Fazantlaan-West (Luchen)_D04_Toelichting excl markering
Tekst van het document
In het beekdal waren sporen te verwachten van drenken en weiden van vee, ambachtelijke activiteiten alsmede diverse kuilen, waarin veel afval kan zijn afgedankt. Voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd gold een hoge verwachting voor bewoningssporen ter plaatse van de al in kaart gebrachte bewoning uit het begin van de 19e eeuw. Er was geen grote verwachting voor sporen in het beekdal. Op basis van dit bureau- en booronderzoek is geadviseerd in het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Hiertoe is een programma van eisen opgesteld voor het proefsleufonderzoek, welke is toegevoegd als bijlage 9 bij deze toelichting. Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 53
Figuur 32: Uitsnede uit de erfgoedkaart Geldrop-Mierlo met een overzicht van het fysieke landschap
Figuur 33: Puttenplan archeologisch PvE plangebied Luchen Fazantlaan Mierlo
Het onderzoeksgebied is in totaal circa 44.400 m2 groot. Hier zullen 38 proefsleuven van 25 bij 4 m worden aangelegd verspreid over het deelgebied. In totaal gaat het om een oppervlak van 3.800 m2 ofwel 8,5 % van het deelgebied. Van het puttenplan kan naar inzicht van de aanwezig senior KNAarcheoloog in detail worden afgeweken, indien de terreinomstandigheden dit vereisen, maar ook om bijvoorbeeld een beter inzicht in het landschap te krijgen. Het sleuvenplan dient dan ook gezien te worden als een richtlijn. Bij de oriëntatie van de sleuven is rekening gehouden met de landschappelijke ligging en de verwachte oriëntatie van archeologische sporen. Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 54
4.9.2
Cultuurhistorie
Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant De planlocatie heeft geen aanduidingen gekregen in de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Uit deze kaart blijkt enkel dat de wegen Fazantlaan, Koolmees en de Luchense heide een redelijk hoge waarde hebben. Deze wegen zullen worden behouden in de toekomstige woonwijk. Daarnaast is een deel van het plangebied bestempeld als hoge trefkans voor indicatieve archeologische waarde (zie hiervoor paragraaf 4.9.1.)
Figuur 34: Uitsnede uit de Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant met de planlocatie zichtbaar.
4.10
EXTERNE VEILIGHEID
Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, transport of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels over externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 55
Beoordeling risicobronnen Spoorlijn Eindhoven-Venlo De planlocatie bevindt zich circa 1,7 kilometer ten zuiden van de spoorlijn Eindhoven-Venlo (zie figuur 37), waarover alleen stofgroep A vervoerd wordt. Hiervoor geldt een richtafstand van circa 460 meter. Gezien de afstand (1,7 kilometer) tot de planlocatie wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Spoorlijn Eindhoven-Weert De planlocatie bevindt zich circa 4 kilometer ten noorden van de spoorlijn Eindhoven-Weert (zie figuur 37), waarover de stofgroepen B2 en D3 vervoerd worden. Hiervoor geldt een maximale richtafstand van circa 995 meter. Gezien de afstand (4 kilometer) tot de planlocatie wordt ruim voldaan aan de richtafstand A67 De planlocatie bevindt zich circa 2,5 kilometer ten noorden van de A67 (zie figuur 37), waarover maximaal de toxische stofgroepen GT4 en GT5 worden vervoerd. Hiervoor geldt een richtafstand van circa 4.000 meter. Er dient hierdoor op basis van artikel 7 van het Bevt in te worden gegaan op de aspecten zelfredzaamheden en bestrijdbaarheid voor een toxisch scenario. Gevaarlijke buisleidingen Op ruim 700 meter afstand bevindt zich een gevaarlijke buisleiding. Deze afstand is groter dan het grootst mogelijke invloedsgebied voor buisleidingen. Derhalve heeft de buisleiding geen gevolgen voor de toekomstige woonwijk.
Figuur 35: Uitsnede uit Atlas Leefomgeving met de planlocatie zichtbaar.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 56
Verantwoording van het groepsrisico Mogelijke rampenscenario’s Gelet op de afstand is ten opzichte van de A67 waarover toxische stoffen worden vervoerd is een toxisch scenario maatgevend voor het plangebied. Door een incident op de transportroute met een tankwagon met toxische vloeistof scheurt de tankwand. Een groot deel van de toxische vloeistof stroomt in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas. Bij toxische gassen komen als gevolg van een brand toxische dampen direct vrij. De toxische stoffen worden meegevoerd door de wind. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. De nieuwe woningen zijn niet specifiek bedoeld voor minder zelfredzame personen, zoals kinderen of ouderen. Dit betekent dat personen zich bij een eventuele dreigende situatie over het algemeen op eigen kracht goed in veiligheid kunnen brengen. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld.
Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk, als gevolg van een incident op de spoorweg, is om te schuilen mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). In de gevel worden mogelijk ventilatievoorzieningen geplaatst ten behoeve van de toevoer van verse lucht. Geadviseerd wordt om de ventilatievoorziening afsluitbaar uit te voeren. Om de zelfredzaamheid te vergroten bij het vrijkomen van toxische stoffen (niet zichtbaar) is het van belang dat een waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) wordt ingezet. De locatie ligt binnen het dekkingsgebied van de WAS. Bovendien is alarmering via de telefonische dienst NL-Alert mogelijk. Indien schuilen niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk. Via de Geldropseweg is het altijd mogelijk om van de bron af te vluchten. Daarmee is deze weg als een geschikte vluchtroute aan te merken. Bestrijdbaarheid Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de vrijkomende concentratie te verdunnen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm.
Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig realiseerbaar zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Tevens is slachtofferreductie mogelijk door een snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Het plangebied voldoet aan de criteria van het standaardadvies van de Veiligheidsregio. Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 57
Conclusie Er zijn meerdere transportroutes en buisleidingen in de buurt van het bouwplan aanwezig. Geconcludeerd is dat het inzichtelijk maken van de hoogte en toename van het groepsrisico niet benodigd is. Alleen het invloedsgebied van toxische stoffen die over de A67 vervoerd worden ligt over het plangebied. Daarvoor is een motivering opgesteld die ingaat op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
4.11
GEURHINDER
Toetsingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en/of het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit de omliggende veehouderijen. Dat kader stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten (alleen intensieve veehouderijen) en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten (alle veehouderijen). Daarnaast moet worden beoordeeld of ter plaatse van het nieuwe geurgevoelig object sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat en mag het nieuw geurgevoelig object geen (aanvullende) beperking worden voor de omliggende veehouderijen. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een emissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten). De geurbelasting wordt uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht (OUE/m3 ). De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of niet-concentratiegebieden en binnen of buiten de bebouwde kom).
Figuur 36: Uitsnede uit de achtergrondkaart geurbelasting met de planlocatie zichtbaar.
Naast geurnormen wordt in de Wgv ook rekening gehouden met (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Bij deze afstanden gaat het om dieren waarvoor in de Rgv geen Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 58
omrekeningsfactoren zijn vastgesteld (bijvoorbeeld melkrundvee en paarden). De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat gehouden wordt. De te toetsen afstand wordt gemeten tussen de buitenzijde van een geurgevoelig object en het dichtstbijzijnde emissiepunt.
Beoordeling en conclusie Het plangebied is niet gelegen in een concentratiegebied. Het aspect geur vormt derhalve geen invloed op de haalbaarheid van het plan.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 59
4.12
VOLKSGEZONDHEID I.R.T. VEEHOUDERIJEN
Toetsingskader Op dit moment zijn de belasting op de omgeving van veehouderijen en daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s voor omwonenden slechts deels uitgewerkt in de milieuwetgeving. De Milieuwetgeving die voor gezondheid relevant is, richt zich op geurhinder en fijnstof (PM2,5 en PM10). Naast geur en fijnstof spelen de mogelijke gevolgen van endotoxinen, zoönosen en resistente bacteriën ook nog een rol. Factoren die de grootste mate van invloed hebben op endotoxine-concentraties in de lucht zijn de afstand van een object tot een veehouderij en het aantal dieren. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van de methode uit het Endotoxine toetsingskader. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld. Hierbij wordt de advies emissiewaarde (PM10) van 30 EU/m3 voor endotoxinen uitgezet tegen de afstand tot een veehouderij. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen in de omgeving.
De afstandsgrafieken zijn gebaseerd op de volgende formules: ▪ Vleeskuikens (variabele emissie): y=p1 * xp2 (p1=6,46065585 en p2=0,49242746); ▪ Leghennen (constante emissie): y=p1 * xp2 (p1=14,1291356 en p2=0,31511434); ▪ Vleesvarkens (constante emissie): y=p1 * ln(x) - p2 (p1=60,0608184 en p2=231,712643). In deze formules is y de straal van de afstandscontour en x is de PM10 emissie in kg/jaar. De afstand dient gemeten te worden vanuit het dichstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf van de veehouderij tot de gevel van een gevoelig object.Uit het RIVM-rapport 2017-0062 (veehouderijen en Gezondheid (VGO) (aanvullende studies)) komt naar voren dat omwonenden van o.a. geitenhouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van een longontsteking. Dit geldt met name voor mensen die op een afstand tot 2 km van een geitenhouderij wonen. Hierbij geldt uiteraard dat hoe groter de afstand tot de geitenhouderij hoe kleiner de kans. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om het uitbreiden van dierverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. Daarnaast is woningbouw binnen de straal van 2 km slechts onder voorwaarden toegestaan. De gezondheidsrisico’s moeten goed worden afgewogen en verantwoord worden bevonden.
Vleeskuikens, leghennen en vleesvarkens Uit de beoordeling ten aanzien van geurhinder (zie paragraaf 4.11) is te zien welke veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied liggen. Binnen 2 kilometer bevinden zich de volgende bedrijven met vleeskuikens, leghennen en vleesvarkens: ▪ Heiderschoor 2a: Zeugen (37.666 ouE/s) Deze veehouderij ligt op een afstand van 1,3 kilometer van het plangebied. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 kilometer rond het plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 60
Beoordeling en conclusie Uit toetsing op afstanden door de ODBN blijkt dat wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen (stap 1) en de ontwikkeling leidt niet tot een toename aan emissies (stap 2). Zoals in paragraaf 4.11 beschreven voldoet de locatie qua geurbelasting aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (stap 3). De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van een geitenhouderij (stap 5a), binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf (stap 5b) of binnen 250 meter van overige veehouderijen: (stap 5c). Het bedrijfsmatig houden van meerdere diersoorten binnen één veehouderij is niet aan de orde (stap 4), evenals mestbe- of verwerking (stap 6). Er is geen ongerustheid bij omwonenden over volksgezondheid (stap 7). Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmeringen voor de haalbaarheid van dit initiatief.
Figuur 37: De planlocatie in relatie tot omliggende veehouderijen.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 61
4.13
M.E.R.-BEOORDELING
Toetsingskader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is als deze de daarin genoemde grenswaarde overschrijden. Voor activiteiten beneden de gestelde grenswaarden geldt een m.e.r.beoordelingsplicht. De m.e.r.-beoordelingsplicht is van toepassing zodra: • De activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage valt, ongeacht de omvang van de activiteit en • Sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4 van onderdeel D
Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling en realisatie van het woongebied met in totaal 35 woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit milieueffectrapportage onder D 11.2. Weliswaar blijft de omvang ervan onder de aangegeven drempelwaarden uit kolom 2, maar op grond van het Besluit m.e.r. is alsnog een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.
Conclusie Aangezien de ontwikkeling valt onder de activiteit D 11.2 van het Besluit m.e.r. is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen op het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Het bevoegd gezag neemt op basis van een aanmeldnotitie een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Het besluit wordt te zijner tijd als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 62
5.0
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
5.1
INLEIDING
Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De indeling en inhoud van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de systematiek van de gemeente Geldrop-Mierlo. De systematiek van de regels sluiten aan bij de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in de regels van het ‘bestemmingsplan Groot Luchen’. Voor het overige is de plansystematiek gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten.
Hiermee wordt ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld met andere overheden en samenwerkingspartners. Verder maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. De digitale verbeelding is juridisch bindend. Algemene toelichting planregels De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; ▪ Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 63
5.2
TOELICHTING BESTEMMINGEN
In dit bestemmingsplan komen de volgende regels en bestemmingen voor:
5.2.1
Hoofdstuk 1: Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hierin wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe dient te worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan.
5.2.2
Hoofdstuk 2: Bestemmingsplanregels
In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3: Groen: Binnen de bestemming ‘Groen’ zijn groenvoorzieningen, bermen en beplanting, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor langzaam verkeer en verblijf, inen uitritten en nutsvoorzieningen toegestaan. Parkeervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen– parkeervoorziening’. Hier mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd. Op enkele plekken is het aanleggen van een wandelpad binnen de bestemming ‘Groen’ niet toegestaan. Deze plekken zijn specifiek aangeduid op de verbeelding. Artikel 4: Verkeer De voor ‘Verkeer’ bestemde gronden zijn onder andere bestemd voor wegen, straten, paden en parkeervoorzieningen, alsmede voor groenvoorzieningen. Hier mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd. Artikel 5: Wonen De regels conform de bestemming ‘Wonen – 2’ uit het bestemmingsplan ‘Groot Luchen’ zijn in dit artikel van toepassing verklaard. De gronden zijn bestemd voor de wonen. Echter is het oprichten van bebouwing enkel toegestaan binnen het bouwvlak. Binnen deze bestemming is geen bouwvlak opgenomen.
Conform het geldende plan is de wijzigingsbevoegdheid ter plaatse van de ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’ opgenomen. Artikel 6: Wonen – Bungalow 1 De hoofdbestemming binnen deze bestemming betreft ‘Wonen’ al dan niet in combinatie met een aanhuis-verbonden-beroep in de vorm van bungalows. Binnen de bestemming mogen in totaal maximaal 8 bungalows worden gebouwd. Hoofdbebouwing is enkel toegestaan binnen het bouwvlak. De voorgevel moet gericht zijn op het openbaar gebied en gesitueerd zijn in de voorgevelrooilijn of maximaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn. Per bouwperceel is niet meer dan één woning toegestaan.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 64
De maximale bouwhoogte is 3,5 meter. Via een afwijkingsbevoegdheid kan een dakopbouw tot maximaal 6 meter worden vergund, met dien verstande dat deze maximaal 33% van het dakvlak benut tot een maximum van 55m2. De dakhelling van de dakopbouw bedraagt maximaal 30o. De opbouw ligt terug in het dakvlak. De opbouw in één gevelvlak vanaf het maaiveld doortrekken is niet toegestaan. Aan huis verbonden beroepen zijn rechtstreeks toegestaan tot een maximum van 50 m². Binnen de woonbestemmingen zijn diverse wijzigingsbevoegdheden en afwijkingsbevoegdheden opgenomen, onder andere voor de realisatie van woningen en uitbreiden van de mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen. Door middel van een voorwaardelijke verplichting, gerelateerd aan het verhard oppervlak, is gewaarborgd dat de benodigde waterbergingsopgave wordt voldaan op eigen terrein. Artikel 7: Wonen – Bungalow 2 De hoofdbestemming binnen deze bestemming betreft ‘Wonen’ al dan niet in combinatie met een aanhuis-verbonden-beroep in de vorm van bungalows. Binnen de bestemming mogen in totaal maximaal 7 bungalows worden gebouwd. Hoofdbebouwing is enkel toegestaan binnen het bouwvlak. De voorgevel moet gericht zijn op het openbaar gebied en gesitueerd zijn in de voorgevelrooilijn of maximaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn. Per bouwperceel is niet meer dan één woning toegestaan. De maximale bouwhoogte is 3,5 meter.
Via een afwijkingsbevoegdheid kan een dakopbouw tot maximaal 6 meter worden vergund, met dien verstande dat deze maximaal 45% van het dakvlak benut tot een maximum van 50m2. De dakhelling van de dakopbouw bedraagt maximaal 30o. De dakhelling minimaal 20° bedraagt, indien de opbouw in één gevelvlak vanaf maaiveld wordt opgebouwd. Aan huis verbonden beroepen zijn rechtstreeks toegestaan tot een maximum van 50 m². Binnen de woonbestemmingen zijn diverse wijzigingsbevoegdheden en afwijkingsbevoegdheden opgenomen, onder andere voor de realisatie van woningen en uitbreiden van de mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen. Door middel van een voorwaardelijke verplichting, gerelateerd aan het verhard oppervlak, is gewaarborgd dat de benodigde waterbergingsopgave wordt voldaan op eigen terrein. Artikel 8: Wonen – Tiny Houses De gronden centraal in de wijk zijn bestemd voor wonen in de vorm van tiny houses. De bestemming ‘Wonen – Tiny Houses’ maakt de bouw van maximaal 15 tiny houses inclusief bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen mogelijk. Daarnaast zijn groen-, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven en voorzieningen voor verkeer en verblijf toegestaan. Parkeervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan mits deze gebundeld op één plek binnen de locatie worden aangelegd met een maximum van 4.
Tiny houses zijn toegestaan met een maximaal bouwoppervlak van 35m2, en een maximum vloeroppervlak van 50m2. De onderlinge afstand tussen tiny houses bedraagt minimaal 5 meter. Per Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 65
tiny house is één veranda toegestaan met een maximaal oppervlak van 8m2. Overige aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en dakterrassen zijn niet toegestaan. Een gemeenschappelijke ruimte met een maximaal oppervlak van 75m2 kan worden opgericht waar bewoners dan wel omwonenden gezamenlijk gebruik van kunnen maken om samen te zijn en gemeenschappelijke activiteiten te organiseren en spullen op te slaan. Door middel van een voorwaardelijke verplichting, gerelateerd aan het verhard oppervlak, is gewaarborgd dat de benodigde waterbergingsopgave wordt voldaan op eigen terrein. Artikel 9: Wonen – Vrijstaand Aan de bosrijke westrand van het plangebied worden maximaal 5 vrijstaande woningen gebouwd. De bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ maakt de bouw van deze woningen mogelijk. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep. De woningen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Per bouwperceel is één woning toegestaan. De goothoogte is gemaximeerd op 3,5. De maximale bouwhoogte is afhankelijk van de dakvorm. Bij een zadeldak, mansarde kap of asymetrisch dak geldt een bouwhoogte van 9 meter. Een schilddak heeft een maximale bouwhoogte van 7 meter. Zowel vrijstaande bijgebouwen als uitbouwen aan het hoofdvolume zijn toegestaan.
Het gebruik van de gronden en gebouwen binnen deze bestemming is enkel toegestaan als afstromend hemelwater op eigen terrein wordt geborgen danwel geïnfiltreerd, en de bossingel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – bossingel’ wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Artikel 10: Leiding – Riool De gronden met de dubbelbestemming Leiding-Riool zijn tevens bestemd voor een rioleringsleiding met bijbehorende beschermingszone. Hier geldt een omgevingsvergunningvereiste voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden. Artikel 11: Waarde – Archeologie 2 + Artikel 12: Waarde – Archeologie 3 De gronden met de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ zijn tevens bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Er gelden binnen de bestemmingen verschillende ondergrenzen voor het uit dienen te voeren van archeologisch onderzoek bij bodemverstorende werkzaamheden. Hier geldt een omgevingsvergunningvereiste voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden.
5.2.3
Hoofdstuk 3: Algemene regels
Hieronder zijn begrepen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene procedureregels en de overige regels. Onder de algemene aanduidingsregels is de volgende gebiedsaanduiding opgenomen;
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 66
- Vrijwaringszone - weg: Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' zijn geen nieuwe bouwwerken toegestaan die een toekomstige aanleg van een ontsluitingsweg kunnen belemmeren. - Overige zone – attentiezone waterhuishouding: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone attentiezone waterhuishouding' zijn geen werkzaamheden toegestaan die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Overige regels Onder overige regels is een regel opgenomen die voorziet in de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid. Hiertoe is de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo, of diens rechtsopvolger van toepassing verklaard. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de realisatie en instandhouding van waterberging met voldoende capaciteit wordt geborgd.
5.2.4
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels
In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 67
6.0
UITVOERBAARHEID
6.1
INLEIDING
Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen die zijn doorlopen voor het zeker stellen van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Als het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieeleconomische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.
6.2
FINANCIËLE HAALBAARHEID
In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vast moet stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij drie ruimtelijke besluiten kan het nodig zijn om een exploitatieplan vast te stellen, namelijk bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of afwijkingsbesluit. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is én er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen hoeven te worden vastgesteld. De gronden zijn in eigendom van de gemeente. Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplichte kostenverhaal. De kosten van grondexploitatie worden in dat geval verhaald via de gronduitgifteprijs.
6.3
MAATSCHAPPELIJKE HAALBAARHEID
6.3.1
Participatie
In voorbereiding op dit bestemmingsplan is een participatietraject doorlopen met omwonenden. Alle direct omwonenden zijn via een brief uitgenodigd om in een persoonlijk gesprek toelichting te krijgen over het plan en hun eventuele zorgen te bespreken. Waar mogelijk zijn de genoemde aandachtspunten meegenomen in de planvorming. De overwegingen om andere aandachtspunten niet mee te nemen zijn ook besproken met de omwonenden. Daarnaast is er op 31 oktober een openbare inloopavond georganiseerd om omwonenden en andere geïnteresseerden te informeren over de ontwikkeling. In maart 2024 heeft een tweede bijeenkomst plaatsgevonden met direct omwonenden van het gebied. Tijdens deze bijeenkomst stond de inrichting van het plangebied centraal. Het is namelijk de nadrukkelijke wens van omwonenden om te worden betrokken bij de verdere uitwerking en inrichting van dit gebied.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 68
6.3.2
Vooroverleg
In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het onderhavige bestemmingsplan aan de daarvoor in aanmerking komende instanties toegezonden. De inhoud van eventueel vooroverlegreacties worden te zijner tijd in deze paragraaf samengevat en beantwoord. De uitkomsten van het overleg worden verwerkt in het bestemmingsplan.
6.3.3
Ontwerp bestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan heeft ook het ontwerpbeeldkwaliteitsplan FazantlaanWest ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan lag van 19 december 2023 tot en met 29 januari 2024 ter inzage. Tijdens deze termijn kon iedereen zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze indienen. De Nota zienswijzen (ontwerp)bestemmingsplan Fazantlaan-West is als bijlage aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen van het bestemmingsplan. Zo is naar aanleiding van de zienswijze van het waterschap de waterparagraaf (paragraaf 4.8 van de toelichting) aangevuld en zijn er regels opgenomen ten aanzien van het attentiegebied waterhuishouding. Tussen de huidige wijk en het plangebied wordt een strook van 7 meter aangeduid als ‘specifieke aanduiding groen’. In dit functiegebied mogen geen (wandel)paden worden aangelegd. Daarnaast zijn de maximale hoogten voor speelvoorzieningen aangepast naar een hoogte van 2 meter. Naar aanleiding van de zienswijzen, zijn enkele aanpassingen en ambtshalve wijzigingen in het plan doorgevoerd.
Voor een overzicht van deze wijzigingen en aanpassingen wordt kortheidshalve verwezen naar de eveneens als bijlage opgenomen nota ambtshalve wijzigingen.
Stantec | Bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen) 69
Bijlagen Bijlage 1: Stedenbouwkundig plan Fazantlaan-West Mierlo, d.d. 12-07-2023 BRO Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Fazantlaan-West, d.d. december 2023 Gemeente Geldrop-Mierlo Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Fazantlaan-West (Luchen), d.d. 30-11-2023 Stantec Bijlage 4: Waterhuishouding Luchen-Fazantlaan, d.d. 29-11-2023 Royal Haskoning DHV Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Fazantlaan Luchen, d.d. 16-09-2022 BRO Bijlage 6: Effectbeoordeling NNB/groenblauwe mantel Fazantlaan-West (Luchen), d.d. 21-11-2023 Stantec Bijlage 7: Nader onderzoek das Luchen-Fazantlaan te Mierlo, d.d. 01-03-2024 Stantec Bijlage 8: Memo stikstofdepositie, Fazantlaan-West (Luchen), d.d. 27-06-2024 Stantec Bijlage 9: Verkennend bodemonderzoek, Fazantlaan-West (Luchen), d.d. 14-12-2023 Stantec Bijlage 10: PvE Archeologisch proefsleuvenonderzoek Luchen deelgebied Fazantlaan, d.d. 14-112022 ODZOB Bijlage 11: Aanmeldnotitie MER Bijlage 12: Nota zienswijzen (ontwerp)bestemmingsplan Fazantlaan-West Bijlage 13: Nota ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Fazantlaan-West