Bijlagenboek bij Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
Tekst van het document
Voor nieuw verhard oppervlak: aanleg bergings/infiltratievoorziening met 60 mm (60 liter per m2) berging.
Hiervoor is ruimte opgenomen in het schetsontwerp op openbaar terrein
Benodigde watercompensatie
Te bepalen a.d.h.v. waterbeleid waterschap
Eerste opgave is bepaald in de waterparagraaf van Aeres+Milieu (24 augustus 2015) Het te ontwikkelen gebied is ca. 6,8 ha groot. Naar verwachting wordt ter plaatse ca. 5,1 ha verhard. Opgemerkt wordt dat genoemde hoeveelheden maximaal ingeschat zijn op basis van een
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
16
Projectgerelateerd
Aspect
Uitgangspunt
Opmerkingen conceptvoornemen. Binnen het plangebied dient ca. (51.000x60mm=) 3.060 m3 geïnfiltreerd en/of geborgen te worden.
Bij het berekenen van de waterberging mag een afvoercoëfficiënt (landbouwkundige afvoer) meegenomen worden. Volgens het waterschap geldt voor de afvoer uit het plangebied een afvoercoëfficiënt van 1 l/s/ha. Deze waarde gelden bij een T=10, bij een T=100 neerslagsituatie geldt een twee maal zo grote afvoer.
Afvoer
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
17
Projectgerelateerd
4
Toekomstige situatie
4.1
Schetsontwerp
Het schetsontwerp van ontwerpbureau BRO d.d. 27-07-2021 is basis voor de verdere uitwerking van het verkennend waterhuishoudkundigplan. Op basis van de afstromingsrichting in de huidige situatie is een verdeling gemaakt in drie gebieden. Namelijk het gebied aan de westzijde woonpark, het sportpark en het gebied aan de oostzijde woon-werk. In figuur 4.1 is het schetsontwerp met de deelgebieden opgenomen.
Figuur 4.1
4.2
Schetsontwerp van ontwerpbureau BRO d.d. 27-07-2021
Bepaling verhard oppervlak
In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van het aan te sluiten verhard oppervlak op basis van het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp van 27-07-2021 (BRO). Naast het verhard oppervlak van het openbaar gebied is hierbij rekening gehouden met verhard oppervlak van de kavels. Voor het verhard oppervlak van de kavels is naast de dakoppervlakken van de woningen, garages en inritten rekening gehouden met een percentage verhard van het overige deel van de kavels (tuinen). Verharde voortuinen, overkappingen en deels verhard oppervlak in de achtertuinen worden hiermee meegerekend als afvoerend verhard oppervlak. Dit resulteert in een percentage verhard oppervlak per kavel op basis van het type woning. De retentievoorzieningen zullen uitgevoerd worden als groen/blauwe zone en worden daardoor niet meegerekend als verhard oppervlak.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
18
Projectgerelateerd
Voor de bepaling van het afvoerend verhard oppervlak is gerekend dat alle verhardingen volledig afstromen (afvoer coëfficiënt van 1). Het totale ingeschatte afvoerend verhard oppervlak welke afwatert op de bergingszone in het woonpark is berekend op 4,93ha en voor het woon-werk gedeelte aan de oostzijde 0,66 ha. Het sportpark heeft een bruto oppervlak van 5,2 ha. Het verhard oppervlak voor de uitbreiding van het sportpark is niet bepaald omdat de invulling van deze ontwikkeling nog onduidelijk is. Tabel 4.1
Overzicht bepaling verhard oppervlak en afvoerend verhard oppervlak Oppervlak [m²]
Percentage verhard [%]
Afvoerend verhard oppervlak * [m²]
Woonpark
Type: Aaneengesloten
16.783
90
15.105
Type: Patiowoning
937
95
890
Type: Vrijstaand
15.024
70
10.517
Type: Woon-werk
2.814
90
2.533
Infrastructuur
18.741
100
18.741
Retentievoorziening
12.194
0
-
Overig/groen
15.639
10
1.564
Totaal Woonpark
82.132
60
49.349
Type: Woon-werk
7.188
90
6.469
Infrastructuur
98
100
98
Overig/groen
388
10
39
Totaal Woon-werk
7.675
86
6.607
52.298
**
**
Woon-werk
Sportpark Totaal Sportpark
* t.b.v het afvoeren verhard oppervlak is gerekend met een afvoer coëfficiënt van 1. ** niet bepaald omdat de invulling van de ontwikkeling nog onduidelijk is.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
19
Projectgerelateerd
5
Verkennend ontwerp waterhuishouding
5.1
Hoogte en inrichting plangebied
Om aan te sluiten op de omgeving zal de bestaande hoogte van het maaiveld zoveel mogelijk gehandhaafd blijven in de toekomstige inrichting. Daarnaast is de GHG het uitgangspunt om te voldoen aan de ontwateringseisen en de maaiveldhoogten te bepalen. Op basis van de afgeleide GHG in het plangebied is per deelgebied een GHG bepaald. In figuur 5.1 is de inrichting van het plangebied weergegeven met daarop het huidige maaiveld, de GHG én een voorstel voor de straatpeilen.
Figuur 5.1
26 augustus 2022
Minimale straatpeilen o.b.v. gehanteerde deelgebieden met daarin GHG en huidige maaiveld
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
20
Projectgerelateerd
Voor de uitwerking van de hoogten zijn in overleg met de gemeente de volgende ontwateringseisen gehanteerd (zie ook paragraaf 2.7 en 3.3). Veelal wordt, afhankelijk van de gebruiksfunctie, een minimale ontwateringsdiepte van 0,5 tot 1m gehanteerd. Aan het plangebied zijn de volgende ontwateringseisen gesteld:
Minimale ontwateringsdiepte onder woning: 0,7m; vloerpeil 0,2m boven straatpeil; Minimale ontwateringsdiepte onder straatpeil: 0,7m; Minimale ontwateringsdiepte groenvoorzieningen en tuinen: 0,5m.
Op basis van de GHG en de ontwatergingseisen is het minimale straatpeil in de deelgebieden bepaald. De GHG varieert van NAP +18,60m in het westen tot NAP +18,30m in het oosten. Het minimale maaiveld varieert daarmee van NAP +19,3m tot NAP +19,0m. Daarnaast geldt voor de inpassing in de bestaande inrichting dat de ontsluitingswegen van de deelgebieden moeten aansluiten op de bestaande weghoogtes van de Burgemeester Termeerstraat en de Oudvensestraat. De weghoogtes van de Burgemeester Termeerstraat lopen op van NAP +19,40m in het westen tot NAP +19,50m in het oosten. De weghoogtes van de Oudvensestraat lopen af van NAP +20,0m in het zuiden naar NAP +19,65m in het noorden. Aanbeveling Om aan te sluiten op het huidige maaiveld en om voor te sorteren op een gesloten grondbalans is het een aanbeveling om voor het gehele plangebied een hoger straatpeil te hanteren van NAP +19,20m oplopend naar NAP +19,50m. Ofwel 0,20m hoger dan de minimale vereisten op basis van de GHG en de ontwateringseisen. Daarmee is er tevens meer ruimte voor infiltratie van het water naar de ondergrond. De grondbalans dient bij verdere uitwerking van het ontwerp getoetst te worden, dit is geen onderdeel van deze verkenning van het waterhuishoudkundig plan.
5.2
Vuilwaterafvoer
5.2.1
Systeembeschrijving vuilwaterafvoer
Het vuilwater afkomstig van het plangebied wordt gescheiden ingezameld van het hemelwaterstelsel. Op basis van het stratenplan is een schetsontwerp gemaakt waarbij zoveel mogelijk is uitgegaan van een vermaasd stelsel. In de weg die het plangebied doorsnijdt is de hoofdader aangebracht. Om de woningen te kunnen aansluiten op het vuilwaterstelsel worden de zijwegen eveneens voorzien van vuilwaterriolering. Het vuilwater wordt per perceel ondergronds aangesloten op het vuilwaterstelsel. Een aantal woningen wordt direct aangesloten op de bestaande riolering in de Burgemeester Termeerstraat en de Geldropseweg. In figuur 5.2 is de ligging van het toekomstige vuilwaterstelsel voor Luchen 3B opgenomen.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
21
Projectgerelateerd
Figuur 5.2
Schetsontwerp toekomstig vuilwaterstelsel Luchen 3B
Het vuilwaterstelsel kan bij een maximale afstand van 500 m onder vrijverval aangesloten worden op de bestaande riolering in de Burgemeester Termeerstraat. Met een minimale planhoogte van NAP +19,20m kan een maximale afstand van 500m, met een minimaal verhang van 2 promille (1,25m) en 1,3 m dekking, overbrugd worden en aangesloten op de bestaande riolering (b.o.b. NAP +16,63m). Het al dan niet toepassen van vrij verval riolering is uiteraard afhankelijk van de uiteindelijke maaiveldhoogtes. Voor de aansluiting van de woningen aan de Oudvensestraat zal bij verdere uitwerking van de ontwikkeling Luchen 3B de Oudvensestraat en het rioolstelsel daar aangepast moeten worden. Dit dient in een ontwerp van de boven- en ondergrond van de Oudvensestraat te worden uitgewerkt.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
22
Projectgerelateerd
5.3
Hemelwaterafvoer
5.3.1
Afwateringsstructuur globaal
Met de inrichting van het plangebied is in het schetsontwerp reeds rekening gehouden met retentievoorzieningen. De afwateringsstructuur van het plangebied is gebaseerd op de huidige afwatering vanuit het plangebied, maar ook op basis van de verschillende functies wonen en sporten, én op basis van de afstand naar voorziene retentievoorzieningen. De globale afwateringsstructuur is weergegeven in figuur 5.3.
Figuur 5.3
Globale afwateringstructuur Luchen 3B
Afwatering woonpark Het hemelwater afkomstig vanaf het woonpark wordt geborgen en vervolgens geïnfiltreerd via de retentievoorzieningen in het plangebied. De retentievoorzieningen worden met elkaar verbonden middels duikers zodat het water zich kan verdelen over de retentievoorzieningen in het plangebied.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
23
Projectgerelateerd
Hemelwater, afkomstig van daken en percelen, moet bovengronds op de erfgrens worden aangeboden. Hier kan het water oppervlakkig afstromen naar het openbaar gebied. Water afkomstig van verhardingen zal zoveel mogelijk oppervlakkig worden afgevoerd naar de greppels en de retentievoorziening. Het water wordt hier vastgehouden en kan van daaruit infiltreren naar de ondergrond. De opgenomen greppels zijn nog geen onderdeel van het schetsontwerp, er lijkt hier wel ruimte aanwezig voor een dergelijke structuur, het schetsontwerp dient hier op te worden aangepast. Afwatering sportpark Voor het sportpark wordt ervan uitgegaan dat er geen wijzigingen zijn ten opzichte van de bestaande situatie. Het uitgangspunt is dat de huidige afwatering van de sportvelden en het verhard oppervlak blijft behouden en dat de nieuwe sportvelden en parkeervoorzieningen niet worden uitgevoerd als verhard oppervlak. Indien dit gebied wel met verhard oppervlak wordt uitgevoerd en versneld tot afstroming komt geldt eenzelfde uitgangspunt als voor het woonpark, dat al het water wordt vastgehouden en infiltreert. Er zal dan ruimte gezocht moeten worden voor de invulling van de wateropgave (zie paragraaf 5.4). Door de onzekerheid over de invulling en uitbreiding van het gebied ten zuiden van het sportpark Oudven is er geen verdere uitwerking of principe watersysteem uitgewerkt.
Bij uitbreiding van het sportpark kan voor het vasthouden van water gedacht worden aan de combinatie van water en sporten door extra water vast te houden onder de sportvelden. Afwatering woon-werk (oost) Voor de woon-werk kavels aan de Oudvensestraat is in het schetsontwerp nog geen waterberging of afwateringsstructuur met greppels voorzien. De natuurlijke afwatering vanaf dit gebied is in de richting van de B-watergang van waterschap Aa en Maas, het uitgangspunt is echter dat het water afkomstig van verhard oppervlak wordt vastgehouden en geïnfiltreerd. Het hemelwater afkomstig van de kavels dient bovengronds op de erfgrens te worden aangeboden. Vanaf hier kan het water afkomstig van de verhardingen naar een greppel of direct op de retentievoorziening worden afgevoerd waar het water geborgen kan worden en infiltreren naar de ondergrond.
5.3.2
Systeembeschrijving hemelwaterafvoer
Principe werking watersysteem Het hemelwater afkomstig van het plangebied wordt gescheiden ingezameld van het vuilwaterstelsel. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk bovengronds afgevoerd en geborgen in de greppels en de retentievoorzieningen in het plangebied. Zowel het watersysteem van de Luchense Wetering als de afwatering langs de Oudvensestraat naar het Eindhovens kanaal zijn gevoelig voor het ontvangen van extra afvoer. Ook een eigen uitlaatpunt vanuit het plangebied naar het kanaal is niet wenselijk. Daarom is in overleg met beide waterschappen ervoor gekozen om het water uit het plangebied Luchen 3B niet af te voeren, maar juist volledig vast te houden en te infiltreren in de bodem. Er is voldoende ruimte voor retentie opgenomen voor het woonpark gedeelte in het schetsontwerp om een worst case situatie, waarin minimaal 60mm beschikbaar is t.o.v. het bruto oppervlak, vast te houden. Het water zal vervolgens infiltreren naar de ondergrond. Om de retentie leeg te krijgen zal door middel van grindpalen, die de ondoordringbare lagen doorbreken, een verbinding gemaakt worden met de diepere grondlagen. Bij de verdere voorbereiding zal dit verder gedetailleerd worden. In figuur 5.4 is het principe weergegeven van de werking van het hemelwatersysteem voor het plangebied Luchen 3B.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
24
Projectgerelateerd
Figuur 5.4
Schetsontwerp hemelwaterstelsel Luchen 3B
Woonpark Het water wordt zoveel mogelijk bovengronds verzameld en via greppels of groenvoorzieningen afgevoerd richting de retentievoorzieningen in het plangebied. Om het water oppervlakkig af te kunnen voeren en bovengronds in de retentievoorziening te krijgen, wordt voorgesteld om aanvullend een aantal groenvoorzieningen als greppel in te richten of als een verlaging in het maaiveld (wadi). Het hemelwater van de daken wordt bovengronds verzameld en rechtstreeks aangesloten op een greppel, groenvoorziening of watergang. Het hemelwater van enkele daken zal via afschot in het trottoir en wegen naar de voorziening tot afstroming komen. Het water van de openbare verhardingen wordt middels molgoten of via afschot in trottoir en wegen naar de greppel of groenvoorziening afgevoerd.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
25
Projectgerelateerd
In verband met de afstand tot de voorzieningen zal het hemelwater afkomstig van de parkeerplaatsen in het woonpark ondergronds via een put lozen op de greppels of groenvoorzieningen. Oppervlakkige afstroming van deze parkeerplaatsen is niet mogelijk aangezien in dat geval, door het benodigde lengteverhang in de bestrating, de parkeerplaatsen hoger komen te liggen dan de percelen. Deze situatie is niet wenselijk. De greppels en retentievoorzieningen worden middels duikers verbonden zodat het water zich kan verdelen over de retentievoorzieningen in het plangebied. Met een bodemhoogte van de retentievoorziening op een minimale hoogte van NAP +18,40m kan er tot ca. 60cm water geborgen worden tot een maximaal peil van NAP +19,0m. De maximale afstand van de greppels is ca. 100m. De bodemhoogte van de greppels komt ca. 20 cm hoger te liggen zodat er voldoende verhang ontstaat voor afstroming richting de retentievoorziening Het hemelwater afkomstig van een aantal woningen in het zuiden van het plangebied zal rechtstreeks tot afstroming komen op de bestaande watergang gelegen naast de Geldropseweg en de Burgemeester Termeerstraat. De bestaande watergang wordt onderdeel van het woonpark en komt tot afstroming op de retentievoorzieningen van het woonpark. Op deze manier zal er geen extra water naar de Luchense Wetering tot afstroming komen.
Bij de verdere uitwerking van het schetsontwerp dient voor de bovengrondse afvoer van hemelwater gelet te worden op de hoogteligging van het maaiveld van achtertuinen en parkeren. Woon-werk (oost) Het water vanaf de woon-werk kavels wordt zoveel mogelijk bovengronds verzameld. Het water kan via de achterzijde in een retentievoorziening worden opgevangen of aan de voorzijde via een greppel naar de retentievoorziening tot afstroming komen. Er dient voldoende waterberging gezocht te worden in de retentievoorziening of greppel zodat het water vastgehouden kan worden en kan infiltreren.
5.4
Ontwerp waterberging
5.4.1
Systeembeschrijving waterberging
Het hemelwater afkomstig van openbaar gebied wordt zoveel mogelijk bovengronds direct of middels ondergrondse leidingen afgevoerd naar de bovengrondse retentievoorziening in het plangebied retentievoorziening. Lediging van de retentievoorziening vindt plaats via infiltratie. Door middel van grindpalen wordt een verbinding gemaakt met de diepere grondlagen die de ondoordringbare lagen doorbreken. Woonpark De retentie voorzieningen worden boven het grondwater aangebracht zodat de berging beschikbaar is en hemelwater kan infiltreren in de bodem. Op basis van de peilbuizen op de locaties van de retentievoorzieningen is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) afgeleid op een hoogte van NAP +18,4m. De bodemhoogte van de retentievoorziening is toegestaan op GHG-niveau. De bergingshoogte is daarmee 60cm. Daarbij geldt voor alle retentievoorzieningen een maximale stijghoogte van het water tot NAP +19,0m. Indien gekozen wordt voor een gemiddelde planhoogte die 0,20m hoger ligt dan kan er meer water geborgen worden. De benodigde waterberging wordt gevonden in de bovengrondse retentievoorzieningen in het plangebied.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
26
Projectgerelateerd
Woon-werk (oost) Voor het woon-werk gedeelte aan de Oudvensestraat dient in het ontwerp waterberging gevonden te worden in greppels en een retentievoorziening. Het water dient vastgehouden te worden zodat het water kan infiltreren naar de ondergrond.
5.4.2
Benodigde berging en afvoer
Op basis van de uitgangspunten zoals aangegeven in tabel 4.1 is het totale verhard oppervlak welke afwatert op de waterberging berekend op 4,93 ha voor het woonpark en 0,66 ha voor het woon-werk gedeelte aan de oostzijde. De vereiste compensatie zoals opgelegd door beide waterschappen voor het aanbrengen van extra verhard oppervlak is 60 mm. Uitgaande van deze randvoorwaarde is er een totale waterberging van respectievelijk 2.961 m3 en 396 m3 benodigd (zie tabel 5.1). Tabel 5.1
Benodigde waterberging 60 mm Woonpark
Woon-werk
Sportpark
Afvoerend verhard oppervlak
49.349 m²
6.606 m²
*
Benodigde waterberging (60 mm)
2.961 m³
396 m³
*
* Voor sportpark is nog geen verdere invulling bekend.
Veiligheidsmarge Volgens de beleidsuitgangspunten is het voldoende om de toename aan verhard oppervlak (in dit geval het afvoerend verhard oppervlak) te compenseren in een waterberging van 60mm. Echter is het een aanbeveling om de risico’s voor wateroverlast in het plangebied te beperken. Er is voor gekozen dat al het water wordt vastgehouden en infiltreert naar de ondergrond. Daarmee komt er geen water oppervlakkig tot afstroming maar enkel via het grondwater. Het is daarom noodzakelijk om in te zetten op extra waterberging en het maximaal inzetten van ruimte. Daarnaast houden we rekening met een toegenomen neerslag hoeveelheid in verband met te verwachten klimaatsverandering. Dit resulteert in een worst-case benadering waarmee we een robuustheidstoets uitvoeren voor het watersysteem. Deze worst-case benadering bestaat uit het hanteren van 100% afstromend oppervlak. Daarbij gaan we bij de worst-case benadering ervan uit dat al het water vastgehouden dient te worden en daarbij ook de onverharde delen naar de waterberging tot afstroming komen. Dit betekent dat 8,2 ha vanuit het woonpark tot afstroming komt, 0,77 ha vanuit het oostelijke woon-werk gedeelte en 5,22 ha vanuit het sportpark. Uitgaande van deze uitgangspunten is er een totale waterberging in een worst-case benadering van respectievelijk 4.927 m3, 460 m3 en 3.138 m3 benodigd (zie tabel 5.3). Tabel 5.3
Benodigde waterberging worst-case 60 mm over bruto-oppervlak Woonpark
Woon-werk
Sportpark
100% afvoerend oppervlak
82.132 m²
7.675 m²
52.298 m²
Benodigde berging 60 mm
4.927 m³
460 m³
3.138 m³
Afvoer In overleg met beide waterschappen is besloten om het water uit het plangebied Luchen 3B niet af te voeren, maar juist volledig vast te houden en te infiltreren in de bodem.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
27
Projectgerelateerd
5.4.3
Beschikbare berging in plangebied
In het plangebied is een beschikbare berging aanwezig van 1,29 ha wadi’s in het woonpark (zie tabel 4.1 retentievoorziening). Met een stijghoogte van 0,40 m is hier 5.160 m3 berging aanwezig zonder rekening te houden met de taluds. Gelet op de benodigde berging van 4.927 m3 in worst-case situatie en een mogelijke peilstijging van 60cm, is er ruim voldoende berging aanwezig in het woonpark gedeelte voor een worst-case situatie. Voor het oostelijke woon-werk gedeelte dient ruimte (460 m3 in worst-case situatie) gezocht te worden in greppels, wadi’s of een retentievoorziening. Indien het sportpark wordt uitgevoerd als verhard oppervlak dient ook hier ruimte gezocht te worden voor de wateropgave (3.138 m3 in worst-case situatie) zoals opgenomen in paragraaf 5.4.2.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
28
Projectgerelateerd
6
Conclusies
Hieronder is een samenvatting opgenomen van de deelconclusies van de belangrijkste onderdelen van het verkennend waterhuishoudkundigplan voor Luchen 3B. Oppervlaktewater: Het plangebied ligt op de waterscheiding van de watersystemen van waterschap de Dommel en waterschap Aa en Maas. Het westelijk deel van het plangebied watert voor een deel oppervlakkig en gedeeltelijk via de ondergrond af naar de Luchense Wetering. Het oostelijke deel watert af richting de B-watergang langs de Oudvesestraat naar het Eindhovens kanaal; Ondergrond: De bodem is tot circa 3,5 m-mv voornamelijk opgebouwd uit zwak tot sterk siltig zeer fijn zand, lokaal wordt ook matig fijn zand aangetroffen. De ondergrond wordt daarmee gekenmerkt door een hoge doorlatendheid. Echter worden de zanden doorsneden door één of meerdere leemlagen met een dikte van 0,20 tot 0,50m. De leemlagen worden op wisselende dieptes aangetroffen. In het algemeen liggen de leemlagen minimaal 0,9m beneden het maaiveldniveau; Grondwater: Uit de metingen is op te maken dat de jaarlijkse grondwaterstandsfluctuatie minimaal 1 m bedraagt en dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) lokaal ca. NAP +18,6m bedraagt (ca. 0,5m tot 1,6m -mv); Infiltratie: De mate van grondwaterstandsverhoging kan beperkt worden door het hydraulisch contact tussen het freatisch pakket en dieper gelegen watervoerende eenheden te verhogen.
Dit kan door lokaal de leemlaag te verwijderen of door grindpalen aan te brengen. Zonder het treffen van deze mitigerende maatregelen wordt lokale infiltratie in het onderzoeksgebied, waar de leemlaag aanwezig is, kansarm geacht; Ontwerp hoogte plangebied: Op basis van de GHG en de ontwatergingseisen is het minimale straatpeil in de deelgebieden bepaald. De GHG varieert van NAP +18,60m in het westen tot NAP +18,30m in het oosten. Het minimale maaiveld varieert daarmee van NAP +19,3m tot NAP +19,0m; Ontwerp vuilwater: Het vuilwater afkomstig van het plangebied wordt gescheiden ingezameld van het hemelwaterstelsel. Het vuilwaterstelsel kan onder vrijverval aangesloten worden op de Burgemeester Termeerstraat. Voor de aansluiting van de woningen aan de Oudvensestraat zal bij verdere uitwerking van de ontwikkeling Luchen 3B de Oudvensestraat en het rioolstelsel daar aangepast moeten worden; Ontwerp hemelwater: Het hemelwater afkomstig van het plangebied wordt gescheiden ingezameld van het vuilwaterstelsel. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk bovengronds afgevoerd en geborgen in de greppels en de retentievoorzieningen in het plangebied. Zowel het watersysteem van de Luchense Wetering als de afwatering langs de Oudvensestraat naar het Eindhovens kanaal zijn gevoelig voor het ontvangen van extra afvoer.
Ook een eigen uitlaatpunt vanuit het plangebied naar het kanaal is niet wenselijk. Daarom is in overleg met beide waterschappen ervoor gekozen om het water uit het plangebied Luchen 3B niet af te voeren, maar juist volledig vast te houden en te infiltreren in de bodem. Er is voldoende ruimte voor retentie opgenomen voor het woonpark gedeelte in het schetsontwerp om een worst case situatie, waarin minimaal 60mm beschikbaar is t.o.v. het bruto oppervlak, vast te houden. Het water zal vervolgens infiltreren naar de ondergrond. Om de retentie leeg te krijgen zal door middel van grindpalen, die de ondoordringbare lagen doorbreken, een verbinding gemaakt worden met de diepere grondlagen. Bij de verdere voorbereiding zal dit verder gedetailleerd worden; Waterberging: In het plangebied is een beschikbare berging aanwezig van 1,29 ha wadi’s in het woonpark. Met een stijghoogte van 0,40 m is hier 5.160 m3 berging aanwezig zonder rekening te houden met de taluds. Met een benodigde berging van 4.927 m3 in worst-case situatie is er ruim voldoende berging aanwezig in het woonpark gedeelte. Voor het oostelijke woon-werk gedeelte dient ruimte (460 m3 in worst-case situatie) gezocht te worden in greppels of een retentievoorziening. In een worst-case benadering dient ook voor de afwatering van het sportpark ruimte gezocht te worden voor de wateropgave (3.138 m3 in worst-case situatie).
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
29
Projectgerelateerd
Aanbevelingen Hoogte plangebied: Om aan te sluiten op het huidige maaiveld en om voor te sorteren op een gesloten grondbalans is het een aanbeveling om voor het gehele plangebied een hoger straatpeil te hanteren van NAP +19,20m oplopend naar NAP +19,50m. Ofwel 0,20m hoger dan de minimale vereisten op basis van de GHG en de ontwateringseisen; Retentievoorziening: de bodemhoogte van de retentievoorziening en de gewenste maximale peilstijging dient afgestemd te worden op de uiteindelijke hoogteligging van het plangebied. Omdat het een absoluut watersysteem is waarbij al het water wordt vastgehouden is het een aanbeveling om vanuit de worst-case benadering in zoveel mogelijk retentie te voorzien.
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
30
Projectgerelateerd
BIJLAGE 1: Locaties boringen en boorstaten (Bron: Aeres Milieu, 2015)
26 augustus 2022
LUCHEN 3B
BI4321-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
31