CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Broekstraat 58 Mierlo - Toelichting

Commissie Ruimte 30 september 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Broekstraat 58 Mierlo15.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afbeelding voorblad hier invoegen! Bij invoegen cursor boven tekst plaatsen of gehele tekst verwijderen

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’ Gemeente Geldrop-Mierlo Toelichting

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’ Gemeente Geldrop-Mierlo

Plangebied:

Broekstraat 58, Mierlo

Opgesteld door:

Bergs Advies B.V.

Datum: Vastgesteld:

oktober 2024 28 oktober 2024

IMRO-code:

NL.IMRO.1771.BPBGBroekstraat58-VA01

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 1

1.2

Plangebied ......................................................................................................................................... 1

1.3

Huidig bestemmingsplan ................................................................................................................... 2

Planbeschrijving ....................................................................................................................................... 3 2.1

Huidige situatie .................................................................................................................................. 3

2.2

Het initiatief ........................................................................................................................................ 7

Beleidskader ............................................................................................................................................. 9 3.1

Nationaal beleid ................................................................................................................................. 9

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................. 10

3.3

Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................... 15

Randvoorwaarden .................................................................................................................................. 18 4.1

Inleiding............................................................................................................................................ 18

4.2

Bedrijven en milieuzonering............................................................................................................. 18

4.3

Geluid............................................................................................................................................... 20

4.4

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 21

4.5

Bodem.............................................................................................................................................. 23

4.6

Geur ................................................................................................................................................. 23

4.7

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 26

4.8

Kabels en leidingen ......................................................................................................................... 28

4.9

Water ............................................................................................................................................... 28

4.10

Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................................... 29

4.11

Natuur .............................................................................................................................................. 31

4.12

Verkeer en parkeren ........................................................................................................................ 33

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ........................................................................................................... 33

5

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 35

6

Juridische planopzet .............................................................................................................................. 36

7

6.1

Planstukken ..................................................................................................................................... 36

6.2

Toelichting op de verbeelding .......................................................................................................... 36

6.3

Toelichting op de regels ................................................................................................................... 36

Overleg en procedure ............................................................................................................................ 38 7.1

Dialoog ............................................................................................................................................. 38

7.2

Vooroverleg...................................................................................................................................... 38

7.3

Zienswijzen ...................................................................................................................................... 38

Bijlagen: 1. Inrichtingsplan Broekstraat 58, Mierlo, Bergs Advies, 8 december 2023 2. Onderbouwing maatwerktitel ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit 2023 Noord-Brabant’, Bergs Advies, 8 december 2023 3. Certificaat bouwtitels, Ruimte voor Ruimte CV, 8 april 2008 4. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Broekstraat 58 Mierlo, K+ Adviesgroep, 24 mei 2024 5. Verkennend bodemonderzoek Broekstraat 58 te Mierlo, Bodeminzicht, 10 oktober 2023 6. Nader asbestonderzoek puinverharding Broekstraat 58 te Mierlo, Bodeminzicht, 16 juli 2024 7. Archeologisch rapport Broekstraat 58, Mierlo, ArcheoPro, 22 november 2011 8. Archeologisch inventariserend veldonderzoek verkennende fase (booronderzoek), Broekstraat 58 te Mierlo, KSP Archeologie, 4 april 2024 9. Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek, RAAP, 12 juli 2024 10. AERIUS-projectberekening sloopfase, Bergs Advies, 13 november 2023 11. AERIUS-projectberekening aanlegfase en gebruiksfase, Bergs Advies, 13 november 2023 12. Quickscan soortenbescherming Broekstraat 58 te Mierlo, Agrifirm Exlan, 13 juli 2023 13. Resultaten omgevingsdialoog (geanonimiseerd), 19 en 21 september 2023 14. Nota zienswijzen bestemmingsplan Broekstraat 58, gemeente Geldrop-Mierlo

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Op de locatie Broekstraat 58 te Mierlo bevindt zich een agrarisch bedrijfsperceel, waar voorheen een varkenshouderij was gevestigd. Het bedrijf is al enige tijd geleden beëindigd. De bebouwing op de locatie verkeert in slechte staat en raakt meer en meer in verval. Het is dan ook gewenst om de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te saneren en de locatie op een passende wijze te herbestemmen. Het initiatief betreft de herontwikkeling van het agrarisch erf tot een woonerf met vijf nieuwe woningen; een vrijstaande woning en twee twee-onder-één-kap woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning herbouwd en omgezet naar burgerwoning. Om het initiatief mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de provinciale maatwerkregeling (artikel 3.78 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant). De realisatie van het woonerf is niet mogelijk binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Er dient dan ook een herziening van het bestemmingsplan plaats te vinden om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken.

1.2

Plangebied

De locatie Broekstraat 58 ligt in het buitengebied van de gemeente Geldrop-Mierlo ten noordwesten van de kern Mierlo en ten westen van de wijk Brandevoort in Helmond. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Mierlo, sectie L, nummer 62290. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de locatie weergegeven.

Figuur 1.2.1: Ligging locatie Broekstraat 58 in Mierlo (bron: app.map5.nl/nltopo).

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

1

1.3

Huidig bestemmingsplan

Op de locatie Broekstraat 58 vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’, vastgesteld op 8 november 2010. Daarnaast zijn nog twee paraplubestemmingsplannen van toepassing; ‘Parapluplan Parkeren Geldrop-Mierlo’, vastgesteld op 17 juni 2019 en ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting GeldropMierlo’, vastgesteld op 2 maart 2020. De locatie Broekstraat 58 heeft de bestemming ‘Agrarisch - Bouwvlak’ met een oppervlakte van ruim 1,1 hectare. Op het bouwvlak is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ opgenomen. Op de locatie gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 1’ en ‘Waarde - Archeologie 3’. Op een klein deel van het bestemmingsvlak ligt de bestemming ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht 1’. Verder zijn twee gebiedsaanduidingen van toepassing, te weten ‘overig - bebouwingsconcentratie’ en ‘reconstructiewetzone verwevingsgebied’.

Figuur 1.3.1: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ met agrarisch bouwvlak locatie Broekstraat 58 in Mierlo (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

In de regels van het geldend bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (artikel 4.6.3) om de bestemming ‘Agrarisch - Bouwvlak’, onder voorwaarden, te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. Het initiatief voldoet echter niet aan de voorwaarden, aangezien naast omzetting van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning ook vijf nieuwe woningen worden toegevoegd.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

2

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

De locatie Broekstraat 58 ligt ten noordwesten van de kern Mierlo en ten westen van de wijk Brandevoort in Helmond. Het betreft een voormalig varkensbedrijf waarvan de milieuvergunning reeds is ingetrokken. De locatie maakt deel uit van buurtschap Het Broek. Het Broek is onderdeel van een oud ontginningslandschap. De buurtschap wordt gekenmerkt door driehoekige pleinen en lintbebouwing. De structuur dateert grotendeels uit de Late Middeleeuwen (1250-1500), toen de oudtijds verspreide bewoning zich verplaatste naar de randen van de akkercomplexen en oude alleen gelegen hoeven werden opgesplitst en uitgroeiden tot buurtschappen. Het bebouwingsbeeld van buurtschap Het Broek met overwegend langgevelboerderijen dateert met name uit de periode 1800-1920. Buurtschap Het Broek is deels aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De locatie Broekstraat 58 ligt net ten noorden van het beschermd dorpsgezicht. Rondom de boerderijen lagen open essen (akkers). Vanaf de jaren ’60 van de 20e eeuw veranderde de omgeving van de buurschap sterk, met de aanleg van een vuilstort ten zuidwesten. De vuilstort is niet meer in gebruik en wat is overgebleven is een grote heuvel in het vlakke landschap. Vanaf de jaren ’90 verdichtte het open landbouwgebied door de aanleg van een dierenpark, een golfbaan en voornamelijk de bouw van nieuwbouwwijk Brandevoort aan de oostkant.

Deze laatste rukt steeds meer op richting buurtschap Het Broek.

Figuur 2.1.1: Bebouwingsconcentratie Het Broek in het vigerende bestemmingsplan met aanduiding locatie Broekstraat 58 (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

3

Figuur 2.1.2: Historische ontwikkeling omgeving buurtschap Het Broek met aanduiding locatie Broekstraat 58. Boven: 1920, midden: 2000, onder: 2020 (bron: topotijdreis.nl).

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

4

Buurtschap Het Broek wordt gekenmerkt door een menging van functies. Er zijn nog enkele agrarische bedrijfslocaties aanwezig, maar niet alle bedrijven zijn nog operationeel. De meeste percelen zijn woonpercelen. In de buurtschap is een groot aantal erven met langgevelboerderijen aanwezig, waarvan diverse cultuurhistorisch waardevol zijn. Eén langgevelboerderij is aangewezen als rijksmonument en er zijn enkele gemeentelijke monumenten. Kenmerkend zijn verder de hoogstamboomgaarden, die op drie erven aanwezig zijn. De weg door de buurtschap en het kleine onverharde driehoekige plein centraal in de buurtschap kennen een beplanting met eiken. De erven worden afgewisseld door vergezichten over het open landschap aan weerszijden van de Broekstraat. Hierdoor is sprake van een afwisseling in open- en geslotenheid. In het zuidelijk deel van de buurtschap is tussen 2016 en 2019 een nieuw ‘boerenerf’ gerealiseerd op een locatie van een varkenshouderij. Het agrarisch erf is daar getransformeerd tot woonerf.

Hoogstamboomgaard Eikengaard Vergezichten Langgevelboerderijen Nieuw woonerf

Figuur 2.1.3: Karakteristiek buurtschap Het Broek met aanduiding locatie Broekstraat 58 (bron: Bergs Advies).

Op het bedrijfsperceel Broekstraat 58 zijn een langgevelboerderij, een drietal varkensstallen en een viertal kleine bedrijfsgebouwen aanwezig. Alle bebouwing verkeert in slechte staat. De bedrijfsbebouwing heeft een totale oppervlakte van 2.442,99 m2 (inclusief woongedeelte). Rondom de bedrijfsbebouwing bevindt zich een grote hoeveelheid verharding (2.234,98 m2). Op de locatie is weinig beplanting aanwezig, los van wat beplanting in de tuin van de bedrijfswoning. Binnen het agrarisch bedrijfsperceel ligt een nutsvoorziening met een eigen kadastraal perceel. Dit perceel valt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

5

Figuur 2.1.4: Luchtfoto locatie Broekstraat 58 (bron: streetsmart.cyclomedia.com).

Figuur 2.1.5: Obliekview locatie Broekstraat 58 (bron: streetsmart.cyclomedia.com).

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

6

2.2

Het initiatief

Het varkensbedrijf op de locatie Broekstraat 58 is al enige tijd geleden beëindigd. Alle agrarische bedrijfsbebouwing met bijbehorende verharding wordt gesaneerd. De bestaande bedrijfswoning wordt vanwege de slechte staat gesloopt en herbouwd, waarbij deze wordt omgezet naar een burgerwoning. Het voormalige agrarische erf wordt getransformeerd naar een ‘boerenerf’. In totaal bestaat het plan uit vier bouwmassa’s met zes woningen. Aan de voorzijde van het erf wordt een langgevelboerderij gerealiseerd. Dit is de ‘hoofdwoning’ op het ‘boerenerf’. Tussen de langgevelboerderij en de nutsvoorziening komt een hoogstamboomgaard. Hierdoor wordt het idee dat je een erf oprijdt nog verder versterkt. Bovendien zijn langgevelboerderijen met boomgaarden erg kenmerkend in deze straat. Op het erf, achter de langgevelboerderij, worden drie bouwmassa’s gerealiseerd. Dit zijn zogenaamde schuurwoningen, die refereren naar de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen op het erf. De architectuur van de schuurwoningen is vrij basic. Denk aan een eenvoudige zadeldak, weinig detaillering, een langwerpige vorm en het gebruik van natuurlijke materialen. Het erf wordt centraal ontsloten. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Het erf wordt informeel ingericht met een basic bestrating en wat groenelementen. Er is ook ruimte op het erf voor parkeren voor bezoekers.

De parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn echter niet specifiek aangeduid. Het woonerf wordt landschappelijk ingepast. Het plan gaat uit van een viertal bouwmassa’s met in totaal zes woningen. Dit betekent dat er twee vrijstaande woningen en twee twee-onder-één-kap woningen worden gerealiseerd. In onderstaande afbeelding is het inrichtingsplan voor de locatie weergegeven.

Figuur 2.2.1: Inrichtingsplan Broekstraat 58, Mierlo (bron: Bergs Advies).

De bouwmassa’s hebben een maximale inhoud van 1.000 m³ en worden gerealiseerd binnen een bouwvlak van 500 m2. De twee-onder-één-kap woningen komen in een gezamenlijke bouwmassa van 1.000 m 3. Uitbouwen bij de woningen zijn onder voorwaarden toegestaan. Aanbouwen zijn niet toegestaan. Bijgebouwen zijn zeer beperkt toegestaan, om verrommeling van het erf te voorkomen. Hiervoor is in de regels een specifieke bepaling opgenomen. Doel is om bijbehorende functies bij de woning, zoals een garage of overkapping, zoveel mogelijk binnen de hoofdmassa te realiseren. Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

7

Bijlage 1 bij deze toelichting betreft het inrichtingsplan. In het inrichtingsplan is een analyse van de buurtschap Het Broek opgenomen, evenals een plan voor de inrichting van de locatie, een voorstel voor de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitseisen voor de bebouwing.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

8

3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

In de opmaat naar de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt, heeft de Rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld op grond van de geldende regelgeving, aangezien de Omgevingswet nog niet in werking is getreden. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. De NOVI bevat de lange termijn visie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De NOVI komt daarmee in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoerplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen.

Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal; alle plannen moeten met oog voor natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt worden. Bij het maken van keuzes wordt gebruik gemaakt van drie afwegingsprincipes: 1. combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; 3. afwentelen wordt voorkomen. De belangrijkste keuzes in de NOVI zijn:  Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Nederland wordt zo ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast.  Verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor omgevingskwaliteit.  Overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden.

 Ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden.  Bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.  Toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda; hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan het NOVI. De agenda bevat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes. De NOVI wordt uitgewerkt in Algemene Rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Er wordt straks gebiedsgericht gewerkt door middel van Omgevingsagenda’s en NOVIgebieden.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

9

Het kabinet heeft een aantal voorlopige NOVI-gebieden aangewezen. Het Rijk is van plan om hier samen met de regio, met aandacht voor de brede ruimtelijk-fysieke opgaven:  een extra impuls te geven aan grote transities, passend bij NOVI-prioriteiten;  extra steun te geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven, die heel belangrijk zijn voor Nederland. De locatie Broekstraat 58 ligt niet in één van de aangewezen NOVI-gebieden. De bestemmingswijziging op de locatie is van een dermate geringe omvang dat er op nationale schaal geen belangen in het geding zijn.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

In het NOVI is een tabel opgenomen die weergeeft hoe de relatie is tussen de in de NOVI opgenomen nationale belangen, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de uitvoeringsregels in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro, Bro en straks Bkl, blijven ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. Deze regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. De locatie Broekstraat 58 ligt niet in één van de gebieden waar het Barro betrekking op heeft. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor de bestemmingswijziging op de locatie.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder-onderbouwing is dus verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro verstaan ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Deze laatste categorie is in de ‘Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking’ (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Uit jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De herbestemming van de locatie Broekstraat 58 betreft dan ook geen stedelijke ontwikkeling. Een Ladder-onderbouwing is niet noodzakelijk.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant ‘De kwaliteit van Brabant - Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. De Brabantse omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

10

In de omgevingsvisie zijn vier hoofdopgaven uitgewerkt in een inspirerend beeld 2050 en een mobiliserende doelstelling voor 2030. De basisopgave die aan de hoofdopgaven ten grondslag ligt is ‘werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen voor de diverse aspecten van fysieke leefomgeving staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie. Op termijn worden deze conform de systematiek van de Omgevingswet ondergebracht in programma’s. Daarnaast zal de provincie de benoemde waarden beschermen via een omgevingsverordening. Voor nu betekent dit dat de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant nog altijd het geldend provinciaal kader vormen voor de ontwikkeling op de locatie Broekstraat 58.

3.2.2

Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant

De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO) bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De structuurvisie is uitsluitend bindend voor de provincie zelf en beoogt met name richting te geven aan de provinciale vraagstukken met betrekking tot ruimtelijke ordening, waarover bestuurders een beslissing dienen te nemen. De doorvertaling in de (provinciale) verordeningen zorgt voor de doorwerking naar lagere overheden. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. De provincie kiest in haar ruimtelijk beleid voor een verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. De locatie Broekstraat 58 en directe omgeving is op de structurenkaart, behorende bij de SVRO, aangeduid als ‘Gemengd landelijk gebied’. Het gemengd landelijk gebied bestaat uit gebieden waar een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd en gebieden waar een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd.

De mogelijkheden en regels voor de structuren uit de structuurvisie zijn nader uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.2.3

Omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft een nieuwe omgevingsverordening opgesteld, om te voldoen aan de aankomende Omgevingswet. De Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 11 maart 2022 vastgesteld, maar treedt pas op 1 januari 2024 (gelijktijdig met de Omgevingswet) in werking. Vooruitlopend daarop is op 15 april 2022 een wijziging van de Interim omgevingsverordening in werking getreden. Deze wijziging is opgenomen in de geconsolideerde versie van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 augustus 2023. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de huidige regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gehanteerd als uitgangspunt. Daarnaast is een aantal wijzigingen doorgevoerd. Dit zijn enerzijds wijzigingen die nodig zijn vanwege de Omgevingswet en anderzijds wijzigingen door nieuwe inzichten. Van belang voor herbestemmingen in het buitengebied, zoals op de locatie Broekstraat 58, is dat omgevingskwaliteit een centrale plek heeft gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit. De ontwikkeling aan de Broekstraat 58 gaat gepaard met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (zie hoofdstuk 2).

Het plan voldoet dan ook aan het beleid uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

11

3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV, geconsolideerde versie 21 maart 2023) staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit de omgevingsvisie juridisch te binden. De regels in de IOV betreffen vigerend beleid en zijn dan ook als uitgangspunt gehanteerd voor deze toelichting. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een aantal kaartbeelden opgenomen. De kaartlagen verwijzen naar verschillende instructieregels. Voor de locatie Broekstraat 58 zijn met name de kaartbeelden ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘basiskaart Landelijk gebied’ relevant. Het plangebied ligt binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’. Daarnaast is op de kaart ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ opgenomen. Het plangebied kent daarnaast nog enkele andere aanduidingen, die echter voor de ontwikkeling niet relevant zijn. Landelijk gebied - Gemengd landelijk gebied Voor het landelijk gebied is een aantal regels opgenomen in de verordening, voornamelijk onderverdeeld naar verschillende (agrarische) bedrijfssectoren.

Op de locatie Broekstraat 58:  wordt een intensieve veehouderij gesaneerd in het kader van de maatwerkregeling van de provincie Noord-Brabant;  wordt de agrarische bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning;  worden drie bouwvolumes van maximaal 1.000 m3 toegevoegd, met in totaal vijf woningen;  kan deze ontwikkeling mogelijk worden gemaakt door: o een fysieke tegenprestatie te leveren, die voldoende is voor één maatwerktitel; o de aankoop van twee ruimte-voor-ruimte titels. Hierna worden de relevante artikelen uit de verordening met de bijbehorende bepalingen weergegeven. Het gaat om de artikelen 3.77, 3.78 en 3.5. Het plan wordt daaraan getoetst. Op 14 juni 2022 is de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit’ door Gedeputeerde Staten vastgesteld. In deze beleidsregel zijn uitgangspunten vastgesteld voor de beoordeling van de fysieke tegenprestatie voor het versterken van omgevingskwaliteit, zoals opgenomen in de IOV. De beleidsregel heeft onder andere betrekking op artikel 3.78 van de IOV. De tekst uit de verordening is cursief weergegeven. Daarna volgt per bepaling de toetsing in het standaard lettertype.

Artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen in deze afdeling geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 3.1.2, en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 3.2 Basis op orde, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en d. op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. De onderbouwing dat de ontwikkeling op de locatie Broekstraat 58 past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, waarbinnen de locaties ligt, is opgenomen in de planbeschrijving in hoofdstuk 2 van deze toelichting, evenals hierna bij de motivatie van artikel 3.78.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

12

Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Het initiatief is door de gemeente Geldrop-Mierlo besproken met de provincie Noord-Brabant. Hierbij is eveneens een deskundige op het gebied van omgevingskwaliteit betrokken.

Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: In de verordening wordt onder ‘nieuwvestiging’ verstaan ‘vestiging op een locatie waar ingevolge het geldende omgevingsplan geen bebouwing of bedrijfsfunctie is toegestaan’. Op de locatie Broekstraat 58 is weliswaar bebouwing toegestaan, maar er is in de huidige situatie sprake van een agrarisch bouwvlak met één agrarische bedrijfswoning. In de nieuwe situatie is er sprake van het toevoegen van vijf woningen in een drietal bouwvolumes, en dus in feite van een opdeling van het bouwperceel. Een ‘splitsing’ is in de verordening gedefinieerd als ‘nieuwvestiging van een bouwperceel door opdeling van een bestaand bouwperceel’. Volgens de provinciale verordening is op de locatie Broekstraat 58 dan ook sprake van nieuwvestiging van bouwpercelen. a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; De ontwikkeling binnen het plangebied heeft tot doel een versterking te geven van de omgevingskwaliteit. Om de sanering van de intensieve veehouderij aan de Broekstraat 58 mogelijk te maken, vindt een woningbouwontwikkeling plaats. b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; De onder a.

bedoelde versterking is niet op een andere wijze verzekerd. c.

de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; Op de locatie wordt in totaal 2.442,99 m2 aan bebouwing gesaneerd, met daarbij behorende voorzieningen en verharding (2.234,98 m 2). Er is sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat, doordat een intensieve veehouderijbestemming wordt beëindigd, waarmee voorkomen wordt dat er zich in de toekomst nog een intensieve veehouderij op de locatie vestigt. Verder wordt de locatie op een kwalitatieve wijze landschappelijk ingepast.

d. de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77; De locatie ligt in een deel van het buitengebied van Geldrop-Mierlo, aangeduid als deelgebied ‘Gulbergen en ’t Broek’. Het initiatief past binnen het ontwikkelingsperspectief van dit gebied, zoals omschreven in de ‘Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040’, zie ook de toelichting in paragraaf 3.3.1. e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; De woonfunctie op de locatie Broekstraat 58 is een toekomstbestendige functie. Er is dan ook sprake van een activiteit die volhoudbaar is naar de toekomst. f.

de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die de provinciale verordening beoogt te beschermen. In deze paragraaf wordt dit toegelicht.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

13

g. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Het initiatief is door de gemeente Geldrop-Mierlo besproken met de provincie Noord-Brabant. Hierbij is eveneens een deskundige op het gebied van omgevingskwaliteit betrokken. Lid 2 De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; Aan de Broekstraat 58 worden drie nieuwe bouwmassa’s met in totaal vijf nieuwe woningen opgericht. Daarnaast wordt de agrarische bedrijfswoning herbouwd en omgezet naar burgerwoning. De woningen bevinden zich op een aanvaardbare locatie binnen een bebouwingscluster. In paragraaf 2.2.1 is dit gemotiveerd. 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit, qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en De fysieke tegenprestatie, die bestaat uit de sanering van de agrarische bedrijfslocatie, is qua omvang gelijk aan de tegenprestatie van een ruimte-voor-ruimtekavel.

In een separate notitie, die als bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd, is onderbouwd dat de fysieke tegenprestatie die op de locatie Broekstraat 58 wordt geleverd (sloop bedrijfsbebouwing en sanering verharding) gelijk is aan een bedrag van € 125.000,-. De fysieke tegenprestatie is beoordeeld aan de hand van de uitgangspunten uit de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit’. Hiermee is onderbouwd dat één maatwerktitel kan worden verkregen. Daarnaast worden er twee ruimte-voor-ruimte titels aangekocht. In totaal kunnen er dus drie nieuwe bouwmassa’s gerealiseerd worden op de locatie, naast de bestaande bouwmassa (huidige agrarische bedrijfswoning). Conform artikel 6 van de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant’ geldt voor de realisatie van meerdere wooneenheden binnen één gebouw als bijdrage in het versterken van de omgevingskwaliteit een inspanning ter hoogte van € 125.000,- per 1.000 m3 bouwvolume. Dit houdt in dat het ook mogelijk is om een bouwmassa van 1.000 m 3 te splitsen in twee woningen. Het plan aan de Broekstraat 58 gaat uit van twee vrijstaande woningen van 1.000 m 3 en vier tweeonder-één kap woningen (in twee bouwmassa’s van 1.000 m3). 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; Zie de toelichting onder 2.

Er worden twee ruimte-voor-ruimte titels aangekocht. Het bijbehorende bewijsstuk in de vorm van een certificaat is als bijlage 3 bij deze toelichting toegevoegd. Het betreft de mestnummers 111026628 (1.750 m 2) en 111504818 (250 m2).

b. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; De aanwezige rechten en toestemmingen voor de intensieve veehouderij, waaronder de verleende vergunningen, zijn reeds ingetrokken. c.

als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft:…………….. Aangezien er geen sprake is van de ontwikkeling van een nieuw landgoed wordt niet op de afzonderlijke bepalingen ingegaan.

d. als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken. De locatie Broekstraat 58 maakt volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant deel uit van buurtschap Het Broek. De Broekstraat zelf is op de CHW aangeduid als ‘lijn van redelijk hoge waarde’. De woningbouwontwikkeling heeft geen invloed op het beloop van de Broekstraat. Het inrichtingsplan voor de locatie sluit aan op de karakteristiek van de buurtschap, zowel qua landschappelijke inpassing als qua karakteristiek van de bebouwing. Zie ook het inrichtingsplan in bijlage 1. De bestemmingswijziging heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in de omgeving. Zie ook de toelichting in paragraaf 4.10. Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

14

Lid 3 Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; De locatie aan de Broekstraat 58 ligt in een bebouwingsconcentratie. In paragraaf 2.2.1 is dit gemotiveerd. b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Deze bepaling is niet van toepassing. Lid 4 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste Lid, onder a. Artikel 3.5 van de IOV ziet toe op de ‘zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit’. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient invulling gegeven te worden aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hierbij wordt rekening gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied en meerwaardecreatie. Als bijlage 1 bij deze toelichting is een inrichtingsplan opgenomen. In paragraaf 2.2 is het inrichtingsplan globaal beschreven. De ontwikkeling aan de Broekstraat 58 voldoet aan de regels uit de hiervoor genoemde artikelen 3.5, 3.77 en 3.78 van de IOV en daarmee aan het beleid uit de provinciale omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Geldrop - Mierlo 2040

Op 6 februari 2023 is de Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 vastgesteld. Dit is een integrale strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie geeft de gemeente aan welke doelen zij voor de lange termijn heeft. Hoeveel woningen wil men bouwen, wanneer wil men energieneutraal zijn en hoe wil men dat het landschap er over 15 jaar uitziet? De omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en hoogstens de hoofdlijn van het beleid. De bestaande kwaliteiten vormen een belangrijke basis voor de visie. De locatie Broekstraat 58 maakt deel uit van de lintbebouwing ’t Broek met haar vele oude boerderijgebouwen. Een groot deel van dit lint, ten zuiden van de locatie Broekstraat 58, is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In de omgevingsvisie is een onderscheid gemaakt in verschillende deelgebieden. Elk deelgebied in de gemeente is anders. Het landschap is anders, de opgaven die er spelen zijn anders en dus verschillen ook de mogelijke functies. Voor elk deelgebied is een eigen toekomstperspectief opgesteld. De locatie Broekstraat 58 ligt in het deelgebied ‘Gulbergen en ’t Broek’. De Gulbergen is een grootschalig gemaakt landschap. De weidse uitzichten maken een bezoek een bijzondere beleving. Het contrast met het gehucht ’t Broek aan de oostzijde is groot.

Dit is een authentiek agrarisch landschap en een beschermd dorpsgezicht. De kleinschalige verkaveling, de landschapselementen en erven met historische bebouwing zijn hier bijzonder. De doelen in dit deelgebied zijn:  de Gulbergen door te ontwikkelen tot een sport- en recreatiegebied van regionale allure;  een bijdrage te leveren aan het realiseren van een ecologische verbinding tussen de Strabrechtse heide, de Molenheide en de Stiphoutse Bossen;  het behoud en beleefbaar maken van het authentieke landschap rond ’t Broek. Hierna wordt ingegaan op het laatste doel, aangezien dit van toepassing is op de locatie Broekstraat 58.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

15

De gemeente wil de kwaliteiten van ’t Broek in stand houden en beleefbaar maken. Functies die zich beperken tot de erven, de kwaliteiten ondersteunen en de beleefbaarheid vergroten zijn hier welkom. In de omgevingsvisie wordt een aantal functies genoemd die mogelijk zijn op vrijkomende erven:  kleinschalige recreatie, bedrijven in categorie 1 en 2, evt in de vorm van een verzamelgebouw met kleinschalige bedrijven;  zorgfuncties of andere maatschappelijke functies, die baat hebben bij de rust en uitstraling van het landelijk gebied;  bijzondere woonvormen (zoals groepswonen of tiny houses). Per deelgebied is een aantal voorwaarden gesteld. De voorwaarden voor ’t Broek zijn als volgt:  passend bij beschermde cultuurhistorische waarden (erfinrichting, bebouwing, verkaveling);  geen bedrijfsverzamelgebouwen;  geen verstoring van natuurwaarden en negatief effect op bodem en watersysteem. Landschapselementen, erfinrichting en de kwaliteit van de bebouwing kunnen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de erven. De afbeelding hierna geeft een sfeerbeeld als schets van de mogelijke ontwikkelingsrichting van het deelgebied ‘Gulbergen en ’t Broek’.

Afbeelding 3.3.1.1: Schetsimpressie gebiedsperspectief ‘Gulbergen en ’t Broek’. De locatie Broekstraat 58 is aangeduid met een oranje pijl (bron: Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040).

Conclusie De bestemmingswijziging op de locatie Broekstraat 58 past binnen het beleid, zoals opgenomen in de ‘Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040’. De inrichting en indeling van het erf sluit aan bij de omgeving, die gekenmerkt door karakteristieke langgevelboerderijen en boomgaarden. Het woonerf wordt landschappelijk ingepast, waarbij het authentieke agrarische landschap wordt behouden.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

16

3.3.2

Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties

Onderdeel van het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ vormt de ‘Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties’ (8 november 2010). Het doel van deze visie is om richting te geven aan initiatieven binnen de bebouwingsconcentraties in het buitengebied. De visie richt zich onder andere op sloop, gewenste beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing. De visie geeft aan dat maatwerk per initiatief nodig is en dat het bestemmingsplan dient als toetsingskader voor de initiatieven. Buurtschap Het Broek is in de visie aangewezen als een bebouwingsconcentratie. De gebiedsvisie biedt dus een kader voor toekomstige ontwikkelingen. De gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties is in hoofdstuk 2 van het inrichtingsplan (bijlage 1 bij de toelichting) beschreven en verbeeld. Het belangrijkste uitgangspunt voor Het Broek is dat vanwege de cultuurhistorische waarden het historische karakter van Het Broek in stand gehouden en versterkt dient te worden. In het inrichtingsplan zijn de uitgangspunten uit dit beleid meegenomen. Tevens heeft een analyse van het plangebied en de omgeving plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een plan dat aansluit op de karakteristiek van Het Broek. Conclusie De bestemmingswijziging op de locatie Broekstraat 58 past binnen het beleid, zoals opgenomen in de Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties.

3.3.3

Woonvisie Geldrop-Mierlo 2020-2028

In het woonbeleid maakt de gemeente Geldrop-Mierlo keuzes over onderwerpen op het gebied van wonen, bijvoorbeeld over locaties voor nieuwbouw, de verdeling van woonruimte, afspraken met woningcorporaties en het verduurzamen van woningen. In 2020 heeft de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo een nieuwe woonvisie vastgesteld voor de periode 2020– 2028. In de woonvisie is ook een aantal doelen geformuleerd. De beoogde woningen binnen het plangebied dragen niet bij aan de doelen, zoals genoemd in de woonvisie. Toepassing van de provinciale regeling Ruimte voor Ruimte of de Maatwerkregeling is niet opgenomen in deze visie. De toepassing van deze regelingen komt niet ten laste van de gemeentelijke woningbouwopgave, maar vloeit voort uit de provinciale rood-voor-groen regelingen.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

17

4

Randvoorwaarden

4.1

Inleiding

Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur en verkeer en parkeren. Tenslotte is een paragraaf 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgenomen. De hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op de locatie Broekstraat 58 is in de huidige situatie geen agrarisch bedrijf meer aanwezig. Wel is de locatie nog agrarisch bestemd. Er is één bedrijfswoning op de locatie aanwezig, inclusief een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De locatie krijgt in de nieuwe situatie een woonfunctie. Hier vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats. De woningen betreffen milieugevoelige functies. Het is dan ook van belang om te toetsen of er functies in de omgeving zijn, die beperkt worden door de herbestemming of die de herbestemming belemmeren. In de omgeving van de nieuwe woonfunctie kunnen bedrijven liggen die (negatieve) gevolgen voor het plan kunnen hebben. Denk hierbij aan agrarische bedrijven met een geurcontour, maar ook andere typen bedrijven die milieuhinder veroorzaken kunnen een rol spelen. De exploitatie van deze bedrijven kan een negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Een eerste toets kan plaatsvinden aan de voorgeschreven afstanden, zoals deze zijn voorgeschreven volgens de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2009. Eén van de belangrijkste bouwstenen bij milieuzonering is de richtafstandenlijst. Deze lijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar.

Daarnaast zijn indices voor verkeersaantrekkende werking, bodem, lucht en visueel opgenomen in de lijst. De opgenomen richtafstanden betreffen indicatief de aan te houden afstand tussen hinder veroorzakende en milieugevoelige functies. Indien dit voldoende gemotiveerd wordt kan hiervan afgeweken worden. De afstand dient te worden gemeten vanaf de bestemmings-/bouwgrens van de inrichting tot de milieugevoelige functie. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen.  De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’.  De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.  Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

 De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn.  De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

18

In de kolom ‘gevaar’ is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie.

Milieucategorie

Richtafstand

1

10 m

2 3.1

30 m 50 m

3.2 4.1

100 m 200 m

4.2 5.1

300 m 500 m

5.2 5.3

700 m 1.000 m

6

1.500 m

Tabel 4.2.1: Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden.

Op de locatie Broekstraat 58 is sprake van het toekennen van een woonfunctie. Het dichtstbijzijnde bedrijf in de omgeving betreft het bedrijf aan de overzijde van de weg; het rundveebedrijf aan de Broekstraat 75. De afstand van de nieuwe woonbestemming tot het agrarisch bouwvlak van dit bedrijf bedraagt circa 20 meter. De afstand tussen de nieuwe woonbestemming en het dichtstbijzijnde bedrijfsgebouw (kas) van de bloemisterij bedraagt circa 39 meter. De VNG-brochure hanteert voor een rundveebedrijf een richtafstand van 100 meter. Bepalend hierbij is het aspect geur. De omgeving van de locatie Broekstraat 58 kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’, vanwege de afwisseling in functies, zoals woningen, agrarische bedrijven, niet agrarische bedrijven, horeca). Hierdoor kunnen de richtafstanden volgens de VNG-brochure met één afstandsstap worden verlaagd. Er moet dus rekening gehouden worden met een richtafstand van 50 meter. In het ontwerp voor de woonlocatie is rekening gehouden met de richtafstand van 50 meter. Daarbij is tevens rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van het rundveebedrijf en de te hanteren geurnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij. In paragraaf 4.6 wordt dit nader toegelicht. Dit heeft geresulteerd in een geurcontour die op de verbeelding van het bestemmingsplan is opgenomen.

In de regels is bepaald dat binnen de geurcontour het gebruik van gebouwen als een geurgevoelig object niet is toegestaan. Binnen 200 meter van de locatie, aan de noordwestkant, bevindt zich een agrarisch bedrijf aan de Broekstraat 79-83. Deze locatie is bestemd als ‘Agrarisch - Bouwvlak’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Op de locatie was een rundveehouderij (vleesvee) gevestigd, die inmiddels is gestaakt. Planologisch gezien is hier echter nog steeds een intensieve veehouderij toegestaan. Zoals hiervoor al aangegeven hanteert de VNG-brochure voor een rundveebedrijf een richtafstand van 50 meter bij ‘gemengd gebied’. Voor een varkensen pluimveebedrijf bedraagt de richtafstand 100 meter bij ‘gemengd gebied’. Conform het bestemmingsplan is een dergelijk intensief veehouderijbedrijf toegestaan op de locatie. De afstand van de nieuwe woonbestemming tot het agrarisch bouwvlak met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ bedraagt ruim 150 meter. Aan de richtafstanden voor een intensieve veehouderij wordt voldaan. Binnen 200 meter van de locatie, aan de zuidkant, bevindt zich ook nog een rundveebedrijf aan de Broekstraat 50. Deze locatie is bestemd als ‘Agrarisch - Bouwvlak’. Het bedrijf beschikt over een vergunning voor 40 melkkoeien en 18 stuks jongvee.

De kortste afstand van de nieuwe woonbestemming tot het agrarisch bouwvlak van het rundveebedrijf bedraagt circa 135 meter. Aan de richtafstand van 50 meter wordt voldaan. Voor wat betreft de overige (agrarische) bedrijven in de omgeving wordt voldaan aan de richtafstanden. Deze bedrijven bevinden zich allen op een afstand van meer dan 200 meter van de nieuwe woonbestemming.

Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

19

Conclusie Uit deze analyse blijkt dat in de omgeving van de locatie Broekstraat 58 geen bedrijfsactiviteiten aanwezig zijn die een belemmering vormen voor de herbestemming van de locatie. Ook de herbestemming zelf zorgt niet voor een belemmering van omliggende bedrijfsactiviteiten.

4.3

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van vijf nieuwe woningen op de locatie Broekstraat 58 mogelijk. Op deze locatie is dan ook sprake van nieuwe geluidgevoelige objecten. Door de K+ Adviesgroep bv is een akoestisch onderzoek verricht. Dit onderzoek is noodzakelijk omdat de locatie van de nieuwe woningen binnen de geluidzones van de Broekstraat en Heiderschoor ligt. De rapportage (d.d. 24 mei 2024) is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. Hierna worden de resultaten toegelicht. Broekstraat  De voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Broekstraat is maximaal 56 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh).

 Indien de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied wordt overschreden is nieuwbouw in dit gebied alleen mogelijk door het toepassen van één of meer dove gevels. Dit is een gevel waarin, voor zover zich daarachter een verblijfsruimte bevindt, geen te openen delen zijn opgenomen. Door de nieuwe woningen akoestisch slim te ontwerpen kan het aantal gevels wellicht beperkt blijven (te denken valt aan het toepassen van geluidsschermen, loggia’s).  In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het nieuwbouwproject een open plaats tussen bestaande bebouwing opvult.  Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat de woningen dienen te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen.  Conform het Bouwbesluit worden in het geval van het overschrijden van de voorkeursgrenswaarde eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit.

De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Heiderschoor  De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 35 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Op de verbeelding is op het bouwvlak van de langgevelboerderij de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding dove gevel’ opgenomen. In de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat ter plaatse van die aanduiding alle verdiepingshoogten van de naar de weg gekeerde gevel als ‘dove gevel’ uitgevoerd dienen te worden. Voor de overige gevels waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreven, maar de maximale ontheffingswaarde niet, is door het college van burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde vastgesteld. Industrielawaai De locatie bevindt zich buiten de zones van een gezoneerd bedrijventerrein. Voor wat betreft de omliggende bedrijven wordt voldaan aan de richtafstanden voor geluid, zie paragraaf 4.2. Het aspect industrielawaai legt dan ook geen beperkingen op aan de herbestemming. Bestemmingsplan ‘Broekstraat 58, Mierlo’

20

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘geluid’ geen belemmering vormt voor de bestemmingswijziging op de locatie Broekstraat 58 indien de naar de weg gekeerde gevel van de langgevelboerderij als dove gevel wordt uitgevoerd en voor de overige gevels waar de voorkeursgrenswaarde wordt overgeschreden een hogere grenswaarde wordt vastgesteld.

4.4

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.  Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.  Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=a1c3b347-b92a-4593-8c9a-3b68aa7ea96f