Bijlagenboek Bestemmingsplan Bestaand Sportpark Oudvensestraat Mierlo
Tekst van het document
Tijdens beide najaarsonderzoeken liet er een mannetje gewone dwergvleermuis af en toe social calls horen tussen het gildegebouw en de begroeiing aan het kanaal. Mannetjes van de gewone dwergvleermuis gebruiken social calls in het najaar om hun territorium af te bakenen (baltsplaatsen) en wijfjes te
Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo
Blad 7
Ecologisch advies en onderzoek
lokken om te paren. In de buurt van de locaties waar ze hun social calls laten horen, zit vaak een paarverblijfplaats, maar soms liggen de paarplaatsen een stuk verderop. Paarverblijfplaatsen bevinden zich vrijwel uitsluitend in gebouwen, bij uitzondering in bomen. Hoewel er tijdens het onderzoek geen aanvliegpogingen zijn gedaan aan het gildegebouw, is een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis hier niet volledig uit te sluiten. In het deelgebied ‘populierenbosje’ zijn drie soorten vleermuizen waargenomen die mogelijk verblijfplaatsen in bomen kunnen hebben, namelijk gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Deze soorten zijn niet in- of uitvliegend waargenomen en vertoonden geen gedrag dat duidt op de aanwezigheid van een verblijfplaats in het populierenbosje. Er zijn geen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen vastgesteld. Foerageergebied en vliegroutes In beide deelgebieden samen zijn vijf soorten vleermuizen waargenomen. Het gaat om de soorten gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Gewone dwergvleermuizen zijn verspreid over beide deelgebieden waargenomen. De meeste activiteit was langs het kanaal, waar meerdere individuen foerageerden boven het kanaal en tussen de opgaande begroeiing op het talud.
Er is verder een vliegroute, van oost naar west, van de soort vastgesteld waarbij minimaal zeven individuen zijn geteld, maar waarvan de werkelijke aantallen wellicht hoger liggen. Op deze vliegroute vormt het populierenbosje een soort van foerageerstop voordat de dieren zich verder in westelijke richting verspreiden. Er is in het najaar één waarneming van een foeragerende gewone grootoorvleermuis gedaan aan de oostzijde van het populierenbosje. Laatvliegers zijn voornamelijk foeragerend waargenomen langs het kanaal en af en toe rondom het populierenbosje. Er is tevens een vliegroute, van oost naar west, vastgesteld waarbij minimaal negen individuen zijn geteld. De laatvliegers gebruiken het jaagpad en de begroeiing daar rondom als geleiding. Rosse vleermuis is éénmaal waargenomen tijdens het zomeronderzoek. Het betrof een hoog overvliegend exemplaar zonder enige binding met het onderzoeksgebied. Van ruige dwergvleermuizen zijn meerdere waarnemingen gedaan van foeragerende dieren, voornamelijk langs het kanaal. Er is één waarneming van een foeragerend individu langs het hoofdgebouw.
Effecten op beschermde soorten Kerk- en steenuil Door de geplande ingrepen worden er geen verblijfplaatsen van kerkuil en steenuil vernietigd. Negatieve directe effecten op verblijfplaatsen van beide soorten zijn uitgesloten. Wel is het mogelijk dat er effecten zijn op het leefgebied van zowel kerk- als steenuil. Omdat op dit moment nog niet bekend is wat de uiteindelijke inrichting van het gebied wordt, is het moeilijk in te schatten of er negatieve effecten gaan plaatsvinden op het leefgebied van kerkuil en steenuil. Toch kan verwacht worden dat negatieve effecten op het leefgebied van kerkuil minimaal gaan zijn, aangezien kerkuilen een veel groter leefgebied hebben dan steenuilen. Tevens zijn grote delen van het onderzoeksgebied slechts matig geschikt leefgebied. Wanneer een klein deeltje van dat matig geschikte leefgebied (tijdelijk) ongeschikt wordt, zullen negatieve effecten beperkt blijven, omdat de kerkuil nog veel ander matig geschikt tot geschikt leefgebied voorhanden heeft rondom zijn broedplaats. Voor steenuil is het wat lastiger omdat deze een veel kleiner territorium heeft, waardoor relatief gezien een groter gedeelte van zijn territorium mogelijk (tijdelijk) ongeschikt wordt. Het is belangrijk dat in ieder geval de nu geschikte delen van zijn leefgebied behouden blijven. Dat zijn de tuinen
Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo
Blad 8
Ecologisch advies en onderzoek
van de woningen aan de Burgemeester Termeerstraat, de houtwal langs het kanaal met ruige onderbergroeiing, maar ook de landschapsinrichting met houtwallen, akkers, wadi en graslanden tussen de Burgemeester Termeerstraat en Luchen. Als daarnaast bij de planvorming voor het onderzoeksgebied geschikte elementen worden ingepast, zoals kruidenrijke bermen, grazige vegetaties, ruigtes en ruige overhoeken e.d., dan zijn negatieve effecten op het leefgebied van steenuil niet te verwachten. Als laatste is het de bedoeling dat er een rondweg wordt aangelegd. Het is aan te bevelen om hier een snelheidsbeperking van maximaal 50 km/u (liefst minder) op te leggen om aanrijdingen met zowel kerkuil als steenuil te verkleinen. Beide soorten worden regelmatig aangereden. Vleermuizen Door de geplande ingrepen gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. De mogelijke paarverblijfplaats in het gildegebouw blijft gehandhaafd, aangezien in de visieschets is aangegeven dat dit gebouw behouden blijft. Verder is er een vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger vastgesteld van oost naar west langs het kanaal. Het is belangrijk dat de begroeiing langs het kanaal behouden blijft en, waar mogelijk, wordt versterkt. Deze vegetatie zorgt voor windluwte en schermt de vliegroute af van de verlichting van de sportterreinen.
Indien de vegetatie behouden blijft, zijn er geen negatieve effecten te verwachten op de vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Tevens is het aan te bevelen om geen aanvullende verlichting te plaatsen met uitstraling richting het kanaal.
Conclusies Het onderzoeksgebied maakt naar alle waarschijnlijkheid deel uit van het leefgebied van kerkuil en steenuil. Daarnaast is een mogelijke paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig in het gildegebouw, welke blijft behouden, en is er een vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger van oost naar west langs het kanaal. Negatieve effecten op het leefgebied van kerkuil en steenuil zijn te voorkomen door tijdens de inrichting de nu geschikte delen van het leefgebied te behouden. Verder moet er bij de inrichting van het gebied rekening gehouden worden met habitateisen van beide soorten. In de planvorming moet ruimte komen voor kruidenrijke bermen, grazige vegetaties, ruigtes, ruige overhoeken e.d. (zie kennisdocumenten van beide soorten voor meer voorbeelden). Negatieve effecten op de vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn te voorkomen door de vegetatie langs het kanaal te behouden en, waar mogelijk, te versterken. Daarnaast is aan te bevelen om geen aanvullende verlichting te plaatsen met uitstraling richting het kanaal. Indien de genoemde maatregelen, om negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten te voorkomen, worden genomen, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig. Indien dat niet kan, moet er een ontheffing worden aangevraagd voor de betreffende soort(en).
Samenvatting mitigatie om overtreding te voorkomen
Behouden van de nu geschikte delen van het leefgebied van kerkuil en steenuil tijdens de inrichting van het gebied. Inpassen van habitateisen van kerkuil en steenuil in de planvorming van het gebied. Begroeiing langs het kanaal behouden en, waar mogelijk, te versterken ten behoeve van de vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Indien bovenstaande maatregelen, of enkele daarvan, niet mogelijk zijn moet een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor de betreffende soort(en) worden aangevraagd. Er dient bij de werkzaamheden zorgvuldig gehandeld te worden (wettelijke Zorgplicht). Het is van belang om eventuele begroeiing te verwijderen vóór het broedseizoen van het jaar van de werkzaamheden, zijnde vóór maart. Vanaf begin maart kunnen sommige vogels (zoals turkse tortel, houtduif, merel) met nestbouw en eileg beginnen. Deze vogelsoorten kunnen tot in oktober late legsels grootbrengen. Indien begroeiing voor maart wordt verwijderd, dan
Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo
Blad 9
Ecologisch advies en onderzoek
vindt er geen verstoring of vernietiging van nesten van broedvogels plaats en bijgevolg geen overtreding van de Wet natuurbescherming. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Stef Houben
Notitie aanvullend onderzoek kerkuil, steenuil en vleermuizen Oudvensestraat te Mierlo
Blad 10
Bijlage 4 Advies Externe Veiligheid
Bestemmingsplan "Bestaand sportpark Oudvensestraat Mierlo" (ontwerp)
49
Retouradres, Postbus 242, 5600 AE Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders
Omgevingsadvisering Onderwerp
Het standaardadvies versie 2.0 1 januari 2019 Geacht college,
Uw brief van
U hebt van ons de brochure ‘richtlijn advisering externe veiligheid voor ruimtelijke
Uw kenmerk
plannen’ ontvangen. In deze brochure kunt u lezen of bij een bepaalde ruimtelijke
Aanvraag standaardadvies door u
ontwikkeling in uw gemeente een standaardadvies van VRBZO van toepassing is, of dat u bij VRBZO een advies op maat moet aanvragen.
Behandeld door
dhr. PMF van der Vleuten De afwegingscriteria staan ook onderaan dit advies. Als een standaardadvies van toepassing is dan adviseren we u om onderstaande adviespunten mee te wegen bij de verantwoording van het groepsrisico. Wij ontvangen graag uw verantwoording over het standaardadvies dat is gebruikt bij een ontwikkeling. Zo kunnen wij dit meenemen in
Telefoon
(040) 2 203 638 Ons kenmerk
P131867
onze repressieve voorbereiding.
Aantal bijlagen
Het standaardadvies
In afschrift aan
U kunt het onderstaande standaardadvies gebruiken als uit het schema van de flyer blijkt dat het standaardadvies van toepassing is:
P09-00002 P
Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties.
Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.vrbzo.nl/wp-content/uploads/2018/04/170307-beleidsregelsbereikbaarheid-en-bluswatervoorziening-brabant-definitief-1-0-vastgesteld.pdf Heeft u ten behoeve van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening behoefte aan een advies op maat? Neem dan contact op met planvormingbrandweer@vrbzo.nl
Bezoekadres
Deken van Somerenstraat 2 5611 KX Eindhoven Telefoon (040) 2 203 203 info@vrbzo.nl www.veiligheidsregiobzo.nl
Bij bestemmingplannen waarbij zich een toxisch scenario (giftige schadelijke stoffen) kan
Postadres
voordoen adviseren wij u tevens de volgende maatregelen:
Postbus 242 5600 AE Eindhoven
*P131867*
Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze
Omgevingsadvisering
regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren.
Onderwerp
Het standaardadvies versie 2.0 1 januari 2019 Contact Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen via 040-2203203 en
Ons kenmerk
P131867
omgevingsadvisering@vrbzo.nl. Naar dit emailadres kun u ook de verantwoording over dit standaardadvies naar toe sturen.
Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, namens deze, E.E.J.M. van Vliet Afdelingshoofd Omgevingsadvisering
2
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl