CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Fazantlaan-West (Luchen) vastgesteld 2 Bijlagen bij de toelichting pag. 115 tm 456

Commissie Ruimte 26 augustus 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Luchen Fazantlaan-west33.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omschrijving Zuid-oost Zuid-oost Zuid-west Zuid-west Zuid-west

X 169709,80 169709,80 169685,06 169685,06 169685,06

Y 383532,75 383532,75 383539,92 383539,92 383539,92

Hoogte 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50

Dag 32,11 32,48 30,55 32,63 33,10

Avond 29,07 29,44 27,54 29,60 30,06

Nacht 22,09 22,47 20,54 22,61 23,08

Lden 32,50 32,87 30,95 33,02 33,49

D_5_D D_6_A D_6_B D_6_C D_6_D

Zuid-west Zuid-west Zuid-west Zuid-west Zuid-west

169685,06 169668,25 169668,25 169668,25 169668,25

383539,92 383554,33 383554,33 383554,33 383554,33

10,50 1,50 4,50 7,50 10,50

33,26 33,61 35,48 35,66 35,63

30,22 30,59 32,43 32,61 32,57

23,24 23,60 25,46 25,64 25,61

33,65 34,01 35,87 36,05 36,01

D_7_A D_7_B D_7_C D_7_D D_8_A

Noord-west Noord-west Noord-west Noord-west Oost

169672,27 169672,27 169672,27 169672,27 169694,08

383577,89 383577,89 383577,89 383577,89 383590,91

1,50 4,50 7,50 10,50 1,50

43,08 43,27 42,82 42,20 43,86

40,01 40,19 39,74 39,12 40,79

33,05 33,24 32,79 32,16 33,83

43,46 43,65 43,20 42,57 44,24

D_8_B D_8_C D_8_D E_1_A E_1_B

Oost Oost Oost Noord-oost Noord-oost

169694,08 169694,08 169694,08 169627,04 169627,04

383590,91 383590,91 383590,91 383539,70 383539,70

4,50 7,50 10,50 1,50 4,50

43,99 43,46 42,79 29,78 31,75

40,91 40,38 39,71 26,75 28,72

33,95 33,43 32,76 19,76 21,74

44,36 43,84 43,17 30,17 32,14

E_1_C E_1_D E_2_A E_2_B E_2_C

Noord-oost Noord-oost Noord-oost Noord-oost Noord-oost

169627,04 169627,04 169641,81 169641,81 169641,81

383539,70 383539,70 383514,11 383514,11 383514,11

7,50 10,50 1,50 4,50 7,50

32,46 32,67 27,24 28,86 29,85

29,41 29,62 24,23 25,84 26,82

22,44 22,65 17,23 18,85 19,84

32,85 33,06 27,64 29,26 30,24

E_2_D E_3_A E_3_B E_3_C E_3_D

Noord-oost Zuid-oost Zuid-oost Zuid-oost Zuid-oost

169641,81 169648,27 169648,27 169648,27 169648,27

383514,11 383495,62 383495,62 383495,62 383495,62

10,50 1,50 4,50 7,50 10,50

30,23 26,21 27,11 28,07 28,58

27,19 23,19 24,10 25,04 25,55

20,21 16,20 17,10 18,05 18,57

30,62 26,61 27,51 28,46 28,97

E_4_A E_4_B E_4_C E_4_D E_5_A

Zuid-west Zuid-west Zuid-west Zuid-west Zuid-west

169620,57 169620,57 169620,57 169620,57 169601,08

383501,11 383501,11 383501,11 383501,11 383522,77

1,50 4,50 7,50 10,50 1,50

25,54 27,10 28,02 28,65 26,51

22,53 24,08 24,99 25,62 23,50

15,53 17,09 18,00 18,64 16,51

25,94 27,50 28,41 29,04 26,91

E_5_B E_5_C E_5_D E_6_A E_6_B

Zuid-west Zuid-west Zuid-west Noord-west Noord-west

169601,08 169601,08 169601,08 169608,48 169608,48

383522,77 383522,77 383522,77 383545,71 383545,71

4,50 7,50 10,50 1,50 4,50

28,34 29,46 29,95 29,42 31,33

25,32 26,43 26,92 26,41 28,30

18,33 19,45 19,94 19,42 21,32

28,74 29,85 30,34 29,82 31,72

E_6_C E_6_D

Noord-west Noord-west

169608,48 169608,48

383545,71 383545,71

7,50 10,50

32,14 32,49

29,10 29,44

22,12 22,47

32,53 32,88

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Stantec B.V.

9-10-2023 14:15:09

Bijlage 4 Waterhuishouding Luchen-Fazantlaan, Royal Haskoning DHV

Fazantlaan-West (Luchen), vastgesteld

136

RAPPORT Waterhuishouding Luchen-Fazantlaan Uitgangspunten en randvoorwaarden Klant:

Gemeente Geldrop-Mierlo

Referentie: BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003 Status:

S0/P01.01

Datum:

29 november 2023

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Larixplein 1 5616 VB Eindhoven Water & Maritime Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Waterhuishouding Luchen-Fazantlaan Sub titel: Uitgangspunten en randvoorwaarden Referentie: BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003 Status: P01.01/S0 Datum: 29 november 2023 Projectnaam: Luchen-Fazantlaan Projectnummer: BI9392 Auteur(s): Marieke Gijsbers & Tom Krul Opgesteld door: Tom Krul Gecontroleerd door: Marcel Zandee Datum: 29-11-2023 Goedgekeurd door: Vincent de Bont Datum: 29-11-2023

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Aanleiding

1

2

Huidige situatie

2

2.1

Maaiveldhoogte (AHN)

2

2.2

Oppervlaktewater

2

2.3

Bestaande riolering

3

2.4

Bodemopbouw

4

2.5

Grondwater

4

3

Beleid

5

3.1

Waterschap de Dommel

5

3.2

Gemeentelijk beleid Gemeente Geldrop-Mierlo

5

4

Principekeuzes per wateraspect

5

4.1

Omgaan met vuilwater

6

4.2

Omgaan met grondwater/ontwatering

6

4.3

Omgaan met hemelwater

7

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5

Verhard oppervlak Bergingsopgave Ruimte voor water Inzameling en transport hemelwater Aanvullende voorbeelden voor omgang hemelwater

7 8 9 10 11

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

iii

Projectgerelateerd

1

Aanleiding

De gemeente Geldrop-Mierlo is bezig met de planvorming van Luchen deelgebied Fazantlaan e.o. Het stedenbouwkundig plan is aangepast en wordt in twee fases gebouwd. Vandaar dat het voorgaande rapport van 9 januari 2023 is geüpdatet. Hieronder is de laatste versie van het stedenbouwkundigplan fase 1 weergegeven, zie Figuur 1. De gemeente heeft behoefte aan randvoorwaarden en uitgangspunten vanuit het thema water ten behoeve van het aan te passen stedenbouwkundig plan. Het plan ligt aan de Fazantlaan ten oosten van de Sint Catharinaweg. Het stedenbouwkundig plan wordt in twee fases aangelegd. In deze rapportage wordt alléén op fase 1 ingegaan. Omdat het aspect water binnen planontwikkeling Luchen gevoelig ligt, is de wens dat dit deelgebied zo veel mogelijk z’n eigen broek op houdt. Onderdeel van de vraag is om inzicht te geven in wat dit betekent door principeoplossingen aan te dragen en de daarbij benodigde ruimteclaim inzichtelijk te maken.

Figuur 1 Ontwerp Fazantlaan Fase 1 ontvangen van de Gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 13-11-2023 in JPEG en DWGbestandsformat.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

1

Projectgerelateerd

2

Huidige situatie

2.1

Maaiveldhoogte (AHN)

In figuur 2 is de globale hoogteligging van het plangebied weergegeven. Op basis van de AHN4 heeft het plangebied een hoogteligging die varieert tussen +19,10 m tot +21,45 m NAP. Het noordelijke gedeelte is hoog gelegen met een laagste maaiveld van +20,45 m NAP. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied ten oosten en westen van de Fazantlaan varieert tussen een maaiveldhoogte van +19,10 en +20,20 m NAP.

Figuur 2 Hoogteligging plangebied, rode lijn is het plangebied (Bron: AHN-viewer, AHN4).

2.2

Oppervlaktewater

In figuur 3 is de ligging van het oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied weergegeven. Het plangebied valt binnen het beheergebied van waterschap de Dommel. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Net ten oosten van het plangebied ligt een droge greppel en de bestaande waterberging. Deze waterberging is aangelegd ten behoeve van het plangebied Landkaartje in 2021. Aan de oostzijde van de Sint Catharinaweg ligt de Luchense Wetering. De capaciteit van dat watersysteem staat geheel ten dienste van de daarom heen liggende bestaande en toekomstige bouwplannen. Het is niet mogelijk om dit systeem te belasten met extra water vanuit Luchen Fazantlaan.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

2

Projectgerelateerd

Figuur 3 Ligging van oppervlaktewater in de omgeving.

2.3

Bestaande riolering

In het plangebied is geen riolering aanwezig. Wel ligt er in de Fazantlaan ten zuiden van het plangebied een gemengde riolering (ø300 en ø400mm). Dit is de afwatering van de zuidelijk gelegen woonwijk. De leiding heeft een meest bovenstroomse b.o.b. van +18,88 m NAP. De wijk Luchen 2 ten noorden van het plangebied heeft een gescheiden stelsel. Het watersysteem van Luchen fase 2 laat geen verdere uitbreiding toe. Het watersysteem van Luchen Fazantlaan moet daarom geheel gescheiden blijven van dat van Luchen fase 2. Voor de afvoer van afvalwater kan het beste aansluiting worden gezocht op het bestaande rioolstelsel van de wijk aan de Fazantlaan. In figuur 4 is een overzicht weergegeven van de bestaande riolering.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

3

Projectgerelateerd

Figuur 4 Bestaande riolering in de Fazantlaan waarop wordt aangesloten.

2.4

Bodemopbouw

Uit eerdere uitgevoerde studies blijkt dat de bodem voornamelijk bestaat uit zwak tot sterk siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De regionale bodemopbouw bestaat tot circa 25 m beneden maaiveld uit zeer fijn tot matig grof zand, afgewisseld met leem. Voor de waterhuishouding betekent dit dat er rekening moet worden gehouden met enige mate van infiltratie, maar dat dit vermogen beperkt wordt door de aanwezigheid van leem. Op de locatie van het plangebied is een leemlaag op ca 2,5 m-mv. waargenomen. Roestvorming wat duidt op een tijdelijke aanwezigheid van het grondwater (indicatie GHG) is waargenomen op ca. 1,0 m-mv. Momenteel wordt er infiltratieonderzoek uitgevoerd naar de infiltratie mogelijkheden in het plangebied.

2.5

Grondwater 1

Door Geofox-Lexmond B.V. is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de gemiddelde grondwaterstand op +18,0 m NAP ligt. De GHG en de GLG, die zijn afgeleid uit het onderzoek, liggen op +18,60 en +17,60 m NAP. In een onderzoek, uitgevoerd door MOS Grondmechanica is een GHG beschreven van +18,30 m NAP. Mos heeft haar GHG gebaseerd op gegevens van het TNO. Die geven een GHG aan die ligt tussen +18,30 m en +19,70 m NAP. Op basis van deze gegevens uit uitgevoerde onderzoeken gaan wij ervan uit dat de GHG op +18,60 m NAP ligt. De GHG ligt hiermee in het plangebied gemiddeld 1 m -mv. 1 Bron: Infiltratie onderzoek en waterparagraaf, Luchen fase I en III te Mierlo, Aeres Milieu, 24 augustus 2015

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

4

Projectgerelateerd

3

Beleid

3.1

Waterschap de Dommel

Bij nieuwe ontwikkelingen hanteert waterschap de Dommel de eis dat er waterberging aangebracht dient te worden, indien het verhard oppervlak in het plangebied toeneemt met > 500 m2 (watercompensatieplicht). Per m2 aan toename verhard oppervlak dient er minimaal 60 mm aan waterberging gerealiseerd te worden, ofwel 600 m3 per hectare verhard oppervlak. Daarnaast geldt een compensatieplicht voor eventueel te dempen watergangen. Het gedempte oppervlak aan bestaande watergang dient gecompenseerd te worden.

3.2

Gemeentelijk beleid Gemeente Geldrop-Mierlo

Vanuit het nieuwe vGRP ligt er vanaf 1 januari 2023 een bergingseis van 60 mm. Dit betekent dat eigenaren moeten voorzien in 60 mm berging ten opzichte van het gerealiseerde verhard oppervlak. Deze waterberging dient aangelegd te worden op eigen terrein. Deze berging is bedoeld als aanvulling op de reguliere voorzieningen, ervan uitgaande dat de klimaatrobuuste inrichting van de woonomgeving een gezamenlijke taak is van overheid én particulieren. Het beleid laat ruimte voor het toepassen van maatwerk. De berging moet haalbaar zijn (praktisch) en te beheren tot op heel lange termijn. Met name bij de kleinere kavels zal aanleg van een berging niet altijd haalbaar zijn. Het kan leiden tot een onaanvaardbare belemmering in de gebruiksmogelijkheden van het terrein. Bovendien is een onberispelijke werking van de berging op particulier terrein niet te garanderen. Dus moet naast deze berging ook in het openbaar gebied voldoende waterberging gerealiseerd worden volgens het beleid van het waterschap. Ontwateringsdiepte De grondwaterstand mag niet te hoog zijn omdat dit tot grondwateroverlast kan leiden. Ten einde grondwateroverlast te voorkomen wordt binnen stedelijk gebied naar een minimale ontwateringsdiepte gestreefd. Voor stedelijk gebied zijn in de literatuur verschillende waarden te vinden (CIW, 2014), zie Figuur 5.

Veelal wordt, afhankelijk van de gebruiksfunctie, een minimale ontwateringsdiepte van 0,5 tot 1,0 meter gehanteerd: Aan het plangebied zijn de volgende ontwateringseisen gesteld:   

Minimale ontwateringsdiepte onder woning: Minimale ontwateringsdiepte onder straatpeil: Minimale ontwateringsdiepte groenvoorzieningen en tuinen:

1,0 m 0,7 meter; 0,5 meter.

Figuur 5 Civieltechnische termen (Bron: CIW. 2014).

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

5

Projectgerelateerd

4

Principekeuzes per wateraspect

Op basis van de randvoorwaarden vanuit de huidige gebiedskenmerken en die vanuit beleid zijn per wateraspect de principekeuzes hieronder uitgewerkt.

4.1

Omgaan met vuilwater

In fase 1 worden er in totaal 31 woningen gebouwd verdeeld over 20 vrijstaande woningen en 11 tinyhouses. Uitgangspunten:  Waterverbruik 120 liter/inwoner/dag met een piek van 10 l/ uur/ inwoner  Woningbezetting 2,4 inwoners  Ontwerpvullingsgraad leiding 50%  Verhang leidingen 4‰ aflopend naar 2‰  Minimale diameter ø250 mm  Minimale dekking 1,3 m  Maximale afstand van woning naar vuilwaterriolering = 15 m Het onder vrij verval aansluiten op de Fazantlaan naar het zuiden is niet mogelijk in verband met een hoge b.o.b. van de leiding in de Fazantlaan en daarmee onvoldoende dekking. Het vuilwater zal daarom met een pomp aangesloten dienen te worden op het gemengde rioolstelsel in de Fazantlaan. De te verwachten hoeveelheid droogweerafvoer dat binnen fase 1 vrij gaat komen is 0,82 m3/h. Dit komt voort uit de berekening met 31 woningen * 2,4 inwoners * 0,010 m3/h piek voor waterverbruik = 0,74 m³/h + 10% marge. Een standaard rioleringspomp van ca. 15 m3/h is voldoende om de droogweerafvoer te verpompen en is er ook nog ruimte beschikbaar voor eventuele toekomstige uitbreidingen. Voor de vuilwaterriolering kan een afmeting van ø250 mm aangehouden worden. Dit is ruim voldoende voor de inzameling en transport van het afvalwater. Geadviseerd wordt om te toetsen of de extra afvoer op het gemengde rioolstelsel naar het zuiden past of niet.

4.2

Omgaan met grondwater/ontwatering

Het nieuwe maaiveld dient verder afgestemd te worden op de omgeving. Het straatniveau van de Koolmees ten noorden van het plangebied ligt op ca. +20,4 m NAP, het straatniveau van de Fazantlaan ten zuiden van het plangebied op ca. +20,2 m NAP. Als deze hoogte ongeveer wordt aangehouden worden géén problemen voorzien ten aanzien van de ontwatering.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

6

Projectgerelateerd

4.3

Omgaan met hemelwater

4.3.1

Verhard oppervlak

Op basis van het door de gemeente aangeleverde DWG-bestand “P06381 - IP Fazantlaan_plot_20231030”, d.d. 13-11-2023, is het verhard oppervlak bepaald. Er is hierbij onderscheidt gemaakt in het oppervlak van de percelen per type vrijstaand of twee-onder-een-kap en de tiny-houses. In figuur 6 is de verhardingskaart voor het plangebied weergegeven. In tabel 1 de verdeling naar het verhard oppervlak weergegeven.

Figuur 6 Verhardingskaart fase 1 Fazantlaan op basis van het schetsontwerp ontvangen van de Gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 1311-2023.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

7

Projectgerelateerd

In tabel 1 is voor fase 1 het totaal oppervlak per typering, de aanname voor het te verwachten verhard oppervlak en het afvoerend verhard oppervlak dat hieruit resulteert opgenomen. Daarnaast is voor de openbare ruimte onderscheid gemaakt tussen infrastructuur (incl. parkeerplaatsen), retentievoorziening en overig/groen. Voor elk type is een aanname gedaan van het te verwachten verhard oppervlak op basis van kentallen van eerdere ontwikkelingen van Luchen. Voor de tiny-houses is uitgegaan dat er naast de huisjes van 36-40 m² (20% van totaal) ook een vergelijkbaar oppervlak aan verharding wordt ingericht (ca. 20%). Voor de bepaling van het afvoerend verhard oppervlak is gerekend dat alle verhardingen volledig afstromen (afvoercoëfficiënt van 1). Het totale afvoerend verhard oppervlak welke afwatert is 1,53 ha. Tabel 1: Overzicht bepaling totaal oppervlak en afvoerend verhard oppervlak Oppervlak

Percentage verhard

Afvoerend verhard oppervlak *

[m²]

[%]

[m²]

Type: Vrijstaand of tweeonder-een-kap

11.306

70

Type: Tiny-house

2.384

40

954

Infrastructuur

5.271

100

5.271

Retentievoorziening**

1.386

-

-

Overig/groen

11.521

10

1.152

Totaal

31.868

48

15.292

7.915

* t.b.v. het afvoeren verhard oppervlak is gerekend met een afvoercoëfficiënt van 1. ** uitgaande van een groene berging wordt dit gezien als onverhard oppervlak.

4.3.2

Bergingsopgave

De bergingsopgave is in beeld gebracht op basis van de bergingseis van 60 mm conform het beleid van het waterschap. Aanvullend hierop geldt een bergingseis van 60 mm op eigen terrein om daarmee een klimaatrobuuste inrichting te realiseren. Uitgaande van de eis van het waterschap moet er voor fase 1 een totale waterberging van 917 m3 worden gerealiseerd in openbare gebied, zie tabel 2. Tabel 2: Benodigde waterberging 60 mm Afvoerend verhard oppervlak *

Volume waterberging o.b.v. eis Waterschap/gemeente

[m²]

[m³]

Type: Vrijstaand

7.915

475

Type: Tiny-house

954

57

Infrastructuur

5.271

316

-

-

Overig/groen

1.152

69

Totaal

15.292

917

Retentievoorziening**

* t.b.v. het afvoeren verhard oppervlak is gerekend met een afvoercoëfficiënt van 1. ** uitgaande van een groene berging wordt dit gezien als onverhard oppervlak.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

8

Projectgerelateerd

4.3.3

Ruimte voor water

Ruimte in het schetsontwerp In het schetsontwerp is 1.400 m² opgenomen als reservering voor een retentievoorziening. In tabel 3 is bij verschillende peilstijgingen het volume berging opgenomen. De GHG ligt laag genoeg waardoor de retentievoorziening laag genoeg aangelegd kan worden om een flinke peilstijging mogelijk te maken. Wij adviseren de bergingseis te realiseren binnen een maximale peilstijging van 0,40 m. De overige ruimte zorgt dan voor klimaatrobuustheid en is beschikbaar voor een worst-case situatie. Uitgaande van een gemiddelde peilstijging van 0,40 m kan er ca. 560 m3 water geborgen worden. Dit is onvoldoende om te voldoen aan de benodigde berging van 917 m3 (60 mm bergingseis). Er zijn aanvullende maatregelen nodig om de overige 357 m3 water te kunnen bergen. Conform het beleid van de gemeente Geldrop-Mierlo moet op eigen terrein 60 mm worden geborgen. Als er op eigen terrein 60 mm wordt geborgen dan zijn aanvullende ondergrondse maatregelen niet meer nodig. De gemeente kiest ervoor om de totaal benodigde berging in openbaar gebied te realiseren. Met aanvullende ondergrondse maatregelen kan deze benodigde berging wel worden vervuld. In de volgende paragraaf worden de aanvullende ondergrondse maatregelen beschreven en welke maatregel dit kan worden behaald. Tabel 3: Volume beschikbare berging bij verschillende peilstijgingen Oppervlak water

Peilstijging

Volume berging

[m²]

[m]

[m³]

1400

0,30

420

1400

0,40

560

1400

0,50

700

1400

0,60

840

1400

0,80

1120

1400

1,00

1400

Aanvullende ondergrondse maatregelen Om te voldoen aan de bergingseis is aanvullende waterberging noodzakelijk. De GHG ligt op ca. 1.60 m mv, waardoor een ondergrondse voorziening met een hoogte van ca. 1m mogelijk is onder de fundering of als wegcunet. Hier kan ruimte voor waterberging gevonden worden door het toepassen van verschillende ondergrondse voorzieningen. In tabel 4 is het volume beschikbare berging bij verschillende toepassingen opgenomen. Bij het toepassen van IT-riolering met daar omheen lavakoffers kan ca. 540 m3 water geborgen worden. Bij toepassing van Bufferblock als fundering van de wegen kan ca. 505 m3 water geborgen worden. Bij de toepassing van Rockflow kan verreweg het meeste water geborgen worden, ca. 990 m3.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

9

Projectgerelateerd

Tabel 4: Volume beschikbare berging in ondergrondse voorzieningen bij verschillende toepassingen Doorstroomoppervlak per strekkende m

% holle ruimte

[-]

[m²]

[%]

[m]

[m³]

Ø600

0.28

100%

650

182

Lavakoffer om ITriolering

2(b) x 1(h)

1.72

40%

520

358

Rockflow van Rockwool

2(b) x 1(h)

2

95%

520

988

1.8(b) x 0.9(h)

1.62

60%

520

505

Afmetingen

IT-riolering**

Bufferblock

Lengte*

Volume

* voor de riolering is volledige lengte van de wegen toegepast. voor de bergende voorziening onder het cunet van de straat is ca. 80% van de lengte toegepast. ** IT-riolering is in de zomer volledig beschikbaar. in de winter ligt de IT-riolering 0,20m onder de GHG.

4.3.4

Inzameling en transport hemelwater

Gezien de schets van het stedenbouwkundige plan zijn er twee mogelijkheden voor het inzamelen en transporteren van het hemelwater richting de bergingslocaties. namelijk: 1. Oppervlakkige afvoer via het maaiveld 2. Ondergrondse afvoer via hemelwaterriolering Ad 1. Oppervlakkig afvoeren van hemelwater (over het maaiveld) lijkt op basis van het inrichtingsplan geheel of gedeeltelijk mogelijk. Hiervoor is een aantal voorwaarden van toepassing. te weten: • De maximale transportafstand tot de bergingsvoorziening is 100-150 meter. • Het maaiveld dient onder een afschot van 3-5 promille te liggen, zodat het naar de berging kan stromen. • De achtertuinen van de woningen dienen hoger aangelegd te worden dan de voortuinen, zodat de afwatering onder vrijverval via een ondergrondse aansluiting mogelijk blijft. • Het profiel van de wegen dienen zo ingericht te worden dat deze geschikt zijn voor transport van hemelwater. Dit kan via het wegprofiel of via aan te leggen goten. • Het bouwpeil van de woningen dienen minimaal 20 cm hoger te liggen dan de wegpeilen. Ad 2. Een traditionele ondergrondse afvoer met behulp van hemelwaterriolering is een tweede mogelijkheid om het hemelwater in te zamelen en te transporteren richting de bergingsvoorzieningen. Op basis van het stedenbouwkundige plan kan bepaald worden of deze geheel of gedeeltelijke voldoet aan de voorwaarden.

Eventueel kan gekozen worden voor een combinatie van beide mogelijkheden.

29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

10

Projectgerelateerd

4.3.5

Aanvullende voorbeelden voor omgang hemelwater

Aanvullend op de gereserveerde ruimte voor waterberging geven wij ter inspiratie een aantal voorbeelden die mogelijk toegepast kunnen worden voor de verwerking van hemelwater binnen het plangebied. Groene daken Een groen dak bestaat uit een extra isolerende laag voorzien van beplanting. Het isolerende effect is voornamelijk van toepassing op hitte, geluidsoverlast en energiebesparing. Groene daken bestaan in verschillende varianten; een extensief groen dak en een intensief groen dak. Bij gebruik van laag groen zoals mos, sedum, gras of kruiden wordt het een extensief groen dak. Wanneer er groter groen geplaatst wordt zoals struiken of zelfs bomen is er sprake van een intensief groen dak. Deze varianten kunnen ook gecombineerd worden en vormen daarmee een semi-intensief dak. Een groen dak draagt bij aan diverse klimaatthema’s zoals wateroverlast, hittestress, vergroening en biodiversiteit.

Figuur 7

29 november 2023

Voorbeeld foto’s groene daken. Enkele foto’s zijn gemaakt door Nanda Sluijsmans

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

11

Projectgerelateerd

Waterpasserende bestrating Betegeling die voor een deel open is, zodat water kan infiltreren in de grond. Er zijn verschillende varianten van bestrating op de markt te vinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de waterpasserende en waterdoorlatende bestrating. Bij waterdoorlatende bestrating kan het regenwater door de bestrating worden opgenomen. Bij waterpasserende bestrating kan het regenwater infiltreren via de open kanten van de bestrating. Enkele voorbeelden zijn: grasbetontegels, waterdoorlatende betonklinkers, stapstenen, klinkers met een open voeg, grind, steenslag en grind of split in roosterstenen. Bij grasbetontegels, waterdoorlatende betonklinkers en klinkers met een open voeg kan er vegetatie tussen de verharding groeien. Waterpasserende bestrating draagt bij aan diverse klimaatthema’s zoals wateroverlast, hittestress, verdroging en vergroening.

Figuur 8

29 november 2023

Enkele voorbeelden met waterpasserende verharding. Foto’s gemaakt door RHDHV

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

12

Projectgerelateerd

Groenstrook als infiltratiestrook Infiltratiestroken zijn beplante gebieden tussen verharde gebieden in waar overtollig water opgevangen kan worden. Het aanleggen van verlaagde groene stroken naast verharde oppervlakken zal ervoor zorgen dat regenwater afstroomt naar deze stroken. Hierin zal het water tijdelijk worden vastgehouden en vervolgens langzaam wegzakken in de grond. Groenstroken/ infiltratiestroken dragen bij aan diverse klimaatthema’s zoals wateroverlast, hittestress, verdroging, vergroening en biodiversiteit

Figuur 9

29 november 2023

Enkele voorbeelden van groenstroken/ infiltratiestroken. Foto’s gemaakt door RHDHV & Nanda Sluijsmans

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

13

Projectgerelateerd

Waterbergende groenstrook Een groenstrook die lager ligt dan de omgeving welke relatief veel regenwater kan opvangen. Wanneer het hard regent kan het regenwater opgevangen worden in de waterbergende groenstrook. In eerste instantie zal dit water infiltreren maar zodra het een hoosbui betreft kan er door de lagere ligging een beekje ontstaan in de groenstrook. Door een klein stukje weg gelijk aan het wegniveau kunnen gebouwen nog steeds bereikt worden. Een waterbergende groenstrook draagt bij aan diverse klimaatthema’s zoals wateroverlast, hittestress, verdroging, vergroening en biodiversiteit.

Figuur 9 Principe voorbeeld van een waterbergende groenstrook

Ondergrondse berging Ondergrondse berging zorgt ervoor dat de overtolligheid aan water wordt opgevangen onder de grond en er in periode van droogte het opgeslagen water hergebruikt kan worden voor verschillende doeleinden. Er bestaan verschillende soorten ondergrondse berging zoals infiltratiekratten, watershell en Rockwool. Een infiltratiekrat creëert extra ruimte in de grond om water in op te slaan, zodat het lager in de grond kan infiltreren of bewaard blijft voor een periode van droogte. De overstort blijft of in de tuin of op straat liggen of wordt naar de dichtstbijzijnde vijver of hemelwaterriool afgevoerd. Rockwool is vergelijkbaar met een spons. Het neemt veel water op en geeft het tijdens lagere grondwaterstanden weer af.

Figuur 10: Voorbeeld van ondergrondse berging afkomstig van de website van Waterblock B.V.

Een ondergrondse berging bij aan diverse klimaatthema’s zoals wateroverlast en verdroging. 29 november 2023

BI9392-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0003

14

Bijlage 5 Quickscan flora en fauna Fazantlaan Luchen, BRO

Fazantlaan-West (Luchen), vastgesteld

154

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen datum 16 september 2022 projectnummer P05884 opdrachtgever Gemeente GeldropMierlo BRO projectleider JRi opgesteld door MvdS interne controle NL bron Kaft RdM

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 9 10 11 11 11 11

5

Conclusie Vervolgtraject en advies

12 12

6

Soortgericht onderzoek

12

AERIUS-berekening

12

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

14 15

vrijdag 16 september 2022

2

1 Inleiding

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woonwijk aan de Fazantlaan te Luchen, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 30 augustus 2022 tussen 08.30 – 09.30 uur door een ecoloog van BRO 1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 16°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een noordoostenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie NoordBrabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

vrijdag 16 september 2022

3

2 Planbeschrijving

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen tegen de zuidrand van nieuwbouwwijk Luchen. Ten westen van het plangebied ligt een bosgebied met hierin een ven wat op enkele meters van de plangrens af ligt. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit enkele percelen grasland. Door het plangebied lopen de Fazantlaan (onverhard) en de Koolmees. Langs deze straten lopen bomenrijen van populieren en zomereiken. Een gedeelte van het plangebied wordt gebruikt voor zandopslag. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Toekomstige situatie Het terrein wordt bouwrijp gemaakt. De bomenrijen blijven zoveel mogelijk behouden. Het plan voorziet in de realisatie van 137 wooneenheden van verschillend formaat. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

vrijdag 16 september 2022

4

2 Planbeschrijving

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

Figuur 5: Zuidwesthoek plangebied ter hoogte van het ven

Figuur 6: Koolmees gezien vanuit het westen met een rij eiken

Figuur 4: Fazantlaan vanuit het noorden met een rij van populieren

Figuur 7: Struweel naast noordwestrand van het plangebied

vrijdag 16 september 2022

Figuur 8: Plangebied vanuit noordpunt perceel

Figuur 9: Zandopslag gelegen in het oosten

5

3 Toetsing gebiedsbescherming

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Strabrechtse Heide & Beuven”, bevindt zich op circa 2,4 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven.

vrijdag 16 september 2022

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 137 woningen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd.

Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het NNB doorkruist het plangebied direct ten oosten van Luchenseheide 17. Het betreft ongeveer 470 m2. Binnen de voorgenomen plannen wordt een deel van het gebied

Figuur 10: Ligging NNB (groen) en groenblauwe mantel (groenblauw) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

bestemd als NNB bebouwd. Daarnaast kunnen negatieve effecten op naastgelegen NNB niet op voorhand worden uitgesloten. Een effectenanalyse is noodzakelijk om de omvang van de afname oppervlakte areaal en eventuele verstoring te bepalen. Daarnaast is het perceel ten zuiden van Fazantlaan en Luchenseheide gelegen binnen de groenblauwe mantel. Stedelijke ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel zijn niet mogelijk, tenzij de verhouding groen/rood zodanig is dat

6

3 Toetsing gebiedsbescherming

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

de ontwikkeling bijdraagt aan de ontwikkeling van de kwaliteiten van het gebied. In dit geval is de toevoeging van waarde beperkt, dit dient nader bekeken te worden.

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Binnen het plangebied zijn enkele bomenrijen aanwezig. De rij populieren langs de Fazantlaan is niet beschermd conform artikel 4.1 onderdeel f Wnb. De overige bomenrijen van meer dan 20 bomen of aansluitend aan een bosgebied zijn wel beschermd. Voor de kap van deze bomen is een kapmelding noodzakelijk, en zij dienen te worden herplant op dezelfde plek binnen 3 jaar. Voor herplant op andere grond dient een ontheffing te worden aangevraagd.

vrijdag 16 september 2022

7

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: • • •

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

vrijdag 16 september 2022

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

vrijdag 16 september 2022

Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. Wel zijn tijdens het veldbezoek enkele tientallen huismussen waargenomen in de heg aan de noordgrens van Fazantlaan 40. In de wijk direct ten zuiden is veel geschikt struikgewas aanwezig voor de huismus. De heg op de perceelsgrens is daarmee redelijkerwijs niet essentieel. Van de steenuil zijn waarnemingen bekend uit de omgeving. Voor de steenuil is het plangebied te grootschalig, zonder rustposities, kleinschalige weilandjes, struwelen en dergelijke. Hierdoor is essentieel leefgebied van de steenuil binnen het plangebied redelijkerwijs op voorhand uit te sluiten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd.

Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van

een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig, noch zijn er potentiële verblijfplaatsen in bomen (zoals boomholtes, kieren en loshangend schors) aangetroffen. De aanwezigheid van een verblijfplaats voor vleermuizen is daarmee redelijkerwijs uitgesloten. De bomenrijen en bosranden binnen en naast het plangebied kunnen dienen als foerageergebied of vliegroute. De rij eiken tussen het bosgebied en Luchen aan de Luchenseheide kan dienen als essentiële vliegroute. Toetsing De bomenrij aan de Luchenseheide dient behouden te blijven, of een onderzoek naar vliegroutes dient uit te wijzen of de bomenrij als zodanig gebruikt wordt. Ten aanzien van foerageergebied en vliegroutes dient een toename aan licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als ree, vos, egel en veldmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen.

Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een

9

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

ten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Langs de bosranden is leefgebied en potentiële verblijfplaatsen van de marterachtigen aanwezig. Vervolgonderzoek dient uit te wijzen of de wezel, bunzing en steenmarter van het gebied gebruik maken. Er zijn mogelijke sporen van de das aangetroffen binnen het plangebied. Er dient duidelijk te worden of de das gebruik maakt van het plangebied. Dit kan door het uitvoeren van twee extra bezoeken verspreid over

het jaar, waarbij gezocht wordt naar sporen van de das. In het kader van de zorgplicht is het daarnaast noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen van een algemene soort. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing steenmarter, eekhoorn, das, bever en waterspitsmuis voor. Het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief akker- en grasland, wat geen geschikt leefgebied voor de kleine marterachtigen betreft. Langs de bosranden zijn binnen het plangebied enkele struwelen van brandnetel en braam aanwezig waarbinnen potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn in de vorm van stapels hout en stenen en konijnen- en muizenholen (zie figuur 11). Ook voor steenmarter zijn deze deels geschikt. Binnen het plangebied zijn geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. Aan de zuidrand van het noordelijke perceel is in een ruigtestrook een vervallen burcht aanwezig, mogelijk van das (zie figuur 11). Het betreft circa 5 pijpen die allemaal niet in gebruik zijn, te zien aan ingestorte ingangen en door materiaal (begroeiing, bladeren) bijna dichtgeslibd zijn. Dicht bij de burcht is een aangevreten maiskolf aangetroffen, vrij ver van de dichtstbijzijnde maisakker vandaan. Het is onduidelijk of dit door de das is gedaan. Voor de bever en waterspitsmuis is geen geschikt leefgebied aanwezig. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorFiguur 11: Weergave van potentieel leefgebied en verblijfplaatsen binnen plangebied

vrijdag 16 september 2022

10

4 Toetsing soortenbescherming

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.

Vissen

Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, knoflookpad, boomkikker, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Voor de rugstreeppad kunnen in het plangebied tijdens de werkzaamheden geschikte omstandigheden ontstaan. Hierdoor kan de rugstreeppad het terrein koloniseren. Het is aan te raden om dit te voorkomen. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing Met betrekking tot de rugstreeppad dient de vorming van ondiepe zandige plassen te worden voorkomen, evenals de opslag van vergraafbaar zand. Alternatief kan het werkterrein in de juiste periode van het jaar worden afgezet met een amfibieënscherm. In dat geval dient een ecologisch werkprotocol de werkwijze te beschrijven.

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht vrijdag 16 september 2022

Vaatplanten

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als drijvende waterweegbree en wilde ridderspoor. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van kleine ijsvogelvlinder, grote weerschijnvlinder, grote vos, gentiaanblauwtje, iepenpage, spiegeldikkopje, teunisbloempijlstaart, bosbeekjuffer en gevlekte witsnuitlibel. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

11

5 Conclusie

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: •

•

•

•

•

•

•

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Met betrekking tot het NNB dient een effectenanalyse te worden uitgevoerd om de omvang van de verstoring en verwijdering van het NNB te bepalen. Indien nodig dient in een compensatieplan de vorm en omvang van de compensatie te worden uitgewerkt. Gezien de stedelijke ontwikkeling binnen de groenblauwe mantel dient een effectenanalyse gedaan te worden naar de waarde van de groenblauwe mantel; Met betrekking tot de das dient verspreid over het jaar drie maal te worden gezocht naar sporen van gebruik door de das, om het gebruik aan te tonen dan wel uit te sluiten; Om aanwezigheid van wezel, bunzing en steenmarter te bepalen dient een vervolgonderzoek middels het uitzetten van onderzoeksmaterialen (wildcamera, sporenbuizen, struikrover) te worden uitgevoerd; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden. Indien de bomenrij langs de Luchenseheide wordt onderbroken of verwijderd dient nader onderzoek naar het gebruik hiervan als vliegroute te worden uitgevoerd; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen

vrijdag 16 september 2022

•

van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Vervolgtraject en advies Soortgericht onderzoek De ontwikkeling kan negatieve gevolgen hebben voor de wezel, bunzing en steenmarter, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie verblijfplaatsen en essentieel leefgebied aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en. Das Voor de das dient conform het Kennisdocument Das verspreid over het jaar in totaal drie maal naar actieve gebruikssporen te worden gezocht. Bij afwezigheid hiervan kan gebruik redelijkerwijs worden uitgesloten. Daarnaast zullen de cameravallen die voor het marteronderzoek gebruikt worden, ook gecheckt worden op aanwezigheid van das. Wezel, bunzing en steenmarter Voor het onderzoek naar wezel, bunzing en steenmarter moet conform de Handreiking Kleine Marters van de provincie Noord-Brabant middels verschillende onderzoeksmaterialen als cameravallen en sporenbuizen worden gezocht naar individuen van deze soorten. De materialen dienen in de periode maart t/m augustus voor 6 weken in het plangebied

aanwezig te zijn, of buiten deze periode voor 12 weken. Indien waarnemingen worden gedaan dient te worden aangenomen dat alle potentiële verblijfplaatsen van deze soorten daadwerkelijk in gebruik zijn. Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere verblijfplaatsen van een beschermde soort zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de verblijfplaatsen behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Daarnaast dient voor het verwijderen van een aanwezige verblijfplaats een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag.

Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd. AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUSberekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect 12

5 Conclusie

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de gebruiksfase. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).

vrijdag 16 september 2022

13

6 Samenvatting

Quickscan flora en fauna Fazantlaan te Luchen

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=666e4298-499a-4ffc-92e0-c1a8403d2cd8