. Bovendien krijgt Groot Luchen middels de nieuwe woonbuurt een kwalitatieve afronding en versterking van de randen van de wijk. Daarnaast worden de (historische) groen- en bebouwingsstructuren versterkt. Aan deze verschillende structuren worden nieuwe langzaam verkeersverbindingen gekoppeld. De ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid zal niet alleen voor de nieuwe buurt van hoge kwaliteit zijn, de omgeving krijgt ook een aanzienlijke impuls op deze vlakken.
Figuur 2.2: Verbeelding met hierop globaal de toekomstige situatie/inrichting van het plangebied.
2.0
BEOORDELINGSKADER
In deze rapportage worden de effecten op Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Groenblauwe mantel beschreven. Ecologische verbindingszones (EVZ) en Nationaal Natuurgebied (NG) zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze buiten de invloedssfeer van de ontwikkeling liggen. Beschermde soorten (Hoofdstuk 3 uit de Wet Natuurbescherming), Beschermde Houtopstanden (Hoofdstuk 4 uit de Wet Natuurbescherming) alsook de APV worden in deze rapportage eveneens niet meegenomen.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 2
In onderstaande tabel is weergegeven aan welke aspecten getoetst wordt met het oog op effecten in de realisatie- en gebruiksfase. Op basis van de locatie en de aard van de werkzaamheden worden de volgende effecten op de NNN niet verwacht: • • • • •
Verandering in populatiedynamiek Verontreiniging Optische verstoring Verstoring door trilling Barrièrewerking
Bovenstaande effecten worden dus ook niet meegenomen.
Tabel 1: Toetsingscriteria per functie en in welke eenheid een eventueel effect uitgedrukt wordt. Beschermd gebied
Criteria
Uitgedrukt in
NNN
Ruimtebeslag
Oppervlak
Geluidsverstoring
Kwalitatief
Lichtverstoring
Kwalitatief
Fysiek ruimtebeslag
Oppervlak
Ecologische waarden en kenmerken
Kwalitatief
Landschappelijke waarden en kenmerken
Kwalitatief
Hydrologische waarden en kenmerken
Kwalitatief
Groenblauwe mantel
De waardering van effecten gebeurt middels de volgende puntentelling: ++
Sterk positief effect
+
Positief effect
0
Geen effect of per saldo neutraal effect
-
Negatief effect
--
Sterk negatief effect
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 3
3.0
WETGEVING EN BELEID
In de onderstaande paragrafen wordt een korte beschrijving van de vigerende wet- en regelgeving.
3.1
NATUURNETWERK BRABANT (NNB)
Het NNN is planologisch beschermd in de Provinciale Structuurvisies en Verordeningen. In de Verordening staat aangegeven aan welke voorwaarden bij ruimtelijke ingrepen in en langs het NNN moet worden voldaan. Ook is het compensatiebeleid bij aantastingen van het Natuurnetwerk Nederland hierin opgenomen. Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang, als bossen, heide en vennen, stuifduinen, schraalgraslanden en rivieren en beken. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Aangezien deze belangrijk zijn voor (beschermde) flora en fauna. Het Natuur Netwerk Brabant hangt samen met het Natuur Netwerk in de andere delen van Nederland en met het Europese net van natuurgebieden, bekend onder de naam Natura 2000. Het provinciale beleid is erop gericht om het netwerk in 2027 gereed te hebben. Bij het opstellen van een omgevingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan zijn beschreven. Als een ontwikkeling buiten de begrenzing van de NNB plaats vindt (ruimtebeslag) en geen externe werking met zich meebrengt, kan een activiteit doorgang vinden.
Externe werking houdt in dat een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van de NNB vanwege o.a. geluid, licht, betreding, barrièrewerking, trilling, schaduwwerking en/of windturbulentie. Als er een negatief effect optreedt op de waarden van het NNB, geldt dat de negatieve effecten, waar mogelijk, worden beperkt en als dat niet mogelijk is, worden gecompenseerd.
3.2
GROENBLAUWE MANTEL
De provincie Noord-Brabant streeft naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het landelijk gebied. Deze gebieden behoren tot de de Groenblauwe mantel. De Groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Bij een bestemmingsplanwijziging voor woningbouw moet een toelichting worden gegeven over de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de nadelige gevolgen voor de Groenblauwe mantel. In deze toelichting staat beschreven hoe het bestemmingsplan, met het oog op de groenblauwe mantel: a) strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden; STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 4
b) stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Onder ecologische waarden en kenmerken worden de aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied (natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde) verstaan. Onder landschappelijke waarden wordt de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten verstaan. Als Verstedelijking afweegbaar samenvalt met de Groenblauwe Mantel geeft het bestemmingsplan in aanvulling op artikel 3.43, overeenkomstige toepassing aan artikel 3.32 “Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel” en geldt dat de duurzame stedelijke ontwikkeling: a) plaatsvindt in samenhang en in evenredigheid met een groene en blauwe landschapsontwikkeling binnen het gebied of de naaste omgeving; b) geen betrekking heeft op een te ontwikkelen of een uit te breiden zwaar bedrijventerrein.
In de Handreiking Kwaliteitsverbetering Landschap van de provincie is aangegeven welke uitgangspunten worden gehanteerd. Uitgangspunt is dat, bij wezenlijke aantasting van de groenblauwe mantel bij ruimtelijke ordening, 20% van de opbrengsten afkomstig uit de opwaardering van de grondwaarde door bestemmingsplanwijziging wordt ingezet voor kwaliteitsverbetering van de groenblauwe mantel in de omgeving.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 5
4.0
EFFECTBESCHRIJVING- EN BEOORDELING NNB
Aangrenzend aan het plangebied is NNN aanwezig. Voor deze gebieden is onderzocht of er negatieve effecten op de kenmerkende waarden optreden. Gezien de aard van het project en de ligging worden de volgende mogelijke effecten getoetst: • • •
Fysiek ruimtebeslag Toename geluidverstoring Toename lichtverstoring
De huidige situatie en de mogelijke effecten zijn in de onderstaande paragrafen uitgewerkt.
4.1
HUIDIGE SITUATIE
In de directe omgeving van het projectgebied liggen NNN-gebieden die door de voorgenomen plannen negatieve effecten kunnen ondervinden. De NNN valt níet samen met Natura 2000gebieden en/of EVZ.
Figuur 3.1: Ligging van NNN-gebieden in de directe omgeving van het plangebied.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 6
4.2
EFFECTEN
4.2.1
Fysiek ruimtebeslag
Er vindt geen fysiek ruimtebeslag plaats op de NNN. Het plangebied grenst, aan westzijde, wel aan de NNN. Aan deze zijde wordt een strook van 10 meter binnen het plangebied bestemd als 'groenzone' (bossingel) waarvan de oprichting/instandhouding in het bestemminigsplan wordt geborgd. Directe effecten worden niet verwacht.
4.2.2
Geluidsverstoring
Het plangebied grenst aan NNN. Aangezien het gebied wijzigt van landbouwgebied (akker) naar woongebied zal er een toename aan geluid plaats vinden.
4.2.3
Lichtverstoring
Het plangebied grenst aan NNN. Aangezien het gebied wijzigt van landbouwgebied (akker) naar woongebied zal er een toename aan licht plaats gaan vinden wat weer een indirect effect heeft op het NNN-gebied. Lichtverstoring is goed te beperken door geschikt straatmeubilair te plaatsen. Indien neerwaartse verlichting toegepast wordt in combinatie met het vermijden van blauw licht (toepassen van rood dan wel amberkleurig licht), wordt lichtverstoring tot een minimum beperkt. Daarnaast kan men, door landschappelijke inpassing van groen, voorkomen dat lichtverstoring optreedt. Door het inpassen van een houtwal, van bomen en struweel aangrenzend aan het NNNgebied wordt lichtinstraling tegengegaan. Het is dan wel van belang dat er eveneens gebruik gemaakt wordt van bladhoudende dan wel semi-bladhoudende beplanting.
4.3
AANBEVELINGEN
Aangezien er enkel effecten te verwachten is op het gebied van geluid- en lichtverstoring wordt in deze paragraaf enkel ingegaan op aanbevelingen op deze punten.
4.3.1
Geluidsverstoring
Geluidsverstoring op het NNB-gebied kan verminderd worden middels het scheppen van goede randvoorwaarden aan de locatie met betrekking tot geluidsbelasting. Aanbeveling is het gebied grenzend aan het NNB autoluw te maken. Men kan er ook voor kiezen om een maximumsnelheid toe te staan van 15km/uur. Dit kan men bewerkstelligen door het gebied aan te merken als woonerf. Ook de locatie van speeltuinen en/of ontmoetingsplekken dienen omzoomd te worden door groen zodat geluid geabsorbeerd wordt middels bladhoudende dan wel semi-bladhoudende beplanting.. De voorkeurslocatie hiervoor is aan de Fazantweg.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 7
4.3.2
Lichtverstoring
Lichtverstoring is goed te beperken door geschikt straatmeubilair te plaatsen. Indien neerwaartse verlichting toegepast wordt in combinatie met het vermijden van blauw licht (toepassen van rood dan wel amberkleurig licht), wordt lichtverstoring tot een minimum beperkt. Daarnaast wordt, door landschappelijke inpassing van groen, voorkomen dat lichtverstoring optreedt. Door het inpassen van een houtwal, bomen en struweel direct aangrenzend aan het NNN-gebied wordt lichtinstraling tegengegaan. Het is van belang dat er eveneens gebruik gemaakt wordt van bladhoudende dan wel semi-bladhoudende beplanting.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 8
5.0
EFFECTBESCHRIJVING GROENBLAUWE MANTEL
Op een gedeelte van het plangebied is Groenblauwe mantel aanwezig. Voor deze gebieden is onderzocht of er negatieve effecten op de kenmerkende waarden optreden. Gezien de aard van het project en de ligging worden de volgende mogelijke effecten getoetst: • • • •
Fysiek ruimtebeslag Ecologische waarden en kenmerken van het gebied Landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied Hydrologische waarden en kenmerken van het gebied
De huidige situatie en de mogelijke effecten zijn in de onderstaande paragrafen uitgewerkt.
5.1
HUIDIGE SITUATIE
Voor de gebieden welke aangewezen zijn als groenblauwe mantel is onderzocht of fysiek ruimtebeslag op deze gebieden optreedt. In het plangebied liggen verschillende gebieden die onderdeel uitmaken van de Groenblauwe Mantel. De thema’s, welke toegewezen zijn in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie van augustus 2023) aan de groenblauwe mantel binnen het plangebied betreffen landschap en water. Desondanks worden ook de effecten op de ecologische waarden en kenmerken beschreven.
Figuur 4.1: Ligging van de groenblauwe mantel binnen en in de directe omgeving van het plangebied. STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 9
5.2
EFFECTEN & AANBEVELINGEN
5.2.1
Fysiek ruimtebeslag
Er vindt fysiek ruimtebeslag plaats op de Groenblauwe mantel met een bruto oppervlak van 1,89ha. Hiervan is 0,20ha in de bestaande situatie met als functie verkeer (0,06ha als weg met asfaltverharding en 0,14ha als onverharde weg). De overige 1,69ha heeft de functie agrarisch en wordt gebruikt als maisperceel. Aangezien de weg met asfaltverharding (Luchenseheide) niet zal wijzigen is er sprake van een netto fysiek ruimtebeslag van 1,83 ha.
5.2.2
Ecologische waarden en kenmerken van het gebied
Het plangebied en zijn directe omgeving, wordt gebruikt als leef- en foerageergebied van de o.a. de das, steenmarter en vos. Het gebied is echter niet als essentieel te beschouwen aangezien er in de directe omgeving voldoende alternatieven voorhanden zijn. Of het plangebied beschikt over vaste rust en verblijfplaatsen wordt nader onderzocht via een ander spoor. Het is echter wel van belang dat het agrarisch gebied, vanuit het NNB-gebied, bereikbaar blijft. Dit houdt in dat het nieuwe woongebied dusdanig landschappelijk ingepast dient te worden dat dieren gebruik kunnen blijven maken van het achterliggende agrarisch gebeid.
5.2.3
Landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied
De Groenblauwe mantel heeft in de huidige situatie de functie agrarisch en wordt gebruikt als maisperceel. Aan de zuid- en westzijde is ruigte en struweel aanwezig. Dit blijft in de toekomstige situatie behouden en wordt versterk middels de aanplant van struweel. Langs de Luchenseheide/Koolmees is een bomenrij aanwezig. Deze bomenrij wordt versterkt. De bomenrij langs de Fazantlaan blijft behouden. Er zullen dus geen wijzigingen optreden in het landschappelijke beeld van bomenrijen. Deze worden enkel versterkt. Daarnaast worden de woningen, en dan met name de tiny houses, ingepast in nieuw aan te leggen groen.
5.2.4
Hydrologische waarden en kenmerken van het gebied
Het plangebied bevindt zich op de hoge zandgronden van Oost-Brabant en heeft als bodemtype veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand. Er is sprake van een grondwatertrap variërend van IVc tot VIIo. Het freatisch grondwater staat op 17-19m NAP. Het diepe grondwater staat op 19-20m NAP. Dit houdt in dat er sprake is van een kwelgebied. Gezien de aanwezigheid van een ven aan de westzijde van het gebied en een beek aan de oostzijde van het gebied is dit verschijnsel te verklaren. De bebouwing en verharding zal echter geen invloed hebben op het uittredend grondwater op deze locaties. Door het aanbrengen van bebouwing en verharding zal er echter minder hemelwater kunnen infiltreren in de grond. Dit kan van invloed zijn op voornamelijk het freatisch grondwater in het gebied.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 10
5.3
AANBEVELINGEN
5.3.1
Fysiek ruimtebeslag
Er vindt fysiek ruimtebeslag plaats op de Groenblauwe mantel met een bruto oppervlak van 1,89ha. Hiervan is 0,21ha in de bestaande situatie met als functie verkeer (0,06ha als weg met asfaltverharding en 0,14 als onverharde weg). De overige 1,69 ha heeft de functie agrarisch en wordt gebruikt als maisperceel. Aangezien de weg met asfaltverharding (Luchenseheide) niet zal wijziging is er sprake van een netto fysiek ruimtebeslag van 1,84 ha.
5.3.2
Ecologische waarden en kenmerken van het gebied
Het is van belang dat het agrarisch gebied, vanuit het NNB-gebied, bereikbaar blijft. Dit houdt in dat het nieuwe woongebied dusdanig landschappelijk ingepast dient te worden dat dieren gebruik kunnen blijven maken van het achterliggende agrarisch gebied.
5.3.3
Landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied
Om de landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied te behouden is het van belang dat bestaande landschapselementen behouden blijven en versterkt worden. De Groenblauwe mantel heeft in de huidige situatie de functie agrarisch en wordt gebruikt als maisperceel. Aan de zuid- en westzijde is ruigte en struweel aanwezig. Dit blijft in de toekomstige situatie behouden en wordt versterk middels de aanplant van struweel. De huidige situatie, op het gebied van groen, wordt in de toekomstige situatie versterkt. Langs de Luchenseheide/Koolmees is een bomenrij aanwezig. Deze bomenrij wordt versterkt. De bomenrij langs de Fazantlaan blijft behouden. Er zullen dus geen wijzigingen optreden in het landschappelijke beeld van bomenrijen. Deze worden enkel versterkt.
5.3.4
Hydrologische waarden en kenmerken van het gebied
Om te voorkomen dat het freatisch grondwater daalt en er dus verdroging optreedt in het gebied, is het van belang dat hemelwater kan infiltreren in de grond. Dit kan men stimuleren door het aanbrengen van wadi’s. Ook is het van belang om de woningen af te koppelen van de riolering (dus ook het HWA) hiermee kan water via het oppervlak afstromen en infiltreren in de grond. Om goed in beeld te brengen wat de mogelijkheden zijn dient een watertoets opgesteld te worden.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 11
6.0
CONCLUSIE
In hoofdstuk 5 en 6 is uiteengezet wat de mogelijke effecten zijn van het plan op de aanwezige functies NNN en Groenblauwe mantel. In onderstaande grafiek is het effect gewaardeerd. De waardering van effecten is weergegeven middels de volgende puntentelling: ++
Sterk positief effect
+
Positief effect
0
Geen effect of per saldo neutraal effect
-
Negatief effect
--
Sterk negatief effect
Tabel 2: Effectbepaling van het plan op de functie met beoordeling per functie Toetsingscriteria per functie en in welke eenheid een eventueel effect uitgedrukt wordt. Beschermd gebied
Criteria
Effect zonder mitigatie
Effect met mitigatie
NNN
Ruimtebeslag
0
0
Geluidsverstoring
-
0
Lichtverstoring
-
0
Fysiek ruimtebeslag
--
--
Ecologische waarden en kenmerken
-
0
Landschappelijke waarden en kenmerken
0
+
Hydrologische waarden en kenmerken
-
0
Groenblauwe mantel
Vanuit bovenstaande tabel is af te lezen dat er een negatief effect plaats ten aanzien van fysiek ruimtebeslag op de groenblauwe mantel. Dit dient gecompenseerd te worden in de vorm van kwaliteitsverbetering van de groenblauwe mantel in de omgeving. Ten aanzien van het fysiek ruimtebeslag op de Groenblauwe mantel is er, vanuit de provincie NoordBrabant, geen verplichting om deze gronden te compenseren. Wel dient de aantasting van de Groenblauwe mantel zoveel mogelijk gemitigeerd te worden. Dat houdt in dat de ontwikkeling geen negatief effect mag hebben op de aanwezige landschappelijke waarden. In het plan is rekening gehouden met de aanwezige waarden. Middels de uitvoer van het plan worden zelfs de landschappelijke waarden, door de aanleg van wadi’s, openbaar groen en houtsingels/-wallen, versterkt waardoor er sprake is van een kwaliteitsverbetering.
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 12
7.0
BRONNEN
INTERIM OMGEVINGSVERORDENING NOORD-BRABANT, provincie Noord-Brabant, 2023
STANTEC | Effectbeoordeling NNB/Groenblauwe mantel Fazantlaan-West, Mierlo 13
Bijlage 7 Nader onderzoek naar de das Luchen-Fazantlaan, Stantec
Fazantlaan-West (Luchen), vastgesteld
189
O P G E S T E L D V O O R : G E M E E N T E G E L D R O P - M I E R L O / / O P G E S T E L D D O O R : S TA N T E C B V
Nader onderzoek naar de das Luchen-Fazantlaan Mierlo OPGESTELD VOOR: Gemeente Geldrop-Mierlo OPGESTELD DOOR: STANTEC BV REFERENTIE: 327200788 DATUM: 1 MAART 2024
Nader onderzoek naar de das Luchen-Fazantlaan te Mierlo
In opdracht van: Gemeente Geldrop-Mierlo Opgesteld door: Matthijs Ruytenburg Projectnummer: 327200788 Documentnaam: Nader onderzoek Das Luchen – Fazantlaan Mierlo Datum: 1 maart 2024
Versie
Vrijgegeven door
Paraaf
Datum
Nader onderzoek Das LuchenFazantlaan Mierlo
A.W.D. Roovers
SR
1 maart 2024
Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
Inhoudsopgave 1.0 Samenvatting
1
2.0 Inleiding 2.1 Aanleiding 2.2 Locatie 2.3 Omschrijving plangebied 2.4 Onderzoeksgebied 2.5 Activiteiten 2.6 Wettelijk kader 2.7 Doel
2 2 2 3 4 4 5 6
3.0 Methode 3.1 Das 3.2 Betrouwbaarheid 3.3 Geldigheid
6 6 8 9
4.0 Resultaten 4.1 Das
10 10
5.0 Conclusie 5.1 Das 5.2 Overige soorten (niet meegnomen in onderzoek) 5.3 Maatregelen
14 14 15 16
6.0 Bronnen
18
Bijlage 1: Samenvatting uit de quickscan Wnb Bijlage 2: Locaties wildcamera’s Bijlage 3: Onderzoeksgebied Bijlage 4: Gebruik leefgebied
1.0
SAMENVATTING
In de conclusies van de quickscan en het nader onderzoek is bepaald dat vervolgstappen nodig zijn om overtredingen van verbodsbepalingen vanuit de Wet natuurbescherming te voorkomen. In onderstaande tabel is weergegeven welke vervolgstappen dat zijn. Tabel 1: Te nemen vervolgstappen teneinde overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen Soort of soortgroep
Beschermde functies aanwezig
Overtreding verbodsbepaling
Ontheffing Wnb nodig
EWP nodig
Algemene broedvogels
Ja
Nee
Ja
Jaarrond beschermde nesten categorie 5 Vleermuizen verblijfplaatsen Vleermuizen foerageergebied
Nee
Nee
Nee, indien gewerkt wordt conform ecologisch werkprotocol Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Ja
Vleermuizen vliegroutes
Ja
Nee
Ja
Das
Ja, vluchtpijp
Ja
Ja
Kleine marterachtigen
Ja, leefgebied en vaste rusten verblijfplaats Ja, leefgebied
Mogelijk, indirect effect (lichtverstoring) Mogelijk, indirect effect (lichtverstoring) Ja, vernietiging en verstoring Ja, vernietiging
Ja
Ja
Ja, vernietiging Nee
Ja
Ja
Steenmarter Overige grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën
Ja
Nee
Nee, indien gewerkt Ja wordt conform ecologisch werkprotocol Nee Nee Nee Nee Ja Nee Nee, indien gewerkt Ja wordt conform ecologisch werkprotocol Vissen Nee Nee Nee Nee Ongewervelden Nee Nee Nee Nee Vaatplanten Nee Nee Nee Nee * Door te werken volgens een ecologisch werkprotocol wordt voorkomen dat er een negatief effect optreedt op aanwezige beschermde soorten en functies.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 1
2.0
INLEIDING
2.1
AANLEIDING
De aanleiding voor het nader onderzoek naar de das zijn de voorgenomen nieuwbouwplannen voor het project ‘Groot Luchen’. Voor de bestemmingswijziging is in het kader van de Wet Natuurbescherming een Quickscan flora en fauna uitgevoerd (BRO, 2022). Uit de Quickscan komt naar voren dat de ontwikkeling een negatieve impact kan hebben op kleine marterachtigen en de das. Voor kleine marterachtigen wordt een mitigatie/compensatieplan geschreven. Voor de das is nader onderzoek noodzakelijk om aan te tonen of de aangetroffen (vlucht)pijpen nog in gebruik zijn door de das en of het plangebied onderdeel is van het essentieel functioneel leefgebied van de das.
2.2
LOCATIE
Het plangebied ligt in de gemeente Geldrop-Mierlo in de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is gelegen tegen de zuidrand van nieuwbouwwijk Luchen. Ten westen van het plangebied ligt een bosgebied met hierin een ven wat op enkele meters van de plangrens af ligt. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1: Globale ligging plangebied (rood omlijnd).
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 2
2.3
OMSCHRIJVING PLANGEBIED
Het plangebied bestaat uit meerdere percelen met verschillend grondgebruik. Het perceel ten noorden van Luchenseheide en ten westen van Koolmees is in gebruik als akkerland. De percelen tussen de Fazantlaan en Sint Catharinaweg zijn in gebruik als Maisakkerland, gronddepot en grasland (van zuid naar noord). Het perceel ten westen van de Fazantlaan is gebruik als akkerland (ten tijde van het veldwerk werd er mais op verbouwd). Tussen de percelen staan bomenrijen met populier en inlandse eik. In onderstaande figuur is een impressie van het plangebied weergegeven.
Figuur 2: Impressie van het plangebied, foto’s door M.L. Ruytenburg, 28-11-2023.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 3
2.4
ONDERZOEKSGEBIED
Het onderzoeksgebied betreft het hele plangebied. In het gehele plangebied zal onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van de das. Ten tijde van het veldbezoek was het gebied in gebruik als akkerland, maisperceel, gronddepot en grasland. In bijlage 2 is een gedetailleerdere kaart bijgevoegd.
Figuur 3: De percelen waar onderzoek is gedaan naar de das.
2.5
ACTIVITEITEN
De door Gemeente Geldrop-Mierlo uit te voeren activiteiten betreffen: • Het aanleggen van wegen en paden. • Het aanplanten van nieuwe bomen. • Het bouwrijp maken van het terrein. • Het bouwen van 137 wooneenheden met tuin van verschillend formaat.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 4
Figuur 4 Plantekening.
2.6
WETTELIJK KADER
Vanuit de QuickScan Flora & Fauna is gebleken dat de das mogelijk gebruik maakt van het plangebied als vaste rust- en verblijfplaats. Ook kan de das het gebied als leef- en foerageergebied gebruiken. Met de voorgenomen ontwikkelingen gaan mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van de das verloren. De volgende verbodsbepalingen worden hiermee overtreden: • 3.3. Beschermingsregime andere soorten, artikel 3.10, lid 1: • a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. • b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 5
2.7
DOEL
Het doel is het vaststellen van de aanwezigheid dan wel afwezigheid van vaste rust- en verblijfplaats voor de das en het gebruik van het plangebied als leefgebied. Met het soort specifiek onderzoek wordt onderzocht of verbodsbepalingen uit de Wnb door de werkzaamheden overtreden worden en of een ontheffing benodigd is om de werkzaamheden doorgang te laten vinden. Indien mogelijk wordt een advies opgesteld om met mitigerende maatregelen overtredingen van de verbodsbepaling te voorkomen of te verzachten.
3.0
METHODE
In dit hoofdstuk worden de methoden beschreven die gehanteerd zijn voor het nader onderzoek naar de das.
3.1
DAS
3.1.1
Soortomschrijving
De das is een zoogdier met een relatief kleine kop, dikke korte nek, langwerpig lichaam en korte staart. De das is een sociaal dier dat in familiegroepen leeft. Dassen kunnen generatie op generatie dezelfde burchten en wissels gebruiken. Een dassenclan kan uit twee tot twaalf dieren bestaan. Het voedsel van de das bestaat uit regenwormen, bosvruchten, valfruit, noten, eikels, granen, paddenstoelen, jonge knaagdieren, egels, slakken en insecten. Het dassenhabitat bestaat vaak uit een kleinschalig landschap. Belangrijke kenmerken van een functioneel leefgebied zijn: • Voldoende rust en dekking op de burcht. • Jaarrond een voldoende en een gevarieerd voedselaanbod op bereikbare afstand van de burcht. • Oriëntatiemogelijkheden en schuilplekken, bijvoorbeeld in de vorm van houtsingels en hagen. • Geen verstoring of versnippering van het territorium door wegen, kanalen en dergelijke. • Geen verstoring door honden of recreatie (bijvoorbeeld mountainbiken of crossmotoren). • Uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenpopulaties. De grootte van een territorium is afhankelijk van het voedselaanbod en dus van de kwaliteit van het leefgebied. De grootte varieert van 30 tot 150 hectare in optimaal gebied, en van 150 tot 600 hectare in marginaal gebied. Het foerageergebied ligt tot ongeveer 1,5 tot 12 kilometer van de burcht.
Er moet voldoende foerageergebied liggen binnen 500 meter tot enkele kilometers.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 6
Verblijfplaats Een vaste voortplantingsplaats of rustplaats van dassen wordt gedefinieerd als een dassenburcht recent gebruikt is door de das, of een dassenburcht die tot maximaal vijf jaar geleden als bewoond is vastgesteld door een dassendeskundige (in een bestaand territorium). Er zijn drie typen burchten: • Hoofdburchten. • Bijburchten. • Vluchtpijpen. (BIJ12, 2017)
3.1.2
Beschermingsregime
De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de das. De wet verbiedt: • Het opzettelijk doden of vangen van de das (artikel 3.10 lid 1, sub a). • Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de das (artikel 3.10 lid 2, sub b).
3.1.3
Onderzoeksmethodiek
Voor het onderzoek naar de das is gebruik gemaakt van de onderzoeksmethodiek zoals beschreven in het kennisdocument voor de das (BIJ12, 2017). Er is in beeld gebracht waar zich de locaties van vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en van functioneel leefgebied (migratieroutes of foerageergebieden) van de das bevinden. De volgende methodes zijn gebruikt: • Sporenonderzoek. Er is in vier verschillende veldbezoeken gelet op de aanwezigheid van burchten, graafactiviteiten, wissels, haar aan prikkeldraad, mestputjes en vraatsporen. De veldbezoeken zijn binnen de meest optimale periode uitgevoerd (tussen september en mei). • Cameravallen. Op basis van het sporenonderzoek zijn drie cameravallen geplaatst op de meest verdachte locaties. In bijlage 2 zijn de locaties van de camera’s weergegeven. De cameravallen zijn geplaatst bij de meest verdachte locaties, twee camera’s zijn voor een periode van 6 weken geplaatst en tussentijds gecontroleerd (zie tabel 2). Wildcamera 3 is later drie weken geplaatst. Tabel 2: Overzicht van de veldbezoeken Datum
Onderzoekstijd
Soort onderzoek
Functie
Weersomstandigheden
11-09-2023
10:00-12:00
Sporenonderzoek en plaatsen wildcamera’s 1 en 2
Windkracht 2 Bft, zonnig, droog, temperatuur van 25 ℃
28-09-2023
10:00-12:00
19-10-2023
10:00-12:00
Sporenonderzoek en plaatsen wildcamera 3. Wisselen wildcamera’s 1 en 2 Sporenonderzoek en ophalen
Vaste rust- en verblijfplaats , migratieroutes en functioneel leefgebied Vaste rust- en verblijfplaats , migratieroutes en functioneel leefgebied Vaste rust- en verblijfplaats ,
Windkracht 3 Bft, half bewolkt, droog, temperatuur van 16 ℃
Windkracht 2-3 Bft, half bewolkt, droog, temperatuur van 17 ℃
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 7
Datum
Onderzoekstijd
28-11-2023
3.2
10:00-12:00
Soort onderzoek
Functie
Weersomstandigheden
wildcamera’s 1, 2 en 3
migratieroutes en functioneel leefgebied Vaste rust- en verblijfplaats , migratieroutes en functioneel leefgebied
Windkracht 3-4 Bft, bewolkt, af en toe een bui., temperatuur van 2 ℃
Sporenonderzoek
BETROUWBAARHEID
Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, volgens het vigerende beleid, wet- en regelgeving ten aanzien van natuur alsook de richtlijnen en methoden op het gebied van ecologisch onderzoek. Bij het bureauonderzoek wordt informatie gebruikt uit, op dat moment, voorhanden zijnde en beschikbare bronnen. Wij attenderen u erop dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, door het niet voorhanden dan wel opvraagbaar zijn. Hierdoor kan informatie ontbreken.
Ecologisch deskundige Het bevoegd gezag verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zijgevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaringen kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moeten zijn opgedaan doordat de deskundige: • Minimaal 3 jaar ervaring heeft met het uitvoeren van soortgericht onderzoek, eventueel onder begeleiding van een ervaren ecoloog. • Soort specifieke kennis heeft opgedaan door middel van bijvoorbeeld veldwerk, onderzoek, studie of opleiding. • Op HBO-, dan wel WO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie. • Op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt natuurwetgeving, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten. • Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. • Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming en is aangesloten bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties. Alle ecologen binnen Stantec hebben een afgeronde HBO dan wel WO-opleiding met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie. Hiermee wordt voldaan aan bovenstaande definitie van een ecologisch deskundige (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).
Daarnaast hebben alle ecologen binnen Stantec, met uitzondering van de junioren, minimaal 3 jaar werkervaring. Een senior heeft minimaal 10 jaar werkervaring. Een junior staat altijd onder begeleiding van een medior of senior. Dit om de kwaliteit te waarborgen alsook kennis over te dragen.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 8
3.3
GELDIGHEID
Het nader onderzoek is, over het algemeen, geldig voor een periode van 3 jaar. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van het nader onderzoek opnieuw te toetsen.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 9
4.0
RESULTATEN
4.1
DAS
4.1.1
Burchten/holen
Sporenonderzoek: Op basis van de Quickscan Flora & fauna is tijdens het veldwerk de focus gelegd op een ‘voormalige’ burcht. Tijdens het sporenonderzoek is een pijp gevonden. De pijp was overgroeid en leek niet recent in gebruikt te zijn geweest. Ter plaatse van het gronddepot waren veel leeggegeten maiskolven aanwezig. Op het gronddepot (zie figuur) waren ze opvallend geconcentreerd aanwezig. Mogelijk gaat het om een voormalige (uitgegraven) burcht of foerageerplek.
Figuur 6 Sporenonderzoek naar de burchten/holen. Links open put met lege maiskolven, rechts voormalige (vlucht)pijp.
Cameraonderzoek: Wildcamera 1 is geplaatst bij de pijp om te onderzoeken of er nog gebruik van wordt gemaakt. Op de camerabeelden was te zien dat er een das gebruik maakt van de pijp (zie figuur x). Vermoedelijk gaat het om een vluchtpijp.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 10
Figuur 1 Cameraonderzoek naar voormalige burcht/pijp. Das maakt gebruik van de pijp.
4.1.2
Migratieroutes
Sporenonderzoek: ten tijde van het veldwerk is gelet op mogelijke migratieroutes. Nabij de ‘voormalige’ burcht (wildcamera 1) zijn geen sporen waargenomen die duiden op het voorkomen van een migratieroute. Ter plaatse van het maisperceel tegen de bosrand is de focus gelegd op graafsporen, vraatsporen en gaten in het hekwerk. Ten hoogte van de bosrand nabij het ven zijn mogelijkheden om het hekwerk te passeren. Er zijn geen dassenharen aangetroffen. Bij het hekwerk aan de rand van het maisperceel zijn graafsporen aangetroffen. Ter plaatse van het gronddepot zijn een aantal wildwissels waargenomen. Het is niet duidelijk door welke soort(en) de wissels zijn veroorzaakt.
Figuur 2 Sporenonderzoek naar migratieroute. Links ruimte onder hekwerk om te passeren, rechts graafsporen ter plaats van maisperceel.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 11
Cameraonderzoek: ter plaatse van de graafsporen aan de rand van het maisperceel is wildcamera 2 geplaatst. Op de camerabeelden is te zien dat een das gebruik maakt van het maisperceel om zich te verplaatsten. Vermoedelijk gebruikt de das de gaten in het hek en het maisveld als migratieroute (zie figuur 3) om zich te verplaatsen richting de maisvelden om te foerageren.
Figuur 3 Cameraonderzoek naar migratieroute en graafsporen ter plaatse van maisveld.
4.1.3
Functioneel leefgebied
In bijlage 4 is weergegeven welke delen van een functioneel leefgebied aanwezig zijn ter plaatse van het plangebied. Hieronder is de onderbouwing geschreven: Voldoende rust en dekking op de burcht. Er is binnen het plangebied geen hoofdburcht of bijburcht waargenomen. Vermoedelijke wordt de pijp gebruikt als vluchtpijp. De hoofdburcht ligt waarschijnlijk in het bosgebied ten westen van het plangebied. Jaarrond een voldoende en een gevarieerd voedselaanbod op bereikbare afstand van de burcht. Er is voldoende gevarieerd voedselaanbod ter plaatse van het plangebied. Op de maisvelden, akkers en graslanden is voldoende voedsel beschikbaar het hele jaar rond.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 12
Oriëntatiemogelijkheden en schuilplekken, bijvoorbeeld in de vorm van houtsingels en hagen. In het plangebied en nabije omgeving zijn voldoende oriëntatiemogelijkheden en schuilplekken. De plekken bestaan uit bosranden, struweel, ruigtestroken en akkerranden. Geen verstoring of versnippering van het territorium door wegen, kanalen en dergelijke. Het plangebied is gelegen aan de rand van Mierlo nabij het bos waar weinig verstoring plaatsvindt in de vorm van (water)wegen. Geen verstoring door honden of recreatie (bijvoorbeeld mountainbiken of crossmotoren). Op basis van de camerabeelden en de resultaten van het veldbezoek is er relatief veel verstoring in de vorm van honden en recreatie. De vluchtpijp is gelegen naast een fietspad waar veel honden worden uitgelaten en veel fietsverkeer plaatsvindt. Naast het gronddepot is een mountainbike en/of crossmotor parcours aangelegd. Ook zijn er veel sporen van mensen op het depot te vinden. De locatie lijkt te veel onder invloed van verstoring om als vaste verblijfplaats te dienen. De vluchtpijp lijkt eveneens te veel onder invloed van mensen en huisdieren om als vaste burcht of bijburcht te dienen. De maisvelden nabij het bos worden gebruikt om te migreren en te foerageren. Uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenpopulaties. Uitwisseling met ander dassenpopulaties is aannemelijk.
Er zijn in de nabijheid van het plangebied meerdere bos- en natuurgebieden aanwezig in een landelijke omgeving met voldoende voedsel, migratiemogelijkheden, voortplantingsplekken en locaties voor vaste rust- en verblijfplaatsen.
Figuur 4 Sporenonderzoek naar functioneel leefgebied.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 13
5.0
CONCLUSIE
In onderstaande paragrafen worden de conclusies en aanbevelingen uit het nader onderzoek besproken.
5.1
DAS
Tabel 3 Onderzochte functies en gevolgen in het kader van de Wnb Onderzochte functie Hoofdburcht Bijburcht
Functie waargenomen Nee Nee
Essentiele functie? Nee Nee
Overtreding Wnb Nee Nee
Ontheffing noodzakelijk Nee Nee
Vluchtpijp Migratieroutes Functioneel leefgebied
Ja Ja Ja
Ja Nee Nee
Ja Nee Nee
Ja Nee Nee
5.1.1
Burchten/holen
Ter plaatse van het plangebied is geen hoofdburcht en/of bijburcht aangetroffen. Aan de rand van het plangebied is een vluchtpijp waargenomen. Een vluchtpijp is een vaste rustplaats en onderdeel van het functioneel leefgebied van de das. Met de voorgenomen werkzaamheden wordt de vluchtpijp vernietigd. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de das (artikel 3.10 lid 2, sub b). Voor de voorgenomen nieuwbouwwerkzaamheden dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend.
5.1.2
Migratieroutes
Het plangebied wordt door de das gebruikt om te migreren van de hoofdburcht naar de foerageergebieden. Op basis van het camera- en sporenonderzoek kan geconcludeerd worden dat de migratieroute niet heel frequent gebruikt wordt. Er zijn geen aanwijzingen dat het een essentiële migratieroute betreft. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van houtwallen, groenstroken, bosgebieden en kleinschalig landschap. In het voorgenomen inrichtingsplan zijn groenstroken ingetekend ter plaatse van de huidige migratieroute. Hiermee kan de locatie dienen als migratieroute van de burcht naar de foerageergebieden.
5.1.3
Essentieel functioneel leefgebied
Het plangebied is onderdeel van een functioneel leefgebied. Het grasveld en de maisvelden dienen als foerageergebied en de lanen en bosrand kunnen als oriëntatie- en schuilmogelijkheden. Het plangebied is geen essentieel onderdeel van het leefgebied omdat er in de nabije omgeving voldoende alternatieven aanwezig zijn. De planlocatie ligt aan de rand van het leefgebied tegen de bebouwde omgeving aan. Ter plaatse van het plangebied is veel verstoring in de vorm van fietsers, honden en overige recreatie. Uitgaande van een suboptimaal leefgebied (150 hectare) verdwijnt er 4% van het gebied (6 hectare). Er zal geen ruimtebeslag plaatsvinden op de groenstrook die kan fungeren als migratie- en oriëntatiestrook. Hiermee is migratie van de burcht naar de foerageergebieden in de nieuwe situatie nog steeds mogelijk via het plangebied.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 14
5.2
OVERIGE SOORTEN (NIET MEEGNOMEN IN ONDERZOEK)
Tijdens het nader onderzoek zijn ook waarnemingen gedaan van de volgende soorten: vos, steenmarter, konijn en bunzing. In onderstaande tabel is per soort weergegeven welke functie de onderzoekslocatie herbergt voor de soort en of een ontheffing dan wel ecologisch werkprotocol noodzakelijk is.
Figuur 5 Overige waarnemingen op de wildcamera.
Op de camerabeelden was te zien dat bunzing en steenmarter gebruik maken van het plangebied als leef- en foerageergebied. De bunzing kan de vluchtpijp ook gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. Uit de quickscan en het nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse van het plangebied potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn voor kleine marterachtigen. Effecten op beschermde soorten: Met de voorgenomen maatregelen worden de kleine marterachtigen verstoord en hun potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen vernield. Hierdoor is er sprake van een overtreding op de volgende verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming: • § 3.3. Beschermingsregime andere soorten; Artikel 3.10; lid 1a: Het is verboden dieren in het wild levende zoogdieren opzettelijk te doden of te vangen; • § 3.3. Beschermingsregime andere soorten; Artikel 3.10; lid 1b: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Voor de steenmarter en kleine marterachtigen is een ontheffing noodzakelijk in het kader van de Wet Natuurbescherming.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 15
Tabel 4: Aangetroffen overige beschermde diersoorten die niet zijn meegenomen in het nader onderzoek maar wel zijn aangetroffen
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Vos
Vulpes vulpes
Steenmarter
Martes foina
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Bunzing
5.3
Mustela putorius
Gedrag Foeragerend /passerend Foeragerend /passerend Foeragerend /passerend Foeragerend /passerend
Beschermde functie
Overtreding Wnb
EWP noodzakelijk
Geen
Nee
Ja
Leefgebied
Ja
Ja
Geen
Nee
Ja
Leefgebied, Vaste rusten verblijfplaats
Ja
Ja
MAATREGELEN
Om negatieve effecten op algemeen beschermde soorten zoveel mogelijk te worden voorkomen, worden in ieder geval de maatregelen voorgesteld in tabel 5 en 6. Deze dienen uitgewerkt te worden in een activiteitenplan/EWP welke aan de ontheffingsaanvraag aangehecht gaat worden. Tabel 5: Maatregelen voor algemeen beschermde soorten tijdens uitvoer werkzaamheden Soortgroep
Maatregel
Algemene broedvogels
Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden, waarbij beplanting wordt verwijderd of aan oevers/water wordt gewerkt buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen, het gaat om een broedgeval ongeacht de datum. Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen preventieve maatregelen te worden genomen voorafgaande aan het broedseizoen waarbij de vegetatie gelegen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kort wordt gehouden, door periodiek maaien en afvoeren. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet worden gewerkt. Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren zoveel mogelijk te beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant te worden uitgevoerd, zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb).
Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes te voorkomen dient te worden gewerkt tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien toch gebruik moet worden
Grondgebonden zoogdieren
Vleermuizen foerageergebied,
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 16
Soortgroep
Maatregel
vliegroutes en verblijfplaatsen
gemaakt van kunstlicht, dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen, water en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring te voorkomen. Daarnaast mogen er tussen zonsondergang en zonsopkomst geen obstructies in het water worden gelegd voor dieren die het water volgen als vliegroute. Het dempen van de watergang dient richting één kant te worden uitgevoerd zodat aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten. Er mag niet richting een doodlopend stuk van de watergang worden gewerkt. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Eventueel aanwezige eiklompen en eisnoeren dienen te worden overgebracht naar water dat niet wordt gedempt. Er wordt aanbevolen om te voorkomen dat er ondiepe poelen, sporen van machines die met water kunnen worden gevuld en zandhopen/ omgewerkte grond ontstaan tijdens werkzaamheden die mogelijk plaatsvinden in de actieve periode van amfibieën (april-oktober). Poelen kunnen functioneren als tijdelijk geschikt voortplantingswater.
Amfibieën
Tabel 6: Maatregelen om effecten op beschermde functies en soorten na de uitvoer te voorkomen Soortgroep
Maatregel
Vleermuizen vliegroutes
Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op de naast gelegen vliegroute te voorkomen, dient in de gebruiksfase neerwaarts gericht verlichting geplaatst te worden. Hierdoor wordt voorkomen dat er permanente verstoring van de vliegroute optreedt. Er mag geen toename in verlichting zijn.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 17
6.0
BRONNEN
BIJ12. (2017). Kennisdocument Das Meles meles. Utrecht. BRO. (2022). Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen. Boxtel. Noord-Brabant, P. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. 'sHertogenbosch: Provincie Noord-Brabant.
Stantec | Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan Mierlo 18
Bijlage 1 Samenvatting uit quickscan Wnb
Figuur 6 Samenvatting uit de Quickscan Wnb (BRO, 2022).
Bijlage 2 locaties wildcamera’s
Locaties wildcamera's
N schaal 1: 3500 0
30
60
90m
Auteur: Matthijs.Ruytenburg@stantec.com - Datum: 21-11-2023 - Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.