Businesscase RadarAdvies - 30 juni 2020.pdf
Tekst van het document
Gemeenten Geldrop-Mierlo en Waalre Rapportage GR PlusTeam 30 juni 2020
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Rapportage Maatschappelijke businesscase GR PlusTeam; een onderzoek naar de opbrengsten, kosten en maatschappelijke effecten van het GR PlusTeam in Geldrop-Mierlo en Waalre. Opdrachtgever Dagelijks bestuur GR PlusTeam/Werkgroep PlusTeam Contactpersoon L. van Kaam De Meent 2 5660 GA Geldrop l.van.kaam@geldrop-mierlo.nl Uitvoerder RadarAdvies Veemarkt 83 1019 DB Amsterdam (020) 463 50 50 www.radaradvies.nl Projectleider Arnaud Brix a.brix@radaradvies.nl 06 – 2129 34 86
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 2/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Inhoudsopgave 1
INLEIDING
5
1.1 Aanleiding 1.2 Doel van het onderzoek 1.3 Leeswijzer rapportage
5 5 6
2
7
ONDERZOEKSAANPAK
2.1 Evaluatie van het PlusTeam 2.2 Maatschappelijke kosten- en batenanalyse 2.3 Benchmark 2.4 Scenarioschets
7 7 7 8
3
EVALUATIE VAN HET PLUSTEAM
9
3.1 Opdracht en meerwaarde 3.2 Werkwijze 3.3 Samenwerking met het CMD 3.4 Governance 3.5 Deelconclusies
9 11 13 15 16
4
18
PLUSTEAM IN CIJFERS
4.1 Formatie, omvang en type casussen en caseload 4.2 Financiën 4.3 Inzet maatwerkvoorzieningen 4.4 Deelconclusies
18 26 27 33
5
35
MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN EN BATEN VAN HET PLUSTEAM
5.1 Werkwijze 5.2 Bevindingen doorrekening 5.3 Deelconclusie
35 37 39
6
41
BENCHMARK
6.1 Inleiding 6.2 Organisatie, taakvelden en kerntaken 6.3 Formatie 6.4 Kosten 6.5 Maatwerkvoorzieningen 6.6 Integraal kostenbeeld 6.7 Deelconclusies
41 42 43 44 45 47 47
7
49
SCENARIOSCHETS
7.1 Scenario 1: Beheersen werkdruk huidige GR PlusTeam 7.2 Scenario 2: opheffing GR PlusTeam 7.3 Deelconclusies
49 55 61
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 3/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
8
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
63
8.1 Conclusies 8.2 Aanbevelingen
63 64
BIJLAGE 1: DE PRIJSLIJST
66
BIJLAGE 2: DE CASUSSEN
72
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 4/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
1
Inleiding Voor u ligt de rapportage van de maatschappelijke businesscase van het PlusTeam van de gemeenten Geldrop-Mierlo en Waalre.
1.1
Aanleiding Sinds 2014 werken de gemeenten Geldrop-Mierlo en Waalre samen in het PlusTeam. Het PlusTeam is opgericht om kleinschalige zorg te bieden aan multiprobleem individuen of gezinnen, met het individu in zijn eigen leefomgeving als uitgangspunt. Het PlusTeam heeft als voorliggende voorziening de twee lokale Centra voor Maatschappelijke Deelname (CMD) van de gemeente Geldrop-Mierlo en Waalre. Zij bepalen welke inwoners in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit het PlusTeam. De laatste tijd is het PlusTeam geconfronteerd met een steeds langere wachtlijst en casussen die van crisis op crisis overgaan en onmiddellijke aandacht vragen. Gezinnen die het PlusTeam in zorg heeft, krijgen daarom onvoldoende aandacht en zorg. De gemeenten Geldrop-Mierlo en Waalre werken sinds eind 2014 samen in het openbaar lichaam PlusTeam. In deze samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat de regeling elke vijf jaar wordt geëvalueerd, te rekenen vanaf 1 januari 2015. Het algemeen bestuur heeft gevraagd om een evaluatie met daarin de focus op de financiële kanten van het PlusTeam. Inhoudelijk is er geen twijfel over het PlusTeam. Wel is een sterke wens ontstaan, vanuit het bestuur én de ambtelijke werkgroep PlusTeam, om inhoudelijke en financiële keuzes te maken over hoe het PlusTeam de komende jaren vormgegeven moet worden. Zowel qua werkwijze als organisatie.
1.2
Doel van het onderzoek Om deze inhoudelijke en financiële keuzes te maken is aan RadarAdvies gevraagd een maatschappelijke businesscase uit te voeren naar het PlusTeam. De hoofdvragen binnen de maatschappelijke businesscase zijn: ▪ ▪
Wat levert het PlusTeam op qua meerwaarde voor cliënten en maatschappij in Geldrop-Mierlo en Waalre? Op welke wijze kan het PlusTeam voor beide gemeenten worden ingezet, met en zonder het construct van de huidige GR?
Deze businesscase richt zich daarbij op de volgende aspecten: ▪ ▪
Evaluatie van de huidige werkwijze van het PlusTeam. Inzicht in kwantitatieve gegevens met betrekking tot het PlusTeam.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 5/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
▪ ▪ ▪
1.3
Inzicht in de maatschappelijke kosten en baten van het PlusTeam. Vergelijking met andere gemeenten middels een benchmark. Inzicht in alternatieve organisatievormen en governance met bijbehorende vooren nadelen.
Leeswijzer rapportage In hoofdstuk 2 beschrijven we de onderzoeksaanpak. In hoofdstuk 3 en 4 vindt u onze bevindingen met betrekking tot het PlusTeam. We gaan hier onder andere in op de huidige situatie en werkwijze van het PlusTeam (H3) en relevante kwantitatieve gegevens met betrekking tot het PlusTeam (H4). Hoofdstuk 5 bestaat uit de maatschappelijke businesscase. In hoofdstuk 6 geven we de resultaten van de benchmark weer en in hoofdstuk 7 zijn twee alternatieve scenario’s uitgewerkt. Tot slot bevat hoofdstuk 8 onze conclusies en aanbevelingen.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 6/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
2
Onderzoeksaanpak Om tot de beantwoording van de hoofdvragen te komen, hebben we gewerkt met vier onderdelen. Deze zijn als het ware ‘bouwstenen’ voor de maatschappelijke businesscase. De vier onderdelen van het onderzoek richten zich op de evaluatie van het PlusTeam, maatschappelijke kosten- en batenanalyse, benchmark en scenarioschets. Voor de verschillende onderdelen hebben we een specifieke werkwijze gehanteerd, deze staat hieronder beschreven.
2.1
Evaluatie van het PlusTeam Voor de evaluatie van het PlusTeam hebben we de volgende methoden gehanteerd: ▪ ▪ ▪ ▪
2.2
Uitvoeren van documentanalyse van relevante documenten. Verzamelen en analyseren van data van kwantitatieve gegevens met betrekking tot het PlusTeam. Houden van interviews met leidinggevenden van het CMD, manager van het PlusTeam, managers van de gemeenten en beleidsadviseurs. Houden van een focusgroep met medewerkers van het PlusTeam.
Maatschappelijke kosten- en batenanalyse Om tot de analyse van de maatschappelijke kosten en baten te komen, zijn de volgende stappen ondernomen: ▪ ▪ ▪ ▪
2.3
Opstellen selectiecriteria ten behoeve van de casussen. Selecteren van 10 casussen in samenspraak met de ambtelijke werkgroep. Analyseren van de aangeleverde casussen, onder andere op basis van de maatschappelijke prijslijst1. Analyseren van grote overeenkomsten en verschillen, waarbij de 10 casussen met elkaar in verband zijn gebracht.
Benchmark Voor de benchmark zijn de volgende methoden/stappen gehanteerd: ▪ ▪ ▪
Identificeren van benchmark gemeenten. Opvragen van de benodigde informatie om vergelijkingen te kunnen maken. Bewerking informatie en data en het maken van doorrekeningen.
1
Zie hoofdstuk 4, Maatschappelijke kosten en baten van het PlusTeam, voor een uitgebreide toelichting op deze prijslijst.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 7/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
▪
2.4
Analyseren van overeenkomsten en verschillen tussen het PlusTeam in GeldropMierlo en Waalre en de ondersteuning en toegang tot maatwerkvoorzieningen in andere gemeenten.
Scenarioschets Om tot een scenarioschets te komen, is gebruik gemaakt van de informatie die als onderdeel van de evaluatie is verzameld. Vervolgens zijn de volgende acties ondernomen: ▪ ▪ ▪
Brainstormen over mogelijke andere governance structuren in de ambtelijke werkgroep. Uitvragen van wensen en behoeftes van bestuurders in bespreking. Uitwerking twee scenario’s.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 8/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
3
Evaluatie van het PlusTeam In dit hoofdstuk behandelen we achtereenvolgens de opdracht en meerwaarde (3.1), werkwijze (3.2), de samenwerking met de CMD’s (3.3) en governance (3.4).
3.1
Opdracht en meerwaarde In deze paragraaf staat de formele opdracht aan het PlusTeam beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op hoe deze opdracht in de (lokale) praktijk wordt uitgevoerd, wat verwachtingen zijn van het bestuur en tot slot wordt de meerwaarde van het PlusTeam beschreven.
3.1.1 Formele opdracht PlusTeam Uit de Adviesnota inrichting PlusTeam uit 2014 blijkt dat in Geldrop-Mierlo en Waalre sinds 2012 gewerkt wordt met een basismodel. Dit model heeft tot doel de burger en zijn omgeving expliciet centraal te stellen. Een middel daartoe is het CMD. Dit is een laagdrempelige voorziening per gemeente die tot doel heeft alle vragen met betrekking tot deelname aan de gemeenschap te beantwoorden. Binnen deze voorziening worden de huidige functies op het gebied van informatie en advies gebundeld op één fysieke plek. Het PlusTeam komt in beeld als de advies- of hulpvraag dusdanig complex is dat het de mogelijkheden van het CMD te boven gaat. In dat geval wordt het PlusTeam ingeschakeld en wordt de hulpvraag overgedragen. Concreet is de opdracht van het PlusTeam om ervoor te zorgen dat er sprake is van een vloeiende lijn in de opschaling tussen het CMD en het PlusTeam, waarbij op basis van de beoordeling binnen het CMD inzet wordt gepleegd. Het PlusTeam werkt op locatie2 en is ook beschikbaar voor consultatie door medewerkers van het CMD. De belangrijkste taken van het PlusTeam zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ondersteunen van zorgvragers met complexe hulpvragen. Langdurige ondersteuning van burgers die onvoldoende zelfredzaam zijn. Het ondersteunen van de zelfregie van de zorgvrager als deze duurzaam ontwricht is. Indien nodig het inzetten van zorghulp op maat. Het (samen met de burger) coördineren van de aanvullende zorg. De PlusTeam medewerker is beschikbaar voor consultatie in en aan het CMD.
2
Hier wordt gedoeld op de gemeentelijke locatie waar ook het CMD is gevestigd. Daarnaast werkt het PlusTeam hoofdzakelijk outreachend.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 9/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
▪
De PlusTeam medewerker functioneert, indien er sprake is van jeugdbescherming of (jeugd)reclassering3, als duo met een JB/JR medewerker.
3.1.2 Opdracht in de praktijk In de interviews komt naar voren dat in grote lijnen de initiële opdracht heden ten dage nog steeds herkend wordt. Op uitvoeringsniveau ziet men wel dat de papieren realiteit soms schuurt met de werkelijkheid. Een voorbeeld betreft de overdracht van casuïstiek. De afspraak op papier is dat wanneer sprake is van problematiek op twee levensdomeinen of meer, deze casus doorgezet moet worden naar het PlusTeam. Echter, in de praktijk is dit niet altijd noodzakelijk omdat dit type casuïstiek in sommige gevallen alsnog weinig complex kan zijn. Dit soort nuances geven aan dat de praktijk vaak complexer is dan de afspraken die op papier staan. Een vraagstuk dat in alle interviews naar voren komt, gaat over langdurige ondersteuning van gezinnen. De manager van het PlusTeam vraagt zich af of dit type casussen bij het PlusTeam horen, of dat ze ergens anders belegd moeten worden. Hierbij gaat het niet om de meest kwetsbare gezinnen die zich kenmerken door een continue afwisseling van fasen waarbij minder en meer intensieve ondersteuning nodig is, maar om casuïstiek waarbij voor een langere periode een oogje in het zeil gehouden moet worden. Ook de beleidsadviseurs hebben behoefte aan inzicht in waar de ‘waakvlamfunctie’ het beste thuishoort.
3.1.3 Verschil inzicht van gemeenten gerelateerd aan de opdracht Het verschil dat beschreven staat in deze paragraaf heeft specifiek betrekking op het verschil in inzicht van de gemeenten gerelateerd aan de opdracht. Hierna volgen ook nog verschillen in uitvoering en samenwerking. Een concreet verschil in inzicht dat naar voren is gekomen tijdens de interviews is dat in Geldrop-Mierlo de focus sinds de start sterk inhoudelijk is; het leggen van de regie bij de klant is het hoofduitgangspunt. In Waalre is de nadruk meer komen te liggen op de kostenbeheersing. Dit wordt zo ervaren door respondenten en blijkt niet per se uit de documenten. Dit beeld wordt overigens in andere interviews ook weer genuanceerd. Daarin wordt juist aangegeven dat ook in Waalre steeds meer preventief ingezet moet gaan worden; door in grote lijnen aan de voorkant te investeren, zodat het aan de achterkant vermindert. Hierbij wordt aangegeven dat niet alleen Waalre de opdracht heeft om te bezuinigen, maar dat dit ook voor Geldrop-Mierlo geldt. Deze respondent geeft aan dat de gemeenten vooral in de uitvoering en processen uit elkaar zijn gegroeid en dat dit wrijving, discussie en irritatie oplevert. 3.1.4 Verwachting bestuur Door de beleidsadviseurs is aangegeven dat er geen specifieke extra verwachtingen zijn van het bestuur van de GR (naast hetgeen dat in de opdrachtomschrijving is 3
Adviesnota inrichting PlusTeam def. maart 2014
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 10/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
opgenomen). De beleidsadviseur geven aan dat ze er vanuit gaan dat door het PlusTeam de goedkoopst mogelijke hulpvorm wordt ingezet, uitgaande van de beste kosten en baten. Dit staat niet expliciet op papier, maar de verwachting was dat de inzet van het PlusTeam tot afname van de maatwerkvoorzieningen jeugdhulp en Wmo zou leiden. Deze impliciete aanname wordt herkend door het management van de gemeenten en het PlusTeam. In het interview stellen zij: “Het kostenbewustzijn is niet expliciet beschreven in de opdracht, maar wordt wel ‘gevoeld’.” De geïnterviewden geven aan dat dit niet altijd valt te expliciteren, omdat kostenbewustzijn in allerlei zaken zit. Bijvoorbeeld in vragen als: voor wie levert het rendement op? Voor de burger, wooncorporatie of een ander in het geheel? Ook de leidinggevenden van de CMD’s geven aan dat onderdeel van de opdracht voor het PlusTeam is om maatwerk te leveren in de goedkoopst mogelijke vorm. 3.1.5 Meerwaarde van het PlusTeam In de interviews is gevraagd wat de meerwaarde is van het PlusTeam en wat zou gebeuren als het PlusTeam er niet meer zou zijn. De meeste respondenten geven aan dat de meerwaarde van het PlusTeam de brede expertise op verschillende terreinen is. Deze expertise uit zich in het feit dat medewerkers goed geschoold zijn in het maken van een plan met het netwerk.
De beleidsadviseurs geven aan dat het PlusTeam in staat is om een gezin écht eigenaar te maken van hun plan. Daarbij wordt de inzet van de methodiek Sociale Netwerkstrategie genoemd als belangrijke kwaliteit van het PlusTeam. Een manager van de gemeente zegt over de meerwaarde van het PlusTeam: “De kracht van het PlusTeam zit in de mensen. Zij weten de transformatie (moeilijke gesprekken voeren met partners, aanbieders, regierol) te bewerkstelligen.” De kracht van de professionals van het PlusTeam is vaker genoemd als meerwaarde. Ook de beleidsadviseurs stellen dat de medewerkers betrokken en doortastend zijn. “De mensen van het PlusTeam praten niet over, maar mét cliënten. Als het team zou stoppen krijg je deze expertise nooit meer in huis.” Hierbij wordt verondersteld dat zonder het PlusTeam burgers meer afhankelijk zijn van maatwerkvoorzieningen, doordat hun eigen regie minder wordt aangesproken en doordat indicaties voor maatwerkvoorzieningen eerder worden afgegeven. 3.2
Werkwijze In deze paragraaf wordt ingegaan op de manier waarop de aanmelding van casussen plaatsvindt, hoe de werkverdeling is vormgegeven, welke kennis en kunde aanwezig is in het team en of deze voldoende wordt benut. Tot slot wordt ingegaan op mogelijkheden om alternatieve zorg en ondersteuning te verlenen vanuit het PlusTeam.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 11/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
3.2.1 Aanmeldingen casussen In de Adviesnota inrichting PlusTeam staat beschreven dat de aanmelding van casussen bij het PlusTeam geschiedt via het CMD. Het CMD fungeert als de lokale brede toegang. “Wanneer het CMD bepaalt dat in gemiddeld vijf adviesgesprekken geen perspectief is op normalisatie of dat de complexiteit bij de vraag en/of de hulpverlening dusdanig is dat deze de mogelijkheden van het CMD overstijgt, zal een warme overdracht naar het PlusTeam plaatsvinden. Dit gebeurt ook wanneer sprake is van noodzakelijke langdurige zorgcoördinatie4.” Ook staat beschreven dat er triage plaatsvindt als er sprake is van urgentie (crisis/onveiligheid). In de interviews is aangegeven dat het aanmelden van casussen via CMD constante aandacht vraagt, omdat dit niet altijd soepel verloopt. Deels ligt de oorzaak in dat de afspraken niet altijd helder zijn. Daarnaast geven meerdere respondenten aan dat naast heldere afspraken goede afstemming en samenwerking van essentieel belang zijn. Er is aangegeven dat hier tussen de gemeente verschillen zijn, waarbij Waalre minder snel casuïstiek doorzet naar het PlusTeam. Wat steeds naar voren komt is het complexe ‘grijze gebied’ wanneer een casus bij het CMD hoort en wanneer deze naar het PlusTeam overgaat.
Dit grijze gebied is slecht in schriftelijke afspraken te vatten, maar dient te worden afgevangen door nauwe en tijdige afstemming en goede samenwerking. 3.2.2 Werkverdeling De werkverdeling binnen het PlusTeam vindt plaats in hun teamoverleg. Uit de meeloopsessies en focusgroep blijkt dat de werkverdeling plaatsvindt op basis van expertise, achtergrond, vaardigheden en werkwijze. Verder wordt ook rekening gehouden met de caseload van de medewerkers. In het teamoverleg wordt gesproken over de werkverdeling. De medewerkers van het PlusTeam bevragen elkaar op de benodigde expertise. Dit maakt dat men een goede inschatting kan maken welk duo passend is bij de casus en wie je kan bevragen op eventueel benodigde aanvullende expertise. Zo komt bijvoorbeeld een casus aan bod waar sprake is van mogelijke signalen van radicalisering. In dit specifieke geval worden medewerkers ingezet die een training polarisatie en extremisme hebben gevolgd. Ook worden bijvoorbeeld tips uitgewisseld om informatie op te halen bij het Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) en het Platform Jeugd preventie Extremisme en Polarisatie (Platform JEP). 3.2.3 Kennis en kunde in het team In het PlusTeam zitten medewerkers met uiteenlopende expertises.
Tijdens de focusgroep is door de medewerkers van het PlusTeam aangegeven dat zij vinden dat in het PlusTeam een breed palet aan kennis en kunde aanwezig is, maar ook dat de bemensing naar kennis en kunde altijd in ontwikkeling is en moet zijn om te kunnen anticiperen op de zich ontwikkelende vraag uit de samenleving. Naast inhoudelijke 4
Adviesnota inrichting PlusTeam def, maart 2014
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 12/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
expertise leggen medewerkers zich ook toe op een bepaalde type casuïstiek, waarbij onder andere onderscheiden worden: kortdurend intensive ondersteuning, levenslange begeleiding en gedwongen casuïstiek. De medewerkers geven aan dat men probeert altijd maximaal maatwerk te leveren, gebaseerd op aanwezige expertise. Wie welke casus oppakt is geen kwestie van ‘standaard’ matching, maar wordt heel gericht gedaan waarbij het naast inhoudelijke expertise ook gaat om bepaalde vaardigheden. Met betrekking tot vechtscheidingen ervaart het PlusTeam momenteel een tekort aan menskracht. De expertise is binnen het PlusTeam wel aanwezig, alleen niet in voldoende mate. Dit is een gevolg van het groeiend aantal casussen met vechtscheidingen en de zwaarte van deze problematiek, waarbij in korte tijd intensieve inzet nodig kan zijn. Aan de medewerkers is ook gevraagd of zij vinden dat hun kennis en kunde voldoende worden benut. De meeste medewerkers staan hier positief tegenover. Ze geven aan dat kennisuitwisseling plaatsvindt en dat men ook goed van elkaar weet waar je iemand juist niet voor moet inzetten. Met betrekking tot inhoudelijke consultatie vanuit het CMD zijn de meningen meer verdeeld. De mate waarin gebruik wordt gemaakt van de kennis en kunde bij het PlusTeam verschilt sterk per CMD.
3.2.4 Alternatieve zorg en ondersteuning In de focusgroep is aan de medewerkers van het PlusTeam gevraagd wat hen de mogelijkheid geeft om alternatieve zorg en ondersteuning te verlenen. Daarover hebben medewerkers aangegeven dat een belangrijk punt om dit te kunnen doen te maken heeft met maatwerk. Doordat er verschillende expertises in het PlusTeam aanwezig zijn, is het ook mogelijk om kortdurend collega’s in te zetten of consulteren die niet betrokken zijn bij een casus. Ook zijn de korte lijntjes met de gemeente van belang. Hierdoor kan snel geschakeld worden en is er ook mogelijkheid tot het regelen van uitzonderingen. Wat verder van belang is, volgens de medewerkers, is het feit dat de basis visie helder is, namelijk ‘regie en eigenaarschap bij het gezin laten’. 3.3
Samenwerking met het CMD In deze paragraaf staan de bevindingen beschreven die uit de interviews en focusgroep naar voren zijn gekomen met betrekking tot de samenwerking met de lokale CMD’s. Alle geïnterviewden geven aan dat er ruimte is voor verbetering in de samenwerking, maar er zijn ook dingen die nu al goed gaan. In de eerste plaats zijn er grote verschillen tussen de twee gemeenten. Over het algemeen zijn er meer kansen voor verbetering in de samenwerking met het CMD van Waalre, dan van Geldrop-Mierlo. Hieronder staat per lokaal CMD beschreven hoe de samenwerking ervaren wordt. Waalre
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 13/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Medewerkers van het PlusTeam hebben in de focusgroep aangegeven dat afspraken maken goed gaat, mits er persoonlijk contact is tussen medewerkers. Als er vragen zijn over regelgeving wordt er vaak goed meegedacht door het CMD van Waalre. Verder heeft men vanuit het PlusTeam het idee dat het CMD contact opneemt met de manager van het PlusTeam als er zaken zijn die echt buiten hun comfort zone liggen. Minder positieve aspecten van de samenwerking met het CMD van Waalre is de indruk bij het PlusTeam dat de focus vooral ligt op beheersen, in plaats van vertrouwen. Als gevolg hiervan zit er veel tijd in ‘controle’ en dit kan op den duur leiden tot een vertrouwensbreuk. Verder vindt het PlusTeam dat zij niet op tijd betrokken worden bij ontwikkelingen op casusniveau en houdt het CMD de casussen lang vast. De managers van de gemeenten en de beleidsadviseurs herkennen dit punt en geven aan dat dit met name komt doordat afspraken niet helemaal duidelijk zijn. Het is niet altijd voldoende scherp wat bij het CMD hoort en wat bij het PlusTeam. Een andere oorzaak is dat het PlusTeam niet fysiek aanwezig is in Waalre. Daardoor is de basis onvoldoende gelegd. Ditzelfde punt wordt gemaakt door de leidinggevenden van de CMD’s.
Tot slot ligt er een kans in het verbeteren van de consultatiefunctie tussen het PlusTeam en het CMD van Waalre en geeft het CMD aan dat de casusstelling van het PlusTeam verbeterd kan worden. Geldrop-Mierlo Met het CMD van Geldrop-Mierlo ervaren de medewerkers van het PlusTeam open communicatie. Er is sprake van wederzijdse consultatie, er is een gevoel van samenwerking en vooral belangrijk is het gevoel van partnership. Dat uit zich in een aanpak gericht op ‘hoe gaan we dit samen doen’, in plaats van ‘van wie is deze casus?’ Dit wordt ook herkend door de leidinggevenden van het CMD. Ook als prettig wordt ervaren dat een verschil in mening er mag zijn en dat discussie vervolgens leidt tot het beste voor de cliënt. De beleidsadviseurs geven verder nog aan dat de structuur van Geldrop-Mierlo ook bijdraagt aan de positieve samenwerking doordat er gewerkt wordt met teammanagers en kwaliteitsmedewerkers. Iets minder enthousiast is het PlusTeam over de vraagverheldering van het CMD in Geldrop-Mierlo. Een betere vraagverheldering zou kunnen leiden tot een snellere start bij het gezin en voorkomt dat meerdere keren hetzelfde verhaal moet worden verteld. Ook kan meer scherpte op de vraag zorgen voor het beter doorzetten van casussen. Men heeft het idee dat er casussen tussen zitten die eigenlijk bij het CMD horen, of wellicht bij een andere partner.
Aan de andere kant geeft het CMD – evenals in Waalre - aan behoefte te hebben aan betere casusstelling van het PlusTeam, zodat er sprake is van een goede onderbouwing voor een indicatie voor een maatwerkvoorziening en deze vervolgens ook daadwekelijk beschikt kan worden door het CMD.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 14/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
3.4
Governance In deze paragraaf wordt ingegaan op de governance. In de interviews is gevraagd hoe respondenten de huidige governance van het bestuur ervaren in relatie tot de opdracht die het PlusTeam heeft. In het interview met managers van de gemeenten is aangegeven dat er in het verleden bewust is gekozen voor een splitsing tussen het CMD en het PlusTeam. Dit had verschillende redenen, onder andere het historische feit dat bepaalde doelgroepen (zoals minima) reeds ondergebracht waren bij het CMD als gemeentelijke organisatieonderdeel. Daarnaast bestond de gedachte dat het organiseren van het PlusTeam in een GR voor meer onafhankelijkheid zou zorgen en dat het PlusTeam in deze vorm ook een kritische reflector kon spelen voor het CMD. Als het gaat over de voor- en nadelen van de huidige constructie dan komen dezelfde afwegingen naar voren in de verschillende interviews. Dit heeft met name betrekking op de onafhankelijke positie van het PlusTeam ten overstaande van de gemeente. Volgens managers van de gemeenten en het PlusTeam wordt het, in relatie tot de burger, als een voordeel ervaren dat het PlusTeam geen onderdeel van de gemeente is. Daardoor hebben burgers/klanten het gevoel dat het PlusTeam echt ‘aan hun kant’ staat. Dit creëert een bepaalde onafhankelijkheid voor het PlusTeam, zo wordt aangegeven door beleidsadviseurs van de gemeenten.
Hierbij wordt ook een nadeel genoemd, namelijk dat het PlusTeam zich soms te veel presenteert als losstaand van de gemeenten. Vanuit Waalre is aangegeven dat zij het PlusTeam zien als collega’s, een verlengstuk van het CMD. Twee afdelingen van één organisatie. Belangrijk voor hen is dat het PlusTeam geen zorgaanbieder is, maar een afdeling van gemeente. De respondenten zijn ook gevraagd naar mogelijke alternatieven voor de toekomst. Beleidsadviseurs gaven hierover aan dat het een mogelijkheid is het CMD en het PlusTeam samen te voegen. Dit zou wel betekenen dat het team erg groot wordt en er een risico is dat de onafhankelijke rol van het PlusTeam dan vervalt. Door de managers van de gemeenten en het PlusTeam is hierover aangegeven dat zij mogelijkheden zien voor het samenvoegen van de teams in Waalre, maar dat dit in Geldrop-Mierlo erg complex is vanwege de grootte van het team. Dit brengt volgens de respondenten een inhoudelijk, financieel en organisatorisch vraagstuk met zich mee. Bijvoorbeeld over de grootte van het team en hoe specialisme in huis gehaald moeten worden. Andere alternatieven die in de interviews naar voren zijn gekomen is om te werken met een klein vast team van medewerkers en daar een aantal contractpartners aan toe te voegen, bijvoorbeeld de GGD. Op deze manier wordt in Nuenen gewerkt.
Een mogelijk nadeel zou kunnen zijn dat het werken in duo’s dan vanwege capaciteit komt te vervallen. Tot slot is door de managers van de gemeenten en het PlusTeam nog aangegeven dat het construct het minst interessant is. De geïnterviewden hebben aangegeven dat het voor hen niet uitmaakt of het eventuele alternatief vorm krijgen in een stichting of een
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 15/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
GR of nog een andere structuur. Het belangrijkste is volgens hen dat het construct past bij wat nodig is. 3.5
Deelconclusies Hieronder staan de belangrijkste conclusies beschreven die voortkomen uit de bevindingen met betrekking tot de huidige situatie en evaluatie van het PlusTeam. Verschil in mening over positionering PlusTeam We concluderen dat de taken zoals in de opdracht geformuleerd grotendeels overeenkomen met de uitvoeringspraktijk. We zien wel dat er lokaal een verschil is in inzicht wat betreft de beoogde opbrengsten van het PlusTeam. Dit heeft betrekking op een financiële (kostenbeheersing) versus inhoudelijke opbrengst op casusniveau. Overigens, hierbij wordt aangegeven dat niet alleen Waalre de opdracht heeft om op efficiënte wijze het PlusTeam in te zetten, maar dat vanuit een bezuinigingsopgave dit ook voor Geldrop-Mierlo geldt. Daarnaast stellen we dat er onderling verschil van mening is over het type casussen dat het PlusTeam zou moeten uitvoeren en over de positionering van het PlusTeam. Er bestaat verschil van opvatting over of het PlusTeam onderdeel van de gemeente is dan wel zich als dusdanig zou moeten profielen versus een van de gemeente onafhankelijke positie waarbij het PlusTeam de belangen van de individuen en cliënten beter zou kunnen behartigen. We concluderen dat het belangrijkste verschil in inzicht voortkomt uit het feit dat de uitvoering en processen in Geldrop-Mierlo en Waalre uit elkaar zijn gegroeid in de loop van de jaren.
Impliciete wens kostenbewustzijn Ook stellen we dat er een impliciete wens is bij het bestuur dat het PlusTeam kostenbewust handelt. We concluderen echter dat dit niet expliciet is gemaakt in de opdracht. De verwachtingen lopen hieromtrent uit elkaar. Tevens zien we dat er onduidelijkheid is over hoe het kostenbewustzijn in de praktijk uitgedragen moet worden. Samenwerking CMD en PlusTeam verschilt lokaal We concluderen dat de kwaliteit van de samenwerking sterk verschilt per gemeente. Dit komt met name door het al dan niet hebben van persoonlijk contact, mate van fysieke aanwezigheid van PlusTeam medewerkers op de CMD locatie en de mate waarin oplossingsgerichte samenwerking op casuïstiek tot stand komt. Het verschil in samenwerking komt niet voort uit een verschil in opdracht en hangt niet samen met de organisatievorm. Het gevolg van het feit dat de samenwerking niet overal even goed bestendigd is, is dat men elkaar onvoldoende benut voor aanmeldingen, consultatiefunctie alsmede dat verwijzing soms niet goed verloopt.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 16/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Positieve benutting kennis en kunde We concluderen dat kennis en kunde in het team goed benut worden, met door het feit dat de verdeling van casussen voornamelijk plaatsvindt op basis van expertise, in plaats van caseload.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 17/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
4
PlusTeam in cijfers In dit hoofdstuk behandelen we de formatie, omvang, type casussen en caseload (4.1.), de financiën (4.2.) en tot slot de inzet van maatwerkvoorzieningen (4.3). De omvang van de formatie en kosten worden afgezet tegen andere multiprobleem teams.
4.1
Formatie, omvang en type casussen en caseload In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op de formatie van het PlusTeam. In de daaropvolgende subparagrafen staat beschreven hoeveel casussen het PlusTeam jaarlijks ondersteunt en wat de gemiddelde looptijd is van deze casussen. Vervolgens wordt ingegaan op de caseload, ureninzet en tot slot staat beschreven hoe de werkdruk wordt ervaren.
4.1.1 Formatie van het PlusTeam In 2019 was de formatie van het PlusTeam 23,71 fte. Dit betreft 22,05 fte uitvoerend medewerkers, 1 fte management en 0,67 fte managementondersteuning. Voor 2019 was in totaal 24,05 fte begroot. Sinds 20165 is de formatie van het PlusTeam licht gestegen. Het aantal fte in dienst stijgt van 22,25 fte eind 2016 naar 23,71 fte eind 2019; een stijging van 1,5 fte (7%). De begrote formatie is met 0,55 fte gestegen van 23,5 fte in 2016 naar 24,05 in 2019. Deze formatieve uitbreiding betrof de inzet van een managementassistent. Het aantal fte in dienst valt in alle jaren binnen de begrote formatie. Tabel 4.1.1.1 Formatieve omvang in dienst en begroot per jaar (2015-2019) Jaar Fte in dienst Fte begroot 2015 2016 2017 2018 2019
15,90 22,25 23,24 23,75 23,71
23,50 23,50 24,05 24,05 24,05
Formatie vergeleken De formatie van louter het PlusTeam is ook af te zetten tegen andere multiprobleem teams, die qua positionering vergelijkbaar zijn met het PlusTeam. Het voorhanden zijnde vergelijksmateriaal is beperkt, mede omdat een gering aantal gemeenten met multiprobleem teams voor zowel Jeugd als Wmo werken. Daarom is gekozen om in 5
2015 wordt buiten beschouwing gelaten, omdat het een opstartjaar betrof waarbij gaandeweg het jaar de formatie is meegegroeid met de aanmeldingen van casuïstiek.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 18/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
deze vergelijking ook multiprobleem teams6 te betrekken die zich alleen op Jeugd en Gezin richten7, waarmee de vergelijking met drie andere multiprobleem teams komt. Daarmee kunnen aan de vergelijking geen harde conclusies worden verbonden, maar dient het als een indicatie. De vergelijking maakt duidelijk dat voor Geldrop-Mierlo de formatie van het PlusTeam boven het gemiddelde ligt van de referentiegemeenten; met 0,45 fte ten opzichte van 0,36 fte per duizend inwoners. Waalre ligt met 0,34 fte net iets onder de gemiddelde formatie van referenties. Het verschil in formatie tussen Geldrop-Mierlo en Waalre is het gevolg van het toerekenen van de formatie van het PlusTeam naar rato van verdeelsleutel bekostiging (Geldrop-Mierlo: 75%, Waalre 25%). Hiermee is per duidend inwoners minder formatie PlusTeam aanwezig in Waalre dan in Geldrop-Mierlo.
Formatie multiprobleemteam per 1.000 inwoners 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 Geldrop-Mierlo
Waalre
Referentiegemeenten
4.1.2 Aantal casussen Sinds 2015 registreert het PlusTeam het aantal dossiers in behandeling. In 2019 zijn 656 dossiers in behandeling geweest. Voor de gemeente Geldrop-Mierlo betrof het 519 dossiers (79%) en voor de gemeente Waalre 136 dossiers (21%). Het aantal dossiers in behandeling verschilt per jaar, en neemt toe van 461 dossiers in 2015 tot 712 dossiers in 2018. In 2019 neemt het aantal af ten opzichte van 2018 naar 655 dossiers. De verhouding tussen het aantal dossiers per gemeente is over de periode 2015-2019 redelijk stabiel; 76% tot 82% van de dossiers betreft inwoners van de gemeente Geldrop-Mierlo c.q. 18% tot 24% betreft inwoners van de gemeente Waalre.
6
Voor de vergelijking is gebruikt van informatie uit onze database. Hierbij is de verhouding gezinsdossiers - persoonsdossiers binnen het PlusTeam gebruikt om de formatie toe te rekenen naar Jeugd &Gezin (gezinsdossiers) en Wmo/overige (persoonsdossiers). 7
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 19/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Tabel 4.1.2.1 Aantal dossiers in behandeling per jaar per gemeente en totaal (2015-2019) Jaar Geldrop-Mierlo Waalre Totaal 2015
351
110
461
2016
385
111
496
2017
439
98
537
2018
574
135
712
2019
519
136
655
Sinds 2017 is overgestapt naar een ander registratiesysteem, waarbij in de registratie onderscheid wordt gemaakt tussen gezinsdossiers en persoonsdossiers. Een gezinsdossier betreft een dossier waarbij het PlusTeam meer dan één persoon uit een gezin ondersteunt. Bij een persoonsdossier betreft het individuele ondersteuning van een individuele cliënt. Het PlusTeam ondersteunt voornamelijk gezinnen. In 2019 waren er 464 (71%) gezinsdossiers in behandeling ten opzichte van 192 (29%) persoonsdossiers. Tabel 4.1.2.2 Aantal dossiers in behandeling naar type dossier per jaar (2017-2019) Jaar Gezinsdossiers Persoonsdossiers Totaal 2017
389
147
536
2018
472
237
709
2019
464
192
656
4.1.3 Looptijd van casussen Sinds de start van het PlusTeam heeft de registratie van start- en einddatum plaatsgevonden. Door de overstap naar een ander registratiesysteem zijn de dossiers die zijn afgesloten voorafgaand aan de tweede helft van 2017 niet meegenomen in de huidige registratie, de destijds nog lopende dossiers wel. Daarmee hebben we de beschikking over informatie van totaal 1064 dossiers. Hiervan zijn 617 dossiers afgesloten. Omdat onder de openstaande, lopende dossiers ook langlopende dossiers vallen is het relevant hun looptijd ook mee te nemen. Voor de in totaal 447 lopende dossiers is voor de berekening een fictieve einddatum van 31 mei 2020 gehanteerd. De looptijd van deze dossiers zal in de praktijk hoger uitvallen omdat deze (grotendeels) na 31 mei 2020 zullen doorlopen. Zelfs met deze behoudende, fictieve einddatum is te zien dat de gemiddelde looptijd van alle dossiers (gesloten en lopende) hoger ligt dan van alleen de afgesloten dossiers. De gemiddelde looptijd van de afgesloten dossiers8 is 481 dagen c.q. ongeveer 1 jaar en 4 maanden. Voor alle dossiers (afgesloten en lopend) betreft de gemiddelde looptijd 616 dagen c.q. ongeveer 1 jaar en 8 maanden.
8
Dit betreft dus de vanaf de tweede helft van 2017 afgesloten dossiers, omdat dossiers van voor die periode niet in het huidige registratiesysteem zijn opgenomen.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 20/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
De gemiddelde looptijd van een persoonsdossier ligt op 370 dagen c.q. ongeveer 1 jaar. Bij de gezinsdossiers betreft dit 751 dagen c.q. ruim 2 jaar. De gemiddelde looptijd van een gezinsdossier is daarmee meer dan tweemaal zo lang dan een persoonsdossier. Tabel 4.1.3.1 Looptijd dossiers naar type dossier, zowel afgesloten (vanaf tweede helft 20172019) als lopend (2015-2019) Type dossier aantal gemiddelde aantal gemiddelde afgesloten looptijd in afgesloten en looptijd in dossiers dagen lopende dagen (afgesloten dossiers (afgesloten en dossiers) lopende dossiers) Gezinsdossiers 340 631 688 751 Persoonsdossiers
277
297
376
370
Totaal
617
481
1064
616
Granieten bestand De omvang van het zogenaamde granieten bestand is slechts bij benadering vast te stellen. Of de ondersteuning een levenslang karakter heeft is op voorhand niet vast te stellen. Kijken we als indicatie naar dossiers die een looptijd hebben van 3 jaar of langer, hetgeen in ieder geval als langlopend te bestempelen is, dan betreft dit in totaal 199 afgesloten en lopende dossiers. Dit betreft 19% van het totale aantal dossiers. Overigens betreft het ‘granieten bestand’ niet louter casussen waarbij het PlusTeam een waakvlamfunctie heeft. Het betreft doorgaans multiprobleem gezinnen waarvoor af en aan ondersteuning noodzakelijk is. Hierbij is het ook in een relatief kalme periode cruciaal in contact te staan met gezin om ze te ondersteunen en direct op te kunnen schalen wanneer problemen (weer) groeien of escalatie dreigt. (Her)indicaties Beschermd wonen Uit de focusgroep bleek dat Beschermd wonen dossiers qua aard en omvang afwijken van multiprobleem en bemoeizorg dossiers. Het betreffen doorgaans herindicaties en kennen een relatief korte looptijd. Indien de dossiers worden gerangschikt op type ondersteuning9 (b=Beschermd wonen, multiprobleem, bemoeizorg) is zichtbaar dat de gemiddelde looptijd van de beschermd wonen dossiers (afgesloten en lopend) 253 dagen c.q. ruim 8 maanden betreft. De looptijd van deze dossiers is daarmee 1 jaar korter dan gemiddeld.
Overigens is de duur van 8 maanden voor een herindicatie aan de lange kant.
9
Het kan hierbij gaan om zowel gezins- als persoonsdossiers
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 21/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Tabel 4.1.3.2 Looptijd dossiers naar type ondersteuning, zowel afgesloten (vanaf tweede helft 2017-2019) als lopend (2015-2019) Typ ondersteuning aantal gemiddelde aantal gemiddelde afgesloten looptijd in afgesloten en looptijd in dossiers dagen lopende dagen (afgesloten dossiers (afgesloten en dossiers) lopende dossiers) Beschermd wonen 135 201 164 253 Multiprobleem Bemoeizorg (vraag van derden) Totaal
481
561
895
684
1
14
5
432
617
481
1064
616
4.1.4 Caseload Het PlusTeam werkt niet met een vooraf vastgestelde caseload per fte of medewerker. Casussen worden binnen het PlusTeam verdeeld op basis van de benodigde expertise, vaardigheden en de actuele ruimte in de caseload van de medewerkers. Het PlusTeam werkt veelal in duo’s, vanuit continuïteit en het verlichten van de emotionele belasting van medewerkers. In de focusgroep is aangegeven dat het naast de continuïteit ook bevorderlijk is voor de kwaliteit van de ondersteuning. Hoeveel iedere plusteammedewerker per casus voor zijn of haar rekening neemt is niet vast te stellen. Voor het berekenen van de gemiddelde caseload maakt dit niet uit. Mogelijk stijgt de gemiddelde caseload wanneer niet in duo’s gewerkt wordt, echter een bekwaam professional zal wanneer hij/zij een casus individueel behandelt altijd collega’s consulteren. Uit de focusgroep bleek dat de caseload sterk kan verschillen per expertise en daarmee per medewerker. Een medewerker met bovengemiddeld veel levenslange casuïstiek, gekenmerkt door een lage intensiteit, heeft een hogere caseload dan een medewerker met veel veiligheidscasuïstiek, gekenmerkt door een hogere intensiteit. Op basis van de beschikbare uitvoerende capaciteit (totale formatie minus management en managent assistentie) en het aantal dossiers in behandeling per jaar is een gemiddelde caseload per fte per fte vast te stellen.
In 2019 was de gemiddelde caseload ruim 29 per fte per jaar. Wanneer de periode 2017-2019, waarin op de nieuwe wijze wordt geregistreerd, wordt bekeken is er sprake van een schommeling tussen gemiddeld ca 25 en 32 dossiers per fte per jaar. Op basis van de richtlijn van 1.399 uur direct productieve tijd is het gemiddeld aantal te besteden uren per casus te berekenen. In 2019 zou conform de richtlijn gemiddeld bijna 48 aan een casus besteed moeten worden. Het gemiddeld aantal bestede uren per casus is voor de periode 2017-2019 ook te berekenen op basis van de tijdsregistratie van het PlusTeam. In dit geval worden alle geschreven uren onder de
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 22/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
categorieën die vallen onder direct productieve tijd meegerekend. In 2019 is, op basis van de tijdsregistratie, gemiddeld ruim 42 uren per casus besteed10. Tabel 4.1.4.1 Gemiddeld aantal uren per casus op basis van richtlijn en tijdsregistratie per jaar (2015-2019)n per casus (o.b.v. tijdsregistratie)
Jaar
Fte uitvoerend
2015 2016 2017 2018 2019
14,90 21,25 21,57 22,08 22,38
Aantal dossiers
Gemiddelde Caseload
461 496 537 712 656
30,94 23,34 24,90 32,25 29,31
Gemiddeld aantal uren per casus (o.b.v. richtlijn) 45,22 59,94 56,19 43,38 47,73
Gemiddeld aantal uren per casus (o.b.v. tijdsregistratie) n.b. n.b. 48,24 37,74 42,43
4.1.5 Ureninzet Op basis van de urenregistratie van het PlusTeam is af te lezen waar de medewerkers hun tijd aan besteden. De categorieën Gezin/MDO en Individueel betreffen uren dat het PlusTeam besteedt aan direct contact met cliënten. De categorieën Consultatie en Klant gerelateerde tijd betreft inzet gerelateerd aan casuïstiek, maar gericht op zorgcoördinatie en afstemming met derden. De categorieën Duo partner en Dossiervorming zijn eveneens casus gerelateerd en hebben betrekking op respectievelijk de afstemming met een collega uit het PlusTeam waarmee bij de casus een duo is gevormd en de opbouw en registratie van een casusdossier. De categorie Beschermd wonen is een aparte categorie waarop alle tijd die wordt besteed aan dit onderwerp wordt geregistreerd, aangezien dit voor de financiering vanuit de Centrumgemeente Eindhoven van belang is. In 2019 worden de meeste uren besteed aan Klant gerelateerde tijd (22%), Gezin/MDO (17%) en Vakantie/verlof/feestdag (15%). Over de periode 2017-2019 is binnen de categorie Klant gerelateerde tijd een sterke stijging te zien. Het PlusTeam is in deze periode meer tijd gaan besteden aan zorgcoördinatie en afstemming rond casuïstiek met derden.
10
De berekening betreft het aantal uren besteed aan een individuele casus; deze ureninzet kan door één of meerdere PlusTeam medewerkers zijn gepleegd.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 23/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Tabel 4.1.5.1 Ureninzet per categorie per jaar (2017-2019) 25,00% 20,00% 15,00% 10,00% 5,00%
2017
0,00%
2018 2019
Direct productief en indirect productief Toelichting: de categorieën Beschermd wonen tot en met Dossiervorming zijn aan te merken als direct productieve uren. De categorieën Netwerken, PVT (Personeelsvertegenwoordiging), Reistijd, Scholing en Teamoverleg/intervisie zijn indirect productieve uren. De categorieën Vakantie/verlof/feestdag en Ziekte zijn niet productieve uren. Met betrekking tot de categorie Reistijd is door het PlusTeam aangegeven dat dit in de praktijk voor een deel direct productieve tijd is, omdat tijdens de reistijd vaak met cliënten wordt gebeld of met het netwerk van de cliënt wordt afgestemd. Omdat niet is vastgelegd in welke mate hier sprake van is, is de categorie Reistijd geheel toegerekend aan indirect productieve tijd. Het PlusTeam kent een werkweek van 36 uur c.q. een totaal van 1.879 uren per fte. Voor de verdeling over direct, indirect en niet productieve uren zijn richtlijnen opgesteld: direct productieve uren: 1.399 (75%), indirect productieve uren: 307 (16%) en niet productieve uren: 173 (9%)11. Uit de urenregistratie blijkt dat in 2019 66% van de tijd wordt geschreven op categorieën die vallen onder direct productieve tijd, 17% als indirect productieve tijd en 17% als niet productieve tijd. In 2019 ligt de direct productieve tijd 9% lager en de niet productieve tijd 8% hoger dan de richtlijn.
11
Dit betreft overigens een scherpe richtlijn, aangezien doorgaans voor direct productieve tijd een lager percentage en voor niet productieve uren een hoger percentage wordt gehanteerd.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 24/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Tabel 4.1.5.2 Verdeling direct, indirect en niet productieve tijd per jaar (2017-2019) 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Richtlijn direct productieve tijd
2017
2018
indirect productieve tijd
2019 niet productieve tijd
4.1.6 Werkdruk Naast de feitelijke data met betrekking tot (aantallen) casussen, looptijd, caseload en ureninzet is ook aan de medewerkers van het PlusTeam gevraagd hoe zij de werkdruk ervaren. Uit de focusgroep kwam naar voren dat alle medewerkers van het PlusTeam vinden dat ‘hun caseload lastig te doen is’ en dat ze een te hoge werkdruk ervaren. Het verschilt vervolgens per medewerker hoe ze dit toelichten, of ervaren. Zo zijn er medewerkers die aangeven dat de rek eruit is, terwijl anderen stellen dat het afhankelijk is van het moment. Ook van groot belang bij de ervaren werkdruk is de samenstelling van casuïstiek. Dit heeft onder andere te maken met de verdeling van bijvoorbeeld kortlopende en langlopende casussen, maar ook een combinatie van type problematieken. Tot slot wordt de ervaren werkdruk ook beïnvloed door de mate waarin je in een duo kunt werken of juist solo moet opereren. In het algemeen wordt de werkdruk als minder belastend ervaren wanneer in duo’s wordt gewerkt. Er is ook gevraagd aan het PlusTeam wat oplossingen zijn voor de eventuele hoge werkdruk. Daaruit kwam naar voren dat het verlichtend zou werken als niet alle dossiers met levenslange begeleiding door het PlusTeam ondersteund zouden moeten worden. Ook worden ideeën geopperd hoe deze begeleiding dan wel vorm te geven, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van ambulante ondersteuning in de wijk.
Verder wordt ook aangegeven dat de overbruggingszorg erg veel werkdruk geeft. De inschatting vanuit het PlusTeam is dat dit ongeveer 20% van de casuïstiek betreft. Indien erbij, met name, de jeugdhulpaanbieders kortere wachtlijsten zouden zijn of een directe acceptatieplicht dan zou dit de werkdruk aanzienlijk doen afnemen. Tot slot wordt als belangrijke oplossing voor de werkdruk genoemd dat er winst te behalen valt in het op- en afschalen tussen het PlusTeam en het CMD. Als er een goede samenwerking is met korte lijnen, dan komt die de efficiëntie ten goede en kan het op
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 25/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
termijn ook werkdruk verlagend zijn, omdat casussen snel opgepakt en afgestemd worden. 4.2
Financiën In voorliggende paragraaf zijn de kosten per jaar in beeld gebracht. Dit is gedaan op basis van de jaarrekeningen. In 2019 betroffen de totale kosten € 1.872.273. Over de jaren is een stijging van de kosten waarneembaar. Deze stijging wordt met name verklaard door een stijging van de loonkosten. Daarnaast zijn oorzaken van de kostenstijging investeringen in systemen/ICT en formatieve uitbreiding (managementassistent). Voor de maatschappelijke businesscase is het relevant om vast te stellen wat de integrale uurprijs van het PlusTeam is. De integrale uurprijs betreft de uurprijs waarin de overhead is meegenomen, alsook de indirect en niet productieve uren. Hiertoe dienen de totale kosten, dus inclusief de overhead, te worden toegerekend naar de gemiddelde kosten per uitvoerend fte. Vervolgens dienen de totale kosten te worden toegerekend aan de direct productieve uren. Dit kan op basis van zowel de richtlijn van 1.399 productieve uren als de reële, geschreven productieve uren. In 2019 betroffen de gemiddelde, integrale kosten per uitvoerend fte € 83.646. De gemiddelde kosten per dossier op jaarbasis betroffen € 2.854 in 2019. Indien we de totale kosten toerekenen naar de direct productieve uren op basis van de richtlijn dan bedraagt de uurprijs van het PlusTeam € 59,79.
Indien we niet uitgaan van de richtlijn maar van de reële, geschreven direct productieve uren dan bedraagt de uurprijs € 67,26. Omdat we voor de maatschappelijke businesscase uitgaan van de praktijk hanteren wij deze laatste uurprijs. Tabel 4.2.1 Kosten naar totaal, uitvoerend fte, direct productief uur en dossier per jaar (20152019) Jaar Totale kosten gemiddelde gemiddelde gemiddelde gemiddelde kosten kosten per kosten per kosten per uitvoerend fte direct direct dossier (excl productief uur productief uur management (o.b.v. (o.b.v. tijdsen assistent) richtlijn) registratie) 2015 € 1.274.000 € 85.503 € 61,12 nb € 2.764 2016 € 1.649.000 € 77.600 € 55,47 nb € 3.325 2017 € 1.766.000 € 81.873 € 58,52 € 68,18 € 3.289 2018 € 1.805.000 € 81.748 € 58,43 € 67,17 € 2.535 2019 € 1.872.000 € 83.646 € 59,79 € 67,26 € 2.854
Vergelijking kosten De kosten van louter het PlusTeam zijn evenals de formatie af te zetten tegen andere multiprobleem teams. Voor Geldrop-Mierlo liggen de kosten van het PlusTeam licht onder het gemiddelde van de referentiegemeenten; met € 35.459 ten opzichte van €
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 26/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
38.872 fte per duizend inwoners. Voor Waalre liggen de kosten a € 27.135 substantieel lager dan bij de referenties. De benchmark laat zien dat het PlusTeam efficiënt is ingericht. Terwijl de formatie per duizend inwoner hoger ligt zijn de kosten juist lager in vergelijking met de referentie multiprobleem teams. Een gedeeltelijke verklaring is dat de andere multiprobleem teams meer management en wo-opgeleid personeel (m.n. gedragswetenschappers) in dienst hebben.
Kosten multiprobleemteam per 1.000 inwoners 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 Geldrop-Mierlo
4.3
Waalre
Referentiegemeenten
Inzet maatwerkvoorzieningen In deze paragraaf wordt ingegaan op de maatwerkvoorzieningen die door het PlusTeam worden ingezet. Eerst staan de percentages met betrekking tot de verwijzingen naar jeugd en Wmo beschreven en vervolgens wordt ingegaan op het type zorg dat ingezet wordt12. Vanuit het perspectief dat het PlusTeam een schakel in de keten vormt is het relevant te bezien in welke mate zij maatwerkvoorzieningen (jeugd en Wmo) inzetten. Daarbij is een veronderstelling dat middels de inzet van het PlusTeam verwijzingen naar maatwerkvoorzieningen worden voorkomen. Formeel geeft het PlusTeam geen indicatie af voor een maatwerkvoorziening. Het PlusTeam maakt ondersteuningsplannen waar jeugdhulp of Wmo maatwerkvoorzieningen onderdeel van uit kunnen maken. In de gemeentelijke registratie wordt vastgelegd of het PlusTeam de initiële verwijzer13 is. Daarmee is in beeld te brengen welk deel van de verwijzingen naar maatwerkvoorzieningen voortkomt uit de ondersteuningsplannen van het PlusTeam. De jaren 2015 en 2016 zijn qua registratie onvoldoende betrouwbaar; voor veel indicaties is de verwijzer niet ingevuld of is ‘gemeente’ geregistreerd waarmee een uitsplitsing naar het CMD of PlusTeam niet te maken is. Het betreft hier zorg in natura (Zin), de via PGB geleverde zorg is buiten beschouwing gelaten.
In Geldrop-Mierlo maakt men geen onderscheid tussen PlusTeam en de Gecertificeerde Instelling (GI) die de Bepaling Jeugdhulp afgeeft. Verwijzingen afgegeven door een GI komen daarmee ten onrechte op naam van het PlusTeam. Het PlusTeam heeft mogelijk wel bemoeienis met deze casuïstiek, maar is in ieder geval niet de initieel verwijzer. 12
13
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 27/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
De door het PlusTeam ingezette maatwerkvoorzieningen kunnen voorzieningen zijn voor zorg of ondersteuning waarvan de deskundigheid aanwezig is binnen het PlusTeam. Het PlusTeam geeft aan dat maatwerkvoorzieningen ook worden ingezet als ‘flexibele schil’ van het PlusTeam en niet alleen voor deskundigheid die binnen het PlusTeam ontbreekt. Het is op basis van de registratie niet bekend hoe vaak individuele voorzieningen worden ingezet voor hulp die het PlusTeam, gezien de gevraagde deskundigheid, zelf had kunnen bieden. 4.3.1 Verwijzingen vanuit het PlusTeam Jeugdhulp In de periode 2017-2019 neemt het aantal verwijzingen naar jeugdhulp van het PlusTeam voor Geldrop-Mierlo licht af (van 504 naar 492, tabel 3.7.1.1) terwijl deze voor Waalre juist toeneemt (van 126 naar 148). In beide gemeenten stijgt het aandeel (%) verwijzingen vanuit het PlusTeam ten opzichte van andere verwijzers in dezelfde periode met 2%. Het aantal verwijzingen naar Jeugdhulp trajecten vanuit het PlusTeam is af te zetten tegen het aantal dossiers in behandeling bij het PlusTeam. In 2019 waren er voor Geldrop-Mierlo in totaal 519 dossiers in behandeling en vonden er 492 verwijzingen naar Jeugdhulp plaats. Voor Waalre betrof dit 136 dossiers in behandeling en 148 verwijzingen naar Jeugdhulp plaats.
Hierbij dient in acht te worden genomen dat gezinsdossiers uit meerdere personen bestaan én dat het aantal verwijzingen niet het aantal cliënten betreft maar het aantal trajecten c.q. één client kan meerdere indicaties voor jeugdhulp verkrijgen. Het aandeel van de verwijzingen naar jeugdhulp door het PlusTeam in Geldrop-Mierlo ligt hoger ligt dan in Waalre; in 2019 betrof dit voor Geldrop-Mierlo 28% versus 17% in Waalre. Wmo De verwijzingen van het PlusTeam naar Wmo maatwerkvoorzieningen liggen beduidend lager dan naar de jeugdhulp. Dit heeft te maken met de focus van het PlusTeam, die hoofdzakelijk op jeugd en gezin ligt. Daarnaast zijn in de cijfers ook Wmo huishoudelijke hulp en hulpmiddelen (zoals rolstoelen, trapliften, vervoer) opgenomen. Dit zijn indicaties die doorgaans door het CMD worden afgehandeld. In de periode 2017-2019 neemt het aantal verwijzingen naar Wmo maatwerkvoorzieningen van het PlusTeam in beide gemeenten toe; voor GeldropMierlo van 144 naar 162 en voor Waalre van 29 naar 54 trajecten. Het aandeel (%) ten opzichte van andere verwijzers stijgt in beide gemeenten, in Geldrop-Mierlo met 2% en in Waalre met 3%. Gelijk aan de verwijzingen naar jeugdhulp geldt voor de Wmo dat in Geldrop-Mierlo het aandeel van het PlusTeam hoger ligt dan in Waalre; in 2019 betrof dit voor Geldrop-Mierlo 15% vs. 7% in Waalre.
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 28/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Het aantal verwijzingen naar Wmo maatwerkvoorzieningen is evenals voor de Jeugdhulp af te zetten tegen het aantal dossiers in behandeling bij het PlusTeam. Voor Geldrop-Mierlo werden in 2019 vanuit het PlusTeam 162 Wmo voorzieningen ingezet ten opzichte van totaal 519 dossiers. Voor Waalre betreft dit 54 Wmo verwijzingen ten opzicht van totaal 136 dossiers in behandeling. Overal kan over de periode 2017-2019 geconcludeerd worden dat: ▪ ▪ ▪
In beide gemeenten de verwijzingen die via het PlusTeam lopen hoofdzakelijk jeugdhulp en in mindere mate Wmo betreffen. Het aandeel van de verwijzingen die via het PlusTeam lopen voor zowel de jeugdhulp als de Wmo over de jaren ligt stijgt. Het aandeel verwijzingen dat via het PlusTeam lopen in de gemeente GeldropMierlo voor zowel de jeugdhulp als de Wmo beduidend hoger ligt dan in Waalre.
Tabel 4.3.1.1 Geldrop-Mierlo Jeugdhulp: Trajecten naar verwijzer (CMD, PlusTeam, Gemeente, Overig) p/j. 2015 2016 2017 2018 2019 Verwijzer
aantal
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
CMD
42
5%
129
9%
240
12%
253
14%
206
12%
PlusTeam
3
0%
291
20%
504
26%
453
26%
492
28%
Gemeente
324
38%
134
9%
2
0%
0
0%
0
0%
Overig
482
57%
876
61%
1196
62%
1060
60%
1030
60%
Totaal
851
100%
1430
100%
1942
100%
1766
100%
1728
100%
Tabel 4.3.1.2 Waalre Jeugdhulp: Trajecten naar verwijzer (CMD, PlusTeam, Overig) p/j. 2015 2016 2017 2018 Verwijzer
aantal
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
2019 aantal
%
CMD
40
12%
128
17%
147
17%
161
20%
195
23%
PlusTeam
19
6%
84
11%
126
15%
133
16%
148
17%
Overig
278
82%
545
72%
575
68%
522
64%
523
60%
Totaal
337
100%
757
100%
848
100%
816
100%
866
100%
Tabel 4.3.1.3 Geldrop-Mierlo Wmo: Trajecten naar verwijzer (CMD, PlusTeam, Gemeente, Overig) p/j 2015 2016 2017 2018 2019 Verwijzer
aantal
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
CMD
6
1%
127
19%
539
50%
890
76%
892
80%
PlusTeam
1
0%
65
10%
144
13%
162
14%
162
15%
Gemeente
567
64%
427
65%
354
33%
96
8%
0
0%
Overig
308
35%
40
6%
45
4%
25
2%
56
5%
Totaal
882
100%
659
100%
1082
100%
1173
100%
1110
100%
Tabel 4.3.1.4 Waalre Wmo: Trajecten naar verwijzer (CMD, PlusTeam, Overig) p/j 2015 2016 2017 2018 Verwijzer CMD
aantal 131
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
2019 aantal
85%
369
95%
595
91%
641
87%
673
% 82%
PlusTeam
2
1%
15
4%
29
4%
40
5%
54
7%
Overig
21
14%
6
2%
32
5%
56
8%
92
11%
Totaal
154
100%
390
100%
656
100%
737
100%
819
100%
______________________________________________________________________________ 30-06-2020 | Maatschappelijke businesscase | PlusTeam 29/86
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
4.3.2 Verwijzingen naar type zorg Het verwijsgedrag van het PlusTeam naar type zorg of zorgproduct is over 2019 op basis van de gemeentelijke administratie inzichtelijk te maken. Voor de jeugdhulp en Wmo zijn per gemeente de trajectaantallen en de kosten naar type zorg, waarnaar is verwezen, in beeld gebracht. Jeugdhulp Trajecten: Het PlusTeam zet hoofdzakelijk de zwaardere typen van jeugdhulp in, te weten, Maatwerkarrangementen Jeugd, Jeugdhulp ambulant/behandeling en Verblijf inclusief behandeling. Dit geldt voor zowel Geldrop-Mierlo als Waalre. Deze drie producten maken tezamen voor Geldrop-Mierlo 79% en voor Waalre 97% van het totale aantal verwijzingen van het PlusTeam uit.