CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Duurzaamheidsnota 2022-2025 Geldrop-Mierlo.docx

Commissie Ruimte 16 mei 2022, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststellen duurzaamheidsnota 2022-2025 Geldrop-Mierlo16.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

CO2-winst projecten in ton CO2 7000

5729

6000 5000 4000

3066

2595

2561

3000 1354

2000 1000

590

101

87

65

9

g nd

ng 28

.T

oe zic

ht

en

ha

ni ve re ie

si d ub

.s

ha

in

ct -a tie ica 16

vin

ie

ge n

s

. ... 13 .C om m un

sp tie af ta

re s .P 12

14

ra k

en

w oc

o'

s

en in ko p

za ur Du 8.

te ee n m

Ge 7.

am

m

ht in e

ar en b

Op 6.

lijk e

ve rli c

em ag m an

ob

g

t en

d oe tg va s En

er gie

lijk 5.

te ee n m Ge 1.

ilit ei t

0

Zoals te zien is, zijn de vier acties met het meeste effect op de CO2 uitstoot: 1. 2. 3. 4.

Toezicht en handhaving Prestatieafspraken woningbouwcorporaties Communicatie-acties Stimuleringsregelingen

Hieruit concluderen we dat we in ieder geval deze acties de komende vier jaar moeten voortzetten en daar waar mogelijk uitbreiden. Als we vervolgens kijken naar het totale kwalitatieve effect van onze projecten dan zien we het volgende:

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 24 van 47

Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het effect dat een project direct heeft en het effect dat een project voor de toekomst kan hebben; de potentie. Zo heeft het opstellen van beleid en een afwegingskader om zonnevelden toe te staan niet een direct effect. Het beleid zelf wekt geen zonneenergie op. Wel is dit beleid een voorwaarde om het opwekken van zonne-energie mogelijk te maken. Het heeft daardoor dus de potentie om indirect een grote bijdrage te leveren. Als we kijken naar wat de projecten bijdragen aan duurzaamheid in de brede zin, zien we dat de nadruk tot nu toe erg lag op de energietransitie en het creëren van draagvlak en maatschappelijke acceptatie. Toch bieden de projecten wel kansen om in de toekomst ook aan andere thema’s bij te gaan dragen. Door bijvoorbeeld bij duurzaam inkopen niet alleen naar energie te kijken, maar ook naar circulaire aspecten. Of door de communicatie naar inwoners te verbreden naar onder andere klimaatadaptatie.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 25 van 47

5

Energie

5.1

Waar gaat het thema energie over?

Inmiddels is onomstotelijk bewezen dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen er voor zorgen dat de aarde opwarmt. Door deze opwarming verandert ons klimaat. Dat heeft allerlei gevolgen: de zeespiegel stijgt bijvoorbeeld, het weer wordt extremer (hevige regenbuien, meer hittegolven), en sommige delen van de aarde worden droger. Dit noemen we klimaatverandering.

Wat is het broeikaseffect? Van nature komen er broeikasgassen zoals CO2 voor in de atmosfeer. Dat is maar goed ook, want anders zou het op aarde veel kouder zijn. Broeikasgassen zorgen er namelijk voor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden. Zonder broeikasgassen zou het hier gemiddeld -18 graden Celsius zijn. Door de broeikasgassen is het gemiddeld 15 graden Celsius. Daardoor is het leven op aarde zoals we dat nu kennen, mogelijk. De laatste 250 jaar zijn er veel meer broeikasgassen in de atmosfeer gekomen. Die houden extra warmte vast, waardoor sinds 140 jaar de temperatuur stijgt. Wetenschappers noemen dit het ‘versterkte broeikaseffect’. De meeste mensen hebben het gewoon over ‘het broeikaseffect’ als ze over de opwarming van de aarde praten. Maar eigenlijk bedoelen ze dan het extra broeikaseffect. De mens is de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde. Sinds de industriële revolutie stoten we steeds meer broeikasgassen uit. We gebruiken fossiele brandstoffen in fabrieken, energiecentrales, om ons huis te verwarmen en voor vervoer. We kappen op grote schaal bossen waarbij CO2 vrijkomt. En we houden steeds meer koeien, schapen en geiten voor vlees en zuivel. Door al deze activiteiten zit er nu 40 procent meer CO2 in de lucht dan 250 jaar geleden.

Koolstofdioxide (CO2) droeg in 2016 voor 66% bij aan de versterkte broeikaswerking, methaan (CH4) voor 17%, distikstofoxide (lachgas, N2O) voor 7%, de gehalogeneerde koolwaterstoffen onder het Montreal-protocol (met name CFK's en HCFK's) samen voor 9%, en gehalogeneerde koolwaterstoffen onder het Kyoto protocol (c.q. PFK's, HFK's en SF6) samen voor bijna 1%. Aerosolen kunnen zowel een opwarmend als een verkoelend effect hebben. Alle aerosolen samen hebben netto een verkoelende werking en compenseren in 2016 voor 14% het versterkte broeikaseffect. Bron: Milieucentraal en Compendium voor de leefomgeving. Circa 90% van onze CO2 uitstoot wordt veroorzaak door het gebruik van fossiele brandstoffen. De meest effectieve manier om de uitstoot van broeikasgassen te beperken is daarom het afbouwen van ons gebruik van fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen worden gebruikt om energie te produceren: we gebruiken ze om elektriciteit op te wekken, gebouwen te verwarmen, voertuigen te verplaatsen en industrieprocessen aan te drijven. Het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen betekent dus het veranderen van de manier waarop we energie gebruiken: dit is de energietransitie. De energietransitie heeft twee uitgangspunten: • •

Het verminderen van de energie die we gebruiken. Het op een duurzame manier opwekken van de energie die we gebruiken.

Hieronder gaan we verder in op deze twee uitgangspunten. Daarnaast gaan we ook verder in op de warmtetransitie. Dit is een apart onderdeel van de energietransitie en gaat over de verandering van de manier waarop we onze gebouwen verwarmen; we gaan van verwarmen met aardgas naar het verwarmen met duurzame warmtebronnen zoals aardwarmte of duurzame elektriciteit. Om de warmtetransitie te realiseren moeten we zowel energie besparen als duurzaam opwekken.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 26 van 47

5.1.1

Energiebesparing

Energie besparen kan op verschillende manieren: • • •

Door minder gebruik te maken van zaken die energie verbruiken; bijvoorbeeld door de verwarming lager te zetten, door de jacuzzi niet meer of minder te gebruiken of door minder vaak de auto te gebruiken. Door over te stappen op zaken die minder energie verbruiken; bijvoorbeeld door een zuinigere auto of wasmachine te gebruiken of door zuinigere machines te gebruiken in fabrieksprocessen. Door verspilling van energie tegen te gaan; bijvoorbeeld door gebouwen beter te isoleren.

De besparingsmogelijkheden verschillen sterk per doelgroep. Zo is de aanpak voor woningen anders dan voor bedrijven. Daarnaast verschilt ook de rol die we als gemeentelijke organisatie hebben per doelgroep. Onze aanpak is vooral stimulerend bij bestaande woningen, regulerend bij nieuwbouw en actief bij ons eigen vastgoed. We maken in deze nota daarom onderscheid tussen de aanpak bij: • • • • •

Woningen Bedrijven en maatschappelijk vastgoed Verkeer en openbare ruimte Nieuwbouw Eigen (gemeentelijk) vastgoed

Woningen Bij woningen kan vooral energie bespaard worden door: •

• •

Aanpassingen aan de woning: o Betere isolatie. o Zuinigere warmtevoorziening (bijv. warmtepomp of de CV-ketel op 60 graden instellen). o Zuinigere verlichting (bijv. LED lampen). o Opwekken van duurzame energie (bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen.) o Gunstig oriënteren van bebouwing. Aanpassingen aan apparaten: o Zuinigere huishoudelijke apparaten. o Verminderen van de hoeveelheid apparaten. Veranderen van gedrag: o Het uitzetten van verwarming, licht en apparaten als je er geen gebruik van maakt. o Het verminderen van het gebruik van verwarming, warm water en apparaten (bijvoorbeeld verwarming graadje lager zetten en korter douchen).

Bedrijven Bij bedrijven kan vooral energie bespaard worden door: •

•

•

Aanpassingen aan het gebouw waarin het bedrijf gevestigd is: o Betere isolatie. o Zuinigere warmtevoorziening (bijv. warmtepomp en/of het automatiseren van instellingen zodat de verwarming alleen aan staat als het gebouw in gebruik is). o Zuinigere verlichting (bijv. LED lampen en bewegingssensoren). o Opwekken van duurzame energie (bijv. het plaatsen van zonnepanelen). Aanpassingen aan het productieproces: o Zuinigere machines. o Voorkomen van verspillingen en onnodige processen. o Duurzame producten/diensten ontwikkelen o gebruik maken van circulaire processen en materialen Verduurzamen verkeersbewegingen: o Werknemers stimuleren gebruik te maken van duurzaam vervoer o Vrachtbewegingen optimaliseren en verduurzamen door bijvoorbeeld elektrische vrachtwagens

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 27 van 47

Verkeer en openbare ruimte In het verkeer en de openbare ruimte kan vooral energie bespaard worden door: •

•

Minder gebruiken van vervoer op fossiele brandstoffen: o Gebruik van een zuiniger alternatief zoals de fiets of het openbaar vervoer. o Gebruik van vervoer op een duurzame brandstof zoals elektriciteit of waterstof. o Het delen van vervoersmiddelen zoals deelauto’s. Aanpassingen aan de installaties in de openbare ruimte: o Verledden en smart maken van openbare verlichting. o Optimaliseren van gemalen.

Kijk ook hier: Beleidsvisie Laadinfrastructuur Gemeente Geldrop-Mierlo. Kijk ook hier: Het beleidsplan openbare verlichting Geldrop-Mierlo.

Gemeentelijk vastgoed Bij ons eigen vastgoed zijn we zelf aan zet. We kunnen energie besparen door: •

• •

5.1.2

Aanpassingen aan de gebouwen: o Betere isolatie. o Zuinigere en aardgasvrije warmtevoorziening (bijv. warmtepomp en het automatiseren van instellingen zodat de verwarming alleen aan staat als het gebouw in gebruik is). o Zuinigere verlichting (bijv. LED lampen en bewegingssensoren). o Opwekken van duurzame energie (bijv. het plaatsen van zonnepanelen). Aanpassingen aan apparaten: o Zuinigere apparatuur. Verduurzamen van de organisatie: o Het uitzetten van verwarming, licht en apparaten als je er geen gebruik van maakt. o Het tegen gaan van verspilling.

Duurzame opwek

Als we het hebben over de opwek van duurzame energie hebben we het meestal over het opwekken van elektriciteit. Het opwekken van duurzame warmte wordt besproken in de paragraaf warmtetransitie. Op dit moment zijn er twee gangbare manieren die we in Nederland gebruiken om duurzame energie op te wekken: • •

Zonnepanelen Windmolens

Zonnepanelen kunnen op daken, velden of op water gelegd worden. Deze manier van duurzame energie opwekken is, zeker de komende vier jaar, het meest kansrijk in Geldrop-Mierlo. Wij willen de komende vier jaar vooral focussen op het stimuleren van zon op dak. Zoals in paragraaf xx Transportschaarste besproken is moeten wij door de beperkingen van het netwerk een keuze maken in welke initiatieven we prioriteren. Zon op dak krijgt prioriteit omdat hiervoor het draagvlak het grootste is bij inwoners en de impact hiervan op onze omgeving het kleinste is. Wel zetten we ons vanuit onze rol als gemeente ervoor in dat de twee lopende initiatieven voor zonneparken gerealiseerd worden. We bekijken daarnaast periodiek wat de actuele stand van het netwerk is. Als er mogelijkheden zijn om terug te leveren op het elektriciteitsnetwerk, zal dit waarschijnlijk op het station Eindhoven-Oost zijn. Afhankelijk van wat er uit de regionale prioriteringsdiscussie komt, kunnen we heroverwegen om ontwikkelingen in het deel van Geldrop-Mierlo dat op Eindhoven-Oost aansluit toe te staan. Dit zou dan ook mogelijkheden kunnen bieden voor het opwekken van duurzame energie bij Gulbergen. Daarnaast staan we ook open voor plannen om duurzame energie op te wekken waarbij innovatie wordt ingezet, zodat juist buiten piekmomenten of helemaal niet teruggeleverd wordt aan het netwerk.

Windmolens zijn op de korte termijn niet realiseerbaar in verband met de beperkingen in het provinciaal beleid voor windmolens in Natuurnetwerk Brabant, transportschaarste en mogelijke Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 28 van 47

radarbeperkingen. Daarnaast is er in de RES 1.0 van de MRE geen zoekgebied voor wind in GeldropMierlo opgenomen. Dit betekent dat er regionaal tot 2030 hier geen windmolens voorzien zijn. De komende vier jaar zal onze focus dan ook niet liggen op het mogelijk maken van windmolens in Geldrop-Mierlo. Wij hebben in apart beleid de kaders beschreven onder welke voorwaarden zon (en wind) in GeldropMierlo gerealiseerd kan worden Kijk ook hier: De beleidsvisie zonneparken en windmolens Geldrop-Mierlo.

5.1.3

Warmtetransitie

De warmtetransitie is de omschakeling naar het verwarmen van gebouwen met aardgas naar het verwarmen met duurzame warmtebronnen. Hiervoor moeten een aantal stappen gezet worden: • • •

Gebouwen moeten beter geïsoleerd worden. Er moeten alternatieve warmtebronnen gevonden en ingezet worden om onze gebouwen te verwarmen. Er moeten aanpassingen gedaan worden aan onze energie-infrastructuur en aan de woningen; de alternatieve warmtebronnen vragen namelijk om een andere infrastructuur dan gas.

Op dit moment zijn we plannen aan het maken hoe we voor 2050 de overstap maken van een Geldrop-Mierlo dat op aardgas verwarmd wordt naar een Geldrop-Mierlo dat duurzaam verwarmd wordt. In de transitievisie warmte beschrijven we globaal welke duurzame alternatieve warmtebronnen er zijn en met welke buurten we als eerste concretere plannen gaan maken. Kijk ook hier: De Transitievisie warmte Geldrop-Mierlo.

5.2

Geldrop-Mierlo in 2050

Geldrop-Mierlo is in 2050 aardgasvrij. We gebruiken minimaal 30% minder energie dan we in 2017 deden. Op alle geschikte daken liggen zonnepanelen en we wekken daar waar dit landschappelijk past grootschalig energie op. Dit doen we om onze bijdrage aan klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken. We beperken deze bijdrage door zo min mogelijk broeikasgassen uit te stoten. We hebben ons daarom tot doel gesteld om CO2-neutraal te worden. Dit betekent concreet dat de CO2uitstoot binnen de gemeentegrenzen gelijk is aan de hoeveelheid CO2 die in Geldrop-Mierlo wordt vastgelegd, opgeslagen of gecompenseerd ofwel dat wat binnen de gemeentegrenzen gebeurt per saldo niet zorgt voor een verhoging van de wereldwijde CO2-uitstoot. Om dat te bereiken moeten we energieneutraal worden of in ieder geval daar zo dicht mogelijk bij in de buurt komen. Maar de weg naar energieneutraliteit is erg lastig en de route onzeker. De route wordt niet alleen bepaald door projecten en activiteiten die op lokaal niveau plaatsvinden, maar ook door landelijk en internationaal beleid en door ontwikkelingen in de markt. Hieronder brengen we in beeld welke ontwikkelingen we voorzien tot 2050. In bijlage 3 gaan we hier uitgebreider op in.

5.2.1

Elektriciteit

Elektriciteitsvraag en potentie in TJ (gunstigste scenario)

elektravraag Potentie 2050

270

Elektravraag 2050

830

Elektravraag 2030

549

Elektravraag 2017

550 0

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

zon op dak

zonneparken

420

100

200

300

wind 160

400

500

600

700

800

900

Pagina 29 van 47

Zoals te zien is gaan we uit van een toename van de elektriciteitsvraag. De verwachting is dat deze met wel 30 tot 50% zal stijgen. Deze toename komt door: • • • •

Toename woningvoorraad Warmtetransitie en elektrisch verwarmen Elektrificatie bedrijventerreinen Elektrisch rijden

Deze toename wordt enigszins geremd doordat we ook elektriciteit gaan besparen. Wij gaan uit van een besparing van circa 30%. Als wij energieneutraal willen worden betekent dit dat al deze elektriciteit ook duurzaam opgewerkt moet worden. Theoretisch is dat mogelijk. Hiervoor is nodig: • • •

Zon op dak (270 TJ) 140 ha zonneparken (420 TJ) 4 windmolens (160 TJ)

Voor de periode van deze nota (2022-2025) is het gezien de belemmeringen voor windmolens en de transportschaarste op het netwerk niet mogelijk om deze opwek binnen onze gemeentegrenzen te bereiken. In deze nota ligt daarom de focus op het realiseren van zo veel mogelijk zon op dak en het tot uitvoering brengen van de twee bestaande initiatieven voor zonneparken. Deze situatie kan echter veranderen, waardoor het in de toekomst misschien wel mogelijk wordt om de benodigde duurzame elektriciteit lokaal op te wekken. Bij de actualisatie van deze nota na 2025 evalueren we daarom of de mogelijkheden voor grootschalige opwek veranderd zijn. Op het moment dat grootschalige opwek mogelijk wordt, zal eerst de impact van deze realisatie onderzocht moeten worden en of deze ontwikkeling past binnen de draagkracht van ons landschap. Het feit dat er in theorie voldoende opwek mogelijk is binnen onze gemeentegrenzen betekent dus zeker nog niet dat deze opwek ook in de praktijk mogelijk zal blijken.

5.2.2

Warmte

Warmtevraag in TJ (gunstigste scenario)

Warmtevraag 2050

1076

Warmtevraag 2030

1076

Warmtevraag 2017

1250 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

Wij verwachten in het gunstigste scenario een afname van de warmtevraag met circa 15%. Hierbij gaan we er vanuit dat de besparing door bijvoorbeeld isolatie en zuinigere verwarmingsapparaten zo groot is dat deze maar ten delen geremd wordt door de toename van de woningvoorraad. In theorie zijn er voldoende bronnen voor de duurzame opwek van warmte in de regio aanwezig. Er is echter zeker geen sprake van een overvloed aan duurzame warmtebronnen. Regionaal en op lokaal niveau zal dan ook nog verder onderzoek gedaan worden naar alternatieve warmtebronnen.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 30 van 47

5.2.3

Verkeer en Vervoer

Brandstofvraag in TJ (gunstigste scenario)

Brandstofvraag 2050

680

Brandstofvraag 2030

1064

Brandstofvraag 2017

1085 0

200

400

600

800

1000

1200

De transitie verkeer is zeer lastig in te schatten en beperkt te beïnvloeden door de gemeentelijke organisatie. We zijn hier vooral afhankelijk van landelijke wetgeving over bijvoorbeeld het gebruik en de verkoop van diesel en benzinemotoren. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan de transitie van personenvervoer, maar ook zwaarder vervoer zoals vrachtwagens, tractoren en bouwwerktuigen. Wij zien een mogelijke afname van de brandstofvraag met 35%. Hierbij hebben we rekening gehouden met een besparing door: • •

Elektrisch rijden Zuinigere voertuigen

Deze besparing wordt echter deels teniet gedaan door de groei van onze verkeersbewegingen.

5.2.4

Ambities voor 2050

De ambities van de gemeente Geldrop-Mierlo binnen het thema energie zijn: • • • • • •

5.3

Geldrop-Mierlo is CO2-neutraal. Geldrop-Mierlo is aardgasvrij. We gebruiken minimaal 30% minder energie ten opzichte van 2017. Op alle geschikte daken liggen zonnepanelen. We gebruiken geen fossiele brandstoffen meer voor ons vervoer. We wekken daar waar dit landschappelijk past, grootschalig energie op.

Focus 2022 – 2025

De komende periode ligt de focus binnen het thema Energie op het versnellen van de Energietransitie. Dit doen we vooral door energie te besparen en op daken duurzame energie op te wekken. Wij zien in deze periode geen kansen voor windmolens en zijn vanwege transportschaarste ook voorzichtig met het mogelijk maken van nieuwe zonneparken (naast de twee bestaande initiatieven). Hierbij zien we eventueel wel kansen voor initiatieven die op een innovatieve manier omgaan met transportschaarste of voor plannen die passen binnen de nog op te stellen regionale prioritering. Het verder onderzoeken van de mogelijkheden voor wind krijgt in deze periode geen prioriteit, maar daar waar mogelijk worden koppelkansen benut. Dit betekent dat als de mogelijkheden voor grootschalige opwek verder onderzocht kunnen worden in regionaal verband zoals in de RES of in het kader van andere projecten zoals de omgevingsvisie wij hierbij zullen aansluiten. De gemeentelijke organisatie heeft in deze opgave vooral een faciliterende rol, maar ook in sommige gevallen een regulerende rol. Voor het verduurzamen van ons eigen vastgoed zijn we zelf aan zet. Zoals beschreven moeten we keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema Energie ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden:

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 31 van 47

Besparing • • • • • • • • •

Aanpak energiearmoede. Communicatiecampagne om betrokkenheid van onze inwoners te vergroten. Ondersteunen van inwoners met informatie over energie besparen (onder meer in samenwerking met Energiehuis Slim Wonen). Stimuleren van isoleren van woningen. Stimuleren en toezien op naleving energiewetgeving voor bedrijven. Gebruiken van de mogelijkheden binnen de omgevingswet om extra duurzaamheidsmaatregelen te verplichten zoals zonnepanelen op industriële daken. Stimuleren van gebruik fiets, openbaar vervoer, elektrisch vervoer en deelmobiliteit. Verledden van de openbare verlichting. Verduurzamen van het eigen vastgoed.

Duurzame opwek • • •

Stimuleren van zon op dak. Faciliteren van de twee bestaande initiatieven voor zon op land. Regionaal aansluiten bij energiecorridor A67.

Warmtetransitie •

5.4

Wijkuitvoeringsplannen kansrijke buurten.

Doelen 2025

Door ons op de bovengenoemde onderwerpen te focussen willen wij in 2025 het volgende bereikt hebben: Energie • 8% CO2-reductie ten opzichte van 2017. • 10% van de energievraag wordt duurzaam opgewekt. • 30% van de panden in Geldrop-Mierlo heeft het Energielabel A of B. • 7% van de woningen in Geldrop-Mierlo is aardgasvrij. • 25% van alle panden heeft zonnepanelen. Dat percentage is 100% voor de gemeentelijke panden met een hiervoor geschikt dak. • Er is 20 hectare aan zonnevelden. • 25% van de huishoudens die in energiearmoede leven, zijn bereikt en hebben een concreet hulpaanbod ontvangen. • Er is een meerjarenplan voor de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed opgesteld en in uitvoering.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 32 van 47

6

Klimaatadaptatie

6.1

Waar gaat het thema klimaatadaptatie over?

Zoals in het hoofdstuk hiervoor beschreven verandert het klimaat. De afgelopen jaren is er door hevige regen verschillende keren wateroverlast geweest in Geldrop-Mierlo. Daarnaast merken we dat er steeds vaker langere periodes van droogte en van extreme hitte komen. Hiervan ondervinden we overlast. Doordat de gevolgen van klimaatverandering steeds groter worden zal de overlast ook steeds groter worden. Het thema klimaatadaptatie gaat over welke maatregelen we kunnen nemen om deze overlast zo veel mogelijk te beperken.

Wat is klimaatadaptatie? Het klimaat is aan het veranderen. Als we ons voorbereiden, hebben we minder last van deze effecten. Dat is klimaatadaptatie. De opwarming van het klimaat heeft verschillende gevolgen. De vier belangrijkste gevolgen zijn: • • • •

Hogere temperaturen en vaker periodes van extreme hitte Vaker en langere periodes van droogte Meer en extremere neerslag Stijging van de zeespiegel

Het weer wordt dus extremer: droger, heter en natter. Dat het tegelijk droger en natter wordt, klinkt misschien gek. Droogte en neerslag lijken elkaar uit te sluiten. Toch is dat niet zo. De droge periodes zullen langer zijn en vaker voorkomen. Meer neerslag zal komen doordat er vaker extremere buien zullen zijn. In korte tijd valt veel water, waar riolering vaak niet op is berekend, dit kan leiden tot wateroverlast. Deze heftige buien lossen echter lange periodes van droogte niet plotsklaps op. Bovendien komen droogte en neerslag niet altijd in dezelfde periode voor Door droogte daalt de bodem op sommige plekken in Nederland. De zeespiegel stijgt en er is meer kans op overstromingen. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de gezondheid, de leefbaarheid en de economie. Een hittegolf zorgt bijvoorbeeld voor extra sterfte onder kwetsbare groepen. Al doen we nog zo ons best, klimaatverandering is niet helemaal te voorkomen. Zelfs in de meest gunstige voorspellingen zal de aarde tussen de jaren 2080 en 2100 1,0 tot 1,8 graad warmer zijn dan tussen de jaren 1850 en 1900. In het slechtste scenario stijgt de temperatuur tussen die periodes zelfs met 5,7 graden. Hoe groot de problemen straks worden, hangt af van de maatregelen die we nemen. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen zodat de opwarming beperkt.

Aan de andere kant is het verstandig dat we ons aanpassen aan een ander klimaat. Aanpassing aan het klimaat wordt klimaatadaptatie genoemd. Beide typen maatregelen zijn nodig. Niets doen betekent dat er tot 2050 tussen de € 77,5 en 173,6 miljard aan klimaatschade kan zijn. Daarom is klimaatadaptatie nodig. Voorbeelden van klimaatadaptatie zijn: dijken verstevigen, rivieren verbreden en meer groen in steden en dorpen. Het is belangrijk Nederland voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Bron: Milieucentraal en Rijksoverheid. Binnen het thema klimaatadaptatie kijken we naar drie vormen van overlast: • • •

Door extreme regen Door extreme hitte Door langdurige droogte

Overlast door de zeespiegelstijging en overstromingen zijn (op dit moment) nog niet te verwachten in Geldrop-Mierlo. Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 33 van 47

6.1.1

Extreme regen

De grafieken tonen de effecten van klimaatverandering op neerslag. De situatie in het huidige klimaat (rond 2014) wordt naast de verwachtte situatie in 2050 en in 2085 gezet. Hierbij worden de waarden voor het laagste (GH) en het hoogste (WL) KNMI’14 klimaatscenario afgebeeld. Bron: Klimaateffectatlas

Extreme regen kan voor wateroverlast zorgen. Als er namelijk heel veel regen valt kan ons rioleringssysteem, waardoor normaal gesproken ons regenwater afgevoerd wordt, dit niet aan. Als het riool het water niet meer kan afvoeren blijft het bijvoorbeeld op straat staan. Water op straat hoeft geen probleem te zijn, maar als water daadwerkelijk over de dorpel naar binnenkomt is dat natuurlijk wel een probleem. Dit kan tot schade leiden. In de klimaatschadeschatter, die is voortgekomen uit de onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK), wordt deze mogelijke schade berekend. De schade door wateroverlast in GeldropMierlo wordt als volgt ingeschat:

Bron: Klimaatschadeschatter Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 34 van 47

Wij willen schade en overlast natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen. Het is niet mogelijk ons rioleringssysteem zo aan te passen dat de steeds grotere regenbuien volledig afgevoerd kunnen worden via het riool. Dit hebben we al ervaren bij de extreme buien de afgelopen jaren. We moeten daarom andere maatregelen treffen om ernstige overlast te voorkomen. Hier zijn we versneld mee begonnen. Dit wordt uitgewerkt in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Zo legt de gemeentelijke organisatie op sommige plekken waterbergingskelders en wadi’s (een groene greppel en staat voor Water Afvoer Drainage en Infiltratie) aan. Bij herinrichtingen van straten kan ook gekeken worden of water tijdelijk op straat kan worden vastgehouden zonder dat het woningen inloopt. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van verhoogde stoepbanden. Ook inwoners, bedrijven en verenigingen kunnen bijdragen door gebouwen en verhardingen af te koppelen van het riool. Er is namelijk simpelweg niet voldoende plaats in de openbare ruimte om al het water tijdelijk op te slaan en te laten infiltreren.

6.1.2

Extreme hitte

De grafieken tonen de effecten van klimaatverandering op hitte. De situatie in het huidige klimaat (rond 2014) wordt naast de verwachtte situatie in 2050 en in 2085 gezet. Hierbij worden de waarden voor het laagste (GH) en het hoogste (WL) KNMI’14 klimaatscenario afgebeeld. Bron: Klimaateffectatlas

Ook extreme hitte wordt door klimaatverandering een steeds groter probleem. Niet alleen stijgen de temperaturen, tropische dagen (boven de 30 graden) komen ook vaker voor. Daarnaast worden de periodes dat het achter elkaar heet is langer. De extreme hitte heeft ook effect op hoe we ons voelen (onze productiviteit neemt bijvoorbeeld af), maar is ook gevaarlijk. RIVM geeft hierover het volgende aan: “Aanhoudend warm weer vormt vooral een gezondheidsrisico voor ouderen, chronisch zieken en mensen met overgewicht. Ook mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen hebben op warme dagen meer aandacht van anderen nodig om voldoende te drinken en koel te blijven. Kinderen zijn Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 35 van 47

kwetsbaar voor hitte omdat ze niet altijd zelf in staat zijn om maatregelen te nemen om oververhitting te voorkomen. Langdurig aanhoudende hitte kan leiden tot klachten van vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid en hoofdpijn. Mensen kunnen huidproblemen krijgen zoals jeuk en uitslag met blaasjes. Tenslotte is bij aanhoudende hitte uitdroging en oververhitting een risico. Symptomen van uitdroging en oververhitting zijn misselijkheid, spierkrampen, uitputting, flauwvallen en bewusteloosheid. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden. Van alle sterftegevallen in de zomers tussen 1991 en 2018 hing In Nederland 1,8% samen met temperatuur. Zonder extra temperatuur toename door mondiale klimaatverandering zou dit naar verwachting 1,24 % zijn geweest. Voor Nederland komt dat neer op bijna 250 extra sterfgevallen per jaar.” De schade die door extreme hitte ontstaat in Geldrop-Mierlo is als volgt door de klimaatschadeschatter ingeschat:

Bron: Klimaatschadeschatter

Wij willen gezondheidsproblemen, schade en overlast natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen. Dit kan op verschillende manieren. Uit het onderzoek “de hittebestendige stad” blijkt dat schaduw de beste manier om de gevoelstemperatuur omlaag te brengen en dat toename van verdamping door het aanleggen van zoveel mogelijk groene en blauwe oppervlakken op stadsschaal de effectiefste manier is om de luchttemperatuur naar beneden te krijgen. Het vergroenen van onze buitenruimte met bomen heeft dus veel effect (zowel door schaduwwerking als verdamping). Maar ook het vergroenen van daken engevels, het verwijderen van onnodige verhardingen en het toevoegen van water levert een positieve bijdrage. Deze maatregelen kunnen zowel in de openbare ruimte door de gemeentelijke organisatie genomen worden als op privaat terrein door inwoners.

6.1.3

Langdurige droogte

Droogte ontstaat als er meer water verdampt dan er neerslag valt. Er is dan een neerslagtekort. Vooral het voorjaar en de zomers worden droger. De zomers van 2018 en 2019 waren uitzonderlijk droog. De zomer van 2018 behoort tot de 5 procent droogste zomers sinds het begin van de vorige eeuw. In de toekomst krijgen we waarschijnlijk vaker te maken met zulke droge zomers, want de kans op droogte neemt door klimaatverandering toe. Maar er blijven ook veel onzekerheden over droogte in de toekomst, want droogte is lastig te voorspellen.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 36 van 47

De grafieken tonen de effecten van klimaatverandering op droogte. De situatie in het huidige klimaat (rond 2014) wordt naast de verwachtte situatie in 2050 en in 2085 gezet. Hierbij worden de waarden voor het laagste (GH) en het hoogste (WL) KNMI’14 klimaatscenario afgebeeld. Bron: Klimaateffectatlas

Droogtestress ontstaat wanneer de bodem zo ver uitdroogt, dat planten niet meer goed kunnen verdampen. Droogtestress kan ertoe leiden dat de plant deels of helemaal afsterft. In de landbouw leidt droogtestress tot een afname van de gewasopbrengst. Ook voor de natuur zijn de gevolgen groot. Soorten kunnen lokaal uitsterven, de kans op natuurbranden neemt toe, en vennen en beken kunnen sneller droogvallen. Maar ook aan de gebouwde omgeving kan door droogte schade ontstaan. Zo kan bodem door droogte dalen. Dit kan gevolgen hebben voor funderingen van gebouwen en voor wegen. In Geldrop-Mierlo verwachten wij niet direct bodemdaling door droogte. Uit de klimaatstresstesten die voor Geldrop-Mierlo zijn uitgevoerd blijkt dat de risico’s in Geldrop-Mierlo vooral liggen bij de negatieve effecten op natuur en landbouw. Over het hele jaar gezien valt er voldoende neerslag om droogte te voorkomen. Toch is er niet genoeg water beschikbaar om te kunnen gebruiken in periodes van droogte. Dat komt doordat het regenwater niet gedurende het hele jaar in juiste hoeveelheden valt en we het regenwater niet genoeg vasthouden. Ons watersysteem is namelijk vooral ingericht op het afvoeren van regenwater. Om droogte zo veel mogelijk te voorkomen is het dus belangrijk zo veel mogelijk water lokaal vast te houden en niet af te voeren, maar in de bodem te laten infiltreren.

6.2

Geldrop-Mierlo in 2050

In 2050 is Geldrop-Mierlo klimaatbestendig. Dit betekent dat bij extreme regen3 het risico dat onze hoofdwegen onder water staan en er water in onze gebouwen loopt, zeer klein is. De gevoelstemperatuur loopt niet zo hoog op dat er gezondheidsrisico’s ontstaan en er zijn voldoende koelteplekken waar men kan afkoelen. We infiltreren zo veel mogelijk water om zo negatieven effecten van droogte op planten en dieren te beperken. Op dit moment zijn we bezig met het opstellen van apart beleid specifiek op het gebied van klimaatadaptatie. We hebben daarvoor in kaart gebracht wat de effecten van extreem weer op

3 In de klimaatstresstesten die uitgevoerd zijn voor Geldrop-Mierlo wordt uitgegaan van een extreme

bui van 90mm in één uur die een herhalingstijd heeft van 1 keer in de 250 jaar (T-250). Dit benadert de bui die in 2020 al heeft plaatsgevonden, maar is nog net wat extremer. De verwachting is dat in 2050 dit een bui is met een herhalingstijd van 100 jaar. Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 37 van 47

Geldrop-Mierlo zijn. In het klimaatbeleidsplan en het bijbehorende klimaatuitvoeringsagenda zullen we verder uitwerken wat we gaan doen om er voor te zorgen dat Geldrop-Mierlo in 2050 klimaatbestendig is. Kijk ook hier: Klimaatstresstesten gemeente Geldrop-Mierlo en klimaatbeleidsplan en klimaatuitvoeringsagenda gemeente Geldrop-Mierlo

6.3

Focus 2022 – 2025

Op dit moment zijn de effecten van klimaatverandering het acuutst merkbaar in de wateroverlast die op verschillende plekken in Geldrop-Mierlo bij extreme regen voorkomt. Wij gaan de komende vier jaar dus vooral aan de slag om deze problemen zo veel mogelijk op te lossen. Daarnaast zorgen we er voor dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zo klimaatbestendig mogelijk zijn. Dit betekent dat we per ontwikkeling kijken hoe we hitte, wateroverlast en droogte zo veel mogelijk kunnen beperken. De gemeentelijke organisatie heeft in deze opgave een uitvoerende rol als het gaat om maatregelen in openbare ruimte, maar in sommige gevallen ook een regulerende rol en een faciliterende rol. Zoals beschreven moeten we keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema Klimaatadaptatie ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden: • •

•

6.4

Het opstellen van klimaatadaptatiebeleid De mogelijkheden onderzoeken en benutten om klimaatadaptieve maatregelen te verplichten, bijv. via het omgevingsplan Het doorvoeren van de watertransitie en tegen gaan van wateroverlastHet creëren van bewustwording en het stimuleren en ondersteunen van inwoners, bedrijven en verenigingen bij het nemen van klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein Het bij nieuwe ontwikkelingen integraal meenemen van klimaatadaptieve maatregelen

Doelen 2025

Door ons op de bovengenoemde onderwerpen te focussen willen wij in 2025 het volgende bereikt hebben: • • •

Er zijn klimaatstresstesten en risicodialogen uitgevoerd en er is een uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie opgesteld. Bij nieuwbouw wordt hemelwater ter plaatse geïnfiltreerd of opgeslagen. Bij 5% van de gebouwen is het hemelwater afgekoppeld van het riool.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 38 van 47

7

Circulaire economie

7.1

Waar gaat het thema circulaire economie over?

Onze grondstoffen zijn eindig. Het is daarom belangrijk dat we deze grondstoffen zo veel mogelijk hergebruiken. Daarnaast is de impact van een circulaire economie op klimaatverandering veel minder groot dan die van een niet circulaire economie. Efficiënter en langer gebruik van grondstoffen vermindert uitstoot van broeikasgassen. Voor de productie van grondstoffen en de verwerking in producten is namelijk energie nodig, waarbij broeikasgassen vrijkomen. Door minder grondstoffen te gebruiken is ook minder land nodig en wordt het milieu minder vervuild. Dat komt de biodiversiteit ten goede. Ten slotte zal minder afval leiden tot minder vervuiling, zoals de plastic soep in onze oceanen.

Hoe ziet een circulaire economie eruit? In een circulaire economie worden vrijwel alle producten die Nederlanders in de toekomst gebruiken, steeds opnieuw gebruikt. Als een product kapot is, wordt dit gerepareerd. En als dat niet meer kan, dan worden er nieuwe producten van gemaakt. In een circulaire economie is afval de nieuwe grondstof. Er is geen sprake meer van de lijn: produceren, consumeren en daarna weggooien. In een circulaire economie houden makers van producten bij het ontwerp al rekening met hergebruik. Apparaten worden bijvoorbeeld zo ontworpen, dat ze makkelijk gerepareerd kunnen worden. Verder worden producten en grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw gebruikt. Bijvoorbeeld door plastic te recyclen tot korrels waar weer nieuwe plastic producten van gemaakt worden. Ook zijn er producten die niet vaak gebruikt worden of stilstaan, zoals boormachines en auto’s. In een circulaire economie worden deze producten intensiever gebruikt, door deze bijvoorbeeld met anderen te delen. Hierdoor zijn er per saldo minder producten en dus minder grondstoffen nodig. Daarnaast houdt een circulaire economie rekening met de leefomgeving. Bijvoorbeeld door het voorkomen van zwerfafval op straat en in de natuur. De overheid zet hier al stappen in, bijvoorbeeld door gratis plastic tasjes te verbieden.

Meer dan 80% van de consumenten neemt naar eigen zeggen vaak of altijd een eigen tas mee in plaats van een plastic tas uit de winkel. Bron: Rijksoverheid

Overzicht van hoe een hergebruik economie en een circulaire economie eruit zien. Bron: Rijksoverheid

Voor het omschakelen naar een circulaire economie zijn we voor een groot deel afhankelijk van de stappen die op nationaal en internationaal niveau gezet worden. Onze lokale economie staat namelijk niet op zich, maar is onlosmakelijk verbonden met de economie buiten Geldrop-Mierlo. De meeste grondstoffen en producten die wij in Geldrop-Mierlo gebruiken worden niet in Geldrop-Mierlo Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 39 van 47

gewonnen of gemaakt. Onze invloed daarop is beperkt. Toch kunnen wij in onze gemeente wel bijdragen. Dit doen wij op de volgende manieren: • • •

7.1.1

Door circulariteit mee te nemen in onze aanbestedingen. Door onze hoeveelheid afval te beperken. Door circulair materiaal gebruik te stimuleren.

Circulair aanbesteden

Als gemeentelijke organisatie kopen wij regelmatig diensten en werken in. Bij onze eigen aanbestedingen kunnen wij dus eisen stellen op het gebied van circulariteit. Dit doen wij al in beperkte mate, maar wij willen dit uitbreiden. Bijvoorbeeld door circulariteit al vanaf het begin mee te nemen in de eerste planvorming van werken. Of door na te gaan of bijvoorbeeld een dienst kan worden aanbesteed in plaats van een product. In het proces om tot een aanbesteding te komen willen we meer gebruik maken van de R-ladder. Deze ladder drukt de mate van circulariteit uit. Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe circulairder de strategie is. Waarbij R1 de hoogste trede is.

Bron: RVO

7.1.2

Afval

Een andere belangrijke bijdrage die we op gemeentelijk niveau kunnen doen is door zo min mogelijk afval te produceren en door wat we produceren zo goed mogelijk te scheiden. Een groot deel van ons afval kan namelijk hergebruikt worden en is dan geen afval meer, maar een nieuwe grondstof. In 2020 gooiden de inwoners van Geldrop-Mierlo gemiddeld zo’n 487 kilo afval per persoon weg. Bijna driekwart hiervan kan worden hergebruikt, omdat dit afval door inwoners gescheiden is ingeleverd. Het overige (ruim 136 kilo per inwoner) werd bij het restafval ingeleverd. Van het afval dat bij het restafval Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 40 van 47

wordt weggegooid is het merendeel eigenlijk geen restafval. Bijna de helft van het restafval bestaat uit GFT-afval en daarnaast voor een aanzienlijk deel uit plastic, lege pakken, luiers, papier, textiel en glas. Ook zat er afval bij het restafval dat naar de milieustraat gebracht kan worden, zoals hout, puin, batterijen, elektrische apparaten en metaal.

7.1.3

Circulair materiaalgebruik

De gemeentelijke organisatie wil circulair materiaalgebruik op twee manieren toe laten nemen: Door in onze eigen aanbestedingen circulair materiaalgebruik als eis op te nemen en door een regulerende rol te pakken. Bijvoorbeeld door bij nieuwbouwprojecten circulair materiaalgebruik als eis mee te geven aan ontwikkelaars en inwoners of door in een vroegtijdig stadium in gesprek gaan met bedrijven die experimentele, circulaire initiatieven hebben en daarvoor een vergunningaanvraag voorbereiden. De Omgevingsdienst kan binnen haar wettelijke mogelijkheden en bevoegdheden meedenken om nieuwe circulaire initiatieven te faciliteren en de (on)mogelijkheden aan te geven. Hierdoor kunnen bedrijven tijdig anticiperen en eventuele aanpassingen doorvoeren.

7.2

Geldrop-Mierlo in 2050

In 2050 is Geldrop-Mierlo circulair. Dit betekent dat nieuwe producten worden gemaakt van gerecyclede, recyclebare en/of hernieuwbare materialen. We hebben geen restafval meer; wat we niet meer nodig hebben recyclen we. In ons afvalbeleid werken we uit hoe we de hoeveelheid afval kunnen reduceren. Kijk ook hier: Afval- en Grondstoffenplan 2022-2025

7.3

Focus 2022 – 2025

Alle gemeenten van Nederland hebben van de overheid de doelstellig gekregen om vanaf 2020 maximaal honderd kilo restafval per inwoner te hebben. Uiteindelijk moet de hoeveelheid restafval in 2025 terug naar gemiddeld dertig kilo per persoon. Prioriteit heeft dus voor ons het stimuleren van de reductie van restafval. Maar daarnaast zetten we ook in op circulair inkopen en circulair materiaalgebruik. Zoals beschreven moeten we keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema circulaire economie ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden: • • •

7.4

Het stimuleren van het reduceren van restafval. Het verder integreren van circulariteit in ons aanbestedingsproces. De mogelijkheden onderzoeken en benutten om circulair materiaalgebruik te stimuleren / verplichten.

Doelen 2025

Door ons op het bovengenoemde te focussen willen wij in 2025 het volgende bereikt hebben: • •

In alle relevante gemeentelijke aanbestedingen wordt circulariteit meegenomen als gunningscriterium of eis. Elke inwoner produceert jaarlijks maximaal 100 kilo restafval in 2023. In 2025 hebben we verdere stappen gezet naar maximaal 30 kg restafval per jaar per inwoner.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 41 van 47

8

Biodiversiteit

8.1

Waar gaat het thema biodiversiteit over?

Naast klimaatverandering is er nog een andere belangrijke bedreiging voor onze leefomgeving; de wereldwijde afname van biodiversiteit. Deze afname wordt veroorzaakt door onder meer: habitatverlies, hoge aanvoer van nutriënten, niet-duurzaam gebruik van natuur, invasieve soorten en klimaatverandering. Het effect van klimaatverandering op biodiversiteit zal steeds groter worden.

Waarom aandacht voor biodiversiteit? De mens is in zijn voortbestaan afhankelijk van biodiversiteit. Biodiversiteit is van levensbelang! De mens vergeet te vaak dat hij afhankelijk is van zijn natuurlijke omgeving. Veel levensvormen op aarde zijn afhankelijk van elkaar. Alle levensvormen hebben niet alleen een intrinsieke waarde (waarde die iets van zichzelf bezit zonder dat deze waarde daarvoor van buitenaf hoeft te worden toegekend). Biodiversiteit is ook nuttig en zelfs noodzakelijk. Het zorgt niet alleen voor schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat, maar levert ook voedsel en grondstoffen voor huisvesting, kleding, brandstof en medicijnen. Deze natuurlijke hulpbronnen verschaffen bestaanszekerheid en vormen de basis voor welvaart. Biodiversiteit is noodzakelijk voor het leven en welzijn van mensen. Waaruit bestaat de bedreiging? Door wereldwijde klimaatverandering, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie van natuurgebieden en natuurlijke hulpbronnen wordt de biodiversiteit ernstig bedreigd. Plant- en diersoorten verdwijnen en ecosystemen raken verstoord. Schone lucht, zuiver water, een vruchtbare bodem en een stabiel klimaat zijn niet langer vanzelfsprekend. Dit treft mensen in arme landen, omdat zij vaak direct afhankelijk zijn van wat bossen en het land voortbrengen, maar het treft ook onszelf.

Aantasting van de biodiversiteit en uitputting van natuurlijke hulpbronnen bedreigt uiteindelijk het voortbestaan van alle mensen. Sinds het ontstaan van de aarde is biodiversiteit in cyclische bewegingen toegenomen en weer afgenomen. Er zijn zes momenten in de geschiedenis aan te wijzen waarop massaal soorten uitstierven. Het meest bekende voorbeeld daarvan is het uitsterven van de dinosauriërs. Terwijl de vorige massale extincties werden veroorzaakt door aard- of ruimteprocessen (vulkanisme, natuurlijke klimaatwijziging, meteorietinslag), blijkt de huidige uitstervingsgolf te worden veroorzaakt door de mens, een onderdeel van de biodiversiteit zelf. Bas Haring vergelijkt in de Volkskrant van 9 maart 2009 het proces van verlies aan biodiversiteit met de opkomst van winkelketens en teloorgang van unieke zaakjes: Met de biodiversiteit zit 't net als met de diversiteit van winkelstraten. Die neemt lokaal toe, terwijl die globaal afneemt. In de meeste winkelstraten in Nederland zijn meer verschillende winkels dan vroeger - olijfoliewinkels en elektronicawinkels waren er vroeger nog niet. Per winkelstraat is de diversiteit toegenomen. Maar in zijn totaliteit nam de diversiteit van winkels in Nederland juist af. Overal is wel een Blokker, een Dixons en een Hema. Dat was vroeger niet zo.

Blijkbaar kan dat: dat overal de diversiteit toeneemt, terwijl de totale diversiteit toch afneemt. Zo zit 't ook met planten en dieren. Die lijken wereldwijd steeds meer op elkaar terwijl lokaal de verscheidenheid toeneemt. Regeringsleiders realiseren zich dat dit proces gestopt moet worden. Om de afspraken van de top in Johannesburg na te kunnen komen, is het nodig maatregelen uit te voeren op verschillende schaalniveaus. De Europese Commissie heeft beleid geformuleerd. Het is nu aan de EU-lidstaten om dat beleid uit te voeren. De Nederlandse overheid heeft duurzaam gebruik en meer kennis van biodiversiteit hoog op de agenda staan. Zij neemt initiatieven voor het ontwikkelen van effectief nationaal en internationaal beleid. Maar niet alleen de overheid is verantwoordelijk. Een doeltreffende aanpak van dit levensbelangrijke probleem is alleen mogelijk als overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties nauw met elkaar samenwerken. De term biodiversiteit is de samentrekking van de woorden 'biologische diversiteit'. Het leven op aarde is divers; het kent vele variaties. Of het nu gaat om de kleinste bacteriën, schimmels en Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 42 van 47

planten of de grootste dieren, de tropische regenwouden of de Nederlandse weilanden, elke levensvorm is uniek en onvervangbaar. Deze grote verscheidenheid noemen we biodiversiteit. Biodiversiteit kan worden beschouwd op verschillende schaalniveaus. Het begrip kan worden bekeken vanuít díversiteit in genen, individuen, populaties, soorten, gemeenschappen en ecosystemen. De meest eenvoudige manier om biodíversiteit te meten is door het totaal aantal soorten op een bepaalde plaats te bepalen. Vervolgens kan men nagaan in welke mate of aantallen deze soorten voorkomen. Als op een locatie veel verschíllende soorten voorkomen wil niet altijd zeggen dat de plaats als waardevolle natuur aan te merken is. Sommige zeldzame soorten komen bijvoorbeeld juist voor op plaatsen die relatief soortenarm zijn. Biodiversiteit is dan ook niet zozeer een weergave van kwantiteit van soorten, als wel een uitdrukking van de kwaliteit van een systeem. Een toename van het aantal soorten (kwantitatief) in bijvoorbeeld een hoogveen kan het gevolg zijn van degradatie van het systeem door bijvoorbeeld verdroging en vermesting, een indicatie dat de kwaliteit van het systeem 'hoogveen' achteruit gaat. Alle soorten, zeldzaam tot algemeen, spelen allemaal een essentiële rol in de werking van ecosystemen. Bron: Geldrop-Mierlo Biodiversiteit, Inventarisatie binnen de gemeente Geldrop-Mierlo.

De ongekend snelle achteruitgang van de biodiversiteit vormt een minstens even grote bedreiging voor de mensheid als de opwarming van de aarde, zo stelt IPBES in haar rapport ‘First Global Assessment Report on Biodiversity and Ecosystem Services’. Zonder ingrijpende maatregelen zullen er volgens hen tussen de 500.000 en een miljoen planten- en diersoorten de komende decennia uitsterven.

De wereldwijde afname van biodiversiteit kan worden gestopt met een geïntegreerd pakket van maatregelen gericht op natuurbescherming enerzijds en transformatie van het voedselsysteem anderzijds. Bron: BPL

Nederland is dichtbevolkt en het grootste deel van het landoppervlak is zeer productieve landbouwgrond. Allerlei maatregelen om de landbouwproductie te verhogen, zoals de ontwatering van natte gebieden en het gebruik van kunstmest, maar ook verstedelijking, vervuiling en overbevissing hebben afgelopen eeuw geleid tot een achteruitgang van biodiversiteit.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 43 van 47

Daarnaast staat de kwaliteit van de weinige natuur die nog over is staat onder druk. Dit komt door vermesting, verzuring, verdroging en versnippering. Van 18 soortgroepen is inmiddels een officiële Rode Lijst opgesteld waarin de Rode Lijststatus voor iedere inheemse soort die tot de groep behoort, is vastgesteld. In elk van de 18 soortgroepen blijkt ten minste één derde van de soorten op de Rode Lijst te staan. In sommige soortgroepen is het aandeel bedreigde en verdwenen soorten zelfs nog aanzienlijk hoger.

Het verbeteren van biodiversiteit is dan ook erg belangrijk. Hierbij geldt dat ingezet moet worden op drie niveaus: • • •

Het uitbreiden van de hoeveelheid groen/natuur. Het verbinden van het groen/natuur. Het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van het groen/natuur.

We kijken daarbij zowel naar maatregelen voor binnen als buiten de bebouwde kom. Want niet alleen in natuurgebieden, maar ook binnen de bebouwde kom komt waardevolle flora en fauna voor. En zowel binnen als buiten de bebouwde kom zien we een daling van soorten.

8.1.1

Binnen de kernen

Binnen de kernen zijn er verschillende maatregelen te nemen om biodiversiteit te bevorderen. Bij sommige hiervan is de gemeentelijke organisatie aan zet, bij andere inwoners en bedrijven. Binnen de kernen moeten we inzetten op:

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 44 van 47

•

• •

het vergroten van de hoeveel groen/natuur door het vervangen van verhardingen door groen en natuurinclusieve bouw te stimuleren. Ook is het belangrijk het huidige bomenareaal in stand te houden. Grote oudere bomen houden jaarlijks meer CO2 vast dan jongere bomen. Ook zorgen ze voor meer verkoeling en houden ze meer water vast. Als oude bomen gekapt moeten worden door aantasting en/of ouderdom is het niet mogelijk even grote bomen terug te plaatsen. Om dit verlies op te vangen moeten er meer kleine, jongere bomen worden aangeplant. het verbinden van groen/natuur door strategische keuzes te maken bij het toevoegen van groen/natuur, zodat aaneengeschakelde stukken groen ontstaan. Ontsnipperen kan ook betekenen dat verschillende kleine stukjes groen samengevoegd worden. het verhogen van de diversiteit en kwaliteit door de soorten die we aanplanten. Inheemse soorten hebben hierbij vaak een meerwaarde. Zo plant de gemeente tegenwoordig in plantenvakken meerdere soorten en ‘vaste planten’ die veel waardevoller zijn voor bijen en vlinders. Ook heeft de manier waarop wij het groen onderhouden invloed op de kwaliteit en diversiteit. Manieren om dat te doen zijn door bijvoorbeeld ecologisch onderhoud en het extensiveren van het onderhoud.

Maatregelen om het klimaatadaptieve vermogen van de kernen te vergroten dragen ook vaak bij aan het bevorderen van de biodiversiteit en andersom. Dit effect kan versterkt worden door hier al vanaf het begin bij de keuze en uitwerking van de maatregelen op in te zetten. Dit kan bijvoorbeeld door bij uitbreiding van groen al bewust rekening te houden met waterbergend vermogen van dit groen of daar waar bomen aangeplant worden om hittestress tegen te gaan soorten te kiezen die bijdragen aan de biodiversiteit.

8.1.2

Buitengebied

In het buitengebied kan biodiversiteit met name versterkt worden in natuurgebieden en op landbouwgronden. Daarnaast kunnen ook bermen bijdragen aan het bevorderen van de biodiversiteit. Hierbij geldt ook dat in sommige gevallen de gemeentelijke organisatie aan zet is en andere gevallen inwoners en bedrijven. In natuurgebieden werken we aan het uitbreiden en verbinden van onze natuur met ecologische verbindingszones (EVZ). Daarnaast werken we ook aan het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van onze natuur. Zo zijn we onze bossen van naaldbossen om aan het vormen naar gemengde bossen. Dit heeft daarnaast als voordeel dat ze hiermee klimaatadaptiever worden. Ook buiten natuurgebieden is het belangrijk om de biodiversiteit te beschermen en te vergroten. De landbouw speelt hierin een belangrijke rol. Biodiversiteit is nodig voor de voedselproductie. Bijen bestuiven fruit, wormen zorgen voor een vruchtbare bodem en zwaluwen vangen steekinsecten weg van het vee. Een divers landbouwgebied is andersom goed voor de natuur, bijvoorbeeld voor weidevogels zoals grutto’s, maar ook patrijzen en leeuweriken in akkers. We willen in Nederland omschakelen naar een landbouw waar boeren samenwerken met de natuur. Ze produceren niet alleen voedsel, maar zorgen tegelijkertijd voor de kwaliteit van het landschap.

In deze transitie zetten we in op natuurinclusieve landbouw, het sluiten van kringlopen, het klimaatadaptief van de landbouw, extensiveren en het opzetten van korte en lokale ketens. Bloem- en kruidenrijke bermen zijn belangrijk voor insecten en daarmee de biodiversiteit als geheel. De variatie aan bloemen en kruiden langs wegen neemt toe door de bermen ecologisch te beheren.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 45 van 47

Bron: Inspiratie voor een biodiverse akkerbouw – Wageningen University & Research.

8.2

Geldrop-Mierlo in 2050

In 2050 is Geldrop-Mierlo natuurpositief. De biodiversiteit in Geldrop-Mierlo is aan het herstellen en is zelfs toegenomen. Ook is de (beschermde) natuur in Geldrop-Mierlo toegenomen. Er is meer biodivers stedelijk groen in Geldrop-Mierlo; zowel in tuinen als in de openbare ruimte. Het aantal bomen is toegenomen. Het groen en de natuur in Geldrop-Mierlo is minder versnipperd en vormt een netwerk. Landbouw is natuurinclusief. Maar ook bedrijventerreinen en woonwijken zijn natuurinclusiever. Bij nieuwbouw is een van de ontwerpuitgangspunten dat gebouwen natuurinclusief zijn en bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit.

8.3

Focus 2022 – 2025

De komende vier jaar zetten we in op het uitbreiden en verbinden van onze natuur binnen het bestaande NatuurNetwerk Brabant (NNB). Voor 2028 hebben we als gemeente de verantwoordelijkheid om de resterende natuuropgave van ruim 40 ha te realiseren. Daarnaast werken we aan het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van deze natuur, waarbij we inzoomen op een beter beheer van onze natuur- en bosgebieden. Daarnaast zetten we ook in op het verbeteren van de biodiversiteit in onze kernen. Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 46 van 47

Zoals beschreven moeten we wel keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema biodiversiteit ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden: • • • • • • • • •

8.4

Uitbreiden en tegen gaan van versnippering van de natuur (Sang en Goorkens, Molenheide en Dommeldal) Versnellen omvorming naaldbos naar gemengd loofbos van onze bossen op de Molenheide Opstellen (uitvoerings)programma natuur onder de omgevingsvisie Opzetten monitoring biodiversiteit voor doelsoorten ‘kleine ijsvogelvlinder’ en ‘tuinvogels’ Uitbreiden ecologisch bermbeheer Stimuleren van vergroening bij inwoners en bedrijven Omslag van bestrijding van de eikenprocessierups naar beheersing van de overlast door eikenprocessierups Daar waar mogelijk omvormen van gazon naar extensief beheerd gras Deelname aan project Ervenplus om erven in buitengebied biodiverser te maken

Doelen 2025

Door ons op de bovengenoemde onderwerpen te focussen willen wij in 2025 het volgende bereikt hebben: • • • • • •

Er is 20 hectare extra natuur in het Natuurnetwerk Brabant aangelegd. Het huidige areaal bomen in het stedelijk gebied blijft in stand. De eikenprocessierups wordt op een meer natuurlijke wijze beheerst. Het aantal tuinvogels is gelijk gebleven of toegenomen. Het aantal kleine ijsvogelvlinders is gelijk gebleven of toegenomen. Daar waar mogelijk is gazon omgevormd naar extensief beheerd gras.

Afgedrukt 4 mei 2022 Documentversie 1.1

Pagina 47 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=b7d77d20-38fb-4f91-affc-cd365d8f2229